jun 28

Un bel dì, vedremo
levarsi un fil di fumo sull’estremo
confin del mare.
E poi la nave appare
E poi la nave è bianca.
Entra nel porto, romba il suo saluto.
Vedi? È venuto!
Io non gli scendo incontro, io no. Mi metto
là sul ciglio del colle e aspetto, aspetto
gran tempo e non mi pesa
la lunga attesa.
E… uscito dalla folla cittadina
un uomo, un picciol punto
s’avvia per la collina.
Chi sarà? Chi sarà?
E come sarà giunto
che dirà? che dirà?
Chiamerà Butterfly dalla lontana.
Io senza far risposta
me ne starò nascosta
un po’ per celia, un po’ per non morire
al primo incontro, ed egli alquanto in pena
chiamerà, chiamerà:
‘Piccina – mogliettina
olezzo di verbena’
i nomi che mi dava al suo venire.

Zo luidt een van de aria’s uit Madame Butterfly, een van de bekendste opera’s van Giacomo Puccini. Puccini werd op 22 december 1858 geboren in Lucca. Ondanks het feit dat Puccini overal ter wereld kwam om zijn opera’s ten gehore te brengen, bleef hij zijn geboorteplaats trouw. Lucca was zijn muze, zijn inspiratiebron.

Er zijn nog veel plekken die aan hem herinneren, zoals het bronzen beeld op de Corte di San Lorenzo, vlak bij de Via Fillungo. Het beeld staat op een steenworp afstand van zijn vroegere woonhuis dat tegenwoordig is ingericht als museum. Helaas is het op dit moment gesloten vanwege een langdurige restauratie. Het museum toont onder andere schetsen, kostuums, brieven en de piano waarop Puccini de opera Turandot heeft gecomponeerd.

Een andere plek die aan Puccini herinnert, is Istituto Musicale Boccherini aan Piazza del Suffragio. Hier was hij een van de meest begaafde leerlingen. Het instituut doet nog altijd dienst als conservatorium. In het Teatro del Giglio kun je op zondagochtend een concert bijwonen, waarin stukken van Puccini ten gehore worden gebracht.

‘Dit is het paradijs!’ schijnt Puccini geroepen te hebben toen hij voor het eerst het meer van Massaciuccoli zag. Hij kocht dan ook binnen de kortste keren een villa aan de oever van dit meer, in het plaatsje Torre del Lago. In deze villa, die tegenwoordig dienst doet als museum en waar Puccini samen met zijn vrouw begraven is, componeerde Puccini zijn bekendste opera’s: Tosca, Madame Butterfly en La Bohème.

Aan de oevers van het meer wordt elk jaar in de zomer het Puccini Festival gehouden. Van half juli tot half augustus wordt er een groot theater gebouwd, dat deels over het wateroppervlak valt. Een schitterend decor voor de opera’s van Puccini; in de zwoele buitenlucht bezorgen de klanken van Puccini’s Madame Butterfly je nog meer kippenvel!

Het Puccini Festival is op initiatief van Giacomo Puccini zelf in het leven geroepen, in 1930. Het eerste theater was echter nog maar een provisorisch geheel, dat door zijn vrienden zelf in elkaar was getimmerd. De eerste opvoering in Puccini’s eigen theater was La Bohème. In 2011 keert deze opera weer terug naar Torre del Lago, net als Madame Butterfly.

Sinds 1930 is het festival enorm gegroeid. Tegenwoordig trekt het ruim 40.000 bezoekers en moet je de kaartjes echt ver van tevoren reserveren. In het theater hebben de grootste operazangers gestaan: Mario del Monaco, Giuseppe Di Stefano, Luciano Pavarotti, Placido Domingo, José Carreras, Andrea Bocelli… Kaartjes voor dit muzikale spektakel kun je reserveren via www.puccinifestival.it

jun 03

Wees gerust, de Franse titel van vandaag betekent niet dat ik Italië vaarwel heb gezegd. Een Italofiel wordt nu eenmaal niet zo gemakkelijk een Francofiel… Sinds gisteren draait de film Tous les soleils in de Nederlandse bioscopen, en dit alledaagse maar toch bijzondere verhaal over een Italiaan in Straatsburg wilde ik jullie niet onthouden.

Tous les soleils klinkt dan wel Frans, maar deze nieuwe film van Philippe Claudel (bekend van onder andere Il y a longtemps que je t’aime) heeft een mix van Franse en Italiaanse acteurs. De belangrijkste is Alessandro, een Italiaan die met zijn broer en zijn vijftienjarige dochter Irina in Straatsburg woont. Hij werkt als docent barokke muziek en doet dat met de passie die de meeste Italianen eigen is.

Broer Crampone is een onschuldige anarchistische idioot die sinds Berlusconi aan de macht kwam politiek asiel probeert te verkrijgen. Soms heeft Alessandro het gevoel dat hij twee tieners moet opvoeden. Terwijl hij een modelvader probeert te zijn en geniet van het gezelschap van zijn grote groep vrienden, is hij vergeten hoe hij weer een liefdesleven opbouwt. Wanneer zijn dochter voor het eerst verliefd wordt, komt ook Alessandro’s leven op zijn kop te staan – hetgeen zorgt voor hilarische maar ook ontroerende momenten. Een impressie:

Claudel weet met dit nieuwe verhaal, dat hij speciaal schreef voor de film en dat dus nog niet eerder in boekvorm is geschreven, een film te maken die zich beweegt tussen hoop en vrees. Er valt veel te lachen, vooral dankzij Crampones idiote bijdrage, maar er wordt ook een gevoelige snaar geraakt – niet zelden dankzij de prachtige muziek.

