jul 04

Voor het zomernummer van De Smaak van Italië interviewde ik Giuseppina Torregrossa, van wie in augustus het nieuwe boek verschijnt, met de heerlijke titel De proefster. Over het interview kan ik natuurlijk nog niet veel verklappen, daarvoor moeten jullie maar even in de nieuwe Smaak duiken, maar ik mag jullie van uitgeverij Orlando wel alvast – letterlijk – een voorproefje geven van deze heerlijke roman!

De hoofdpersoon van De proefster is de Siciliaanse Anciluzza. Wanneer haar echtgenoot ervandoor gaat, blijft zij achter met twee kleine kinderen. Ze gooit noodgedwongen het roer om en begint, om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien, een winkeltje met typisch Siciliaanse producten. In de ruimte achter de winkel kookt ze vissoep, kneedt ze het deeg voor ricottataartjes, laat ze de blanc-manger met amandelen inkoken en frituurt ze aubergines voor de ratatouille.

Anciluzza verwelkomt dorpsbewoners en toeristen in haar winkel en ze stilt hun honger, in alle opzichten. Zo ontdekt onze hartstochtelijke winkelierster zowel voor als achter de toonbank de smaak van heerlijke, vluchtige liefde. De proefster is een gulzige en licht verteerbare Italiaanse roman, zoet als vijgen en fris als munt.

‘Vandaag waait de sirocco; rukwinden gaan tekeer, de zon brandt zo fel dat hij bijna alle schaduw verdrijft. Op het heetst van de dag zit ik in de winkel terwijl de ventilator ronddraait, en ik vraag me af hoe ik iets uit mijn handen kan krijgen met deze temperaturen. Absolute stilte, niemand in de buurt; zelfs de honden zijn bevangen door de hitte en rennen niet meer rond, maar liggen in de schaduw van de dokterspost te dutten.

Het lijkt of er iemand binnen is gekomen omdat het licht in de winkel minder fel wordt. Maar dat is schijn. Ik ben een beetje soezerig, zit met mijn hoofd tegen de toonbank geleund en de zweem van caponata die uit het restaurant komt, doet me eraan denken dat ik nog niet gegeten heb. Ik sta op en de schijn blijkt toch werkelijkheid: nee, ik ben niet alleen.

Tussen de dubbele, half openstaande winkeldeuren staat een grote man met een huid die zo gebruind is als een aubergineschil, zo glad en glanzend dat hij eruitziet als een olijf in zout water, en er hangt een geur van tomatensaus en zoetzuur om hem heen. Mijn benen worden week. De sirocco haalt rare grappen met me uit, denk ik, maar ik heb het me niet ingebeeld, hij is echt, zoals hij daar wijdbeens midden in de ruimte staat met zijn sterke voeten in leren sandalen, zijn lichte nagels scherp afgetekend tegen zijn donkere huid. De man heeft witte tanden en zwarte ogen die me verslinden, en ik zou wel een hapje van hem willen proeven, net als van de caponata die ik van plan ben te maken.

‘Wat wilt u drinken, of hebt u misschien honger?’ vraag ik zacht.
‘Wat jij wilt,’ antwoordt hij.
Dan neem ik hem mee naar de keuken, maar eerst doe ik de winkel op slot en hang het bordje ben even aan het lunchen op de deur, wat trouwens nog waar is ook. Ik begin rustig te koken en weet goddank zeker dat de dorpelingen, lamlendig door deze hitte, geen zin hebben de straat op te gaan en dat het bordje op de deur ze hoe dan ook op afstand houdt.

Ik ben goed in de keuken, ik kan van niets in een oogwenk iets lekkers maken waarvan de mensen steil achterover slaan. Ik besluit dat het caponata was waar ik trek in had, en dat het dus caponata zal worden ook.

Een beginneling zou er drie uur voor nodig hebben, maar ik niet, ik ben gewend om voor de kinderen, mijn echtgenoot en de hele familie te koken. Bovendien houd ik van koken; het geeft me een machtig en belangrijk gevoel.

Ik laat hem lekker zitten op een bamboe leunstoel die Fifidda op een of andere marktje op de kop heeft getikt. Hamed heet hij. Dat vraag ik hem niet, hij fluistert het me toe. Die witte tanden… Mijn blik glijdt steeds weer naar zijn mond en ik zou weleens willen weten hoe het is, na al die tijd zonder man! Nou ja, niet dat ik een excuus nodig heb, maar ik ben jong en Hamed is een stuk dat je niet gauw tegen het lijf loopt. Ik zou nooit naar hem op zoek gaan, maar hij is hier verzeild geraakt en ik ben alleen, ik doe er toch niemand kwaad mee als er bepaalde gedachten door mijn hoofd – en door mijn benen – gaan? Trouwens, misschien gebeurt er wel niets en blijf ik rein en kuis, zoals de pastoor graag zou zien. Ik kan me niet concentreren. Het is beter dat ik niet kijk, maar ik heb ineens ontzettende trek. In eten? Ach welnee, in hem!

Ik snijd de aubergine in blokjes en doe die in een kom met water en zout, een flinke portie, want ik heb echt honger. Bovendien is caponata altijd nog lekkerder als hij een dag heeft gestaan.’

Voor iedereen die nu zin heeft gekregen in deze heerlijke Siciliaanse ratatouille, het originele recept uit De proefster:

4 aubergines
4 grote rode, rijpe tomaten
100 gram groene olijven zonder pit
1 eetlepel gezouten kappertjes
1 selderijhart met de bladeren eraan
1 grote ui
extra vergine olijfolie
witte azijn
suiker
peper en zout
basilicum
1 theelepel gehakte amandelen

Was de aubergines, snijd ze in blokjes, bestrooi ze met zout en laat ze ongeveer een uur rusten zodat ze hun vocht en hun bittere smaak kwijtraken. Dep ze goed droog alvorens ze te frituren.

Ontvel de tomaten, snijd ze, verwijder de pitjes en bak ze in een beetje olie tot er een dikke saus ontstaat.

