nov 30

Gisteren stapte ik in Florence op de trein, op weg naar het noorden, naar Milaan, waar de voorbereidingen voor de feestelijke decembermaand al in volle gang zijn. Maar voor ik vertrok nam ik afscheid van de stad. Ik wandelde nog even langs de pleinen die inmiddels net zo vertrouwd zijn als de Amsterdamse grachten. Ik zei de vriendelijke barista gedag, nam afscheid van alle nieuwe en oude vrienden.

De taxichauffeur die me naar het station bracht, neuriede mee met een liedje op de radio. Een toepasselijk liedje tijdens deze voorlopig laatste rit door de stad: Porta un bacione a Firenze, van Carlo Buti. Een liedje over heimwee naar Florence, een fenomeen dat mij niet onbekend is. Gelukkig zal de heimwee dit keer niet lang aanhouden, want in januari keer ik weer terug – met een heleboel bacioni op zak denk ik… Laat tegen die tijd maar weten als ik ook voor jou een kus mag uitdelen!

Luisteren (en kijken) kan via deze link

‘Partivo una mattina co’i’ vapore
e una bella bambina gli arrivò.
Vedendomi la fa: Scusi signore!
Perdoni, l’è di’ ffiore, sì lo so.
Lei torna a casa lieto, ben lo vedo
ed un favore piccolo vi chiedo.
La porti un bacione a Firenze,
che l’è la mia città
che in cuore ho sempre qui.
La porti un bacione a Firenze,
lavoro sol per rivederla un dì.

Son figlia d’emigrante,
per questo son distante,
lavoro perchè un giorno a casa tornerò.
La porti un bacione a Firenze:
se la rivedo e’ glielo renderò.

Bella bambina! le ho risposto allora.
Il tuo bacione a casa porterò.
E per tranquillità sin da quest’ora,
in viaggio chiuso a chiave lo terrò.
Ma appena giunto a casa te lo giuro,
il bacio verso il cielo andrà sicuro.
Io porto il tuo bacio a Firenze
che l’è la tua città
ed anche l’è di me.
Io porto il tuo bacio a Firenze
nè mai, giammai potrò scordarmi te.

Sei figlia d’emigrante,
per questo sei distante,
ma stà sicura un giorno a casa tornerai.
Io porto il tuo bacio a Firenze
e da Firenze tanti baci avrai.

L’è vera questa storia e se la un fosse
la può passar per vera sol perchè,
so bene e’lucciconi e quanta tosse
gli ha chi distante dalla patria gli è.
Così ogni fiorentino ch’è lontano,
vedendoti partir ti dirà piano:
La porti un bacione a Firenze;
gli è tanto che un ci vò;
ci crede? Più un ci stò!
La porti un bacione a Firenze;
un vedo l’ora quando tornerò.
La nostra cittadina
graziosa e sì carina,
la ci ha tant’anni eppure la
n’invecchia mai.

Io porto i bacioni a Firenze
di tutti i fiorentini che incontrai.’

nov 05

Voor mijn vertrek naar Florence had ik nooit kunnen denken hier een fotograaf te ontmoeten die eerder dit jaar in Amsterdam was om daar de prachtigste interieurs te fotograferen. Gelukkig is de werkelijkheid vaak mooier dan mijn fantasie ooit kan vermoeden, want ik had deze gepassioneerde fotograaf niet graag gemist.

Over de ontmoeting met Massimo Listri kan ik helaas nog niet teveel loslaten (ik mag alleen verklappen dat ik hem sprak voor de reisgids De smaak van Florence, die in april 2012 verschijnt en voor de samenstelling waarvan ik nu door Florence mag wandelen), maar ik wil jullie wel graag alvast kennis laten maken met zijn foto’s van Amsterdamse interieurs, die te zien zijn in het boek Wonen in stijl Amsterdam.

Deze foto’s gunnen je een blik op de stijlvolle en kunstzinnig gedecoreerde huizen die Amsterdam rijk is. Massimo Listri ging samen met auteur Melanie van Ogtrop op pad en selecteerde samen met haar een veertigtal interieurs van enthousiaste bewoners, kunstenaars, verzamelaars en enkele antiekhandels.

‘Amsterdam is een stad in voortdurende beweging, met een sterk cultureel klimaat en een rijke geschiedenis. De historische stad, het labyrint van grachten en de karakteristieke grachtenpanden zijn wereldberoemd. In augustus 2010 werd de Amsterdamse grachtengordel zelfs toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van Unesco!

Achter de gevels van de altijd bruisende, alom geroemde stad Amsterdam gaan vele verrassingen schuil. De rijke historie van de stad en de creativiteit en acute handelsgeest van de multiculturele bewoners, zijn terug te vinden in de verscheidenheid aan interieurs. Zo zijn er huizen die nog ongewijzigd hun verleden etaleren, alsook innovatieve en hedendaagse interieurs die voldoen aan de eisen en behoeften van vandaag, uitgerust met de allerlaatste technische snufjes.

Een klein voorproefje van Massimo Listri’s foto’s:

Hoewel ik blij ben Italiaanse grond onder mijn voeten te voelen, krijg ik bij het zien van Massimo’s foto’s en het horen van zijn enthousiaste verhalen over Amsterdam toch een klein beetje heimwee.

Vreemd eigenlijk, als ik in Amsterdam ben heb ik heimwee naar een echte cappuccino, het heerlijk luide Italiaans, liefst verhaald met veel gebaren, de zon op de prachtig gekleurde gevels, het feit dat er op elke straathoek een enorme hoeveelheid geschiedenis voor het oprapen ligt…

Ben ik in Italië, dan voel ik me over het algemeen thuis en heb ik geen last van dergelijke nostalgische mancanze. Toch steekt ook hier af toe heimwee naar een boterham met hagelslag, de Amsterdamse grachten op zondagochtend of zomaar een eindje fietsen de kop op.

