feb 03

Op 1 februari was het dubbel feest. Ciao tutti bestond die dag precies twee jaar, en terwijl ik digitaal de vlag uithing, ontving ik een aankondiging van de lancering van de blog van mede-Smaakschrijver Willemijn van Dijk: Orpheus kijkt om.

Nu wist ik stiekem al wel dat Willemijn plannen had voor een dagelijks blog. We hadden al eens zitten brainstormen over titels, mogelijke invalshoeken en onderwerpen, maar meer wist ik nog niet. Ik was dan ook blij verrast door de bijzonder originele naam, die gebaseerd is op een van de bijzonderste verhalen uit Ovidius’ Metamorphosen (voor de liefhebber 10:1-63).

Orpheus & Eurydice
In dit verhaal is de hoofdrol weggelegd voor Orpheus, de zoon van de god Apollo. Hij was een groot dichter, die veel prachtige frasen op zijn lier ten gehore bracht. Hiermee wist hij mensen en dieren vaak te betoveren. Volgens Ovidius was zijn muziek zelfs zo schitterend, dat zelfs bomen en rotsen de klank van zijn stem volgden en zich losrukten van hun vaste plek op aarde.

Orpheus trouwde met de mooie bosnimf Eurydice. Voor het paar was echter geen lang en gelukkig leven weggelegd. De pasgetrouwde Eurydice werd namelijk op de huwelijksdag gebeten door een giftige slang, die haar pad kruiste toen ze op de vlucht was voor een ongewenste aanbidder. Eurydice stierf aan de beet en liet haar kersverse echtgenoot diepbedroefd achter.

Orpheus was zo ontdaan door het verlies dat hij naar de onderwereld afdaalde om de heerser van de onderwereld zijn verdriet te tonen, in de hoop dat Eurydice dan terug mocht keren. Met zijn muziek wist hij Pluto zo ver te krijgen dat Eurydice hem terug naar de aarde mocht volgen. Daarbij stelde Pluto echter één voorwaarde: Orpheus mocht niet naar haar kijken tot ze de dodenwereld hadden verlaten.

Helaas, je voelt het natuurlijk al aankomen: op het laatste moment kon Orpheus zich niet bedwingen en keek hij om. Eurydice verdween voor altijd naar het rijk der doden – en Orpheus was ontroostbaar. Waarom had hij zo nodig om moeten kijken, waarom had hij zich laten verleiden door dat moois achter zich?

Orpheus kijkt om
Gelukkig voor ons kan Orpheus nu vrij omkijken naar alle moois dat achter ons ligt – en dat laat Willemijn hem elke dag doen. Op Oprheus kijkt om biedt ze je elke dag een blog over kunst en cultuur in het algemeen en die van de oudheid (en daarop geïnspireerde stromingen) in het bijzonder. Dagelijks kijk- en leesvoer, met tips voor oude en nieuwe boeken, mooie tentoonstellingen of films en bijzondere online ontdekkingen. Net als Orpheus’ liederen bestaan deze blog uit prachtige frasen, die de oudheid tot leven wekken. Willemijns Orpheus neemt heel de Romeinse oudheid mee terug uit de dodenwereld – en dit keer loopt deze missie goed af, waardoor iedereen kan genieten van leuke anekdotes, ontdekkingen en hoe belangrijk die nog in het heden (kunnen) zijn.

Naast de dagelijkse blogs is er bovendien een tentoonstellingsagenda zonder grenzen (met lopende exposities in Nederland en (ver) daarbuiten op het gebied van (kunst)geschiedenis en de klassieken, die je op je wenslijst kunt zetten) en een Klassieker van de Maand, die deze maand is gewijd aan Ovidius’ Metamorphosen.

Word je graag dagelijks even afgeleid door alles op het gebied van geschiedenis, kunst en cultuur? Breng dan elke ochtend niet alleen een bezoekje aan Ciao tutti, maar ook aan Orpheus kijkt om (of schrijf je in voor de nieuwsbrief, dan krijg je vanzelf een e-mail met de blogpost van die dag) – een beter begin van de dag kun je je niet wensen.

Elke dag een cadeautje
Nu ik al twee keer verrast ben met een prachtige Orpheus-mail op de vroege ochtend, begrijp ik pas dat mensen zo’n bericht in hun mailbox als een cadeautje zien. Trouwe lezers schreven me wel eens: Dank dat je me elke dag een cadeautje mailt! Het was echt geen valse bescheidenheid, maar ik dacht dan altijd: nou, cadeautje, ik schrijf gewoon graag. Nu, na een paar fijne cadeautjes van Orpheus, snap ik precies wat deze mensen bedoelden. Het is heerlijk om elke dag opnieuw een cadeau gemaild te krijgen, vol inspiratie, ideeën en interessante weetjes.

