aug 29

Jan en Hubert Van Eyck, beter bekend als de gebroeders van Eyck, schilderden in 1432 Het Lam Gods, een altaarstuk dat zich in de Sint-Baafskathedraal in Gent bevindt. Dit Belgische meesterwerk inspireerde de Oekraïense kunstenaar Oksana Mas, die met haar ei-genzinnige bewerking ervan haar land vertegenwoordigt op de Biënnale in Venetië.

Oksana Mas herschiep delen van het kunstwerk van de gebroeders Van Eyck, dit keer niet opgebouwd uit penseelstreken maar uit beschilderde houten paaseieren. 3.640.000 houten eieren, om precies te zijn, beschilderd door mensen uit 42 verschillende landen. Dat moet een hels karwei zijn geweest: eieren verzamelen, mensen vragen die – in een bepaald kleuraccent – te beschilderen en deze beschilderde eieren vervolgens samenvoegen tot 7 verschillende panelen die elk een klein detail uit Het Lam Gods verbeelden.

Op onderstaande foto’s zie je achtereenvolgens het originele kunstwerk van de gebroeders Van Eyck en de delen die Oksana Mas met haar beschilderde eieren naar Venetië bracht:

De drie mooiste fragmenten worden tentoongesteld op het pleintje voor de San Stae, in de buurt van de Rialtobrug. Wanneer je van het station naar Rialto vaart, heb je vanaf het dek van de vaporetto een prachtig uitzicht op het hoofd van Maria. Vanaf het water zie je waarschijnlijk niet eens dat haar gelaat is opgebouwd uit houten eieren, zo levensecht doet Mas’ kunstwerk aan. Een aantal foto’s van de panelen op dit pleintje aan het water:

Van veraf zie je eigenlijk niet eens dat de stukken zijn opgebouwd uit eieren. Pas van dichtbij zie je dat elk ei een kunstwerk op zich is (uitzonderingen daargelaten…):

Vier andere panelen zijn te zien in de kerk San Fantin, in de buurt van operatheater La Fenice. Persoonlijk vind ik de eieren buiten beter tot hun recht komen, maar het werk van Mas is te bijzonder om deze vier panelen links te laten liggen tijdens je wandelingen door de stad.

Oksana Mas liet zich overigens niet alleen inspireren door de gebroeders Van Eyck. Het is in de Oekraïne al eeuwenlang traditie om met Pasen houten eieren te beschilderen met folkloristische motieven. Het was ook niet de eerste keer dat ze met houten eieren aan de slag ging. In januari 2010 creëerde ze al een uniek portret van Maria, waarvoor ze 15.000 houten eieren gebruikte.

Ze deed precies negen maanden over het maken van dit kunstwerk – een symbolische periode. Deze Maria is te bewonderen in de kathedraal van Kiev. Maar die in de Venetiaanse buitenlucht is stiekem nog veel mooier…

Getagd met:
aug 19

Ambrosius is onmiskenbaar de belangrijkste heilige van Milaan. Als een van de drie beschermheiligen van de stad vervult hij een belangrijke rol in het leven van de Milanezen, ook buiten de kerk. Bovendien is een van de prachtigste kerken van de stad aan hem gewijd. Reden te meer om eens de geschiedenis in te duiken op zoek naar zijn wortels.

Ambrosius blijkt te zijn geboren in Trier, in 339 om precies te zijn. Zijn vader behoorde tot een rijke Romeinse familie, die zich weliswaar had laten bekeren tot het christendom maar die nog sterke banden onderhield met Rome. Ambrosius verliet Trier dan ook om in de Eeuwige Stad te gaan studeren. Nadat hij zijn examens met goed gevolg had weten af te leggen, werd hij door de toenmalige keizer naar Milaan gestuurd, waar hij de functie van gouverneur van de Noord-Italiaanse provincies moest vervullen.

Dat was in die tijd een behoorlijke opgave. In Milaan woedde namelijk een hevige strijd tussen de orthodoxe inwoners van de stad en de zogenaamde arianen, christenen die de heilige drie-eenheid niet erkennen en Jezus niet gelijkstellen aan God. Beide groepen wilden dat iemand uit hun eigen kring werd voorgesteld als kandidaat voor de bisschopszetel, die na het overlijden van Auxentius vacant was. Ieder hield zich halsstarrig vast aan de eigen kandidaat, waardoor de gemoederen hoog oplaaiden.

Uiteindelijk moest Ambrosius bemiddelen. De Milanezen waren erg onder de indruk van zijn optreden en ze besloten de bisschop niet uit een van beide groepen te kiezen, maar Ambrosius deze eer te schenken. Geheel onverwacht werd Ambrosius zo verkozen tot bisschop van Milaan, hoewel hij geen enkele geloofsachtergrond had en zelfs niet gedoopt was. Dat werd in allerijl geregeld, zodat Ambrosius ruim een week na zijn verkiezing officieel tot bisschop gewijd kon worden.

Ambrosius nam zijn taak als bisschop zeer serieus, maar bemoeide zich ook geregeld met politieke zaken. Met zijn rustige manier van praten en zijn overtuigingskracht wist hij menig debat in de juiste richting te leiden. Ook op papier wist hij zijn gedachten en meningen goed uiteen te zetten. Hij hield er een uitgebreide correspondentie met andere kerkvaders en wereldlijke politieke leiders op na. Soms riep hij zelfs de keizer op het matje, hetgeen ervoor zorgde dat de inwoners van Milaan hem met respect en bewondering benaderden.

Of Ambrosius zijn redenaarskunst alleen te danken had aan zijn studie in Rome, zullen we nooit weten. Volgens een legende vloog er namelijk een zwerm bijen boven de wieg van de kleine Ambrosius. De bijen druppelden een voor een wat honing in de mond van de baby, hetgeen er volgens zijn gelovigen voor zorgde dat al zijn toespraken ‘zoet als honing’ waren en als zoete koek werden geslikt door zijn toehoorders. Waar of niet. Ambrosius is in elk geval de patroonheilige van de imkers.

Op 4 april 397 stierf Ambrosius. Zijn stoffelijk overschot werd begraven in de kerk in Milaan die tussen 379 en 386 door hem werd gebouwd en die nog steeds zijn naam draagt, de Sant’Ambrogio.

Van de oorspronkelijke basiliek die Ambrosius liet bouwen, resten alleen nog de triomfboog en de zuilen die in de apsis zijn verwerkt. In de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog is het romaanse karakter van de kerk echter wel zoveel mogelijk in ere hersteld. Van de pusterla (poort) kijk je nu mooi uit op de kerk met zijn twee klokkentorens en op het atrium, dat geflankeerd wordt door het priesterhuis en het museum waarin de relikwieën, beelden, schilderijen en andere kostbaarheden van de kerk te bewonderen zijn.

Vlak voor het atrium staat aan de linkerzijde de Colonna del Diavolo, de Zuil van de Duivel. Onderaan zitten twee flinke gaten, die volgens de overlevering door de duivel met zijn horens zijn aangebracht toen hij Sant’Ambrogio probeerde over te halen het geloof achter zich te laten, hetgeen natuurlijk niet lukte.

Toch zijn enige wereldse gevoelens de wereld van de kerk niet vreemd. De campanile, de klokkentoren, van de Sant’Ambrogio moest natuurlijk wel veel hoger zijn dan die van de benedictijner kerk!