Naast Alessandro, Crampone en Irina kent Tous les soleils namelijk nog een Italiaanse hoofdrolspeler, namelijk de muziek, en in het bijzonder de tarantella. Men beweert dat deze volksdans uit Zuid-Italië magische krachten heeft, in het bijzonder om mensen te genezen van pijntjes, liefdesverdriet en melancholieke gevoelens.

Philippe Claudel heeft zich erg door deze dans, het ritme en de achterliggende betekenis laten beïnvloeden. ‘Ik droomde steeds weg bij het idee van een professor die oorspronkelijk uit Italië komt en die de geschiedenis van de muziek van ‘zijn’ volk probeert over te brengen aan studenten in Straatsburg. Zijn hart klopt sneller bij het horen van Italiaanse muziek, en hij schroomt niet om op de tafels te dansen voor het oog van zijn studenten.’

Toch zit er achter deze lichtvoetige professor een gekwetst man. Zijn grote liefde, Louise, kwam om bij een auto-ongeluk toen hun dochter nog maar een paar maanden oud was – inmiddels vijftien jaar geleden. Alessandro kan zich niet over het verdriet heen zetten. Hoewel hij opgewekt de tarantella danst voor zijn studenten of met zijn vrienden van een goed glas wijn geniet, wordt hij van binnen verscheurd door verdriet. In al die tijd heeft hij nooit een nieuwe relatie gehad. Wel zorgt hij met ziel en zaligheid voor zijn dochter en zijn broer, een rascommunist die overal en altijd in zijn badjas rondwandelt.

Claudel: ‘Het verhaal is ontstaan uit de muziek, of beter nog, uit het effect dat muziek op me had. En dan bedoel ik niet alleen letterlijk muziek zoals we dat kennen van liedjes op radio en televisie, maar ook de muziek die ontstaat als verschillende mensen met elkaar praten, zeker als ze allemaal verschillende accenten hebben. De melodie van alle woorden binnen een familie of een groep vrienden vormen een uniek muziekstuk. Dat geldt eveneens voor onze huidige cultuur: het is een mix van verschillende mensen, talen en interpretaties.

Ik koos overigens niet alleen voor Straatsburg omdat hier zoveel verschillende talen en accenten te vinden zijn, maar ook omdat de stad me elke keer weer raakt. De stad, die eigenlijk altijd onderbelicht is gebleven in Franse films, heeft zoveel verschillende plekjes die stuk voor stuk prachtig zijn, om er te leven maar zeker ook om te filmen. De straatjes die bijna Italiaans aandoen, het water, de fietsers, en dichtbij de wijngaarden in de Elzas en de Vogezen.’

Samen met de hoofdrolspelers maakt de stad van Tous les soleils een lichtvoetige komedie die aanzet tot filosoferen over de liefde – net als het leven zelf. Kijken dus!

 

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards! 

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com. 

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/ 

Grazie mille enne… zeg het voort! 

Saskia

feb 22

Zwart water is de nieuwste thriller van Corine Hartman, die zich afspeelt in Venetië. Hoofdpersoon is Frederique van Ostende, een befaamd violiste. Overal waar ze optreedt mag ze staande ovaties in ontvangst nemen, en in binnen- en buitenland oogst ze lovende kritieken op haar gepassioneerde spel. Ook de carrière van haar man Davide staat in de vijfde versnelling; hij is betrokken bij het Mose-project in Venetië, een groots plan om de overstromingen te lijf te gaan in deze historische stad. Zijn ultieme uitdaging.

Onder het rimpelloze oppervlak van een succesvol leven blijkt echter een groot verdriet schuil te gaan. Verdriet dat de symfonieën en sonates van Frederique een ondertoon verleent van schuld en spijt.

In korte tijd worden drie mensen op gruwelijke wijze vermoord. Het onderzoek van inspecteur Kees-Jan van Aerendonck leidt steeds weer in de richting van Davide en Frederique. Van Aerendonck is een ervaren rot, maar ditmaal staat hij voor een raadsel. De oplossing laat zelfs het duistere water in de Venetiaanse lagune niet onberoerd…

Een fragment: ‘Een uur later loop ik door de Venetiaanse straten. Davide bood aan me weg te brengen met onze boot, waarin hij hier vrijwel dagelijks rondvaart, verontrust om zich heen kijkend naar de desastreuze gevolgen van het wisselende waterpeil voor de eeuwenoude bouwwerken. Ik bedankte hem; het is rustig in de stad en ik heb tijd genoeg. In sommige steegjes richting het water liggen de houten vlonders alweer klaar; verwachten ze een dezer dagen hoogwater?

Tussen de vele reclameposters voor opera’s en musea stuit ik op een afbeelding van een griezelige figuur in een lange, zwarte mantel met een rare snavel, die me kippenvel bezorgt. Als ik de tekst erbij vluchtig bekijk, blijkt het om een kunstwerk te gaan. Een schilderij, dat een pestarts toont en in het Museo Correr wordt geëxposeerd. Ik besluit ter plekke daar niet naartoe te willen. ‘O bah, Isabelle, kun je het je voorstellen? Die vieze ratten, met de vlooien die hun bloed opzogen, hielden zich vast schuil in vochtige kelders en besmetten het eten van de mensen. En het water, natuurlijk. Gelukkig heeft papa dat probleem er niet ook nog bij.’

Ik kan me makkelijk voorstellen dat zo’n ziekte hier nu nog rond zou waren, dat er in die geheimzinnige, donkere huizen doodzieke mensen liggen te creperen met hun etterende zweren en bloedingen die hun lichaam zwart kleuren. Ik huiver, en loop snel door. ‘Zou ik je wel hebben kunnen redden van een duistere ziekte als de pest, vroeger? Isabelle?’