Fruit de gesneden ui en selderij in een ruime hoeveelheid olie in een braadpan. Voeg de kappertjes en de olijven toe, en na een minuut ook de tomatensaus. Breng op smaak met peper en zout en laat een minuut of tien pruttelen. Schenk er een glas azijn met een eetlepel suiker bij en laat het gedeeltelijk inkoken; voeg dan de aubergine toe en haal de pan van het vuur.

Schep op een bord en laat afkoelen. Strooi het amandelhaksel eroverheen en garneer met basilicum.

De proefster
Giuseppina Torregrossa
vertaald door Saskia Peterson-Kotte
ISBN 9789022959978
€ 18,95
uitgeverij Orlando

jun 15

Zomer in Toscane, dat roept beelden op van donkergroene cipressen, afgetekend tegen goudgele heuvels, van zwaluwen die over het dorpsplein scheren en van borden vol panzanella, de Toscaanse salade met tomaat en oud brood die met elke hap de zomer in Toscane in je mond tovert.

De keren dat ik deze simpele maar heerlijke salade at kan ik me bijna allemaal nog herinneren als de dag van gisteren, van de eerste keer op het kleine terrasje in een van de straatjes achter de Dom in Florence tot de laatste keer, gisteravond op het terras van vrienden in Siena. De salade maakt, net als Toscane zelf, keer op keer een onuitwisbare indruk (dat zoiets simpels zo lekker kan zijn) en verveelt nooit.

Het is een ideaal gerecht voor een lome zomeravond thuis, maar smaakt ook op de camping heerlijk. Moeilijk is het niet, en in de tijd dat de salade even moet staan, kun je alvast genieten van een glaasje Italiaanse wijn en een paar kleine hapjes. Bovendien heb je de ingrediënten altijd wel in huis, en ook op vakantie zijn ze op elke markt en bij elke dorpskruidenier verkrijgbaar. Tenslotte is het een prima manier om oud brood te gebruiken, een goed excuus dus om ruim in te slaan bij de bakker!

Ingrediënten
(voor 4 personen)

400 g boerenbrood
100 g ansjovis, in blik
5 stevige, rijpe tomaten
1 rode ui
2 eetlepels wittewijnazijn
een paar blaadjes basilicum
extra vergine olijfolie
peper en zout

Snijd het brood in blokjes en laat deze enkele minuten weken in een schaal met koud water. Knijp de blokjes brood goed uit en doe ze in een diepe schaal. Voeg de afgespoelde en in stukjes gesneden ansjovis, de in plakjes gesneden tomaten en de in ringetjes gesneden rode ui toe en meng alles goed door elkaar. Schenk er een beetje olijfolie en de wittewijnazijn overheen en breng op smaak met peper en zout. Garneer met de fijngesneden blaadjes basilicum. Laat de salade voor het serveren 20 minuten staan, zodat de smaken goed in kunnen trekken.

Uiteraard kun je de panzanella naar eigen voorkeur aankleden met olijven, mozzarella, tonijn of wat je maar lekker vindt, maar het originele recept is zo rijk van zichzelf, dat moet je minstens een keer geprobeerd hebben. Buon appetito!

Getagd met:
mei 30

Italiaans eten is niet alleen lekker, het is ook nog eens gezond. De levensverwachting in Italië is een van de hoogste in Europa. Dankzij het gebruik van olijfolie, veel verse groente- en fruitsoorten en weinig fastfood genieten Italiaanse oudjes op de kleine dorpspleintjes of voor hun favoriete barretje van hun oude dag.

Als je ooit een Italiaanse tomaat proefde, hoef ik je niet uit te leggen dat die vele malen lekkerder smaakt dan een kastomaat. Dat geldt ook voor de zongerijpte sinaasappels, versgeplukte basilicum en huisgemaakte pasta.

In het recent verschenen Medici in cucina doen Roelf Holtrop en Hans Morren uitgebreid verslag van de gezonde Italiaanse eetgewoonten en de medische consequenties van bepaalde gerechten of combinaties. Ze ontrafelen de geheimen van de mediterrane levensstijl en presenteren de lekkere, gezonde, voedzame recepten die ze de Italiaanse mamma’s hebben weten te ontfutselen. Het watertanden begint al bij de uitleg van de structuur van een Italiaans diner (van antipasto via een primo en secondo naar de dolci), maar wordt nog eens versterkt door de foto’s, bijvoorbeeld van een bos basilicum waar je bijna je neus insteekt, zo levensecht.

Dit prachtig uitgevoerde, anders-dan-anders kookboek bevat naast veel uitleg en recepten ook op ingrediënten of gerechten gebaseerde verhalen over onder anderen Caruso en Keats, plus paginagrote foto’s van de ingrediënten – maar dan net even origineler (al krijg ik persoonlijk een beetje buikpijn bij de foto van het gat in het hooi met een stukje wortel bij het recept van konijn met krieltjes en artisjokken).

De heren laten Plinius aan het woord als misschien wel het meest onmisbare ingrediënt van een Italiaanse maaltijd op tafel komt: knoflook. In zijn Naturalis Historia stelt Plinius:

‘Knoflook heeft een bijzonder krachtige werking en bewijst grote diensten bij verandering van water en leefomgeving. Slangen en schorpioenen verdrijft het door zijn geur, alle dieren zelfs, volgens sommige zegslieden. Om beten of steken te genezen kun je het drinken of eten of als zalf opsmeren. In het bijzonder is het heilzaam tegen hoornadders, wanneer men het in wijn drinkt en weer uitbraakt. […]

Bij slangenbeten werkt knoflook zeer effectief als het, samen met zijn loof geroosterd, in olie wordt opgestreken, hetzelfde bij kwetsuren op het lichaam, ook als ze al tot blaren zijn opgezwollen. Hippocrates is zelfs van mening dat door het te branden de nageboorte wordt uitgedreven en hij brengt met de as ervan, vermengd met olie, etterende zweren op het hoofd tot genezing. […] De werking is nog effectiever wanneer het vers wordt gedronken in onversneden wijn met wat koriander.’

