dec 20

Voor zover bekend is Artemisia Gentileschi de enige vrouw die een beroemde Annunciatie heeft geschilderd. Artemisia werd geboren in Rome, waar ze van haar vader, Orazio Gentileschi, leerde hoe ze het penseel moest hanteren. Op advies van haar vader ging ze in de leer bij Agostino Tassi, een schilder die voornamelijk landschappen vastlegde.

Tassi leerde Artemisia de kunst van het perspectief, maar maakte misbruik van zijn positie als leraar. Hij misbruikte Artemisia en zou haar vader hebben bestolen. Na een langdurig en ingewikkeld proces werd Tassi weliswaar voor korte tijd achter de tralies gezet, maar voor Artemisia was er al te veel verloren gegaan. Ze keerde Rome de rug toe en trouwde met de Florentijn Pierantonio Stiattesi, met wie ze naar Florence trok.

Hier werd ze in 1616 als eerste vrouw ooit toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno, de meest vooraanstaande kunstacademie. Artemisia schilderde in de stijl van Caravaggio en maakte net als hij veel gebruik van chiaroscuro, een schildertechniek waarbij het contrast tussen licht en donker wordt uitvergroot.

In Florence schilderde ze een aantal van haar beroemdste werken, waaronder Judith onthoofdt Holofernes (nog steeds te zien in de Galleria degli Uffizi) en Maria Magdalena (te bewonderen in het Palazzo Pitti). Toch bracht ook Florence haar geen geluk. Haar huwelijk met Pierantonio Stiattesi liep stuk en ze keerde terug naar Rome, vanwaar ze naar Venetië en Napels reisde. Hier schilderde ze naar alle waarschijnlijkheid haar Annunciatie, die bovenaan dit stukje prijkt, met twee krachtige vrouwenfiguren en een prachtig spel van licht en donker.

Deze Annunciatie is in het bezit van het Museo di Capodimonte in Napels. Volgens een aantekening van Suor Plautilla Nelli zouden er nog twee Annunciaties moeten bestaan, die in het bezit zouden zijn van twee rijke Florentijnse dames. Daarover is echter helemaal niets terug te vinden; voor zover bekend is het bovenstaande doek de enige Annunciatie van Artemisia’s hand.

Wie meer werken van Artemisia Gentileschi wil zien, kan nog tot en met 29 januari 2012 terecht in het Palazzo Reale in Milaan, waar de tentoonstelling Artemisia Gentileschi – Storia di una passione gewijd is aan het werk van Artemisia. De tentoonstelling laat vooral werken zien uit vier verschillende fasen van Artemisia’s leven: haar tijd in Rome, met haar vader als leraar, haar tijd in Florence, haar terugkeer in Rome en de laatste jaren van haar leven in Napels, waar ze in 1653 overleed.

Wie geen gelegenheid heeft de tentoonstelling te bezoeken, kan gratis de unieke app Artemisia Gentileschi (voor iPhone en iPad) downloaden. De app is namelijk niet alleen een audioguide voor de tentoonstelling, maar tevens een ontdekkingsreis door het leven en de werken van Artemisia.

Je zit als het ware aan Artemisia’s bureautje en kan haar spulletjes, kaarten en geschriften aanraken. Zo leer je haar kennen, als vrouw en als schilder. Haar verhaal komt in woord en beeld tot leven, haar passie, doorzettingsvermogen en talent spatten van het scherm af. Dankzij de moderne techniek duik je als het ware in haar werk en kun je inzoomen tot je zelfs de kleinste details kunt zien.

Wie nog dieper in het leven van Artemisia wil duiken, moet de boeiende roman lezen die Susan Vreeland over deze opzienbarende kunstenares schreef, maar daarover morgen meer!

dec 19

Nadat Simone Martini de Annunciatie in bladgoud voor de Duomo van Siena had voltooid, vertrok hij naar Avignon. Een van de eerste schilderingen die hij daar zou hebben gemaakt, is het Orsini Polyptiek. De opdracht voor dit draagbare reisaltaar kreeg Martini van kardinaal Napoleone Orsini, die in die tijd eveneens in Avignon woonde en werkte.

Het altaar bestond oorspronkelijk uit acht panelen. Twee panelen bevatten het wapen van de Orsini-familie, twee panelen beeldden de Annunciatie uit (Martini schilderde de engel op het ene paneel, Maria op het andere) en de vier overige panelen waren scènes van de kruisweg. De acht panelen zijn helaas niet meer bij elkaar en bevinden zich nu in drie verschillende musea (het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Louvre in Parijs en de Staatliche Museen in Berlijn).

