apr 29

Er is niets leukers dan door Rome struinen, als je het mij vraagt. Zeker als je alle hoogtepunten van de stad al gezien hebt, is het heerlijk om achterafstraatjes te ontdekken, om doelloos door Romeinse straten te slenteren en her en der een blik naar binnen te werpen. Zo ontdek je de mooiste binnentuinen, de leukste barretjes, de meest verrassende mensen…

Wie echter nog niet zo thuis is in de Eeuwige Stad, kan er een beetje tegenop zien om door de stad te lopen. Absoluut niet nodig, want het centrum is best overzichtelijk en de meeste bezienswaardigheden liggen op loopafstand van elkaar. Zeker als je het Pantheon als middelpunt van je wandelingen neemt, kun je bijna overal op je gemak heen lopen.

Enige handreikingen hierbij zijn soms wel handig, zeker als je je moeilijk kunt oriënteren of zo overweldigd bent door alle monumenten dat je niet meer let op waar je loopt. Gelukkig verschijnt er nu een nieuwe gids met leuke wandelingen door Rome, de National Geographic Wandelgids Rome. Deze wandelgids bevat vijftien gedetailleerde wandelroutes waarmee je door de stad loopt alsof je er geboren en getogen bent. Wie wil dat nu niet?

Vandaag op Ciao tutti daarom een voorproefje uit de gids, van een bijzondere bezienswaardigheid die ik tijdens mijn wandelingen nog niet was tegengekomen, en die ik vandaag dus zelf ook voor het eerst ga bezoeken: de Santi Giovanni e Paolo. Spannend!

LPLT / Wikimedia Commons

‘Deze 12de-eeuwse kerk is gewijd aan twee Romeinse officieren, Giovanni (Johannes) en Paolo (Paulus), die zich onder keizer Constantijn tot het christendom bekeerden. Ze werden onthoofd omdat ze weigerden te vechten voor de heidense keizer Julianus ‘de Afvallige’.

Het interieur van de kerk werd tussen de 17de en 20ste eeuw ingrijpend gewijzigd. Er kwamen tientallen grafkapellen en grafmonumenten bij voor de adellijken en geestelijken. In de rechterbeuk staat een grote koepelkapel uit het midden van de 19de eeuw waarin de stoffelijke resten liggen van Paulus van het Kruis, de stichter van de Kloosterorde van het Heilig Kruis. De kristallen kroonluchters in het schip werden geschonken door het Waldorf Astoria Hotel in New York en zijn de jongste aanwinst.

Onder de Santi Giovanni e Paolo liggen de resten van twee Romeinse gebouwen, een appartementengebouw met verscheidene verdiepingen en een villa met twee verdiepingen, die met mozaïeken, fresco’s en fonteinen waren versierd. Deze twee gebouwen, de Case Romane al Celio (Clivo di Scauro, www.caseromane.it, (0039) 06 7045 4544, €€, gesloten: di. en wo.), werden in de 4de eeuw samengevoegd tot een familiewoning.

Lalupa / Wikimedia Commons

Volgens de overlevering woonden Johannes en Paulus hier en werden ze na hun martelaarschap begraven in het huis. De plek trok daarom pelgrims en rond 395 werd hier de eerste kerk gebouwd. De kamers uit de oudheid lagen begraven en waren vergeten tot ze eind 19de eeuw werden herontdekt.’

Piazza dei Santi Giovanni e Paolo 13 • (0039) 06 700 5745 • Metro: Circo Massimo, Colosseo, lijn B • Bus: 60, 75, 81, 175, 673

National Geographic Wandelgids Rome
Al wandelend proef je de echte sfeer van een stad! Deze  gids opent daarom met vijftien wandeltochten die je helpen je  dag, weekend of week in Rome zo leuk mogelijk te besteden. Ideaal voor stedentrippers met een voorkeur voor goede restaurants en theaters, en voor jonge stellen die geïnteresseerd zijn in hippe winkels en uitgaansgelegenheden. Maar ook voor gezinnen met kinderen die op zoek zijn naar kindvriendelijke activiteiten voor overdag. Per wijk staan de belangrijkste locaties en activiteiten duidelijk op de kaart weergegeven en in de daaropvolgende pagina’s tot in detail beschreven.

*Bliksembezoeken zijn gestroomlijnde wandelroutes voor wie de hele stad in een dag, in een weekend, zomaar voor de gezelligheid of met kinderen wil zien;
*Buurtwandelingen, van het Pantheon tot Vaticaanstad en het Colosseum tot de Via Veneto: alle op de kaart aangegeven bezienswaardigheden worden beschreven;
*Nader bekeken geeft extra informatie over musea en andere bezienswaardigheden, zoals het Forum Romanum, het Pantheon en het Ghetto;
*Typisch Rome besteedt aandacht aan onderwerpen die kenmerkend zijn voor de stad, zoals La Dolce Vita, fonteinen en aquaducten en Romeinse gerechten;
*Het beste van Rome geeft informatie per thema, zoals het ondergrondse Rome, de mozaïeken en Romeinse nachten;
*Slim op pad, Lekker eten, Aan te bevelen en Wist u dat… zijn tekstblokjes die helpen het beste uit een bezoek aan Rome te halen;
*Praktische informatie helpt  bij het organiseren en voorbereiden van de reis;
*Detailkaarten, kleurenfoto’s en adviezen van ervaren reisschrijvers maken de ontdekkingstocht compleet.

ISBN 9789048812943
€ 12,50

Ook op pad met de National Geographic Wandelgids Rome? Je bestelt ‘m via deze link bij bol.com! Het enige wat je dan nog moet doen, is vliegtickets boeken, een koffer pakken en genieten!!

apr 06

Vandaag, op Goede Vrijdag, wordt onder leiding van de paus de Via Crucis (Kruisweg) gelopen, een plechtige processie die van het Colosseum naar de Palatijn voert. De paus draagt tijdens de tocht een groot houten kruis. Op elke statie, veertien in totaal, houdt de stoet stil voor een gebed. Bij de laatste statie houdt de paus een toespraak waarin hij refereert aan allerlei belangrijke gebeurtenissen in het afgelopen jaar.

De processie is een indrukwekkend gebeuren. Achter de paus sluiten ook veel Romeinen zich bij de processie aan. Ze dragen allemaal een lichtje, en sommigen zelfs een kruis. De Via Crucis meelopen? De processie start om 21.15 uur bij het Colosseum. Zeker een aanrader als je vandaag in Rome bent!

