dec 30

Sandrina Bokhorst, eigenaar van Persoonlijk Rome, schrijft elke maand een column voor de website van magazine De Smaak van Italië. Haar column van deze maand, over Silvester en de vette draken van Oud&Nieuw, is zo bijzonder, dat ik jullie het verhaal over de laatste dag van het jaar niet wilde onthouden.

Italianen houden van eten: veel en goed eten. Iedere feestdag heeft zo zijn eigen culinaire tradities. Op 31 december, de dag die in Italië ‘San Silvestro’ wordt genoemd, krijg je na middernacht cotechino (varkensworst) of zampone (gevulde varkenspoot) met polenta en linzen voorgeschoteld.  Linzen symboliseren financiële rijkdom en ook de varkenspoot – zeer voedzaam vlees – staat voor overvloed. Zo hopen de Italianen het nieuwe jaar goed te beginnen. En vooral dit jaar, met alle politieke onrust, zullen ze het nodig hebben! Aangezien dit alles volgt op het toch al copieuze cenone (grote diner) di San Silvestro moet je wel een behoorlijke eetlust hebben om alles te verstouwen! Italianen zeggen dan ook dat ze ‘draken zien’ als ze teveel hebben gegeten.

Maar weinigen beseffen dat we met deze schranspartij eigenlijk de overgang vieren van het heidendom naar het christendom. Dit gebeurde tijdens het pausdom van een alles behalve Bourgondische paus, paus Silvester, die de Romeinse keizer Constantijn zou hebben gedoopt als christen en daarmee de wereldgeschiedenis blijvend heeft veranderd. Oudjaarsdag, 31 december, is zijn sterfdag.

Paus Silvester I (314-335) bracht het grootste deel van zijn leven door als kluizenaar en asceet in de bergen vlak bij Rome. Zijn naam betekent niet voor niets ‘bosbewoner’. Maar in de geschiedenis heeft deze bescheiden man een heel ander imago gekregen!

Het Romeinse Rijk stond in de vierde eeuw onder heerschappij van keizer Constantijn. In een poging de verbrokkeling van het rijk tegen te gaan, bepaalde deze briljante staatsman in 313 na Christus dat het christendom voortaan als godsdienst werd getolereerd. Constantijn versterkte zijn eigen autoriteit door deze aan de steeds populairder wordende God van de christenen te koppelen. Later werd beweerd dat keizer Constantijn zelfs de wereldelijke en geestelijke macht over Rome vrijwillig zou hebben overgedragen aan de paus: Silvester. Daarmee werd de paus dus boven de keizer geplaatst. Met de kroning van Karel de Grote in het jaar 800 door de paus tot eerste keizer van het nieuwe West-Romeinse Rijk, werd dat nog eens bevestigd. Maar al gauw liep dat uit op een fikse machtsstrijd tussen het kerkelijke en het keizerlijke blok.

Historisch gezien zal Silvester waarschijnlijk niet meer dan een marionet in de handen van de keizer geweest zijn. Dat is echter niet het beeld dat fresco’s in kerken door heel Italië ons schetsen, want Silvester is een belangrijke heilige geworden. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld hiervan vinden we in de Silvesterkapel in de kerk van de Santissimi Quattro Coronati in Rome. Paus Innocentius IV gaf de opdracht voor deze cyclus in 1248 toen hij voor de zoveelste keer in oorlog was met de keizer. De fresco’s zijn een staaltje pure politieke propaganda die de claim op wereldlijke macht van de paus moeten ondersteunen.

In de kapel wordt ons als in een kleurrijk stripverhaal getoond hoe Constantijn zich door Silvester laat dopen om van zijn melaatsheid (lees: heidendom) te genezen. Nederig bukt de keizer vervolgens voor de tronende paus om hem als dank zijn mijter, in die tijd ook de keizerskroon van de wereldlijke macht, te overhandigen. Het tweetal, Silvester te paard en Constantijn te voet, vertrekt vervolgens naar de stad Rome die de keizer op deze wijze aan de paus schenkt. Constantijn heeft het paard aan de leidsels als teken van zijn onderwerping. Silvester wordt letterlijk en figuurlijk (en bepaald niet subtiel!) boven Constantijn geplaatst. Van kluizenaar is hij verworden tot held, de man die de keizer bekeerde en ook nog eens doopte.

Een nieuw tijdperk brak aan. De eerste grote kerken van Rome schoten vervolgens als paddenstoelen uit de grond. Daarmee sleepte Silvester ook nog eens de titel van patroonheilige van de metselaars en steenhouwers in de wacht. Maar Silvester ging verder: hij versloeg met een staaltje onvervalste heroiek het heidendom precies in het hart van de macht van het Romeinse keizerrijk.