Ook de zuilen in het atrium zijn een nader onderzoek waard. Op de kapitelen van deze zuilen zie je namelijk prachtige voorstellingen uit de bijbel en fantasiedieren die het goed en het kwaad symboliseren. Sommige zuilen stammen zelfs nog uit de Romeinse tijd! In het atrium komt eveneens de strijd tussen de verschillende kerkordes naar voren. Om een zo groot mogelijke kerk voor te stellen, is het atrium van de Sant’Ambrogio zo gebouwd dat de kerk erachter veel groter lijkt.

Eenmaal binnen is het schip de beste plaats om de kerk in al zijn pracht en praal in je op te nemen. De twee zijbeuken worden van het schip gescheiden door bogen met daarboven de vrouwengalerijen, gedragen door pijlers met gebeeldhouwde kapitelen. Aan het begin van het schip staat de Slangenzuil, die door Mozes in de woestijn zou zijn opgericht.

Links van deze slang toont een put het niveau van de oorspronkelijke vloer uit de vierde eeuw, in de tijd van Ambrosius zelf dus. De preekstoel is gemaakt van de stukken van de oorspronkelijke preekstoel die nog intact waren gebleven nadat de koepel in 1196 was ingestort. Hij is versierd met een adelaar en een zittende man, symbolen van de evangelisten Johannes en Matteus.

Een van de mooiste bezienswaardigheden in de kerk is het Gouden Altaar, een rijk versierd werk uit de negende eeuw dat in opdracht van aartsbisschop Angilberto is vervaardigd. Aan de achterkant van het altaar toont een door de kunstenaar gesigneerd reliëf verhalen uit het leven van Sant’Ambrogio. Aan die kant zitten ook twee kleine deuren, waarachter vroeger de resten van Ambrosius lagen. De voorkant is van goud bezet met edelstenen en toont het leven van Christus.

Ook op het houten koor zijn verschillende scènes uit het leven van Sant’Ambrogio te zien. In het midden staat de bisschopszetel, waarop menige Italiaanse koning is gekroond. Onder het Gouden Altaar bevat een urn de resten van Ambrogio en twee andere heiligen, Gervasio en Protasio.

Aan het einde van de noordelijke zijbeuk vind je de Portico della Canonica, de portiek van het presbyterium. De zuilen van de middelste boog zijn zo gebeeldhouwd dat ze boomstammen lijken. Hier is de ingang van het museum, met onder andere het bed van Ambrosius en originele fragmenten van het apsismozaïek.

mozaïek van Ambrosius in de Sant’Ambrogio; mogelijk nog tijdens zijn leven gemaakt

Sant’Ambrogio stichtte tijdens zijn verblijf in Milaan ook nog verschillende andere kerken. Een van de mooiste is de San Simpliciano, die in de vierde eeuw gesticht als de Basilica Virginum. De kerk werd voltooid in 401. Vroeger had de kerk aan weerszijden open galerijen, waar boetelingen en bekeerlingen konden deelnemen aan de dienst.

Boven een van de deuren van de San Simpliciano is een lunet te zien met de afbeeldingen van de jonge Sisinius, Martirius en Alexander. De Heilige Ambrosius vroeg deze drie jonge mannen om het christendom te verspreiden in het Noord-Italiaanse Anaunia (het huidige Val di Non). In 397 stierven ze alle drie de martelaarsdood. Hun lichamen werden aan bisschop Simpliciano gegeven, die ze begroef in de Basilica Virginum. Volgens de overlevering hebben de martelaren ervoor gezorgd dat de Milanezen zegevierden bij de slag bij Legnano (1176), waar ze het moesten opnemen tegen Barbarossa. Bij die gelegenheid zouden er drie duiven uit de basiliek zijn gevlogen, die vervolgens neerstreken op de carroccio (wagen) om voor de veldslag gezegend te worden. Op 29 mei herdenkt de stad deze gebeurtenis met een sobere plechtigheid.

Op 7 december, de feestdag van de heilige Ambrosius, gaat het er vrolijker aan toe in de stad. Wie gaat kerstwinkelen in Milaan, doet er goed aan direct na Sinterklaas te vertrekken, zodat je deze dag vol feestelijkheden niet mist! Voor het zover is, gaan we morgen eerst gewoon shoppen in Milaan. Naast al die culturele bezienswaardigheden is dat natuurlijk iets wat je in dit winkelparadijs niet mag overslaan!

jul 10

Na de amandelkoekjestaart van gisteren vandaag een verhaal over Saronno, het amandelstadje in het noorden van Italië.

Overal in Italië woeden oorlogen als in Saronno plotseling een jonge kunstenaar opduikt. Bernardino Luini is een leerling van Leonardo da Vinci en is door zijn leermeester gestuurd om een fresco te schilderen in de kerk van Saronno. De flamboyante kunstenaar wordt betoverd door de schoonheid van Simonetta di Saronno, een jonge weduwe van adellijke komaf.

Hij vraagt haar te poseren voor het fresco van de madonna. In eerste instantie moet Simonetta niets van hem hebben, maar als ze toch ingaat op zijn verzoek gebeurt het onvermijdelijke: ze worden verliefd. Als het jonge paar verstrikt raakt in een reeks religieuze schandalen en de inwoners van Saronno zich tegen Bernardino keren, moet hij de stad ontvluchten. Bernardino zal er echter alles aan doen om terug te keren naar de vrouw van wie hij zielsveel is gaan houden.

De schrijfster van het boek, Marina Fiorato, vertelt hoe het verhaal over Simonetta di Saronno tot stand kwam: ‘Het idee voor De madonna van Saronno kwam van de legende van de alom geliefde likeur amaretto di Saronno, nu bekend als Disaronno Originale. Het verhaal gaat over een liefdesverhouding tussen een mooie weduwe (een waardin in de legende) en de kunstenaar Bernardino Luini, uit de school van Da Vinci.

Luini schilderde naar alle waarschijnlijkheid in 1525 de weduwe als de Maagd in de Sanctuariumkerk van Saronno, en zij bedacht amaretto voor hem als liefdesgeschenk. Hoewel dit verhaal de essentie van het boek vormt, moet duidelijk gesteld worden dat de amarettodrank die op deze pagina’s wordt genoemd verder geen verband houdt met de huidige Disaronno, noch wat de ingrediënten noch wat de productiemethode betreft. De geheimen van Disaronno Originale blijven vanzelfsprekend in bewaring bij de familie Reina uit Saronno. […]’

Een fragment uit De madonna van Saronno:

‘Simonetta had een fijne smaak, en had de heerlijkste wijnen geproefd vanaf het moment dat ze als baby een speen kreeg die was gedoopt in Venetiaanse marsala. Toen ze een getrouwde vrouw was, had Lorenzo haar kennis verbreed door haar bier en brandewijn, grappa en limoncello te laten proeven. Hun tafel was bijna bezweken onder de beste wijnen van Lombardije en omstreken; de Sassella en Grumello uit het Valtellina, de rode Valcalepio en witte Oltrepo Pavese. San Colombano uit Lodi en Chiaretto van de westoevers van het Gardameer. Ze wist wat de tong streelde en werkte daar nu naartoe.

De hele nacht werkte ze door, terwijl ze de monniken van de Grande Chartreuse aanriep., die hun groene brouwsel distilleerden in de naam van God. Ze was die nacht een zuster van de Arabische nomaden die in de woestijn hun sterke, zoete arak stookten. Steeds weer proefde ze, tot haar hoofd tolde en ten slotte haar zintuigen het begonnen te begeven. Haar ogen konden niet scherp meer zien, en haar gedachten gingen, als huiswaarts kerende druiven, naar Bernardino terug.

