sep 07

Ter ere van het verschijnen van Het grote pastakookboek, waar jullie gisteren al een voorproefje van kregen, organiseert uitgeverij Becht samen met Only Pasta Santpoort en De Smaak van Italië een pastaworkshop. Onder leiding van kok Carin Verdikt ga je aan de slag met een aantal recepten uit Het grote pastakookboek.

Alle deelnemers aan de workshop worden ontvangen met een glas prosecco en een selectie antipasti. Daarna is het echt tijd om je schort voor te binden! Er komen twee verschillende pastagerechten uit Het grote pastakookboek op tafel: een lasagne en een gevulde pasta. Je leert echter meer dan alleen pasta maken: bij de lasagne wordt zelfgebakken brood en grissini geserveerd en ook een frisse salade mag niet ontbreken. Uiteraard wordt er na afloop van de workshop ook gezamenlijk gegeten. Tijdens de maaltijd geniet je van een bijpassende wijn en Italiaans tafelwater. Bij het afsluitende kopje espresso ontvang je Het grote pastakookboek zodat je thuis aan de slag kunt met de meer dan 600 pastarecepten die daarin zijn verzameld.

Data:
18 en 25 september, 2, 23 en 30 oktober

Tijd:
van 13.00 tot circa 16.00 uur

Locatie:
Kookstudio OnlyPasta Santpoort, Hoofdstraat 206, 2071 EN Santpoort Noord

Prijs:
€ 49,95 (inclusief Het grote pastakookboek)

Reserveren:
Per workshop is er plek voor max. 12 personen. Wees er dus snel bij!
Reserveren kan alleen bij Only Pasta Santpoort, via onlypastasantpoort@onlypasta.nl of 023-5492506.

Naast deze pastaworkshop organiseert Only Pasta Santpoort nog veel meer kookmiddagen en –avonden. Zo kun je aanstaande vrijdagavond aanschuiven voor een kookles waarbij de keuken van Piëmonte centraal staat en is er zaterdagmiddag een kookclinic met als onderwerp tapenade en pesto. 23 september wordt de kookstudio van Only Pasta omgetoverd tot een Toscaanse cucina. Om je alvast een beetje lekker te maken; je kookt (en eet!) deze avond achtereenvolgens ribollita (bonensoep), insalata di pecorino e pera (salade met pecorino en peer), ossobuco (kalfsschenkel) met gremolata en zuccotto (roomtaartje met chocolade, Vin Santo en amandelen). Meer informatie vind je op www.onlypastasantpoort.nl; reserveren kan via onlypastasantpoort@onlypasta.nl of 023-5492506.

Ook voor wie al zonder blikken of blozen een Italiaanse maaltijd op tafel zet, valt er bij Only Pasta genoeg te zien, te doen en te proeven. In de winkel naast de kookstudio vind je een ruim assortiment verse producten waarmee je in een handomdraai een gezonde Italiaanse maaltijd met veel smaak op tafel zet. Denk bijvoorbeeld aan verse zelfgemaakte pasta’s en bijbehorende sauzen, verschillende soorten olijven, tapenades en pesto’s en verschillende soorten hapjes voor de antipasti.

Daarnaast importeert Only Pasta allerlei originele Italiaanse producten zoals kazen, hammen, vleeswaren en salami’s, buffelmozzarella, burrata, ricotta, olijfolie, koekjes, chocolade en andere dolci en verse kruiden die bij het bereiden van een pastamaaltijd onontbeerlijk zijn. Natuurlijk vind je er ook wijnen, brood en truffelproducten. Op naar Santpoort dus, voor een keuken vol Italiaans lekkers en een hoofd vol Italiaanse recepten!

  • Share/Bookmark
sep 06

Gisteren werd op Manuscripta, de feestelijke aftrap van het boekenseizoen, Het grote pastakookboek gepresenteerd, met maar liefst 448 pagina’s vol pasta.

Pasta wordt veelal gezien als het ultieme symbool van de Italiaanse keuken. Elke Italiaanse regio kent zijn eigen pastasauzen, en elke soort saus vraagt bovendien om een specifieke pastavorm: bucatini, linguine, fettuccini, penne, occhi di lupo, farfalle…

In Het grote pastakookboek vind je meer dan 600 pastarecepten – traditionele Italiaanse pastagerechten en recepten voor moderne pasta’s die snel op tafel staan. Dus niet alleen klassiekers als spaghetti carbonara en bucatini all’amatriciana, maar ook verrassende variaties als bucatini al pesto di mandorle e fiori di zucca (bucatini met amandelpesto en courgettebloemen) en spaghetti alla vodka (spaghetti met room, spek en wodka).

Aangezien de meer dan 600 pastarecepten door Diane Kuster en mijzelf zijn vertaald (en geproefd!) mogen we vandaag op Ciao tutti al een voorproefje geven van twee pasta’s uit Het grote pastakookboek:

Bucatini capricciosi
(verrassende bucatini)

Ingrediënten voor 6 personen:
500 g bucatini
50 g spek (pancetta)
50 g mortadella
50 g ham
100 g braadworst
200 g doperwtjes
1 eetlepel tomatenpuree
½ ui
1 teentje knoflook
een bosje peterselie
1 kopje bouillon
15 g boter
2 eetlepels extra vergine olijfolie
peper en zout

Hak de pancetta, de knoflook, de ui en de peterselie fijn en meng alles goed door elkaar. Smelt de boter en de olie in een koekenpan en bak de pancetta met de knoflook, ui en peterselie op laag vuur zachtjes bruin. Voeg vervolgens de doperwtjes en de in kleine stukjes gesneden braadworst toe en bak 5 minuten op hoog vuur mee. Voeg dan de bouillon en de tomatenpuree toe, roer alles goed door elkaar en laat de saus een kwartier koken. Voeg vervolgens de in stukjes gesneden ham en mortadella toe. Breng op smaak met peper en zout en laat alles nog eens 10 minuten goed doorwarmen. Kook de bucatini in de tussentijd volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af en roer de saus er voorzichtig door.

