feb 04

Tim Parks woont, samen met zijn vrouw en drie kinderen, in de buurt van Verona. Over zijn belevenissen in Italië en met de Italianen schreef hij Italiaanse buren, Italiaanse opvoeding en Een seizoen met Hellas Verona. Voor vandaag vond ik zijn verhaal over la strada delle zitelle, de straat van de oude vrijsters, wel toepasselijk. Lees maar mee!

‘Het moment waarop we echt als volwaardige bewoners van de Via Colombare werden geaccepteerd, was toen het algemeen bekend werd dat Rita een baby verwachtte. Het was februari, carnavalstijd, en de winkels hingen vol griezelmaskers en D’Artagnankostuums voor vijfjarigen. Het was ook rond die tijd dat we het Centro Primo Maggio ontdekten, een plek die me nog een beetje gelukkiger maakte met Montecchio dan ik al was.

Rita wilde een aantal onderzoeken laten doen in het ziekenhuis en vroeg Orietta hoe dat in zijn werk ging. Niemand had beter op de hoogte kunnen zijn. Noch blijer met het nieuwtje. Een baby op nummer 10, meraviglioso ! Ook Giampaolo was oprecht verheugd. Zijn serieuze mannengezicht kreeg iets opgewonden jongensachtigs. Er kwamen plotseling zeer gezellig vibraties te hangen in dit kraakheldere, stijlvolle appartement. Lara sprong haast een gat in de lucht. Het broertje of zusje dat ze zo graag had gehad! riep ze.

Uiteraard waren de Visentini’s de discreetheid zelve. Ze respecteerden je privacy, spraken met niemand. Dat was een erezaak. Elke mededeling, hoe banaal ook, beschouwden ze als hoogst vertrouwelijk. Maar nog geen tien minuten nadat Rita de nieuwe ontwikkelingen aan Lucilla had toevertrouwd (elke besloten leefgemeenschap heeft nu eenmaal zijn bron van roddel), was heel de Via Colombare op de hoogte. En daardoor stegen we aanzienlijk op de sociale ladder.

We waren niet langer twee toevallige passanten met rare baantjes die vreemde bezoekers ontvingen met smerige auto’s en buitenlandse nummerplaten. We waren verantwoordelijke mensen die zich begonnen te settelen. We gingen een gezin stichten en zouden dus wel christenen zijn, ook al gingen we niet naar de mis. Wanneer ik op straat liep, gebeurde het me niet meer dat iemand mijn ‘buongiorno’ en ‘buonasera’ negeerde. Integendeel, iedereen glimlachte samenzweerderig.

Rita werd aangeklampt door vrouwen die vroeger nauwelijks een woord tegen haar hadden gezegd. Wanneer zou het komen? Had ze last van misselijkheid ’s morgens? Wilden we een jongen of een meisje? Naar welk ziekenhuis dachten we te gaan? Er werd wijs geknikt in de koude lucht. Want er was geen mist meer, alleen een lang en saai wachten op de lente. En daarna kwam de baby.

Het zou trouwens wel een meisje zijn. Ja, het werd vast een meisje. Waarom? Omdat er de laatste jaren alleen maar meisjes waren geboren in de Via Colombare. En vreemd genoeg begonnen alle namen met een ‘M’: Marta, Monica, Milena… Misschien konden het onze Mariangela noemen, of Miranda. Dat wilde nu ook weer niet zeggen dat er zo veel kinderen waren geboren in de laatste tien jaar, want niet alleen was dit de straat van de meisjes (die op dat moment in het winterzonnetje volleybal speelden over een hek), het was ook la strada delle zitelle, de straat van de oude vrijsters.

Het was ons tot dan toe nog niet opgevallen, maar bij nader inzien woonden er inderdaad veel ongetrouwde vrouwen van middelbare leeftijd in de straat: de vrouw met de takkenbezem bijvoorbeeld en haar slankere zus; de donkerharige en vitale zus van de vertegenwoordiger in verzekeringen; en op de hoek van de Madonnina was er de vrouw die met een weefgetouw voor haar raam zat, en die een furieus blaffende hond aan de ketting had liggen achter een hoog ijzeren tuinhek, die naar de naam Boek scheen te luisteren.

‘Misschien komt het door de Maagd,’ lachte de vrouw met de takkenbezem, die zich plotseling heel vriendelijk gedroeg. Ze had touwachtig gepermanent, blond haar en een ferme moedervlek onder aan haar neus. We begrepen het niet. ‘De Madonnina,’ zei ze en wees naar het beeldje met het geduldige, droevige gelaat.’

Of het inderdaad door de Madonnina kwam, al die meisjes in de Via Colombare, en of Tim Parks en zijn vrouw uiteindelijk ook een meisje kregen dat ze een naam met een ‘M’ gaven, lees je in Italiaanse buren – net als heel veel andere Italiaanse zaken, zoals de regels rondom het drinken van cappuccino, het klimaat rondom Verona, de heiligenkalender die in elke Italiaanse keuken hangt en l’uomo rinascimentale. Genieten!

jan 28

Cacciucco, het nieuwe boek van Italiëkenner Joost Overhoff, lijkt op soep. Althans, het lijkt op cacciucco (dat je uitspreekt als ‘katsjoekko’). Het is een feestelijke Italiaanse vissoep die eruitziet als een culinair mozaïek: er zit van alles in.

