dec 28

Nee hoor, mijn leven telt nog geen 18.000 dagen, maar dat van de Italiaanse singer/songwriter Gianmaria Testa wel. Met deze 18.000 dagen drukt hij vijftig jaar van zijn leven uit. Zelf zegt hij hierover: ‘Een vriend van mij zei eens, dat het uitdrukken van je leven in dagen je perspectief verandert. En hij heeft gelijk: alles wordt korter en kleiner. Een dag is een minimale dimensie, een die bijna gemeten kan worden in ademhalingen.’ Dat gegeven inspireerde Gianmaria Testa tot een prachtig nummer voor op zijn nieuwe cd, Vitamia geheten. Luister maar mee via deze link!

18 mila giorni

‘Ci sono stati giorni, Vitamia,
che tutto aveva un nome
e di quel nome qualche voce
si prendeva libertà
e giorni così bianchi di finestre accese
da non poterti dire come.

Tu trovameli adesso, Vitamia,
trovali,
portameli qua
e giorni così bianchi di finestre accese
e di parole nuove.
Tu cercali, Vitamia, cercali,
portameli qua.

Ci sono stati giorni, Vitamia,
che anche il giorno aveva un nome
e di quel nome qualche mano
si prendeva libertà
e giorni così lunghi di parole accese
da non poterti dire come.

Tu trovameli adesso, Vitamia,
trovali,
portameli qua
e giorni così lunghi di finestre accese
e di parole nuove.
Tu cercali, Vitamia, cercali adesso,
portameli qua.’

Op zijn nieuwste album zingt Testa vooral over persoonlijke en politieke gebeurtenissen die een grote impact hebben gehad tijdens zijn vijftigjarige muziekcarrière. Op Vitamia is Testa te horen zoals iedereen hem tot voor kort kende een muziekartiest die al sprekend, zingend en mompelend met een ietwat rauwe stem zichzelf begeleidt op gitaar en zingt over alledaagse onderwerpen. Zo zingt hij in zijn song Nuovo met ontroerend warme stem over zijn zoontje. Maar Testa laat op dit nieuwe album ook een ander geluid horen; songs waarin het warme geluid plaatsmaakt voor een meer steviger geluid.

Testa in Nederland
Op 10 mei 2012 is Gianmaria Testa in Nederland voor een concert in de Lantaren/Venster te Rotterdam. Alvast in de sfeer komen? Bestel dan hier de nieuwe cd van Gianmaria Testa, en geniet onder andere van zijn 18.000 dagen!

Fotograaf Marco Louter ging samen met Leo Blokhuis op bezoek bij Gianmaria Testa en schreef voor het blad Jazzism een artikel over deze bijzondere ontmoeting. Een aantal van zijn foto’s kun je via deze link bekijken!

Getagd met:
nov 30

Gisteren stapte ik in Florence op de trein, op weg naar het noorden, naar Milaan, waar de voorbereidingen voor de feestelijke decembermaand al in volle gang zijn. Maar voor ik vertrok nam ik afscheid van de stad. Ik wandelde nog even langs de pleinen die inmiddels net zo vertrouwd zijn als de Amsterdamse grachten. Ik zei de vriendelijke barista gedag, nam afscheid van alle nieuwe en oude vrienden.

De taxichauffeur die me naar het station bracht, neuriede mee met een liedje op de radio. Een toepasselijk liedje tijdens deze voorlopig laatste rit door de stad: Porta un bacione a Firenze, van Carlo Buti. Een liedje over heimwee naar Florence, een fenomeen dat mij niet onbekend is. Gelukkig zal de heimwee dit keer niet lang aanhouden, want in januari keer ik weer terug – met een heleboel bacioni op zak denk ik… Laat tegen die tijd maar weten als ik ook voor jou een kus mag uitdelen!

Luisteren (en kijken) kan via deze link

‘Partivo una mattina co’i’ vapore
e una bella bambina gli arrivò.
Vedendomi la fa: Scusi signore!
Perdoni, l’è di’ ffiore, sì lo so.
Lei torna a casa lieto, ben lo vedo
ed un favore piccolo vi chiedo.
La porti un bacione a Firenze,
che l’è la mia città
che in cuore ho sempre qui.
La porti un bacione a Firenze,
lavoro sol per rivederla un dì.

Son figlia d’emigrante,
per questo son distante,
lavoro perchè un giorno a casa tornerò.
La porti un bacione a Firenze:
se la rivedo e’ glielo renderò.

