mrt 04

Vorig jaar in oktober was een prent van Maarten van Heemskerck waar ik bij toeval op stuitte de aanleiding op zoek te gaan naar de geschiedenis van het Pantheon. Nu zijn veel meer van zijn prachtige prenten te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Jullie kunnen je vast voorstellen dat mijn hart daar een beetje sneller van gaat kloppen. Niet alleen is er nu voor iedereen die niet in Rome verblijft een klein stukje van de Eeuwige Stad binnen handbereik, we kunnen zo ook zien hoe de stad er vroeger uitzag en welke geheimen er nog verborgen liggen onder eeuwen geschiedenis.

Voor ik naar Rome vertrok, maakte ik dus nog even een tussenstop in Rotterdam. Ik reisde via Haarlem. Niet alleen omdat de NS me daar door omstandigheden toe verplichtte, maar ook om nog een beetje beter in de voetstappen van Van Heemskerck te kunnen treden. Haarlem was namelijk de geboortestad van Van Heemskerck. Hier moet hij voor het eerst over Rome hebben gehoord, hier moet hij over Rome hebben gedroomd, zijn reis hebben gepland…

Precies vierhonderdtachtig jaar geleden was het zover. In 1532 vertrok Maarten van Heemskerck naar Rome. In de Eeuwige Stad liet hij zich inspireren door de overblijfselen uit de klassieke oudheid. Antieke beelden en ruïnes vormden een dankbaar onderwerp voor zijn tekeningen, die hij nog jaren na zijn terugkeer als bron zou blijven gebruiken. Op de achtergrond van zijn beroemdste zelfportret, dat speciaal voor deze tentoonstelling uit het Fitzwilliam Museum in Cambridge is overgebracht naar Rotterdam, schilderde hij het Colosseum, voor velen hét symbool van het oude Rome.

Maarten van Heemskerck | Zelfportret met Colosseum, 1553 | Olieverf op paneel
© Fitzwilliam Museum, Cambridge

Op het olieverfschilderij Zelfportret met Colosseum (1553) beeldde Maarten van Heemskerck zichzelf overigens twee keer af: als 55-jarige, succesvolle en gefortuneerde kunstenaar staat hij voor een schilderij waarop hij een tweede maal te zien is (rechtsonder), ditmaal als jonge kunstenaar die de ruïnes van het Colosseum vastlegt op een schetsblad. Van Heemskerck heeft het Colosseum keer op keer getekend tijdens zijn verblijf in Rome. Hoezeer hij het oude amfitheater bewonderde, bleek nog aan het eind van zijn leven, toen hij het als achtste wereldwonder toevoegde aan een prentreeks over de wereldwonderen van de oudheid.

Naast dit beroemde werk tonen diverse prenten en schilderijen hoe de oudheid een rol bleef spelen in het oeuvre van deze kunstenaar. In tal van schetsboeken legde hij zijn studies naar klassieke architectuur, ruïnes en antieke beelden vast. De tentoonstelling omvat een aantal schetsen die Van Heemskerck maakte tijdens zijn verblijf in Rome, uit de collectie van het Rijksmuseum en uit een particuliere collectie.

Maarten van Heemskerk |Ruïnes op de Palatijn in Rome (recto), ca. 1532-37 | Pen in bruin
© Rijksmuseum, Amsterdam

Na zijn terugkeer in Haarlem gebruikte hij deze studies voor schilderijen en prenten met fantasievolle landschappen. De klassieke ruïnes en sculpturen vormen de achtergrond van mythologische, allegorische of Bijbelse voorstellingen, zoals Het oordeel van Paris (circa 1545-1550) of De goden van de Olympus (1556). Ook is de invloed van de antieke sculptuur direct te herkennen in Van Heemskercks composities en in de houdingen van zijn figuren. Zo gebruikte hij een studie die hij in Rome maakte van de Torso van Belvedere voor de Christusfiguur in de prent De doornenkroning (1548). Een gipsafgietsel van deze klassieke sculptuur maakt deel uit van de tentoonstelling.

De tentoonstelling Maarten van Heemskerck – Het oude Rome herleeft is nog tot en met 3 juni 2012 te zien. Kijk voor meer informatie op www.boijmans.nl.

mrt 03

Na de onverwachte ontmoeting met het Venetiaanse ververtje in Rome, ga ik vandaag op pad met Giovanni Battista Piranesi. Niet letterlijk natuurlijk, want deze begenadigde kunstenaar is al meer dan tweehonderd jaar dood. Dankzij het boek Rome: van Piranesi naar nu – van kopergravure naar nu van Leo Smink dient Piranesi echter nog steeds als gids door de Eeuwige Stad.

Piranesi werd begin achttiende eeuw geboren in de buurt van, jawel, Venetië. De stad laat me hier in Rome gewoonweg niet los… Piranesi had het echter al op vrij jonge leeftijd gezien in het noorden en trok naar Rome, waar hij werd overweldigd door de vele – veelal tot ruïnes vervallen – monumenten van de stad.

Hij zag het Forum Romanum, het Pantheon, het Colosseum en alle andere bijzondere plekken in Rome als een decor van de eeuwenlange gebeurtenissen die de loop van onze geschiedenis zo enorm hebben beïnvloed. Dit besefte men al in de renaissance, maar vooral in de achttiende en de negentiende eeuw ging men in Rome (en andere archeologische sites als Pompeï en Herculaneum) daadwerkelijk op onderzoek uit naar restanten van oude kerken, zuilen en gebouwen.