Pasta bandiera
(pasta in de kleuren van de Italiaanse vlag)

Ingrediënten voor 6 personen:
400 g mezze penne
200 g mozzarella
6 ontvelde tomaten
een handje rucola
extra vergine olijfolie
versgemalen zwarte peper
zout

Kook de mezze penne volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af, schenk er een beetje olijfolie overheen en laat afkoelen. Snijd de tomaten en de mozzarella in blokjes. Scheur de rucola in reepjes. Roer de tomaten, de rucola, de mozzarella, nog een beetje extra olijfolie en peper en zout naar smaak door de pasta en serveer direct.

Buon appetito!

Win Het grote pastakookboek!

Het viel nog niet mee om twee recepten uit de meer dan 600 verschillende soorten pasta’s te kiezen; ze zijn allemaal even lekker! Daarom mogen we onder de lezers van Ciao tutti 3 exemplaren van Het grote pastakookboek verloten. Het enige wat je moet doen om kans te maken op een van deze pastabijbels is een e-mail sturen naar winnen@ciaotutti.nl, o.v.v. Het grote pastakookboek. Wie weet kun jij dan een jaar lang elke dag twee soorten pasta’s op tafel zetten!

  • Share/Bookmark
sep 03

‘Bijna altijd als ik de stad in ging, raakte ik de weg kwijt. Maar in Venetië ben je eigenlijk nooit de weg kwijt; je bent altijd ergens in Venetië.’

Vandaag zoals beloofd een recept uit Tessa Kiros’ Ciao bella (zie Ciao tutti van gisteren):

La saltata di vongole e cozze in bianco

Ingrediënten
(voor 2 personen)
400 g venusschelpen in de schelp
350 g zwarte mosselen
4 eetlepels olijfolie
1 klein bosje peterselie, plus 2 eetlepels gehakte peterselie
versgemalen zwarte en witte peper
3 knoflooktenen, waarvan 1 gehalveerd en 2 in grove plakjes
een snufje peperoncino
brood en partjes citroen, om erbij te serveren

Dit gerecht kom je in veel restaurants tegen. Het is een heerlijke antipasto die je kunt omtoveren tot een primo als je er pasta bij doet (je hebt dan ongeveer 150 gram gekookte spaghetti nodig voor 2 personen). Ook smaakt het heerlijk met frites en dan is het een perfecte secondo. Wat ik vooral lekker vind, zijn de grove stukken knoflook die je bij de venusschelpen eet.

Voor dit recept kun je het beste vongole veraci (tapijtschelpen) gebruiken, maar alle andere, niet al te grote schelpdieren zijn ook goed. Vraag de visboer of er nog zand zit in de venusschelpen. Zo ja, week ze dan een dag lang in een vergiet dat je in goed gezouten water zet. Ververs het water meerdere keren.

Laat de geweekte venusschelpen even goed rondtollen in het water, spoel ze af en laat ze in het vergiet uitlekken. Gooi de open schelpen weg. Voordat je de mosselen kookt, moet je de baarden, ofwel de groene stukjes alg, eraf halen. Gebruik hiervoor een schaar of mes als het met de hand niet lukt. Borstel daarna de mosselen goed schoon. Gooi alle mosselen weg die openstaan en die niet sluiten wanneer je er een tik op geeft.

Verhit een eetlepel olijfolie in een grote braadpan met deksel. Voeg het bosje peterselie toe, een beetje versgemalen peper plus de venusschelpen en mosselen. Doe het deksel op de pan en laat op een tamelijk hoog vuur stomen tot alle schelpen open zijn. Misschien gaan een paar venusschelpen niet open. Geef ze een tweede kans maar gooi alle schelpen weg die hardnekkig gesloten blijven. Haal de mosselen en venusschelpen uit de pan en doe ze in een kom. Giet het kookvocht in een kop en kijk goed of er geen zand in zit. Als dat wel zo is, moet je het door een vergiet met kaasdoek gieten. Veeg de pan schoon.

Doe de rest van de olijfolie in de pan, samen met de plakjes knoflook en een eetlepel van de fijngehakte peterselie. Voeg wanneer je de knoflook begint te ruiken (pas wel op dat hij niet verbrandt) 125 ml van het kookvocht toe. Zet het vuur hoog en laat de saus al roerend indikken. Laat de saus niet te waterig of te dik worden (als hij te veel indikt, kan hij te zout worden). Doe de venusschelpen en mosselen weer in de pan. Voeg de rest van de fijngehakte peterselie, een snufje versgemalen witte peper en eventueel een snufje peperoncino toe.

Rooster ondertussen een paar stukken brood en snijd ze in de lengte doormidden. Wrijf ze in met de gehalveerde knoflookteen en druppel er een beetje olijfolie over. Stop het brood aan de randen van de pan. Pers de citroen over de schelpen uit en dien op. Buon appetito!

Uit:

Nog meer Venetiaanse recepten maken? Bestel Ciao bella dan nu bij bol.com, dan kun je in het weekend al aan de slag!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 29

Na al die Italiaanse etentjes deze week werd het wel weer eens tijd om zelf een schort voor te binden. Hoewel het heerlijk is om elke avond bij een Amsterdamse Italiaan aan te schuiven, kan ik ook erg genieten van een avondje in eigen keuken. Zeker nu ik net terug ben uit Rome en daar weer veel inspiratie heb opgedaan voor nieuwe gerechten en combinaties.

Toen ik vorige week mijn koffer vol Romeinse ingrediënten naar boven zeulde, vond ik op de trap een mooi pakje. Het bleek het nieuwe kookboek van Maria Coumans, Cucina Maria geheten.

Nog voordat ik mijn koffer had uitgepakt bladerde ik watertandend door de twintig verschillende menu’s en besloot ik de volgende dag eerst mijn pastamachine af te stoffen en al vroeg boodschappen te gaan doen.