Gelukkig is de Annunciatie nog compleet. Beide panelen zijn te bewonderen in Antwerpen, normaal gesproken in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, maar tot eind 2012 bij de tentoonstelling Vijf eeuwen beeld in Antwerpen, in het nieuwe Museum Aan de Stroom (MAS). De taferelen van de Annunciatie zijn op de achterkant van de Kruisweg-panelen geschilderd. Zo bevindt Maria zich op de achterkant van Calvarie, en staat aartsengel Gabriël met zijn rug tegen Kruisafneming. Hoewel Martini Maria nog steeds als bedeesd en een beetje angstig afbeeldt, is haar houding niet meer zo sterk als op de Annunciatie die we gisteren zagen.

Martini toont zich een meester in detail. Kijk maar eens naar de prachtig versierde rand van Maria’s mantel, of naar de rand die zowel om de afbeelding van de engel als om die van Maria is geschilderd.

Martini’s oog voor detail komt overigens bij de overige taferelen nog sterker tot uiting. Links op Calvarie schilderde hij de Romeinse soldaat Longinus, die de zijde van de gekruisigde met zijn lans doorboort. Opvallend zijn de uitgesproken emoties van Maria Magdalena aan de voet van het kruis en de vrouwen die zich links om Maria bekommeren. De klemtoon ligt op het fysieke, zichtbare lijden en niet op de geestelijke smart. Dezelfde expressiviteit zien we terug bij de toeschouwers op het tafereel Kruisafneming. Hier zien we, knielend aan de voet van het kruis, bovendien de opdrachtgever van het altaar, kardinaal Napoleone Orsini.

Het zou fantastisch zijn om de acht panelen nog eens samen te zien, maar zo vlak voor Kerstmis kun je in Antwerpen in elk geval genieten van de helft van de panelen, met als hoogtepunt de Annunciatie. Een klein stukje Italië dicht bij huis!

dec 18

Het Uffizi in Florence herbergt eveneens een prachtige Annunciatie van Simone Martini, die oorspronkelijk in de Dom van Siena te zien was. Hoewel we niet veel weten over het leven van Martini, is wel met zekerheid vast te stellen dat hij in 1284 in Siena werd geboren.

Voor zover bekend is, schilderde hij tussen zijn twintigste en vijfentwintigste een aantal Madonna’s, waarbij hij zich vooral laat inspireren door stadsgenoot Duccio di Buoninsegna. Opvallend is het gebruik van bladgoud, hetgeen veel navolging zal vinden door schilders uit Siena en omgeving. We zullen straks zien dat hij dit bladgoud ook volop gebruikte voor zijn Annunciatie. Deze eerste Madonna’s van Martini vind je in de Pinacoteca Nazionale di Siena.

Zijn eerste grote opdracht kreeg hij rond zijn dertigste van het gemeentebestuur van Siena. Hij mocht een fresco schilderen in het Palazzo Pubblico in Siena. Het werd een overdonderende Maestà. Vorig jaar juli schreef ik hierover: ‘Wanneer je je blik naar links wendt, sta je oog in oog met een van de mooiste Madonna’s die ooit met penseel en verf is gecreëerd. Deze Maestà, geschilderd door Simone Martini, is meer dan alleen de mooiste Maria die ik ooit heb gezien. Het bijzondere zit hem niet alleen in haar serene gezichtsuitdrukking, in de prachtige gewaden en fijne gezichtjes van haar gevolg, bestaande uit engelen en heiligen. Het is het verhaal erachter dat het schilderij boven het gros van de Maria’s uittilt. Maria zit namelijk onder een baldakijn, waarmee Martini geprobeerd heeft een soort van perspectief aan het tafereel te geven, hetgeen nog vrij ongewoon was in die tijd.’

Simone Martini verlaat Siena en werkt in Assisi aan de Cappella di San Martino (de Sint-Maartenskapel). Nog tijdens zijn werkzaamheden in de basiliek van Assisi wordt hij door Robert van Anjou ontboden in Napels, om een schilderij van zijn kroning te maken. Nadat Martini dit heeft voltooid, keert hij terug naar Assisi om zijn werk met Sint Maarten in de hoofdrol te voltooien.

Rond 1318 keert Martini terug naar Toscane. Hier werkt hij vooral aan polittici (polyptieken, veelluiken), onder andere in San Gimignano en Pisa. In 1325 keert hij terug naar Siena, waar hij wederom een opdracht voor het Palazzo Pubblico uitvoert. Hier schildert hij ook, samen met zijn zwager Lippo Memmi, zijn prachtige Annunciatie in bladgoud, die bedoeld was voor een van de altaren van de enorme Dom.

We zien, zoals gewoon is bij een Annunciatie, aartsengel Gabriël die de blijde boodschap aan Maria brengt. Simone Martini creëerde echter een zichtbaar ontstelde Maria, die zich deels van de engel afkeert en een gezicht als een donderwolk heeft gekregen. Martini laat de woorden van de aartsengel letterlijk uit zijn mond stromen, maar ook dat stelt Maria blijkbaar niet op haar gemak.