Piranesi was zich zeer bewust van deze groeiende belangstelling. Hij heeft deze monumenten of de ruïnes van oude bouwwerken dan ook – zoals wij tegenwoordig met onze fotocamera’s doen – in kopergravures vastgelegd. Deze etsen werden in zijn tijd zo populair dat er een echte handel ontstond. Op het hoogtepunt van zijn carrière had hij zijn eigen drukkerij en verkocht hij afdrukken van zijn etsen, als ware het ansichtkaarten, aan met name Engelsen die Rome bezochten in het kader van een zogenaamde Grand Tour.

Ik begin mijn tocht met Piranesi op het Piazza della Rotonda, het pleintje voor het Pantheon dat toch wel een van mijn meest geliefde plekken in Rome is. Ik schreef al eerder dat ik hier meestal direct heen wandel als ik in Rome ben teruggekeerd. Op de treden van de fontein, aan de voet van de obelisk, Rome aan me voorbij zien trekken, Romeinen en toeristen langs elkaar heen zien snellen en het Pantheon te zien oprijzen, staat garant voor thuiskomen. Voor aarden in de stad die al eeuwen door dezelfde stenen ademt maar toch steeds weer anders is.

In de tijd van Piranesi zag het er hier nog heel anders uit. Met het boek op schoot bestudeer ik de opvallendste verschillen. Het plein was in Piranesi’s tijd allereerst veel ruimer, veel opener dan nu. Het Pantheon moet er in die tijd nog grootser uitgezien hebben, zonder aan alle kanten ingesloten te zijn door gebouwen. De marktkraampjes (die volgens de aantekeningen van Piranesi samen een vismarkt vormen) hebben plaats gemaakt voor restaurants en terrassen.

Het opmerkelijkst zijn de twee torentjes die het Pantheon sieren. Vorig jaar oktober wijdde ik daar al een stukje aan (voor wie het gemist heeft: via deze link lees je er meer over), naar aanleiding van een schets van Maarten van Heemskerck waar ik toevallig op stuitte. De torentjes zijn ontworpen door Gian Lorenzo Bernini, in opdracht van paus Urbanus VIII. Begin negentiende eeuw zijn ze weggehaald en sindsdien rusten ze in vergetelheid.

Als ik door het boek blader en Piranesi’s etsen bekijk, gaat dat voor meer dingen op. Niet allemaal zo ingrijpend en opvallend als de torentjes van Bernini, maar bijzonder genoeg om daar eens dieper in te duiken. Zo wandel je met Piranesi door twee verschillende Romes: het Rome uit zijn tijd, dat nog veel geheimen prijs te geven heeft, en het Rome van nu, dat die geheimen vaak diep in zich verborgen houdt. Eens kijken of Piranesi helpt die geheimen te onthullen…

Daarvoor moeten we op pad, dus ik sla het boek dicht, werp nog eenmaal een blik op de plek van de verdwenen torentjes en wandel verder, in de voetsporen van Piranesi, de geschiedenis in…

Wie mee wil wandelen, in Rome of vanuit een lekker luie stoel thuis, leest en kijkt mee in

Rome: van Piranesi naar nu – van kopergravure naar foto
Leo Smink
ISBN 9789085709282
€ 19,50 (ex. verzendkosten)
te bestellen via www.oleo-italia.nl

PS Er is ook weer nieuws over mijn eigen boek. Dat is nog niet in hetzelfde stadium als het boek over Piranesi, maar David van Iersel van De Boekenmakers, de heren van Studio Denk en ik hebben gisteren heerlijk zitten puzzelen met de vorm waarin alle verhalen en foto’s gegoten gaan worden. We hebben ons, zoals de foto’s al een beetje laten zien, gebogen over verschillende kleurstellingen, lettertypes, symbooltjes, hoofdstukaanduidingen etcetera etcetera. Ook staan dankzij Annemarie en Annelie van De Boekenmakers nu alle puntjes op de i in de tekst.

Het wachten is nu op de definitieve opmaak, waarmee Studio Denk komende week aan de slag gaat. Maar ik zit ondertussen niet stil en heb samen met de uitgeverij iets leuks bedacht waarmee we trouwe bloglezers alvast een extraatje bieden. Vanaf komende week kunnen jullie namelijk voorintekenen op mijn boek. Dat betekent dat je het boek als eerste in de bus krijgt, zodra het beschikbaar is. Maar dat is nog niet alles: bij iedereen die voor 15 april bestelt, neemt uitgeverij De Boekenmakers de verzendkosten voor zijn rekening en zorg ik desgewenst voor een persoonlijke boodschap in het boek. Voor elke 25ste besteller hebben we bovendien nog een extra verrassing in petto. Voordat jullie nu al allemaal massaal gaan bestellen: zodra deze actie van start gaat en bestellen mogelijk is, laat ik jullie dat hier nog even weten. Hopelijk met een klein voorproefje van een aantal pagina’s uit het boek. Nog eventjes geduld dus…

mrt 02

Vanochtend werd ik niet meer wakker van het gekabbel van Venetiaans water, maar van het Romeinse verkeer. Na een week of twee zonder toeterende auto’s, Vespa’s en de sirenes van ambulances en la polizia, is het toch altijd weer even wennen continu omringd te zijn door lawaai. Ook de klanken van het Venetiaanse dialect sterven langzaam uit in mijn hoofd, om plaats te maken voor de o zo bekende Romeinse uitdrukkingen.