Het water en de lucht hebben vandaag een identieke, loodgrijze kleur. Hoewel, zo hier en daar bespeur ik in de lucht een spoor blauw, waarmee Venetië haar best lijkt te doen iets van de voorbije zomer vast te houden. Wat mij betreft vergeefse moeite: ik heb het koud. De meeste gondels liggen onder hun felblauwe dek te wachten op drukkere tijden, alleen een enkele Japanner heeft zich laten verleiden tachtig euro te betalen voor een stadsgezicht vanaf het water. Ik hoop dat Vivaldi’s geest, die hier nog moet rondwaren, me zal beroeren en me vanavond tot een ongeëvenaard niveau zal doen stijgen.’

Vivaldi herfstsonnet, dat voor in het boek staat, zet de toon voor de teneur van het verhaal:

Celenra il Villanel con balli e canti
del felice raccolto il bel piacere
e del liquor di Bacco accesi tanti
finiscono col sonno il lor godere.

Fà ch’ogn’uno tralasci e balli e canti
l’aria che ha temperata dà piacere,
e la stagion ch’invita tanti e tanti
d’un dolcissimo sonno al bel godere.

I cacciator alla nov’alba a caccia
con corni, schioppi, e cani esconno fuore
fugge la belva, e seguono la traccia.

Già sbigottita, e lassa al gran rumore,
de’ schioppi e cani ferita minaccia
languida di fuggir, ma oppresa muore.

(zie Ciao tutti van 21 september 2010 voor de vertaling)

Wat doet het met je als leven overleven wordt? Zwart water is een thriller die je hart doet overslaan, maar die tegelijkertijd laat zien hoe onvoorwaardelijk liefde kan zijn…

Zwart water
Corine Hartman
ISBN 9789061126577
€ 15,00
Karakter Uitgevers

Getagd met:
feb 08

Vandaag nogmaals het verhaal van Romeo en Julia, maar dan voor kinderen – al is deze versie ook voor volwassenen de moeite waard!

Geen enkele literaire tekst heeft zoveel componisten geïnspireerd als het in 1597 voor het eerst verschenen toneelstuk Romeo en Julia van Shakespeare. De allerbekendste muzikale interpretatie is het ballet dat Sergei Prokofjev in 1935 componeerde. Het klassieke liefdesverhaal en de prachtige muziek zijn op unieke wijze gebundeld in Romeo en Julia, een prentenboek met cd dat vorig jaar verscheen in de succesvolle muziekboekjesreeks die uitgeverij Gottmer samen met Universal Music heeft ontwikkeld.

Auteurs Erik van Os en Elle van Lieshout hebben de essentie van het aloude en ingewikkelde liefdesverhaal prachtig weten te vangen in een prentenboek van 32 bladzijden. Ze hebben het verhaal daarmee toegankelijk gemaakt voor kinderen, en hoe! Tel daar de romantische en tragische scènes, die sprookjesachtig zijn opgetekend door Nederlands beroemdste illustratorenduo, Ingrid en Dieter Schubert, en de stem van Pierre Bokma bij op en je weet zeker dat je (klein)kinderen (en jij) ademloos zullen zitten luisteren, kijken en genieten!

De muziek wordt uitgevoerd door het Kirov Orkest onder leiding van Valery Gergiev, op Ciao tutti een klein voorproefje! Klik hier om te luisteren naar de eerste track: 01 De familie Montague en de familie Capulet

Meer lezen en luisteren kan met

Romeo en Julia van Prokofjev
Erik van Os & Elle van Lieshout (tekst)
Ingrid & Dieter Schubert (illustraties)
Pierre Bokma (stem)
Kirov Orkest o.l.v. Valery Gergiev (uitvoering)
ISBN 978 90 257 4674 2
€ 16,95
uitgeverij Gottmer

Romeo en Julia winnen?
Ciao tutti mag van uitgeverij Gottmer drie lezers blij maken met deze bijzondere versie van het verhaal van Romeo en Julia. Het enige dat je moet doen is voor 28 februari 2011 een e-mail sturen naar winnen@ciaotutti.nl o.v.v. Romeo en Julia. Wie weet droom jij dan binnenkort weg bij Prokofjevs interpretatie van deze tijdloze liefdesgeschiedenis!

nov 06

Tijdens een van mijn wandelingen door de stad om alle Sprekende Beelden te zien en te horen, stuitte ik op het prachtige aanplakbiljet van de Sint Juliaan der Vlamingen, oftewel de San Giuliano dei Fiamminghi, de Koninklijke Belgische kerk in Rome.

De kerk zou ten tijde van de Kruistochten zijn gesticht als pelgrimshospitaal voor de inwoners van het graafschap Vlaanderen. Veel weten we niet over deze eerste bestaansperiode, maar zeker is wel dat graaf Robrecht II van Vlaanderen het hospitaal in 1094 vaste inkomsten verschafte. De kerk kent dus een lange geschiedenis en herbergt prachtige kunstwerken van Vlaamse makelij.

De Bentvueghels, een vereniging van kunstenaars uit Nederland en Vlaanderen, kwam er regelmatig bijeen. Bij de Bentvueghels waren kunstschilders, tekenaars, graveurs, beeldhouwers, edelsmeden en dichters aangesloten. Zij waren na hun leertijd naar Rome getrokken om daar hun studie af te ronden, met het bestuderen van de daar aanwezige meesterwerken en het creëren van eigen werken in de stijl van de Italiaanse meesters.

Maar niet alleen kunstenaars wisten de kerk te vinden. Uit de archieven blijkt dat er tussen 1624 en 1790 ruim 21.000 bedevaartgangers de kerk hebben bezocht. De kerk die zij hebben gekend, staat er echter niet meer. De huidige kerk stamt namelijk uit de zeventiende en achttiende eeuw.