Maria en de engel worden geflankeerd door twee heiligen. Links staat de heilige Ansanus, een van de beschermheren van Siena, rechts de heilige Margherita, die volgens de overlevering niet zijn geschilderd door Martini, maar door zijn zwager, Lippo Memmi.

De Annunciatie was tot 1799 te zien in de Duomo van Siena, op de originele plek. In dat jaar werd het paneel echter door de toenmalige groothertog van Toscane, Leopold II, geruild voor twee werken van Luca Giordano. Maria en de engel belandden in het Uffizi in Florence, waar ze nog steeds te zien zijn.

De Florentijnen zijn uiteraard blij met deze aanwinst, maar in Siena zullen ze nog wel eens een traantje hebben gelaten nadat het meesterwerk van een van de grootste schilders van de stad aan Florence was overgedragen…

Getagd met:
dec 17

Da Vinci’s Annunciatie is waarschijnlijk het eerste werk dat de kunstenaar zelfstandig maakte. Hij werkte eraan van 1472 tot 1475, en hoewel het hier en daar van imperfectie getuigt, laten de engel en Maria al zien waartoe Leonardo in staat is: over de kleinste details is nagedacht en de schilder probeerde steeds iets nieuws uit, iets anders, iets revolutionairs.

Zo laat hij Maria hier met driekwart profiel zien, een nieuwe ontwikkeling in de renaissancekunst. Tot dan toe keek Maria je meestal recht aan. Ook de vleugels van de engel zijn spectaculair. Het verhaal gaat dat Leonardo de vleugels heeft gekopieerd van een vogel in vlucht – door goed te kijken hoe een vogel zijn vleugels gebruikte, wist Leonardo ze de suggestie van beweging mee te geven.

De engel houdt een lelie vast, het symbool van reinheid en maagdelijkheid. Zo wordt de boodschap van de onbevlekte ontvangenis nog eens duidelijk onderstreept. Wel vreemd is dat er cipressen te zien zijn; toentertijd kwamen deze bomen, die nu zo kenmerkend zijn voor Toscane, nog niet in Italië voor. Waarschijnlijk zag Leonardo de bomen ooit in een manuscript en kopieerde hij ze hier om de achtergrond vorm te geven.

Schetsen tonen aan dat Leonardo er wel op heeft gezwoegd. Het was tenslotte zijn eerste werk en hij moest goed voor de dag komen. Dat is grotendeels gelukt; zo getuigt bijvoorbeeld de prachtig gebogen arm van de engel, met de in plooien vallende tuniek die door een lint op de bovenarm bijeen wordt gehouden.

Dat Maria’s rechterarm nogal lang is, en dat de lessenaar waarachter ze zit dichterbij lijkt te staan dan zijzelf, ach, dat zijn kleinigheden. Leonardo was immers net twintig toen hij aan dit werk begon – en duidelijk nog een beginnend meester. Maar de talentvolle hand van deze meester laat zich al zien – en daar kunnen wij nog altijd van meegenieten!

Je vindt Da Vinci’s Annunciatie in de Galleria degli Uffizi in Florence, in zaal 15 om precies te zijn. In datzelfde museum hangt een Annunciatie van de Sienese kunstenaar Simone Martini; die bekijken we morgen!

Getagd met:
dec 08

Na de prachtige kerststal van de Romeinse straatvegers vandaag een Italiaanse kerststal in eigen land. Traditiegetrouw is in het Catharijneconvent in Utrecht tijdens de familietentoonstelling Zin in Kerst! een echte Napolitaanse kerststal te bewonderen. Gisteren gingen de deuren weer open – en de kerststal is misschien nog wel mooier dan vorig jaar!

Toen schreef ik al over deze prachtige kerststal van het Catharijneconvent – en over de geschiedenis die erachter schuil gaat (zie deze link). De handgemaakte achttiende-eeuwse Napolitaanse kerststal werd dit jaar – volgens goed Italiaans gebruik – aangevuld met diverse nieuwe figuren. Op de binnenplaats wordt van 24 tot en met 30 december een levende kerststal ondergebracht.

Een ideaal uitje voor de komende periode dus. De tentoonstelling Zin in Kerst! is te zien van 6 december tot en met 6 januari. Je kunt er zelfs met Kerstmis heen, want het museum is beide kerstdagen geopend. Voor € 5 koop je een speciaal kerstkaartje, waarmee je alleen de kerststallen kunt bezoeken. Kinderen t/m 12 jaar hebben gratis toegang.

Naast de kerststal biedt Utrecht nog meer Italië. In het Centraal Museum is nog tot en met komende zomer de tentoonstelling Utrechters dromen van Rome – Italiaanse invloeden op de Utrechtse oude meesters te zien, met topstukken van internationale allure. Tijdens de expositie zie je hoe de Utrechtse Oude Meesters al vanaf de zestiende eeuw werden geïnspireerd door hun Italiaanse collega’s.