Toch zit Venetië nog wel een beetje in mijn hoofd. Terwijl ik langzaam door de Romeinse straten en steegjes wandel, probeer ik de heimwee naar de stilte, naar de mystieke sfeer, naar het gekabbel van het water – dat zo heerlijk als achtergrondgeluid kan dienen tijdens het schrijven – van me af te lopen. Ongemerkt ben ik boven op de Quirinale beland, waar ik mijmerend uitkijk over de koepels en de daken van de stad.

Waarom overvalt het gevoel van thuiskomen me nu niet zoals anders? Waarom wandelt mijn hart nog door Venetië terwijl mijn hoofd zich uit alle macht in Rome probeert te orienteren? Waarom mist het warme gevoel dat me normaal gesproken direct na aankomst in Rome overvalt? Ik zucht en besluit een kopje koffie te gaan drinken in het cafeetje van de Scuderie, de voormalige pauselijke paardenstallen.

Ik steek het grote plein over en moet een paar keer met mijn ogen knipperen. Heb ik nu zo lang staan mijmeren dat ik droom? Of droom ik überhaupt, ergens in Venetië, en voel ik me daarom zo ontheemd? Boven de ingang van de Scuderie zie ik namelijk een naam die ik afgelopen weken in Venetië ook regelmatig zag opduiken: Tintoretto.

Ik knijp mezelf hard in mijn arm. Au! Ik droom dus niet… Aan een van de mensen bij de ingang vraag ik hoe de Venetiaanse schilder hier zo verzeild is geraakt. Eind februari blijkt een grote aan hem gewijde expositie van start te zijn gegaan, op de plek waar Caravaggio, Lorenzo Lotto en Filippino Lippi eerder honderdduizenden bezoekers trokken.

Ik besluit mijn koffie nog even uit te stellen en midden in Rome in de wereld van de Venetiaanse Tintoretto te duiken. Deze schilder, die eigenlijk Jacopo Robusti heette, werd door zijn tijdgenoten il tintoretto genoemd, het ververtje. Hij was namelijk al op zeer jonge leeftijd een fervent liefhebber van het penseel. Hij schilderde al vroeg de mooiste taferelen en bestudeerde vele werken van de grote meesters, met als belangrijkste voorbeeld Michelangelo.

Op 15-jarige leeftijd ging Tintoretto in de leer bij de grote Venetiaanse schilder Titiaan, die toen zelf al 56 jaar oud was. Tintoretto’s studie duurde echter niet lang; volgens de overlevering had hij zozeer een eigen stijl dat hij het al na tien dagen voor gezien hield in het atelier van Titiaan.

Tintoretto zette aan het begin van zijn schilderscarrière vooral religieuze voorstellingen op het doek. Later schilderde hij ook prachtige mythologische verhalen en een aantal portretten. Bijzonder is de aanwezigheid van een zeer jong zelfportret, dat normaal gesproken in het Victoria & Albert Museum te zien is. Zeker als je daarna het zelfportret op oudere leeftijd ziet (dat in het bezit is van het Louvre maar nu ook in de Scuderie hangt), komt Tintoretto echt een beetje tot leven.

Na zo’n veertig Tintoretto’s te hebben bewonderd, is mijn honger naar Venetië gestild en mijn heimwee zo goed als verdwenen. Terwijl ik een kopje koffie drink aan de bar, geniet ik van de Romeinse conversaties om me heen. Eenmaal buiten haal ik diep adem en voel ik Rome in al mijn poriën doordringen. Venetië sijpelt uit mijn systeem en met elke pas groeit het gevoel van thuiskomen.

Daar ga ik vandaag dan ook heerlijk van genieten, maar niet voordat ik jullie nog even heb laten weten dat Tintoretto ook in eigen land te zien is. In het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld, dat een aantal prachtige werken van dit Venetiaanse ververtje herbergt. Ook wie niet in Rome of Venetië is, kan zijn werk dus bewonderen – zonder heimwee te hoeven hebben!

feb 29

Precies een week geleden moest ik afscheid nemen van het Venetiaanse carnaval. De maskers zijn afgezet, de confetti weggespoeld, de kater verdronken. De Venetianen hebben hun stad stilletjes teruggewonnen op de feestvierende massa. Na dagen vol drukte klotst het water rustiger, tevredener bijna, tegen de kades.

Vandaag moet ik afscheid nemen van de stad zelf, en dat valt me een stuk zwaarder dan het afscheid van het carnaval. Van maskers, drukke straten, aangeboden drankjes en meegenieten van de effecten van drinkgelagen krijg je gauw genoeg, terwijl de stad zelf nooit verveelt. Ik pak mijn koffer in en bekijk nog een keer alle geschoten foto’s. Maskers, gondels en bruggetjes passeren de revue, in willekeurige volgorde en vaak in verrassend mooie combinaties.

Gek, dat het weer een jaar zal duren voor deze sfeer weer door de stad waant. Gek ook dat je er tijdens het carnaval soms ontzettend genoeg van kan hebben, van die drukte en het geduw, terwijl het bekijken van die prachtige plaatjes toch een beetje nostalgia oproept. Naar de sfeer, de uitbundigheid, het even loslaten van het dagelijks leven…

Voor iedereen die dit gevoel van heimwee naar het Venetiaanse carnaval herkent, is er gelukkig goed nieuws. Van een vriendin die in de buurt van Bussum woont, kreeg ik namelijk de tip dat in Galerie III in Bussum nog tot en met eind maart een bijzonder fraaie expositie over het Venetiaanse carnaval te bewonderen is.

