sep 21

In een van de duurste straten van Rome, de Via dei Condotti, vind je het oude Griekse koffiehuis. Volgens de ANWB Kunstgids Rome, die afgelopen zomer verscheen en die maar liefst 430 pagina’s reisinformatie over Rome biedt, is dit ‘niet het grootste, niet het meest typische, maar wel het koffiehuis met de rijkste geschiedenis in heel Rome.’

Zeker is dat je tijdens een bezoek aan Rome even over de drempel van dit koffiehuis heen moet stappen, al is het maar om even rond te kijken en snel een espresso aan de bar te drinken. Al doen de echte gasten dat heel anders, aldus de ANWB Kunstgids:

‘Naar de grote bars aan de Corso ga je wanneer je gauw van je honger en dorst verlost wil worden. In de koffiehuizen aan de Via Veneto ga je zitten om te zien en gezien te worden. Het Caffè Greco wordt bezocht door degenen die wat met elkaar willen kletsen of alleen een krant lezen; anderen willen hier een cappuccino, een Campari of vermout drinken of kracht putten uit een tramezzino, een driehoekige sandwich, gevuld met kaas, salami, ham, vis of tomaat.

Geen probleem. In de omliggende straten kun je gemakkelijk veel geld uitgeven, aan de dure Via dei Condotti, de drukke Via Frattina of de modieuze Via Borgognana, aan de Corso of Piazza di Spagna, waar je elegante handtasjes, exclusieve mode en vele andere chique dingen kunt kopen. […]

Degenen die hier na het winkelen toevallig komen aanwaaien, hoeven niet voor de onmiskenbare sfeer in het ‘Griekse koffiehuis’ te zorgen. Die is er namelijk al meer dan 250 jaar, sinds in 1760 de Griek Nicola delle Maddalena een belastingaanslag kreeg van de rekenkamer van de Pauselijke Staat, tegen zijn zin betaalde en zo het nageslacht een schriftelijk bewijs naliet van het bestaan van de ‘Greco’. Goethe bezocht de gastvrije Griek al bij zijn verblijf in Rome.

Veel fantasie is er niet voor nodig om je hem voor te stellen bij een ontmoeting met bijvoorbeeld ‘de lichtbruine meisjes’, die de ‘haastige barbaar’ in een van zijn Römische Elegien beschreef als ‘lieflijk – gaf zij mij de omhelzing en de kus weer snel leergierig terug.’ Of met de ‘goede Angelika’, zoals de prins der dichters wat neerbuigend in zijn Italienische Reise noteert: onder de vele schilderijen aan de wanden van het koffiehuis is de Zwitserse Angelika Kaufmann waardig vertegenwoordigd.

De lijst met beroemde gasten is lang. Je mag aannemen dat veel buitenlanders die naar Rome afreisden ook wel een kopje koffie hebben gedronken in het ‘Greco’, Lodewijk I van Beieren bijvoorbeeld of Richard Wagner, Arthur Schopenhauer of Franz List, kunstenaars die de dichter Wilhelm Heinse verleidden tot het voorstel om met zoveel Duitstalige gasten het koffiehuis maar om te dopen tot Caffè Tedesco. Het plan vond geen gehoor. Het zou ook jammer zijn geweest wanneer dichters en denkers uit andere landen zich om die reden hier niet meer thuis zouden voelen.

Amerikanen en Engelsen, Fransen en – natuurlijk – Italianen blijven het ‘Greco’ trouw. Ook nadat midden negentiende eeuw het Griekse koffiehuis een Duitse eigenares kreeg. Eva Von Stauting, een resolute en buitengewoon ijverige dame uit Beieren, kocht het geheel en veroverde door haar huwelijk een plaatsje in de Romeinse maatschappij. Het interieur van de bottega di caffè moest wel worden aangepast.

