mrt 16

Vandaag gaat de Boekenweek 2011 van start, een (ruime) week die in het teken staat van biografieën. Het motto dit jaar is Curriculum Vitae – Geschreven portretten. Een ideale gelegenheid om een van de mooiste biografieën uit de boekenkast te halen: Le vite de’ più eccellenti pittori, scultori e architettori van Giorgio Vasari, oftewel De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten.

Al in 1550 verscheen de eerste editie van deze biografie van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, geschreven door de schilder-architect Giorgio Vasari (1511-1574). In De levens beschrijft Vasari de levens van de grootste Italiaanse kunstenaars vanaf het einde van de dertiende eeuw tot en met Vasari’s eigen tijd. Cimabue, Giotto, Brunelleschi, Donatello, Leonardo, Rafael, Michelangelo, Botticelli, Titiaan en vele anderen passeren de revue. Vasari beschrijft hun jeugd, leeftijd, karakter, werk- en levenswijze en prestaties, en hij doet dat levendig, anekdotisch, aanschouwelijk en met kennis van zaken, want hij was zelf ook een groot kunstenaar.

Vasari vertelt hoe de kunst ten tijde van Giotto opnieuw werd geboren, hoe ze zich vervolgens steeds verder ontwikkelde en in de zestiende eeuw de volmaaktheid bereikte. Het hoogtepunt van deze artistieke evolutie in drie etappes is volgens Vasari het werk van de ‘goddelijke’ Michelangelo. Het evolutionaire perspectief dat in het boek wordt gepresenteerd bleek zo sterk, dat de visie op de kunst van de renaissance er blijvend door is bepaald. Voor kunsthistorici was en is De levens een uiterst belangrijke, zo niet unieke bron bij de bestudering van de kunst van de renaissance.

De Volkskrant schreef ooit over De levens: ‘Een allesoverheersend beeld blijft achter: dat van een Italië waarin óf kunst werd gemaakt en dat op het hoogste niveau, óf opdrachten tot kunst werden gegeven en dat vanaf het hoogste niveau: pausen, vorsten en kardinalen.’

Voor jullie koos ik vandaag als fragment Vasari’s biografie van Ambrogio Lorenzetti, een schilder uit Siena:

‘Als het zo is dat de kunstenaars de natuur veel dank verschuldigd zijn voor hun fraaie vernuft – en zo is het ongetwijfeld – dan dient onze dank jegens hen nog groter te zijn: wij zien immers hoe zij naarstig de steden vullen met achtenswaardige bouwwerken en met nuttige en fraaie reeksen taferelen, waarbij zijzelf meestentijds faam en rijkdom verwerven met hun werken, zoals de Sienese schilder Ambrogio Lorenzetti, die een fraaie en sterke inventie bezat waar het ging om het weloverwogen samenstellen en in taferelen plaatsen van figuren.

Een goed voorbeeld hiervan treft men te Siena bij de minderbroeders aan, in een door hem zeer bekoorlijk geschilderd tafereel in hun kloostergang, waar men ziet afgebeeld hoe een jongeman frater wordt en hoe hij en enige anderen zich naar de sultan begeven, waar ze worden overvallen, veroordeeld tot de galg, opgehangen aan een boom en ten slotte onthoofd, en dat ook nog bij een verschrikkelijke storm.

In deze schildering maakte Ambrogio met grote vaardigheid en vakmanschap de beroering in de lucht alsmede de onstuimigheid van wind en regen zichtbaar in het gezwoeg van de figuren, waaruit de moderne meesters het beginsel en de techniek van deze inventie hebben geleerd, en omdat dit alles voor zijn tijd niet werd toegepast, verdiende hij oneindig vee lof.

Ambrogio was een bekwaam frescoschilder en hij wist vaardig en met groot gemak om te gaan met tempera-verven, zoals nog te zien is aan de door hem te Siena vervaardigde panelen voor het kleine Gasthuis, dat het Mona Agnese wordt genoemd, waar hij een tafereel voltooide van een nieuwe en fraaie compositie. En op de gevel van het grote Gasthuis schilderde hij in fresco de geboorte van Onze-Lieve-Vrouw en haar gang naar de tempel, te midden van de maagden; en voor de fraters van de Sant’Agostino in diezelfde stad beschilderde hij de kapittelzaal, op het gewelf waarvan men de apostelen ziet weergegeven, elk met een papier in de hand, waarop steeds een deel van het Credo, en aan hun voeten steeds een tafereeltje waarop met schilderkunstige middelen datgene wordt uitgebeeld wat daarboven schriftelijk is aangegeven.

Voorts, op de belangrijkste wand, zijn er drie taferelen uit het leven van Sint-Catherina de Martelares, namelijk haar twistgesprek met de tiran in de tempel, en in het midden het lijden van Christus, met de gekruisigde rovers, en daaronder de beide Maria’s die de bezwijmde Maagd Maria ondersteunen; hij bracht hiermee zeer sierlijke werken tot stand, in een fraaie stijl.

