apr 18

Hoewel ik deze woorden zomaar zelf opgetekend zou kunnen hebben, vormen ze een beroemde uitspraak van de Amerikaanse fotograaf Leonard Freed, die na zijn eerste bezoek aan Italië zijn hart aan het land verloor. I love Italy – Io amo l’Italia is tevens de titel van een tentoonstelling die nog tot en met 27 mei te zien is in het Museo di Roma in Trastevere. Gisteren liep ik er toevallig binnen, vandaag een klein inkijkje in het leven van Freed en de tentoonstelling.

Leonard Freed kwam ter wereld in New York, in 1929, in een familie van joodse arbeiders die oorspronkelijk afkomstig waren uit het Russische Minsk. In 1952 trok hij voor het eerst naar Europa, waar hij onder andere langere tijd in Amsterdam verbleef. Hier werd zijn passie voor kunt, en dan met name de schilderkunst en de fotografie, aangewakkerd.

Dat vuur laaide nog eens extra op toen Freed voet op Italiaanse bodem zette. Hij maakte zijn eerste professionele foto’s en ontdekte waar zijn hart lag: bij de fotografie, en in Italië. Eenmaal terug in New York, in 1954, verhuisde hij dan ook naar Little Italy. Zo was Italië toch dichtbij…

Freed genoot volop van het Italiaanse leven om hem heen; de warmte van de mensen en de aandacht voor familie en vrienden konden op zijn warme belangstelling rekenen. Dat is dan ook wat we terugzien in zijn foto’s: een liefde voor Italië, die veel dieper gaat dan een liefde voor wat je aan de oppervlakte ziet. Freed hield van de Italianen – en van die liefde laat hij ons via zijn foto’s meegenieten.

De expositie omvat honderd foto’s, die een soort dagboek vormen van Freeds carrière. Freed heeft de beelden geschoten tijdens meer dan 45 reizen naar Italië, in Milaan, Rome, Napels, Siena, op Sicilië – en altijd met de liefde voor Italië en de Italiaan als basis.

Een klein voorproefje:

apr 15

Hoe zouden bekende kunstwerken uit de renaissance eruit zien als ze moeten voldoen aan de schoonheidsidealen van nu? Met die vraag is de Italiaanse kunstenares Anna Utopia Giordano aan de slag gegaan. Het resultaat is nu te zien in Museum Het Valkhof in Nijmegen. Een dubbele dosis Italiaanse kunst daar dus, want zoals ik gisteren schreef is in hetzelfde museum de tentoonstelling Waarom godinnen zo mooi zijn – liefde en schoonheid in de oudheid te bewonderen.

Anna Utopia Giordano heeft zich laten inspireren door niemand minder dan de godin van de schoonheid, Venus. Ze is op zoek gegaan naar bekende kunstwerken met Venus in de hoofdrol en heeft deze naar de huidige standaard – dat wil zeggen bewerkt door Photoshop – aangepast zodat ze voldoen aan de huidige schoonheidsidealen.

Waar lang geleden nog sprake was van wulpse vrouwen met rondingen op de heupen en (ietwat) bolle buikjes, zijn alle vetrollen en stevige bovenbenen in de door Anna bewerkte versies als sneeuw voor de zon verdwenen. Soms zijn de verschillen overduidelijk, soms moet je echt even goed kijken. De bedoeling van Anna Utopia Giordano mag duidelijk zijn; ze wil iedereen laten nadenken over de invloed van Photoshop op het vrouwbeeld en het huidige slankheidsideaal. De werken zijn voor het eerst te zien in Nederland.

De tentoonstelling omvat replica’s van de originele doeken met Venus in de hoofdrol, met daarnaast de bewerkte versie van Anna. Op Ciao tutti vandaag een digitale weergave van een deel van de expositie:

Wie echter in de gelegenheid is, moet echt naar Nijmegen reizen en er met zijn neus bovenop gaan staan. De tentoonstelling Venus vs Venus is nog tot en met 12 augustus in Museum Het Valkhof te Nijmegen te zien. Klik hier voor het artikel van gisteren over de tentoonstelling Waarom godinnen zo mooi zijn – liefde en schoonheid in de oudheid die eveneens tot en met 12 augustus te bezoeken is.

mrt 13

Vorige week maandag is er in de Engelenburcht in Rome een expositie geopend die geheel gewijd is aan Amor en Psyche. Dat liefde bij de Italianen hoog in het vaandel staat, bewees de lange rij gisteren. Het was er tot mijn grote verbazing zo druk dat ik op de Engelenbrug moest aansluiten in de rij, die achter mij steeds langer en langer werd.