Op het Forum Romanum, bij de tempel van Castor en Pollux, woonde diep onder de grond een draak die met zijn onuitstaanbaar, stinkende adem de mensen in de omgeving vergiftigde en de beroemde tweeling van schrik in hun eierdoppen deed terugschieten. De draak werd wel eens gevoed door zijn buurvrouwen, de Vestaalse maagden. Met de bekering van Constantijn tot het christendom echter hield deze liefdadigheid op en doodde de draak met zijn adem dagelijks meer dan 300 onschuldigen.

Niemand durfde de strijd met het monster aan, behalve Silvester. Een heidense priester zwoer dat als Silvester erin zou slagen de draak een jaar lang koest te houden, hij zich zou bekeren tot het christendom. De paus, gewapend met zijn geloof en een zijden draadje, daalt de 365 treden af naar het hol van het stinkende gevaarte en slaagt erin de draak zijn enorme vuurspuwende mond te snoeren. Een jaar later bivakkeerde de draak nog altijd als een tam beest op het forum en dat wonder maakte dat maar liefst 30.000 man zich bekeerden tot het geloof van Silvester.

De draak in het verhaal staat uiteraard symbool voor de heidense godsdiensten en de 365 treden die Silvester afdaalde, komen overeen met het aantal dagen van de Romeinse kalender die Silvester in het christendom zou hebben geïntroduceerd. Dus als je in Nederland of Italië met oud en nieuw opeens draken ziet, dan weet je waar het vandaan komt: dan is Silvester weer aan het spelen met zijn favoriete huisdier.

Je kunt de Silvesterkapel bezoeken, na een donatie aan de nonnen die het klooster bewonen. Wil je meer weten van de kapel en de wereldlijke ambities van de pausen, dan is het leuk om met een persoonlijke gids Rome te ontdekken. De kerk is op de Celio-heuvel, waar ook andere interessante middeleeuwse en antieke monumenten te vinden zijn, die zich buiten de gebaande paden bevinden.

dec 23

Bij de pizza margherita van gisteren hoort natuurlijk een lekker Italiaans biertje. Want hoewel Italianen graag een glas wijn drinken, hebben ze bij een pizza toch echt de voorkeur voor una birra. Maar uiteraard niet zomaar een biertje; nee, de Italiaan gaat voor bier met een lintje. Bier met een blauw lintje om precies te zijn; Peroni Nastro Azzurro.

Dit blauwe lintje werd in 1963 door Carlo Peroni, de achterkleinzoon van Francesco Peroni, als handelsmerk van Peroni in de markt gezet. Zijn Nastro Azzurro (‘Blauw Lint’) zou zijn afgeleid van The Blue Riband, een prijs die dertig jaar eerder werd toegekend aan het Italiaanse passagiersschip SS Rex dat het snelst de Atlantische Oceaan wist over te steken. Inmiddels is het blauwe lintje verworden tot een synoniem voor Italiaanse kwaliteit en leefstijl.

Peroni zelf kent al een iets langere geschiedenis dan het blauwe lintje. In 1846 opende de brouwerij de deuren in Vigevano. In 1864 verhuisde Giovanni Peroni de brouwerij naar Rome, dat toen overigens nog niet de rol van Italiaanse hoofdstad had (Rome werd namelijk pas in 1870 hoofdstad van Italië).

Peroni Nastro Azzurro is zoals gezegd in 1963 ontstaan in Rome, precies in de jaren van de ontluikende Italiaanse luxe en stijl, die je terug ziet in de bekende design- en modemerken uit deze periode van la dolce vita. Sindsdien wordt Peroni – volgens origineel recept – in de Italiaanse hoofdstad gebrouwen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van ingrediënten van de hoogste kwaliteit: de edelste voorjaarsgerst in combinatie met een unieke mix van Italiaanse mout, maïs en hop. Peroni ’s brouwmeester is Roberto Cavalli (what’s in a name… het is echt een andere Cavalli dan de bekende modeontwerper). Hij is verantwoordelijk voor de productie van Peroni Nastro Azzurro, en het waarborgen van de kwaliteit en authenticiteit bij het brouwen en bottelen.

Peroni is in Italië – en bij Italianen in het buitenland – alom geliefd. Stijliconen als Giorgio Locatelli drinken graag een Peroni, en ook merken als Fiat en – ja, echt – wijnhuis Antinori, dragen het merk op handen. Peroni wordt beschouwd als een tijdloze Italiaanse klassieker en is onmisbaar voor wie la bella figura naleeft; die typische Italiaanse manier van leven waarin gevoel voor stijl en schoonheid de boventoon voert. Een manier die is doordrongen van trots en historie, die wordt doorgevoerd tot in de kleinste details.

