aug 29

Na al die Italiaanse etentjes deze week werd het wel weer eens tijd om zelf een schort voor te binden. Hoewel het heerlijk is om elke avond bij een Amsterdamse Italiaan aan te schuiven, kan ik ook erg genieten van een avondje in eigen keuken. Zeker nu ik net terug ben uit Rome en daar weer veel inspiratie heb opgedaan voor nieuwe gerechten en combinaties.

Toen ik vorige week mijn koffer vol Romeinse ingrediënten naar boven zeulde, vond ik op de trap een mooi pakje. Het bleek het nieuwe kookboek van Maria Coumans, Cucina Maria geheten.

Nog voordat ik mijn koffer had uitgepakt bladerde ik watertandend door de twintig verschillende menu’s en besloot ik de volgende dag eerst mijn pastamachine af te stoffen en al vroeg boodschappen te gaan doen.

Zo gezegd, zo gedaan. Bij mijn ontbijt bladerde ik door de verschillende menu’s om een boodschappenlijstje samen te stellen. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan – elk menu maakte de heimwee naar Rome een beetje minder en dus was het moeilijk kiezen. Uiteindelijk viel mijn keuze op de citroenravioli, aangezien die me een week eerder op een zonnig Romeins terras erg goed was bevallen. Op naar de (super)markt dus, voor de volgende ingrediënten:

voor de pasta:
100 g pastabloem (farina di semola di grano duro)
100 g gewone bloem
2 eieren van 60 gram
zout
scheutje olijfolie

voor de vulling:
100 g ricotta
sap van 1 citroen
citroenrasp van 1 citroen
25 g geraspte Parmezaanse kaas
100 g roomboter
verse salie
peper en zout

Dit gerecht is als tussengerecht geschikt voor 6 personen. Wil je er een hoofdgerecht van maken, dan is het voldoende voor 4 personen.

Meng de ingrediënten voor de pasta tot je kruimeldeeg hebt. Kneed het kruimeldeeg met de hand tot een bal. Is het deeg nog te droog, voeg dan wat water toe; is het deeg nog te nat, voeg dan wat extra bloem toe. Verdeel het deeg in drieën. Kneed elke deegbal in de breedte van de pastamachine.

Haal elke deegbal door de pastamachine. Begin met stand 1 en ga door tot en met stand 6. Leg de pastavellen voorzichtig op een met bloem bestoven plank.

Meng de ricotta met de helft van het citroensap en de geraspte schil. Voeg de geraspte Parmezaanse kaas toe. Schep op de onderste helft van de pastavellen kleine hoopjes van de vulling, op een afstand van 2 vingers van elkaar. Smeer een klein beetje water aan de randen en tussen de hoopjes.

Klap de bovenste helft van de pastavellen op de onderste. Snijd de ravioli (recht met een mes of mooi gekarteld met een raviolisnijder), druk de lucht eruit en duw dan de randjes dicht. Leg de ravioli naast elkaar op een met bloem bestoven dienblad.

Smelt de roomboter, maar laat hem niet bruin worden. Voeg de salie toe. Bak de blaadjes licht op en voeg dan naar smaak een deel van het resterende citroensap toe.

Breng een ruime hoeveelheid water met een beetje zout aan de kook en kook de ravioli in 4 tot 5 minuten gaar. Haal ze voorzichtig uit het water en laat ze goed uitlekken. Bak ze kort mee in de koekenpan, samen met de citroensaus.

Verdeel de ravioli over de voorverwarmde borden en verdeel over elk bord wat botersaus met salieblaadjes.

De pastaliefhebber kan zijn hart ophalen met Cucina Maria II. De ravioli met ricotta en citroen is bijvoorbeeld afkomstig uit een heel pastamenu, met bij elke gang pasta, van het voorgerecht tot en met het toetje. Daarnaast geeft Maria recepten voor heerlijke vlees- en visgerechten, toetjes, groenteschotels, risotto, fritatta en soepen. Waar ze die inspiratie vandaan haalt?

Maria: ‘De Italiaanse keuken blijft mijn inspiratiebron. De verse ingrediënten en de puurheid van de gerechten zorgen voor de perfecte smaak. Je kunt het bijna niet fout doen. Ook dit keer zitten er weer veel recepten in die ik bij elkaar heb gesprokkeld tijdens de vele bezoeken aan Italië.

Ons huis in de heuvels van Sabina blijft een mooie uitvalsbasis voor onze zoektochten. Buurvrouw Laura blijft een onuitputtelijke bron. Achter in het boek zie je een foto van ons samen in haar orto, de enorme moestuin. Ook onze architect en vriend Alberto en zijn vrouw Patricia hebben weer hun bijdragen geleverd. Deze keer door ons mee te nemen naar met zorg geselecteerde restaurantjes waar ze ons dan bij de kok introduceerden. Die blijkt gelukkig nooit te beroerd om zijn geheimen prijs te geven!’

‘Ook dit keer’ en de II in de titel van het kookboek verwijzen naar Maria’s eerste kookboek, Cucina Maria geheten. Het boek werd een onverwacht succes – er werden maar liefst 8000 exemplaren van verkocht. Ik vroeg Maria wat volgens haar de reden is van dit enorme succes.

‘De menusamenstelling,’ antwoordde ze stellig. ‘Een juiste mix van gerechten die van tevoren te bereiden zijn. Per menu sta je nog maar maximaal een half uur in de keuken wanneer je gasten arriveren. Bovendien staat elk viergangenmenu overzichtelijk op één pagina en – misschien wel het allerbelangrijkste – de recepten kunnen gewoonweg niet mislukken. Daarvoor zijn ze te vaak getest.’