Amor en Psyche

Ik hoorde ouders alvast aan hun kinderen het prachtige verhaal van Amor en Psyche vertellen. Voor wie deze mythe niet kent, volgt hieronder een uitgebreide samenvatting (ontleend aan: Eric M. Moormann & Wilfried Uitterhoeve, Van Achilles tot Zeus, SUN Nijmegen):

‘Psyche, een koningsdochter, was zo bovenmenselijk mooi dat iedereen haar bewonderde en zelfs de verering van de godin van de liefde, Venus, erdoor werd verwaarloosd. Venus droeg in haar woede haar zoon Amor op het meisje verliefd te doen worden op een afzichtelijk iemand. Amor werd echter zelf verliefd op Psyche en gaf aan die opdracht geen gehoor.

Het gevolg was dat de veel bewonderde Psyche niemand liefhad noch door iemand werd bemind. Haar ouders gingen in hun wanhoop naar Delphi om de orakelgod Apollo raad te vragen. Deze liet hen – op instigatie van Amor – weten dat ze hun dochter moesten kleden als voor een huwelijk en haar naar de oever van de zee moesten brengen vanwaar ze zou worden weggevoerd door een vreselijk monster.

De ouders brachten Psyche naar de aangegeven plaats, vanwaar ze door Zephyros, de Westenwind, werd weggevoerd naar een prachtig paleis om daar in slaap weg te zinken. De volgende ochtend verkende ze, door stemmen geleid, het wonderbaarlijke paleis. Na het vallen van de avond kreeg ze gezelschap van een bedgenoot. Ze kon echter geen blik op hem slaan, en hij waarschuwde haar geen pogingen te ondernemen om hem te kunnen zien.

Psyche had een zeer gelukkige tijd, al voelde ze steeds sterker de behoefte anderen, en met name haar twee getrouwde zusters, deelachtig te maken aan haar geluk. Op haar aandrang stond Amor een bezoek van haar zusters toe. Zij werden door Zephyros naar het paleis gebracht en vervolgens bevangen door een felle jaloezie. Toen ze hoorden dat Psyche nimmer een blik op haar minnaar had kunnen slaan, hielden ze haar voor dat ze het bed mogelijk deelde met een monster.

Psyche kon haar angst en nieuwsgierigheid niet langer beheersen. Ze voorzag zich van een olielamp en van een mes waarmee ze haar echtgenoot, als het een monster zou blijken te zijn, zou kunnen doorsteken. Toen ze op een nacht de olielamp ontstak, ontdekte ze tot haar opluchting dat ze het bed deelde met een prachtige jongeling.

Amor werd echter gewekt door een druppel gloeiende olie en verdween om niet terug te keren. De wanhopige Psyche zocht haar bedgenoot overal, maar niemand wilde haar, object van de voortdurende jaloezie van Venus, daarbij helpen. Uiteindelijk belandde ze bij de liefdesgodin zelf, die haar belastte met vernederende en schier onmogelijke taken.

Op een gegeven moment moest ze bij de koningin van het dodenrijk, Proserpina, een flesje schoonheidszalf ophalen. Ze kreeg het verzegelde flesje mee, maar kon op de terugweg haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, opende het flesje, werd door de geur bedwelmd en geraakte in een slaap waaruit ze niet ontwaakte.

Intussen was de verliefde Amor op zoek naar Psyche. Hij vond haar slapend en wekte haar met een prikje van één van zijn vleugels. Ze werd door Mercurius naar de Olympus gevoerd. Op Amors verzoek bewerkstelligde Jupiter een verzoening met Venus en verleende hij Psyche onsterfelijkheid. Alle goden namen deel aan de feestelijke bruiloft van Amor en Psyche.’

Dit verhaal wordt in de Engelenburcht tot en met 10 juni 2012 op verschillende wijzen geïllustreerd, onder andere in de Sala di Amore e Psiche, dat ooit het privévertrek van paus Paulus III was. Daarnaast zijn er ongeveer honderd werken van grote kunstenaars verzameld – allemaal met het zojuist vertelde liefdesverhaal als uitgangspunt. Zo zien we Amor en Psyche uit de Galleria degli Uffizi in Florence nu in de Romeinse Engelenburcht, net als de gevleugelde Psyche uit de Capitolijnse Musea, tekeningen van Raffaello en onderstaand schilderij van Antonio Canova.

