mei 20

Om nog even bij het thema stadsplattegronden te blijven, vandaag een tip voor iedereen die (in tegenstelling tot ondergetekende) wel graag met een kaart in de hand een stad verkent. Sinds kort zijn er namelijk de zogenaamde Crumpled City Maps, verfrommelde stadsplattegronden dus. ‘Verfrommeld?’ denk je nu misschien. ‘Wat heb ik daar nu aan?’

Toch zijn deze Crumpled City Maps verreweg de handigste stadsplattegronden. Want geeft toe: hoe vaak is het je niet overkomen dat je een plattegrond onmogelijk weer netjes opgevouwen kreeg? Hoe vaak heb je je niet geërgerd aan die voorgevouwde plattegronden, die nooit meer in hun oorspronkelijke positie terug lijken willen te gaan?

Met de Crumpled City Maps is dit voorgoed verleden tijd. Deze stadsplattegronden zijn namelijk gemaakt van zacht, licht en scheurvast materiaal. Je kunt de plattegrond dus gewoon in je tas of broekzak proppen en binnen no time uit- of opvouwen. De plattegronden zijn bovendien waterproof, dus ook in een regenbuitje (als het vinden van de juiste weg wellicht nog wel belangrijker is dan anders) vind je je weg door de stad. Zoals gezegd scheurt het materiaal niet, en er ontstaat ook geen slijtage op de vouwranden, waar de straatnamen op een gewone kaart al snel niet meer te zien zijn.

Het kan natuurlijk niet anders dan dat dit design van een Italiaan is. Het is een idee van de Milanese ontwerper Emanuele Pizzolorusso, die de kaarten ontwikkelde. Hij heeft ze samen met het bedrijf Palomar, dat in Florence is gevestigd, in de markt gezet. Er is natuurlijk een kaart van Florence, maar ook van Rome, Milaan en Venetië (en van een heleboel niet-Italiaanse steden, waaronder Amsterdam, Londen en Parijs).

   

Naast de belangrijkste bezienswaardigheden is er op elke Crumpled City Map een bijzondere lijst van 10 zogenaamde SoulSights opgenomen. Dat zijn plaatsen die je verrassen, die je verliefd laten worden op de plek en de stad. Bezoek deze SoulSights en je voelt je een kunstenaar, een dichter, een fotograaf, een dromer…

De Crumpled City Maps kosten circa twaalf euro per stuk en zijn onder andere verkrijgbaar via de webshop 100procenttravel.nl. Hieronder een overzicht van de huidige collectie, maar de ontwerpers zetten steeds meer steden verfrommeld op de kaart. Er zijn ook al een aantal Crumpled City Maps speciaal voor kinderen verkrijgbaar, onder andere voor Amsterdam en New York.

dec 20

Voor zover bekend is Artemisia Gentileschi de enige vrouw die een beroemde Annunciatie heeft geschilderd. Artemisia werd geboren in Rome, waar ze van haar vader, Orazio Gentileschi, leerde hoe ze het penseel moest hanteren. Op advies van haar vader ging ze in de leer bij Agostino Tassi, een schilder die voornamelijk landschappen vastlegde.

Tassi leerde Artemisia de kunst van het perspectief, maar maakte misbruik van zijn positie als leraar. Hij misbruikte Artemisia en zou haar vader hebben bestolen. Na een langdurig en ingewikkeld proces werd Tassi weliswaar voor korte tijd achter de tralies gezet, maar voor Artemisia was er al te veel verloren gegaan. Ze keerde Rome de rug toe en trouwde met de Florentijn Pierantonio Stiattesi, met wie ze naar Florence trok.

Hier werd ze in 1616 als eerste vrouw ooit toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno, de meest vooraanstaande kunstacademie. Artemisia schilderde in de stijl van Caravaggio en maakte net als hij veel gebruik van chiaroscuro, een schildertechniek waarbij het contrast tussen licht en donker wordt uitvergroot.

In Florence schilderde ze een aantal van haar beroemdste werken, waaronder Judith onthoofdt Holofernes (nog steeds te zien in de Galleria degli Uffizi) en Maria Magdalena (te bewonderen in het Palazzo Pitti). Toch bracht ook Florence haar geen geluk. Haar huwelijk met Pierantonio Stiattesi liep stuk en ze keerde terug naar Rome, vanwaar ze naar Venetië en Napels reisde. Hier schilderde ze naar alle waarschijnlijkheid haar Annunciatie, die bovenaan dit stukje prijkt, met twee krachtige vrouwenfiguren en een prachtig spel van licht en donker.

Deze Annunciatie is in het bezit van het Museo di Capodimonte in Napels. Volgens een aantekening van Suor Plautilla Nelli zouden er nog twee Annunciaties moeten bestaan, die in het bezit zouden zijn van twee rijke Florentijnse dames. Daarover is echter helemaal niets terug te vinden; voor zover bekend is het bovenstaande doek de enige Annunciatie van Artemisia’s hand.

Wie meer werken van Artemisia Gentileschi wil zien, kan nog tot en met 29 januari 2012 terecht in het Palazzo Reale in Milaan, waar de tentoonstelling Artemisia Gentileschi – Storia di una passione gewijd is aan het werk van Artemisia. De tentoonstelling laat vooral werken zien uit vier verschillende fasen van Artemisia’s leven: haar tijd in Rome, met haar vader als leraar, haar tijd in Florence, haar terugkeer in Rome en de laatste jaren van haar leven in Napels, waar ze in 1653 overleed.

Wie geen gelegenheid heeft de tentoonstelling te bezoeken, kan gratis de unieke app Artemisia Gentileschi (voor iPhone en iPad) downloaden. De app is namelijk niet alleen een audioguide voor de tentoonstelling, maar tevens een ontdekkingsreis door het leven en de werken van Artemisia.

Je zit als het ware aan Artemisia’s bureautje en kan haar spulletjes, kaarten en geschriften aanraken. Zo leer je haar kennen, als vrouw en als schilder. Haar verhaal komt in woord en beeld tot leven, haar passie, doorzettingsvermogen en talent spatten van het scherm af. Dankzij de moderne techniek duik je als het ware in haar werk en kun je inzoomen tot je zelfs de kleinste details kunt zien.