Geheel in lijn met de Italiaanse wortels omarmt Peroni sinds kort ook in Nederland deze Italiaanse stijl. ‘Peroni Nastro Azzurro wil grenzen doorbreken en de traditionele biermarkt als het ware uitdagen. In Italië draait alles om authenticiteit, mode, stijl en kwaliteit en met Peroni Nastro Azzurro, een intens helder, verfrissend premium bier willen wij het Italiaanse, wat iedereen in zich heeft, naar boven halen,’ aldus Michal Rabiej, die als brand development manager verantwoordelijk is voor Peroni in Nederland.

In het kader van de lancering opende Peroni op 27 oktober j.l. Emporio Peroni, om de hoek van de exclusieve PC Hooftstraat in Amsterdam. Het was een non-shop, de enige shop waar niet kan worden gewinkeld en enkel ‘window shopping’ is toegestaan. Helaas is Emporio Peroni inmiddels weer gesloten, maar een Peroni proeven kan natuurlijk nog steeds, bij stijlvolle Italiaanse restaurants, in trendy bars en clubs en bij vooraanstaande traiteurs en delicatessenzaken in Amsterdam. Onder aan dit verhaal vind je een lijstje met de precieze Peroni-adressen.

Wil je het bier met het blauwe lintje in de stad proeven waar het wordt gebrouwen, ga dan naar de Antica Birreria Peroni (Via S. Marcello 19, dicht bij de Trevifontein). Bestel een Peroni Nastro Azzurro en geniet van het bier en de bierhistorie die overal om je heen te zien is. Salute!

www.anticabirreriaperoni.com

Peroni drink je in Nederland bij:

Assaggi
Tweede Egelantiersdwarsstr 6
1015 SC Amsterdam
020-4205589

Bar Italia
Rokin 81-83/Nes 96
1012 KJ Amsterdam
020-6202442

Bella Vista
Johannes Verhulststraat 156
1071 NP Amsterdam
020-6713888

Café de Curtis
2e Anjeliersdwarsstraat 6
1015 NT Amsterdam
020-4200767

Restaurant d’Antica
Reguliersdwarsstraat 80-82
1017 BN Amsterdam
020-6233862

Da Portare Via
Leliegracht 34 
1015 DG Amsterdam

Da Portare Via
Frans Halsstraat 63
1072 BM Amsterdam

Da Portare Via
Copernicusstraat 49
1098 JE Amsterdam

De Pizzabakkers  
Haarlemmerdijk 128  
1013 JJ Amsterdam  
020-4274144

De Pizzabakkers
Overtoom 501
1054 LH Amsterdam
020-6186554

De Pizzabakkers  
Plantage Kerklaan 2  
1018 TA Amsterdam  
020-6250740

De Pizzakamer
2e van der Helststraat 16
1072 PD Amsterdam
020-2211457

Di Donna Sofia
Anjeliersstraat 300
1015 NK Amsterdam
020-6234104

Eden Manor Hotel
Linnaeusstraat 89 
1093 EK Amsterdam
020-7008400

Feduzzi Mercato
Scheldestraat 63
1078 GH Amsterdam
020-6765338

Foodware  
Westerstraat 116  
1015 MN Amsterdam  
020-3308835 

Foodware
Looiersgracht 12
1016 VS Amsterdam
020-6208898

Foodware
Corn. Krusemanstraat 11
1075 NB Amsterdam
020-4707310

Hilton Amsterdam
Apollolaan 138 
1077 BG Amsterdam
020-7106000

Il Cavallino
Maasstraat 67
1078 HE Amsterdam
020-6753814

Le 4 Stagioni
Johannes Verhulststraat 32
1071 NE Amsterdam
020-6620071

MOMO Bar & Restaurant
Hobbemastraat 1
1071 XZ Amsterdam
020-6717474

Pazzi
1e Looiersdwarsstraat 4
1016 VM Amsterdam
020-3202800

Pasta Tricolore
P.C. Hooftstraat 52
1071 CA Amsterdam
020-6648314

Toscanini
Lindengracht 75
1015 KD Amsterdam
020-6232813

Vesper Bar
Vinkenstraat 57
1013 JM Amsterdam
020-8464458

dec 21

De passie van Artemisia is het indrukwekkende verhaal over een vrouw die de conventies van haar tijd negeert en haar hart volgt. Zij steekt haar beroemde mannelijke collega’s naar de kroon, maar haar huwelijk is niet bestand tegen haar passie voor de schilderkunst. Susan Vreeland brengt Artemisia’s leven prachtig in kaart, in een verhaal dat je van de eerste tot de laatste bladzijde in zijn greep houdt.