De eerste zaal, nu met alleen staanplaatsen, waar de Romeinen – en toeristen – in het voorbijgaan snel even een espresso pakken, ’s morgens met een cornetto erbij, werd beschilderd met aangezichten van Venetië. De andere zalen werden door haar versierd met schilderijen, landschappen, stadsgezichten en portretten, die in de loop der tijden bijeen werden gebracht, niet zelden als betaling voor een openstaande rekening. Beelden, medaillons, een paar boeken en oorkonden achter glas, herinneringen aan grote namen, zo ziet het er nog steeds uit in de opeenvolgende ruimten, die elk uitnodigen voor een séparé met gedempt gefluister tegen een donkerrood decor.

Hier kun je je goed voelen, word je met rust gelaten, hoor je journalisten het laatste nieuws uitwisselen, hier bespreken intellectuelen opgewonden de misstanden in Zuid-Italië. Als je eenmaal het vertrouwen hebt gewonnen van de kelner, vertelt hij tussen twee cappuccini door hoe meneer daar het wat moeilijk heeft, hoe de dame drie tafeltjes verder elke dag op hetzelfde tijdstip binnenkomt, maar steeds met een andere bontjas, nu eens sabel dan weer persianer, dat, zoals zijn voorganger vertelde, de in november 1980 overleden Italiaanse schilder Da Chirico hier een stamgast was en in zijn hart een goed, godvrezend mens was, dat… Maar hij kan nu niet langer de signorina die wil afrekenen over het hoofd zien.’

Een geweldige plek voor een welverdiende koffiepauze dus, waar je met de ANWB Kunstgids in de hand uren kan zitten om te lezen, te kijken en een route uit te stippelen. Als de andere bezoekers en de verhalen van de obers niet al je aandacht opeisen althans…

ANWB Kunstgids Rome
ISBN 9789018032647
€ 29,95

sep 17

Tijdens een Italiaans etentje kwam laatst het idee weer even op tafel: zou het niet heerlijk zijn om een keer te voet naar de Eeuwige Stad af te reizen? Drie maanden de tijd nemen om elke stap die je dichter bij Rome zet heel bewust te zetten, om te genieten van alle moois onderweg, om net als Hannibal over de Alpen te trekken en Italië aan je voeten zien liggen…

Helaas blijft het voor mij voorlopig nog wel bij dromen. Drukke werkzaamheden staan een bezoek aan Rome wel toe, maar dan toch het liefst per vliegtuig, zodat ik ook zoveel mogelijk tijd kan doorbrengen in de stad in plaats van op weg naar de stad. Gelukkig zijn er anderen die de weg naar Rome te voet aflegden en daar een verslag van bijhielden.

Een van hen is Jan Blokker jr. Wat hem te wachten staat weet hij niet. En misschien wil hij het ook helemaal niet weten. Hij loopt gewoon. En dat is genoeg. Op zijn website vertelt hij:

‘Hoe het zo gekomen is, valt niet meer te achterhalen. Het moet ontstaan zijn in Rome, ergens in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. Ik heb een aantekening teruggevonden uit 1995; toen was het er al, het idee. Ik zou een keer die stad binnen willen komen door de Porta del Popolo, zoals vroeger alle reizigers uit het noorden. Maar dan wel te voet, na een reis die maanden had geduurd, anders was het niet echt.

Het is er toen niet van gekomen. Want tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Ik was het hele plan al lang vergeten, toen ik twee jaar geleden het onderwijs verliet. En opeens was het daar weer: ik zou toch altijd nog een keer naar Rome lopen?

Het is onmogelijk om Rome te leren kennen en níet verliefd te worden. Zoiets heeft ooit de Duitse dichter Goethe geschreven in zijn Italienische Reise, het verslag van zijn grand tour in de jaren 1786-’88. En zo is het ook.

Mijn liefde voor Rome is een liefde op het tweede gezicht. De eerste kennismaking duurde te kort, amper 24 uur. Aan het eind van de zomer van 1978 bracht ik er, op doorreis, een nacht door, en een lange dag. De stad was verwarrend, ik begreep niet wat ik zag, en ik was al snel heel erg moe. Pas jaren later heb ik mijn route van die dag weten te reconstrueren, en waar we die avond hebben gegeten.

