apr 13

Vandaag vieren ze in Italië de Dag van de Espresso. Voor de vierde keer wordt de populairste soort koffie in meer dan 2600 koffiebarretjes in Italië in het zonnetje gezet. Wie vandaag in een van die geselecteerde bars (herkenbaar aan een sticker op de deur) een espresso bestelt, krijgt er een klein boekje bij met de geschiedenis van koffie en tips over hoe je de echte Italiaanse espresso herkent.

 

Helaas kon ik jullie zo vroeg nog niet van de wetenswaardigheden uit dit vademecum voorzien, maar in plaats daarvan een stukje uit het boek Il caffè sospeso van Luciano De Crescenzo. In het begin van mijn blogcarrière schreef ik al eens over hem:

‘In Napels bestaat al sinds jaar en dag de traditie van de caffè sospeso (letterlijk: koffie in de wacht). Als je in Napels een caffè bestelt, kun je twee kopjes koffie afrekenen. Het ene kopje drink je zelf op, het andere kopje, de sospeso, kan dan later op de dag door een arme Napolitaan worden genuttigd.

Hoewel de traditie van de caffè sospeso vandaag de dag lang niet meer door iedere Napolitaan in ere wordt gehouden, is het voor toeristen erg leuk om te zien hoe op de bestelling van een gewone koffie en een caffè sospeso wordt gereageerd. Wedden dat een caffè sospeso bij iedereen in de smaak valt?’

Om de proef op de som te nemen een klein stukje wijsheid voor bij de eerste espresso van vandaag. In de woorden die De Crescenzo zelf optekende, en waarin hij zo mooi zegt: ‘espresso is niet alleen maar een donkere vloeistof, maar ook een manier om vriendschap te sluiten’.

Zijn tekst in het Italiaans (ook voor mensen die een paar woorden Italiaans spreken redelijk goed te volgen):

‘A Napoli, una volta, c’era una bella abitudine: quando una persona stava su di giri e prendeva un caffè al bar, invece di uno ne pagava due. Il secondo lo riservava al cliente che veniva subito dopo. Detto con altre parole, era un caffè offerto all’umanità. Poi, di tanto in tanto, c’era qualcuno che si affacciava alla porta del bar e chiedeva se c’era un ‘sospeso’.

Tutto questo era dovuto al fatto che erano più i clienti poveri che quelli ricchi. Oggi purtroppo non solo non esiste più chi paga un ‘sospeso’ ma nemmeno chi è disposto ad accettarlo. Un giorno ho conosciuto un brav’uomo, bisognoso di fare amicizie, che di ‘sospeso’ ne pagava addirittura cinque.

È per questo che chiedere un allineamento dei prezzi del caffè in Italia, a mio avviso, sarebbe un errore. Il caffè non è uguale a ogni latitudine: in primo luogo èdiero come sapre, poi come quantità (un caffè del Nord, misurato in centilitri, è almeno il doppio di un caffè del Sud) e infine, come funzione.

Quando al di sopra della Linea Gotica si è giù di corda ci si aiuta con un grappino, a Napoli, invece, con un caffè, e per raggiungere il livello desiderato, credetemi, ce ne voglione almeno tre, e di quelli buoni. Ma tre caffè al giorno costano quello che costano. Forse ce le dovrebbe passare la mutua.

Il caffè di Napoli è diverso da quello di Milano. È minimo come quantità e massimo come sapore. Provare per credere. E soprattutto non è solo un liquido scuro ma, come accennato, un mezzo per fare amicizia. Supponiamo che un giorno incontriate un amico a Napoli, in Piazza dei Martiri. Il minimo che vi dovete aspettare è che vi dica: ‘Prendiamo un caffè’. Il che dalle mie parti equivale a dire ‘buon giorno’.

Ora, però, paragoniamo il caffè di Napoli al caffè di Milano, se non, addirittura, a quello di Monaco di Baviera. Mentre quello tedesco scende, quello di Napoli sale e va a sistemarsi nelle vicinanze del cervello. Non a caso è poco più di un sorso.

Questi capitoli che seguono sono come piccoli sorso di caffè napoletano: brevi, gustosi, ma capaci di salire nelle vicinanze del cervello e fargli un po’ di sano solletico.’

De hoofdstukken die volgen hebben inderdaad precies hetzelfde effect als een klein slokje koffie uit Napels: ze zijn kort, maar zeer smaakvol en ze stijgen direct op naar je hersenen om die even op een gezonde manier bezig te houden. Een aanrader om elke dag een stukje te lezen bij de eerste espresso!

Il caffè sospeso
saggezza quotidiana in piccoli sorsi
Luciano De Crescenzo
ISBN 9788804577744

apr 02

Vandaag geen sterk verhaal zoals gisteren, maar een kort verhaal, ter gelegenheid van het vorige week verschenen lentenummer van Kort Verhaal dat helemaal aan Italië is gewijd. Dit Italiaans getinte lentenummer bevat tien Italiaanse en tien Nederlandse verhalen, maar de Nederlandse afdeling wordt nog aangevuld en versterkt met zeer korte verhalen (zkv’s): twaalf van de meester in het genre, A.L. Snijders, en vijftien van ‘tovenaarsleerling’ Joubert Pignon.

Dat alles levert maar liefst 160 pagina’s Italiaans leesplezier op, met verhalen van onder anderen Andrea Bajani, Alberto Moravia, Sandro Veronesi en Dacia Maraini aan Italiaanse zijde en Thomas Verbogt, Philip Snijder, L. H. Wiener en A. H. J. Dautzenberg als Nederlandse stemmen.

De leukste bijdrage is wellicht die van Pier Vittorio Tondelli (vertaald door Jan van der Haar), die een geïdealiseerd en nauwelijks herkenbaar beeld schetst van Amsterdam in 1990. Een fragment:

‘De treinen die aankomen op het Centraal Station van Amsterdam, het grote schouwtoneel waaromheen als een amfitheater het centrum van de stad ligt met zijn vier voornaamste grachten – de Prinsengracht, de Keizersgracht, de Herengracht en het Singel – verbazen nog steeds vanwege hun knallende kleuren geel en blauw. Zo ook lijken de snelle en superstille trams die door de straten van het centrum glijden niet alleen in oranje en geel en felle kleuren geschilderd, maar regelrecht ontworpen met de lettering van de laatste tentoonstelling van het Stedelijk Museum (en als het gaat om Malevitsj zullen het cyrillische letters zijn) of bedrukt als plattegrond met straten, snelwegen, havens; of dan weer gedecoreerd als een heus kunstwerk, de lijnen en vierkanten van een Mondriaan, de bloemenweelde van een nette, allerminst woeste graffiteur.