De lijdensweg van Bernini
Voor wie vandaag niet in Rome is, een lijdensweg die het hele jaar door te bezoeken is: de Ponte Sant’Angelo, oftewel de Engelenbrug. Het was mij eerlijk gezegd tot vorige week nooit zo opgevallen, dat de engelen die de brug sieren allemaal een element van Jezus’ lijden dragen. Pas toen een Romein me erop attent maakte (naar aanleiding van het feit dat ik elke engel op de foto probeerde te zetten), zag ik de doornenkroon, het kruis, de lans, de spons gedrenkt in azijn… Kijk maar mee naar een paar van deze engelen:

De lijdensweg op de Engelenbrug is wel iets korter dan de Kruisweg; in plaats van veertien staties wordt de brug gesierd door tien engelen. De meeste mensen denken dat deze engelen zijn gemaakt door Gian Lorenzo Bernini, maar in werkelijkheid zijn ze stuk voor stuk van de hand van zijn leerlingen. Bernini zelf ging in opdracht van paus Clemens IX wel van start met de eerste twee engelen. De paus vond die twee eerste engelen echter zo mooi, dat hij besloot ze zelf te houden. Je kunt deze originele engelen van Bernini gelukkig wel nog bewonderen, en wel langs het priesterkoor van de Romeinse kerk Sant’Andrea delle Fratte.

 

Wees overigens wel voorzichtig als je de Engelenbrug bezoekt. Op 19 september 1450, een Heilig Jaar, begaven grote groepen pelgrims zich via deze brug naar de Sint Pieter. De brug kon het gewicht van al deze mensen echter niet aan. De zijwanden begaven het en tientallen mensen vielen in de Tiber. Daarbij kwamen 178 pelgrims om het leven. De engelen stonden er toen overigens nog niet, dus wellicht dat hun wakende ogen een dergelijk ongeluk nu sowieso voorkomen…

jan 23

Florence kent prachtige kerken. De bekendste is natuurlijk de Duomo, de dom met de enorme koepel, die iedere bezoeker (tevergeefs) in zijn geheel op de foto probeert te krijgen. De façade van de dom is uitgevoerd in marmer in de kleuren wit (uit Carrara), roze (uit de Maremma) en groen (uit Prato). Er zijn zoveel schitterende details te zien dat je bijna niet weet waar je moet kijken.

Net als bij de koepel had het nogal wat voeten in de aarde voordat deze voorgevel stond. Het eerste ontwerp voor de gevel werd gemaakt door Arnolfo di Cambio, maar toen het ontwerp voor ongeveer een derde was uitgevoerd kwamen de werkzaamheden stil te liggen. Het duurde erg lang voor men verder bouwde aan de gevel; pas na zo’n 600 jaar werd de buitenzijde van de Duomo voltooid.

Veel van de originele versieringen die ooit de voorgevel tooiden, zijn nu te bewonderen in het bij de Duomo horende museum. Leuk om nog te vertellen is dat het ooit de bedoeling was dat de beroemde David van Michelangelo een van de pijlers van de Duomo zou sieren. Vanwege de enorme omvang van het beeld werd dit plan echter al snel van tafel geveegd. Een aantal commissieleden stelde de trappen van de Duomo voor, maar ook dit idee bleek niet haalbaar te zijn – vandaar de huidige plek op het Piazza della Signoria.

Terug naar de kerken in Florence. Want niet alle grote godshuizen in Florence hebben zo’n mooie voorgevel als de Duomo. Sterker nog, een aantal kerken heeft nog steeds een onvoltooide façade. Een van de bekendste voorbeelden van zo’n kerk met een kale voorgevel is de San Lorenzo. Ondanks de vele voorstellen die door bekende en onbekende architecten en kunstenaars gedaan zijn om de gevel te verfraaien, kijken de Florentijnen nog steeds aan tegen een kale, bakstenen gevel.

De eerste oorzaak voor deze kale gevel is het feit dat de architect van de kerk, Brunelleschi (ja, dat is dezelfde als degene die de koepel van de dom ontwierp), sterft zonder een ontwerp te hebben gemaakt voor de voorgevel van de kerk. Daardoor hebben zijn opvolgers geen duidelijk beeld voor ogen. Wat zou de grote Brunelleschi hebben gewild? Hoe zou de voorgevel er in zijn ogen uit hebben gezien?

In de zestiende eeuw neemt Leo X, lid van de De’ Medici-familie, het heft in handen. Hij wil de voorgevel voltooid hebben en schrijft een ontwerpwedstrijd uit. Onder anderen Raphael en Michelangelo dienen een voorstel in. Michelangelo’s ontwerp wordt bekroond met de overwinning en de grote kunstenaar krijgt tevens de opdracht zijn façade te bouwen.

Michelangelo gaat akkoord en vertrekt naar Carrara om toezicht te houden op het winnen van de blokken marmer die hij voor de gevel wil gebruiken. Leo X wil echter dat hij marmer uit Pietrasanta gebruikt, hetgeen tot zo’n grote onenigheid leidt, dat de paus het contract met Michelangelo verbreekt. Met als gevolg dat de San Lorenzo het nog wat langer zonder voorgevel moet doen…

Vlak voor de dood van de laatste telg van de De’ Medici’s, Anna Luisa, in 1743, worden er nogmaals verschillende ontwerpen ingediend door Florentijnse kunstenaars. Hoewel een van hen de opdracht krijgt en Anna Luisa geld had gereserveerd voor de voltooiing van de voorgevel, loopt het project wederom spaak.

Weer een eeuw later volgde wederom een ontwerpwedstrijd, waarvoor 74 verschillende voorgevels werden ingezonden. Helaas zat er volgens de juryleden geen enkel ontwerp bij dat paste bij de klassieke ideeën zoals onder anderen Michelangelo die had opgetekend. Ook in 1905 wordt nog een poging gedaan om via een ontwerpwedstrijd een gevel te realiseren, maar ook dan blijft een definitief resultaat uit. Maar mocht iemand zich geroepen voelen nog een ontwerp te maken…

Getagd met:
dec 30

Sandrina Bokhorst, eigenaar van Persoonlijk Rome, schrijft elke maand een column voor de website van magazine De Smaak van Italië. Haar column van deze maand, over Silvester en de vette draken van Oud&Nieuw, is zo bijzonder, dat ik jullie het verhaal over de laatste dag van het jaar niet wilde onthouden.