Zo gezegd, zo gedaan. Bij mijn ontbijt bladerde ik door de verschillende menu’s om een boodschappenlijstje samen te stellen. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan – elk menu maakte de heimwee naar Rome een beetje minder en dus was het moeilijk kiezen. Uiteindelijk viel mijn keuze op de citroenravioli, aangezien die me een week eerder op een zonnig Romeins terras erg goed was bevallen. Op naar de (super)markt dus, voor de volgende ingrediënten:

voor de pasta:
100 g pastabloem (farina di semola di grano duro)
100 g gewone bloem
2 eieren van 60 gram
zout
scheutje olijfolie

voor de vulling:
100 g ricotta
sap van 1 citroen
citroenrasp van 1 citroen
25 g geraspte Parmezaanse kaas
100 g roomboter
verse salie
peper en zout

Dit gerecht is als tussengerecht geschikt voor 6 personen. Wil je er een hoofdgerecht van maken, dan is het voldoende voor 4 personen.

Meng de ingrediënten voor de pasta tot je kruimeldeeg hebt. Kneed het kruimeldeeg met de hand tot een bal. Is het deeg nog te droog, voeg dan wat water toe; is het deeg nog te nat, voeg dan wat extra bloem toe. Verdeel het deeg in drieën. Kneed elke deegbal in de breedte van de pastamachine.

Haal elke deegbal door de pastamachine. Begin met stand 1 en ga door tot en met stand 6. Leg de pastavellen voorzichtig op een met bloem bestoven plank.

Meng de ricotta met de helft van het citroensap en de geraspte schil. Voeg de geraspte Parmezaanse kaas toe. Schep op de onderste helft van de pastavellen kleine hoopjes van de vulling, op een afstand van 2 vingers van elkaar. Smeer een klein beetje water aan de randen en tussen de hoopjes.

Klap de bovenste helft van de pastavellen op de onderste. Snijd de ravioli (recht met een mes of mooi gekarteld met een raviolisnijder), druk de lucht eruit en duw dan de randjes dicht. Leg de ravioli naast elkaar op een met bloem bestoven dienblad.

Smelt de roomboter, maar laat hem niet bruin worden. Voeg de salie toe. Bak de blaadjes licht op en voeg dan naar smaak een deel van het resterende citroensap toe.

Breng een ruime hoeveelheid water met een beetje zout aan de kook en kook de ravioli in 4 tot 5 minuten gaar. Haal ze voorzichtig uit het water en laat ze goed uitlekken. Bak ze kort mee in de koekenpan, samen met de citroensaus.

Verdeel de ravioli over de voorverwarmde borden en verdeel over elk bord wat botersaus met salieblaadjes.

De pastaliefhebber kan zijn hart ophalen met Cucina Maria II. De ravioli met ricotta en citroen is bijvoorbeeld afkomstig uit een heel pastamenu, met bij elke gang pasta, van het voorgerecht tot en met het toetje. Daarnaast geeft Maria recepten voor heerlijke vlees- en visgerechten, toetjes, groenteschotels, risotto, fritatta en soepen. Waar ze die inspiratie vandaan haalt?

Maria: ‘De Italiaanse keuken blijft mijn inspiratiebron. De verse ingrediënten en de puurheid van de gerechten zorgen voor de perfecte smaak. Je kunt het bijna niet fout doen. Ook dit keer zitten er weer veel recepten in die ik bij elkaar heb gesprokkeld tijdens de vele bezoeken aan Italië.

Ons huis in de heuvels van Sabina blijft een mooie uitvalsbasis voor onze zoektochten. Buurvrouw Laura blijft een onuitputtelijke bron. Achter in het boek zie je een foto van ons samen in haar orto, de enorme moestuin. Ook onze architect en vriend Alberto en zijn vrouw Patricia hebben weer hun bijdragen geleverd. Deze keer door ons mee te nemen naar met zorg geselecteerde restaurantjes waar ze ons dan bij de kok introduceerden. Die blijkt gelukkig nooit te beroerd om zijn geheimen prijs te geven!’

‘Ook dit keer’ en de II in de titel van het kookboek verwijzen naar Maria’s eerste kookboek, Cucina Maria geheten. Het boek werd een onverwacht succes – er werden maar liefst 8000 exemplaren van verkocht. Ik vroeg Maria wat volgens haar de reden is van dit enorme succes.

‘De menusamenstelling,’ antwoordde ze stellig. ‘Een juiste mix van gerechten die van tevoren te bereiden zijn. Per menu sta je nog maar maximaal een half uur in de keuken wanneer je gasten arriveren. Bovendien staat elk viergangenmenu overzichtelijk op één pagina en – misschien wel het allerbelangrijkste – de recepten kunnen gewoonweg niet mislukken. Daarvoor zijn ze te vaak getest.’

Maria geeft namelijk regelmatig kookworkshops, waar de recepten steeds opnieuw worden uitgebreid en verbeterd. En dat merk je aan alles: aan de recepten zelf, de combinatie, het gebruik van pure ingrediënten en niet in het minst aan de afwasbare pagina’s – dat zou elk kookboek moeten hebben. In combinatie met de mooie, stijlvolle zwart-wit foto’s maakt dit van Cucina Maria II een onmisbaar ingrediënt voor de keukentafel van alle Italiaanse foodies en andere lekkerbekken. Op naar deel III zou ik zeggen!

Wil je Cucina Maria I of II bestellen, surf dan naar www.cucinamaria.nl/bestel.html

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 27

Aangezien mijn heimwee naar Rome deze week nog wel erg groot is en het weer ook niet echt zijn best doet om me op te vrolijken, laat ik dat maar over aan Adriano en Marco, de eigenaren van Italiaans restaurant L’Ozio (letterlijk: ‘de luiheid’) in Amsterdam. Elke keer als zij me verwelkomen voel ik de Italiaanse passie waarmee zij alles in hun leven benaderen: praten, gebaren, lachen en vooral lekker koken!

Zodra ik over de drempel stap en mijn verwaaide haren sta te fatsoeneren, loopt Adriano met uitgestoken armen op me af. Alsof ik hem een jaar niet heb gezien word ik met dikke zoenen binnengehaald. Ik krijg een glas wijn en moet all’italiano vertellen van alle belevenissen in Rome. Als ook mijn tafelgenoot zich meldt, krijgen we al snel een enorm bord antipasto voorgeschoteld. Adriano loopt intussen van de bar naar de deur en terug om andere gasten te verwelkomen en van een drankje te voorzien.