Ook Italië zelf heeft veel weg van een mozaïek: rijkgeschakeerd, van alles wat, heel verschillend en toch één. Datzelfde geldt voor dit boek. Steden, streken, anekdotes en muziek, het komt allemaal aan bod. Van bij de grens met Zwitserland tot voor de kust van Afrika. Het culinaire vormt daarbij de rode draad, maar ook verder biedt het veel wetenswaardigheden.

Als voorproefje het verhaal over cacciucco:

Cacciucco. Alleen de naam al. Stevig, pittig, vurig. Spreek uit: ‘katsjoekko’. Klinkt geweldig. Maar wat is het?

Cacciucco is een roemrucht visgerecht. Bakermat: Livorno, aan de Middellandse Zee. Scheef onder Pisa. Het ‘Napels van het Noorden’ wordt Livorno ook wel genoemd, maar dat is slechts betrekkelijk. Alleen Napels is Napels en zo noordelijk ligt het niet. Wel zijn de livornesi heetgebakerd en willen ze dat graag weten. Bovendien zijn ze in één opzicht atypisch Italiaans: ze zeggen de dingen ronduit.

Livorno is een mengelmoes van mensen, een cacciucco di gente, een havenplaats die al eeuwen geleden werd bevolkt door een bont gezelschap buitenlanders. Vlamingen, Spanjaarden, Portugezen, Grieken, Turken, Duitsers, onder meer. Nederlanders ook. De Hollandse Kade, de Scali degli olandesi, herinnert daar nog aan.

De stad heeft zwaar geleden in de Tweede Wereldoorlog en draagt daar nog overduidelijk de sporen van. Een stad van water is het, niet alleen in de haven en op zee, maar ook in de binnenstad. Een van de stadswijken staat zelfs bekend als ‘het nieuwe Venetië’. Alweer verkeerd. Alleen Venetië is Venetië.

Maar Livorno hoeft zich helemaal niet te spiegelen aan derden. Want Pisa mag die toren hebben, Livorno heeft cacciucco. En toch dreigde de cacciucco af te glijden in de richting van de vergetelheid. Het was niet alleen een vissoep, maar ook een soep voor vissers. Een tikje te zwaar voor de nieuwe tijd, waarin algauw meer calorieën worden verzameld dan verbrand. Het was geen toeval dat het eten van cacciucco niet alleen gepaard ging met een forse inname aan wijn, maar daarna ook nog eens afgesloten werd met een pittige ponce. Dit drankje van koffie, rum en citroenschil is gebleven, maar de cacciucco is veranderd. Lichter is-ie nu, maar nog steeds niet te onderschatten.

Het keerpunt voor de cacciucco kwam in 1998, toen de livornesi in opstand kwamen tegen een ‘misdaad’. Een groot levensmiddelenconcern bracht kant-en-klare diepvriescacciucco op de markt, of althans wat daarvoor door moest gaan. ‘Een schande!’ riepen de Livornezen, voor wie cacciucco alleen in een dagverse versie ook werkelijk zo mag heten. Voorop in de frontlinie bevond zich Beppino Mancini van Ristorante La Barcarola. In het heetst van de strijd maakte de lokale krant Il Tirreno zelfs met de vetste letters gewag van een ‘CACCIUCCO-OORLOG’.

Hoewel dit alles een wat opgeklopte indruk maakte, markeerde het wel degelijk het begin van de svolta, de ommekeer. De instantcacciucco was een illustratie van het sluipende proces waarbij het kant-en-klare de ware kookkunst steeds sterker bedreigt. Zelfs in Italië. Niet dat de cacciucco-oorlog dit proces echt stuiten kon, maar het bracht wel degelijk de interesse terug in het echte, het ambachtelijke. Het is een ontwikkeling waar niet in het minst restaurants als La Barcarola zich druk kokend in verheugen. Deze hernieuwde aandacht voor het oerproduct past in een bredere beweging, met de van oorsprong Piëmontese organisatie Slow Food als meest spraakmakende spreekbuis.

Wat de cacciucco betreft is een oerrecept per definitie onbestaanbaar, net zoals er vele theorieën bestaan over de herkomst van dat zo smaakmakende woord. Zekerder is dat cacciucco staat voor ‘van alles en nog wat’. De ingrediënten variëren simpelweg met het aanbod. In den beginne, als visserssoep, belandden in het ideale geval alleen de goedkoopste, onverkochte vissen in de pan. En als er onverhoopt iets duurders overbleef, was het verlies toch winst. Voor de cacciucco.

Tegenwoordig zul je er in een restaurant, naast ‘vissen mét en zonder pootjes’, schaaldieren en zeevruchten in aantreffen. Vaak vinden octopus, pijlinktvis, hondshaai, poon, mosselen, allerlei garnaalsoorten en langoustines hun weg naar de cacciuccopan. Daarin worden ze gekookt met olijfolie, witte wijn, tomaten, salie, pepertjes en knoflook. Dit alles gedrapeerd op geroosterd brood. Met knoflook ingewreven en gepeperd zuigt dat veel op van het vocht, waardoor het wel een echte zuppa is, maar nauwelijks een echte ‘soep’.

