sep 06

Gisteren werd op Manuscripta, de feestelijke aftrap van het boekenseizoen, Het grote pastakookboek gepresenteerd, met maar liefst 448 pagina’s vol pasta.

Pasta wordt veelal gezien als het ultieme symbool van de Italiaanse keuken. Elke Italiaanse regio kent zijn eigen pastasauzen, en elke soort saus vraagt bovendien om een specifieke pastavorm: bucatini, linguine, fettuccini, penne, occhi di lupo, farfalle…

In Het grote pastakookboek vind je meer dan 600 pastarecepten – traditionele Italiaanse pastagerechten en recepten voor moderne pasta’s die snel op tafel staan. Dus niet alleen klassiekers als spaghetti carbonara en bucatini all’amatriciana, maar ook verrassende variaties als bucatini al pesto di mandorle e fiori di zucca (bucatini met amandelpesto en courgettebloemen) en spaghetti alla vodka (spaghetti met room, spek en wodka).

Aangezien de meer dan 600 pastarecepten door Diane Kuster en mijzelf zijn vertaald (en geproefd!) mogen we vandaag op Ciao tutti al een voorproefje geven van twee pasta’s uit Het grote pastakookboek:

Bucatini capricciosi
(verrassende bucatini)

Ingrediënten voor 6 personen:
500 g bucatini
50 g spek (pancetta)
50 g mortadella
50 g ham
100 g braadworst
200 g doperwtjes
1 eetlepel tomatenpuree
½ ui
1 teentje knoflook
een bosje peterselie
1 kopje bouillon
15 g boter
2 eetlepels extra vergine olijfolie
peper en zout

Hak de pancetta, de knoflook, de ui en de peterselie fijn en meng alles goed door elkaar. Smelt de boter en de olie in een koekenpan en bak de pancetta met de knoflook, ui en peterselie op laag vuur zachtjes bruin. Voeg vervolgens de doperwtjes en de in kleine stukjes gesneden braadworst toe en bak 5 minuten op hoog vuur mee. Voeg dan de bouillon en de tomatenpuree toe, roer alles goed door elkaar en laat de saus een kwartier koken. Voeg vervolgens de in stukjes gesneden ham en mortadella toe. Breng op smaak met peper en zout en laat alles nog eens 10 minuten goed doorwarmen. Kook de bucatini in de tussentijd volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af en roer de saus er voorzichtig door.

Pasta bandiera
(pasta in de kleuren van de Italiaanse vlag)

Ingrediënten voor 6 personen:
400 g mezze penne
200 g mozzarella
6 ontvelde tomaten
een handje rucola
extra vergine olijfolie
versgemalen zwarte peper
zout

Kook de mezze penne volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af, schenk er een beetje olijfolie overheen en laat afkoelen. Snijd de tomaten en de mozzarella in blokjes. Scheur de rucola in reepjes. Roer de tomaten, de rucola, de mozzarella, nog een beetje extra olijfolie en peper en zout naar smaak door de pasta en serveer direct.

Buon appetito!

Win Het grote pastakookboek!

Het viel nog niet mee om twee recepten uit de meer dan 600 verschillende soorten pasta’s te kiezen; ze zijn allemaal even lekker! Daarom mogen we onder de lezers van Ciao tutti 3 exemplaren van Het grote pastakookboek verloten. Het enige wat je moet doen om kans te maken op een van deze pastabijbels is een e-mail sturen naar winnen@ciaotutti.nl, o.v.v. Het grote pastakookboek. Wie weet kun jij dan een jaar lang elke dag twee soorten pasta’s op tafel zetten!

  • Share/Bookmark
sep 05

Zeventien jaar geleden zijn Renée de Haan en Matthijs Pronker met hun drie kinderen Marijn, Marije en David verhuisd naar Volterra. Daar begonnen ze bijna vanuit het niets een nieuw bestaan op te bouwen. Hun huis verkeerde in bijna ruïneuze staat en er moesten bergen werk worden verzet.

‘Vier uur. We blijven achter het hek staan en kijken, kijken alsof er een toekomst te zien valt. Hoe groot is dit huis eigenlijk? Groot genoeg? Ik ken alleen de keuken en de wankele meubels, de vergane balken. Anna gooit even later haar door de jaren goed gevette armen om mijn middel: “Bella, come sei bella” en ze troont me haar vertrouwde keuken in, waar binnen vijf minuten een open haard knettert.’

Het Nederlandse gezin voelt zich echter al snel thuis in hun nieuwe onderkomen. Ze maken nieuwe vrienden, worden keer op keer gastvrij onthaald door hun nieuwe buren en genieten van al het goede dat het Toscaanse platteland hen te bieden heeft. De kinderen zitten op Italiaanse scholen en maken hun ouders steeds meer deelgenoot van de Italiaanse taal, cultuur en gebruiken. Langzamerhand gaat er steeds meer Italiaans bloed door de Nederlandse aderen stromen…

Renée de Haan wilde de ervaringen in dit eerste jaar graag met vrienden, familie en andere geinteresseerden delen en tekende haar ervaringen regelmatig op. Ze schreef uiteraard over alle frustrerende zaken, zoals de ontelbare spinnen in de huiskamer, de niet werkende elektriciteit, de problemen die op school ontstaan door de gebrekkige communicatie en de keer dat het flink sneeuwde terwijl er nog geen dak op het huis zat. Gelukkig maakte Renée ook aantekeningen op vrolijke momenten, zoals de vele gezellige etentjes bij de buren, de hulp die van alle kanten komt toestromen, de olijvenoogst en de enorme verbondenheid met zowel de Italianen als de Nederlanders die net als het gezin van Renée in en om Volterra zijn gaan wonen.