In haar verwarde toestand dacht ze dat het brouwsel dat ze maakte, voor hem was. Ze stopte alles wat in haar hart leefde in het drankje. Ze ging naar buiten en plukte ’s nachts in het geurige donker abrikozen van de leibomen, terwijl hun vruchtvlees nog warm was van de zon en hun velletje zo zacht als dat van een jong muisje. Abrikozen voor de zoetheid, de overstelpende zoetheid die ze had gevoeld toen hij haar die ene heftige keer had gekust.

Daarna voegde ze er uit een Chinese pot nog kruidnagelen aan toe, zo zwart als zijn haar, en eenmaal fijngestampt zo bitter als de herinnering aan zijn vertrek, de laatste keer toen hij zich van haar afwendde en wegreed in de richting van de heuvels. De spiralende schil van de groenste appel die onder het schillen over haar handen gleed als de slang van Eva, deed haar denken aan de gelukkige zondeval die haar in zijn armen had gedreven.

Maar de gele schil van een goudkleurige citroen beet in de sneetjes in haar knokkels, als afstraffing voor de vingers die het warme haar op zijn hoofd hadden vastgegrepen toen ze zijn gezicht naar zich toe had getrokken. Pas toen, toen liet ze zich helpen door de herinnering aan hem, toen ze bitter en zoet combineerde, de essentie van hun ontmoeting, wist ze dat het goed was.

Ze nam een grote slok van de drank die nu klaar was, terwijl ze snel met haar ganzenveer de precieze hoeveelheden en ingrediënten opschreef die ze had gebruikt. Ze zat te knikkebollen boven haar inktzwarte vingers, en toen haar voorhoofd de zachte bladzijden van het grootboek raakte, dacht ze dat ze een glas met hem deelde, lachend, ergens waar de zon hun huid tijdens het drinken verwarmde zoals ze wist dat nooit zou gebeuren.’

Bernardino Luini wordt inmiddels bewonderd als de beroemdste renaissancekunstenaar  van Lombardije. Hij wordt zelfs wel vergeleken met zijn leermeester, Leonardo da Vinci. In feite werd Bernardino’s aanwezigheid in het klooster van Sint Mauritius in Milaan zo geheim gehouden en was het werk daar met zoveel talent gemaakt, dat de fresco’s jarenlang aan Leonardo zelf zijn toegeschreven.

Fiorato: ‘Er is weinig bekend over Luini’s levensgeschiedenis, en ik heb me dan ook grote vrijheden veroorloofd met zijn levensverhaal, in het bijzonder wat betreft het ouderschap van zijn twee oudste zoons, Evangelista en Giovan Pietro. Zijn werk spreekt echter voor zich. Breng in elk geval een bezoek aan de mooie kerk Santa Maria dei Miracoli in Saronno, nu het Santuario Beata Vergine dei Miracoli geheten.

Als je Bernardo’s ware genie wilt zien, stap dan over de drempel van het Monastero San Maurizio (het vroegere Monastero Maggiore) in Milaan, waarvan de decoratie Luini’s belangrijkste kunstwerk is.’

Het verhaal dat Fiorato rondom Bernardino Luini en de madonna van Saronno bedacht, lees je in

De madonno van Saronno
Marina Fiorato
ISBN 9789047201090
€ 19,95
uitgeverij Artemis

jul 07

De Libreria Piccolomini (Piccolomini-bibliotheek) is zoals ik gisteren al schreef een van de hoogtepunten van een bezoek aan de Duomo van Siena. De bibliotheek werd in 1495 gebouwd in opdracht van kardinaal Francesco Todeschini Piccolomini, die later paus Pius III zou worden. Hij liet de bibliotheek ontwerpen ter nagedachtenis aan zijn oom, paus Pius II, die een waardevolle handschriftverzameling had aangelegd.

De kleurrijke fresco’s die op de wanden van de bibliotheek te zien zijn, zijn geschilderd door de vroege renaissancemeester Pinturicchio. Ze worden wel beschouwd als zijn belangrijkste werk. Pinturicchio heeft zich er dan ook niet zomaar vanaf gemaakt. Zijn schilderingen, die taferelen laten zien uit het leven van de humanist Enea Silvio Piccolomini, de latere paus Pius II, zijn adembenemend mooi.

Boven de ingang van de bibliotheek, aan de linkerzijde van de Duomo, is direct al de eerste prachtige scène te zien, met de kroning van paus Pius III.

De eerste blik die je in deze bibliotheek werpt maakt je werkelijk sprakeloos. Het prachtig versierde plafond, met in het midden het wapen van de familie Piccolomini, de schitterende fresco’s, de gedetailleerd opgetekende manuscripten, de vloer waarin het maantje van het wapen telkens terugkomt… Kijk maar mee!

Eenmaal binnen in de bibliotheek ‘lees’ je de fresco’s vanaf de rechterzijde van de vensters. Op het eerste fresco zie je dan de pas 27-jarige Enea Silvio Piccolomini die op weg is naar het concilie van Basel. Tussen Elba en Corsica komt het schip waarmee hij reist echter terecht in een storm, waardoor het in de richting van de kust van Afrika wordt gedreven.

Op het tweede fresco heeft Piccolomini het concilie achter de rug en is hij verder noordwaarts getrokken, naar koning James I van Schotland, om een verbond met deze vorst te sluiten. Piccolomini is de figuur in het rood, die links van de koning staat.

Het derde fresco toont Piccolomini in Frankfurt, waar hij door keizer Frederik III tot hofdichter wordt benoemd. Hij krijgt een lauwerkrans; een herinnering aan de oude Grieken en Romeinen.

Piccolomini heeft veel gereisd, zo blijkt uit de fresco’s. Op de vierde schildering zien we hem namelijk bij paus Eugenius IV, aan wie hij een boodschap van keizer Frederik III moet overbrengen. Hoewel deze gebeurtenis oorspronkelijk plaats zou hebben gevonden in de slaapkamer van de paus, heeft Pinturicchio gekozen voor een formelere setting.

Op het vijfde fresco bevindt Piccolomini zich in de stad waar wij ons nu ook bevinden, in Siena. Als aartsbisschop van Siena stelt hij keizer Frederik III voor aan zijn latere verloofde Eleonora van Aragon, bij de Porta Camollia. Op de achtergrond is de Duomo van Siena in alle pracht en praal te zien, net als de Torre del Mangia. Het is goed te zien dat de stad vroeger veel meer torens telde, zoals we die nu nog kunnen zien in bijvoorbeeld San Gimignano.

Het zesde fresco laat ons kennismaken met paus Calixtus III, die Piccolomini de rode kardinaalshoed aanreikt. Deze feestelijke gebeurtenis vond plaats in 1456. De aandacht van de kijker wordt echter naar het midden van het fresco getrokken, naar de prachtige Madonna met kind die geflankeerd wordt door de heilige Jakob en de heilige Andreas, de beschermheiligen van de familie Piccolomini.

Het misschien wel belangrijkste fresco is de zevende schildering op rij. Hier wordt Enea Silvio Piccolomini gekroond tot paus Pius II. Deze belangrijke ceremonie vond plaats op 3 september 1458, in de San Giovanni in Laterano in Rome, die toen nog de belangrijkste kerk van het Vaticaan was.