Eigenlijk moet je voor een cacciucco vooraf reserveren, daar die in principe in één pan wordt bereid waarin de diverse onderdelen in meerdere etappes worden toegevoegd. Het is een methode die zeer nauw luistert, simpelweg omdat de verschillende feestelijkheden uit de zee nu eenmaal ieder hun eigen kooktijd kennen. Voor de toevallige passant wordt daarom een assemblage-cacciucco samengesteld uit apart gekookte onderdelen.

Beppino Mancini is door de wol geverfd. Onder de talloze stervelingen die hij te eten heeft gegeven, figureren onder meer de paus en de president van de Italiaanse Republiek. Toch ziet Beppino’s cacciucco er goudeerlijk uit, zonder tierelantijnen. Ernaast staat een jonge chianti. Rood dus, maar volgens Beppino de ideale cacciuccowijn. Zo onlosmakelijk zijn wijn en cacciucco met elkaar verbonden dat men bij la Barcarola die ene anekdote telkens opnieuw met graagte wil vertellen:

De dokter was woedend op de jonge vrouw met haar kleine kindje, dat er zo paars aangelopen uitzag. ‘Bent u gék geworden?!’ riep hij. ‘Wijn?! Melk moet-ie hebben!’ .Maar dottore,’ sprak de vrouw, ‘zegt u nu zelf: melk? Bij de cacciucco?!’

Naast de cacciucco vertelt Joost Overhoff over mortadella en mozzarella, over Padre Pio, pasta en Puccini, over Ligurië en Lucca, over drama’s en delicatessen… Heerlijk leesvoer om de tijd tot de eerstvolgende vakantie naar Italië te overbruggen!

Cacciucco – Een mozaïek van Italië
Joost Overhoff
ISBN 9789045017273
€ 19,90
Uitgeverij Atlas

Getagd met:
jan 25

Net als ik dromen jullie vast wel eens van een eigen bedrijf in Italië, zeker als je ’s zomers langs idyllische boerderijtjes rijdt en de lekkerste spaghetti eet, zomaar in een onbekend restaurantje in een dorpje dat uit niet meer dan tien huizen en een kerk bestaat. Maar ja, dan ga je weer terug naar huis en word je voor je het weet weer opgeslokt door je baan en andere dagelijkse besognes. Maar dan lees (of schijf) je zo’n artikel als gisteren, over de Italiaanse taalworkshop van Jacqueline, en dan gaat het toch weer kriebelen… Hoe maak je die droom om naar Italië te verhuizen en daar je eigen boterham te verdienen nu echt waar?

Ineke van Staaveren zette het helder op een rijtje. Ondernemen in het buitenland doe je immers niet zomaar; een andere cultuur, taal en regels maken het niet eenvoudiger. Een goede voorbereiding vergroot de kans op succes. Ineke vertelt waar je allemaal aan moet denken als je gaat emigreren en ondernemen. Ze geeft overzichtelijke checks voor een gedegen voorbereiding op het ondernemerschap in het buitenland.

Uiteraard bevat het boek ook verhalen van mensen die de sprong waagden. Wat kwamen ze tegen? Wat zijn hun ervaringen?

Anneke vertelt over haar ervaringen in Umbrië:

‘In maart 2006 arriveerde Anneke Bruijn met haar kat Baloo in Umbrië, waar ze vol verwachting begon aan haar nieuwe leven. Ruim een jaar eerder stond haar baan als manager databases bij een grote uitgeverij op de tocht: tijd voor Anneke om haar leven eens onder de loep te nemen. Wat zijn mijn wensen, vroeg ze zich af; bij de pakken neerzitten lag niet in haar aard. Haar twee kinderen waren het huis uit, ze was sinds zes jaar alleen, er lag dus een wereld voor haar open.

Na een grondige afweging koos ze voor een leven in Italië, vanwege de rijke historie, het prachtige landschap en de heerlijke keuken. Om in haar onderhoud te voorzien besloot ze een bed and breakfast te beginnen, klein genoeg om het alleen te runnen en groot genoeg om ervan te kunnen leven. Het zorgen voor mensen en het eigen baas zijn vormden voor haar de ideale combinatie. ‘Nee, verliefd ben ik niet geweest op het emigratieplan, daar ben ik te nuchter voor. Je moet stap voor stap je keuzes maken, de zaken goed afwegen en beslissingen nemen,’ legt Anneke zakelijk uit.

Ze is een kordate vrouw met een stevig postuur en ze straalt energie uit. ‘Mijn dochter vond het fantastisch, maar mijn zoon was aanvankelijk ontsteld over mijn emigratieplannen; hij moest even wennen aan het idee,’ vertelt ze. ‘Ik wilde later niet het gevoel hebben dat ik een kans gemist had in mijn leven. En of ik nu alleen in Hoofddorp woon of alleen in Italië maakt mij niet uit.’

Terwijl haar huis te koop stond, volgde Anneke in Toscane een intensieve taalcursus en na zes weken had ze het Italiaans aardig onder de knie. Aansluitend bekeek ze met een makelaar een aantal huizen. Nadat haar huis in Nederland verkocht was, besloot ze de kant-en-klare Bed & Breakfast Villa 4 Stagioni met 6000 m2 grond, even buiten het bergdorp Bettona, te kopen. ‘Een geschikte locatie, hoog in de bergen met een schitterend uitzicht over een vallei met in de verte de stad Perugia. Midden in de natuur met een weidsheid waar je stil van wordt. Het voelde meteen goed.’

