feb 04

L’omino con i baffi, zo luidt de bijnaam van het mannetje dat op elk koffiepotje van Bialetti te vinden is. De tekening van dit mannetje met snor vloeide begin jaren vijftig uit het potlood van Paul Campani, die het mannetje vorm gaf aan de hand van een doodle van Alfonso Bialetti, de grondlegger van het bedrijf, zelf. Tot op de dag van vandaag staat dit mannetje symbool voor Bialetti – en voor de Italiaanse manier van koffiedrinken.

Want hoewel Italianen vaak een kopje koffie in de bar drinken, lusten ze thuis toch ook wel graag een caffè. Wie denkt dat de meeste Italianen thuis koffie zetten met een ultramodern blinkend en sissend espressoapparaat, heeft het mis. Nee, thuis zetten de Italianen koffie met een moka, een koffiepotje dat je simpelweg vult met water en koffie en vervolgens gewoon op het vuur zet.

Het resultaat? De koffie die met een moka wordt gezet, is vergelijkbaar met espresso; het water wordt namelijk ook nu onder druk door de koffie geperst. De druk is echter lager dan in een espressomachine (circa 1,5 bar in plaats van 9 bar), waardoor het cremalaagje op de koffie ontbreekt.

Voor de Italianen is koffiezetten met de moka dus dagelijkse kost. Al bijna tachtig jaar lang bevolken de koffiepotjes Italiaanse aanrechten, keukenkastjes en eettafels. Het ritueel van koffiezetten met een moka is te danken aan Alfonso Bialetti, die in 1933 het allereerste koffiepotje in deze vorm produceerde en de naam Moka Express gaf.

Het idee voor deze koffiemachine ontstond bij toeval. Luigi De Ponti zag hoe een wasmachine warm water onder druk door het wasmiddel heen omhoog perste en bedacht dat dit ook met koffie moest kunnen. Alfonso Bialetti werkte dit idee tot in detail uit, met als resultaat zoals gezegd de allereerste moka. Het koffiepotje was niet alleen revolutionair qua ontwerp en gebruiksgemak, het was ook voor het eerst dat met een aluminium apparaat koffie kon worden gezet.

Bovendien zorgde de Moka Express voor een essentiële verandering in de Italiaanse koffiecultuur. Koffie werd voordat de moka op de markt kwam vooral buitenshuis gedronken. Hoewel de Italianen nog steeds graag een bar binnenwandelen voor een kopje koffie, wordt er sinds de introductie van de moka veel meer koffie thuis genuttigd. Bijna tachtig jaar nadat de eerste moka werd gepresenteerd, is namelijk in 90% (!) van alle Italiaanse huishoudens zo’n koffiepotje te vinden. En hoewel er veel verschillende varianten op de markt zijn, is het mannetje met de snor alomtegenwoordig!

In Florence ontdekte ik, onder de galerij van Piazza della Repubblica, een winkel die geheel gewijd is aan het mannetje met de snor. Koffiepotjes in alle kleuren en maten, koffiekopjes, bewaarblikken voor gemalen koffie en koffiepads, lepeltjes, magneten… Je kunt het zo gek niet bedenken of het mannetje laat er zijn gezicht op zien. Zeker leuk om even een kijkje te nemen als je door de stad wandelt!

Voor iedereen die al in het gelukkige bezit is van een mannetje met de snor of een ander merk moka hierbij een handleiding aan de hand waarvan je de perfecte koffie uit een moka tovert.

*vul het onderste gedeelte van de moka met kraanwater, tot een klein stukje onder het veiligheidsventiel;

*plaats het filter in het onderste gedeelte en schep hier speciaal voor de moka gemalen koffie in (dit staat specifiek op de koffieverpakking), zonder aan te drukken;

*schroef de bovenzijde van de moka vast op de onderzijde met filter en zet de moka op laag vuur;

*zodra het water goed warm is, stroomt de koffie in het bovenste gedeelte van de moka;

*haal de moka pas van het vuur als de koffie begint te pruttelen – en klaar is je koffie!

Of zonder woorden, volgens de strip van het mannetje met de snor:

Voor een goede nazorg is het wel belangrijk te weten dat je een moka nooit in de vaatwasser mag afwassen. Spoel hem goed schoon met warm water en eventueel een klein beetje afwismiddel en droog alle onderdelen goed na. Dan smaakt ook het volgende kopje koffie hemels!

Meer lezen over de moka en andere Italiaanse koffiegewoonten? Kijk dan op het weblog van Martijn Bak van Agriturismo Partingoli, die ik tijdens mijn bezoek in oktober een beetje heb aangestoken met het blogvirus.

feb 02

Ja lieve lezers, het zit erop, de deadline voor mijn boek is gehaald! Gisteren stuurde ik alle 40.000 woorden naar de uitgever, vergezeld van een uitgebreide selectie foto’s. Vandaag gaat een hele dikke envelop vol kaartjes, tickets, bonnetjes en andere in de loop der tijd verzamelde memorabilia op de post. Aan de heren van Studio Denk nu de taak om dit alles ook qua vorm tot een waar meesterwerk te vormen!

Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen; het duurt nog een maand of twee voordat we het eindresultaat kunnen vasthouden en de 40.000 woorden in gedrukte vorm tot ons kunnen nemen. Uiteraard zal ik jullie zo gauw als mogelijk een online voorproefje laten zien, maar ik wil jullie eerst mee terug in de tijd nemen, naar 20 januari j.l. om precies te zijn.

Toen stapte ik namelijk in het vliegtuig naar Florence, de stad waar ik ooit een zomer lang Italiaans studeerde en die aanvoelt als een tweede thuis. De stad waar ik hoopte eindelijk een keuze te kunnen maken uit alle stukjes die ik de afgelopen twee jaar schreef, en die stukjes op een goede manier aan elkaar te verbinden.