Het boek en de bijbehorende cd geven zo een eerlijk en authentiek beeld van wat het betekent een totaal nieuw bestaan op te bouwen in Toscane. De romantiek schuilt in de omgeving, in de warmte van de Italiaanse vriendenkring – niet in wat het gezin elke dag meemaakt. Al verandert dit naarmate het Nederlandse gezin zich thuis gaat voelen in de hechte gemeenschap van Volterra:

‘Gigi pakt zijn gitaar in om twee uur ’s nachts. Salvo lacht dat het tijd wordt om naar huis te gaan, Piero vraagt waarom ze dat ene liedje niet gespeeld hebben en de uren kabbelen voort. In een ledigheid die te vol is om op te schrijven. Die mag je meemaken. Tot er ergens iets van zonlicht gloort en het laatste liedje heel teder een afscheid in zich draagt. Nou ja, afscheid. Iedereen kust iedereen en spreekt af: morgen zitten we hier weer. Zelfde tijd, zelfde plaats. Ook al gaat het niet door, in gedachten zijn we bij elkaar en overmorgen delen we weer echt. Of volgende week. Met altijd dat woordje: Ciao!’

  • Share/Bookmark
aug 27

Aangezien mijn heimwee naar Rome deze week nog wel erg groot is en het weer ook niet echt zijn best doet om me op te vrolijken, laat ik dat maar over aan Adriano en Marco, de eigenaren van Italiaans restaurant L’Ozio (letterlijk: ‘de luiheid’) in Amsterdam. Elke keer als zij me verwelkomen voel ik de Italiaanse passie waarmee zij alles in hun leven benaderen: praten, gebaren, lachen en vooral lekker koken!

Zodra ik over de drempel stap en mijn verwaaide haren sta te fatsoeneren, loopt Adriano met uitgestoken armen op me af. Alsof ik hem een jaar niet heb gezien word ik met dikke zoenen binnengehaald. Ik krijg een glas wijn en moet all’italiano vertellen van alle belevenissen in Rome. Als ook mijn tafelgenoot zich meldt, krijgen we al snel een enorm bord antipasto voorgeschoteld. Adriano loopt intussen van de bar naar de deur en terug om andere gasten te verwelkomen en van een drankje te voorzien.

Zo hebben wij even de tijd om de menukaart te bestuderen. Zo net na de echte zomer hier staan er weer wat nieuwe gerechten op, dus het valt nog niet mee om snel een keuze te maken. Cannelloni met ricotta, provola en radicchio klinkt heerlijk, maar de ravioli van de dag (met aardappel en kaneel dit keer) lijkt me ook wel spannend. Die wordt het uiteindelijk, en Matteo, de uit Rome afkomstige kok, stelt me niet teleur. Tussendoor laat Adriano ons nog van het een en ander proeven, maar ik probeer me niet al te zeer te laten verleiden omdat ik weet dat Matteo ook erg lekkere toetjes maakt.

Als ik de menukaart wil bestuderen om te kijken welk toetje het lekkerste klinkt vanavond, komt Matteo achter zijn fornuis vandaan. Hij wil het liefst dat ik de semifreddo con pinoli tostati, salsa d’arance e miele neem, een soort parfait met geroosterde pijnboompitten in een sausje van honing en sinaasappel. Uiteraard ging ik daarmee akkoord – en terecht: het was het meest goddelijke Italiaanse toetje dat ik ooit heb gegeten!

Ook zin in zo’n bijzonder toetje en een lekker luie avond? Je vindt L’Ozio aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Buiten heerlijk eten kun je er trouwens ook genieten van wisselende exposities van Italiaanse kunstenaars. Bij elke expositie in l’Ozio laat de kunstenaar in de zaal beneden beeldmateriaal zien, zoals speelfilms, korte films of documentaires die hem artistiek hebben beïnvloed. Lekker lui achteroverleunen en genieten maar!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 24

Dankzij Davide, eigenaar van de Italiaanse delicatessenwinkel Today’s in Amsterdam, staan mijn potten en pannen enkele dagen in de week onaangeroerd in de keukenkastjes. Hij weet me elke keer als ik even langs kom omdat ik iets echt Italiaans nodig heb voor een recept te verleiden met zijn heerlijke zelfgemaakte lasagne, focaccia, melanzane alla parmigiana, ovenschotels, salades, broodjes en taarten. Natuurlijk moet ik eerst een beetje van alles proeven, en als ik dan goedkeurend knik worden er heerlijke doosjes voor me gemaakt, die ik thuis alleen nog maar even in de oven hoef te schuiven of op een bord moet rangschikken.

Zo zette ik tijdens picknicks met vrienden gedurende de hete juliweken herhaaldelijk koude melanzane alla parmigiana van Davide op het kleed neer. ‘Juist lekker als je het niet meer opwarmt,’ verzekerde hij me. En inderdaad, een instant-succes, zeker in combinatie met een fles koele witte wijn of limonata, de beetje zurige sinaasappellimonade van San Pellegrino die Davide ook verkoopt.

Al snel kreeg ik een vast plekje in Davides winkel, op het bankje bij de toonbank. We praatten over Italië, Rome, recepten, ingrediënten en Amsterdam. Af en toe speelde ik voor tolk, als Davide echt niet begreep wat een klant wilde. Maar de meeste tijd at ik. Davide bracht me een stuk versgebakken focaccia met sappige kerstomaatjes. Terwijl ik genoot van deze zoute lekkernij hield hij een gloedvol betoog over de echte focaccia, die ‘heel anders is dan de Nederlandse bakkers je willen doen geloven’. Ik was nog niet uitgegeten of hij toverde een tiramisu bianco tevoorschijn, een witte tiramisu, zonder cacao.

Toen Davide de afgelopen weken in Italië was om vakantie te vieren, heb ik hem – en zijn kookkunsten – dan ook erg gemist. Gelukkig is hij nu weer terug in Amsterdam. Gelijk de eerste avond heb ik groot ingeslagen: pakken Faella-pasta, risottorijst, tomatenpuree, limonata, chocolade, kaas, tiramisu… Een hele voorraad Italiaanse producten bevolkt nu mijn keukenkastjes, maar ik heb eerlijk gezegd nog niet achter het fornuis gestaan. Nu Davide terug is en ik mijn plaats op het bankje weer ingenomen heb, krijg ik weer de lekkerste Italiaanse gerechten voorgeschoteld om te proeven. En tja, dat smaakt elke avond weer naar meer!

