dec 13

Nog een mooi decembercadeau, met twee ingrediënten die onlosmakelijk verbonden zijn met de Italiaanse keuken. Olijfolie is een gezond en puur product, waar je mee kunt bakken en braden. Maar je kunt er ook heerlijke sauzen en dressings mee maken, en zelfs lekkere toetjes! Volop inspiratie dus voor een kookboek met 24 makkelijk te maken gerechten die olijfolie en olijven tot een ware delicatesse maken. Van groene pesto tot een basisvinaigrette en van citroensalade met sardines tot zeebaars met olijven.

Het boekje en de recepten zijn van de hand van Manfred Meeuwig, eigenaar van olijfoliewinkel Meeuwig & Zn in Amsterdam en foodstylist. Voor hij de recepten presenteert, vertelt hij eerst over de achtergrond van olijven en olijfolie. Een klein fragment:

‘Je zou het niet zeggen van zo’n zomers product maar olijven worden in de winter geplukt, van oktober tot januari om precies te zijn. Alle olijven zijn eerst groen en worden naarmate ze rijper zijn paars tot zwart. Alle olijven (dus ook de rijpe) smaken rechtstreeks van de boom geplukt erg bitter. Daarom ondergaan tafelolijven verschillende behandelingen, onder andere in pekelbaden, om ze eetbaar te maken.

Tijdens het plukken worden de olijven opgevangen in netten die op de grond zijn uitgelegd. Voor de kwaliteit van de olie is het van het grootste belang dat de olijven binnen 24 uur geperst worden. In de perserij worden de olijven gewassen en met wat koud water vermalen tot een dikke massa. Deze massa wordt op ronde matten verdeeld, opgestapeld en uitgeperst.

Het vocht dat hierbij vrij komt is helemaal niet lekker. Het bevat naast de olie met daarin opgeloste prettige smaakstoffen ook in water opgeloste bittere smaakstoffen. Maar dan vindt het wonder plaats: door middel van een simpele centrifuge wordt het onaangename vocht gescheiden van de lekkere olie. In zeer moderne perserijen wordt met het zogenaamde continue proces gewerkt. Hierbij is het malen en het persen een aaneensluitend proces. Sommige oliën worden vervolgens door dikke lagen papier gefilterd om ze helderder te maken, andere blijven  mooi troebel.’

Meeuwig legt vervolgens het verschil in kwaliteit en smaken tussen olijfoliën uit. Wanneer gebruik je welke olijfolie? Welke aanduidingen op het etiket zijn van belang?

Dan volgen de recepten, waarvan we er alvast eentje mogen proeven: salade van sinaasappel met muntijs.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

3 sinaasappels, geschild en overdwars in dunne plakjes gesneden
2 eetlepels extra vergine olijfolie
50 gram pistachenootjes, fijngehakt
1 bosje munt, fijngehakt
vanille-ijs

Verdeel de sinaasappel over 4 borden en schenk er de olie overheen. Meng de pistachenootjes met de munt. Maak bolletjes van het ijs en rol deze door het munt-pistachemengsel. Leg per bord een bolletje op de sinaasappelschijfjes en serveer direct.

Nog meer lekkere recepten met olijfolie vind je in

Olijf & Olie boekbox – 24 wereldse gerechten met olijvenschaaltje
Manfred Meeuwig
ISBN 9789057674662
€ 14,95
uitgeverij mo’media

Getagd met:
sep 03

Zoals beloofd vandaag een voorproefje van de nieuwe reisgids De smaak van Rome. In deze gids staan de belangrijkste bezienswaardigheden van Rome op overzichtelijke wijze beschreven, met tips voor de beste culinaire tussenstops in de nabije omgeving. Zo voorkom je dat je in de toeristenfuik naast het Colosseum stapt of veel te veel voor een bord te gare pasta betaalt.

Mijn collega’s en ik zijn in Rome op zoek gegaan naar de gezelligste wijnbarretjes bij het Campo de’ Fiori, de lekkerste ijssalons in de kleine straatjes rondom het Pantheon, de beste restaurantjes rondom het Piazza Navona en alle andere gouden adresjes. Enkele inwoners van de stad hebben bovendien prijsgegeven waar zij het liefste naartoe gaan voor hun dagelijkse cappuccino, een lekkere pasta of een goed glas wijn en uiteraard delen we ook die tips graag met jullie!

Met deze gids vermijd je de gebaande toeristische paden en valkuilen en geniet je op elk moment van de dag van de echte smaak van Rome. Dat het geen sinecure was om deze gids samen te stellen, vertelt Willemijn van Dijk naar aanleiding van haar laatste reis naar Rome, waar ze de laatste adresjes verzamelde:

‘Ik werk aan een boek over Rome.’ ‘Oh, echt waar? Mag ik je telefoonnummer?’ Hmmm. Ik wil mijn werk goed doen, echt waar, maar de Italiaanse obers maken het me niet overal even gemakkelijk. En dit is pas een van de eerste adressen! Ik heb er nog minstens honderd te gaan…

‘Ik ben journaliste, uit Nederland, en we maken een gidsje met de beste adresjes in Rome,’ probeer ik vol goede moed. Het lijkt te werken. Althans, de jongeman doet water bij de wijn, op zijn manier: ‘Kan ik je dan op Facebook zoeken? Wacht, ik geef jou het mijne. Dan laat je me weten als het boek uitkomt.’ Ik maak een paar foto’s van de binnentuin van het prachtige Hotel Russie aan de chique Via del Babuino en maak dat ik wegkom. ‘Grazie! Ci vediamo su Facebook.’ Of niet.

Nu hoor je mij niet klagen. Zeg nou zelf: de dag dat je baas tegen je zegt dat je cappuccino, ijs, wijn en andere Italiaanse specialiteiten moet gaan proeven in Rome, is de dag dat je jezelf afvraagt of die zegen die de paus ooit over je uitsprak op het Sint Pietersplein soms echt heeft gewerkt. Maar iedere idylle heeft haar realistische keerzijde.

De harde realiteit van mijn Rome-opdracht bleek tweeledig. Probleem één: hoeveel kan ik precies eten, drinken en proeven op een dag? Probleem twee: hoe knoop ik gesprekken aan met Romeinen zonder dat ze dat direct interpreteren als een regelrechte verklaring van de uiterste vorm van bereidwilligheid? Het antwoord op de eerste vraag werd met de dag, letterlijk en figuurlijk, rekbaarder. Het tweede antwoord bleek lastiger, want spontane gesprekken met Romeinen zouden me helpen het boekje nog leuker, beter, echter te maken.’

Willemijn in Rome

Gelukkig voor ons zette Willemijn door (een verslag daarvan lees je in haar volledige column op www.desmaakvanitalie.nl), hetgeen resulteerde in een 168 pagina’s tellende gids die vanaf vandaag te koop is.

Volgende week donderdag reiken we een bijzonder exemplaar uit aan Rosita Steenbeek, Rome-kenner bij uitstek. Ook zij gaf haar persoonlijke tips om een verblijf in Rome nog leuker – en vooral lekkerder – te maken. Zal ik er alvast een verklappen? Nou vooruit, omdat het zo’n feestelijk gebeuren is, het verschijnen van een boek waar je met z’n allen met hart en ziel aan gewerkt hebt, drie tips van Romeinse vrouwen die weten wat lekker eten is:

‘Fantastisch Siciliaans ijs vind je net even buiten het centrum, bij Gelarmony. Echt de moeite waard om even voor om te lopen!’
Rosita Steenbeek, auteur van o.a. Thuis in Rome

‘Een bezoek aan Rome is niet compleet zonder een stuk pizza te hebben gegeten! De beste maken ze volgens mij bij La Fucina. De beste prosciutto, verse mozzarella… Als je hier een pizza eet kom je als een echte kenner naar buiten.’
Cristina Bowerman, chef-kok Glass Hostaria in Trastevere

‘Mijn favoriete winkel in de stad is Spazio Sette. Van keukenschort tot leren bank; hier hebben ze echt van alles. Eigenaar Edoardo, een getalenteerd architect, is de ziel van de winkel.’
Giuseppina Torregrossa, auteur van o.a. De proefster

Meer van deze tips lees, zie en proef je in

De smaak van Rome
ISBN 9789025749866
€ 15,00
uitgegeven door De Smaak van Italië i.s.m. Dominicus

Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, hebben we alle adresjes ook verzameld in een supersonische iPhone-applicatie. Dankzij de unieke offline navigatie (met gouden kompas) weet je precies hoe je moet lopen om al die lekkere adresjes niet te missen. Als je de app eenmalig gedownload hebt, heb je alle adressen en de bijbehorende informatie altijd en overal bij de hand. Je betaalt dus geen extra kosten voor gebruik van internet in het buitenland.