Vandaag een fragment waarin Artemisia net is aangekomen in Florence, in het huis van haar kersverse echtgenoot Pierantonio Stiatessi:

‘Overal in huis waren de gepleisterde muren behangen met niet-ingelijste schilderijen – Heilige Families, de Annunciatie, de Heilige Theresa in vervoering – allemaal wulpse vrouwen met extravagante draperieën in donkere, sterke kleuren. Op een schilderij van de Annunciatie hadden de ogen van Maria, toen haar werd verteld van de geboorte van de Verlosser, geen specifieke uitdrukking. Ik zou verwondering in haar ogen hebben gelegd door ze een beetje ronder en de irissen lichter te hebben gemaakt om er de aandacht op te vestigen. Zijn kleurmenging zou door het barnsteenvernis worden verbeterd, maar daarover had ik al te veel gezegd.

Zijn schilderijen hingen aan alle muren, soms twee boven elkaar. Waar zou er plaats zijn voor de mijne? Als ik geluk had, als ik bekwaam genoeg zou zijn in deze kunstenaarsstad, zouden de mijne niet aan onze muren blijven hangen.

‘Florentijnse modellen?’ vroeg ik toen hij binnenkwam met de laatste van onze tassen.
‘Natuurlijk.’
‘Goed. Ik geef het toe. Ze zijn prachtig.’
Hoewel hij slechts glimlachte, kon ik zien dat hem dat genoegen deed. Ik had meer gedoeld op de vrouwen dan op de schilderijen. Wie waren ze? Keek ik naar de geschiedenis van zijn – zou ik ze omgangen noemen? De vrouwen keken naar me terug vol geheimen waarvan ik betwijfelde of ik ze ooit zou kennen. Voorlopig maakte Pietro’s mysterie hem aantrekkelijk.

Hij opende de luiken van alle drie de kamers en de dubbele deuren naar het smalle balkon dat over de Arno uitkeek. We stapten naar buiten. Aan de overkant stond een karige rij lage arbeiderswoningen opeengepakt tegen de groene heuvels. Het geklater van de rivier over de lage schuine dam werkte kalmerend.

‘Denk je eens in. Dat water zal op een dag in de zee komen en dan kan het overal in de wereld naartoe stromen en wij zien het nu hier. Wat een prachtig uitzicht.’
‘Dat zul je waarschijnlijk niet zeggen als de rivier stinkt. Het helpt om een beetje suiker of kaneel in het vuur mee te laten branden.’
Zijn kleine huishoudelijke tip was lief.

We keken naar beneden naar paartjes die arm in arm een vroege avond-passeggiata maakten op de straat die ons gebouw van de rivieroever scheidde. De schaamte over de manier waarop ik getrouwd was, bekroop me weer en ik wenste dat Pietro en ik elkaar hadden kunnen kiezen uit liefde, zoals andere mannen en vrouwen steeds vaker deden.’

Lees Artemisia’s hele verhaal in

De passie van Artemisia
Susan Vreeland
vertaald door Mylène van der Nagel
ISBN 9789041760135
uitgeverij BZZTôH

nov 28

Begin oktober schreef ik al over de grote dubbeltentoonstelling over de Etrusken in Leiden en Amsterdam. Na mijn bezoek aan beide exposities nam ik het prachtige boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling werd uitgegeven mee. Net als de tentoonstelling een prachtig eerbetoon aan de bijzondere, mysterieuze wereld van dit oude volk.

De Etrusken worden vooral met die waas van mysterie omgeven omdat er zo weinig geschriften bewaard zijn gebleven. Gelukkig kunnen we aan de hand van hun voorwerpen veel over hen te weten komen. Tanja van der Zon duikt in het boek Etrusken onder andere in de wereld van de votiefbeeldjes:

‘In de latere periodes van de Etruskische cultuur stonden de tempels en heiligdommen vol met duizenden terracotta wij- of votiefgeschenken van allerlei aard. Aanvankelijk vooral in Zuid-Etrurië, maar in de laatste eeuwen voor Christus ook in het noorden. De heiligdommen bevonden zich in de Etruskische steden of erbuiten, ook in de open lucht, bijvoorbeeld bij een rivier of een kruising van wegen. Hier zijn ook rituele voorwerpen aangetroffen; offergereedschappen als kannen en kommetjes voor giften, wierookbakken en messen, en vooral ook aardewerk voor de eet- en drinkgelagen na de offerfestiviteiten.

Votiefbeeldjes zijn offergaven aan de goden om hen mild te stemmen en met het verzoek een wens in vervulling te doen gaan. In het Latijn do ut des, ‘ik geef opdat u geeft’. Als dat was gelukt, dan was het gebruikelijk de goden te bedanken, weer met beeldjes. Uit inscripties die vanaf de vierde eeuw sporadisch voorkomen op bronzen beeldjes, blijkt dat vrouwen niet uitsluitend vrouwelijke beeldjes hebben geofferd en mannen niet uitsluitend mannelijke exemplaren. Soms staat ook vermeld voor welke god een beeldje bedoeld was.