Wie nog dieper in het leven van Artemisia wil duiken, moet de boeiende roman lezen die Susan Vreeland over deze opzienbarende kunstenares schreef, maar daarover morgen meer!

dec 12

Op Twitter werd ik door een van mijn collega’s van Not Just Any Book gewezen op het prachtige fotoboek Visita l’Italia van Jolanda van Eek. Niet alleen omdat het boek zo’n prachtige foto’s bevat, die je meteen midden in Italië doen belanden, maar ook en vooral omdat Jolanda een uitgever zoekt, zodat het boek het hart van een grotere schare Italiëfans kan verwarmen.

Na het online doorbladeren van het boek was ik echter allereerst nieuwsgierig naar de mensen achter deze foto’s. Waar komt hun passie voor Italië vandaan? Hoe vaak reizen ze af naar de laars? Ik stuurde Jolanda een tweet met de vraag om iets over hun bezoeken aan Italië te vertellen. Ik kreeg een enthousiast (en een ietsiepietsie jaloersmakend) verhaal terug, dat ik van Jolanda met jullie mag delen.

Jolanda: ‘In 2003, toen ik Ron (mijn man) net kende, nam hij me mee naar Italië. Onze eerste echte vakantie samen: de vuurdoop! Kwam het door de verliefdheid die ik al voelde voor Ron of had dat er niets mee te maken? Enfin, ik werd verliefd op de glooiende heuvels van Toscane, het lekkere eten, de indrukwekkende steden en de mooie dorpjes… Midden in de Chianti-streek verbleven wij in een prachtig gelegen appartement tussen de wijngaarden en olijfbomen. De flessen Chianti stonden al op ons te wachten. Florence, Siena en Lucca volgden daarna…

Te kort, dat was de tijd die we er de eerste keer doorbrachten. Helaas voor ons leefden we toen nog in het tijdperk van de analoge fotografie (Weet je nog? Met die rolletjes). Dus daar kan ik jullie niets van laten zien. Maar we keerden en keren nog regelmatig terug naar Italië. Het leukste vinden wij toch wel om een appartement te huren bij de boer, een agriturismo, afgewisseld met een stedentrip. Een lang weekend Milaan, Turijn, Rome of Siena bijvoorbeeld.

In 2005 maakten we een uitgebreide rondreis via het Lago Maggiore (Lago di Piano) naar de Cinque Terre aan de westkust tot aan Venetië aan de oostkust. In de Cinque Terre verbleven we op een geweldige plek, boven op een berg bij een boer. De fotogenieke dorpjes van de Cinque Terre, maar ook Camoglia en Portovenere, zijn een bezoek meer dan waard.

Lago di Piano
 

Cinque Terre

Ik vertelde al over mijn verliefdheid voor Italië en niet te vergeten voor Ron. Het is misschien dan ook niet zo gek dat ik juist in Venetië, op het Piazza San Marco, Ron ten huwelijk heb gevraagd. Ja, je leest het goed: ik heb Ron ten huwelijk gevraagd. Als moderne vrouw (lees ongeduldig) wilde ik hem op een bijzondere plek vragen. Hij zei ja!!!

Ons trouwvoornemen werd meteen van bovenaf gezegend middels vogelpoep van de in grote getale aanwezige duiven op het plein. Nog bezig de duivenpoep van Rons kleding te poetsen, besloot een tweede duif mij onder te poepen. En dat terwijl ze ons bij eerdere bezoeken aan het plein gewoon met rust hadden gelaten. We hebben direct besloten geen duiven los te laten op onze bruiloft ;-) Wat we ook toen al wisten, is dat we nog eens terug wilden naar Venetië.

In 2007 kriebelde het weer en maakten we weer een rondreis, deze keer via Turijn waar we in de oude Fiat-fabriek hebben geslapen, door naar weer een weekje bij de boer in Toscane. Van daaruit maakten we onder andere uitstapjes naar Umbrië. Op de terugweg nog een paar dagen Lago Maggiore. Heerlijk!

Turijn


Toscane

Nadat we inmiddels al een aantal bruidsreportages hadden verzorgd, werden we gevraagd om een bruidsreportage te fotograferen in Toscane. Met dat verzoek waren Ron – wij fotograferen veelvuldig samen – en ik uiteraard enorm in onze nopjes. We besloten er meteen een vakantie aan vast te knopen. In april 2010 vertrokken we naar Siena, waar het stel trouwde. In het stadhuis van Siena vond de plechtigheid plaats. Over het Piazza del Campo, waar nieuwsgierige toeristen applaudisseerden voor het bruidspaar, door naar de Duomo, waar natuurlijk ook nog wat foto’s geschoten moesten worden.

Na de lunch in Castellina in Chianti hebben we de bruidsreportage vervolgd in het mooie landschap van Toscane. We hadden het geluk een prachtige laan met cipressen te spotten en hebben daar ook nog de nodige foto’s kunnen maken. Nog nagenietend van deze mooie dag, bleven we nog twee dagen in Toscane en zijn toen richting Rome gegaan. Allebei waren we al eens in Rome geweest, maar nog nooit samen. Wat is dat toch een geweldig mooie stad. Met zoveel te zien, dat je gewoon keuzes moet maken.

Rome

Het wordt nu weer de hoogste tijd voor een nieuwe reis naar Italië; Florence, terug naar Venetië en het heerlijke Toscane, misschien een keer helemaal door naar het zuiden, naar Napels. Er valt nog genoeg te zien.

Vanaf 2004 fotograferen we met digitale camera’s en hebben we de foto’s van onze reizen naar Italië verzameld. We wilden onze passies combineren: fotografie en Italië! In het fotoboek Visita l’Italia staan onze mooiste foto’s. Het boek is nu te koop via Blurb.com (Visita l’Italia | Blurb) maar hopelijk vinden we een uitgever die het wil publiceren zodat er meer mensen van onze foto’s kunnen genieten en inspiratie op kunnen doen voor een mooie reis naar Italië.’

Dus, uitgevers die dit lezen en het boek net zo ademloos hebben doorgebladerd als ik, meld je bij Jolanda van Eek. En mocht het tot een echt boek komen, houd ons dan in elk geval op de hoogte, want ik ben ervan overtuigd dat de lezers van Ciao tutti graag zo’n prachtig koffietafelboek kopen of cadeau krijgen!