Op hun beurt vormden zij een inspiratiebron voor de zeventiende-eeuwse Hollandse Meesters als Rembrandt, Johannes Vermeer en Frans Hals. Voordat de typische Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw in steden als Amsterdam en Haarlem tot bloei kwam, was Utrecht namelijk hét schilderkunstig centrum van de Noordelijke Nederlanden. Utrechters dromen van Rome toont de ontwikkeling van deze unieke schilderstraditie.

Al vroeg in de zestiende eeuw werden de Utrechtse schilders aangetrokken door Italië. Jan van Scorel, de beroemdste Noord-Nederlandse schilder van zijn tijd, bereikte Rome al in 1522. Nadat hij Raphael als conservator van de Vaticaanse collecties had opgevolgd, raakte hij beïnvloed door de renaissance schilderstijl van de Italianen. Bij zijn terugkeer beïnvloedde Scorel met zijn vernieuwde manier van schilderen vele tijdgenoten, maar ook latere generaties schilders uit Utrecht en daarbuiten.

In het begin van de zeventiende eeuw raakte een groep Utrechtse schilders in Rome beïnvloed door de ‘Meester van het licht’, Caravaggio. Bij terugkomst introduceerden deze zogenaamde Caravaggisten een geheel nieuwe manier van schilderen, waarbij de nadruk ligt op de sterke licht-donkercontrasten, waar Rembrandt later zo bekend om zou worden. De werken van de Utrechtse Caravaggisten, waar het Centraal Museum een omvangrijke verzameling van bezit, zijn uniek binnen de schilderkunst van de Noordelijke Nederlanden.

Ook op Utrechtse schilders die nooit over de Alpen gingen is de Italiaanse schilderkunst van grote invloed geweest. Abraham Bloemaert, ‘de vader van de Utrechtse Schilderschool’, had een enorm atelier, waar een groot deel van de Utrechtse schilders werd opgeleid. De schilders reisden af naar Italië en beïnvloedden de schilderstijl van hun meester met de daar opgedane kennis. Uit Bloemaerts zeer gevarieerde oeuvre zijn de verschillende invloeden die hij heeft ondergaan duidelijk zichtbaar. Zijn faam reikte zo ver dat zelfs de Vlaamse grootmeester Peter Paul Rubens een bezoek bracht aan zijn atelier. Sinds 11 november is er – naast de expositie Utrechters dromen van Rome – ook een grote expositie gewijd aan het werk van Bloemaert, met de toepasselijke naam Het Bloemaert-effect.

Bloemaerts tijdgenoot Joachim Wtewael was de belangrijkste vertegenwoordiger van het maniërisme in de Nederlanden. Zijn pastelkleurige werken met een veelheid aan geïdealiseerde figuren in gekunstelde houdingen vormden een voorbeeld voor latere generaties schilders. In een aparte kamer krijgen de topstukken van de meester de aandacht die ze verdienen. In deze zaal worden tevens enkele meubels uit Wtewaels huis tentoongesteld.

Kijk voor meer informatie en openingstijden op www.catharijneconvent.nl of www.centraalmuseum.nl

dec 06

Het indrukwekkende Palazzo Pamphilj aan het uiteinde van Piazza Navona, dat ooit toebehoorde aan paus Innocentius X, heeft even zijn deuren geopend. Tot en met 16 december kun je er elke woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag terecht voor een expositie met werk van Vik Muniz.

De werken hangen in de Galleria Cortona, de enorme zaal die bekend staat om zijn prachtige plafondschildering, gemaakt door Pietro da Cortona. Van het plafond kun je normaal gesproken slechts een glimp opvangen, als het buiten donker is en het licht in de zaal aan is. Een veelbelovende glimp weliswaar, maar de deur naar meer bleef tot voor kort hermetisch gesloten voor gewone Romeinen en toeristen.

Toen ik dan ook van deze unieke gelegenheid hoorde nadat ik zaterdagochtend in Rome was aangekomen, besloot ik er direct even naartoe te gaan. In eerste instantie vooral voor het schitterende plafond van Pietro da Cortona – die Braziliaanse kunstenaar deed mijn hart niet zo snel kloppen als het idee Da Cortona’s schildering in volle glorie te zien.

Dat plafond was inderdaad prachtig. Ik zal nog wel eens in de geschiedenis ervan duiken, maar voor wie alvast een indruk wil krijgen zonder de mogelijkheid voor 16 december de Braziliaanse ambassade in Rome binnen te wandelen: via deze link maak je een virtuele tocht door Galleria Cortona.