Deze Canova maakte overigens ook een prachtig beeld van Amor en Psyche, dat in het Louvre in Parijs te bewonderen is, en dat – meer nog dan het schilderij – de liefde van Amor en Psyche uitdraagt.

Wie gegrepen is door het verhaal van de twee geliefden, moet overigens als hij in Rome is ook zeker een bezoek brengen aan de Villa Farnesina, waar Rafael in opdracht van de bankiersfamilie Chigi een loggia beschilderde met de hoofdpersonen uit het verhaal van Amor en Psyche. Wedden dat Amor je raakt met zijn pijlen en je op slag verliefd wordt op dit prachtige stukje Rome?

mrt 02

Vanochtend werd ik niet meer wakker van het gekabbel van Venetiaans water, maar van het Romeinse verkeer. Na een week of twee zonder toeterende auto’s, Vespa’s en de sirenes van ambulances en la polizia, is het toch altijd weer even wennen continu omringd te zijn door lawaai. Ook de klanken van het Venetiaanse dialect sterven langzaam uit in mijn hoofd, om plaats te maken voor de o zo bekende Romeinse uitdrukkingen.

Toch zit Venetië nog wel een beetje in mijn hoofd. Terwijl ik langzaam door de Romeinse straten en steegjes wandel, probeer ik de heimwee naar de stilte, naar de mystieke sfeer, naar het gekabbel van het water – dat zo heerlijk als achtergrondgeluid kan dienen tijdens het schrijven – van me af te lopen. Ongemerkt ben ik boven op de Quirinale beland, waar ik mijmerend uitkijk over de koepels en de daken van de stad.

Waarom overvalt het gevoel van thuiskomen me nu niet zoals anders? Waarom wandelt mijn hart nog door Venetië terwijl mijn hoofd zich uit alle macht in Rome probeert te orienteren? Waarom mist het warme gevoel dat me normaal gesproken direct na aankomst in Rome overvalt? Ik zucht en besluit een kopje koffie te gaan drinken in het cafeetje van de Scuderie, de voormalige pauselijke paardenstallen.

Ik steek het grote plein over en moet een paar keer met mijn ogen knipperen. Heb ik nu zo lang staan mijmeren dat ik droom? Of droom ik überhaupt, ergens in Venetië, en voel ik me daarom zo ontheemd? Boven de ingang van de Scuderie zie ik namelijk een naam die ik afgelopen weken in Venetië ook regelmatig zag opduiken: Tintoretto.

Ik knijp mezelf hard in mijn arm. Au! Ik droom dus niet… Aan een van de mensen bij de ingang vraag ik hoe de Venetiaanse schilder hier zo verzeild is geraakt. Eind februari blijkt een grote aan hem gewijde expositie van start te zijn gegaan, op de plek waar Caravaggio, Lorenzo Lotto en Filippino Lippi eerder honderdduizenden bezoekers trokken.

Ik besluit mijn koffie nog even uit te stellen en midden in Rome in de wereld van de Venetiaanse Tintoretto te duiken. Deze schilder, die eigenlijk Jacopo Robusti heette, werd door zijn tijdgenoten il tintoretto genoemd, het ververtje. Hij was namelijk al op zeer jonge leeftijd een fervent liefhebber van het penseel. Hij schilderde al vroeg de mooiste taferelen en bestudeerde vele werken van de grote meesters, met als belangrijkste voorbeeld Michelangelo.

Op 15-jarige leeftijd ging Tintoretto in de leer bij de grote Venetiaanse schilder Titiaan, die toen zelf al 56 jaar oud was. Tintoretto’s studie duurde echter niet lang; volgens de overlevering had hij zozeer een eigen stijl dat hij het al na tien dagen voor gezien hield in het atelier van Titiaan.

Tintoretto zette aan het begin van zijn schilderscarrière vooral religieuze voorstellingen op het doek. Later schilderde hij ook prachtige mythologische verhalen en een aantal portretten. Bijzonder is de aanwezigheid van een zeer jong zelfportret, dat normaal gesproken in het Victoria & Albert Museum te zien is. Zeker als je daarna het zelfportret op oudere leeftijd ziet (dat in het bezit is van het Louvre maar nu ook in de Scuderie hangt), komt Tintoretto echt een beetje tot leven.