Italianen houden van eten: veel en goed eten. Iedere feestdag heeft zo zijn eigen culinaire tradities. Op 31 december, de dag die in Italië ‘San Silvestro’ wordt genoemd, krijg je na middernacht cotechino (varkensworst) of zampone (gevulde varkenspoot) met polenta en linzen voorgeschoteld.  Linzen symboliseren financiële rijkdom en ook de varkenspoot – zeer voedzaam vlees – staat voor overvloed. Zo hopen de Italianen het nieuwe jaar goed te beginnen. En vooral dit jaar, met alle politieke onrust, zullen ze het nodig hebben! Aangezien dit alles volgt op het toch al copieuze cenone (grote diner) di San Silvestro moet je wel een behoorlijke eetlust hebben om alles te verstouwen! Italianen zeggen dan ook dat ze ‘draken zien’ als ze teveel hebben gegeten.

Maar weinigen beseffen dat we met deze schranspartij eigenlijk de overgang vieren van het heidendom naar het christendom. Dit gebeurde tijdens het pausdom van een alles behalve Bourgondische paus, paus Silvester, die de Romeinse keizer Constantijn zou hebben gedoopt als christen en daarmee de wereldgeschiedenis blijvend heeft veranderd. Oudjaarsdag, 31 december, is zijn sterfdag.

Paus Silvester I (314-335) bracht het grootste deel van zijn leven door als kluizenaar en asceet in de bergen vlak bij Rome. Zijn naam betekent niet voor niets ‘bosbewoner’. Maar in de geschiedenis heeft deze bescheiden man een heel ander imago gekregen!

Het Romeinse Rijk stond in de vierde eeuw onder heerschappij van keizer Constantijn. In een poging de verbrokkeling van het rijk tegen te gaan, bepaalde deze briljante staatsman in 313 na Christus dat het christendom voortaan als godsdienst werd getolereerd. Constantijn versterkte zijn eigen autoriteit door deze aan de steeds populairder wordende God van de christenen te koppelen. Later werd beweerd dat keizer Constantijn zelfs de wereldelijke en geestelijke macht over Rome vrijwillig zou hebben overgedragen aan de paus: Silvester. Daarmee werd de paus dus boven de keizer geplaatst. Met de kroning van Karel de Grote in het jaar 800 door de paus tot eerste keizer van het nieuwe West-Romeinse Rijk, werd dat nog eens bevestigd. Maar al gauw liep dat uit op een fikse machtsstrijd tussen het kerkelijke en het keizerlijke blok.

Historisch gezien zal Silvester waarschijnlijk niet meer dan een marionet in de handen van de keizer geweest zijn. Dat is echter niet het beeld dat fresco’s in kerken door heel Italië ons schetsen, want Silvester is een belangrijke heilige geworden. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld hiervan vinden we in de Silvesterkapel in de kerk van de Santissimi Quattro Coronati in Rome. Paus Innocentius IV gaf de opdracht voor deze cyclus in 1248 toen hij voor de zoveelste keer in oorlog was met de keizer. De fresco’s zijn een staaltje pure politieke propaganda die de claim op wereldlijke macht van de paus moeten ondersteunen.

In de kapel wordt ons als in een kleurrijk stripverhaal getoond hoe Constantijn zich door Silvester laat dopen om van zijn melaatsheid (lees: heidendom) te genezen. Nederig bukt de keizer vervolgens voor de tronende paus om hem als dank zijn mijter, in die tijd ook de keizerskroon van de wereldlijke macht, te overhandigen. Het tweetal, Silvester te paard en Constantijn te voet, vertrekt vervolgens naar de stad Rome die de keizer op deze wijze aan de paus schenkt. Constantijn heeft het paard aan de leidsels als teken van zijn onderwerping. Silvester wordt letterlijk en figuurlijk (en bepaald niet subtiel!) boven Constantijn geplaatst. Van kluizenaar is hij verworden tot held, de man die de keizer bekeerde en ook nog eens doopte.

Een nieuw tijdperk brak aan. De eerste grote kerken van Rome schoten vervolgens als paddenstoelen uit de grond. Daarmee sleepte Silvester ook nog eens de titel van patroonheilige van de metselaars en steenhouwers in de wacht. Maar Silvester ging verder: hij versloeg met een staaltje onvervalste heroiek het heidendom precies in het hart van de macht van het Romeinse keizerrijk.

Op het Forum Romanum, bij de tempel van Castor en Pollux, woonde diep onder de grond een draak die met zijn onuitstaanbaar, stinkende adem de mensen in de omgeving vergiftigde en de beroemde tweeling van schrik in hun eierdoppen deed terugschieten. De draak werd wel eens gevoed door zijn buurvrouwen, de Vestaalse maagden. Met de bekering van Constantijn tot het christendom echter hield deze liefdadigheid op en doodde de draak met zijn adem dagelijks meer dan 300 onschuldigen.

Niemand durfde de strijd met het monster aan, behalve Silvester. Een heidense priester zwoer dat als Silvester erin zou slagen de draak een jaar lang koest te houden, hij zich zou bekeren tot het christendom. De paus, gewapend met zijn geloof en een zijden draadje, daalt de 365 treden af naar het hol van het stinkende gevaarte en slaagt erin de draak zijn enorme vuurspuwende mond te snoeren. Een jaar later bivakkeerde de draak nog altijd als een tam beest op het forum en dat wonder maakte dat maar liefst 30.000 man zich bekeerden tot het geloof van Silvester.

De draak in het verhaal staat uiteraard symbool voor de heidense godsdiensten en de 365 treden die Silvester afdaalde, komen overeen met het aantal dagen van de Romeinse kalender die Silvester in het christendom zou hebben geïntroduceerd. Dus als je in Nederland of Italië met oud en nieuw opeens draken ziet, dan weet je waar het vandaan komt: dan is Silvester weer aan het spelen met zijn favoriete huisdier.

Je kunt de Silvesterkapel bezoeken, na een donatie aan de nonnen die het klooster bewonen. Wil je meer weten van de kapel en de wereldlijke ambities van de pausen, dan is het leuk om met een persoonlijke gids Rome te ontdekken. De kerk is op de Celio-heuvel, waar ook andere interessante middeleeuwse en antieke monumenten te vinden zijn, die zich buiten de gebaande paden bevinden.

dec 25

Voor jullie allemaal een heel fijn kerstfeest! Geniet vandaag en morgen van alle mooie momenten met familie en vrienden, van al het (Italiaanse) kerstlekkers en de magische sfeer die de wereld even in zijn greep houdt.