De echte verliefdheid kwam twee jaar later: voor het eerst als begeleider van een groep schoolkinderen op Romereis. Alles was nieuw en spannend. Ik wilde zien en steeds weer opnieuw zien. Ik haastte me, met kleine groepjes leerlingen aan mijn zijde, van de ene kerk naar de andere, om er vooral maar niet één te missen. “Kind geweest met de kinderen,” zei een collega schamper. Ik bezocht plaatsen die ik daarna nooit meer heb kunnen zien, en ik wekte daarmee de afgunst van de oudere begeleiders: “Wat! Ben jij in de Santa Maria Antiqua geweest? Dat is mij nou nog nooit gelukt.”

De liefde is niet gesleten, hoe zou het ook kunnen. Ik hou van de pleinen, de kerken, de fonteinen, de stank en het lawaai. Ik hou van de hitte en het stof, de vieze muren van de S. Carlino alle Quattro Fontane, het levensgeluk in de Villa Giulia, en het ethisch reveil van de Ara Pacis. Maar wat me vooral fascineert is het voortdurende gebruik en hergebruik van alles wat er in 25 eeuwen is gebouwd.

En dan nu dus alsnog, zoveel jaren later, te voet naar Rome. Velen zijn mij voorgegaan. De bekendste Nederlandse Romeganger is ongetwijfeld Bertus Aafjes, die in 1936, 22 jaar oud, vanuit Amsterdam vertrok met een ransel en sandalen en een tweedehandsch mandolien,” Iedereen kent Een voetreis naar Rome, maar ik denk dat niemand het echt heeft gelezen. En het is ook eigenlijk niet te lezen. Het moet in de tijd van verschijnen, zó kort voor het eerste optreden van de vijftigers, al hopeloos verouderd hebben geklonken.

Ik volg het spoor van beroemde reizigers: Maarten Luther en Erasmus, Miguel de Montaigne, Goethe en François de Chateaubriand (van de gelijknamige biefstuk). En de sporen van miljoenen pelgrims die zich eeuwen lang uit alle delen van de wereld naar de stad hebben begeven om, eenmaal aangekomen, allen schaamteloos te worden uitgekleed door de plaatselijke toeristen-maffia. Er is niet veel veranderd in al die eeuwen.

Reizigers uit het noorden kwamen binnen over de Via Flaminia, die uitloopt op de Porta del Popolo; nú is dat een zeventiende-eeuws bouwwerk, maar hij staat op de plaats waar altijd al de ingang door de stadsmuur was. Van daaruit stak de reiziger dan het Piazza del Popolo over en liep in een rechte lijn op het wereldberoemde centrum af, het Capitool, waarop ooit de tempel van Jupiter, Juno en Minerva stond, en tegenwoordig de tempel gewijd aan het vaderland, het Vittoriano. Van onder de poort zou je de heuvel moeten kunnen zien liggen, ware het niet dat er een obelisk in het beeld staat.

Mijn reis is van alles een klein beetje, een pelgrimage, een openbare liefdesverklaring aan de stad van mijn leven, een fysieke prestatie. Maar bovenal is het een hink-stap-sprong door de geschiedenis. Het zijn de sporen van het verleden die ik zoek; en dat mag van alles wezen, want waar het de geschiedenis betreft ben ik een alleseter. Ik heb mijn route bepaald op grond van die honger. Maar welbeschouwd hoef ik nauwelijks te zoeken, en zou ik alle kanten op kunnen lopen want ik struikel over de resten van het verleden. Al in de eerste twee weken van mijn tocht, tussen Amsterdam en Zuid Limburg, kom ik door alle historische aardlagen: Romeinen en Batavieren, Merovingers en hun hofmeiers, Karel de Grote en zijn kleinzoons, Bourgondiërs, Habsburgers, pelgrims en reizende intellectuelen, oorlogszuchtige Franse koningen en revolutionairen, arrogante Hollanders, perfide Brabanders, slachtoffers en aanstichters van zowel de eerste als de tweede wereldoorlog. Ze zijn er allemaal, schijnbaar zonder enige orde, op de grote vuilstort van het Europese verleden. Alles is geschiedenis en de geschiedenis is overal; en het is steeds weer nieuw en spannend.

