aug 30

Venetië en gondels, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar je ook over het water uitkijkt, vaak zie je zo’n zwarte, ranke boot opduiken – met naast een gondelier in gestreept shirt een groep toeristen en nu en dan zelfs een accordeonist die zijn repertoire beperkt tot O sole mio.

Zie je ze in een rustig wijkje even niet op het water balanceren, dan weet je dat je echt de toeristische stukjes stad achter je hebt gelaten. De plek van de gondels wordt ingenomen door kleine bootjes van bewoners die een dagje naar het strand trekken, de vuilnisboot of gewoon een glad spiegelend wateroppervlak.

De gondels hebben een enorme aantrekkingskracht op wie met een camera in de hand door Venetië slentert. Ook ik kon het niet laten om af en toe een mooi rijtje gondels vast te leggen:

Maar in een gondel stappen om voor ruim 75 euro nog geen uurtje over het water te glijden, nee, dat hadden mijn reisgenoot en ik er niet voor over. In rap Italiaans wimpelden we de gondeliers die op de verschillende bruggetjes staan in de hoop passagiers te vinden af – ook als het het driehonderdste bruggetje was waar we die dag overheen wandelden.

Toch hebben A. en ik één keer in een gondel gezeten, omdat we van de ene kant van het Canal Grande naar de andere wilden zonder een duur kaartje voor de vaporetto te kopen – en zonder een nat pak te halen natuurlijk. We keken de kunst af van een paar Venetiaanse oude vrouwtjes, die al keuvelend op een soort gondelpont stapten, traghetto genaamd.

Deze traghetti vind je op verschillende plekken aan beide zijden van het Canal Grande. Aangezien er maar drie bruggen over het Canal Grande lopen, scheelt deze service je vaak een behoorlijk eind omwandelen. Om van het geld en de tijd die je aan de vaporetto kwijt bent nog maar niet te spreken. En zeg nou zelf: niets beter dan een overtocht in een gondel, al duurt die nauwelijks 5 minuten.

Tijdens deze overtocht blijven de Venetianen overigens meestal staan, maar A. en ik konden – als enige passagiers – beiden een bankje aan de uiteinden bezetten, zodat we ook nog mooie foto’s konden maken van deze ervaring en de omringende palazzi aan het Canal Grande:

Aan het eind van de oversteek overhandig je een van de gondeliers (op deze traghetti zijn er twee gondeliers per gondel) 50 cent en een brede glimlach. Na een paar woorden in Venetiaans dialect te hebben aangehoord, sta je aan de overkant van het water – een ervaring rijker en zonder een enorme omweg.

Voor wie dit ook wel eens wil proberen, tegenwoordig telt de stad zeven traghetti over het Canal Grande:

*van de Fondamente S. Lucia (het station) naar de Fondamenta San Simeón Piccolo en viceversa
*van San Marcuola naar de Fóndaco dei Turchi (bij het natuurhistorisch museum) en viceversa
*van Santa Sofia (vlak bij Ca’ D’Oro) naar de Pescaria (de vismarkt bij de Rialtobrug) en viceversa
*van de Riva del Carbòn naar de Fondamente del Vin en viceversa
*van Sant’ Angelo naar San Tomà en viceversa
*van San Samuele naar Ca’ Rezzonico en viceversa
*van het Campo del Traghetto naar de Calle Lanza (bij de Santa Maria della Salute) en viceversa

Een van de gondeliers die ons overzette, wist ons nog te vertellen dat het systeem van de traghetti al eeuwenlang bestaat. Volgens hem waren er in 1697 nog 42 traghetti, waarvan er 23 een vaste route hadden. De andere werden meer gebruikt als een soort watertaxi’s en brachten mensen naar waar ze maar heen wilden – zelfs naar Burano, Murano of een van de kleinere eilanden.

Een kaart van Venetië uit 1677, de Disegno della Pianta di Venezia, laat inderdaad zien dat er toentertijd 23 vaste traghetti-routes waren, waarvan er 19 het Canal Grande oversteken en 4 het Canal della Giudecca. Deze traghetti zijn lang niet meer allemaal in gebruik, maar sommige straatnamen herinneren nog aan het feit dat er daar ooit een oversteekplaats was. De Calle de Traghetto San Giorgio (in Dorsoduro) bijvoorbeeld, die volgens de kaart was verbonden met de Campiello Traghetto (bij de S. M. Zobenigo).