Al wekenlang spookten mogelijke invalshoeken door mijn hoofd. Vooral ’s nachts, maar ’s ochtends onder de douche was ik de eerste om ze weer te verwerpen. Nu moest het er echter van gaan komen; de periode waarin ik mocht schrijven, schaven en schrappen was immers nog maar tien dagen lang.

Toen de griep zich als ongewenste reisgenoot aandiende, baalde ik dan ook stevig. Ik twijfelde zelfs even of ik wel kon vliegen, maar de roep van Florence was sterker dan koorts, hoestbuien en keelpijn samen. En gelukkig maar, want eenmaal op Florentijnse bodem kregen de verhalen als vanzelf vorm.

Dat kwam deels door de stad zelf – hoe fijn is het toch elke keer weer om over de Florentijnse kasseien te struinen, de stenen van de stad te ruiken, de voetstappen van een Lorenzo il Magnifico nog te horen weerkaatsen… Deels kwam het ook door de zon, die zich elke dag van zijn beste kant liet zien en de stad in de avondschemering, als ik mijn hoofd even buiten de deur stak na een dag lang tikken, in een lieflijk licht zette.

Maar het kwam ook en vooral door mijn schrijfplek in deze geweldige stad, Casa Miracoli (‘Huis der Wonderen’). Een klein huisje, vlak bij de Santa Croce, waar een mooi houten bureau op me wachtte. Hier schoof ik elke ochtend, na een grote kop cappuccino en brioche, mijn stoel aan en typte ik stug door.

Het bureau waar mijn laptop en ik wonderen hebben verricht

Het werk ging als vanzelf, maar als ik het even niet wist was daar Tommaso, de barman van buurbar Baldovino, om me even op te beuren met een kop cioccaffè (cappuccino met chocolade), een sterke espresso en bovenal zijn vrolijke verschijning. Als zelfs dat niet hielp – of als ik even geen behoefte had aan nog meer koffie – was er de stad zelf. Een wandeling door de smalle straten naar het Piazza della Signoria, de Duomo of de Ponte Vecchio ordende mijn gedachten.

Onderweg sneuvelden heel wat van mijn lievelingsstukjes. Stap voor stap liet ik ze los – voor in het blogboek welteverstaan, want op deze site blijven ze uiteraard gewoon te lezen. Maar meer nog dan gesneuveld werd er geïnspireerd, gecreëerd en in het geheugen opgeslagen, zodat ik jullie ook komende weken van mooie stukjes kan laten genieten. Die zullen helaas niet in het blogboek worden opgenomen, maar wie weet keer ik ooit terug naar Florence voor een opvolger, een tweede blogboek.

Het is echter nog te vroeg om daarover na te denken – eerst droom ik van hoe de vormgevers aan de slag gaan met toegangskaartjes, bonnetjes, tickets, foto’s en die 40.000 woorden. Ze moeten het hier zonder koffie en vrolijkheid van Tommaso stellen, dus mochten ze door de bomen het bos niet meer zien, dan neem ik ze een weekje mee naar de wonderlijke wereld die Florence heet!

Getagd met:
nov 04

Wie Italië zegt, denkt aan zomerse vakanties in de heuvels van Toscane. Maar je kunt natuurlijk ook in de winter volop van de Italiaanse sfeer genieten! Tijdens een skivakantie bijvoorbeeld, in de prachtige bergachtige regio’s in het noorden. Geen wintersport-liefhebber? Ga dan eens op een romantische winterse citytrip en geniet van de Italiaanse kerstsfeer.

Van de sneeuw tot aan de kerststal neemt de redactie van De Smaak van Italië je in de nieuwe editie, die vanaf vandaag verkrijgbaar is, mee op ontdekkingstocht door winters Italië, met de beste tips en bestemmingen.

Een klein voorproefje van alle winterse feesten, kerstmarkten, winterse uitjes en warme recepten die in dit nummer de revue passeren:

Carnaval in Venetië – een onovertroffen openluchttoneel
Venetianen zeggen vaak dat ze de stad het liefst zouden ontvluchten tijdens het carnaval. Dat ze zich liever verre houden van de drommen bezoekers die voor het feest naar Venetië komen. Desondanks houden ze allemaal wel van ‘hun’ carnaval. Ze vieren het wel, maar onder elkaar, op minder drukke dagen en op plekken waar toeristen doorgaans niet komen. De Smaak van Italië ging mee naar die plekken, om het carnaval van de Venetianen te ontdekken.

Naast deze prachtige reportage bevat De Smaak van Italië een bijzonder verhaal van Donna Leon, over het Casinò van Venetië.

Feest op tafel
Venetianen weten niet alleen de stad, maar ook de dinertafel om te toveren tot een feestelijk decor. Vier de feestdagen dit jaar op Venetiaanse wijze met heerlijke en prachtige gerechten uit de stad van het water, zoals spaghetti con vongole e calamari en risotto di verdure.

Caffè – Italiaanse koffie uit en thuis
Speciaal voor de koude wintermaanden: allerlei leuks en lekkers rondom Italiaanse koffie. Van recepten tot tips voor de beste koffieadresjes, van accessoires tot de koffie zelf – na het lezen van onze koffiepagina’s kijk je heel anders naar je espresso of cappuccino!

Wintersport in Italië
Wie wil skiën of snowboarden in Italië hoeft niet ver af te dalen in de laars: de beste wintersportgebieden bevinden zich, uiteraard, in de noordelijke regio’s Valle d’Aosta, Piemonte, Lombardije, Veneto en Trentino-Alto Adige (Zuid-Tirol). De pistes zijn enorm uitgestrekt en variëren qua moeilijkheidsgraad van zeer uitdagend tot geschikt voor beginners. De keuze aan bestemmingen is zelfs zo overweldigend dat je misschien door de bomen het bos niet meer ziet. De Smaak maakte een kleine selectie van de mooiste skigebieden!