Wil je Davides gerechten ook proeven? Je vindt Today’s op de hoek van de Saenredamstraat en de Frans Halsstraat in Amsterdam. Tot ziens bij Today’s!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 21

In Rome las ik Italianen voor gevorderden, een onmisbaar boek voor elke Nederlander die zichzelf een Italiëkenner of een Italofiel wil noemen. Beppe Severgnini maakt in zijn boek een studie van het meest interessante onderdeel van Italië: de Italiaan zelf.

De tocht op weg naar het innerlijk van de Italianen is zeer de moeite waard, maar niet zonder gevaren, en sommige reizigers aarzelen om eraan te beginnen. Ze worden weerhouden door gemakzucht en de angst om het geromantiseerde beeld van de Italianen dat ze voor zichzelf hebben opgebouwd te vernietigen. Voor de meeste Italianen zelf is het beangstigend om ongemakkelijke waarheden aan het licht te brengen, maar Beppe Severgnini heeft daar absoluut geen moeite mee. In Italianen voor gevorderden maakt hij een systematische vertaling van zijn thuisland, het werkelijke Italiaanse universum van de werkelijke Italianen.

Hij vertelt over de onbegrijpelijke regels van de straat, de anarchie van het kantoor en de omslachtige treinreizen. Over de zintuiglijke geruststelling van een kerk en het belang van het strand, over de eenzaamheid van het voetbalstadion en de overvolle Italiaanse slaapkamer. In tien dagen doet hij dertig plaatsen aan, reist hij van noord naar zuid en weer terug. Praat hij over eten en politiek, over de deugdelijkheid van het platteland en over de dierentuin die de televisie feitelijk is. Hiermee is Italianen voor gevorderden dé gids voor iedereen die iets van de Italianen wil begrijpen. En wie wil dat nou niet?

Toen ik in Rome Severgnini’s beschrijving van een dag in Rome las, moest ik gelijk terugdenken aan mijn ontmoeting met een gladiator, in februari van dit jaar. Deze gladiator was vanwege het gebrek aan toeristen bij het Colosseum maar naar de Trevifontein gewandeld, in de hoop daar wat toeristen te treffen die met hem op de foto zouden willen – tegen betaling uiteraard. Helaas waren zijn acteerprestaties niet bijzonder authentiek, aangezien hij zo ongeveer elke twee seconden een mobieltje van onder zijn kledij tevoorschijn haalde. Zelfs de toeristen die voor de eerste keer in de stad waren en met open mond naar de Trevifontein stonden te staren, trapten niet in zijn aanbod.

Ach ja, de Italianen en hun telefonino… Lees maar wat Severgnini erover schrijft, treffender kan ik het niet zeggen:

‘Sommige voorwerpen zijn zo belangrijk dat ze plekken worden, plekken die een rondleiding verdienen. Ze gewoon gebruiken volstaat niet. Het is zaak om de blik gericht te houden op de geboden vooruitzichten en om die goed in het geheugen te prenten. In Italië is een van die voorwerpen het televisietoestel – we hebben het er in Florence al over gehad. Een ander leerzaam object is de auto, en daar hebben we het straks over. Het meest welig tierende Italiaanse voorwerp is echter de mobiele telefoon.

Het mobieltje, de telefonino – zowel in het Nederlands als het Italiaans heeft het verkleinwoord iets bedrieglijks, maar in Italië betekent zo’n verkleinwoord volstrekt het tegengestelde (momentje, glaasje, kusje) – is de uitvinding die de laatste jaren ons leven nog het meeste heeft veranderd. Meer nog dan Berlusconi, de euro en Big Brother. De koppeling tussen de gsm en de Italiaanse burger is niet langer een zaak van statistieken; het ding maakt nu deel uit van de folklore. Als een Fransman of Duitser zijn ogen dichtdoet en aan Italië denkt, ziet hij niet het Colosseum, maar een vent die hard staat te praten, met een hand op zijn oor. Precies, zo iemand als daar staat. Moet je nu horen hoe hij iedereen vertelt over zijn liefdesleven, in afwachting van het moment waarop hij de kassier zijn financiële wederwaardigheden kan toevertrouwen.

Die andere gast is weer een fotomaniak: als hij zijn gsm heeft gebruikt voor overbodige praatjes, gaat hij over tot het maken van overbodige plaatjes. En die meneer daar heeft op zijn vijftigste de wonderen van het sms’en ontdekt. Hij tikt alles keurig in, compleet met hoofdletters, accenten, apostrofs en spaties. Is het je opgevallen hoe hij zijn bericht intikt, met het puntje van zijn tong uit zijn mond? De andere klanten gaan hem uit de weg en een enkeling heeft voorgedrongen, maar hij heeft niets in de gaten. Hij probeert erachter te komen hoe je het uitroepteken krijgt (!), maar het lukt hem niet.

De spectaculaire doorbraak van de mobiele telefoon in Italië heeft niet alleen te maken met het grote gebruiksgemak, maar ook omdat het wezen van de gsm in grote lijnen samenvalt met de volksaard. Het fenomeen nam een aanvang als vorm van exhibitionisme (‘Ik heb er eentje, jij ook?’), verschoof toen richting conformisme (‘Heb jij er eentje? Ik ook!’) en vervolgens kwam het nutsbeginsel om de hoek kijken (‘We hebben er allemaal eentje; een mens kan gewoon niet zonder!’). Het huidige succes heeft alles te maken met de tentakelachtige relaties binnen Italiaanse families. Ook de Finnen – die percentueel gezien meer gsm’s hebben dan wij – zouden die mobieltjes dolgraag de hele tijd gebruiken, maar ze weten niet wie ze moeten bellen. Papa belt mama, mama belt zoon, zoon belt vriend, vriend belt collega, collega belt kennis, kennis belt zijn verloofde, verloofde belt haar zus, zus belt ouders, ouders bellen ooms en tantes, ooms en tantes bellen neven en nichten, neven en nichten bellen naar huis, en thuis krijgt mama een belletje van papa, die bij de bank in de rij staat. De cirkel is rond en we kunnen weer opnieuw beginnen.’