Na zo’n veertig Tintoretto’s te hebben bewonderd, is mijn honger naar Venetië gestild en mijn heimwee zo goed als verdwenen. Terwijl ik een kopje koffie drink aan de bar, geniet ik van de Romeinse conversaties om me heen. Eenmaal buiten haal ik diep adem en voel ik Rome in al mijn poriën doordringen. Venetië sijpelt uit mijn systeem en met elke pas groeit het gevoel van thuiskomen.

Daar ga ik vandaag dan ook heerlijk van genieten, maar niet voordat ik jullie nog even heb laten weten dat Tintoretto ook in eigen land te zien is. In het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld, dat een aantal prachtige werken van dit Venetiaanse ververtje herbergt. Ook wie niet in Rome of Venetië is, kan zijn werk dus bewonderen – zonder heimwee te hoeven hebben!

feb 14

Vanaf vandaag verblijven we een week of twee in Venetië, de stad van de liefde. Wat is er nu romantischer dan vandaag door de smalle steegjes van La Serenissima struinen, je al warmend aan elkaar over de bruggetjes begeven of misschien wel een tochtje in een gondel maken?

Hoewel heel Venetië een prachtig decor vormt voor een romantische Valentijnsdag, kan maar een plek de meest romantische zijn. En dat is op dit moment Punta della Dogana, het driehoekige uiteinde van de wijk Dorsoduro. Hier, net voorbij de Santa Maria della Salute, komt het Canal Grande samen met het Canale della Giudecca.

Op dit kleine driehoekje Venetië bevindt zich het oude douanekantoor, dat sinds een aantal jaren is ingericht als museum voor moderne kunst. Het gebouw heeft net als zijn ondergrond een driehoekige vorm, met op de kop een grappig koepeltje met een zonnewijzer als bekroning. Van buiten zou je echter niet zeggen dat het museum zo’n enorme oppervlakte bestrijkt. Eigenlijk zie je dat alleen goed als je eenmaal binnen bent – of vanuit de lucht natuurlijk, zoals op onderstaande foto’s.

Een enorme driehoek biedt alle plaats aan een collectie moderne kunst, die het grootste gedeelte van de dag in een prachtig licht baadt. Het ontwerp is niet van de hand van een Italiaan; het is de Japanse Tadao Ando die het gebouw voor de huidige bestemming geschikt maakte – en er overigens ook voor zorgde dat het absoluut waterdicht is, geen overbodige luxe met al dat water eromheen.

Maar alleen voor het bijzondere gebouw en de schitterende lichtval zou ik jullie natuurlijk niet naar deze plek sturen. Althans niet op Valentijnsdag. Ik beloofde jullie immers de meest romantische plek van de stad te laten zien. Welnu, kijk maar eens naar deze prachtige foto:

Dit Hanging Heart van de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons hangt nog tot eind december 2012 in het Punta della Dogana. Het is maar liefst 2,7 meter hoog en weegt bijna 1600 kilo!! Naast buitensporig groot is het hart ook buitengewoon kostbaar. Op 14 november 2007 werd er een bedrag van 23,6 miljoen dollar voor neergeteld – op dat moment de hoogste prijs ooit betaald voor een werk van een kunstenaar bij leven.

Met je Valentijn naar dit buitengewoon kostbare hart? Je vindt het zoals gezegd in het Punta della Dogana, Dorsoduro 2 in Venetië. De dichtstbijzijnde vaporettohalte is Salute (linea 1). De tentoonstelling In Praise of Doubt, waar Koons’ hart deel van uitmaakt, is nog tot eind december 2012 te zien. De tentoonstelling is elke dag (behalve op dinsdag) geopend van 10 tot 19 uur. De kassa sluit een uur eerder. Kijk voor meer informatie op www.palazzograssi.it.

Als je toch bij het Punta della Dogana bent, ga dan ook even op de foto met de jongen met de kikvors, een kunstwerk van Charles Ray. Zorg wel dat je niet te dicht bij gaat staan. Niet omdat je Valentijn dan wellicht jaloers wordt, maar omdat er nogal eens een vrij norse bewaker aanwezig is die je ongeduldig een eindje weg maant en dan pal voor het beeld gaat staan zodat je het kikvorsmannetje niet mooi meer op de foto krijgt.

Fijne Valentijnsdag!