Er zijn ook terracotta votiefbeeldjes van dieren. Behalve onderdelen als hoeven, die waarschijnlijk voor het hele dier stonden, werden ook miniatuurbeestjes aan de goden geschonken, bijvoorbeeld paarden, koeien en varkens.’

Een voorbeeld van deze laatste is dit bronzen varkentje, dat werd geofferd aan goden die zorgden voor de landbouw, zoals Demeter en Dionysos. Er is ook een ritueel bekend waarbij jonge biggetjes in een onderaardse ruimte werden gegooid. Hun resten werden later als mest op de akkers gestrooid. De vondst van terracotta biggetjes wijst uit dat er niet altijd levende biggetjes hoeven te worden gebruikt…

Naast votiefbeeldjes maakten de Etrusken ook beeldjes die waakten bij de graven van hun overledenen. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is nu een beeldje te zien uit het Museo Archeologico Nazionale in Florence. Deze vrouwelijke grafwachter is gevonden in de graftombe Tumulo della Pietrera. De vrouw heeft haar handen voor de borst, het typerende rouwgebaar van een ‘klaagvrouw’. De vrouw draagt het haar in strengen die over haar schouders lopen. Verder heeft ze een gedecoreerde riem om haar middel en draagt ze een ketting om de hals.

Het beeld maakte deel uit van een groep beelden van vier mannen en vier vrouwen. Waarschijnlijk stellen ze de voorouders van de overledenen voor. Ze stonden opgesteld in het laatste gedeelte van de toegangsweg (dromos) tot het graf om de doden met veel egards te verwelkomen.

Wie de tentoonstelling in Leiden en Amsterdam heeft gezien en nog meer wil weten over dit mysterieuze volk, doet er goed aan eens naar het Archeologisch Museum in Florence af te reizen. De Etruskische afdeling hier is, mede dankzij de buitengewone belangstelling voor de Etrusken van de Medici, de belangrijkste van heel Italië. Hier is onder andere de beroemde chimera te zien, een monster dat is samengesteld uit verschillende dieren. Maar eerst heerlijk thuis genieten van het boek Etrusken – daarmee reis je vanuit je luie stoel door de hele geschiedenis van de Etrusken.

Etrusken
ISBN 9789040078064
€ 24,95
uitgeverij Wbooks

nov 21

Naast Leonardo da Vinci en Michelangelo Buonarotti heeft ook Dante zijn sporen in Florence verdiend – en nagelaten. Morgen zullen we een wandeling maken langs de plekken waar Dante eeuwen geleden heeft gelopen. Vandaag wil ik jullie meenemen naar het oudste portret van Dante, dat niet – zoals jullie wellicht verwachten – in een museum te bewonderen is, maar in een restaurant.

Alle Murate, zoals het restaurant heet, is echter niet zomaar een eetgelegenheid. Het is een bijna magische plek, waar kunst en eten hand in hand gaan. Alle Murate is gevestigd in het Palazzo dell’Arte dei Giudici e Notai, dat in het begin van de veertiende eeuw samen met het Bargello en het Palazzo Vecchio tot de drie belangrijkste plekken van Florence werd gerekend. Hier kwamen de rechters en notarissen bij elkaar om hun zaken te bespreken – en dat moest natuurlijk wel in een mooi versierde ruimte, met fresco’s op de wanden en op het plafond.

Tijdens de restauratie van het palazzo bleken die fresco’s echter van onschatbare waarde. Op een van de muren prijkte namelijk het gezicht van niemand minder dan Dante. Heel anders dan op de portretten die we van hem kenden – hij bleek weliswaar een grote neus te hebben, maar niet zo’n haviksneus als waarmee hij sinds de renaissance altijd wordt afgebeeld.

Monica Donato, die de fresco’s ontdekte, had direct al een vermoeden dat het hier wel eens kon gaan om de beroemde Florentijnse dichter. Vanwege de ontbrekende haakneus was ze er echter niet helemaal zeker van. Ze dook dus de archieven in, en de bewaard gebleven documenten gaven haar gelijk: dit gezicht is van niemand minder dan Dante, die niet alleen een iets minder geaccentueerde neus bleek te hebben maar ook een iets getinte huid.

Inmiddels was het palazzo verhuurd aan Umberto Montano, die er een prachtig restaurant wilde vestigen. Dantes gezicht kwam voor hem als een waar cadeau – en hij besloot dit bijzondere portret dan ook in ere te laten herstellen. Hij investeerde ruim 400.000 euro in de restauratie van de fresco’s, en nog eens 600.000 euro om ervoor te zorgen dat ze voor de toekomstige generaties bewaard blijven, terwijl zijn gasten er toch van kunnen genieten.