Ook schilderde hij in een grote zaal in het palazzo van de Signoria van Siena de oorlog van Sinalunga en de daaropvolgende vrede en hoe deze uitwerkte, waarbij hij een voor die tijd volmaakte wereldkaart gaf; en in datzelfde palazzo bracht hij acht zeer zuivere taferelen in terra verde aan. Ook, naar men zegt, zond hij een paneel in tempera naar Volterra, waar het zeer veel lof ontving; en te Massa, in gezelschap van anderen, voorzag hij een kapel van fresco’s en schilderde hij een paneel in tempera, en hiermee maakte hij hun duidelijk wat zijn inzicht en vernuft op schilderkunstig gebied waard waren; en te Orvieto beschilderde hij in fresco de koorkapel van de Santa Maria.

Vervolgens, toen Ambrogio eens in Florence was, schilderde hij daar, om enige vrienden te plezieren die graag wilden zien hoe hij te werk ging, in de San Procolo een paneel en in een kapel taferelen uit het leven van Sint-Nicolaas, in kleine figuren, en hij voerde dit alles, ervaren als hij was, in zo korte tijd uit dat zijn naam en faam enorm vermeerderden. En dit laatste werk, op de predella waarvan hij zijn portret aanbracht, was er de oorzaak van dat hij in 1335 naar Cortona werd ontboden door bisschop Ubertini, destijds heer van die stad, waar Ambrogio in de Santa Margherita, kort voordien voor de franciscaner fraters gebouwd op de top van de berg, enige dingen vervaardigde, met name op de gewelven tot halverwege en de wanden, en hij deed dit zo goed dat men, ook al zijn ze tegenwoordig welhaast verteerd door de tand des tijds, in de figuren een keur aan gemoedsaandoeningen ontwaart, waaruit men begrijpt dat de lof die hij daarvoor ontving welverdiend was.

Fragment van het leven van Sint-Nicolaas – Ambrogio Lorenzetti

Toen hij dit werk af had, keerde Ambrogio terug naar Siena waar hij de rest van zijn leven doorbracht en eer ontving, niet alleen omdat hij een voortreffelijk meester in de schilderkunst was, maar ook omdat hij deze kunst op nuttige en aangename wijze vergezeld deed gaan van de letteren, waarin hij zich in zijn jonge jaren had verdiept, en zij vormden altijd zozeer het sieraad van zijn leven dat ze hem niet minder tot een beminnelijk en aangenaam mens maakten dan het schildervak dat deed; vandaar ook dat hij voortdurend met geleerde en getalenteerde mannen omging, en bovendien tot zijn grote eer en niet geringe voordeel werd ingeschakeld bij het bestuur van zijn republiek.

Ambrogio’s manieren waren in elk opzicht lofwaardig en veeleer die van een edelman en wijsgeer dan van een kunstenaar, en – een belangrijker teken van verstand – hij was in gemoede altijd bereid vrede te hebben met datgene wat hem in de wereld en de tijd gewerd, zodat hij rustig en gematigd zowel het kwade als het goede onderging dat de fortuin hem bracht. En het is voorwaar niet in woorden te vatten hoe goed bescheidenheid, voorkomende manieren en andere vormen van beschaafd gedrag samengaan met alle kunsten, maar vooral met die welke voorkomen uit het intellect en uit edele en verheven geesten, zodat een ieder zich evenzeer zou moeten tooien met goede manieren als met uitnemendheid op het gebied van de kunst.

Ten slotte, tegen het eind van zijn leven, schilderde Ambrogio voor het klooster van Monte Oliveto te Chiusuri een paneel waarvoor hij veel lof ontving, en kort nadien ging hij, drieëntachtig jaar oud, christelijk en blijmoedig over tot een beter leven. Zijn werken ontstonden omstreeks 1340.

Zoals gezegd kan men Ambrogio’s zelfportret vinden op de predella van zijn paneel in de San Procolo: hij draagt er een kap. En wat hij waard was als tekenaar ziet men in ons boek, waarin zich enige heel goede dingen van zijn hand bevinden.

Einde van het Leven van Ambrogio Lorenzetti’

In Siena en omgeving zijn nog veel meesterwerken van Lorenzetti te zien. Eerder schreef ik bijvoorbeeld al over zijn fresco’s over het goede en het slechte bestuur in het Palazzo Pubblico aan het Piazza del Campo in Siena: zie http://ciaotutti.nl/citta/een-goed-bestuur-doet-wonderen/

Lees meer over het leven van andere grote kunstenaars in

De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten
Giorgio Vasari
vertaald door Anthonie Kee
ISBN 9789025434342
€ 17,50
uitgeverij Olympus

Getagd met:
jul 28

Twee weken geleden schreef ik al over de Sala dei Nove (Zaal van de Negen) in het Palazzo Pubblico, waar de vroegere bestuurders van de stad hebben laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien. In opdracht van het College van Bestuur van Siena beschilderde Ambrogio Lorenzetti de wanden met fresco’s die de gevolgen van het goede en het slechte bestuur weergeven.