Willemijn schrijft in een van haar eerste blogs (Rome-tips uit de 19e eeuw): ‘Als je van geschiedenis (of een ‘retrospectieven gradenboog’ – zoals Couperus het in de door Willemijn geschreven blog noemt, SB) houdt, zoals ik, dan is het bestaan van een stad als Rome een cadeautje, dat je eeuwig kunt uitpakken zonder dat het ooit opraakt.’

Ik hoop dat Orpheus kijkt om voor veel lezers ook zo’n nooit oprakend cadeautje wordt dat je op elk moment van de dag uit kunt pakken. Ik kijk in elk geval al uit naar het volgende stukje morgenochtend. Zo was het niet alleen 1 februari dubbel feest, maar wordt het dat elke dag! Zowel het schrijven van een eigen blog over Italië als het lezen van Orpheus’ bijzondere ervaringen zorgen ervoor dat elke dag voortaan begint met een dubbel cadeautje. Daar gaan Willemijn en ik straks na het werk alvast even een prosecco op drinken, met een extra glas voor Orpheus!

Getagd met:
jan 17

Vandaag, op 17 januari, wordt in Italië de feestdag van Sant’Antonio Abate gevierd. Deze Antonius Abt, zoals we hem in Nederland kennen, wordt beschouwd als de allereerste abt en daarmee als de grondlegger van het christelijke monnikendom.

Deze Antonius, die we niet moeten verwarren met de heilige Antonius van Padua, die door mijn oma altijd werd aangeroepen als ze weer eens iets kwijt was, werd rond 250 geboren in Egypte. Zijn ouders waren zeer welgesteld, maar stierven toen Antonius nog vrij jong was.

Na hun dood las Antonius het evangelie van Matteüs, waarin Jezus zegt: ‘Wilt u volmaakt zijn, ga dan naar huis. Verkoop wat u bezit en geef het aan de armen. Daarmee zult u een schat in de hemel bezitten. Kom vervolgens terug om Mij te volgen’ (Mt. 19:21). Deze woorden zorgden voor een ommekeer in het leven van Antonius. Hij gaf al zijn bezittingen aan de armen en trok zich terug in de woestijn, waar hij vocht tegen de verleidingen van het kwaad.

Athanasius van Alexandrië, die het leven van de heilige Antonius optekende, beschreef deze periode in zijn Vita Antonii, dat in 2002 glansrijk vertaald is door Vincent Hunink, als volgt:

‘Maar de duivel, die het goede haat en afgunstig is, kon er niet tegen bij een jongeman zulke goede voornemens te zien en hij begon alles wat hij gewoonlijk uithaalt ook tegen hem in stelling te brengen.

Eerst probeerde hij hem van zijn ascese af te brengen door hem van alles in te fluisteren: herinneringen aan zijn bezittingen, zorgen om zijn zus en zijn familiebanden, geldzucht, eerzucht, lekker en gevarieerd eten en andere genoegens van het leven; en tenslotte de hardheid van de deugd en alle moeite die zij kost. Want was het lichaam niet zwak? En duurden de jaren niet lang? Kortom, hij gaf hem een hele wirwar van gedachten in, om hem zo van zijn juiste besluit te laten afvallen.

Maar toen de Vijand zag dat hij zwak stond tegenover Antonius’ voornemens en het eerder zelf aflegde tegen zijn fermheid, stukliep op zijn geloof en gevloerd werd door zijn voortdurende gebeden, toen ging hij over tot de wapens van de onderbuik. Fier en vol vertrouwen daarop — het is het eerste waarmee hij jongeren belaagt — ging hij de jongeman te lijf. ‘s Nachts bracht hij hem in verwarring en overdag viel hij hem zozeer lastig dat mensen het aan hem konden zien wat voor worsteling er tussen die twee gaande was. De een kwam met onreine gedachten, de ander sloeg ze af met gebed. De een wekte prikkelende voorstellingen, de ander meende dat hij bloosde en legde om zijn lichaam een muur van geloof en vasten. De ellendige duivel ging zover dat hij ‘s nachts de gedaante van een vrouw aannam en zich op alle mogelijke manieren daarnaar gedroeg, alleen om Antonius te verleiden. Maar die richtte zijn hart op Christus en hield dankzij Hem voor ogen hoe nobel en spiritueel de ziel is, en wist zo dat gloeiende bedrog te doven.’

Antonius is uitgegroeid tot beschermheilige van onder meer slagers, varkens, zwijnenhoeders, mandenmakers, begrafenisondernemers, suikerbakkers en wevers. Op afbeeldingen zien we hem dan ook vaak met een varken aan zijn voeten. In zijn hand draagt hij meestal een bel.