Gelukkig kan ik met Massimo’s boek zo’n momentje van heimwee pareren, want je waant je echt even in Amsterdam. En het leuke is: je kunt nu binnenkijken bij al die huizen waar je normaal gesproken nieuwsgierig naar binnen probeert te kijken, omdat je vermoedt dat er heel wat moois achter schuil gaat. Nu mag je ongegeneerd gluren, details bestuderen, kijken wat er aan de muur hangt en welke boeken er in de kast staan. Bovendien doe je zo heel veel ideeën op voor je eigen interieur – in Amsterdam, in Florence of waar dan ook.

Wonen in stijl in Amsterdam
Melanie van Ogtrop (tekst) & Massimo Listri (fotografie)
ISBN 9789088810251
€ 49,90
uitgever VdH Books

Over de fotograaf en auteur
Massimo Listri is een internationaal geprezen fotograaf die in Florence woont. Recent werd zijn werk daar tentoongesteld in het Palazzo Pitti. Als fotograaf is hij gespecialiseerd in architectuur- en interieuropnames. Hij realiseerde verschillende coffee-table books en werkt samen met grote Italiaanse en buitenlandse tijdschriften, waaronder Architectural Digest, Connaissance des Arts, Beaux Arts magazine, L’Oeil en FMR Magazine.

Melanie van Ogtrop werd in Frankrijk opgevoed en kwam op haar zestiende naar Nederland. Ze is kunsthistorica en werkte bij Sotheby’s Amsterdam en Milaan. Vervolgens ging ze in de leer bij Pinin Brambilla Barcilon, bij wie ze schilderijen restaureerde, en later werkte ze ook in restauratieatelier Van Litsenburg. Daarna was ze werkzaam bij Christie’s en in 2009 opende ze in Amsterdam de non-profit kunstgalerie Circle Gallery.

okt 29

Ja, je leest het goed, vandaag nemen we afscheid van Rome – voorlopig althans – met een van de mooiste afscheidsliedjes ooit; Arrivederci Roma. Luister maar mee!

Arrivederci Roma

T’invidio turista che arrivi,
t’imbevi de fori e de scavi,
poi tutto d’un tratto te trovi
fontana de Trevi ch’e tutta pe’ te!

Ce sta ‘na leggenda romana
legata a ’sta vecchia Fontana
per cui se ce butti un soldino
costringi er destino a fatte tornà.

E mentre er soldo bacia er fontanone
la tua canzone in fondo è questa qua!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si ritrova a pranzo a Squarciarelli
fettuccine e vino dei Castelli
come ai tempi belli che Pinelli immortalò!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si rivede a spasso in carozzella

e ripensa a quella ‘ciumachella’
ch’era tanto bella e che gli ha detto sempre ‘No!’

Stasera la vecchia Fontana
racconta la solita luna

la storia vicina e lontana
di quella inglesina che un giorni parti

Io qui, proprio qui l’ho incontrata…
E qui, proprio qui l’ho baciata…
Lei qui con la voce smarrita
m’ha detto:’E’ finita ritorno lassù!’

Ma prima di partire l’inglesina
buttò la monetina e sospiro:

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Voglio ritornare a via Margutta

voglio rivedere la soffitta
dove m’hai tenuta stretta stretta in braccio a te!

Arrivederci, Roma…
Non so scordarti più…
Porto in Inghilterra i tuoi tramonti
porto a Londra Trinità dei Monti,
porto nel mio cuore i giuramenti e gli ‘I love you!’

Mentre l’inglesina s’allontana
un ragazzinetto s’avvicina
va nella fontana pesca un soldo e se ne va!

Met dit liedje in mijn hoofd wandel ik straks nog even langs de Trevifontein, om er ook dit keer weer een muntje in te gooien. Zo weet ik zeker dat ik – en daarmee jullie – weer terug zullen keren in deze ondoorgrondelijke, onuitputtelijke stad. Arrivederci Roma!

okt 06

Boven aan mijn wensenlijst staat een eigen appartement in Rome, een eigen plek in een van de stille straatjes van de stad, waar je echt thuis komt na een dag slenteren door de stad. Een appartement met een keuken waar ik heerlijke pasta’s kan koken voor Romeinse vrienden – en waar ik ’s ochtends een kleine moka op het vuur kan zetten voor het eerste kopje koffie van de dag.

Een appartement waar je al je buren kent, en waar je in ruil voor een boodschap van de oude bovenbuurvrouw een bord met zelfgemaakte ravioli krijgt voorgeschoteld. Waar de postbode je naam kent en de pakjes tijdens je afwezigheid voor je bewaart, om minimaal drie kopjes koffie te drinken als hij ze komt brengen, samen met de laatste nieuwtjes en roddels.

Een appartement waar je een stukje van de Romeinse lucht ziet, misschien wel met een van de mooie koepels of klokkentorens die de stad rijk is. Waar de zwaluwen in het vroege voorjaar voorbij vliegen en de komst van de zon aankondigen. Waar je het klokgelui van de dichtstbijzijnde kerken hoort, die op zondagochtend alle bewoners van de straat wakker beieren. Kortom, een droomappartement.

Na lang zoeken heb ik zo’n appartement gevonden. Sterker nog, ik heb er tientallen gevonden! Toen ik laatst in Rome was, raakte ik toevallig in gesprek met Isaac van Aggelen, een Nederlandse man die inmiddels alweer een paar jaar in Italië woont en in Rome de mooiste appartementen verhuurt.