Bestaat er zoiets als een Europese geschiedenis? In ieder geval is er wel heel veel van, en er is op ons continent sprake van een unieke traditie van geschiedschrijving. De Romeinen, die de landen ten noorden van de Alpen als eersten verenigden door ze te veroveren, hebben ons de drang nagelaten om het verleden vast te houden. Al sinds meer dan tweeduizend jaar is de geschiedenis hier echt gedocumenteerd, en niet alleen opgeslagen als verhaal of mythologie. Dat vind je nergens anders in de wereld.

Zolang als er een notie heeft bestaan van Europa (en dat is sinds de bisschop van Rome zich begin zevende eeuw met zijn rug naar de oude Griekse wereld toekeerde, en volgelingen zocht in het noordwesten) is er sprake geweest van een droom van eenheid, maar daar tegenover evenzeer bittere strijd en stammentwist. De Europese geschiedenis is fundamenteel tweeslachtig. Van beide facetten wil ik zoveel mogelijk zien en meemaken. Daarom reis ik langs oude hoofdsteden van een verenigd Europa: Aken bijvoorbeeld, de hoofdstad van Karel de Grote, en Trier, het Romeinse centrum van het continent, zetel van een “hulpkeizer”, vader van Constantijn de Grote. En ik reis met evenveel ontroering langs plaatsen waar oorlogen hebben gewoed of werden voorbereid.

Op 7 april ben ik vertrokken, op 8 augustus hoop ik aan te komen. Ik reis alléén, met mijn schoenen en mijn rugzak. En anders dan die vele pelgrims en reizigers uit het verleden ben ik voorzien van alle gemakken van de moderne communicatie. Ik sta in voortdurend contact met de wereld die ik voor vier maanden achter me heb gelaten, via laptop, een eigen website, mobiele telefoon, een dictafoon en een gps-systeem (dat het overigens niet doet). Ik beschik over kaarten, digitaal en op papier, en een moderne camera.

Hannibal trok over de Alpen op aanwijzing van onbetrouwbare gidsen, voortdurend lastig gevallen door een vijandige bevolking. Ik volg zijn spoor aan de hand van historische studies en wegwijzers; ik overnacht in comfortabele hotels en pensions waar ik door vriendelijke kasteleins en herbergiers wordt opgevangen.

Natuurlijk heb ik me terdege voorbereid, zowel fysiek als mentaal. Ik heb vele kilometers gewandeld, door weer en wind, over vlak terrein, door de modder en in de heuvels, met en zonder bagage. Ik heb een kapitaal besteed aan kaarten en reisgidsen, waarvan ik overigens de meeste uiteindelijk niet zal meenemen (te veel gewicht) Ik heb me op al mijn pleisterplaatsen zorgvuldig historisch georiënteerd. Vele uren ben ik bezig geweest met het testen van mijn materiaal (schoeisel, lichte kleding, regenkleding, rugzak, watertank e.d.) Ik heb de reis over de digitale snelweg zorgvuldig uitgestippeld. Ik ben zeker niet over één nacht ijs gegaan!

En dan is het eindelijk zover. Na anderhalf jaar voorbereiding trek ik op een ochtend mijn schoenen aan, ik stommel de trap af, laat de deur achter me dichtvallen en ik loop. Wonderlijk onaangedaan ben ik. Ik heb gezwaaid naar degenen die me nakeken en ik ben gewoon vertrokken. Op weg naar de poort en het plein, oneindig ver weg in tijd en ruimte. Zo ver weg dat ik me er geen voorstelling van kan maken, ondanks alle voorbereiding. Al na enkele dagen heb ik geen idee meer waar ik heen moet en hoe ver het nog is.

Ik reis van Amsterdam door het Gooi via het land van de Batavieren door Limburg naar het zuiden. Ik verblijf enige tijd in die gebieden waar tussen 1914 en 1918 het “IJzeren Gordijn” van loopgraven was neergelaten. Via het oude Middenrijk van keizer Lotharius wandel ik over de toppen van de Jura naar Genève en vandaar de Alpen tegemoet. In het spoor van Hannibal kom ik over de Col du Montgenèvre Italië binnen. In Turijn neem ik enkele dagen rust. Dan bereik ik Pavia, aan de voet van de Apennijnen.