Vroeger kwamen op 17 januari de boeren bijeen om hun vee te laten zegenen ter ere van Antonius sterfdag. In de middeleeuwen mochten op 17 januari de varkens zelfs overal vrij naar voedsel zoeken, ook in de grote steden in het noorden, zoals Amsterdam. Deze traditie wordt nog steeds in ere gehouden. Ga vandaag maar eens kijken op een van de vele pleinen in Italië, van Rome tot het kleinste gehucht op Sicilië. Verbaas je niet als het er zwart ziet van de knorrende varkentjes, die de zegen van de heilige Antonius komen halen.

In Buti, een stadje in de buurt van Pisa, wordt de heilige Antonius op de eerste zondag na 17 januari geëerd met een palio, een paardenrace. Daarover morgen meer; vandaag sluiten we af met een paar prachtige werken van Italiaanse kunstenaars, met uiteraard Sant’Antonio Abate in de hoofdrol:

PS: Wie de hele tekst van Verleidingen in de woestijn, het leven van de heilige Antonius de Grote in de vertaling van Vincent Hunink wil lezen, via deze link vind je de tekst in pdf, naar een uitgave uit 2002 van uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam.

jan 11

Tijdens de Vakantiebeurs, die vandaag in de Jaarbeurs Utrecht van start gaat, is niets heerlijker dan langs de Italiaanse stands struinen om ideeën op te doen voor blogstukjes – en voor een volgende vakantie. Italië heeft – ook voor een doorgewinterde liefhebber als ondergetekende – nog steeds heel veel moois te bieden, zowel binnen als buiten de gebaande paden.

Het is heerlijk om nieuwe plekjes te ontdekken, te horen over nieuwe wijnroutes, pas geopende charmehotels, geplande tentoonstellingen en onontdekte pareltjes. Wat dat betreft biedt de Vakantiebeurs dus volop inspiratie, vooral ook omdat er veel Italianen aanwezig zijn, die vol vuur vertellen over hun eigen streek, de culturele hoogtepunten, de culinaire specialiteiten… Geen betere promotie voor het land dan een enthousiaste inwoner…

Alhoewel, toevallig kreeg ik afgelopen weekend een wel heel mooi promotiemiddel voor Italië in handen: het prachtige posterboek Travel Italia. Het boek biedt een overzicht van de mooiste promotieposters die ooit zijn gemaakt voor regio’s of steden in Italië.

Van circa 1920 tot 1960 was dit een beproefde manier om het land toeristisch op de kaart te zetten. Honderden kunstenaars wendden hun creatieve talent aan om de Italiaanse bestemmingen zo mooi en bijzonder mogelijk op te tekenen – van de Venetiaanse lagune tot het eiland Capri, van de schapen op Sardinië tot de Duomo van Florence.

Maar weinig mensen weten nog van het bestaan van deze posters. Met de introductie van internet wordt promotie voor een vakantie naar Italië immers op een heel andere manier gemaakt. Gelukkig heeft Lorenzo Ottaviani, geboren in Rome maar inmiddels woonachtig in New York, de posters weer terug in het collectieve geheugen gebracht, met dit prachtboek.

Hieronder een aantal posters om jullie alvast te laten genieten van de Italiaanse vakantiesfeer:

Een mooie promotieposter thuis aan de muur hangen, om na te genieten van je vakantie of alvast uit te kijken naar de volgende bestemming? Dat kan! Bij Galleria L’Image in Alassio kun je kiezen uit een groot assortiment Italiaanse reisposters. Winkelen kan hier gelukkig ook online via deze link.

Nog meer posters uit het boek Travel Italia kun je bekijken op de speciale Travel Italia-website. Hier kun je het posterboek ook bestellen, al dan niet gesigneerd door samensteller Ottaviani. Bestellen kan overigens ook gewoon via bol.com – dan heb je het binnen vier werkdagen in huis en kun je dus van het weekend al wegdromen bij alle Italiaanse bestemmingen… Buon viaggio!

jan 04

Voor het maken van een perfecte tekening moet je niet alleen de verhoudingen van de Mens van Vitruvius kennen, zoals we gisteren zagen, maar ook de gulden snede voor ogen houden. Deze gulden snede is een stukje eeuwenoude wiskunde. De gulden snede of divina proportia (goddelijke proportie) geeft de perfecte verhouding tussen lijnen aan.

Bij de gulden snede verhoudt het grootste van de twee delen zich tot het kleinste, zoals het gehele lijnstuk zich verhoudt tot het grootste. Geven we het grootste deel aan met a en het kleinste deel met b, dan is de verhouding van beide zo dat a:b = (a+b):a. De gulden snede wordt afgekort met de Griekse letter φ (phi) en is in getallen uitgedrukt ongeveer gelijk aan 1,618.