Gelukkig is voorkomen nog altijd beter dan genezen – daarom vandaag een recept met knoflook uit Medici in cucina, en wel de bekende spaghetti alla puttanesca, spaghetti voor lichtekooien. De naam van deze pittige, hartige pasta verwijst naar het oudste beroep onder de vrouwen en is afkomstig uit de hoerenbuurt van Rome. Onduidelijk is of het gerecht bedoeld was om klanten te lokken of voor de hoertjes zelf, om kracht op te doen en het trieste leven nog wat smaak te geven.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

400 gram spaghetti
4 gezouten ansjovisfilets
2 teentjes knoflook
2-3 gedroogde rode pepertjes
30 ml olijfolie
30 gram roomboter
5-6 rijpe tomaten
150 gram zwarte olijven (ontpit)
1 eetlepel gezouten kappertjes
zwarte peper, vers gemalen
zout
1 half bosje peterselie, fijngesneden

Snijd de ansjovisfilets klein en snipper de knoflook. Maal de pepertjes fijn. Verwarm de olie en de boter op laag vuur en smoor daarin de ingrediënten. Blancheer de tomaten en ontdoe ze van de schil. Hak ze in blokjes. Spoel de kappertjes af om ze van hun zout te ontdoen. Voeg de tomatenblokjes, olijven en kappertjes toe en laat de saus 15 tot 20 minuten sudderen. Breng op smaak met peper en zout. Kook de pasta al dente en roer de saus door de pasta. Bestrooi de pasta voor het serveren met de peterselie.

Meer over medici in de keuken en wat voor lekkers dat oplevert, lees je in

Medici in cucina
Roelf Holtrop, huisarts (tekst & recepten)
Hans Morren (fotografie en vormgeving)
ISBN 9789080644878
€ 35,00
te koop in de boekhandel of via www.hansmorren.nl - via deze website zijn ook alle andere bijzondere kookboeken van Hans Morren en Roelf Holtrop te bestellen.

 

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards!

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com.

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/

Grazie mille enne… zeg het voort!

Saskia

mei 29

Vijf ingrediënten, plus wat olie, zout en peper uit de voorraadkast, dat is alles wat je nodig hebt om een indrukwekkend gerecht op tafel te zetten. Plus het smakelijke kookboek van James Tanner, Neem 5 ingrediënten – Snel, simpel en smakelijk koken.

Het idee achter dit boek is even briljant als simpel: maak met slechts 5 ingrediënten de lekkerste gerechten. Zolang de ingrediënten en de combinatie daarvan goed zijn, is alles mogelijk. Dat bewijst James Tanner met dit boek. Los van de verrassende eenvoud van de heerlijke gerechten, bespaar je door het gebruik van maximaal vijf ingrediënten veel tijd, zowel in de keuken als bij het boodschappen doen. Lekker en gezond eten kan met dit boek dus ook met minimale inspanning.

Als je thuis een gerecht maakt met maar vijf ingrediënten, is dat meestal omdat je geen tijd meer had om boodschappen te doen. In blinde paniek probeer je iets in elkaar te draaien met spullen uit de voorraadkast, waarvan de helft ook nog over de datum is. James Tanner laat in dit boek zien dat je met een minimaal aantal ingrediënten toch een maximaal resultaat kunt halen.

In Neem 5 ingrediënten staan bijna 100 makkelijke recepten die, behalve peper, zout en olie, niet meer dan vijf ingrediënten bevatten. De gerechten zelf zijn overigens allemaal net even anders of smaakvoller dan je zelf zou bedenken. Probeer eens de salade van venkel, sinaasappel, granaatappel en pecorino, de frittata met groene asperges en munt of de krablinguine met basilicum, citroen en rode pepers. Stuk voor stuk heel simpel, maar ook en vooral heel smakelijk!

Ga aan de slag met dit boek en je zult James Tanner voor altijd dankbaar zijn. Je tovert niet alleen snel iets op tafel dat makkelijk te maken is en waarvoor je niet met tassen vol boodschappen hoeft te sjouwen, je disgenoten genieten zeker ook van onbeschrijfelijk veel lekkers. Voor wie nog sceptisch is een voorproefje, de vijgentaart met mozzarella.

Ingrediënten
(voor 4 -6 personen)

375 gram vers (kant-en-klaar) zanddeeg
2 grote eieren
225 gram mozzarella, door een rasp gedrukt
(geeft niet als het verkruimelt)
225 gram ricotta
5 verse vijgen, in vieren
zeezout en fijngemalen zwarte peper

Verwarm de oven voor op 200 °C. Rol het deeg uit en bekleed er een taartvorm van 20 centimeter doorsnee (en bij voorkeur 5 centimeter diep) en met losse bodem mee. Leg een vel bakpapier op het deeg en vul de vorm met keramische bonen (of een andere blindbakvulling). Bak de bodem 20 minuten. Neem hem uit de oven en verwijder de vulling en het bakpapier. Verlaag de oventemperatuur naar 180 °C.

Klop de eieren los in een kom. Voeg de mozzarella en ricotta toe en meng alles tot een glad en romig geheel. Voeg zeezout en versgemalen zwarte peper toe.

Giet het mengsel op de taartbodem. Strijk de bovenkant glad. Bak de taart 30 minuten in de oven. Neem hem uit de oven en leg er de vijgen met de snijkant naar boven op. Bak de taart nog eens 10 minuten totdat de vijgen langs de randen beginnen te bruinen.

Neem de taart uit de oven en laat hem afkoelen op een rooster. Verwijder de bakvorm en snijd de taart in stukken. Serveer op kamertemperatuur. Buon appetito!

Meer heerlijke recepten met slechts vijf ingrediënten vind je in

Neem 5 ingrediënten
James Tanner
ISBN 9789021550015
€ 16,95
Kosmos Uitgevers

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards!

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com.

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/

Grazie mille enne… zeg het voort!

Saskia

Getagd met:
mei 23

Geen keuken zo populair als de Italiaanse keuken. Het grote Italië-nummer van delicious. staat bol van bekende en minder bekende Italiaanse gerechten. De culinaire optelsom van smaak, eenvoud en stijl staat daarbij centraal.