Tja, ineens begrijp ik die gladiator een stuk beter. Je blijft natuurlijk een Italiaan, ook al trek je zo’n oud Romeins pakje aan…

Wil je ook alles lezen over de telefoon, de televisie, de auto en alle andere dingen waar Italianen niet zonder kunnen, duik dan een avond lang in Italianen voor gevorderden. Het beste alternatief voor een avond in Italië – al wil je daar na het lezen van het boek misschien niet meer zo graag naar toe. Bij mij werkte het alleen maar averechts: ik wilde die gekke Italianen aan een dieper onderzoek onderwerpen en eigenlijk niet meer huiswaarts keren. Maar ach, misschien zijn Italianen wel juist zo leuk door mijn Nederlandse ogen, doordat ze zo heerlijk anders zijn dan wij… en minstens zo onbegrijpelijk!

  • Share/Bookmark
aug 17

Op een van de mooiste plekjes in Amsterdam, aan het Entrepotdok, vind je een klein stukje Amsterdam dat eigenlijk geen Amsterdam is. Althans, voor ingewijden niet. Op nummer 26 waan je je namelijk even helemaal in Italië.

Wanneer je door de deur van nummer 26 binnenstapt, vergeet je op slag waar je al fietsend door de stad nog over nadacht. Boodschappenlijstjes, dingen die je echt niet moet vergeten, mensen die je nog moet bellen… alles blijft buiten wachten, op de stoep voor nummer 26. Tenminste, als je net zo gefascineerd bent door Italië en door boeken en woorden zoals ik. Want op nummer 26 huist Libreria Bonardi, de enige Italiaanse boekwinkel van Nederland.

Binnen vind je een keur aan boeken over of uit Italië: de laatste nieuwe literaire successen uit Italië, zowel in het Italiaans als in het Nederlands, boeken over de geschiedenis van Italië, over de cultuur, over bijzondere fenomenen die mensen buiten Italië steeds weten te boeien, kookboeken, gedichtenbundels, Italiaanse klassiekers, luisterboeken, tijdschriften…

Ik heb me zelf een rantsoen opgelegd: ik mag niet vaker dan vier keer per jaar langs deze boekhandel fietsen, want de verleiding is te groot. Ik kom er altijd met een enorme stapel boeken vandaan, terwijl ik eigenlijk alleen een boek voor mijn studie Italiaans nodig had (want van studie- en grammaticaboeken hebben ze uiteraard ook een hele kast). Het verhaal van vandaag was echter een goede reden om dit rantsoen niet helemaal na te leven en een extra bezoekje aan Bonardi te brengen.

Na een uurtje heerlijk te hebben rondgeneusd en, ja ik geef het toe, een stapeltje nieuwe boeken te hebben verzameld, vroeg ik Marina Wanders, de eigenaresse, of ze nog een leuke tip had voor mijn stukjes over Italiaans Amsterdam. Marina vroeg of ik de verhalenbundel kende die Libreria Bonardi ter ere van haar 25-jarig bestaan had uitgebracht, La mia Olanda – Denkend aan Holland, met verhalen van Italiaanse schrijvers over Nederland en Amsterdam, zowel in het Italiaans als in het Nederlands. Daar was ik natuurlijk wel nieuwsgierig naar, dus mijn stapeltje groeide nog wat verder uit.

Eenmaal thuis dook ik meteen in de Italiaanse verhalen over Amsterdam. Het is grappig hoe je de stad al snel alleen nog maar door de ogen van de Italianen ziet, alsof je er zelf nooit eerder rondwandelde. Met Valerio Aiolli sta je te wachten voor het huis van Rembrandt, Aldo Gianolio neemt je mee naar NEMO, immers het werk van een Italiaan, en Giulio Mozzi ontroert met zijn prachtige symfonie van woorden die Amsterdam treffender weergeven dan een ansichtkaart of foto zou kunnen doen.

Ook echt Amsterdamse verschijnselen blijven niet onvermeld. Bij het lezen van het verhaal Aringa – Haring van Mauro Covacich moest ik denken aan de reactie van het zoontje (7) van een Italiaanse vriendin toen ik vertelde over de specialiteiten van de Nederlandse keuken. Pannenkoeken, dat leek hem nog wel wat, zeker als ontbijt, maar bij stamppot keek hij al wat twijfelachtiger en bij haring kon hij me alleen nog maar vol ongeloof aanstaren. ‘Maar, eten jullie dan rauwe vis?,’ stamelde hij, ondertussen zijn stoel een beetje verder van me afschuivend. Amsterdam leek hem ineens niet zo leuk meer, en ik evenmin. Gelukkig won zijn nieuwsgierigheid het al snel van zijn afkeer (hij zat immers ook fijn thuis in Italië, veilig voor die rare gewoonten in die gekke stad) en vol trots verkondigde hij aan iedereen die het maar horen wilde dat ik, zijn vriendin in Amsterdam woonde, waar ze scheve huizen hebben en rauwe vis eten…

Inmiddels word ik zo standaard door hem geïntroduceerd, en ik kan natuurlijk niet wachten op het moment dat ik hem die scheve huizen kan laten zien en een stukje haring kan laten proeven. Ik heb na het verslinden van La mia OlandaDenkend aan Holland dan ook gelijk het verhaal over haring overgetikt en naar zijn moeder gemaild, zodat ze hem al een beetje kan voorbereiden… Ook voor jullie een klein stukje:

‘Ik besluit onmiddellijk ook een fiets te huren – oranje, glimmend chroom, perfecte remmen, zadel zacht als een sofa, tien euro per dag – en sluip het feest binnen. Meteen bij de eerste meters voel je het plezier opkomen. Waarschijnlijk komt dat door hoe de wereld om je heen beweegt, dat bruisende waarmee de huizen en de bomen voorbij flitsen, heel even op je netvlies tintelen, om vervolgens achter je te verdwijnen.