Waar ik echter toch ook erg van onder de indruk was, waren de werken van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (1961). In de Galleria Cortona zijn zeven werken te zien van deze ‘afvallige kunstenaar’. Het zijn stuk voor stuk meesterwerken van Italiaanse schilders. De zieke Bacchus en Narcissus van Caravaggio, De schepping van Adam van Michelangelo, Atlas (met de wereld op zijn rug) van Barbieri, om er een paar te noemen.

Het zijn deze Italiaanse werken die al vroeg indruk maakten op Muniz. Hij reproduceerde ze, maar niet zoals de Italiaanse meesters op doek. Nee, hij maakte de schilderijen na met behulp van afval. Van oud papier of van een combinatie van halve etalagepoppen, oude schroeven, kapotte kratjes en wat er allemaal maar aan afval te vinden is, maakt Muniz een meesterlijke, originele kopie van een meesterwerk.

Dat klinkt eenvoudiger dan het lijkt, want voor sommige doeken is een enorme oppervlakte nodig. Muniz tekent hiervoor eerst de compositie op de vloer van zijn studio, waarna hij de vlakken opvult met afval of met stroken oud papier. Hij maakt, zoals hij zelf stelt, kunst van iets wat mensen niet meer willen hebben, niet meer willen zien. Zo transformeert hij nutteloze dingen tot onmisbare zaken. Elk stuk afval heeft zijn plek in het geheel, en die hele afvalberg samen vormt een waardevol kunststuk.

Van zijn papieren werken (Pictures of Magazines) zijn er twee te zien in Rome: De zieke Bacchus van Caravaggio en De slagerij van Hannibal Carracci. Veelzeggende plaatjes en foto’s uit tijdschriften, veelal van bekende filmsterren of artiesten, verliezen hun uniciteit en worden een – samen vormen ze een groter geheel, een grotere kunstvorm.

Vergelijk de originele werken maar eens met de papieren versie van Muniz:

Van de serie Pictures of Junk, waarin de schilderijen dus zijn nagemaakt met behulp van een hoop afval, zien we in de Brazilaanse ambassade Atlas van Giovanni Francesco Barbieri (Il Guercino), Atalanta en Hippomenes van Guido Reni, Prometheus van Titiaan en De schepping van Adam van Michelangelo. Ook hier een vergelijking tussen een aantal originelen en de werken van Muniz:

Wie nog in de gelegenheid is de Galleria Cortona voor 16 december te bezoeken, zou dat zeker moeten doen. De Braziliaanse ambassade is tot die datum open op woensdag, donderdag en vrijdag geopend van 16 tot 19 uur, en op zaterdag van 11 tot 18 uur. De toegang is gratis – de ervaring onbetaalbaar!

nov 28

Begin oktober schreef ik al over de grote dubbeltentoonstelling over de Etrusken in Leiden en Amsterdam. Na mijn bezoek aan beide exposities nam ik het prachtige boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling werd uitgegeven mee. Net als de tentoonstelling een prachtig eerbetoon aan de bijzondere, mysterieuze wereld van dit oude volk.

De Etrusken worden vooral met die waas van mysterie omgeven omdat er zo weinig geschriften bewaard zijn gebleven. Gelukkig kunnen we aan de hand van hun voorwerpen veel over hen te weten komen. Tanja van der Zon duikt in het boek Etrusken onder andere in de wereld van de votiefbeeldjes:

‘In de latere periodes van de Etruskische cultuur stonden de tempels en heiligdommen vol met duizenden terracotta wij- of votiefgeschenken van allerlei aard. Aanvankelijk vooral in Zuid-Etrurië, maar in de laatste eeuwen voor Christus ook in het noorden. De heiligdommen bevonden zich in de Etruskische steden of erbuiten, ook in de open lucht, bijvoorbeeld bij een rivier of een kruising van wegen. Hier zijn ook rituele voorwerpen aangetroffen; offergereedschappen als kannen en kommetjes voor giften, wierookbakken en messen, en vooral ook aardewerk voor de eet- en drinkgelagen na de offerfestiviteiten.

Votiefbeeldjes zijn offergaven aan de goden om hen mild te stemmen en met het verzoek een wens in vervulling te doen gaan. In het Latijn do ut des, ‘ik geef opdat u geeft’. Als dat was gelukt, dan was het gebruikelijk de goden te bedanken, weer met beeldjes. Uit inscripties die vanaf de vierde eeuw sporadisch voorkomen op bronzen beeldjes, blijkt dat vrouwen niet uitsluitend vrouwelijke beeldjes hebben geofferd en mannen niet uitsluitend mannelijke exemplaren. Soms staat ook vermeld voor welke god een beeldje bedoeld was.

Er zijn ook terracotta votiefbeeldjes van dieren. Behalve onderdelen als hoeven, die waarschijnlijk voor het hele dier stonden, werden ook miniatuurbeestjes aan de goden geschonken, bijvoorbeeld paarden, koeien en varkens.’