De gulden snede komt prachtig terug in de rij getallen die de wiskundige naamgenoot van Leonardo Da Vinci, Leonardo van Pisa, in 1202 optekende. Leonardo van Pisa, die meestal Fibonacci werd genoemd (naar figlio di Bonaccio, zoon van Bonaccio, goedzak, de bijnaam van Fibonacci’s vader), publiceerde in dat jaar zijn Liber Abaci (‘Het boek van de abacus’) over algebra en de Arabische cijfers. Hiermee introduceerde hij dit cijferstelsel in Europa.

In datzelfde boek publiceerde hij de zogenaamde Fibonacci-rij, waarin elk element van de rij de som van de twee voorgaande elementen vormt, beginnend met 0 en 1. De rij blijkt interessante eigenschappen en verbanden te bezitten met onder andere de gulden snede. Het eerste deel van de rij ziet er als volgt uit: 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, 610, 987, 1597, 2584, 4181, 6765, 10946, …

De rij van Fibonacci zit vol met eigenaardigheden. Zo is elke optelsom van tien opeenvolgende getallen uit de reeks deelbaar door elf. Om de zestig getallen wordt het laatste cijfer herhaald.

Als je de quotiënten van twee opeenvolgende Fibonacci-getallen op een rij zet, zie je iets opmerkelijks: 1/1 = 1; 2/1 = 2; 3/2 = 1,5; 5/3 ≈ 1,667; 8/5 = 1,6; 13/8 = 1,625; 21/13 ≈ 1,615; 34/21 ≈ 1,619; 55/34 ≈ 1,618; 89/55 ≈ 1,618. Deze quotiënten naderen een vaste waarde. Hoe verder je komt in de rij van Fibonacci, hoe dichter het quotiënt van twee opvolgende getallen in de buurt komt van φ, het gulden-snede-getal.

Konijnenparen
De rij van Fibonacci wordt vaak ook uitgelegd aan de hand van de groei van een konijnenpopulatie. Nu heb ik maar één konijn als huisdier, maar stel dat je twee konijnen (een mannetje en een vrouwtje) in een afgesloten hok zet. In de eerste maand heb je dus één paar. Na een maand zijn de konijnen volwassen en kan het vrouwtje jongen krijgen. De draagtijd is een maand. In de tweede maand heb je dus nog steeds één paar. Het vrouwtje krijgt een mannetje en een vrouwtje. In de derde maand heb je dus twee paren. Dat vrouwtje kan ook na een maand jongen krijgen. Er gaan geen konijnen dood en elk konijnenpaar krijgt elke maand een mannetje en een vrouwtje. Hoeveel konijnen heb je dan na een jaar? Precies; het aantal konijnenparen in een maand groeit dan precies volgens de Fibonacci-reeks: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, ….

De gulden snede komen we elke dag tegen, vaak onbewust. De reeks is bijvoorbeeld aanwezig in een dennenappel, een schelp, in ons eigen lichaam en in de kunst. Waarom vind je bijvoorbeeld het ene schilderij mooier of beter dan een ander? Volgens de Italiaanse wiskundige Pacioli (1445-1517) komt dat vooral doordat de ene schilder de wetten van de wiskunde beter volgt en gehoorzaamt dan de ander. De verdeling van ruimtelijke vlakken op het doek ligt volgens Pacioli geheel en al vast in wiskundige verhoudingen, zoals de gulden snede. Hij ging zelfs zo ver dat hij de schilderkunst tot wiskundige figuren en vergelijkingen probeerde terug te brengen.

Dat biedt perspectief voor mij, want ik ben heel wat beter in wiskunde dan in het schetsen en schilderen… Wie de geheimen van Fibonacci wil doorgronden, moet ook even dit filmpje op Youtube kijken. Erg inspirerend!

jan 03

Na het zien van alle schetsen en tekeningen van Da Vinci die nog tot eind januari in Turijn tentoon worden gesteld, zou ik niets liever dan een potlood en schetsboek ter hand nemen en een poging doen in de buurt van deze kunstenaar te komen. Helaas krijg ik woorden veel gemakkelijker op papier dan lijnen, schetsen en schaduwen – en vormen ze ook een veel natuurlijker en aangenamer geheel dan mijn artistieke gestuntel.

Gelukkig geniet ik ondanks het magere resultaat van het schetsen zelf, van het proces dat begint met een maagdelijk leeg vel papier en dat langzamerhand je gedachten overneemt. Niets heerlijker dan mijmerend schetsen, ook al is het resultaat niet om aan de muur te hangen – en zeker niet naast een echte Da Vinci.