Maria geeft namelijk regelmatig kookworkshops, waar de recepten steeds opnieuw worden uitgebreid en verbeterd. En dat merk je aan alles: aan de recepten zelf, de combinatie, het gebruik van pure ingrediënten en niet in het minst aan de afwasbare pagina’s – dat zou elk kookboek moeten hebben. In combinatie met de mooie, stijlvolle zwart-wit foto’s maakt dit van Cucina Maria II een onmisbaar ingrediënt voor de keukentafel van alle Italiaanse foodies en andere lekkerbekken. Op naar deel III zou ik zeggen!

Wil je Cucina Maria I of II bestellen, surf dan naar www.cucinamaria.nl/bestel.html

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 16

Vorige week schreef ik al over de overheerlijke sgroppino die je bij Monte Pelmo kunt bestellen. Wie de komende weken echter niet in Amsterdam komt, kan met het recept van vandaag ook thuis de Italiaanse zomer vieren!

Voor 1 glas sgroppino heb je nodig:
6 eetlepels citroensorbetijs
1 dl (liefst bevroren) wodka
2 dl ijskoude prosecco

Mix alle ingrediënten tot een luchtig en schuimend geheel. Serveren in ijsgekoelde glazen.

Een ander echt Italiaans zomerdrankje dat je direct in Italiaanse sferen brengt is een glaasje ijskoude limoncello. Vrienden die net vakantie hebben gevierd aan de Amalfikust hebben gelukkig net weer een voorraadje voor me meegenomen, want zelf maken is nog zo gemakkelijk niet. Voor wie het toch wil proberen, volgt hier het recept uit Napels proeven, met als resultaat de échte limoncello zoals die langs de Amalfikust gemaakt en gedronken wordt!

Ingrediënten
(voor 2,5 liter limoncello)

3 kg onbespoten Italiaanse citroenen, liefst van de Amalfikust
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
600 g suiker

Haal met een dunschiller voorzichtig de zeste van de citroenen. Let erop dat je zo weinig mogelijk wit wegsnijdt (het wit van de citroen maakt bereidingen onaangenaam bitter).

Laat de zeste minstens 1 maand (3 maanden is nog beter!) weken in de alcohol. Roer het mengsel elke dag even goed door.

Bereid nu een lichte stroop: voeg de suiker toe aan het water en breng dit mengsel gedurende 5 minuten aan de kook.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van citroen en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder de zeste en alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de doorzichtige alcohol zijn typische, opaalachtige glans.

Doe het mengsel in een fles en laat het minstens een week rusten.

Bewaar altijd een fles in de diepvries. Zo heb je permanent een bijna bevroren limoncello in voorraad, want dat is nog altijd de beste manier om het drankje te drinken.

Aangezien de citroenen vrij lang moeten weken in de alcohol kun je nog tot ver in de herfst terugdenken aan en genieten van de Italiaanse zomer ;-)

Wil je graag nog voor het eind van de zomer een zelfgemaakt Italiaans likeurtje serveren na een Italiaanse maaltijd, geen nood! Napels proeven bevat ook een recept voor een basilicumlikeur, die wat sneller klaar is dan de limoncello!

Ingrediënten
(voor 2,5 l likeur)

4 bosjes verse basilicum
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
500 g suiker

Laat de basilicumblaadjes 24 uur weken in de alcohol.

Maak een lichte stroop: roer de suiker door het water en laat 5 minuten koken.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van basilicum en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de vloeistof een mooie, groene kleur.

Serveer als digestief, op kamertemperatuur of met ijs.

In Napels proeven vind je nog meer echt Italiaanse recepten, waarmee je je eigen Nederlandse keuken in een handomdraai omtovert tot een Napolitaanse cucina. In een kleurrijk en smakelijk portret brengt Philippe Bidaine het verhaal van een uitzonderlijke reeks producten, die hij heeft ontdekt tijdens zijn talloze reizen naar Napels en omstreken.

Hij presenteert de Napolitaanse culinaire traditie in de vorm van 45 toegankelijke, ongekunstelde recepten, maar hij vertelt ook over de achtergronden van de Napolitaanse keuken en van de etenswaren die daar een hoofdrol in spelen, zoals pasta, pizza mozzarella en tomaten. Het lezen in en koken uit Napels proeven is als het ware een enkeltje Napels!

  • Share/Bookmark
aug 13

Nee, vandaag gaat het even niet over ijs, al zou de titel van vandaag wel een mooie beschrijving zijn van de smaken yoghurt en granaatappel die ik gisteren at.

Wit als melk, rood als bloed is de debuutroman van Alessandro d’Avenia, docent Italiaans op een middelbare school in Milaan. Met zijn verhaal over Leo, een doodgewone zestienjarige jongen, en het meisje van zijn dromen, Beatrice, wist Alessandro de harten van de Italianen te veroveren en het land weer te doen geloven in de kracht van dromen.

Leo zwerft in eerste instantie liever over straat met zijn vrienden dan dat hij op school zit. Alleen om een glimp op te vangen van Beatrice, het meisje waar hij stiekem verliefd op is, wil hij nog wel een dag op school doorbrengen. Dat verandert als de klas van Leo een nieuwe docent filosofie krijgt, die van Leo na de eerste les de bijnaam de Dromer krijgt toegewezen.

‘De ogen van de leraar schitteren terwijl hij praat over de daden van kleine mensen die groot werden dankzij hun droom, dankzij hun vrijheid. Het raakt me, maar het raakt me nog meer dat ik zit te luisteren naar die idioot. ”Alleen als de mens vast gelooft in iets wat buiten zijn bereik ligt – dat is een droom – zet de mensheid stappen voorwaarts die haar helpen om in zichzelf te geloven.”