Bella bambina! le ho risposto allora.
Il tuo bacione a casa porterò.
E per tranquillità sin da quest’ora,
in viaggio chiuso a chiave lo terrò.
Ma appena giunto a casa te lo giuro,
il bacio verso il cielo andrà sicuro.
Io porto il tuo bacio a Firenze
che l’è la tua città
ed anche l’è di me.
Io porto il tuo bacio a Firenze
nè mai, giammai potrò scordarmi te.

Sei figlia d’emigrante,
per questo sei distante,
ma stà sicura un giorno a casa tornerai.
Io porto il tuo bacio a Firenze
e da Firenze tanti baci avrai.

L’è vera questa storia e se la un fosse
la può passar per vera sol perchè,
so bene e’lucciconi e quanta tosse
gli ha chi distante dalla patria gli è.
Così ogni fiorentino ch’è lontano,
vedendoti partir ti dirà piano:
La porti un bacione a Firenze;
gli è tanto che un ci vò;
ci crede? Più un ci stò!
La porti un bacione a Firenze;
un vedo l’ora quando tornerò.
La nostra cittadina
graziosa e sì carina,
la ci ha tant’anni eppure la
n’invecchia mai.

Io porto i bacioni a Firenze
di tutti i fiorentini che incontrai.’

nov 27

Zoals ik gisteren al schreef, is het dit jaar precies 100 jaar geleden dat filmcomponist Nino Rota geboren werd. Naast het uitgebreide programma dat tot en met februari in de Nederlandse filmhuizen te zien is, is er meer nieuws rondom deze Italiaanse componist.

Jazzensemble I Compani heeft namelijk een cd uitgebracht met eigen interpretaties van de muziek van Rota. Leider en saxofonist/componist Bo van de Graaf wordt tot op heden geboeid door het werk van de Italiaanse componist en speelt regelmatig zijn muziek. Op de cd vind je dan ook een selectie van de diverse producties die I Compani sinds 1985 uitbracht.

In dat jaar bracht I Compani voor het eerst een programma met Rota’s filmmuziek; een combinatie van scènes uit diverse films van Fellini (La Strada, La Dolce Vita, Otto e mezzo, Amarcord, Roma etc.) met live muziek van Fellini’s huiscomponist Nino Rota. De meeslepende, melancholische maar ook vaak humoristische muziek van Rota werd toen voor het eerst door bandleider Bo van de Graaf bewerkt voor een modern jazzseptet met veel ruimte voor improvisaties.

Het programma werd meer dan honderd keer gespeeld in binnen- en buitenland. In 1985 bracht Bo van de Graaf zelfs een bezoek aan Fellini in zijn filmstudio in Cinecittà (Rome), alwaar hij hem blij verraste met de eerste elpee van I Compani.

Nu is er, ter ere van de honderdste geboortedag van Rota, een nieuw album. Deze cd bevat 25 tracks (met een totale speelduur van bijna 79 minuten). I Compani brengt onder andere filmmuziek van Lo Sceicco Bianco, La Dolce Vita, Rocco e i suoi fratelli, Amarcord, Otto e mezzo en Casanova ten gehore. De nummers worden uitgevoerd door bekende Nederlandse jazzmusici, onder wie drummer Martin van Duijnhoven, pianist Jeroen van Vliet, zangeres Simin Tander en saxofoniste Vera Vingerhoeds.

Een fragment met samples van de cd vind je hier: Rota samples

Naast de honderdste geboortedag van Nino Rota viert I Compani dit jaar zelf ook feest. Het jazzensemble bestaat namelijk 25 jaar en viert dit met de productie Mangiare!, waarin – zoals de naam al doet vermoeden – eten centraal staat.

De relatie met film is ook in dit stuk niet ver te zoeken. Er zijn fragmenten uit bekende en minder bekende films te zien. Ook komen er persoonlijke statements in voor over de relatie van de musici met eten. De muziek volgt de smaak en de structuur van het eten: We horen taaie, zure, droge en bittere muziek. Exotische gerechten worden voorzien van passende klanken.

Bij een jubileum hoort natuurlijk ook een terugblik: enkele ijzersterke stukken uit het rijke verleden krijgen nieuwe arrangementen. En uiteraard is er ook in dit programma ruimte voor de muziek Nino Rota, waarmee het 25 jaar geleden allemaal begon…

Mangiare! is nog te zien op vrijdag 2 december in Plaza Futura (Eindhoven) en op zondag 18 december in Het Heerenlogement (Beusichem). Maar ook naar deze heerlijke muziek kun je thuis luisteren, met de cd die I Compani heeft uitgebracht.