Kerstmis in Italië
De bijzonderste kerstmarkten vind je in Trento, Bolzano, Turijn, Milaan en Napels. In Napels is het sowieso het hele jaar door een komen en gaan van herders en koningen. In de Via San Gregorio Armeno staan zij 365 dagen per jaar uitgestald, in allerlei soorten en maten. De Smaak van Italie wandelt 24 uur lang door Napels, maar geeft ook tips voor de andere kerstmarktbestemmingen.

Merano – kerst in adellijke sferen
Deze bestemming lichten we extra uit, omdat het er zo bijzonder is in deze tijd van het jaar! De één viert kerst het liefst op z’n Oostenrijks. Met houten kerstkraampjes, glühwein en besneeuwde bergen op de achtergrond. De ander rilt alleen al bij de gedachte daaraan. Liever palmbomen dan dennenbomen, ook in december. Er is maar één plek die beide uitersten verenigt… en dat is Merano.

Rondreizen met Giulia – Sicilië per klassieker
Helemaal in het diepe zuiden van de laars wordt het bijna geen winter. Een van de Smaak-redacteuren reisde daarom af naar Sicilië: ‘Het brullende geluid van een motor klinkt over het piazza van een Siciliaans dorp. Een witte Alfa Romeo uit 1977 komt recht voor het terras tot stilstand. Dat hij dubbel geparkeerd staat, hindert blijkbaar niemand. Met een stralende lach stapt Ben Hofman uit zijn auto. Hij zal ons meenemen op een bijzondere rondreis door Sicilië. In een Italiaanse klassieker.’

De novembereditie van De Smaak van Italië ligt vanaf vandaag in de winkel (of op de deurmat bij de abonnees). In de tijd dat jullie al deze winterse artikelen kunnen lezen en de prachtige foto’s van met name het Carnaval in Venetië bekijken, gaan mijn collega’s en ik alweer volop aan de slag met het eerste nummer van 2012, met onder andere een citytrip Pisa, een reis langs het Lago d’Iseo, het mooiste meer van Lombardije, en – als extraatje – een gids met 101 bijzondere overnachtingsmogelijkheden in la bella Italia. Vervelen is er deze winter dus zeker niet bij…

Ook werken bij De Smaak van Italië ?
DSV Media is per 1 december 2011 op zoek naar een stagiair(e) voor magazine De Smaak van Italië en vakblad Italië in Bedrijf. Ben je tweede- of derdejaars student (hbo of universiteit) en zoek je een stageplek voor minimaal vijf maanden? Heb je een passie voor tijdschriften, reisgidsen, websites en andere vormen van media? Ben je creatief en visueel ingesteld of juist organisatorisch sterk, perfectionistisch en een ster met taal? Heb je Italië door je aderen stromen?

Dan ben jij wellicht onze nieuwe stagiair(e)! Stuur ons een korte motivatie en een uitgebreid CV en wie weet mag  jij dan vanaf 1 december meewerken aan het mooiste magazine over Italië. Je kunt je motivatie en CV per e-mail sturen aan Willemijn van Dijk (w.vandijk@dsvmedia.nl), adjunct-hoofdredacteur van De Smaak van Italië.

nov 02

Clet Abraham, een Franse kunstenaar die al meer dan twintig jaar in Florence woont, tovert regelmatig een glimlach op het gezicht van de inwoners van de stad van de renaissance. Met zijn humoristische kunst zorgt hij voor een vrolijke, hedendaagse noot tussen de eeuwenoude palazzi.

Hij wordt door de inwoners van Florence daarom ook wel ‘verkeersagent van de ziel’ genoemd. Meer dan toepasselijk, want Clet tovert verkeersborden namelijk om tot kunst. Kunst met een knipoog, want wie een verkeersbord dat door Clet onder handen is genomen passeert, kan niet anders dan glimlachen of hardop grinniken.

Toen ik gisteren door Florence wandelde, had ik ze al wel gezien, de grappige verboden-in-te-rijden-borden waarop een mannetje er met de witte balk vandoor probeert te gaan. Echt lang had ik er niet bij stil gestaan, tot ik toch wel veel verschillende verkeersborden zag die waren omgetoverd tot grappige afbeeldingen. Een mannetje dat bloemen plukt in een gevaarlijke bocht, een engeltje van een pijl die inderdaad in de richting van de hemel wijst… langzaam werd ik nieuwsgierig. Wie maakt deze grappige toevoeging aan de bestaande verkeersborden?

Toen ik ’s avonds bij een Florentijnse vriendin at, vertelde zij dat het brein achter de kunstige verkeersborden Clet Abraham is. Deze Franse kunstenaar, die oorspronkelijk uit Bretagne komt, kwam naar Florence om te studeren aan de Accademia di Belle Arti en is nooit meer weggegaan. En mocht hij dat ooit van plan zijn, dan blijven de vele verkeersborden gewoon hangen, als een vrolijk eerbetoon aan deze bijzondere artiest.

Clet schudde de stad wakker met zijn humoristische toevoeging aan verkeersborden. Een paar voorbeelden van de tekens die aan Clets associatieve brein ontschoten en die nu de straten van Florence sieren:

Maar Clet doet veel meer. Zo liet hij in januari 2011 de stad ontwaken met zijn standbeeld Uomo comune (Gewone man), van een man die vanaf de Ponte delle Grazie zo de Arno in lijkt te willen stappen:

De gemeente Florence kon de humor er helaas niet zo van in zien en liet het beeld weghalen. En dat terwijl ze met de verkeersborden heel wat toleranter zijn dan het Toscaanse Pistoia, waar Clet flink wat boetes kreeg voor zijn verkeerskunst. Gelukkig worden Clets borden in Florence, Milaan, Turijn en Rome zeer gewaardeerd en blijven ze hangen, ook omdat de betekenis heel duidelijk blijft. Het enige probleem is dat de borden nogal eens gestolen worden; Clets kunst is inmiddels zo populair dat de door hem bestickerde borden een aanwinst zijn voor elk interieur.