De kleuren van de Amsterdamse treinen doen niet denken aan de treinstellen van de metro van Manhattan die door fanatieke anonieme kids uit de Bronx zijn versierd met spuitbussen, en nog minder aan de kleuren van de treinen en de bussen van onze steden, maar geven de pas gearriveerde bezoeker de aanblik van kleur en fleur – misschien niet van sierlijkheid,wel van moderniteit – van een stad die beroemd is om haar tolerantie en de beschaving van haar inwoners, de Europese hoofdstad van een jongerentoerisme dat hier decennialang naartoe kwam, de droom najagend van een aards paradijs waarin muziek, rock, softdrugs, seksuele contacten, woningen, werkloosheidsuitkeringen, sociale voorzieningen, voor iedereen voorhanden waren: een stad waar de kracht van fantasie en verbeelding werkelijkheid kon worden, de realiteit van alledag.

Net als Van Goghs vlammende kleuren,magisch aangebracht op de muren, de treinen, de bussen van een stad die zich opmaakt om de grote schilder te herdenken met een kolossale tentoonstelling, verdeeld over het gelijknamige, lichte museum en het Kröller-Müller in het groen van het park van Otterlo, zo’n honderd kilometer hiervandaan.

Wat onmiddellijk opvalt aan Amsterdam is dat het in de loop van de decennia bij voortduring de jongerenstad bij uitstek is gebleven. Beeldschone jongeren dragen je bagage, serveren je een biertje, thee of lunch, adviseren je bij het winkelen, om het even in het Engels, Duits of Frans. Beroepen die in elk ander land doorgaans worden uitgeoefend door rijpere, ervarener heren zijn hier helemaal het domein van de jongeren. Je vraagt je af waar in deze stad de vijftig- en zestigplussers zijn gebleven,misschien op het platteland om tulpen te kweken, te gaan vissen of te tuinieren, te reizen. Je gaat een café binnen en treft drie hartstikke aardige vrouwen in spijkerbroek en T-shirt, die je thee en macrobiotische lekkernijen aanbieden: een moeder, een dochter, een net puberende kleindochter. En het lijken drie zussen. Met lang blond haar, smalle heupen, dezelfde lach.

En als op een avond aan de uiteraard high tech-tafeltjes van een hip restaurant, de Theeboom, de wachttijden tussen de ene en de andere gang door op zijn minst traineren – en je haast terugverlangt naar die ouwe obers van de Toscaanse of Romeinse trattoria’s,met hun wervelende, bruuske bewegingen, met die slepende tred die duidt op een heel leven in de bediening – zie je toevallig een beeldschoon meisje, tenger en fel, binnenkomen, aan de bar gaan zitten, zoenen uitwisselen met de ober en hem vragen of hij meegaat naar een feest; je pikt het mee om de schoonheid van die jongeren te kunnen observeren, hun manier van doen, van elkaar begroeten, uiteengaan, hun ongedwongenheid; ze verdienen het dat de eendenborst beneden in de keuken afkoelt op het bord.

Als je ’s morgens vroeg op pad gaat en door een grote straat loopt achter de musea, dan bevind je je bijna ongemerkt in de stroom van het spitsuur: jongeren bereiken hun werkplek, kinderen worden naar school gebracht, studenten gaan naar de universiteit. De kleurige trams rijden voorbij vol mensen die uit het raampje zitten te kijken of de krant lezen. Spitsuur. En toch is alles stil, als weggeglipt. Want zowel de jongeren als de vrouwen of kinderen, allemaal fietsen ze snel voort op het zadel van hun rijwiel.

Een geordende stroom mensen die snel en geruisloos door de straten van de stad trekt, ongeacht de kou, de regen, de zon of de zomerhitte. De fietsen van Amsterdam. In alle soorten en maten, voorzien van mandjes, tassen, rugzakken. Licht en sierlijk voor de lange tochten naar Zuid. Stevig, paars, roze, lichtblauw, geel, oranje van kleur. Nooit klein. Ook de kinderen rijden op reusachtige exemplaren, niet zittend in het zadel,maar staande op de pedalen. Gewend als ik ben om in steden rond te reizen met mijn oren wijd open om het geluid van een auto of het knetteren van een knalpijp op te vangen, voel ik me helemaal op het verkeerde been gezet. En dit niet alleen vanwege de stilte rond de straten van het centrum, de fietspaden, de voetgangerszones, de stroken voor het openbaar vervoer – een stilte die je langzaam, dag na dag ervaart,waaraan je gewend raakt en die je mede het geestelijk klimaat van de stad meegeeft – dit omdat je, als je de straat oversteekt zonder om te kijken,want je weet toch wel dat je alleen bent, voortdurend het risico loopt om aangereden te worden door een fietser. De stilte van Amsterdam, zijn grachten, de straten met het glooiende perspectief, als een duin, vanwege de bruggen, is iets dat vertrouwen geeft en je langzaam het gevoel bezorgt steeds meer samen te vallen met de dingen en de mensen hier. Want ook de voorwerpen in zo’n omgeving hebben een speciale betekenis. Bijna symbolisch.’

Lees de rest van Tondelli’s verhaal en alle andere korte verhalen in

Kort Verhaal – Italië
lentenummer 2012
€ 10,-
verkrijgbaar bij de boekhandel of via bol.com

mrt 10

Eindelijk is het dan zover, vanaf vandaag is mijn boek te bestellen! Hoewel Ciao Tuttiontdekkingsblog door Italië pas over een paar weken verschijnt, kun je ’m nu al bestellen. Je krijgt het boek dan niet alleen op de dag van release GRATIS thuisgestuurd, ik schrijf er ook een persoonlijke boodschap voor je in. Bovendien krijgt elke 25ste besteller een extra verrassing (die we nog heel even geheim houden, maar blij word je er zeker weten van!). Begin je weekend dus goed en bestel een speciaal voor jou gesigneerd exemplaar via de website van uitgeverij De Boekenmakers.