In het nieuwe nummer van delicious. – dat vanaf nu overal verkrijgbaar is – vind je onder andere een klassiek Italiaans vijfgangendiner, gegratineerde artisjokken, een freestyle pizza van Yvette van Boven, ijssandwiches met amandelbiscotti naar een recept van Bill Granger en ravioli van Il Mattarello. Jamie Oliver gaat aan de slag met de lekkerste citroenen, terwijl Mr. Kitchen samen met de Romeinse sterrenchef Antonello Colonna aan de slag gaat met knoflook. Volgens Colonna is een gerecht zonder knoflook namelijk als een orkest zonder viool. En zo is het maar net, vindt mr. Kitchen. Dit culinaire duo ging op onderzoek in Nederland, vond een teler van maar liefst 200 knoflooksoorten en kookte er vijf gerechten mee. Alvast een kijkje in de inhoudsopgave, want beeld zegt in dit geval meer dan woorden:

 

Uiteraard is erook genoeg Italiaanse zoetigheid te vinden in deze Italië-special. Zucchero non guastò mai vivanda, zeggen de Italianen, ofwel: suiker verpest geen spijs. Het is geen geheim dat de Italianen dol zijn op zoet. Ze ontbijten met een zoet broodje en bij de maaltijd ontbreekt het dessert nooit. Uit het grote Italië-nummer van delicious. komt dit onweerstaanbare nagerecht: espresso-koffiegranita.

Ingrediënten
(8 personen)

750 ml hete, heel sterke espresso of filterkoffie
125 g rietsuiker
evt. Italiaanse biscotti of amaretti, voor erbij

Schenk de koffie in een grote diepvriesdoos en voeg de suiker toe. Roer tot de suiker is opgelost en laat afkoelen. Dek de doos, als de koffie koud is, af en zet circa 2 uur in de vriezer, of tot zich ijskristallen hebben gevormd aan de randen van de doos. Neem uit de vriezer en roer met een vork om het ijs te breken. Zet terug in de vriezer.

Schraap het ijs elke 1 tot 2 uur met een vork los tot het mengsel een sneeuwachtige consistentie heeft. Dit duurt, afhankelijk van je vriezer en de vorm van je vriesdoos, 3 tot 5 uur. Schep de granita in glazen en serveer met de biscotti. Als je de granita langer van tevoren maakt, zet hem dan 15 tot 20 min. in de koelkast om wat zachter te worden voor je hem in de glazen schept.

Trek in meer Italiaans lekkers? Het grote Italië-nummer van delicious. ligt nu in de winkel voor €5,50. Liever een abonnement? Klik dan hier

Getagd met:
apr 15

Vandaag wandel ik met een aantal Ciao tutti-lezers door de Eeuwige Stad, volgens de route zoals ik die 7 maart hier op mijn weblog beschreef. Iedereen die niet mee kan wandelen maar wel wil genieten van het culinaire genot van Rome, moet even naar de winkel voor de nieuwe editie van La Cucina Italiana, met een prachtige reportage over de rijke keuken van Rome.

Hoofdredacteur Emil Rooijackers reisde voor deze reportage persoonlijk af naar Rome. Hij is helemaal lyrisch over al het moois dat de stad te bieden heeft: ‘Het besef dat je pal voor het Colosseum staat zorgt ervoor dat alle stress en vermoeidheid van de reis van je schouders vallen. Je kunt alleen maar denken: ‘Wat ongelofelijk mooi!’ Gelijksoortige gewaarwordingen zullen de rest van je bezoek aan de stad kenmerken. De kleuren van de stad, de pleinen en de fonteinen en met name de ontspannen sfeer en de hartelijkheid en humor van de Romeinen laten een onvergetelijke indruk achter. Elke keer weer.

Het is nu de zesde of zevende keer dat ik in Rome was en elke keer wil ik terug. Steeds ontdek je nieuwe dingen. Wat het precies is dat zo aantrekt is moeilijk te duiden, het is een soort samenspel van Romeinse historie, het gevoel van het centrum van de wereld dat er nog steeds rondwaart, de mensen, het eten, de zwerfkatten, een soort geruststellend gevoel van eeuwigheid. Wat het ook is, het is compleet verslavend. Het is ook geweldig om de afkorting SPQR op de putdeksels te zien. De strijdkreet en officiële naam van het Romeinse rijk, Senatus Populusque Romanus – de Senaat en het Volk van Rome. Dan weet je dat je echt in Rome bent.’

Ook Emils foto’s liegen er niet om, ze laten het mooiste en lekkerste van Rome zien. Ik mag jullie alvast een klein voorproefje geven:

Emil vertelt welke plekken je absoluut niet mag overslaan. ‘Als naïeve puber liep ik jaren geleden per ongeluk een Felliniaanse nachtclub met burleske danseressen binnen, om vervolgens ’s nachts de weg kwijt te raken en ineens voor een grote, mysterieus verlichte fontein te staan. Het was de Trevi-fontein. Het plein was verlaten en ik had het schouwspel voor mij alleen.

Dat waren mijn eerste en onvergetelijke indrukken van Rome. Een stad met zoveel gezichten, zoveel plekken en ervaringen dat je een leven lang nodig hebt om haar echt te leren kennen. Ze is groot, druk en toeristisch, maar keer een hoek om bij de Trevi-fontein en je loopt in een rustig steegje met een drinkfonteintje en een nieuwsgierig opkijkende zwerfkat.

Loop een blok van Piazza Navona en je staat op een pleintje omringd door klimplanten. Stap in een roeibootje in de vijver van Villa Borghese en je vergeet dat je in een stad bent. Wandel een kerk in en je staat oog in oog met een schilderij van Caravaggio. Ga een trattoria of restaurant binnen en je proeft de Romeinse keuken, een van de fundamenten van wat het centrum van een wereldrijk was.

Ik kan maar een ding zeggen: bezoek Rome en keer vooral terug. Laat je rondleiden in de werkkamer van keizer Augustus, loop over het Forum Romanum en voel je een Romeins senator. Bezoek alle musea, monumenten, kerken, parken, markten en feesten en geniet van de keuken van de eeuwige stad.’

