aug 15

Wees gerust, geen complottheorieën zoals in Dan Brown’s Da Vinci Code vandaag. Ik vermoed dat de meesten van jullie het boek hebben gelezen en de suggesties rondom de betekenis van Da Vinci’s meesterwerk al dan niet hebben uitgeplozen. In plaats van een uitgebreide verhandeling over welke boodschap Da Vinci zou hebben kunnen vereeuwigen, vertel ik jullie liever iets over hoe hij te werk ging tijdens zijn verblijf in het klooster waarvoor hij dit Laatste Avondmaal schilderde.

Daarvoor duiken we in de biografie over Da Vinci die ik al eerder noemde, Leonardo – de mens en zijn kunst (Serge Bramly). Daarin haalt de auteur een tekst aan van de toneeldichter Giovanni Battista Giraldi over de manier van werken van Da Vinci: ‘Wanneer deze grote schilder een bepaald personage in een van zijn schilderijen moest introduceren, vroeg hij zich eerst af wat de eigenschappen van dit personage waren: of hij van edele of nederige komaf moest zijn, of hij een vrolijk of ernstig karakter had, of hij in een moment van angst of rust moest worden uitgebeeld. […]

Als hij na lang peinzen de oplossing voor deze vragen had gevonden, ging hij naar plaatsen toe waar gewoonlijk mensen met een dergelijk karakter samenkwamen. Hij bestudeerde aandachtig hun gewoontegebaren, hun gelaatsuitdrukking, het geheel van hun manieren, en, telkens als hij ook maar de geringste karaktertrek dacht te kunnen gebruiken, tekende hij die met krijt in het boekje dat hij altijd bij zich droeg. Wanneer hij, na veel heen-en-weer gereisd te hebben, genoeg materiaal dacht te hebben verzameld, nam hij ten slotte de penseel ter hand.’

De gelaatstrekken van (vlnr) Bartholomeus, Jakobus, Andreas, Judas, Petrus, Johannes, Jezus, Thomas, Jakobus, Philippus, Mattheus, Thaddeus en Simon vond Leonardo dan ook in zijn directe omgeving, in en om het klooster van de Santa Maria delle Grazie. Over het hoofd van Judas weet Giraldi een verhaal te vertellen dat eigenlijk te mooi is om waar te zijn:

‘De prior van het klooster die zich eraan ergerde dat zijn refter vol stond met de spullen van de schilder, ging zich beklagen bij hertog Ludovico, die Leonardo vorstelijk betaalde voor dit werk. De hertog ontbood de schilder en zei hem dat hij verbaasd was over zo’n grote vertraging. Da Vinci antwoordde dat hij op zijn beurt reden had om zich te verbazen over de woorden van Zijne Excellentie, aangezien er in werkelijkheid geen dag voorbijging dat hij niet twee volle uren aan het schilderij besteedde.’

Het werk schiet echter maar niet op, dus de prior stapt opnieuw naar de hertog. Nu komt het hoofd van Judas om de hoek kijken. Dat is namelijk het enige dat nog geschilderd moet worden, maar het is al langer dan een jaar geleden dat Leonardo een kwast heeft aangeraakt. Hij is zelfs niet eens meer naar het schilderij komen kijken, zo luidt de kritiek van de prior.

Ludovico del Moro is woedend en roept de kunstenaar wederom op het matje. Leonardo geeft aan de oproep gehoor en legt uit dat hij inderdaad lange tijd niet in het klooster is geweest, maar dat hij desondanks dagelijks aan zijn schilderij werkt. Hij legt uit dat het werk bijna gereed is; alleen het hoofd van Judas ontbreekt nog. En juist daar zit de moeilijkheid. Ondanks het feit dat Leonardo dagelijks de stad afstruint op zoek naar een toepasselijke tronie, lukt het hem niet een gezicht te schilderen dat het verraad van Judas in een oogopslag duidelijk maakt. Maar, zo belooft hij, als hij het perfecte Judas-gezicht gevonden heeft, zal hij de schildering binnen een dag kunnen voltooien.

Daar voegt hij glimlachend aan toe: ‘Als mijn speurtochten echter niets opleveren, zal ik de gelaatstrekken van deze prior gebruiken die zich over mij is komen beklagen, en die overigens precies geschikt zijn voor mijn ontwerp. Maar ik aarzel sinds lange tijd om hem belachelijk te maken in zijn eigen klooster.’ Il Moro was blij dat Da Vinci nog zo met zijn werk bezig was en liet hem vrij nog even door te gaan met zoeken.

Uiteindelijk wil het verhaal dat Da Vinci voor het gezicht van Judas een combinatie maakte van gemene gezichten die hij had opgetekend. De prior vergat hij uiteraard niet; dit ‘zeer onrechtvaardige individu’ zag zichzelf op de muur van de refter vereeuwigd in een niet zo benijdenswaardige positie:

Gelukkig voor de prior zaliger lijkt Da Vinci’s Laatste Avondmaal hem niet voor eeuwig als bedrieger te benoemen. Vanwege de techniek die Da Vinci gebruikte om de twaalf apostelen en Jezus op de kloostermuur te schilderen, vervagen de gelaatstrekken van de apostelen beetje bij beetje. Al in 1550 noemde Vasari het werk ‘een duizelingwekkende vlek’. Hij beschouwde het toen al als een verloren werk.

Er is vaak geprobeerd om het Laatste Avondmaal te restaureren, voor het eerst in 1726, maar de schade werd vaak alleen maar groter. De zevende en laatste restauratie is voltooid in het voorjaar van 1999. Om het schilderij nog enigszins te behoeden voor negatieve invloeden, mag je als bezoeker slechts een kwartier naar de gezichten van Judas en de apostelen turen.

Wil je Da Vinci’s meesterwerk graag zien, vergeet dan niet voor je bezoek aan Milaan een toegangskaart te reserveren. Meestal moet je echt een paar dagen van tevoren al een dag en tijd doorgeven, houd hier dus rekening mee tijdens het plannen van je reis. Kaartjes reserveren kan via deze link.

aug 12

Al wandelend door Milaan raadpleeg ik regelmatig een van de vele reisgidsen die ik altijd en overal mee naartoe neem. Terwijl ik op zoek ben naar de informatie over het museum Poldi Pezzoli en daardoor meer oog heb voor de gids dan voor de omgeving, bots ik tegen iemand die net zo verdiept is in zijn iPhone als ik in mijn gids. Ik verontschuldig me, maar hij wuift het weg en zegt dat dat regelmatig gebeurt met al die toeristen hier in de stad.

Hij wijst op mijn gids en vraagt of dat nu wel handig is, zo’n papieren gids waarin je van hot naar her bladert. Hij toont met enige trots zijn iPhone, en opent een app die volgens hem ‘alles wat er in Milaan te zien en te doen is laat zien’. Nieuwsgierig kijk ik met hem mee en ik kan niet anders dan hem gelijk geven. Allerlei musea, restaurants, bed&breakfasts, bezienswaardigheden, kerken, koffiebarretjes, theaters en winkels rollen over het scherm.

Hongerig naar al die nieuwe plekken download ik de app, met de welluidende titel Marvelous Milan&More. Ik bestel een koffie in een nabij gelegen koffiebarretje en ga digitaal op onderzoek uit in de stad en de nabije omgeving, zoals Pavia, Cremona en het wijnbouwgebied de Oltrepò Pavese.

De ruim 350 artikelen zijn onderverdeeld in categorieën als accommodatie, aperitivo, kunst, cafés, kerken, mode & design, museums, parken, winkels en pleinen. De app bevat daarnaast 2200 (!) verschillende foto’s, die je een meer dan goed beeld geven van wat je te wachten staat. Het enige nadeel van al dat moois is dat een bezoek aan Milaan zoveel mogelijkheden herbergt, dat je bijna niet meer weet wat je moet kiezen.

Gelukkig ontbreekt ook het Museum Poldi Pezzoli niet. Dit particuliere museum werd gesticht door de edelman Gian Giacomo Poldi Pezzoli, in die tijd de meest begeerde vrijgezel van Milaan. Zijn woonhuis werd in 1881 voor het eerst opengesteld voor publiek. Het gebouw is een perfect voorbeeld van een laat negentiende-eeuws Milanees herenhuis, met een grote collectie schilderijen, beelden, wapens, glas en textiel.

