mei 09

‘Het Toscane van Sarah-Kate Lynch’s boeken is vol liefde beschreven en bevolkt met levendige personages. Een perfecte mix van reizen en romantiek,’ aldus Publischers Weekly, waarmee ze niets teveel zeggen over deze heerlijke nieuwe roman.

Lily en haar man Daniel lijken gelukkig: ze houden van elkaar, ze hebben een goede baan en een mooi huis. Maar dan vindt Lily een foto van Daniels andere gezin – vrouw, dochter en zoon – dat hij er blijkbaar op na houdt in Italië. Impulsief als nooit tevoren boekt Lily een reis naar Italië, om zelf te zien hoe het zit.

In het Toscaanse dorpje Montevedova is een klein bakkerijtje, eigendom van de negentigjarige zussen Violetta en Luciana. Violetta is de leider van Het Geheime Genootschap van Sokkenstoppende Weduwen, een verzameling van twaalf oude vrouwtjes die échte liefde gekend hebben, en die het tot hun missie hebben gemaakt om mensen met een gebroken hart een nieuwe liefde te bezorgen.

Als Lily het dorp Montevedova in komt rijden, zien de Sokkenstoppende Weduwen hun kans schoon om het hart van dorpslieveling Alessandro te lijmen – en terwijl Lily op zoek is naar het gezin van de foto, wordt een uitgebreid plan in werking gezet…

Een fragment:

Violetta strompelde naar de kelder om de andere weduwen gezelschap te houden. Ze leken niet echt blij.
‘Jullie hebben ongelijk!’ schreeuwde de ene groep tegen de andere.
‘Nee, júllie hebben ongelijk!’ schreeuwde de andere groep terug.
‘Jullie hebben allemáál ongelijk!’ riep een splintergroepering.

Violetta dacht dat de ruzie over Lily en Alessandro ging. Ze beet op haar lip en schuifelde naar haar zus die net een glas vin santo achteroversloeg.
‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Violetta fluisterend.
‘Fiorella had een torta della nonna meegenomen,’ legde Luciana uit en ze wees naar de tafel waar nog maar een paar kruimeltjes op een gekreukt papieren bord lagen.

‘Wát heeft ze gedaan?’
‘Ze had een torta della nonna meegenomen en die smaakte verrukkelijk, maar daardoor is er een soort discussie ontstaan,’ zei Luciana.
‘Voor het deeg moet je hele eieren gebruiken,’ riep iemand kwaad.
‘Nee, alleen de dooiers!’
‘Alleen geraspte sinaasappelschil.’
‘Nee, vanille!’
‘Nee, een eetlepel olijfolie!’
‘Of een torta della nonna goed is, is niet afhankelijk van het deeg, maar van de vulling!’
‘Ricotta,’ riepen een paar weduwen.
No ricotta,’ riep iemand anders.

Violetta liep naar het centrum van deze verhitte strijd en legde de vrouwen met één blik het zwijgen op. Ze keek naar Fiorella die rustig op een stoel zat terwijl de kruimels in haar decolleté vielen.
‘We eten géén torta della nonna tijdens vergaderingen van Het Geheime Genootschap van Sokkenstoppende Weduwen,’ zei Violetta op kille toon. ‘Dan eten we cantucci.’
‘O, is dat zo?’ snauwde Fiorella. ‘Wie zegt dat?’
‘Dat zeg ik,’ antwoordde Violetta.

Weduwe Mazzetti zwaaide met het reglement, ook al baalde ze er ontzettend van dat zij niet ook een paar plakken van die heerlijk uitziende torta had gehad.
‘Dat zeggen de regels,’ bevestigde Violetta.
Fiorella was niet gewend aan vrouwelijk gezelschap, of aan welk gezelschap dan ook, en begon de indruk te krijgen dat ze er niet heel goed in was. ‘Het is maar dolci. Ik dacht dat een paar van ons wel een opkikkertje konden gebruiken.’

‘Ach, laat het toch! Zijn we echt van plan die bekakte Amerikaanse ijsprinses te helpen?’ vroeg weduwe Ercolani. Ze had last van indigestie, zodat ze helemaal geen torta had gehad, hoewel ze misschien inderdaad wel een opkikkertje had kunnen gebruiken. ‘Volgens mij vragen we om problemen als we er een buitenlandse bij betrekken,’ voegde ze eraan toe. ‘En wie zegt me dat ze Alessandro hier niet weghaalt nadat wij ons aandeel hebben geleverd?’

Weduwe Benedicti had hier helemaal niet aan gedacht en wendde zich in paniek tot Violetta om geruststelling.
Officieel was het genootschap een democratie, zodat besluiten bij meerderheid genomen moesten worden, maar in werkelijkheid was Violetta de leidster en zou dat altijd blijven ook. Ze was zoiets als de dalai lama, maar dan in het zwart gekleed.