Het achtste fresco toont paus Pius II in vol ornaat. De scène speelt zich af tijdens het concilie van Mantua in 1459, waar Pius II oproept tot een kruistocht tegen de Turken. De oude man in het groen, die links op het fresco knielt en een boek in zijn handen heeft, is de patriarch van Constantinopel.

Op het negende fresco zien we een bekend gezicht, dat eerder deze week al op Ciao tutti voorbij kwam. Deze schildering vertelt namelijk het verhaal van de heiligverklaring van Catharina van Siena. De overleden Catharina ligt aan de voeten van paus Pius II, die op 29 juni 1461 na een lang proces tot heiligverklaring overgaat. Onder het publiek zien we (links onder in de hoek) een portret van een jonge Rafaël en een zelfportret van Pinturicchio (de jongemannen met de zwarte en de rode baret).

Het tiende en laatste fresco toont een zieke en ernstig verzwakte paus Pius II, die in juni 1464 in Ancona het startsein geeft voor de kruistocht tegen de Turken waaraan hij zelf zo graag deel had willen nemen. Op de achtergrond zeilen de schepen van de Venetiaanse vloot de haven binnen.

Uiteraard geven de foto’s van vandaag slechts een indruk van hoe mooi de schilderingen van Pinturicchio in het echt zijn. Neem tijdens een bezoek aan de Duomo van Siena dan ook echt de tijd om deze fresco’s tot in detail te bekijken. Je zult versteld staan van wat – en wie – je er allemaal op zult ontdekken.

In de bibliotheek wordt ook vandaag de dag nog steeds een groot deel van de bijzondere en waardevolle manuscripten uit de collectie van de Piccolomini’s tentoongesteld, met miniaturen van onder andere Liberale da Verona en Girolamo da Cremona. Helaas kon ik die wat moeilijk fotograferen achter glas, maar dat is voor jullie een reden om ze met eigen ogen te gaan bewonderen!

jul 06

Na het bezoek aan de San Domenico gisteren staat vandaag de Duomo van Siena op het programma. Al van ver buiten de stad zie je de zwart-wit gestreepte klokkentoren boven de rode daken van Siena uitsteken, als een trotse wachter die zijn directe omgeving continu in de gaten houdt.

De Duomo moest de grootste kerk ter wereld worden. De eerste steen werd gelegd in 1210, maar de eerste honderd jaar werden er nog regelmatig wijzigingen aangebracht in het ontwerp. Het zou tot ver in de veertiende eeuw duren voor de kerk zo goed als voltooid was. Alhoewel, eigenlijk is de kerk nog steeds niet af. Verbaas je niet over de onvoltooide muur als je een toegangskaartje voor de kerk en/of het museum koopt. Naast de prachtige façade steekt deze onvoltooide bakstenen muur wel erg karig af. Deze bakstenen muur moest de buitenzijde gaan vormen van de Duomo Nuovo, waarvoor de kerk die er nu nog steeds staat als dwarsschip moest dienen.

Na voltooiing van dit enorme project zouden de inwoners van Siena de grootste kerk ter wereld hebben. De hoge kosten en een pestepidemie maakten echter een einde aan dit ambitieuze plan. De bouwwerkzaamheden werden per direct stopgezet, hetgeen ervoor heeft gezorgd dat aan de rechterkant van de Duomo een onvoltooid stuk muur staat. Zo kun je vandaag de dag nog steeds goed zien hoe groot de kathedraal wel niet had moeten worden…

Zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de Duomo zijn zwart en wit de overheersende kleuren, hetgeen niet verrassend is in de stad waarvan het wapen, de balzana, bestaat uit een zwarte en een witte streep. Naast deze steeds terugkerende kleurencombinatie is er in de Duomo ontzettend veel moois te bekijken.

Duccio di Buoninsegna maakte bijvoorbeeld het prachtige ronde venster in de voorgevel, met de dood, de hemelvaart en de kroning van Maria als onderwerp. Het raam dat nu in de gevel te zien is, is een kopie. Het origineel kun je bewonderen in het Museo dell’Opera Metropolitana, waarvan de ingang rechts in de Duomo Nuovo (de nooit voltooide muur van de nieuwe kerk) te vinden is.

Onder de kroonlijst steken heel wat pausen hun hoofden naar buiten. Om precies te zijn 171 pausen uit de vijftiende en zestiende eeuw kijken neer op de toegestroomde bezoekers en Sienezen die de kerk met een bezoek vereren.

In een zijkapel staat een tragische Johannes de Doper van Donatello. Het schijnt zijn eerste werk te zijn dat hij hier heeft vervaardigd na zijn terugkeer uit Padua. De prachtige kansel met afbeeldingen uit het Evangelie is van de hand van Nicola Pisano, die een dergelijk kunststuk ook al voor de Duomo van Pisa had gemaakt.

Een ander hoogtepunt in de Duomo is de Libreria Piccolomini, die een waardevolle verzameling handschriften bevat. Daarover vertel ik jullie morgen meer – over dit kleine stukje kathedraal is zoveel te vertellen en zoveel te laten zien, dat ik daar graag wat uitgebreider bij stil wil staan.

Het allermooist van de Duomo in Siena is echter niet deze bibliotheek maar de vloer, die bestaat uit 57 verschillende vlakken met mozaïek en inlegwerk. Er is van alles te zien: Bijbelse verhalen, sibillen, deugden, verhalen uit de geschiedenis van Siena… In de vloer bevindt zich tevens een labyrint, waar boetelingen op hun knieën overheen kruipen om vergeving te vragen voor hun zonden.

Vasari noemde de vloer van de Duomo ooit ‘de mooiste en fraaiste vloer aller tijden’. Ook ik moet bekennen dat ik nooit eerder zo’n prachtige kerkvloer zag – en ik heb er heel wat mogen aanschouwen. Helaas is de vloer niet altijd (helemaal) te zien. Om te voorkomen dat de afbeeldingen nog verder beschadigd raken, zijn ze vaak afgeplakt of bedekt. Slechts bij bijzonder gelegenheden wordt de vloer in al zijn glorie getoond. Gelukkig kun je in het museum dat bij de Duomo hoort een afbeelding van de gehele vloer zien, zodat je een goede indruk krijgt van de overweldigende schoonheid van de vloer.

Een van de meest opvallende mozaïeken is de wolvin van Siena, helemaal vooraan in het midden, die wordt omringd door acht andere dieren die allemaal een bevriende stad vertegenwoordigen. We zien onder andere Pisa met een konijn, Rome met een olifant, Florence met een leeuw en Viterbo met een eenhoorn, In de vier hoeken vier kleinere Toscaanse steden: Grosseto, Massa, Volterra en Pistoia.

Boven de wolvin zien we het rad met de Romeinse rijksadelaar, een verwijzing naar Rome als middelpunt van de wereld. Daarboven de berg van de wijsheid. De verleidelijke Fortuna draagt de hoorn des overvloeds, maar staat wankel op een bol en een boot met een afgebroken mast. Het zeil dat ze draagt bolt op in de gunstige wind, maar de verstandigen wenden zich van haar af en gaan op weg naar de top van de heuvel. Hun weg wordt bemoeilijkt door slangen en losliggende kiezels, maar boven wacht hun Socrates, die een palm krijgt aangereikt van Fortuna, en Crates, die de wereldse rijkdommen in zee gooit.

Het laatste mozaïek in deze middelste rij, vlak onder de enorme zeshoek in het midden van de kerk, toont het rad van fortuin, waaraan ongelukkigen zich onder toeziend oog van vier filosofen (in de hoeken) als aan een laatste strohalm vastklampen.