Vergeet daarbij vooral ook niet de culinaire tips die Emil Rooijackers in zijn artikel noemt. Om thuis alvast voor te kunnen proeven een recept uit deze editie van La Cucina Italiana, met fave – tuinbonen – die nu in Rome volop verkrijgbaar zijn.

Carpaccio met tuinbonen en twee sausjes

Ingrediënten
(voor 8 personen)

400 g ossenhaas, in zeer dunne plakjes gesneden
150 g veldsla
120 g (verse) tuinbonen, gedopt
85 g (verse) doperwten
50 g wortel, schoongemaakt
bieslook
mosterd
azijn
extra vergine olijfolie
zout en peper

Blancheer de tuinbonen ca. 30 seconden. Giet ze af en dop ze nog een keer (zodat ze dubbel gedopt zijn). Snijd de tuinbonen in kleine stukjes en breng ze op smaak met zout, peper, een scheutje olijfolie en gesnipperde bieslook.

Snijd de wortel in plakjes en stoom de plakjes 7 tot 8 minuten. Pureer de wortel met 3 tot 4 eetlepels olijfolie, 2 eetlepels water, 1 tot 2 eetlepels azijn en een mespunt mosterd tot een zacht sausje.

Kook de doperwten ca. 5 minuten. Giet ze af en pureer ze met 3 tot 4 eetlepels olijfolie, 2 eetlepels water, 1 tot 2 eetlepels azijn en een mespunt mosterd.

Verdeel het vlees over de borden en leg in het midden een beetje veldsla en de tuinbonen. Maak af met enkele druppels van de beide sausjes en zet de sausjes in kommetjes apart op tafel.

Meer frisse lenterecepten en speciale recepten voor Pasen vind je in de nieuwe La Cucina Italiana, voor € 4,99 te koop in de boekhandel, kiosk of supermarkt. Een abonnement nemen kan via www.cucinait.nl Alvast veel lees- en kookplezier!

Getagd met:
mrt 25

Vorig jaar maakte Dylan van Eijkeren een culinaire reis door het land van pasta, buffelmozzarella en wijn. Hij bewerkte zijn ervaringen tot een nieuw reisboek, Het beste restaurant van Italië, dat zowel een ode is aan de Italiaanse keuken als een zoektocht naar de lekkerste adresjes door heel het land.

Hoewel eten centraal staat en er dagelijks een nieuwe culinaire uitspatting op de agenda staat, gaat het Van Eijkeren vooral ook om de ontdekking van het echte Italië. Hij vraagt locals om tips en komt zo terecht in de beste restaurants – uiteenlopend van een sterrenrestaurant op een magnifieke plek tot een eenvoudige trattoria in een achterafsteegje. Aan de hand van de lokale keuken onderzoekt Van Eijkeren de culturele en maatschappelijke verschillen tussen de Italiaanse regio’s. Het resultaat: een grappig, smakelijk en lichtverteerbaar reisverhaal.

Uiteraard komt Dylan van Eijkeren ook in Rome. Lees maar mee!

‘Op de plattegrond leek het een makkie, maar in de nazomerse ochtendwarmte blijkt het een uitputtingsslag om via de Engelenburcht en het Vaticaan naar de oude volkswijk Trastevere te wandelen. Daar bekijk ik de Via dei Salumi, waar geen worst te bekennen is. Wel zitten er meubelmakers, sieradenvrouwtjes en houtdraaiers, in piepkleine, primitief-toeristisch uitziende werkplaatsjes.

In de Via della Lungaretta, inderdaad een tamelijk lange straat voor trasteveriaanse begrippen, tref ik Osteria Ditta Trichetti naast A Restocampo, die als gezamenlijk motto voeren: ‘We are against war and tourist menu’. Dat klinkt goed, maar beide eettentjes zijn nog gesloten.

Ik moet vroeg lunchen want vanavond ga ik Romeins eten tot ik erbij neer zal vallen. Om de hoek, aan de piazza Santa Maria in Trastevere, tref ik Ristorante Sabatini in Trastevere: een toeristenval. Of?

Mijn theorie is dat Italianen zo hechten aan eten dat ze het zelfs voor toeristen goed willen serveren. Waar de wereld enigszins draaiende wordt gehouden door mensen die op koopjes uit zijn en mensen die koopjes verkopen, zodat iedereen de hele dag minder gelukkig kijkt dan nodig is, waar mensen op vliegvelden, campings, aan kusten en stranden, op bergen en bij watervallen, in pretparken en pannenkoekenhuizen troep te eten krijgen tegen afbraakprijzen, breek ik hier een lans voor de Italiaan.

Door die uitzinnige trots op die ouderwetse keuken is het voor de Italiaan genetisch vrijwel onmogelijk (op straffe van een brouille met moeder, in elk geval) beroerd eten te serveren. Natuurlijk barst het van de uitzonderingen en begint iedereen die ooit een dag in Italië is geweest nu te roepen waar je slecht kunt eten, maar de norm in Italië, het gemiddelde niveau, de culinaire standaard, die is simpelweg hoger dan elders ter wereld en ik zeg dat dat komt door die ijdele arrogantie.

Neem de branzino ofwel spigola (in het noorden noemt men zeebaars ‘branzino’, in het zuiden ‘spigola’, in Rome mag het allebei) die ik in Sabatini eet. Verser kun je ‘m je niet voorstellen, lekkerder moeilijk, en een simpeler bereiding is volstrekt onmogelijk. De tranen schieten er van in mijn ogen. Zo goed! De witte wijn, Santa Teresa Superiore uit Frascati – vlak bij Rome – van Fontana Candida, houdt zich er ijzersterk bij.

Leer me mezelf kennen. Als ik eenmaal de smaak te pakken heb, ben ik onstuitbaar. Dus bestel ik na de zeebaars (niet alleen wilde ik vroeg lunchen, ook zou ik weinig lunchen) een portie gefrituurde fiori di zucchini (courgettebloemen gevuld met buffelmozzarella en ansjovis), gegrilde aubergine (met afstand de beste die ik ooit at) en broccolipuntjes (idem, al is het ook de eerste keer), en bruschetta met tomaat en ansjovis.