De waarheid was dat Violetta altijd het gevoel had gehad dat zij een zesde zintuig bezat als het om de liefde ging, en in dit opzicht kreeg ze steun van Luciana, die vijfeneenhalf zintuig bezat.
Meestal wist ze precies wat er wel of niet gedaan moest worden, maar vandaag rinkelden er geen belletjes, flitsten er geen tekenen en was haar geest zo troebel als minestrone. Was Alessandro echt hun calzino rotto? En was Lily echt de vrouw die zijn gebroken hart moest genezen?’

Of Het Geheime Genootschap van Sokkenstoppende Weduwen erin slaagt Lily te koppelen aan Alessandro lees je in

Dolci d’Amore
Sarah-Kate Lynch
vertaald door Jolanda te Lindert
ISBN 9789032512729
€ 16,95
uitgeverij De Kern

Bestel dit heerlijk boek via deze link bij bol.com!

jul 09

In Italië is de verleiding groot om lekkers in te slaan voor de dagen dat ik in Nederland ben. Geef mij maar cantuccini, panforte en ricciarelli in plaats van speculaasjes, spritsen of jan hagel… Ik heb vooral een zwak voor amaretti, een soort bitterkoekjes, maar dan veel en veel lekkerder. Niet alleen omdat ze zo lekker zijn bij een kopje koffie, maar ook omdat ze zo mooi verpakt zijn. Elk koekje is opgerold in een kleurig papiertje met gouden opdruk, dat aan de uiteinden is opgerold zodat je een soort toffee krijgt. En alsof dat nog niet genoeg is, kun je de amaretti in prachtige geschenkdozen en –blikken kopen, hetgeen de verleiding nog groter maakt…

Bijna al mijn vrienden hebben inmiddels dan ook een of meer koekblikken van Virginia Amaretti in hun keuken(kastje) staan. De combinatie van het zien van al dat moois en lekkers en de geur van versgebakken koekjes vertaalt zich in een enorme tas culinaire cadeautjes. Want Italianen zijn meesters van het detail: ze bakken niet alleen perfecte koekjes, ook van het inpakken van deze heerlijkheden maken ze een waar feestje.

Soms sla ik een beetje te enthousiast in, en blijft er een zak amaretti ‘over’. Dankzij een vriendin die haar passie voor Italië bijna dagelijks vertaalt in de lekkerste recepten, ontstond uit dit overschot echter een nog lekkerder traktatie: een torta di amaretti. Vandaag ook voor jullie allemaal het recept. Haal dus snel een voorraad amaretti in huis!

Ingrediënten

250 gram cakemeel
200 gram roomboter
200 gram witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
2 ml amandelessence  amandelsmaak
2 eieren
5 tot 8 eetlepels melk
50 gram harde kleine amarettikoekjes
handje zoete gehakte amandelen

Verwarm de oven voor op 160 graden.

Klop de roomboter zacht en romig. Voeg dan de basterdsuiker en de vanillesuiker toe en doe de eieren er een voor een bij. Klop alles circa 3 minuten met de mixer op hoogste stand tot een glad beslag.

Doe de amarettikoekjes in een schaaltje en schenk er een heel klein laagje water over. Zet het schaaltje kort in de magnetron, zodat de amaretti zacht worden en je er een papje van kunt maken. Roer dit, samen met het cakemeel, de amandelessence en de melk door het beslag. Klop alles nog 1 minuut goed door met de mixer op de hoogste stand.

Doe het beslag in een ingevette cakevorm van ca. 28 cm (of in een springvorm met een doorsnede van ca. 24 cm) en garneer met de gehakte amandelen. Plaats de vorm in de voorverwarmde oven en bak de cake in 60 tot 70 minuten goudbruin en gaar. Stort de cake op een rooster, laat hem afkoelen en bestrooi hem met een beetje poedersuiker.

Deze cake is overigens ook heerlijk als zoet Italiaans ontbijt, met een schuimige cappuccino. Dat wordt een nog grotere voorraad amaretti inslaan in Italië…

Getagd met:
apr 12

We blijven vandaag nog even op de Eolische eilanden, op Lipari om precies te zijn. In het verrukkelijke kookboek Lente in Sicilië, dat net is verschenen, vond ik namelijk een recept voor koekjes van dit eiland die zo bijzonder lekker zijn dat ik jullie het recept niet wilde onthouden. Ik zou zeggen; eerst boodschappen doen, de koekjes in de oven en dan straks met een kopje koffie en een schaaltje koekjes verder lezen over dit heerlijke kookboek dat de smaak van Sicilië bij je thuis brengt.