Geen slechte zin, maar ik vind het typisch een zin voor een jonge, dromerige leraar. Ik wil jou over een jaar nog wel eens zien, met je dromen! Daarom heb ik hem de Dromer genoemd. Leuk hoor, om dromen te hebben, leuk om in te geloven.

‘Meneer, het lijkt mij allemaal maar geklets.’

Ik wil erachter komen of hij het echt meent, of dat hij gewoon een heel eigen wereld heeft verzonnen om zijn mislukte leven te verhullen. De Dromer kijkt me recht aan en vraagt na een korte stilte: ‘Waar ben je bang voor?’

Dan redt de bel mijn gedachten, die plotseling stil en wit zijn geworden.

Hoewel Leo en zijn klasgenoten eerst niet veel moeten hebben van deze invaller, weet de Dromer zijn passie langzamerhand op hen over te brengen. Hij leert ze intens te leven en hun dromen na te jagen.

‘De Dromer heeft weer eens een aparte les bedacht buiten het boekje om; dat zijn altijd de leukste!

Hij begint met het voorlezen van een fragment uit een boek dat hem heeft geraakt, dat hij bestudeert of waar hij zich in verdiept uit persoonlijke interesse. Hij leest het met schitterende ogen, als iemand die zijn blijdschap wel móét delen met de eerste de beste voorbijganger op straat. Zoals wanneer ik per ongeluk hardop ‘Beatrice’ zeg, of wanneer ik aan iedereen wil vertellen dat mijn overhoring goed gegaan is, wat zelden voorkomt…

Deze keer leest hij ons een verhaal voor uit het boek Lotswendingen, over drie belegeringen en drie plunderingen.

‘Rome, Alexandrië en Byzantium. Drie steden overladen met schatten, schoonheid, kunst. Drie steden met bibliotheken vol boeken,waarin de geheimen van eeuwen en eeuwen literatuur en onderzoek bewaard lagen. Gebouwen gevuld met perkamentrollen en codices waarop de dromen van alle mensen waren vastgelegd, en die van nut konden zijn voor de dromen van nog veel meer toekomstige mensen. Maar die dromen zijn in rook opgegaan door de vlammende slagen van de barbaren, de Arabieren, de Turken. Met één vurig gebaar vernietigden ze hele verdiepingen aan papieren die de geheimen van het leven bevatten. Ze verbrandden de geest en zijn vleugels. Ze verhinderden hem uit te vliegen zoals hij eeuwenlang had gedaan, ontsnappend uit de gevangenissen van de geschiedenis. Het papier van de boeken brandde zoals in die fantastische roman van Bradbury die jullie echt moeten lezen…’

Dat zei de Dromer allemaal. Ik weet niet wat het allemaal precies betekent, maar het klinkt goed, ook al heb ik nog nooit van die Bradbury gehoord.

Aan het eind van zijn hartstochtelijk pleidooi vroeg de Dromer ons: ‘Waarom?’ Niemand wist iets te zeggen. Hij zei dat we er maar eens over na moesten denken en dat we daar thuis een opstel over moesten schrijven. De Dromer is gek. Hij denkt dat wij in staat zijn om dergelijke gedachten te hebben. Wij moeten veel simpelere, concretere vraagstukken oplossen. Duidelijke en nuttige: van wie kun je de vertaling Grieks overschrijven, hoe kun je een afspraakje maken met die leuke meid, hoe zorg je dat je het geld krijgt om je beltegoed op te waarderen nadat je je saldo in twee dagen hebt opgebruikt aan allemaal sms’jes van vijf, zes woorden… Dat soort dingen. We zijn niet gewend om van die problemen op te lossen waar de Dromer mee aankomt. Op sommige dingen is je hoofd gewoon niet ingesteld. Je hebt geen idee waar je de antwoorden vandaan moet halen.’

Leo kan eigenlijk maar aan één iets denken, of beter gezegd aan één iemand. Leo’s droom heet Beatrice, het meisje dat met ‘haar blik de poorten naar het paradijs kan openen’. Leo is helemaal in de zevende hemel als hij haar op school voorbij ziet komen, maar hij durft niet voor zijn gevoelens uit te komen. Liever houdt hij het bij dromen. Tot Beatrice opeens niet meer op school verschijnt. Al snel hoort Leo waarom: ze is ongeneeslijk ziek. Leo is geschokt en zijn onbezorgde leven schudt op zijn grondvesten.

Want wat doe je als je mooiste droom verandert in een nachtmerrie? Ineens moet Leo volwassen beslissingen nemen. Hij leert een heel andere kant van zichzelf kennen als hij beetje bij beetje toenadering zoekt tot de doodzieke Beatrice. Langzamerhand groeien ze dichter naar elkaar toe. Ze durven samen te dromen, ook al weten ze allebei dat het bij dromen zal blijven…

In Wit als melk, rood als bloed gunt Alessandro D’Avenia je een indringende blik in het hoofd van een puber – de intense emotie, de honger naar het leven en de nieuwsgierigheid naar de liefde. Misschien wel het mooiste Italiaanse boek van dit jaar!

  • Share/Bookmark
aug 10

Ja, je leest het goed! Zes bolletjes ijs is dagelijkse kost voor Roberto Coletti, eigenaar van Roberto Gelato in Utrecht. En ondanks het feit dat hij de keuze heeft uit een hele vitrine vol met de lekkerste smaken, kiest Roberto toch altijd weer voor chocolade en variegato amarena (yoghurtijs met amarena-kersen). Die vindt hij nu eenmaal het lekkerst.