Nu het boek te bestellen is, grijp ik de gelegenheid maar even aan voor een beetje schaamteloze zelfpromotie ;-) Ik ben zo blij met hoe het boek eruit gaat zien, dat ik dat het liefst van de daken wil schreeuwen. Bij gebrek aan voldoende klimvaardigheid – en vanwege een enorme hoogtevrees – schreeuw ik maar hier online, hopelijk vergeven jullie me dat in deze fase. Zeker als ik jullie alvast een klein voorproefje kan laten zien van het boek in wording:

Gelukkig ben ik ook niet de enige schrijver ben die last heeft van deze zogenaamde boekkriebels. Harry Kramp, die het boek De Pitch schreef dat onlangs is verschenen, omschrijft het precies zoals het is:

‘Er is maar één week echt leuk in het jaar als je een boek hebt geschreven. Dat is de week dat het boek net klaar is, dat het gedrukt en al op tafel voor je ligt te blinken, helemaal vers, en dat het zelfs nog ruikt naar de drukinkt en de Heidelberger pers. Een jaar lang ben je bezig geweest voor dit moment. Eerst een halfjaar achterelkaar doorgeschreven, in je dooie eentje terwijl je gewend was, zoals veel van jullie, om slechts in teamverband te werken. Dan herschrijven, redigeren, corrigeren. Voortdurend twijfelen of het wel goed genoeg is. Je las het en herlas het, maar altijd met een derde oog of het niet beter kon. Beter moest. […]

Dan begint die korte maar verrukkelijke week. Dan ga je in het geval van een boek eigenlijk voor het eerst genieten van een jaar werk. Ongestoord. Het ligt zelfs nog niet in de boekhandel. Ook nog niet bij een recensent. Dan is het alleen van jou. De maker. Dan lees je het zelf pas echt voor de eerste keer. […]

Drie keer heb ik mijn boek gelezen. De eerste keer nog enigszins voorzichtig. En je verwacht dat er een hoofdstuk is vergeten, of verkeerd om is afgedrukt. Gelukkig. Natuurlijk niet. Integendeel, het is allemaal prachtig verzorgd.

En dan… dan ga je echt genieten van jezelf. Ik kan ontzettend goed genieten van mezelf. Je leest het fantastische boek twee keer achterelkaar. Wat is het goed! Ongelofelijk goed. Veel beter dan mijn eerste boek. En dat vond ik al zo ontzettend goed. Maar dit boek slaat alles. Verdomd als het niet waar is. Dat duurt een week. Een verrukkelijke week. Daar doe je het voor.’

Ik tel af naar die week – en hoop dat velen van jullie tegelijk met mij het boek in handen mogen houden en genieten van de verhalen uit Rome, Florence, Venetië, Siena, de Maremma en Napels. Om eerst heerlijk thuis te lezen en weg te dromen, en vervolgens op een van de genoemde plekken, zodat je dubbel geniet van alle bijzondere verhalen en leuke tips. Daar doen we het voor!

Meer over Ciao tutti – een ontdekkingsblog door Italië
Wist je dat het bestellen van een cappuccino na elf uur ’s ochtends in Italië een doodzonde is? Dat Napolitanen elkaar met oud en nieuw rood ondergoed cadeau doen? Dit boek bevat verhalen over Italiaanse tradities en gewoonten, bekende en minder bekende bezienswaardigheden en adressen die net-even-anders-dan-anders zijn. Van de regels die komen kijken bij het bestellen van een cappuccino tot de mooiste fontein van Rome. Een bloemlezing uit Saskia Balmaekers’ succesvolle weblog, aangevuld met nieuwe verhalen en wetenswaardigheden. Buonissimo!

formaat: 165 x 215 mm | omvang: 208 pag. | uitvoering: paperback | prijs: € 19,95 | ISBN 978-90-77740-97-2 | NUR 500 | verschijning: april 2012 | bestellen kan vanaf vandaag via deze link

Getagd met:
mrt 09

De warme Italiaanse lentezon, de sfeervolle terrasjes en de langzame opleving van het Romeinse straatleven; het voorjaar is de perfecte periode om Rome te bezoeken. Dat vond Willemijn van Dijk, mijn collega bij De Smaak van Italië en medeblogger, ook. Voor de nieuwe editie van het magazine, die vanaf vandaag in de winkel ligt, stelde zij dan ook een speciaal programma samen, voor vier dagen onvervalste romantiek in de Eeuwige Stad. De route voert langs bekende en minder bekende Romeinse schatten, van de Ponte Milvio tot aan de Via Appia, en is ook geschikt voor wie enkel verliefd is op Rome…

Hoewel ik natuurlijk graag met haar mee was gegaan, kwam het qua andere reportages beter uit wanneer ik in Rome zou zijn als het voorjaar echt volop van start was gegaan. Iets waar ik, gezien het feit dat het voorjaar in Rome heerlijker is dan waar ook, absoluut geen moeite mee had. Vandaar dat ik jullie deze maand vanuit de Eeuwige Stad kan berichten, om het voorjaarsgevoel elke dag opnieuw over te brengen…

Maar goed, jullie willen natuurlijk weten naar welke plek ik dan eerder voor De Smaak van Italië mocht afreizen. Het is een heel bijzondere plek, zoals de titel van mijn blog vandaag al aanduidt, net even ten zuiden van Florence. Samen met fotografe Chantal Ariëns reed ik vanaf het vliegveld van Florence door de zo bekende glooiende Toscaanse heuvels in de richting van Scandicci, op naar onze bestemming: Agriturismo Partingoli. Een klein voorproefje van mijn verhaal:

‘Een blond jongetje, met rode konen van het voetballen, rent tussen de wijngaarden door. Na een lange dag op school zit hij nog vol energie. Hij helpt met wat klusjes op het landgoed, geeft hond Bella een knuffel en roept af en toe wat in het Italiaans tegen Laura, de eigenaresse van het landgoed. Wie dit tafereel bekijkt, zou niet zeggen dat dit jongetje, samen met zijn zusje en ouders, nog geen jaar geleden naar Italie is geëmigreerd. Samen met De Smaak van Italië blikt de familie Bak vanaf het terras bij hun huis terug op een bijzonder jaar.

Het landgoed waarop Agriturismo Partingoli zich bevindt, ligt nog net in de schaduw van Florence. Door de heuvels ten zuiden van de stad, waar wijnranken en olijfbomen de boventoon voeren, rijden we langs een lieflijk kerkje en een groot wit landhuis. Volgens de aanwijzingen die we voor vertrek van Martijn Bak kregen, moet het nu niet ver meer zijn. En inderdaad, na een paar honderd meter is daar een zwart/geel bord met ‘Azienda Agricola Partingoli’.

Nog een laatste stukje en dan mogen we plaatsnemen op het terras, in de nog heerlijk warme stralen van de najaarszon. Na een uitgebreide kennismaking met Martijn en Angelique Bak, die samen Agriturismo Partingoli runnen, komen ook de kinderen even poolshoogte nemen. Blonde Jeroen hadden we bij aankomst al door de velden zien rennen. Voor een jongen van zeven is het landgoed een waar paradijs: volop ruimte om te spelen en nieuwe dingen om te ontdekken. Anna van drie oogt heel wat Italiaanser. Niet alleen door haar donkere haren, maar ook door haar gebaren kan ze doorgaan voor een Italiaanse bambina. Zeker als ze ons verlegen toefluistert: ‘Io sono Anna Bak.’