Wat zeg ik: meer wil ik hier eten. Dat doe ik. Een spaghetti alla pescatora, een licht veredelde spaghetti alle vongole, die niet alleen naar de binnenkant van de schelpen smaakt; ik krijg het idee dat ik de binnenkant van een schelp bén.’

Dylan van Eijkeren vervolgt zijn culinaire weg in Rome en gaat ’s middags naar Testaccio, uiteraard niet zonder een bezoek aan delicatessenwinkel Volpetti (zie mijn eerdere artikel op Ciao tutti) en Birreria Palombi. ’s Avonds eet hij hier rigatoni alla pajata, zoals Van Eijkeren het zelf omschrijft: ‘geribbelde buisjespasta met twaalfvingerige darm’. Hoe dat smaakt, lees je in Het beste restaurant van Italië – de lekkerste reis aller tijden, net als Van Eijkerens andere culinaire avonturen in onder andere Bologna, Grosseto, Lucca, Parma en Milaan.

Buon viaggio!

Het beste restaurant van Italië – de lekkerste reis aller tijden
Dylan van Eijkeren
ISBN 9789044516128
€ 17,90
uitgeverij De Geus

Leggere, leggere, leggere
In het kader van Leggere, leggere, leggere ga ik straks aan iemand die toevallig over de Albert Cuyp wandelt blij maken met het boek Geschiedenis van mijn puurheid. Een mooie titel om uit te delen, zoals ik 4 maart al schreef. Maar ook aan iedereen die mij vandaag digitaal voorbij wandelt, schenk ik graag een boek. Wie kans wil maken op een boek uit mijn Italië-collectie, stuurt vandaag een mail naar winnen@ciaotutti.nl. En niet vergeten zelf ook een boek cadeau te doen aan een willekeurige voorbijganger natuurlijk!

mrt 06

Natuurlijk smaakt zo’n heerlijk Italiaans toetje uit de keuken van Gordon Ramsay (zie Ciao tutti van gisteren, 5 maart 2011) meer dan heerlijk – maar eerlijk gezegd ben ik ook wel benieuwd naar wat de inwoners van het huidige Italië tweeduizend jaren geleden aten.

Gelukkig kreeg ik hier dankzij Nicoletta Tavella al een klein beetje een indruk van. Zij organiseert op donderdag 26 mei een workshop met als onderwerp de keuken van het oude Rome. Nicoletta: ‘Tijdens deze workshop gaan we aparte, eeuwenoude gerechten maken uit het Oude Rome. De recepten zijn van Apicius, de befaamde schrijver van het kookboek De re coquinaria (‘De kunst van het koken’), van Cato de Oude en van andere, minder beroemde koks wiens culinaire creaties tot de dag van vandaag nog bekend zijn gebleven.

Wat we bijvoorbeeld gaan maken (en eten natuurlijk!) zijn gepocheerde eieren in een rijke saus van pijnboompitten, een heerlijke crèmesoep met tuinbonen en verse kruiden, laganum (voorloper van de moderne pasta), gebakken visballetjes met verschillende kruiden, specerijen en likeurwijn, en als dessert kastanjeballetjes met honing en gevulde dadels. Ook leer ik je hoe je het bekende garum (dé smaakmaker in de oud Romeinse keuken) zelf moet maken en van welke antipasti-hapjes de Romeinen al genoten.

Natuurlijk zullen we ook allerlei oude technieken gebruiken, zoals het koken in grote terracotta potten en het bakken van speltbroodjes op een platte, hete ‘pan’ en het bereiden van zachte kaaskoekjes op laurierblaadjes. We zullen geen wapperende slaven om ons heen hebben en misschien (of toch niet) met onze handen eten. Wat we wél gaan doen is de oude smaken zo intact mogelijk houden voor een originele en zeer interessante culinaire ervaring!’

Wie liever de keuken van het moderne Rome leert kennen, dat kan ook. Nicoletta is van alle markten thuis. Op zondag 8 mei ligt Rome even in Amsterdam! Nicoletta: ‘De hedendaagse Romeinse keuken verrast me altijd. Iedere keer dat ik in Rome ben geniet ik intens van de heerlijke en eerlijke gerechten die we ook tijdens deze wokshop gaan bereiden.

We beginnen met een recept uit de rijke Joodse traditie: fiori di zucchina ripieni, gefrituurde courgettebloemen, gevuld met onder andere buffelmozzarella. Een zelfgemaakte pasta met voorjaarsgroenten, een heerlijke stoofschotel met lam en citroen en twee bijgerechten horen ook bij dit Romeinse menu. En de ravioli dolci – zoete en krokante deegkussentjes uit de oven met een vulling die gearomatiseerd wordt met rum en chocolade – maken onze ‘Roman experience’ helemaal compleet.’

Ook dat klinkt niet verkeerd – zeker niet als je de woorden uit Nicoletta’s mond hoort. Waar komt haar passie voor Italië en Italiaans eten vandaag? Nicoletta: ‘Ik ben geboren en getogen in Italië. Ik ben geboren in Genua en opgegroeid in Bologna, in Novara (in de regio Piemonte) en vooral in Bari (Puglia).

Na mijn verhuizing naar Nederland – ik was toen 22 – heb ik vijftien jaar met heel veel plezier als tolk/vertaalster gewerkt. Daarna werd het tijd voor iets anders, iets nieuws… In 2001 begon ik met kookcursussen te geven aan de Volksuniversiteit in Amstelveen. Het was een leuke hobby maar het smaakte naar meer, letterlijk en figuurlijk… Een eigen kookstudio was het directe gevolg van de beslissing om voor iets heel nieuws te kiezen: een van mijn passies – koken – werd op deze manier een beroep. Een regelrechte uit de hand gelopen hobby!