Hij nam mij mee op sleeptouw en al na een paar appartementen gezien te hebben, was ik verkocht. Ik wilde ze allemaal wel een keer uitproberen! Het ene appartement was nog mooier dan het andere, in elk appartement was wel iets bijzonders: een mooi uitzicht, een oude waterklok voor de deur, een benedenbuurman met een eigen koffiebarretje…

Achter elke deur ging weer een andere verrassing schuil. Ik heb afwisselend heel wat verschillende behuizingen uitgeprobeerd, en bijna alle bovenstaande wensen waren erop van toepassing (behalve de postbode, maar ja, dat krijg je als je de hele stad doorkruist en elke paar dagen van adres verandert).

Zo droomde ik in de Via Margutta (dat bijzonder sfeervolle straatje waar ik laatst over schreef) over het Rome ten tijde van Audrey Hepburn, terwijl ik me in de Via Veneto een verdwaalde prinses voelde. Alle obers wensten me elke avond weer even vriendelijk buonanotte, en tijdens hun buongiorno de volgende ochtend was hun glimlach zo mogelijk nog breder.

De ene keer kroop ik in een bed dat knus onder balken gevestigd was en van waaruit ik nog net een glimp van de Romeinse sterrenhemel kon opvangen, een andere keer werd ik gadegeslagen door prachtige frescofiguren of scheen het licht van zo’n ouderwetse straatlantaarn door de kier van de gordijnen.

Voor iedereen die nu al naar Rome wil afreizen, nog een kleine impressie van de voordeuren die ik afgelopen tijd heel even de mijne mocht noemen (en waarvan ik de sleutel als een schat bewaarde en zelfs af en toe even aanraakte, om te beseffen dat het niet slechts een droom was) en van het uitzicht dat de Romeinse ramen boden. Hopelijk brengen deze deuren dat heerlijke ‘thuis in Rome-gevoel’ een beetje over!

Uiteraard zou ik jullie niet zo lekker maken als ik er niet iets leuks aan kon vastknopen. Van Rental in Rome mag ik een van mijn lezers blij maken met een mooie korting van 8% op de prijs van de huur van een van de appartementen die zij aanbieden. Wil je graag naar Rome en in een prachtig appartement slapen, dat een paar dagen lang je eigen thuis is?

Stuur dan voor 20 oktober 2011 een e-mail naar winnen@ciaotutti.nl en vertel me achter welke Romeinse deur jij graag zou willen slapen, in welke Romeinse buurt jouw droomhuis staat, welk uitzicht je raam moet bieden of in welke straat jij een buonanotte wil horen en wie weet leg jij dan binnenkort je hoofd op een Romeins kussen!

Wie niet zo lang kan wachten en meteen morgen al op pad wil, kijken en boeken kan via de website www.rentalinrome.com Buonanotte alvast!

sep 23

Hoe mooi is de hemel boven de Via Margutta, zo zingt Luca Barbarossa over deze sfeervolle Romeinse straat waar we gisteren doorheen wandelden. Voor iedereen die graag wegdroomt bij prachtige Italiaanse muziek is dit liedje een absolute aanbeveling, zowel qua tekst als qua setting! Luister maar: Via Margutta

‘Sta cadendo la notte
sopra i tetti di Roma,
tra un gatto che ride
e un altro che sogna
di fare l’amore,
sta cadendo la notte
senza fare rumore.

Sta passando una stella
sui cortili di Roma
e un telefono squilla,
nessuno risponde
a una radio che parla,
è vicina la notte,
sembra di accarezzarla.

Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta questa sera,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
dei bombardamenti e dei pittori,
dei giovani poeti e dei loro amori
consumati di nascosto
in un caffè.
Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta insieme a te,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
che ci ha visto soffrire,
che ci ha visto partire,
che ci ha visto ..

Scende piano la notte
sui ricordi di Roma,
c’è una donna che parte
un uomo che corre,
forse vuole fermarla,
si suicida la notte,
non so come salvarla.

Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta questa sera,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
dell’oscuramento e dei timori,
dei giovani semiti e dei loro amori
consumati di nascosto
in un caffè.

Amore sapessi com’era il cielo
a Roma qualche tempo fa,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo,
la stessa città,
che ci guarda partire
e volerci bene,
che ci guarda lontani
e di nuovo insieme,
prigionieri di questo cielo,
di questa città,
che ci ha visto soffrire,
che ci ha visto partire,
che ci ha visto.

È vicina la notte
sembra di accarezzarla…’

Voor iedereen die het Italiaans nog niet zo machtig is, hieronder een zeer vrije vertaling van mijn hand:

‘De nacht begint te vallen
over de daken van Rome,
tussen een kat die lacht
en een ander die droomt
over het bedrijven van de liefde,
begint de nacht te vallen
zonder geluid te maken.

Er komt een ster voorbij
over de binnentuinen van Rome
en een telefoon rinkelt,
niemand antwoordt
op een radio die aanstaat,
de nacht is dichtbij,
lijkt haar zachtjes aan te raken.

Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Margutta deze avond is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van de bombardementen en van de schilders,
van de jonge dichters en hun liefdes
waarvan ze stiekem genieten
in een café.
Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Margutta samen met jou is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van degene die ons heeft zien lijden,
ons heeft zien vertrekken,
ons heeft zien…

De nacht daalt langzaam neer
over de herinneringen aan Rome,
er is een vrouw die vertrekt
en een man die rent,
misschien wil hij haar tegenhouden,
de nacht maakt er een einde aan,
ik weet niet hoe ik haar moet redden.

Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Marguatta deze avond is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van de verduistering en de angst,
van de jonge semieten en hun geliefden
waarvan ze stiekem genieten
in een café.

Liefje, als ik zou weten
hoe de hemel boven Rome
enige tijd geleden was,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het een andere hemel,
een andere stad,
die ons ziet vertrekken
en ons een warm hart toedraagt,
die ons op grote afstand ziet
en weer opnieuw bij elkaar,
gevangenen van deze hemel,
van deze stad,
die ons heeft zien lijden,
die ons heeft zien vertrekken,
die ons heeft gezien.