  

Het museum is bijzonder trots op een mantel uit de vijftiende eeuw met Florentijns borduurwerk dat de kroning van Maria verbeeldt, naar een tekening van Botticelli. Ook is het museum in het bezit van een Maria met Kind van Botticelli en een van Andrea Mantegna. Meer dan een bezoek waard dus, maar dat geldt eigenlijk voor alle items die in de app zijn opgenomen.

Een paar dagen Milaan is dan ook eigenlijk veel te kort om al het moois dat in de app is opgenomen te zien, te doen en te beleven. Gelukkig wil het toeval dat de app Marvelous Milan & More is gemaakt door een Nederlander die nu in Italië woont, waar hij samen met zijn partner een vakantievilla beheert, Villa I Due Padroni. Ideaal dus voor iedereen die alle in de app genoemde attracties en bezienswaardigheden wil uitproberen, maar niet in het drukke centrum van Milaan wil overnachten.

Villa I Due Padroni ligt in de heuvels van de prachtige Oltrepò Pavese, zo’n 70 km ten zuiden van Milaan. Deze streek is het wijnbouwgebied van Lombardije en kenmerkt zich door een afwisseling van eeuwenoude dorpjes, kastelen, wijngaarden, bossen en, uiteraard, cantina’s waar je de bruisende Bonarda, Barbera en de sprankelende Pinot Nero zelf kunt gaan proeven.

De Oltrepò Pavese is door buitenlandse toeristen nog amper ontdekt. Wat je hier gaat ervaren is Italië zoals Italië bedoeld is. Dit is ‘Italië unplugged,’ aldus eigenaar Stef. ‘Je logeert tussen de wijngaarden van onze buren en je kunt deze al wandelend zelf verkennen. Nergens staan hekken en niemand kijkt er vreemd van op als je je tussen de druivenranken begeeft. Integendeel, de wijnboeren zijn vriendelijk belangstellend en als je een beetje Italiaans spreekt, kun je je taalvaardigheid hier prima oefenen.’

Er zijn leuke wandelingen naar dorpjes in de omgeving, maar ook langere dagtochten zijn goed mogelijk. Het uitzicht over de glooiende groene heuvels (bij heel helder weer kun je zelfs de Alpen bewonderen) is vaak spectaculair. Voor getrainde wielrenners en mountainbikers is het hier een waar (klim-)paradijs. Een populaire wielerroute loopt direct langs de villa. En om onze bestemming niet te vergeten: je bent zo in Milaan, maar ook Genua, Parma en Piacenza) en het Garda- en Comomeer zijn snel te bereiken.

  

En dan de keuken! Doordat het gebied van de Oltrepò toeristisch weinig ontwikkeld is, krijg je hier nog het eten voorgezet dat een rasechte Italiaan geacht wordt lekker te vinden en die stelt hoge eisen! Op zondag wordt er vooral uitgebreid geluncht en die lunch bestaat uit vele gangen. Deze pranzo is dan ook de voornaamste zondagse activiteit van de Italiaan. Het is echt een aanrader om dat een keer te doen! Op wandelafstand van onze Villa ligt Azienda Agricola Bagarellum, het restaurant met de lekkerste zondagslunch van de hele provincie.

Kortom, een heerlijke uitvalsbasis om de app Marvelous Milan & More te testen!

Meer informatie over Villa I Due Padroni vind je via www.duepadroni.it. De app over Milaan is via deze link te downloaden in de AppStore.

aug 10

De enorme winkelgalerij direct links van de Duomo is niet alleen een indrukwekkend bouwwerk, maar kent een minstens zo indrukwekkende geschiedenis. Net als de koepel van de Duomo in Florence is deze Galleria het resultaat van een ontwerpwedstrijd.

In 1860 schreef het gemeentebestuur van Milaan een wedstrijd uit voor het gebied tussen de Duomo en La Scala, het beroemde operagebouw. De wedstrijd werd beslist in het voordeel van Giuseppe Mengoni, een architect uit Bologna. Hij had een ontwerp ingediend waarbij de pleinen voor de Duomo en voor La Scala werden verbonden door een gigantische winkelgalerij, met een glazen overkapping.

De Bolognese architect tekende na zijn overwinning zijn plannen tot in het kleinste detail uit. Vijf jaar na de wedstrijd, op 7 maart 1865, werd de eerste steen gelegd. De eer voor deze officiële plechtigheid viel ten deel aan koning Victor Emmanuel II, naar wie de galerij later ook werd vernoemd.

Hoewel het gemeentebestuur laaiend enthousiast was, deelden de inwoners van Milaan deze mening absoluut niet. Ze vonden het maar een wanstaltig ding, dat geen recht deed aan de historie van zowel de Duomo als La Scala. Het was dan ook niet gemakkelijk om het benodigde geld bij elkaar te krijgen. Het gemeentebestuur verzon van alles, zelfs een loterij – maar slaagde er nauwelijks in om voldoende geld bijeen te krijgen. Toch verliep de bouw voorspoedig en werd de Galleria op 15 september 1867 officieel ingehuldigd.

Het werk was toen echter nog niet helemaal af. Zo moest de grote toegangspoort aan de zijde van het Piazza del Duomo nog worden voltooid. Ook deze werkzaamheden liepen volgens schema en er deden zich geen vertragingen of calamiteiten voor. Althans, tot vlak voor het moment waarop de Galleria helemaal voltooid was. Op de dag voor deze feestelijke happening, in december 1877, viel Mengoni van een steiger. Hij leefde nog net lang genoeg om te horen dat zijn creatie een enorm succes was. De inwoners van Milaan, die zo tegen de bouw van de winkelgalerij waren geweest, waren nu toch wel onder de indruk van de schitterende galerij.

De Galleria di Vittorio Emanuele II, zoals de galerij officieel heet, kreeg dan ook snel een vriendelijker bijnaam. De Milanezen noemden het gebouw bijna liefkozend ‘Il Salotto di Milano’ – de salon van Milaan, aangezien de Galleria binnen de kortste keren de favoriete ontmoetingsplaats van de Milanezen werd. Helaas voor Mengoni overleefde hij de val van de steiger niet en maakte hij de voltooiing van de enorme toegangspoort niet meer mee.

Wie nu door de Galleria wandelt, kan niet anders dan onder de indruk zijn van dit bouwwerk. De langste gang is maar liefst 196 meter; de koepel is 47 meter hoog en 36 meter breed. Onder de koepel, in het midden van de prachtig ingelegde vloer, zijn een paar grote mozaïeken te zien, waaronder het wapenschild van het Huis van Savoye. Ook zie je de wapenschilden van de vier belangrijkste Italiaanse steden uit de tijd dat de Galleria werd gebouwd: de lelie van Florence, de wolvin van Rome, een rood kruis op een witte achtergrond voor Milaan en een stier voor Turijn.

Op het mozaïek van de stier zul je regelmatig iemand een vreemd dansje zien maken. Wanneer je met je hiel drie keer over de ballen van de stier draait, met de klok mee, zul je volgens de overlevering namelijk bedolven raken onder het geluk. Of het waar is of niet, het is het proberen waard! Aan de vloer te zien (vaak zie je een gat ter hoogte van de edele delen van de stier – slechts zo eens in de drie maanden wordt dit netjes gedicht).

Grijp dus je kans als je in Milaan bent en maak een dansje op de ballen van de stier!

aug 09

Zoals ik gisteren al schreef, vervolgen we vandaag onze kennismaking met Milaan door een bezoek aan de Duomo, de grote kathedraal in het hart van de stad, die officieel de Santa Maria Nascente heet.

De bouw van de Duomo begon in 1386 in opdracht van bisschop Antonio da Saluzzo. De kathedraal werd in 1418 gewijd, maar de bouw werd pas afgerond onder het bewind van Napoleon, die zich op 26 mei 1805 in de Duomo tot koning van Italië liet kronen.

Bisschop Da Saluzzo maakte hertog Gian Galeazzo Visconti verantwoordelijk voor de bouwwerkzaamheden. Om de Duomo te kunnen realiseren, riep hij het jaar 1390 uit tot een jubeljaar. Hij spoorde de Milanese bevolking aan om een flink steentje bij te dragen in de vorm van geld of mankracht.

In eerste instantie was het de bedoeling om de kathedraal te bouwen van baksteen, zoals opgravingen in de noordelijke sacristie duidelijk maakten. Al snel na de eerste werkzaamheden eiste hertog Gian Galeazzo Visconti echter dat er marmer zou worden gebruikt. En niet zomaar marmer, nee, hij stond erop dat er Candoglia-marmer gebruikt werd, dat naar de bouwplaats werd vervoerd over de Navigli-kanalen. De platen marmer werden voorzien van een zegel met de letters AUF (ad usum fabricae). Zo hoefde men geen invoerrechten te betalen.