De cd met filmmuziek van Nino Rota kost slechts 10 euro en is tot en met de feestdagen nog zonder verzendkosten te bestellen bij I Compani. De cd van het jubileumprogramma Mangiare! kost € 12,50. Als je het bedrag overmaakt op ING 406 33 46 t.n.v. I Compani Nijmegen en o.v.v. CD Rota of CD Mangiare en je adres, heb je de cd met een paar dagen in huis. Voor meer informatie kun je natuurlijk ook eerst een kijkje nemen op www.icompani.nl

Getagd met:
nov 26

Tot en met februari 2012 staat een groot aantal Nederlandse filmhuizen in het teken van de Italiaanse filmcomponist Nino Rota, die onder meer de muziek van The godfather-trilogie van Francis Ford Coppola en van de meeste films van Federico Fellini componeerde.

Wonderkind en Oscarwinnaar Nino Rota (1911-1978) is een van de belangrijkste filmcomponisten van de twintigste eeuw. Hoewel zijn naam minder bekend is bij het grote publiek, kent vrijwel iedereen zijn werk. Hij is degene die de muziek voor de eerste twee delen van The godfather-trilogie bedacht, net als de muziek die onlosmakelijk is verbonden met Fellini’s La strada, La dolce vita en Il Casanova. Ook componeerde Rota voor regisseurs als Luchino Visconti (Il gattopardo) en Franco Zeffirelli (Romeo and Juliet).

Naast filmmuziek heeft Rota een gevarieerd klassiek oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit kamermuziek, symfonische en religieuze muziek, gezangen en opera’s. Zowel zijn kamermuziekwerken als zijn concerten en symfonieën zijn tonaal, doen soms klassiek en soms romantisch aan en zijn op een bijzondere manier zeer oorspronkelijk en herkenbaar. Rota maakt geen onderscheid tussen filmmuziek en serieuze muziek. Het gevolg van die mentaliteit is dat regelmatig delen van zijn filmmuziek in zijn overige composities verschijnen en vice versa.

Rota’s werk is van onbesproken muzikale kwaliteit; het zijn autonome composities die overeind blijven zonder de filmbeelden erbij te zien. Je zou zelfs kunnen stellen dat zonder zijn bijdrage de films waarvoor hij de muziek schreef minder grote meesterwerken zouden zijn geworden. Nino Rota maakt er geen geheim van dat hij voor zijn composities regelmatig gebruik maakt van muzikale verwijzingen. Bij tijd en wijle citeert hij uit zowel eigen werk als werk van anderen, haalt hij stukken muziek aan, veroorlooft hij zich imitaties, maakt hij gebruik van pastiche en hergebruikt hij zijn eigen composities. Zo liep Rota ooit de Oscar voor Beste Filmmuziek voor The godfather mis, omdat hij hierin een eerdere, door hem zelf gecomponeerde melodie hergebruikt.

The Godfather

Het programma dat nog tot en met februari 2012 langs de filmtheaters rouleert, bestaat uit ongeveer twintig films waarvoor Rota de muziek componeerde. Deelnemende filmtheaters zijn:

Chassé Cinema, Breda
Concordia Cinema, Enschede
De Lieve Vrouw, Amersfoort
Filmhuis Den Haag
Filmhuis De Keizer, Deventer
Filmschuur Haarlem
Filmtheater Hilversum
Filmtheater ‘t Hoogt, Utrecht
Focus Filmtheater, Arnhem
ForumImages, Groningen
Het Ketelhuis, Amsterdam
LantarenVenster, Rotterdam
Lumière, Maastricht
Lux, Nijmegen
Oostereiland, Hoorn
Plaza Futura, Eindhoven
Verkadefabriek, ’s-Hertogenbosch

In Filmhuis Den Haag is bovendien tot half december 2011 een kleine tentoonstelling te zien, met filmaffiches, magazine covers, reclamemateriaal en stills van films waarvoor Rota de muziek componeerde. Het Residentie Orkest verzorgt op de geboortedag van de maestro (3 december precies 100 jaar geleden) een avondvullend concert met filmmuziek van Nino Rota in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag.

Nino Rota

Het EYE Film Instituut Nederland (Filmmuseum) te Amsterdam sluit van 15 tot en met 20 december aan bij het programma, met de vertoning van bijzondere films uit hun archief.

Meer informatie over Nino Rota en het programma dat deze winter in de filmtheaters wordt georganiseerd, vind je hier. Morgen duiken we dieper in de filmmuziek zelf, aan de hand van een nieuwe cd van I Compani. Uiteraard met fragment om te luisteren!

Getagd met:
okt 29

Ja, je leest het goed, vandaag nemen we afscheid van Rome – voorlopig althans – met een van de mooiste afscheidsliedjes ooit; Arrivederci Roma. Luister maar mee!

Arrivederci Roma

T’invidio turista che arrivi,
t’imbevi de fori e de scavi,
poi tutto d’un tratto te trovi
fontana de Trevi ch’e tutta pe’ te!