Dat geldt ook voor Clets koffiekunst; de schetsen die hij maakt met een caffettiera, een Italiaans koffiepotje, in de hoofdrol. Wie goed kijkt, ziet de koffiepot in vele gedaanten op het toneel verschijnen, van de doopkapel in Florence tot de Eiffeltoren in Parijs.

Clet houdt bovendien wel van een geintje. In oktober 2010 wandelde hij het Palazzo Vecchio in Florence binnen, waar toentertijd het schilderij Il Bronzino ontbrak omdat het was uitgeleend voor een expositie in het verderop gelegen Palazzo Strozzi. Hoe hij het voor elkaar kreeg, zullen we nooit weten, maar het lukte Clet om op de plek van het schilderij een zelfportret te hangen. Tot groot ongenoegen van de museumdirectie, die moest toegeven dat de bewaking had gefaald.

Clet haalde deze grap echter niet zomaar uit. Met het tonen van zijn zelfportret wilde hij de Florentijnen attent maken op de hedendaagse kunstenaars die in de stad wonen en werken, en die nogal eens ondergesneeuwd raken tussen de grote meesters uit de renaissance. Die moeten uiteraard de aandacht krijgen die ze verdienen, maar er moet ook ruimte zijn voor nieuwe initiatieven, aldus Clet.

Gelukkig kun je in Florence dankzij de vrolijke verkeersborden niet meer om deze kunstenaar heen. Wil je tijdens een bezoek aan Florence niet alleen de borden op de foto zetten, maar ook een origineel souvenir meenemen, breng dan een bezoek aan het atelier van Clet in de wijk San Niccolò (Via dell’Olmo 8). Hier kun je zijn borden in allerlei soorten en maten kopen, maar als dat een beetje teveel van het goede is kun je ook gewoon een T-shirt, ansichtkaart of sticker uitzoeken als aandenken aan je bezoek aan de stad. Vrolijke reacties gegarandeerd!

okt 15

Deze bijzondere encyclopedie werpt een veelzijdige blik op de kleinste staat ter wereld, op zijn bekendste inwoners en zijn kleurrijke entourage, en op het complexe bestuursapparaat van de Kerk. De lemma’s steunen op feiten, tradities, mysteries, taboes en anekdotes. De Kleine encyclopedie van het Vaticaan informeert, documenteert en analyseert.

Wist je bijvoorbeeld dat…
Vaticaanstad zijn eigen voetbalploeg heeft?
er nooit een paus Johannes XX bestaan heeft?
Joseph Ratzinger al op driejarige leeftijd wist dat hij kardinaal zou worden?
de persoonlijke bibliotheek van Benedictus XVI 20.000 boeken telt?
Vaticaanstad als enige land ter wereld het Latijn als officiële taal heeft?
Vaticaanstad over een eigen spoorwegennet en een van de beste en modernste telefoonnetten ter wereld beschikt?

Tom Zwaenepoel vertelt over de persoonlijke kleermaker van de paus, het ritueel van de grondkus, de pauselijke archieven en andere wetenswaardigheden. Hij gaat hierbij zoveel mogelijk in op de ‘menselijke kanten’ van het Vaticaan en het pausdom. De vele anekdotes zijn echter ook het vertrekpunt voor enkele interessante historische verdiepingen.

Tom Zwaenepoel: ‘Tijdens het opzoekwerk voor dit boek had ik de unieke gelegenheid om viermaal persoonlijk met Johannes Paulus II en zesmaal met Benedictus XVI te spreken. Deze openhartige gesprekken leverden interessante informatie op.’

Zo komt ook het lievelingsgerecht van de paus aan bod in de encyclopedie:

‘Het behoort tot de best bewaarde geheime wat de lievelingsgerechten van de paus zijn. Toch zijn er enkele details bekend. Martinus IV (1281-1285) at graag paling die rijkelijk met Vernacciawijn overgoten was. De paling kwam uit het Meer van Bolsena, dat niet ver van zijn residentie in Orvieto lag. Na een uitgebreide portie zou hij aan buikkrampen gestorven zijn. De ‘Anguille del Papa’ (paling zoals de paus die graag heeft) is tot op de dag van vandaag rondom het Meer van Bolsena een specialiteit.

De zeer sobere maaltijden van Pius V (1566-1572) strookten met de ascetische leefwijze van de voormalige dominicaan en grootinquisiteur. De uitzonderlijk magere paus dreigde ermee zijn kok Bartolomeo Scrappi te excommuniceren als hij op vastendagen iets verbodens in de soep bijvoegde. Hij maakte ook indruk op het volk door in processie zonder schoenen, zonder hoofddeksel voort te stappen, met een lange sneeuwwitte baard en een enorme vroomheid in het gezicht.

Pius XII (1939-1958) at graag rijst- en groentesoepen, spinazie en spaghetti, het liefst met boter en Parmezaanse kaas, weinig vlees, een dunne schijf kalfsvlees of kip met salade en fruit. Hij dronk een kwart liter witte Frascati en in de zomer ook bier. ’s Avonds zat hij vaak in de keuken gewoon gesmeerde boterhammen te eten. […]

De maaltijden van Johannes Paulus II bestonden uit een combinatie van Italiaanse en Poolse gerechten, klaargemaakt door Poolse zusters. Normaliter was er Italiaans eten; pasta en vlees met groenten. Op feestdagen stond de Poolse keuken centraal: een soep van rode biet, varkenskotelet met aardappelen en groenten, en als dessert taart met maanzaad en slagroom. De paus at weinig, maar nam altijd van alles iets.

