mei 21

Italië heeft een zwaar weekend achter de rug. De aanslag in Brindisi en de aardbeving in het noorden beheersen het nieuws. Terwijl ik naar de regelmatige updates luister, surf ik een beetje over het net, op zoek naar een mooi cadeau voor een jarige vriendin. Via via stuit ik op het weblog van Anek, een illustratrice uit Zagreb. Hoewel zij zelf niet Italiaans is, draagt ze de Italiaanse keuken een meer dan warm hart toe. Haar liefde voor verse ingrediënten en passie voor lekker koken vertaalt zich in originele illustraties die in de keuken van elke Italiëliefhebber horen te hangen. Van onderstaande illustraties word je niet alleen weer een beetje vrolijk na al dat slechte nieuws, maar ook een beetje hebberig. Ik althans!

Wie ook een illustratie van Anek aan de muur wil hebben hangen, kan haar werk kopen via de website van Etsy. Zien wat Anek maakt, kan via haar eigen weblog. Laat de Italiaanse zomer maar b(eg)innen!

mei 06

Wij zijn niet de enigen die in Toscane zijn gaan rondstruinen op zoek naar het lekkerste van deze Italiaanse regio. Het team van De Zilveren Lepel deed dit ook en bracht onlangs een nieuw kookboek in de reeks uit: De Zilveren Lepel Toscane.

Toscane is de geboortegrond van de Italiaanse keuken zoals wij die kennen. De streek is over de hele wereld beroemd om zijn eenvoudige en heerlijke eten. De Zilveren Lepel Toscane bevat zowel authentieke regionale recepten als lokale tradities, klassieke wijnen en speciaalzaakjes.

Het boek bestrijkt het gebied van de bergen van Massa-Carrara in het noorden tot de bosrijke omgeving van Grosseto in het zuiden. Van ravioli uit Siena, konijn uit Aretina tot boerencake met walnoot uit Livorno of Pistoiaanse kastanjetaart – een culinaire reis door de populairste regio van Italië, waarvan het water je in de mond loopt.

In Florence kiest De Zilveren Lepel onder andere voor zuccotto. Volgens de legende is zuccotto de eerste semifreddo uit de geschiedenis en werd het oorspronkelijk gemaakt in de helm van een soldaat. In het Toscaanse dialect betekent zucca ‘hoofd’. Het oorspronkelijke recept is met ricotta, gekonfijte vruchtjes, amandelen en pure chocolade.

Voorbereiding: 30 minuten + 6 uur voor het invriezen

Ingrediënten
(voor 6 personen)

1 pan di Spagna of madeira-cakegebak van 250-300 gram
1,2 dl amaretto
5 dl slagroom
80 gram fijne tafelsuiker
50 gram ongezoet cacaopoeder
4 amarettikoekjes

Bekleed een diepvriesbestendige, halfbolle vorm met plastic keukenfolie. Snijd de cake horizontaal in twee ronde plakken van gelijke dikte. Snijd een van de plakken in 8 punten en bekleed daar de geprepareerde vorm mee. Verdun de likeur met een beetje water en besprenkel er de plakjes cake mee.

Klop de slagroom in een kom, voeg beetje bij beetje de suiker toe en blijf kloppen tot er stijve punten op blijven staan. Schep een derde deel van de geklopte room in een andere kom en spatel er de helft van het cacaopoeder door. Verkruimel de amarettikoekjes, spatel ze door de rest van de room en schep het mengsel in de vorm. Verdeel de amarettiroom gelijkmatig, maak een kuiltje in het midden, schep er de cacaoroom in en strijk alles glad. Leg de andere ronde plak cake erbovenop, dek de kom af en zet hem minstens 6 uur in de vriezer.

Stort de zuccotto op een serveerschaal, trek het plasticfolie eraf, stuif er met een zeefje het resterende cacaopoeder over en zet hem direct op tafel.

Meer recepten uit Florence en de rest van Toscane vind je in

De Zilveren Lepel Toscane
ISBN 9789077330258
€ 35,00
uitgeverij Van Dishoeck

apr 28

‘Het leven op Sardinië is misschien het beste dat een mens zich kan wensen: vierentwintigduizend kilometer bossen, platteland, en kusten die zich onderdompelen in een wonderbaarlijke zee stemmen overeen met datgene wat ik aan een goede God zou adviseren om ons cadeau te doen als Paradijs,’ aldus Fabrizio De André.

Loes Janssen Miraglia, die de lezers van Ciao tutti regelmatig van een heerlijk recept voorziet, kan dit alleen maar beamen. Met haar nieuwe boek, Culinair Sardinië – een eerlijke en eenvoudige eilandkeuken, brengt ze het eiland bij je thuis.