De kinderen gaan dan ook allebei naar een Italiaanse school in het nabijgelegen dorp, zo vertelt Angelique. Anna naar de scuola materna, een soort kleuterschool, waar ze haar mannetje staat tussen de Italiaanse kleuters Ook Jeroen is inmiddels al helemaal ingeburgerd op school. Hij switcht moeiteloos naar het Italiaans als hij zijn vriendjes ziet, geniet van een lekkere warme pasta tijdens de gezamenlijke lunch en wordt veelvuldig uitgenodigd voor partijtjes. Zelfs tanden wisselen doet hij op z’n Italiaans – tot nu toe verloor hij zijn tanden steeds bij het eten van een pizza. Anna en Jeroen voelen zich hier dan ook helemaal thuis. Dat demonstreren ze graag door ons een rondleiding te geven over het terrein.’

Hoe dat terrein er precies uitziet, en hoe de familie Bak zich het landgoed inmiddels helemaal eigen heeft gemaakt, lees je in de nieuwe Smaak. Uiteraard hebben mijn collega’s en ik nog veel meer Italiaanse inspiratie verzameld. Wat dacht je van een rondreis op Capri, het ultieme droomeiland? Wil je het helemaal superdeluxe doen, daar op Capri, dan boek je minimaal één nachtje in het JK Capri Hotel. We mochten er even een kijkje nemen, en het is echt adembenemend mooi!

Ook mooi – en minstens zo romantisch – is een bezoek aan een van de meest fascinerende kunststeden van Italië, met een rijke geschiedenis die teruggaat tot voor de Romeinse tijd: Verona,stad van de liefde, veelzijdig en nog relatief onontdekt. Dit alles maakt Verona tot misschien wel de leukste bestemming voor een weekend weg in het voorjaar.

Maar ook voor wie (nog) niet naar Italië afreist, valt er volop te genieten. Zo zijn er heerlijke Italiaanse recepten van de dames van het River Cafe in Londen, met onder andere vitello tonnato en torta della nonna. Ook brachten we een bezoekje aan Maastricht, waar we op zoek gingen naar de bijzonderste Italiaanse adresjes. Ook zochten we weer de mooiste boeken, accessoires en andere hebbedingen in Italiaanse stijl bij elkaar. Het is, kortom, weer een bijzonder mooi en smakelijk magazine geworden, waar jullie hopelijk allemaal van gaan genieten.

Wij zijn inmiddels alweer druk aan de slag met de volgende editie, die helemaal in het teken van Toscane zal staan. Het is natuurlijk wel eens verwarrend, hier in Rome bezig zijn met de afronding van De smaak van Florence, mijn eigen boek (met naast Rome ook Florence, Siena, de Maremma, Napels en Venetië) en de artikelen voor de Smaak die in mei verschijnt en helemaal in het teken van Toscane zal staan. Ik moet maar gauw terug naar Partingoli, om na alle drukte rondom het schrijfwerk te genieten van niets meer dan een stapel boeken, het zwembad, een goed glas wijn en natuurlijk het prachtige uitzicht vanaf deze posto particolare. Tot gauw dus, familie Bak!

vanaf vandaag verkrijgbaar!

feb 29

Precies een week geleden moest ik afscheid nemen van het Venetiaanse carnaval. De maskers zijn afgezet, de confetti weggespoeld, de kater verdronken. De Venetianen hebben hun stad stilletjes teruggewonnen op de feestvierende massa. Na dagen vol drukte klotst het water rustiger, tevredener bijna, tegen de kades.

Vandaag moet ik afscheid nemen van de stad zelf, en dat valt me een stuk zwaarder dan het afscheid van het carnaval. Van maskers, drukke straten, aangeboden drankjes en meegenieten van de effecten van drinkgelagen krijg je gauw genoeg, terwijl de stad zelf nooit verveelt. Ik pak mijn koffer in en bekijk nog een keer alle geschoten foto’s. Maskers, gondels en bruggetjes passeren de revue, in willekeurige volgorde en vaak in verrassend mooie combinaties.

Gek, dat het weer een jaar zal duren voor deze sfeer weer door de stad waant. Gek ook dat je er tijdens het carnaval soms ontzettend genoeg van kan hebben, van die drukte en het geduw, terwijl het bekijken van die prachtige plaatjes toch een beetje nostalgia oproept. Naar de sfeer, de uitbundigheid, het even loslaten van het dagelijks leven…

Voor iedereen die dit gevoel van heimwee naar het Venetiaanse carnaval herkent, is er gelukkig goed nieuws. Van een vriendin die in de buurt van Bussum woont, kreeg ik namelijk de tip dat in Galerie III in Bussum nog tot en met eind maart een bijzonder fraaie expositie over het Venetiaanse carnaval te bewonderen is.

De expositie laat een ander Venetiaans carnaval zien dan je wellicht verwacht. Galerie III is namelijk de uitdaging aangegaan om diverse, ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende kunstdisciplines bij elkaar te brengen en ze zo te exposeren dat de kunstwerken elkaar onmiskenbaar versterken.

De schitterend met de hand vervaardigde Venetiaanse maskers van Olga Dol (over wie ik twee weken geleden al een stukje schreef) vormen de rode draad in deze expositie. De zwierige danseressen van José van ‘t Rood zorgen voor zoveel kleur dat het letterlijk van het doek af spat.

Jettie Hoogenboom daarentegen laat, met haar schilderijen van de Venetiaanse gondels, de serene stilte voelen. De unieke, originele en onverwachtste sieraden van Elize van der Werff vormen een prachtige schakel tussen de maskers, schilderijen en sculpturen. De bronzen beelden en sculpturen van Carla Rump staan voor passie, en zoals zij zelf zegt: ‘Het beeld moet leesbaar zijn als een gedicht’.

Deze vijf bijzonder professionele kunstenaars zorgen ervoor dat Bussum dit jaar even wordt omgetoverd tot een prachtig stukje Venetië. Zo kan ik, voordat ik naar Rome reis, nog heel even de sfeer van het Venetiaanse carnaval opsnuiven. Dat vooruitzicht maakt het afscheid van Venetië een stuk minder moeilijk.

Ik sleep mijn koffer naar beneden, waar de portier hem van me overneemt. ‘Heimwee is al zwaar genoeg,’ mompelt hij, ietwat verlegen. Ik glimlach, en vertel dat ik in Nederland nog gauw een staartje van het Venetiaanse carnaval ga meepikken. Hij is nieuwsgierig, en hoort me uit over de expositie en met name over de kunstenaars. Ik beloof hem een kaartje te sturen vanuit Bussum, en daarmee is hij zo verguld dat hij mijn koffer naar de vaporettohalte sleept.

