aug 28

Vóór 1861 was Italië een hopeloos samenraapsel van kleine stadstaatjes en gebieden die bezet waren door Frankrijk, Spanje of Oostenrijk. De Italiaanse auteur Ippolito Nievo (1831-1861) was een van de felste voorvechters van de Italiaanse eenheidsstaat. In zijn korte, bewogen leven schreef hij vele werken, waarvan Belijdenissen van een Italiaan het bekendste is. Hij stierf in de strijd voor eenheid: onderweg van Sicilië naar Napels leed zijn stoomboot schipbreuk voor de kust van Sorrento.

Belijdenissen van een Italiaan opent met de woorden van Carlino Altovito: ‘Ik werd geboren als Venetiaan, maar zal [...] sterven als Italiaan.’ Carlino groeit op in het kasteel van Fratta, in de provincie van Venetië. Gegrepen door nationalistische gevoelens trekt hij al jong naar de Italiaanse centra van de macht: Venetië, Genua, Rome, Milaan en Napels. Ook de liefde kruist zijn pad, maar die gaat niet over rozen: Pisana, met haar temperamentvolle karakter, trekt hem voortdurend aan, maar stoot hem ook af.

In de vorm van een ironisch, autobiografisch relaas schetst Nievo de roerige jaren voor de Italiaanse eenwording, het Risorgimento. Hij stelt ons voor aan een stoet onvergetelijke personages: de graaf van Fratta, die nauwelijks kan lopen door een verroest zwaard dat hij altijd om zijn middel draagt; zijn kanselier, een schriel, mager mannetje dat loenst en dat als een angstig haasje achter de graaf aanhupt, en monseigneur Orlando, die door zijn vader voorbestemd werd krijgsheer te worden, maar bidden boven vechten verkoos.

Voor de lezers van Ciao tutti alvast een stukje uit het eerste hoofdstuk van Belijdenissen van een Italiaan:

‘Ik ben geboren als Venetiaan op 18 oktober van het jaar 1775, op de dag van de evangelist Sint-Lucas, en ik zal door Gods genade sterven als Italiaan, wanneer de Voorzienigheid, die op ondoorgrondelijke wijze de wereld regeert, dat wenselijk acht.

Ziedaar de moraal van mijn leven. En omdat niet ik deze moraal gemaakt heb maar de tijd dat gedaan heeft, kwam het dus bij mij op dat een naïeve beschrijving van wat de geschiedenis in het leven van een mens teweeg kan brengen, misschien nuttig zou kunnen zijn voor degenen die in andere tijden de vruchten van de gebeurtenissen uit het verleden mogen plukken.

Nu, in het jaar 1858 van de christelijke jaartelling, ben ik een oude man van over de tachtig, en toch nog jong van hart, misschien wel meer dan ik ooit in mijn harde jeugd en moeizame mannelijkheid geweest ben. Ik heb veel meegemaakt en veel geleden. Toch heb ik ook nooit gebrek gehad aan momenten van troost, die meestal niet herkend worden in tijden van tegenspoed, welke altijd de overhand lijken te hebben over de menselijke mateloosheid en zwakheid. Maar wanneer ze dan later, in hun ware gedaante van onoverwinnelijke talismannen tegen ieder kwaad, in de herinnering terugkeren, brengen ze hoop, rust en vrede in de ziel. Ik bedoel hiermee die gevoelens en denkbeelden die zich niet door omstandigheden van buiten laten leiden maar ze juist glorierijk beheersen en er een slagveld voor volop strijd van maken.

Mijn inborst, mijn geest, mijn opvoeding, mijn daden en mijn latere ontwikkeling: zij vormen zoals bij ieder mens een mengsel van goed en kwaad. En als het geen schaamteloos vertoon van bescheidenheid zou zijn, zou ik ook nog als punt van verdienste kunnen aanvoeren dat het kwaad een groter aandeel heeft gehad dan het goed. Maar dat zou allemaal de moeite van het beschrijven niet waard zijn, als ik niet geleefd zou hebben op het breukvlak van de twee eeuwen uit de geschiedenis van Italië die men zich nog lang zal heugen. Toen namelijk ontsproten voor het eerst de kiemen van het politieke denken dat vanaf de veertiende tot de achttiende eeuw doorbrak met de werken van Dante, Machiavelli, Filicaia, Vico en vele anderen die ik wegens mijn gebrek aan ontwikkeling en belezenheid nu niet weet te noemen

Ik ben dus door het feit, een ander zou misschien wel zeggen het ongeluk, dat ik in deze tijd geleefd heb op het idee gekomen alles wat ik gezien, gehoord, gedaan en meegemaakt heb, op te schrijven, vanaf mijn vroegste jeugd tot de beginnende ouderdom, toen de ongemakken van de leeftijd, de toegeeflijkheid tegenover jongeren, de gematigde denkbeelden van een oudere en, laat ik dat ook maar zeggen, de vele en vele tegenslagen van de laatste jaren mij dwongen terug te keren naar de landelijke omgeving waar ik ooit getuige was van het laatste en lachwekkende bedrijf in het grote drama van de feodaliteit.

Mijn eenvoudige verhaal is niet belangrijker voor de geschiedenis dan een voetnoot van de onbekende hand van een tijdgenoot bij de tekst van een zeer oud document. Ik vind dat het persoonlijk handelen van iemand die niet zo bekrompen is dat hij zichzelf ingraaft tegen de narigheden van de gemeenschap, noch zo stoïcijns dat hij zich daar openlijk tegen verzet, noch zo wijs of trots dat hij ze uit minachting links laat liggen, op een of andere manier een weergave moet zijn van het gemeenschappelijke en nationale handelen dat het persoonlijk handelen in zich opneemt, net zoals een vallende druppel de richting van de regen aangeeft.

De beschrijving van mijn lotgevallen zal dus min of meer een beeld zijn voor de ontelbare individuele levensverhalen die, vanaf het verval van de oude politieke orde tot het in elkaar flansen van de huidige, samen het grote Italiaanse verhaal vormen. Ik zou me kunnen vergissen, maar misschien zijn er wel wat jongelui die hierdoor op de gedachte komen zich te matigen in de overmoed van hun gevaarlijke illusies en misschien zullen een paar van hen het langzaam maar zeker begonnen werk met bezieling voortzetten en zullen vervolgens velen vastberaden doorgaan na al hun aarzelingen, waardoor ze eerst honderd dwaalwegen beproefd hebben alvorens die ene weg naar de ware toewijding aan het openbare welzijn te vinden.

Zo dacht ik er tenminste over in al die negen jaren waarin ik, stukje bij beetje, naargelang de herinnering en de inspiratie het mij ingaven, bezig was met het opschrijven van deze aantekeningen. Ik ben er met een vast vertrouwen mee begonnen op de avond van een grote nederlaag en ik ben er in deze jaren van herboren ijver mee doorgegaan als was het een lange boetedoening. Ook ben ik door dit schouwspel van de zwakheden en de kwaadaardigheden uit het verleden overtuigd geraakt van de grotere kracht en de meer gerechtvaardigde verwachtingen van het heden.

Voordat ik ze nu ga overschrijven, wilde ik eerst in deze korte inleiding beter de gedachte omschrijven en rechtvaardigen die mij, reeds oud en ongeletterd, misschien vergeefs tot de moeilijke kunst van het schrijven heeft aangezet. Maar de helderheid van de gedachten, de eenvoud van de gevoelens en de waarheid van mijn verhaal zullen het gebrek aan welsprekendheid wel goedmaken en, meer nog, aanvullen: in plaats van roem zal de welwillendheid van mijn goede lezers mij bijstaan.