Loes: ‘Sardinië is wellicht een van de best bewaarde geheimen van Europa: een schitterend, ongerept eiland met een geschiedenis en culinaire gebruiken die teruggaan tot in de prehistorie. Een zuiver eiland van grote schoonheid dat slechts mondjesmaat is aangetast door het hectische, moderne leven en waar je ruimte, rust en stilte vindt en in direct contact staat met de overweldigende natuur. Sardinië heeft een lange, culinaire traditie die sterk verschilt van de andere Italiaanse regiokeukens en waarin eenvoud en eerlijkheid sleutelwoorden zijn. In Culinair Sardinië heb ik deze eetgewoonten en gebruiken vastgelegd.’

Vandaag op Ciao tutti een voorproefje uit Loes’ nieuwe kookboek, met het recept voor malloreddus allo zafferano, typische Sardijnse pasta met saffraan.

‘De malloreddus mogen als het neusje van de Sardijnse zalm worden beschouwd, al is het alleen maar omdat het onnoemelijk veel tijd en aandacht kost om ze te maken. Malloreddus zijn een soort koffieboonschelpvormige pasta die tot op de dag van vandaag op ambachtelijke wijze gemaakt wordt van harde durumtarwe, lauwwarm water en eventueel saffraan en op verschillende wijzen wordt geserveerd, bijvoorbeeld met vlees- of visragout of verse pecorino of een saus op basis van ricotta.

De kunst van het maken van deze pasta zit hem niet zozeer in de bereiding van het deeg, maar vooral in het krijgen van de gewenste vorm. Als het deeg gebruiksklaar is, wordt de pasta handmatig bewerkt met behulp van een gecanneleerde snijplank en een rieten mand. Malloreddus worden, zowel vers als gedroogd, op heel Sardinië gegeten en elk gebied heeft zijn lokale specialiteit.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

Voor de malloreddus
300 gr semola di grano duro (harde durumtarwe)
lauwwarm water
bloem

Voor de saus
1 zakje saffraan
150 gram groene, pikante olijven (kunnen ook vervangen worden door groene olijven en een halve chilipeper)
handjevol bieslook
200 gram geraspte pecorino
2 eetlepels olijfolie
zout en witte peper

Maak een bergje van de harde durumtarwe met een kuiltje in het midden. Voeg lauwwarm water toe en kneed net zolang totdat een soepel en glad deeg ontstaat (minstens 10 minuten). Maak een lange slang van het deeg (met een diameter van ongeveer 1 centimeter) en laat deze afgedekt ongeveer 15 minuten rusten.

Snijd de slang vervolgens in gelijke stukjes van ongeveer een duimbreedte. Haal ze door de bloem en rol ze vervolgens al drukkend met de duim over een canestro (ciuliri in het Sardijns). Dit is een dik houten plankje met groeven en een handvat zodat ze de vorm van koffieboonschelpjes aannemen. Vroeger werd voor dit doel een gevlochten mand gebruikt. Laat de malloreddus vervolgens minstens 2 uur drogen.

Kook de malloreddus al dente in een royale hoeveelheid water met een snufje zout. Giet de malloreddus af, maar bewaar een paar lepels kookvocht. Laat de malloreddus afkoelen onder stromend koud water.

Los de saffraan op in een paar eetlepels kookvocht en giet dit over de malloreddus. Schep net zolang om totdat de malloreddus allemaal een gele kleur hebben gekregen.

Ontpit de olijven en snijd ze klein. Snijd ook de chilipeper en de bieslook fijn. Rasp de pecorino grof. Schenk de olijfolie over de malloreddus. Voeg de olijven en de ricotta toe.

Bestrooi de malloreddus met een beetje zout en peper en verdeel de porties over borden. Garneer met de bieslook en serveer het gerecht meteen.’

Buon appetito, ook namens Loes!

Culinair Sardinië
Wie nog meer wil genieten van de Sardijnse keuken vindt in Culinair Sardinië – een eerlijke en eenvoudige eilandkeuken volop inspiratie!

Culinair Sardinië – een eerlijke en eenvoudige eilandkeuken
Loes Janssen Miraglia
ISBN 9789045200545
€ 24,95
uitgeverij Karakter

apr 09

Nauwkeurig schrijf ik de benodigdheden voor het recept dat Loes Janssen Miraglia ons eergisteren gaf op een boodschappenlijstje, dat wekelijks verdacht veel overeenkomsten vertoont met mijn to do-lijstje. Dat laatste is weliswaar meestal wat langer, maar verder zien ze er ongeveer hetzelfde uit. Alle bij elkaar horende elementen netjes onder elkaar, vervelende dingen (lees bij boodschappen: de dingen die je echt niet moet vergeten) eerst, de extraatjes sluiten de rij. Italiaanse vrienden snappen niets van mijn systeem, maar voor mij is het de enige manier om niets te vergeten.