Een voorbeeld van deze laatste is dit bronzen varkentje, dat werd geofferd aan goden die zorgden voor de landbouw, zoals Demeter en Dionysos. Er is ook een ritueel bekend waarbij jonge biggetjes in een onderaardse ruimte werden gegooid. Hun resten werden later als mest op de akkers gestrooid. De vondst van terracotta biggetjes wijst uit dat er niet altijd levende biggetjes hoeven te worden gebruikt…

Naast votiefbeeldjes maakten de Etrusken ook beeldjes die waakten bij de graven van hun overledenen. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is nu een beeldje te zien uit het Museo Archeologico Nazionale in Florence. Deze vrouwelijke grafwachter is gevonden in de graftombe Tumulo della Pietrera. De vrouw heeft haar handen voor de borst, het typerende rouwgebaar van een ‘klaagvrouw’. De vrouw draagt het haar in strengen die over haar schouders lopen. Verder heeft ze een gedecoreerde riem om haar middel en draagt ze een ketting om de hals.

Het beeld maakte deel uit van een groep beelden van vier mannen en vier vrouwen. Waarschijnlijk stellen ze de voorouders van de overledenen voor. Ze stonden opgesteld in het laatste gedeelte van de toegangsweg (dromos) tot het graf om de doden met veel egards te verwelkomen.

Wie de tentoonstelling in Leiden en Amsterdam heeft gezien en nog meer wil weten over dit mysterieuze volk, doet er goed aan eens naar het Archeologisch Museum in Florence af te reizen. De Etruskische afdeling hier is, mede dankzij de buitengewone belangstelling voor de Etrusken van de Medici, de belangrijkste van heel Italië. Hier is onder andere de beroemde chimera te zien, een monster dat is samengesteld uit verschillende dieren. Maar eerst heerlijk thuis genieten van het boek Etrusken – daarmee reis je vanuit je luie stoel door de hele geschiedenis van de Etrusken.

Etrusken
ISBN 9789040078064
€ 24,95
uitgeverij Wbooks

nov 21

Naast Leonardo da Vinci en Michelangelo Buonarotti heeft ook Dante zijn sporen in Florence verdiend – en nagelaten. Morgen zullen we een wandeling maken langs de plekken waar Dante eeuwen geleden heeft gelopen. Vandaag wil ik jullie meenemen naar het oudste portret van Dante, dat niet – zoals jullie wellicht verwachten – in een museum te bewonderen is, maar in een restaurant.

Alle Murate, zoals het restaurant heet, is echter niet zomaar een eetgelegenheid. Het is een bijna magische plek, waar kunst en eten hand in hand gaan. Alle Murate is gevestigd in het Palazzo dell’Arte dei Giudici e Notai, dat in het begin van de veertiende eeuw samen met het Bargello en het Palazzo Vecchio tot de drie belangrijkste plekken van Florence werd gerekend. Hier kwamen de rechters en notarissen bij elkaar om hun zaken te bespreken – en dat moest natuurlijk wel in een mooi versierde ruimte, met fresco’s op de wanden en op het plafond.

Tijdens de restauratie van het palazzo bleken die fresco’s echter van onschatbare waarde. Op een van de muren prijkte namelijk het gezicht van niemand minder dan Dante. Heel anders dan op de portretten die we van hem kenden – hij bleek weliswaar een grote neus te hebben, maar niet zo’n haviksneus als waarmee hij sinds de renaissance altijd wordt afgebeeld.

Monica Donato, die de fresco’s ontdekte, had direct al een vermoeden dat het hier wel eens kon gaan om de beroemde Florentijnse dichter. Vanwege de ontbrekende haakneus was ze er echter niet helemaal zeker van. Ze dook dus de archieven in, en de bewaard gebleven documenten gaven haar gelijk: dit gezicht is van niemand minder dan Dante, die niet alleen een iets minder geaccentueerde neus bleek te hebben maar ook een iets getinte huid.

Inmiddels was het palazzo verhuurd aan Umberto Montano, die er een prachtig restaurant wilde vestigen. Dantes gezicht kwam voor hem als een waar cadeau – en hij besloot dit bijzondere portret dan ook in ere te laten herstellen. Hij investeerde ruim 400.000 euro in de restauratie van de fresco’s, en nog eens 600.000 euro om ervoor te zorgen dat ze voor de toekomstige generaties bewaard blijven, terwijl zijn gasten er toch van kunnen genieten.

Dante is overigens niet de enige literaire beroemdheid die op deze fresco’s te zien is of was. Voor Dante stond Petrarca, en aan de rechterkant van het fresco zie je Bocaccio, met voor hem Zanobi da Strada. Gezien het feit dat Petrarca stierf in 1374 en Bocaccio het jaar erna, zouden de portretten net voor die tijd geschilderd moeten zijn.