De nacht is dichtbij,
en lijkt ons zachtjes aan te raken.’

Getagd met:
jun 11

In mei was het elke woensdagavond feest. Even na achten klonk er op BBC2 gesmak, gekreun en geslurp. Voor wie nu verkeerde dingen gaat denken, zeker in het licht van de titel van vandaag: het gaat om een televisieprogramma van de olijke Italiaanse koks Antonio Carluccio en Gennaro Contaldo. De twee gulzige Italianen reizen door hun vaderland en koken, proeven en glunderen dat het een lieve lust is om hen te aanschouwen.

Gelukkig is er nu voor iedereen die deze heerlijke televisie gemist heeft het kookboek Twee gulzige Italianen. Voor dit bijzondere boek ondernamen Antonio Carluccio en Gennaro Contaldo, beiden geboren in Italië maar inmiddels woonachtig in Groot-Brittannië, een verrassende reis naar hun vaderland, waar ze zich in hun culinaire erfenis verdiepten. Ze onderzochten traditionele en hedendaagse gewoonten en probeerden de diepste geheimen van de Italiaanse gastronomie bloot te leggen.

Dat leverde een fascinerend boek op met echte Italiaanse gerechten, bereid door echte Italianen. Twee gulzige Italianen geeft, behalve ruim honderd recepten, inzicht in de opvattingen en het wezen van beide mannen – hun humor, hun kennis en bovenal hun gedeelde passie voor lekker eten.

Alleen al van het omslag – van de pizza natuurlijk, niet van de twee mannen – loopt het water je in de mond. Wees dus gewaarschuwd: dit boek is eigenlijk niet aan te raden, zo vlak voor de zomer. Je wilt alleen nog maar in de keuken staan en daarna urenlang tafelen, om alle gerechten uit te proberen. Dat wordt straks tijdens de zomervakantie even afzien – de pizza, pasta, gnocchi, gefrituurde courgettebloemen en overheerlijke toetjes zijn niet bepaald bikini-proof. Maar gulzig word je er vanzelf van, zodat je je voornemens snel opzij zet en de twee heren op hun culinaire reis door Italië volgt.

Naast de bekende antipasti, primi, secondi, contorni en dolci besteden de heren ook aandacht aan de zogenaamde merende, tussendoortjes of snacks die tussen de maaltijden door worden gegeten en die de Italiaanse bambini krijgen als ze uitgehongerd uit school komen.

‘We zien Italië misschien als het land waar de mensen traditioneel driemaal per dag thuis eten, omgeven door hun gezin, maar de praktijk leert dat merende onderdeel zijn van het leven van alledag. Hoewel Italië van oudsher geen snackcultuur heeft, is er de afgelopen jaren wel veel veranderd.

Met de snelheid waarmee het leven tegenwoordig voorbijvliegt, heeft men niet altijd de tijd om te beginnen met een goed ontbijt voor men naar het werk gaat, of om tussen de middag thuis te gaan lunchen, zoals vroeger gebeurde. Of het nu ’s morgens een briochebroodje is van de pasticceria of een panini of punt pizza voor de lunch of aan het eind van de middag, ook de Italianen eten op een bepaald moment van de dag een of andere snack.

De meeste merende worden gekocht bij de speciale straattentjes, de bakker of bij de rosticceria. Het woord rosticceria verwijst naar het braden aan het spit, en je kunt hier inderdaad kip en wildgebraad aan het spit vinden, net als worstjes, verschillende salades, arancini (gebakken risottoballetjes), mini-pizza’s en een enorme reeks lekkere knabbels, die van streek tot streek verschillen.

De meest traditionele merenda is de lichte maaltijd die hongerige meisjes en jongens na schooltijd gebruiken. Deze wordt meestal tussen vier en vijf uur ’s middags geserveerd, ruim na de lunch, en voor het diner dat meestal tussen zeven en acht uur ’s avonds wordt opgediend. Een typische merenda bestaat uit wat brood met jam, met een glas melk of een beker warme chocolademelk, een panino mat salami of een plak cake, afhankelijk van wat moeder in huis heeft, wat gemakkelijk en snel te bereiden is en voedzaam genoeg om het tot het diner vol te houden.

Carluccio: ‘Jaren geleden was er in Borgofranco een lawine en er kwamen enorme blokken graniet in hoge stapels aan de voet van de heuvel terecht. Deze vormden natuurlijke grotten die de arbeiders van de stad gebruikten als opslagplaats. Omdat de grotten koel en goed geventileerd zijn, worden hier voornamelijk wijnen en kazen bewaard. Af en toe nemen de eigenaren van de grotten, als ze hun waren gaan controleren, wat brood, tomaten, fruit en wijn mee. Soms ook nemen ze vrienden mee, met wat vlees en een barbecue, en dan heeft iedereen plezier en geniet. Dat is nu wat ik een merenda noem!’

Morgen trakteer ik jullie op een heerlijk recept voor zo’n merenda, waar ik toevallig laatst met trouwe fans van Ciao tutti over sprak. Zorg morgen aan het einde van de middag alvast maar voor een flinke portie lekkere trek! Bovendien hebben we dan een leuke winactie, mis het dus niet!

Twee gulzige Italianen
Antonio Carluccio & Gennaro Contaldo
ISBN 9789059563919
€ 24,95
Fontaine Uitgevers

© foto’s Chris Terry

mei 01

Vandaag, op de Dag van de Arbeid, wil ik even stilstaan bij al die Italianen dankzij wie we vandaag de dag overal in Nederland Italiaans kunnen eten of een echte, volgens traditioneel recept bereide gelato kunnen kopen. Deze Italiaanse immigranten worden extra in de schijnwerpers gezet met het project 1001 Italianen, een initiatief van Daniela Tasca.