© foto’s Punta della Dogana

dec 20

Voor zover bekend is Artemisia Gentileschi de enige vrouw die een beroemde Annunciatie heeft geschilderd. Artemisia werd geboren in Rome, waar ze van haar vader, Orazio Gentileschi, leerde hoe ze het penseel moest hanteren. Op advies van haar vader ging ze in de leer bij Agostino Tassi, een schilder die voornamelijk landschappen vastlegde.

Tassi leerde Artemisia de kunst van het perspectief, maar maakte misbruik van zijn positie als leraar. Hij misbruikte Artemisia en zou haar vader hebben bestolen. Na een langdurig en ingewikkeld proces werd Tassi weliswaar voor korte tijd achter de tralies gezet, maar voor Artemisia was er al te veel verloren gegaan. Ze keerde Rome de rug toe en trouwde met de Florentijn Pierantonio Stiattesi, met wie ze naar Florence trok.

Hier werd ze in 1616 als eerste vrouw ooit toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno, de meest vooraanstaande kunstacademie. Artemisia schilderde in de stijl van Caravaggio en maakte net als hij veel gebruik van chiaroscuro, een schildertechniek waarbij het contrast tussen licht en donker wordt uitvergroot.

In Florence schilderde ze een aantal van haar beroemdste werken, waaronder Judith onthoofdt Holofernes (nog steeds te zien in de Galleria degli Uffizi) en Maria Magdalena (te bewonderen in het Palazzo Pitti). Toch bracht ook Florence haar geen geluk. Haar huwelijk met Pierantonio Stiattesi liep stuk en ze keerde terug naar Rome, vanwaar ze naar Venetië en Napels reisde. Hier schilderde ze naar alle waarschijnlijkheid haar Annunciatie, die bovenaan dit stukje prijkt, met twee krachtige vrouwenfiguren en een prachtig spel van licht en donker.

Deze Annunciatie is in het bezit van het Museo di Capodimonte in Napels. Volgens een aantekening van Suor Plautilla Nelli zouden er nog twee Annunciaties moeten bestaan, die in het bezit zouden zijn van twee rijke Florentijnse dames. Daarover is echter helemaal niets terug te vinden; voor zover bekend is het bovenstaande doek de enige Annunciatie van Artemisia’s hand.

Wie meer werken van Artemisia Gentileschi wil zien, kan nog tot en met 29 januari 2012 terecht in het Palazzo Reale in Milaan, waar de tentoonstelling Artemisia Gentileschi – Storia di una passione gewijd is aan het werk van Artemisia. De tentoonstelling laat vooral werken zien uit vier verschillende fasen van Artemisia’s leven: haar tijd in Rome, met haar vader als leraar, haar tijd in Florence, haar terugkeer in Rome en de laatste jaren van haar leven in Napels, waar ze in 1653 overleed.

Wie geen gelegenheid heeft de tentoonstelling te bezoeken, kan gratis de unieke app Artemisia Gentileschi (voor iPhone en iPad) downloaden. De app is namelijk niet alleen een audioguide voor de tentoonstelling, maar tevens een ontdekkingsreis door het leven en de werken van Artemisia.

Je zit als het ware aan Artemisia’s bureautje en kan haar spulletjes, kaarten en geschriften aanraken. Zo leer je haar kennen, als vrouw en als schilder. Haar verhaal komt in woord en beeld tot leven, haar passie, doorzettingsvermogen en talent spatten van het scherm af. Dankzij de moderne techniek duik je als het ware in haar werk en kun je inzoomen tot je zelfs de kleinste details kunt zien.

Wie nog dieper in het leven van Artemisia wil duiken, moet de boeiende roman lezen die Susan Vreeland over deze opzienbarende kunstenares schreef, maar daarover morgen meer!

dec 19

Nadat Simone Martini de Annunciatie in bladgoud voor de Duomo van Siena had voltooid, vertrok hij naar Avignon. Een van de eerste schilderingen die hij daar zou hebben gemaakt, is het Orsini Polyptiek. De opdracht voor dit draagbare reisaltaar kreeg Martini van kardinaal Napoleone Orsini, die in die tijd eveneens in Avignon woonde en werkte.

Het altaar bestond oorspronkelijk uit acht panelen. Twee panelen bevatten het wapen van de Orsini-familie, twee panelen beeldden de Annunciatie uit (Martini schilderde de engel op het ene paneel, Maria op het andere) en de vier overige panelen waren scènes van de kruisweg. De acht panelen zijn helaas niet meer bij elkaar en bevinden zich nu in drie verschillende musea (het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Louvre in Parijs en de Staatliche Museen in Berlijn).