Hij voegde graag een scheutje water bij de wijn. Ook als Wojtyla buitenshuis was voor de lunch, stond hij erop de maaltijd af te sluiten met een kop koffie. Op een zekere dag kreeg hij in een Romeins klooster ‘echte koffie van goede zusters’. De paus repliceerde: ‘Veel liefde en zeer weinig koffie.’

Door een coördinatiefoutje in de catering kreeg hij tijdens zijn vierdaagse verblijf in Nederland (1985) vijf keer tong met puree en asperges voorgeschoteld. Men had vernomen dat hij daar dol op was.’ […]

Nog steeds wordt het brood door de familie Arrigoni om 5.00 uur gebakken en voor 7.00 uur naar het Vaticaan gebracht. Dertig jaar geleden was de panificio van de familie Arrigoni in de Via Borgo Pio de enige van het kwartier. Bovendien bezat men de eerste met stoom verwarmde bakoven van Rome. Ermino Arrigoni mocht als twaalfjarige knaap enkele keren het brood in een gesloten metalen koffertje persoonlijk naar Johannes XXIII (1058-1963) brengen, toen de Vaticaanse bediende door omstandigheden moest afhaken.’

Meer over het lievelingsgerecht van paus Benedictus XVI en alle andere wetenswaardigheden over het Vaticaan lees je in

Kleine encyclopedie van het Vaticaan
Tom Zwaenepoel
ISBN 9789020995480
€ 19,99
uitgeverij Lannoo

sep 21

In een van de duurste straten van Rome, de Via dei Condotti, vind je het oude Griekse koffiehuis. Volgens de ANWB Kunstgids Rome, die afgelopen zomer verscheen en die maar liefst 430 pagina’s reisinformatie over Rome biedt, is dit ‘niet het grootste, niet het meest typische, maar wel het koffiehuis met de rijkste geschiedenis in heel Rome.’

Zeker is dat je tijdens een bezoek aan Rome even over de drempel van dit koffiehuis heen moet stappen, al is het maar om even rond te kijken en snel een espresso aan de bar te drinken. Al doen de echte gasten dat heel anders, aldus de ANWB Kunstgids:

‘Naar de grote bars aan de Corso ga je wanneer je gauw van je honger en dorst verlost wil worden. In de koffiehuizen aan de Via Veneto ga je zitten om te zien en gezien te worden. Het Caffè Greco wordt bezocht door degenen die wat met elkaar willen kletsen of alleen een krant lezen; anderen willen hier een cappuccino, een Campari of vermout drinken of kracht putten uit een tramezzino, een driehoekige sandwich, gevuld met kaas, salami, ham, vis of tomaat.

Geen probleem. In de omliggende straten kun je gemakkelijk veel geld uitgeven, aan de dure Via dei Condotti, de drukke Via Frattina of de modieuze Via Borgognana, aan de Corso of Piazza di Spagna, waar je elegante handtasjes, exclusieve mode en vele andere chique dingen kunt kopen. […]

Degenen die hier na het winkelen toevallig komen aanwaaien, hoeven niet voor de onmiskenbare sfeer in het ‘Griekse koffiehuis’ te zorgen. Die is er namelijk al meer dan 250 jaar, sinds in 1760 de Griek Nicola delle Maddalena een belastingaanslag kreeg van de rekenkamer van de Pauselijke Staat, tegen zijn zin betaalde en zo het nageslacht een schriftelijk bewijs naliet van het bestaan van de ‘Greco’. Goethe bezocht de gastvrije Griek al bij zijn verblijf in Rome.

Veel fantasie is er niet voor nodig om je hem voor te stellen bij een ontmoeting met bijvoorbeeld ‘de lichtbruine meisjes’, die de ‘haastige barbaar’ in een van zijn Römische Elegien beschreef als ‘lieflijk – gaf zij mij de omhelzing en de kus weer snel leergierig terug.’ Of met de ‘goede Angelika’, zoals de prins der dichters wat neerbuigend in zijn Italienische Reise noteert: onder de vele schilderijen aan de wanden van het koffiehuis is de Zwitserse Angelika Kaufmann waardig vertegenwoordigd.

De lijst met beroemde gasten is lang. Je mag aannemen dat veel buitenlanders die naar Rome afreisden ook wel een kopje koffie hebben gedronken in het ‘Greco’, Lodewijk I van Beieren bijvoorbeeld of Richard Wagner, Arthur Schopenhauer of Franz List, kunstenaars die de dichter Wilhelm Heinse verleidden tot het voorstel om met zoveel Duitstalige gasten het koffiehuis maar om te dopen tot Caffè Tedesco. Het plan vond geen gehoor. Het zou ook jammer zijn geweest wanneer dichters en denkers uit andere landen zich om die reden hier niet meer thuis zouden voelen.

Amerikanen en Engelsen, Fransen en – natuurlijk – Italianen blijven het ‘Greco’ trouw. Ook nadat midden negentiende eeuw het Griekse koffiehuis een Duitse eigenares kreeg. Eva Von Stauting, een resolute en buitengewoon ijverige dame uit Beieren, kocht het geheel en veroverde door haar huwelijk een plaatsje in de Romeinse maatschappij. Het interieur van de bottega di caffè moest wel worden aangepast.

De eerste zaal, nu met alleen staanplaatsen, waar de Romeinen – en toeristen – in het voorbijgaan snel even een espresso pakken, ’s morgens met een cornetto erbij, werd beschilderd met aangezichten van Venetië. De andere zalen werden door haar versierd met schilderijen, landschappen, stadsgezichten en portretten, die in de loop der tijden bijeen werden gebracht, niet zelden als betaling voor een openstaande rekening. Beelden, medaillons, een paar boeken en oorkonden achter glas, herinneringen aan grote namen, zo ziet het er nog steeds uit in de opeenvolgende ruimten, die elk uitnodigen voor een séparé met gedempt gefluister tegen een donkerrood decor.