Dat lijstjes maken is een erfenis van mijn eerste baan. Net afgestudeerd schoof ik aan op de redactie van Denksport, waar ik verantwoordelijk was voor een deel van de favoriete tijdsbesteding van veel Nederlanders en Vlamingen. In ruim drie jaar tijd maakte ik samen met collega’s duizenden kruiswoordpuzzels, cryptogrammen en doorlopers. Onze hersens draaiden overuren, maar op een goede manier. Er zal best een kern van waarheid zitten in de positieve effecten van brain training – ik had toen bijvoorbeeld beduidend minder koffie nodig om de hele dag door cryptische omschrijvingen te bedenken – of die van anderen op te lossen.

Maar toen kwam de puzzel waar iedereen verslaafd aan raakte: sudoku. We maakten duizenden sudoku’s, van heel makkelijk tot bijna niet op te lossen. We bedachten allerlei varianten, met kleur, met symbolen, met diagonalen, met grotere afmetingen… In die tijd dacht ik bijna alleen nog maar in cijfers. Meer dan acht uur alleen maar van 1 tot en met 9 tellen bleek een goede training om ergens in Culemborg het kampioenschap sudoku op mijn naam te schrijven, maar was een last in het dagelijks leven.

Wat er op mijn to do-lijst stond, wist ik niet meer. Wel nog dat het 8 heel belangrijke dingen waren… Welke groente er ook weer door de pasta moest volgens het recept? Geen idee, maar ik wist wel dat het om 3 keer 100 gram ging. Voordat mijn dagelijks leven zou gaan leveren tussen de nul en de tien, bedacht onze hoofdredacteur een oplossing die het vernauwen van ons brein tegen moest gaan. Na de sudokuhype zouden immers weer cryptogrammen wachten, waartegen onze hersens opgewassen moesten zijn.

De oplossing lag in mind mapping. Een mind map is een schematisch weergegeven, breinvriendelijke weergave van informatie. In plaats van saaie lijstjes maak je een soort plattegrond van alle informatie die je wilt onthouden of van alle dingen die je nog moet doen. De techniek van mind mapping is ontwikkeld door Tony Buzan, een Britse psycholoog die veel onderzoek heeft gedaan naar de werking van de hersenen.

Volgens Buzan worden bij mind mapping beide hersenhelften betrokken, omdat je niet alleen woorden opschrijft maar juist ook gebruik maakt van beelden, symbolen en kleuren. Door het maken van een mind map zie je bovendien ook alle verbanden en de onderliggende structuur, hetgeen de zaken al snel minder complex maakt.

Onlangs stuitte ik op een kookboek dat helemaal gebaseerd is op deze techniek. Alle recepten in dit prachtig uitgevoerde kookschrift bestaan voor het grootste deel uit tekeningen. Het resultaat staat altijd in het midden, daaromheen zijn de ingrediënten en bereidingswijzen gerangschikt. In volgorde van belangrijkheid, want bij mind mapping staat de belangrijkste informatie dicht bij het midden. Details worden verder naar buiten opgetekend.

Naast elk recept is een pagina gereserveerd voor eigen aantekeningen, tips en aanvullingen. Tussen de recepten door vind je de leukste ansichtkaarten om vrienden uit te nodigen voor een etentje. Het samenstellen van een bijzonder menu moet met de originele recepten (allemaal vegetarisch) niet zo’n probleem zijn. Wat dacht je bijvoorbeeld van sinaasappelwortelsoep, broccolitaartjes met brie en citroentiramisù toe?

Voor dit laatste lekkers mogen we van de makers, Yvonne van den Brandhof en Barry Van Gool, alvast het recept verklappen. Als je op onderstaande foto klikt, zie je het nog iets vergroot.

Alle andere recepten vind je in

Kook!
Yvonne van den Brandhof & Barry Van Gool
ISBN 9080851922
€ 24,50
uitgeverij BrainWare

Kook! kun je bestellen via http://www.brainware.nl/

feb 10

Vandaag schotelt Loes Janssen Miraglia ons verse artisjokken voor: ‘In de winterperiode gaat er voor mij in Italië niets boven het eten van verse artisjokken. Ik hoef op straat de geur van op houtskool geroosterde artisjokken maar te ruiken of het water loopt me in de mond. Knoflook, bladpeterselie en olijfolie maken deze verrukkelijke culinaire ervaring compleet.

Een artisjok is een gesloten bloemknop waarvan de schutbladeren worden geconsumeerd. In Italië groeien artisjokken in verschillende soorten, kleuren en maten, bijvoorbeeld de ‘Romanesco’ (een grote, paarse artisjok waar Lazio trots op is), ‘Violetto di Toscana’ (een kleine, paarse artisjok), ‘il Catanese’, ‘il Verde di Palermo’ en ‘il Spinoso sardo’ (die ook in Ligurië wordt gekweekt onder de naam ‘Carciofo spinoso d’Albenga’).