De app bevat net als de gids ruim 150 unieke adressen voor koffie, ijs, aperitief, lunch, diner en culinair shoppen. Per adres krijg je niet alleen een uitgebreide beschrijving plus een duidelijke foto (zodat je het eenmaal in Rome makkelijk herkent) maar ook gegevens als telefoonnummer en webadres, zodat je (al voor je naar Rome afreist of in je hotel) een tafeltje kunt (laten) reserveren.

De app kost € 3,99 en is te downloaden in de AppStore. Heel wat goedkoper dan een persoonlijke gids, alhoewel mijn collega’s en ik uiteraard ook altijd meer dan bereid zijn om als persoonlijke gids op te treden. We moeten immers regelmatig voor nieuwe updates en adresjes zorgen, en bovendien zijn we Rome nog lang niet moe… Het gezegde Roma, non basta una vita onderschrijven we dan ook direct.

Daarom wandelen we ook op Ciao tutti komende weken door Rome. Maar eerst genieten we nog een paar dagen van Italië in eigen land, met nieuwe Italiaanse boeken en evenementen, maar na de eerder genoemde pranzo op 8 september gaan we echt weer op weg naar het zuiden. Reizen jullie mee?

Getagd met:
jul 03

Na de Italiaanse ijs-test van gisteren vandaag een heerlijk recept om thuis zelf echt Italiaans ijs te maken. En niet zomaar Italiaans ijs, nee, Campari-bloedsinaasappelijs. Een ideaal ijsje voor de zomer!

In Italië is bloedsinaasappelsorbet naast citroensorbet een veelvoorkomende smaak. Goede bloedsinaasappels zijn helaas slechts verkrijgbaar van januari tot april. IJsmeester Kees Raat, van wie het recept van vandaag afkomstig is, mixt het sap van de bloedsinaasappel graag met Campari, een bitter Italiaans aperitief gemaakt volgens een geheim recept dat in 1862 werd ontwikkeld door Gaspare Campari. De volle smaak van dit ijs zorgt voor een verrassende prikkeling van de smaakpupillen.

Ingrediënten:

25 gram citroensap
250 gram bloedsinaasappelsap
10 gram rodewijnazijn
40 gram Campari
400 gram suikerwater

Voor dit recept heb je een ijsmachine nodig.

Schenk de Campari in een kleine pan en laat deze op een laag vuur inkoken tot de alcohol verdampt is. De alcohol is er helemaal uit als er geen alcoholdamp meer in de pan is. Je kunt dit testen door de drank aan te steken met aansteker. Een veiliger methode is het geheel te wegen: als de vloeibare massa precies 30 gram weegt, is de alcohol verdampt.

Doe de Campari en alle overige ingrediënten in een hoge maatbeker en meng het geheel goed door met de staafmixer. Doe het ijsmengsel in de ijsmachine. Als je het ijs van tevoren klaarmaakt, bewaar het dan in de koelkast en roer het mengsel nog even door voordat het de ijsmachine ingaat.

Over IJstijd
De ijssalon van Kees Raat, in de Amsterdamse Warmoesstraat, is dé plek waar je echt ijs kunt eten, ijs zoals vroeger, vers bereid en met pure smaken. In zijn nieuwe boek IJstijd leert Kees Raat je hoe je zelf ijs kunt maken en wat de geheimen zijn om de pure smaak te krijgen – zonder kunstmatige grondstoffen. Oftewel: ijs zoals ijs vroeger smaakte en nog altijd zou horen te smaken.

Het boek begint met een beknopte geschiedenis van de ijssalon. Vervolgens neemt Kees het over om de verbanden te leggen met het heden en het een en ander uit te leggen over ijs maken. Wat zijn bijvoorbeeld de technieken om ijs te maken? Welke ingrediënten gebruik je? Hoe moet je eigenlijk proeven? En wat is de echte smaaksensatie?

Naast het beantwoorden van deze vragen licht Kees ook nog een aantal geheimen, technieken en fijne kneepjes toe. Hoe moet bijvoorbeeld de structuur van het ijs zijn? Hoe kan het dat Kees maar 6 procent suiker gebruikt, terwijl het meeste Nederlandse ijs 22 procent suiker bevat? En wat maakt ijs nu echt goed ijs?

Tot slot komen zelfs gastronomische invallen, zoals het gebruik van een bepaalde etherische olie, aan bod en natuurlijk ‘the secret to succes’ van Kees zelf.

IJstijd
Kees Raat
ISBN 9789048809882
€ 22,50
uitgeverij Carrera

Over Kees Raat
Kees Raat is chocolatier en ijsmaker. In zijn winkel in de Amsterdamse Warmoesstraat verkoopt hij elke dag vers Italiaans ijs. Met een vintage ijsmachine uit Bologna draait hij het lekkerste ijs. Naast traditionele bollen serveert Kees ook bijzondere smaken als zuppa inglese met rode likeur en dulce de leche met gezouten boter. Als je zelf ijs maken te veel werk vindt, dan kun je in elk geval bij Kees je hart ophalen!

Getagd met:
jul 02

Tot voor kort riep ik herhaaldelijk: ‘Voor ijs mag je me altijd wakker maken!’ Ik kon er geen genoeg van krijgen, en zodra de eerste zonnestralen zich lieten zien, genoot ik van het eerste ijsje buiten. In Italië ken ik zo ongeveer elke ijssalon – en elke smaak. Toen bij De Smaak van Italië het idee voor een Italiaanse ijs-test ontstond, was ik dan ook meteen enthousiast. Alle Italiaanse ijssalons van Nederland testen? Count me in! Ik droomde al van bollen pistache-, chocolade- en aardbeienijs…

Vol goede moed maakten mijn collega’s en ik een lijst van alle gelateria’s binnen onze landsgrenzen. We prikten een aantal dagen in onze agenda’s en telden de nachtjes tot het dan eindelijk zover was. Tijdens etentjes en borrels met vrienden was onze ijstest natuurlijk hét onderwerp van gesprek en ik kreeg regelmatig de vraag of er niet een extra proefpersoon nodig was. Lachend wees ik dat van de hand, en ook mijn collega’s waren veel te blij met al dat ijs in het vooruitzicht.

Met het vooruitzicht van ijs, ijs en nog meer ijs togen we op de eerste dag naar het zuiden van het land. Helaas werkte het weer niet mee: het was ijskoud voor mei, het waaide hard en de donkere lucht beloofde niet veel goeds… De eerste stop was in Den Bosch, waar de verleiding eerst een Bossche Bol met een kopje thee te nemen groot was. Maar ja, er stonden meerdere Bossche adressen op onze ijslijst – met heel andere bollen die geproefd moesten worden. Hier en daar viel dat nogal tegen, maar bij Frezzo werden we verrast door de royale porties en de heerlijk verse smaken. Ondanks ons goede voornemen alleen te proeven (en dus niet steeds het hele ijsje op te eten), ging het ijs tot het laatste uit het bakje geschraapte restje schoon op.

Op naar de volgende ijsadressen op het lijstje, maar niet voordat we een hartige pasta met ansjovis hadden gegeten bij wijze van late lunch. Na al dat ijs kregen we een enorme trek in iets hartigs, iets wat we tijdens de rest van de ijstestdagen vaak met frietjes of soep oplosten. Gelukkig vonden we de eerste dag een gelegenheid die geheel op Italiaanse wijze ’s middags een warme lunch serveert, zodat we weer een beetje in de stemming kwamen voor de gelati.

Want, eerlijk is eerlijk, het was nog niet zo gemakkelijk om zoveel ijs op een dag te eten. Al na een bolletje of zes hielden we ons aan ons voornemen: alleen proeven, een paar kleine hapjes, en als we het niet eens konden worden, vooruit, nog een hapje, maar zeker geen hele bolletjes meer – laat staan een heel bakje.