‘IJs verveelt nooit,’ zo vertelt Roberto terwijl we op de ijshoornstoeltjes voor zijn ijssalon een ijsje eten. Hij dus een bolletje chocolade en een bolletje variegato amarena, ik een bolletje yoghurt en een bolletje bloedsinaasappel. ‘IJs is voor mij dan ook niets nieuws, ik ben er echt mee opgegroeid. Mijn overgrootvader, Giuseppe da Forno, had rond 1900 al een ijssalon in Krakau, in Polen. Mijn hele familie heeft wel iets met ijs. En niet alleen mijn familie: ook veel van mijn Italiaanse buren, vrienden en dorpsgenoten hebben van ijs hun werk kunnen maken.’

Roberto’s familie komt namelijk uit Pozzale di Cadore, een klein dorpje midden in de Italiaanse Alpen. Uit deze streek komen de meeste ijsbereiders die in Duitsland, Nederland en Oostenrijk een eigen ijssalon zijn begonnen. Roberto: ‘Met zoveel ijsbereiders in het dorp is het dan ook niet verwonderlijk dat er in de lente niet veel meer te beleven valt. Het hele dorp loopt leeg. In de winter, als de ijssalons dicht zijn, komen de ijsbereiders allemaal weer naar huis en is het er lekker druk. Dan word er over het ijsseizoen gesproken, worden er nieuwe smaken besproken of uitgedacht en worden er wedstrijden gehouden en cursussen gegeven, zodat we allemaal weer helemaal in vorm aan het nieuwe seizoen kunnen beginnen. En natuurlijk eten we ook dan veel ijs, al is het dan wat minder dan in de lente en de zomer hier in Nederland.’

Gelukkig deelt de vrouw van Roberto, Carlina, zijn passie voor ijs. Samen runnen ze Roberto’s Gelato, en samen bedenken ze keer op keer nieuwe smaken en nieuwe smaakcombinaties. Hoewel Carlina is geboren in Nederland, komt ook zij uit een echte Italiaanse ijsfamilie. ‘Mijn grootvader, Guido de Lorenzo, heeft ruim tachtig jaar geleden het woord ijssalon bedacht. Toen hij in 1928 naar Nederland kwam, kon je alleen bij een ijskar ijs kopen. Veel keuze was er niet: men kende alleen maar roomijs. Toen hij in Utrecht een echte ijssalon opende, moesten zijn buurtgenoten dan ook wel even wennen. Een salon waar je meerdere smaken ijs kon kopen, dat was toch iets heel anders dan zo’n ijskar. En al die smaken, wat moest men nu kiezen?’

Carlina’s grootvader besloot dan ook om een flink aantal ijskarretjes door heel Utrecht te verspreiden, zodat mensen aan zijn ijs zouden wennen. Carlina: ‘Hij noemde deze karretjes ‘zijn krukken’. Het ijs van mijn opa viel gelukkig al snel in de smaak. Bij de verkiezing voor de Utrechter van de eeuw, driekwart eeuw later, zat mijn grootvader bij de top 3. Zou elke Utrechter inmiddels verslingerd zijn geraakt aan het ijs van mijn opa?’

Carlina’s eerste bijbaantje was natuurlijk in de ijssalon van haar ouders, op de Oude Gracht. ‘Ik heb er met mijn zusje heel wat uren en zonnige dagen doorgebracht en heb er zelfs mijn eerste vriendje leren kennen. De ijssalon van mijn vader was heel innovatief; hij maakte in de jaren zeventig bijvoorbeeld al drop- en kaneelijs. Naast de ijssalon is mijn vader ook altijd actief geweest. Zo is hij een van de oprichters van de vereniging van Italiaanse ijsbereiders in Nederland, de ITAL. Ook was hij hoofdexaminator voor de vakopleiding tot meester ijsbereider.’

Carlina trad in de voetsporen van haar vader en grootvader. Samen met Roberto maakt ze nu elke dag het lekkerste ijs voor Roberto Gelato. ’s Ochtends vroeg, voordat de eerste mensen hun ijsje komen halen, maken ze samen alle smaken die ze die dag gaan verkopen. Natuurlijk wordt er elke dag wel vanille-, chocolade-, citroen- en aardbeienijs gemaakt (en variegato amarena natuurlijk, niet in het minst voor Roberto zelf), maar Roberto zou Roberto niet zijn als hij er niet voor zorgt dat er steeds ook bijzondere smaken in de vitrine liggen. Wat denk je bijvoorbeeld van wittevrouwen (kwark met honing en krokante sesam), capriccio (roomijs met karamel en gesuikerde pinda’s), frollini (met heerlijke Italiaanse chocoladekoekjes) of Sicilia (ijs van geroosterde amandelen en vijgen)?

Daarnaast maakt Roberto elke week een nieuwe smaak, die hij nog nooit eerder gemaakt heeft en die vaak ook alleen maar die week te proeven is. Roberto noemt deze smaak mai prima, nooit eerder, omdat hij hem dus nog nooit eerder gemaakt heeft. Carlina: ‘Roberto verzint een nieuwe ijssmaak meestal niet in de ijssalon. Hij krijgt de beste ideeën als we ergens anders zijn. Of ’s nachts, maar daar ben ik niet zo blij mee, want meestal maakt hij me dan wakker om zijn idee te delen.’

Gelukkig vallen Roberto’s ideeën meestal goed in de smaak. Al klinken sommige ijssoorten misschien eerst heel raar, Roberto weet er toch iets heel lekkers van te maken. Nooit gedacht bijvoorbeeld dat je van ansjovis ijs kan maken, maar het kan niet alleen: het smaakt ook nog eens heerlijk. Je proeft de zilte smaak van de ansjovis, maar tegelijk ook het romige van het ijs. Heel bijzonder! Roberto maakte zo ook al eens haringijs, bierijs, tomatenijs, kaasijs, sigarenijs en sesamijs. Geloof je niet dat deze ijssmaken lekker zijn? Ga dan zelf maar eens proeven bij Roberto en Carlina! Natuurlijk mag je ook een ‘gewone’ smaak kiezen, al zijn deze ijssmaken hier wel veel lekkerder. Dat komt onder andere door de ingrediënten die gebruikt worden, verklapt Roberto.