De expositie laat een ander Venetiaans carnaval zien dan je wellicht verwacht. Galerie III is namelijk de uitdaging aangegaan om diverse, ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende kunstdisciplines bij elkaar te brengen en ze zo te exposeren dat de kunstwerken elkaar onmiskenbaar versterken.

De schitterend met de hand vervaardigde Venetiaanse maskers van Olga Dol (over wie ik twee weken geleden al een stukje schreef) vormen de rode draad in deze expositie. De zwierige danseressen van José van ‘t Rood zorgen voor zoveel kleur dat het letterlijk van het doek af spat.

Jettie Hoogenboom daarentegen laat, met haar schilderijen van de Venetiaanse gondels, de serene stilte voelen. De unieke, originele en onverwachtste sieraden van Elize van der Werff vormen een prachtige schakel tussen de maskers, schilderijen en sculpturen. De bronzen beelden en sculpturen van Carla Rump staan voor passie, en zoals zij zelf zegt: ‘Het beeld moet leesbaar zijn als een gedicht’.

Deze vijf bijzonder professionele kunstenaars zorgen ervoor dat Bussum dit jaar even wordt omgetoverd tot een prachtig stukje Venetië. Zo kan ik, voordat ik naar Rome reis, nog heel even de sfeer van het Venetiaanse carnaval opsnuiven. Dat vooruitzicht maakt het afscheid van Venetië een stuk minder moeilijk.

Ik sleep mijn koffer naar beneden, waar de portier hem van me overneemt. ‘Heimwee is al zwaar genoeg,’ mompelt hij, ietwat verlegen. Ik glimlach, en vertel dat ik in Nederland nog gauw een staartje van het Venetiaanse carnaval ga meepikken. Hij is nieuwsgierig, en hoort me uit over de expositie en met name over de kunstenaars. Ik beloof hem een kaartje te sturen vanuit Bussum, en daarmee is hij zo verguld dat hij mijn koffer naar de vaporettohalte sleept.

Daar neemt hij een beetje onhandig afscheid, ietwat beschaamd om zijn gevoelens van heimwee naar een feest dat nog maar net voorbij is en tegelijkertijd toch trots op een eeuwenoude traditie die steeds minder de zijne wordt. Ik druk hem de hand en denk: Venetië is inderdaad mooier als de mensen hun maskers afzetten…

feb 25

Begin deze week schreef ik uitgebreid over de kunst van het koffiezetten, niet wetende dat er ook nog een andere vorm van koffiekunst bestond. Bij toeval stuitte ik namelijk de dag erna op dit geweldige kunstwerk, gemaakt van, jawel, kopjes koffie:

Deze ‘Mocha Lisa’ werd gemaakt tijdens het Rocks Aroma Festival in Sydney, al een aantal zomers geleden. Voor het namaken van de Mona Lisa waren maar liefst 3604 kopjes koffie nodig, onderverdeeld in espresso, caffè latte en cappuccino, plus 564 kopjes met alleen maar melk, om de benodigde kleuren te creëren.

Da Vinci blijft de gemoederen nog altijd bezighouden. Ik schreef eerder dit jaar al over de zoektocht naar een verloren gewaande Da Vinci in het Palazzo Vecchio in Florence (hierbij nog een linkje naar dat artikel), maar er is meer. Zo wijdt National Geographic in het februarinummer een heel artikel aan een onbekend meesterwerk dat wellicht kan worden toegeschreven aan Da Vinci:

‘Het lijkt een te sterk verhaal: iemand gaat een galerie binnen en koopt voor een zacht prijsje een onbekend meesterwerk van Da Vinci. Toen Silverman dit portret aankocht, was het 75 jaar geleden dat er voor het laatst een werk officieel aan de meester was toegeschreven. Er bestond ook geen bewijs dat de maker van de Mona Lisa ooit op vellum had gewerkt. Er waren zelfs geen kopieën of schetsen op perkament overgeleverd. Als dit een echte Da Vinci was, waar was deze tekening dan al die vijfhonderd jaar geweest?

Silverman mailde de afbeelding van Bianca naar Martin Kemp, emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Oxford University. Da Vinci-kenner Kemp ontvangt regelmatig dit soort plaatjes. De afzenders weten het altijd zeker: ze hebben een nieuwe Da Vinci in handen. ‘Ik ben altijd geneigd om automatisch nee te roepen,’ vertelde Kemp me. Maar de afbeelding van deze ‘griezelig levensechte’ jonge vrouw deed hem ditmaal besluiten te gaan kijken. Hij vloog naar Zürich, waar Silverman de tekening (van 33 bij 24 centimeter) in een kluis bewaarde. Kemp: ‘Toen ik het portret onder ogen kreeg, ging er een rilling door me heen. Ik besefte dat dit iets heel bijzonders was.’

Die sensatie bracht Kemp ertoe een onderzoek te starten. Dankzij hoogwaardige multispectrale scans die Pascal Cotte van Lumiere Technology in Parijs vervaardigde, kon Kemp door de verschillende lagen van de tekening heen kijken. En hoe beter hij het portret bekeek, hoe meer hij er de hand van de meester in herkende.’

uit: National Geographic, februari 2012
© tekst: Tom O’Neill | foto’s: Gzegorz Mazurowski

Het hele artikel, met prachtige foto’s, lees je zoals ik al schreef  in de National Geographic van februari 2012, die je via deze link nog kunt bestellen.