Dat hielden we prima vol, daar in het zuiden, tot we in Nederweert belandden. Onderweg hadden we veel geproefd, maar eigenlijk niet echt een ijssalon gevonden die boven de rest uitstak. In Nederweert vonden we zo’n adresje gelukkig wel. Op een paar minuten van de snelweg lag daar ijssalon Florence, een ruime salon met niet alleen een groot terras voor degenen die graag een ijscoupe eten, maar ook een paar bankjes voor het verorberen van je hoorntje of bakje.

Maar voordat er gegeten ging worden, moesten we eerst kiezen. Dat viel nog niet mee, ondanks het feit dat we sowieso overal het vanille- en aardbeienijs proefden. De keuze aan smaken was groot, en dan hadden veel smaken ook nog eens een prijs in de wacht gesleept. Uiteindelijk bestelden we van alles en nog wat, en genoten we buiten in het zonnetje, dat inmiddels was doorgebroken, van puur, vers ijs dat in Italië niet zou misstaan. Het enige nadeel: het ijs was zo lekker, dat we ons voornemen weer naast ons neerlegden en elk bolletje verrukt naar binnen lepelden.

Om niet direct rechtsomkeert te maken en ook nog de rest van de Limburgse Italiaanse ijssalons te kunnen testen, brachten we onze smaakpapillen tot rust met een sterke espresso – waardoor we tot aan Maastricht prima konden proeven. Dit keer wel zoals bedoeld, met een paar hapjes per smaak per ijssalon. Nu moet ik wel zo eerlijk zijn om te zeggen dat de kwaliteit van Florence in Nederweert bij lange na niet werd gehaald, dus het was vrij makkelijk om niet te smokkelen.

Tot we in Maastricht kwamen. Het was inmiddels bijna etenstijd en mijn collega-ijstester en ik konden eerlijk gezegd geen ijs meer zien. Toch moest er in Maastricht nog goed geproefd worden. Voor de zekerheid schakelde ik wat hulptroepen in. Gelukkig was mijn voormalig oppaskindje (die inmiddels zelf al bijna afgestudeerd is en Maastricht op haar duimpje kent) direct enthousiast; ijs proeven wilde ze wel.

Ze nam ons mee naar alles adressen van ons lijstje en stelde zich meer dan behulpzaam op. Waar wij met veel pijn en moeite twee smaken wisten te kiezen, was zij bereid om meer te proeven. Natuurlijk konden wij het niet laten om van elke smaak toch iets te proeven, maar echt bekoren kon het ons niet. Bij een van de laatste ijssalons van de dag, Luna Rossa, werden we echter alleen al enthousiast door het interieur, door de enorme bergen ijs in de vitrine, met Italiaanse benamingen en de meest waanzinnige combinaties.

We keken elkaar aan en dachten allemaal: ‘Ach, het is de laatste van vandaag’. We leefden ons uit en kozen allemaal verschillende smaken, die in een flinke portie in een bakje werden geschept. Op een muurtje genoten we van elke hap – even vergetend dat we de komende dagen nog veel ijs zouden moeten proeven. Het ijs in mijn geboortestad smaakte onovertroffen, en we besloten unaniem dat deze in elk geval vermeld moest gaan worden.

We liepen nog een keer langs de vitrine om alle smaken in ons op te nemen en eindigden toen op de Markt, met een grote zak friet om al dat zoet te compenseren. Op de terugweg naar Amsterdam, evalueerden we alle geproefde smaken en stelden we een lijst met onze favorieten uit de zuidoostelijke provincies op, die ik – met trots en nog steeds een beetje buikpijn – ook aan jullie mag presenteren:

Luna Rossa
Hoogbrugstraat 45 & Graanmarkt 4, Maastricht

Luna Rossa is zo’n ijssalon die zelfs in Italië in positieve zin zou opvallen. Alles klopt hier; het ijs is huisgemaakt, de smaken worden bij de Italiaanse naam genoemd en je ijsbakje wordt royaal gevuld met een spatel. We proefden Amadeus (kersenijs) en tartufo bianco (ijs van witte chocoladetruffel), die beide naar meer smaakten. Met een charmante vestiging aan het Onze Lieve Vrouweplein én een in het gezellige Wijck heeft Luna Rossa bovendien twee toplocaties te pakken.

Frezzo
Visstraat 52, ’s-Hertogenbosch

In de kleine salon van Frezzo in ’s-Hertogenbosch is het alsof je midden in Milaan staat, dankzij de grote foto’s aan de muur. Nergens in Nederland proefden we zulk lekker vanille-ijs, maar ook de smaak ciambella (citroencake) was heerlijk. De bollen zijn royaal en de prijzen redelijk. Goed nieuws dus dat Frezzo ook in Breda een vestiging heeft!

Florence
Brugstraat 23, Nederweert

Florence in Nederweert is typisch zo’n ijssalon waar je nog graag even voor omrijdt. De ijsvitrine is overvol met verschillende smaken, terwijl de muur vol hangt met talloze prijzen voor het huisgemaakte ijs. Het personeel heeft kennis van zaken en smaken en de prijzen zijn meer dan schappelijk.

Na onze ijsdag in het zuiden volgden uitstapjes naar alle uithoeken van het land. Van Joure tot Roosendaal, van Haarlem tot Groningen; we proefden en beoordeelden alle Italiaanse ijssalons in Nederland. In het zomernummer van De Smaak van Italië, dat vanaf gisteren overal te koop is, vind je alle winnende ijssalons. Als je bij een van deze ijssalons een ijsje haalt, weet je zeker dat je de échte smaak van Italië proeft! Ze zijn allemaal herkenbaar aan dit ijsvignet:

We hebben de winnaars ingedeeld per regio, zodat je gemakkelijk kunt opzoeken waar het lekkerste ijs bij jou in de buurt te vinden is. Maar de genoemde salons zijn stuk voor stuk het omrijden waard, dus als ijsliefhebber moet je ze eigenlijk allemaal wel een keer met een bezoekje vereren. Het is alleen wel aan te raden het wat meer te spreiden dan wij deden, want na onze ijstest heb ik nog geen ijsje gegeten…

jul 01

Vandaag is het dan eindelijk zover: het extra dikke zomernummer van De Smaak van Italië, waaraan mijn collega’s en ik de afgelopen weken hebben gewerkt, ligt in de winkel! Eindelijk mogen we verklappen waar we al die tijd mee bezig waren, eindelijk mogen we laten zien wat voor moois er allemaal te zien en te lezen valt in deze zonnige editie!

De eerste redactievergadering over dit zomernummer begon twee maanden geleden eigenlijk direct al met een dilemma. Zoals Marcel Molenbeek, de uitgever, al in zijn voorwoord vermeldt, was het voor ons een hele uitdaging om voor alle onderwerpen die we jullie wilden voorschotelen binnen de beschikbare pagina’s een goede plek te vinden: ‘Voor al dat moois leek De Smaak van Italië al snel een maatje te klein. Dat onze redactie creatief is, is me inmiddels duidelijk – alleen pakte dat voor mij, als uitgever, dit keer verkeerd uit. Anders dan de naam van mijn functie doet vermoeden, probeer ik juist de kosten in bedwang te houden, hetgeen me, niet tot ieders plezier en genoegen, in de loop der jaren steeds beter afgaat.

Maar het redactionele aanbod van al dat moois leidde tot de uitzondering die de regel bevestigt: met 24 pagina’s extra is dit een zomernummer in XL-formaat! En zeg nu zelf: deze Smaak met een maatje meer is toch een echt zomernummer geworden waar niet alleen de zon maar ook het zoute water van afspat!’

Wat heeft de nieuwe Smaak zoal voor jullie in petto?

De mooiste stranden van Italië
Zon, zee… en strand! Voor velen is het vakantiegevoel pas compleet als ze de zandkorrels tussen hun tenen voelen en de eerste zeelucht opsnuiven. Italië is – met bijna 8000 kilometer kustlijn – het ideale land voor strandliefhebbers en zonaanbidders. Die lange kuststrook maakt het alleen wel moeilijk kiezen… Om je op weg te helpen zocht de Smaakredactie de absolute pareltjes voor je uit. Andiamo al mare!