Het resultaat van bijna 500 jaar werkzaamheden mag er zijn. Er staat nu een kathedraal van formaat: met een lengte van 157 meter en een breedte van ruim 90 meter zijn alleen de Sint Pieter en de kathedraal van Sevilla groter. En dan de versieringen: overal waar je kijkt zie je pinakels, beelden en waterspuwers. Volgens een van de toezichthouders bij de ingang van de dom staan er ruim 2300 beelden op de façade, de zijmuren en het dak.

Voor het bekendste beeld moet je echter helemaal naar boven. Nu is dat geen straf (voor wie geen tig treden wil beklimmen, tegen betaling van iets extra’s kun je gebruik maken van de lift): vanaf het dak van de Duomo heb je een prachtig uitzicht op Milaan en omgeving. Bij helder weer zie je zelfs de Alpen!

Maar ook het dak zelf is prachtig, het is één groot beeldenpark! Op het dak staat een heel woud aan pinakels, waarvan de oudste uit 1404 stamt. Op de hoogste pinakel troont een letterlijk schitterend gouden Mariabeeld, dat is ontworpen door Giuseppe Perego en Giuseppe Bini en sinds december 1774 de hoogste top van de Duomo siert.

La Madonnina, de kleine Madonna, zoals het beeld liefkozend wordt genoemd, is inmiddels het symbool van Milaan geworden, religieus of niet. Als de Milanezen het hebben over hun stad, hoor je ze meer dan eens de uitdrukking all’ombra della Madonnina gebruiken – in de schaduw van de kleine Madonna.

Hoewel de Milanezen het beeld La Madonnina noemen, is deze Maria zo klein nog niet: ze meet ruim vier meter! Hiermee reikt het hoogste punt van de Duomo precies 108,5 meter de lucht in. De traditie wil dat geen enkel gebouw in Milaan hoger mag zijn dan de Madonna. Hoewel deze wet in eerste instantie niet officieel van kracht was, hield iedere architect zich er zonder morren aan. In de jaren dertig werd deze door iedere inwoner van Milaan onderschreven regel opgetekend in een officieel document. Zo werd voorkomen dat de Torre Branco in het Parco Sempione (108 meter) en de Torre Velasca (106 meter) boven de Madonna zouden uittorenen.

Toch is er inmiddels een wolkenkrabber die zich boven de Madonna verheft. Il Pirellone, zoals het gebouw dat is ontworpen door Pirelli wordt genoemd, en dat 127 meter hoog is, huisvest de het bestuur van de regio Lombardije. Dat zij zich boven de Madonna stellen, schoot bij veel Milanezen in het verkeerde keelgat. Om de regel dat geen enkel gebouw hoger mag zijn dan de Madonnina toch na te leven, liet het bestuur een kopie maken van de Madonnina. Dankzij deze tweede gouden Maria blijft de regel toch van kracht. In 2010 verhuisde het bestuur van Lombardije naar een nieuw gebouw, dat met 161 meter nog hoger is. Ook hier werd een kopie van de Madonnina geplaatst, zodat er nu drie gouden Maria’s over de stad waken.

De Milanezen zelf dragen hun Madonnina zoals gezegd een warm hart toe. Zolang ze regelmatig een glimp opvangen van het schitterende gouden beeld, voelen ze zich thuis. Meer nog dan de Duomo zelf maakt de Madonnina de Milanezen trots op hun stad. Giovanni D’Anzi vertaalde deze trots in 1935 in een inmiddels zeer bekend lied over de kleine Madonna, Oh mia bela Madunina oftewel: Oh mia bella Madonnina:

‘O mia bela Madunina, che te brilet de luntan
tüta d’ora e piscinina, ti te dominet Milan
sota ti se viv la vita, se sta mai coi man in man
canten tucch ‘luntan de Napoli se moeur’
ma poe vegnen chi a Milan.’

Voor wie het dialect nog een beetje moeilijk is, hierbij ook de Italiaanse versie:

‘O mia bella Madonnina che brilli da lontano
tutta d’oro e piccolina, tu domini Milano
sotto di te si vive la vita, non si sta mai con le mani in mano
tutti cantano ‘lontano da Napoli si muore’
ma poi vengono qui a Milano.’

En ten slotte de vertaling in het Nederlands:

‘O mijn mooie kleine Madonna, die ons vanuit de verte tegemoet schittert,
Helemaal van goud en zo klein, jij waakt over Milaan
onder jou leven we het leven, is er altijd iets te doen
iedereen zingt ‘ver van Napels ga je dood’
maar daarna komen ze hier naar Milaan.’

Getagd met:
aug 08

Vandaag wandelen we door het centrum van Milaan, zodat jullie een beetje een indruk krijgen van wat jullie komende dagen staat te wachten. In de loop van deze en volgende week komt een aantal bezienswaardigheden uitgebreid aan bod en krijgen jullie wat Milanese recepten die de smaak van de stad en de omgeving naar het noorden brengen.

We beginnen op het Piazza del Duomo. Het gebied rond de Duomo was in de vierde eeuw het religieuze hart van Milaan. Tot de veertiende eeuw stonden hier de basilieken Santa Tecla en Santa Maria Maggiore en de doopkapellen San Giovanni alle Fonti en Santo Stefano. Al deze gebouwen moesten worden gesloopt om plaats te maken voor de gigantische kathedraal.

In die tijd was heel Milaan maar iets groter dan wat nu het oude stadshart is: het huidige Piazza della Scala (op een steenworp afstand van de Duomo) lag aan de rand van de stad! Je kunt je wel voorstellen hoe groots de Duomo oogde, en hoe indrukwekkend de aanblik van deze kerk was. Ook nu nog maakt de Duomo een onvergetelijke indruk. Het is bijna onmogelijk om alle details van de voorgevel in je op te nemen.

© foto Giovanni Dall’Orto

Een bezoek aan het dak van de Duomo is eigenlijk een must als je in Milaan bent. Het is een unieke ervaring op het dak van de kerk rond te lopen, waar eveneens veel prachtige beelden te zien zijn. Ook heb je vanaf hier een schitterend uitzicht op de stad en – met helder weer – op de besneeuwde bergtoppen.

Vanaf de Duomo zie je ook goed het stratenplan van Milaan. Pas in de negentiende eeuw werden er vanaf het Piazza del Duomo brede straten aangelegd. Ook de enorme winkelgalerij met glazen koepel staat er nog niet zo heel lang. Rond 1860 werden de vervallen gebouwen rondom de Duomo gesloopt om plaats te maken voor de Galleria Vittorio Emanuele II, die na de Italiaanse eenwording hét symbool van Milaan werd.

De chique winkelgalerij moest het Piazza del Duomo verbinden met het Piazza della Scala en maakte deel uit van een groots stadsvernieuwingsproject. De vloer van de centrale achthoekige ruimte onder de 47 meter hoge koepel is versierd met verschillende mozaïeken (waarover overmorgen meer); de mozaïeken op de bogen stellen de continenten Azië, Amerika, Afrika en Europa voor.

Aan het andere uiteinde van de Galleria ligt het Piazza della Scala, dat zijn naam dankt aan het wereldberoemde operagebouw Teatro alla Scala, dat door Giuseppe Piermarine is gebouwd op de plek waar eerst de Santa Maria della Scala stond, een kerk die was gebouwd voor Regina della Scala, de vrouw van een van de Visconti’s.

Het theater werd op 3 augustus 1778 ingewijd met een opera van Antonio Salieri. La Scala werd in 1943 gebombardeerd, maar drie jaar later weer in volle glorie herbouwd. De traditionele gala-avond waarmee het operaseizoen begint, vindt altijd plaats op 7 december, de feestdag van Sant’Ambrogio, de beschermheilige van Milaan. De zaal telt wel 2015 zitplaatsen – het moet geweldig zijn hier op de planken te staan en al die mensen in vervoering te brengen!

Via de Piazza San Fedele en de Via Agnello lopen we naar de Corso Vittorio Emanuele II, een van de belangrijkste winkelstraten van Milaan. Deze enorm indrukwekkende winkelstraat volgt de route van een oude Romeinse straat, de Corsia dei Servi (slavenlaantje). Deze straat was in 1628 het toneel van broodrellen, die Manzoni beschrijft in zijn beroemde werk I promessi sposi. Nu is het er net zo druk als tijdens die rellen, maar dan met winkelende mensen, druk bellende zakenmensen en winkeliers uit de buurt die even snel een espresso komen drinken.