Hier kun je je goed voelen, word je met rust gelaten, hoor je journalisten het laatste nieuws uitwisselen, hier bespreken intellectuelen opgewonden de misstanden in Zuid-Italië. Als je eenmaal het vertrouwen hebt gewonnen van de kelner, vertelt hij tussen twee cappuccini door hoe meneer daar het wat moeilijk heeft, hoe de dame drie tafeltjes verder elke dag op hetzelfde tijdstip binnenkomt, maar steeds met een andere bontjas, nu eens sabel dan weer persianer, dat, zoals zijn voorganger vertelde, de in november 1980 overleden Italiaanse schilder Da Chirico hier een stamgast was en in zijn hart een goed, godvrezend mens was, dat… Maar hij kan nu niet langer de signorina die wil afrekenen over het hoofd zien.’

Een geweldige plek voor een welverdiende koffiepauze dus, waar je met de ANWB Kunstgids in de hand uren kan zitten om te lezen, te kijken en een route uit te stippelen. Als de andere bezoekers en de verhalen van de obers niet al je aandacht opeisen althans…

ANWB Kunstgids Rome
ISBN 9789018032647
€ 29,95

sep 03

Zoals beloofd vandaag een voorproefje van de nieuwe reisgids De smaak van Rome. In deze gids staan de belangrijkste bezienswaardigheden van Rome op overzichtelijke wijze beschreven, met tips voor de beste culinaire tussenstops in de nabije omgeving. Zo voorkom je dat je in de toeristenfuik naast het Colosseum stapt of veel te veel voor een bord te gare pasta betaalt.

Mijn collega’s en ik zijn in Rome op zoek gegaan naar de gezelligste wijnbarretjes bij het Campo de’ Fiori, de lekkerste ijssalons in de kleine straatjes rondom het Pantheon, de beste restaurantjes rondom het Piazza Navona en alle andere gouden adresjes. Enkele inwoners van de stad hebben bovendien prijsgegeven waar zij het liefste naartoe gaan voor hun dagelijkse cappuccino, een lekkere pasta of een goed glas wijn en uiteraard delen we ook die tips graag met jullie!

Met deze gids vermijd je de gebaande toeristische paden en valkuilen en geniet je op elk moment van de dag van de echte smaak van Rome. Dat het geen sinecure was om deze gids samen te stellen, vertelt Willemijn van Dijk naar aanleiding van haar laatste reis naar Rome, waar ze de laatste adresjes verzamelde:

‘Ik werk aan een boek over Rome.’ ‘Oh, echt waar? Mag ik je telefoonnummer?’ Hmmm. Ik wil mijn werk goed doen, echt waar, maar de Italiaanse obers maken het me niet overal even gemakkelijk. En dit is pas een van de eerste adressen! Ik heb er nog minstens honderd te gaan…

‘Ik ben journaliste, uit Nederland, en we maken een gidsje met de beste adresjes in Rome,’ probeer ik vol goede moed. Het lijkt te werken. Althans, de jongeman doet water bij de wijn, op zijn manier: ‘Kan ik je dan op Facebook zoeken? Wacht, ik geef jou het mijne. Dan laat je me weten als het boek uitkomt.’ Ik maak een paar foto’s van de binnentuin van het prachtige Hotel Russie aan de chique Via del Babuino en maak dat ik wegkom. ‘Grazie! Ci vediamo su Facebook.’ Of niet.

Nu hoor je mij niet klagen. Zeg nou zelf: de dag dat je baas tegen je zegt dat je cappuccino, ijs, wijn en andere Italiaanse specialiteiten moet gaan proeven in Rome, is de dag dat je jezelf afvraagt of die zegen die de paus ooit over je uitsprak op het Sint Pietersplein soms echt heeft gewerkt. Maar iedere idylle heeft haar realistische keerzijde.

De harde realiteit van mijn Rome-opdracht bleek tweeledig. Probleem één: hoeveel kan ik precies eten, drinken en proeven op een dag? Probleem twee: hoe knoop ik gesprekken aan met Romeinen zonder dat ze dat direct interpreteren als een regelrechte verklaring van de uiterste vorm van bereidwilligheid? Het antwoord op de eerste vraag werd met de dag, letterlijk en figuurlijk, rekbaarder. Het tweede antwoord bleek lastiger, want spontane gesprekken met Romeinen zouden me helpen het boekje nog leuker, beter, echter te maken.’

Willemijn in Rome

Gelukkig voor ons zette Willemijn door (een verslag daarvan lees je in haar volledige column op www.desmaakvanitalie.nl), hetgeen resulteerde in een 168 pagina’s tellende gids die vanaf vandaag te koop is.

Volgende week donderdag reiken we een bijzonder exemplaar uit aan Rosita Steenbeek, Rome-kenner bij uitstek. Ook zij gaf haar persoonlijke tips om een verblijf in Rome nog leuker – en vooral lekkerder – te maken. Zal ik er alvast een verklappen? Nou vooruit, omdat het zo’n feestelijk gebeuren is, het verschijnen van een boek waar je met z’n allen met hart en ziel aan gewerkt hebt, drie tips van Romeinse vrouwen die weten wat lekker eten is:

‘Fantastisch Siciliaans ijs vind je net even buiten het centrum, bij Gelarmony. Echt de moeite waard om even voor om te lopen!’
Rosita Steenbeek, auteur van o.a. Thuis in Rome

‘Een bezoek aan Rome is niet compleet zonder een stuk pizza te hebben gegeten! De beste maken ze volgens mij bij La Fucina. De beste prosciutto, verse mozzarella… Als je hier een pizza eet kom je als een echte kenner naar buiten.’
Cristina Bowerman, chef-kok Glass Hostaria in Trastevere

‘Mijn favoriete winkel in de stad is Spazio Sette. Van keukenschort tot leren bank; hier hebben ze echt van alles. Eigenaar Edoardo, een getalenteerd architect, is de ziel van de winkel.’
Giuseppina Torregrossa, auteur van o.a. De proefster

Meer van deze tips lees, zie en proef je in

De smaak van Rome
ISBN 9789025749866
€ 15,00
uitgegeven door De Smaak van Italië i.s.m. Dominicus

Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, hebben we alle adresjes ook verzameld in een supersonische iPhone-applicatie. Dankzij de unieke offline navigatie (met gouden kompas) weet je precies hoe je moet lopen om al die lekkere adresjes niet te missen. Als je de app eenmalig gedownload hebt, heb je alle adressen en de bijbehorende informatie altijd en overal bij de hand. Je betaalt dus geen extra kosten voor gebruik van internet in het buitenland.