Ingrediënten
(voor circa 25 nnacatuli liparesi – gevulde koekjes van Lipari)

Voor het deeg:
500 g zelfrijzend bakmeel
2 biologische eieren plus 1 biologische eidooier
60 g fijne suiker
150 g boter op kamertemperatuur
1 tl puur vanille-extract

Voor de vulling:
200 g gemalen amandelen
200 g fijne suiker
2 tl gemalen kaneel
paar druppels rozenwater
rasp van 1 biologische citroen
1 biologisch eiwit

Verwarm de oven voor op 200 °C. Draai de ingrediënten voor het deeg in een keukenmachine tot een samenhangend geheel. Maak er een bal van, wikkel die in vershoudfolie en leg hem 30 minuten in de koelkast. Maak de vulling door alle ingrediënten te mengen tot een kleverige pasta.

Rol het deeg op een met bloem bestoven werkblad uit tot ongeveer 3 mm dikte. Snijd er cirkels uit van ongeveer 8 cm doorsnede. Leg bij elke cirkel op één helft een theelepel van de vulling. Vouw de cirkels dicht, zodat het halve maantjes worden. Druk de randen met een vork stevig dicht.

Bekleed een bakplaat met bakpapier. Prik gaatjes in de bovenkant van de koekjes en leg ze op de bakplaat. Bak ze in 6-8 minuten goudbruin. Neem de koekjes uit de oven en laat ze afkoelen op een rooster. Ze blijven luchtdicht verpakt 4-5 dagen goed.

Lente in Sicilië
In Lente in Sicilië ontdekken Manuela Darling-Gansser en fotograaf Simon Griffiths het eiland in de lente, als Sicilië op zijn mooist is. Net als het landschap heeft ook de Siciliaanse keuken een eigen karakter en een bijzondere variëteit. Exotische Arabische specerijen, zachte verse ricotta, pasta met sardines, tonijn en zwaardvis, beroemde desserts en een overdaad aan verse groente, sinaasappels, limoenen en pistachenootjes.

De Sicilianen zijn het er over eens, het beste eten wordt thuis bereid. De verleidelijk en makkelijk te maken recepten van Manuela vinden hun oorsprong dan ook in de keukens van Sicilianen, van de kleurrijke insalata pantesca tot de zoete cannoli. Maar Lente in Sicilië is meer dan alleen een kookboek, het is een zinnenprikkelende reis naar het hart van dit eiland, naar de culturele en culinaire hoogtepunten, naar de mensen die er leven en trots de mooiste plekken van het eiland laten zien.

Dankzij de prachtige foto’s reis je echt met de auteur en de fotograaf mee. Je kijkt mijmerend uit over een rotspartij, loopt watertandend langs de kleine pasticcerie waar de koekjes hoog opgestapeld voor de ramen liggen en proeft bijna het zout op je lippen als je de kleurrijke foto’s van de kleine haventjes ziet. Met Lente in Sicilië waan je je even op dit zonnige eiland. Laat de Siciliaanse lente maar komen!

Lente in Sicilië
Manuela Darling-Gansser & Simon Griffiths
ISBN 9789077740804
€ 29,95
uitgeverij De Boekenmakers i.s.m. Edicola Publishing

Getagd met:
mrt 05

Gisteren heb ik me de hele dag lopen verheugen op het moment van thuiskomen. Daar wachtte namelijk het nieuwe kookboek van Gordon Ramsay op me, met een heerlijk toetjesrecept dat ik wilde uitproberen. De boodschappen waren al in huis, dus het enige wat ik nog moest doen om een heerlijk Italiaans toetje te kunnen eten was Ramsay’s aanwijzingen volgen.

Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want de aantrekkingskracht om voor het koken toch nog even lekker door het boek te bladeren is groot, te groot misschien wel. Dat komt vooral door de geniale opzet van Ramsay’s boek. Ramsay’s beste menu’s is namelijk een echte mix & match. Letterlijk, want het kookboek bestaat uit in drieën gesneden pagina’s die je los van elkaar kunt omslaan. Een stuk pagina voor de voorgerechten, een voor de hoofdgerechten en een voor de desserts. Samen goed voor 192 recepten en maar liefst 140.000 verschillende combinaties!

De recepten zijn zoals we die van Gordon Ramsay gewend zijn, ‘homemade’ dus, met seizoensproducten, en zonder geneuzel, moeilijk verkrijgbare ingrediënten of rare experimenten. Een frisse salade van asperge en spinazie vooraf, gevolgd door een hoofdgerecht van karbonade en zoete aardappelen met appelpudding toe: in Ramsay’s optiek een fantastische, en heerlijk zomerse, combinatie. Dat het voorgerecht uit Frankrijk komt en het toetje uit Engeland maakt helemaal niets uit; het gaat om de tijd van het jaar.