‘De mango’s voor ons mangoijs komen uit India, de citroenen worden natuurlijk op Sicilië geplukt en de pistachenoten komen uit het Siciliaanse Bronte. De vanille voor het vanille-ijs komt van Madagaskar, de hazelnoten uit Piëmonte en de chocolade van bij onze zuiderburen. Lekkerder krijg je het echt niet!’

Daar kan ik Roberto na een middag ijs proeven alleen maar gelijk in geven. Ik weet in elk geval dat ik hem vandaag meer dan verslagen heb; ik kan de bolletjes ijs die ik gegeten heb niet eens meer tellen! Het liefst zou ik, net als Roberto, elke dag een bolletje of zes eten, zeker van dit bijzonder lekkere mango, wittevrouwen- of bloedsinaasappelijs. Ik zou er bijna voor naar Utrecht verhuizen…

Wil je deze bijzondere ijservaring niet missen, Roberto en Carlina maken nog tot oktober elke dag opnieuw het lekkerste ijs. Je vindt hen aan de Poortstraat 93, in Utrecht, of op www.lekkerijs.nl. Voor iedereen die na een bezoek aan Roberto en Carlina ook thuis het lekkerste ijs wil maken, schreef Carlina het boekje Lekker! IJs.

Naast allemaal leuke weetjes over de geschiedenis van ijs geeft Carlina natuurlijk ook wat recepten prijs! Voor de lezers van Ciao tutti het recept voor wittevrouwenijs, genoemd naar de Utrechtse wijk waar Roberto en Carlina hun ijssalon hebben.

Wat heb je nodig?

voor ongeveer 12 bollen ijs

weegschaal
kunststof bewaarbak
grote kom
plastic lepel
blender of staafmixer

450 gram volle kwark*
120 gram volle melk*
50 gram slagroom*
80 gram vloeibare honing* (ik vind acaciahoning het lekkerst!)
100 gram sesamzaad

*Carlina heeft alle ingrediënten in grammen gezet, aangezien een weegschaal meestal veel nauwkeuriger is dan een maatbeker!

Meng eerst de kwark met de melk, slagroom en honing.

Als je een ijsmachine hebt, kun je deze mix nu in de machine doen. Als je geen ijsmachine hebt, zet je het mengsel in een plastic bak minstens 2 uur in de diepvries. Het ijs is klaar als het helemaal hard bevroren is. Voel even met een vork.

Als het ijs klaar is, schep je het in de blender om de ijskristallen te breken. Schep het ijs zo snel mogelijk uit de bak, mix het in de blender of met een staafmixer en schep het daarna terug in de bak. Zet de bak weer in de diepvries. Laat het ijs 5 minuten in de diepvries staan.

Strooi net voor je het ijs serveert het sesamzaad over het ijs. Als je geen sesamzaad kunt vinden, kun je ook een sesam-snackreep in stukken breken en die gebruiken.

  • Share/Bookmark
aug 04

‘Ciao! Er is een nieuw stukje Italië in Amsterdam!,’ zo luidde de aanhef van een mailtje dat ik een paar weken geleden opende. Uiteraard wekte dit mijn nieuwsgierigheid – een nieuw stukje Italië binnen handbereik is altijd meer dan welkom!

Het mailtje bleek een aankondiging te zijn van een nieuwe Italiaanse talenschool in Amsterdam. Vanaf september zal Studiolingua haar deuren openen in een prachtig voormalig schoolgebouw in Amsterdam Oud-Zuid, op loopafstand van het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en de Albert Cuypmarkt. Hoewel ik een aardig mondje Italiaans spreek, is enige oefening tussen mijn bezoekjes aan Italië door geen overbodige luxe, dus ik besloot een kijkje te gaan nemen.

Manuela Talana, oprichter en eigenaar van Studiolingua, verwelkomde me op een zonnige ochtend met een overheerlijke cappuccino. Aangezien ik me afvroeg waarom ze Italië had verruild voor Amsterdam, vertelde ze me eerst iets over zichzelf. Manuela is geboren in Sardinië. Veertien jaar geleden verruilde ze op haar twintigste het zonnige eiland om zich in Nederland te vestigen en te werken voor het Istituto Italiano di Cultura in Amsterdam, waar ze met veel overtuiging, inzet en passie meer dan elf jaar lang heeft gewerkt.

Alhoewel Manuela haar hart heeft verpand aan Amsterdam, reist ze regelmatig terug naar haar geboorte-eiland om te genieten van het Italiaanse leven met vrienden en familie. Deze Italiaanse levenswijze wil ze ook graag op Nederlanders overbrengen – en daarbij is een beetje kennis van de Italiaanse taal eigenlijk onmisbaar!

Manuela is zo trots op haar eigen talenschool dat ze me aanspoort mijn cappuccino op te drinken zodat ze me een rondleiding kan geven door het gebouw. Ondertussen vertelt ze honderduit: ‘Studiolingua is dé specialist op het gebeid van Italiaanse taal- en cultuurcursussen voor volwassenen. Een taal leren is namelijk een dynamisch proces. Het is geen kwestie van woordjes leren en werkwoorden stampen. Wil je je binnen enkele weken al een beetje verstaanbaar kunnen maken, dan is het belangrijk dat er interactie is met mensen die Italiaans als moedertaal spreken en die je niet alleen een kijkje geven in de geheimen van hun taal, maar ook in hun manier van leven, hun cultuur. Daarom hebben wij een stukje Italië in hartje Amsterdam gecreëerd waar je veel Italianen kunt ontmoeten en waar je de smaak van la bella Italia kan proeven en ervaren.’