Aan het einde van deze winkelstraat ligt de San Babila, een Romaanse kerk uit de elfde eeuw. De kerk staat in schril contrast met de andere gevels aan het gelijknamige plein, die allemaal in 1927 zijn gerenoveerd onder leiding van Albertini. De gevels van de kantoren, winkels en luxe-appartementen geven een perfect beeld van de functionele manier waarop het fascistische gemeentebestuur uit die tijd zich bezig hield met planologie.

Hier in de buurt vind je het huis van Alessandro Manzoni, de auteur van het net genoemde I promessi sposi. Manzoni woonde hier van 1814 tot 1873, toen hij na een val van de trappen van de San Fedele aan zijn einde kwam. Het perfect bewaard gebleven interieur bevat onder andere het vertrek waar Manzoni in 1862 Garibaldi ontving en zes jaar later Verdi ontmoette. Het meest indrukwekkend vond ik echter de enorme bibliotheek, met een collectie van meer dan 40.000 boekwerken!

De buurt waarin het huis van Manzoni zich bevindt, wordt ook wel Quadrilatero d’Oro (gouden vierhoek) genoemd. De Via Manzoni, de Via Monte Napoleone, de Corso Venezia en de Via della Spiga vormen een vierkant waarbinnen alle belangrijke modeketens een winkel hebben: Valentino, Gucci, Armani, Cartier, Prada, Chanel, Versace… Hier vergaap je je aan de mooie etalages en aan de mensen die bepakt en bezakt met hun nieuwe aanwinsten naar buiten wandelen.

Een van de bekendste bezienswaardigheden van Milaan ligt aan de andere kant van de stad. In het klooster dat bij de Santa Maria delle Grazie hoort, schilderde Leonardo da Vinci zijn Laatste Avondmaal. De positie van de apostelen, hun gezichten en de gebruikte symbolen hebben in de loop der tijd voeding gegeven aan verschillende complottheorieën, waarvan de bekendste natuurlijk wordt uitgewerkt in De Da Vinci Code van Dan Brown. Volgende week staan we wat uitgebreider stil bij Leonardo’s apostelen.

Aan de nabijgelegen Corso Magenta, met zijn chique winkels en historische gebouwen, vind je op nummer 65, net voorbij de kerk, het gebouw waar Da Vinci verbleef toen hij aan het Laatste Avondmaal werkte. Hier is nu een chique boekhandel, Libreria degli Atellani, gevestigd. Op nummer 61 staat het Palazzo delle Stelline, ooit een weeshuis voor meisjes en nu een congrescentrum. Op de hoek met de Via Carducci, die de oorspronkelijke loop van het Navigli-kanaal volgt, is Bar Magenta gevestigd, een van de oudste barretjes van Milaan. Hier schenken ze al koffie sinds het begin van de negentiende eeuw!

Aan het Piazza Sant’Ambrogio staat de gelijknamige kerk, die voor de Milanezen eigenlijk nog belangrijker is dan de Duomo, aangezien de kerk is gewijd aan de patroonheilige van de stad. Deze kerk vereren we volgende week met een uitgebreid bezoek!

Rechts van de Sant’Ambrogio bevindt zich de Università Cattolica del Sacro Cuore, gevestigd in het oude benedictijner klooster. De universiteit werd in 1921 opgericht door pater Agostino Gemelli. De twee kruisgangen, met Ionische en Dorische zuilen, zijn twee van de vier zuilen die Bramante in 1497 had ontworpen. Deze universiteit is een van de meest gerenommeerde onderwijsinstellingen van Italië. Neem zeker even een kijkje in de aula magna met zijn schitterende gewelfde plafonds. Ook al ben je geen student, je mag hier gerust even naar binnen lopen!

Ook de Pinacoteca Ambrosiana is een bezoek meer dan waard. Dit museum werd al in 1618 opgericht, door kardinaal Federico Borromeo, de neef van San Carlo en diens opvolger als aartsbisschop van Milaan. Het museum maakte deel uit van een groot cultureel project, dat ook de Bibliotheca Ambrosiana en de Accademia del Disegno omvatte. Het museum moest vooral een inspiratiebron zijn voor jonge kunstenaars. De collectie omvat onder meer werken van Caravaggio, Botticelli, Rafaël en Titiaan. De Bibliotheca Ambrosiana, die in het museum gevestigd is, heeft een collectie van meer dan 75.000 boeken, waaronder meer dan duizend pagina’s van de Codex Atlanticus van Leonardo da Vinci.

Een ander groot Milanees museum bevindt zich in het Castello Sforzesco, aan het eind van de Via Dante, een van de chiquere straten van de stad. Het Castello werd in 1368 door de Visconti’s gebouwd en later in opdracht van de Sforza’s verfraaid en verbouwd tot een schitterend renaissancepaleis. Onder Francesco Sforza, die vanaf 1450 heer van Milaan was, en zijn zoon Lodovico il Moro bood het Castello plaats aan een van de meest luisterrijke hoven van de renaissance. Leonardo da Vinci en Bramante kwamen er regelmatig en werkten aan menig opdracht voor de Sforza’s.

Tijdens het bewind van de Spanjaarden en de Oostenrijkers raakte het kasteel in verval en kreeg het zijn oorspronkelijke militaire functie weer terug. Het werd uiteindelijk door Luca Beltrami van de sloop gered. Beltrami restaureerde het Castello tussen 1893 en 1904 en verbouwde het tot een belangrijk museumcentra, de Musei Civici, die nog tot op de dag van vandaag in het kasteel gehuisvest zijn.

De middelste toren aan de voorzijde, de Filarete-toren, werd in 1521 verwoest toen het buskruit dat er lag opgeslagen explodeerde. De toren werd in 1905 herbouwd door Beltrami, die hierbij uitging van het originele ontwerp van Filarete. In de kleine toren linksachter, de Torre Castellana, had Lodovico il Moro zijn schatkamer ondergebracht. Die werd ‘bewaakt’ door Argus, die bij de ingang van de Sala del Tesoro staat afgebeeld op een fresco van Bramante.

Achter het Castello ligt het Parco Sempione, een park van ruim 47 hectare groot. Toch beslaat dit park nog maar een deel van de oude hertogelijke tuin van de Visconti’s, die in de vijftiende eeuw werd uitgebreid tot een jachtdomein van zo’n 300 hectare. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in het park tarwe verbouwd, maar na de wederopbouw werd het weer een plaats waar de Milanezen even kunnen ontspannen.

Nog iets verder naar het noorden vind je een van de prachtigste plekken van Milaan, het Cimitero Monumentale, dat dankzij de prachtige beelden en graven wel iets weg heeft van een openluchtmuseum. De Famedio (Famae Aedes), het ‘huis voor beroemdheden’, vormt het hart van het kerkhof. Het is een soort pantheon waar beroemde Milanezen en niet-Milanezen zijn begraven. Je ziet bijvoorbeeld de graftomben van de auteur Alessandro Manzoni, van de architect Luca Beltrami en van de dichter en Nobelprijswinnaar Salvatore Quasimodo. Ook staan er busten van Garibaldi, Verdi en Cavour.

Een bezoek aan het Cimitero Monumentale is bijna een bezoek aan een museum voor de kunst van eind negentiende eeuw tot nu. In het Civico Mausoleo Palanti, een enorm mausoleum met een crypte, die in 1943 dienst deed als schuilkelder, bevinden zich de graftomben van de komiek Walter Chiari en van Hermann Einstein, de vader van de beroemde Albert Einstein.

Wandel rustig langs de graven en laat de kunstige monumenten op je inwerken. In de middelste laan staan twee graftomben die zijn ontworpen door Enrico Butti. De eerste, de tombe van de jonge Isabella Casati, wordt ook wel Jonge vrouw betoverd door een droom genoemd. Hier bevindt zich ook een schrijn van Besenzanica, Werk genaamd. Rechts zie je de monumentale tombe van Toscanini, gebouwd voor de zoon van de dirigent. Indrukwekkend zijn ook de tomben van Carlo Erba, Bocconi, Campari en Falck.

Fare aperitivo, oftewel een aperitief drinken, is een Milanese gewoonte en mag dan ook zeker niet ontbreken tijdens een tocht door Milaan. De leukste plek voor een aperitivo is de wijk Navigli, een wijk rondom de restanten van een belangrijk stelsel van waterwegen dat door een groot deel van de stad liep. Over het Naviglio Grande is bijvoorbeeld het Candoglia-marmer vervoerd dat nodig was voor de bouw van de Duomo.