De kerk is alleen te bezichtigen als je vooraf een afspraak maakt. Mocht je tijdens een wandeling het geluk hebben dat de deur open staat, ga dan zeker even een kijkje nemen. Op het plafond is een allegorische voorstelling te zien van het graafschap Vlaanderen en de steden Brugge, Gent en Ieper, met in het midden een fresco met als onderwerp de apotheose van Sint Juliaan, dat in 1717 is geschilderd door William Kent, die later bekend zou worden als hofarchitect van de Engelse koning.

Een andere gelegenheid om de Sint Juliaan der Vlamingen te kunnen bezoeken, is de concertreeks die ik zag aangekondigd op het eerder genoemde prachtige aanplakbiljet. De komende maanden wordt er in de Sint-Juliaan-der-Vlamingen namelijk een nieuwe reeks barokconcerten georganiseerd. Deze muzikale avondjes groeiden de voorbije jaren uit tot een waar begrip in Rome, ook onder niet-Belgen.

De concerten vinden elke tweede dinsdag van de maand plaats. Komende dinsdag, 9 november, is dus het eerstvolgende concert, dus iedereen die dan in Rome is moet zijn kans zeker grijpen. De volgende concerten zijn op 14 december 2010, en in 2011 op 11 januari, 8 februari, 8 maart, 12 april, 10 mei en 14 juni. Op het aanplakbiljet, dat overigens is ontworpen door Carine Cuypers (zie Ciao tutti van 31 oktober) en waarvan je hieronder een digitale weergave ziet, vind je het gedetailleerde programma:

De concerten beginnen om 20.30 uur, maar zorg dat je er ruim op tijd bent, want de kerk biedt slechts plaats aan 120 mensen. De toegang is overigens gratis. Kijk voor meer info over de concerten en natuurlijk over de Sint Juliaan der Vlamingen zelf op www.sangiuliano.org

sep 24

‘Veel mensen denken dat het Italiaans een muzikale taal is. Sommige buitenlanders kunnen woorden als cappuccino en Mastroianni met dromerige ogen en vol verlangen over de tong laten rollen, de klinkers wat uitrekkend. Anderen worden gegrepen door het vleiende formalisme in de met verve uit te spreken aanspreektitels als dottore, commendatore, professore, ragioniere of cavaliere. Met een beetje goede wil wordt alles dan mooi.

Ik stond eens met een collega ergens te wachten toen we een man met een melodieuze stem iets hoorden roepen. ‘Wat is het toch een mooie taal, wat is het hier toch prachtig allemaal,’ zei ze, bereid om zich te laten meeslepen in een wereld vol romantiek. Ik beaamde dat grif: ‘Hij roept dat hij plastic emmers en rieten manden te koop heeft.’

De taal heeft natuurlijk iets zangerigs. Daarom klinken opera’s in het Italiaans ook beter dan in het Duits. Maar het is verrassend hoe vaak veel Italianen hun verbale muziek onderbreken voor botte en boerse interrupties van louter klanken. Woorden zijn het niet, meer tussenvoegsels in de categorie van het Nederlandse ‘eh’. Dat ge-eh zul je hier overigens niet vaak horen. Italianen zijn niet gauw te verlegen om iets te zeggen, en als ze even tijd nodig hebben om te denken, doen ze dat wel onder het praten.

Al deze geluiden hebben een duidelijk afgebakende betekenis. Een van de meest geaccepteerde vormen klinkt als ‘èèh’, met de e-klank als in het geluid van een schaap, met veel nadruk uitgesproken. Dat is een bevestiging van wat een andere spreker heeft gezegd. Zoiets als: ‘Precies’, of: ‘Dát bedoel ik’. Het bevestigende èèh kom je niet alleen op straat tegen, maar ook in de vele praatprogramma’s op tv. Soms komt er ter onderstreping een kort handgebaar bij.

Een ander geluid is een klikkende t-klank, voor in de mond gemaakt met de tong zonder dat er lucht tussen de lippen door naar buiten komt. Twee keer is het minimum, maar meer dan vier keer heb ik het nooit iemand horen doen. Dat betekent: ‘Nee’, of: ‘Je hebt het fout’, of: ‘Ik kan je niet helpen’. Het klinkt scherper dan het Nederlandse tut-tut en mist de truttige waarde daarvan. Voor de nadruk kun je hierbij je wijsvinger van je rechterhand heen en weer bewegen. Nederlanders herkennen dat als het vermanende vingertje. Italianen zijn minder belerend en betuttelend. Dat vingertje is een informele, algemeen geaccepteerde manier om te zeggen: ‘Je hebt het fout’, of: ‘Zo is het niet’. Zonder bijgeluiden betekent het wijsvingergebaar: ‘Niet doen’. Handig voor als je in Rome een weg met veel stoplichten af moet en bij het eerste licht al je ruit hebt laten wassen.

Veel Italianen antwoorden ook met ‘mah’. Die klank kan veel betekenen, maar meestal zit het in de buurt van: ‘Nou ja’, of: ‘Dat zal wel’. ‘Mah’ en ‘èèh’ zijn nog wel aanvaardbaar in het taalgebruik. Iets boerser wordt het met ‘embè’ en ‘bôh’, twee korte vocale erupties die een vaste plaats innemen in het Romeinse vocabulaire. ‘Embè’ kan veel nuances hebben, afhankelijk van toon, context en de kracht waarmee het wordt uitgesproken. Het kan zoiets zijn als: ‘Wat wil je, ik kan er ook niets aan doen’. Of: ‘Ik weet het ook niet, ik kan je niet helpen’.

‘Bôh’ is de bottere vorm hiervan. Het heeft dezelfde betekenis als ‘embè’, maar een andere gevoelswaarde: ‘Ik weet het niet, ik kan er niets aan doen en dat kan me geen barst schelen ook’. ‘Bôh’ gaat soms gepaard met schouderophalen en een licht kokhalzende beweging. Vooral kinderen vinden het stoer op deze manier met elkaar te communiceren.

