jan 10

Via De Smaak van Italië maakte ik kennis met Ridder Drost, die na de havo naar Italië trok om olijven te gaan plukken. Ridder:Ik heb een tijdje olijven geplukt bij een kleine boer, gewoon, zonder opsmuk. Daarnaast gaf ik olijfolieproeverijen aan toeristen. Zij bleken zo enthousiast over de olijfolie uit de boomgaard, dat mij vaak werd gevraagd om flesjes naar Nederland toe te sturen. Zo kwam ik op het idee om zelf iets met olie te gaan doen.

Enige tijd na mijn start merkte ik dat klanten moeite hadden om de Italiaanse teksten op het etiket te begrijpen. Als de olijfolie werd geproefd erkenden ze de kwaliteit, maar het was moeilijk om ervoor te zorgen dat ze het gingen proeven. Ik ontdekte dat er nog geen olijfoliemerk in Nederland was dat stond voor puur, eerlijk en kwaliteit. Ik bedacht de merknaam Liquido d’Oro (‘Vloeibaar Goud’) en ontwikkelde een vormgeving die totaal afweek van de traditionele olijven of olijfboompjes op het etiket.

Met Liquido d’Oro wil ik een merk bouwen dat staat voor eerlijkheid, kwaliteit, passie en gezondheid. Het huidige olijfolieaanbod in Nederland is veelal gebaseerd op geraffineerde olijfolie, wat inhoudt dat de olijfolie niet veel meer is dan een plantaardige olie, waar alle smaakvolle, gezonde en werkzame stoffen uit zijn gefilterd. In echte olijfolie proef ik toewijding. Als ik zie hoe Italiaanse boeren met hun olijfbomen omgaan… Ze praten er nog net niet mee. Het is haast bijzaak of ze het product verkopen. De hoofdzaak is dat ze een mooie extra vergine olijfolie willen maken, die overloopt van pure gezondheid. Deze boeren zullen nooit concessies doen aan de kwaliteit.

Die kwaliteit komt voort uit passie. Liquido d’Oro eert de Italiaanse cultuur van zuivere smaken en brengt de beste olijfolie vol van pure gezondheid naar de Nederlandse fijnproever en genieters. Liquido d’Oro beschouwt olijfolie als een rijke gastronomische erfenis. Italiaanse boeren hebben deze eeuwenoude wijsheid aan ons doorgeven. Als geen ander weten ze de pure smaak te vatten, te temmen en met een grote perfectie te balanceren.

We zijn er trots op dat we zo’n bijzondere serie olijfolie kunnen delen. Liquido d’Oro hanteert een streng teelt-, oogst- en persbeleid. De kwaliteit begint bij onze olijfbomen die twee maal meer ruimte krijgen dan normaal, zo’n 36 vierkante meter. De frantoio bevindt zich te midden van de olijfgaard waardoor er binnen zes uur na de handgeplukte oogst, uitsluitend door middel van processen, met weinig druk en bij minder dan 25 graden Celsius, geperst kan worden. Na het persen wordt de olijfolie, zonder filtering, op afroep in onze speciale zwarte Liquido d’Oro flessen gebotteld.

Smaak en antioxidanten worden zo optimaal bewaard. Wij schudden en snoeien uitsluitend met de hand en gaan uiterst zorgvuldig met de 200 olijven om die voor een fles kwaliteitsolie nodig zijn. Alle olijfolie van Liquido d’Oro komt uit Italië. Er vindt geen inmenging plaats met olijven van buiten Italië. De olijfolie is intens fris, met een gespierd element in de smaak, waardoor je de neiging krijgt om met je lippen te smakken. Het verschil tussen de soorten is heel subtiel. In de ene olijfolie is de hete zomerwind te proeven, in de andere de eerste regen van het najaar. Wat ze gemeen hebben, is de smaak van de rijke olijfoliegeschiedenis van dit land – groen en vol leven.’

Dat wilde ik uiteraard wel proeven! Ik zorgde voor lekker brood en wat grof zeezout, Ridder bracht zijn nummer 1 mee: Il Primo Sinolea Biologica. Ridder: ‘Deze licht groengelige, iets troebele extra vergine olijfolie uit het Monte Amiata-gebied in Toscane heeft door het unieke lekproces een bijna boterachtig karakter met een zeer verfijnd aroma van jong groen en walnoot.

Het ras van de olijf is de Seggianese, van origine uit de regio Monte Amiata en alleen te vinden in de provincie Grosseto en Siena. De lavabodem van de Monte Amiata is rijk aan mineralen en geeft de olijfolie de juiste zuren. De soort is uitermate bestand tegen kou; de bomen zijn de overlevenden van de koude winter van 1985. De olijfolie wordt vervaardigd volgens de ‘Sinolea’-techniek die gebaseerd is op het onttrekken van de olie zonder stress, druk en water. Door gebruik te maken van deze techniek ontstaat een extra vergine olijfolie die minimaal afwijkt van de pure smaak van olijven.’

Voordat ik de fles openmaak, bestudeer ik het etiket. Extra leuk zijn de ingrediënten die worden genoemd: vakmanschap, een snufje geluk, harmonie, magie, poëzie, toewijzing, cultuur en bovenal passie. Dan is het moment daar: de dop wordt eraf gedraaid en de eerste olijfolie wordt in een mooi schaaltje geschonken. Verwachtingsvol doop ik een stukje brood in de olie.