Ook de artistieke wijk Brera is een prima plek voor een aperitief. Mocht je hier wat eerder op de dag zijn, neem dan de tijd voor alle bijzondere plekken in deze studentenwijk: de kerk Santa Maria del Carmine, de Pinacoteca di Brera (een van de beroemdste musea van Italië), de kleine, originele winkeltjes en de gezellige koffiebarretjes.

Genoeg inspiratie voor een bezoek aan Milaan hoop ik, de komende dagen ga ik wat dieper in op een aantal prachtige plekken. Morgen gaan we terug naar het begin van deze wandeling voor een bezoek aan het mooiste beeld van de stad!

jul 25

Eugenio Corti’s roman Il cavallo rosso, oftewel Het rode paard, verscheen al in 1983, maar bleef onopgemerkt  in de media. Gelukkig wisten de Italiaanse lezers het verhaal wel te waarderen: het boek beleefde onlangs zijn zevenentwintigste druk. Het is sinds kort ook in het Nederlands verkrijgbaar, mede dankzij vertalers Mik Hamers en Cora Leek, die het maar liefst 1376 (!) pagina’s tellende boek onder handen namen.

Het rode paard is het levenswerk van Eugenio Corti, die samen met een aantal leeftijdgenoten betrokken was bij de Italiaanse veldtocht in Rusland. Hij maakte daar gruwelijke dingen mee. Hij raakte diep overtuigd van het feit dat de ideologieën die in deze periode om de voorrang streden, nazisme en communisme, beide tot de ondergang leiden.

Des te dieper raakte het hem na de oorlog dat in Italië het communisme tot bloei kwam, en zelfs in de kerk terrein won. In zijn boeken laat hij zijn hart spreken: over wat hij zelf ervoer, over wat hij zag in de diepste diepten, over de liefde en trouw om hem heen, over thuis, over de samenleving die zich na de oorlog ontwikkelde.

Het rode paard is daarvan het meest indrukwekkende getuigenis. Corti’s roman laat zien hoe gewone mensen in het reine proberen te komen met wat ze zien en meemaken, met de verbijstering, het verdriet, de onmacht en het onrecht. Maar het boek toont ook de kracht van liefde en geloof in de bitterste omstandigheden.

Het rode paard vertelt de geschiedenis van een aantal Italiaanse families uit Noord-Italië. De studerende jongens worden opgeroepen voor de Italiaanse veldtocht in Rusland en maken daar onbeschrijfelijke gruwelen mee. Het verhaal loopt door tot aan de zeventiger jaren van de twintigste eeuw en biedt daarmee een weids panorama van de twintigste-eeuwse Europese geschiedenis vanuit Italiaans perspectief.

Een fragment:

‘Toen Ambrogio de volgende dag de tuin van het pension uit liep naar het strand, lag Tricia daar al – deze keer in het rood, maar weer met het malle kegelvormige hoedje op – languit om te zonnen. Ze begroette hem opgewekt zwaaiend. De jongen gooide zijn badtas met schone kleding onder de parasol en ging naast haar op het zand zitten.

‘Dag. Ik zie dat je een ochtendmens bent,’ zei hij.
‘Ach, ik vind het altijd prettig om vroeg op te staan.’
‘Je bent een keurig meisje,’ zei Ambrogio, de stem van de adjunct-rector Pater Inboorling nadoend, die het meisje echter blijkbaar niet kende. ‘Een keurig meisje.’

Tricia glimlachte: ‘Ik vind het gewoon dom om niet ‘s morgens van de zon te genieten. Wat vind jij?’
‘Mee eens. Even iets anders: ik denk er nu aan dat ik gisteravond mijn vragenlijstje niet afgewerkt heb. Waar waren we gebleven? O ja, we waren over de studie aan het praten. Vooruit dus: welke studie volg je?’
‘Nu nog het lyceum. Ik heb het tweede jaar afgemaakt.’
‘Waar, in Rho?’
‘Nee, in Milaan. Op het Berchet.’
‘O, gelukkig niet in Rho. Dat wilde ik net zeggen.’
‘Waarom?‟ vroeg ze onzeker. „Ben je bevooroordeeld wat Rho betreft?’
‘Zeker,’ antwoordde hij. ‘Moet je dat nog vragen? Welk fatsoenlijk wezen is niet bevooroordeeld over Rho?’

Tricia begon te lachen. Op die manier gingen ze door met hun gesprek; de jongen pakte af en toe een handje zand en liet dat langzaam tussen zijn vingers door glijden. ‘We zijn zelf net zand,’ dacht hij, bijna alsof hij een voorgevoel had van de gebeurtenissen waarin hij een rol zou spelen. Dat was niet echt zo, maar het gezelschap van het meisje maakte dat hij niet verviel in gewone banaliteit.

Intussen werd het drukker op het strand, er werden meer parasols geopend; ook de twee zusjes van Tricia van vijf en zes jaar kwamen eraan, die eerst Ambrogio begroetten met een soort uithaal die als buiging bedoeld was, en daarna vol overgave gingen spelen: met een schepje haalden ze nat zand en vulden bont gekleurde blikken vormpjes van dieren en poppetjes.

‘Straks komen ook haar vader en moeder,’ dacht Ambrogio. ‘Ik moet eigenlijk een manier vinden om er voor die tijd tussenuit te knijpen. Wat kan ik eens voorstellen? Erop uit met de roeiboot? Of met de zeilboot?’ Toen viel hem de Rubicon in.
‘Hoor eens, Tricia, ik heb een lumineus idee.’
‘Ja?’

‘Ben je wel eens naar de Rubicon geweest?’
‘Wat bedoel je?’ Ze was een beetje verbaasd. ‘Wat is dat voor metafoor?’
‘Wat heeft een metafoor er mee te maken?’ Nu begreep de jongen het even niet.
Toen drong tot hem door dat ze het in figuurlijke zin bedoelde. ‘Nee, niks metafoor: ik bedoel het letterlijk. Laten we zeggen min of meer in de stijl van Giovanni Verga. Hebben jullie Verga behandeld op school? Of zijn jullie op het Berchet Lyceum een beetje achter?’

Tricia moest lachen. Ambrogio kwam helemaal op dreef door het praten met een meisje.
‘Om te beginnen,’ ging hij verder, ‘moet je weten dat de Rubicon een rivier is.’
‘Dank je, tot zover kan ik het volgen,’ zei Tricia, ‘ook al waren we op het Berchet ook al zo ver.’
‘Kijk eens aan,’ zei Ambrogio, ‘heel goed, dat had ik niet verwacht. Het is dus een rivier.’

Toen stopte hij en keek Tricia recht aan: ‘Eh, kan ik erop vertrouwen dat je me niet in de maling neemt?’
‘Waarom zou ik dat doen?’ zei ze verbaasd.
‘Weet je niet dat de Rubicon hier vlakbij is?’ En wijzend: ‘Daar achter, amper een paar kilometer verder? Of weet je dat heus wel?’
‘Een paar kilometer? O ja, dat is zo,’ herinnerde ze zich, ‘inderdaad de kant van Rimini uit, dat is waar. Daar achter, zeg je?’

De jongen was gerustgesteld. ‘Goed, ik zie dat je niet helemaal onbekend bent met het onderwerp. Maar het zou niet verkeerd zijn je kennis wat op te frissen. Wat zou je ervan zeggen er eens een kijkje te nemen? Zullen we erheen gaan?’
‘Wil je een wandeling maken?’
‘Prima, zo kunnen we het noemen, een wandeling. De rivier is niet ver, we kunnen er binnen een uur zijn.’
‘En wat is daar dan wel te zien?’

‘Als eerste is er de Rubicon, oftewel een rivier die in zee uitmondt. Dat is één. En verder zijn er de dobbelstenen: dat is twee.’ Hij herinnerde zich een grap uit zijn schooltijd. ‘De dobbelstenen van Caesar, snap je?’
‘De dobbelstenen van Caesar?’
‘Ja, de dobbelstenen die hij gooide toen hij zei: De teerling is geworpen. Je ziet dat ook Caesar een realist was, hij sprak nooit in een metafoor: daarom heeft hij de dobbelstenen echt gegooid.’