Gelukkig is de Annunciatie nog compleet. Beide panelen zijn te bewonderen in Antwerpen, normaal gesproken in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, maar tot eind 2012 bij de tentoonstelling Vijf eeuwen beeld in Antwerpen, in het nieuwe Museum Aan de Stroom (MAS). De taferelen van de Annunciatie zijn op de achterkant van de Kruisweg-panelen geschilderd. Zo bevindt Maria zich op de achterkant van Calvarie, en staat aartsengel Gabriël met zijn rug tegen Kruisafneming. Hoewel Martini Maria nog steeds als bedeesd en een beetje angstig afbeeldt, is haar houding niet meer zo sterk als op de Annunciatie die we gisteren zagen.

Martini toont zich een meester in detail. Kijk maar eens naar de prachtig versierde rand van Maria’s mantel, of naar de rand die zowel om de afbeelding van de engel als om die van Maria is geschilderd.

Martini’s oog voor detail komt overigens bij de overige taferelen nog sterker tot uiting. Links op Calvarie schilderde hij de Romeinse soldaat Longinus, die de zijde van de gekruisigde met zijn lans doorboort. Opvallend zijn de uitgesproken emoties van Maria Magdalena aan de voet van het kruis en de vrouwen die zich links om Maria bekommeren. De klemtoon ligt op het fysieke, zichtbare lijden en niet op de geestelijke smart. Dezelfde expressiviteit zien we terug bij de toeschouwers op het tafereel Kruisafneming. Hier zien we, knielend aan de voet van het kruis, bovendien de opdrachtgever van het altaar, kardinaal Napoleone Orsini.

Het zou fantastisch zijn om de acht panelen nog eens samen te zien, maar zo vlak voor Kerstmis kun je in Antwerpen in elk geval genieten van de helft van de panelen, met als hoogtepunt de Annunciatie. Een klein stukje Italië dicht bij huis!

dec 18

Het Uffizi in Florence herbergt eveneens een prachtige Annunciatie van Simone Martini, die oorspronkelijk in de Dom van Siena te zien was. Hoewel we niet veel weten over het leven van Martini, is wel met zekerheid vast te stellen dat hij in 1284 in Siena werd geboren.

Voor zover bekend is, schilderde hij tussen zijn twintigste en vijfentwintigste een aantal Madonna’s, waarbij hij zich vooral laat inspireren door stadsgenoot Duccio di Buoninsegna. Opvallend is het gebruik van bladgoud, hetgeen veel navolging zal vinden door schilders uit Siena en omgeving. We zullen straks zien dat hij dit bladgoud ook volop gebruikte voor zijn Annunciatie. Deze eerste Madonna’s van Martini vind je in de Pinacoteca Nazionale di Siena.

Zijn eerste grote opdracht kreeg hij rond zijn dertigste van het gemeentebestuur van Siena. Hij mocht een fresco schilderen in het Palazzo Pubblico in Siena. Het werd een overdonderende Maestà. Vorig jaar juli schreef ik hierover: ‘Wanneer je je blik naar links wendt, sta je oog in oog met een van de mooiste Madonna’s die ooit met penseel en verf is gecreëerd. Deze Maestà, geschilderd door Simone Martini, is meer dan alleen de mooiste Maria die ik ooit heb gezien. Het bijzondere zit hem niet alleen in haar serene gezichtsuitdrukking, in de prachtige gewaden en fijne gezichtjes van haar gevolg, bestaande uit engelen en heiligen. Het is het verhaal erachter dat het schilderij boven het gros van de Maria’s uittilt. Maria zit namelijk onder een baldakijn, waarmee Martini geprobeerd heeft een soort van perspectief aan het tafereel te geven, hetgeen nog vrij ongewoon was in die tijd.’

Simone Martini verlaat Siena en werkt in Assisi aan de Cappella di San Martino (de Sint-Maartenskapel). Nog tijdens zijn werkzaamheden in de basiliek van Assisi wordt hij door Robert van Anjou ontboden in Napels, om een schilderij van zijn kroning te maken. Nadat Martini dit heeft voltooid, keert hij terug naar Assisi om zijn werk met Sint Maarten in de hoofdrol te voltooien.