Het meest dierlijke geluid klinkt als ‘áhoe’. Dit is geen officieel aanvaardbaar Italiaans meer, maar je hoort het veel op straat in Rome, bij voorkeur hard. De nadruk ligt op de a, maar de oe-klank wordt ook vaak lang aangehouden. Wat je dan krijgt, ligt tussen een overdreven ‘au’ als uiting van pijn, en het geluid van een jankende hond. De betekenis ligt in de buurt van ‘Hé’, zowel in de betekenis van ‘Wat maak je me nou’ als ‘Hé jij daar’.

Tegenover deze rare geluiden op straat staat het formalisme in de geschreven taal, of in de gezwollen toespraken. Het verschil tussen spreek- en schrijftaal is groot. Bovendien wordt een zekere retoriek meestal wel op prijs gesteld. Dat hoort bij het theater. Bloemrijk taalgebruik is, net als een pak van een mooie stof of een goed gesneden jurk, een teken dat iemand belangrijk is. Met name in de bureaucratische taal en in de gezondheidszorg komen nog heel wat archaïsche termen voor. Het geeft status, laat zien dat je de vaktermen kent, en het is een versiering, een mooi lintje om de woorden. Soms is het een teken van oprecht respect.

Maar het ingewikkelde en barokke taalgebruik heeft vaak andere functies vervuld, zegt Tullio Di Mauro, een van de grootste taalkundigen. De zaken omslachtig zeggen biedt ook bescherming. Wie de zaken helder zegt, maakt zich kwetsbaar,’ aldus Marc Leijendekker in Het land van de krul – Italië achter de schermen. Met dit boek biedt Leijendekker ons een kijkje achter de schermen van Italië en de Italiaanse cultuur.

Leijendekker was dertien jaar correspondent in Italië, voor NRC Handelsblad, het NOS- en het Radio 1-journaal en weet dus waarover hij praat, of schrijft in dit geval. Hij laat zien dat Italië een land is van grote contrasten. Verblindende schoonheid en oogstrelend design gaan samen met tot droefheid stemmende lelijkheid. Het noorden van het land is een van de rijkste gebieden van Europa, terwijl grote delen van het zuiden gebukt gaan onder bittere armoede en uitzichtloosheid. Het is een van de belangrijkste industrielanden, maar politiek gezien een lichtgewicht, met politici die door collega’s in de Europese Unie niet altijd serieus worden genomen. Het is een land ook van theater, waar veel gebeurt voor de schone schijn en dingen vaak niet zijn wat ze lijken te zijn. Het is niet het land van de rechte lijn, maar van de krul.

In feitelijke verslagen en persoonlijke verhalen legt Leijendekker de ziel van het huidige Italië bloot. Hij neemt je mee naar een anti-maffiafeest, naar familiebedrijven die met hun vitaliteit de Italiaanse economie aan de praat houden, naar oude mannen die de macht hebben en jonge mannen die tot ver over hun dertigste bij hun moeder blijven wonen. De grote vraag die je door het hele boek heen stiekem in je achterhoofd blijft houden: zal de nieuwe regering de weg inslaan van modernisering? Of blijft Italië vooral een land voor toeristen, waar de zaken gebeuren all’italiana ? De tijd zal het leren, maar vooralsnog blijkt ‘het land van de krul’ de meest treffende omschrijving van het mooie, gekke, bijzondere Italië!

sep 23

‘De vraag die me het meest gesteld wordt, kan ik altijd heel makkelijk beantwoorden. Die vraag luidt: hoe ben je schrijver geworden? En gek genoeg luidt het antwoord: door iemand bijna precies diezelfde vraag te stellen. Dat ik de gelegenheid kreeg om die vraag te stellen kwam in de eerste plaats door een portie buitengewoon geluk. Dat kan ik beter maar even uitleggen.

Mijn geluk was natuurlijk iemand anders zijn pech – wat wel vaker het geval is, heb ik gemerkt. Het telefoontje klonk paniekerig. Het kwam op een zondagavond. Ik werkte nog maar drie weken bij de krant. Dit was mijn eerste betaalde baan als journalist.

Het was mijn baas, hoofd kunstredactie Meryl Monkton, een dame die je niet tegen je moet krijgen. Ze verspilde geen tijd aan flauwekul; dat deed ze nooit. ‘Luister, Lesley, ik zit met een probleem. Ik had morgen naar Venetië gemoeten om Paolo Levi te interviewen.’
‘Paolo Levi?’ vroeg ik. ‘De violist?’

‘Bestaat er nog een andere Paolo Levi dan?’ Ze deed geen moeite om haar ergernis te verbergen. ‘Moet je horen, Lesley, ik heb een ongeluk gehad bij het skiën en ik zit vast in een ziekenhuis in Zwitserland. Jij zult in mijn plaats naar Venetië moeten gaan.’

‘O, wat vreselijk,’ zei ik terwijl ik mijn best deed om niets van mijn opwinding te laten merken. Nog maar drie weken bij de krant en ik ging de grote Paolo Levi interviewen, in Venetië!
Vraag over dat ongeluk, zei ik tegen mezelf. Klink bezorgd. Heel bezorgd.
‘Hoe is dat zo gekomen?’ vroeg ik. ‘Het skiongeluk, bedoel ik.’
‘Tijdens het skiën,’ snauwde ze. ‘Als er íéts is waar ik niet tegen kan, Lesley, is het wel medelijden.’
‘Sorry,’ zei ik.