De app bevat net als de gids ruim 150 unieke adressen voor koffie, ijs, aperitief, lunch, diner en culinair shoppen. Per adres krijg je niet alleen een uitgebreide beschrijving plus een duidelijke foto (zodat je het eenmaal in Rome makkelijk herkent) maar ook gegevens als telefoonnummer en webadres, zodat je (al voor je naar Rome afreist of in je hotel) een tafeltje kunt (laten) reserveren.

De app kost € 3,99 en is te downloaden in de AppStore. Heel wat goedkoper dan een persoonlijke gids, alhoewel mijn collega’s en ik uiteraard ook altijd meer dan bereid zijn om als persoonlijke gids op te treden. We moeten immers regelmatig voor nieuwe updates en adresjes zorgen, en bovendien zijn we Rome nog lang niet moe… Het gezegde Roma, non basta una vita onderschrijven we dan ook direct.

Daarom wandelen we ook op Ciao tutti komende weken door Rome. Maar eerst genieten we nog een paar dagen van Italië in eigen land, met nieuwe Italiaanse boeken en evenementen, maar na de eerder genoemde pranzo op 8 september gaan we echt weer op weg naar het zuiden. Reizen jullie mee?

Getagd met:
mei 23

Geen keuken zo populair als de Italiaanse keuken. Het grote Italië-nummer van delicious. staat bol van bekende en minder bekende Italiaanse gerechten. De culinaire optelsom van smaak, eenvoud en stijl staat daarbij centraal.

In het nieuwe nummer van delicious. – dat vanaf nu overal verkrijgbaar is – vind je onder andere een klassiek Italiaans vijfgangendiner, gegratineerde artisjokken, een freestyle pizza van Yvette van Boven, ijssandwiches met amandelbiscotti naar een recept van Bill Granger en ravioli van Il Mattarello. Jamie Oliver gaat aan de slag met de lekkerste citroenen, terwijl Mr. Kitchen samen met de Romeinse sterrenchef Antonello Colonna aan de slag gaat met knoflook. Volgens Colonna is een gerecht zonder knoflook namelijk als een orkest zonder viool. En zo is het maar net, vindt mr. Kitchen. Dit culinaire duo ging op onderzoek in Nederland, vond een teler van maar liefst 200 knoflooksoorten en kookte er vijf gerechten mee. Alvast een kijkje in de inhoudsopgave, want beeld zegt in dit geval meer dan woorden:

 

Uiteraard is erook genoeg Italiaanse zoetigheid te vinden in deze Italië-special. Zucchero non guastò mai vivanda, zeggen de Italianen, ofwel: suiker verpest geen spijs. Het is geen geheim dat de Italianen dol zijn op zoet. Ze ontbijten met een zoet broodje en bij de maaltijd ontbreekt het dessert nooit. Uit het grote Italië-nummer van delicious. komt dit onweerstaanbare nagerecht: espresso-koffiegranita.

Ingrediënten
(8 personen)

750 ml hete, heel sterke espresso of filterkoffie
125 g rietsuiker
evt. Italiaanse biscotti of amaretti, voor erbij

Schenk de koffie in een grote diepvriesdoos en voeg de suiker toe. Roer tot de suiker is opgelost en laat afkoelen. Dek de doos, als de koffie koud is, af en zet circa 2 uur in de vriezer, of tot zich ijskristallen hebben gevormd aan de randen van de doos. Neem uit de vriezer en roer met een vork om het ijs te breken. Zet terug in de vriezer.

Schraap het ijs elke 1 tot 2 uur met een vork los tot het mengsel een sneeuwachtige consistentie heeft. Dit duurt, afhankelijk van je vriezer en de vorm van je vriesdoos, 3 tot 5 uur. Schep de granita in glazen en serveer met de biscotti. Als je de granita langer van tevoren maakt, zet hem dan 15 tot 20 min. in de koelkast om wat zachter te worden voor je hem in de glazen schept.

Trek in meer Italiaans lekkers? Het grote Italië-nummer van delicious. ligt nu in de winkel voor €5,50. Liever een abonnement? Klik dan hier

Getagd met:
mei 04

Iedereen is het erover eens: tiramisù is absoluut het heerlijkste Italiaanse dessert. De in zachte room gedrenkte laagjes biscuit, koffie en chocola kan niemand weerstaan. Het succes heeft zeker te maken met de grappige naam (tiramisù betekent letterlijk ‘trek me op’), maar vooral ook met het feit dat het zo makkelijk te maken is.

Tiramisù lijkt namelijk een bewerkelijk nagerecht, maar het is eigenlijk heel gemakkelijk te maken! Er hoeft niets gekookt of gebakken te worden. Er zijn slechts savoiardi, lange vingers, voor nodig – gedrenkt in koffie (met eventueel wat likeur), zodat ze zacht worden – die in laagjes worden opgestapeld met daartussen suiker en een mengsel van eieren en mascarpone.