Daniela is geboren op Sicilië en kwam in 1989 als Erasmus-student naar Nederland, waar ze onder andere meewerkte aan het Van Dale woordenboek Nederlands-Italiaans. Na werkervaring te hebben verworven als redacteur van de publieke omroep, rondde ze een opleiding tot programmamaakster af bij Studio Bromet. In 2007-2009 verscheen haar succesvolle project De Spaghettiflat, Little Italy in de polder. Het project, dat ze heeft gerealiseerd in samenwerking met Tonino Boniotti/Arcobaleno Media Producties, bestaat uit drie delen: de documentaire, het boek en de webspecial op www.vijfeeuwenmigratie.nl – een succesvolle voorloper van 1001 Italianen.

Daniela Tasca: ‘Deze 1001 Italianen staan symbool voor alle Italianen die vanaf de jaren veertig naar Nederland kwamen. Ze leefden hier en trouwden hier. Ze braken hun plechtig voornemen om terug te keren naar de familie in het vaderland.

Immigratie is een drastisch en een dramatisch middel. Zeker voor de betrokkenen en hun families. Het gastland heeft meestal weinig boodschap aan dat drama. Beste Nederlanders, weten we bij benadering hoeveel Italianen destijds de verhuizing naar ons land aandurfden? Hoeveel hier bleven? Beseffen we dat deze groep Italianen de eerste groep georganiseerde arbeidsmigranten in Nederland was?

De mijlpaal in deze zaak was de wervingsovereenkomst die de regeringen van Nederland en Italië met elkaar aangingen op 6 augustus 1960, tweeënhalf jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome. Nederland zat te springen om arbeidskrachten, veel jonge Italianen zaten in een uitzichtloze situatie zonder werk. De overeenkomst was niet de eerste van deze aard tussen de beide landen, wel de eerste in EEG-verband. Deze ‘gastarbeiders’ kwamen als pioniers naar Nederland. Ze zijn de wegbereiders van de grote mediterrane migratie, stonden aan de wieg van onze multiculturele samenleving. Ook vandaag vestigen zich nog steeds Italianen in Nederland.

Het meerjarenproject 1001 Italianen stelt zich ten doel de 50-jarige Italiaanse aanwezigheid in Nederland in kaart te brengen en breed toegankelijk te maken. Wie zijn de Italianen van Nederland? Hoe verging het de pioniers en hun nazaten? Wat is hun bijdrage aan de Nederlandse geschiedenis, wat bindt hen vandaag de dag aan Nederland?’

Speciaal voor het project 1001 Italianen is er op de website van het Verhalenarchief plek ingeruimd voor verhalen van Italiaanse migranten. Sandra di Bortolo, waar ik 10 november 2010 al over schreef, vertelt het verhaal van haar vader, die als 13-jarige te voet uit Italië vertrekt om zich uiteindelijk als terrazzowerker in Zwolle te vestigen. Ontroerend is ook het verhaal van Martha en Gino:

‘Als de twintigjarige Amsterdamse Martha op een zondagmiddag in 1958 gaat vrijdansen bij Cosey Corner op de Middenweg, valt haar een groepje luidruchtige Italianen op. Een van hen vraagt haar ten dans. Het is de dan 33-jarige Gino, haar toekomstige echtgenoot.

Martha vindt het Italiaanse groepje wel interessant: ze zijn wat lawaaiig en roepen in het Italiaans van alles naar elkaar. Martha verstaat ze natuurlijk niet. Na het dansen met Gino weet ze niet goed wat ze met de situatie aan moet en besluit naar huis te gaan. Met een omweg via het toilet hoopt ze ongezien weg te komen. Maar bij de garderobe staat Gino ineens bij haar.

Hij brengt haar met de tram naar de De Lairessestraat, waar zij kinderverzorgster is. Bij het afscheid geeft Gino Martha een hand – juist dat bescheiden gebaar maakt indruk. Een week later zien ze elkaar weer, bij Cosey Corner. Vanaf dan is het aan.

Gino komt uit de streek Emilia-Romagna. In 1957 komt hij naar Nederland, nadat hij een aantal jaar in Marseille heeft gewerkt. Hij gaat bij Fiat in Amsterdam aan de slag als autospuiter / kleurmenger. Gino is trots op zijn vak. Hij noemt zichzelf nadrukkelijk géén gastarbeider. Hij is immers op eigen initiatief naar Nederland gekomen. Dat is anders dan de Italianen die later ‘onder contract’ naar Nederland zouden komen.

Gino Briganti in de Fiat Fabriek, Amsterdam.
Collectie: Martha Briganti-Witte
©
www.hetverhalenarchief.nl

Vanaf het eerste moment is Gino ervan overtuigd dat hij en Martha zullen trouwen. Na vijf maanden gaat hij voor het eerst mee naar haar ouders. Bij de eerste ontmoeting zegt Gino:’Dag pappie. Dag mammie’. Martha vindt het een beetje genant, maar haar ouders vinden het prachtig. Martha’s moeder heeft een grote pan ‘macroni’ gemaakt met stukjes Smac, uien en tomaten. Martha’s vader blijkt een aardig woordje Frans te spreken. Gino is meteen welkom.

Gino en Martha settelen zich in Amsterdam. Even leek het erop dat ze zich in Italië zouden vestigen. Drie maanden zijn ze er geweest, in 1961. Gino begint daar met zijn broer een verfspuiterij, maar hij blijkt het Italiaanse leven te zijn ontgroeid. Ze keren terug naar Amsterdam. Hun eerste huisje staat in de Commelinstraat, daarna verhuizen ze achtereenvolgens naar Nieuwendam-Noord en de wijk Banne in Amsterdam-Noord. Samen krijgen ze twee zoons.