Artisjokken bestaan al sinds mensenheugenis. Een Griekse mythe verklaart het ontstaan ervan: oppergod Zeus daalde af naar de aarde om zijn broer Poseidon, god van de zee en het water, te bezoeken. Onderweg ontmoette hij op een eiland de oogverblindende Cynara. Hij stond onmiddellijk in vuur en vlam, besloot haar onsterfelijk te maken en mee te nemen naar de godenberg Olympus.

Maar Cynara kreeg heimwee, verschrikkelijke heimwee. En dus bezocht ze stiekem af en toe haar moeder in het land der sterfelijken. Toen Zeus dit ontdekte, was hij furieus. Hij slingerde de blonde schone naar de aarde alwaar hij haar in een plant met vlezige, stekelige schubben veranderde, zodat geen enkele man haar nog zou begeren.

Ironisch genoeg wordt de artisjok al eeuwenlang beschouwd als afrodisiacum, een middel dat de geslachtsdrift prikkelt. Onderstaand recept is afkomstig van mijn partner, de Siciliaanse kok Alessio Miraglia.’

Ingrediënten
(4 personen)

4 grote artisjokken
het sap van 1 citroen
olijfolie van de eerste persing
zout

Maak de artisjokken schoon. Snijd de harde delen eraf en trek de harde bladeren eraf. Snijd de artisjokken in partjes en kook ze een half uur in water met citroensap. Laat ze goed uitlekken. Frituur de artisjokken ongeveer 3 tot 4 minuten in een royale portie olie totdat ze net niet bruin zijn. Laat ze uitlekken op keukenpapier, bestrooi ze met zout en serveer ze warm.

recept & foto: Loes Janssen Miraglia (uit Italiaans vegetarisch)

Getagd met:
jan 30

Het leukste van reizen is dat je altijd en overal nieuwe mensen ontmoet. Vrolijke mensen, inspirerende mensen, diepzinnige mensen, maar in elk geval mensen met wie er een klik is en die je blik op iets anders vestigen dan je gewoon bent. Het leuke van bloggen is dat je regelmatig, al dan niet virtueel, andere bloggers ontmoet en discussieert over wat je nu precies wil doen, wil bereiken, wil delen.

Het allerleukste is natuurlijk een ontmoeting met een blogger die net als ikzelf een passie heeft voor Italië en eten. Dan loopt een ontmoeting van een uur al snel uit op een hele avond eten, drinken en praten. Veelal over eten en drinken, maar ook over wat er nou zo leuk is aan schrijven over iets wat veel mensen leuk en lekker vinden. Of over nieuwe restaurantjes, recepten, ingrediënten…

Zo geschiedde ook in Florence. Tijdens mijn vorige verblijf hier had ik al een groot aantal leuke, inspirerende mensen mogen ontmoeten. Die wilde ik nu dus graag weer even allemaal zien en spreken en er het liefst ook nog mee eten. In een simpele osteria, gewoon thuis aan de keukentafel of bij een trippa-kraampje; deze ontmoetingen laten je de diversiteit van een stad zien, op elke denkbare manier, dus ook culinair.

Terwijl ik terug wandelde van een uitgebreide lunch, zag ik op de stoep van ‘ino, in de buurt van het Piazza della Signoria, drie koks poseren voor een blonde dame. Mijn nieuwsgierigheid dwong me even halt te houden en te vragen wat ze daar zo buiten deden. De koks wezen naar de fotografe en vertelden dat ze moesten poseren voor haar blog. Daar wilde ik meer van weten, dus we verhuisden naar binnen, waar we onder het genot van lekkere hapjes en een goed glas wijn uitgebreid kennis maakten.

De fotografe bleek Vlaamse te zijn, maar al een hele tijd in Florence te wonen en te werken. Ze fotografeert graag eten, maar ook alles wat daarmee verband houdt. In Italië heeft Sofie, zoals deze medeblogger heet, dus aan het goede adres. Want waar kun je nu beter schrijven over eten? Waar kun je zo’n mooie foto’s maken van ingrediënten, opgemaakte borden, enthousiaste producenten en bedreven koks?

Sofie is dol op lekker eten en bovendien erg nieuwsgierig naar wat er allemaal achter dat eten zit. Is extra vergine olijfolie inderdaad lekkerder dan gewone olie? Waarom kun je nooit genoeg ijs eten? Welke mensen zitten achter de lekkerste kaas, de beste wijn, het mooi opgemaakte bord?

Om antwoord te vinden op al deze vragen gaat Sofie regelmatig op pad. En daarvan doet ze, gelukkig voor ons, uitgebreid verslag op haar blog, The Curious Eater. Als nieuwsgierige eter verzamelt ze hier de beste adressen, uiteraard vergezeld van de mooiste foto’s, allemaal van eigen hand.