Zo ontstond La Cucina del Sole, de Keuken van de Zon. Vanuit een grote liefde voor de Italiaanse keuken en de beste wijnen heb ik mij geleidelijk aan steeds verder verdiept in technieken en originele recepten die binnen mijn familie van moeder op dochter zijn overgegaan. Ik heb mijn culinaire capaciteiten verfijnd met verschillende kookcursussen, een cursus over wijnkennis en vooral door ontelbare praktische experimenten. Ook heb ik veel onderzoek gedaan naar zowel de klassieke culinaire literatuur als naar de minder bekende streekgebonden en historische recepten.

Het is voor mij heel belangrijk om mijn passie voor de Italiaanse keuken door te geven en mijn cursisten te laten genieten van de heerlijke en pure smaken van de Italiaanse gerechten en van de fantastische wijnen die mijn land produceert. Tijdens de cursussen en workshops wil ik graag mijn enthousiasme en liefde voor de Italiaanse keuken met iedereen die Italië en het Italiaanse la dolce vita liefheeft delen.’

Wil je ook weten hoe de oude Romeinen aten of hoe de moderne Romeinse mamma gefrituurde courgettebloemen maakt? Of leer je liever hoe je een tafle vol antipasti of taarten klaarmaakt? Alles kan bij La Cucina del Sole! Kijk voor meer informatie over de kookworkshops van Nicoletta op www.cucinadelsole.nl

feb 19

Niets ruikt zo heerlijk als zelfgebakken brood dat net uit de oven komt. Je eigen Italiaanse broodsoorten bakken is een ontzettend plezierige en rustgevende bezigheid. De belangrijkste ingrediënten voor brood blijven bloem, zout, gist en water, maar door de verrijking met smakelijke extra’s – zoals olijven, noten en gedroogd fruit of knoflook, pesto en olijfolie – haal je Italiaanse sferen in huis. Met de makkelijk te verkrijgen ingrediënten, eenvoudig keukengerei en natuurlijk de recepten uit dit heerlijke boekje bak je snel en gemakkelijk de heerlijkste soorten Italiaans brood, zoals focaccia, ciabatta, pizzette of je eigen pizza.

Daarom ben ik ook zo blij dat het vorig jaar door mij vertaalde kookboek Italiaans brood eindelijk in de winkel ligt! Om dat te vieren voor jullie vandaag alvast een heerlijk recept uit het boekje: schiacciata met blauwe druiven!

Schiacciata is een lekker dik brood. Zeker als het direct uit de oven wordt geserveerd bij een stevig ontbijt smaakt het heerlijk! Ik gebruik in dit recept verse blauwe druiven, maar je kunt ook gedroogde kersen of abrikozen gebruiken natuurlijk. Serveer deze schiacciata ook eens bij zoute kazen, zoals gorgonzola of Parmezaanse kaas.

Ingrediënten
(voor 1 brood)

80 ml extra vergine olijfolie
een paar takjes rozemarijn
450 g tarwebloem
1 tl fijn zeezout
2 el basterdsuiker
1 tl instantgist
250 ml warm water
400 g pitloze blauwe druiven

Schenk de olijfolie in een kom en roer de takjes rozemarijn erdoor. Kneus de rozemarijn, zodat het aroma goed vrijkomt. Zet de olijfolie een paar minuten apart.

Doe de tarwebloem, het fijne zeezout en 1 eetlepel basterdsuiker in een grote kom en roer alles goed door elkaar. Voeg de gist toe en roer opnieuw. Giet 2 eetlepels van de rozemarijnolie en genoeg warm water erbij om er een zacht maar niet te plakkerig deeg van te maken.

Leg het deeg op een met bloem bestoven werkvlak en kneed alles in 5 minuten tot een soepel deeg. Meng ook de druiven erdoor en kneed het deeg dan nog eens 2 tot 3 minuten. Het deeg kan nu wat plakkerig aanvoelen. Gebruik eventueel een beetje extra bloem om het deeg wat steviger te maken.

Leg het deeg op een bakplaat met opstaande rand en verdeel het goed, zodat het overal even dik is. Laat het deeg op een warme plek ongeveer 40 minuten rijzen, totdat het in volume verdubbeld is. Verwarm de oven voor tot 220 °C.

Druppel de rest van de rozemarijnolie over het gerezen deeg en bestrooi het met wat extra rozemarijn en de rest van de basterdsuiker. Bak de schiacciata in 25 minuten goudbruin en gaar. Laat hem even afkoelen op een rooster. Eet het brood het liefst vers uit de oven of verpak het goed in plasticfolie en bewaar het in de vriezer. Laat het dan voor gebruik helemaal ontdooien en bak het, gewikkeld in aluminiumfolie, 5 minuten in een voorverwarmde oven.

Buon appetito!

Kijk voor nog meer hartige en zoete broodrecepten in:

Italiaans brood
Maxine Clark
ISBN 978 90 230 1270 3
€ 9,90
uitgeverij Becht

Getagd met:
jan 28

Cacciucco, het nieuwe boek van Italiëkenner Joost Overhoff, lijkt op soep. Althans, het lijkt op cacciucco (dat je uitspreekt als ‘katsjoekko’). Het is een feestelijke Italiaanse vissoep die eruitziet als een culinair mozaïek: er zit van alles in.

Ook Italië zelf heeft veel weg van een mozaïek: rijkgeschakeerd, van alles wat, heel verschillend en toch één. Datzelfde geldt voor dit boek. Steden, streken, anekdotes en muziek, het komt allemaal aan bod. Van bij de grens met Zwitserland tot voor de kust van Afrika. Het culinaire vormt daarbij de rode draad, maar ook verder biedt het veel wetenswaardigheden.

Als voorproefje het verhaal over cacciucco:

Cacciucco. Alleen de naam al. Stevig, pittig, vurig. Spreek uit: ‘katsjoekko’. Klinkt geweldig. Maar wat is het?

Cacciucco is een roemrucht visgerecht. Bakermat: Livorno, aan de Middellandse Zee. Scheef onder Pisa. Het ‘Napels van het Noorden’ wordt Livorno ook wel genoemd, maar dat is slechts betrekkelijk. Alleen Napels is Napels en zo noordelijk ligt het niet. Wel zijn de livornesi heetgebakerd en willen ze dat graag weten. Bovendien zijn ze in één opzicht atypisch Italiaans: ze zeggen de dingen ronduit.

