sep 30

Naast alle reizen en reisjes voor Ciao tutti, het bezoeken van grote tentoonstellingen in Italië en Nederland en het lezen van heel veel Italiëgerelateerde (kook)boeken, houd ik me deze weken ook bezig met de voorbereidingen voor het congres Italiaanse zaken, dat dit jaar helemaal in het teken staat van Made in Italy.

Een van de hoogtepunten van het congres is, voor mij en mijn medeorganisatoren althans, de komst van Oscar Farinetti, directeur van Eataly. Het is voor het eerst dat deze food-goeroe naar Nederland komt en daar zijn we best een beetje trots op.

Voor degenen die hem en/of Eataly niet kennen, een klein voorproefje uit de net verschenen editie van het vakblad Italië in Bedrijf, waarin we een groot interview met Oscar Farinetti hebben gepubliceerd:

‘Gedurende mijn zomervakantie aan de Cote d’Azur heb ik veel tomaten gegeten. Mijn eigen tomaten wel te verstaan. Cuore di bue (koeienhart) heten ze. Grote, smaakvolle tomaten uit mijn eigen groentetuin. Ik maakte er van alles van: salade, die Spaanse soep, hoe heet het ook alweer, oh ja gazpacho, en gewoon een pasta al pomodoro. Verder haalde ik iedere dag verse vis in het haventje niet ver van mijn vakantiehuis. Goedkope vis. Sardines, ansjovis, zeebarbeel… Gestoofd met wat olie, oregano en citroen. Heerlijk!’

Oscar Farinetti kan het zich niet veroorloven niet goed te eten, waar hij ook gaat of staat. Als oprichter en eigenaar van het kwaliteits-foodconcept Eataly en eigenaar van het wijnhuis Fontanafredda staat de inwendige mens in zijn leven voorop. ‘Gelukkig heb ik een baan waardoor ik overal de beste culinaire adviezen krijg. En anders pak ik een Michelin- of Slow Food-gids erbij. Die zitten bijna altijd goed.’

Farinetti opende in 2007 de eerst vestiging van Eataly, een totaal nieuw winkelconcept. Naast de oude Fiat-fabriek in Turijn verrees een gigantische ‘supermarkt’ van kwaliteitsvoedingsproducten. Farinetti koos bewust voor een soort supermarktmodel om duidelijk te maken dat hoge kwaliteit ook voor heel acceptabele prijzen te koop kan zijn. Eataly noemt zichzelf in het officiële manifest ‘een nieuwe manier van distributie van levensmiddelen van de best beschikbare niet-industriële producten. Geïnspireerd door de kernwoorden samen delen, duurzaamheid en verantwoordelijkheid.’

De winkel in Turijn is voor de helft gevuld met producten uit de eigen regio, Piemonte. Farinetti: ‘De andere helft is voor het beste van de rest van Italië. In iedere regio of land gaat het zo. In Genua bestaat het assortiment dus voor de helft uit producten uit Ligurië. En in New York uit Amerikaanse producten. Maar overal ook het beste van Italië. En omdat we zelf Piemontezen zijn, daar natuurlijk nog iets meer van.’

Congres Made in Italy
Tijdens het congres Italiaanse Zaken spreekt Oscar Farinetti over zijn ervaringen bij Eataly en het belang van het keurmerk ‘Made in Italy’. Made in Italy staat voor kwaliteit, design, vakmanschap, maar ook voor Italiaanse levenskunst: voor innovatie, inspiratie en creativiteit. Bovenal staat Made in Italy voor enogastronomie; voor authentieke Italiaanse producten en wijnen uit diverse regio’s.

Made in Italy is het bekendste keurmerk ter wereld – en waarschijnlijk ook het meest gefalsificeerde. Voor de Italiaanse economie betekenen de vervalsingen een jaarlijkse schadepost van 34 miljard euro. Aan al deze facetten van het keurmerk besteedt het congres aandacht. Een reeks interessante sprekers, toonaangevend op hun vakgebied, praten je bij over Made in Italy.

Ambassadeur Franco Giordano zal het congres openen. Oscar Farinetti, grondlegger van Eataly licht vervolgens zijn concept en filosofie toe. Keynote speaker en econoom Antonio Ricciardi, bekend van zijn bijdragen aan de zakenkrant Il Sole 24 Ore, bespreekt Made in Italy als driver voor de Italiaanse economie – en benoemt tal van nieuwe zakelijke kansen in diverse sectoren.