De documenten die over deze zaal beschikbaar zijn, dateren de werken zelfs nog iets eerder. Volgens deze geschriften beschilderde Jacopo di Cione, de broer van Orcagna, in 1366 het plafond en de wanden van de grootste zaal van het palazzo. In 1406 kreeg Ambrogio di Baldese de taak om aan de groep literaire grootmeesters de Latijnse dichter Claudianus, die uit Florence afkomstig zou zijn, en de net overleden Coluccio Salutati toe te voegen. Nog later, in 1444, werd Andrea del Castagno gevraagd om de frescocyclus uit te breiden met een fresco met een groot aantal humanisten.

Op het plafond zien we een enorme cirkel, die Florence moet voorstellen als het nieuwe Jeruzalem. De perfecte cirkel wordt omsloten door stadsmuren en –poorten. De afbeeldingen in het midden, de lelie, de adelaar van de Guelfen en het kruis, staan allemaal symbool voor de stad. Daaromheen de figuren die symbool staan voor onder andere de rechtspraak, het recht en de kracht.

Onder dit Florentijnse fresco staan de tafels al prachtig gedekt klaar voor de gasten van vanavond. Die krijgen bij binnenkomst overigens eerst de mogelijkheid om met een audioguide de fresco’s te bekijken en de geschiedenis die achter deze gezichten schuil gaat te horen. Het is immers niet zomaar iets, eten onder toeziend oog van de enige echte Dante…

Alle Murate
Via del Proconsolo 16r, Florence
www.allemurate.it

Getagd met:
nov 17

Michelangelo heeft in Florence veel sporen nagelaten. Iedereen die de stad bezoekt, staat minstens een keer op de foto met zijn David (of een kopie daarvan), en ook de grafkapellen die hij voor de Medici maakte, worden vaak bezocht. Wat dat betreft komt zijn voormalige woonhuis, dat nu is ingericht als museum, er maar bekaaid vanaf. Tijd om dit prachtige museum in ere te herstellen!

Casa Buonarroti is gevestigd aan de Via Ghibbellina 70, op de plek waar Michelangelo volgens de geschriften op 3 maart 1508 vier huizen kocht voor iets meer dan duizend florijnen. Een paar jaar later kocht Michelangelo nog een van de naastliggende panden. Toen pas trok hij hier ook echt in. Voor zover we nu weten heeft hij van 1516 tot 1525 op deze plek gewoond en gewerkt.

Daarna bleef het huis wel in de familie Buonarroti. Michelangelo de Jongere, een achterneef van de beroemde kunstenaar, ging er wonen en legde de basis voor de collectie van het museum. Hij verzamelde allerlei brieven, tekeningen, notities en modellen van zijn beroemde familielid in het huis. Latere familieleden voegden hier meer en meer vondsten aan toe, waardoor de collectie steeds omvangrijker werd. Cosimo Buonarroti, die in 1858 stierf, liet de huizen, inclusief de gehele collectie, na aan de stad Florence. De stad maakte er een museum van, dat in 1859 al zijn deuren opende!

Dat het museum nog steeds bestaat, is overigens mede te danken aan Nederlanders. Niet dat zij nu rijen dik voor het museum staan, zoals voor de David in de Galleria dell’Accademia. Nee, de Nederlanders hebben er in 1966, toen de Arno zo enorm buiten zijn oevers was getreden, voor gezorgd dat het museum weer in ere kon worden hersteld. Een dankbetuiging boven de kassa herinnert ons hier nog steeds aan.

In het museum vind je onder andere twee heel vroege werken van Michelangelo, waaronder de Madonna della Scala. Michelangelo maakte dit werk toen hij slechts vijftien jaar was. Als ik terugdenk aan de reliëfjes die ik toen tijdens de lessen handenarbeid maakte, blijkt wel dat er met mij geen groot kunstenaar verloren is gegaan. Indrukwekkend om te zien wat Michelangelo op deze leeftijd al voor elkaar kreeg…

Twee jaar later tekende hij overigens voor nog een meesterwerk, De Slag der Centauren. Hier wordt al heel goed duidelijk hoe meesterlijk Michelangelo de beitel hanteert. Volgens een van zijn leerlingen heeft Michelangelo later in zijn carrière, toen hij dit werk weer onder ogen kreeg, verzucht: ‘Ik betreur het dat ik ooit wat anders ben gaan doen dan beeldhouwen; hierin ben ik toch het beste, hierin had ik het meest kunnen bereiken.’ Ook andere bronnen lijken te ondersteunen dat dit werk Michelangelo zeer dierbaar was. Zo schilderde hij op Het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel de Christus die recht spreekt in dezelfde houding als de middelste figuur op dit reliëf.