Op de drempel van het graf, nu al alleen op de wereld, door zowel vrienden als vijanden verlaten, vrij van tijdelijke zorgen en vooruitzichten, door mijn leeftijd vrij van de hartstochten die mij maar al te dikwijls bij mijn oordeel lieten dwalen, en verlost van de vluchtige illusies van mijn bescheiden ambities, heb ik een enkele vrucht van mijn leven geplukt, de vrede in mijn ziel. Daarin leef ik tevreden, daarop vertrouw ik, daarop wijs ik mijn jongere broeders omdat het de meest benijdenswaardige schat is en het enige schild om zich mee te verdedigen tegen de kuiperijen van valse vrienden, het bedrog van laaghartigen en de aanmatigingen van machtigen.

Er is nog iets wat ik beslist kwijt moet en wat uit de mond van een tachtigjarige toch misschien met enig gezag mag klinken, en dat is dat ik het leven als iets goeds ervaren heb, waar nederigheid ons toestaat onszelf te beschouwen als piepkleine radertjes in de wereldgeschiedenis en oprechtheid van gemoed ons voorhoudt dat het welzijn van vele anderen veel belangrijker is dan alleen het onze. Mijn aardse bestaan, als mens, is nu dan toch bijna ten einde. Tevreden over het goede dat ik heb gedaan en in de overtuiging dat ik het door mij begane kwaad voor zover mogelijk heb goedgemaakt, hoop en vertrouw ik er alleen nog maar op dat mijn leven zal uitmonden en opgaan in de grote zee van het zijn.

Ik geniet nu van een vrede die lijkt op die geheimzinnige baai aan het eind waarvan de onvervaarde zeeman een doorgang vindt naar de oneindig kalme oceaan van de eeuwigheid. Maar voordat mijn gedachten onderduiken in de tijd waarin alle tijden hetzelfde zijn, storten ze zich nog één keer in de toekomst van de mensen aan wie zij het in alle vertrouwen overlaten om hun eigen schulden uit te boeten, hun eigen verwachtingen te verwezenlijken en hun eigen beloftes waar te maken.’

© Ippolito Nievo (vertaling: Jan van Geldrop)

Bestel “Belijdenissen van een Italiaan” hier via bol.com

  • Share/Bookmark
aug 21

In Rome las ik Italianen voor gevorderden, een onmisbaar boek voor elke Nederlander die zichzelf een Italiëkenner of een Italofiel wil noemen. Beppe Severgnini maakt in zijn boek een studie van het meest interessante onderdeel van Italië: de Italiaan zelf.

De tocht op weg naar het innerlijk van de Italianen is zeer de moeite waard, maar niet zonder gevaren, en sommige reizigers aarzelen om eraan te beginnen. Ze worden weerhouden door gemakzucht en de angst om het geromantiseerde beeld van de Italianen dat ze voor zichzelf hebben opgebouwd te vernietigen. Voor de meeste Italianen zelf is het beangstigend om ongemakkelijke waarheden aan het licht te brengen, maar Beppe Severgnini heeft daar absoluut geen moeite mee. In Italianen voor gevorderden maakt hij een systematische vertaling van zijn thuisland, het werkelijke Italiaanse universum van de werkelijke Italianen.

Hij vertelt over de onbegrijpelijke regels van de straat, de anarchie van het kantoor en de omslachtige treinreizen. Over de zintuiglijke geruststelling van een kerk en het belang van het strand, over de eenzaamheid van het voetbalstadion en de overvolle Italiaanse slaapkamer. In tien dagen doet hij dertig plaatsen aan, reist hij van noord naar zuid en weer terug. Praat hij over eten en politiek, over de deugdelijkheid van het platteland en over de dierentuin die de televisie feitelijk is. Hiermee is Italianen voor gevorderden dé gids voor iedereen die iets van de Italianen wil begrijpen. En wie wil dat nou niet?

Toen ik in Rome Severgnini’s beschrijving van een dag in Rome las, moest ik gelijk terugdenken aan mijn ontmoeting met een gladiator, in februari van dit jaar. Deze gladiator was vanwege het gebrek aan toeristen bij het Colosseum maar naar de Trevifontein gewandeld, in de hoop daar wat toeristen te treffen die met hem op de foto zouden willen – tegen betaling uiteraard. Helaas waren zijn acteerprestaties niet bijzonder authentiek, aangezien hij zo ongeveer elke twee seconden een mobieltje van onder zijn kledij tevoorschijn haalde. Zelfs de toeristen die voor de eerste keer in de stad waren en met open mond naar de Trevifontein stonden te staren, trapten niet in zijn aanbod.

Ach ja, de Italianen en hun telefonino… Lees maar wat Severgnini erover schrijft, treffender kan ik het niet zeggen:

‘Sommige voorwerpen zijn zo belangrijk dat ze plekken worden, plekken die een rondleiding verdienen. Ze gewoon gebruiken volstaat niet. Het is zaak om de blik gericht te houden op de geboden vooruitzichten en om die goed in het geheugen te prenten. In Italië is een van die voorwerpen het televisietoestel – we hebben het er in Florence al over gehad. Een ander leerzaam object is de auto, en daar hebben we het straks over. Het meest welig tierende Italiaanse voorwerp is echter de mobiele telefoon.

Het mobieltje, de telefonino – zowel in het Nederlands als het Italiaans heeft het verkleinwoord iets bedrieglijks, maar in Italië betekent zo’n verkleinwoord volstrekt het tegengestelde (momentje, glaasje, kusje) – is de uitvinding die de laatste jaren ons leven nog het meeste heeft veranderd. Meer nog dan Berlusconi, de euro en Big Brother. De koppeling tussen de gsm en de Italiaanse burger is niet langer een zaak van statistieken; het ding maakt nu deel uit van de folklore. Als een Fransman of Duitser zijn ogen dichtdoet en aan Italië denkt, ziet hij niet het Colosseum, maar een vent die hard staat te praten, met een hand op zijn oor. Precies, zo iemand als daar staat. Moet je nu horen hoe hij iedereen vertelt over zijn liefdesleven, in afwachting van het moment waarop hij de kassier zijn financiële wederwaardigheden kan toevertrouwen.

Die andere gast is weer een fotomaniak: als hij zijn gsm heeft gebruikt voor overbodige praatjes, gaat hij over tot het maken van overbodige plaatjes. En die meneer daar heeft op zijn vijftigste de wonderen van het sms’en ontdekt. Hij tikt alles keurig in, compleet met hoofdletters, accenten, apostrofs en spaties. Is het je opgevallen hoe hij zijn bericht intikt, met het puntje van zijn tong uit zijn mond? De andere klanten gaan hem uit de weg en een enkeling heeft voorgedrongen, maar hij heeft niets in de gaten. Hij probeert erachter te komen hoe je het uitroepteken krijgt (!), maar het lukt hem niet.

De spectaculaire doorbraak van de mobiele telefoon in Italië heeft niet alleen te maken met het grote gebruiksgemak, maar ook omdat het wezen van de gsm in grote lijnen samenvalt met de volksaard. Het fenomeen nam een aanvang als vorm van exhibitionisme (‘Ik heb er eentje, jij ook?’), verschoof toen richting conformisme (‘Heb jij er eentje? Ik ook!’) en vervolgens kwam het nutsbeginsel om de hoek kijken (‘We hebben er allemaal eentje; een mens kan gewoon niet zonder!’). Het huidige succes heeft alles te maken met de tentakelachtige relaties binnen Italiaanse families. Ook de Finnen – die percentueel gezien meer gsm’s hebben dan wij – zouden die mobieltjes dolgraag de hele tijd gebruiken, maar ze weten niet wie ze moeten bellen. Papa belt mama, mama belt zoon, zoon belt vriend, vriend belt collega, collega belt kennis, kennis belt zijn verloofde, verloofde belt haar zus, zus belt ouders, ouders bellen ooms en tantes, ooms en tantes bellen neven en nichten, neven en nichten bellen naar huis, en thuis krijgt mama een belletje van papa, die bij de bank in de rij staat. De cirkel is rond en we kunnen weer opnieuw beginnen.’