Siena

Over Ron en Jolanda
Ron de Jong (1967) en Jolanda van Eek (1966) fotograferen al vanaf de jaren ’80. Eerst analoog maar wel al met een spiegelreflex en sinds 2004 digitaal. Zij maken reizen naar de mooiste plekken op aarde, zoals Costa Rica, Maleisië, Amerika en Cuba, maar ze keren steeds terug naar hun geliefde Italië. Jolanda heeft sinds september 2010 haar eigen bedrijf, KEEK Mix, en werkt als fotograaf en grafisch vormgever voor zowel de particuliere als de zakelijke markt. Ron werkt als IT-consultant en is bij bijvoorbeeld bruiloften van KEEK Mix tweede fotograaf.

dec 01

Milaan is de stad van mode en design, van prachtige binnenpleintjes en kathedralen, van mooie parken en de typisch Milanese keuken. Wie Milaan bezoekt, raakt eigenlijk niet uitgekeken op alles wat deze stad te bieden heeft. Daarnaast heeft Milaan ook een aantal bijzondere evenementen en traditionele feesten. Een daarvan is de ‘Fiera degli Oh bej! Oh bej!’, dat ook wel bekend staat als ‘Fiera di Sant’Ambrogio’. Dit feest vindt van 5 tot en met 8 december plaats in het centrum van de stad, ter ere van de patroonheilige Sint Ambrosius, wiens naamdag op 7 december wordt gevierd.

Tijdens deze dagen vind er een meerdaagse kerstmarkt plaats op het plein bij het Castello Sforzesco. Voorheen werd deze markt gehouden in de buurt van de heilige zelf, rondom de Basilica di Sant’Ambrogio. We weten dat de markt hier vanaf 1866 plaats vond, maar ook dat er al in 1288 een markt ter ere van de heilige Ambrosius bestond. Een decembermarkt met een lange geschiedenis dus!

De traditionele markt is niet alleen een gezellige ontmoetingsplek voor Italianen, de inwoners van Milaan doen hier ook hun inkopen voor kerst. Bij de verschillende bancarelle, kraampjes, wordt van alles verkocht; speelgoed, keukengerei, sieraden maar vooral ook kerst- en winterdelicatessen. Daarnaast kun je ook allerlei culinaire specialiteiten proeven. Een bijzonder artikel dat elk jaar weer opnieuw op de markt verschijnt, zijn de collane di castagne, oftewel kastanjekettingen.

Ondanks de drukte heerst er een gemoedelijke sfeer. Dat komt vooral ook door de gezellige kerstversiering en feestverlichting. Denk hier het prachtige kasteel bij – zeker in de vroege avondschemer een donker silhouet tegen de Milanese hemel – en je waant je al helemaal in kerstsfeer.

De naam van het feest komt overigens voort uit het Milanese dialect. Oh bej! Oh bej staat voor ‘Oh belli! Oh belli!’ wat betekent ‘Wat mooi! Wat mooi!’ Dit verwijst naar de reacties van de kinderen (toegegeven, ook van menig volwassene) bij het zien van alle mooie artikelen en vooral het verleidelijk uitgestalde snoepgoed. Deze uitspraak zou voor het eerst zijn genoteerd door de klerk van paus Pius IV, die de Milanese kinderen tijdens het feest van Ambrosius in 1510 blij maakte met prachtige geschenken. Het feest was namelijk van oorsprong een kinderfeest, dat een klein beetje te vergelijken was met onze Sinterklaas. Tegenwoordig is het echter bedoeld voor iedereen, een feestelijker begin van de decembermaand is er bijna niet!

Het feest is tevens de opening van het theaterseizoen in theater La Scala. Op 7 december gaan de deuren van het theater open en komen Verdi, Puccini en andere grote operasterren weer tot leven. Het wordt een feestelijke dag dus voor de Milanezen, volgende week woensdag. Nog snel een ticket boeken dus als je het niet wil missen. Ik weet zeker dat de kreet ‘Wat mooi! Wat mooi!’ die dag vaak door je hoofd zal schieten…

nov 09

Vandaag openen de deuren van een grote tentoonstelling over Da Vinci. Niet in een van de grote musea in Italië, maar in de National Gallery in Londen. Hier zijn tot 5 februari 2012 ruim 60 tekeningen en schilderijen van deze renaissancekunstenaar te zien. Hoewel er al veel tentoonstellingen rondom Da Vinci zijn georganiseerd, is dit de eerste keer dat de schilder Da Vinci centraal staat – en niet de uitvinder of de wetenschapper.

Aanleiding voor deze grootste expositie is de recent voltooide restauratie van de Madonna van de grot. Van de versie die normaal gesproken ook in de National Gallery hangt welteverstaan, want van dit schilderij zijn twee versies in omloop. Ook het Louvre in Parijs heeft een Madonna van de grot van Da Vinci’s hand, maar dan een versie van vroeger datum.

Da Vinci kreeg de opdracht voor dit schilderij in 1483 van het Broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis in Milaan. Deze broederschap wilde graag dat Da Vinci liet zien hoe Jozef, Maria en Jezus tijdens de vlucht naar Egypte een schuilplaats zochten in een grot, waar ze Johannes de Doper ontmoetten, die werd beschermd door de aartsengel Uriël. Volgens de overlevering was deze ontmoeting van groot belang, omdat Jezus zijn neef Johannes de Doper toestemming gaf om hem te dopen als ze allebei volwassen zouden zijn.

Het schilderij moest in samenwerking met twee andere kunstenaars worden gemaakt, hetgeen vrij ongebruikelijk was voor die tijd. Da Vinci zou het middenpaneel beschilderen, Evangelista de Predis was verantwoordelijk voor het verguldsel en zijn broer, Ambrogio de Predis, zou de zijpanelen verzorgen.

De tijd om dit alles te realiseren was behoorlijk kort. Leonardo kreeg de opdracht in april, en op 8 december, waarop Maria’s Onbevlekte Ontvangenis wordt gevierd, moest het werk kunnen worden onthuld. Maar Leonardo haalde de deadline niet en uiteindelijk zou het drie jaar duren voordat de Madonna van de Grot klaar was. De eerste versie dan, want de tweede versie was pas in 1508 gereed.