De meester biedt echter wel veel inspiratie en, zeker voor wie iets meer tekentalent heeft dan ondergetekende, leerzame lessen in de teken- en schilderkunst. Zo biedt een van zijn beroemdste tekeningen, De Mens van Vitruvius, een perfecte manier om het tekenen van mensen onder de knie te krijgen.

De regels voor de tekening bedacht Da Vinci overigens niet allemaal zelf; hij baseerde zich op het tiendelige handboek voor de bouwkunde van de Romeinse architect Vitruvius, De architectura geheten. Reeds in de eerste eeuw voor Christus tekende deze architect de regels voor een perfect menselijk lichaam op. Volgens Vitruvius heeft een menselijk lichaam bepaalde vaste verhoudingen, zoals:

*een perfecte handpalm is vier vingers groot
*de afstand van de kin tot aan de top van het voorhoofd staat gelijk aan een tiende van de lengte van het gehele lichaam
*een perfecte voet meet een zesde van de totale lichaamslengte
*de navel is exact het middelpunt van het menselijk lichaam
*de lengte van beide uitgestrekte armen dient gelijk te zijn aan de totale lichaamslengte

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, mag je een lichaam een perfect lichaam noemen. Dan gaat ook op wat Da Vinci met zijn Mens van Vitruvius zo mooi uitbeeldt: ‘Als een mens met uitgestrekte armen en benen op zijn rug ligt en het middelpunt van een cirkel precies op zijn navel gelokaliseerd wordt, dan zullen zowel zijn vingers als zijn tenen de omtrek van de cirkel raken.’

Tegenwoordig is De Mens van Vitruvius te bewonderen in de Galleria dell’Accademia in Venetië, maar oorspronkelijk maakte de tekening deel uit van de in totaal circa 60 illustraties die Da Vinci maakte voor Divina proportione, een verhandeling van de wiskundige Luca Pacioli over de juiste verhoudingen op zowel wiskundig als artistiek vlak. Hierin komt ook de gulden snede uitgebreid aan de orde, maar daarover morgen meer. Eerst eens kijken of we vandaag nog een paar mooie schetsen op papier krijgen, naar voorbeeld van deze volledig perfecte Vitruvius-man…

dec 21

De passie van Artemisia is het indrukwekkende verhaal over een vrouw die de conventies van haar tijd negeert en haar hart volgt. Zij steekt haar beroemde mannelijke collega’s naar de kroon, maar haar huwelijk is niet bestand tegen haar passie voor de schilderkunst. Susan Vreeland brengt Artemisia’s leven prachtig in kaart, in een verhaal dat je van de eerste tot de laatste bladzijde in zijn greep houdt.

Vandaag een fragment waarin Artemisia net is aangekomen in Florence, in het huis van haar kersverse echtgenoot Pierantonio Stiatessi:

‘Overal in huis waren de gepleisterde muren behangen met niet-ingelijste schilderijen – Heilige Families, de Annunciatie, de Heilige Theresa in vervoering – allemaal wulpse vrouwen met extravagante draperieën in donkere, sterke kleuren. Op een schilderij van de Annunciatie hadden de ogen van Maria, toen haar werd verteld van de geboorte van de Verlosser, geen specifieke uitdrukking. Ik zou verwondering in haar ogen hebben gelegd door ze een beetje ronder en de irissen lichter te hebben gemaakt om er de aandacht op te vestigen. Zijn kleurmenging zou door het barnsteenvernis worden verbeterd, maar daarover had ik al te veel gezegd.

Zijn schilderijen hingen aan alle muren, soms twee boven elkaar. Waar zou er plaats zijn voor de mijne? Als ik geluk had, als ik bekwaam genoeg zou zijn in deze kunstenaarsstad, zouden de mijne niet aan onze muren blijven hangen.

‘Florentijnse modellen?’ vroeg ik toen hij binnenkwam met de laatste van onze tassen.
‘Natuurlijk.’
‘Goed. Ik geef het toe. Ze zijn prachtig.’
Hoewel hij slechts glimlachte, kon ik zien dat hem dat genoegen deed. Ik had meer gedoeld op de vrouwen dan op de schilderijen. Wie waren ze? Keek ik naar de geschiedenis van zijn – zou ik ze omgangen noemen? De vrouwen keken naar me terug vol geheimen waarvan ik betwijfelde of ik ze ooit zou kennen. Voorlopig maakte Pietro’s mysterie hem aantrekkelijk.

Hij opende de luiken van alle drie de kamers en de dubbele deuren naar het smalle balkon dat over de Arno uitkeek. We stapten naar buiten. Aan de overkant stond een karige rij lage arbeiderswoningen opeengepakt tegen de groene heuvels. Het geklater van de rivier over de lage schuine dam werkte kalmerend.