En inderdaad, Ridder heeft niets teveel gezegd: dit is vloeibaar goud! Met deze fles op tafel, vergezeld van brood en zout, heb je een voorgerecht waarbij ingewikkelde antipasti in het niet vallen. Maar er is uiteraard meer keus! Voor elk hoofdelement van een gerecht heeft Liquido d’Oro een suggestie voor de best passende olijfolie. Of het nu vlees, vis of gevogelte is. De kleurcodering van de flessen (op de hals en op het smaakicoontje op het etiket) correspondeert met de in de horeca HACCP verplichte snijplanken. Makkelijk, duidelijk en herkenbaar – je pakt tijdens het koken bijna blind de goeie fles.

Aan de kleurcodering op de fles kun je zien met welk gerecht de olijfolie zich het beste laat combineren:

  Goud voor brood en zeezout
  Brons voor tafelolie
  Groen voor groentes, salade en dressings
  Blauw voor vis en zeevruchten
  Geel voor wild en gevogelte
  Rood voor bakken en grillen

Wil je de gouden vloeistof zelf proeven? Kijk dan op http://www.liquidodoro.nl/bestellen/ voor de losse flessen, een proefpakket of een proefsetje. Wil je tegelijkertijd meer van Italië proeven, neem dan een abonnement op De Smaak van Italië. Bij een jaarabonnement krijg je nu een luxe olijfoliepakket, bestaande uit Il Terzo Terra Di Foggia, Il Sesto Fruttato en Il Basilico: drie verrukkelijke flessen voor fijnproevers.

dec 13

Nog een mooi decembercadeau, met twee ingrediënten die onlosmakelijk verbonden zijn met de Italiaanse keuken. Olijfolie is een gezond en puur product, waar je mee kunt bakken en braden. Maar je kunt er ook heerlijke sauzen en dressings mee maken, en zelfs lekkere toetjes! Volop inspiratie dus voor een kookboek met 24 makkelijk te maken gerechten die olijfolie en olijven tot een ware delicatesse maken. Van groene pesto tot een basisvinaigrette en van citroensalade met sardines tot zeebaars met olijven.

Het boekje en de recepten zijn van de hand van Manfred Meeuwig, eigenaar van olijfoliewinkel Meeuwig & Zn in Amsterdam en foodstylist. Voor hij de recepten presenteert, vertelt hij eerst over de achtergrond van olijven en olijfolie. Een klein fragment:

‘Je zou het niet zeggen van zo’n zomers product maar olijven worden in de winter geplukt, van oktober tot januari om precies te zijn. Alle olijven zijn eerst groen en worden naarmate ze rijper zijn paars tot zwart. Alle olijven (dus ook de rijpe) smaken rechtstreeks van de boom geplukt erg bitter. Daarom ondergaan tafelolijven verschillende behandelingen, onder andere in pekelbaden, om ze eetbaar te maken.

Tijdens het plukken worden de olijven opgevangen in netten die op de grond zijn uitgelegd. Voor de kwaliteit van de olie is het van het grootste belang dat de olijven binnen 24 uur geperst worden. In de perserij worden de olijven gewassen en met wat koud water vermalen tot een dikke massa. Deze massa wordt op ronde matten verdeeld, opgestapeld en uitgeperst.

Het vocht dat hierbij vrij komt is helemaal niet lekker. Het bevat naast de olie met daarin opgeloste prettige smaakstoffen ook in water opgeloste bittere smaakstoffen. Maar dan vindt het wonder plaats: door middel van een simpele centrifuge wordt het onaangename vocht gescheiden van de lekkere olie. In zeer moderne perserijen wordt met het zogenaamde continue proces gewerkt. Hierbij is het malen en het persen een aaneensluitend proces. Sommige oliën worden vervolgens door dikke lagen papier gefilterd om ze helderder te maken, andere blijven  mooi troebel.’

Meeuwig legt vervolgens het verschil in kwaliteit en smaken tussen olijfoliën uit. Wanneer gebruik je welke olijfolie? Welke aanduidingen op het etiket zijn van belang?

Dan volgen de recepten, waarvan we er alvast eentje mogen proeven: salade van sinaasappel met muntijs.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

3 sinaasappels, geschild en overdwars in dunne plakjes gesneden
2 eetlepels extra vergine olijfolie
50 gram pistachenootjes, fijngehakt
1 bosje munt, fijngehakt
vanille-ijs

Verdeel de sinaasappel over 4 borden en schenk er de olie overheen. Meng de pistachenootjes met de munt. Maak bolletjes van het ijs en rol deze door het munt-pistachemengsel. Leg per bord een bolletje op de sinaasappelschijfjes en serveer direct.

Nog meer lekkere recepten met olijfolie vind je in

Olijf & Olie boekbox – 24 wereldse gerechten met olijvenschaaltje
Manfred Meeuwig
ISBN 9789057674662
€ 14,95
uitgeverij mo’media

Getagd met:
dec 05

Soms krijg je een boek onder ogen dat met recht een ‘lekker’ boek mag worden genoemd. Enerzijds omdat je niet kan stoppen met lezen en helemaal opgaat in het verhaal en de personages, anderzijds omdat er culinair veel te genieten valt. De keukendochter is zo’n boek, met naast hoofdpersoon Ginny die je direct in je hart sluit een verzameling heerlijke recepten die je tijdens het lezen bijna ruikt en proeft. Recepten die je eigenlijk direct wil maken, ware het niet dat je tegelijkertijd ook wil doorlezen…

De zesentwintigjarige Ginny Selvaggio is anders dan anderen. Ze voelt zich het meest op haar gemak in de keuken. Na de onverwachte dood van haar ouders zoekt Ginny troost bij haar lievelingsrecepten, zoals de broodsoep van haar Italiaanse grootmoeder. Tot haar verbijstering staat plotseling Nonna’s geest voor haar neus, opgeroepen door de krachtige geur van de soep met een geheimzinnige waarschuwing: ‘Laat haar niet…’

Een geest in de keuken is niet Ginny’s enige uitdaging. Haar zus Amanda wil het ouderlijk huis verkopen. Ook vindt ze foto’s van een vreemde vrouw. Hoe meer Ginny ontdekt, hoe meer ze gaat koken. De meest overheerlijke familierecepten verschijnen dampend op tafel – met alle gevolgen van dien.