De locatie bestond uit een huis met een woongedeelte, twee gastenkamers, een grote keuken en een kleine restaurantruimte. Iets lager op de berg bevonden zich vier houten appartementen in chaletstijl en terrassen met uitzicht op de mooie vallei. Er was een zwembad, met sauna en whirlpool. ‘Als je niets hoeft te verbouwen, kun je meteen omzet gaan maken,’ verklaart Anneke.

[…]

Vanaf het begin kookte ze voor de gasten, meestal om de dag. Tijdens het diner, waarbij iedereen gezellig aan één grote tafel bij elkaar zat, ontstond het idee om kookworkshops te organiseren met de gasten. En beneden bij de appartementen liet Anneke een buitenkeuken bouwen met een grote barbecue, zo konden de gasten ook hun eigen eten bereiden.

‘Elke ochtend verzorg ik het ontbijt voor de gasten, zelf gebakken brood en verse eitjes. Broodbakken doe ik dagelijks,’ zegt Anneke. ‘Ik bedenk verschillende broodsoorten en –vormen. Ik houd ervan om voor gasten te zorgen, dat geeft mij veel voldoening.’ Aan het ontbijt informeert ze de gasten over leuke trips, geeft folders mee en laat hen op de kaart van Umbrië zien waar de interessante winkeltjes en mooie kerkjes zijn.’

Wil je meer weten over Anneke en haar bed and breakfast in Umbrië, kijk dan op www.villa4stagioni.com. Wil je meer lezen over emigreren naar en ondernemen in het buitenland, bestel dan Emigreren & ondernemen – 100 x check voor vertrek bij bol.com

Emigreren & ondernemen – 100 x check voor vertrek
Ineke van Staaveren
ISBN 9789049104467
€ 14,99
uitgeverij Het Spectrum

 

jan 03

In december berichtte ik elke dag vanuit Napels, stad van uitersten. Maar ondanks de reputatie die het in de loop der tijd opbouwde, kun je onmogelijk niet verliefd worden op deze stad – dat is de Smaak-redactie helemaal met me eens.

Dankzij het nieuwe nummer van De Smaak van Italië, dat over enkele dagen in de winkel ligt, kan ik gelukkig nog even heerlijk nagenieten van deze chaotische stad. Van ongeduldig toeterende automobilisten in straten met de prachtigste barokke paleizen, van brutale straatjongens die je uitermate behulpzaam de weg wijzen. Een bezoek aan de vurige stad in het zuiden is een heerlijk onvoorspelbaar avontuur.

Vandaag een voorproefje van de nieuwe Smaak van Italië, met allereerst zoals gezegd aandacht voor Napels, met een prachtige fotoreportage en het Napolitaanse avontuur van Anita Ellis, die afgelopen zomer naar Rome wilde vliegen, in Napels wilde overnachten en langs de kust naar haar vakantieadres ten zuiden van Paestum wilde reizen. Voor vertrek werd ze vaak gewaarschuwd: Campanië? Gevaarlijk. Napels? Heel gevaarlijk! Ze sloeg alle waarschuwingen in de wind en ging toch om een heel ander Napels te ontdekken…

Dan gaat de reis zuidwaarts, met een prachtige tocht langs de Amalfitaanse kust – een paradijselijk stukje aarde. De diepblauwe Tyrrheense zee lacht stralend naar de weelderig begroeide kliffen en prachtige natuur van het vaste land. Hier wisselen schilderachtige dorpjes, bochtige wegen, wilde bloemen en de mooiste vergezichten elkaar af. Heel anders dan het chaotische centrum van Napels, maar beide op hun eigen manier mooi!

Maar ook in de rest van Italië valt dit nummer weer genoeg te genieten, met onder andere een heerlijke reportage over Friuli, het smaakparadijs tussen Udine en Gorizia, het Italië van Yvon Jaspers, 24 uur in Bologna, slapen in Brindisi en alvast een voorproefje uit het nieuwe boek van Gino D’Acampo. Een smaakvol eerste nummer, dat garant staat voor een heel smakelijk Italië-jaar!

nov 26

Degenen die mij ook via Twitter volgen hebben het vast al wel gelezen: ik werd vorige week, voor mijn vertrek naar Rome, bij de gate opgewacht door @KLMsurprise. Voor mijn vertrek had ik van een vriendin gehoord dat KLM een originele marketingactie had bedacht voor alle twitterende reizigers. Als je met KLM naar waar dan ook ter wereld vliegt, en je dit via Twitter kenbaar maakt, maak je kans op een originele verrassing.

Dat liet ik me natuurlijk geen twee keer vertellen, en dus tikte ik dinsdagochtend, voor een lange dag vol vergaderingen, snel het volgende berichtje:

@KLMsurprise Lees net op tijd over jullie leuke actie (vlieg morgenmiddag met #KLM naar #Rome) – complimenten!

Al gauw kreeg ik een berichtje terug van KLM:

@blogciaotutti Wat leuk om te horen! Hoe laat vertrekt je vlucht richting Rome?