Ce sta ‘na leggenda romana
legata a ’sta vecchia Fontana
per cui se ce butti un soldino
costringi er destino a fatte tornà.

E mentre er soldo bacia er fontanone
la tua canzone in fondo è questa qua!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si ritrova a pranzo a Squarciarelli
fettuccine e vino dei Castelli
come ai tempi belli che Pinelli immortalò!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si rivede a spasso in carozzella

e ripensa a quella ‘ciumachella’
ch’era tanto bella e che gli ha detto sempre ‘No!’

Stasera la vecchia Fontana
racconta la solita luna

la storia vicina e lontana
di quella inglesina che un giorni parti

Io qui, proprio qui l’ho incontrata…
E qui, proprio qui l’ho baciata…
Lei qui con la voce smarrita
m’ha detto:’E’ finita ritorno lassù!’

Ma prima di partire l’inglesina
buttò la monetina e sospiro:

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Voglio ritornare a via Margutta

voglio rivedere la soffitta
dove m’hai tenuta stretta stretta in braccio a te!

Arrivederci, Roma…
Non so scordarti più…
Porto in Inghilterra i tuoi tramonti
porto a Londra Trinità dei Monti,
porto nel mio cuore i giuramenti e gli ‘I love you!’

Mentre l’inglesina s’allontana
un ragazzinetto s’avvicina
va nella fontana pesca un soldo e se ne va!

Met dit liedje in mijn hoofd wandel ik straks nog even langs de Trevifontein, om er ook dit keer weer een muntje in te gooien. Zo weet ik zeker dat ik – en daarmee jullie – weer terug zullen keren in deze ondoorgrondelijke, onuitputtelijke stad. Arrivederci Roma!

sep 23

Hoe mooi is de hemel boven de Via Margutta, zo zingt Luca Barbarossa over deze sfeervolle Romeinse straat waar we gisteren doorheen wandelden. Voor iedereen die graag wegdroomt bij prachtige Italiaanse muziek is dit liedje een absolute aanbeveling, zowel qua tekst als qua setting! Luister maar: Via Margutta

‘Sta cadendo la notte
sopra i tetti di Roma,
tra un gatto che ride
e un altro che sogna
di fare l’amore,
sta cadendo la notte
senza fare rumore.

Sta passando una stella
sui cortili di Roma
e un telefono squilla,
nessuno risponde
a una radio che parla,
è vicina la notte,
sembra di accarezzarla.

Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta questa sera,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
dei bombardamenti e dei pittori,
dei giovani poeti e dei loro amori
consumati di nascosto
in un caffè.
Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta insieme a te,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
che ci ha visto soffrire,
che ci ha visto partire,
che ci ha visto ..

Scende piano la notte
sui ricordi di Roma,
c’è una donna che parte
un uomo che corre,
forse vuole fermarla,
si suicida la notte,
non so come salvarla.

Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta questa sera,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
dell’oscuramento e dei timori,
dei giovani semiti e dei loro amori
consumati di nascosto
in un caffè.

Amore sapessi com’era il cielo
a Roma qualche tempo fa,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo,
la stessa città,
che ci guarda partire
e volerci bene,
che ci guarda lontani
e di nuovo insieme,
prigionieri di questo cielo,
di questa città,
che ci ha visto soffrire,
che ci ha visto partire,
che ci ha visto.

È vicina la notte
sembra di accarezzarla…’

Voor iedereen die het Italiaans nog niet zo machtig is, hieronder een zeer vrije vertaling van mijn hand:

‘De nacht begint te vallen
over de daken van Rome,
tussen een kat die lacht
en een ander die droomt
over het bedrijven van de liefde,
begint de nacht te vallen
zonder geluid te maken.

Er komt een ster voorbij
over de binnentuinen van Rome
en een telefoon rinkelt,
niemand antwoordt
op een radio die aanstaat,
de nacht is dichtbij,
lijkt haar zachtjes aan te raken.

Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Margutta deze avond is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van de bombardementen en van de schilders,
van de jonge dichters en hun liefdes
waarvan ze stiekem genieten
in een café.
Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Margutta samen met jou is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van degene die ons heeft zien lijden,
ons heeft zien vertrekken,
ons heeft zien…

De nacht daalt langzaam neer
over de herinneringen aan Rome,
er is een vrouw die vertrekt
en een man die rent,
misschien wil hij haar tegenhouden,
de nacht maakt er een einde aan,
ik weet niet hoe ik haar moet redden.

Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Marguatta deze avond is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van de verduistering en de angst,
van de jonge semieten en hun geliefden
waarvan ze stiekem genieten
in een café.