Tja, ineens begrijp ik die gladiator een stuk beter. Je blijft natuurlijk een Italiaan, ook al trek je zo’n oud Romeins pakje aan…

Wil je ook alles lezen over de telefoon, de televisie, de auto en alle andere dingen waar Italianen niet zonder kunnen, duik dan een avond lang in Italianen voor gevorderden. Het beste alternatief voor een avond in Italië – al wil je daar na het lezen van het boek misschien niet meer zo graag naar toe. Bij mij werkte het alleen maar averechts: ik wilde die gekke Italianen aan een dieper onderzoek onderwerpen en eigenlijk niet meer huiswaarts keren. Maar ach, misschien zijn Italianen wel juist zo leuk door mijn Nederlandse ogen, doordat ze zo heerlijk anders zijn dan wij… en minstens zo onbegrijpelijk!

  • Share/Bookmark
aug 18

Nu ik zo onverwacht nog een weekje in Rome ben beland, geniet ik volop van alle festiviteiten die worden georganiseerd ter ere van de Estate Romana, de Romeinse zomer.

Voor alle Romeinen die de zomerhitte trotseren en voor iedereen die de stad gedurende de zomermaanden bezoekt, heeft Estate Romana veel leuks in petto. Van begin juni tot 17 september kun je door de hele stad genieten van film, theater, muziek, dans, literatuur, kinderactiviteiten, kunst en vele andere openluchtevenementen. De meeste evenementen vinden plaats in en rond de bekende toeristische trekpleisters als Villa Borghese, het Forum Romanum en de Thermen van Caracalla. Een unieke gelegenheid om deze Romeinse bezienswaardigheden in een heel ander licht te zien!

Een kleine greep uit het aanbod voor de komende weken:

Ara Pacis in Colori
Tot 8 september kun je elke woensdagavond de Ara Pacis, het vredesaltaar van keizer Augustus, aanschouwen in de kleuren die het ooit moet hebben gehad. Een geavanceerde digitale projectie zorgt ervoor dat je een betoverende stap terug in de tijd kunt doen. Een geweldig initiatief, dat ze eigenlijk op meer plaatsen in Rome zouden moeten kunnen uitvoeren. Stel je eens voor hoe het Forum Romanum er in kleur uit zou zien…

Films aan de Tiber
Het Tibereiland verandert elk jaar in een grote openluchtbioscoop. Tijdens het zomerse filmfestival, dat bekend staat onder de naam Isola del Cinema, worden bekende en minder bekende films vertoond. Daarnaast zijn er wervelende modeshows, spectaculaire optredens en heerlijke (wijn)proeverijen.

Piranesi, Rembrandt delle Rovine
Hoe zag Rome eruit in de tijd van Goethe? Het Casa di Goethe neemt je mee terug in de tijd, naar een Rome dat er niet meer is, ook al zijn er nog steeds veel sporen van terug te vinden. De expositie is gewijd aan het werk van Giovanni Battista Piranesi. Zijn Vedute di Roma laten de antieke en klassieke monumenten van de Eeuwige Stad vaak net even van een andere kant zien dan wij nu gewend zijn.

In zijn werk over Piranesi’s leven noemde Giovanni Ludovico Bianconi Piranesi ook wel ‘Rembrandt delle Rovine’ – de Rembrandt van de puinhopen. Dit was overigens bedoeld als compliment, aangezien Bianconi vond dat Piranesi de dode gebouwen en hopen steen weer een ziel wist te geven. Het Piazza del Popolo, het Colosseum, het Piazza Navona – alle hoogtepunten van Rome bezie je even door andere ogen.

La Dolce Vita – Stars and celebrities in the Italian fifties
Nu het precies veertig jaar geleden is dat de film La Dolce Vita voor het eerst in de bioscoop te zien is, wordt de film en het gevoel dat deze voor veel mensen vertegenwoordigt geëerd met een grootse expositie. De Mercati di Traiano bieden onderdak aan meer dan honderd foto’s uit de periode 1950-1960. De foto’s brengen de tijd van La Dolce Vita weer tot leven – je zou er zo in willen duiken. Droom lekker weg bij het Italië waarin alles mogelijk leek, waar de cinema hoogtijdagen beleefde en waar de komst van Coca Cola een grote belofte leek voor de toekomst…

Villa Celimontana Jazz Festival
Het park van Villa Celimontana is ongetwijfeld het mooiste decor voor jazzmuziek! Het licht van honderden kaarsen en fakkels geven de plek een magische uitstraling. Een wijntje erbij, wat lekkere hapjes van de volop aanwezige eetkraampjes en je wilt nooit meer terug naar huis! Houd je meer van klassieke muziek, dan kun je terecht bij het Theater van Marcello waar bijna elke avond een klassiek stuk wordt opgevoerd.

Cisterna delle Sette Sale
Dat de Romeinen hun tijd ver vooruit waren, wisten we natuurlijk al wel. Hun bouwwerken zaten zo ingenieus in elkaar dat ze de eeuwen zo goed hebben doorstaan dat wij er nog elke dag van kunnen genieten. Ze waren ook meesters in het aanleggen van riolering, waterleidingen en aquaducten.

Deze enorme ‘waterput’ is daar misschien wel het best bewaarde voorbeeld van: een fascinerend systeem van communicerende vaten van enorme omvang (ze konden wel 8 miljoen liter water bevatten) moest het nabijgelegen thermencomplex van Trajanus van vers water voorzien. De Cisterna delle Sette Sale is normaal nooit toegankelijk voor publiek, dus grijp je kans!

Ook in de zomermaanden hoef je je in Rome dus zeker niet te vervelen! Ik zou er bijna een weekje voor bijboeken…

  • Share/Bookmark
aug 17

Op een van de mooiste plekjes in Amsterdam, aan het Entrepotdok, vind je een klein stukje Amsterdam dat eigenlijk geen Amsterdam is. Althans, voor ingewijden niet. Op nummer 26 waan je je namelijk even helemaal in Italië.

Wanneer je door de deur van nummer 26 binnenstapt, vergeet je op slag waar je al fietsend door de stad nog over nadacht. Boodschappenlijstjes, dingen die je echt niet moet vergeten, mensen die je nog moet bellen… alles blijft buiten wachten, op de stoep voor nummer 26. Tenminste, als je net zo gefascineerd bent door Italië en door boeken en woorden zoals ik. Want op nummer 26 huist Libreria Bonardi, de enige Italiaanse boekwinkel van Nederland.

Binnen vind je een keur aan boeken over of uit Italië: de laatste nieuwe literaire successen uit Italië, zowel in het Italiaans als in het Nederlands, boeken over de geschiedenis van Italië, over de cultuur, over bijzondere fenomenen die mensen buiten Italië steeds weten te boeien, kookboeken, gedichtenbundels, Italiaanse klassiekers, luisterboeken, tijdschriften…

Ik heb me zelf een rantsoen opgelegd: ik mag niet vaker dan vier keer per jaar langs deze boekhandel fietsen, want de verleiding is te groot. Ik kom er altijd met een enorme stapel boeken vandaan, terwijl ik eigenlijk alleen een boek voor mijn studie Italiaans nodig had (want van studie- en grammaticaboeken hebben ze uiteraard ook een hele kast). Het verhaal van vandaag was echter een goede reden om dit rantsoen niet helemaal na te leven en een extra bezoekje aan Bonardi te brengen.