Dagenlang fiets ik rond, zo’n twintig, vijfentwintig kilometer per uur, in een stad waar het huisvuil wordt weggestopt in ondergrondse containers, waar Caribische, Indonesische en blinde autochtone jongeren in de parken vrolijk in groepjes staan te lachen zoals ik alleen in reclames heb gezien, waar geen enkel, maar dan ook echt geen enkel huis een beeldintercom heeft, noch rolluiken, en waar de ramen nooit kleiner zijn dan een pingpongtafel en met halogeenlampen verlichte interieurs laten zien waarin altijd iemand onverstoorbaar onder de blikken van de voorbijgangers leest, werkt of eet.

Ik fiets door de volksbuurten – zoals de wijk ten zuiden van het Oosterpark, die voornamelijk door moslims wordt bewoond – waar de parken lijken op botanische tuinen. Af en toe verdwaal ik en dan vraag ik de weg. Er is altijd wel iemand die me met een vrolijke kwinkslag behulpzaam is. Het zijn opgewekte, hartelijke mensen, die je niet verwacht in een westerse hoofdstad (probeer bijvoorbeeld maar eens iemand in Parijs de weg te vragen). Urenlang dwaal ik rond en doe ik niets anders dan mijn ogen vullen met gezichten. […]

Ik dwaal door de arbeidersbuurt de Jordaan, werp een blik op de beroemde vlooienmarkt, ga een boekwinkel binnen waar naast de fauteuils waar je kunt gaan zitten om boeken in te kijken, thermoskannen met thee en een doos met tientallen leesbrillen staan.’

Verderop in het verhaal stelt Mauro Marina voor van land te ruilen: ‘Misschien moeten we van land ruilen. Eens kijken, we zouden een proeftijd kunnen instellen van één regeringsperiode van vijf jaar. Wij gaan allemaal naar Nederland, we wonen dan in straten waar het huisvuil in ondergrondse containers ligt en oranje fietsen rondrijden, en jullie gaan allemaal – bijna allemaal want er zal toch iemand moeten blijven om stages te geven – genieten van de zon, onze heerlijke zon, en worden lekker opgezadeld met onze kantoren, onze banken, onze ministeries, onze faldoni… nooit van gehoord, hè? van die kolossale archiefmappen van ons… kortom, al onze toestanden die op een oplossing wachten. Jullie kennen al vierhonderd jaar onafhankelijkheid en democratie, wij niet. Volgens mij kan het jullie lukken.

Marina kijkt me even aan. Het is duidelijk dat ze zou willen zeggen dat de zaken veel gecompliceerder liggen, ik weet dat ze zou willen zeggen dat het in Holland ook niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Maar nee, ze wil haar gast niet tegenspreken en zegt daarom ten slotte: ‘Nou, dat lijkt ons wel wat. Wie houdt er niet van zon en pizza? Maar zouden jullie dan bereid zijn om haring te eten?’ En ze pakt een haring bij de staart vast en reikt me die aan.

Haring is niet hetzelfde als sushi. Het is wel rauw, maar het is een hele vis, alleen de kop is eraf gesneden. Marina pakt er een vast, haalt hem door de uitjes, laat hem boven haar mond bungelen, hapt erin en bijt er bijna de helft vanaf. Ik kijk naar de haring tussen mijn vingers. De haring, denk ik. Een probleem waar ik nog niet aan had gedacht.’

Ik weet zeker dat jullie, net als mijn Italiaanse vriendin, zullen genieten van de verhalen in La mia Olanda – Denkend aan Holland. Ik ga in elk geval snel nog een keer afwijken van mijn rantsoen om bij Libreria Bonardi een paar exemplaren te halen voor vrienden in Italië. Dan kunnen ze alvast een beetje wennen aan die gekke Nederlanders met hun haring…

  • Share/Bookmark
aug 16

Vorige week schreef ik al over de overheerlijke sgroppino die je bij Monte Pelmo kunt bestellen. Wie de komende weken echter niet in Amsterdam komt, kan met het recept van vandaag ook thuis de Italiaanse zomer vieren!

Voor 1 glas sgroppino heb je nodig:
6 eetlepels citroensorbetijs
1 dl (liefst bevroren) wodka
2 dl ijskoude prosecco

Mix alle ingrediënten tot een luchtig en schuimend geheel. Serveren in ijsgekoelde glazen.

Een ander echt Italiaans zomerdrankje dat je direct in Italiaanse sferen brengt is een glaasje ijskoude limoncello. Vrienden die net vakantie hebben gevierd aan de Amalfikust hebben gelukkig net weer een voorraadje voor me meegenomen, want zelf maken is nog zo gemakkelijk niet. Voor wie het toch wil proberen, volgt hier het recept uit Napels proeven, met als resultaat de échte limoncello zoals die langs de Amalfikust gemaakt en gedronken wordt!

Ingrediënten
(voor 2,5 liter limoncello)

3 kg onbespoten Italiaanse citroenen, liefst van de Amalfikust
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
600 g suiker

Haal met een dunschiller voorzichtig de zeste van de citroenen. Let erop dat je zo weinig mogelijk wit wegsnijdt (het wit van de citroen maakt bereidingen onaangenaam bitter).

Laat de zeste minstens 1 maand (3 maanden is nog beter!) weken in de alcohol. Roer het mengsel elke dag even goed door.

Bereid nu een lichte stroop: voeg de suiker toe aan het water en breng dit mengsel gedurende 5 minuten aan de kook.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van citroen en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder de zeste en alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de doorzichtige alcohol zijn typische, opaalachtige glans.

Doe het mengsel in een fles en laat het minstens een week rusten.

Bewaar altijd een fles in de diepvries. Zo heb je permanent een bijna bevroren limoncello in voorraad, want dat is nog altijd de beste manier om het drankje te drinken.