Waarom er twee versies van dit schilderij zijn, is overigens niet bekend. Algemeen wordt aangenomen dat de broeders niet tevreden waren met de eerste versie (met de rode mantel), waarop Leonardo da Vinci besloot een tweede versie te maken. Het feit dat de broeders niet tevreden waren is vanuit ons huidige oogpunt op zijn minst opmerkelijk te noemen. Beide werken voldoen immers precies aan het verzoek van de broederschap – met uitzondering van het ontbreken van Jozef, maar dat is zover wij nu weten nooit onderwerp van discussie geweest. Toch is het schilderij het lijdend voorwerp geweest van een twintig jaar durend conflict tussen Da Vinci en de broederschap.

Op de eerste versie van het schilderij, dat normaal gesproken in het Louvre hangt, zien we Maria met een kleine Christus, een kleine Johannes de Doper en een aartsengel. Om hen heen hangt een mysterieuze sfeer, die nog eens wordt versterkt door alle grotten en rotsen die zijn afgebeeld. Misschien staat de grot voor kennis van de mystieke wereld, misschien ook staat de grot symbool voor de legende die vertelt hoe de berg zich opende om de heilige familie onderdak te kunnen bieden.

De tweede versie doet iets minder mystiek aan. Het water op de achtergrond komt duidelijk naar voren en maakt de grotten minder geheimzinnig. De engel is daarentegen wel mysterieuzer; bij de eerste versie is de engel duidelijk een vrouw, hier is dat minder goed te zien. Johannes de Doper wordt wel duidelijker in beeld gebracht; hij draagt nu een kruis. Het is echter de vraag of Da Vinci dit zelf heeft toegevoegd of dat dit later nog is gedaan.

Wat wel duidelijk op beide versies van het schilderij te zien is, is de omhoog wijzende vinger van Johannes de Doper. Deze vinger komt op enorm veel werken van Da Vinci voor, let maar eens op als je de tentoonstelling bezoekt of de komende tijd andere werken van Da Vinci bekijkt.

Een interessant fenomeen dus, deze twee versies van een en hetzelfde schilderij. Tijdens de expositie in Londen zijn beide versies voor het eerst tegelijk te bewonderen – en te vergelijken. De geoefende kijker moet minimaal tien verschillen kunnen onderscheiden. Ik ben benieuwd of jullie die allemaal kunnen ontdekken!

sep 07

Gisteren schreef ik al over de tentoonstelling High Tech Romeinen in Museum Het Valkhof in Nijmegen. Vandaag een voorproefje uit het boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt, over de wegenbouw bij de Romeinen. Komende weken zullen we namelijk over Romeinse wegen dwalen, van de bekende Via Appia via de fascinerende Via dei Fori Imperiali naar de sfeervolle Via Margutta. En het dwaalt nu eenmaal beter als je iets meer weet over de geschiedenis van de Romeinse weg…

‘Een belangrijke bron voor de wegenbouw is het gedicht Silvae (Wouden) van Statius, een dichter uit de late eerste eeuw na Christus, die met grote kennis van zaken de aanleg van de Via Domitiana, een in 95 na Christus onder keizer Domitianus voltooide weg, beschrijft. Deze weg buigt bij Sinuessa va de Via Appia af en leidt langs de kust naar Napels.

Statius schrijft er dit over: “Het eerste werk was hier het trekken van voren [ontwateringsgreppels] en het markeren van de straatkanten en het uitgraven van de aarde tot een bepaalde diepte; daarna moesten de uitgegraven greppels met ander materiaal weer worden opgevuld en moest er een fundament gelegd worden voor de bovenste rug [de welving van de straat], zodat de bodem niet meegeeft en zodat niet een verraderlijke ondergrond [bij het berijden] een te onzeker bed vormt voor het belaste plaveisel.

Dan legt men overal straatstenen tegen elkaar en steunt de straat met tal van ankerstenen. O, hoeveel handen werken daar tegelijk! Deze rooien het bos, andere bekappen met ijzer blokken [straatstenen] en balken; andere leggen de stenen aan elkaar en voegen het werk aan elkaar met gebakken gruis en zwarte tuf [hydraulische mortel]; zompig terrein legt men droog en beken leidt men om.” (Stat. Silv. 4, 3, 40-55).

De eerste stap bij de bouw van een straat is het vastleggen van het tracé en het markeren van de straatrand; daarna wordt de fundering ingekast. In droog en gemakkelijk terrein bestaat de fundering uit drie lagen die in navolging van Vitruvius’ beschrijving van het leggen van vloeren als statumen (onderlaag), rudus (losse stenen) en nucleus (kern) worden aangeduid (Vitr. 7, 1).

De onderste statumen bestaat uit een laag losse stenen, waarop de rudus, een gestorte laag van stenen en hydraulische mortel, wordt aangebracht. De laatste laag van de fundering is de nucleus, een laag grind met hydraulische mortel als bindmiddel, die voor de afwatering aan de bovenkant licht gewelfd is en waarop het wegdek (pavimentum of summa crusta – bovenste korst) wordt aangebracht.

De straat wordt begrensd door randstenen en op regelmatige afstanden worden aan de binnenkant van de randstenen ankerstenen geplaatst die fungeren als aanvullende zekering van het weglichaam, maar ook als hulp voor ruiters bij het bestijgen en afstijgen van hun paarden. Fundering en wegdek kunnen samen 1 tot 1,4 meter dik zijn. Natuurlijk bestaan er tal van, aan de plaatselijke omstandigheden aangepaste, afwijkingen van de hierboven beschreven ideale standaard.

Op een rotsachtige ondergrond zag men meestal af van een wegverharding. Wanneer het tracé van de weg langs een rotshelling leidde, werd de rots afgekapt en de weg uit de rots gehakt. Een indrukwekkend voorbeeld daarvan is een uitstekend bewaard gebleven gedeelte van de weg van Mediolanum (Milaan) over de Kleine, respectievelijk Grote Sint-Bernardpas naar Gallië in Donnas, een plaats in het dal van Aosta.

De mijlpaal die hier nodig was, werd evenals de straat uit de rots gehakt. Als erkende route door de Alpen was de weg eeuwenlang in gebruik en vormde in de late oudheid en de middeleeuwen een deel van de Via Francigena, de ‘Frankenweg’ van Canterbury naar Rome. In 1994 werd deze bedevaartsweg tot Europese cultuurstraat verklaard.