‘Denk je eens in. Dat water zal op een dag in de zee komen en dan kan het overal in de wereld naartoe stromen en wij zien het nu hier. Wat een prachtig uitzicht.’
‘Dat zul je waarschijnlijk niet zeggen als de rivier stinkt. Het helpt om een beetje suiker of kaneel in het vuur mee te laten branden.’
Zijn kleine huishoudelijke tip was lief.

We keken naar beneden naar paartjes die arm in arm een vroege avond-passeggiata maakten op de straat die ons gebouw van de rivieroever scheidde. De schaamte over de manier waarop ik getrouwd was, bekroop me weer en ik wenste dat Pietro en ik elkaar hadden kunnen kiezen uit liefde, zoals andere mannen en vrouwen steeds vaker deden.’

Lees Artemisia’s hele verhaal in

De passie van Artemisia
Susan Vreeland
vertaald door Mylène van der Nagel
ISBN 9789041760135
uitgeverij BZZTôH

dec 19

Nadat Simone Martini de Annunciatie in bladgoud voor de Duomo van Siena had voltooid, vertrok hij naar Avignon. Een van de eerste schilderingen die hij daar zou hebben gemaakt, is het Orsini Polyptiek. De opdracht voor dit draagbare reisaltaar kreeg Martini van kardinaal Napoleone Orsini, die in die tijd eveneens in Avignon woonde en werkte.

Het altaar bestond oorspronkelijk uit acht panelen. Twee panelen bevatten het wapen van de Orsini-familie, twee panelen beeldden de Annunciatie uit (Martini schilderde de engel op het ene paneel, Maria op het andere) en de vier overige panelen waren scènes van de kruisweg. De acht panelen zijn helaas niet meer bij elkaar en bevinden zich nu in drie verschillende musea (het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Louvre in Parijs en de Staatliche Museen in Berlijn).

Gelukkig is de Annunciatie nog compleet. Beide panelen zijn te bewonderen in Antwerpen, normaal gesproken in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, maar tot eind 2012 bij de tentoonstelling Vijf eeuwen beeld in Antwerpen, in het nieuwe Museum Aan de Stroom (MAS). De taferelen van de Annunciatie zijn op de achterkant van de Kruisweg-panelen geschilderd. Zo bevindt Maria zich op de achterkant van Calvarie, en staat aartsengel Gabriël met zijn rug tegen Kruisafneming. Hoewel Martini Maria nog steeds als bedeesd en een beetje angstig afbeeldt, is haar houding niet meer zo sterk als op de Annunciatie die we gisteren zagen.

Martini toont zich een meester in detail. Kijk maar eens naar de prachtig versierde rand van Maria’s mantel, of naar de rand die zowel om de afbeelding van de engel als om die van Maria is geschilderd.

Martini’s oog voor detail komt overigens bij de overige taferelen nog sterker tot uiting. Links op Calvarie schilderde hij de Romeinse soldaat Longinus, die de zijde van de gekruisigde met zijn lans doorboort. Opvallend zijn de uitgesproken emoties van Maria Magdalena aan de voet van het kruis en de vrouwen die zich links om Maria bekommeren. De klemtoon ligt op het fysieke, zichtbare lijden en niet op de geestelijke smart. Dezelfde expressiviteit zien we terug bij de toeschouwers op het tafereel Kruisafneming. Hier zien we, knielend aan de voet van het kruis, bovendien de opdrachtgever van het altaar, kardinaal Napoleone Orsini.

Het zou fantastisch zijn om de acht panelen nog eens samen te zien, maar zo vlak voor Kerstmis kun je in Antwerpen in elk geval genieten van de helft van de panelen, met als hoogtepunt de Annunciatie. Een klein stukje Italië dicht bij huis!

dec 18

Het Uffizi in Florence herbergt eveneens een prachtige Annunciatie van Simone Martini, die oorspronkelijk in de Dom van Siena te zien was. Hoewel we niet veel weten over het leven van Martini, is wel met zekerheid vast te stellen dat hij in 1284 in Siena werd geboren.

Voor zover bekend is, schilderde hij tussen zijn twintigste en vijfentwintigste een aantal Madonna’s, waarbij hij zich vooral laat inspireren door stadsgenoot Duccio di Buoninsegna. Opvallend is het gebruik van bladgoud, hetgeen veel navolging zal vinden door schilders uit Siena en omgeving. We zullen straks zien dat hij dit bladgoud ook volop gebruikte voor zijn Annunciatie. Deze eerste Madonna’s van Martini vind je in de Pinacoteca Nazionale di Siena.