Tijdens het inpakken van de spullen van haar ouders, maakt Ginny bisschopswijn:

‘Eerst de pan, de kan, de snijplank. Ik verbreek de verzegeling van de dop, die van hard, rood plastic is gemaakt. Ik schenk de cider in een flinke pan en zet het vuur hoog. Ik slijp het mes en snijd vervolgens een sinaasappel in ragfijne, doorzichtige schijfjes. Ik peuter de kruiden uit hun glazen potjes. Hele kruidnagels, steranijs. Een kaneelstokje. Een paar korrels zwarte peper. De sinaasappelschijfjes erbovenop. Ik zet het vuur zo laag mogelijk, zodat er alleen langs de rand van de pan, nauwelijks waarneembaar, wat belletjes te zien zijn.

Nu ik toch voor de plank met kruiden sta, loop ik de potjes even na om te zien wat ik bij een volgende bestelling via internet moet hebben. Kaneel zeker. Laurierblaadjes. De lekkerste soorten chilipoeder:ancho, aleppo, chipotle. Veel mensen denken dat alle Spaanse pepers hetzelfde smaken, maar ze hebben ieder een heel eigen karakter. Het zachte branden van de habanero, het rokerige aroma van de chipotle, de pittige groene smaak van de jalapeño.

‘Ben je cider aan het maken?’ zegt Amanda, zich over de rand van de pan buigend.
‘Voor de geur. Volgens Angelica is het goed als het in huis naar vers bereid eten ruikt. Neem gerust een beetje.’ Ik steek haar de pollepel toe.’

Ik ga straks Ginny’s voorbeeld volgen en een grote pan bisschopswijn maken voor het heerlijk avondje. Aangezien de wijn net als het boek een snufje magie, een scheutje bitterzoet, twee eetlepels humor en een genereuze portie liefde bevat, komt de Goedheiligman vast even langs om lekker op te warmen!

De keukendochter
Jael McHenry
vertaald door Catherine Smit
ISBN 9789044332407
€ 18,95
The House of Books

Wie het boek in het Italiaans wil lezen, dat kan ook! Het is onlangs in het Italiaans vertaald, met de prachtige titel La cucina degli ingredienti magici. Als De keukendochter (in welke taal dan ook) naar meer smaakt, neem dan ook een kijkje op het blog van de auteur, Jael McHenry, dat uiteraard grotendeels over eten en koken gaat.

nov 13

Vandaag kunst van een heel andere orde: de kunst van het koken. Aan de hand van onderstaand recept maak je een heerlijke primo met gorgonzola en pistachenootjes, die zeker in het najaar en de winter naar meer smaakt!

Gnocchi en gorgonzola vormen een hemels duo: de romige gorgonzola past perfect bij de zachte aardappelkussentjes. De pistachenoten zorgen voor een verrukkelijke textuur en extra smaak. Ik voeg ze vaak toe aan een recept voor pasta, risotto en gnocchi, want ze geven echt een extra accent. Probeer maar eens!

Ingrediënten
(voor 4 personen)

Voor de gnocchi
1 kg aardappels, ongeschild
1 ei
200 g bloem, plus extra om te bestrooien
zeezout

Voor de saus
50 g boter
150 g slagroom
100 g gorgonzola dolcelatte (zonder blauwschimmel), in blokjes
zeezout en versgemalen zwarte peper
80 g verse pistachenoten, grof gehakt
100 g Parmezaanse kaas, geraspt
1 eetlepel marjolein, fijngehakt

Maak eerst de gnocchi. Kook de aardappelen 25 tot 30 minuten in een ruime hoeveelheid water, giet ze af en laat ze iets afkoelen. Schil en pureer de aardappelen. Laat de puree goed afkoelen en voeg het ei toe. Meng alles met een vork door elkaar, voeg dan 200 gram bloem en wat zout toe en kneed alles tot een glad en soepel deeg.

Bestrooi het werkvlak met bloem en kneed het deeg tot een stevige deegbal. Verdeel het deeg in zes rolletjes. Snijd er stukjes van 2 tot 4 cm uit. Verspreid de gnocchi over een met bloem bestoven theedoek en rol ze stuk voor stuk over het uiteinde van een vork.

Smelt voor de gorgonzolasaus de boter in een grote koekenpan met antiaanbaklaag op middelhoog vuur. Voeg de room en de gorgonzola toe en strooi er een beetje zout en peper over. Roer tot de kaas gesmolten is en haal dan de pan van het vuur.

Kook de gnocchi in een grote hoeveelheid kokend water met wat zout: leg ze op een bord, houd het bord iets schuin boven de pan en laat de gnocchi voorzichtig in het kokende water glijden. (Je kunt de gnocchi in porties koken als de pan niet groot genoeg is.) Schep de gnocchi met een schuimspaan uit de pan zodra ze aan het oppervlak komen drijven.