Niet alleen een fascinerende ervaring, zo’n traghetto-ritje, maar ook een bijzondere kijk op de geschiedenis van de stad. Wij maken er straks in elk geval nog even gebruik van, mooi als laatste blik op de stad!

mrt 01

Nu het carnaval in Venetië echt is losgebarsten, ben ik even terug in Nederland – maar gelukkig wel voor allerlei Italiaanse activiteiten als boekpresentaties, Italia al Dente (zie Ciao tutti van 20 februari 2011) en meer spannende dingen, waarover ik later deze maand uitgebreid zal berichten.

Ondanks het feit dat al deze dingen de heimwee naar Italië iets minder erg maken, merk ik dat ik in mijn hoofd nog heerlijk door de nauwe Venetiaanse straatjes wandel, op mijn zolderkamer nog steeds het klotsen van het water hoor en in plaats van de marktkooplui van de Albert Cuyp de vrolijke gondeliers denk te horen zingen…

Daarom vandaag een fragment uit Mijn Italië van Luc Devoldere dat mij weer even terug brengt naar Venetië, en jullie hopelijk ook een glimp laten opvangen van hoe mooi La Serenissima toch is…

‘Het begint al met de nadering. Natuurlijk moet je de stad naderen over water, zoals Thomas Mann voorschrijft: over land is het een paleis binnengaan via de achterdeur. In een brede vaargeul naast de vliegtuigen dobberen amechtige boten. Enkele minuten later ben je in de lagune waar mannen in de mist roerloos en wijdbeens staan op visserssloepen. Soms stappen ze doodgemoedereerd overboord en zie je pas hoe ondiep de lagune is. Een erehaag op weg naar de onwaarschijnlijkste aller steden. […]

De boot houdt nog halt aan het Lido (nee, ook nu ben ik niet uitgestapt) en na een uur varen doemt eindelijk San Giorgio en de piazzetta trillend op uit de mist. Pas op Canal Grande geeft de stad zich gewonnen en weer stoom je op tussen de mooiste decorwanden ter wereld. Op deze drukke sloot kruisen vaporetti, platbodems, gondels, motorboten, politieboten, belastingsboten en ambulances elkaar broederlijk onverschillig.

Laten wij beginnen met de uitgestorven buitenwijken – Cannareggio – in het uur tussen hond en wolf: er valt niets over te zeggen, omdat ze alleen van zichzelf zijn, van hun stugge woonblokken, hun wasdraden vol verhalen van gesteven leven die je de volgende dag op een schilderij van Canaletto zult zien, hun verlaten aanlegsteigers aan de lagune. Vanzelfsprekende asymmetrie van gevels, water, pleinen, katten en bruggen. Je hoort er alleen je eigen voetstappen die zichzelf oprapen. Je kijkt op naar de schaarse, verlichte ramen en beeldt je in hoe daar onder de lampen geleefd wordt, en hoe het zou zijn als jij er leefde.

En dan is er even de epifanie van de ideale stad: de stilte en de was – druppende onderhemden, blauwe carnavalssluiers – hangen roerloos tussen twee woonblokken en daar net tussenin weeft in de verte de blauwmistige lagune.

Het eerste wat ik van Venetië zag was een gondel. Als je de stekker in het stopcontact stak, gingen gekleurde lichtjes branden. In haar museum toont een foto Peggy Guggenheim in haar gondel op het Canal Grande met de mobiele oorringen van Calder aan. In de krant heb je een verveelde Woody Allen gezien in een gondel met zijn aangenomen kindvrouw op huwelijksreis. In Venetië zelf heb je de werf gezien waar ze als aangespoelde walvissen weerloos liggen. […]

Ik heb me na al die jaren met de gondel verzoend. Al is het dan de veergondel bij Santa Sofia. Voor 50 eurocent word je over het Canal Grande gezet. Het was negen uur ’s avonds – geen andere boot in zicht – en wijdbeens in het midden van de smalste, sierlijkste aller sloepen, terwijl de palazzi een trage, majestatische bocht rond de gondel beschreven, heb ik even gedacht van deze stad te zijn, even verzonken als haar gevels.

‘In questa casa Henri de Regnier venezianamente scrisse e visse.’ In dit huis schreef en leefde Henri de Regnier op Venetiaanse wijze, zoals het Venetië past. Hoe zou dat zijn? Wat houdt het onvertaalbaar zwierige bijwoord in? Op de gedenkplaat staat een vers:

car sinueuse et délicate
comme l’oeuvre de ses fuseaux
Venise ressemble à l’agathe
avec ses veines de canaux.

Voilà venezianamente.’

Dit fragment is afkomstig uit het verhaal Venezianamente, uit de bundel Mijn Italië. In deze bundel ontwerpt Luc Devoldere zijn eigen mentale kaart van het Italiaanse schiereiland. Geen boek over eten en drinken aan de andere kant van de Alpen of een huis in Toscane, geen verhaal over design, mode, dolce vita en onthaasting, maar een liefdesverklaring aan al die andere, gewone dingen die Italië zo mooi maken.