‘Ik zou het wel uitstellen als ik kon, Lesley,’ ging ze door, ‘maar daar durf ik gewoon niet mee aan te komen. Het heeft me meer dan een jaar gekost om hem zover te krijgen. Het wordt zijn eerste interview sinds jaren. En dan nog heb ik hem moeten beloven dat ik hem niet de verboden vraag zou stellen. Dus stel hem die niet, begrepen? Als je dat wel doet, blaast hij waarschijnlijk het hele interview af – dat heeft hij eerder gedaan. We hebben echt geluk dat we hem hebben, Lesley. Ik zou willen dat ik hem zelf kon interviewen, maar we zullen het met jou moeten doen.’

‘De verboden vraag?’ vroeg ik aarzelend.
Het bleef lang stil aan de andere kant van de lijn…’

Wanneer de jonge journaliste Lesley te horen krijgt dat ze naar Venetië mag om de wereldberoemde violist Paulo Levi te interviewen, kan ze haar oren nauwelijks geloven: Paulo Levi staat erom bekend dat hij een hekel heeft aan interviews. Haar baas drukt haar op het hart dat ze alles mag vragen, behalve die ene, verboden vraag.

Eenmaal thuis bij de violist weet Lesley zich nauwelijks een houding te geven. Dan besluit de maestro zelf dat het, na al die jaren van zwijgen, tijd is om zijn grote geheim prijs te geven. Hij beantwoordt de vraag die niemand mocht stellen en onthult hoe hij als kleine jongen de huiveringwekkende waarheid over het oorlogsverleden van zijn ouders ontdekte.

De verboden vraag is een ontroerend verhaal over de kracht van muziek en de wil om te overleven, met het betoverende Venetië als achtergrond. Dankzij de prachtige illustraties van Michael Foreman ziet de stad er in het boekje nog kleurrijker en sprookjesachtiger uit dan in het echt – en is het contrast met het verleden van Levi’s familie extra groot.

Dat het verhaal zich in Venetië afspeelt, is beslist geen toeval. De schrijver, Michael Morpurgo, was een paar dagen in Venetië toen hij op een avond, op een plein bij de Accademiabrug, een jongetje in pyjama zag, dat op zijn driewieler naar een straatmuzikant zat te luisteren. Morpurgo: ‘Hij was helemaal in de ban van de muziek, die voor hem, en voor mij, recht uit de hemel leek te komen. Daar kreeg ik het idee voor dit verhaal – en Venetië moest daar deel van uitmaken.’

sep 22

‘De zwart-met-zilveren voorsteven van de gondel verdween in een mist zo dik, dat hij siste bij het wijken rond de romp. Bij elke slag van de riem klonk een wervelende en weer in het water wegstromende, vage, onbenoembare melodie.

De gondelier had zo langzaam gevaren dat hij niet helemaal zeker wist of hij de monding van het Canal Grande had bereikt. De lucht leek ingesloten te worden door de façades van de palazzos, waar de adellijke families van Venetië aan het avondmaal zaten, maar voor hem opende zij zich als een geeuw toen hij de brede lagune op voer.

Hij boog zich naar voren en tuurde met scheefgehouden hoofd om zo het geroep van andere gondeliers te kunnen opvangen. Over het water weerklonk een lied. Het geluid kwam uit de buurt van de basiliek van Santa Maria della Salute vandaan, en terwijl hij luisterde hoorde hij het steeds duidelijker worden. Op het laatst kon hij de woorden van de andere gondelier verstaan.

‘Een groep edelvrouwen zag ik daar
op Allerheil’gen, nog vorig jaar.’

De mist verzwolg het antwoord van de gondelier.

‘De voorste bewoog zich zo gracieus,
alsof de Liefde meeliep aan haar rechterzij.’

De andere boot was nu zo dichtbij dat de gondelier een verandering in het geluid van het water hoorde nog voordat beide boten elkaar in tegenovergestelde richtingen voorbijgleden.

‘Zo’n zuiver licht straalde van haar gelaat,
dat het een ziel moest zijn, warm en blij.’

Het geluid van de woorden vervaagde toen de boten zich van elkaar verwijderden. Maar in Venetië is zingen als ademen. De twee gondeliers zongen luidkeels samen door de mist heen tot de afstand te groot werd om door te gaan.

‘Ik verstoutte me te kijken,
en in haar gezicht zag ik toen
de ziel van een engel, echt waar…’

Toen de stem van de gondelier wegstierf, werd het gordijn van de felce opengeschoven, waardoor een gezette vrouw van middelbare leeftijd zichtbaar werd. Ze was gekleed in een losse, donkere mantel en ze droeg een sluier. ‘Ik kan je nauwelijks zien,’ zei ze. ‘Waar zijn we?’
‘De Broglio. Ik meer hier aan.’
‘De Broglio?’ Haar stem schoot omhoog van afkeuring. ‘U hoort ons naar de kade van het Pietà te brengen.’
‘Het is vreselijk vanavond,’ zei de gondelier ter verklaring. Hij schraapte zijn keel en spuwde een grote fluim in de lagune. De boot botste tegen de kade en hij sprong binnensmonds vloekend aan wal. Door het botsen verloor de vrouw haar evenwicht en ze ging mopperend zitten.

‘Luister,’ zei de gondelier die weer aan boord kwam om haar overeind te helpen. ‘Jullie lopen die vijf minuten naar het Pietà sneller dan ik jullie over water kan brengen. Ik heb het gehad voor vanavond.’
De vrouw bromde, alsof ze daarmee wilde zeggen dat hij hier te zijner tijd meer over zou horen, en ze wendde zich van hem af. Enkele minuten later dook ze weer op uit de felce en zette een tas met een schouderband en een afgedekte rieten mand op de bodem van de boot neer.
Ze draaide haar hoofd om. ‘Niet treuzelen,’ riep ze in de richting van de felce.