Op Ciao tutti vandaag, na al die annunciaties van vorige week, dan eindelijk het moment dat het kindje bewonderd mag worden. Voor mij heeft niemand dat zo mooi weergegeven als Domenico Ghirlandaio, met zijn doek De aanbidding der herders.

Ghirlandaio voltooide het werk in 1485, zoals ook te zien is op het kapiteel van de linkerzuil. Het schilderij was bedoeld voor het altaar van de Cappella Sassetti in de Santa Trinità in Florence, waar het nog steeds te zien is.

We zien Maria, die vol devotie naar de pasgeboren Jezus kijkt, en Jozef, die daarentegen naar de naderende stoet bezoekers en bewonderaars kijkt. Het kindje Jezus ligt voor een sarcofaag die dienst doet als kribbe. Een interessante keuze, niet in het minst vanwege de spreuk die in het marmer van de sarcofaag is gebeiteld.

Deze spreuk, ENSE CADENS SOLYMO POMPEI FVLVIVS/ AVGVR / NVMEN AIT QUAE ME CONTEG/IT/ VRNA DABIT, om precies te zijn, wordt toegewezen aan de Romeinse ziener Fulvius. Deze Fulvius voorspelde dat uit de sarcofaag waarin hij werd begraven ooit een god zou worden geboren – geen gekke gedachte van Ghirlandaio dus om deze sarcofaag als kribbe dienst te laten doen.

Helemaal rechts staan de herders, naar wie het schilderij is genoemd. De herder die naar het kindje Jezus wijst, zou niemand minder zijn dan Domenico Ghirlandaio zelf – een prachtig zelfportret. Linksboven zijn nog een paar andere herders en een schaapskudde te zien, die door een engel worden aangespoord te gaan kijken naar het pasgeboren kindje.

De stoet die in aantocht is wordt geleid door de drie wijzen uit het oosten, maar die laten we vandaag nog even op afstand. Die mogen immers pas 6 januari bij de kribbe aankomen om Jezus te bewonderen. Vandaag zijn wij aan de beurt, samen met de herders en de engelen…

nov 14

Florence kent veel beroemde beelden, waarvan de meeste op het Piazza della Signoria te vinden zijn: de David van Michelangelo natuurlijk, Judith en Holofernes van Donatello, de Marzocco-leeuw, Neptunus van Ammannati… Een van de interessantste beelden is echter van een onbekende vrouw, die van de Florentijnen de naam Berta heeft gekregen.

Haar hoofd steekt uit de klokkentoren van de Santa Maria Maggiore, een vrij onopvallende kerk tussen station Santa Maria Novella en Piazza del Duomo. Haar hoofd zou al lange tijd uit de campanile steken, hetgeen voor de inwoners van de stad aanleiding was deze alomtegenwoordige vrouw een naam te geven.

Volgens een van de verhalen die over het vrouwenhoofd de ronde doen, dankt zij haar naam aan Berta, een groentevrouw die in de twaalfde eeuw een kraam had aan de voet van de klokkentoren van de Santa Maria Maggiore. Hier verkocht ze de oogst van haar groentetuin die ze bij haar huis buiten de stad had aangelegd. Berta keerde pas naar huis terug als ze al haar groente had verkocht, en spaarde zoveel mogelijk van haar dagelijkse opbrengsten.

Aangezien Berta niet getrouwd was en ook geen kinderen had, was dit bedrag gedurende haar leven uitgegroeid tot een aardige som geld. Berta besloot al haar spaargeld te schenken aan de kerk van Santa Maria Maggiore, mits de monniken met een deel van het geld een klok zouden laten maken, die elke dag geluid moest worden voor het Ave Maria, als de zon onder ging.

Berta koos niet voor niets dit moment uit. Zo zouden alle marktlui die van buiten de stad kwamen weten dat de stadspoorten op het punt stonden te sluiten voor de nacht. Iedereen kon zo op tijd zijn boeltje pakken en de stad verlaten om huiswaarts te keren. Het was Berta meer dan eens gebeurd dat ze de tijd vergat, waardoor ze voor een gesloten poort stond. Het gevolg: een prijzige overnachting binnen de stadsmuren en geen nieuwe groentevoorraad voor de volgende dag. Met een klok die op tijd zou luiden, zou dit probleem verholpen zijn, zo had ze bedacht.

Als dank voor dit genereuze gebaar en het achterliggende idee zouden de tuinders en boeren die buiten de stadspoorten woonden, dit beeld voor Berta hebben opgericht, direct bij het andere onderwerp waar ze dankbaar gebruik van maakten, de klokkentoren.

Er doet echter ook nog een ander verhaal over dit vrouwenhoofd de ronde. In dat verhaal is het hoofd overigens niet eens van een vrouw, maar van een priester. Deze priester raakte betrokken bij de terechtstelling van een zekere Cecco d’Ascoli, een professor uit Bologna die aan het begin van de veertiende eeuw van hekserij werd beschuldigd. Hij moest eindigen op de brandstapel, zo luidde het vonnis.

Op weg naar zijn einde, kwam de stoet met de veroordeelde langs de kerk Santa Maria Maggiore, waar de priester uit het raam van de klokkentoren hing om het geheel gade te slaan. Vanaf zijn hoge positie zag hij dat de veroordeelde professor aan zijn bewakers iets te drinken vroeg. Daar kon natuurlijk geen sprake van zijn, en de priester riep de bewakers dan ook toe geen gehoor te geven aan dit verzoek. Volgens de priester zou het vuur van de brandstapel onmiddellijk uitgaan als Cecco een beetje water zou drinken. Cecco, die niets meer te verliezen had, was woedend en zou hebben geroepen: ‘Je zult je kop nooit meer uit dat raam kunnen halen!’

Dat bleek geen loze bedreiging, want al bijna 800 jaar zit het hoofd van de priester gevangen in de klokkentoren. Al vind ik persoonlijk het verhaal van Berta geloofwaardiger – en lijkt het hoofd ook echt meer op dat van een vrouw. Maar oordeel zelf, en loop er als je in Florence bent even voorbij. Die arme Berta zal wat aanloop wel waarderen!

okt 30

Vorige week plofte er een 336 pagina’s dik boekwerk op de deurmat met de titel Italië wanneer waarheen. Nu is dat eerste niet zo’n vraag voor mij (liefst zo vaak en zo lang mogelijk), maar voor het tweede deel van de titel, de vraag waarheen, kan ik altijd wel ideeën en suggesties gebruiken. En dat is precies wat deze lijvige reisbijbel je biedt: inspiratie voor de mooiste, bijzonderste en spectaculairste plaatsen in la bella Italia.