Op vergelijkbare wijze bouwde men in de tijd van keizer Trajanus de Via Appia uit. Bij Tarracina (Terracina) werd een rotsrichel van de Piso Montana tot een hoogte van iets meer dan 120 voet (35,48 meter) afgeschaafd om de weg langs de zee te kunnen leiden. De over een afstand van 10 voet in de rots gegraveerde getallen geven, van bovenaf gezien, de hoogte van de weggehalte rots aan.

Lage rotsen werden doorboord en de straat als holle weg door de rots aangelegd. Vooruitstekende rotsen werden met een tunnel doorboord, wanneer een omweg niet mogelijk was. Wanneer de weg langs een helling liep, werd aan de zijde van het dal een keermuur opgericht en werd de tussenruimte opgevuld met verdicht materiaal. […]

Tal van Romeinse straten laten duidelijk karrensporen van verschillende breedten zien, die ofwel werden aangelegd, dan wel tijdens het gebruik zijn ontstaan. Op wegen langs passen verhogen karrensporen, die deels zeer diep zijn ingesneden, de veiligheid bij de tocht omlaag. Ondiepe sporen die elkaar gedeeltelijk doorsnijden, zoals die op talrijke Romeinse wegen te zien zijn, zijn eerder het gevolg van slijtage.’

De Romeinen waren hun tijd ver vooruit dus. De tentoonstelling High Tech Romeinen en het bijbehorende boek maken dat meer dan eens duidelijk. Je kijkt met bewondering en ontzag naar alles wat de Romeinen al hebben uitgedacht en vormgegeven. Voor wie de technische prestaties van de Romeinen na een bezoek aan de tentoonstelling nog eens rustig wil doornemen, is het boek High Tech Romeinen – Techniek in de oudheid dan ook een aanrader:

De technische prestaties van de oudheid zijn adembenemend. Bij het bouwen van bruggen en bij de constructie van koepels en waterleidingen kwamen meesterwerken tot stand, die vervolgens eeuwenlang niet meer werden geëvenaard. De nauwkeurigheid van de antieke meettechniek is verbluffend. Het middeleeuwse Europa was niet meer in staat tot grote bouwkundige prestaties zoals stuwdammen of kanalen.

In dit boek worden de verschillende aspecten van de antieke techniek in hoofdlijnen gepresenteerd en aan de hand van voorbeelden en talrijke afbeeldingen verklaard en toegelicht. Brigitte Cech analyseert en interpreteert archeologische overblijfselen evenals afbeeldingen en schriftelijke bronnen – van het oudste leerboek van de meetkunde van Euclides tot en met Frontinus. Zij houdt zich bezig met energie- en meettechniek en vindt tal van voorbeelden van antieke techniek in de zeescheepvaart, in de tunnel-, wegen- en bruggenbouw en in de krijgstechniek.

High Tech Romeinen – Techniek in de oudheid
Brigitte Cech
vertaald door Robert van der Veen
ISBN 9789068290981
€ 24,95

aug 21

Een echte Milanese traditie is fare aperitivo – een glas wijn of ander alcoholisch drankje drinken met daarbij een keur aan lekkere hapjes, van gevulde tomaatjes tot gefrituurde risottoballetjes, van aardappelkroketjes met mozzarella tot bruschetta, van allerlei vleeswaren tot de lekkerste kaas met balsamico.

Vooral in de wijk Navigli vind je een keur aan barretjes en cafés waar je tot in de kleine uurtjes kunt genieten van een drankje en een keur aan hapjes. Dat ga ik vanavond, de laatste avond in Milaan, dan ook zeker doen. Maar eerst vertel ik jullie nog iets over de historie van deze bijzondere Milanese wijk.

Je zou het niet zeggen als je nu langs de kanalen, de Navigli, wandelt, maar tot de negentiende eeuw was dit de haven van de stad. Het graven van het Naviglio Grande begon in 1179; in 1209 bereikte men Milaan. Daarna volgden het Naviglio Pavese, het Naviglio Bereguardo, het Naviglio Martesana en het Naviglio Paderno.

De Navigli werden gebruikt om allerlei goederen over water naar Milaan te transporteren. Zo kwam het marmer uit Candoglia, dat werd gebruikt voor de constructie van de Duomo, over het water naar de stad. Dezelfde route werd gebruikt voor het papier dat werd gebruikt door de typistes van de Milanese krant Corriere della Sera.

Dankzij verschillende sluizen konden boten op verschillende niveaus over de kanalen varen. In de vijftiende eeuw werd het hele stelsel onder handen genomen door Lodovico il Moro. Hij gaf Leonardo da Vinci de opdracht zich over het waterstelsel te buigen, en zoals altijd wist zijn geniale brein er een meesterwerk van te maken. De schetsen die hij hiervoor maakte, zijn nog altijd te zien in het kleine museum over de geschiedenis van de Navigli. Daar vind je ook prachtige oude foto’s:

De schepen brachten vooral kolen en zout naar de stad, terwijl er veel handgemaakte artikelen en textiel naar elders werden vervoerd. Om jullie een indruk te geven van de omvang van de Navigli: de kanalen hadden een totale lengte van 150 kilometer! In de jaren dertig werden de kanalen deels gedempt, en in 1979 hield de scheepvaart op de Navigli op te bestaan. En dat terwijl Milaan dankzij deze Navigli in 1953 nog de derde havenstad van Italië was…

De wijk rondom de Navigli kreeg na de sluiting van de kanalen voor de scheepvaart steeds meer een artistiek karakter. Je vindt er veel antiekwinkeltjes en kunstenaarscafés. Probeer tijdens een wandeling langs het Naviglio Grande zeker even een blik te werpen in de vele binnentuintjes, die verrassend middeleeuws aandoen, net als de popperige huizen met de balkonnetjes.

Op de binnenplaats van het Centro dell’Incisione waan je je echt even ver terug in de tijd. In de haast vervallen huisjes rond dit oude pleintje worden verschillende beeldhouwworkshops gegeven. Wanneer het weer het enigszins toelaat wordt er buiten gewerkt en kunnen toeschouwers meekijken.