Ik was natuurlijk erg benieuwd naar wat ze over ‘ino zou schrijven, ook omdat dit bijzondere culinaire adresje een plek krijgt in de reisgids De smaak van Florence, die in april verschijnt en waarvoor ik nu de laatste adressen check, hier in Florence. Zou ze er net zo enthousiast over zijn als ik? Je leest het via deze link ophaar blog, maar ik zal jullie alvast verklappen dat ze minstens net zo laaiend enthousiast is als ik.

Dus als jullie de volgende keer in Florence zijn en rond lunchtijd een fijn adresje zoeken voor een heerlijk broodje, ontwijk dan de drukke tentjes rondom het Piazza della Signoria en duik de Via dei Georgofili in, net naast de Galleria degli Uffizi. Hier maken de koks van ‘ino elke dag tussen 11 en 17 uur een goddelijk broodje voor je klaar. Zeker als jullie hen de groeten doen van Saskia en Sofie, of ze straks de gids De smaak van Florence laten zien!

Kijk voor nog meer heerlijke tips van Sofie op haar blog lezen, www.thecuriouseater.com. Een indruk van haar fotografie krijg je via haar website http://sofiedelauw.com/. Veel lees-, kijk- en eetplezier!

Getagd met:
jan 22

Als ik bij vrienden ga eten, durven ze me vaak geen Italiaanse maaltijden voor te schotelen. De reden? Ze denken dat ik al die pasta wel moe zal zijn en graag eens iets anders eet. Of ze durven het niet aan omdat ze denken de kwaliteiten van een Italiaanse kok niet te kunnen evenaren. Gelukkig ben ik niet zo’n lastige eter en laat ik me ook graag boerenkoolstamppot of couscous voorschotelen, maar het is wel bijzonder te merken dat ik – een enkele uitstekende uitzondering daargelaten – nooit een bord pasta of risotto geserveerd krijg.

Of ik zo kritisch ben? Tja, het perfect al dente koken van pasta luistert natuurlijk ook nogal nauw en wie me ooit een cappuccino voorschotelde na het avondeten doet dat geen tweede keer meer ;-) Maar eten bij vrienden gaat toch vooral om het gezellig samen eten, en dan neem ik veel meer voor lief dan als ik in Italië rondreis om trattoria’s, wijnbarretjes en ijssalons te beoordelen.

En bovendien, achter mijn fornuis gaat er ook wel eens iets mis. Ik herinner me nog een tagliatelle met room waar toch echt iets te veel peper overheen was gedraaid (mea culpa). Zelf verse pasta maken en die dan groen kleuren met spinazie; don’t try this at home.

Soms duurt het ook even voor je iets onder knie hebt. De eerste keer dat ik arancini, gefrituurde risottoballetjes, maakte (iets waar ik inmiddels gelukkig bedreven in ben, want ze zijn zóó lekker) staat me ook nog goed voor de geest. Ik was veel te ongeduldig en liet de risotto niet goed afkoelen, waardoor de balletjes eenmaal in de olie uit elkaar vielen en elke korrel gefrituurd werd.

Maar goed, terug naar het eten bij vrienden. Twee weken geleden werd ik uitgenodigd door mijn ‘oppaskinderen’ (inmiddels 20, 19 en 17 jaar oud) om Italiaans te komen eten. Tijdens het oppassen lang geleden, toen de rollen nog omgedraaid waren en ik ze stukjes brood, pap en andere voedzame dingen probeerde te laten eten, waren ze al dol op samen in de keuken staan en ‘lekkere dingen’ maken. We maakten ooit een tiramisù die ik zonder de slagkracht van de jongste niet meer zo lekker krijg.

Tijdens het etentje zou er iets op het menu staan dat ik nog nooit had gegeten. Toen ik dit de laatste keer hoorde, kreeg ik pens en uier voorgeschoteld (zie mijn blog van 1 november 2011), dus ik was op zijn zachtst gezegd een beetje wantrouwend. Maar deze noviteit was gelukkig een stuk onschuldiger: pasta van een meter lang!

Deze ‘superspaghetti’ is afkomstig uit de Abruzzen en via een biologische winkel in de keuken van Vivianna, Hellen en Edouard beland. Hier lag hij trots te pronken, te midden van allemaal lekkere hapjes die de eerste honger na een lange reis konden stillen.

Maar eigenlijk waren we veel te ongedurig om die spaghetti nog langer te laten wachten. Voor het geval het mis zou gaan tijdens het koken en de spaghetti zou breken of wonderbaarlijk zou krimpen, legden we de lengte van deze spaghetti (die zoals Vivianna terecht opmerkte wel iets wegheeft van een wichelroede) op de gevoelige plaat vast, waarvan akte:

De mouwen werden opgestroopt, een flinke pan water werd aan de kook gebracht en daar ging de meterslange spaghetti… Heel voorzichtig lieten we hem in de pan zakken en zijn draai vinden, zodat alle slierten van een meter goed gaar konden worden. De aanbevolen kooktijd was 10 minuten, maar we bleven er met onze neus bovenop staan om ervoor te zorgen dat er geen dikke spaghettibrij ontstond.