Liefje, als ik zou weten
hoe de hemel boven Rome
enige tijd geleden was,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het een andere hemel,
een andere stad,
die ons ziet vertrekken
en ons een warm hart toedraagt,
die ons op grote afstand ziet
en weer opnieuw bij elkaar,
gevangenen van deze hemel,
van deze stad,
die ons heeft zien lijden,
die ons heeft zien vertrekken,
die ons heeft gezien.

De nacht is dichtbij,
en lijkt ons zachtjes aan te raken.’

Getagd met:
jun 29

De tuin van Puccini beschrijft het geheime leven en de affaires van Giacomo Puccini, een van de populairste operacomponisten aller tijden. Zijn gepassioneerde relaties met opvallende vrouwen inspireerden de componist bij het schrijven van zijn wereldberoemde composities. Overal waar hij kwam, had hij verhoudingen, maar hij keerde altijd terug naar zijn vrouw Elvira, die hem ondanks zijn losbandigheid trouw bleef.

Een fragment:

‘Puccini zet zijn autokapje op om gevolg te geven aan een uitnodiging van zijn vriend Alfredo Caselli in het nabijgelegen Lucca. Eerst wil hij in verband met zijn chronische keelpijn langsgaan bij een specialist, daarna is een schijnbaar toevallig tot stand gekomen gesprek met de nog steeds gekrenkte librettist Giacosa gepland, die, volgens Caselli, voorzichtig heeft laten doorschemeren dat hij zich misschien toch weer wil verzoenen.

Je gaat naar Lucca?
Ja.
Elvira wijst hem erop dat Caselli de hele familie heeft uitgenodigd. Het zou, zegt ze ongebruikelijk kalm, een gelegenheid zijn om de hechte familieband te demonstreren, ze vindt dat Giacomo haar dat niet kan weigeren.

De zoon, die is aan komen draven, sluit zich bij haar aan: laten we met z’n allen gaan, pap!
Giacomo voelt zich in het nauw gedreven. Wat jullie er ook van denken – het is echt waar dat ik naar Caselli ga…
Des te beter, vindt Tonio. De jongen gedraagt zich tamelijk eigenwijs, hij is geïnstrueerd door zijn moeder.

Pin is er. Ik moet met hem over veranderingen in het libretto praten. Dat is heel saai voor jullie. Een gesprek onder mannen. Erger: onder kunstenaars. Verschrikkelijk saai!
Heus, pap! We zullen jullie niet storen.
Giacomo heeft eigenlijk geen reden om het verzoek te weigeren, uiteindelijk slaakt hij een zucht en knikt dat hij akkoord gaat. Elvira aait hem dankbaar over het voorhoofd.
Ik moet me alleen nog even verkleden! Guido rijdt!

Als ze allebei in het huis verdwijnen, gooit Giacomo het autokapje in het zand, boos op zichzelf en op zijn zoon, die door zijn moeder blijkbaar strategisch is ingezet en gemanipuleerd en die geen enkele reden heeft om zich op zo’n avond te verheugen. Dodelijk verveeld zal Tonio ergens in een hoekje zitten, terwijl de mannen roken en drinken en over kunst en cultuurpolitiek discussiëren, terwijl de vrouwen over vrouwenzaken praten. Wat is erger?

Het idee dat Tonio bang zou kunnen zijn voor een op handen zijnde scheiding van zijn ouders, komt pas relatief laat bij hem op. Waarna zijn boosheid meteen verdwijnt. Bijna ontroerd laat hij de Clément voltanken.

Het wordt een ontspannen ritje. Puccini geeft de chauffeur af en toe de opdracht wat meer gas te geven, er is immers nog veel meer uit die brik te halen. Guido Barsuglia, een rustige, sommigen zeggen zelfs een doodsaaie vent, reageert niet. Dat hoeft hij ook niet als bevelen elkaar tegenspreken.
Laat je niet door mijn man opjutten, Guido! We willen tenslotte van het landschap genieten!

De snelheid waarmee ze door het te genieten landschap racen bedraagt bijna vijftien mijl per uur. Puccini, op de passagiersstoel, lijdt. Het gaat zo langzaam, bromt hij in zichzelf. Het is – té langzaam. Alles. Over vijftig jaar, stelt hij zich voor, zal de wereld zo veel sneller zijn, automobielen voor heel normale burgers zullen ongetwijfeld drie keer zo snel zijn, ’s ochtends rijd je weg in Parijs en ’s middags kun je misschien al de daken van Londen zien. Wat een prachtig vooruitzicht! En hoe erbarmelijk deze tijd, met deze slak, in wiens dunne huisje hij nu, meer dan alleen in metaforische zin, over de weg kruipt. […]

Puccini, Giacosa, Vandini en Caselli trekken zich achter in de kamer terug, nemen een paar Braziliaanse sigaren uit de humidor. Maestro Guido Vandini, die in Lucca bij het Teatro del Giglio als artistiek directeur is aangesteld, benut dapper de hem vergunde vijf minuten, probeert Puccini over te halen de tweede opvoering van de Butterfly in Lucca te laten plaatshebben, maar zonder succes. Lucca, met zijn tweederangs zangers, moet wachten tot het stuk een paar jaar in de grote operahuizen is opgevoerd.’