Aangezien de citroenen vrij lang moeten weken in de alcohol kun je nog tot ver in de herfst terugdenken aan en genieten van de Italiaanse zomer ;-)

Wil je graag nog voor het eind van de zomer een zelfgemaakt Italiaans likeurtje serveren na een Italiaanse maaltijd, geen nood! Napels proeven bevat ook een recept voor een basilicumlikeur, die wat sneller klaar is dan de limoncello!

Ingrediënten
(voor 2,5 l likeur)

4 bosjes verse basilicum
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
500 g suiker

Laat de basilicumblaadjes 24 uur weken in de alcohol.

Maak een lichte stroop: roer de suiker door het water en laat 5 minuten koken.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van basilicum en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de vloeistof een mooie, groene kleur.

Serveer als digestief, op kamertemperatuur of met ijs.

In Napels proeven vind je nog meer echt Italiaanse recepten, waarmee je je eigen Nederlandse keuken in een handomdraai omtovert tot een Napolitaanse cucina. In een kleurrijk en smakelijk portret brengt Philippe Bidaine het verhaal van een uitzonderlijke reeks producten, die hij heeft ontdekt tijdens zijn talloze reizen naar Napels en omstreken.

Hij presenteert de Napolitaanse culinaire traditie in de vorm van 45 toegankelijke, ongekunstelde recepten, maar hij vertelt ook over de achtergronden van de Napolitaanse keuken en van de etenswaren die daar een hoofdrol in spelen, zoals pasta, pizza mozzarella en tomaten. Het lezen in en koken uit Napels proeven is als het ware een enkeltje Napels!

  • Share/Bookmark
aug 15

Vandaag is het feest in Italië! Het is immers Ferragosto, oftewel Maria Hemelvaart. Hoewel we deze feestdag in Nederland niet eens meer vieren, is Ferragosto in Italië een van de belangrijkste katholieke feesten. De dag dat Maria naar de hemel gaat en wordt herenigd met Jezus is voor de Italianen bijna belangrijker dan Hemelvaart. Dat heeft natuurlijk ook wel een beetje te maken met het feit dat Ferragosto midden in de zomer valt, dan is een extra dagje vrij nooit weg!

Met Ferragosto zijn alle Italianen vrij en ligt het openbare leven vrijwel stil. Hoewel, stil: er wordt wel volop feest gevierd. Elk dorp en elke stad organiseert wel een groot buffet en vaak trekken de dorpelingen in processie door de stad, waarbij Maria natuurlijk in het middelpunt van de belangstelling staat. Ze maakt een rondgang door de parochie, gevolgd door een stoet gelovigen. In een grote stad als Rome kun je zo op tig processies stuiten…

Maar bovenal wordt er met familie en vrienden uitgebreid getafeld. Aangezien Ferragosto ook het hoogtepunt van de Italiaanse vakantie is, gaan miljoenen Italianen op pad, al is het maar voor een paar dagen. Een bezoek aan familie en vrienden wordt gecombineerd met een (korte) vakantie, en een weerzien kan niet zonder uitgebreid eten en drinken, zeker niet op zo’n feestelijke dag als vandaag.

Vorig jaar mocht ik zo’n feestelijke Ferragosto-lunch meemaken bij de buren van Sonia, een Italiaanse vriendin die in de buurt van Poggibonsi woont. In de schuur kreunden lange tafels onder het gewicht van schalen antipasti, manden met brood en flessen wijn en water. Met een temperatuur van dik veertig graden was het best moeilijk om bij de derde schaal pasta die langskwam nog een beetje op te scheppen en de gastvrouw te complimenteren met haar wildzwijnsaus. En dan heb ik het nog niet eens over het hert dat als secondo werd opgediend, met gebakken aardappelen en boontjes.

Tegen de tijd dat de taarten op tafel kwamen, was het gelukkig bijna avond. Met wat sterke koffie erbij en het gezelschap van Ghigo, de hond, lukte het nog net om een stukje op te peuzelen. Tevreden zakte ik een beetje onderuit. Het was toch wel een belevenis, zo’n Ferragosto-lunch. De buurman stootte me met glimoogjes aan en gebaarde naar de volgende gang: een hele rij zelfgestookte likeur. Goed voor de spijsvertering, beweerde hij. Wonder boven wonder had Sonia’s buurman helemaal gelijk. Na een paar van die zelfgestookte drankjes te hebben geproefd, kon ik ’s avonds laat nog wel wat kliekjes wegwerken – onder goedkeurend geknik van Sonia en haar buren. ‘Bijna een Italiaanse,’ aldus de buurman. Dat smaakte naar meer!

Eenmaal terug in Amsterdam was ik dan ook erg blij met de aankondiging van de film Pranzo di Ferragosto die vorig jaar in de filmzalen draaide.

Gelukkig is de film nog steeds verkrijgbaar op dvd, zodat je ook in Nederland mee kunt genieten van deze feestelijke lunch. In Pranzo di Ferragosto wordt vrijgezel Gianni, die in een schemerig appartement in de Romeinse wijk Trastevere voor zijn stokoude moeder zorgt, opgezadeld met drie andere bejaarde dames.

 

De dames laten zich niet bepaald van hun beste kant zien. Ze sluiten zich op in hun logeerkamers, stelen voedsel, ruziën over de televisie, knijpen er tussenuit om zich te bedrinken… Gianni weet zich geen raad meer. Met veel geduld en liters Chablis probeert hij zich door het weekend heen te slaan en de dames alle vier tevreden te stellen.

Pranzo di Ferragosto is een heerlijk zomerse film. Je sluit de karakters ondanks hun vreemde trekjes direct in je hart en je leeft mee met Gianni, die er alles aan doet om de lunch niet in de soep te laten lopen.