In Milaan starten ze bovendien met de restauratie van een van Da Vinci’s aantekenboeken, de Codice Trivulziano. Willemijn van Dijk schreef begin deze week over dit bijzondere project:Het restauratieproject wil niet alleen het wetenschappelijk onderzoek vergemakkelijken, maar heeft ook voor ogen het document toegankelijker te maken voor het grote publiek. Met dit doel wordt er naast de originele versie van de Codice ook een digitale versie gemaakt. De serie schetsen die Leonardo bij wijze van architectonische studie maakte van de koepel van de Dom van Milaan, bijvoorbeeld, is straks gewoon met een druk op de knop op te roepen van het internet, stel ik me zo voor.’

Dat lijkt me een prachtig vooruitzicht… Dan kunnen we Da Vinci veel makkelijker tot leven wekken dan met het zetten van ruim 3500 kopjes koffie…

feb 14

Vanaf vandaag verblijven we een week of twee in Venetië, de stad van de liefde. Wat is er nu romantischer dan vandaag door de smalle steegjes van La Serenissima struinen, je al warmend aan elkaar over de bruggetjes begeven of misschien wel een tochtje in een gondel maken?

Hoewel heel Venetië een prachtig decor vormt voor een romantische Valentijnsdag, kan maar een plek de meest romantische zijn. En dat is op dit moment Punta della Dogana, het driehoekige uiteinde van de wijk Dorsoduro. Hier, net voorbij de Santa Maria della Salute, komt het Canal Grande samen met het Canale della Giudecca.

Op dit kleine driehoekje Venetië bevindt zich het oude douanekantoor, dat sinds een aantal jaren is ingericht als museum voor moderne kunst. Het gebouw heeft net als zijn ondergrond een driehoekige vorm, met op de kop een grappig koepeltje met een zonnewijzer als bekroning. Van buiten zou je echter niet zeggen dat het museum zo’n enorme oppervlakte bestrijkt. Eigenlijk zie je dat alleen goed als je eenmaal binnen bent – of vanuit de lucht natuurlijk, zoals op onderstaande foto’s.

Een enorme driehoek biedt alle plaats aan een collectie moderne kunst, die het grootste gedeelte van de dag in een prachtig licht baadt. Het ontwerp is niet van de hand van een Italiaan; het is de Japanse Tadao Ando die het gebouw voor de huidige bestemming geschikt maakte – en er overigens ook voor zorgde dat het absoluut waterdicht is, geen overbodige luxe met al dat water eromheen.

Maar alleen voor het bijzondere gebouw en de schitterende lichtval zou ik jullie natuurlijk niet naar deze plek sturen. Althans niet op Valentijnsdag. Ik beloofde jullie immers de meest romantische plek van de stad te laten zien. Welnu, kijk maar eens naar deze prachtige foto:

Dit Hanging Heart van de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons hangt nog tot eind december 2012 in het Punta della Dogana. Het is maar liefst 2,7 meter hoog en weegt bijna 1600 kilo!! Naast buitensporig groot is het hart ook buitengewoon kostbaar. Op 14 november 2007 werd er een bedrag van 23,6 miljoen dollar voor neergeteld – op dat moment de hoogste prijs ooit betaald voor een werk van een kunstenaar bij leven.

Met je Valentijn naar dit buitengewoon kostbare hart? Je vindt het zoals gezegd in het Punta della Dogana, Dorsoduro 2 in Venetië. De dichtstbijzijnde vaporettohalte is Salute (linea 1). De tentoonstelling In Praise of Doubt, waar Koons’ hart deel van uitmaakt, is nog tot eind december 2012 te zien. De tentoonstelling is elke dag (behalve op dinsdag) geopend van 10 tot 19 uur. De kassa sluit een uur eerder. Kijk voor meer informatie op www.palazzograssi.it.

Als je toch bij het Punta della Dogana bent, ga dan ook even op de foto met de jongen met de kikvors, een kunstwerk van Charles Ray. Zorg wel dat je niet te dicht bij gaat staan. Niet omdat je Valentijn dan wellicht jaloers wordt, maar omdat er nogal eens een vrij norse bewaker aanwezig is die je ongeduldig een eindje weg maant en dan pal voor het beeld gaat staan zodat je het kikvorsmannetje niet mooi meer op de foto krijgt.

Fijne Valentijnsdag!

© foto’s Punta della Dogana

feb 03

Op 1 februari was het dubbel feest. Ciao tutti bestond die dag precies twee jaar, en terwijl ik digitaal de vlag uithing, ontving ik een aankondiging van de lancering van de blog van mede-Smaakschrijver Willemijn van Dijk: Orpheus kijkt om.

Nu wist ik stiekem al wel dat Willemijn plannen had voor een dagelijks blog. We hadden al eens zitten brainstormen over titels, mogelijke invalshoeken en onderwerpen, maar meer wist ik nog niet. Ik was dan ook blij verrast door de bijzonder originele naam, die gebaseerd is op een van de bijzonderste verhalen uit Ovidius’ Metamorphosen (voor de liefhebber 10:1-63).

Orpheus & Eurydice
In dit verhaal is de hoofdrol weggelegd voor Orpheus, de zoon van de god Apollo. Hij was een groot dichter, die veel prachtige frasen op zijn lier ten gehore bracht. Hiermee wist hij mensen en dieren vaak te betoveren. Volgens Ovidius was zijn muziek zelfs zo schitterend, dat zelfs bomen en rotsen de klank van zijn stem volgden en zich losrukten van hun vaste plek op aarde.