Zo hebben wij even de tijd om de menukaart te bestuderen. Zo net na de echte zomer hier staan er weer wat nieuwe gerechten op, dus het valt nog niet mee om snel een keuze te maken. Cannelloni met ricotta, provola en radicchio klinkt heerlijk, maar de ravioli van de dag (met aardappel en kaneel dit keer) lijkt me ook wel spannend. Die wordt het uiteindelijk, en Matteo, de uit Rome afkomstige kok, stelt me niet teleur. Tussendoor laat Adriano ons nog van het een en ander proeven, maar ik probeer me niet al te zeer te laten verleiden omdat ik weet dat Matteo ook erg lekkere toetjes maakt.

Als ik de menukaart wil bestuderen om te kijken welk toetje het lekkerste klinkt vanavond, komt Matteo achter zijn fornuis vandaan. Hij wil het liefst dat ik de semifreddo con pinoli tostati, salsa d’arance e miele neem, een soort parfait met geroosterde pijnboompitten in een sausje van honing en sinaasappel. Uiteraard ging ik daarmee akkoord – en terecht: het was het meest goddelijke Italiaanse toetje dat ik ooit heb gegeten!

Ook zin in zo’n bijzonder toetje en een lekker luie avond? Je vindt L’Ozio aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Buiten heerlijk eten kun je er trouwens ook genieten van wisselende exposities van Italiaanse kunstenaars. Bij elke expositie in l’Ozio laat de kunstenaar in de zaal beneden beeldmateriaal zien, zoals speelfilms, korte films of documentaires die hem artistiek hebben beïnvloed. Lekker lui achteroverleunen en genieten maar!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 23

En daar sta ik dan, een beetje gedesoriënteerd in mijn eigen keuken na een weekje in een Romeinse cucina te hebben doorgebracht. Puilde mijn Romeinse koelkast elke dag opnieuw uit van lekkere dingen die ik onderweg was tegengekomen en die ik toch echt wilde uitproberen, in Amsterdam bevatte mijn koelkast slechts een geringe drankvoorraad en een pakje boter. Nog voor de heimwee naar de Romeinse markten tijdens een bezoek aan een Amsterdamse supermarkt kon toeslaan, rinkelde mijn telefoon. Een vriendinnetje uit Amsterdam-West, of ik lasagne kwam eten. Daar hoefde ik natuurlijk geen seconde over na te denken. ‘Wel niet zelfgemaakt, hoor!,’ riep ze nog, maar ik had al bijna opgehangen en zocht naar mijn fietssleuteltjes.

Eenmaal bij haar thuis was het nog verbazend netjes in de keuken: geen pannen vol tomaten- of bechamelsaus, geen snijplank met restjes ui of wortel… O ja, dacht ik, ze riep inderdaad iets over niet zelfgemaakt. Maar een blik in de oven maakte me al niet veel wijzer: de oven was uit, koud, donker. Vragend keek ik om me heen. We zouden toch lasagne eten?

Lachend werd me gesommeerd opnieuw mijn jas aan te trekken. We gingen lasagne halen. ‘Halen? Net als een pizza of Chinees, bedoel je?,’ vroeg ik nog een beetje weifelend. ‘Wacht nou maar af, je zult versteld staan!,’ aldus de vriend van mijn vriendinnetje, die blijkbaar ook in het complot zat want heel ontspannen achter zijn laptop. Op naar de lasagne dus.

Correctie: op naar Lazagne, met een z inderdaad – een afhaalrestaurant waar je alleen lasagne en cannelloni kunt afhalen. Ik stond bij binnenkomst inderdaad versteld, wat een geweldig idee! Voor een lekkere lasagne moet je toch al gauw wat uurtjes in de keuken doorbrengen, en dankzij Lazagne kan iedereen zomaar op een doordeweekse avond, na een dag hard werken, of direct na thuiskomst van een vakantie, zoals ik, genieten van een huisgemaakte lasagne volgens Italiaans recept.

Want de gebruikte receptuur is aan de ene kant heel traditioneel en klassiek, zeker bij de bereiding van de echte lasagne bolognese. Aan de andere kant laat de kok van Lazagne zich ook inspireren door moderne en creatieve bereidingswijzen, of door het seizoen. Zo koos ik voor de lasagne d’estate, een zomerse lasagne met tomaatjes, courgette en ricotta. Natuurlijk namen we ook alle verschillende soorten lasagne mee naar huis, zodat we van alles wat konden proeven. Het was maar goed dat er geen kookwarmte meer in huis hing, want al gauw voerden we een verhitte discussie over welke lasagne nu de lekkerste was.

Dankzij een herhaaldelijke terugkeer naar Lazagne voor nog een klein stukje werden we het uiteindelijk eens: de zomerse lasagne was net een ietsiepietsie lekkerder dan de lasagne met groene asperges. De klassieke lasagne bolognese hadden we al buiten beschouwing gelaten; er kan immers niks op tegen deze echte klassieker en bovendien was het eigenlijk net even te warm voor dit stevige gerecht. We proosten dus nogmaals op de zomerse varianten, maar we beloofden elkaar zo gauw de eerste winterse dag in aantocht was de lasagne bolognese opnieuw te gaan proeven. Maar of we inderdaad tot dan kunnen wachten…

Het concept van Lazagne komt voort uit de restaurantcultuur in het Bologna van de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw, de gouden tijd voor de Bolognese keuken. Met name de ervaring van chefkok Clara Guermandi, die ooit begon in de keuken van het beroemde restaurant Cesarina op het Piazza San Stefano in Bologna, kwam goed van pas bij het opzetten van dit nieuwe concept.