Het Italiaanse jaar begint met een bezoek aan de hoofdstad van Toscane, Florence. De Florentijnse agenda omvat vijf dagen vol culturele wonderen:

‘Van de 13de tot de 15de eeuw was Florence de onbetwiste hoofdstad van de Europese kunst en cultuur. Trek vijf dagen uit om de rijkdom aan architectonische en kunstschatten te ontdekken, en om van alle andere vreugden te genieten van Florence, dat bekend staat om zijn keuken en zijn kunst.

Dag 1
Begin je bezoek op Piazza del Duomo: een bezoek aan het interieur van het Baptisterium is een must. Beklim de 463 treden van de koepel van de kathedraal om het uitzicht te bewonderen. Loop dan naar Piazza della Signoria en slenter tussen de vele beelden door. Het zijn voornamelijk kopieen, maar het is evengoed indrukwekkend.

Dag 2
Je kunt niet zeggen dat je Florence hebt gezien zonder een bezoek aan het Uffizi, een belangrijk museum gehuisvest in een 16de-eeuws gebouw. Het Uffizi is de schatkamer van de Italiaanse cultuur.

Ga niet naar het Uffizi zonder van tevoren te hebben geboekt: er staan altijd heel lange rijen voor de ingang. Je kunt kaartjes online bestellen op www.firenzemusei.it, daar zijn ook kaartjes voor andere musea in Florence te koop.

Dag 3
Bezoek de Santa Crocekerk, beroemd om de graven van beroemde mannen zoals Michelangelo, Machiavelli en Galilei. Loop vervolgens naar het Convento di San Marco, bezoek onderweg het Ospedale degli Innocenti (gasthuis van de onschuldigen), het Florentijnse weeshuis, ontworpen door Brunelleschi, dat in 1444 openging. Bezichtig in het Convento di San Marco de werken van Fra Angelico.

Dag 4
Bezoek de San Lorenzekerk van Brunelleschi, met de grafkapel van de familie Medici. Vlakbij ligt het Palazzo Medici Riccardi, waarvan het museum een overzicht biedt van de renaissance en de barok. Ga daarna naar de Santa Maria Novella en bewonder de gotische vorm. Sla de fresco’s in de kruisgangen links van de kerk niet over.

Dag 5
De kerk van San Miniato al Monte, iets ten zuiden van het oudste deel van Florence, behoort tot de magische plaatsen in de stad. Het is een van de oudste en meest harmonieuze voorbeelden van Toscaanse romaanse architectuur en de uitzichten zijn er magnifiek.’

Wat er nog meer in januari te doen is, lees en zie je hieronder. Uiteraard vind je alle tips tot in detail in Italië wanneer waarheen. Niet alleen die voor januari, maar voor het hele jaar door, voor zomer en winter, voor- en najaar, stad en platteland, noord en zuid en alles daartussenin!

Ik neem het advies van de eerste pagina’s direct ter harte en reis straks af naar Florence, vanwaar ik jullie de komende weken zal berichten over allerlei moois en bijzonders. Reizen jullie mee, of kiezen jullie een van de honderden andere bestemmingen uit dit lijvige boek?

Italië wanneer waarheen
Capitool Reisgidsen
ISBN 9789000301324
€ 25,00

okt 24

Na de inmiddels weer verdwenen torentjes van het Pantheon die ik gisteren beschreef, moest ik denken aan de aankondiging voor een boek over de klokkentorens van Rome die ik ooit voorbij had zien komen. Nieuwsgierig of dit boek inmiddels verkrijgbaar was, mailde ik de auteur en fotograaf, Dolf Middelhoff.

Wat bleek: het boek is zo goed als klaar, maar voor het mooi gedrukt en gebonden in de boekhandel kan verschijnen, moeten er eerst meer mensen gevonden worden die het boek willen gaan kopen. Aangezien ik zelf zo enthousiast was over het onderwerp – een origineel idee om Rome te verkennen aan de hand van klokkentorens – en over de prachtige foto’s, vroeg ik Dolf Middelhoff of ik op Ciao tutti een voorproefje mocht geven.

Dat mocht – dus samen met Dolf neem ik jullie vandaag mee op sleeptouw naar de campanili van Rome. Dolf Middelhoff: ‘Toen ik in 2008 op een avond vroeg in februari in Rome aankwam, ging een lang gekoesterde wens in vervulling: het fotograferen van de vierenveertig romaanse campaniles, Romes romaanse klokkentorens, die nog steeds voor een deel de skyline van de Eeuwige Stad bepalen.

Rome is waarschijnlijk de enige stad in de wereld waar romaanse campaniles gebouwd zijn naast kerken die er doorgaans al lang stonden, en waar nu de campaniles bijna het enige zijn dat er van het romaanse bouwen nog over is. Omdat Rome tussen het einde van de 9e eeuw en het eerste decennium van de 12e eeuw meerdere malen is geplunderd, ontstonden in de romaanse periode voornamelijk voorportalen aan die veel oudere kerken en in de interieurs ervan prachtige, in cosmatenwerk uitgevoerde tombes, tronen, kansels en paaskaarsen.

En de campaniles. Over die laatste groep gaat dit boek. Ze moeten in een relatief korte periode – men denkt een jaar of 50 – tot stand zijn gekomen en vertonen een sterke stijlovereenkomst. Lombardije – dat in de middeleeuwen bij het Karolingische en het erop volgende Ottoonse Rijk hoorde – speelt bij het ontstaan van de romaanse stijl een sleutelrol. Voorlopers waren er uiteraard in de Romeinse bouw, de Karolingische en Ottoonse architectuur uit noordelijk Europa, de Visigotische kerken in Spanje en er waren ook belangrijke invloeden uit Byzantium.

In een verbazingwekkend korte periode verovert het Romaans grote delen van Europa, met de grootste dichtheid in het noorden van Spanje, het midden en zuiden van Frankrijk, het Rijn- en Maasland en de noordelijke helft van Italië, maar zelfs tot voorbij Trondheim in Noorwegen. Omdat de eenheid in Europa na het uiteenvallen van het Karolingische Rijk verdwijnt, ontstaan veel regionale stijlen. De Lombardische stijl zal door toedoen van de door Europa rondreizende Lombardische metselaars grote invloed hebben op wat in Europa wordt gebouwd.