Wonder boven wonder kwam de pasta nog heel uit het vergiet en konden we ook de verse pesto erdoorheen roeren zonder de magische lengte van een meter te verbreken. Waar we echter geen rekening mee hadden gehouden: de pasta moet vanuit de schaal dan ook een beetje leuk op een bord worden geschept. Dankzij de enorme lengte en de zwaartekracht was dat bepaald geen sinecure.

De spaghettislierten die je bovenop pakte, liepen immers door tot helemaal onderin de schaal. Uiteindelijk moest zelfs de schaar eraan te pas komen om iedereen van een portie te voorzien. En dan hebben we het maar niet eens over het draaien van de spaghetti aan je vork, wat zoals onderstaande foto’s laten zien Lady en de Vagebond-achtige taferelen opleverde. Ook was een behoorlijk elastische mond vereist…

Al met al een experiment dat zeker voor herhaling vatbaar is, die meters pasta. Ik zal de komende tijd in Florence goed uitkijken naar deze superspaghetti!

Getagd met:
jan 10

Via De Smaak van Italië maakte ik kennis met Ridder Drost, die na de havo naar Italië trok om olijven te gaan plukken. Ridder:Ik heb een tijdje olijven geplukt bij een kleine boer, gewoon, zonder opsmuk. Daarnaast gaf ik olijfolieproeverijen aan toeristen. Zij bleken zo enthousiast over de olijfolie uit de boomgaard, dat mij vaak werd gevraagd om flesjes naar Nederland toe te sturen. Zo kwam ik op het idee om zelf iets met olie te gaan doen.

Enige tijd na mijn start merkte ik dat klanten moeite hadden om de Italiaanse teksten op het etiket te begrijpen. Als de olijfolie werd geproefd erkenden ze de kwaliteit, maar het was moeilijk om ervoor te zorgen dat ze het gingen proeven. Ik ontdekte dat er nog geen olijfoliemerk in Nederland was dat stond voor puur, eerlijk en kwaliteit. Ik bedacht de merknaam Liquido d’Oro (‘Vloeibaar Goud’) en ontwikkelde een vormgeving die totaal afweek van de traditionele olijven of olijfboompjes op het etiket.

Met Liquido d’Oro wil ik een merk bouwen dat staat voor eerlijkheid, kwaliteit, passie en gezondheid. Het huidige olijfolieaanbod in Nederland is veelal gebaseerd op geraffineerde olijfolie, wat inhoudt dat de olijfolie niet veel meer is dan een plantaardige olie, waar alle smaakvolle, gezonde en werkzame stoffen uit zijn gefilterd. In echte olijfolie proef ik toewijding. Als ik zie hoe Italiaanse boeren met hun olijfbomen omgaan… Ze praten er nog net niet mee. Het is haast bijzaak of ze het product verkopen. De hoofdzaak is dat ze een mooie extra vergine olijfolie willen maken, die overloopt van pure gezondheid. Deze boeren zullen nooit concessies doen aan de kwaliteit.

Die kwaliteit komt voort uit passie. Liquido d’Oro eert de Italiaanse cultuur van zuivere smaken en brengt de beste olijfolie vol van pure gezondheid naar de Nederlandse fijnproever en genieters. Liquido d’Oro beschouwt olijfolie als een rijke gastronomische erfenis. Italiaanse boeren hebben deze eeuwenoude wijsheid aan ons doorgeven. Als geen ander weten ze de pure smaak te vatten, te temmen en met een grote perfectie te balanceren.

We zijn er trots op dat we zo’n bijzondere serie olijfolie kunnen delen. Liquido d’Oro hanteert een streng teelt-, oogst- en persbeleid. De kwaliteit begint bij onze olijfbomen die twee maal meer ruimte krijgen dan normaal, zo’n 36 vierkante meter. De frantoio bevindt zich te midden van de olijfgaard waardoor er binnen zes uur na de handgeplukte oogst, uitsluitend door middel van processen, met weinig druk en bij minder dan 25 graden Celsius, geperst kan worden. Na het persen wordt de olijfolie, zonder filtering, op afroep in onze speciale zwarte Liquido d’Oro flessen gebotteld.