Schep ze vervolgens bij de saus in de koekenpan. Zet de pan op laag vuur en roer de gnocchi snel met een houten lepel door de saus. Bestrooi de pasta met de pistachenoten, de geraspte kaas en de marjolein en schep alles voorzichtig door elkaar. Strooi er nog een klein beetje extra peper over en serveer direct.

Dit kunstige recept is afkomstig uit het nieuwe kookboek The Art of Pasta, vol met recepten voor pasta en andere primi. Pastagerechten vormen niet alleen de ziel van de Italiaanse keuken, maar zijn ook geliefd en onmisbaar in vele Nederlandse huishoudens, getuige het niet-aflatende succes van pastakookboeken.

In The Art of Pasta staan niet alleen duidelijke recepten voor het zelf maken van de lekkerste pasta en de perfecte gnocchi, maar ook klassieke sauzen als bolognese naast tot de verbeelding sprekende gerechten als cannelloni met konijn en artisjokken. Dit boek laat elke pastaliefhebber watertanden en is dankzij de prachtige foto’s van Anson Smart en bijzondere illustraties van kunstenaar Luke Sciberras bovendien een feest voor het oog.

Het brein achter The Art of Pasta wordt gevormd door Lucio Galletto en David Dale. Galletto verstaat als geboren Italiaan en restauranthouder in Sydney de kunst van het pastamaken als geen ander. Daarnaast is hij ook een groot kunstliefhebber en hangen er in zijn restaurant meer dan vijfhonderd kunstwerken. Hij schreef al eerder kookboeken en won daarmee verschillende prijzen.  Dale is een vriend van Lucio en schrijft als journalist voor onder meer The Sydney Morning Herald. Ook Dale heeft al verschillende (kook)boeken op zijn naam staan.

The Art of Pasta
Lucio Galletto & David Dale
ISBN 9789021550947
€ 29,95
Kosmos Uitgevers

okt 17

Vandaag koken we uit het nieuwe boek van Gino d’Acampo: Gino’s pasta. Dit boek is Gino d’Acampo’s lofzang op Italiës meest heilige gerecht, met maar liefst 100 verrukkelijke pastarecepten voor alle denkbare gelegenheden. Gino’s recepten zijn makkelijk, gevarieerd en ongelooflijk lekker. In dit boek vind je klassiekers als carbonara, puttanesca en bolognese, maar ook verrassende varianten als lasagne met pesto, en onverwachte combinaties als tagliatelle met tartaarsaus.

Aan de hand van duidelijke aanwijzingen en stap-voor-stapfoto’s leer je zelf pasta maken. Gino legt uit hoe je het beste gebruik kunt maken van de verschillende pastasoorten, van vertrouwde soorten als spaghetti, ravioli en fusilli tot onbekendere soorten als mezzelune, bucatini en conchiglie rigate.

Gino heeft geweldige ideeën voor pasta om mee te nemen op een picknick, voor feestelijke gelegenheden, voor vegetariërs, voor mensen met een voedselallergie, en zelfs voor pastadesserts!

Gino d’Acampo is de meester van de moderne Italiaanse keuken. Gino werd geboren in Torre del Greco, in de buurt van Napels. Hij erfde zijn grootvaders liefde voor koken en volgde zijn opleiding aan het kookinstituut Luigi de Medici. Daarna werkte hij in vele restaurants in Europa. Hij belandde in 1995 in Groot-Brittannië.

Gino komt regelmatig op televisie, onder andere bij Ready Steady Cook, This Morning, Daily Cooks Challenge en zijn eigen series, waaronder Chefs Vs Britain. Tevens verschijnt hij in de Italiaanse topkookshow La Prova del Cuoco.

Gino werkt op dit moment aan verschillende projecten, waaronder zijn eigen productenlijn; uiteraard met fantastische gevulde pasta! Kijk voor meer informatie over Gino en zijn projecten op www.ginodacampo.com

Speciaal voor de lezers van Ciao tutti geeft Gino een voorproefje uit zijn nieuwe boek, en wel van het recept voor spaghettini con capesante in salsa verde, oftewel dunne spaghetti met jakobsschelpen en peterseliepesto.

Gino: ‘Jakobsschelpen, peterselie en knoflook vormen een hemelse combinatie: dit eenvoudige gerecht mocht dan ook zeker niet ontbreken in mijn pastakookboek. Het is snel, kleurig en van een sprankelende frisheid die je elke keer weer zal verrassen. Koop alsjeblieft geen diepgevroren jakobsschelpdieren en neem nimmer krulpeterselie als je ook gladde kunt krijgen. Buon appetito!’

Ingrediënten
voor 4 personen

50 g boter, liefst gezouten
250 g kleine jakobsschelpdieren, zonder koraal
50 g platte peterselieblaadjes
50 g pijnboompitten
2 eetlepels gezouten kappertjes, afgespoeld
1 teen knoflook, gepeld
1,5 dl extra vergine olijfolie
rasp van 1 citroen
500 g spaghettini
zout en peper

Verhit de boter in een koekenpan en bak de jakobsschelpdieren hierin aan elke kant 1 minuut (eventueel in gedeelten). Schep ze op een bord.

Doe de peterselieblaadjes, pijnboompitten, kappertjes en de teen knoflook in een keukenmachine. Voeg de olie toe en pureer alles glad.