Zo stelde Ramsay 52 basismenu’s samen – voor elke week van het jaar een ander menu dus – ingedeeld naar de seizoenen: een Spaans zomermenu, een Indiaas menu dat je het hele jaar door kunt serveren, een echt Brits wintermenu, een Italiaans herfstmenu… Maar ben je zo eigenwijs om je zomerse menu af te sluiten met een Frans en vooral winters appeltaartje: ach, wie houdt je tegen…

Ramsay zelf verklaart de keuze voor deze opzet als volgt: ‘De seizoenen hebben altijd veel invloed gehad op mijn kookkunst, want ik vind het heerlijk om ingrediënten te gebruiken wanneer ze op hun best zijn. De laatste tien jaar heb ik over de hele wereld gereisd, lokale keukens bestudeerd en restaurants geopend in verre oorden. Ik raak altijd weer geboeid door nieuwe smaken en combinaties van ingrediënten die ik nog niet eerder ben tegengekomen. Net als de seizoenen vormen ze een rijke bron van inspiratie voor onze menu’s.

Ik wilde mijn favoriete menu’s zo presenteren dat de recepten gemakkelijk te combineren zijn, seizoensproducten optimaal tot hun recht komen en diverse verrukkelijke gerechten uit andere landen worden geïntroduceerd. Dit bijzondere kookboek maakt dat mogelijk – op een aantrekkelijke, veelzijdige en overzichtelijke manier. Eet smakelijk!’

Eigenlijk is elke match in dit opzienbarende kookboek een schot in de roos. Het komt immers allemaal uit de koker van een van ’s werelds beste en bekendste chefs, die je, als in drieën gedeelde ‘aankleedpop’, ook zelf even uitlegt hoe je zijn unieke menu’s gebruikt. Links staan de foto’s – om van te watertanden zo mooi – en rechts de recepten, overzichtelijk gerangschikt op nummer en herkenbaar aan verschillende frisse kleuren.

Genoeg uitgewijd nu, ook voor jullie het recept van dit heerlijke Italiaanse toetje uit de keuken van Ramsay, nectarines uit de oven met amarettiroom!

Ingrediënten
(voor 4 personen)

4 rijpe, maar stevige nectarines
olie
3-4 eetlepels poedersuiker
8 klontjes boter

Voor de amarettiroom:
150 ml slagroom
250 g mascarpone
1 eetlepel amaretto (likeur) of melk
50 g amaretti (zachte amandelkoekjes), verkruimeld

Verwarm de oven voor op 200 °C. Halveer de nectarines, verwijder de pitten en leg de nectarinehelften met de gesneden kant omhoog op een licht met olie ingevette bakplaat.

Bestrooi de nectarinehelften met de poedersuiker en leg in de holte waar de pit heeft gezeten een klontje boter. Bak de nectarines 10 tot 12 minuten, of de suiker iets gekaramelliseerd is. Neem 4 ondiepe schaaltjes, leg in elk schaaltje 2 nectarinehelften en laat ze gedurende 5 minuten iets afkoelen.

Maak in de tussentijd de amarettiroom. Klop de slagroom tot zachte pieken. Roer in een andere kom de mascarpone en de amaretto (of de melk) tot een smeuig mengsel. Spatel dit door de slagroom. Schep er twee derde van de verkruimelde amaretti door en schep de room in een schaaltje. Bestrooi met de rest van de verkruimelde amaretti. Serveer de gebakken nectarines met de amarettiroom.

Buon appetito – en niet vergeten je vingers af te likken!

Meer Italiaanse en andere gerechten vind je in

Ramsay’s beste menu’s
Gordon Ramsay
ISBN 9789021539904
€ 24,95
Kosmos Uitgevers

dec 17

Na het heilige wonder van gisteren (ja, het bloed vloeide, dus de Napolitanen konden hun geluk niet op) vandaag een culinair wonder, dat anders dan de Napolitanen je graag doen geloven niet in Napels is bedacht maar in Polen. Het schijnt dat de hoogbejaarde koning Stanislas Leszczynski wanhopig was omdat hij niet sterk genoeg meer was om een stuk van zijn lievelingsgebak, de tulbandcake, af te snoepen. In plaats van zich hierbij neer te leggen, liet hij een van zijn onderdanen wat sterke drank over de cake heen gieten, zodat de cake zachter werd en hij er moeiteloos van kon genieten. Omdat hij op dat moment net de verhalen van Duizend-en-een-nacht aan het lezen was, noemde hij deze zompige cake babà, naar Ali Baba die net als hij de confrontatie moest aangaan, maar dan met veertig rovers in plaats van met een tulband.