Smaak en antioxidanten worden zo optimaal bewaard. Wij schudden en snoeien uitsluitend met de hand en gaan uiterst zorgvuldig met de 200 olijven om die voor een fles kwaliteitsolie nodig zijn. Alle olijfolie van Liquido d’Oro komt uit Italië. Er vindt geen inmenging plaats met olijven van buiten Italië. De olijfolie is intens fris, met een gespierd element in de smaak, waardoor je de neiging krijgt om met je lippen te smakken. Het verschil tussen de soorten is heel subtiel. In de ene olijfolie is de hete zomerwind te proeven, in de andere de eerste regen van het najaar. Wat ze gemeen hebben, is de smaak van de rijke olijfoliegeschiedenis van dit land – groen en vol leven.’

Dat wilde ik uiteraard wel proeven! Ik zorgde voor lekker brood en wat grof zeezout, Ridder bracht zijn nummer 1 mee: Il Primo Sinolea Biologica. Ridder: ‘Deze licht groengelige, iets troebele extra vergine olijfolie uit het Monte Amiata-gebied in Toscane heeft door het unieke lekproces een bijna boterachtig karakter met een zeer verfijnd aroma van jong groen en walnoot.

Het ras van de olijf is de Seggianese, van origine uit de regio Monte Amiata en alleen te vinden in de provincie Grosseto en Siena. De lavabodem van de Monte Amiata is rijk aan mineralen en geeft de olijfolie de juiste zuren. De soort is uitermate bestand tegen kou; de bomen zijn de overlevenden van de koude winter van 1985. De olijfolie wordt vervaardigd volgens de ‘Sinolea’-techniek die gebaseerd is op het onttrekken van de olie zonder stress, druk en water. Door gebruik te maken van deze techniek ontstaat een extra vergine olijfolie die minimaal afwijkt van de pure smaak van olijven.’

Voordat ik de fles openmaak, bestudeer ik het etiket. Extra leuk zijn de ingrediënten die worden genoemd: vakmanschap, een snufje geluk, harmonie, magie, poëzie, toewijzing, cultuur en bovenal passie. Dan is het moment daar: de dop wordt eraf gedraaid en de eerste olijfolie wordt in een mooi schaaltje geschonken. Verwachtingsvol doop ik een stukje brood in de olie.

En inderdaad, Ridder heeft niets teveel gezegd: dit is vloeibaar goud! Met deze fles op tafel, vergezeld van brood en zout, heb je een voorgerecht waarbij ingewikkelde antipasti in het niet vallen. Maar er is uiteraard meer keus! Voor elk hoofdelement van een gerecht heeft Liquido d’Oro een suggestie voor de best passende olijfolie. Of het nu vlees, vis of gevogelte is. De kleurcodering van de flessen (op de hals en op het smaakicoontje op het etiket) correspondeert met de in de horeca HACCP verplichte snijplanken. Makkelijk, duidelijk en herkenbaar – je pakt tijdens het koken bijna blind de goeie fles.

Aan de kleurcodering op de fles kun je zien met welk gerecht de olijfolie zich het beste laat combineren:

  Goud voor brood en zeezout
  Brons voor tafelolie
  Groen voor groentes, salade en dressings
  Blauw voor vis en zeevruchten
  Geel voor wild en gevogelte
  Rood voor bakken en grillen

Wil je de gouden vloeistof zelf proeven? Kijk dan op http://www.liquidodoro.nl/bestellen/ voor de losse flessen, een proefpakket of een proefsetje. Wil je tegelijkertijd meer van Italië proeven, neem dan een abonnement op De Smaak van Italië. Bij een jaarabonnement krijg je nu een luxe olijfoliepakket, bestaande uit Il Terzo Terra Di Foggia, Il Sesto Fruttato en Il Basilico: drie verrukkelijke flessen voor fijnproevers.

dec 22

Speciaal voor deze donkere dagen een recept dat de zon in je keuken tovert! Loes Janssen Miraglia heeft vandaag gekozen voor de pizza margherita, een pizza met tomaten, mozzarella en basilicum.

Loes: ‘Uit Napels en de regio Campanië komen gastronomische producten die wereldwijd hun weg hebben gevonden. Mozzarella (van buffel- en van koemelk) bijvoorbeeld. En pizza natuurlijk. De oerpizza is de pizza Margherita met tomaat, mozzarella en verse basilicum. De pizza dankt zijn naam aan koningin Margaretha van Savoye. Zij was de vrouw van Umberto I. Koningin Margaretha kwam in 1889 in Napels terecht en wilde een lokale specialiteit proeven. En dus bereidde de beste pizzabakker van Napels, Raffaele Esposito, voor haar een pizza in de kleuren van de Italiaanse vlag. Een klassieker! En nog altijd een van mijn persoonlijke favorieten, met dank aan Mario, ja zo heet hij echt (!), onbetwist de beste pizzaiolo van Catania en omstreken.’