Studiolingua biedt daartoe een breed scala aan lesmogelijkheden. Allereerst zijn er de ‘gewone’ taalcursussen op zes niveaus (van beginners tot vergevorderden). Deze cursussen kunnen voor korte of langere tijd worden gevolgd, en uiteraard behoren ook intensieve (privé)cursussen tot de mogelijkheden. Iedereen die het Italiaans liever aan de hand van een bepaald onderwerp bestudeert, kan zijn hart ophalen aan cursussen wijnkunde en gastronomie, maar ook aan een cursus intercultureel bewustzijn (ideaal voor als je zaken doet of wilt gaan doen met Italië), kunst- en cultuurcursussen en cursussen die zich met name richten op conversatie. Ook is er een Italiaanse boekenclub, een groep die Italiaanse kranten leest en aan de hand daarvan discussieert over de Italiaanse actualiteit. Voor ieder wat wils dus!

Wil of kun je geen cursus volgen die een aantal weken tot een jaar duurt, dan biedt Studiolingua ook de mogelijkheid om af en toe te komen ‘proeven’ van een klein stukje Italië. Daartoe organiseert Manuela twee speciale cursuscycli, waarbij je je voor elke avond afzonderlijk kunt inschrijven.

Manuela: ‘Tijdens de cursus ‘Kunststeden’ staan negen Italiaanse steden centraal. Aan de hand van leuke wetenswaardigheden en de geschiedenis wandelen we als het ware door een Italiaanse kunststad. Met behulp van filmpjes en foto’s worden de meest kenmerkende plekken en monumenten van onderstaande steden bezocht. Met de kaart van de stad in de hand zoeken we de weg en lopen we door de oudste straten, over pleinen, langs monumentale gebouwen en fonteinen.

We houden natuurlijk even halt bij kunsthistorisch belangrijke plekken, maar we gaan ook zeker niet voorbij aan traditie en folklore. Zo belanden we midden in het feestgedruis van het carnaval van Venetië en horen we de hoeven van de paarden over het Piazza del Campo klepperen, tijdens de bekende Palio in Siena. Natuurlijk geven we ook tips over culinaire specialiteiten in de steden, over beroemde lokale wijnen, over restaurantjes en koffiebarretjes. Zo krijg je hier in Nederland al een voorproefje van de heerlijkheden die de Italiaanse keuken te bieden heeft. De ‘rondleiding’ is geschikt voor iedereen die van plan is naar Italië te gaan maar natuurlijk ook voor iedereen die graag wegdroomt bij il bel paese.

In oktober reizen we naar Rome, in november staan Florence, Venetië en Siena op het programma. December brengt je naar Pisa, Napels en Milaan, en in januari reizen we door Umbrië, naar de historische plaatsen Perugia en Assisi.’

Maar dat is nog niet alles, haast Manuela zich te zeggen. ‘Aangezien Italië ontzettend veel mooie musea kent, waar misschien wel de grootste kunstschatten ter wereld zijn ondergebracht, organiseren we dergelijke rondleidingen ook speciaal voor de grootste Italiaanse musea! Mijn collega Clelia Capua toont kunstwerken uit de beroemdste Italiaanse musea en vertelt hierbij iets over de achtergrond van de kunstwerken en de kunstenaar. Deze virtuele ‘rondleiding’ wijdt de ‘museumbezoeker’ als het ware in in de meesterwerken van de Italiaanse kunst. Achtereenvolgens gaan we naar de Vaticaanse Musea, de Galleria Borghese en het Palazzo Barberini in Rome. Dan volgt de Galleria degli Uffizi en de Galleria dell’Accademia in Florence, het Palazzo Ducale en het Ca’Rezzonico in Venetië en ten slotte het Museo di Capodimonte in Napels, mijn persoonlijke favoriet!’

Op de website www.studiolingua.nl vind je alle informatie over de cursussen, de data en de wijze waarop je je kunt aanmelden. Na het bezoek aan Manuela is mijn agenda in elk geval al aardig vol gepland met Italiaanse uitjes. Wie weet tot in Amsterdam!

  • Share/Bookmark
jul 31

Fare una bella figura is, zoals je gisteren al kon lezen op Ciao tutti, een term die door Italianen vaak in de mond wordt genomen. Het heeft te maken met zowel je gedrag als allerlei kledingregels die nageleefd moeten worden.

In mijn eerste huis vlak bij de Spaanse Trappen in Rome zat ik vaak met verwondering te kijken naar alle verschillend geklede mensen die onder mijn raam voorbijliepen. Het was allemaal zo anders dan in Nederland, vele mannen strak in het pak en vele dames in een zwart mantelpakje, en dat op een gewone doordeweekse dag.

Vriendinnen uit Nederland kwamen langs om etalages te kijken. Ze pasten de ideeën die ze hier in Italië opdeden weer toe in Nederland, terwijl anderen zich lieten inspireren door de vele verschillende kledingstukken. Ze kochten koffers vol designerstoffen en maakten de dure kleding thuis na.

Tijdens de reizen die ik tot nu toe in Italië heb begeleid, was er weinig tijd om aandacht te besteden aan dit bijzondere fenomeen. Kleding moest het meestal afleggen tegen kerken en kunst. Maar Italië is ook het land van de mode en van het design! Vele grote ontwerpers zijn Italianen: denk aan Versace, Dolce e Gabbana, Armani… En zelfs de paus heeft een paar Prada-schoenen naast zijn bed staan!

Toen SRC-Cultuurvakanties mij vroeg om mijn droomreis op Italiaanse bodem op papier te zetten, wist ik dan ook gelijk wat me te doen stond: een reis organiseren rondom de hoogtepunten van de Italiaanse mode. Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf!