Rondom deze afbeeldingen zie je allemaal sibillen uit alle delen van de wereld die toentertijd bekend waren, met spreuken die verwijzen naar de bijbel.

In de middenruimte is de vloer versierd met verhalen uit het Oude Testament, zoals de kindermoord van Bethlehem, de onthoofding van Holofernes, het offer van Isaac en de verbanning van Herodes. Een kleine greep uit de taferelen:

Vasari had inderdaad gelijk, deze prachtige vloer kent geen gelijke! Het enige nadeel is dat de mooiste delen zoals gezegd vaak afgeschermd zijn, zodat je echt geluk moet hebben wil je vloer in al zijn glorie kunnen bewonderen. Duimen dus, tijdens een bezoek aan Siena!

Getagd met:
jun 27

Na het feestgedruis in Florence, waar afgelopen vrijdag de feestdag van patroonheilige Johannes de Doper werd gevierd, is de rust in Lucca meer dan welkom. In dit prachtige stadje loop ik ter kennismaking opnieuw de route die ik vorig jaar voor De Smaak van Italië maakte en waarmee je in slechts één dag tijd de mooiste plekken van de stad kunt zien.

De Romeinse keizer Justinianus I, Lombardische hertogen, de zus van Napoleon, de Bourbons van Parma: Lucca is in de loop van haar geschiedenis een politieke pion geweest die steeds in andere heersende handen viel. Tegenwoordig bewonderen we Lucca om haar rijke historie en kunstschatten.

De stadsmuur van Lucca is nog in goede staat en ook in het oude centrum komt de geschiedenis op veel plaatsen tot leven. Je ziet in een oogopslag waar de operaschrijver Giacomo Puccini – geboren en getogen in Lucca – zijn inspiratie vandaan haalde.

Hij begon zijn dag vaak met een kopje koffie buiten de deur. Ook nu nog kun je in de voetsporen van Puccini treden, en wel door de eerste cappuccino van de dag te drinken in het Antico Caffè Di Simo [1]. De overheerlijke gebakjes zijn niet te weerstaan!

De 4,5 kilometer lange stadsmuur van Lucca [2] biedt een schitterend uitzicht op het historische centrum. Je kunt op verschillende plaatsen fietsen huren, bijvoorbeeld bij Barbetti Cicli aan de Via dell’Anfiteatro 23. Ook de rest van de stad is prima op de fiets te verkennen.

Zo fiets je na een bezoek aan het Museo Nazionale di Villa Guinigi [3], met kunstwerken van onder andere Jacopo della Quercia, makkelijk naar het Palazzo Pfanner [4], met prachtige fresco’s en een schitterend aangelegde tuin met marmeren standbeelden uit de 17de en 18de eeuw.

Voor de lunch strijk je neer in een van de restaurantjes aan het Piazza del Mercato [5], bijvoorbeeld Osteria Baralla [6]. Deze osteria is gevestigd in het 15de-eeuwse Palazzo Buonvisi. Sinds 1860 serveren de gastheren verschillende lokale specialiteiten, waaronder pappa al pomodoro, farro lucchese, bollito misto, trippa en bistecca di manzo Chianina. Houd wel nog een gaatje over voor de huisgemaakte desserts! Op de plek van het Piazza del Mercato stond ooit een Romeins amfitheater. De smalle, pastelkleurige huizen geven nog steeds de vorm van het theater aan. Geniet na de lunch op een van de terrasjes van een espresso en het levendige plein!

Naast het Piazza del Mercato kent Lucca nog veel meer piazza’s die het bewonderen waard zijn! Van het marktplein is het slechts een paar passen naar het Piazza San Frediano [7], met de oudste kerk van Lucca: de Basilica San Frediano. Je oog valt direct op het goudkleurige mozaïek dat de façade siert, maar loop ook even de kerk in om het 12de-eeuwse doopvont (met tempeltje!) te bekijken.

Aan het Piazza San Michele [8], het voormalige Romeinse forum, waakt de bijna vier meter hoge marmeren aartsengel Michael vanaf de San Michele al Foro over de stad. De enorme voorgevel van deze kerk is bijzonder uitbundig: elke zuil heeft een ander kleurenpatroon.

Voor wie vanmiddag geen dessert genomen heeft: aan dit plein vind je volgens de inwoners van Lucca de beste bakker van de stad: Taddeucci [9]. In 1881 bedacht de toenmalige bakker Jacopo Taddeucci de buccellato, een zoet broodje met anijs en rozijnen, inmiddels uitgegroeid tot een van de Lucchese specialiteiten.

Elke dag is het Piazza San Giusto [10] gevuld met boeken- en antiekkraampjes. De alom aanwezige oude schetsen brengen de geschiedenis van Lucca voor je ogen tot leven. Elk derde weekend van de maand wordt op ditzelfde pleintje een ambachtelijke markt gehouden waar uiteenlopende lokale specialiteiten worden aangeboden.

Op het Piazza San Martino [11] staat de Duomo San Martino, beroemd om een houten kruisbeeld van Jezus, de Volto Santo genaamd. Op 13 september wordt het beeld aangekleed en versierd met kostbare juwelen en een gouden kroon in processie door de stad gedragen.

Het Piazza Napoleone [12], het grootste plein van de stad, vormt een mooi eindpunt van de pleinenroute door Lucca. Onder de platanen vind je een aantal gezellige terrassen en een antieke draaimolen. Het plein wordt aan één zijde gedomineerd door het Palazzo Ducale [13], de zetel van het provinciebestuur van Lucca, waar regelmatig tentoonstellingen worden gehouden. Het Piazza Napoleone vormt in de zomer het toneel van een groot aantal openluchtconcerten van internationaal bekende artiesten. IJsliefhebbers lopen een stukje verder de Via Vittorio Veneto in, waar Gelateria Veneta [14] een enorme keuze aan zelfgemaakt ijs biedt.

De Via Fillungo [15] is de belangrijkste winkelstraat van Lucca, met veel schoenen- en kledingwinkels. In de zijstraatjes zijn lokale delicatessen als olijfolie, kastanjetaart, versgemaakte pasta, vleeswaren, kaas en wijn te koop. Op de hoek met de Via d’Arancio rijst de Torre dell’Orologio [16] op, die ook wel Torre delle Ore wordt genoemd. Met zijn 50 meter is deze klokkentoren de hoogste toren van de stad. Wie aan het einde van de dag nog puf heeft, kan de 207 houten treden van deze toren bestijgen om te genieten van een weids uitzicht over de stad.

Iets minder hoog is de verderop gelegen Torre dei Guinigi [17]. Deze toren maakte deel uit van een indrukwekkend complex dat in de 14de eeuw werd gebouwd in opdracht van de rijke en machtige koopmansfamilie Guinigi. Wie deze toren weet te bedwingen, zal raar opkijken: boven op de toren staan een paar eeuwenoude steeneiken.

Daarna ben je wel toe aan een aperitivo. Stella Polare [18], op de hoek van het Piazza Napoleone en de Via Vittorio Veneto, maakt elke avond een waar feest van het uitgebreide aperitivo-buffet. Bestel een drankje, maak een keuze uit de heerlijke hapjes en laat het leven in Lucca aan je voorbijtrekken.