Ingrediënten
(voor 2 pizza’s)

Deeg:
300 gr bloem
flinke snuf zout
snufje kristalsuiker
10 gram verse gist
1 eetlepel olijfolie

Condimento (beleg):
600 gr rijpe tomaten*
2 eetlepels olijfolie
1 theelepel gedroogde oregano
zout en zwarte peper
250 gr mozzarella (van koemelk of van buffelmelk)**
verse basilicum

*Gebruik in plaats van verse saus eventueel 400 gram gezeefde tomaten.
**Mozzarella van buffelmelk verliest in een hete oven veel vocht. Zorg er daarom voor dat de mozzarella goed is uitgelekt.

Bereid het deeg. Zeef de bloem en meng deze met het zout en de suiker in een grote kom. Verkruimel de gist en meng deze met 150 ml lauw water. Voeg dit aan de bloem toe. Voeg ook de olie aan de bloem toe en kneed net zolang totdat een glad en soepel deeg is ontstaan. Let op: het deeg moet soepel zijn maar niet plakkerig. Voeg indien nodig nog wat extra bloem of water toe.

Kneed het deeg tot een bal, bedek deze met een schone theedoek op een met bloem bestoven werkvlak en laat het op kamertemperatuur circa 3 uur rijzen.

Bereid il condimento. Breng een middelgrote pan water aan de kook. Maak kruisvormige inkepingen aan de onderkant van de tomaten en blancheer ze in kokend water (totdat de schil aan de onderkant loslaat). Haal de tomaten met een schuimspaan uit het water, verwijder de schil en de zaden en snijd ze in stukjes.

Verhit 2 eetlepels olijfolie in een pannetje en voeg de tomaten en de oregano toe. Laat het geheel circa 15 minuten inkoken. Breng op smaak met zout en peper en laat afkoelen. Laat de mozzarella grondig uitlekken.

Kneed het deeg nog eens door, verdeel het in twee porties en rol één portie (handmatig of, als dat te zwaar blijkt te zijn, met een deegroller) uit op een met olijfolie ingevette bakplaat. Vorm de randen met de vingertoppen. Verdeel de helft van de tomatensaus over de pizza en bak deze circa 10 minuten in een op 250 graden voorverwarmde oven. Het beste (en tevens smakelijkste) resultaat wordt uiteraard verkregen in een houtoven!

Verkruimel de helft van de mozzarella over de pizza heen en schuif de pizza circa 5 minuten in de oven (of totdat de kaas is gesmolten). Garneer de pizza met basilicum, giet er wat olijfolie over (a crudo) en dien onmiddellijk op.

Herhaal bovenstaande handelingen voor de tweede pizza.

recept & foto: Loes Janssen Miraglia (uit Italiaans vegetarisch)

PS: Meer lezen over de pizza? Via deze link vind je grappige weetjes over de perfecte pizza, de grootste pizza of de duurste pizza. Leuk om mee te strooien tijdens een pizza-avond!

dec 09

Vandaag verrast Loes Janssen Miraglia ons met een recept voor pasta met pesto uit Trapani. Loes: ‘Dit verrukkelijke gerecht komt uit Sicilië (waar mijn partner vandaan komt, waar wij een aantal jaren hebben gewoond en waar ook ons zoontje geboren is). Het is typerend voor de provincie Trapani (in het westen van het zonovergoten eiland).

Niets is met zekerheid te zeggen, maar hoogstwaarschijnlijk is deze pesto ontstaan nadat koopmannen uit het Noord-Italiaanse Genua, waar pesto op basis van basilicum en pijnboompitten oorspronkelijk vandaan komt, op hun zeereizen zijn neergestreken in het West-Siciliaanse Trapani. Tongstrelend deze versie met amandelen!’

Ingrediënten
(voor 4 personen)

4 teentjes knoflook
een bos verse basilicumblaadjes
4 rijpe, middelgrote tomaten
60 gram amandelen
100 ml olijfolie van de eerste persing
zout en peper
350 gram ‘busiate’ (bucatini)

Pel de knoflook en stamp de teentjes met de basilicum fijn in een vijzel.

Breng een middelgrote pan water aan de kook. Maak kruisvormige inkepingen aan de onderkant van de tomaten en blancheer ze circa 30 seconden in kokend water (totdat de schil aan de onderkant loslaat). Haal de tomaten met een schuimspaan uit het water, verwijder de schil en de zaden.

Blancheer de amandelen circa 30 seconden in kokend water, verwijder de vliezen en hak ze vervolgens fijn. Voeg de tomaten, de olijfolie, het zout en de peper en de amandelen toe aan de knoflook en basilicum in de vijzel en wrijf alle ingrediënten net zo lang totdat een egale pesto ontstaan is.

Kook de pasta al dente. Giet de pasta af en roer de pesto erdoorheen. Serveer het gerecht onmiddellijk.

© recept en foto: Loes Janssen Miraglia, uit haar succesvolle kookboek Sicilicious

preload preload preload