De babà is vervolgens via Frankrijk in Napels beland, in de tijd dat de Franse koks het aan het Napolitaanse hof voor het zeggen hadden. De babà wordt bereid in een speciaal vormpje, waardoor het de karakteristieke vorm van een hoge paddenstoel krijgt. Ondertussen is de babà in Napels zo populair, dat de Napolitanen ervan overtuigd zijn dat het recept toch echt uit Napels zelf afkomstig moet zijn. Pools of Napolitaans, het is in elk geval zeer geschikt als klein hapje bij de kerstkoffie of als dessert. Gebruik in plaats van rum ook eens limoncello, dat smaakt eveneens buonissimo en is net een tikje Napolitaanser!

Babà al rum
(voor 10 babà’s)

voor het deeg:
300 g bloem
30 g biergist
2 dl volle melk
3 eieren
200 g zachte boter
een snufje zout
75 g suiker

voor de siroop:
schil van een (biologische) citroen
2 dl rum
100 g suiker
500 ml water

Maak eerst de siroop door de citroenschil, de rum en de suiker door het water te roeren. Breng aan de kook, laat even doorkoken en zeef dan de citroenschil uit de siroop. Houd de siroop op laag vuur warm.

Verdeel de bloem voor de babà’s in drie gelijke porties. Doe een zo’n portie (100 gram bloem) in een diepe mengkom. Los de biergist op in een bodempje water. Meng dit door de bloem. Schenk de melk erbij en meng alles met je handen goed door elkaar. Het deeg moet nog vrij vloeibaar zijn. Dek het deeg af met een schone theedoek en laat het een half uur rusten op kamertemperatuur.

Voeg na dit half uur de eieren, de in stukjes gesneden boter, de twee overgebleven porties bloem (200 gram), het zout en 60 gram suiker toe aan het deeg. Meng alles ongeveer een kwartier met een mixer, totdat het deeg loskomt van de randen van de kom. Dek het deeg dan wederom af met een schone theedoek en laat het nog eens 40 minuten rusten (wederom op kamertemperatuur).

Verwarm de oven voor op 180 °C. Beboter 10 babà-vormpjes en vul ze voor de helft met het deeg. Laat het deeg dan nogmaals rijzen, tot het tot net onder de rand van de vormpjes komt. Plaats de babà’s op een bakplaat en schuif deze in de oven. Bak de cakejes in 20 tot 25 minuten goudbruin en gaar.

Laat de babà’s even afkoelen, haal ze uit de vormpjes en schenk de siroop erover en klaar is je kerstlekkers!

 

Getagd met:
aug 31

Augustus was een maand vol ijs, dat is jullie vast niet ontgaan. In september dacht ik daarom maar een gezonder culinair product op Ciao tutti centraal te zetten, en wel olijfolie. Vandaag een goddelijke combinatie van beide producten: olijfolie-ijs.

Ingrediënten:
300 cc goed vanille-ijs
2 eetlepels sterk geurende extra vergine olijfolie
150 gram suiker
200 gram zwarte olijven, zonder pit
1 eetlepel maïzena
1 ei
50 amandelen
gedroogde rozemarijn
zout

Laat het ijs een beetje zacht worden. Meng de olijfolie erdoor en laat het in de vriezer weer hard worden.

Verwarm 100 gram suiker met een glas water. Laat zachtjes op laag vuur smelten. Voeg de helft van de olijven toe en laat 10 tot 15 minuten zachtjes pruttelen.

Giet af en rol de nog natte olijven door de suiker. Hak de olijven grof.

Meng de maïzena met het ei, de rest van de suiker, de fijngehakte amandelen en de gedroogde rozemarijn. Maak er kleine hoopjes van en leg deze op een ingevette bakplaat. Bestrooi met de gehakte olijven.

Bak de koekjes in een matig hete oven in 5 minuten lichtbruin. Laat de koekjes in een holle vorm afkoelen, zodat ze een mooie vorm krijgen.

Serveer een bolletje olijfolie-ijs met of in een olijvenkoekje. Bestrooi het geheel met de gekonfijte olijven.

Dit recept is afkomstig uit Olijfolie, geschreven door kok en olijfolie-importeur Manfred Meeuwig.

In zijn winkel in Amsterdam vind je een keur aan olijfolie; uit Italië natuurlijk, maar ook uit Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije en Frankrijk. Meeuwig verkoopt zijn olijfolie vanuit roestvrijstalen tanks. Daardoor kan hij de echt bijzondere olijfolie kopen, geproduceerd door kleine boeren die geen eigen flessen en distributielijn hebben. Natuurlijk kun je elke olijfolie eerst proeven en je kunt zelf kiezen hoeveel olijfolie je mee naar huis wil nemen. Zo kun je naast je eigen vertrouwde olijfolie ook steeds een nieuwe soort proberen!