Dante is overigens niet de enige literaire beroemdheid die op deze fresco’s te zien is of was. Voor Dante stond Petrarca, en aan de rechterkant van het fresco zie je Bocaccio, met voor hem Zanobi da Strada. Gezien het feit dat Petrarca stierf in 1374 en Bocaccio het jaar erna, zouden de portretten net voor die tijd geschilderd moeten zijn.

De documenten die over deze zaal beschikbaar zijn, dateren de werken zelfs nog iets eerder. Volgens deze geschriften beschilderde Jacopo di Cione, de broer van Orcagna, in 1366 het plafond en de wanden van de grootste zaal van het palazzo. In 1406 kreeg Ambrogio di Baldese de taak om aan de groep literaire grootmeesters de Latijnse dichter Claudianus, die uit Florence afkomstig zou zijn, en de net overleden Coluccio Salutati toe te voegen. Nog later, in 1444, werd Andrea del Castagno gevraagd om de frescocyclus uit te breiden met een fresco met een groot aantal humanisten.

Op het plafond zien we een enorme cirkel, die Florence moet voorstellen als het nieuwe Jeruzalem. De perfecte cirkel wordt omsloten door stadsmuren en –poorten. De afbeeldingen in het midden, de lelie, de adelaar van de Guelfen en het kruis, staan allemaal symbool voor de stad. Daaromheen de figuren die symbool staan voor onder andere de rechtspraak, het recht en de kracht.

Onder dit Florentijnse fresco staan de tafels al prachtig gedekt klaar voor de gasten van vanavond. Die krijgen bij binnenkomst overigens eerst de mogelijkheid om met een audioguide de fresco’s te bekijken en de geschiedenis die achter deze gezichten schuil gaat te horen. Het is immers niet zomaar iets, eten onder toeziend oog van de enige echte Dante…

Alle Murate
Via del Proconsolo 16r, Florence
www.allemurate.it

Getagd met:
nov 19

Deze prachtige, originele titel verwijst naar een bijzonder boek over Michelangelo, waarin hij afreist naar Constantinopel. De kunstenaar is namelijk nogal misnoegd over de manier waarop zijn opdrachtgever paus Julius II hem behandelt. Geprikkeld door eerzucht aanvaardt hij in 1506 een uitnodiging van de sultan van het Ottomaanse Rijk om in Constantinopel (het huidige Istanbul) een brug over de Gouden Hoorn te ontwerpen. Een eerdere poging van Leonardo da Vinci beviel de sultan namelijk niet.

Eenmaal in Constantinopel dompelt Michelangelo zich in gezelschap van de Turkse dichter Mesihi onder in deze smeltkroes van culturen. Hij beleeft een amoureus avontuur met een Andalusische zangeres, waarna een uitbarsting van creativiteit hem een subliem ontwerp voor de brug oplevert. Dan nemen de gebeurtenissen zowel persoonlijk als professioneel een dramatische wending. Uiteindelijk keert Michelangelo woedend, berooid en eenzaam terug naar Rome.

Een fragment:

‘De volgende dag wacht hij op een boodschap van de paus. Hij trilt van woede bij de gedachte dat de opperherder zich niet eens heeft verwaardigd hem te ontvangen, de dag voor zijn vertrek. Architect Bramante is een stomme idioot, en schilder Rafaël een verwaande kwast. Twee dwergen die de grenzeloze eigendunk van zijne purperen hoogheid strelen. […]

De dagen gaan voorbij. Michelangelo begint zich af te vragen of hij geen vergissing heeft begaan. Hij aarzelt om Zijne Heiligheid een brief te schrijven. De plooien gladstrijken en terug naar Rome? Dat nooit. In Florence is hij door zijn standbeeld David uitgegroeid tot stadsheld. Hij zou de opdrachten kunnen aannemen die niet zullen uitblijven na het nieuws van zijn terugkeer., maar dan roept hij Julius’ toorn over zich af, want hij staat nog onder contract. Bij de gedachte aan een nieuwe knieval voor de herdervader ontsteekt hij in een fikse driftbui.

Hij slaat twee vazen en een majolicabord stuk.
Tot bedaren gekomen gaat hij weer tekenen, vooral anatomische studies.
Drie dagen later – na de vespers, preciseert Ascanio Condivi (Michelangelo’s biograaf, SB) krijgt hij twee franciscaner monniken op bezoek, die doornat zijn van de gietende regen. De Arno is de laatste dagen sterk gezwollen en zit gevaarlijk dicht bij het hoogwaterpeil. De dienstbode helpt de monniken zich af te drogen; Michelangelo slaat de twee mannen gade – hun pijen waarvan de zoom onder de modder zit, hun blote enkels, hun schriele kuiten.

‘Meester, wij brengen een boodschap van het hoogste belang.’
‘Hoe wisten jullie waar ik was?’
Michelangelo bedenkt gniffelend dat Julius II wel erg sjofele gezanten heeft.
‘Op aanwijzing van uw broer, meester.’
‘Alstublieft, maestro, een brief voor u. Het gaat om een bijzonder verzoekschrift van een zeer hooggeplaatst persoon.’