Na een uurtje heerlijk te hebben rondgeneusd en, ja ik geef het toe, een stapeltje nieuwe boeken te hebben verzameld, vroeg ik Marina Wanders, de eigenaresse, of ze nog een leuke tip had voor mijn stukjes over Italiaans Amsterdam. Marina vroeg of ik de verhalenbundel kende die Libreria Bonardi ter ere van haar 25-jarig bestaan had uitgebracht, La mia Olanda – Denkend aan Holland, met verhalen van Italiaanse schrijvers over Nederland en Amsterdam, zowel in het Italiaans als in het Nederlands. Daar was ik natuurlijk wel nieuwsgierig naar, dus mijn stapeltje groeide nog wat verder uit.

Eenmaal thuis dook ik meteen in de Italiaanse verhalen over Amsterdam. Het is grappig hoe je de stad al snel alleen nog maar door de ogen van de Italianen ziet, alsof je er zelf nooit eerder rondwandelde. Met Valerio Aiolli sta je te wachten voor het huis van Rembrandt, Aldo Gianolio neemt je mee naar NEMO, immers het werk van een Italiaan, en Giulio Mozzi ontroert met zijn prachtige symfonie van woorden die Amsterdam treffender weergeven dan een ansichtkaart of foto zou kunnen doen.

Ook echt Amsterdamse verschijnselen blijven niet onvermeld. Bij het lezen van het verhaal Aringa – Haring van Mauro Covacich moest ik denken aan de reactie van het zoontje (7) van een Italiaanse vriendin toen ik vertelde over de specialiteiten van de Nederlandse keuken. Pannenkoeken, dat leek hem nog wel wat, zeker als ontbijt, maar bij stamppot keek hij al wat twijfelachtiger en bij haring kon hij me alleen nog maar vol ongeloof aanstaren. ‘Maar, eten jullie dan rauwe vis?,’ stamelde hij, ondertussen zijn stoel een beetje verder van me afschuivend. Amsterdam leek hem ineens niet zo leuk meer, en ik evenmin. Gelukkig won zijn nieuwsgierigheid het al snel van zijn afkeer (hij zat immers ook fijn thuis in Italië, veilig voor die rare gewoonten in die gekke stad) en vol trots verkondigde hij aan iedereen die het maar horen wilde dat ik, zijn vriendin in Amsterdam woonde, waar ze scheve huizen hebben en rauwe vis eten…

Inmiddels word ik zo standaard door hem geïntroduceerd, en ik kan natuurlijk niet wachten op het moment dat ik hem die scheve huizen kan laten zien en een stukje haring kan laten proeven. Ik heb na het verslinden van La mia OlandaDenkend aan Holland dan ook gelijk het verhaal over haring overgetikt en naar zijn moeder gemaild, zodat ze hem al een beetje kan voorbereiden… Ook voor jullie een klein stukje:

‘Ik besluit onmiddellijk ook een fiets te huren – oranje, glimmend chroom, perfecte remmen, zadel zacht als een sofa, tien euro per dag – en sluip het feest binnen. Meteen bij de eerste meters voel je het plezier opkomen. Waarschijnlijk komt dat door hoe de wereld om je heen beweegt, dat bruisende waarmee de huizen en de bomen voorbij flitsen, heel even op je netvlies tintelen, om vervolgens achter je te verdwijnen.

Dagenlang fiets ik rond, zo’n twintig, vijfentwintig kilometer per uur, in een stad waar het huisvuil wordt weggestopt in ondergrondse containers, waar Caribische, Indonesische en blinde autochtone jongeren in de parken vrolijk in groepjes staan te lachen zoals ik alleen in reclames heb gezien, waar geen enkel, maar dan ook echt geen enkel huis een beeldintercom heeft, noch rolluiken, en waar de ramen nooit kleiner zijn dan een pingpongtafel en met halogeenlampen verlichte interieurs laten zien waarin altijd iemand onverstoorbaar onder de blikken van de voorbijgangers leest, werkt of eet.

Ik fiets door de volksbuurten – zoals de wijk ten zuiden van het Oosterpark, die voornamelijk door moslims wordt bewoond – waar de parken lijken op botanische tuinen. Af en toe verdwaal ik en dan vraag ik de weg. Er is altijd wel iemand die me met een vrolijke kwinkslag behulpzaam is. Het zijn opgewekte, hartelijke mensen, die je niet verwacht in een westerse hoofdstad (probeer bijvoorbeeld maar eens iemand in Parijs de weg te vragen). Urenlang dwaal ik rond en doe ik niets anders dan mijn ogen vullen met gezichten. […]

Ik dwaal door de arbeidersbuurt de Jordaan, werp een blik op de beroemde vlooienmarkt, ga een boekwinkel binnen waar naast de fauteuils waar je kunt gaan zitten om boeken in te kijken, thermoskannen met thee en een doos met tientallen leesbrillen staan.’

Verderop in het verhaal stelt Mauro Marina voor van land te ruilen: ‘Misschien moeten we van land ruilen. Eens kijken, we zouden een proeftijd kunnen instellen van één regeringsperiode van vijf jaar. Wij gaan allemaal naar Nederland, we wonen dan in straten waar het huisvuil in ondergrondse containers ligt en oranje fietsen rondrijden, en jullie gaan allemaal – bijna allemaal want er zal toch iemand moeten blijven om stages te geven – genieten van de zon, onze heerlijke zon, en worden lekker opgezadeld met onze kantoren, onze banken, onze ministeries, onze faldoni… nooit van gehoord, hè? van die kolossale archiefmappen van ons… kortom, al onze toestanden die op een oplossing wachten. Jullie kennen al vierhonderd jaar onafhankelijkheid en democratie, wij niet. Volgens mij kan het jullie lukken.

Marina kijkt me even aan. Het is duidelijk dat ze zou willen zeggen dat de zaken veel gecompliceerder liggen, ik weet dat ze zou willen zeggen dat het in Holland ook niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Maar nee, ze wil haar gast niet tegenspreken en zegt daarom ten slotte: ‘Nou, dat lijkt ons wel wat. Wie houdt er niet van zon en pizza? Maar zouden jullie dan bereid zijn om haring te eten?’ En ze pakt een haring bij de staart vast en reikt me die aan.

Haring is niet hetzelfde als sushi. Het is wel rauw, maar het is een hele vis, alleen de kop is eraf gesneden. Marina pakt er een vast, haalt hem door de uitjes, laat hem boven haar mond bungelen, hapt erin en bijt er bijna de helft vanaf. Ik kijk naar de haring tussen mijn vingers. De haring, denk ik. Een probleem waar ik nog niet aan had gedacht.’

Ik weet zeker dat jullie, net als mijn Italiaanse vriendin, zullen genieten van de verhalen in La mia Olanda – Denkend aan Holland. Ik ga in elk geval snel nog een keer afwijken van mijn rantsoen om bij Libreria Bonardi een paar exemplaren te halen voor vrienden in Italië. Dan kunnen ze alvast een beetje wennen aan die gekke Nederlanders met hun haring…

  • Share/Bookmark
aug 16

Vorige week schreef ik al over de overheerlijke sgroppino die je bij Monte Pelmo kunt bestellen. Wie de komende weken echter niet in Amsterdam komt, kan met het recept van vandaag ook thuis de Italiaanse zomer vieren!