Pranzo di Ferragosto is deels autobiografisch. De film werd voor een half miljoen euro opgenomen in het ouderlijk huis van regisseur Gianni di Gregorio, die tegelijk de hoofdrol op zich nam en de dialogen schreef. Precies in dat huis heeft Gianni zelf jarenlang zijn tachtigjarige moeder verzorgd. ‘Ik was in die tijd permanent beneveld,’ aldus Gianni. ‘En dan al ’s ochtends vroeg, hè, niet pas na de nodige likeurtjes na de lunch!’

  • Share/Bookmark
aug 14

In de Amsterdamse Kerkstraat wijst een knaloranje fiets je de weg naar Galerie Artacasa. Letterlijk is Artacasa Italiaans voor ‘kunst in huis’, maar Galerie Artacasa is veel meer dan dat!

In eerste instantie is Artacasa inderdaad een kunstgalerie, waar je altijd even binnen kunt lopen om te kijken wat er voor moois aan de muren hangt. Het accent ligt vooral op kleurrijke en figuratieve schilderijen en objecten. Allemaal originele en unieke werken die volgens verschillende technieken zijn gemaakt en die bovendien heel betaalbaar zijn. Ideaal als cadeau – al staan de werken vast ook prachtig in je eigen woonkamer of keuken!

Artacasa organiseert elke zes weken een nieuwe expositie. Met de zomer in gedachten en de natuur als uitgangspunt zijn afgelopen maanden tal van kunstenaars aan de slag gegaan voor de expositie ‘Natuurlijk! ARTACASA’, waar voor iedere smaak en elk budget een uniek kunstwerk te vinden is. Daarnaast kun je in het souterrain van het oude winkelpand een doorlopende collectie van kunstwerken van vaste exposanten bekijken.

Maar dat is nog niet alles! Artacasa heeft inmiddels ook twee kookboeken uitgebracht. Het eerste kookboek, Artacucina – Een kijkje in de keuken van Galerie Artacasa verscheen in 2007. Dat ik dat nu al die jaren nooit geweten heb! Het kookboek is meer dan alleen een verzameling recepten; het is een zeer kunstig gemaakt kijkboek met naast elk recept een prachtig kunstwerk. Echt een feestje voor iedereen die van mooie en lekkere dingen houdt (en wie doet dat nu niet?)!

Wiebke van der Scheer, eigenaar van Artacasa en initiatiefneemster van het boek, schrijft in het voorwoord: ‘Liefde voor kunst en koken komen samen in dit boek. Schilderijen en recepten smelten samen tot een kunstwerk… een kunst-kookboek vol schilderijen, gemaakt door kunstenaars van Artacasa. Zonder hen was er geen galerie en geen boek.

De schilderijen zijn kleurrijk, figuratief en hebben allemaal een ontspannen sfeer: mensen aan tafel, een dame slapend op de bank, een glaasje wijn, prachtige landschappen, stillevens en grappige dieren. Kunstwerken die je een goed gevoel geven. Een goed gevoel krijg je ook van een goed gerecht en daarvan staan er genoeg in dit boek. Schenk een glas in, zoek het mooiste schilderij of het lekkerste recept en geniet!’

Na het overweldigende succes van het eerste kookboek kon een vervolg natuurlijk niet uitblijven. September vorig jaar verscheen dan ook Artacucina 2 – Aan tafel met Galerie Artacasa. Opnieuw een prachtige combinatie van kunst en koken.

Zo weet ik niet wat me meer het water in de mond doet lopen: het recept voor panna cotta met ritsbessen (aalbessen) of de vrolijke illustraties van Sanne Kuiper die het recept vergezellen. Oordeel zelf:

Panna cotta met ritsbessen (aalbessen)

voor 4 – 8 personen

voor de panna cotta:
500 ml slagroom
500 ml volle boerenmelk
80 g suiker
schil van een citroen
5 blaadjes gelatine
1 vanillestokje, in de lengte opengesneden

voor de ritsbessensaus:
doosje ritsbessen (= aalbessen),
houd voor elk bord een trosje bessen apart
400 – 500 g frambozen en aardbeien
2 eetlepels suiker
2 eetlepels Cointreau (of andere likeur)
een paar takjes munt

Doe de slagroom, de melk, de suiker, de citroenschil en het vanillestokje in een pannetje en laat een paar minuten trekken. Zet de pan op het vuur en laat zachtjes 1 minuut koken. Neem het mengsel van het vuur en haal de citroenschil en het vanillestokje eruit. Week de gelatineblaadjes in koud water en roer ze één voor één door het slagroommengsel.

Maak 4 of 8 bakjes klaar door ze licht in te vetten met een beetje boter of olijfolie. Schenk het mengsel in de bakjes en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan. Zet de bakjes minimaal 6 uur in de koelkast.

Doe het schoongemaakte fruit, de suiker en de cointreau in een pannetje en laat zachtjes pruttelen totdat het fruit zacht is geworden en een beetje is ingekookt. Haal van het vuur en zeef de saus door het fruit met de bolle kant van een lepel door een zeef te persen.

Neem de panna cotta uit de koelkast en houd het bakje even in heet water. Draai de pudding om op een mooi bord en schenk de saus eromheen. Garneer met een takje munt en een takje ritsbessen.

Kun je maar geen genoeg krijgen van de kunst van Artacasa? Blijf dan slapen tussen de kunstwerken! Artacasa heeft een eigen bed & breakfast boven de winkel. Natuurlijk kun je je hele verblijf tegen je favoriete Artacasa-kunstwerk aankijken – en je mag het nog met 10 % korting mee naar huis nemen ook, zodat je voortaan ook in je eigen slaapkamer, keuken of woonkamer vakantie kunt vieren! Kijk voor meer informatie op www.artacasa.nl.

A R T A C A S A
Kerkstraat 411-HS
1017 HX Amsterdam

  • Share/Bookmark
aug 12

Op mijn zoektocht naar het lekkerste Italiaanse ijs in Amsterdam miste ik een smaak die ik tijdens mijn laatste bezoek aan Italië tot de lekkerste ijssmaak heb verkozen: granaatappelijs. Er gaat niks boven dit smaakvolle, helderrode ijs, dat overigens misschien nog wel lekkerder smaakt met een bolletje vanille-ijs erbij voor het contrast. Bewerkelijk is het wel, dus misschien niet zo gek dat geen enkele Amsterdamse ijssalon zich er dagelijks aan waagt.