Chiavari – schitterend pronkstuk aan de Ligurische kust
De Italiaanse rivièra is een walhalla voor aanbidders van zon, zee en strand. Er zijn badplaatsen te over aan deze smalle, groene kuststrook, allemaal even verfijnd. Maar een pot nat, dat zijn ze allerminst! Neem nu Chiavari. Wie van antiek en bijzonder huisraad houdt, staat hier een hoop verrassingen te wachten.

Chiavari heeft een eersterangs positie aan de Golf van Tigullio aan de Ligurische kust. Het ligt maar een paar kilometer van de befaamde badplaats Portofino aan de ene en de Cinque Terre aan de andere kant. Met in het achterland een zacht glooiend heuvellandschap, kijkt Chiavari uit op een helderblauwe zee waar vissersboten en plezierjachten af en aan varen. De boulevard ligt er uitnodigend bij met zijn felgekleurde huizen.

Het hart van Chiavari wordt gevormd door Piazza Mazzini. ’s Morgens, als de groente- en fruitmarkt wordt gehouden, is het hier een drukte van belang. Vanaf dit plein strekt zich een aangenaam voetgangersgebied uit met chique boetiekjes, barretjes en restaurants. Vis is in deze kustplaats natuurlijk niet van de menukaart weg te denken. Het is heerlijk om Chiavari te voet te verkennen en te wandelen langs de lanen die omzoomd zijn met palmbomen, oleanders en sinaasappelbomen. De Smaak neemt je mee naar de mooiste plekken in dit havenstadje!

Bergamo – Tussen berg en dal
Bergen en valleien, middeleeuwse plaatsjes en trendy winkelgebieden: in Lombardije vind je het allemaal. Toch is er maar één plek in deze regio waar dit alles echt bij elkaar komt. Die plek is Bergamo. Hier gaan alle kwaliteiten van de regio moeiteloos in elkaar op.

Bergamo is het hart van Lombardije, een stad vol contrasten. Met uitzicht op de bergen in het noorden en valleien in het zuiden heeft Bergamo een fantastische ligging. Deze stad, op slechts veertig kilometer ten oosten van Milaan, bestaat eigenlijk uit twee steden. De Città Bassa ligt in een dal en vormt het moderne Bergamo met zijn brede lanen en trendy winkels. De oude kern, de Città Alta, met middeleeuwse steegjes en karakteristieke torentjes ligt bovenop een heuvel en is omringd door een dikke vestingmuur.

Italiaanse zomerlunch – Recepten voor een Siciliaanse zomer
Evenals haar landschap heeft de keuken van Sicilië ook een eigen karakter en een bijzondere variëteit. Tijdens een Siciliaanse reis ontdekte Manuela Darling-Gansser, geboren in Lugano, de culinaire rijkdom van het eiland. Geïnspireerd door familietradities kookt zij al heel haar leven met passie. Het liefst voor de hele familie, en het liefst buiten: ‘Voor het huis is een breed terras dat uitkijkt over de tuin met uitzicht over de haven erachter. Op het terras, in de schaduw van een met blauweregen begroeide pergola, staat een lange eettafel. Wanneer het maar mogelijk is, eten we daar. We hebben vooral een traditie van zondagse familielunches.’

Voor de lezers van De Smaak van Italië onthulde Manuela een aantal van haar favoriete recepten. Alle recepten staan in het pas verschenen kookboek Lente in Sicilië, dat je nu cadeau krijgt als je een abonnement neemt. Op Ciao tutti schreef ik al eerder over dit prachtige kookboek, en gaf ik het recept voor gevulde koekjes van Lipari.

Thuis in Umbrië – Vijf Nederlandse vriendinnen in Perugia
Carla, Aafke, Caroline, Dorrie en Willemijn. Vijf Nederlandse vrouwen in Perugia. Ze hebben allemaal een eigen zaak en werken hard aan hun ‘Italian way of live’. Regelmatig spreken ze samen af. Dan wordt er gelachen, gedronken en gepraat. Vooral over de Italianen, want wie anders dan je Nederlandse vriendinnen begrijpen de rariteiten van de Italiaan? De Smaak van Italië ging een dag met hen op stap en leerde hen een voor een kennen.

De vriendinnen spreken af bij hun favoriete restaurant L’Officina. Het restaurant ligt in de wijk Borgo XX Giugno (‘Borgo Bello’ genoemd door locals). Een populaire wijk bij de bewoners van Perugia, omdat je hier met de auto kunt komen. Italianen lopen liever niet. De dames worden enthousiast verwelkomd door de kok, waarna we plaatsnemen aan een lange tafel. De wijn wordt ontkurkt, de grissini gegeten en de gesprekken komen op gang. ‘Het is nooit ons idee geweest om een vriendinnenclub bestaande uit Nederlandse vrouwen op te richten,’ vertelt Willemijn. ‘We kwamen elkaar toevallig een voor een tegen.’

Nog meer Italië
In deze zomerse editie vind je natuurlijk nog veel meer Italiaanse inspiratie dan ik hier vandaag noem. Wat dacht je bijvoorbeeld van het Italië van Anna Drijver, 24 uur in Venetië, het verhaal achter Oliviero Toscani, de fotograaf van de Benetton-campagnes, de 55 Italiaan-ste boeken voor op vakantie, een extra lang leesverhaal uit het boek Italië voorgoed, de column van Martin Simek over hindernissen, een interview met Giuseppina Torregrossa over haar nieuwe culinaire roman (waarover binnenkort meer) en, als uitsmijter, de uitslag van de grote Italiaanse ijs-test die we op touw hebben gezet.

Van Joure tot Maastricht, van Roosendaal tot Groningen; met de hele redactie hebben we het aanbod van de Italiaanse ijssalons in Nederland geproefd en beoordeeld. Trots presenteren we in de zomerse Smaak de winnende ijssalons, waar je volgens ons de échte smaak van Italië proeft! Over hoe die ijstest in zijn werk ging, vertel ik jullie morgen meer!

Getagd met:
sep 16

Toen ik bij Only Pasta in Santpoort was om de pastaworkshops door te spreken (zie Ciao tutti van 6 september), kon ik het natuurlijk niet laten om ook even in de winkel rond te neuzen. Daar vond ik een voor mij onbekende olijfolie, die ik natuurlijk meteen mee naar huis nam om te keuren.

De Colline di San Mauro, zoals de olijfolie zo mooi heet, stelde zeker niet teleur. Sterker nog, het is misschien wel de lekkerste olijfolie die ik afgelopen maanden proefde (en geloof me, dat waren er heel wat!). De olijfolie is genoemd naar de Sabijnse heuvels (colline) in de buurt van Rome. Hier ligt het San Mauro domein, waar de beste olijven van heel Italië groeien als je deze olijfolie mag geloven.

De olijfolie is gemaakt van een mix van carboncella-, frantoio-, leccino- en pendolino-olijven. Carboncella is een echt Italiaanse olijfsoort, die alleen in de Sabijnse heuvels groeit. Deze olijfsoort is wat later rijp en laat zich moeilijker plukken. De carboncella-olijven zorgen voor een krachtige olijfolie, die in combinatie met de leccino- en frantoio-olijven een mooie en licht bittere, groene smaak oplevert met tonen van pijnboompit en artisjok.

Deze olijfolie blijft goed overeind bij kruidige en zoete gerechten, zoals panforte en olijfolie-ijs, maar ook bij vleessoorten met een sterkere smaak.

De olijfolie van San Mauro wordt gemaakt op basis van de oude Romeinse tradities. De olijven worden tussen half oktober en half november geplukt en binnen 24 uur na de oogst koud geperst. De olijfolie wordt ongefilterd opgeslagen in tanks en na minimaal een maand gebotteld in kleine donkere flessen.

Om de kwaliteit te duiden, werd olijfolie in de Romeinse tijd ingedeeld in verschillende categorieën. ‘Oleum Ex Albis Ulivas’ was de classificatie voor de allerbeste olijfolie. Deze werd gemaakt van in november geplukte olijven; vroegrijpe olijven dus die een olie opleveren met een zeer lage zuurgraad, een laag gehalte peroxides en een hoog gehalte polifenolen. En dat proef je! Als de Romeinse kwalificatie nog gangbaar was, dan zou de olijfolie van San Maura zeker een ‘Oleum Ex Albis Ulivas’ opgeplakt krijgen!