Voor kinderen is een bezoek aan dit museum ook leuk. Niet alleen inspireert het hen vast te zien wat de jonge kunstenaar allemaal maakte, ook is er een model te zien van de houten wagen die de David van het Piazza della Signoria naar de Galleria dell’Accademia moest vervoeren. Ook de schetsen vallen bij iets oudere kinderen vaak in de smaak, zeker die van de verdedigingswerken die Michelangelo voor de stad voor ogen had.

Onder de naam Nel nome di Michelangelo (In de naam van Michelangelo) kun je overigens een combikaartje kopen voor zowel de basiliek en het klooster van de nabijgelegen Santa Croce (waar Michelangelo begraven ligt) als Casa Buonarroti. Een unieke gelegenheid om een kijkje te nemen in het echte leven van de kunstenaar en, net als de Schilderkunst, de Beeldhouwkunst en de Architectuur op zijn graf, te treuren om de dood van dit genie. Gelukkig hebben we zijn prachtige erfenis nog…

nov 12

Leonardo da Vinci begon zijn schildercarrière als leerling van Andrea del Verrocchio. Rond 1472 zou hij zijn meester hebben geassisteerd bij het schilderen van een groot doek voor het monnikenklooster van San Salvi, dat zich net buiten Florence bevond. Voor zover we nu weten staan op dit doek de eerste penseelstreken die Da Vinci ooit op een echt schilderij zette – niet meer om te oefenen maar voor het grote werk.

Volgens Bramly’s biografie van Da Vinci heeft Verrocchio het meest verheven gedeelte van het werk voor zichzelf gereserveerd. Hij schilderde Jezus die in het water van de Jordaan staat. Hij schilderde eveneens Johannes de Doper, die Jezus doopt met water uit een koperen kom. Hij schilderde ook de Heilige Geest, in de vorm van een duif die uit de hemel neerdaalt. Hij schilderde ten slotte ook de rechterengel. De andere engel liet Verrocchio aan Leonardo over, evenals de achtergrond.

Leonardo kweet zich meer dan perfect van zijn taak. Toen Verrocchio zijn engel zag, met het kleed van Christus over de arm gedrapeerd, is hij volgens Vasari ‘verbijsterd en vernederd, door de ontdekking dat Leonardo ondanks zijn jonge leeftijd al meer van schilderen weet dan hijzelf.’ Verrocchio schijnt zelfs gezworen te hebben nooit meer een kwast aan te raken.

Bramly beweert echter dat Vasari met deze uitspraak Verrocchio tekort doet. Dit zou volgens Bramly niet alleen niet stroken met Verrocchio’s karakter, maar ook neemt Verrocchio daarna nog een aantal opdrachten voor schilderijen aan. Verrocchio weet nu echter wel dat hij zich op Leonardo kan verlaten. Da Vinci krijgt langzamerhand meer en meer verantwoordelijkheden en neemt steeds meer van het schilderwerk van Verrocchio’s atelier voor zijn rekening. De meester zelf wijdt zich ondertussen aan zijn twee grote passies: beeldhouwen en edelsmeden.

Da Vinci’s engel geniet ondertussen grote bekendheid. Het werk De doop van Christus wordt al in 1510 in de Memoriale van Albertini, een soort reisgids van Florence, vermeldt. Het is dan ook voor het eerst dat de Florentijnen zo’n staaltje meesterwerk zagen. Da Vinci’s engel heeft een ongekende glans. De haren, de ogen en de glimlach lichten het gezicht van de engel op, en de engel als geheel wordt als het ware uit het schilderij gelicht. In The Renaissance schrijft Walter Pater zelfs: ‘Deze engel is als een zonnestraal in een oud en vormelijk schilderij zonder expressie.’

Da Vinci’s engel valt echter niet alleen op door zijn uiterlijk. Ook de technieken die Da Vinci gebruikte waren nieuw – en anders dan die van zijn meester. Röntgenonderzoek heeft aangetoond dat Leonardo tijdens het schilderen de originele schets van Verrocchio her en der heeft gewijzigd. Bovendien schilderde Leonardo zijn engel met olieverf, terwijl de rest van het doek geschilderd is met eitempera. Zo kon hij heel dunne lagen verf aanbrengen, waardoor de engel veel echter en tegelijk kwetsbaarder oogt dan de andere figuren.

Met deze engel verzekerde Da Vinci zich van een groots begin van zijn carrière als schilder. Later maakte hij nog een prachtengel (waarover in december meer), die net als zijn eerste engel te zien is in het Uffizi in Florence. Dankzij Googles ArtProject kun je daar nu ook op afstand in ronddwalen. Klik maar eens hier, dan zie je de mooiste werken van dit prachtmuseum voorbijkomen en kun je er ongestoord naar kijken.

preload preload preload