Ingrediënten:
5 granaatappels
1 citroen
200 g suiker

Haal de pitjes uit de granaatappels. Doe dit wel voorzichtig, want een rijpe granaatappel kan erg spatten en het rode sap maakt vlekken die moeilijk te verwijderen zijn. Doe de pitjes in een pan en pers de citroen erboven uit. Schenk er een half glas water bij en roer de suiker erdoor. Laat het geheel een kwartier zachtjes koken. Wrijf het mengsel door een zeef en laat het goed afkoelen. Draai vervolgens in de ijsmachine van dit granaatappelsap in ongeveer 30 minuten een heerlijke granaatappelsorbet, oftewel gelato melagrano.

Siciliaans testament – Rosita Steenbeek

In Siciliaans testament van Rosita Steenbeek vond ik een fragment waarin het granaatappelijs als toetje wordt opgediend. Het granaatappelijs wordt hier vast niet voor niets opgediend; de vrucht staat symbool voor de melancholie die door het hele boek heen te voelen is.

Siciliaans testament gaat over een Nederlandse vrouw die naar Sicilië terug is gekeerd om haar voormalige geliefde te bezoeken, die stervende is. Waar ze vroeger midden in la dolce vita belandde en de liefde geen grenzen kende, komt ze nu terecht in een duister drama, met een oude verbitterde man, zijn schizofrene zoon en een tirannieke butler. De fysieke en mentale ontluistering van de oude psychiater en man van de wereld staan in schril contrast met de schoonheid van het eiland en de uitbundige feestelijkheden rond de beschermheilige van de stad, Sant’Agata.

Siciliaans testament is een hartstochtelijke ode aan Sicilië en ademt een zoete melancholie om wat was en nooit meer zal zijn. Lees maar een stukje mee:

’s Avonds eten ze op het door kaarsen verlichte terras van Sant’Elena, onder de hoge bomen waarin krekels boven de romantische muziek van de pianobar uit proberen te komen, naast hen het maanverlichte strand en de glanzende zee.

Ze was hier gelukkig geweest. En ongelukkig. Ze hield van hem en hij van haar. Ze leefde in het hier en nu, met hart en ziel en zinnen. Alles wat haar grond vormde, waarmee ze was grootgebracht, het Griekse theater, oude kerken, beeldende kunst en geschiedenis, vond ze hier. In andere opzichten was het jetsetbestaan van strand en nachtclubs, motorboten, luchtig vertier, in strijd geweest met alles wat ze kende en had nagestreefd. Maar de ondergrond was dramatisch, dat had ze altijd gevoeld, zoals hun relatie dramatisch was, want onmogelijk. Omdat ze zo aan hem verslingerd was kon hij haar kwetsen zonder het te willen. Dan had ze het gevoel dat ze een vastgelegde rol moest spelen in het leven dat hij al veertig jaar leidde. Nu raakt hij haar niet meer op die manier en dat is tegelijkertijd droef en bevrijdend. Ze voelt geen drang te vechten om zijn aandacht. Ze vindt het wel erg dat hij somber is en ze betreurt het dat ze daar weinig aan kan doen.

Er staat geen risotto alla zarina meer op de kaart, risotto met kaviaar, die ze hier vroeger altijd namen, wel risotto al nero di seppia, risotto in zwarte inktvisseninkt.
Achter de oleanders ziet ze het huisje met balkon dat ooit speciaal voor Roberto als appartement was ingericht. In de drukste periode van de zomer zaten ze vaak hier omdat Roberto geen zin had om heen en weer te rijden tussen de villa en de zee en ook omdat het hier levendig was en vol zat met artiesten die optraden tijdens het festival. Ze ziet zichzelf daar voor de spiegel staan om zich op te tutten voor een feestdiner en hoe het zweet van haar gezicht bleef druipen. Ook toen woei de scirocco en hield het eiland dagen in zijn gloeiende greep met temperaturen die zelfs ’s nachts niet onder de veertig graden daalden.

‘Beetje bitter,’ zegt Roberto melancholiek, ‘dat de dingen niet meer zijn zoals ze waren.’
Dat zei hij twintig jaar geleden ook en daar had ze vaak om gehuild.
‘Ook mooi,’ zegt hij nadat ze een tijdje zwijgend hebben gegeten. ‘Ieder mens heeft seksuele gevoelens, de laagste mensensoort, de dieren. Ze volgen hun driften en instincten, maar dit wat wij hebben is bijzonderder.’
Ze kijkt naar hem. Hij niet naar haar.
‘Diepe affectie, van hart en ziel.’
Dan ziet ze even een weemoedige glimlach.

Toe nemen ze granaatappelijs, zoet en bloedrood.
‘Ik heb veel fout gedaan, me door instincten laten beheersen. Wat is ervan over? Niks.’ Als hij de kracht zou hebben zou hij zich meteen weer in datzelfde leven storten, daar maakt ze zich geen illusies over.

Na het eten gaan ze zitten aan een tafeltje bij de rand van de dansvloer, een gedeelte van het grote terras dat door een bloemenhaag wordt gescheiden van het restaurant. De pianist speelt ‘Mala femmina’, zoals vroeger als ze hier verschenen. ‘Slechte vrouw, zoet ben je als suiker, je gezicht dat van een engel, en dat alles om mij te misleiden.’ Nadat Roberto dit lied een paar keer als verzoeknummer had laten zingen, zetten de zangers in alle pianobars het in zodra zij binnenstapten.

‘Champagne?’
Even later wordt er met een ingetogen knal een fles ontkurkt.
Ze toasten.
‘Op ons,’ zegt ze, ‘op wat is geweest, en op dat we hier weer zijn.’

© Rosita Steenbeek

  • Share/Bookmark
preload preload preload