Goed, een lekkere olijfolie is één ding, het is veel belangrijker wat je ermee kunt doen. De afgelopen weken heb ik dan ook flink geëxperimenteerd. Ik schonk de olijfolie bij salades, over pastagerechten, bakte er plakjes courgette en aubergine in (en nee, dat is niet zonde – je proeft echt het verschil!) en doopte er stukjes versgebakken brood in. Toen las ik het papiertje dat ik bij de fles kreeg nog eens goed, en ja, daar stond het echt (de oplettende lezer van vandaag heeft het al lang gezien): ‘Deze olijfolie blijft goed overeind bij kruidige en zoete gerechten, zoals panforte en olijfolie-ijs.’

Olijfolie-ijs, dacht ik, dat is wel omslachtig. Om nu een hele fles goede olijfolie te gebruiken voor een experiment… Gelukkig vond ik bij toeval een recept voor roomijs met olijfolie in Jamie’s Italië. Hoewel vrienden en collega’s het maar een vreemde combinatie vonden, was ik ervan overtuigd dat het een lekker toetje zou zijn en ging ik aan de slag.

Het resultaat viel niet tegen, sterker nog: het was heerlijk. Hierbij het recept voor wie het ook wil proberen, succes gegarandeerd!

gelato con olio e sale
roomijs met olijfolie en zeezout

Jamie: ‘Ik kreeg dit gerecht jaren geleden voorgeschoteld en was geschokt, maar het bleek verschrikkelijk lekker! Je kunt het alleen met succes klaarmaken met goed vanille-ijs en de beste olijfolie die er te krijgen is. Doe een paar bolletjes vanille-ijs in schaaltjes, giet er wat heel goed extra vergine olijfolie over, liefst eentje met een mooi grassige, bloemige smaak, en strooi er een klein snufje zeezout over. Ik kan niet uitleggen waar het op lijkt… je moet het gewoon zelf proberen!’

Bestel Jamie’s boek hier via bol.com!

aug 31

Augustus was een maand vol ijs, dat is jullie vast niet ontgaan. In september dacht ik daarom maar een gezonder culinair product op Ciao tutti centraal te zetten, en wel olijfolie. Vandaag een goddelijke combinatie van beide producten: olijfolie-ijs.

Ingrediënten:
300 cc goed vanille-ijs
2 eetlepels sterk geurende extra vergine olijfolie
150 gram suiker
200 gram zwarte olijven, zonder pit
1 eetlepel maïzena
1 ei
50 amandelen
gedroogde rozemarijn
zout

Laat het ijs een beetje zacht worden. Meng de olijfolie erdoor en laat het in de vriezer weer hard worden.

Verwarm 100 gram suiker met een glas water. Laat zachtjes op laag vuur smelten. Voeg de helft van de olijven toe en laat 10 tot 15 minuten zachtjes pruttelen.

Giet af en rol de nog natte olijven door de suiker. Hak de olijven grof.

Meng de maïzena met het ei, de rest van de suiker, de fijngehakte amandelen en de gedroogde rozemarijn. Maak er kleine hoopjes van en leg deze op een ingevette bakplaat. Bestrooi met de gehakte olijven.

Bak de koekjes in een matig hete oven in 5 minuten lichtbruin. Laat de koekjes in een holle vorm afkoelen, zodat ze een mooie vorm krijgen.

Serveer een bolletje olijfolie-ijs met of in een olijvenkoekje. Bestrooi het geheel met de gekonfijte olijven.

Dit recept is afkomstig uit Olijfolie, geschreven door kok en olijfolie-importeur Manfred Meeuwig.

In zijn winkel in Amsterdam vind je een keur aan olijfolie; uit Italië natuurlijk, maar ook uit Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije en Frankrijk. Meeuwig verkoopt zijn olijfolie vanuit roestvrijstalen tanks. Daardoor kan hij de echt bijzondere olijfolie kopen, geproduceerd door kleine boeren die geen eigen flessen en distributielijn hebben. Natuurlijk kun je elke olijfolie eerst proeven en je kunt zelf kiezen hoeveel olijfolie je mee naar huis wil nemen. Zo kun je naast je eigen vertrouwde olijfolie ook steeds een nieuwe soort proberen!

Aangezien Manfred Meeuwig na al die jaren olijfolie importeren een enorme kennis heeft opgedaan, werd het tijd om deze kennis te delen met zijn klanten en andere olijfolieliefhebbers. Vandaar het boek Olijfolie, waarin hij niet alleen de lekkerste recepten met olijfolie prijsgeeft, maar ook vertelt over hoe olijfolie nu precies gemaakt wordt, waar olijfolie vandaan komt en hoe je olijfolie nu het beste kunt proeven. Na het lezen van dit boek heb je niet alleen een enorme trek, maar weet je ook nog eens heel veel meer over het groene goud dat ook buiten Italië zo geliefd is. Dus, zoals Meeuwig zou zeggen, check your oil!

Getagd met:
aug 12

Op mijn zoektocht naar het lekkerste Italiaanse ijs in Amsterdam miste ik een smaak die ik tijdens mijn laatste bezoek aan Italië tot de lekkerste ijssmaak heb verkozen: granaatappelijs. Er gaat niks boven dit smaakvolle, helderrode ijs, dat overigens misschien nog wel lekkerder smaakt met een bolletje vanille-ijs erbij voor het contrast. Bewerkelijk is het wel, dus misschien niet zo gek dat geen enkele Amsterdamse ijssalon zich er dagelijks aan waagt.

Ingrediënten:
5 granaatappels
1 citroen
200 g suiker

Haal de pitjes uit de granaatappels. Doe dit wel voorzichtig, want een rijpe granaatappel kan erg spatten en het rode sap maakt vlekken die moeilijk te verwijderen zijn. Doe de pitjes in een pan en pers de citroen erboven uit. Schenk er een half glas water bij en roer de suiker erdoor. Laat het geheel een kwartier zachtjes koken. Wrijf het mengsel door een zeef en laat het goed afkoelen. Draai vervolgens in de ijsmachine van dit granaatappelsap in ongeveer 30 minuten een heerlijke granaatappelsorbet, oftewel gelato melagrano.

Siciliaans testament – Rosita Steenbeek

In Siciliaans testament van Rosita Steenbeek vond ik een fragment waarin het granaatappelijs als toetje wordt opgediend. Het granaatappelijs wordt hier vast niet voor niets opgediend; de vrucht staat symbool voor de melancholie die door het hele boek heen te voelen is.

Siciliaans testament gaat over een Nederlandse vrouw die naar Sicilië terug is gekeerd om haar voormalige geliefde te bezoeken, die stervende is. Waar ze vroeger midden in la dolce vita belandde en de liefde geen grenzen kende, komt ze nu terecht in een duister drama, met een oude verbitterde man, zijn schizofrene zoon en een tirannieke butler. De fysieke en mentale ontluistering van de oude psychiater en man van de wereld staan in schril contrast met de schoonheid van het eiland en de uitbundige feestelijkheden rond de beschermheilige van de stad, Sant’Agata.

Siciliaans testament is een hartstochtelijke ode aan Sicilië en ademt een zoete melancholie om wat was en nooit meer zal zijn. Lees maar een stukje mee:

’s Avonds eten ze op het door kaarsen verlichte terras van Sant’Elena, onder de hoge bomen waarin krekels boven de romantische muziek van de pianobar uit proberen te komen, naast hen het maanverlichte strand en de glanzende zee.

Ze was hier gelukkig geweest. En ongelukkig. Ze hield van hem en hij van haar. Ze leefde in het hier en nu, met hart en ziel en zinnen. Alles wat haar grond vormde, waarmee ze was grootgebracht, het Griekse theater, oude kerken, beeldende kunst en geschiedenis, vond ze hier. In andere opzichten was het jetsetbestaan van strand en nachtclubs, motorboten, luchtig vertier, in strijd geweest met alles wat ze kende en had nagestreefd. Maar de ondergrond was dramatisch, dat had ze altijd gevoeld, zoals hun relatie dramatisch was, want onmogelijk. Omdat ze zo aan hem verslingerd was kon hij haar kwetsen zonder het te willen. Dan had ze het gevoel dat ze een vastgelegde rol moest spelen in het leven dat hij al veertig jaar leidde. Nu raakt hij haar niet meer op die manier en dat is tegelijkertijd droef en bevrijdend. Ze voelt geen drang te vechten om zijn aandacht. Ze vindt het wel erg dat hij somber is en ze betreurt het dat ze daar weinig aan kan doen.