Nu kijk ik er altijd al erg naar uit om de trein naar Schiphol te nemen, wetend dat er dan nog maar een paar uur weg hoeven te tikken voor ik weer op Italiaanse bodem sta, maar dit keer was de voorpret natuurlijk nog wat groter. Nadat mijn reisgenoot en ik onze koffers hadden ingecheckt, las ik dan ook nog even snel mijn Twitter-berichtjes. KLM vroeg of we een uur voor vertrek bij de gate konden zijn. Ma certo!

Daar aangekomen werden we getrakteerd op het enorm dikke kookboek De Zilveren Lepel, met de boodschap:

@blogciaotutti
Veel plezier in het mooie Italië! Hopelijk ‘beproef’ jij daar je geluk!
@KLMsurprise

Maar dat was nog niet alles, nee, we kregen ook een rode portemonnee vol met muntjes die in de Trevifontein moesten eindigen. Uiteraard hebben we deze portemonnee zorgvuldig opgeborgen en pas in Rome weer tevoorschijn gehaald, om vervolgens wel een kwartier lang muntjes in het water van de Trevi te werpen. Voor jullie maakten we een verslag in foto’s:

Dankzij KLM zijn we nu in elk geval verzekerd van een terugkeer naar de Eeuwige Stad, en in de tussentijd kunnen de gerechten uit De Zilveren Lepel de heimwee ietwat verzachten. Grazie mille, @KLMsurprise, het was mede dankzij jullie ontvangst bij de gate en onze muntjesmissie bij de Trevifontein een onvergetelijke reis!

nov 16

Als remedie tegen mijn heimwee naar Rome kreeg ik afgelopen weekend van een vriend een boek over Rome dat ik, hoewel het al heel wat jaren geleden is verschenen, nog niet kende: Cirkel in het gras van Oek de Jong.

Het verhaal gaat over een Nederlandse journaliste, Hanna Piccard, die naar Rome gaat als correspondente voor een Nederlandse krant. Ze wordt verliefd op een Italiaan, de dichter en kunsthistoricus Andrea Simonetti, die met zijn dochter een teruggetrokken leven leidt. Voor het eerst ontmoet ze een man aan wie ze zich met hart en ziel over kan geven. Zijn overgave laat echter op zich wachten: zij moet hém veroveren.

Naast deze liefdesgeschiedenis bevat Cirkel in het gras de verhalen van het meisje Leda, de beeldhouwer en Vietnam-veteraan Joe Kurhajec en de ouder wordende cynicus Zucarelli, vele beelden van Rome en het Italiaanse landschap en flarden uit de Italiaanse geschiedenis.

Een fragment waardoor ik afgelopen weekend eerlijk gezegd alleen maar meer heimwee kreeg:

‘Het eerste geschikte appartement dat haar werd aangeboden lag vlak bij de Sant’Ivo della Sapienza en dat trof haar als een merkwaardig toeval. Door het keukenraam kon ze de koepel van de Sant’Ivo zien, de eerste Romeinse kerk die ze, veertien jaar geleden, had bezocht. Ze was destijds aangetrokken door de stenen spiraal op de lantaarn van de koepel. De spiraal deed haar denken aan een ziggurat en aan astronomen onder de sterrenhemel van het oude Babylon en ook wel aan de slagroomkrul op een gebakje. Ze zocht niet verder, huurde dit appartement en zo kon ze voortaan elke ochtend een blik werpen op haar eerste herkenningspunt in Rome.

Tevens lag het appartement in de nabijheid van de Piazza della Rotonda en daar had ze haar eerste indruk van Rome opgedaan. Op een zondagmiddag was ze er uit een stadbus gestapt, zeulend met een overvolle koffer, en het leek of ze op een dorpsplein was aangekomen, want de terrassen waren er toen nog niet. Ze zag een uitgestorven plein, geblakerd door de zon. De kleuren van de huizen waren oud en stoffig, het pleisterwerk was verbrokkeld, de fontein reutelde en tussen de zuilen voor het Pantheon stond een slaperig paard.

De suggestie van landelijke rust werd nog sterker toen de overige passagiers verdwenen waren en de buschauffeur de motor afzette. Er ging een siddering door het buslichaam en hetzelfde gold voor het hare. Ja, had ze toen gedacht, ja. Enkele minuten later was ze gestruikeld en gevallen: haar koffer was te vol en te zwaar, toen al. Ze was achttien jaar.

Nadat ze zich in Rome had geïnstalleerd kwam deze eerste en door pijn getekende ervaring weer in haar tot leven. Op een terras aan de Piazza della Rotonda betastte ze onwillekeurig haar knieschijven en herinnerde ze zich het uitgestorven plein, de oude kleuren, het reutelen van de fontein, het slaperige paard, de siddering in haar lichaam, het naïeve, ja, het struikelen en vallen.

Ze schudde haar hoofd en hield zichzelf voor dat het onzinnig was een bijzondere betekenis aan deze kennismaking met Rome te hechten. Het was maar een eerste indruk, een clichématige eerste indruk. In vele andere Italiaanse steden had haar hetzelfde kunnen overkomen. Bovenzien, zo wist ze maar al te goed, maakt liefde bijgelovig.’