Lees meer over Puccini en zijn bijzondere leven in en om Lucca in

De tuin van Puccini
Helmut Krausser
vertaald door Gerda Meijerink
ISBN 9789044514469
€ 19,90
uitgeverij de Geus

Getagd met:
jun 28

Un bel dì, vedremo
levarsi un fil di fumo sull’estremo
confin del mare.
E poi la nave appare
E poi la nave è bianca.
Entra nel porto, romba il suo saluto.
Vedi? È venuto!
Io non gli scendo incontro, io no. Mi metto
là sul ciglio del colle e aspetto, aspetto
gran tempo e non mi pesa
la lunga attesa.
E… uscito dalla folla cittadina
un uomo, un picciol punto
s’avvia per la collina.
Chi sarà? Chi sarà?
E come sarà giunto
che dirà? che dirà?
Chiamerà Butterfly dalla lontana.
Io senza far risposta
me ne starò nascosta
un po’ per celia, un po’ per non morire
al primo incontro, ed egli alquanto in pena
chiamerà, chiamerà:
‘Piccina – mogliettina
olezzo di verbena’
i nomi che mi dava al suo venire.

Zo luidt een van de aria’s uit Madame Butterfly, een van de bekendste opera’s van Giacomo Puccini. Puccini werd op 22 december 1858 geboren in Lucca. Ondanks het feit dat Puccini overal ter wereld kwam om zijn opera’s ten gehore te brengen, bleef hij zijn geboorteplaats trouw. Lucca was zijn muze, zijn inspiratiebron.

Er zijn nog veel plekken die aan hem herinneren, zoals het bronzen beeld op de Corte di San Lorenzo, vlak bij de Via Fillungo. Het beeld staat op een steenworp afstand van zijn vroegere woonhuis dat tegenwoordig is ingericht als museum. Helaas is het op dit moment gesloten vanwege een langdurige restauratie. Het museum toont onder andere schetsen, kostuums, brieven en de piano waarop Puccini de opera Turandot heeft gecomponeerd.

Een andere plek die aan Puccini herinnert, is Istituto Musicale Boccherini aan Piazza del Suffragio. Hier was hij een van de meest begaafde leerlingen. Het instituut doet nog altijd dienst als conservatorium. In het Teatro del Giglio kun je op zondagochtend een concert bijwonen, waarin stukken van Puccini ten gehore worden gebracht.

‘Dit is het paradijs!’ schijnt Puccini geroepen te hebben toen hij voor het eerst het meer van Massaciuccoli zag. Hij kocht dan ook binnen de kortste keren een villa aan de oever van dit meer, in het plaatsje Torre del Lago. In deze villa, die tegenwoordig dienst doet als museum en waar Puccini samen met zijn vrouw begraven is, componeerde Puccini zijn bekendste opera’s: Tosca, Madame Butterfly en La Bohème.

Aan de oevers van het meer wordt elk jaar in de zomer het Puccini Festival gehouden. Van half juli tot half augustus wordt er een groot theater gebouwd, dat deels over het wateroppervlak valt. Een schitterend decor voor de opera’s van Puccini; in de zwoele buitenlucht bezorgen de klanken van Puccini’s Madame Butterfly je nog meer kippenvel!

Het Puccini Festival is op initiatief van Giacomo Puccini zelf in het leven geroepen, in 1930. Het eerste theater was echter nog maar een provisorisch geheel, dat door zijn vrienden zelf in elkaar was getimmerd. De eerste opvoering in Puccini’s eigen theater was La Bohème. In 2011 keert deze opera weer terug naar Torre del Lago, net als Madame Butterfly.

Sinds 1930 is het festival enorm gegroeid. Tegenwoordig trekt het ruim 40.000 bezoekers en moet je de kaartjes echt ver van tevoren reserveren. In het theater hebben de grootste operazangers gestaan: Mario del Monaco, Giuseppe Di Stefano, Luciano Pavarotti, Placido Domingo, José Carreras, Andrea Bocelli… Kaartjes voor dit muzikale spektakel kun je reserveren via www.puccinifestival.it

jun 03

Wees gerust, de Franse titel van vandaag betekent niet dat ik Italië vaarwel heb gezegd. Een Italofiel wordt nu eenmaal niet zo gemakkelijk een Francofiel… Sinds gisteren draait de film Tous les soleils in de Nederlandse bioscopen, en dit alledaagse maar toch bijzondere verhaal over een Italiaan in Straatsburg wilde ik jullie niet onthouden.