Er staat geen risotto alla zarina meer op de kaart, risotto met kaviaar, die ze hier vroeger altijd namen, wel risotto al nero di seppia, risotto in zwarte inktvisseninkt.
Achter de oleanders ziet ze het huisje met balkon dat ooit speciaal voor Roberto als appartement was ingericht. In de drukste periode van de zomer zaten ze vaak hier omdat Roberto geen zin had om heen en weer te rijden tussen de villa en de zee en ook omdat het hier levendig was en vol zat met artiesten die optraden tijdens het festival. Ze ziet zichzelf daar voor de spiegel staan om zich op te tutten voor een feestdiner en hoe het zweet van haar gezicht bleef druipen. Ook toen woei de scirocco en hield het eiland dagen in zijn gloeiende greep met temperaturen die zelfs ’s nachts niet onder de veertig graden daalden.

‘Beetje bitter,’ zegt Roberto melancholiek, ‘dat de dingen niet meer zijn zoals ze waren.’
Dat zei hij twintig jaar geleden ook en daar had ze vaak om gehuild.
‘Ook mooi,’ zegt hij nadat ze een tijdje zwijgend hebben gegeten. ‘Ieder mens heeft seksuele gevoelens, de laagste mensensoort, de dieren. Ze volgen hun driften en instincten, maar dit wat wij hebben is bijzonderder.’
Ze kijkt naar hem. Hij niet naar haar.
‘Diepe affectie, van hart en ziel.’
Dan ziet ze even een weemoedige glimlach.

Toe nemen ze granaatappelijs, zoet en bloedrood.
‘Ik heb veel fout gedaan, me door instincten laten beheersen. Wat is ervan over? Niks.’ Als hij de kracht zou hebben zou hij zich meteen weer in datzelfde leven storten, daar maakt ze zich geen illusies over.

Na het eten gaan ze zitten aan een tafeltje bij de rand van de dansvloer, een gedeelte van het grote terras dat door een bloemenhaag wordt gescheiden van het restaurant. De pianist speelt ‘Mala femmina’, zoals vroeger als ze hier verschenen. ‘Slechte vrouw, zoet ben je als suiker, je gezicht dat van een engel, en dat alles om mij te misleiden.’ Nadat Roberto dit lied een paar keer als verzoeknummer had laten zingen, zetten de zangers in alle pianobars het in zodra zij binnenstapten.

‘Champagne?’
Even later wordt er met een ingetogen knal een fles ontkurkt.
Ze toasten.
‘Op ons,’ zegt ze, ‘op wat is geweest, en op dat we hier weer zijn.’

© Rosita Steenbeek

aug 11

Voor wie elke dag wel een Italiaanse gelato lust een lijstje met het lekkerste Italiaans ijs in Amsterdam. Uiteraard ook een top 10 met de lekkerste adresjes buiten onze hoofdstad!

Italiaans ijs in Amsterdam

1 Pisa
Scheldeplein to nr. 10, Amsterdam

 

Al jarenlang woedt er een hevige strijd tussen Pisa en Venetië (nummer 2 in deze lijst) om wie nu het lekkerste ijs maakt. Voor mij persoonlijk is Pisa net even meer favoriet, vooral vanwege het onovertroffen pistache-ijs. Op hete zomerdagen is het grapefruitijs een aanrader: heerlijk verkoelend.

Pisa zit al sinds 1935 in Amsterdam. Enrico Morelli opende in 1935 samen met zijn twee compagnons IJssalon Roma aan de Beukenweg. Zijn zoon, Marco, is in 1956 naar Nederland gekomen en in het bedrijf van zijn vader gaan werken. Hij is daardoor een zeer professionele ‘Maestro Gelatiere’, oftewel een Meester IJsbereider geworden. Per seizoen worden er meer dan 60 verschillende smaken ijs gemaakt. Bijna te veel om allemaal uit te proberen!

2 Venetië
Scheldestraat 68, Amsterdam

Van Pisa naar Venetië is het in Amsterdam slechts een paar stappen. Deze geringe afstand is een goed excuus om beide ijssalons op een en dezelfde avond aan een smaaktest te onderwerpen! Zoals ik hierboven al schreef strijden beide ijssalons al jaren om de eerste plek in Amsterdam. De meningen van mijn mede-ijseters zijn verdeeld; vooral het donkere chocolade-ijs valt erg in de smaak. Oordeel zelf!

3 Monte Pelmo
2e Anjeliersdwarsstraat 17, Amsterdam

De Italiaanse ijssmaken van Monte Pelmo vinden gretig aftrek in het kloppend hart van de Amsterdamse Jordaan. Na een bolletje mascarponeroomijs of een bolletje aardbeienijs met hete pepers (zeer favoriet in Italië!) wil je niets liever dan de andere 68 smaken uitproberen. Betreden op eigen risico! Bij Monte Pelmo maken ze trouwens ook de lekkerste sgroppino van heel Amsterdam, maar daarover later deze maand meer!

4 Tofani
Kloveniersburgwal 16, Amsterdam

Hoewel je het bij binnenkomst misschien niet zou zeggen, maken ze hier het lekkerste chocolade-ijs van Amsterdam. Bestel dus een hoorntje met minimaal twee bolletjes chocolade en wandel naar de dichtbijgelegen Nieuwmarkt om daar van al dat heerlijks te genieten!

5 Metropolitan Deli
Warmoesstraat 135a, Amsterdam

Kees Raat opende vorig jaar zomer in de Warmoesstraat een culinaire hemel op aarde. Hoewel hij zelf geen Italiaan is, weet hij als geen ander hoe je het lekkerste Italiaans ijs moet bereiden. Aangezien zijn zaak op de route van het station naar mijn huis ligt, kan ik het bijna niet laten om regelmatig even langs te fietsen. Of langs te fietsen, eerlijk is eerlijk: meestal stap ik even af voor een citroen-limoenijsje met basilicum. Of, als het daar te koud voor is, een sterke espresso met een stukje van zijn zelfgemaakte chocolade. Een klein vakantiemomentje na een werkdag vol hectiek!

6 IJscuypje
o.a. Eerste van der Helststraat 27, Amsterdam

Ook bij het IJscuypje werken geen Italianen, maar hun stracciatella-ijs is werkelijk onovertroffen! Het is een hele uitdaging om de enorme bakken ijs voorbij te lopen zonder overstag te gaan. Zeker nu ze op meerdere plekken in de stad een vestiging hebben geopend is er geen ontsnappen meer aan!

7 Carlo di Luca
Gerard Doustraat 224, Amsterdam

Mijn bijna-buurman mag in dit lijstje natuurlijk niet ontbreken! Niet alleen maakt hij elke dag zelf het heerlijkste Italiaanse ijs, hij liet mij ook kennismaken met het Italiaanse fenomeen van een broodje ijs. Zie voor het uitgebreide verslag van deze bijzondere ervaring Ciao tutti van 17 mei.

8 Fior di Gelato
Nieuwe Spiegelstraat 56, Amsterdam

Zo af en toe duikt er een nieuwe Italiaanse ijssalon op in Amsterdam. Mijn laatste ontdekking is Fior di Gelato, op een steenworp afstand van het Rijksmuseum. Er werken echte Italianen, dus bestellen in het Italiaans (hetgeen de vakantiebeleving van een ijsje eten ten goede komt) is geen enkel probleem. Ik heb nog te weinig smaken getest om te kunnen beslissen welke nu de lekkerste is, maar dat probleem hoop ik voor het einde van de zomer te hebben verholpen!