Doe het peterseliemengsel in een grote kom. Voeg de jakobsschelpdieren, het citroenrasp en wat zout en peper toe.

Kook intussen de pasta beetgaar in een grote pan met licht gezouten kokend water. Giet hem af en doe hem in de kom met de pestosaus en de schelpdieren.

Schep de pasta 30 seconden voorzichtig om, zodat de saus zich goed aan de pasta hecht. Serveer de pasta direct.

Alle andere pastarecepten van Gino vind je in

Gino’s pasta
Gino d’Acampo
ISBN 9789059563940
€ 22,95
uitgeverij Fontaine

Getagd met:
sep 26

Vandaag een anders dan anders recept, dat in een klein half uur op tafel staat. Ideaal voor de drukke maandagavond dus!

Ingrediënten
(voorgerecht voor 4 personen / hoofdgerecht voor 2 personen)

5 lasagnebladen
1 dl visbouillon
10 gram gelatinepoeder
1 dl room
0,5 dl olijfolie
50 gram dille, fijngehakt
300 gram gerookte zalm, in stukken
1 courgette, in lange dunne slierten
1 eetlepel wittewijnazijn
zout
versgemalen peper

Kook de lasagnebladen al dente in ruim kokend water en spoel ze daarna af onder de koude kraan. Meng de visbouillon en het gelatinepoeder. Breng intussen de room aan de kook en voeg dit toe aan de bouillon. Laat de massa half opstijven in de koelkast.

Smeer de randen van een grote soepkom of een ander bakje in met een beetje olijfolie. Leg hierin een lasagneblad, schenk hierover wat bouillon, bestrooi met dille en leg er wat zalm op. Bedek dit met een lasagneblad en herhaal dit tot alle ingrediënten op zijn. Laat de lasagne opstijven in de koelkast.

Haal vlak voor het serveren de lasagne uit de soepkom door de kom in een bakje met warm water te zetten tot de lasagne loslaat. Snijd de lasagne in vieren.

Breng de courgette op smaak met de wijnazijn en wat zout en peper. Verdeel de slierten courgette over vier borden en leg hierop een stukje lasagne.

Dit recept is afkomstig uit de Pasta Boekbox. In deze cadeaubox vind je een kookboek met 24 makkelijk te maken gerechten, van een frisse pastasalade met mozzarella tot tagliatelle met asperges. Naast 24 heerlijke pastagerechten staan er in het kookboek ook tips voor het zelf maken van pasta. Dat is eenvoudiger dan je denkt.

Daarnaast bevat deze unieke cadeaubox een handige pastameter en een pastatang. Een origineel cadeau voor iedereen die houdt van lekker eten. Met de handige pastatang in deze cadeaubox schep je de pasta nu nog gemakkelijker op. De pastameter zorgt ervoor dat je nooit meer te veel kookt!

Pasta boekbox
(met kookboek, pastameter en pastatang)
Joris Scott & Niels Schavemaker
ISBN 9789057674600
€ 14,95
uitgeverij mo’media

Getagd met:
sep 09

Het bijzondere kookboek dat ik vandaag met jullie wil delen, is weliswaar al wat ouder, maar nog niet zo oud als de titel doet vermoeden. In dit kookboek gaan de auteurs echter wel ver terug in de tijd, op zoek naar de antieke wortels van de Italiaanse keuken. Gerechten uit het oude Rome worden vergeleken met recepten van eigentijdse Italianen.

Tussen keuken en tafel verneem je allerlei wetenswaardigheden uit de oudheid over koken en de omgang met voedsel in het algemeen en bepaalde ingrediënten of voedingsmiddelen in het bijzonder. Tussen de recepten en foto’s door vind je teksten van artsen en filosofen uit de klassieke oudheid, die je ook nu nog beter niet zomaar naast je neer kunt leggen.

Vandaag op Ciao tutti een voorproefje in tekst, over wat de Romeinen nu eigenlijk aten, morgen een recept zodat je dat proefondervindelijk kunt ervaren!

‘De manier van koken zoals die in de oudheid gebruikelijk was, kan niet zonder meer beschouwd worden als een antieke variant van de mediterrane keuken zoals wij die vandaag de dag kennen. De Romeinen hadden nog niet de beschikking over een groot aantal producten die tegenwoordig zo kenmerkend zijn voor de mediterrane keuken. De ‘Nieuwe wereld’ moest nog ontdekt worden en daarmee waren tomaten, paprika’s, pepertjes, aubergines, aardappels en maïs in de oudheid nog niet bekend.

Rijst, oorspronkelijk afkomstig uit India, werd alleen gebruikt vanwege de bindende eigenschap van het zetmeel. Sinaasappels werden pas in de tiende eeuw op Sicilië geïntroduceerd door de Arabieren. Wel hadden de Romeinen de beschikking over ander citrusvruchten zoals citroenen en limoenen, die door Alexander de Grote vanuit de Oriënt waren meegebracht. Thee, koffie en cacao waren in de oudheid ook nog niet bekend en suiker kwam in Europa pas in de middeleeuwen ter beschikking.

Is de Romeinse keuken dan niet meer dan een slap aftreksel van hetgeen we ons nu onder de Italiaanse keuken voorstellen? We denken van niet. De Romeinen konden putten uit een grotere rijkdom aan vis en schaaldieren dan er op het ogenblik in de mediterrane wateren voorradig zijn. Zo bereidde men in de oudheid reeds gerechten met sardines, bonito, ansjovis, makreel, goudbrasem, tong, tonijn, zee-egel, rode mul en zeeprik. Kreeft, pijlinktvis, zeekat en octopus konden Romeinse gourmets in vervoering brengen. Men beschikte in de oudheid reeds over kwekerijen voor oesters en mosselen.