De romaanse bouwstijl trekt relatief laat de Apennijnen over en Italië blijft vervolgens de romaanse bouwkunst nog tot in de 13e eeuw trouw, terwijl abt Suger in 1148-1149 melding maakt van de bouw van de abdijkerk in Saint-Denis, waarin de grondbeginselen van de Gotiek al worden toegepast. Rome kent nauwelijks romaanse kerken. Of ze zijn ouder dan uit de 11e en 12e eeuw – de romaanse bloeiperiode – en zijn later, deels, ‘verromaanst’ óf ze zijn jonger, met naast enkele gebouwen uit de renaissance vooral kerken in barokstijl uit de tijd van de contrareformatie. De enkele kerken die wél stammen uit de 11e en 12e eeuw zijn door de eeuwen heen zodanig verbouwd dat van de romaanse kenmerken nauwelijks iets terug te vinden is. Maar van de romaanse campaniles zijn ze al die eeuwen afgebleven, zij het dat ze soms zijn ingebouwd in hun omgeving en daardoor soms heel goed verstopt zijn geraakt.’

Een van die verstopte campaniles is die van de Santa Maria della Luce:

‘Van de campanile van Santa Maria della Luce is vanaf de straat alleen een hoekje van het dak te zien. We zullen echt hogerop moeten. Maar de eerste bellen die we indrukken bij het enige pand dat een behoorlijk zicht lijkt te bieden, leveren niets op. ‘Aan mij hebt u niets, u moet hoger zijn om die toren te zien.’

De derde is raak. Een vriendelijke meisjesstem zegt ons direct, in het Engels, dat we boven kunnen komen; het lijkt wel of ze met de eerdere gesprekjes heeft meegeluisterd en al weet wat de bedoeling is. In ieder geval werkt ze graag mee en brengt ons naar een van die jaloersmakende Romeinse dakterrassen met drogend wasgoed en uitzicht over heel de stad en verre omstreken.

‘Daar is uw toren. En daar verderop heb je ook nog de San Bartolomeo all’Isola, op het Tibereiland en ook vlakbij, dáár ergens, staat het kleine torentje van San Benedetto in Piscinula, maar dat kun je hiervandaan net niet zien.’ Van de Santa Maria steekt alleen de bovenste verdieping nog boven de omringende gebouwen uit. Op twintig meter afstand.

Het metselwerk is wat brokkelig, er zijn nog een paar majolica ornamentjes en binnen de zuilen is een balustrade gemaakt; hij doet kennelijk inmiddels ook dienst als terras. Op een hoek zit een bevestigingspunt voor elektriciteitsdraden.’

Als je op je tenen gaat staan, kun je dit stukje
van de campanile vanuit een zijstraatje zien.

Campanili romanici di Roma is een gids over Rome met een wat andere invalshoek dan de meeste. De romaanse campaniles – klokkentorens – van Rome hebben eeuwenlang de skyline bepaald van de Eeuwige Stad. Nu zijn dat vooral de koepels van de vele gebouwen uit de renaissance en barok. Toch hebben enkele van die romaanse campaniles hun opvallende en vrije positie weten te behouden.

Van de vele tientallen die er ooit moeten zijn geweest, zijn er nu nog maar 44 over. Markant in beeld, enigszins ingebouwd door de omgeving of geheel aan het zicht onttrokken. Van enkele zijn niet meer dan rudimenten over. Omdat Rome bouwkundig een ‘conservatieve’ stad is die de Klassieken altijd is trouw gebleven, zijn ook de romaanse campaniles stevig verankerd in de klassieke architectuur. Deze gids laat ze alle 44 zien; in hun omgeving, in detail, in hun volle glorie.

Daarnaast bevat de gids 5 prachtige wandelingen langs plekken die meer dan bekend zijn, maar ook naar de meest onverwachte uithoeken van deze heerlijke stad. Alleen wordt de wandelaar op andere details gewezen dan gebruikelijk, waarmee dit boek een waardevolle aanvulling is op die vele andere gidsen over Rome.

Net zo nieuwsgierig geworden naar de Romeinse klokkentorens in dit prachtige boek als ik? Via deze link kun je alvast een digitale preview zien. Als dat naar meer smaakt, laat hier dan even een reactie achter of stuur een e-mail naar blog@ciaotutti.nl, dan kunnen we er hopelijk voor zorgen dat er binnenkort een mooie stapel Romeinse klokkentorens in de boekhandel ligt!

okt 10

Helaas, geen onthullend inzicht in de bankrekening van de paus vandaag – zoals de titel wellicht wel doet vermoeden – maar een rondtocht door de enorme Sint-Pietersbasiliek en over het gelijknamige plein in cijfers. Hierna kijk je toch even anders naar dit enorme bouwwerk – en kun je tijdens een volgend bezoek indruk maken op je reisgenoten door af en toe een van onderstaande feitjes te roepen…

De Sint-Pietersbasiliek is bijna 190 meter lang (met het portiek erbij zelfs 218 meter) en – op het breedste punt – 155 meter breed. Daarmee is de basiliek ruim 22.000 m2 groot. De hoogte van het middenschip is 46 meter, terwijl de hoogte tot aan de koepel binnen in de kerk 117 meter is. Buiten meet de koepel, tot aan de top van het kruis, maar liefst 132,5 meter. De voorgevel, ontworpen door Carlo Maderno, is 115 meter breed en 47 meter hoog.

De koepel is 136,5 meter hoog; binnenin is de hoogte 119 meter. Deze enorme koepel heeft binnenin een diameter van 42,6 meter, waarmee hij net iets kleiner is dan de koepel van het Pantheon. Michelangelo zou dit bewust hebben gedaan, als respect voor de bouwmeester van dit oude Romeinse monument. Aan de buitenzijde komt er overigens nog ruim 15 meter bij; de diameter meet dan 58,9 meter. De koepel weegt, hou je vast, 56 miljoen kilo!!

De lantaarn boven op de koepel is 17 meter hoog. Net als bij de Madonnina in Milaan (zie Ciao tutti van 9 augustus 2011) geldt in Rome dat geen enkel gebouw hoger mag zijn dan deze koepel. Geen wolkenkrabbers dus die over de lantaarn heen mogen kijken… Naast de cupolone, de grote koepel, telt de Sint-Pieter nog 10 andere koepels. Het dak wordt gedragen door 778 zuilen.