‘En die zouden daar nu zijn, na tweeduizend jaar?’
‘Ja, ze zijn daar. Ik meen het. Grote, omdat Caesar groot was: hij was groot en zijn dobbelstenen waren groot.’
‘Nou ja.’
‘Wedden? Hoor eens, Tricia: als we bij de Rubicon geen dobbelstenen vinden…’
‘Maar waar zijn de dobbelstenen nu?’
‘Daar op de grond, dicht bij de Rubicon, alsof het niets is. Dus als we ze niet vinden, krijg je van mij een boek cadeau. Als we ze wel vinden, dan…’
‘Dan?’

Trouw aan zijn principes over kuisheid weerstond Ambrogio de opwelling om te zeggen: Dan geef je me een kus. ‘Voor deze keer krijg je dan alleen maar een ijsje. Kom, we gaan.’
Tricia besloot: ‘Goed. Ik kan wel wat beweging gebruiken.’ Ze stond op, klopte het zand van haar rode pakje, en keek er nog eens goed naar. Ze bedacht zich: ‘Wacht even, ik ben zo klaar.’

Lees het hele verhaal van Eugenio Corti in Het rode paard, dat in twee edities is verschenen: een luxe paperback met flappen van € 49,50, en een in linnen gebonden editie met stofomslag van € 75,00.

Het rode paard
Eugenio Corti
vertaald door Mik Hamers & Cora Leek
ISBN 9789051943894 (luxe paperback met flappen)
€ 49,50
ISBN 9789051943818 (geboden editie met stofomslag)
€ 75,00
uitgeverij Van Wijnen

jul 10

Na de amandelkoekjestaart van gisteren vandaag een verhaal over Saronno, het amandelstadje in het noorden van Italië.

Overal in Italië woeden oorlogen als in Saronno plotseling een jonge kunstenaar opduikt. Bernardino Luini is een leerling van Leonardo da Vinci en is door zijn leermeester gestuurd om een fresco te schilderen in de kerk van Saronno. De flamboyante kunstenaar wordt betoverd door de schoonheid van Simonetta di Saronno, een jonge weduwe van adellijke komaf.

Hij vraagt haar te poseren voor het fresco van de madonna. In eerste instantie moet Simonetta niets van hem hebben, maar als ze toch ingaat op zijn verzoek gebeurt het onvermijdelijke: ze worden verliefd. Als het jonge paar verstrikt raakt in een reeks religieuze schandalen en de inwoners van Saronno zich tegen Bernardino keren, moet hij de stad ontvluchten. Bernardino zal er echter alles aan doen om terug te keren naar de vrouw van wie hij zielsveel is gaan houden.

De schrijfster van het boek, Marina Fiorato, vertelt hoe het verhaal over Simonetta di Saronno tot stand kwam: ‘Het idee voor De madonna van Saronno kwam van de legende van de alom geliefde likeur amaretto di Saronno, nu bekend als Disaronno Originale. Het verhaal gaat over een liefdesverhouding tussen een mooie weduwe (een waardin in de legende) en de kunstenaar Bernardino Luini, uit de school van Da Vinci.

Luini schilderde naar alle waarschijnlijkheid in 1525 de weduwe als de Maagd in de Sanctuariumkerk van Saronno, en zij bedacht amaretto voor hem als liefdesgeschenk. Hoewel dit verhaal de essentie van het boek vormt, moet duidelijk gesteld worden dat de amarettodrank die op deze pagina’s wordt genoemd verder geen verband houdt met de huidige Disaronno, noch wat de ingrediënten noch wat de productiemethode betreft. De geheimen van Disaronno Originale blijven vanzelfsprekend in bewaring bij de familie Reina uit Saronno. […]’

Een fragment uit De madonna van Saronno:

‘Simonetta had een fijne smaak, en had de heerlijkste wijnen geproefd vanaf het moment dat ze als baby een speen kreeg die was gedoopt in Venetiaanse marsala. Toen ze een getrouwde vrouw was, had Lorenzo haar kennis verbreed door haar bier en brandewijn, grappa en limoncello te laten proeven. Hun tafel was bijna bezweken onder de beste wijnen van Lombardije en omstreken; de Sassella en Grumello uit het Valtellina, de rode Valcalepio en witte Oltrepo Pavese. San Colombano uit Lodi en Chiaretto van de westoevers van het Gardameer. Ze wist wat de tong streelde en werkte daar nu naartoe.

De hele nacht werkte ze door, terwijl ze de monniken van de Grande Chartreuse aanriep., die hun groene brouwsel distilleerden in de naam van God. Ze was die nacht een zuster van de Arabische nomaden die in de woestijn hun sterke, zoete arak stookten. Steeds weer proefde ze, tot haar hoofd tolde en ten slotte haar zintuigen het begonnen te begeven. Haar ogen konden niet scherp meer zien, en haar gedachten gingen, als huiswaarts kerende druiven, naar Bernardino terug.

In haar verwarde toestand dacht ze dat het brouwsel dat ze maakte, voor hem was. Ze stopte alles wat in haar hart leefde in het drankje. Ze ging naar buiten en plukte ’s nachts in het geurige donker abrikozen van de leibomen, terwijl hun vruchtvlees nog warm was van de zon en hun velletje zo zacht als dat van een jong muisje. Abrikozen voor de zoetheid, de overstelpende zoetheid die ze had gevoeld toen hij haar die ene heftige keer had gekust.

Daarna voegde ze er uit een Chinese pot nog kruidnagelen aan toe, zo zwart als zijn haar, en eenmaal fijngestampt zo bitter als de herinnering aan zijn vertrek, de laatste keer toen hij zich van haar afwendde en wegreed in de richting van de heuvels. De spiralende schil van de groenste appel die onder het schillen over haar handen gleed als de slang van Eva, deed haar denken aan de gelukkige zondeval die haar in zijn armen had gedreven.

Maar de gele schil van een goudkleurige citroen beet in de sneetjes in haar knokkels, als afstraffing voor de vingers die het warme haar op zijn hoofd hadden vastgegrepen toen ze zijn gezicht naar zich toe had getrokken. Pas toen, toen liet ze zich helpen door de herinnering aan hem, toen ze bitter en zoet combineerde, de essentie van hun ontmoeting, wist ze dat het goed was.

Ze nam een grote slok van de drank die nu klaar was, terwijl ze snel met haar ganzenveer de precieze hoeveelheden en ingrediënten opschreef die ze had gebruikt. Ze zat te knikkebollen boven haar inktzwarte vingers, en toen haar voorhoofd de zachte bladzijden van het grootboek raakte, dacht ze dat ze een glas met hem deelde, lachend, ergens waar de zon hun huid tijdens het drinken verwarmde zoals ze wist dat nooit zou gebeuren.’

Bernardino Luini wordt inmiddels bewonderd als de beroemdste renaissancekunstenaar  van Lombardije. Hij wordt zelfs wel vergeleken met zijn leermeester, Leonardo da Vinci. In feite werd Bernardino’s aanwezigheid in het klooster van Sint Mauritius in Milaan zo geheim gehouden en was het werk daar met zoveel talent gemaakt, dat de fresco’s jarenlang aan Leonardo zelf zijn toegeschreven.

Fiorato: ‘Er is weinig bekend over Luini’s levensgeschiedenis, en ik heb me dan ook grote vrijheden veroorloofd met zijn levensverhaal, in het bijzonder wat betreft het ouderschap van zijn twee oudste zoons, Evangelista en Giovan Pietro. Zijn werk spreekt echter voor zich. Breng in elk geval een bezoek aan de mooie kerk Santa Maria dei Miracoli in Saronno, nu het Santuario Beata Vergine dei Miracoli geheten.

Als je Bernardo’s ware genie wilt zien, stap dan over de drempel van het Monastero San Maurizio (het vroegere Monastero Maggiore) in Milaan, waarvan de decoratie Luini’s belangrijkste kunstwerk is.’

Het verhaal dat Fiorato rondom Bernardino Luini en de madonna van Saronno bedacht, lees je in

De madonno van Saronno
Marina Fiorato
ISBN 9789047201090
€ 19,95
uitgeverij Artemis

jun 10

Zoals ik vorige week al schreef, neemt Esther van Veen, auteur van de nieuwe Dominicus stedengids Florence, jullie deze maand af en toe mee naar Florence. Vandaag het verhaal over het grootste genie dat Toscane ooit gekend heeft…

‘Eens in de zoveel tijd komt een uitzonderlijk getalenteerd mens ter wereld. Zo ook ten tijde van de renaissance, in de persoon van Leonardo da Vinci (1452-1519). Over dit onnavolgbare genie zijn boekenkasten volgeschreven, maar het mysterie van wat er precies in zijn hoofd om ging, is nog steeds niet opgelost.