Ook voor vleesliefhebbers was er in het oude Rome van alles te krijgen, hoewel rundvlees zelden op tafel kwam. Runderen werden in de eerste plaats gezien als lastdieren die nodig waren voor het werk op het veld. Voor vleesconsumptie ging de aandacht meer uit naar varken, lam, geit en gevogelte zoals fazant en patrijs.

Ook de jacht bracht het een en ander op tafel, zoals haas, hert en ree. Daarnaast golden ook zanglijsters en slakken als lekkernij. Een culinaire bijzonderheid als ganzenlever, die we vandaag de dag eerder met de Franse keuken associëren, is van oorsprong een Griekse en Romeinse specialiteit. Ganzenhoeders mestten de ganzen vet met vijgen en doodden ze vervolgens door dwangvoederen met mulsum, een met honing gezoete wijn. Volgens Apicius verkreeg het vlees hierdoor een bijzondere smaak. In het moderne Italiaanse woord voor lever, fegato, herkennen we nog de Romeinse benaming ‘iecur ficatum’, lever met vijgensmaak. De Romeinen kenden ook reeds ham en allerlei soorten worstjes.

Contouren van de antieke keuken bij de Romeinen
Groenten worden meestal geserveerd als smaakmakertjes en waren reeds in grote variëteit op de markt. Asperges, biet, wortel, koolsoorten, pompoen, kardoen, ui, look en komkommer boden alle mogelijkheid tot afwisseling. Sla, witlof, waterkers en andijvie waren populaire bladgroenten. Paddenstoelen en truffels golden ook in de oudheid reeds als delicatesse.

Kazen waren er reeds in overvloed. Men gebruikte voornamelijk melk van geit en schaap. ‘Ab ovo usque ad malum’ beschrijft het verloop van een maaltijd in het oude Rome, waarbij een bereiding met ei de maaltijd inluidde en het fruit als afronding geserveerd werd. De Romeinen gebruikten hiervoor appels en peren, maar ook perziken (uit Perzië) en abrikozen (uit Armenië). Van oudsher groeiden er in het mediterrane gebied vijgen en druiven. In de zomerse hitte kon men de dorst lessen met meloenen. Uit Palestina en Ethiopie importeerde men dadels. In de herfst en winter genoot men van allerlei soorten noten zoals walnoten, hazelnoten en amandelen.

Hoewel in de oudheid pasta zoals wij het kennen in de mediterrane keuken ontbrak, gebruikte men verschillende granen wel voor andere doeleinden in de keuken, zoals voor de bereiding van smaakvolle soepen, pap en brood. Een van de oudste graansoorten die door de Romeinen werd gecultiveerd was gerst. Daarnaast verbouwde men spelt, rogge, haver en gierst. Spelt was te hard om te malen en werd geplet om het daarna te gebruiken voor de bereiding van puls, een polenta-achtige brei.

De introductie van tarwe in de vijfde eeuw voor Christus maakte het mogelijk om graan tot een fijn meel te verwerken. Hierna nam het broodbakken een grote vlucht. Men voorzag brood van verschillende smaakvariaties door toevoeging van karweizaad, venkel, selderij, anijs en papaver. De maaltijd ging vergezeld van wijn. Hierbij verdunde men meestal de wijn met water of zoette men de wijn met honing.’

Morgen een lekker visrecept uit Zo oud als de weg naar Rome!

Zo oud als de weg naar Rome
Roelf Holtrop & Hans Morren
ISBN 9789080644854
€ 35,-
te bestellen via www.hansmorren.nl

aug 17

Giancarlo en Katie Caldesi hebben het tot hun werk gemaakt om hun liefde voor de Italiaanse keuken te delen. Ze hebben het fantastische Italiaanse restaurant Caffè Caldesi in Londen, de Italiaanse kookschool La Cucina Caldesi en een eigen BBC-programma, Return to Tuscany. En nu is er een fantastisch boek: Mangiare!

 

Katie: ‘Als je het aan mijn vrienden en familieleden vraagt, zullen ze zeggen dat ik geobsedeerd ben geraakt door Italiaans eten – maar het is ook onmogelijk om níét verliefd te worden op een eetcultuur die zo rijk is aan geschiedenis, zo boeiend en uitermate fascinerend. In werkelijkheid bestaat er natuurlijk niet zoiets als ‘Italiaans eten’, want van noord tot zuid, van stad tot platteland, van de ene regio tot de andere heeft iedereen een verschillende kijk op wat er thuishoort in een gerecht.

Mensen in Italië praten eindeloos over eten. Je kunt achter een stelletje op straat lopen en hen horen discussiëren over de kwaliteit van mozzarella of fior di latte. Je kunt naar de kapper gaan en een meningsverschil opvangen over wie de beste ribollita maakt. Ik overdrijf niet. Toen ik eenmaal Italiaans kon verstaan, ontdekte ik tot mijn verbazing hoezeer iedereen door eten in beslag werd genomen. Als iemand die houdt van koken en eten, voelde ik me onmiddellijk thuis.

Met dit boek wil ik een poging wagen een uitgebreide cursus Italiaans koken te geven, gebaseerd op mijn ervaring met het runnen van een Italiaanse kookschool in Londen, een zomercursus in Toscane en twee Italiaanse restaurants met mijn Toscaanse echtgenoot, Giancarlo. Toch zal er nooit een allesomvattend verzamelwerk van de Italiaanse keuken komen, want daar is die eenvoudigweg te gevarieerd voor. En dat is wat er zo mooi aan is.