Aangezien Manfred Meeuwig na al die jaren olijfolie importeren een enorme kennis heeft opgedaan, werd het tijd om deze kennis te delen met zijn klanten en andere olijfolieliefhebbers. Vandaar het boek Olijfolie, waarin hij niet alleen de lekkerste recepten met olijfolie prijsgeeft, maar ook vertelt over hoe olijfolie nu precies gemaakt wordt, waar olijfolie vandaan komt en hoe je olijfolie nu het beste kunt proeven. Na het lezen van dit boek heb je niet alleen een enorme trek, maar weet je ook nog eens heel veel meer over het groene goud dat ook buiten Italië zo geliefd is. Dus, zoals Meeuwig zou zeggen, check your oil!

Getagd met:
jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

Getagd met:
jul 10

Zijn de cantuccini in combinatie met de vin santo van gisteren de perfecte manier om de dag af te sluiten, een ontbijtje met un caffè en een handvol amaretti zorgt voor een heel ontspannen begin van de dag. Niks is lekkerder dan op een terrasje in het zonnetje de ronde zachte koekjes in je koffie dopen, genietend van de ietwat bittere maar tegelijkertijd zoete nasmaak van deze amandelkoekjes.

Frans van Munster denkt daar in Puglia, helemaal in het zuiden van Italië, volgens mij net zo over. Sterker nog, hij bedacht er een heel nieuwe term voor: lekkerissimo, een combinatie van het Nederlandse lekker en het Italiaanse buonissimo. Dubbel lekker dus! De term wordt inmiddels ook volop gebruikt door Frans’ Italiaanse vrouw Anna, zelfs als Frans kookt – ook al doet hij dat volgens Anna niet altijd op de traditionele manier.

Het volgende recept voor de echte Italiaanse amandelkoekjes, amaretti genaamd, is door Anna goedgekeurd om te worden opgenomen in Frans’ culinaire boek, dat hij uiteraard de titel Lekkerissimo heeft gegeven.

Frans: ‘Op Anna’s land staan de meest uiteenlopende gewassen. Natuurlijk zijn daar de olijfbomen, een stuk of vijftig. Verder staan er honderden kersenbomen. Ons deel van Puglia is beroemd om zijn kersen, omdat we op 350 meter hoogte zitten. Het is er minder warm dan bijvoorbeeld in het gebied richting de zee, dat veel lager ligt. Daar groeien de vijgen weer beter.

We hebben amandelbomen, kastanjebomen, hazelnoten, kweeperen, granaatappels, peren, mispels, druiven, vijgen, kaki, fichi d’India (een reuzencactus met eetbare vruchten), moerbeien en ik vergeet waarschijnlijk nog allerlei andere soorten. Eind februari beginnen de amandelbomen te bloeien. De glooiende groene heuvels worden versierd met duizenden witte pruiken.

De amandelen zijn rijp in september. We slaan ze met lange stokken uit de boom en net als olijven vallen ze op netten die onder de boom zijn gelegd. Daarna wordt de buitenste grove schil eraf gehaald en blijven de noten met hun harde bast over. Deze worden in de zon gedroogd.

Daarna brengen we ze naar een man die een vooroorlogse machine heeft, speciaal gemaakt om amandelen te breken. Met een oorverdovende herrie slaan kleine hamertjes de amandelen stuk, waarna ze gesorteerd worden op grootte. Voor amaretti worden behalve de gewone amandelen ook een kleine hoeveelheid bittere amandelen gebruikt. Dat mogen er echter niet te veel zijn, want in hoge doses zijn deze bittere amandelen giftig.’

Amaretti

Ingrediënten:
250 gram gepelde amandelen
30 gram bittere amandelen
200 gram suiker
3 eiwitten
schil van 1 citroen, geraspt

Breng 2 deciliter water aan de kook, kook de amandelen daar een minuut in en spoel ze af onder koud water. Je kunt nu heel makkelijk het schilletje eraf knijpen.

Laat een koekenpan heet worden en rooster de amandelen daarin tot ze een beetje kleur krijgen. Laat ze afkoelen.

Hak de amandelen zo fijn mogelijk in een keukenmachine of stamp ze fijn in een vijzel. Sla de eiwitten stijf.

Meng amandelen, suiker, eiwitten en citroenrasp goed door elkaar. Maak er balletjes ter grootte van een bitterbal van en leg ze op een ingevette en met meel bestoven bakplaat. Druk ze iets plat en zet ze in een voorverwarmde oven (150 °C). Zodra ze wat kleur krijgen, zijn de amaretti klaar.

Als ze afgekoeld zijn, kun je ze eten. Als er nog wat overblijft, kun je ze bewaren in een luchtdichte verpakking.