Vanaf het Piazza Napoleone is het niet ver naar het misschien wel bekendste restaurant van Lucca: Buca di Sant’Antonio [19]. Al vanaf 1782 worden hier de lekkerste regionale specialiteiten op tafel getoverd. Net als vanochtend bij Caffè Di Simo ging Puccini je ook hier voor, net als vele andere beroemdheden. Het is moeilijk kiezen uit de vele typische gerechten. Wat te denken van farro alla Garfagnana of pappardelle alla lepre? Wie vanmiddag bij Taddeucci nog geen trek had in iets zoets, kan nu de schade inhalen. Het dessert buccellato semifreddo is om je vingers bij af te likken!

Wie een dagje langer blijft, moet zeker een bezoek brengen aan het Museo della Casa di Giacomo Puccini [20], dat is gevestigd in het geboortehuis van Giacomo Puccini. Het is nu gesloten vanwege een grootscheepse restauratie, maar hopelijk gaan de deuren snel weer open. Morgen meer over de herinneringen aan Puccini in dit prachtige stadje!

jun 17

Gisteren kwam het Laatste Avondmaal van Ghirlandaio in de Ognissanti-kerk in Florence al even voorbij, hetgeen mij inspireerde tot het stukje van vandaag: de mooiste, door toeristen nog vrijwel onontdekte versies van het Laatste Avondmaal (cenacolo in het Italiaans) die in Florence en omgeving te zien zijn.

Laatste Avondmaal van Ghirlandaio in de Ognissanti
Piazza Ognissanti 42

De grote refter van Ognissanti ligt tussen de eerste en de tweede kloostergang van het oude klooster. Hier vind je het fresco van Ghirlandaio, dat in Porta Romana ter sprake kwam. Ghirlandaio’s Laatste Avondmaal bedekt de complete wand van ruim acht bij vier meter. De schilder legde het moment vast waarop Jezus aankondigt dat een van de tafelgenoten hem later zal verraden.

Op verzoek van de kloosterlingen verwerkte Ghirlandaio veel symboliek in zijn Laatste Avondmaal. Zo verwijzen de eeuwig groen blijvende planten, de vlucht van de kwartels, de sinaasappels en de kersen, de duif en de pauw naar de lijdensweg en de verlossing van Christus.

Laatste Avondmaal van Andrea del Castagno
Via XXVII Aprile 1

Een van de eerste kloosters in Florence die tijdens de renaissance een eigen refter kregen, was het klooster van de Benedictijner nonnen van Sant’Apollonia, aan de Via San Gallo. Dankzij de enorme bloei van de stad, werden kosten noch moeite gespaard. De inwoners van de stad wisten al lange tijd – van horen zeggen – dat de wanden van de refter bedekt waren met prachtige fresco’s, maar de starre kloosterbepalingen zorgden ervoor dat deze fresco’s lange tijd onbekend bleven.

Pas in 1860 werd het klooster opgeheven en kwam het Laatste Avondmaal tevoorschijn. In eerste instantie werd het fresco toegeschreven aan Paolo Uccello; pas later werd duidelijk dat het Andrea del Castagno was die het Laatste Avondmaal en de andere fresco’s heeft vervaardigd.

Naast het Laatste Avondmaal zijn er in de refter, die nu is omgetoverd tot het Museo di Andrea del Castagno, nog drie andere fresco’s  te zien, met als thema’s de wederopstanding, de kruisiging en de begrafenis van Christus.

Laatste Avondmaal van Fuligno
Via Faenza 42

Dit cenacolo bevindt zich in het voormalige klooster van de nonnen van Foglino, dat in 1829 werd omgebouwd tot een weeshuis voor arme meisjes. Het fresco werd bijna twintig jaar later, in 1845, ontdekt en in eerste instantie toegekend aan Raffaello. Tegenwoordig schrijven kenners het echter toe aan zijn meester Pietro Vannucci, die beter bekend is onder zijn bijnaam ‘il Perugino’. Hij zou het Laatste Avondmaal geschilderd hebben tussen 1493 en 1496. Dit fresco wordt beschouwd als een van de meest belangrijke voorbeelden van de Umbrische cultuur tijdens de renaissance in Florence.

Laatste Avondmaal in de San Marco
Piazza San Marco 3

Het klooster van San Marco staat vooral bekend om de prachtig gedecoreerde cellen, die allemaal zijn voorzien van een gedetailleerd fresco van Fra Angelico. Het Laatste Avondmaal is iets minder bekend, maar zeker de moeite van een bezoekje waard. Ook hier zijn het ontwerp en de uitvoering van de hand van Domenico Ghirlandaio, net als in de Ognissanti. Naast Jezus en zijn leerlingen heeft Ghirlandaio veel dieren afgebeeld. De kwaadaardige kat naast Judas spreekt voor zich!

Laatste Avondmaal van Franciabigio
Piazza della Calza 6

Dit Laatste Avondmaal vind je vlak bij de Porta Romana, in het klooster Convento della Calza, dat genoemd is naar de gewaden die de broeders droegen en die blijkbaar wel wat weg hadden van kousen. Het klooster is inmiddels omgetoverd tot een hotel en congrescentrum, maar is nog steeds grotendeels toegankelijk voor bezoekers. Bel wel even van tevoren om te vragen of je welkom bent. Het is de moeite echt meer dan waard, want in de oude refter vind je een van de minst bekende cenacoli van Florence. Het fresco van Jezus en zijn apostelen is gemaakt door Franciabigio, die zich hierbij liet inspireren door Leonardo da Vinci’s Laatste Avondmaal in Milaan.

Laatste Avondmaal van Andrea del Sarto
Via San Salvi 16

Het klooster dat behoort bij de San Salvi kerk, net even buiten de stadsmuren van Florence, herbergt een van de meesterwerken van Andrea del Sarto. Drie ruimtes van het klooster zijn opengesteld voor bezoekers: de lavabo, waar de monniken hun handen wasten voor ze aan tafel gingen, de keuken en de refter, waar het Laatste Avondmaal van Andrea del Sarto te bewonderen is. In de lavabo vind je veel belangrijke Florentijnse kunstwerken uit de zestiende eeuw, van onder meer Giorgio Vasari, Ridolfo del Ghirlandaio, Pontormo en Raffaellino del Garbo.

In Firenze – Anekdotische reisgids voor Florence schrijft Luc Verhuyck over dit Laatste Avondmaal: ‘Toen de troepen van Karel V Florence in 1529-1530 belegerden, beval de Florentijnse Republiek om alle gebouwen buiten de stadsmuren te slopen, zodat ze geen onderdak zouden kunnen bieden aan vijandelijke soldaten. Dit deel van San Salvi werd evenwel behouden omdat men Del Sarto’s Cenacolo zo bewonderde, en ook de barbaarse soldaten spaarden het. […]

Del Sarto heeft hier een van de meest beladen passages uit het evangelie van Johannes uitgebeeld, het ogenblik waarop Christus zegt: ‘Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, één van u zal Mij verraden,’ waarop Johannes vraagt wie dat dan wel mag zijn en Jezus antwoordt dat het diegene is aan wie hij een stuk gesopt brood zal geven. Hoogst ongebruikelijk heeft Del Sarto Judas aan Jezus’ rechterzijde geschilderd. In opperste verontwaardiging en met de hand op de borst als vraagt hij: ‘Wie? Ik?’ krijgt hij de homp brood van Jezus aangereikt.’