Voor 1 glas sgroppino heb je nodig:
6 eetlepels citroensorbetijs
1 dl (liefst bevroren) wodka
2 dl ijskoude prosecco

Mix alle ingrediënten tot een luchtig en schuimend geheel. Serveren in ijsgekoelde glazen.

Een ander echt Italiaans zomerdrankje dat je direct in Italiaanse sferen brengt is een glaasje ijskoude limoncello. Vrienden die net vakantie hebben gevierd aan de Amalfikust hebben gelukkig net weer een voorraadje voor me meegenomen, want zelf maken is nog zo gemakkelijk niet. Voor wie het toch wil proberen, volgt hier het recept uit Napels proeven, met als resultaat de échte limoncello zoals die langs de Amalfikust gemaakt en gedronken wordt!

Ingrediënten
(voor 2,5 liter limoncello)

3 kg onbespoten Italiaanse citroenen, liefst van de Amalfikust
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
600 g suiker

Haal met een dunschiller voorzichtig de zeste van de citroenen. Let erop dat je zo weinig mogelijk wit wegsnijdt (het wit van de citroen maakt bereidingen onaangenaam bitter).

Laat de zeste minstens 1 maand (3 maanden is nog beter!) weken in de alcohol. Roer het mengsel elke dag even goed door.

Bereid nu een lichte stroop: voeg de suiker toe aan het water en breng dit mengsel gedurende 5 minuten aan de kook.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van citroen en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder de zeste en alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de doorzichtige alcohol zijn typische, opaalachtige glans.

Doe het mengsel in een fles en laat het minstens een week rusten.

Bewaar altijd een fles in de diepvries. Zo heb je permanent een bijna bevroren limoncello in voorraad, want dat is nog altijd de beste manier om het drankje te drinken.

Aangezien de citroenen vrij lang moeten weken in de alcohol kun je nog tot ver in de herfst terugdenken aan en genieten van de Italiaanse zomer ;-)

Wil je graag nog voor het eind van de zomer een zelfgemaakt Italiaans likeurtje serveren na een Italiaanse maaltijd, geen nood! Napels proeven bevat ook een recept voor een basilicumlikeur, die wat sneller klaar is dan de limoncello!

Ingrediënten
(voor 2,5 l likeur)

4 bosjes verse basilicum
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
500 g suiker

Laat de basilicumblaadjes 24 uur weken in de alcohol.

Maak een lichte stroop: roer de suiker door het water en laat 5 minuten koken.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van basilicum en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de vloeistof een mooie, groene kleur.

Serveer als digestief, op kamertemperatuur of met ijs.

In Napels proeven vind je nog meer echt Italiaanse recepten, waarmee je je eigen Nederlandse keuken in een handomdraai omtovert tot een Napolitaanse cucina. In een kleurrijk en smakelijk portret brengt Philippe Bidaine het verhaal van een uitzonderlijke reeks producten, die hij heeft ontdekt tijdens zijn talloze reizen naar Napels en omstreken.

Hij presenteert de Napolitaanse culinaire traditie in de vorm van 45 toegankelijke, ongekunstelde recepten, maar hij vertelt ook over de achtergronden van de Napolitaanse keuken en van de etenswaren die daar een hoofdrol in spelen, zoals pasta, pizza mozzarella en tomaten. Het lezen in en koken uit Napels proeven is als het ware een enkeltje Napels!

  • Share/Bookmark
aug 15

Vandaag is het feest in Italië! Het is immers Ferragosto, oftewel Maria Hemelvaart. Hoewel we deze feestdag in Nederland niet eens meer vieren, is Ferragosto in Italië een van de belangrijkste katholieke feesten. De dag dat Maria naar de hemel gaat en wordt herenigd met Jezus is voor de Italianen bijna belangrijker dan Hemelvaart. Dat heeft natuurlijk ook wel een beetje te maken met het feit dat Ferragosto midden in de zomer valt, dan is een extra dagje vrij nooit weg!

Met Ferragosto zijn alle Italianen vrij en ligt het openbare leven vrijwel stil. Hoewel, stil: er wordt wel volop feest gevierd. Elk dorp en elke stad organiseert wel een groot buffet en vaak trekken de dorpelingen in processie door de stad, waarbij Maria natuurlijk in het middelpunt van de belangstelling staat. Ze maakt een rondgang door de parochie, gevolgd door een stoet gelovigen. In een grote stad als Rome kun je zo op tig processies stuiten…

Maar bovenal wordt er met familie en vrienden uitgebreid getafeld. Aangezien Ferragosto ook het hoogtepunt van de Italiaanse vakantie is, gaan miljoenen Italianen op pad, al is het maar voor een paar dagen. Een bezoek aan familie en vrienden wordt gecombineerd met een (korte) vakantie, en een weerzien kan niet zonder uitgebreid eten en drinken, zeker niet op zo’n feestelijke dag als vandaag.

Vorig jaar mocht ik zo’n feestelijke Ferragosto-lunch meemaken bij de buren van Sonia, een Italiaanse vriendin die in de buurt van Poggibonsi woont. In de schuur kreunden lange tafels onder het gewicht van schalen antipasti, manden met brood en flessen wijn en water. Met een temperatuur van dik veertig graden was het best moeilijk om bij de derde schaal pasta die langskwam nog een beetje op te scheppen en de gastvrouw te complimenteren met haar wildzwijnsaus. En dan heb ik het nog niet eens over het hert dat als secondo werd opgediend, met gebakken aardappelen en boontjes.

Tegen de tijd dat de taarten op tafel kwamen, was het gelukkig bijna avond. Met wat sterke koffie erbij en het gezelschap van Ghigo, de hond, lukte het nog net om een stukje op te peuzelen. Tevreden zakte ik een beetje onderuit. Het was toch wel een belevenis, zo’n Ferragosto-lunch. De buurman stootte me met glimoogjes aan en gebaarde naar de volgende gang: een hele rij zelfgestookte likeur. Goed voor de spijsvertering, beweerde hij. Wonder boven wonder had Sonia’s buurman helemaal gelijk. Na een paar van die zelfgestookte drankjes te hebben geproefd, kon ik ’s avonds laat nog wel wat kliekjes wegwerken – onder goedkeurend geknik van Sonia en haar buren. ‘Bijna een Italiaanse,’ aldus de buurman. Dat smaakte naar meer!

Eenmaal terug in Amsterdam was ik dan ook erg blij met de aankondiging van de film Pranzo di Ferragosto die vorig jaar in de filmzalen draaide.

Gelukkig is de film nog steeds verkrijgbaar op dvd, zodat je ook in Nederland mee kunt genieten van deze feestelijke lunch. In Pranzo di Ferragosto wordt vrijgezel Gianni, die in een schemerig appartement in de Romeinse wijk Trastevere voor zijn stokoude moeder zorgt, opgezadeld met drie andere bejaarde dames.

 

De dames laten zich niet bepaald van hun beste kant zien. Ze sluiten zich op in hun logeerkamers, stelen voedsel, ruziën over de televisie, knijpen er tussenuit om zich te bedrinken… Gianni weet zich geen raad meer. Met veel geduld en liters Chablis probeert hij zich door het weekend heen te slaan en de dames alle vier tevreden te stellen.

Pranzo di Ferragosto is een heerlijk zomerse film. Je sluit de karakters ondanks hun vreemde trekjes direct in je hart en je leeft mee met Gianni, die er alles aan doet om de lunch niet in de soep te laten lopen.