Alle hoofdstukken in dit originele en verrassende boek hebben iets met Italië te maken. Met plaatsen, personages, gedachten die gedacht zijn in een landschap. Van het conclaaf naar Portofino; van de huizen van tolerantie naar de brem op de Vesuvius; van een nationaal epos naar een imbeciel die gehoorzaamt; van kerkers naar bodemloze ogen in Ravenna. D’Annunzio staat er naast Galiani, Michelstaedter naast Pasolini, Cicero naast Einaudi en Catullus naast Malaparte. Maar ook het Zijn wordt ontdekt in Elea, dat nu Velia heet. Over dit alles wappert opgewekt de was van een Italiaanse straat. Da leggere!

Mijn Italië
Luc Devoldere
ISBN 9789045013787
€ 10,00
uitgeverij Atlas

feb 21

‘Hoewel de getijden onmisbaar zijn voor het leven en voor het schoonhouden van de lagune, dus van Venetië, kunnen ze de stad soms behoorlijk bedreigen,’ aldus Christian Bec in zijn Geschiedenis van Venetië. ‘Op 4 november 1966 bereikte ten gevolge van welbekende oorzaken (de toenemende grondverzakking, de conjunctie van maan en zon, de resonantie van de getijden diep in de Adriatische Golf, overvloedige regen, daling van de luchtdruk, zuidzuidwestenwinden enz.) de vloed (acqua alta) een catastrofale hoogte: 1,94 meter boven het gemiddelde peil. Venetië was vierentwintig uur overstroomd en bijna door het water verzwolgen.’

Sindsdien doet Venetie er alles aan om de stad tegen het water in bescherming te nemen. In 1973 werd er zelfs een wet aangenomen die de waterhuishouding in Venetië zelfs uitriep tot ‘probleem van nationaal belang’. Maar wat men er nu precies mee moest, tja, dat was het grote probleem. Twee jaar later, in 1975, werd er dan ook een wedstrijd gehouden waarbij de deelnemers een reddingsplan voor de Venetiaanse lagune moesten indienen.

Het hoge water is echter niet het enige probleem waar Venetië mee te kampen heeft. Het feit dat de stad überhaupt wordt blootgesteld aan zoveel water leidt tot een enorme wildgroei van algen. Al in 1971 uitten twee onderzoekers hun bezorgdheid over de status van de gebouwen: ‘Men begrijpt de schade die Venetië onafgebroken ondervindt: aantasting van de stenen, die worden aangevreten door bacteriën en door chemische stoffen; aantasting van fresco’s, schilderijen, mozaïeken, meubels; verzakking van fundamenten en dreigende instorting. Men heeft kunnen ramen wat er elk jaar in Venetië verloren gaat:

6% van het marmer
5% van de fresco’s
5% van de meubels en decoratieve kunst
3% van de schilderijen op doek
2% van de schilderijen op hout
natuurlijk nog afgezien van het steeds sneller gaande verval van de gebouwen zelf.’

Toch is al dat water juist ook de charme van de stad. Wat zou een drooggelegd Venetië immers niet missen aan mysterieuze weggetjes, fotogenieke doorkijkjes en de geheimzinnige sfeer? Wat zou een wandeling door Venetië zijn zonder het geluid van klotsend of kabbelend water dat tegen de kade aanslaat, zonder het beeld van de gondels die over het Canal Grande scheren, zonder al die zingende gondeliers?

Gelukkig kunnen we voorlopig nog genieten van het water in Venetië. Sinds kort kun je zelfs op een bijzondere manier deelnemen aan het leven op het water. Het is namelijk mogelijk om in een kano door de Venetiaanse wateren te peddelen. Onder begeleiding peddel je door de kleine kanaaltjes, langs huizen waar de lekkerste geuren uit ontsnappen, onder kleurige waslijnen, langs de varende groenteman, huisarts of loodgieter. Zo kom je op de meest bijzondere plekken, die voor een gewone toerist onvindbaar – en soms zelfs ontoegankelijk – zijn. Kijk voor meer informatie, routes en tarieven op www.venicekayak.com

Ben je een ervaren peddelaar en wil je wat meer zien dan alleen het centrum van Venetië? Paul Smit, redacteur van het tijdschrift Op Pad, maakte een vijfdaagse kajaktocht door de Venetiaanse lagune. Lees hier zijn schitterende reisverslag, met prachtige foto’s van zijn tocht. Dat wordt oefenen, haal de peddels maar vast uit de kast!