Zijn eerste grote opdracht kreeg hij rond zijn dertigste van het gemeentebestuur van Siena. Hij mocht een fresco schilderen in het Palazzo Pubblico in Siena. Het werd een overdonderende Maestà. Vorig jaar juli schreef ik hierover: ‘Wanneer je je blik naar links wendt, sta je oog in oog met een van de mooiste Madonna’s die ooit met penseel en verf is gecreëerd. Deze Maestà, geschilderd door Simone Martini, is meer dan alleen de mooiste Maria die ik ooit heb gezien. Het bijzondere zit hem niet alleen in haar serene gezichtsuitdrukking, in de prachtige gewaden en fijne gezichtjes van haar gevolg, bestaande uit engelen en heiligen. Het is het verhaal erachter dat het schilderij boven het gros van de Maria’s uittilt. Maria zit namelijk onder een baldakijn, waarmee Martini geprobeerd heeft een soort van perspectief aan het tafereel te geven, hetgeen nog vrij ongewoon was in die tijd.’

Simone Martini verlaat Siena en werkt in Assisi aan de Cappella di San Martino (de Sint-Maartenskapel). Nog tijdens zijn werkzaamheden in de basiliek van Assisi wordt hij door Robert van Anjou ontboden in Napels, om een schilderij van zijn kroning te maken. Nadat Martini dit heeft voltooid, keert hij terug naar Assisi om zijn werk met Sint Maarten in de hoofdrol te voltooien.

Rond 1318 keert Martini terug naar Toscane. Hier werkt hij vooral aan polittici (polyptieken, veelluiken), onder andere in San Gimignano en Pisa. In 1325 keert hij terug naar Siena, waar hij wederom een opdracht voor het Palazzo Pubblico uitvoert. Hier schildert hij ook, samen met zijn zwager Lippo Memmi, zijn prachtige Annunciatie in bladgoud, die bedoeld was voor een van de altaren van de enorme Dom.

We zien, zoals gewoon is bij een Annunciatie, aartsengel Gabriël die de blijde boodschap aan Maria brengt. Simone Martini creëerde echter een zichtbaar ontstelde Maria, die zich deels van de engel afkeert en een gezicht als een donderwolk heeft gekregen. Martini laat de woorden van de aartsengel letterlijk uit zijn mond stromen, maar ook dat stelt Maria blijkbaar niet op haar gemak.

Maria en de engel worden geflankeerd door twee heiligen. Links staat de heilige Ansanus, een van de beschermheren van Siena, rechts de heilige Margherita, die volgens de overlevering niet zijn geschilderd door Martini, maar door zijn zwager, Lippo Memmi.

De Annunciatie was tot 1799 te zien in de Duomo van Siena, op de originele plek. In dat jaar werd het paneel echter door de toenmalige groothertog van Toscane, Leopold II, geruild voor twee werken van Luca Giordano. Maria en de engel belandden in het Uffizi in Florence, waar ze nog steeds te zien zijn.

De Florentijnen zijn uiteraard blij met deze aanwinst, maar in Siena zullen ze nog wel eens een traantje hebben gelaten nadat het meesterwerk van een van de grootste schilders van de stad aan Florence was overgedragen…

Getagd met:
dec 17

Da Vinci’s Annunciatie is waarschijnlijk het eerste werk dat de kunstenaar zelfstandig maakte. Hij werkte eraan van 1472 tot 1475, en hoewel het hier en daar van imperfectie getuigt, laten de engel en Maria al zien waartoe Leonardo in staat is: over de kleinste details is nagedacht en de schilder probeerde steeds iets nieuws uit, iets anders, iets revolutionairs.

Zo laat hij Maria hier met driekwart profiel zien, een nieuwe ontwikkeling in de renaissancekunst. Tot dan toe keek Maria je meestal recht aan. Ook de vleugels van de engel zijn spectaculair. Het verhaal gaat dat Leonardo de vleugels heeft gekopieerd van een vogel in vlucht – door goed te kijken hoe een vogel zijn vleugels gebruikte, wist Leonardo ze de suggestie van beweging mee te geven.

De engel houdt een lelie vast, het symbool van reinheid en maagdelijkheid. Zo wordt de boodschap van de onbevlekte ontvangenis nog eens duidelijk onderstreept. Wel vreemd is dat er cipressen te zien zijn; toentertijd kwamen deze bomen, die nu zo kenmerkend zijn voor Toscane, nog niet in Italië voor. Waarschijnlijk zag Leonardo de bomen ooit in een manuscript en kopieerde hij ze hier om de achtergrond vorm te geven.

Schetsen tonen aan dat Leonardo er wel op heeft gezwoegd. Het was tenslotte zijn eerste werk en hij moest goed voor de dag komen. Dat is grotendeels gelukt; zo getuigt bijvoorbeeld de prachtig gebogen arm van de engel, met de in plooien vallende tuniek die door een lint op de bovenarm bijeen wordt gehouden.