Tijdens de reis die ik heb mogen samenstellen maak je kennis met de grote Italiaanse namen in de modewereld, maar ook met de minder bekende ontwerpers. We verkennen de modewijken in Milaan, Florence en Rome. Maar we gaan natuurlijk niet alleen maar etalages kijken! Modeontwerpers hebben in de grote steden warenhuizen, cafés en restaurants ingericht.

Salvatore Ferragamo heeft zijn eigen schoenenmuseum in Florence, waar modellen van bekende filmsterren te bewonderen zijn. In Florence vind je ook Palazzo Pitti, waar we de geschiedenis in duiken met een bezoek aan de kostuumafdeling. In de stoffenfabriek die we zullen bezoeken, zie je hoe de stoffen voor deze kostuums tot stand komen en wat er allemaal bij komt kijken voor je zo’n pak kunt aantrekken.

We eindigen de reis in Rome, waar we niet alleen op onderzoek uitgaan naar de plaatsen waar de paus zijn kleding en schoenen koopt en waar Valentino zijn creaties ontwerpt, maar waar we ook gaan rondstruinen op de grootste vlooienmarkt van Rome, Porta Portese. Durf jij ’s avonds al je aanwinsten te showen aan je medereizigers?

Mocht je al staan te popelen om mee op reis te gaan naar de grootste modesteden in Italië: we vertrekken op 8 november 2010 en 10 januari 2011. Tijd genoeg dus om alvast flink te sparen, zodat je straks je garderobe flink uit kunt breiden. In januari zijn we trouwens precies in Italië ten tijde van i saldi, de grote uitverkoop!

Kijk voor het precieze dagprogramma, de kosten en meer informatie op www.src-cultuurvakanties.nl. Hopelijk tot in Milano!

Diane Kuster

  • Share/Bookmark
jul 30

Italianen hebben een zwak voor schoonheid. Dat komt niet alleen naar voren in hun sprankelende taalgebruik, de vele aanspreektitels die in Italië nog aan de orde van de dag zijn en de mooie, stijlvolle kleding waarmee de Italianen zelfs hartje zomer door de stad lopen. Nee, het hele leven van de Italiaan is doordrongen van gevoel voor schoonheid, tot in de kleinste details. In het Italiaans spreekt men van dan ook vaak over fare la bella figura. Eenvoudig vertaald betekent dit ‘een goed figuur slaan’, maar het precieze gevoel dat achter fare la bella figura schuilgaat wordt hiermee niet helemaal gedekt.

Omdat het concept niet makkelijk in één zin is uit te leggen, besloot Mieke van Delden een heel boek te wijden aan deze term.

Zij laat zien dat la bella figura in elk segment van de Italiaanse samenleving is doorgedrongen:

Bella figura doet de vader die zijn leven lang spaart om zijn dochter de mooiste dag van haar leven te geven. De mooiste kapel voor de officiële ceremonie, het duurste kasteel voor de receptie. Een goed figuur sla je door te laten zien hoe je gezien wilt worden. Wat is je status, wat vind je belangrijk je vrienden aan te bieden?

Bella figura doen de ouders die hun dochter de communie laten doen. Wat verwacht de gemeenschap waarin je leeft van je? Je doet je best met je gezin goed verzorgd en in mooie kleren naar de kerk te komen. Natuurlijk, de betekenis van de communie is belangrijk, maar vooral de aankleding telt.

Bella figura doet de ober in het restaurant. Hij vertelt je vol trots wat de ingrediënten in de pasta zijn, daarbij wijzend op de Italiaanse keuken en zijn historie.

Bella figura doet de groenteman op de markt. De manier waarop hij zijn producten aanprijst, trots alsof het de pareltjes van de markt zijn.

Bella figura zorgt er ook voor dat je naar de laatste mode gekleed gaat, een zonnebril naar de nieuwste trend draagt en voor de dames: schoenen met hakken van acht centimeter, waarmee je over de straatkeitjes paradeert alsof je als mannequin op de catwalk loopt. Bella figura gaat echter verder dan de buitenkant.

Bella figura doet elke huisvrouw die je vraagt hoe je pomodori inmaakt. Ja, beslist met een takje basilicum erbovenop. Nee, absoluut geen basilicum, gewoon puur. Even opkoken. Nee, niet koken. Vraag de mevrouw in de winkel waar je de pomodori-molen koopt, de moeder van je vriendin, de baas van de camping, de buurman: allemaal hebben ze vol overtuiging de beste manier van inmaken.

Bella figura zit in de genen van een eeuwenoud volk, want in Italië, het land van de wijn, moet ik de eerste Italiaan nog tegenkomen die te diep in het glaasje gekeken heeft.’

Mieke van Delden brengt in Bella figura de Italiaanse levensstijl in woord en beeld tot leven, van Toscane tot Napels, van opera tot damesschoenen en van processies tot padre Pio. Hierbij alvast een voorproefje:

Alles weten over la bella figura ? Op www.bellafigura.nl schrijft Mieke van Delden regelmatig een column over haar Italiaanse leven. Ook lees je hier hoe Bella Figura tot stand is gekomen en kun je Mieke via deze website uitnodigen voor een lezing over haar en onze passie: Italia!

  • Share/Bookmark
jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

  • Share/Bookmark
jul 27

Als fervent soepliefhebber zet ik ook ‘s zomers graag soep op tafel – maar dan wel koud!