9 L’Arcobaleno
Van Limburg Stirumstraat 15, Amsterdam

Sinds een paar maanden kun je ook in de buurt van het populaire Westerpark een echt Italiaans ijsje halen, en wel bij L’Arcobaleno (Italiaans voor De Regenboog). Bernard Oosterveen, de eigenaar, groeide op met het ijs van Venetië (nummer 2 op deze lijst). Het kon dan ook niet uitblijven: een eigen gelateria, met een keur aan smaken. Zelfs aan ijsliefhebbers met een allergie is gedacht. Zelf ben ik helemaal weg van het cappuccino-ijs, dat in tegenstelling tot de koffie zelf gelukkig ook ’s middags en ’s avonds mag worden genuttigd!

10 Jordino
Haarlemmerdijk 25a, Amsterdam

Jordino noemt zichzelf geen gelateria maar een desserteria, en daar kun je ze geen ongelijk in geven. Naast heel veel smaken versbereid room- en sorbetijs kun je bij Jordino terecht voor chocolade, bonbons, kleine makaronnetjes en barronettes, Nederlandse cakes met een Italiaans tintje. Lekker met een bolletje ijs!

Italiaans ijs in de rest van Nederland

1 Roberto’s Gelato – Utrecht
De onbetwiste nummer 1! Zie voor het uitgebreide artikel over Roberto’s Gelato Ciao tutti van gisteren, 10 augustus.

2 Garrone – Haarlem

Het grote voordeel van wonen in Amsterdam en werken in Haarlem is een wekelijks bezoekje aan de ijssalon van de familie Garrone. Al zestig jaar lang wordt het straatbeeld in de Haarlemse Grote Houtstraat bepaald door een lange rij wachtende mensen. Jong en oud staat geduldig in de rij voor een van de versbereide ijssmaken van de familie Garrone, smachtend naar een van de heerlijke smaken. Het ijs smaakt hier bijna nog lekkerder dan in Italië, zeker na een lange dag werken!

3 Luciano’s – Wassenaar
Luc Blok, alias Luciano is al een aantal keren uitgeroepen tot beste ijsmaker van heel Nederland, en dat proef je! Het personeel is vriendelijk en gastvrij en de zaak ziet er altijd schoon uit. Luc Blok weet als geen ander hoe je ijsliefhebbers moet verwennen. Zijn vanille-ijs blijft het meest populair, maar als je een iets avontuurlijker ijsje wilt kun je ook smaken proeven als buffelmelk en mojito.

4 Casa del Gelato – Assen

Het meest noordelijke stukje Italië van vandaag! Net als in Turijn eet je hier goddelijk gianduia-ijs, maar ook smaken als amaretto, bloedsinaasappel en kokos zetten je hersenen direct in Italiaanse stand. Van de eigenaar begreep ik dat ze ook al eens ijs gemaakt hebben op basis van prosecco en op basis van witbier. Daar ga ik graag nog eens voor terug!

5 Oberije – Brunssum

Van het hoge noorden naar het diepe zuiden, naar het terras voor ijssalon Oberije waar het een komen en gaan is van ijsjeslikkende mensen. Tijdens een lange zomermiddag proefden we hier zo ongeveer alle ijssmaken. Maar welke nu de lekkerste was? We durfden niet meer opnieuw te beginnen, dus die beoordeling laat ik graag aan de lezers van Ciao tutti over!

6 Luna Rossa – Maastricht
Meesterkok Huub Biro (van het succesvolle Italiaanse restaurant Ca’del Biro) heeft de Maastrichtenaren binnen zeer korte tijd aan het Italiaanse ijs gekregen. Of beter gezegd, aan het Napolitaanse ijs, want Biro haalt zijn inspiratie met name uit Napels. Bij Luna Rossa betaal je overigens niet per bolletje, maar per smaak: un gusto heb je al voor € 1,25.

Maar ja, 1 smaak… Als je de vitrine van Luna Rossa hebt gezien wil je alle smaken wel uitproberen. Niet gek dus dat buurtbewoners soms wel twee keer op een dag binnenwippen om een ijsje te halen. Zoals Biro het zelf ook zegt: ‘Als ik in Italië ben, eet ik zeker ook twee ijsjes. Per dag, uiteraard!’

7 Vivaldi – Hoorn
‘De beroemde componist Antonio Vivaldi leefde van 1675 tot 1741. Als deze Italiaan in de toekomst had kunnen kijken, zou hij intens tevreden zijn geweest met de wetenschap dat enkele centennia na zijn bloeiperiode een ijssalon naar hem vernoemd zou worden,’ aldus de website van de Hoornse ijssalon Vivaldi. En daarmee zeggen ze niets teveel: zo virtuoos als Vivaldi was op muziekgebied, zo weten ze hier in Hoorn de lekkerste smaakcomposities samen te stellen op ijsgebied…

Bij naamgenoot Vivaldi’s in Noordwijk proefde ik ooit overheerlijk limoncello-ijs. Helaas is één keer ijs eten te weinig om deze ijssalon in dit rijtje te plaatsen, maar we gaan uiteraard nog terug om alle andere smaken uit te proberen!

8 San Marco – Amersfoort
Gian Maria da Fies is jaren geleden helemaal uit Mareno di Piave, een dorpje in Noord-Italië, gekomen om in Nederland écht Italiaans ijs te verkopen, dat elke dag net zo vers wordt bereid als de mensen in Italië gewend zijn. De natuurlijke ingrediënten komen rechtstreeks van overwegend biologische boerderijen, zowel uit Nederland (voor het fruit bijvoorbeeld) als uit Italië (pistachenoten). Wat mij betreft mag Gian Maria nooit meer terug naar Italië, tenminste niet voordat hij zijn ijsreceptuur heeft overgedragen!

9 Talamini – Dordrecht
Riccardo Talamini kon de roep van het ijs niet weerstaan. Na een carrière als politieagent gooide hij het roer om en trad hij in de voetsporen van zijn Italiaanse vader. In de jaren dertig trok deze vanuit een dorpje in Noord-Italië naar Nederland om de inwoners van Dordrecht kennis te laten maken met echt Italiaans ijs. In de tuin van Talamini besloten we om dit keer niet een gewoon ijsje te nemen, maar een heuse coupe, met versbereid vruchtenijs en veel vers fruit. Met elke hap waan je je even op een terras aan de Italiaanse kust…

Ook in het oosten van het land vind je een aantal ijssalons met de naam Talamini, maar deze ijsbereiders zijn geen familie van Riccardo. Talamini in Deventer is naar men zegt de grootste gelateria ter wereld. Het is een 120 meter lange pijpenla van achter elkaar liggende panden, die door de Italiaanse bouwmeester Eduardo Gellner in een ultiem lusthof is herschapen en van de Brink tot de Grote Overstraat loopt, onderweg enkele bekoorlijke tuinen passerend. Er kunnen wel 500 mensen van een ijsje zitten te genieten.

De nummer 10 in deze ijs top-10 ligt vast bij jou om de hoek! Laat ons weten waar jij het lekkerste Italiaanse ijs eet via blog@ciaotutti.nl, dan komt jouw favoriete ijssalon misschien wel op de Gelatissimo-lijst!

aug 10

Ja, je leest het goed! Zes bolletjes ijs is dagelijkse kost voor Roberto Coletti, eigenaar van Roberto Gelato in Utrecht. En ondanks het feit dat hij de keuze heeft uit een hele vitrine vol met de lekkerste smaken, kiest Roberto toch altijd weer voor chocolade en variegato amarena (yoghurtijs met amarena-kersen). Die vindt hij nu eenmaal het lekkerst.

‘IJs verveelt nooit,’ zo vertelt Roberto terwijl we op de ijshoornstoeltjes voor zijn ijssalon een ijsje eten. Hij dus een bolletje chocolade en een bolletje variegato amarena, ik een bolletje yoghurt en een bolletje bloedsinaasappel. ‘IJs is voor mij dan ook niets nieuws, ik ben er echt mee opgegroeid. Mijn overgrootvader, Giuseppe da Forno, had rond 1900 al een ijssalon in Krakau, in Polen. Mijn hele familie heeft wel iets met ijs. En niet alleen mijn familie: ook veel van mijn Italiaanse buren, vrienden en dorpsgenoten hebben van ijs hun werk kunnen maken.’