Guermandi richtte met een aantal familieleden in 1970 het restaurant Buca San Petronio op, aan het Piazzetta della Vita in Bologna. Tot een aantal jaar geleden kon je daar de heerlijkste lasagne en cannelloni afhalen. De formule was eigenlijk heel simpel: de lasagne en de cannelloni werden dertig tot veertig minuten voor openingstijd in de oven geplaatst, zodat ze klaar zouden zijn als de eerste gasten arriveerden. Aangezien de gerechten bij de optimale temperatuur wel twee uur lang in de oven konden blijven staan zonder aan kwaliteit in te boeten, kon het bijna niet misgaan. En dat ging het ook niet. Vaak stonden er lange rijen voor de deur en kreeg de lasagne niet eens de kans een uur in de oven te staan (dan is ‘ie namelijk het lekkerst).

Nu Lazagne ook in Amsterdam is neergestreken hebben wij Amsterdammers er weer een reden bij om een avond niet te koken. Hoewel, het bezoek aan Lazagne heeft mijn culinaire kriebels in volle hevigheid doen losbarsten. Gelukkig is er ook voor iedereen die niet in Amsterdam woont en/of zelf aan de slag wil met lasagne een heerlijk kookboek vol met lasagnerecepten, van mijn favoriete kookboekenschrijfster Laura Zavan.

In Lasagne vind je allereerst een hoofdstuk met de basisrecepten voor zelfgemaakte lasagnevellen, bechamelsaus, tomatensaus en de befaamde ragù bolognese. Daarna volgt een heel scala aan recepten voor lasagne met vlees, met vis, met kaas en/of met groente. Ook gegratineerde pasta’s uit de oven ontbreken niet, voor als je een keer weinig tijd hebt (en niet in de buurt van Lazagne woont) maar toch een soort lasagne op tafel wil zetten. Zin? Bestel dit lekkere boekje hier via bol.com!

Maar eerst de lasagnevellen. Voor 6 personen heb je het volgende nodig:

220 g bloem
100 g farina de semola di grano duro (fijn tarwegriesmeel van harde tarwe)
3 grote eieren
1 theelepel olijfolie
1 mespuntje zout

HET DEEG

Maak een bergje van de bloem en het zout op het werkblad. Maak een kuiltje en breek daar de eieren in. Meng met een vork door elkaar. Werk de bloem er met kleine hoeveelheden tegelijk met je vingertoppen doorheen.

Schraap de bloem telkens naar het midden met behulp van een spatel. Voeg de olijfolie toe en bewerk het deeg met je vlakke hand. Voeg zo nodig nog wat bloem toe.

Maak een bal van het deeg als het glad en glanzend is en laat bij kamertemperatuur en gewikkeld in plasticfolie 30 minuten tot 2 uur rusten.

HET UITROLLEN VAN HET DEEG

Dit kun je met de hand of met de pastamachine doen. Als je een pastamachine gebruikt, neem je 60 g deeg en druk je het met je vlakke hand tot een platte schijf. Bestuif licht met bloem en doe het in de machine: de rollen moeten zo ver mogelijk van elkaar. Vouw het deeg in drieën voordat je het door de machine haalt. Herhaal dit totdat je een vrij regelmatige, rechthoekige deeglap krijgt.

Vouw het deeg dan dubbel en haal een paar keer door de machine, waarbij je de rollen steeds wat dichter bij elkaar zet, totdat het een vel van 1 mm dik is. Hang de vellen telkens als er een klaar is, los van elkaar – zodat ze niet aan elkaar vastplakken – over een bezemsteel of andere stok, of leg ze plat neer op een theedoek. Snijd de vellen op maat voordat ze helemaal droog zijn. Je kunt ze aan de lucht laten drogen en ze vervolgens ingepakt 1 tot 2 dagen koel bewaren.

Als je het liever met de hand doet, bestuif dan het werkblad met bloem en rol het deeg telkens vanuit het midden met een deegrol uit. Je moet vrij snel werken, anders droogt het deeg uit.

Kook de lasagnevellen 1 tot 3 minuten (afhankelijk van dikte). Om te voorkomen dat ze aan elkaar plakken, doe je ze in een grote pan kokend water met een beetje zout, zodat ze de ruimte hebben. Kook niet meer dan drie of vier vellen tegelijk en roer voorzichtig. Leg ze met een pollepel of een schuimspaan in een schaal koud water om het kookproces te stoppen. Giet snel af en spreid ze uit op een schone theedoek. Leg de vellen niet op elkaar.

CANNELLONI

Voor vandaag leken zomerse cannelloni met courgette, ricotta en rucola me wel een goed idee. Net even anders dan lasagne, maar minstens zo lekker!

verse lasagnevellen (voor 6 personen)
2 middelgrote courgettes
200 g rucola
500 g ricotta
½ à 1 dl melk
120 g Parmezaanse kaas
1 teentje knoflook
3 eetlepels olijfolie
peper en zout

Snijd de lasagnevellen in vierkantjes van 11 bij 11 cm.

Snijd de courgettes in plakjes van ongeveer 1 cm dik en smoor ze in 1 eetlepel olijfolie met het in tweeën gesneden teentje knoflook. Leg de plakjes courgette één laag dik in de pan. Laat ze onder af en toe roeren goudbruin worden. Ze moeten nog wel al dente blijven. Doe er wat zout bij.

Snijd de rucola grof, houd een stuk of twaalf blaadjes achter en laat de rest in 2 minuten slinken in een pan met de resterende olijfolie. Doe er wat zout bij.

Roer de ricotta en de melk door elkaar tot een homogeen mengsel. Voeg de helft van de geraspte Parmezaanse kaas toe, doe er zo nodig wat zout bij en flink wat peper. Houd een hoeveelheid van ongeveer een theekopje apart.

Doe de courgette bij de geslonken rucola en de ricotta. Houd een handje courgetteplakjes achter. Roer alles goed door elkaar. Leg op elk pastavierkantje, 2 cm binnen de randen, een hoeveelheid van 2 eetlepels vulling. Rol de velletjes voorzichtig op.

Bedruppel een ingevette ovenschaal met een dun laagje van de achtergehouden ricotta (leng aan met wat melk als het mengsel te compact is), leg de cannelloni erop, strooi de resterende ricotta eroverheen en verdeel de rauwe rucolablaadjes en de achtergehouden courgette erover. Bestrooi met de rest van de Parmezaanse kaas. Laat de cannelloni in de oven op 180 °C gratineren, tot de bovenkant goudbruin is.