Nog meer culinaire belevenissen en lekkere recepten van Frans van Munster lezen en uitproberen? Met Lekkerissimo waan je je een aantal uren in Puglia. Risico is wel dat je meteen wilt afreizen naar de hak van de Italiaanse laars, om met eigen ogen de vismarkt in Bari en de witte stad Ostuni te zien, of om de bijzondere bewoners te ontmoeten die je door Frans’ verhalen in korte tijd leert kennen. Heerlijk voor een zomers (gedachten)reisje naar Puglia. Wat zeg ik, heerlijk? Nee, het is meer dan dat, het is om met Frans’ woorden te spreken lekkerissimo !

Bestel Lekkerissimo via deze link bij bol.com!

Getagd met:
jul 09

Vorige week schreef ik al over de uitgebreide selectie koekjes die je in Siena op elke hoek van de straat kunt kopen. Allemaal even vers, allemaal even lekker en heerlijk om bij een kopje koffie weg te knabbelen.

Gistermiddag at ik echter de meest goddelijke koekjes ooit. Dat kwam ook wel een beetje door het glaasje Vin Santo (letterlijk: ‘heilige wijn’) dat we erbij geserveerd kregen, maar ook zonder deze hogere macht waren de koekjes niet anders te omschrijven dan hemels.

Tijdens een verkenningstochtje door de nabije omgeving van Siena kwamen we terecht op het uitgestrekte domein van Poggio Antico (‘oude heuvel’), een restaurant met Michelin-ster. Maar dat wisten we op dat moment nog niet. We stapten dan ook onbevangen uit en bewonderden de wijn- en olijfgaarden die tot zover het oog reikten de omgeving domineerden.

Terwijl we dit idyllische Toscaanse vergezicht op film en foto probeerden vast te leggen, werden we hartelijk welkom geheten door Roberto Minnetti, naar later bleek de chef-kok van het restaurant, en – dat hoorde ik direct aan zijn accent – een rasechte Toscaan. Vol trots wees hij ons op ‘zijn’ wijndomein en vertelde hij hoe de druiven verwerkt worden tot wijn en grappa.

Toen hij hoorde dat we uit Nederland kwamen, duwde hij ons richting de keuken. Zelf verdween hij naar de kelder, om na korte tijd tevoorschijn te komen met een bord koekjes en een paar glaasjes lichtbruin vocht. ‘Vin Santo,’ fluisterde Roberto, met iets van ontzag in zijn stem. Heilige wijn, dat belooft wat, dacht ik.

Roberto schuift met zijn ene hand de tafel vrij en zet koekjes en wijn neer. Hij vertelt dat de combinatie van cantuccini, amandelkoekjes, en Vin Santo, eigenlijk een traditionele afsluiting is van een Toscaans diner. ‘Je moet de harde koekjes even in de zoete dessertwijn drenken,’ legt hij uit. ‘Maar waarom dan Vin Santo?,’ vraag ik. Hij grijnst breed en antwoordt: ‘Omdat deze wijn vroeger als miswijn werd gedronken, kreeg hij de naam Vin Santo, heilige wijn. De pastoor at er alleen geen koekjes bij…’ Genietend doopt hij zijn cantuccini in de Vin Santo, en wij volgen zijn voorbeeld.

Na deze goddelijke rustpauze moet Roberto weer aan de slag, en wij keren terug naar de auto om in een dorpje verderop cantuccini en Vin Santo in te slaan voor de thuisblijvers. Voor wie zelf aan de slag wil, volgt hier het recept van de enige echte cantuccini, dat Roberto nog snel voor ons opschreef:

Hemelse cantuccini

Ingrediënten:
500 gram bloem
200 gram amandelen
4 eieren
350 gram suiker
1 druppeltje vanille-essence
1 eetlepel honing
½ zakje gedroogde gist
zout

Verwarm de oven voor tot 100 °C en laat de amandelen in 10 minuten goed warm worden. Haal ze dan uit de oven en hak ze in grove stukken.

Klop de eierdooiers met de suiker en de vanille-essence. Klop de eiwitten stijf en spatel de eiwitten door het suikermengsel. Roer er ook de honing en de stukken amandel door.

Zeef de bloem en roer deze samen met een snufje zout door het amandelmengsel. Voeg dan de gedroogde gist toe en kneed alles tot een stevig deeg.

Maak van het deeg een lange rol van ongeveer 30 cm lang en 3 cm breed. Bak de rol een kwartiertje in een voorverwarmde oven (180 °C).

Haal de rol uit de oven en snijd er diagonaal stukjes van ongeveer 1 cm breed af. Laat ze even afkoelen en bak ze daarna nog eens 10 minuten in de voorverwarmde oven (150 °C).

Laat de koekjes voor gebruik een dag rusten. Bewaar ze in een luchtdicht afgesloten pot, zodat de cantuccini lekker knapperig blijven.