Gazpaccio Caprese
met mozzarella en croutons

Ingrediënten
(voor 4 personen)

1 kilo rijpe, geurige tomaten, in blokjes
200 gram wortelen, in kleine stukjes
100 gram bleekselderij, in kleine stukjes
2 theelepels zout
1 theelepel witte peper, fijngemalen
2 theelepels rodewijnazijn
½ eetlepel basilicum-knoflookolie
olijfolie
4 sneden oud brood
2 bollen buffelmozzarella
2 eetlepels basilicum, fijngesneden

Pureer de groenten in een keukenmachine, samen met het zout, de witte peper en de azijn. Wrijf de verkregen puree door een middelgrote zeef. Roer er de basilicum-knoflookolie doorheen. Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan en bak hierin het in blokjes gesneden brood droog en krokant. Maak met een meloensteker kleine balletjes van de mozzarella.

Vul vier gekoelde glazen of borden met de koude soep en verdeel de mozzarellaballetjes over de vier porties. Garneer met de croutons en de fijngehakte peterselie. Schenk er nog een beetje basilicum-knoflookolie over en serveer direct.

Lekker met een frisdroge witte wijn. A tavola!

Dit zomerse recept is afkomstig uit het kookboek La vita è bella! – Italiaans vegetarisch van Jolande Burg. Jolande Burg woont, net als Frans van Munster (zie Ciao tutti van 10 juli) in Puglia, waar ze inspiratie opdeed voor de recepten in dit boek.  

Jolande: ‘Sinds een jaar of anderhalf hebben mijn man en ik een tweehonderd jaar oude villa in een van de meest onbedorven stukken van Italië, Apulië. Een gebied met eeuwenoude olijfbomen, landhuizen en trulli, oude koepelwoningen in de olijfgaarden te midden van citroen- en amandelbomen, cactussen en wilde bloemen. Het is superromantisch allemaal en aangezien het gebied in de volksmond ‘de moestuin van Italië’ heet, is dit een inspiratiebron geworden voor mijn manier van vegetarisch koken.’

En inspirerend zijn de recepten in La vita è bella! zeker. Bij het zien van gerechten als carpaccio met bietjes en gorgonzoladressing, caponatataartjes, auberginekroketten of limoen-honing panna cotta duik ik in elk geval snel de keuken in. Si, la vita è bella!

  • Share/Bookmark
jul 11

Aaaahhh! Ik schrik wakker van een enorme steek in mijn rug; het lijkt alsof er een mes in wordt gestoken. Wat is dit? Mijn vriend, Dominic, ligt naast me en verkeert nog in dromenland. Ik sta op en loop naar de keuken om een glas water te drinken en een paracetamol te zoeken, in de hoop dat daarmee de pijn zal verdwijnen. Ik ga op een stoel aan tafel zitten en drink het glas water met de fijngestampte pijnstiller.

‘Diane, Diane!’ hoor ik in de verte roepen. Langzaam lukt het me van de nachtmerrie los te komen en te ontwaken. Ik lig op de grond, Dominic staat over me heen gebogen en roept dringend mijn naam. Lorenzo, de hond, zie ik erachter zitten. ‘Eh, ik ben denk ik flauwgevallen, ik had zo’n pijn,’ is mijn trage reactie. Dominic helpt me terug in bed en vertelt wat er is gebeurd. Hij werd wakker van het indringende geluid van een huilende wolf. Het bleek voortgebracht te worden door Lorenzo die naast mijn bewusteloze lichaam zat. Ik ben er helemaal door vertederd. Wat lief om op deze manier alarm te slaan! Dominic en ik kletsen nog wat. De pijn is verdwenen en ik besluit de volgende dag maar even naar een arts te gaan.

Bij de Eerstehulppost op Fiumicino ben ik direct aan de beurt. Ik vertel de dienstdoende arts wat er is gebeurd en hij checkt mijn rug. ‘Hebt u nu nog pijn?,’ vraagt hij. ‘Nee, ik voel niets meer,’ is mijn antwoord. Hij kan geen diagnose stellen. ‘Het beste is dat op het moment dat u pijn voelt, direct weer naar een arts gaat. Op die manier kunnen we erachter komen wat het is,’ aldus zijn voor mij onbevredigende conclusie.

Gedurende de dag komt de pijn weer terug: vlammende steken in mijn rug. ’s Avonds ga ik opnieuw naar de Eerstehulppost, maar nu in Fiuggi. De dienstdoende arts, een vrouw, vraagt me mijn rug te ontbloten. Ze kijkt en roept uit: ‘Il fuoco di Sant’Antonio!’ Ik begrijp niet waar ze het over heeft; waarom moet de heilige Antonius erbij gehaald worden? Ik ben toch niets kwijt… Maar dan legt ze het me uit. Ze heeft kleine, rode vlekjes op mijn rug gevonden en dat wijst op het vuur van de heilige Antonius. Ze is blij met haar diagnose. Ik begrijp er nog steeds niets van, maar ik ben blij dat ze kennelijk weet wat het is en mij medicijnen voorschrijft waarmee ik van de rugpijn verlost zal worden.

Na enig opzoekwerk ontdek ik dat het vuur van de heilige Antonius gordelroos blijkt te zijn! De heilige Antonius abt, een Egyptische heremiet, heeft er zijn naam aan gegeven. Een ziekte als gordelroos werd in eerste instantie namelijk als het werk van de duivel gezien. Antonius, die in heel Italië bekend staat als overwinnaar van de duivel, is dan wel een voor de hand liggende heilige om tegen zo’n ziekte aan te roepen.

Wat een angsten moet men in vroeger tijden hebben uitgestaan! Bij eenvoudig te verhelpen rugpijn dacht men direct te zijn bezeten door de duivel… Bij mij was het gelukkig niet Cerberus, de hellehond, die me kwam halen, maar een lieve Lorenzo die alarm sloeg.

© Diane Kuster

  • Share/Bookmark
Getagd met:
preload preload preload