Orpheus trouwde met de mooie bosnimf Eurydice. Voor het paar was echter geen lang en gelukkig leven weggelegd. De pasgetrouwde Eurydice werd namelijk op de huwelijksdag gebeten door een giftige slang, die haar pad kruiste toen ze op de vlucht was voor een ongewenste aanbidder. Eurydice stierf aan de beet en liet haar kersverse echtgenoot diepbedroefd achter.

Orpheus was zo ontdaan door het verlies dat hij naar de onderwereld afdaalde om de heerser van de onderwereld zijn verdriet te tonen, in de hoop dat Eurydice dan terug mocht keren. Met zijn muziek wist hij Pluto zo ver te krijgen dat Eurydice hem terug naar de aarde mocht volgen. Daarbij stelde Pluto echter één voorwaarde: Orpheus mocht niet naar haar kijken tot ze de dodenwereld hadden verlaten.

Helaas, je voelt het natuurlijk al aankomen: op het laatste moment kon Orpheus zich niet bedwingen en keek hij om. Eurydice verdween voor altijd naar het rijk der doden – en Orpheus was ontroostbaar. Waarom had hij zo nodig om moeten kijken, waarom had hij zich laten verleiden door dat moois achter zich?

Orpheus kijkt om
Gelukkig voor ons kan Orpheus nu vrij omkijken naar alle moois dat achter ons ligt – en dat laat Willemijn hem elke dag doen. Op Oprheus kijkt om biedt ze je elke dag een blog over kunst en cultuur in het algemeen en die van de oudheid (en daarop geïnspireerde stromingen) in het bijzonder. Dagelijks kijk- en leesvoer, met tips voor oude en nieuwe boeken, mooie tentoonstellingen of films en bijzondere online ontdekkingen. Net als Orpheus’ liederen bestaan deze blog uit prachtige frasen, die de oudheid tot leven wekken. Willemijns Orpheus neemt heel de Romeinse oudheid mee terug uit de dodenwereld – en dit keer loopt deze missie goed af, waardoor iedereen kan genieten van leuke anekdotes, ontdekkingen en hoe belangrijk die nog in het heden (kunnen) zijn.

Naast de dagelijkse blogs is er bovendien een tentoonstellingsagenda zonder grenzen (met lopende exposities in Nederland en (ver) daarbuiten op het gebied van (kunst)geschiedenis en de klassieken, die je op je wenslijst kunt zetten) en een Klassieker van de Maand, die deze maand is gewijd aan Ovidius’ Metamorphosen.

Word je graag dagelijks even afgeleid door alles op het gebied van geschiedenis, kunst en cultuur? Breng dan elke ochtend niet alleen een bezoekje aan Ciao tutti, maar ook aan Orpheus kijkt om (of schrijf je in voor de nieuwsbrief, dan krijg je vanzelf een e-mail met de blogpost van die dag) – een beter begin van de dag kun je je niet wensen.

Elke dag een cadeautje
Nu ik al twee keer verrast ben met een prachtige Orpheus-mail op de vroege ochtend, begrijp ik pas dat mensen zo’n bericht in hun mailbox als een cadeautje zien. Trouwe lezers schreven me wel eens: Dank dat je me elke dag een cadeautje mailt! Het was echt geen valse bescheidenheid, maar ik dacht dan altijd: nou, cadeautje, ik schrijf gewoon graag. Nu, na een paar fijne cadeautjes van Orpheus, snap ik precies wat deze mensen bedoelden. Het is heerlijk om elke dag opnieuw een cadeau gemaild te krijgen, vol inspiratie, ideeën en interessante weetjes.

Willemijn schrijft in een van haar eerste blogs (Rome-tips uit de 19e eeuw): ‘Als je van geschiedenis (of een ‘retrospectieven gradenboog’ – zoals Couperus het in de door Willemijn geschreven blog noemt, SB) houdt, zoals ik, dan is het bestaan van een stad als Rome een cadeautje, dat je eeuwig kunt uitpakken zonder dat het ooit opraakt.’

Ik hoop dat Orpheus kijkt om voor veel lezers ook zo’n nooit oprakend cadeautje wordt dat je op elk moment van de dag uit kunt pakken. Ik kijk in elk geval al uit naar het volgende stukje morgenochtend. Zo was het niet alleen 1 februari dubbel feest, maar wordt het dat elke dag! Zowel het schrijven van een eigen blog over Italië als het lezen van Orpheus’ bijzondere ervaringen zorgen ervoor dat elke dag voortaan begint met een dubbel cadeautje. Daar gaan Willemijn en ik straks na het werk alvast even een prosecco op drinken, met een extra glas voor Orpheus!

Getagd met:
jan 17

Vandaag, op 17 januari, wordt in Italië de feestdag van Sant’Antonio Abate gevierd. Deze Antonius Abt, zoals we hem in Nederland kennen, wordt beschouwd als de allereerste abt en daarmee als de grondlegger van het christelijke monnikendom.

Deze Antonius, die we niet moeten verwarren met de heilige Antonius van Padua, die door mijn oma altijd werd aangeroepen als ze weer eens iets kwijt was, werd rond 250 geboren in Egypte. Zijn ouders waren zeer welgesteld, maar stierven toen Antonius nog vrij jong was.

Na hun dood las Antonius het evangelie van Matteüs, waarin Jezus zegt: ‘Wilt u volmaakt zijn, ga dan naar huis. Verkoop wat u bezit en geef het aan de armen. Daarmee zult u een schat in de hemel bezitten. Kom vervolgens terug om Mij te volgen’ (Mt. 19:21). Deze woorden zorgden voor een ommekeer in het leven van Antonius. Hij gaf al zijn bezittingen aan de armen en trok zich terug in de woestijn, waar hij vocht tegen de verleidingen van het kwaad.