Getagd met:
aug 30

Vanwege de glinsterende grachten en de vele bruggen en bruggetjes wordt Amsterdam ook wel eens het Venetië van het noorden genoemd. Dat deze vergelijking verdergaat dan het overal in de stad aanwezige water, bewijzen de volgende Amsterdamse adresjes – die je immers ook in Venetië aan zult treffen.

Rialto

 

De Rialto-brug is na het San Marcoplein misschien wel de bekendste plek van Venetië. Amsterdam heeft zijn eigen Rialto: een knus filmtheater in De Pijp. Rialto bestaat al sinds 1982, toen de Stichting Amsterdams Filmhuis zijn intrek nam in het bioscooppand aan de Ceintuurbaan. De voorgeschiedenis van Rialto als buurtbioscoop dateert echter al vanaf 1921. Bij veel Amsterdammers leven nog warme herinneringen aan de kindermatinees van de ‘Amsterdamsche Jeugdbioscoop’. Diverse ingrijpende verbouwingen hebben Rialto veranderd in een modern theater met drie zalen en een ruim en sfeervol filmcafé.

De premièreprogrammering van Rialto is gericht op Europese en niet-westerse artistieke filmproducties. Meestal kun je hier ook je Italiaanse filmhart ophalen. Zo draait er op dit moment de film Io sono l’amore (Ik ben de liefde). Zoals de kenners van Rialto het omschrijven: ‘Melodrama in de beste Hollywood-traditie met de allure van een negentiende-eeuwse naturalistische roman: Douglas Sirk meets Emma Bovary’.

De film is gebaseerd op een verhaal dat regisseur Luca Guadagnino zelf schreef en over de teloorgang van de steenrijke Milanese familie Recchi, gezien door de ogen van Emma Recchi, de matriarch van het gezin. Ooit werd de Russische Emma veroverd door Tancredi Recchi, zoon van een textielgigant. Veroverd, want zij was meer een rijkeluistrofee, dan het object van liefde. Uit hun huwelijk zijn niettemin drie kinderen geboren.

Tijdens een groot familiefeest ontmoet Emma de chef-kok Antonio, de beste vriend van haar zoon. Aanvankelijk gebeurt er niets, maar als de twee elkaar maanden later nogmaals treffen, ontvlamt de liefde in alle hevigheid. De stormachtige affaire zet haar leven volledig op de kop. Emma tracht zich te bevrijden van de ketenen van haar huwelijk – maar tegen welke prijs?

Luca Guadagnino spaarde kosten noch moeite om zijn film zo rijk aan te kleden als het milieu waarin het verhaal speelt. De luxe interieurs, de prachtige kostuums, kortom de in beeld gebrachte weelde maakt van de film een visueel spektakel.

Tramezzino – Sandwich op z’n Venetiaans

Een tramezzino is de Italiaanse benaming voor een sandwich. Letterlijk betekent tramezzino ‘in het midden’, hetgeen wijst naar het beleg tussen de sneden brood. De sneetjes brood worden van de korst ontdaan, in driehoeken gesneden en traditioneel belegd met een mousse van vlees of vis en rucola. Ook kan tonijn en ei of ham met mozzarella als beleg dienen. De tramezzino is volgens de inwoners van Venetië een echt Venetiaanse specialiteit.

In Amsterdam eet je de lekkerste tramezzini bij Il Tramezzino, aan de Haarlemmerstraat. Vooral de tramezzino solo verdure, met gegrilde aubergine, courgette en paprika is een aanrader!

Een gondel in de gracht

Ook in het Venetië van het noorden kun je in een gondel stappen! Tirza Mol, de eigenaar van de gondel, heeft zich de kunst van de gondelbouw én het besturen van de elf meter lange boot tijdens haar verblijf in Venetië eigen gemaakt. Eenmaal terug in Nederland bouwde zij haar eigen gondel naar origineel ontwerp. Uiteraard reisde ze daarvoor verschillende keren af naar Venetië, om de kunst van ervaren gondelbouwers en gondeliers af te kijken.

Mocht je dus een gondel op de Amsterdamse grachten zien varen, wees dan niet verbaasd maar zwaai vrolijk naar gondelier Tirza. Via www.gondel.nl kun je de gondel – inclusief gondelier – inhuren voor bruiloften, feesten of andere bijzondere gelegenheden. Of voor als je erg heimwee naar Venetië hebt natuurlijk…

Genoeg te beleven dus, in het Venetië van het noorden – al lonkt het echte Venetië natuurlijk wel. In september reizen we daarom af naar de Dogestad, onder andere om de historische regatta te bekijken en echte Venetiaanse gerechten te proeven!

Getagd met:
preload preload preload