Een belangrijke ontmoetingsplaats voor Italianen in Amsterdam is in die tijd de Milano Bar in de Leidsestraat. Daar kunnen ze het Italiaanse gebruik weer oppakken om na het middageten rustig een espresso te drinken en elkaar te ontmoeten. Op zaterdag en zondag gaat Gino daar ook vaak een paar uurtjes heen. Niet iedereen begrijpt deze gewoonte. De ouders van Martha vinden het bijvoorbeeld maar een beetje vreemd.

Gino Briganti met vrienden voor de Milano Bar, Leidsestraat Amsterdam.
Collectie: Martha Briganti-Witte
©
www.hetverhalenarchief.nl

Heel wat Nederlands-Italiaanse relaties zijn stukgelopen door de Milano Bar. Niet alle vrouwen kunnen er tegen dat hun mannen ook iets voor zichzelf ‘hadden’. Vrouwen komen vrijwel niet in de Milano Bar, het is er echt een mannenwereld. Op luide toon worden er vrouwen, auto’s en eten besproken. Martha vindt het geen probleem dat haar man er regelmatig heen gaat.

Gino’s bezoekjes aan de Milano Bar worden in de loop der jaren wat minder. Zijn zoons voetballen op zaterdag en hij is daarbij actief betrokken. Bovendien komen er na 1960 steeds meer en meer Italianen naar de Milano Bar: gastarbeiders die na het wervingsverdrag van 1960 naar Nederland komen. De sfeer is er niet meer zoals eerst.

In 1978 overlijdt Gino op 53-jarige leeftijd. Van hun nieuwe woning in Banne kan hij slechts een jaar genieten…’

Kijk voor meer verhalen op www.hetverhalenarchief.nl/italiaanse-gastarbeiders. Meer informatie over het project 1001 Italianen vind je op www.1001italianen.nl

mrt 29

Gisteren is in Bologna de Fiera del libro per ragazzi, de grootste en belangrijkste beurs voor kinder- en jeugdboeken ter wereld, van start gegaan. Vier dagen lang is Bologna het domein van schrijvers, illustratoren, literair agenten, uitgevers, drukkers, boekverkopers en bibliothecarissen die duizenden kinder- en jeugdboeken onder ogen krijgen.

Vorig jaar waren er ruim 4750 kinderboekenprofessionals aanwezig, verdeeld over 1300 verschillende exposanten, afkomstig uit 67 verschillende landen. Om jullie een idee te geven: het beursoppervlak beslaat meer dan 20.000 m2! Kinderboekenschrijver en -illustrator Harmen van Straaten is sinds jaar en dag op de Fiera del libro per ragazzi aanwezig. Harmen bezoekt de beurs al ruim 15 jaar en heeft z’n hart inmiddels verpand aan Italië – en aan het dorpje Airole in het bijzonder.

Airole

Harmen van Straaten: ‘In 2002 bezocht ik Airole voor de eerste keer. Ik had een familielid geholpen met de verkoop van zijn huis en als dank nodigde hij mij uit om een weekeind daar te komen logeren. Liefde op het eerste gezicht was het tussen mij en Airole.

Het dorpje is meer dan vijfhonderd jaar oud en het heeft zijn authenticiteit weten te bewaren. Ondanks de toeristen die het pleintje in het hoogseizoen bevolken en ondanks de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog is het nog steeds een oorspronkelijk Italiaans dorp. Met een school, een vrijwillige brandweer, twee kroegen een postkantoor, een voetbalelftal, twee kerken en een actieve proloco (plaatselijke feestcommissie).

Sinds 2007 mag ik me – na vele vakanties daar te hebben doorgebracht – eigenaar van een dorpswoning noemen. Dankzij deze aankoop breng ik nu zo’n vier tot vijf maanden per jaar door in Airole.

Het Italiaanse seizoen begint voor mij meestal met een bezoek aan de kinderboekenbeurs in Bologna. Al sinds 1995 bezoek ik die beurs met veel plezier. Ik ontmoet er mijn collega-schrijvers/illustratoren en uitgevers van over de hele wereld. Een voorjaar zonder de beurs in Bologna is voor mij geen voorjaar.

Stel je voor… het eten van ristorante Donatello te moeten missen met aan de muren foto’s van operazangers en voetballers, de zon op het Piazza Magiore, de vele lange nachten bij de Pinkbar aan de Via Independenza en het prachtige boekenfeest van de Nederlandse uitgevers in het Palazzo Isolani, waar ik ooit de uitnodiging voor mocht illustreren, met onderstaande prent:

Uiteraard is een feest in Bologna geen feest zonder tafels vol voortreffelijk Italiaans eten. Onvergetelijk was voor mij de avond dat Mai Spijkers op het feest aanwezig was en net iets te uitbundig leunde op de tafel vol met eten en drank waardoor de tafel omkieperde. Of dat ik mij vergist had in de deur van het hotel en per abuis twee sleutels had gestoken in de verkeerde deuren, waardoor de sleutels afbraken. Italië bezorgt een Noord-Europeaan net dat tikkeltje lichtheid zullen we maar zeggen…

Ik heb veel aan Italië te danken. Veel boeken zijn door mijn bezoeken aan Bologna in het buitenland uitgebracht, ik heb vele leuke collega’s van over de hele wereld leren kennen. Vele malen heb ik een bezoek gebracht aan Venetië of Rome, om de sfeer na de beurs nog even vast te houden. Nu kan ik na afloop echter gewoon naar mijn eigen huis in Airole, waar ik al vele boeken heb geschreven en getekend: Sydney, alle boeken van Kees & Ko detectivebureau, een boek over Sinterklaas, Luchtacrobaten… Ze zijn allemaal bedacht en getekend in Airole.

In april is het weer zover; dan zit ik na de kinderboekenbeurs weer boven op het dakterras in mijn atelier en dan knijp ik af en toe in mijn arm om te zien of het wel allemaal echt waar is. A presto, Airole!’