Daar neemt hij een beetje onhandig afscheid, ietwat beschaamd om zijn gevoelens van heimwee naar een feest dat nog maar net voorbij is en tegelijkertijd toch trots op een eeuwenoude traditie die steeds minder de zijne wordt. Ik druk hem de hand en denk: Venetië is inderdaad mooier als de mensen hun maskers afzetten…

feb 28

Als de titel van mijn blog van gisteren waarheid was, als Steve Jobs werkelijk in Napels was geboren, dan was hij vast graag met Marco Louter, fotografiespecialist op het gebied van Italië en alles wat daarmee te maken heeft, op pad gegaan naar deze bijzondere wijngaard. Toen Marco mij het verhaal over Le Masciare vertelde, was ik in elk geval razend enthousiast. Ik vroeg hem zijn verhaal voor jullie op te tekenen zodat ook jullie kunnen meegenieten. Dat deed Marco, en meer nog – hij bezorgde mij een fles van deze heerlijke wijn. Helaas is die inmiddels al tot de laatste druppel leeg gedronken – maar gelukkig hebben we het verhaal en de foto’s nog!

Marco Louter: ‘Vorig jaar kreeg ik een tip van de redactie van het Belgische Dolcevia , een e-magazine voor Italiaanse fijnproevers, om contact te leggen met de enthousiaste mensen van wijngaard Le Masciare. Het werd een bijzonder verhaal.

Erik en Virna, de mede-eigenaren van de wijngaard Le Masciare, ontvangen ons aller hartelijkst bij aankomst op het vliegveld in Rome. Het jonge en ambitieuze stel rijdt ons in drie uur naar hun wijnonderneming en paradijsje, wijngaard Azienda Agricola Le Masciare. Onderweg komen de verhalen over de ins en outs van het zakendoen in Italië, de Italiaanse wijnsector en de wijn al snel op gang.

De wijn- en olijfgaarden bevinden op loopafstand van Paternopoli, een klein plaatsje in de provincie van Avellino in Campanië, ruim een uur ten oosten van Napels. Het is geen groot, massaal bedrijf. Alles bij elkaar hebben ze circa twaalf hectare die 50.000 flessen wijn produceren en 4000 liter kwaliteitsolijfolie per jaar. Erik is ‘de man met een plan’ en gepassioneerd als het gaat om zijn wijn en olie. Een nuchtere Nederlander die woont en werkt in Rome, samen met zijn Italiaanse vrouw Virna. Ze werken afwisselend in Rome en in Paternopoli , waar ze – samen met Virna’s broer en enkele vrienden van de familie – eigenaar zijn van de wijngaard.

Het gebied rond Paternopoli biedt de optimale condities voor de oude olijf- en druifsoorten die al eeuwenlang deel uitmaken van het landschap. De familie werkt daar met respect voor de omgeving aan een kleinschalige productie en gaat voor de hoogste kwaliteit. Erik is ervan overtuigd dat het simpelweg beter is voor iedereen om elke dag een beetje groener te maken. Concreet betekent dit dat ze geen pesticiden en andere chemicaliën gebruiken voor hun biologische producten. Ze zijn gecertificeerd door de CCPB, zodat wij als consument de zekerheid hebben dat we krijgen waar we om vragen: producten die op een verantwoorde manier zijn gemaakt.

Erik en Virna vertellen tijdens een wandeling door de wijngaard iets meer over de oorsprong, de streek en de wijnen. In de Zuid-Italiaanse streek Campanië wordt een hoogwaardige wijn gemaakt van een oude, inheemse druivensoort, de Aglianico, een van de drie nobele druiven van Italië, naast de Nebbiolo uit Piemonte en de Sangiovese uit Toscane. De wijngaarden liggen rondom de plaatsen Avellino en Taurasi in de hooglanden ten oosten van Napels, waar het klimaat en de rotsachtige bodem uitermate geschikt zijn voor het produceren van zeer hoogwaardige wijnen.

Ze maken op Le Masciare vier prachtige, karaktervolle wijnen. De Barbassano (van de Aglianico-druif) is een robijnrode wijn met paarse schakeringen. De wijn wordt meer amberkleurig naarmate hij ouder wordt. In de geur en smaak herken je de fruittonen van zwarte bessen en kersengeuren met op de achtergrond een harmonieuze, subtiele kruidigheid.

De Taurasi wordt voor 100% gemaakt van de Aglianico-druif, en heeft, in tegenstelling tot de Barbassano, minstens twee jaar in eikenhouten vaten gerijpt, waarna de wijn nog enkele jaren in stalen vaten en op de fles rijpt voordat hij gedronken wordt. Daardoor wordt deze donkerrood tot amberkleurige wijn wat ronder en zachter ervaren dan zijn jonge broer, met kenmerkende fruittonen van zwarte bessen en kersengeuren, kruidigheid maar ook een prachtige structuur en balans. De Taurasi is een wijn die het beste samen gaat met gegrild vlees, wild, lam, stoofpotten en gerijpte kazen.

De Fiano di Avellino is een verfijnde witte wijn. Dit komt voornamelijk door de uitstekende balans tussen geur en smaak. De Fiano di Avellino is, net als zijn collega Greco di Tufo, een zeer intense witte wijn, waarbij de fruitige Fiano associaties oproept met hazelnoten. De kleur is helder goudgeel, en de delicate geur doet denken aan tropisch fruit en bloemen. Een klein bittertje van geroosterde hazelnoot en amandel in de afdronk maakt deze wijn zo uitzonderlijk. Sinds 2003 heeft de Fiano di Avellino de DOCG-status. Hiermee is deze wijn een van de weinige witte DOCG-wijnen van Zuid-Italië. De volle smaak met tonen van hazelnoot past uitstekend bij rijke visgerechten, schaal- en schelpdieren, wit vlees en gevogelte, bij salades en diverse kaassoorten.

De vierde wijn, de Greco di Tufo, is bekend om zijn all round kwaliteit. De Greco-druif komt oorspronkelijk uit Griekenland, maar wordt al sinds de Romeinse tijd verbouwd in Campanië. De kalkrijke bodem van deze streek komt ook duidelijk naar voren in de wijn, die een prachtige structuur combineert met prettige minerale tonen en een geparfumeerd bouquet. De fruittonen blijven op de achtergrond met in de lange afdronk een bittertje van amandel. De Greco di Tufo kreeg in 2003 de DOCG-status. Als aperitief, bij visgerechten, schaal- en schelpdieren, risotto met zeevruchten of met funghi porcini (eekhoorntjesbrood), maar ook bij wit vlees, kreeft, zachte, jonge kazen en groenteschotels komt deze wijn uitstekend tot zijn recht.