Rond 1318 keert Martini terug naar Toscane. Hier werkt hij vooral aan polittici (polyptieken, veelluiken), onder andere in San Gimignano en Pisa. In 1325 keert hij terug naar Siena, waar hij wederom een opdracht voor het Palazzo Pubblico uitvoert. Hier schildert hij ook, samen met zijn zwager Lippo Memmi, zijn prachtige Annunciatie in bladgoud, die bedoeld was voor een van de altaren van de enorme Dom.

We zien, zoals gewoon is bij een Annunciatie, aartsengel Gabriël die de blijde boodschap aan Maria brengt. Simone Martini creëerde echter een zichtbaar ontstelde Maria, die zich deels van de engel afkeert en een gezicht als een donderwolk heeft gekregen. Martini laat de woorden van de aartsengel letterlijk uit zijn mond stromen, maar ook dat stelt Maria blijkbaar niet op haar gemak.

Maria en de engel worden geflankeerd door twee heiligen. Links staat de heilige Ansanus, een van de beschermheren van Siena, rechts de heilige Margherita, die volgens de overlevering niet zijn geschilderd door Martini, maar door zijn zwager, Lippo Memmi.

De Annunciatie was tot 1799 te zien in de Duomo van Siena, op de originele plek. In dat jaar werd het paneel echter door de toenmalige groothertog van Toscane, Leopold II, geruild voor twee werken van Luca Giordano. Maria en de engel belandden in het Uffizi in Florence, waar ze nog steeds te zien zijn.

De Florentijnen zijn uiteraard blij met deze aanwinst, maar in Siena zullen ze nog wel eens een traantje hebben gelaten nadat het meesterwerk van een van de grootste schilders van de stad aan Florence was overgedragen…

Getagd met:
dec 17

Da Vinci’s Annunciatie is waarschijnlijk het eerste werk dat de kunstenaar zelfstandig maakte. Hij werkte eraan van 1472 tot 1475, en hoewel het hier en daar van imperfectie getuigt, laten de engel en Maria al zien waartoe Leonardo in staat is: over de kleinste details is nagedacht en de schilder probeerde steeds iets nieuws uit, iets anders, iets revolutionairs.

Zo laat hij Maria hier met driekwart profiel zien, een nieuwe ontwikkeling in de renaissancekunst. Tot dan toe keek Maria je meestal recht aan. Ook de vleugels van de engel zijn spectaculair. Het verhaal gaat dat Leonardo de vleugels heeft gekopieerd van een vogel in vlucht – door goed te kijken hoe een vogel zijn vleugels gebruikte, wist Leonardo ze de suggestie van beweging mee te geven.

De engel houdt een lelie vast, het symbool van reinheid en maagdelijkheid. Zo wordt de boodschap van de onbevlekte ontvangenis nog eens duidelijk onderstreept. Wel vreemd is dat er cipressen te zien zijn; toentertijd kwamen deze bomen, die nu zo kenmerkend zijn voor Toscane, nog niet in Italië voor. Waarschijnlijk zag Leonardo de bomen ooit in een manuscript en kopieerde hij ze hier om de achtergrond vorm te geven.

Schetsen tonen aan dat Leonardo er wel op heeft gezwoegd. Het was tenslotte zijn eerste werk en hij moest goed voor de dag komen. Dat is grotendeels gelukt; zo getuigt bijvoorbeeld de prachtig gebogen arm van de engel, met de in plooien vallende tuniek die door een lint op de bovenarm bijeen wordt gehouden.

Dat Maria’s rechterarm nogal lang is, en dat de lessenaar waarachter ze zit dichterbij lijkt te staan dan zijzelf, ach, dat zijn kleinigheden. Leonardo was immers net twintig toen hij aan dit werk begon – en duidelijk nog een beginnend meester. Maar de talentvolle hand van deze meester laat zich al zien – en daar kunnen wij nog altijd van meegenieten!

Je vindt Da Vinci’s Annunciatie in de Galleria degli Uffizi in Florence, in zaal 15 om precies te zijn. In datzelfde museum hangt een Annunciatie van de Sienese kunstenaar Simone Martini; die bekijken we morgen!

Getagd met:
dec 08

Na de prachtige kerststal van de Romeinse straatvegers vandaag een Italiaanse kerststal in eigen land. Traditiegetrouw is in het Catharijneconvent in Utrecht tijdens de familietentoonstelling Zin in Kerst! een echte Napolitaanse kerststal te bewonderen. Gisteren gingen de deuren weer open – en de kerststal is misschien nog wel mooier dan vorig jaar!