Buon appetito!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 14

In de Amsterdamse Kerkstraat wijst een knaloranje fiets je de weg naar Galerie Artacasa. Letterlijk is Artacasa Italiaans voor ‘kunst in huis’, maar Galerie Artacasa is veel meer dan dat!

In eerste instantie is Artacasa inderdaad een kunstgalerie, waar je altijd even binnen kunt lopen om te kijken wat er voor moois aan de muren hangt. Het accent ligt vooral op kleurrijke en figuratieve schilderijen en objecten. Allemaal originele en unieke werken die volgens verschillende technieken zijn gemaakt en die bovendien heel betaalbaar zijn. Ideaal als cadeau – al staan de werken vast ook prachtig in je eigen woonkamer of keuken!

Artacasa organiseert elke zes weken een nieuwe expositie. Met de zomer in gedachten en de natuur als uitgangspunt zijn afgelopen maanden tal van kunstenaars aan de slag gegaan voor de expositie ‘Natuurlijk! ARTACASA’, waar voor iedere smaak en elk budget een uniek kunstwerk te vinden is. Daarnaast kun je in het souterrain van het oude winkelpand een doorlopende collectie van kunstwerken van vaste exposanten bekijken.

Maar dat is nog niet alles! Artacasa heeft inmiddels ook twee kookboeken uitgebracht. Het eerste kookboek, Artacucina – Een kijkje in de keuken van Galerie Artacasa verscheen in 2007. Dat ik dat nu al die jaren nooit geweten heb! Het kookboek is meer dan alleen een verzameling recepten; het is een zeer kunstig gemaakt kijkboek met naast elk recept een prachtig kunstwerk. Echt een feestje voor iedereen die van mooie en lekkere dingen houdt (en wie doet dat nu niet?)!

Wiebke van der Scheer, eigenaar van Artacasa en initiatiefneemster van het boek, schrijft in het voorwoord: ‘Liefde voor kunst en koken komen samen in dit boek. Schilderijen en recepten smelten samen tot een kunstwerk… een kunst-kookboek vol schilderijen, gemaakt door kunstenaars van Artacasa. Zonder hen was er geen galerie en geen boek.

De schilderijen zijn kleurrijk, figuratief en hebben allemaal een ontspannen sfeer: mensen aan tafel, een dame slapend op de bank, een glaasje wijn, prachtige landschappen, stillevens en grappige dieren. Kunstwerken die je een goed gevoel geven. Een goed gevoel krijg je ook van een goed gerecht en daarvan staan er genoeg in dit boek. Schenk een glas in, zoek het mooiste schilderij of het lekkerste recept en geniet!’

Na het overweldigende succes van het eerste kookboek kon een vervolg natuurlijk niet uitblijven. September vorig jaar verscheen dan ook Artacucina 2 – Aan tafel met Galerie Artacasa. Opnieuw een prachtige combinatie van kunst en koken.

Zo weet ik niet wat me meer het water in de mond doet lopen: het recept voor panna cotta met ritsbessen (aalbessen) of de vrolijke illustraties van Sanne Kuiper die het recept vergezellen. Oordeel zelf:

Panna cotta met ritsbessen (aalbessen)

voor 4 – 8 personen

voor de panna cotta:
500 ml slagroom
500 ml volle boerenmelk
80 g suiker
schil van een citroen
5 blaadjes gelatine
1 vanillestokje, in de lengte opengesneden

voor de ritsbessensaus:
doosje ritsbessen (= aalbessen),
houd voor elk bord een trosje bessen apart
400 – 500 g frambozen en aardbeien
2 eetlepels suiker
2 eetlepels Cointreau (of andere likeur)
een paar takjes munt

Doe de slagroom, de melk, de suiker, de citroenschil en het vanillestokje in een pannetje en laat een paar minuten trekken. Zet de pan op het vuur en laat zachtjes 1 minuut koken. Neem het mengsel van het vuur en haal de citroenschil en het vanillestokje eruit. Week de gelatineblaadjes in koud water en roer ze één voor één door het slagroommengsel.

Maak 4 of 8 bakjes klaar door ze licht in te vetten met een beetje boter of olijfolie. Schenk het mengsel in de bakjes en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan. Zet de bakjes minimaal 6 uur in de koelkast.

Doe het schoongemaakte fruit, de suiker en de cointreau in een pannetje en laat zachtjes pruttelen totdat het fruit zacht is geworden en een beetje is ingekookt. Haal van het vuur en zeef de saus door het fruit met de bolle kant van een lepel door een zeef te persen.

Neem de panna cotta uit de koelkast en houd het bakje even in heet water. Draai de pudding om op een mooi bord en schenk de saus eromheen. Garneer met een takje munt en een takje ritsbessen.

Kun je maar geen genoeg krijgen van de kunst van Artacasa? Blijf dan slapen tussen de kunstwerken! Artacasa heeft een eigen bed & breakfast boven de winkel. Natuurlijk kun je je hele verblijf tegen je favoriete Artacasa-kunstwerk aankijken – en je mag het nog met 10 % korting mee naar huis nemen ook, zodat je voortaan ook in je eigen slaapkamer, keuken of woonkamer vakantie kunt vieren! Kijk voor meer informatie op www.artacasa.nl.

A R T A C A S A
Kerkstraat 411-HS
1017 HX Amsterdam

  • Share/Bookmark
jul 27

Als fervent soepliefhebber zet ik ook ‘s zomers graag soep op tafel – maar dan wel koud!

Gazpaccio Caprese
met mozzarella en croutons

Ingrediënten
(voor 4 personen)

1 kilo rijpe, geurige tomaten, in blokjes
200 gram wortelen, in kleine stukjes
100 gram bleekselderij, in kleine stukjes
2 theelepels zout
1 theelepel witte peper, fijngemalen
2 theelepels rodewijnazijn
½ eetlepel basilicum-knoflookolie
olijfolie
4 sneden oud brood
2 bollen buffelmozzarella
2 eetlepels basilicum, fijngesneden

Pureer de groenten in een keukenmachine, samen met het zout, de witte peper en de azijn. Wrijf de verkregen puree door een middelgrote zeef. Roer er de basilicum-knoflookolie doorheen. Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan en bak hierin het in blokjes gesneden brood droog en krokant. Maak met een meloensteker kleine balletjes van de mozzarella.