De passie voor deze wijnen betaalt zich zichtbaar uit. Recent (in november 2011) werd de Fiano di Avellino DOCG bekroond met de ‘Quattro Grappoli’ (vier druiventrossen) van de Bibenda AIS 2012 gids, uitgegeven door de Italiaanse Vereniging van Sommeliers. De ‘Tre Grappoli’ (drie druiventrossen) gingen naar de 2008 Barbassano IGT en de 2010 Greco di Tufo.

Uiteraard werden de wijnen na de rondgang door de wijngaard ook uitgebreid geproefd. Erik en Virna reden ons naar hun favoriete restaurant en de wijn ging natuurlijk mee. Een mooie afsluiting van een bijzonder weekend!’

Ook een kijkje nemen bij Le Masciare en de bekroonde wijn proeven? Voor meer in formatie over de wijn en de wijngaard kun je contact opnemen met Erik via erik [at] lemasciare [punt] com

© tekst en foto’s Marco Louter
Italiëfotografie/specialist | 0031 (0)6-53909406 | marco.almere [at] gmail [punt] com
per 1 maart is ook Marco’s website in de lucht:
www.italiefotografie.nl

feb 23

Venetië, zeventiende eeuw. Wanneer zijn familie sterft aan de pest, volgt de zestienjarige Francesco Serristori zijn vader op als privésecretaris van Baldassare Lancerini. Voor de buitenwereld is Lancerini een gerespecteerd chirurgijn. Maar Franscesco leert hem kennen als een wispelturige, tirannieke vrouwengek…

Al snel heeft Lancerini hem helemaal in zijn macht en wordt hij gebruikt om zijn vuile klusjes op te knappen. En dan wordt Francesco ook ingeschakeld in het geheime onderzoek van zijn meester naar de werking van het hart en de hersenen. Een nieuwe wereld gaat open en Francesco geraakt helemaal in de ban van de wetenschap en de geheimen van het menselijk lichaam. Hij start zijn eigen onderzoek en wil daarmee wereldberoemd worden. Maar zijn drang naar kennis drijft hem ver…

Volg Francesco Serristori dwars door het Italië en Europa van de zeventiende eeuw. Onderweg ontmoet hij historische figuren als Galileo Galilei, Molière en Pierre Puget. De leerling-snijder is een intrigerende historische roman die lang blijft nazinderen. Luc Vandromme is auteur en beeldend kunstenaar en brengt op een indringende manier het verleden tot leven.

Een fragment:

‘Ik heb mijn plan snel klaar. Als ik Cecilia Boccati kan overhalen om me te leren lezen, ga ik het redden. Zij is de kokkin van het huis en ooit diende ze bij de familie de’ Medici in Firenze. Lezen en schrijven was naast koken een verplicht onderdeel van haar opleiding. Signora de’ Medici wisselde graag recepten uit met haar kennissen. Ze stond erop dat de geschreven briefjes nauwkeurig gevolgd werden.

Hoewel er op haar kookkunst niets aan te merken was, werd Cecilia daar, zoals het de gewoonte was, op haar dertigste ontslagen. In het huis moest zelfs het keukenpersoneel van een frisse schoonheid zijn. Telkens als de naam de’ Medici valt, krijgt ze iets dromerigs en de dienstmeisjes verspreiden het gerucht dat ze daar een verborgen affaire heeft gehad. Ondanks die afwijzing in Firenze is ze een optimistische vrouw. Haar lachsalvo’s weerkaatsen tegen de koperen pannen. Sauzen, gebraden kippen en roomsoezen bereidt ze zingend, terwijl ze met haar brede achterwerk het ritme aangeeft.

Haar domein is een geliefde plek. Wie een momentje vrij heeft, komt zich aan haar levensvreugde warmen. Zelfs Lucrezia, de gezellin van de meester, zie ik een paar keer in de keuken.

‘Goed, omwille van je vader,’ geeft Cecilia uiteindelijk toe.
‘Mijn vader?’
‘Guilelmo Serristori was een geletterde heer. Welgemanierd, rechtschapen, vastberaden en trouw.’
‘Ik zal mijn uiterste best doen,’ beloof ik.
Ik moet mijn tijd goed benutten.

Het grootste deel van de dag moet Cecilia groenten snijden, bouillons trekken en taartenbeslag roeren. Aan de keukentafel vind ik een plaatsje tussen de gepureerde tomaten, de bundels selder, de appels, peren en abrikozen.

Haar techniek is onorthodox en tegelijkertijd verbazingwekkend. Ze zegt dat de hoofdkokkin in Firenze het haar op dezelfde manier heeft aangeleerd.
‘Welke vorm heeft een tomaat?’
‘Rond.’
‘Goed. Nu ken je de letter O.’

Voor mijn neus zwaait ze met een sliert deeg en laat die op het tafelblad neervallen.
‘Hé, net een slang.’
‘Inderdaad, de S.’
‘Hoeveel tanden heeft deze vork?’
‘Drie.’
‘Zoveel benen heeft de letter M,’ zegt ze terwijl ze het ding vast neemt en er eiwit mee stijf klopt.

Zo gaat het door. Ze gebruikt de potten, het bestek, de fruitsoorten en de kruiden om me in te wijden in de geheimen van het schrift.’

Waar dat toe leidt, lees je in

De leerling-snijder
Luc Vandromme
ISBN 9789063066246
€ 24,95
uitgeverij Davidsfonds

feb 20

Geen beter begin van de maandagochtend dan een goede kop koffie. Met de nadruk op goede. Sinds ik De Smaak van Italië als werkgever heb, mag ik daar niet meer over klagen. Een geweldig espressoapparaat, goede – uiteraard Italiaanse koffie – en een collega die het heerlijk vindt om ons allemaal een perfect gezette espresso voor te schotelen – en die er trouwens ook zijn hand niet voor om draait om melk op te schuimen. Wat wil een mens ’s ochtends vroeg nog meer?

Dat ik mij gelukkig mag prijzen met zo’n werkgever – en collega – mag duidelijk zijn. Maar ook als ik thuis werk – dus zonder collega die als barista aan de slag zou kunnen gaan – gaat er geen dag voorbij zonder een romige cappuccino en wat opkikkerende espresso’s. Weliswaar vaak gezet met de moka (zie mijn stukje van begin deze maand), maar als je dat op de juiste manier doet, smaakt het net zo lekker.