Op weg naar de stad waarheen alle wegen leiden, scharrel ik door een Europees verleden dat ik zelf moet reconstrueren, op grote afstand gevolgd door een handjevol vrienden en kennissen. Ik word gevolgd door heel veel mensen, eerst nog van verre, maar van steeds dichterbij; totdat ze me inhalen onder de Porta del Popolo. Als ik het haal.’

Het hele verslag van zijn voettocht vind je in het boek Alle wegen naar Rome. Echt een aanrader, ook als je niet van plan bent een voetreis naar het zuiden te ondernemen.

Alle wegen naar Rome
Jan Blokker jr.
ISBN 9789025436858
€ 15,00
uitgeverij Contact

Op de website van Jan Blokker, www.janblokkerjr.org, vind je – naast een paar verhalen over zijn voettocht naar Rome – ook mooie observaties over zijn verblijf in Rome (onder het kopje Honderd dagen Rome). Veel leesplezier – en alvast een goede reis, want zoals het Parool al schreef: na het lezen van dit boek popel je om ook op pad te gaan!

mei 18

Rome kent veel prachtige plekken: het Pantheon in de vroege ochtend, de zonsondergang vanaf de Aventijn, de kleine stille straatjes rondom het Campo de’ Fiori waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, het uitzicht op de Engelenbrug vanaf Castel Sant’Angelo…

Een van de mooiste plekken ligt echter verborgen in een uithoek van de stad, in de bij toeristen nog niet zo bekende wijk Testaccio. Hier vind je, aan de voet van de Piramide van Caius Cestius, een bijzondere begraafplaats, waar sinds 1738 de niet-katholieke Romeinen worden begraven. Een indrukwekkende plek!

Vorig jaar (op 8 juni 2010) schreef ik al over de geschiedenis van het kerkhof, vandaag laat ik jullie meegenieten van de wandeling die ik er gisteren maakte. Het werd een urenlange tocht langs de meest artistieke graven, met schitterende inscripties, illustraties en zelfs heuse beelden. Een heel ander Rome dan de meeste bezoekers zien, maar minstens zo mooi als de plekken waarmee ik vandaag begon. Loop, kijk en geniet maar mee!

Wil je zelf het kerkhof in de wijk Testaccio bezoeken, de ingang vind je aan de Via Caio Cestio 6. Het kerkhof is ’s zomers geopend van 9.00 tot 17.30 uur; ’s winters van 9.00 tot 16.30 uur. Metrohalte Piramide (linea B) ligt dichtbij, net als de bushaltes van de lijnen 3, 8, 23, 75 en 95.

aug 18

Nu ik zo onverwacht nog een weekje in Rome ben beland, geniet ik volop van alle festiviteiten die worden georganiseerd ter ere van de Estate Romana, de Romeinse zomer.

Voor alle Romeinen die de zomerhitte trotseren en voor iedereen die de stad gedurende de zomermaanden bezoekt, heeft Estate Romana veel leuks in petto. Van begin juni tot 17 september kun je door de hele stad genieten van film, theater, muziek, dans, literatuur, kinderactiviteiten, kunst en vele andere openluchtevenementen. De meeste evenementen vinden plaats in en rond de bekende toeristische trekpleisters als Villa Borghese, het Forum Romanum en de Thermen van Caracalla. Een unieke gelegenheid om deze Romeinse bezienswaardigheden in een heel ander licht te zien!

Een kleine greep uit het aanbod voor de komende weken:

Ara Pacis in Colori
Tot 8 september kun je elke woensdagavond de Ara Pacis, het vredesaltaar van keizer Augustus, aanschouwen in de kleuren die het ooit moet hebben gehad. Een geavanceerde digitale projectie zorgt ervoor dat je een betoverende stap terug in de tijd kunt doen. Een geweldig initiatief, dat ze eigenlijk op meer plaatsen in Rome zouden moeten kunnen uitvoeren. Stel je eens voor hoe het Forum Romanum er in kleur uit zou zien…

Films aan de Tiber
Het Tibereiland verandert elk jaar in een grote openluchtbioscoop. Tijdens het zomerse filmfestival, dat bekend staat onder de naam Isola del Cinema, worden bekende en minder bekende films vertoond. Daarnaast zijn er wervelende modeshows, spectaculaire optredens en heerlijke (wijn)proeverijen.