Ook de moeite waard is de Santa Maria delle Grazie al Naviglio, die direct uitkijkt op het water van het kanaal. Verderop vind je de Vicolo dei Lavandai, een steegje dat in de vijftiende eeuw dienst deed als wasstraat. Vrouwen deden hier de was in het smalle water dat in de Naviglio Grande uitkomt. De oude kraampjes met houten daken waar de vrouwen de gewassen kleding en linnengoed op konden hangen, zijn nog redelijk goed bewaard gebleven. In de schattige kleine huizen aan dit nauwe straatje wonen nu vooral schilders die hun deuren regelmatig openzetten voor een kleine expositie.

De wijk komt ’s avonds helemaal tot leven. De Milanezen maken zich op voor een hapje en drankje en schuiven daarna aan bij een van de gezellige restaurantjes voor een etentje met familie of vrienden. Een ideale plek dus om ons verblijf in Milaan af te sluiten. Morgen vertrekken we naar Venetië, maar voordat het zover is toosten we nog maar eens op de heerlijke Milanese aperitivo-traditie. Salute!

aug 20

Milaan biedt naast een enorme hoeveelheid cultuur ook een gigantisch winkelaanbod. Het is een waar walhalla voor shopaholics. Maar waar in Milaan vind je nu de leukste winkels? De geheel vernieuwde gids 100% Milaan van mo’media geeft een overzicht van de leukste, origineelste en hipste winkels in de zes grootste wijken van Milaan. Vandaag een klein voorproefje, met uit elk van de zes wijken een bijzonder shopadresje!

1 Centrum
Bij Sermoneta vind je honderden leren handschoenen, voor dames en heren. En in allerlei uitvoeringen: met zijden binnenvoering, van buffelleer – ze hebben bijna alles. Allemaal zelfgeproduceerd en nog betaalbaar ook. Ze hebben ook een ruime collectie hoeden en petten.
Via della Spiga 46

2 Brera
Il Cirmolo, met name bekend om zijn houten meubels, is de grootste antiekwinkel van Brera. De zaak is zo ruim opgezet dat je lekker kunt rondkijken zonder bang te zijn dat je iets duurs omstoot. Leuk zijn de koperen gebaksvormpjes die ze in verschillende maten verkopen. Helaas zijn de oude boeken die de boekenkast vullen niet te koop.
Via Fiori Chiari 3

3 Navigli
Wie graag souvenirs uit Milaan wil, maar niet de standaardprullaria, moet zeker binnenlopen bij Punti di Vista. Deze winkel verkoopt leuke posters en oude zwart-witfoto’s van belangrijke monumenten, kerken en karakteristieke wijken van Milaan. Achter de kassa hangen oude Italiaanse reclameborden van hout en blik.
Ripa di Porta Ticinese 55

4 Sant’Ambrogio
Het ligt ietwat verstopt aan een binnenplaats, maar ga zeker op zoek. Elena, de eigenaresse van Caminadella Dolci, maakt voor in haar winkel de heerlijkste hartige taarten en gebakjes klaar, het liefst zo apart mogelijk. Probeer bijvoorbeeld eens taart met groene thee, de chocolade- en notentaart met rodebessensaus, of perzikenkoekjes met lavendel.
Via Caminadella 23 (druk op bel nr. 28)

5 Corso Magenta
Je ruikt de paddenstoelen meteen als je La Fungheria binnenloopt. Je kunt er alle soorten Italiaanse paddenstoelen kopen, gedroogd of op olie, en ze hebben ook truffelproducten als boter en sauzen. Leuk als souvenir, want ze hebben erg mooie cadeauverpakkingen.
Via Marghera 14

6 Porta Romana
Speciaalzaak Barbarella gaat prat op de (Italiaanse) beroemdheden die hier hun kousen en ondergoed kopen. Niet voor niets is de etalageruit beplakt met alle mogelijke foto’s en tijdschriftartikelen. Zit je maat er niet bij, of zie je niet het juiste motiefje, vraag het even en je zult verbaasd staan wat er allemaal uit dozen tevoorschijn gehaald wordt.
Corso Europa 10

Moe van al dat winkelen en pijnlijke voeten van het slenteren? Ook daar weet 100% Milaan raad op! De samenstellers van de gids vonden een heerlijk wellness adres: de Terme Milano. Deze ‘welzijnsoase’, zoals ze het zelf noemen, bevindt zich binnen de oude stadsmuren. Geniet in het zeemeerminnenbad van onderwatermuziek of in de relaxroom op een waterbed. Met mooi weer hoef je niet eens onder de zonnebank, dan kun je op een ligbed in de binnentuin een kleurtje opdoen. Of neem een (antistress)massage. Deze moet je wel van tevoren reserveren.
Piazza Medaglie d’Oro 2

Wie nog meer leuke adresjes zoekt en naast de genoemde winkels en het thermencomplex ook alle culturele en culinaire hotspots van Milaan wil bezoeken, schaft voor vertrek de 100% Milaan gids aan:

De meest verrassende adressen in de leukste steden vind je het gemakkelijkst te voet. Met deze handige gids in de hand kom je niet alleen langs alle highlights van de stad, maar ook op de meest originele plekken, zonder dat je over de conditie van een doorgewinterde wandelaar moet beschikken. De wandelingen per gids duren elk ongeveer drie uur. Voor wie wil uitrusten zijn er onderweg genoeg gezellige plekken om te pauzeren.

100% Milaan is een stedengids met bezienswaardigheden, musea, winkels, restaurants en wandelingen. Voor ’s avonds zijn er uitgaanstips voor iedereen en hotels voor elk budget. Het formaat is praktisch en de inhoud veelzijdig en verrassend. De zes duidelijke plattegronden per wijk zijn uitvouwbaar. De adressen zijn voorzien van een nummer dat terug te vinden is op de plattegrond achter in het hoofdstuk van elke wijk. Aan de kleur van het nummer kun je zien om welk soort adres het gaat en waar je het adres terug kunt vinden.

100% Milaan
Annemarie Hofstra
ISBN 9789057675126
€ 12,95
uitgeverij mo’media

© fotografie Vincent van den Hoogen | Nancy Lee | Duncan de Fey

Getagd met:
aug 19

Ambrosius is onmiskenbaar de belangrijkste heilige van Milaan. Als een van de drie beschermheiligen van de stad vervult hij een belangrijke rol in het leven van de Milanezen, ook buiten de kerk. Bovendien is een van de prachtigste kerken van de stad aan hem gewijd. Reden te meer om eens de geschiedenis in te duiken op zoek naar zijn wortels.