Gelukkig is het zetten van een goede espresso dankzij het boek No Nonsense Espresso voor iedereen een realiseerbare ervaring. Zelfs op maandagochtend ;-) Nu willen jullie vast bewijs voor deze stelling, welnu: een klein voorproefje uit het boek mag ik hier alvast geven. Eerst maar in beeld, zodat je direct ziet wat je voorgeschoteld krijgt:

De no nonsense uitstraling van het boek blijkt echter niet alleen uit de foto’s en opmaak. Ook inhoudelijk is het boek zeer praktisch en daarom meteen bruikbaar – ook al heb je nog nooit een espresso gezet. Geen excuus meer dat het allemaal zo ingewikkeld gaat en dat een kopje Senseo- of filterkoffie zo veel sneller is – met dit boek krijg je de kneepjes van het echte koffiezetten op een presenteerblaadje aangeboden. En wel op zo’n manier dat het zetten van een kopje koffie gewoonweg niet kan mislukken.

In de inleiding schrijft Saskia ter Welle, de auteur precies wat No Nonsense Espresso inhoudt:

‘Dit is een boek voor koffiedrinkers. Maar meer nog: voor mensen die houden van proeven, van experimenteren, van het ontdekken van nieuwe smaakbelevingen. Want vreemd genoeg: zo is dit boek tot stand gekomen. Ik, als fervent theedrinker, ging namelijk helemaal om tijdens een koffieproeverij. Het complete scala aan smaken ontdekken bij het drinken van een mooie espresso bleek een belevenis.

Inmiddels ligt dit jaren achter mij. Er is intussen iets moois gebeurd: ik heb carrière gemaakt! Niet in de traditionele zin, maar op de koffiemanier. Van de eerste aarzelende stappen op koffiegebied ben ik verder gegroeid: mijn smaak heeft zich ontwikkeld en ik heb talloze apparaten leren kennen. Ook heb ik veel soorten koffie geproefd, verschillende soorten melk geprobeerd en met allerlei mensen gepraat over koffie.

Onderdeel van deze tijd vormde ook steevast de gezelligheid rondom het zetten van een warme kop koffie en die vervolgens met anderen te delen. Koffie blijkt een luxe te zijn die mensen zich permitteren ongeacht de economische omstandigheid. Hoe meer mensen espresso drinken, hoe meer mensen ontdekken dat de smaak ervan net zo veel nuances heeft als van een goed glas wijn.
Graag nodig ik je daarom uit om door middel van het lezen van dit boek je smaak te ontwikkelen, nieuwe koffie uit te proberen en je koffie te delen met je vrienden.’

Zelfs voor mij als fervent koffiedrinker valt er met dit boek nog heel wat te leren. Zo heb ik me inmiddels aardig eigen gemaakt hoe je een goede espresso zet, maar melk opschuimen met een kannetje – dat mislukte eerlijk gezegd nog wel eens. En als het wel lukte, wist ik eigenlijk niet wat ik nu anders had gedaan dan anders.

Gelukkig biedt No Nonsense Espresso zicht op een oplossing dankzij een geweldig simpele tip: oefenen met afwasmiddel! Een tipje van de sluier: ‘In de praktijk zul je merken dat het nog behoorlijk wat oefening vergt om echt mooi en gelijkmatig microschuim te maken. Je kunt dit oefenen met een kan gevuld met water met een beetje afwasmiddel. Dit schuimt op dezelfde manier als melk en zo kun je met weinig kosten en zonder verspilling van melk je de kunst van het opschuimen eigen maken.’

Dat wordt dus mijn missie deze week: perfect schuim leren maken. Na de eerste koffie van vandaag dus maar direct naar de supermarkt om afwasmiddel in te slaan en dan vanavond eens zien hoe mooi ik het kan laten schuimen en ‘swirlen’.

Zelf ook als een volleerd barista aan je eigen aanrecht staan? Bestel dan het boek No Nonsense Espresso en geniet in no time van de beste koffie!

No Nonsense Espresso
Saskia ter Welle
ISBN 9789081873406
€ 24,95
Imagos Publishers

feb 06

Volgende week is het zover, dan vallen er weer anonieme kaartjes door de brievenbus, worden er etentjes bij kaarslicht georganiseerd en gedichten opgedragen aan de grote liefde. Om alvast in de stemming te komen vandaag op Ciao tutti een aankondiging van een prachtige ode aan de liefde: Saint Amour.

Saint Amour in Nederland
Van 8 tot en met 15 februari trekt de zevende editie van Saint Amour langs een aantal Nederlandse theaters. Dit keer neemt Saint Amour je mee naar de bakermat van de liefde: la bella Italia. Er zijn meesters en leerlingen in de kunst van het verleiden, en het meesterschap begon zonder twijfel daar, in het land van Berlusconi en la Cicciolina, maar ook van Catullus en Casanova.

Saint Amour kleurt in 2012 azuurblauw en eert de liefde met de voorhoede van de Italiaanse literatuur. Na afloop van de succesvolle Saint Amour Italia-tournee in Vlaanderen (februari 2011) bevestigden Irene Lamponi, Francesco Pacifico, Ilja Leonard Pfeijffer en Sandro Veronesi graag hun medewerking aan deze Nederlandse tournee. Ook Thom Hoffman, Herman Koch en Arjen Lubach zegden hun deelname toe.

Sandro Veronesi, die met Kalme chaos de prestigieuze Premio Strega won, leest uit zijn nieuwe roman XY een verhaal over de verwoestende invloed van achterdocht op het liefdesleven. Francesco Pacifico schreef met Geschiedenis van mijn puurheid een boek over de fanatieke katholiek Piero Rosini, die zijn ‘puurheid’ op het spel zet voor de wulpse heupbewegingen van zijn schoonzus Ada.

Tijdens Saint Amour krijgen Pacifico en Veronesi het gezelschap van hun Nederlandse collega’s Herman Koch, Arjen Lubach en Ilja Leonard Pfeijffer. Italofielen Koch en Lubach brengen een tekst waarin de twee thema’s van deze voorstelling, liefde en Italië, een prominente rol spelen. Pfeijffer, die op de fiets naar Italië reed en in Genua bleef hangen, schreef speciaal voor Irene Lamponi de theatermonoloog La pace denunciata. De Italiaanse actrice laat het Nederlandse publiek voor het eerst kennismaken met Pfeijffers Italiaanse werk en brengt ook een tekst van de Italiaanse dichter Gabriele D’Annunzio ten gehore. Acteur Thom Hoffman declameert klassieke Latijnse teksten, onder andere van de reeds genoemde Catullus, de allereerste liefdesdichter. In het Latijn, welteverstaan.