Een bloot handje schoof het gordijn opzij en er verscheen een gezichtje. Een meisje dat er niet ouder uitzag dan een jaar of zes bleef roerloos staan tot ze een por in haar rug kreeg.
‘Schiet op!’ zei een stem achter haar. Enkele minuten later stonden er twee meisjes op de kade. Het tweede meisje was een jaar of negen.
De vrouw pakte de tas en de mand op. ‘Meekomen,’ zei ze, zonder te kijken of de kinderen haar volgden. Ze stak het piazza zo snel over dat de meisjes haar bijna kwijtraakten in de mist, en ze bleef pas staan toen de rood-met-roomkleurige façade van het paleis van de doge uit de mist oprees. Toen ze zich had georiënteerd, sloeg ze rechtsaf en versnelde opnieuw haar pas. De meisjes moesten zich inspannen om niet te ver achterop te raken. Ze passeerden de ene zuil na de andere en ze voelden die eerder dan dat ze die zagen, omdat hun kleur bijna niet te onderscheiden was van die van de mist.

De vrouw foeterde toen ze over een krat struikelde, daar achtergelaten door een van de kooplieden die tijdens de carnavalsperiode vlak voor de kerst met hun kramen helemaal tot op de Riva degli Schiavoni stonden. Vanuit het afval van die dag steeg de vage reuk op van nat stro en de inhoud van manden waarin gedroogde bloemen en kruiden, sint-jakobsschelpen, van wild gemaakte worst en penetrant ruikende balsems en tonica uitgestald waren geweest.

Vóór hen tekende zich flauw een stenen brug af en daarna nog een, en toen liep de vrouw plotseling een steeg in. Ze liet de grote bronzen klopper hard neerkomen op een van de deuren daar. Kort daarna werd het rooster over het kijkgat opzijgeschoven.
‘Wie is daar?’ zei een vrouwenstem.
‘Annina. Met de twee meisjes.’
Ze hoorden een grendel wegschuiven en het geknars van scharnieren, en toen ging de deur krakend open. Een vrouw met een witte kap op en met eenzelfde mantel aan als Annina gebaarde hun binnen te komen.

‘Vlug. Het is koud,’ zei ze. Haar stem weergalmde in de wandelgang van de binnenhof waar de meisjes zich nu bevonden. ‘Jullie slapen vanavond hier beneden. Annina zal bij jullie blijven. Het is al te laat om de anderen nog te storen.’
In de kamer waar ze hen achterliet stonden alleen een kleine houten bidstoel en een bed, waar de meisjes op gingen zitten, ongemakkelijk en doodstil. De vrouwen bleven buiten nog even zacht met elkaar staan praten.

‘Chiaretta, de jongste, kan zingen,’ zei Annina. ‘En het is een mooi meisje.’
‘En de oudste?’
‘Maddalena. Praat nauwelijks. Er werd me verteld dat ze goed is met haar handen en gehoorzamer dan het andere kind. Maar ik geloof niet dat er veel bij zit.’
Ze wensten elkaar goedenacht. Annina ging de kamer binnen en de andere vrouw verdween in de mist zonder verder nog iets te zeggen.’

In De vier jaargetijden worden de zusjes Maddalena en Chiaretta als vondelingen achtergelaten op de trappen van het Ospedale della Pietà, het klooster dat wereldberoemd is vanwege zijn muziekopleiding en concerten. De oudste, Maddalena, legt zich al op jonge leeftijd toe op het vioolspel. De drie jaar jongere, opstandige Chiaretta blijkt over een prachtige zangstem te beschikken.

In het Pietà ontmoeten zij de beroemde componist en priester Vivaldi, die zijn Vier jaargetijden speciaal voor het klooster heeft geschreven. Zijn verhouding met de kerk is grillig; hij komt en gaat naar gelang zijn temperament en financiën dat toelaten. Maddalena’s gevoelens voor de componist groeien naarmate zij meer met hem samenwerkt. Voor een vrouw in het klooster zijn er echter maar twee opties: non worden of trouwen, en dus zweren ze nooit meer in het openbaar te zingen. Terwijl Maddalena kiest voor haar viool en het kloosterleven, trouwt Chiaretta met een man uit een belangrijke aristocratische familie. Ze wordt uiteindelijk een van de machtigste vrouwen van Venetië.

sep 21

Vivaldi’s Herfst draait om de Romeinse godheid Bacchus, de god van de wijn, hetgeen niet meer dan voor de hand ligt in het seizoen waarin de druiven worden geoogst en de eerste flessen nieuwe wijn worden ontkurkt. Al kent de herfst volgens Vivaldi’s sonnet duidelijk ook zijn minder romantische kanten…

Lees en luister maar mee (via Youtube) – en leer ondertussen ook nog een beetje Italiaans!

Autunno
(Le Quattro Stagioni – Vivaldi)

Celebra il vilanel con balli e canti
del felice raccolto il bel piacere
e del liquor de Bacco accesi tanti
finiscono col sonno il lor godere.

Fa’ ch’ ogn’ uno tralasci e balli e canti
l’aria che temperata dà piacere,
e la stagion ch’ invita tanti e tanti
d’ un dolcissimo sonno al bel godere.

I cacciator alla nov’alba a caccia
con corni, schioppi, e canni escono fuore.
Fugge la belva, e seguono la traccia;
già sbigottita, e lassa al gran rumore
e’ schioppi e cani, ferita minaccia
languida di fuggir, ma oppressa muore.

Zo mooi als in het Italiaans klinkt het in het Nederlands niet, maar hieronder de vertaling voor iedereen die wil weten wat Vivaldi met zijn Herfstsonnet wilde uitdrukken:

Herfst
(uit: De Vier Jaargetijden – Vivaldi)

Met dansen en zingen vieren de wijnboeren
het veilig binnenhalen van de oogst
en beneveld door de drank van Bacchus
vallen ze genietend in slaap.