In Tiramisù onthult Laura Zavan alle geheimen van een echte lekkere tiramisù, gevolgd door 29 heel verschillende recepten. Op Ciao tutti vandaag het recept voor de enige echte tiramisù:

Ingrediënten
(Voor 6 personen)

6 eierdooiers
250 gram suiker
500 gram mascarpone
30 savoiardi of lange vingers
30 cl sterke, gezoete koffie
2 eetlepels bittere cacao

Klop het eigeel met de suiker tot een schuimige massa. Voeg de mascarpone toe zodat een soepele room ontstaat. Doop de koekjes in de koffie en leg ze op een rond bord. Verdeel de helft van de room gelijkmatig over de laag biscuits. Leg er vervolgens weer een laag in koffie gedrenkte koekjes op en daarna nog een laag mascarponeroom. Strooi de cacao erover en zet de tiramisù minstens twee uur in de koelkast.

Voor wie de smaak te pakken heeft: Tiramisù bevat zoals gezegd 29 recepten, dus na deze klassieker zijn er nog 28 variaties te maken en te proeven. Met vijgen, met limoncello, met frambozen, met meloen, met groene thee of met karamel… het klinkt allemaal even lekker!

De samenstelster, Laura Zavan, een Italiaanse die al jaren in Parijs woont, heeft elk nagerecht door haar vrienden laten proeven. Pas na hun goedkeuring verscheen het recept in dit boek. De hoeveelheden tiramisù die ze gemaakt heeft, zijn niet bij te houden. Wie doet haar dat na?

Tiramisù
Laura Zavan
ISBN 9789023012283
€ 9,95
uitgeverij Becht

Getagd met:
apr 09

Na de macabere catacomben van gisteren vandaag een vrolijker verhaal, al doet de titel misschien anders vermoeden. Maar wees gerust, de Sicilianen hebben niet zoals in India de koe tot heilig dier verklaard en een catacombe speciaal aan overleden koeien gewijd. Nee, het verhaal van de dooie koeien krijgt een heel andere wending…

Toen we na een bezoek aan de catacomben weer in de frisse lucht stonden, wilden mijn reisgenoot en ik eigenlijk nog maar één ding: koffie! Hoewel de catacomben zeker het bezoeken waard zijn, is de aanblik van al die dode mensen, ook al zijn ze lang geleden gestorven, niet bepaald bevorderlijk voor een positieve kijk op het leven. Het memento mori dat als een deken over de hele plek hangt, wilden we dan ook het liefst zo snel mogelijk omzetten in een carpe diem, het liefst met een caffè zoals alleen de Italianen die kunnen maken.

We togen dus naar een koffiebarretje, en bij hoge uitzondering ploften we neer aan een van de tafeltjes buiten. Hoewel ik normaal gesproken weiger om vijf keer zoveel voor mijn kopje koffie te betalen alleen omdat ik ‘m zittend opdrink, vond ik dat we dat nu wel verdiend hadden. Reisgenoot pakt direct zijn portemonnee om binnen te bestellen en vraagt of ik ook een cappuccino wil.

Ik kijk op mijn horloge. Half twaalf. Geen cappuccino meer, dus. Ik schud mijn hoofd en stelde voor due caffè te bestellen, gezien het tijdstip. Mijn reisgenoot haalt zijn schouders op. ‘Dat jij je aan die stomme Italiaanse regels wilt houden, best, maar ik heb zin in een grote cappuccino met veel schuim. Zeker weten dat je niet overstag gaat?’

Zeker weten. Ik zet mijn zonnebril op en haalde een boek uit mijn tas. Van de volgende confrontatie tussen een cappuccinominnende Nederlander en een traditionele Italiaan, of beter nog, Siciliaan, wil ik liever geen getuige zijn. Het blijft echter verrassend stil in het barretje. Heeft mijn reisgenoot zich zo gemakkelijk over laten halen om die cappuccino te laten varen?

Na een minuut of vijf komt reisgenoot weer naar buiten. Zonder koffie. Op mijn vragende blik antwoordt hij: ‘Ja, ik moest eerst naar de wc. En toen wilde ik mijn cappuccino bestellen, en toen zei de barman heel beslist dat er een moeka morta is. Of zoiets. En aangezien ik alleen een bestelling kan doorgeven, en geen idee heb wat zo’n man verder allemaal zegt, kom ik maar even vragen wat hij daarmee bedoelt…’

Ik schuif mijn zonnebril omhoog en kijk glimlachend naar hem op, met ogen die mijn binnenpretje waarschijnlijk al verraden, want hij kijkt me een beetje verstoord aan, zeker als de barman ook nog eens poolshoogte komt nemen om te zien wat we nu eigenlijk willen drinken. Ik doe – echt waar – mijn uiterste best om niet in lachen uit te barsten, maar tevergeefs. Terwijl de barman me een knipoog geeft, probeer ik reisgenoot uit te leggen dat de barman waarschijnlijk heeft gezegd: La mucca è morta, oftewel ‘De koe is dood.’

Als reisgenoot daarop reageert door heel serieus te vragen welke koe er dan is overleden en of deze Siciliaanse barman dat aan al zijn klanten meedeelt, kan ik mijn lachen echt niet meer inhouden. De barman heeft intussen onze conversatie welwillend aangehoord en komt uiteindelijk zelf maar uitleg geven, aangezien ik alleen maar harder moet lachen bij het zien van de verdwaasde blik van reisgenoot.

Hij tikt reisgenoot op de schouder en zegt: ‘La mucca è morta, we have no milk.’ Dan gaat er bij reisgenoot een lampje branden. ‘Aha, er zijn geen koeien dus ook geen melk. Dus ik kan helemaal geen cappuccino bestellen, ook al zou ik willen.’ Hij kijkt er zo trots bij dat ik hem maar in de waan van de dooie koeien laat. En zelf maar twee kopjes espresso ga halen bij de barman…

Getagd met:
preload preload preload