Zelfs tijdens zijn leven werd Leonardo veelal niet begrepen, aangezien hij zijn tijd ver vooruit was. Zo ontwierp hij bijvoorbeeld helikopters, tanks, onderzeeboten, duikpakken en vliegmachines, eeuwen voordat deze uitvindingen daadwerkelijk gedaan zouden worden. Leonardo keek hiermee ver over de begrenzingen van zijn tijd heen.

Tevens was hij vaak met honderd dingen tegelijk bezig. Vandaar dat er geen ander mens in de geschiedenis bestaat op wie het predicaat uomo universale meer van toepassing is. Deze universele mens was namelijk niet alleen een bijzonder getalenteerd schilder en uitvinder, maar ook nog eens een begenadigd filosoof, natuurkundige, architect, anatomist, astroloog, schrijver én beeldhouwer.

Kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari noemt Leonardo ‘hemels en wonderbaarlijk’ en dicht hem een ‘verheven lichamelijke schoonheid’ toe en een ‘oneindige gratie’ die hij in al zijn handelingen legde. Maar volgens Vasari had Leonardo het nog veel verder kunnen schoppen, als hij niet zo veranderlijk en wispelturig zou zijn geweest. Hij doelt hiermee op Leonardo’s irritante gewoonte om enthousiast aan een project te beginnen, om het daarna plotseling links te laten liggen omdat zijn aandacht alweer naar iets anders getrokken werd. Dit gedragspatroon, gecombineerd met zijn onverschillige houding, leidde niet zelden tot grote frustraties bij zijn opdrachtgevers.

Deze eigenzinnigheid omringde Leonardo met een ongrijpbaar en mysterieus aura. Andere biografen omschrijven Leonardo als een zeer knappe, charismatische man, met een grote persoonlijke aantrekkingskracht. Dankzij zijn vermeende vriendelijkheid en vrijgevigheid was hij over het algemeen zeer geliefd bij zijn tijdgenoten. Daarnaast was hij gek op dieren, en vond hij het immoreel vlees te eten als dat niet strikt noodzakelijk was. Hij was overtuigd vegetariër, wat uitzonderlijk was voor die tijd.

Leonardo leek gedreven te worden door een krachtige impuls om de wereld om hem heen te willen begrijpen, na te bootsen en verder te ontwikkelen. De natuur werd het uitgangspunt van al zijn uitvindingen. Van de vlucht van vogels tot de menselijke anatomie, alles intrigeerde hem. Leonardo wilde niet alleen de zichtbare wereld nabootsen, maar ging juist op zoek naar de wereld daarachter om de geheimen van de natuur te ontsluieren.

Dankzij zijn grote observatievermogen en het plezier dat hij erin had om experimenten uit te voeren en op te tekenen, bestaan er zeer veel studies en schetsen van zijn gedachtekronkels. Hij stond aan de wieg van de moderne wetenschap, waarvan observatie een belangrijke pijler is.

Daarnaast schuimde Leonardo de straten van Florence af, op zoek naar mensen met uitgesproken gezichten om in karikaturen en schilderijen te verwerken. Leonardo was van mening dat alles schoonheid bezat, ook het lelijke. Hij hield daarom niet van de idealisering die Botticelli en Michelangelo in hun werken toepasten. Leonardo ging zelfs zó ver in zijn studie van het menselijk lichaam, dat hij niet alleen de mortuaria van Florence afstruinde, maar ook zelfs pas begraven lijken opgroef om deze in zijn huis te ontleden en na te tekenen!

Hij was een van de eersten die het mysterie van de groei van een baby in de baarmoeder uit de doeken deed in zijn schetsen. Door dit soort praktijken, én door zijn opvatting dat de zon niet rond de aarde draaide, werd hij door zijn tijdgenoten als controversieel beschouwd. Hij besloot mede hierom zijn aantekeningen in spiegelbeeld te schrijven, zodat deze moeilijker te ontcijferen waren. In die tijd bestond er namelijk een groot risico om van ketterij beschuldigd te worden.

Veel van zijn aantekeningen bevinden zich momenteel in verschillende bibliotheken in Milaan, maar zijn belangrijkste schetsen zijn in het bezit van de Britse koningin Elizabeth en worden bewaard in de Koninklijke Collectie van het Windsor Castle.

Als schilder heeft Leonardo misschien wel de meeste roem behaald. Al in zijn tijd stond hij erom bekend dat hij iemands ‘ziel’ op een schilderij vast kon leggen. Hij specialiseerde zich in vrouwenportretten. Het beroemdste schilderij ter wereld, La Gioconda, oftewel de Mona Lisa, maakte hij in Florence. De mysterieus glimlachende vrouw zou de echtgenote zijn van de rijke Florentijnse handelaar Francesco Zanobi del Giocondo. Voor Leonardo was het verblijf in Florence geen geweldige tijd. Veel vrienden en bekenden, waaronder Verrocchio, waren inmiddels overleden, en zijn jongere rivaal Michelangelo werd gezien als het nieuwe idool van de stad.

Aan het Milanese hof schilderde Da Vinci bekoorlijke portretten van de belangrijkste minnaressen van Ludovico ‘Il Moro’ Sforza. Een ander meesterwerk dat hij in Milaan vervaardigde, is het fresco van Het Laatste Avondmaal in het Santa Maria della Grazie-klooster. Helaas is dit werk flink beschadigd door een desastreus experiment met olieverf, waardoor de verf van de vochtige kloostermuren afbladderde.

In Venetië ontwikkelde hij zijn chiaroscuro-techniek (gebruik van sterk contrasterende schaduw en licht om reliëf te scheppen) en de sfumato-techniek (het schilderen van meerdere transparante lagen over elkaar in combinatie met het gebruik van schaduw om volume te creëren), die voor een diepere emotionele laag in zijn werken zouden zorgen. Dankzij Leonardo’s minutieuze bestudering van de natuur, deed ook het atmosferisch perspectief zijn intrede in de schilderkunst; iets in de verte wordt iets waziger en blauwer.

Leonardo’s persoonlijke leven lijkt sterk getraumatiseerd te zijn geweest door de anonieme aanklacht van sodomie die hij aan zijn broek kreeg. Maar hard bewijs voor de vermeende homoseksuele contacten die hij met de notoire prostituee Jacopo Saltarelli zou hebben gehad, is nooit gevonden.

Hoewel homoseksualiteit veel voorkwam in het Florence van die tijd, was het streng verboden en stonden er hoge straffen op. Vandaar dat Leonardo in de periode erna grotendeels celibatair leefde en zijn persoonlijke relaties zoveel mogelijk geheim probeerde te houden. Hij is nooit getrouwd geweest, en schijnt ook nooit intiem met een vrouw geweest te zijn. Zijn grootste liefdes waren zijn jongere leerlingen Gian Giacomo Caprotti da Oreno, ook wel Salai genoemd, en Francesco Melzi , de zoon van een Milanese aristocraat. Melzi zou tot Leonardo’s dood in Amboise bij hem gebleven zijn.’

Meer verhalen van Esther van Veen lezen? De nieuwe Dominicus stedengids Florence onthult alle geheimen van de hoofdstad van Toscane. Wil je kans maken op deze gloednieuwe gids, stuur dan een e-mail naar winnen@ciaotutti.nl. Wie weet win jij dan een van de vijf exemplaren van de Dominicus stedengids Florence die we van uitgeverij Dominicus mogen weggeven.

apr 30

De jonge, vrijgevochten Luciana, die als prostituee en als schildersmodel werkt, wordt door een van haar voornaamste klanten gevraagd om te poseren voor een bevriende schilder. Deze schilder blijkt niemand minder te zijn dan Sandro Botticelli, die graag wil dat Luciana poseert als de centrale figuur Flora op zijn beroemde schilderij La Primavera.

Wanneer de kunstenaar haar echter wegstuurt zonder haar te betalen, steelt Luciana in haar woede een niet-afgemaakte miniatuur, cartone genaamd, van het schilderij. Hiermee zet ze een reeks van gebeurtenissen in gang en binnen een paar uur nadat Luciana de miniatuur heeft meegesmokkeld zijn er drie moorden gepleegd. Wat kan er zo bijzonder zijn aan dit schilderij? Welk geheim gaat er achter het doek schuil?