Piranesi, Rembrandt delle Rovine
Hoe zag Rome eruit in de tijd van Goethe? Het Casa di Goethe neemt je mee terug in de tijd, naar een Rome dat er niet meer is, ook al zijn er nog steeds veel sporen van terug te vinden. De expositie is gewijd aan het werk van Giovanni Battista Piranesi. Zijn Vedute di Roma laten de antieke en klassieke monumenten van de Eeuwige Stad vaak net even van een andere kant zien dan wij nu gewend zijn.

In zijn werk over Piranesi’s leven noemde Giovanni Ludovico Bianconi Piranesi ook wel ‘Rembrandt delle Rovine’ – de Rembrandt van de puinhopen. Dit was overigens bedoeld als compliment, aangezien Bianconi vond dat Piranesi de dode gebouwen en hopen steen weer een ziel wist te geven. Het Piazza del Popolo, het Colosseum, het Piazza Navona – alle hoogtepunten van Rome bezie je even door andere ogen.

La Dolce Vita – Stars and celebrities in the Italian fifties
Nu het precies veertig jaar geleden is dat de film La Dolce Vita voor het eerst in de bioscoop te zien is, wordt de film en het gevoel dat deze voor veel mensen vertegenwoordigt geëerd met een grootse expositie. De Mercati di Traiano bieden onderdak aan meer dan honderd foto’s uit de periode 1950-1960. De foto’s brengen de tijd van La Dolce Vita weer tot leven – je zou er zo in willen duiken. Droom lekker weg bij het Italië waarin alles mogelijk leek, waar de cinema hoogtijdagen beleefde en waar de komst van Coca Cola een grote belofte leek voor de toekomst…

Villa Celimontana Jazz Festival
Het park van Villa Celimontana is ongetwijfeld het mooiste decor voor jazzmuziek! Het licht van honderden kaarsen en fakkels geven de plek een magische uitstraling. Een wijntje erbij, wat lekkere hapjes van de volop aanwezige eetkraampjes en je wilt nooit meer terug naar huis! Houd je meer van klassieke muziek, dan kun je terecht bij het Theater van Marcello waar bijna elke avond een klassiek stuk wordt opgevoerd.

Cisterna delle Sette Sale
Dat de Romeinen hun tijd ver vooruit waren, wisten we natuurlijk al wel. Hun bouwwerken zaten zo ingenieus in elkaar dat ze de eeuwen zo goed hebben doorstaan dat wij er nog elke dag van kunnen genieten. Ze waren ook meesters in het aanleggen van riolering, waterleidingen en aquaducten.

Deze enorme ‘waterput’ is daar misschien wel het best bewaarde voorbeeld van: een fascinerend systeem van communicerende vaten van enorme omvang (ze konden wel 8 miljoen liter water bevatten) moest het nabijgelegen thermencomplex van Trajanus van vers water voorzien. De Cisterna delle Sette Sale is normaal nooit toegankelijk voor publiek, dus grijp je kans!

Ook in de zomermaanden hoef je je in Rome dus zeker niet te vervelen! Ik zou er bijna een weekje voor bijboeken…

jun 29

Vandaag is het dubbel feest in Rome: het is namelijk de feestdag van de heiligen Petrus en Paulus, die volgens de overlevering beiden op deze dag (en zelfs binnen het zelfde uur) zouden zijn gestorven. Goethe was in 1787 in Rome ten tijde van de feestelijkheden ter ere van Petrus en Paulus en tekende het volgende dagboekfragment op:

Rome, 30 juni 1787

‘Het grote Petrus- en Paulusfeest is eindelijk ook gekomen; gisteren zagen we de verlichting van de koepel en het op de Engelenburcht aangestoken vuurwerk. De verlichting wekt de indruk van een gigantisch sprookje, men gelooft zijn ogen niet. Aangezien ik sinds kort alleen de dingen zie en niet, zoals vroeger, bij en naast de dingen wat er niet is, moeten het zulke grote spektakels zijn, wil ik er plezier in hebben. Ik heb er op mijn reis een stuk of zes geteld, en dit spektakel is dan natuurlijk een van de voornaamste.