Saint Amour in Vlaanderen
Bij onze zuiderburen kennen ze deze ode aan de liefde al wat langer. Op 10 februari gaat daar de negentiende editie van Saint Amour van start, die in het teken van De Onbereikbare staat. Dat de ideale liefde vaak onbereikbaar blijft, wist de Romeinse dichter Ovidius tweeduizend jaar geleden al toen hij Eurydice in de onderwereld liet verdwijnen. Of Dante, die zijn leven lang verliefd was op Beatrice en haar de hoofdrol gaf in zijn Divina commedia. Sindsdien adoreren en vervloeken tal van schrijvers de onbereikbare geliefde, die te jong is of te oud, te ver, te nabij, te mooi, te dood, te getrouwd.

De Onbereikbare wordt tot en met 19 februari bezongen door een voortreffelijk gezelschap jonge en gevestigde schrijvers: Peter Buwalda, Wim Helsen, David Mitchell, Connie Palmen, P.F. Thomése, David Vann en Floortje Zwigtman.

De Onbereikbare leidt in Peter Buwalda’s vuistdikke en veelgeprezen debuutroman Bonita Avenue naar pornografie en schizofrenie. P.F. Thomése (J.Kessels: The Novel) kiest uit zijn verschillende stijlen de hilarische. David Mitchell heeft het in zijn merkwaardige meest recente roman De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet (2010) over een jonge domineeszoon, die verliefd wordt op een Japanse vroedvrouw voor die bij een brand verminkt raakt. David Vann beschrijft in Caribou Island perfect de menselijke eenzaamheid en het onvermogen om geluk te verwerven.

In de trilogie Een groene bloem van Floortje Zwigtman gaat de zestienjarige Adrian Mayfield in het Londense homomilieu op zoek naar zijn Grote Liefde. Grande dame van de Nederlandse literatuur Connie Palmen confronteert het publiek met de ultieme onbereikbaarheid en cabaretier-acteur Wim Helsen brengt een nieuwe tekst op z’n wimhelsens. Naast treurdichten, lofzangen en andere literair gehunker zal er naar goede gewoonte ook film en muziek zijn.

Kijk voor meer informatie over beide festivals op www.behouddebegeerte.nl.

feb 04

L’omino con i baffi, zo luidt de bijnaam van het mannetje dat op elk koffiepotje van Bialetti te vinden is. De tekening van dit mannetje met snor vloeide begin jaren vijftig uit het potlood van Paul Campani, die het mannetje vorm gaf aan de hand van een doodle van Alfonso Bialetti, de grondlegger van het bedrijf, zelf. Tot op de dag van vandaag staat dit mannetje symbool voor Bialetti – en voor de Italiaanse manier van koffiedrinken.

Want hoewel Italianen vaak een kopje koffie in de bar drinken, lusten ze thuis toch ook wel graag een caffè. Wie denkt dat de meeste Italianen thuis koffie zetten met een ultramodern blinkend en sissend espressoapparaat, heeft het mis. Nee, thuis zetten de Italianen koffie met een moka, een koffiepotje dat je simpelweg vult met water en koffie en vervolgens gewoon op het vuur zet.

Het resultaat? De koffie die met een moka wordt gezet, is vergelijkbaar met espresso; het water wordt namelijk ook nu onder druk door de koffie geperst. De druk is echter lager dan in een espressomachine (circa 1,5 bar in plaats van 9 bar), waardoor het cremalaagje op de koffie ontbreekt.

Voor de Italianen is koffiezetten met de moka dus dagelijkse kost. Al bijna tachtig jaar lang bevolken de koffiepotjes Italiaanse aanrechten, keukenkastjes en eettafels. Het ritueel van koffiezetten met een moka is te danken aan Alfonso Bialetti, die in 1933 het allereerste koffiepotje in deze vorm produceerde en de naam Moka Express gaf.

Het idee voor deze koffiemachine ontstond bij toeval. Luigi De Ponti zag hoe een wasmachine warm water onder druk door het wasmiddel heen omhoog perste en bedacht dat dit ook met koffie moest kunnen. Alfonso Bialetti werkte dit idee tot in detail uit, met als resultaat zoals gezegd de allereerste moka. Het koffiepotje was niet alleen revolutionair qua ontwerp en gebruiksgemak, het was ook voor het eerst dat met een aluminium apparaat koffie kon worden gezet.

Bovendien zorgde de Moka Express voor een essentiële verandering in de Italiaanse koffiecultuur. Koffie werd voordat de moka op de markt kwam vooral buitenshuis gedronken. Hoewel de Italianen nog steeds graag een bar binnenwandelen voor een kopje koffie, wordt er sinds de introductie van de moka veel meer koffie thuis genuttigd. Bijna tachtig jaar nadat de eerste moka werd gepresenteerd, is namelijk in 90% (!) van alle Italiaanse huishoudens zo’n koffiepotje te vinden. En hoewel er veel verschillende varianten op de markt zijn, is het mannetje met de snor alomtegenwoordig!

In Florence ontdekte ik, onder de galerij van Piazza della Repubblica, een winkel die geheel gewijd is aan het mannetje met de snor. Koffiepotjes in alle kleuren en maten, koffiekopjes, bewaarblikken voor gemalen koffie en koffiepads, lepeltjes, magneten… Je kunt het zo gek niet bedenken of het mannetje laat er zijn gezicht op zien. Zeker leuk om even een kijkje te nemen als je door de stad wandelt!

Voor iedereen die al in het gelukkige bezit is van een mannetje met de snor of een ander merk moka hierbij een handleiding aan de hand waarvan je de perfecte koffie uit een moka tovert.

*vul het onderste gedeelte van de moka met kraanwater, tot een klein stukje onder het veiligheidsventiel;

*plaats het filter in het onderste gedeelte en schep hier speciaal voor de moka gemalen koffie in (dit staat specifiek op de koffieverpakking), zonder aan te drukken;

*schroef de bovenzijde van de moka vast op de onderzijde met filter en zet de moka op laag vuur;

*zodra het water goed warm is, stroomt de koffie in het bovenste gedeelte van de moka;

*haal de moka pas van het vuur als de koffie begint te pruttelen – en klaar is je koffie!

Of zonder woorden, volgens de strip van het mannetje met de snor:

Voor een goede nazorg is het wel belangrijk te weten dat je een moka nooit in de vaatwasser mag afwassen. Spoel hem goed schoon met warm water en eventueel een klein beetje afwismiddel en droog alle onderdelen goed na. Dan smaakt ook het volgende kopje koffie hemels!

Meer lezen over de moka en andere Italiaanse koffiegewoonten? Kijk dan op het weblog van Martijn Bak van Agriturismo Partingoli, die ik tijdens mijn bezoek in oktober een beetje heb aangestoken met het blogvirus.

preload preload preload