Toen schreef ik al over deze prachtige kerststal van het Catharijneconvent – en over de geschiedenis die erachter schuil gaat (zie deze link). De handgemaakte achttiende-eeuwse Napolitaanse kerststal werd dit jaar – volgens goed Italiaans gebruik – aangevuld met diverse nieuwe figuren. Op de binnenplaats wordt van 24 tot en met 30 december een levende kerststal ondergebracht.

Een ideaal uitje voor de komende periode dus. De tentoonstelling Zin in Kerst! is te zien van 6 december tot en met 6 januari. Je kunt er zelfs met Kerstmis heen, want het museum is beide kerstdagen geopend. Voor € 5 koop je een speciaal kerstkaartje, waarmee je alleen de kerststallen kunt bezoeken. Kinderen t/m 12 jaar hebben gratis toegang.

Naast de kerststal biedt Utrecht nog meer Italië. In het Centraal Museum is nog tot en met komende zomer de tentoonstelling Utrechters dromen van Rome – Italiaanse invloeden op de Utrechtse oude meesters te zien, met topstukken van internationale allure. Tijdens de expositie zie je hoe de Utrechtse Oude Meesters al vanaf de zestiende eeuw werden geïnspireerd door hun Italiaanse collega’s.

Op hun beurt vormden zij een inspiratiebron voor de zeventiende-eeuwse Hollandse Meesters als Rembrandt, Johannes Vermeer en Frans Hals. Voordat de typische Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw in steden als Amsterdam en Haarlem tot bloei kwam, was Utrecht namelijk hét schilderkunstig centrum van de Noordelijke Nederlanden. Utrechters dromen van Rome toont de ontwikkeling van deze unieke schilderstraditie.

Al vroeg in de zestiende eeuw werden de Utrechtse schilders aangetrokken door Italië. Jan van Scorel, de beroemdste Noord-Nederlandse schilder van zijn tijd, bereikte Rome al in 1522. Nadat hij Raphael als conservator van de Vaticaanse collecties had opgevolgd, raakte hij beïnvloed door de renaissance schilderstijl van de Italianen. Bij zijn terugkeer beïnvloedde Scorel met zijn vernieuwde manier van schilderen vele tijdgenoten, maar ook latere generaties schilders uit Utrecht en daarbuiten.

In het begin van de zeventiende eeuw raakte een groep Utrechtse schilders in Rome beïnvloed door de ‘Meester van het licht’, Caravaggio. Bij terugkomst introduceerden deze zogenaamde Caravaggisten een geheel nieuwe manier van schilderen, waarbij de nadruk ligt op de sterke licht-donkercontrasten, waar Rembrandt later zo bekend om zou worden. De werken van de Utrechtse Caravaggisten, waar het Centraal Museum een omvangrijke verzameling van bezit, zijn uniek binnen de schilderkunst van de Noordelijke Nederlanden.

Ook op Utrechtse schilders die nooit over de Alpen gingen is de Italiaanse schilderkunst van grote invloed geweest. Abraham Bloemaert, ‘de vader van de Utrechtse Schilderschool’, had een enorm atelier, waar een groot deel van de Utrechtse schilders werd opgeleid. De schilders reisden af naar Italië en beïnvloedden de schilderstijl van hun meester met de daar opgedane kennis. Uit Bloemaerts zeer gevarieerde oeuvre zijn de verschillende invloeden die hij heeft ondergaan duidelijk zichtbaar. Zijn faam reikte zo ver dat zelfs de Vlaamse grootmeester Peter Paul Rubens een bezoek bracht aan zijn atelier. Sinds 11 november is er – naast de expositie Utrechters dromen van Rome – ook een grote expositie gewijd aan het werk van Bloemaert, met de toepasselijke naam Het Bloemaert-effect.

Bloemaerts tijdgenoot Joachim Wtewael was de belangrijkste vertegenwoordiger van het maniërisme in de Nederlanden. Zijn pastelkleurige werken met een veelheid aan geïdealiseerde figuren in gekunstelde houdingen vormden een voorbeeld voor latere generaties schilders. In een aparte kamer krijgen de topstukken van de meester de aandacht die ze verdienen. In deze zaal worden tevens enkele meubels uit Wtewaels huis tentoongesteld.

Kijk voor meer informatie en openingstijden op www.catharijneconvent.nl of www.centraalmuseum.nl

preload preload preload