Pranzo di Ferragosto is deels autobiografisch. De film werd voor een half miljoen euro opgenomen in het ouderlijk huis van regisseur Gianni di Gregorio, die tegelijk de hoofdrol op zich nam en de dialogen schreef. Precies in dat huis heeft Gianni zelf jarenlang zijn tachtigjarige moeder verzorgd. ‘Ik was in die tijd permanent beneveld,’ aldus Gianni. ‘En dan al ’s ochtends vroeg, hè, niet pas na de nodige likeurtjes na de lunch!’

  • Share/Bookmark
aug 09

Wanneer ik over de Albert Cuyp loop en de geur van verse aardbeien me naar elke fruitkraam trekt, weet ik dat de zomer niet lang meer op zich laat wachten. Als dan de Italiaanse ijsverkopers terugkeren uit hun dorp in de bergen, waarnaar ze elk jaar in oktober terugreizen, weet ik het zeker: het is zomer!

Inmiddels is het alweer heel wat weken geleden dat ik de eerste aardbeien proefde en dat de rolluiken van de ijscoman om de hoek elke ochtend knarsend omhoog worden getakeld. In de tussentijd zijn er al heel wat bakjes aardbeien verorberd en ijssmaken geproefd. Daarom deze week op Ciao tutti een ijsspecial: elke dag een artikel over ijs.

We beginnen vandaag in het Italiaans (met onderaan dit artikel een verklarend woordenlijstje)! In het zomernummer van Italië Magazine neemt Daniela Ditvoorst-Falsetta een kijkje in de Italiaanse gelaterie.

‘Gli italiani mangiano tantissimo gelato, circa 15 chili all’anno. Per acquistarlo si va nella gelateria più buona in città. Sì, ma quale? Le gelaterie artigianali in Italia sono 32419! Per non parlare del numero dei gusti. Sono ormai oltre 600 gusti di gelato censiti in Italia. Ma nonostante la diversità dell’offerta, secondo un sondaggio, i preferiti restano i gusti classici: cioccolato (27%), nocciola (20%), limone (13%)< fragola (12%), crema (10%), stracciatella (9%) e pistacchio (8%). Io personalmente li preferisco tutti e voi, quale preferite?

L’arte gelatiera influenza acnhe le cucine degli chef più raffinati. Grazie alla collaborazione tra cuochi e gelaterie, il gelato non è più solamente un dessert ma un ingrediente fresco che accompagna carne e pesce. Sostanzialmente può essere abbinato a qualsiasi portata, dall’antipasto al secondo piatto. Per esempio, che ne direste di una tartare di scampi freschi con gelato di gambero o acciughe marinate?

Sono all’avanguardia anche il gusto al parmigiano, all’aceto balsamico, al carciofo, ai peperoni, alle olive e alla cipolla rossa. Quest’ultimo l’ho assaggiato personalmente a Tropea, in Calabria. Volete sapere che sapore aveva? Ma di cipolla rossa naturalmente!

Comunque, che sia dolce o salato, il gelato artigianale è sempre buono. E per quest’estate, qualunque sia il vostro gusto preferito: buon gelato a tutti!’

censiti geteld
sondaggio enquête
nocciola hazelnoot
fragola aardbei
gelatieri ijsmakers
abbinato a gecombineerd met
gambero garnaal
acciughe ansjovisjes
sono all’avanguardia ze lopen voorop
carciofo artisjok

 

Nu moet ik eerlijk zeggen dat het water mij nog niet in de mond loopt bij de gedachte aan ijs van rode uien. Ik houd het liever bij onze zomerkoninkjes. Ook deze zijn in het zomerse nummer van Italië Magazine aanwezig:

‘In Nemi, een lieflijk dorpje in de buurt van Rome, worden de eerste aardbeien van het jaar gevierd met een heus aardbeienfeest op de eerste zondag van juni. De fragolare, boerinnen gespecialiseerd in de aardbeienteelt, lopen dan in processie door de straten in hun klederdracht: rode rok, zwart vest, witte blouse, gevouwen hoofddoek. De fragolare waren vroeger ook in Rome aanwezig voor het feest aldaar op 13 juni, een feest waar aardbeien, die gratis onder de aanwezigen werden uitgedeeld, de hoofdrol speelden. In Rome stopte dit feest in 1870, maar in Nemi ging het vrolijk door.

In Sicilië, tussen de dorpen Sciacca e Ribera, heeft men zich gespecialiseerd in een soort bosaardbeitje dat ook door Slow Food wordt beschermd, de fragolina di Ribera. Door het verdwijnen van de seizoenen en het continue aanbod van aardbeien het hele jaar door is deze soort een soort bijproduct van kleine agrarische bedrijven geworden. Hij wordt traditioneel gebruikt om jams, geleien, diksap en natuurlijk ijsjes van te maken. Houd ze in de gaten als je naar Sicilië gaat, want als je ze eenmaal hebt geproefd, wil je niks anders meer,’ aldus Barbara Summa.

Ze geeft ook het recept voor fragole al limone (aardbeien in citroensap), een klassieker in Italië!

Ingrediënten:
aardbeien, gewassen en in stukjes gesneden
suiker naar smaak
citroensap naar smaak

Was de aardbeien, verwijder het kroontje en snijd de grotere aardbeien in kleinere stukjes. Breng de aardbeien op smaak met suiker en citroensap. Laat ze marineren. Als je ze een tijdje laat staan vormt zich vanzelf een zoete siroop, die eigenlijk het lekkerst is. Serveer de aardbeien in citroensap met vanille-ijs.

Heerlijk om van te genieten tijdens het lezen van de andere artikelen in Italië Magazine, onder andere over Pantelleria, het magische eiland tussen Sicilië en Afrika, over de kunst van Botticelli, over de historie van de Ape (het vrachtwagentje op drie wielen dat in Italië op elke hoek van de straat opduikt) en over fietsen langs de Tiber in Umbrië. Genieten!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 04

‘Ciao! Er is een nieuw stukje Italië in Amsterdam!,’ zo luidde de aanhef van een mailtje dat ik een paar weken geleden opende. Uiteraard wekte dit mijn nieuwsgierigheid – een nieuw stukje Italië binnen handbereik is altijd meer dan welkom!

Het mailtje bleek een aankondiging te zijn van een nieuwe Italiaanse talenschool in Amsterdam. Vanaf september zal Studiolingua haar deuren openen in een prachtig voormalig schoolgebouw in Amsterdam Oud-Zuid, op loopafstand van het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en de Albert Cuypmarkt. Hoewel ik een aardig mondje Italiaans spreek, is enige oefening tussen mijn bezoekjes aan Italië door geen overbodige luxe, dus ik besloot een kijkje te gaan nemen.

Manuela Talana, oprichter en eigenaar van Studiolingua, verwelkomde me op een zonnige ochtend met een overheerlijke cappuccino. Aangezien ik me afvroeg waarom ze Italië had verruild voor Amsterdam, vertelde ze me eerst iets over zichzelf. Manuela is geboren in Sardinië. Veertien jaar geleden verruilde ze op haar twintigste het zonnige eiland om zich in Nederland te vestigen en te werken voor het Istituto Italiano di Cultura in Amsterdam, waar ze met veel overtuiging, inzet en passie meer dan elf jaar lang heeft gewerkt.

Alhoewel Manuela haar hart heeft verpand aan Amsterdam, reist ze regelmatig terug naar haar geboorte-eiland om te genieten van het Italiaanse leven met vrienden en familie. Deze Italiaanse levenswijze wil ze ook graag op Nederlanders overbrengen – en daarbij is een beetje kennis van de Italiaanse taal eigenlijk onmisbaar!