Vul vier gekoelde glazen of borden met de koude soep en verdeel de mozzarellaballetjes over de vier porties. Garneer met de croutons en de fijngehakte peterselie. Schenk er nog een beetje basilicum-knoflookolie over en serveer direct.

Lekker met een frisdroge witte wijn. A tavola!

Dit zomerse recept is afkomstig uit het kookboek La vita è bella! – Italiaans vegetarisch van Jolande Burg. Jolande Burg woont, net als Frans van Munster (zie Ciao tutti van 10 juli) in Puglia, waar ze inspiratie opdeed voor de recepten in dit boek.  

Jolande: ‘Sinds een jaar of anderhalf hebben mijn man en ik een tweehonderd jaar oude villa in een van de meest onbedorven stukken van Italië, Apulië. Een gebied met eeuwenoude olijfbomen, landhuizen en trulli, oude koepelwoningen in de olijfgaarden te midden van citroen- en amandelbomen, cactussen en wilde bloemen. Het is superromantisch allemaal en aangezien het gebied in de volksmond ‘de moestuin van Italië’ heet, is dit een inspiratiebron geworden voor mijn manier van vegetarisch koken.’

En inspirerend zijn de recepten in La vita è bella! zeker. Bij het zien van gerechten als carpaccio met bietjes en gorgonzoladressing, caponatataartjes, auberginekroketten of limoen-honing panna cotta duik ik in elk geval snel de keuken in. Si, la vita è bella!

  • Share/Bookmark
jul 24

Terwijl ik mijn boterhammen voor de lunch smeer, denk ik met heimwee terug aan mijn Italiaanse lunchpauze van vorige week. Of lunchpauze, zo mag je het eigenlijk niet noemen. Denk aan een terrasje met uitzicht op het Piazza del Campo, een heerlijk zonnetje en een groot stuk torta della nonna, oftewel grootmoeders taart, en je kunt je vast wel een voorstelling maken van mijn heimwee.

Mijn Italiaanse lunchpauze…

Daarom ging ik eenmaal thuis direct op zoek naar het lekkerste recept voor deze torta della nonna. Het is een echt Toscaans recept en weer eens wat anders dan alle koekjes die we tot nu toe gebakken hebben deze maand. Rose Gray en Ruth Rogers hielpen me met hun nieuwe kookboek The River Cafe – Klassiek Italiaans Kookboek uit de brand:

Torta della nonna is een zoete pastei die wordt afgedekt met een lekker boterdeeg. De bodem is cakeachtig en wordt gemaakt van heel veel eieren, boter, geraspte citroenschil en suiker. De vulling is een mengsel van losgeklopte schapenricotta en vanillevla, op smaak gebracht met citroen. Diverse vrienden in Toscane hebben deze taart voor ons gemaakt. De originele en lekkerste werd gemaakt door mijn overgrootmoeder Lisa Contini Bonacossi uit Capezzana. We hebben haar recept gebruikt als basis voor deze lichte, romige versie die niet al te zoet is en bestrooid wordt met pijnboompitten.’

Torta della nonna

Ingrediënten:
(voor 12 personen)

voor het deeg:
500 gram kristalsuiker
7 middelgrote biologische eieren
500 g zachte boter
1 kilo bloem
1 eetlepel poedersuiker
1 eetlepel bakpoeder
geraspte schil van 2 citroenen
20 gram pijnboompitten

voor de roomvulling:
200 ml melk
schil en sap van 1 citroen
1 vanillestokje, in de lengte gespleten
250 gram kristalsuiker
3 middelgrote biologische eieren
4 eetlepels bloem
350 gram ricotta, losgeklopt met een vork

Klop voor het deeg de suiker en 6 eieren door elkaar. Meng lepel voor lepel de zachte boter erdoor, gevolgd door de bloem, de poedersuiker, het bakpoeder en de citroenrasp. Meng alles snel, dek het af met plastic folie en zet het 30 minuten in de koelkast.

Breng voor de vulling in een pan met dikke bodem de melk met de citroenschil en het vanillestokje tegen de kook aan. Verwijder de citroenschil, schraap het merg uit het vanillestokje en gooi het stokje weg.

Meng in een kom de suiker met de bloem. Klop de eieren er een voor een door, schenk dit mengsel bij de melk en verwarm alles roerend op laag vuur tot je een dikke vla hebt; dat duurt zo’n 5 minuten. Het is belangrijk dat je de vla verwarmt tot de smaak van de bloem is verdwenen, maar wees voorzichtig: als je het mengsel te snel laat koken, zal de vla schiften. Schenk de vla in een kom en laat hem afkoelen. Roer de ricotta en het citroenrasp door de afgekoelde vla.

Verwarm de oven voor tot 180 °C, beboter een ondiepe taartvorm van 30 cm in doorsnee en bestuif hem met bloem. Rol de helft van het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van 1 cm dik en met ongeveer dezelfde diameter als de vorm. Leg de deeglap in de vorm en druk hem uit, zodat de hele bodem ermee bedekt wordt.

Schep er een dikke laag van de roomvulling op; laat rondom een rand vrij van 1,5 cm. Rol de tweede portie deeg uit. Maak die iets dunner dan de eerste (circa 5 mm) en 2 cm breder in doorsnee. Leg de lap voorzichtig in de vorm, zodat de hele vulling bedekt wordt, en druk hem langs de rand aan met je vingers, tot op het deeg op de bodem van de vorm.

Klop in een kommetje het resterende ei los en bestrijk daarmee de bovenkant van de taart. Bestrooi hem licht met 1 eetlepel kristalsuiker en strooi de pijnboompitten erover. Zet de taart 40 minuten in de voorverwarmde oven.