Sydney winnen?
Speciaal voor de lezers van Ciao tutti stelt uitgeverij Moon 3 exemplaren van Sydney beschikbaar:

Sydney is vernoemd naar de stad waar zijn vader en moeder elkaar voor het eerst kusten. Sydneys moeder wilde er altijd een keer naar terug, maar dan ineens gaat ze dood. Sydney besluit om zelf te gaan. Zonder een woord te zeggen tegen zijn broers en zijn vader gaat hij op pad. Samen met zijn hond Vivaldi. Maar wanneer de buschauffeur hem weigert mee te nemen omdat hij te jong is om alleen te reizen en omdat hij Vivaldi bij zich heeft, valt zijn hele plan in duigen. Dan ontmoet hij de voortvluchtige Tipper, die ook op weg is naar Sydney.

Wil jij het avontuur van Sydney en Vivaldi lezen? Mail dan voor zondag 10 april 2011 je adresgegevens naar winnen@ciaotutti.nl, onder vermelding van Sydney.

Sydney
Harmen van Straaten
ISBN 9789048805754
€ 12,95
uitgeverij Moon

mrt 01

Nu het carnaval in Venetië echt is losgebarsten, ben ik even terug in Nederland – maar gelukkig wel voor allerlei Italiaanse activiteiten als boekpresentaties, Italia al Dente (zie Ciao tutti van 20 februari 2011) en meer spannende dingen, waarover ik later deze maand uitgebreid zal berichten.

Ondanks het feit dat al deze dingen de heimwee naar Italië iets minder erg maken, merk ik dat ik in mijn hoofd nog heerlijk door de nauwe Venetiaanse straatjes wandel, op mijn zolderkamer nog steeds het klotsen van het water hoor en in plaats van de marktkooplui van de Albert Cuyp de vrolijke gondeliers denk te horen zingen…

Daarom vandaag een fragment uit Mijn Italië van Luc Devoldere dat mij weer even terug brengt naar Venetië, en jullie hopelijk ook een glimp laten opvangen van hoe mooi La Serenissima toch is…

‘Het begint al met de nadering. Natuurlijk moet je de stad naderen over water, zoals Thomas Mann voorschrijft: over land is het een paleis binnengaan via de achterdeur. In een brede vaargeul naast de vliegtuigen dobberen amechtige boten. Enkele minuten later ben je in de lagune waar mannen in de mist roerloos en wijdbeens staan op visserssloepen. Soms stappen ze doodgemoedereerd overboord en zie je pas hoe ondiep de lagune is. Een erehaag op weg naar de onwaarschijnlijkste aller steden. […]

De boot houdt nog halt aan het Lido (nee, ook nu ben ik niet uitgestapt) en na een uur varen doemt eindelijk San Giorgio en de piazzetta trillend op uit de mist. Pas op Canal Grande geeft de stad zich gewonnen en weer stoom je op tussen de mooiste decorwanden ter wereld. Op deze drukke sloot kruisen vaporetti, platbodems, gondels, motorboten, politieboten, belastingsboten en ambulances elkaar broederlijk onverschillig.

Laten wij beginnen met de uitgestorven buitenwijken – Cannareggio – in het uur tussen hond en wolf: er valt niets over te zeggen, omdat ze alleen van zichzelf zijn, van hun stugge woonblokken, hun wasdraden vol verhalen van gesteven leven die je de volgende dag op een schilderij van Canaletto zult zien, hun verlaten aanlegsteigers aan de lagune. Vanzelfsprekende asymmetrie van gevels, water, pleinen, katten en bruggen. Je hoort er alleen je eigen voetstappen die zichzelf oprapen. Je kijkt op naar de schaarse, verlichte ramen en beeldt je in hoe daar onder de lampen geleefd wordt, en hoe het zou zijn als jij er leefde.

En dan is er even de epifanie van de ideale stad: de stilte en de was – druppende onderhemden, blauwe carnavalssluiers – hangen roerloos tussen twee woonblokken en daar net tussenin weeft in de verte de blauwmistige lagune.

Het eerste wat ik van Venetië zag was een gondel. Als je de stekker in het stopcontact stak, gingen gekleurde lichtjes branden. In haar museum toont een foto Peggy Guggenheim in haar gondel op het Canal Grande met de mobiele oorringen van Calder aan. In de krant heb je een verveelde Woody Allen gezien in een gondel met zijn aangenomen kindvrouw op huwelijksreis. In Venetië zelf heb je de werf gezien waar ze als aangespoelde walvissen weerloos liggen. […]

Ik heb me na al die jaren met de gondel verzoend. Al is het dan de veergondel bij Santa Sofia. Voor 50 eurocent word je over het Canal Grande gezet. Het was negen uur ’s avonds – geen andere boot in zicht – en wijdbeens in het midden van de smalste, sierlijkste aller sloepen, terwijl de palazzi een trage, majestatische bocht rond de gondel beschreven, heb ik even gedacht van deze stad te zijn, even verzonken als haar gevels.

‘In questa casa Henri de Regnier venezianamente scrisse e visse.’ In dit huis schreef en leefde Henri de Regnier op Venetiaanse wijze, zoals het Venetië past. Hoe zou dat zijn? Wat houdt het onvertaalbaar zwierige bijwoord in? Op de gedenkplaat staat een vers:

car sinueuse et délicate
comme l’oeuvre de ses fuseaux
Venise ressemble à l’agathe
avec ses veines de canaux.

Voilà venezianamente.’

Dit fragment is afkomstig uit het verhaal Venezianamente, uit de bundel Mijn Italië. In deze bundel ontwerpt Luc Devoldere zijn eigen mentale kaart van het Italiaanse schiereiland. Geen boek over eten en drinken aan de andere kant van de Alpen of een huis in Toscane, geen verhaal over design, mode, dolce vita en onthaasting, maar een liefdesverklaring aan al die andere, gewone dingen die Italië zo mooi maken.