Laatste Avondmaal van Orcagna
Piazza di Santo Spirito 29

Het Santo Spirito-complex in Oltrarno telde vroeger maar liefst twee kloosters, het Chiostro dei Morti (Klooster van de Doden) en het Chiostro Grande (Grote Klooster). Het eerste klooster dankte zijn naam aan de graven die de muren sierden. Het tweede klooster, van de hand van Bartolomeo Ammannati, was veel klassieker van vorm. Van beide kloosters is nu niet veel meer over, maar links van de kerk kun je wel nog de oude refter bezoeken, het Cenacolo di Santo Spirito, met een Laatste Avondmaal van Andrea Orcagna. Zijn fresco is – hoewel flink beschadigd – een van de weinige voorbeelden van laat-gotische kunst die in Florence te zien zijn.

Laatste Avondmaal van Taddeo Gaddi
Piazza di Santa Croce

Het Laatste Avondmaal valt bijna in het niet in deze rijk versierde kerk, waar je aandacht vooral wordt getrokken door de enorme grafmonumenten, de kapellen die allemaal wel iets van een grote kunstenaar herbergen en het kruisbeeld van Cimabue, waaraan de kerk haar naam dankt. Toch is het een aanrader om even stil te staan bij het (lichtbeschadigde) fresco van het Laatste Avondmaal van Taddeo Gaddi, al was het maar om de prachtige compositie die het vormt met het fresco erboven, een kruisiging met een levensboom op de achtergrond.

apr 24

Otto Holzhaus vertelt vandaag het verhaal met het Urbi et Orbi van de paus als onderwerp. Het is hilarisch in al zijn eenvoud, en zeker de ontknoping zal op deze Eerste Paasdag menige schaterlach veroorzaken. Meer verklap ik niet, lees zelf maar!

‘De internationale trein naar Italië glijdt bij de Zwitserse grens de nacht in. We zijn op weg naar Florence, waar we de paasdagen willen doorbrengen. In Milaan missen we de aansluiting. We stappen op de eerste de beste trein die ook naar Florence gaat. Dat mag niet zomaar. Bij de kaartjescontrole komt het ons duur te staan.

De oude binnenstad van Florence stroomt in de stralende lentezon vol met toeristen. Bij de Santa Maria del Fiore loopt een groep Japanners achter een vlaggetje aan. Op de Ponte Vecchio, de beroemde brug met de goudwinkeltjes, staan landgenoten met ‘middeleeuwse’ mutsen op. Ze scanderen ‘Hallekiederstjie’, hun Italiaanse versie van ‘Hallekidee’.

We besluiten vandaag de cultuur de cultuur te laten. De fresco’s van Masaccio en Giotto komen morgen aan de beurt. Mede dankzij een gratis wijnproeverij waarin we verzeild zijn geraakt, verkeren we in een opperbeste stemming. We beginnen trek te krijgen en kijken uit naar een restaurantje waar je lekker en vooral ook goedkoop kunt eten, want we willen die boete van de trein terugverdienen.

In een achterafstraatje ontdekken we een intieme trattoria. Het eethuisje wordt gerund door een struise signora, een blondine zoals je wel meer ziet in Toscane. Ze begroet ons in het Engels en vraagt waar we vandaan komen. Gerarda antwoordt in haar beste Italiaans dat ze daarnaar mag raden. De uitbaatster maakt er een spelletje van.

Ze neemt de bestelling op in het Frans, schenkt de wijn in met een Spaanse toelichting en wenst ons ‘Guten Appetit’ als ze het voorgerecht op tafel zet. Ik hef het glas en wens haar ‘Buona Pasqua!’. ‘Di espressione italiana,’ voeg ik er nadrukkelijk aan toe. Dat heeft ze meer gehoord.

‘Che cosa si dice di espressione Greca?’ lacht ze – hoe zeg je dat in het Grieks? Ze zou zelf Grieks kunnen zijn. Ze heeft wel wat weg van de jonge Melina Mercouri. ‘Cristós anésti!’ antwoord ik zonder aarzelen. Ik weet precies wat ik zeggen moet. Ik heb goed naar de vorige paus geluisterd. Ik ken zijn paaswensen op mijn duimpje. Jaar in jaar uit zat ik gefascineerd voor de tv als hij vanaf het Sint-Pietersplein zijn Urbi et Orbi uitsprak – de zegen voor de stad Rome en de wereld – met als vaste prik: ‘Di espressione Olandese, gezeggende Paasfee, bedank voor die bloeme.’

In de loop der jaren nestelde zich de ene na de andere buitenlandse paaswens in mijn geheugen. Onze gastvrouw kan mijn nagespeelde Vaticaanse balkonscène wel waarderen. Ze daagt me uit.

‘Di espressione Portoghese?’
‘Muito boas Festas!’ repliceer ik.
‘Di espressione Polacca?’
‘Wesolégo Alleluja!’

Ik krijg een open doekje van de gasten van het eethuis. Iedereen wil een duit in het zakje doen. ‘Di espressione Russa?’ ‘Kristós vosskrièsse!’ Arabisch? Ik weet het. Hongaars? Geen punt. Vietnamees? Kleine moeite.

Nu gelooft zelfs Gerarda het niet meer. De wensen van de Heilige Vader voor China en Japan heb ik als uitsmijter bewaard. ‘Fu Hua Ju Que!’ roep ik met wijd uitgespreide armen, gevolgd door: ‘Cristo no ayomigaeri, omedetoh gozaimasu!’ Het applaus davert over de tafels.

Maar met de bewondering van onze gastvrouw is het gedaan als ik even later met mijn vinger de rekening naloop. ‘Amai, ge zijt Ollanders, nondedju!’ zegt ze uit de grond van haar hart.’

Otto Holzhaus en zijn vrouw Gerarda hebben zich jarenlang met grenzeloze nieuwsgierigheid in ongewisse avonturen gestort, in Kameroen en Laos, in Venezuela en Vietnam en overal daartussen. Hun niet zelden bizarre belevenissen stonden geregeld op de Achterpagina van NRC Handelsblad – het nationale erepodium voor kortestukjesschrijvers. Nu zijn deze stukjes (samen met een aantal nieuwe reisverhalen) voor het eerst verzameld, met als resultaat een boek dat je op het puntje van je stoel laat zitten – zowel van spanning als van spontaan opkomende reislust. Deze reisavonturen kun je lezen in

Vroeg of laat komt het goed
Otto Holzhaus
ISBN 9789064105111
€ 10,00
uitgeverij Hollandia

dec 23

In 1997 geeft monseigneur Ernesto Vecchi een interview. Op de vraag of de Katholieke Kerk een marketingcursus heeft gevolgd, antwoordt hij: ‘Meent u dat serieus? De Kerk kan die cursus alleen geven. Jezus is immers degene die met marketing is begonnen, al meer dan tweeduizend jaar geleden.’ Bij Bruno Ballardini wordt het idee voor dit boek op dat moment geboren.

In Jezus wast witter dan wit toont hij onomstotelijk aan hoe de Vaticaanse multinational al vanaf het begin zijn waren slijt met precies die technieken die tegenwoordig in de marketing worden toegepast. Van prijspolitiek tot merchandising en proefmonsters – alles komt aan bod.

Bruno Ballardini komt uit de reclamewereld. Hij is mediafilosoof en doceerde Reclamecommunicatie aan de universiteit van Rome en aan die van Salerno. Volgens La Repubblica ‘reconstrueert [Ballardini] stap voor stap de communicatiemiddelen van de Kerk en slaag hij er al doende in een uitstekende handleiding te schrijven voor reclameprofessionals.’