De bronzen bol boven op de koepel heeft een doorsnede van bijna 2,5 meter en zou plaats kunnen bieden aan 16 personen. Helaas kun je zover niet meer komen. Wel kun je de koepel beklimmen. Eerst kom je dan op de eerste galerij, op een hoogte van 53 meter. De klim wordt hier beloond met een prachtig zicht op het interieur van de kerk. Wie nog eens 330 treden verder naar boven klimt, komt uit op de 108 meter hoge buitengalerij, met het bekende uitzicht over het Sint-Pietersplein en de daken van Rome. Voor dit uitzicht moet je (als je niet met de lift gaat althans) 537 treden beklimmen, maar dat is echt meer dan de moeite waard!

De bronzen klok van de Sint-Pieter heeft een doorsnee van 2,5 meter en een hoogte van 2,6 meter. De klok weegt 20.000 kilo, die overigens alleen in beweging worden gezet met Kerstmis, met Pasen, als de paus het Urbi et Orbi uitspreekt, en op 29 juni, de feestdag van de heiligen Petrus en Paulus. Op deze feestdag wordt de koepel van de Sint-Pieter prachtig verlicht. Nu gebeurt dat door simpelweg de elektrische lampjes met een druk op de knop aan te zetten, maar vroeger werden er stuk voor stuk ruim 800 fakkels en 4000 olielampen ontstoken.

De letters op de voorgevel, die samen de tekst ‘In Honorem Principis Apost. – Paulus V Burghesius Romanus Pont. Max. Anno MDCXII’ vormen (‘Ter ere van de prins der apostelen – Paulus V Borghese paus van Rome 1612’) zijn twee meter hoog.

De dertien beelden op de voorgevel, allemaal van de hand van leerlingen van Bernini, zijn 5,7 meter hoog. Grappig detail is dat deze beelden aan de achterzijde zo plat als een dubbeltje zijn; alleen aan de voorzijde zijn ze netjes afgewerkt. De beelden stellen Christus (in het midden voor), met aan zijn linkerzijde Johannes de Doper. Verder staan er elf van de twaalf apostelen. Judas ontbreekt en is vervangen door Matthias (helemaal rechts). Petrus ontbreekt eveneens, aangezien de hele kerk al aan hem werd gewijd vond Bernini het blijkbaar niet nodig hem ook nog eens als apostel uit te beelden.

Toch is er nog een beeld van Petrus terug te vinden op het plein, en wel links van de trappen die naar de ingang van de kerk leiden. Rechts staat een even groot beeld van Paulus. Volgens een Romeinse legende zegt Petrus: ‘Hier wordt het geloof gemaakt’, waarop Paulus antwoordt ‘En daarbuiten gelooft men het.’

Op de bovenrand van de colonnades staan 140 heiligen van ruim 3 meter hoog. Iedereen die de Sint-Pieter al eens heeft bezocht, heeft waarschijnlijk opgemerkt dat een beeld van Maria ontbreekt. Pas in 1981 kreeg zij een plekje aan de buitenzijde van de kerk, en wel door een mozaïek van 2,30 meter hoog op de muren van het pauselijk paleis, aan de rechterzijde van de kerk.

De Sint-Pieter telt vijf verschillende deuren. De meest rechtse is de Porta Sancta, de Heilige Deur, die alleen tijdens een jubeljaar mag worden geopend. De deur helemaal links wordt ook wel de Porta della Morte genoemd, omdat door deze deur de lijkkisten de kerk verlieten. De bronzen middendeur komt nog uit de oude basiliek die hier ooit stond en dateert uit 1445.

Naast Petrus hebben nog 146 andere pausen hun laatste rustplaats in de Sint-Pieter. Het is dan ook een onmogelijke zaak om hier alle pauselijke graven te benoemen, net zoals het onmogelijk is ze tijdens een rondgang door de basiliek allemaal te ontdekken. Daar heb je wel een aantal bezoeken voor nodig.

Wie alle versiering in de kerk wil bekijken, moet eveneens een paar dagen de tijd nemen: de kerk telt 390 beelden (waarvan 160 gemaakt zijn van travertijn, 100 uit marmer, 90 uit pleisterkalk en 40 uit brons), 130 zuilen (waarvan de meeste afkomstig zijn uit de Thermen van Caracalla) en 131 mozaïekafbeeldingen. De belangrijkste beelden zijn de Pietà van Michelangelo en de bronzen Petrus van Arnolfo di Cambio. De rechtervoet van deze Petrus is door ontelbare pelgrims aangeraakt of gekust.

De altaarmozaïeken bevatten stuk voor stuk 300.000 tot 500.000 steentjes. Gemiddeld zijn deze steentjes nog geen vierkante centimeter groot, en ze zijn slechts 5 millimeter dik. Het aanbrengen van een mozaïek is met recht monnikenwerk te noemen; alleen al het maken van de steentjes uit glas kon wel 5 jaar duren. Het op de juiste plek leggen van al die gekleurde steentjes vergde nog minstens zo veel tijd.

Gelukkig telt de basiliek slechts 1 schilderij! Het is wel even zoeken, want dit schilderwerk met de Heilige Drievuldigheid hangt in de Sacramentskapel. Het is gemaakt door Pietro da Cortona.

Naast het hoofdaltaar zijn er nog 43 verschillende altaren, waar regelmatig een mis wordt opgedragen. De paus is de enige die een mis mag opdragen op het hoofdaltaar, dat bestaat uit een massief blok marmer. Het altaar wordt gedomineerd door het baldakijn van Bernini, dat 95 ton weegt en 29 meter hoog is. Rondom het baldakijn branden 95 lampjes.

Wanneer je omhoog kijkt, zie je de indrukwekkende koepel met in de vier medaillons (die elk een doorsnede van 8 meter hebben) de vier evangelisten. De letters hier zijn met 1,29 meter hoogte iets kleiner dan de letters buiten. De zestien grote vensters laten hun licht op deze tekst schijnen, zodat iedereen kan lezen ‘Tu est Petrus et super hanc petram aedificabo ecclesiam meam et tibi dabo claves regni caelorum’ (‘U bent Petrus en op deze rots zal ik mijn kerk bouwen en aan u zal ik de sleutels van het rijk der hemelen geven’).