                         

Oscar Farinetti                                                                       Antonio Ricciardi

Een paneldiscussie met advocaten, marketeers, succesvolle jonge en internationale ondernemers bespreekt Made in Italy als keurmerk – met aandacht voor branding & marketing, intellectueel eigendom, succesverhalen en de ‘harde praktijk’ van het zakendoen.

Na de koffiepauze kun je deelnemen aan twee workshops naar keuze. Tijdens de workshop ‘Made in Italy: het bekendste merk ter wereld’ kun je nader kennismaken met Antonio Ricciardi en de diverse panelleden.

De workshop ‘Made in Italy: een wereld aan voortreffelijk eten & drinken’ wordt verzorgd door Oscar Farinetti en Roberto Payer, voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel, en laat je het echte Italië proeven.

De derde workshop onthult alle geheimen van de truffel. Wat is de geschiedenis van dit gouden exportproduct? Welke beroemde gerechten en combinaties met truffel staan internationaal op de kaart?

De vierde en laatste workshop besteedt aandacht aan het keurmerk Ospitalità Italiana. Enkele Italiaanse restaurants in Nederland ontvingen dit jaar voor het eerst dit prestigieuze keurmerk, waarmee ze zich kwalificeren als ‘echte’ Italiaanse restaurants. In de gelijknamige workshop kom je ‘alles’ te weten over dit keurmerk, dat een belangrijke stimulans is voor het upgraden van de Italiaanse restaurants in Nederland als filosofie en als unique selling point in diverse sectoren.

Het congres wordt ook nog eens afgesloten met een uitgebreide Italiaanse netwerklunch, dus na alle inhoudelijke speeches, discussies en workshops kun je echt genieten van veel Made in Italy-producten.

Het jaarlijkse congres ‘Italiaanse Zaken’ is een initiatief van de Italiaanse Kamer van Koophandel voor Nederland en wordt georganiseerd door de Italiaanse Kamer van Koophandel voor Nederland in samenwerking met The Art of Doing Business bv en vakblad Italië in Bedrijf.

Het congres vindt plaats op vrijdag 11 november 2011 in het Hilton hotel te Amsterdam. Inschrijven voor dit congres kan via de website van de Italiaanse Kamer van Koophandel.

aug 02

Italië is een land dat keer op keer weet te verbazen. In goede zin met de hoge kwaliteit van leven, eten en design. Maar vaak ook in slechte zin met chaos, corruptie en slechtpresterende regeringen. Maarten Veeger, al jaren correspondent in Italië, kan erover meepraten… Als correspondent werkt hij in Italië voor onder meer Het Financieele Dagblad en NOVA. In Italië werkt hij voor dagblad La Stampa.

Op zijn weblog (http://blogs.fd.nl/italie/) houdt hij alle Nederlandse Italiëfans trouw op de hoogte van al het wel en wee in de laars. Zo liet hij weten dat we binnenkort wellicht geen Nutella meer mogen eten, dat het rijden in een Fiat verboden gaat worden voor alle Italianen ouder dan tachtig en dat Berlusconi zijn landgenoten oproept om deze zomer lekker weg te gaan in eigen land.

Als correspondent ontdekte Maarten Veeger ook hoe je in dit prachtige maar complexe land het best zaken kunt doen. Hij sprak met een aantal mensen die de Nederlandse zakenman voorziet van goede, soms wat bizarre, adviezen. Ben bijvoorbeeld nooit recht voor zijn raap want dat werkt tegen je. Praat tijdens het eten zeker niet over Berlusconi, maar bijvoorbeeld over het eten zelf, Italiaanse kunst of – al ligt dat na dit WK ook wel een beetje gevoelig – voetbal.

Roberto Payer, general manager van het Hilton Hotel in Amsterdam, weet als geen ander hoe groot de verschillen tussen Nederland en Italië zijn – op allerlei gebied. In Italiaanse Zaken vertelt hij: ‘Een Nederlander vertrouwt in principe iedereen. Een Italiaan vertrouwt niemand. Je moet dus eerst een stevige barrière nemen. En dat is niet makkelijk voor een Nederlander, want die is onrustig. Die denkt: ik heb net een dure vliegreis betaald, nu wil ik ook met een ‘deal’ thuiskomen. Een Italiaan ziet dat gedrag als hoogst bedreigend. Hij wil zich niet onder druk gezet voelen door wat dan ook. Een heel simpel advies voor als je toch haast hebt: ga lekker eten. En wordt pas aan het eind van de lunch concreet.’