Tous les soleils klinkt dan wel Frans, maar deze nieuwe film van Philippe Claudel (bekend van onder andere Il y a longtemps que je t’aime) heeft een mix van Franse en Italiaanse acteurs. De belangrijkste is Alessandro, een Italiaan die met zijn broer en zijn vijftienjarige dochter Irina in Straatsburg woont. Hij werkt als docent barokke muziek en doet dat met de passie die de meeste Italianen eigen is.

Broer Crampone is een onschuldige anarchistische idioot die sinds Berlusconi aan de macht kwam politiek asiel probeert te verkrijgen. Soms heeft Alessandro het gevoel dat hij twee tieners moet opvoeden. Terwijl hij een modelvader probeert te zijn en geniet van het gezelschap van zijn grote groep vrienden, is hij vergeten hoe hij weer een liefdesleven opbouwt. Wanneer zijn dochter voor het eerst verliefd wordt, komt ook Alessandro’s leven op zijn kop te staan – hetgeen zorgt voor hilarische maar ook ontroerende momenten. Een impressie:

Claudel weet met dit nieuwe verhaal, dat hij speciaal schreef voor de film en dat dus nog niet eerder in boekvorm is geschreven, een film te maken die zich beweegt tussen hoop en vrees. Er valt veel te lachen, vooral dankzij Crampones idiote bijdrage, maar er wordt ook een gevoelige snaar geraakt – niet zelden dankzij de prachtige muziek.

Naast Alessandro, Crampone en Irina kent Tous les soleils namelijk nog een Italiaanse hoofdrolspeler, namelijk de muziek, en in het bijzonder de tarantella. Men beweert dat deze volksdans uit Zuid-Italië magische krachten heeft, in het bijzonder om mensen te genezen van pijntjes, liefdesverdriet en melancholieke gevoelens.

Philippe Claudel heeft zich erg door deze dans, het ritme en de achterliggende betekenis laten beïnvloeden. ‘Ik droomde steeds weg bij het idee van een professor die oorspronkelijk uit Italië komt en die de geschiedenis van de muziek van ‘zijn’ volk probeert over te brengen aan studenten in Straatsburg. Zijn hart klopt sneller bij het horen van Italiaanse muziek, en hij schroomt niet om op de tafels te dansen voor het oog van zijn studenten.’

Toch zit er achter deze lichtvoetige professor een gekwetst man. Zijn grote liefde, Louise, kwam om bij een auto-ongeluk toen hun dochter nog maar een paar maanden oud was – inmiddels vijftien jaar geleden. Alessandro kan zich niet over het verdriet heen zetten. Hoewel hij opgewekt de tarantella danst voor zijn studenten of met zijn vrienden van een goed glas wijn geniet, wordt hij van binnen verscheurd door verdriet. In al die tijd heeft hij nooit een nieuwe relatie gehad. Wel zorgt hij met ziel en zaligheid voor zijn dochter en zijn broer, een rascommunist die overal en altijd in zijn badjas rondwandelt.

Claudel: ‘Het verhaal is ontstaan uit de muziek, of beter nog, uit het effect dat muziek op me had. En dan bedoel ik niet alleen letterlijk muziek zoals we dat kennen van liedjes op radio en televisie, maar ook de muziek die ontstaat als verschillende mensen met elkaar praten, zeker als ze allemaal verschillende accenten hebben. De melodie van alle woorden binnen een familie of een groep vrienden vormen een uniek muziekstuk. Dat geldt eveneens voor onze huidige cultuur: het is een mix van verschillende mensen, talen en interpretaties.

Ik koos overigens niet alleen voor Straatsburg omdat hier zoveel verschillende talen en accenten te vinden zijn, maar ook omdat de stad me elke keer weer raakt. De stad, die eigenlijk altijd onderbelicht is gebleven in Franse films, heeft zoveel verschillende plekjes die stuk voor stuk prachtig zijn, om er te leven maar zeker ook om te filmen. De straatjes die bijna Italiaans aandoen, het water, de fietsers, en dichtbij de wijngaarden in de Elzas en de Vogezen.’

Samen met de hoofdrolspelers maakt de stad van Tous les soleils een lichtvoetige komedie die aanzet tot filosoferen over de liefde – net als het leven zelf. Kijken dus!

 

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards! 

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com. 

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/ 

Grazie mille enne… zeg het voort! 