Roberto’s familie komt namelijk uit Pozzale di Cadore, een klein dorpje midden in de Italiaanse Alpen. Uit deze streek komen de meeste ijsbereiders die in Duitsland, Nederland en Oostenrijk een eigen ijssalon zijn begonnen. Roberto: ‘Met zoveel ijsbereiders in het dorp is het dan ook niet verwonderlijk dat er in de lente niet veel meer te beleven valt. Het hele dorp loopt leeg. In de winter, als de ijssalons dicht zijn, komen de ijsbereiders allemaal weer naar huis en is het er lekker druk. Dan word er over het ijsseizoen gesproken, worden er nieuwe smaken besproken of uitgedacht en worden er wedstrijden gehouden en cursussen gegeven, zodat we allemaal weer helemaal in vorm aan het nieuwe seizoen kunnen beginnen. En natuurlijk eten we ook dan veel ijs, al is het dan wat minder dan in de lente en de zomer hier in Nederland.’

Gelukkig deelt de vrouw van Roberto, Carlina, zijn passie voor ijs. Samen runnen ze Roberto’s Gelato, en samen bedenken ze keer op keer nieuwe smaken en nieuwe smaakcombinaties. Hoewel Carlina is geboren in Nederland, komt ook zij uit een echte Italiaanse ijsfamilie. ‘Mijn grootvader, Guido de Lorenzo, heeft ruim tachtig jaar geleden het woord ijssalon bedacht. Toen hij in 1928 naar Nederland kwam, kon je alleen bij een ijskar ijs kopen. Veel keuze was er niet: men kende alleen maar roomijs. Toen hij in Utrecht een echte ijssalon opende, moesten zijn buurtgenoten dan ook wel even wennen. Een salon waar je meerdere smaken ijs kon kopen, dat was toch iets heel anders dan zo’n ijskar. En al die smaken, wat moest men nu kiezen?’

Carlina’s grootvader besloot dan ook om een flink aantal ijskarretjes door heel Utrecht te verspreiden, zodat mensen aan zijn ijs zouden wennen. Carlina: ‘Hij noemde deze karretjes ‘zijn krukken’. Het ijs van mijn opa viel gelukkig al snel in de smaak. Bij de verkiezing voor de Utrechter van de eeuw, driekwart eeuw later, zat mijn grootvader bij de top 3. Zou elke Utrechter inmiddels verslingerd zijn geraakt aan het ijs van mijn opa?’

Carlina’s eerste bijbaantje was natuurlijk in de ijssalon van haar ouders, op de Oude Gracht. ‘Ik heb er met mijn zusje heel wat uren en zonnige dagen doorgebracht en heb er zelfs mijn eerste vriendje leren kennen. De ijssalon van mijn vader was heel innovatief; hij maakte in de jaren zeventig bijvoorbeeld al drop- en kaneelijs. Naast de ijssalon is mijn vader ook altijd actief geweest. Zo is hij een van de oprichters van de vereniging van Italiaanse ijsbereiders in Nederland, de ITAL. Ook was hij hoofdexaminator voor de vakopleiding tot meester ijsbereider.’

Carlina trad in de voetsporen van haar vader en grootvader. Samen met Roberto maakt ze nu elke dag het lekkerste ijs voor Roberto Gelato. ’s Ochtends vroeg, voordat de eerste mensen hun ijsje komen halen, maken ze samen alle smaken die ze die dag gaan verkopen. Natuurlijk wordt er elke dag wel vanille-, chocolade-, citroen- en aardbeienijs gemaakt (en variegato amarena natuurlijk, niet in het minst voor Roberto zelf), maar Roberto zou Roberto niet zijn als hij er niet voor zorgt dat er steeds ook bijzondere smaken in de vitrine liggen. Wat denk je bijvoorbeeld van wittevrouwen (kwark met honing en krokante sesam), capriccio (roomijs met karamel en gesuikerde pinda’s), frollini (met heerlijke Italiaanse chocoladekoekjes) of Sicilia (ijs van geroosterde amandelen en vijgen)?

Daarnaast maakt Roberto elke week een nieuwe smaak, die hij nog nooit eerder gemaakt heeft en die vaak ook alleen maar die week te proeven is. Roberto noemt deze smaak mai prima, nooit eerder, omdat hij hem dus nog nooit eerder gemaakt heeft. Carlina: ‘Roberto verzint een nieuwe ijssmaak meestal niet in de ijssalon. Hij krijgt de beste ideeën als we ergens anders zijn. Of ’s nachts, maar daar ben ik niet zo blij mee, want meestal maakt hij me dan wakker om zijn idee te delen.’

Gelukkig vallen Roberto’s ideeën meestal goed in de smaak. Al klinken sommige ijssoorten misschien eerst heel raar, Roberto weet er toch iets heel lekkers van te maken. Nooit gedacht bijvoorbeeld dat je van ansjovis ijs kan maken, maar het kan niet alleen: het smaakt ook nog eens heerlijk. Je proeft de zilte smaak van de ansjovis, maar tegelijk ook het romige van het ijs. Heel bijzonder! Roberto maakte zo ook al eens haringijs, bierijs, tomatenijs, kaasijs, sigarenijs en sesamijs. Geloof je niet dat deze ijssmaken lekker zijn? Ga dan zelf maar eens proeven bij Roberto en Carlina! Natuurlijk mag je ook een ‘gewone’ smaak kiezen, al zijn deze ijssmaken hier wel veel lekkerder. Dat komt onder andere door de ingrediënten die gebruikt worden, verklapt Roberto.

‘De mango’s voor ons mangoijs komen uit India, de citroenen worden natuurlijk op Sicilië geplukt en de pistachenoten komen uit het Siciliaanse Bronte. De vanille voor het vanille-ijs komt van Madagaskar, de hazelnoten uit Piëmonte en de chocolade van bij onze zuiderburen. Lekkerder krijg je het echt niet!’

Daar kan ik Roberto na een middag ijs proeven alleen maar gelijk in geven. Ik weet in elk geval dat ik hem vandaag meer dan verslagen heb; ik kan de bolletjes ijs die ik gegeten heb niet eens meer tellen! Het liefst zou ik, net als Roberto, elke dag een bolletje of zes eten, zeker van dit bijzonder lekkere mango, wittevrouwen- of bloedsinaasappelijs. Ik zou er bijna voor naar Utrecht verhuizen…

Wil je deze bijzondere ijservaring niet missen, Roberto en Carlina maken nog tot oktober elke dag opnieuw het lekkerste ijs. Je vindt hen aan de Poortstraat 93, in Utrecht, of op www.lekkerijs.nl. Voor iedereen die na een bezoek aan Roberto en Carlina ook thuis het lekkerste ijs wil maken, schreef Carlina het boekje Lekker! IJs.

Naast allemaal leuke weetjes over de geschiedenis van ijs geeft Carlina natuurlijk ook wat recepten prijs! Voor de lezers van Ciao tutti het recept voor wittevrouwenijs, genoemd naar de Utrechtse wijk waar Roberto en Carlina hun ijssalon hebben.

Wat heb je nodig?

voor ongeveer 12 bollen ijs

weegschaal
kunststof bewaarbak
grote kom
plastic lepel
blender of staafmixer

450 gram volle kwark*
120 gram volle melk*
50 gram slagroom*
80 gram vloeibare honing* (ik vind acaciahoning het lekkerst!)
100 gram sesamzaad

*Carlina heeft alle ingrediënten in grammen gezet, aangezien een weegschaal meestal veel nauwkeuriger is dan een maatbeker!

Meng eerst de kwark met de melk, slagroom en honing.

Als je een ijsmachine hebt, kun je deze mix nu in de machine doen. Als je geen ijsmachine hebt, zet je het mengsel in een plastic bak minstens 2 uur in de diepvries. Het ijs is klaar als het helemaal hard bevroren is. Voel even met een vork.

Als het ijs klaar is, schep je het in de blender om de ijskristallen te breken. Schep het ijs zo snel mogelijk uit de bak, mix het in de blender of met een staafmixer en schep het daarna terug in de bak. Zet de bak weer in de diepvries. Laat het ijs 5 minuten in de diepvries staan.

Strooi net voor je het ijs serveert het sesamzaad over het ijs. Als je geen sesamzaad kunt vinden, kun je ook een sesam-snackreep in stukken breken en die gebruiken.

preload preload preload