Nederlanders moeten zichzelf niet overschatten volgens Payer. ‘Een Italiaan denkt bij Nederland wel eens, wat moet ik daarmee? Een veel te klein land. Ze vinden Amsterdam leuk hoor! Van Gogh en Rembrandt willen ze zien. In Holland is er pas echt vrijheid en dat waarderen ze. Maar Nederland mist de grandeur. Naar Parijs of Londen gaan ze liever wat vaker.’

Dat Nederlanders niet van nature liefhebbers zijn van de beste kwaliteit vindt Payer ook na decennia in Amsterdam nog steeds jammer. ‘Laten we er geen doekjes om winden: een Nederlander ziet er slecht gekleed uit. Een Italiaan waardeert het als je cashmere aanhebt en niet gewoon zuiver scheerwol. De Italianen weten inmiddels dat ze met gemak de mindere wijnen kwijt kunnen in Nederland. De beste houden ze lekker zelf. Een Italiaan praat het liefst urenlang over details van een product. Een Nederlander zegt ‘niet zeuren maar kopen’. En heel belangrijk: ook als iets niet mooi is, dan zegt hij dat het mooi is. Alles is altijd mooi. Dat is het la bella figura-principe.’

Dat verschil in beleving van kwaliteit merkt Payer ook met regelmaat in zijn hotel. ‘Ooit kregen we hier ruzie met een mevrouw die het belachelijk vond dat we een voorgerecht van mozzarella verkochten voor 18 euro. Die kaas konden we bij Albert Heijn voor drie euro krijgen. Ik heb haar toen uitgenodigd om het verschil eens te komen proeven. Hier krijg je buffelmozzarella, voor drie euro bij Albert Heijn niet. Iedere Italiaan proeft dat verschil, maar hier worden de mensen boos omdat het duur is.’

Kwaliteit is in de ogen van Payer alles perfect in orde hebben op een ding na. ‘Daarmee geef je de perfectie een extra accent. Zoals Gianni Agnelli dat deed. Perfecte pakken, prachtige schoenen, geen haartje zat verkeerd. Maar het horloge droeg hij over zijn mouw. Dat zag er niet uit, maar Agnelli kon zich dat permitteren. Omdat verder alles perfect was. Ik heb zelf wel eens een vals horloge om, of foute schoenen aan. Alleen de echte kenners zien dan dat er wat is. En dat versterkt de perfectie.’

Die perfectie wordt in alle facetten van het leven doorgevoerd. Zo denken Nederlanders dat ze best aardige wijnliefhebbers zijn, de manier waarop er in Italië en in Nederland van wijn wordt genoten is totaal verschillend. ‘Een Italiaan bestelt in het restaurant een fles en drinkt maar de helft. Zo is de mentaliteit. Je consumeert dat wat je lekker vindt. Een Nederlander denkt echter: ik heb betaald voor een hele fles en die zal ik dan ook opdrinken ook. Of sterker nog: hij denkt het niet eens meer, hij doet het onbewust zo.’

Het verblijf in Nederland heeft Roberto Payer dan ook veranderd. ‘Ik ben bot voor een gemiddelde Italiaan. Dat ben ik hier geworden. In Italië ben je nooit recht voor zijn raap. Je zegt nooit wat je denkt. Een confrontatie is altijd verkeerd. Een Italiaan beledigt nooit iemand, ook het eigen personeel niet.’

Maar gelukkig is Payer de belangrijkste Italiaanse eigenschap niet kwijtgeraakt. ‘Never a dull moment in mijn land. Iedere reis door Italië is een ontdekkingsreis. Italianen genieten daarvan. Italianen genieten ondanks alle problemen van het bestaan. Dat lijkt me in Nederland minder het geval. Italianen genieten dagelijks van iets moois dat ze tegenkomen, hoe klein dat ook is. Genieten, heel intens. Daarin zijn we niet te verslaan.’

Wil je ook leren genieten als een Italiaan? Het Italiaanse recept voor zakelijk succes wordt in Italiaanse Zaken stap voor stap uit de doeken gedaan. Wat doe je bijvoorbeeld als een Italiaan heel hard tegen je praat en druk met zijn armen zwaait terwijl je zaken bespreekt? En moet je eigenlijk wel pronken met je bedrijf en producten om een opdracht binnen te slepen? Het zijn slechts een paar van de vragen die in Italiaanse Zaken aan bod komen. Daarmee is Italiaanse zaken niet alleen een handboek voor de zakenman maar ook een vermakelijk boek over cultuurverschillen, misverstanden en zakelijke hoogte- en dieptepunten, die in de cartoons nog eens op humoristische wijze in beeld worden gebracht. Genieten!

preload preload preload