Zo lezen we in het hoofdstuk Merchandising en klantenbinding over Het proefhapje:

‘De afdelingen van een supermarkt worden gepositioneerd op grond van criteria die onder andere rekening houden met de onderlinge hiërarchie tussen de producten. De voornaamste criteria die de inrichting bepalen, zijn: noodzakelijke aankopen, aankoopfrequentie, complementariteit, merkbekendheid, vereiste ruimte, impulsaankopen, vooraf geplande aankopen, promotiezone en zone voor klantenadvies. De producten die tot de categorie van de geplande aankopen horen, kunnen het best worden opgesteld vóór de voeding, de impulsproducten het best meteen daarna. Wanneer de klant het verkooppunt betreedt, denkt hij alleen maar aan de ‘noodzakelijke’ aankopen, vooral aan levensmiddelen. Dit zijn geen impulsaankopen. In de kerk staan die laatste dan ook opgesteld langs het parcours dat van het hoofdaltaar naar de kassa’s en vervolgens naar de uitgang leidt. Net als in de meeste basilieken en kathedralen is de consumptie in warenhuizen alleen gericht op het hoofdproduct, waardoor impulsaankopen worden uitgesloten.

De centrale positie van het hoofdaltaar, waarop het brood en de wijn worden geplaatst, stemt overeen met de centrale positie van de levensmiddelenafdeling in onze huidige supermarkten. Alle gangpaden leiden er rechtstreeks heen. De basisartikelen staan wat hoger opgesteld dan de andere producten. […]

Meestal staat een verantwoordelijke van het bedrijf Damen met een aantal medewerkers in voor de verdeling van de producten. Een proefhapje, dat onontbeerlijk is om de merktrouw te bevorderen, wordt echter niet zomaar aangeboden, maar op strikt regelmatige, soms ook seizoensgebonden tijdstippen. De Kerk had echter een geniale ingeving, die in de moderne marketing nooit wordt toegepast: het is makkelijker om in het verkooppunt een doorlopende show te organiseren die regelmatig en volgens dezelfde voorschriften wordt herhaald, dan keer op keer iets anders te verzinnen. Aan die criteria is de misviering in de loop der eeuwen perfect gaan voldoen. Ze leidt tot een hoogtepunt, de heilige communie, een rituele ‘proeverij’ die de essentie en de ultieme metafoor is van consumptie.’

De Kerk als lichtend voorbeeld voor de marketingwereld dus, wie weet waartoe dat kan leiden!

Jezus wast witter dan wit
Bruno Ballardini
vertaald door Sandra Verhulst
uitgeverij Mouria
ISBN 9789045841861
€ 15,00

nov 23

Links vooraan in de Kerk van de Friezen bevindt zich een bijzondere ruimte: een kleine kapel met een kruisbeeld, een Mariabeeld en een 33 treden tellende trap, die vrij steil naar beneden loopt. Het is echter niet de bedoeling dat je de trap afloopt; het is namelijk een devotietrap, een zogenaamde Heilige Trap.

Jarenlang was deze trap buiten gebruik en was de ruimte met het kruisbeeld een donkere opslagplaats. In het Heilige Jaar 2000 werd de trap op initiatief van de beheerders van de Kerk van de Friezen gerestaureerd, als  Nederlandse bijdrage aan het Jubileumjaar.

De Scala Sancta, zoals buiten boven de gevel te lezen valt, was vierhonderd jaar eerder in gebruik genomen als de tweede Heilige Trap in Rome. De eerste, officiële Heilige Trap staat bij de Sint Jan in Lateranen. Al eeuwenlang beklimmen pelgrims van heinde en verre de treden van deze bekende Scala Santa, de meesten op hun knieën. De Heilige Trap van de Kerk der Friezen was in de loop der tijd in onbruik geraakt en zelfs bijna vergeten.

Een gedenksteen uit 1603 geeft aan dat de Heilige Trap door paus Clemens VIII is aangelegd, om het Lijden van de Heer te gedenken. Toen de trap net was aangelegd, leidde deze rechtstreeks naar het priesterkoor van de kerk en naar een speciaal Lijdensaltaar links. Bij de restauratie van 1756 werd het priesterkoor echter verkleind en kwamen er aparte zijruimtes. Toen werd aan de bovenzijde van de trap in de nieuw ontstane ruimte een kruisbeeld geplaatst, in de zichtlijn van de trap. Uit oude beschrijvingen is bekend dat op de wanden afbeeldingen te zien waren van de heilige Michaël en Magnus, maar ondanks nauwkeurige nasporingen zijn deze schilderingen tijdens de restauratie niet boven water gekomen.

De trap is in het verleden -zo blijkt uit historisch onderzoek- slechts sporadisch open geweest en heeft nooit de bekendheid gekregen van de andere Heilige Trap bij de Sint Jan in Lateranen. De trap van de Kerk der Friezen werd jaarlijks opengesteld tijdens het octaaf van het Michaëlfeest (op 29 september) en werd dan door veel pelgrims op de knieën beklommen. De laatste honderd jaar is dat gebruik echter in onmin geraakt.

Zoals gezegd werd de Heilige Trap pas in 2000 weer opengesteld voor publiek, in elk geval elke woensdag en zondag en soms ook op feestdagen. Bij de restauratie werd het kruis dat boven aan de trap staat wel permanent zichtbaar gemaakt, door een kijkgat in de deur en door de aanleg van goede verlichting. Vanaf de Borgo Santo Spirito kun je nu dus altijd een blik op het kruis werpen. Door het kijkgat in de vorm van een klein kruis wordt je blik via de treden automatisch naar het grote kruis getrokken. Als de deuren open zijn kun je de trap uiteraard beklimmen. Dat hoeft niet meer per se knielend; je mag de trap ook gewoon beklimmen.

Aan beide zijden van de trap werden bij de restauratie glasplaten geplaatst die de trap van de kapelruimte afschermen. Beeldend kunstenaar Krien Clevis heeft in het voorjaar van 2001 in beide glasplaten een etswerk aangebracht. Ook zij had gelezen dat zich vroeger op de wanden van deze HeiligeTrap fresco´s bevonden met episodes uit het leven van de twee patroonheiligen van de kerk, de Heilige Michaël en de Heilige Magnus en ze heeft geprobeerd deze fresco’s min of meer terug te halen. Links zie je rond de centrale symbolen van Michaël (zwaard en weegschaal) zijn gevecht met de duivel en van zijn verschijningen op aarde. Rechts zie je de symbolen van Magnus, mijter en zwaard, met daaromheen enkele episoden uit het verhaal van Magnus, over hoe hij mensen tot het christendom bracht, doopte en omwille van het geloof gedood werd. Ook heeft Clevis afgebeeld hoe mensen uit Friesland zijn lichaam vonden en als reliek een arm mee naar Friesland namen.

Onderweg naar boven zijn er nog drie andere opmerkelijke dingen te zien. Op de achtste, de negentiende en de bovenste trede is telkens een kruisje in de steen uitgehakt, als herinnering aan de drie keren dat Jezus tijdens het afleggen van de kruisweg struikelde en viel. De treden van de trap bestaan uit marmeren platen, die ooit elders zijn gebruikt. Waar weten we niet precies, maar op een van de treden zie je nog een antiek reliëf.

Meer lezen over de Kerk van de Friezen in Rome? Irene Stellingwerff bundelde al haar kennis over de kerk en de geschiedenis van deze Nederlandse plek in Rome in het boekje De Kerk van de Friezen in Rome. Met veel fotomateriaal, zodat je bijna echt een rondleiding door deze bijzondere kerk krijgt!

preload preload preload