Lorenzetti schilderde de fresco’s, die drie wanden van de zaal in beslag nemen, tussen 1337 en 1339. Zijn werk is in een aantal opzichten uniek te noemen. Zo was er tot die tijd nog geen enkel fresco gewijd aan een niet-religieus onderwerp. Uniek is ook de wijze waarop Lorenzetti op het grote fresco van de gevolgen van goed bestuur voor de stad en het platteland de stad Siena en haar omgeving heeft afgebeeld.

Om het leven in een goed geordende stadstaat zo realistisch mogelijk weer te geven, moest Lorenzetti de huizen en de straten vullen met allerlei verschillende mensen en activiteiten. Zo zie je vrolijk dansende vrouwen, bouwvakkers die hard aan een woning bouwen, winkeliers die achter hun toonbank staan en een adellijk jachtgezelschap dat de stad verlaat terwijl van de andere zijde volgeladen ezels de stad in worden geleid.

Juist door die vrolijke en drukke menigte valt de waarheidsgetrouwe weergave van de gebouwen meer op. De vele details, zoals links de koepel en de markante, zebragestreepte toren van de dom, laten je uren heen en weer lopen voor het schilderij. Het uitzicht rechts over het platteland rond Siena is het eerste echte landschap dat sinds de Klassieke Oudheid is opgetekend, waarbij wel gelijk duidelijk wordt dat de mens hier bezit heeft genomen van de natuur. Ook dat is een van de vele voordelen van een goed bestuur. Op de hellingen groeien wijnstokken, terwijl even verderop de boeren op het land aan het werk zijn.

Terug naar de goede regering, die we op de middelste wand zien afgebeeld. Helemaal aan de linkerzijde zetelt een grote vrouw, die symbool staat voor de rechtvaardigheid. Boven deze vrouw zweeft de wijsheid, die een enorme weegschaal vasthoudt die door de rechtvaardigheid precies in balans wordt gehouden. Vanaf de weegschaal lopen twee koorden, die door Concordia, symbool voor de eendracht, tot een dik touw worden gedraaid. Dit touw wordt doorgegeven aan vierentwintig burgers, die op hun beurt het touw aan de grote mannenfiguur geven. Onder deze heerser zie je de wolvin en de tweeling Romulus en Remus weer terugkomen (zie ook Ciao tutti van 12 juli).

Links en rechts van de grote heerser zitten enkele vrouwen die de verschillende deugden uitbeelden: van links naar rechts pax (vrede), fortitudo (kracht), prudentia (behoedzaamheid), magnanimitas (ruimhartigheid), temperantia (gematigdheid) en justitia (rechtvaardigheid). Boven het hoofd van de heerser nog drie onmisbare ingrediënten voor een goed bestuur: geloof, hoop en liefde. Rechtsonder zie je een groepje gevangenen dat door soldaten wordt bewaakt en wacht op berechting – rechtvaardigheid is niet voor niets twee keer op het fresco afgebeeld.

Waartoe deze goede regering leidt, zagen we net al: een drukke, florerende stad waarin allerlei activiteiten worden ontplooid, omringd door een vruchtbaar platteland dat zorg draagt voor voedsel en wijn. Boven het land zweeft een gevleugelde vrouwenfiguur die staat voor de securitas, oftewel de zekerheid, die een goed bestuur met zich mee brengt.

Heel anders is de situatie op de tegenoverliggende wand, waar Lorenzetti de slechte regering en de gevolgen daarvan voor de stad in één fresco heeft afgebeeld. De enorme hoofdfiguur, symbool voor de tirannie, wordt omgeven door een aantal gruwelijke medestanders die de stad in de richting van de afgrond duwen: crudelitas (wreedheid), proditio (verraad), fraus (bedrog), furor (woede), divisio (verdeeldheid) en guerra (oorlog). Boven zijn hoofd zweeft nog meer verschrikkelijks, namelijk avaritia (gierigheid), superbia (trots) en vanagloria (ijdelheid). De rechtvaardigheid, die bij de goede regering zo belangrijk is, ligt geboeid aan de voeten van de tiran, met naast haar een gebroken weegschaal. Het evenwicht is zoek: in de stad is het een grote chaos en het platteland maakt een desolate indruk.

Dit is gelukkig niet het Siena zoals we dat na het bezoek aan de Sala dei Nove om ons heen zien, al kijk je na de prachtige details op het fresco van Lorenzetti wel met een heel ander oog naar de stad!

preload preload preload