Campanilisti is het Italiaanse woord voor loyale aanhangers van hun geboorteplaats, de plaatselijke gewoontes, de voetbalclub – en de plaatselijke salami! Letterlijk betekent het ‘mensen die bij de kerktoren wonen’. Italianen zeggen nooit van zichzelf dat ze Italiaans zijn, ze noemen zichzelf eerder Sarden, Sicilianen of Toscanezen. Hen kortweg Italianen noemen volstaat gewoon niet, en als zijzelf iemand uit dezelfde streek ontmoeten, moet eerst worden uitgewisseld uit welke provincie in die streek ze precies komen.

Als Engelse voel ik me vaak een beetje in verlegenheid gebracht als ik hoor hoe openlijk Italianen de inwoners, het eten en de kookkunst van andere streken minachten, maar het hoort nu eenmaal bij de plagerijen waar alle Italianen van houden.

Door het lesgeven op onze kookschool merk ik dat veel mensen meer willen weten over streekgebruiken, over Italiaanse ingrediënten, over Italiës culinaire geschiedenis en bovenal over hoe je met succes zowel klassieke, traditionele Italiaanse gerechten kunt bereiden als gerechten in een modern jasje. Dus ik belicht niet alleen de typische ingrediënten die je in een Italiaanse keuken vindt, maar ik heb ook een serie masterclasses opgenomen die je laten zien hoe wij bepaalde gerechten leren maken.

Hoewel de geschiedenis van eten deel uitmaakt van mijn achtergrond – voor mijn afstuderen in kunst en theaterontwerp schreef ik een proefschrift over middeleeuws voedsel en banketten – schrijf ik dit boek niet om te onderzoeken wat Plinius dacht, of wat de Etrusken klaarmaakten, hoe fascinerend ze ook waren. Dit is een boek voor mensen die net terugkomen van een vakantie in Italië, of van een heerlijk diner in een Italiaans restaurant, en zouden willen dat ze wisten hoe ze pasta met zeevis moeten maken, of die focaccia waarvan ze zo genoten hebben.’

In Mangiare! gaat Katie Caldesi op culinaire ontdekkingsreis langs alle 20 streken van Italië en neemt je mee langs thuiskoks en trattoria’s en deelt de geheime tips die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Mangiare! is een prachtige reis door de authentieke en traditionele Italiaanse keuken, staat boordevol heerlijke recepten, handige technieken en bevat boeiende achtergrondinformatie. Morgen een recept!

 

Mangiare! – Kooklessen uit de Italiaanse keuken
Katie Caldesi
ISBN 9789021550237
€ 29,95
uitgeverij Kosmos

jul 27

   

Er bestaan meer dan driehonderd pastavormen, die allemaal hun eigen geschiedenis hebben, allemaal een verhaal dat het waard is om te vertellen. De vormen zijn niet per toeval ontstaan, maar in samenhang met de smaken en geuren van lokale ingrediënten.

Alleen de perfecte combinatie van de vorm van de pasta en de ingrediënten van de saus levert een subliem gerecht op. Spaghetti bolognese, ik schreef het al eerder, zal een Italiaan je nooit voorzetten. Deze dikke saus eet je met tagliatelle – volgens de inwoners van Emilia-Romagna is een andere soort pasta bij deze saus een doodzonde.

De geschiedenis en de filosofie achter de heerlijkste pastagerechten uit heel Italië worden in De perfecte pastaformule onthuld. In dit dikke, mooi vormgegeven boek kom je alles te weten over hoe je pasta kunt bereiden en kunt genieten als een echte Italiaan. Een greep uit de pastasoorten die de revue passeren:

In De perfecte pastaformule staan meer dan honderd authentieke, tongstrelende recepten van de toonaangevende Engelse chef Jacob Kenedy. De adembenemende zwart-witillustraties zijn van grafisch ontwerpster Caz Hildebrand, die ervoor zorgt dat grafisch ontwerp en eten op een opvallend smakelijke manier samengaan.

Elke soort pasta die er in Italië maar bestaat wordt genoemd. Dankzij de korte uitleg en illustraties weet je nu hoe agnolotti, corzetti, ditali, gramigne, ruote en trofie er precies uitzien, hoe ze zijn ontstaan, met welke saus ze goed samengaan en waar ze met name gegeten worden. Uiteraard vind je bij elke pastasoort ook een paar recepten, zodat je thuis zelf aan de slag kunt.

De meeste pastavormen zijn gewoon in Nederland verkrijgbaar, maar voor een aantal varianten zul je toch naar een Italiaanse supermarkt moeten afreizen. Sla dan wel groot in, want de recepten in dit boek wil je allemaal wel uitproberen!

   

Zelf je pasta maken kan natuurlijk ook, daarvoor geeft dit boek heel wat tips en trucs. Aangezien eierpasta het makkelijkst zelf te maken is, geef ik vandaag hiervoor het recept. In het boek vind je dan alle mogelijke vormen die je kunt maken.

‘Gebruik voor standaard eierpasta 1 ei per 100 gram bloem. Kneed goed en laat het deeg rusten voor je het uitrolt. Voor een hoofdgerecht voor 3 personen heb je 2 eieren en 200 gram bloem nodig.