Dat Maria’s rechterarm nogal lang is, en dat de lessenaar waarachter ze zit dichterbij lijkt te staan dan zijzelf, ach, dat zijn kleinigheden. Leonardo was immers net twintig toen hij aan dit werk begon – en duidelijk nog een beginnend meester. Maar de talentvolle hand van deze meester laat zich al zien – en daar kunnen wij nog altijd van meegenieten!

Je vindt Da Vinci’s Annunciatie in de Galleria degli Uffizi in Florence, in zaal 15 om precies te zijn. In datzelfde museum hangt een Annunciatie van de Sienese kunstenaar Simone Martini; die bekijken we morgen!

Getagd met:
dec 16

De komende week zien jullie op mijn weblog verschillende Annunciaties voorbij komen. Letterlijk betekent annunciatie verkondiging of aankondiging. Bij de katholieken verwijst dit woord naar de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria. Het feest vindt dan ook niet in december plaats, maar negen maanden eerder, op 25 maart om precies te zijn.

Omdat de schilderingen nu in aanloop naar Kerstmis volop bezocht worden in de Italiaanse steden, en ze qua sfeer zo mooi passen bij deze periode van bezinning en verwachtingsvol aftellen, zet ik de komende dagen de mooiste annunciaties op een rijtje. Allemaal geven ze een voorstelling van de aartsengel Gabriël, die Maria in haar huis te Nazareth een bezoek brengt en haar meldt dat God haar uitverkoren heeft om de moeder van zijn Zoon te worden:

‘De engel ging haar huis binnen en zei tegen haar: ‘Ik groet u, u die de gunst van de Heer geniet, de Heer is met u.’ Bij deze woorden raakte Maria in verwarring en zij vroeg zich af wat die woorden mochten betekenen. ‘Wees niet bang Maria,’ vervolgde de engel, ‘God schenkt u zijn gunst. Luister: u zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en u moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en hij zal Zoon van de Allerhoogste worden genoemd.’ – (Lucas 1:26-38)

We beginnen vandaag met mijn persoonlijke favoriet: de Annunciatie van Fra Angelico, die Maria en de engel vereeuwigde in het klooster van San Marco in Florence. Zodra je bijna boven aan de trap naar de kloostercellen bent, zie je het fresco in al zijn glorie voor je opduiken. Deze eerste aanblik is onvergetelijk – veel bezoekers blijven dan ook halverwege de trap staan om het goed in zich op te kunnen nemen.

Fra Angelico schilderde een loggia met zuilen, waaronder de engel en Maria tegenover elkaar staan. De engel geknield, Maria zittend. Beiden houden hun handen op een bijzondere manier gevouwen tegen zich aan. De monnik heeft deze passage treffend in beeld gebracht. De verwarring en de angst voor wat haar te gebeuren staat zijn van het gezicht van Maria af te lezen; de engel straalt een enorme rust uit.

Op de drempel van de loggia staat geschreven: ‘Virginis intacte cum veneris ante figuram pretereundo cave ne sileatur ave’. Oftewel: Als je komt voor de beeltenis van de maagd, zorg dan dat je nooit vergeet te zeggen ‘ave’, wees gegroet. Ave is namelijk ook het eerste woord dat aartsengel Gabriël tegen Maria zegt.

Het is niet helemaal zeker wanneer Fra Angelico het werk heeft gemaakt. Men vermoedt dat hij de Annunciatie tussen 1450 en 1454 heeft geschilderd, tijdens zijn verblijf in Fiesole, net ten noorden van Florence. Na die tijd vertrok hij namelijk naar Rome, waar hij is begraven in de Santa Maria sopra Minerva.

Naast de grote Annunciatie herbergt het klooster nog een kleine variant van deze voorstelling. Fra Angelico schilderde namelijk in elke kloostercel een kleine afbeelding en voor cel 3 koos hij voor een annunciatie. De engel heeft veel weg van de engel op het grote fresco; Maria heeft hij echter ietwat anders afgebeeld.


Hoewel deze annunciatie veel kleiner is, en daardoor wellicht wat minder indruk maakt dan het fresco boven aan de trap, is hij zeker een bezoek waard – net als de fresco’s in de andere cellen. Het zijn allemaal kleine kunstwerkjes, maar daar zal ik volgend jaar nog wel eens uitgebreid over schrijven.

De volgende annunciatie, die ik morgen zal laten zien, bevindt zich ook in Florence, en is van niemand minder dan Leonardo da Vinci. Om naar uit te kijken!

Getagd met:
preload preload preload