Livorno is een mengelmoes van mensen, een cacciucco di gente, een havenplaats die al eeuwen geleden werd bevolkt door een bont gezelschap buitenlanders. Vlamingen, Spanjaarden, Portugezen, Grieken, Turken, Duitsers, onder meer. Nederlanders ook. De Hollandse Kade, de Scali degli olandesi, herinnert daar nog aan.

De stad heeft zwaar geleden in de Tweede Wereldoorlog en draagt daar nog overduidelijk de sporen van. Een stad van water is het, niet alleen in de haven en op zee, maar ook in de binnenstad. Een van de stadswijken staat zelfs bekend als ‘het nieuwe Venetië’. Alweer verkeerd. Alleen Venetië is Venetië.

Maar Livorno hoeft zich helemaal niet te spiegelen aan derden. Want Pisa mag die toren hebben, Livorno heeft cacciucco. En toch dreigde de cacciucco af te glijden in de richting van de vergetelheid. Het was niet alleen een vissoep, maar ook een soep voor vissers. Een tikje te zwaar voor de nieuwe tijd, waarin algauw meer calorieën worden verzameld dan verbrand. Het was geen toeval dat het eten van cacciucco niet alleen gepaard ging met een forse inname aan wijn, maar daarna ook nog eens afgesloten werd met een pittige ponce. Dit drankje van koffie, rum en citroenschil is gebleven, maar de cacciucco is veranderd. Lichter is-ie nu, maar nog steeds niet te onderschatten.

Het keerpunt voor de cacciucco kwam in 1998, toen de livornesi in opstand kwamen tegen een ‘misdaad’. Een groot levensmiddelenconcern bracht kant-en-klare diepvriescacciucco op de markt, of althans wat daarvoor door moest gaan. ‘Een schande!’ riepen de Livornezen, voor wie cacciucco alleen in een dagverse versie ook werkelijk zo mag heten. Voorop in de frontlinie bevond zich Beppino Mancini van Ristorante La Barcarola. In het heetst van de strijd maakte de lokale krant Il Tirreno zelfs met de vetste letters gewag van een ‘CACCIUCCO-OORLOG’.

Hoewel dit alles een wat opgeklopte indruk maakte, markeerde het wel degelijk het begin van de svolta, de ommekeer. De instantcacciucco was een illustratie van het sluipende proces waarbij het kant-en-klare de ware kookkunst steeds sterker bedreigt. Zelfs in Italië. Niet dat de cacciucco-oorlog dit proces echt stuiten kon, maar het bracht wel degelijk de interesse terug in het echte, het ambachtelijke. Het is een ontwikkeling waar niet in het minst restaurants als La Barcarola zich druk kokend in verheugen. Deze hernieuwde aandacht voor het oerproduct past in een bredere beweging, met de van oorsprong Piëmontese organisatie Slow Food als meest spraakmakende spreekbuis.

Wat de cacciucco betreft is een oerrecept per definitie onbestaanbaar, net zoals er vele theorieën bestaan over de herkomst van dat zo smaakmakende woord. Zekerder is dat cacciucco staat voor ‘van alles en nog wat’. De ingrediënten variëren simpelweg met het aanbod. In den beginne, als visserssoep, belandden in het ideale geval alleen de goedkoopste, onverkochte vissen in de pan. En als er onverhoopt iets duurders overbleef, was het verlies toch winst. Voor de cacciucco.

Tegenwoordig zul je er in een restaurant, naast ‘vissen mét en zonder pootjes’, schaaldieren en zeevruchten in aantreffen. Vaak vinden octopus, pijlinktvis, hondshaai, poon, mosselen, allerlei garnaalsoorten en langoustines hun weg naar de cacciuccopan. Daarin worden ze gekookt met olijfolie, witte wijn, tomaten, salie, pepertjes en knoflook. Dit alles gedrapeerd op geroosterd brood. Met knoflook ingewreven en gepeperd zuigt dat veel op van het vocht, waardoor het wel een echte zuppa is, maar nauwelijks een echte ‘soep’.

Eigenlijk moet je voor een cacciucco vooraf reserveren, daar die in principe in één pan wordt bereid waarin de diverse onderdelen in meerdere etappes worden toegevoegd. Het is een methode die zeer nauw luistert, simpelweg omdat de verschillende feestelijkheden uit de zee nu eenmaal ieder hun eigen kooktijd kennen. Voor de toevallige passant wordt daarom een assemblage-cacciucco samengesteld uit apart gekookte onderdelen.

Beppino Mancini is door de wol geverfd. Onder de talloze stervelingen die hij te eten heeft gegeven, figureren onder meer de paus en de president van de Italiaanse Republiek. Toch ziet Beppino’s cacciucco er goudeerlijk uit, zonder tierelantijnen. Ernaast staat een jonge chianti. Rood dus, maar volgens Beppino de ideale cacciuccowijn. Zo onlosmakelijk zijn wijn en cacciucco met elkaar verbonden dat men bij la Barcarola die ene anekdote telkens opnieuw met graagte wil vertellen:

De dokter was woedend op de jonge vrouw met haar kleine kindje, dat er zo paars aangelopen uitzag. ‘Bent u gék geworden?!’ riep hij. ‘Wijn?! Melk moet-ie hebben!’ .Maar dottore,’ sprak de vrouw, ‘zegt u nu zelf: melk? Bij de cacciucco?!’

Naast de cacciucco vertelt Joost Overhoff over mortadella en mozzarella, over Padre Pio, pasta en Puccini, over Ligurië en Lucca, over drama’s en delicatessen… Heerlijk leesvoer om de tijd tot de eerstvolgende vakantie naar Italië te overbruggen!

Cacciucco – Een mozaïek van Italië
Joost Overhoff
ISBN 9789045017273
€ 19,90
Uitgeverij Atlas

Getagd met:
preload preload preload