Het dansen en zingen dooft langzaam uit,
de lucht is aangenaam koel,
en het jaargetijde nodigt iedereen uit
om zorgeloos te genieten en in slaap te vallen.

Bij het aanbreken van de dagenraad gaan de jagers op jacht
met hoorns, geweren en honden gaan ze eropuit.
De prooi slaat op de vlucht en zij volgen het spoor;
het dier is van streek door het lawaai
van geweren en honden, het voelt zich bedreigd, gewond,
probeert met zijn laatste krachten te vluchten, maar redt het niet.

sep 20

‘We voeren in de schemering met onze motorboot van de Piazzetta naar de in het water eindigende trappen van La Fenice. Personeel in livrei hielp ons uit de boot. De stijve witheid van mijn kleren in de duister wordende avondschemering van Venetië en het buitenlicht en de maan en het gemurmel van het water en de zoete, opgewarmde vochtigheid van de bries en daarna het licht in het theater terwijl Carlo mijn hand vasthield, hij had me opgeëist… dat is nu liefde…

En mijn verzet toen hij stevig mijn hand vastgreep en ik mijn greep naar de hand van mijn moeder verlegde en de groene smaak in mijn mond van het ijs en de grote, oprijzende omcirkelende krommingen van het groen met gouden auditorium en het gezoem en gemompel in bastonen, de breed trillende lucht in het auditorium van mensen die praatten en zich rondbewogen, en Carlo, die mijn hand weer opeiste…het is nog steeds liefde, en het is weer liefde…

En toen de muziek ten slotte begon – mijn uitroep, o… het oplaaien van de muziek, van de dansende klanken, de hoge klanken, wentelden en krulden zich, de lage klanken ruisten, als de wind, die welhaast zichtbare muziek… Sneeuwvlokken voor het oor… een landschap dat instabiel door mijn geest snelde, een bewust veroorzaakte hallucinatie van het oor en van de ziel, maar toch werkelijk, zoals Venetië zelf, buiten het auditorium.’

Zo beschreef Harold Brodkey in Profane vriendschap hoe een kind samen met zijn broer en ouders rond 1930 geniet van een voorstelling in La Fenice, het operatheater in Venetië. Dit operatheater is een van de beroemdste theaters in Europa, mede vanwege zijn roerige geschiedenis.

De naam van het theater, Italiaanse voor de feniks, de vogel die telkens weer uit zijn eigen as herrijst, lijkt geen geluk te brengen: het gebouw brandde tot twee keer toe volledig af. In december 1836 sloeg het noodlot voor het eerst toe. Het theater ging in vlammen op; er bleef niks meer over van het prachtige gebouw, dat op 16 mei 1792 was ingewijd met I Giochi di Agrigento, een opera van Giovanni Paisiello.

Gelukkig deed het theater zijn naam eer aan en herrees er spoedig een nieuw La Fenice, naar een ontwerp van de broers Tommaso en Giambattista Meduna. Op 26 december 1837 stonden de eerste operazangers weer op het toneel. In 1844 werd er voor het eerst een stuk van Giuseppe Verdi uitgevoerd, Ernani. In de jaren erna gingen ook Rigoletto, La Traviata en Attila in première in La Fenice.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog waren de deuren van La Fenice gesloten, maar daarna bood het operatheater onderdak aan veel beroemde zangers, zangeressen, koren en dirigenten. In 1930 werd er door de Biënnale van Venetië het eerste internationale festival van hedendaagse muziek georganiseerd, die grote namen trokken, onder wie Stravinsky.

Op 29 januari 1996 werd het theater opnieuw vernield door brand. Men dacht onmiddellijk aan opzet, ook omdat de brand net plaatsvond toen de gracht naast het theater vanwege werkzaamheden was drooggelegd en er dus geen bluswater binnen handbereik was. In maart 2001 veroordeelde de Venetiaanse rechtbank hiervoor twee elektriciens. Na de nodige vertraging slaagde men er in 650 dagen in om de ambiance van het oude theater opnieuw tot leven te brengen.

Venetië heeft ook veel componisten voortgebracht en/of geïnspireerd. Verdi werd vandaag al even genoemd, maar de meest bekende is toch wel Antonio Vivaldi. Hij werd in Venetië geboren, als zoon van een hartstochtelijk violist bij de Cappella di San Marco (die zijn geld verdiende als kapper). Ook Vivaldi werd aangemeld voor deze muzikale groep, maar tegelijkertijd volgde hij een opleiding tot priester.

Vivaldi stond al snel bekend als il prete rosso (‘de rode priester’), waarschijnlijk omdat hij rood haar had. Hij moest zijn priestercarrière echter al vroeg afbreken vanwege zijn hevige astma. Of dat de echte reden was, zullen we nooit weten. Er werd namelijk ook wel gefluisterd dat hij geen missen meer mocht opdragen omdat hij, als hij inspiratie kreeg voor een nieuw muziekstuk, dat gewoon tijdens de mis op ging schrijven of uit ging proberen.

In plaats van priester werd Vivaldi vioolleraar in het meisjesweeshuis van de Pietà – een belangrijke carrièreswitch. Binnen de kortste keren steeg het aanzien van het weeshuis, ook buiten de grenzen van Venetië en zelfs Italië. Omdat meisjes in die tijd eigenlijk helemaal geen muziek mochten spelen, liet hij hen concerten geven van achter een doek.

Het was voor deze meisjes dat Vivaldi de meeste van zijn concerten, cantates en gewijde muziek schreef, waaronder De Vier Jaargetijden. Daarover morgen meer, en overmorgen een artikel over het boek De Vier Jaargetijden, waarin de meisjes van de Pietà een belangrijke rol spelen.

Getagd met:
preload preload preload