Luciana richt zich tot een monnik die in het klooster van Sante Croce verblijft, en samen ontvluchten ze Florence. Om het raadsel van Botticelli’s La Primavera te ontcijferen, doen ze negen verschillende Italiaanse steden aan, elk met een eigen geheim…

Net als ik morgen zal doen, reizen Luciana en de monnik ook van Napels naar Rome, waar ze worden onthaald door de paus. Een fragment:

‘Toen we eindelijk door de poort Rome binnenreden, was ik stomverbaasd dat het zo massaal was. Kolossale vierkante gebouwen glansden als goud in de zon, groter dan ik ooit had gezien, niet in Florence en zelfs niet op het Veld der Wonderen in Pisa. Het was in de hondsdagen, de Hondsster stond hoog naast de zon en de zon scheen lang en tot laat in de avond, maar zelfs zij moest ten slotte het veld ruimen. Goud werd zilver wanneer het licht boven Rome afnam en het langzaam donker werd. De paleizen, stadsgebouwen, kastelen en kerken veranderden langzaam zoals een opaal van kleur, alsof ze het decor vormden van een sprookje. Rome was een unieke stad, de verblijfplaats van prinsen.

Die indruk werd bevestigd toen we aankwamen bij Castel Sant’ Angelo – een enorme bruidstaart met kantelen van terracotta bakstenen, een rode pion in ons schaakspel. Op de oever van de traag stromende rivier leek het gebouw eerder op een vesting dan op een kasteel, maar onze kamers waren weelderig ingericht en we werden hartelijk ontvangen. Ons reisgezelschap kreeg de hele bovenste verdieping toegewezen, en in onze eigen eetzaal aten en dronken we in stijl. Na de maaltijd gingen broeder Guido en ik een eindje wandelen, allebei – zonder het uit te spreken – op zoek naar een plek om even alleen te zijn.

We hadden onderweg heel af en toe met elkaar kunnen praten, maar de vrouwen waren gescheiden van de mannen ondergebracht en broeder Guido en ik hadden alleen in het koninklijke rijtuig, in het bijzijn van de koning en de koningin, gelegenheid gehad om met elkaar te praten. We hadden af en toe fluisterend een gesprekje gevoerd, maar het woord ‘primavera’ niet durven noemen. En de laatste paar dagen, toen we hadden gehoord dat de paus ons had uitgenodigd in zijn kasteel en ons een audiëntie had beloofd, had broeder Guido alleen nog maar opgewonden kunnen fluisteren over zijn komende ontmoeting met de kerkvader. Hij bad zo veel dat ik bang was dat zijn tong uit zijn mond zou vallen, en hij knielde bij elke wegkapel tot ik dacht dat zijn knieën tot op het bot zouden slijten. Ook was ik bang geweest dat Don Ferrante argwaan zou krijgen, omdat ik niet dacht dat Niccolò della Torre bekend zou staan als een devote gelovige.

Elke keer als mijn vriend weer in het rijtuig was gestapt, had ik hem er met gebaren en een strenge blik aan herinnerd dat hij zijn rol moest spelen. Ik had onkuis tegen hem aan gehangen, mijn tieten in zijn gezicht gedrukt en vermaningen in zijn oor gefluisterd alsof het geen zure, maar zoete woordjes waren. (Ik moet bekennen dat ik wat dat betreft mijn gevoelens had laten spreken, voor zover dat mogelijk was.) Ten slotte was hij zich weer iets beter gaan gedragen, maar ik had wel gemerkt dat hij, toen we dichter bij de stad kwamen, in alle staten van religieuze opwinding was. Ik was ook opgewonden, maar dat was omdat ik hoopte dat we eindelijk weer eens over het schilderij konden praten en ik zou horen waarom Rome ook een onderdeel van het raadsel was.

Tijdens onze passeggiata die avond vonden we een perfecte plek voor een gesprek: het hoogste kanteel, bemand door twee angstaanjagende, heen en weer lopende schildwachten. Ze stelden geen vragen en wilden niet weten wat we daar kwamen doen, en ik nam aan dat hun was verteld wie de gasten waren en dat ze eraan waren gewend dat die gasten ’s avonds naar buiten kwamen om het uitzicht te bewonderen. Ten slotte draaide ik het uitzicht mijn rug toe, zoals ik ook op de berg in Fiesole had gedaan, om eindelijk ter zake te komen.’

Of Luciana en Guido, de monnik, in Rome een stapje dichter bij de oplossing van het raadsel van Botticelli komen, lees je in

 

Het raadsel van Botticelli
Marina Fiorato
ISBN 9789047201892
€ 19,95
uitgeverij Artemis & co

Via deze link kun je alvast de booktrailer bekijken, die je als het ware meezuigt in het schilderij van Botticelli!

Het raadsel van Botticelli winnen?
Ciao tutti mag van uitgeverij Artemis drie exemplaren van Het raadsel van Botticelli weggeven. Wil je kans maken op dit heerlijke boek, stuur dan voor 15 mei een mail met je naam en adres naar winnen@ciaotutti.nl.

feb 15

Op 4 januari gaf ik jullie al een voorproefje van de nieuwe gids die uitgeverij Gottmer en De Smaak van Italië samen hebben gemaakt: Bed & breakfast en charmehotels Italië. Inmiddels zijn alle pagina’s voor de laatste keer gecontroleerd, is de drukker bezig om van al die pagina’s een mooi boekwerk te maken, dat begin maart in de winkel zal liggen, en zijn we druk bezig met de promotie van het boek. Zo zal de gids in het weekend van 19 en 20 maart een dubbele doop beleven: zowel op de Internationale Bed&Breakfast Beurs in Brussel als op Italia al Dente in Amsterdam (waarover ik later deze maand uitgebreider zal schrijven).

Uiteraard zal ik jullie berichten als de gids te koop is, maar vandaag wederom een klein voorproefje van al het moois dat Bed & breakfast en charmehotels Italië te bieden heeft. Niet van een specifieke bed & breakfast dit keer, maar een sneak preview van de opzet van de gids.

Naast de bijna 80 sfeervolle accommodaties, die overigens vaak op nog onontdekte plekjes liggen en die het hart van elke Italiëliefhebber sneller doen kloppen, bevat elk hoofdstuk ook een overzicht van  de mooiste bezienswaardigheden, de beste wijnen, de leukste uitstapjes met kinderen en de lekkerste gerechten uit de buurt . Daarna volgen de accommodaties, die steeds zijn voorzien van een persoonlijke tip van de eigenaren. Of het nu een Grand Tour wordt door heel Italië of een ontspannen vakantie in het noorden van Italië, met deze gids kun je alle kanten op. Aangezien ik deze maand in het noorden vertoef, een kleine impressie van de regio’s Lombardije, Veneto en Friuli-Venezia Giulia:

Wat moet je nu bijvoorbeeld eigenlijk echt zien en doen tijdens een vakantie in een van deze regio’s? De makers van Bed & breakfast en charmehotels Italië hebben een mooi lijstje samengesteld:

*een dagje zwemmen in het Comomeer of Gardameer

*een espresso bestellen in een van de koffiebars van Triëst

*grappa proeven en het grappamuseum bezoeken in Bassano del Grappa

*dwalen door de steegjes van Venetië

*shoppen in Milaan

*delicate ham proeven in San Daniele

*wandelen door het oude centrum van Brescia

*de Renaissancestad Udine bezoeken

*zwijmelen in Verona, kunstparadijs en stad van Romeo en Julia

*de architectuur bewonderen in Vicenza, de ‘stad van Palladio’

Ook menusuggesties ontbreken niet. Wil je de echte smaak van Noordoost-Italië proeven? Probeer dan een van deze heerlijke streekgerechten:

*polenta (traditioneel maïsgerecht uit Lombardije)

*ossobuco (Milanese kalfsschenkel)

*frico (gebakken kaas met peper, ui en spek uit Friuli)

*jota (koolsoep uit Friuli)

*sarde in saor (Venetiaanse sardientjes in het zuur)

*risi e bisi (rijst met doperwten uit Veneto)

Als ik deze lijstjes (en de leuke logeeradressen in het boek) eens goed bekijk, zou ik eerlijk gezegd nog wel een paar weken bij willen boeken hier in het noordoosten van Italië. En dan heb ik de persoonlijke tips van de eigenaren van alle accommodaties nog niet eens genoemd…

Maar eerst op naar Venetië – ben heel benieuwd hoe de sfeer in de stad is, zo vlak voor het carnaval. Andiamo!

Zie ook de speciale Facebook-pagina voor deze bed & breakfast-gids!

preload preload preload