In dit Klassiek Italiaans Kookboek van het Londense River Cafe nemen Rose Gray en Ruth Rogers je mee naar de authentieke Italiaanse familiekeuken. Tijdens de afgelopen twintig jaar verzamelden ze tijdens hun reisjes naar Italië de klassieke recepten die de Italiaanse keuken haar wereldwijde reputatie hebben gegeven. Daarnaast wisten ze oude Italiaanse familierecepten te achterhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven, maar eigenlijk nooit in een restaurant te krijgen waren. Samen met de schitterende foto s en de prachtige vormgeving maakt dit het kookboek tot een gepassioneerde gids voor iedereen die echt Italiaans wil koken.

Vooral de gebaksectie is om van te watertanden! Je vindt er een recept voor ricciarelli (zie Ciao tutti van 3 juli), crostata (jamtaart), ciambella (een soort cakekrans), torta di Capri (chocoladetaart), florentines, castagnaccio (kastanjetaart), zabaglione en natuurlijk ontbreken ook de cantuccini niet. En dan heb ik het nog niet eens over alle gelati die erin staan – of over wat je naast al die zoetigheid nog kunt eten: pasta, gnocchi, risotto, pizza, vis, vlees, salades… Met recht een klassiek Italiaans kookboek! Klik hier om het boek te bestellen bij bol.com.

  • Share/Bookmark
jun 29

Vandaag is het dubbel feest in Rome: het is namelijk de feestdag van de heiligen Petrus en Paulus, die volgens de overlevering beiden op deze dag (en zelfs binnen het zelfde uur) zouden zijn gestorven. Goethe was in 1787 in Rome ten tijde van de feestelijkheden ter ere van Petrus en Paulus en tekende het volgende dagboekfragment op:

Rome, 30 juni 1787

‘Het grote Petrus- en Paulusfeest is eindelijk ook gekomen; gisteren zagen we de verlichting van de koepel en het op de Engelenburcht aangestoken vuurwerk. De verlichting wekt de indruk van een gigantisch sprookje, men gelooft zijn ogen niet. Aangezien ik sinds kort alleen de dingen zie en niet, zoals vroeger, bij en naast de dingen wat er niet is, moeten het zulke grote spektakels zijn, wil ik er plezier in hebben. Ik heb er op mijn reis een stuk of zes geteld, en dit spektakel is dan natuurlijk een van de voornaamste.

De fraaie contouren van de colonnade, kerk en vooral koepel, eerst in een vurige omtrek te zien en daarna, wanneer het uur voorbij is, in een gloeiende massa, zijn uniek en schitterend. Als men bedenkt dat het reusachtige bouwwerk op dit moment alleen tot steiger dient, zal men wel begrijpen dat zoiets nergens anders op aarde kan bestaan.

De hemel was klaar en helder, de maan scheen en dempte het vuur van de lampen tot een aangenaam schijnsel, maar op het laatst, toen alles door die tweede verlichting in gloed werd gezet, doofde het maanlicht. Het vuurwerk is mooi vanwege de plaats waar het gebeurt, maar haalt het niet bij de verlichting. Vanavond krijgen we beide nog eens te zien.

Ook dat is voorbij. Een mooie heldere hemel en volle maan, waardoor de verlichting minder fel was en het helemaal op een sprookje geleek. De fraaie contouren van kerk en koepel als het ware in een vlammende opstand, een grandioos en bekoorlijk gezicht.’

Voor wie vandaag niet in Rome is, verklap ik graag een andere mogelijkheid om de Sint-Pieter in al zijn glorie te aanschouwen zonder onder de voet te worden gelopen door hordes toeristen. Je moet er wel even de Aventijn, een van de zeven heuvelen van Rome, voor beklimmen, maar dan krijg je als beloning de meest bijzondere kijk op de Sint-Pieter!

Boven op de heuvel ligt het Piazza dei Cavalieri di Malta, het Plein van de Cavalerie van Malta. Het plein is in 1765 in opdracht van de Venetiaanse kardinaal Rezzonico aangelegd door Giovanni Battista Piranesi. Aan beide kanten van het plein zie je obelisken, zuilen, trofeeën en cipressen. Aan de noordkant van het plein ligt de priorij van de orde van de Maltezer Ridders, tevens de thuisbasis van de grootmeester van de orde. De orde van de Maltezer Ridders werd gesticht door kooplieden uit Amalfi, een kustplaats ten zuiden van Napels, om zieken in het Heilig Land te verzorgen. De Orde groeide later uit tot een waar leger, dat vocht tegen de Turken om het katholiek geloof veilig te stellen en de opmars van de islam tegen te gaan. De ridders noemden zich in eerste instantie Johannieters of Rhodos-ridders, totdat Karel V hun na de val van Rhodos het eiland Malta schonk. Vanaf dat moment stond de orde bekend als de Orde van Maltezer Ridders, ook buiten het eiland.

Het prioraat zetelt nu niet meer in dit gebouw maar aan de Via Condotti (bij de Spaanse Trappen). Hoewel de grootmeester nog steeds de belangen van de sociaal werkzame ‘ridders’ vanuit Rome behartigt, kunnen de ridders zelf afkomstig zijn uit elk land ter wereld. Toch kan niet iedereen zomaar worden toegelaten: je moet twee eeuwen van adellijke komaf kunnen bewijzen voordat je lid van de orde kan worden.

De oude priorij behoort officieel nog wel toe aan de orde en daarmee niet aan de stad Rome; net als het plein ervoor en de kerk Santa Maria dell’Aventino. Dit stukje Rome is dus feitelijk geen Rome, maar extraterritoriaal gebied, vandaar ook de militairen die altijd op het plein op wacht staan. De priorij mag zonder speciale toestemming niet worden betreden en de poort is dan ook altijd gesloten, maar dat maakt het uitzicht op de Sint-Pieter juist zo bijzonder! Je kijkt namelijk door het sleutelgat van de poort.

Ga even door de knieën, knijp een oog dicht en je ziet de koepel van de Sint-Pieter zoals je hem nog nooit eerder zag, scherp afgetekend tegen de Romeinse hemel, met een symmetrische rij groene bomen ervoor die je oog als het ware naar de koepel toe leiden. Bellissimo!

  • Share/Bookmark
preload preload preload