Ambrosius blijkt te zijn geboren in Trier, in 339 om precies te zijn. Zijn vader behoorde tot een rijke Romeinse familie, die zich weliswaar had laten bekeren tot het christendom maar die nog sterke banden onderhield met Rome. Ambrosius verliet Trier dan ook om in de Eeuwige Stad te gaan studeren. Nadat hij zijn examens met goed gevolg had weten af te leggen, werd hij door de toenmalige keizer naar Milaan gestuurd, waar hij de functie van gouverneur van de Noord-Italiaanse provincies moest vervullen.

Dat was in die tijd een behoorlijke opgave. In Milaan woedde namelijk een hevige strijd tussen de orthodoxe inwoners van de stad en de zogenaamde arianen, christenen die de heilige drie-eenheid niet erkennen en Jezus niet gelijkstellen aan God. Beide groepen wilden dat iemand uit hun eigen kring werd voorgesteld als kandidaat voor de bisschopszetel, die na het overlijden van Auxentius vacant was. Ieder hield zich halsstarrig vast aan de eigen kandidaat, waardoor de gemoederen hoog oplaaiden.

Uiteindelijk moest Ambrosius bemiddelen. De Milanezen waren erg onder de indruk van zijn optreden en ze besloten de bisschop niet uit een van beide groepen te kiezen, maar Ambrosius deze eer te schenken. Geheel onverwacht werd Ambrosius zo verkozen tot bisschop van Milaan, hoewel hij geen enkele geloofsachtergrond had en zelfs niet gedoopt was. Dat werd in allerijl geregeld, zodat Ambrosius ruim een week na zijn verkiezing officieel tot bisschop gewijd kon worden.

Ambrosius nam zijn taak als bisschop zeer serieus, maar bemoeide zich ook geregeld met politieke zaken. Met zijn rustige manier van praten en zijn overtuigingskracht wist hij menig debat in de juiste richting te leiden. Ook op papier wist hij zijn gedachten en meningen goed uiteen te zetten. Hij hield er een uitgebreide correspondentie met andere kerkvaders en wereldlijke politieke leiders op na. Soms riep hij zelfs de keizer op het matje, hetgeen ervoor zorgde dat de inwoners van Milaan hem met respect en bewondering benaderden.

Of Ambrosius zijn redenaarskunst alleen te danken had aan zijn studie in Rome, zullen we nooit weten. Volgens een legende vloog er namelijk een zwerm bijen boven de wieg van de kleine Ambrosius. De bijen druppelden een voor een wat honing in de mond van de baby, hetgeen er volgens zijn gelovigen voor zorgde dat al zijn toespraken ‘zoet als honing’ waren en als zoete koek werden geslikt door zijn toehoorders. Waar of niet. Ambrosius is in elk geval de patroonheilige van de imkers.

Op 4 april 397 stierf Ambrosius. Zijn stoffelijk overschot werd begraven in de kerk in Milaan die tussen 379 en 386 door hem werd gebouwd en die nog steeds zijn naam draagt, de Sant’Ambrogio.

Van de oorspronkelijke basiliek die Ambrosius liet bouwen, resten alleen nog de triomfboog en de zuilen die in de apsis zijn verwerkt. In de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog is het romaanse karakter van de kerk echter wel zoveel mogelijk in ere hersteld. Van de pusterla (poort) kijk je nu mooi uit op de kerk met zijn twee klokkentorens en op het atrium, dat geflankeerd wordt door het priesterhuis en het museum waarin de relikwieën, beelden, schilderijen en andere kostbaarheden van de kerk te bewonderen zijn.

Vlak voor het atrium staat aan de linkerzijde de Colonna del Diavolo, de Zuil van de Duivel. Onderaan zitten twee flinke gaten, die volgens de overlevering door de duivel met zijn horens zijn aangebracht toen hij Sant’Ambrogio probeerde over te halen het geloof achter zich te laten, hetgeen natuurlijk niet lukte.

Toch zijn enige wereldse gevoelens de wereld van de kerk niet vreemd. De campanile, de klokkentoren, van de Sant’Ambrogio moest natuurlijk wel veel hoger zijn dan die van de benedictijner kerk!

Ook de zuilen in het atrium zijn een nader onderzoek waard. Op de kapitelen van deze zuilen zie je namelijk prachtige voorstellingen uit de bijbel en fantasiedieren die het goed en het kwaad symboliseren. Sommige zuilen stammen zelfs nog uit de Romeinse tijd! In het atrium komt eveneens de strijd tussen de verschillende kerkordes naar voren. Om een zo groot mogelijke kerk voor te stellen, is het atrium van de Sant’Ambrogio zo gebouwd dat de kerk erachter veel groter lijkt.

Eenmaal binnen is het schip de beste plaats om de kerk in al zijn pracht en praal in je op te nemen. De twee zijbeuken worden van het schip gescheiden door bogen met daarboven de vrouwengalerijen, gedragen door pijlers met gebeeldhouwde kapitelen. Aan het begin van het schip staat de Slangenzuil, die door Mozes in de woestijn zou zijn opgericht.

Links van deze slang toont een put het niveau van de oorspronkelijke vloer uit de vierde eeuw, in de tijd van Ambrosius zelf dus. De preekstoel is gemaakt van de stukken van de oorspronkelijke preekstoel die nog intact waren gebleven nadat de koepel in 1196 was ingestort. Hij is versierd met een adelaar en een zittende man, symbolen van de evangelisten Johannes en Matteus.

Een van de mooiste bezienswaardigheden in de kerk is het Gouden Altaar, een rijk versierd werk uit de negende eeuw dat in opdracht van aartsbisschop Angilberto is vervaardigd. Aan de achterkant van het altaar toont een door de kunstenaar gesigneerd reliëf verhalen uit het leven van Sant’Ambrogio. Aan die kant zitten ook twee kleine deuren, waarachter vroeger de resten van Ambrosius lagen. De voorkant is van goud bezet met edelstenen en toont het leven van Christus.

Ook op het houten koor zijn verschillende scènes uit het leven van Sant’Ambrogio te zien. In het midden staat de bisschopszetel, waarop menige Italiaanse koning is gekroond. Onder het Gouden Altaar bevat een urn de resten van Ambrogio en twee andere heiligen, Gervasio en Protasio.