Je kunt je vast wel voorstellen dat ik na het lezen van dit boek ook weer over het Piazza della Rotonda wilde lopen, de fontein wilde horen, de krul van de Sant’Ivo wilde zien. Gelukkig stap ik morgen weer op het vliegtuig naar Rome, voor een weekje herinneringen ophalen!

nov 15

Overmorgen stap ik weer op het vliegtuig naar Rome, maar voor het zover is bezocht ik gisteren eerst de tentoonstelling Vensters op Italië, in het Affichemuseum in Hoorn.

  

Italië is het land van design en van oudsher een bakermat van autonome en toegepaste kunsten. De Italiaanse ontwerpers hebben zich met name een positie verworven op het gebied van beeldende kunst, architectuur, industrieel ontwerp en mode. Deze disciplines, die internationaal vaak toonaangevend zijn, geven blijk van een voortreffelijke vormbeheersing en een unieke klasse.

  

Het is echter de taal van het grafisch ontwerpen die ons werkelijk een blik gunt op het hedendaagse Italië, het Italië dat schuilgaat achter al deze esthetiek. De geschiedenis van het affiche opent een venster dat uitzicht geeft op het Italiaanse cultureel-maatschappelijke landschap, op aspecten van de Italiaanse samenleving die door middel van culturele en maatschappelijke manifestaties worden vertolkt.

Het affiche is stevig verankerd in de Italiaanse visuele traditie en heeft, ondanks een verschuiving in het medialandschap door de opmars van het internet, zijn weg gevonden naar een nieuwe generatie ontwerpers en opdrachtgevers. Gezamenlijk grijpen zij het medium aan om zich te manifesteren als vertegenwoordigers van een generatie die zich schatplichtig weet aan een lange traditie, maar tegelijkertijd de blik heeft gericht op de toekomst.

De laatste twee decennia hebben ontwerpers en ontwerpstudio’s voortgebracht als Mauro Bubbico en Zup Associati, Stefano Asili en Stefano Tonti, die zich een eigentijds en vooruitstrevend visueel vocabulaire eigen hebben gemaakt. Als exponenten van een cultuur die rijk is aan traditie én innovatie verstaan zij de tekenen van deze tijd en geven ze van daaruit hun visie op een medium dat in vervlogen tijden ontstond, maar dat ook vandaag de dag nog steeds uitzonderlijk effectief is: het affiche.

  

De wanden van het Affichemuseum worden tot en met 23 januari 2011 bedekt met een selectie Italiaanse affiches, van kleurrijk en onconventioneel tot zwart-wit en bijna wiskundig perfect. De expositie Vensters op Italië – Italiaanse affiches van na 1990 toont met deze affiches niet alleen hoe Italiaanse ontwerpers werkten en werken, nee, deze tentoonstelling geeft tevens een doorkijk naar de rijke Italiaanse cultuur, als een echt venster op de Italiaanse samenleving.

  

Ook een blik werpen door het venster dat een prachtig perspectief van Italië laat zien? Het Affichemuseum is geopend op de volgende tijden:
dinsdag t/m vrijdag: 11:00 tot 17:00 uur
zaterdag en zondag: 12:00 tot 17:00 uur

Kijk voor meer informatie over deze tentoonstelling en het Affichemuseum op www.affichemuseum.nl

nov 11

Nu ik weer even in Nederland ben en de heimwee naar Rome al snel van zich laat horen, komt een boek met de titel De rand van het Rijk – De Romeinen en de Lage Landen natuurlijk als geroepen.

In De rand van het Rijk – De Romeinen en de Lage Landen behandelen Jona Lendering en Arjen Bosman geschreven bronnen en opgravingsresultaten. Vaak spreken die elkaar tegen, omdat Romeinse en Griekse auteurs geobsedeerd lijken te zijn geweest door de veronderstelde barbarij van de Galliërs en de Germanen. Ook wijden Lendering en Bosman hoofdstukken aan de aanwezigheid van de Romeinse legioenen, aan het stedelijk leven, de problemen bij de reconstructie van de oude godsdiensten, de sociale verhoudingen, nieuwe gewassen en diersoorten, de Gallische keizers en de betekenis van de limes. Ook bekende onderwerpen als verzetsheld Ambiorix, de opstand van de Bataven en de bekering van Sint-Maarten ontbreken natuurlijk niet.

Het boek begint met de intocht van een god, althans, zo leek het:

‘De intocht van een god: dat moet het voor onze voorouders zijn geweest toen het leger van Gaius Julius Caesar in de zomer van 57 v. Chr. de Lage Landen binnenmarcheerde. Terwijl tienduizenden zwaarbewapende Romeinse soldaten door het gebied van Schelde en Maas trokken, maakte totale verbijstering zich meester van de inheems bevolking. Eén groep krijgers gaf zich over bij de eerste aanblik van een Romeinse belegeringstoren. De gevoelens van de Belgische stammen moeten hebben geleken op die van het Germaanse stamhoofd dat twee generaties later voor het eerst een Romeins leger zag. Hij verzocht om een ontmoeting met de vijandelijke generaal, zweeg enige tijd en verklaarde toen blij te zijn dat hij een god had mogen aanschouwen.