Athanasius van Alexandrië, die het leven van de heilige Antonius optekende, beschreef deze periode in zijn Vita Antonii, dat in 2002 glansrijk vertaald is door Vincent Hunink, als volgt:

‘Maar de duivel, die het goede haat en afgunstig is, kon er niet tegen bij een jongeman zulke goede voornemens te zien en hij begon alles wat hij gewoonlijk uithaalt ook tegen hem in stelling te brengen.

Eerst probeerde hij hem van zijn ascese af te brengen door hem van alles in te fluisteren: herinneringen aan zijn bezittingen, zorgen om zijn zus en zijn familiebanden, geldzucht, eerzucht, lekker en gevarieerd eten en andere genoegens van het leven; en tenslotte de hardheid van de deugd en alle moeite die zij kost. Want was het lichaam niet zwak? En duurden de jaren niet lang? Kortom, hij gaf hem een hele wirwar van gedachten in, om hem zo van zijn juiste besluit te laten afvallen.

Maar toen de Vijand zag dat hij zwak stond tegenover Antonius’ voornemens en het eerder zelf aflegde tegen zijn fermheid, stukliep op zijn geloof en gevloerd werd door zijn voortdurende gebeden, toen ging hij over tot de wapens van de onderbuik. Fier en vol vertrouwen daarop — het is het eerste waarmee hij jongeren belaagt — ging hij de jongeman te lijf. ‘s Nachts bracht hij hem in verwarring en overdag viel hij hem zozeer lastig dat mensen het aan hem konden zien wat voor worsteling er tussen die twee gaande was. De een kwam met onreine gedachten, de ander sloeg ze af met gebed. De een wekte prikkelende voorstellingen, de ander meende dat hij bloosde en legde om zijn lichaam een muur van geloof en vasten. De ellendige duivel ging zover dat hij ‘s nachts de gedaante van een vrouw aannam en zich op alle mogelijke manieren daarnaar gedroeg, alleen om Antonius te verleiden. Maar die richtte zijn hart op Christus en hield dankzij Hem voor ogen hoe nobel en spiritueel de ziel is, en wist zo dat gloeiende bedrog te doven.’

Antonius is uitgegroeid tot beschermheilige van onder meer slagers, varkens, zwijnenhoeders, mandenmakers, begrafenisondernemers, suikerbakkers en wevers. Op afbeeldingen zien we hem dan ook vaak met een varken aan zijn voeten. In zijn hand draagt hij meestal een bel.

Vroeger kwamen op 17 januari de boeren bijeen om hun vee te laten zegenen ter ere van Antonius sterfdag. In de middeleeuwen mochten op 17 januari de varkens zelfs overal vrij naar voedsel zoeken, ook in de grote steden in het noorden, zoals Amsterdam. Deze traditie wordt nog steeds in ere gehouden. Ga vandaag maar eens kijken op een van de vele pleinen in Italië, van Rome tot het kleinste gehucht op Sicilië. Verbaas je niet als het er zwart ziet van de knorrende varkentjes, die de zegen van de heilige Antonius komen halen.

In Buti, een stadje in de buurt van Pisa, wordt de heilige Antonius op de eerste zondag na 17 januari geëerd met een palio, een paardenrace. Daarover morgen meer; vandaag sluiten we af met een paar prachtige werken van Italiaanse kunstenaars, met uiteraard Sant’Antonio Abate in de hoofdrol:

PS: Wie de hele tekst van Verleidingen in de woestijn, het leven van de heilige Antonius de Grote in de vertaling van Vincent Hunink wil lezen, via deze link vind je de tekst in pdf, naar een uitgave uit 2002 van uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam.

jan 11

Tijdens de Vakantiebeurs, die vandaag in de Jaarbeurs Utrecht van start gaat, is niets heerlijker dan langs de Italiaanse stands struinen om ideeën op te doen voor blogstukjes – en voor een volgende vakantie. Italië heeft – ook voor een doorgewinterde liefhebber als ondergetekende – nog steeds heel veel moois te bieden, zowel binnen als buiten de gebaande paden.

Het is heerlijk om nieuwe plekjes te ontdekken, te horen over nieuwe wijnroutes, pas geopende charmehotels, geplande tentoonstellingen en onontdekte pareltjes. Wat dat betreft biedt de Vakantiebeurs dus volop inspiratie, vooral ook omdat er veel Italianen aanwezig zijn, die vol vuur vertellen over hun eigen streek, de culturele hoogtepunten, de culinaire specialiteiten… Geen betere promotie voor het land dan een enthousiaste inwoner…

Alhoewel, toevallig kreeg ik afgelopen weekend een wel heel mooi promotiemiddel voor Italië in handen: het prachtige posterboek Travel Italia. Het boek biedt een overzicht van de mooiste promotieposters die ooit zijn gemaakt voor regio’s of steden in Italië.

Van circa 1920 tot 1960 was dit een beproefde manier om het land toeristisch op de kaart te zetten. Honderden kunstenaars wendden hun creatieve talent aan om de Italiaanse bestemmingen zo mooi en bijzonder mogelijk op te tekenen – van de Venetiaanse lagune tot het eiland Capri, van de schapen op Sardinië tot de Duomo van Florence.

Maar weinig mensen weten nog van het bestaan van deze posters. Met de introductie van internet wordt promotie voor een vakantie naar Italië immers op een heel andere manier gemaakt. Gelukkig heeft Lorenzo Ottaviani, geboren in Rome maar inmiddels woonachtig in New York, de posters weer terug in het collectieve geheugen gebracht, met dit prachtboek.