Meer kleur maakt de pasta fraaier om te zien en wat rijker van smaak. Gebruik dan voor 3 personen 200 gram bloem, 1 ei en 3 eierdooiers.

Let wel: eieren zijn niet altijd even groot, bloem is niet altijd even droog of bevat niet altijd hetzelfde percentage eiwit (voor gluten), het weer en het klimaat kunnen een rol spelen en je moet kiezen hoe soepel het deeg moet zijn (voor de machine of met de hand). De hoeveelheden zijn daarom niet altijd even nauwkeurig. Het vergt oefening om te weten wanneer je een beetje meer bloem moet toevoegen of juist meer ei. De regel is dat je deeg even veerkrachtig moet zijn als de ontspannen spier van je onderarm.

De beste bloem voor eierpasta is 00 farina di grano tenero, waar soms een beetje semola di grano duro aan toegevoegd wordt. Dat geeft de pasta net iets meer beet, ten koste van de fluwelige textuur.

Van de eierpasta worden lappen gerold waaruit je verschillende vormen kunt snijden. Dit wordt tegenwoordig meestal met een pastamachine gedaan: pastamachines worden steeds goedkoper en iedereen kan het.

Rol de pasta uit op de dikste stand, vouw de lap op en draai hem een kwartslag. Herhaal dit enkele malen om de gluten goed naar alle kanten uit te rekken. Vervolgens stel je de rollen steeds strakker af om de gewenste dunne deeglap te krijgen.

Oorspronkelijk werd het deeg met een lange dunne deegroller (van minstens 60 cm) op een houten tafel uitgerold. Hierbij wordt een grote cirkel van het deeg gerold en wanneer hij te groot en te dun is om verder uit te rollen, mag de lap zich rond de deegroller wikkelen.

Het wordt er losjes omheen gedraaid, dan weer strak tegen de deegroller aan gedraaid bij het uitrollen, en zo heen en weer tot het deeg dun genoeg is. Het voordeel boven de machine is dat je een zachter, vochtiger deeg kunt of moet gebruiken, waardoor een veel elastischer pasta wordt verkregen. Het nadeel is dat je lang zult moeten oefenen om het rollen onder de knie te krijgen…’

De perfecte pastaformule
Cas Hildebrand & Jacob Kenedy
ISBN 9789044331196
€24,95
uitgeverij The House of Books

Zie voor een grappig filmpje over De perfecte pastaformule http://www.geometryofpasta.co.uk/animation.php

jul 09

In Italië is de verleiding groot om lekkers in te slaan voor de dagen dat ik in Nederland ben. Geef mij maar cantuccini, panforte en ricciarelli in plaats van speculaasjes, spritsen of jan hagel… Ik heb vooral een zwak voor amaretti, een soort bitterkoekjes, maar dan veel en veel lekkerder. Niet alleen omdat ze zo lekker zijn bij een kopje koffie, maar ook omdat ze zo mooi verpakt zijn. Elk koekje is opgerold in een kleurig papiertje met gouden opdruk, dat aan de uiteinden is opgerold zodat je een soort toffee krijgt. En alsof dat nog niet genoeg is, kun je de amaretti in prachtige geschenkdozen en –blikken kopen, hetgeen de verleiding nog groter maakt…

Bijna al mijn vrienden hebben inmiddels dan ook een of meer koekblikken van Virginia Amaretti in hun keuken(kastje) staan. De combinatie van het zien van al dat moois en lekkers en de geur van versgebakken koekjes vertaalt zich in een enorme tas culinaire cadeautjes. Want Italianen zijn meesters van het detail: ze bakken niet alleen perfecte koekjes, ook van het inpakken van deze heerlijkheden maken ze een waar feestje.

Soms sla ik een beetje te enthousiast in, en blijft er een zak amaretti ‘over’. Dankzij een vriendin die haar passie voor Italië bijna dagelijks vertaalt in de lekkerste recepten, ontstond uit dit overschot echter een nog lekkerder traktatie: een torta di amaretti. Vandaag ook voor jullie allemaal het recept. Haal dus snel een voorraad amaretti in huis!

Ingrediënten

250 gram cakemeel
200 gram roomboter
200 gram witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
2 ml amandelessence  amandelsmaak
2 eieren
5 tot 8 eetlepels melk
50 gram harde kleine amarettikoekjes
handje zoete gehakte amandelen

Verwarm de oven voor op 160 graden.

Klop de roomboter zacht en romig. Voeg dan de basterdsuiker en de vanillesuiker toe en doe de eieren er een voor een bij. Klop alles circa 3 minuten met de mixer op hoogste stand tot een glad beslag.

Doe de amarettikoekjes in een schaaltje en schenk er een heel klein laagje water over. Zet het schaaltje kort in de magnetron, zodat de amaretti zacht worden en je er een papje van kunt maken. Roer dit, samen met het cakemeel, de amandelessence en de melk door het beslag. Klop alles nog 1 minuut goed door met de mixer op de hoogste stand.

Doe het beslag in een ingevette cakevorm van ca. 28 cm (of in een springvorm met een doorsnede van ca. 24 cm) en garneer met de gehakte amandelen. Plaats de vorm in de voorverwarmde oven en bak de cake in 60 tot 70 minuten goudbruin en gaar. Stort de cake op een rooster, laat hem afkoelen en bestrooi hem met een beetje poedersuiker.

Deze cake is overigens ook heerlijk als zoet Italiaans ontbijt, met een schuimige cappuccino. Dat wordt een nog grotere voorraad amaretti inslaan in Italië…

Getagd met:
preload preload preload