Helemaal onbekend waren de invallers niet. Doordat er handelscontacten waren, hadden de Belgen in de eerste eeuw v. Chr. al een smaak voor mediterrane producten ontwikkeld. Het stamhoofd dat eens goed wilde uitpakken, schonk Italiaanse wijn. Uit de verhalen van kooplieden moet bekend zijn geweest dat de Romeinen vele dagreizen ver naar het zuiden woonden, aan een grote zee. De handelaren waren daar echter zelf nooit geweest; ze hadden hun kennis van collega’s die het ook maar hadden van horen zeggen. Onze voorouders zullen vernomen hebben dat Rome een stad was en ze zullen zich dat wel hebben voorgesteld als een enorm dorp met huizen van steen, maar verder zullen ze er weinig van hebben begrepen. Dat de bevolking van de Romeinse hoofdstad leefde in woonkazernes met vier of vijf etages zullen ze – als ze het al gehoord hebben – ongelovig lachend hebben weggewuifd.

Nu ze voor het eerst direct werden geconfronteerd met het volk dat een jaar daarvoor slechts een naam was geweest, bleken de sterke verhalen die ze hadden gehoord, te berusten op waarheid. Sterker nog, ze moesten constateren dat zelfs het meest fantastische verhaal geen recht deed aan de realiteit. En dit was pas het begin. Ze hadden alleen nog maar de Romeinse militairen gezien, de voorwerpen die zij meezeulden en de houten kampen die ze bouwden. Niemand kon zich een voorstelling maken van de veranderingen die op komst waren…’

Jona Lendering en Arjen Bosman doen al deze veranderingen op een boeiende manier uit de doeken. Ze nemen je mee naar de meest noordelijke uithoeken van het Romeinse Rijk waar ze in de voetsporen treden van de Romeinse keizers die aan het hoofd van hun troepen oprukten naar het huidige Friesland en Duitsland, naar een meisje uit Nijmegen dat wordt begraven met haar tamboerijn, naar een Romeins garnizoen in Velsen dat maar net een belegering doorstaat, naar een bisschop die de keizer de les leest en naar tal van andere plekken in de Lage Landen waar de Romeinen dankzij hun verhalen voor je ogen tot leven komen.

Een heel goed alternatief voor als een bezoek aan Rome nog even niet op de agenda staat – met het boek en een eventueel bezoek aan de plaatsen in je nabije omgeving ben je wel even zoet. Veel lees- en reisplezier!

nov 09

Purtroppo, helaas, hoezeer ik gisteren Rome ook heb geprezen, vandaag sta ik weer even op Nederlandse bodem. De reden daarvoor zal ik later deze week onthullen, vandaag thuis in Amsterdam eerst nog een beetje nagenieten van het Italiëgevoel met het winternummer van De Smaak van Italië.

Al wil je na het lezen van de sfeervolle reportage over Turijn eigenlijk niets liever dan het vliegtuig nemen om alle genoemde adresjes aan een eigen onderzoek te onderwerpen. Een klein voorproefje:

‘Zeg Turijn en de meeste mensen denken meteen aan Fiat. Maar deze stad in Piëmonte is allesbehalve een kille autostad. Vooral in de kerstperiode glimt Turijn van trots. De stad baadt dan in het fonkelende schijnsel van talloze lichtkunstwerken. De Smaak neemt je mee en laat je proeven van feestelijk Turijn.

Turijn was vroeger de hoofdstad van het Hertogdom van Savoye en tussen 1861 en 1865 was het zelfs de eerste hoofdstad van het Koninkrijk Italië. In het centrum van Turijn word je tegenwoordig omringd door barokke paleizen, luxe winkeltjes en jugendstilcafés. De Portici Reali overdekken de galerijen die gezamenlijk een lengte van maar liefst achttien kilometer hebben. Rond kerst laat Turijn zich van zijn beste kant zien. De winkels presenteren hun waar in prachtige etalages terwijl talloze lichtkunstwerken de stad een bijzondere sfeer geven. De witte Alpentoppen maken het kerstdecor compleet.’

De Smaak-redactie geeft vervolgens de beste tips voor de koude decemberdagen in Turijn. Wat denk je bijvoorbeeld van een bewegende kerststal in de kelder van de Santissima Annunziata, van het kleurrijke festival Luci d’Artisti, met talloze kleurrijke installaties, van de kerstmarkt, met kraampjes met houten speelgoed, kerstversiering en culinaire cadeautjes, of van het drankje bicerin, gemaakt van koffie, chocolade, melk en room en vaak geserveerd in een glas in de vorm van een kelk.

En dan vergeten we nog bijna het lekkerste van Turijn, de giandujotto! ‘Giandujotto is in Turijn de onbetwiste koning van de chocolaatjes. Deze zoetigheid is te herkennen aan zijn karakteristieke trapeziumvorm en zachte, crèmeachtige substantie. Een onmisbaar ingrediënt van de Giandujotto is, behalve eersteklas cacao, de geurige hazelnoot Tonda Gentile. Echte Giandujotti koop je bij Gobino, een klein winkeltje waar het altijd bomvol klanten staat. Vooral rond kerst gaan de lekkernijen van Gobino in hun oranjepaarse cadeauverpakkingen als zoete broodjes over de toonbank.’