Hieronder een aantal posters om jullie alvast te laten genieten van de Italiaanse vakantiesfeer:

Een mooie promotieposter thuis aan de muur hangen, om na te genieten van je vakantie of alvast uit te kijken naar de volgende bestemming? Dat kan! Bij Galleria L’Image in Alassio kun je kiezen uit een groot assortiment Italiaanse reisposters. Winkelen kan hier gelukkig ook online via deze link.

Nog meer posters uit het boek Travel Italia kun je bekijken op de speciale Travel Italia-website. Hier kun je het posterboek ook bestellen, al dan niet gesigneerd door samensteller Ottaviani. Bestellen kan overigens ook gewoon via bol.com – dan heb je het binnen vier werkdagen in huis en kun je dus van het weekend al wegdromen bij alle Italiaanse bestemmingen… Buon viaggio!

jan 04

Voor het maken van een perfecte tekening moet je niet alleen de verhoudingen van de Mens van Vitruvius kennen, zoals we gisteren zagen, maar ook de gulden snede voor ogen houden. Deze gulden snede is een stukje eeuwenoude wiskunde. De gulden snede of divina proportia (goddelijke proportie) geeft de perfecte verhouding tussen lijnen aan.

Bij de gulden snede verhoudt het grootste van de twee delen zich tot het kleinste, zoals het gehele lijnstuk zich verhoudt tot het grootste. Geven we het grootste deel aan met a en het kleinste deel met b, dan is de verhouding van beide zo dat a:b = (a+b):a. De gulden snede wordt afgekort met de Griekse letter φ (phi) en is in getallen uitgedrukt ongeveer gelijk aan 1,618.

De gulden snede komt prachtig terug in de rij getallen die de wiskundige naamgenoot van Leonardo Da Vinci, Leonardo van Pisa, in 1202 optekende. Leonardo van Pisa, die meestal Fibonacci werd genoemd (naar figlio di Bonaccio, zoon van Bonaccio, goedzak, de bijnaam van Fibonacci’s vader), publiceerde in dat jaar zijn Liber Abaci (‘Het boek van de abacus’) over algebra en de Arabische cijfers. Hiermee introduceerde hij dit cijferstelsel in Europa.

In datzelfde boek publiceerde hij de zogenaamde Fibonacci-rij, waarin elk element van de rij de som van de twee voorgaande elementen vormt, beginnend met 0 en 1. De rij blijkt interessante eigenschappen en verbanden te bezitten met onder andere de gulden snede. Het eerste deel van de rij ziet er als volgt uit: 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, 610, 987, 1597, 2584, 4181, 6765, 10946, …

De rij van Fibonacci zit vol met eigenaardigheden. Zo is elke optelsom van tien opeenvolgende getallen uit de reeks deelbaar door elf. Om de zestig getallen wordt het laatste cijfer herhaald.

Als je de quotiënten van twee opeenvolgende Fibonacci-getallen op een rij zet, zie je iets opmerkelijks: 1/1 = 1; 2/1 = 2; 3/2 = 1,5; 5/3 ≈ 1,667; 8/5 = 1,6; 13/8 = 1,625; 21/13 ≈ 1,615; 34/21 ≈ 1,619; 55/34 ≈ 1,618; 89/55 ≈ 1,618. Deze quotiënten naderen een vaste waarde. Hoe verder je komt in de rij van Fibonacci, hoe dichter het quotiënt van twee opvolgende getallen in de buurt komt van φ, het gulden-snede-getal.

Konijnenparen
De rij van Fibonacci wordt vaak ook uitgelegd aan de hand van de groei van een konijnenpopulatie. Nu heb ik maar één konijn als huisdier, maar stel dat je twee konijnen (een mannetje en een vrouwtje) in een afgesloten hok zet. In de eerste maand heb je dus één paar. Na een maand zijn de konijnen volwassen en kan het vrouwtje jongen krijgen. De draagtijd is een maand. In de tweede maand heb je dus nog steeds één paar. Het vrouwtje krijgt een mannetje en een vrouwtje. In de derde maand heb je dus twee paren. Dat vrouwtje kan ook na een maand jongen krijgen. Er gaan geen konijnen dood en elk konijnenpaar krijgt elke maand een mannetje en een vrouwtje. Hoeveel konijnen heb je dan na een jaar? Precies; het aantal konijnenparen in een maand groeit dan precies volgens de Fibonacci-reeks: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, ….

De gulden snede komen we elke dag tegen, vaak onbewust. De reeks is bijvoorbeeld aanwezig in een dennenappel, een schelp, in ons eigen lichaam en in de kunst. Waarom vind je bijvoorbeeld het ene schilderij mooier of beter dan een ander? Volgens de Italiaanse wiskundige Pacioli (1445-1517) komt dat vooral doordat de ene schilder de wetten van de wiskunde beter volgt en gehoorzaamt dan de ander. De verdeling van ruimtelijke vlakken op het doek ligt volgens Pacioli geheel en al vast in wiskundige verhoudingen, zoals de gulden snede. Hij ging zelfs zo ver dat hij de schilderkunst tot wiskundige figuren en vergelijkingen probeerde terug te brengen.

Dat biedt perspectief voor mij, want ik ben heel wat beter in wiskunde dan in het schetsen en schilderen… Wie de geheimen van Fibonacci wil doorgronden, moet ook even dit filmpje op Youtube kijken. Erg inspirerend!

preload preload preload