De vier pijlers die de koepel dragen zijn enorm. Met een omtrek van 71 meter zouden ze stuk voor stuk de Domtoren van Utrecht of de Toren van Pisa in zich op kunnen nemen. In de nissen staan 5 meter hoge beelden van heiligen naar wie de zuilen zijn vernoemd. Leuke anekdote: Michelangelo, bouwmeester van de koepel, had verboden de pijlers te gebruiken voor welke functie dan ook. Bernini was echter eigenwijs, sloeg het verbod van Michelangelo in de wind en bouwde in elk van deze zuilen een trap die naar een kamertje met relikwieën leidt. Met als gevolg een koepel die op instorten stond en scheuren begon te vertonen. Uiteindelijk moest men 5 metalen ringen rond de koepel aanbrengen om de boel in veiligheid te brengen.

Als het je duizelt na al deze cijfers, ga dan een keer ’s ochtends vroeg, en zonder al deze wetenswaardigheden in je achterhoofd, naar de basiliek en laat je verrassen door alles wat je ziet. Wees wel op tijd, want de kerk wordt elke dag door drommen gelovigen en toeristen bezocht. De laatste cijfers: de basiliek biedt plaats aan 60.000 mensen als er geen stoelen in staan, terwijl er tijdens een dienst wel 9.000 mensen kunnen plaatsnemen. Het plein kan nog eens 140.000 mensen herbergen, die als het ware worden omarmd door 284 Dorische zuilen en 88 pilaren van travertijn in vier bijna symmetrische rijen.

sep 18

Na het verhaal van Jan Blokkers voetreis naar Rome vandaag het verslag van iemand die deze reis veel en veel eerder maakte. De Fries-Groningse abt Emo van Huizinge, een ongeveer 40 jaar oude zoon uit een gegoed Fries geslacht, liep namelijk tussen november 1211 en juli 1212 naar Rome.

Emo ging op weg naar Rome om steun te krijgen van de toenmalige paus in een conflict met de bisschop van Münster. ‘Superpaus’ Innocentius III was een van de machtigste pausen uit de geschiedenis. Innocentius had niet alleen een enorme gedrevenheid en intelligentie, maar was ook een baken in een woelige zee, doordat in deze periode twee kandidaten streden om het keizerschap in het Duitse Rijk, ketterijen en hervormingsbewegingen de kerk in beroering brachten en de strijd tegen de islam in Spanje en het Heilige Land oplaaide.

Intussen bloeiden handel en wetenschappen en was overal in Europa het geklop te horen van steen- en beeldhouwers die haast koortsachtig werkten aan de bouw van kerken, kloosters en kathedralen. Soms nog in de strenge, sobere romaanse stijl, maar vaak al in de sprankelende, lichte stijl van de gotiek.

In Emo’s reis volgt Dick de Boer de reis van Emo naar Rome en terug, van dag tot dag, als een reisgids door het Europa van 800 jaar geleden. Het boek werkt als een tijdmachine, waarin de lezer plaats kan nemen, om daarmee zelf door dat fascinerende Europa te reizen, om mensen te ontmoeten die kleur gaven aan die tijd, troubadours, abten, edelen, hertogen en om handschriften, muurschilderingen en beelden, gebouwen en landschappen te zien die acht eeuwen geleden bestonden en nog steeds te zien zijn.

Zo volg je als lezer Emo via het piepkleine kloostertje van St. Gerlach in Houthem naar het reusachtige moederklooster van Prémontré bij Laon en reis je hartje winter met hem mee over de Alpenpas van de Mont Cenis. Je bezoekt het middeleeuwse Rome, ineengeschrompeld binnen de oude muren, waar koeien graasden op het Forum en schapen op het Circus Maximus, en waar tientallen kerken verrezen.

Je maakt kennis met de problemen die het pausdom bezighielden en met de stroperige bureaucratie van Rome en je volgt Emo op zijn terugtocht naar het noorden, via Bologna en Milaan, achter de legerbenden van de ene keizer aan en voor die van de andere keizer uit. Via de bisschopssteden en de kleine joodse gemeenschappen langs de Rijn reis je langs Münster terug naar huis.

Met meer dan 800 illustraties en vele tientallen ‘tekstillustraties’ in de vorm van vertaalde citaten uit heiligenlevens, kronieken, brieven en oorkonden komt de reis die Emo maakte voor je ogen tot leven. Het boek is mooi vormgegeven door Jan Kees Schelvis, die in zijn ontwerpen letterlijk de rode draad van de reis heeft verwerkt tot schematische kaarten per reisetappe. Dankzij dit enorme boekwerk zie je Europa zoals het toentertijd echt was. Een voorproefje:

2 maart 2012
Rome, San Lorenzo in Lucina

‘Al omstreeks 400 stond de San Lorenzo in Lucina op een verhoogd terrein iets bezijden de Via del Corso. Niet ingeklemd tussen hogere bebouwing, zoals nu, maar goed zichtbaar boven wat restte van oudere bebouwing. Die plaats werd door de traditie bepaald. Mogelijk was er op deze plek al aan het begin van de tweede eeuw een ontmoetingsplek van christenen. De oudste naam van de kerk, titulus Lucinae, maakt duidelijk dat een christelijke gastvrouw hier huismissen organiseerde in de begintijd van het christendom.

Emo moet – onder het klokgelui van de campanile die in 1196 was verrezen – de San Lorenzo hebben betreden door de zuilengalerij die ook nu nog voor de kerk staat. Met de vervanging van de klassieke, bijna vierkante porticus door een ondiepe versie in deze kerk door Paschalis werd een nieuwe trend ingezet.

Emo zou het interieur nu niet meer herkennen. In de zeventiende eeuw kreeg het een barokke opfrisbeurt. De zijbeuken werden in zijkapellen veranderd, maar de structuur bleef intact. Toch is in details, zoals de in cosmatisch mozaïekwerk versierde paliotto uit de twaalfde eeuw, achter het hoogaltaar, of de schitterende paaskandelaar zijn tijd nog steeds terug te vinden.

De laatste grote ingreep in de architectuur vond plaats nadat de Normandiërs onder Robert Guiscard in 1084 Rome hadden geplunderd en de wijk van de San Lorenzo grotendeels hadden verwoest. Teruggevonden inscripties vertellen hoe in de loop van de twaalfde eeuw telkens weer nieuwe relieken werden geplaatst in de in nieuwe luister herrezen kerk. Het mooiste stenen document daarvan is de pauselijke zetel van Paschalis II uit 1112. Tot die relieken hoorde ook het rooster waarop Laurentius werd gemarteld.’

 

Emo’s reis
Dick de Boer
ISBN 978 90 330 07 880
€ 29,95
uitgeverij Noordboek

preload preload preload