Manuela is zo trots op haar eigen talenschool dat ze me aanspoort mijn cappuccino op te drinken zodat ze me een rondleiding kan geven door het gebouw. Ondertussen vertelt ze honderduit: ‘Studiolingua is dé specialist op het gebeid van Italiaanse taal- en cultuurcursussen voor volwassenen. Een taal leren is namelijk een dynamisch proces. Het is geen kwestie van woordjes leren en werkwoorden stampen. Wil je je binnen enkele weken al een beetje verstaanbaar kunnen maken, dan is het belangrijk dat er interactie is met mensen die Italiaans als moedertaal spreken en die je niet alleen een kijkje geven in de geheimen van hun taal, maar ook in hun manier van leven, hun cultuur. Daarom hebben wij een stukje Italië in hartje Amsterdam gecreëerd waar je veel Italianen kunt ontmoeten en waar je de smaak van la bella Italia kan proeven en ervaren.’

Studiolingua biedt daartoe een breed scala aan lesmogelijkheden. Allereerst zijn er de ‘gewone’ taalcursussen op zes niveaus (van beginners tot vergevorderden). Deze cursussen kunnen voor korte of langere tijd worden gevolgd, en uiteraard behoren ook intensieve (privé)cursussen tot de mogelijkheden. Iedereen die het Italiaans liever aan de hand van een bepaald onderwerp bestudeert, kan zijn hart ophalen aan cursussen wijnkunde en gastronomie, maar ook aan een cursus intercultureel bewustzijn (ideaal voor als je zaken doet of wilt gaan doen met Italië), kunst- en cultuurcursussen en cursussen die zich met name richten op conversatie. Ook is er een Italiaanse boekenclub, een groep die Italiaanse kranten leest en aan de hand daarvan discussieert over de Italiaanse actualiteit. Voor ieder wat wils dus!

Wil of kun je geen cursus volgen die een aantal weken tot een jaar duurt, dan biedt Studiolingua ook de mogelijkheid om af en toe te komen ‘proeven’ van een klein stukje Italië. Daartoe organiseert Manuela twee speciale cursuscycli, waarbij je je voor elke avond afzonderlijk kunt inschrijven.

Manuela: ‘Tijdens de cursus ‘Kunststeden’ staan negen Italiaanse steden centraal. Aan de hand van leuke wetenswaardigheden en de geschiedenis wandelen we als het ware door een Italiaanse kunststad. Met behulp van filmpjes en foto’s worden de meest kenmerkende plekken en monumenten van onderstaande steden bezocht. Met de kaart van de stad in de hand zoeken we de weg en lopen we door de oudste straten, over pleinen, langs monumentale gebouwen en fonteinen.

We houden natuurlijk even halt bij kunsthistorisch belangrijke plekken, maar we gaan ook zeker niet voorbij aan traditie en folklore. Zo belanden we midden in het feestgedruis van het carnaval van Venetië en horen we de hoeven van de paarden over het Piazza del Campo klepperen, tijdens de bekende Palio in Siena. Natuurlijk geven we ook tips over culinaire specialiteiten in de steden, over beroemde lokale wijnen, over restaurantjes en koffiebarretjes. Zo krijg je hier in Nederland al een voorproefje van de heerlijkheden die de Italiaanse keuken te bieden heeft. De ‘rondleiding’ is geschikt voor iedereen die van plan is naar Italië te gaan maar natuurlijk ook voor iedereen die graag wegdroomt bij il bel paese.

In oktober reizen we naar Rome, in november staan Florence, Venetië en Siena op het programma. December brengt je naar Pisa, Napels en Milaan, en in januari reizen we door Umbrië, naar de historische plaatsen Perugia en Assisi.’

Maar dat is nog niet alles, haast Manuela zich te zeggen. ‘Aangezien Italië ontzettend veel mooie musea kent, waar misschien wel de grootste kunstschatten ter wereld zijn ondergebracht, organiseren we dergelijke rondleidingen ook speciaal voor de grootste Italiaanse musea! Mijn collega Clelia Capua toont kunstwerken uit de beroemdste Italiaanse musea en vertelt hierbij iets over de achtergrond van de kunstwerken en de kunstenaar. Deze virtuele ‘rondleiding’ wijdt de ‘museumbezoeker’ als het ware in in de meesterwerken van de Italiaanse kunst. Achtereenvolgens gaan we naar de Vaticaanse Musea, de Galleria Borghese en het Palazzo Barberini in Rome. Dan volgt de Galleria degli Uffizi en de Galleria dell’Accademia in Florence, het Palazzo Ducale en het Ca’Rezzonico in Venetië en ten slotte het Museo di Capodimonte in Napels, mijn persoonlijke favoriet!’

Op de website www.studiolingua.nl vind je alle informatie over de cursussen, de data en de wijze waarop je je kunt aanmelden. Na het bezoek aan Manuela is mijn agenda in elk geval al aardig vol gepland met Italiaanse uitjes. Wie weet tot in Amsterdam!

  • Share/Bookmark
aug 02

Italië is een land dat keer op keer weet te verbazen. In goede zin met de hoge kwaliteit van leven, eten en design. Maar vaak ook in slechte zin met chaos, corruptie en slechtpresterende regeringen. Maarten Veeger, al jaren correspondent in Italië, kan erover meepraten… Als correspondent werkt hij in Italië voor onder meer Het Financieele Dagblad en NOVA. In Italië werkt hij voor dagblad La Stampa.

Op zijn weblog (http://blogs.fd.nl/italie/) houdt hij alle Nederlandse Italiëfans trouw op de hoogte van al het wel en wee in de laars. Zo liet hij weten dat we binnenkort wellicht geen Nutella meer mogen eten, dat het rijden in een Fiat verboden gaat worden voor alle Italianen ouder dan tachtig en dat Berlusconi zijn landgenoten oproept om deze zomer lekker weg te gaan in eigen land.

Als correspondent ontdekte Maarten Veeger ook hoe je in dit prachtige maar complexe land het best zaken kunt doen. Hij sprak met een aantal mensen die de Nederlandse zakenman voorziet van goede, soms wat bizarre, adviezen. Ben bijvoorbeeld nooit recht voor zijn raap want dat werkt tegen je. Praat tijdens het eten zeker niet over Berlusconi, maar bijvoorbeeld over het eten zelf, Italiaanse kunst of – al ligt dat na dit WK ook wel een beetje gevoelig – voetbal.

Roberto Payer, general manager van het Hilton Hotel in Amsterdam, weet als geen ander hoe groot de verschillen tussen Nederland en Italië zijn – op allerlei gebied. In Italiaanse Zaken vertelt hij: ‘Een Nederlander vertrouwt in principe iedereen. Een Italiaan vertrouwt niemand. Je moet dus eerst een stevige barrière nemen. En dat is niet makkelijk voor een Nederlander, want die is onrustig. Die denkt: ik heb net een dure vliegreis betaald, nu wil ik ook met een ‘deal’ thuiskomen. Een Italiaan ziet dat gedrag als hoogst bedreigend. Hij wil zich niet onder druk gezet voelen door wat dan ook. Een heel simpel advies voor als je toch haast hebt: ga lekker eten. En wordt pas aan het eind van de lunch concreet.’

Nederlanders moeten zichzelf niet overschatten volgens Payer. ‘Een Italiaan denkt bij Nederland wel eens, wat moet ik daarmee? Een veel te klein land. Ze vinden Amsterdam leuk hoor! Van Gogh en Rembrandt willen ze zien. In Holland is er pas echt vrijheid en dat waarderen ze. Maar Nederland mist de grandeur. Naar Parijs of Londen gaan ze liever wat vaker.’