Hierna volgt nog een hele opsomming aan kerst-lekkernijen die in Turijn te vinden zijn, maar dat moeten jullie zelf maar lezen in het nieuwe Smaak-nummer, of proeven in Turijn natuurlijk. Ik ga me verdiepen in de andere onderwerpen die de Smaak-redactie heeft beschreven, anders wordt de verleiding een ticket Turijn te kopen veel te groot…

nov 08

Vandaag een lofzang op Rome, aan de hand van een prachtig boek dat ik vorige week ontdekte:

Laus Romae, oftewel Lofzang op Rome, is een bundel van 16 artikelen die betrekking hebben op belangrijke momenten uit de cultuurgeschiedenis van Rome, van 1200 v.Chr. tot en met het gedicht van Lucebert over Rome uit 1957. Het boek is samengesteld naar aanleiding van het tienjarig jubileum van de nascholingscursus die door uitgeverij Eisma Edumedia werd georganiseerd voor docenten Klassieke Talen als voorbereiding op de Rome-reis. De redactie van het boek is verzorgd door Charles Hupperts en Elly Jans.

In Laus Romae komen zeer uiteenlopende onderwerpen aan bod, zoals de wandeling die de dichter Vergilius Aeneas laat maken door de stad, wanneer hij op zijn reis in Latium aankomt, de rol van de boog in de architectuur van het antieke Rome, de woningen van belangrijke Romeinse keizers, de vraag hoeveel inwoners de stad Rome had en hoe het met de hygiëne in een wereldstad als Rome was gesteld.

De antieke kunstcollecties van nieuwe musea in Rome worden beschreven en met veel afbeeldingen geïllustreerd. Aan de hand van een verslag van een bezoek van keizer Constantius II aan de stad wordt er een beeld van het vierde-eeuwse Rome geschetst. Ook aan de omgeving van Rome zijn twee hoofdstukken gewijd: je verkent het oude Ostia en de toiletten in de Villa Hadriana.

Verder worden er onderwerpen behandeld uit de kunst- en cultuurgeschiedenis van later tijd, zoals de venijnige gedichten die aan het Pasquino-beeld bij het Piazza Navona werden opgehangen, de mythe van Galatea en Polyphemus in de schilderkunst, het gebruik van spolia in de architectuur van de renaissance, nieuwe inzichten over de beelden in de Stanze della Signatura van Rafaël in de Vaticaanse Musea en de manier waarop Mussolini zijn stempel op Rome heeft gedrukt.

Het boek sluit af met de laudes Romae, de poëtische verheerlijking van de Eeuwige stad door de eeuwen heen, waaronder de lofzang op Rome van de Grieks-Egyptische dichter Claudianus (De consulatu Stilichonis, 3.130-159). Daarin worden nu eens evidente zegeningen van de pax romana genoemd. De motieven zijn mede ontleend aan Griekse redevoeringen over Rome ten tijde van de vijf goede keizers (Trajanus – Marcus Aurelius). Allereerst wekt Claudianus de vitaliteit van Rome op door haar veerkracht in vroegere, kommervolle tijden op te roepen. In het tweede deel brengt hij als allochtoon zijn dankbaarheid en wensdroom tot uitdrukking voor een vredesrijk van verenigde naties:

Consul die goden nabijkomt, beschermheer van Rome, de stad die
hier op aarde als grootste domein door de hemel omvat wordt,
vóór onze ogen onmeetbaar en onvoorstelbaar van schoonheid,
boven iedere lofzang verheven: door het goud van haar daken
heft zij haar huizen omhoog om zich met de sterren te meten
en haar zevental heuvels evenaart de hemelse streken,
moeder van wapens en wetten, die heerst over heel de aarde
en aan de wieg heeft gestaan van het recht en zijn eerste beginsels.

Dit is de stad die, klein bij haar oorsprong, tot het eind van de wereld
uitgegroeid is en na een bescheiden begin zich nu uitstrekt
even wijd als het zonlicht. Niet gespaard door het noodlot
voerde zij overal strijd op een en hetzelfde tijdstip:
Spanje werd door haar veroverd, Sicilië door haar belegerd,
Gallië heeft zij bedwongen te land, en ter zee de Carthager.

Nooit is zij voor haar verliezen gezwicht of verschrikt door haar rampspoed,
maar overwonnen bij Cannae deed zij haar strijdlust nog groeien,
en toen haar muren werden bedreigd door het vuur van de vijand,
zond zij een legermacht naar verre, Iberische stammen.

Niet hield zij stil voor de oceaan maar zond haar galeien
over het diep naar een andere wereld om Britten te temmen.
Zij is de enige die verliezers aan haar boezem gedrukt heeft
en het menselijk ras met gelijke benaming beschermde
als een moeder, niet als een gebiedster. Wie zij heeft verslagen,
maakt zij tot burger en houdt verre volkeren in liefde verenigd.

Aan haar vredelievend bewind hebben wij nu te danken
dat heel de aarde voor ieder één vaderland is geworden,
dat men kan wonen daar waar men wil, en Thule bezoekt en
reist naar zijn ijzige verten van toen uit simpel genoegen,
dat wij overal water gaan drinken van vreemde rivieren,
dat wij allen één volk zijn.

Een prachtige lofzang in een prachtig boek over een prachtige stad!

Laus Romae – Hoofdstukken uit de geschiedenis van Rome,
onder redactie van Charles Hupperts en Elly Jans
ISBN 978 90 8771 533 5
€ 34,50
Bestellen kan via bestellingen@eisma.nl

Getagd met:
preload preload preload