Alle hoofdstukken in dit originele en verrassende boek hebben iets met Italië te maken. Met plaatsen, personages, gedachten die gedacht zijn in een landschap. Van het conclaaf naar Portofino; van de huizen van tolerantie naar de brem op de Vesuvius; van een nationaal epos naar een imbeciel die gehoorzaamt; van kerkers naar bodemloze ogen in Ravenna. D’Annunzio staat er naast Galiani, Michelstaedter naast Pasolini, Cicero naast Einaudi en Catullus naast Malaparte. Maar ook het Zijn wordt ontdekt in Elea, dat nu Velia heet. Over dit alles wappert opgewekt de was van een Italiaanse straat. Da leggere!

Mijn Italië
Luc Devoldere
ISBN 9789045013787
€ 10,00
uitgeverij Atlas

feb 04

Tim Parks woont, samen met zijn vrouw en drie kinderen, in de buurt van Verona. Over zijn belevenissen in Italië en met de Italianen schreef hij Italiaanse buren, Italiaanse opvoeding en Een seizoen met Hellas Verona. Voor vandaag vond ik zijn verhaal over la strada delle zitelle, de straat van de oude vrijsters, wel toepasselijk. Lees maar mee!

‘Het moment waarop we echt als volwaardige bewoners van de Via Colombare werden geaccepteerd, was toen het algemeen bekend werd dat Rita een baby verwachtte. Het was februari, carnavalstijd, en de winkels hingen vol griezelmaskers en D’Artagnankostuums voor vijfjarigen. Het was ook rond die tijd dat we het Centro Primo Maggio ontdekten, een plek die me nog een beetje gelukkiger maakte met Montecchio dan ik al was.

Rita wilde een aantal onderzoeken laten doen in het ziekenhuis en vroeg Orietta hoe dat in zijn werk ging. Niemand had beter op de hoogte kunnen zijn. Noch blijer met het nieuwtje. Een baby op nummer 10, meraviglioso ! Ook Giampaolo was oprecht verheugd. Zijn serieuze mannengezicht kreeg iets opgewonden jongensachtigs. Er kwamen plotseling zeer gezellig vibraties te hangen in dit kraakheldere, stijlvolle appartement. Lara sprong haast een gat in de lucht. Het broertje of zusje dat ze zo graag had gehad! riep ze.

Uiteraard waren de Visentini’s de discreetheid zelve. Ze respecteerden je privacy, spraken met niemand. Dat was een erezaak. Elke mededeling, hoe banaal ook, beschouwden ze als hoogst vertrouwelijk. Maar nog geen tien minuten nadat Rita de nieuwe ontwikkelingen aan Lucilla had toevertrouwd (elke besloten leefgemeenschap heeft nu eenmaal zijn bron van roddel), was heel de Via Colombare op de hoogte. En daardoor stegen we aanzienlijk op de sociale ladder.

We waren niet langer twee toevallige passanten met rare baantjes die vreemde bezoekers ontvingen met smerige auto’s en buitenlandse nummerplaten. We waren verantwoordelijke mensen die zich begonnen te settelen. We gingen een gezin stichten en zouden dus wel christenen zijn, ook al gingen we niet naar de mis. Wanneer ik op straat liep, gebeurde het me niet meer dat iemand mijn ‘buongiorno’ en ‘buonasera’ negeerde. Integendeel, iedereen glimlachte samenzweerderig.

Rita werd aangeklampt door vrouwen die vroeger nauwelijks een woord tegen haar hadden gezegd. Wanneer zou het komen? Had ze last van misselijkheid ’s morgens? Wilden we een jongen of een meisje? Naar welk ziekenhuis dachten we te gaan? Er werd wijs geknikt in de koude lucht. Want er was geen mist meer, alleen een lang en saai wachten op de lente. En daarna kwam de baby.

Het zou trouwens wel een meisje zijn. Ja, het werd vast een meisje. Waarom? Omdat er de laatste jaren alleen maar meisjes waren geboren in de Via Colombare. En vreemd genoeg begonnen alle namen met een ‘M’: Marta, Monica, Milena… Misschien konden het onze Mariangela noemen, of Miranda. Dat wilde nu ook weer niet zeggen dat er zo veel kinderen waren geboren in de laatste tien jaar, want niet alleen was dit de straat van de meisjes (die op dat moment in het winterzonnetje volleybal speelden over een hek), het was ook la strada delle zitelle, de straat van de oude vrijsters.

Het was ons tot dan toe nog niet opgevallen, maar bij nader inzien woonden er inderdaad veel ongetrouwde vrouwen van middelbare leeftijd in de straat: de vrouw met de takkenbezem bijvoorbeeld en haar slankere zus; de donkerharige en vitale zus van de vertegenwoordiger in verzekeringen; en op de hoek van de Madonnina was er de vrouw die met een weefgetouw voor haar raam zat, en die een furieus blaffende hond aan de ketting had liggen achter een hoog ijzeren tuinhek, die naar de naam Boek scheen te luisteren.

‘Misschien komt het door de Maagd,’ lachte de vrouw met de takkenbezem, die zich plotseling heel vriendelijk gedroeg. Ze had touwachtig gepermanent, blond haar en een ferme moedervlek onder aan haar neus. We begrepen het niet. ‘De Madonnina,’ zei ze en wees naar het beeldje met het geduldige, droevige gelaat.’

Of het inderdaad door de Madonnina kwam, al die meisjes in de Via Colombare, en of Tim Parks en zijn vrouw uiteindelijk ook een meisje kregen dat ze een naam met een ‘M’ gaven, lees je in Italiaanse buren – net als heel veel andere Italiaanse zaken, zoals de regels rondom het drinken van cappuccino, het klimaat rondom Verona, de heiligenkalender die in elke Italiaanse keuken hangt en l’uomo rinascimentale. Genieten!

preload preload preload