Aan het einde van de noordelijke zijbeuk vind je de Portico della Canonica, de portiek van het presbyterium. De zuilen van de middelste boog zijn zo gebeeldhouwd dat ze boomstammen lijken. Hier is de ingang van het museum, met onder andere het bed van Ambrosius en originele fragmenten van het apsismozaïek.

mozaïek van Ambrosius in de Sant’Ambrogio; mogelijk nog tijdens zijn leven gemaakt

Sant’Ambrogio stichtte tijdens zijn verblijf in Milaan ook nog verschillende andere kerken. Een van de mooiste is de San Simpliciano, die in de vierde eeuw gesticht als de Basilica Virginum. De kerk werd voltooid in 401. Vroeger had de kerk aan weerszijden open galerijen, waar boetelingen en bekeerlingen konden deelnemen aan de dienst.

Boven een van de deuren van de San Simpliciano is een lunet te zien met de afbeeldingen van de jonge Sisinius, Martirius en Alexander. De Heilige Ambrosius vroeg deze drie jonge mannen om het christendom te verspreiden in het Noord-Italiaanse Anaunia (het huidige Val di Non). In 397 stierven ze alle drie de martelaarsdood. Hun lichamen werden aan bisschop Simpliciano gegeven, die ze begroef in de Basilica Virginum. Volgens de overlevering hebben de martelaren ervoor gezorgd dat de Milanezen zegevierden bij de slag bij Legnano (1176), waar ze het moesten opnemen tegen Barbarossa. Bij die gelegenheid zouden er drie duiven uit de basiliek zijn gevlogen, die vervolgens neerstreken op de carroccio (wagen) om voor de veldslag gezegend te worden. Op 29 mei herdenkt de stad deze gebeurtenis met een sobere plechtigheid.

Op 7 december, de feestdag van de heilige Ambrosius, gaat het er vrolijker aan toe in de stad. Wie gaat kerstwinkelen in Milaan, doet er goed aan direct na Sinterklaas te vertrekken, zodat je deze dag vol feestelijkheden niet mist! Voor het zover is, gaan we morgen eerst gewoon shoppen in Milaan. Naast al die culturele bezienswaardigheden is dat natuurlijk iets wat je in dit winkelparadijs niet mag overslaan!

aug 18

Zoals beloofd vandaag een recept uit Mangiare!Kooklessen uit de Italiaanse keuken. Het is een recept van chef-kok Dino van restaurant La Colonna in Milaan. Katie, de auteur van Mangiare!: ‘De dieproze pasta, met rode biet gekleurd, staat prachtig op een bord besprenkeld met salieboter en bestrooid met geroosterde pijnpitten.

In zijn recept gebruikt Dino speck, de lokale gerookte ham, maar als vegetarisch alternatief kun je wat meer ricotta gebruiken en een zacht kruid als verse tijm of peterselie. In Milaan wordt weinig zwarte peper gebruikt, maar als je wilt, kun je een klein beetje gebruiken.

Ingrediënten
voor 4 tot 6 personen

Voor de pasta:
80 g gekookte bietjes
2 vrije-uitloopeieren en 1 eidooier
300 g ‘00’-meel of pastameel

Voor de vulling:
4 eetlepels olijfolie
5 grote rode ui, fijngesnipperd
1 teentje knoflook, in twee stukken geplet
3 takjes tijm
100 g radicchio, fijngehakt
75 g speck of rookspek, julienne gesneden
250 g ricotta
zout en versgemalen zwarte peper

Voor de saus:
100 g boter
10 blaadjes salie
zout en versgemalen zwarte peper
2 eetlepels pijnpitten, geroosterd
Parmezaanse kaas, versgeraspt, om erbij te serveren

Pureer in een foodprocessor de bietjes met de eieren en eidooier. Doe het meel in een kom en maak een kuiltje in het midden. Schenk het eimengsel erin en kneed het deeg tot een zachte, maar stevige en soepele bal. Als hij tegen je handpalm blijft plakken, doe je er nog wat meel bij, maar voorzichtig: stop zodra het plakken ophoudt.

Als het deeg droog is en scheuren vertoont, voeg je een paar druppels water toe – doe dat in een kom. Kneed het deeg 5-10 minuten tot het bij indrukken terugveert. Als je de deegbal opensnijdt, moet die vol kleine luchtbellen zitten – een teken dat je voldoende gekneed hebt.

Laat het deeg op een met meel bestoven werkblad of op een theedoek 20 minuten rusten, afgedekt met een theedoek. Of bestuif het deeg licht met bloem en wikkel het in plasticfolie om te voorkomen dat het tijdens het rusten uitdroogt.

Verhit voor de vulling de olie in een koekenpan en fruit de ui, knoflook en tijm 3-4 minuten. Voeg radicchio en speck toe en bak alles nog 5 minuten op middelhoog vuur tot de radicchio geslonken is. Verwijder de knoflook en laat het mengsel in een kom afkoelen. Verwijder de takjes tijm en meng de ricotta erdoor met zout en desgewenst peper naar smaak.

Bestrooi een werkblad, het deeg en een deegroller licht met bloem om plakken te voorkomen. Rol het deeg uit tot 1 millimeter dik; het moet zo dun zijn dat je je vingers erdoorheen kunt zien. Schep met een theelepel bergjes vulling op de pasta, 5 centimeter van de rand. Vouw de rand over de vulling en druk er met een glas mezzalune of halve maantjes uit. Laat de lucht ontsnappen. Leg de pasta op een met bloem bestrooid blad in een enkele laag naast elkaar. Zet ze tot gebruik opzij, maar niet langer dan een uur, want dan gaan ze plakken.

Kook de pasta 5-6 minuten in kokend water met zout, of tot ze al dente zijn. Maak intussen de saus door in een grote koekenpan de boter te smelten. Doe de salie erbij met zout en desgewenst peper en de geroosterde pijnpitten en bak dit enkele minuten. Roer er een lepel van het pastakookwater door. Laat de mezzalune in een vergiet uitlekken en meng voorzichtig de saus erdoor. Serveer met geraspte Parmezaanse kaas op voorverwarmde borden.

Dit recept is afkomstig uit:

Mangiare! – Kooklessen uit de Italiaanse keuken
Katie Caldesi
ISBN 9789021550237
€ 29,95
uitgeverij Kosmos

Getagd met:
preload preload preload