Getagd met:
jul 03

Siena is niet alleen de stad van paarden, maar ook van de lekkerste koekjes! Als je door de middeleeuwse straatjes loopt ruik je de zoete geur van versgebakken koekjes of de kruidige tonen van panforte die net uit de oven wordt gehaald. Ideaal voor bij een kopje koffie, en als je lang genoeg in Siena blijft kun je elke ochtend andere koekjes uitproberen.

Het meest bekend zijn waarschijnlijk de cantuccuni, langwerpige amandelkoekjes die net als beschuit twee keer gebakken worden. De koekjes bevatten naast amandelen ook meel, suiker, amaretto en enkele specerijen als kardemom, kaneel, kruidnagel en steranijs. Soms worden er ook nog stukjes chocolade aan het deeg toegevoegd. De cantuccini zijn de traditionele lekkernij van de Toscaanse provincie Prato (ten noorden van Siena), en daarom worden ze ook wel Biscotti di Prato (koekjes van Prato) genoemd. Ze worden in Italië vaak geserveerd als toetje, samen met een glaasje Vin Santo.

Ook de zachte, ronde amandelkoekjes, amaretti genaamd, worden vaak geserveerd als toetje, vergezeld van een glaasje likeur of een zoete dessertwijn. Amaretti houden het midden tussen kleine makarons en bitterkoekjes, maar zijn veel zachter van structuur. Volgende week een recept!

Weer een andere soort amandelkoekjes zijn de ricciarelli, die qua vorm lijken op de amandelvormige ogen van de Maria’s die worden afgebeeld op de prachtige schilderijen van de meesters van de Sienese school. De koekjes worden gemaakt van amandelen, suiker en eiwit en worden na het bakken royaal bestrooid met poedersuiker. Het verhaal gaat dat de Sienees Ricciardetto della Gherardesca, deze koekjes heeft geïntroduceerd toen hij na een lange reis terugkeerde van de kruistochten tegen de Turken. Op zijn kasteel bij Volterra zou de kok nachtenlang bezig zijn geweest om te weten te komen hoe deze koekjes nu precies gemaakt werden. Gelukkig wist hij het recept te achterhalen en kunnen we dankzij Ricciardetto en zijn kok ook nu nog genieten van de ricciarelli.

Als je dacht dat we nu de variatie aan amandelkoekjes hebben gehad, dan heb je het mis. De Sienezen kunnen op ontelbaar veel manieren variëren met suiker, amandelmeel, eieren en her en der wat extra toevoegingen. Zo wordt aan het amandeldeeg noten, kruiden, honing en soms gekonfijte vruchtjes toegevoegd om de traditionele cavallucci te bakken. Deze cavallucci hebben een lange geschiedenis; ze werden volgens de Sienezen al gebakken ten tijde van de heerschappij van Lorenzo il Magnifico (vijftiende eeuw). Ze heten toen alleen nog Biriquocoli; de naam cavallucci kregen de koekjes in de loop der tijd omdat ze vooral werden gebakken in de osterie op het platteland, waar de postkoetsen en reizigers te paard even stopten voor een drankje en een versnapering. Letterlijk betekent cavallucci namelijk ‘kleine paardjes’. Hoewel de cavallucci heerlijk zijn bij een kopje koffie, vormen ook deze koekjes een perfecte combinatie met een zoete dessertwijn.

De komende maand zal ik uiteraard van verschillende soorten koekjes het traditionele recept op Ciao tutti plaatsen, met wat leuke wetenswaardigheden, maar voor wie niet zo lang kan wachten en deze maand toch in de buurt van Siena is, volgen hier de lekkerste bakkers van de stad:

Antica Drogheria Manganelli
Via di Città 71-73, Siena

Consorzio Agrario Siena
Via Piangiani 9, Siena

Forno delle Campane
Via Salicotto 23, Siena
www.fornodellecampane.it

La Terra di Siena
Via Giovanni Dupré 32, Siena

Panificio Il Magnifico
Via dei Pellegrini 27, Siena
www.ilmagnifico.siena.it

Panificio San Girolamo
Via di San Girolamo 11, Siena

Pasticceria Bini
Via dei Fusari 9-13, Siena

Pasticceria Peccati di Gola
Via Piccolomini 43-45, Siena
www.pasticceria-peccatidigola.it

Pasticceria Sinatti
Via della Sapienza 36, Siena
www.pasticcerie-sinatti.it

Pasticceria Nannini
o.a. Via Banchi di Sopra 22-24
www.grupponannini.it

Pasticceria Nannini is de oudste bakkerij van Siena, met verschillende vestigingen door de hele stad. De etalages zijn altijd prachtig versierd, in juli en augustus uiteraard met vaandels in de kleuren van de verschillende contrada. Nu smaken de cavallucci, de ‘kleine paardjes’, extra lekker!

Getagd met:
preload preload preload