Dat Nederlanders niet van nature liefhebbers zijn van de beste kwaliteit vindt Payer ook na decennia in Amsterdam nog steeds jammer. ‘Laten we er geen doekjes om winden: een Nederlander ziet er slecht gekleed uit. Een Italiaan waardeert het als je cashmere aanhebt en niet gewoon zuiver scheerwol. De Italianen weten inmiddels dat ze met gemak de mindere wijnen kwijt kunnen in Nederland. De beste houden ze lekker zelf. Een Italiaan praat het liefst urenlang over details van een product. Een Nederlander zegt ‘niet zeuren maar kopen’. En heel belangrijk: ook als iets niet mooi is, dan zegt hij dat het mooi is. Alles is altijd mooi. Dat is het la bella figura-principe.’

Dat verschil in beleving van kwaliteit merkt Payer ook met regelmaat in zijn hotel. ‘Ooit kregen we hier ruzie met een mevrouw die het belachelijk vond dat we een voorgerecht van mozzarella verkochten voor 18 euro. Die kaas konden we bij Albert Heijn voor drie euro krijgen. Ik heb haar toen uitgenodigd om het verschil eens te komen proeven. Hier krijg je buffelmozzarella, voor drie euro bij Albert Heijn niet. Iedere Italiaan proeft dat verschil, maar hier worden de mensen boos omdat het duur is.’

Kwaliteit is in de ogen van Payer alles perfect in orde hebben op een ding na. ‘Daarmee geef je de perfectie een extra accent. Zoals Gianni Agnelli dat deed. Perfecte pakken, prachtige schoenen, geen haartje zat verkeerd. Maar het horloge droeg hij over zijn mouw. Dat zag er niet uit, maar Agnelli kon zich dat permitteren. Omdat verder alles perfect was. Ik heb zelf wel eens een vals horloge om, of foute schoenen aan. Alleen de echte kenners zien dan dat er wat is. En dat versterkt de perfectie.’

Die perfectie wordt in alle facetten van het leven doorgevoerd. Zo denken Nederlanders dat ze best aardige wijnliefhebbers zijn, de manier waarop er in Italië en in Nederland van wijn wordt genoten is totaal verschillend. ‘Een Italiaan bestelt in het restaurant een fles en drinkt maar de helft. Zo is de mentaliteit. Je consumeert dat wat je lekker vindt. Een Nederlander denkt echter: ik heb betaald voor een hele fles en die zal ik dan ook opdrinken ook. Of sterker nog: hij denkt het niet eens meer, hij doet het onbewust zo.’

Het verblijf in Nederland heeft Roberto Payer dan ook veranderd. ‘Ik ben bot voor een gemiddelde Italiaan. Dat ben ik hier geworden. In Italië ben je nooit recht voor zijn raap. Je zegt nooit wat je denkt. Een confrontatie is altijd verkeerd. Een Italiaan beledigt nooit iemand, ook het eigen personeel niet.’

Maar gelukkig is Payer de belangrijkste Italiaanse eigenschap niet kwijtgeraakt. ‘Never a dull moment in mijn land. Iedere reis door Italië is een ontdekkingsreis. Italianen genieten daarvan. Italianen genieten ondanks alle problemen van het bestaan. Dat lijkt me in Nederland minder het geval. Italianen genieten dagelijks van iets moois dat ze tegenkomen, hoe klein dat ook is. Genieten, heel intens. Daarin zijn we niet te verslaan.’

Wil je ook leren genieten als een Italiaan? Het Italiaanse recept voor zakelijk succes wordt in Italiaanse Zaken stap voor stap uit de doeken gedaan. Wat doe je bijvoorbeeld als een Italiaan heel hard tegen je praat en druk met zijn armen zwaait terwijl je zaken bespreekt? En moet je eigenlijk wel pronken met je bedrijf en producten om een opdracht binnen te slepen? Het zijn slechts een paar van de vragen die in Italiaanse Zaken aan bod komen. Daarmee is Italiaanse zaken niet alleen een handboek voor de zakenman maar ook een vermakelijk boek over cultuurverschillen, misverstanden en zakelijke hoogte- en dieptepunten, die in de cartoons nog eens op humoristische wijze in beeld worden gebracht. Genieten!

  • Share/Bookmark
jul 30

Italianen hebben een zwak voor schoonheid. Dat komt niet alleen naar voren in hun sprankelende taalgebruik, de vele aanspreektitels die in Italië nog aan de orde van de dag zijn en de mooie, stijlvolle kleding waarmee de Italianen zelfs hartje zomer door de stad lopen. Nee, het hele leven van de Italiaan is doordrongen van gevoel voor schoonheid, tot in de kleinste details. In het Italiaans spreekt men van dan ook vaak over fare la bella figura. Eenvoudig vertaald betekent dit ‘een goed figuur slaan’, maar het precieze gevoel dat achter fare la bella figura schuilgaat wordt hiermee niet helemaal gedekt.

Omdat het concept niet makkelijk in één zin is uit te leggen, besloot Mieke van Delden een heel boek te wijden aan deze term.

Zij laat zien dat la bella figura in elk segment van de Italiaanse samenleving is doorgedrongen:

Bella figura doet de vader die zijn leven lang spaart om zijn dochter de mooiste dag van haar leven te geven. De mooiste kapel voor de officiële ceremonie, het duurste kasteel voor de receptie. Een goed figuur sla je door te laten zien hoe je gezien wilt worden. Wat is je status, wat vind je belangrijk je vrienden aan te bieden?

Bella figura doen de ouders die hun dochter de communie laten doen. Wat verwacht de gemeenschap waarin je leeft van je? Je doet je best met je gezin goed verzorgd en in mooie kleren naar de kerk te komen. Natuurlijk, de betekenis van de communie is belangrijk, maar vooral de aankleding telt.

Bella figura doet de ober in het restaurant. Hij vertelt je vol trots wat de ingrediënten in de pasta zijn, daarbij wijzend op de Italiaanse keuken en zijn historie.

Bella figura doet de groenteman op de markt. De manier waarop hij zijn producten aanprijst, trots alsof het de pareltjes van de markt zijn.

Bella figura zorgt er ook voor dat je naar de laatste mode gekleed gaat, een zonnebril naar de nieuwste trend draagt en voor de dames: schoenen met hakken van acht centimeter, waarmee je over de straatkeitjes paradeert alsof je als mannequin op de catwalk loopt. Bella figura gaat echter verder dan de buitenkant.

Bella figura doet elke huisvrouw die je vraagt hoe je pomodori inmaakt. Ja, beslist met een takje basilicum erbovenop. Nee, absoluut geen basilicum, gewoon puur. Even opkoken. Nee, niet koken. Vraag de mevrouw in de winkel waar je de pomodori-molen koopt, de moeder van je vriendin, de baas van de camping, de buurman: allemaal hebben ze vol overtuiging de beste manier van inmaken.

Bella figura zit in de genen van een eeuwenoud volk, want in Italië, het land van de wijn, moet ik de eerste Italiaan nog tegenkomen die te diep in het glaasje gekeken heeft.’

Mieke van Delden brengt in Bella figura de Italiaanse levensstijl in woord en beeld tot leven, van Toscane tot Napels, van opera tot damesschoenen en van processies tot padre Pio. Hierbij alvast een voorproefje:

Alles weten over la bella figura ? Op www.bellafigura.nl schrijft Mieke van Delden regelmatig een column over haar Italiaanse leven. Ook lees je hier hoe Bella Figura tot stand is gekomen en kun je Mieke via deze website uitnodigen voor een lezing over haar en onze passie: Italia!

  • Share/Bookmark
preload preload preload