De brief draagt geen wassen stempel, maar is met vreemde lettertekens verzegeld. Als Michelangelo ziet dat het geen schrijven van de paus is kan hij zijn teleurstelling niet onderdrukken. Hij legt de missive op tafel.
‘Waar gaat het over?’
‘Een uitnodiging van de sultan van Constantinopel, meester.’

Het laat zich raden hoe verbaasd de kunstenaar is, wat een grote ogen hij opzet. De sultan van Constantinopel. De Grote Turk. Hij draait de brief om en om tussen zijn vingers. Waspapier is een van de zachtste stoffen die er zijn.’

Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten
Mathias Enard
ISBN 9789029578394
€ 18,50
uitgeverij De Arbeiderspers

PS: Vandaag ook ander spannend boekennieuws, want er is een ontwerp voor het omslag van mijn boek! Op http://ciaotutti.nl/nieuws-over-ciao-tutti-het-boek/ zie je de eerste preview van hoe het grote Ciao tutti-boek er straks uit komt te zien! Neem snel een kijkje en laat me weten wat je ervan vindt, ben erg benieuwd naar jullie mening!

nov 17

Michelangelo heeft in Florence veel sporen nagelaten. Iedereen die de stad bezoekt, staat minstens een keer op de foto met zijn David (of een kopie daarvan), en ook de grafkapellen die hij voor de Medici maakte, worden vaak bezocht. Wat dat betreft komt zijn voormalige woonhuis, dat nu is ingericht als museum, er maar bekaaid vanaf. Tijd om dit prachtige museum in ere te herstellen!

Casa Buonarroti is gevestigd aan de Via Ghibbellina 70, op de plek waar Michelangelo volgens de geschriften op 3 maart 1508 vier huizen kocht voor iets meer dan duizend florijnen. Een paar jaar later kocht Michelangelo nog een van de naastliggende panden. Toen pas trok hij hier ook echt in. Voor zover we nu weten heeft hij van 1516 tot 1525 op deze plek gewoond en gewerkt.

Daarna bleef het huis wel in de familie Buonarroti. Michelangelo de Jongere, een achterneef van de beroemde kunstenaar, ging er wonen en legde de basis voor de collectie van het museum. Hij verzamelde allerlei brieven, tekeningen, notities en modellen van zijn beroemde familielid in het huis. Latere familieleden voegden hier meer en meer vondsten aan toe, waardoor de collectie steeds omvangrijker werd. Cosimo Buonarroti, die in 1858 stierf, liet de huizen, inclusief de gehele collectie, na aan de stad Florence. De stad maakte er een museum van, dat in 1859 al zijn deuren opende!

Dat het museum nog steeds bestaat, is overigens mede te danken aan Nederlanders. Niet dat zij nu rijen dik voor het museum staan, zoals voor de David in de Galleria dell’Accademia. Nee, de Nederlanders hebben er in 1966, toen de Arno zo enorm buiten zijn oevers was getreden, voor gezorgd dat het museum weer in ere kon worden hersteld. Een dankbetuiging boven de kassa herinnert ons hier nog steeds aan.

In het museum vind je onder andere twee heel vroege werken van Michelangelo, waaronder de Madonna della Scala. Michelangelo maakte dit werk toen hij slechts vijftien jaar was. Als ik terugdenk aan de reliëfjes die ik toen tijdens de lessen handenarbeid maakte, blijkt wel dat er met mij geen groot kunstenaar verloren is gegaan. Indrukwekkend om te zien wat Michelangelo op deze leeftijd al voor elkaar kreeg…

Twee jaar later tekende hij overigens voor nog een meesterwerk, De Slag der Centauren. Hier wordt al heel goed duidelijk hoe meesterlijk Michelangelo de beitel hanteert. Volgens een van zijn leerlingen heeft Michelangelo later in zijn carrière, toen hij dit werk weer onder ogen kreeg, verzucht: ‘Ik betreur het dat ik ooit wat anders ben gaan doen dan beeldhouwen; hierin ben ik toch het beste, hierin had ik het meest kunnen bereiken.’ Ook andere bronnen lijken te ondersteunen dat dit werk Michelangelo zeer dierbaar was. Zo schilderde hij op Het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel de Christus die recht spreekt in dezelfde houding als de middelste figuur op dit reliëf.

Voor kinderen is een bezoek aan dit museum ook leuk. Niet alleen inspireert het hen vast te zien wat de jonge kunstenaar allemaal maakte, ook is er een model te zien van de houten wagen die de David van het Piazza della Signoria naar de Galleria dell’Accademia moest vervoeren. Ook de schetsen vallen bij iets oudere kinderen vaak in de smaak, zeker die van de verdedigingswerken die Michelangelo voor de stad voor ogen had.