De fraaie contouren van de colonnade, kerk en vooral koepel, eerst in een vurige omtrek te zien en daarna, wanneer het uur voorbij is, in een gloeiende massa, zijn uniek en schitterend. Als men bedenkt dat het reusachtige bouwwerk op dit moment alleen tot steiger dient, zal men wel begrijpen dat zoiets nergens anders op aarde kan bestaan.

De hemel was klaar en helder, de maan scheen en dempte het vuur van de lampen tot een aangenaam schijnsel, maar op het laatst, toen alles door die tweede verlichting in gloed werd gezet, doofde het maanlicht. Het vuurwerk is mooi vanwege de plaats waar het gebeurt, maar haalt het niet bij de verlichting. Vanavond krijgen we beide nog eens te zien.

Ook dat is voorbij. Een mooie heldere hemel en volle maan, waardoor de verlichting minder fel was en het helemaal op een sprookje geleek. De fraaie contouren van kerk en koepel als het ware in een vlammende opstand, een grandioos en bekoorlijk gezicht.’

Voor wie vandaag niet in Rome is, verklap ik graag een andere mogelijkheid om de Sint-Pieter in al zijn glorie te aanschouwen zonder onder de voet te worden gelopen door hordes toeristen. Je moet er wel even de Aventijn, een van de zeven heuvelen van Rome, voor beklimmen, maar dan krijg je als beloning de meest bijzondere kijk op de Sint-Pieter!

Boven op de heuvel ligt het Piazza dei Cavalieri di Malta, het Plein van de Cavalerie van Malta. Het plein is in 1765 in opdracht van de Venetiaanse kardinaal Rezzonico aangelegd door Giovanni Battista Piranesi. Aan beide kanten van het plein zie je obelisken, zuilen, trofeeën en cipressen. Aan de noordkant van het plein ligt de priorij van de orde van de Maltezer Ridders, tevens de thuisbasis van de grootmeester van de orde. De orde van de Maltezer Ridders werd gesticht door kooplieden uit Amalfi, een kustplaats ten zuiden van Napels, om zieken in het Heilig Land te verzorgen. De Orde groeide later uit tot een waar leger, dat vocht tegen de Turken om het katholiek geloof veilig te stellen en de opmars van de islam tegen te gaan. De ridders noemden zich in eerste instantie Johannieters of Rhodos-ridders, totdat Karel V hun na de val van Rhodos het eiland Malta schonk. Vanaf dat moment stond de orde bekend als de Orde van Maltezer Ridders, ook buiten het eiland.

Het prioraat zetelt nu niet meer in dit gebouw maar aan de Via Condotti (bij de Spaanse Trappen). Hoewel de grootmeester nog steeds de belangen van de sociaal werkzame ‘ridders’ vanuit Rome behartigt, kunnen de ridders zelf afkomstig zijn uit elk land ter wereld. Toch kan niet iedereen zomaar worden toegelaten: je moet twee eeuwen van adellijke komaf kunnen bewijzen voordat je lid van de orde kan worden.

De oude priorij behoort officieel nog wel toe aan de orde en daarmee niet aan de stad Rome; net als het plein ervoor en de kerk Santa Maria dell’Aventino. Dit stukje Rome is dus feitelijk geen Rome, maar extraterritoriaal gebied, vandaar ook de militairen die altijd op het plein op wacht staan. De priorij mag zonder speciale toestemming niet worden betreden en de poort is dan ook altijd gesloten, maar dat maakt het uitzicht op de Sint-Pieter juist zo bijzonder! Je kijkt namelijk door het sleutelgat van de poort.

Ga even door de knieën, knijp een oog dicht en je ziet de koepel van de Sint-Pieter zoals je hem nog nooit eerder zag, scherp afgetekend tegen de Romeinse hemel, met een symmetrische rij groene bomen ervoor die je oog als het ware naar de koepel toe leiden. Bellissimo!

preload preload preload