Saskia

feb 22

Zwart water is de nieuwste thriller van Corine Hartman, die zich afspeelt in Venetië. Hoofdpersoon is Frederique van Ostende, een befaamd violiste. Overal waar ze optreedt mag ze staande ovaties in ontvangst nemen, en in binnen- en buitenland oogst ze lovende kritieken op haar gepassioneerde spel. Ook de carrière van haar man Davide staat in de vijfde versnelling; hij is betrokken bij het Mose-project in Venetië, een groots plan om de overstromingen te lijf te gaan in deze historische stad. Zijn ultieme uitdaging.

Onder het rimpelloze oppervlak van een succesvol leven blijkt echter een groot verdriet schuil te gaan. Verdriet dat de symfonieën en sonates van Frederique een ondertoon verleent van schuld en spijt.

In korte tijd worden drie mensen op gruwelijke wijze vermoord. Het onderzoek van inspecteur Kees-Jan van Aerendonck leidt steeds weer in de richting van Davide en Frederique. Van Aerendonck is een ervaren rot, maar ditmaal staat hij voor een raadsel. De oplossing laat zelfs het duistere water in de Venetiaanse lagune niet onberoerd…

Een fragment: ‘Een uur later loop ik door de Venetiaanse straten. Davide bood aan me weg te brengen met onze boot, waarin hij hier vrijwel dagelijks rondvaart, verontrust om zich heen kijkend naar de desastreuze gevolgen van het wisselende waterpeil voor de eeuwenoude bouwwerken. Ik bedankte hem; het is rustig in de stad en ik heb tijd genoeg. In sommige steegjes richting het water liggen de houten vlonders alweer klaar; verwachten ze een dezer dagen hoogwater?

Tussen de vele reclameposters voor opera’s en musea stuit ik op een afbeelding van een griezelige figuur in een lange, zwarte mantel met een rare snavel, die me kippenvel bezorgt. Als ik de tekst erbij vluchtig bekijk, blijkt het om een kunstwerk te gaan. Een schilderij, dat een pestarts toont en in het Museo Correr wordt geëxposeerd. Ik besluit ter plekke daar niet naartoe te willen. ‘O bah, Isabelle, kun je het je voorstellen? Die vieze ratten, met de vlooien die hun bloed opzogen, hielden zich vast schuil in vochtige kelders en besmetten het eten van de mensen. En het water, natuurlijk. Gelukkig heeft papa dat probleem er niet ook nog bij.’

Ik kan me makkelijk voorstellen dat zo’n ziekte hier nu nog rond zou waren, dat er in die geheimzinnige, donkere huizen doodzieke mensen liggen te creperen met hun etterende zweren en bloedingen die hun lichaam zwart kleuren. Ik huiver, en loop snel door. ‘Zou ik je wel hebben kunnen redden van een duistere ziekte als de pest, vroeger? Isabelle?’

Het water en de lucht hebben vandaag een identieke, loodgrijze kleur. Hoewel, zo hier en daar bespeur ik in de lucht een spoor blauw, waarmee Venetië haar best lijkt te doen iets van de voorbije zomer vast te houden. Wat mij betreft vergeefse moeite: ik heb het koud. De meeste gondels liggen onder hun felblauwe dek te wachten op drukkere tijden, alleen een enkele Japanner heeft zich laten verleiden tachtig euro te betalen voor een stadsgezicht vanaf het water. Ik hoop dat Vivaldi’s geest, die hier nog moet rondwaren, me zal beroeren en me vanavond tot een ongeëvenaard niveau zal doen stijgen.’

Vivaldi herfstsonnet, dat voor in het boek staat, zet de toon voor de teneur van het verhaal:

Celenra il Villanel con balli e canti
del felice raccolto il bel piacere
e del liquor di Bacco accesi tanti
finiscono col sonno il lor godere.

Fà ch’ogn’uno tralasci e balli e canti
l’aria che ha temperata dà piacere,
e la stagion ch’invita tanti e tanti
d’un dolcissimo sonno al bel godere.

I cacciator alla nov’alba a caccia
con corni, schioppi, e cani esconno fuore
fugge la belva, e seguono la traccia.

Già sbigottita, e lassa al gran rumore,
de’ schioppi e cani ferita minaccia
languida di fuggir, ma oppresa muore.

(zie Ciao tutti van 21 september 2010 voor de vertaling)

Wat doet het met je als leven overleven wordt? Zwart water is een thriller die je hart doet overslaan, maar die tegelijkertijd laat zien hoe onvoorwaardelijk liefde kan zijn…

Zwart water
Corine Hartman
ISBN 9789061126577
€ 15,00
Karakter Uitgevers

Getagd met:
preload preload preload