Onder de naam Nel nome di Michelangelo (In de naam van Michelangelo) kun je overigens een combikaartje kopen voor zowel de basiliek en het klooster van de nabijgelegen Santa Croce (waar Michelangelo begraven ligt) als Casa Buonarroti. Een unieke gelegenheid om een kijkje te nemen in het echte leven van de kunstenaar en, net als de Schilderkunst, de Beeldhouwkunst en de Architectuur op zijn graf, te treuren om de dood van dit genie. Gelukkig hebben we zijn prachtige erfenis nog…

nov 16

Met het boek De levens van de grootste schilders van Giorgio Vasari is de kunst-geschiedenis begonnen. Vasari schreef het op het hoogtepunt van de Italiaanse renaissance en hij beschouwde die kunst als het toppunt van het menselijk kunnen. Daarbij had hij veel vertrouwen in zijn pen: de oorspronkelijke editie was niet geïllustreerd – latere edities wel, maar nog nooit zo overdonderend mooi als nu.

Er is namelijk onlangs een prachtige luxe-editie verschenen van De levens van de grootste kunstenaars van Giorgio Vasari (1511-1574). De levens bestaat uit boeiende biografieën van kunstenaars vanaf het einde van de dertiende eeuw tot en met Vasari’s eigen tijd. Met oorspronkelijke (vertaalde) teksten van Vasari, hedendaagse toelichtingen en natuurlijk prachtige afbeeldingen van de besproken kunst is dit een editie dat niet mag ontbreken in de kast van liefhebbers van de schilderskunst uit de Italiaanse Gouden Eeuw.

Een fragment over het leven van Michelangelo:

‘O, het is een gelukkig tijdperk waarin wij leven, o gij fortuinlijke kunstenaars, die zich met recht kunstenaars moogt noemen: in uw tijd immers hebt ge uw verduisterde ogen bij deze zo heldere lichtbron tot helderheid kunnen brengen, en alles wat moeilijk was hebt ge dankzij deze zo bijzondere, wonderbaarlijke kunstenaar tot iets gemakkelijks zien worden!

U zult zeker bekendheid en eer ontlenen aan zijn roemvolle inspanningen, want de blinddoek voor de ogen van uw verduisterde geest heeft hij u afgedaan, en hij heeft u het ware doen onderscheiden van het valse, dat een zware schaduw wierp op uw verstand. Weest u de hemel daarvoor dan dankbaar en spant u zich in om Michelangelo na te volgen in alles.

Toen de kapel werd opengesteld, kwam iedereen er dadelijk op af, van overal, en het werk bleek zo goed te zijn dat alle toeschouwers sprakeloos van verbazing stonden; de paus, die hierdoor een belangrijker man was geworden en die zin kreeg in nog grotere ondernemingen, beloonde Michelangelo dus rijkelijk, zowel in geld als in kostbare geschenken. […]

Na de voltooiing van de kapel, maar voor het overlijden van de paus, gaf Zijne Heiligheid aan kardinaal Santiquattro en aan kardinaal Aginense, zijn neef, bevel dat het grafmonument na zijn dood zou worden uitgevoerd naar een bescheidener ontwerp dan aanvankelijk was afgesproken. Dus begon Michelangelo opnieuw aan dit monument, en hij deed het graag, want hij hoopte dit werk nu voor eens en altijd te kunnen voltooien zonder dat hem daarbij van alles en nog wat in de weg werd gelegd, maar de rest van zijn leven gaf het hem ongenoegen, ergernis en zorgen, meer dan wat ook dat hij ooit maakte, en gedurende lange tijd bezorgde het hem in zekere zin een reputatie van ondankbaarheid jegens deze paus die zoveel van hem hield en hem zozeer begunstigde.

Michelangelo dus, eenmaal weer teruggekeerd tot het grafmonument, werkte daar aanhoudend aan en vond ook nog tijd voor het maken van ontwerpen voor de wanden van de kapel, maar de nijdige fortuin wenste niet dat dit aandenken, dat een zo volmaakt begin had gekend, tot een goed einde zou worden gebracht: in die tijd namelijk overleed paus Julius; hierop liet men deze onderneming voor wat ze was, want er werd een nieuwe paus gekozen, Leo x, en deze, niet minder schitterend van geest dan Julius, en niet minder ondernemend, wenste in zijn vaderstad, Florence, – hij was namelijk de eerste pontifex die vandaar kwam – als aandenken aan zichzelf en aan een goddelijke kunstenaar, eveneens uit die stad afkomstig, wonderbaarlijke werken na te laten zoals alleen een groot vorst, die hij inderdaad was, dat vermocht.

Dus gaf hij bevel dat de gevel van de San Lorenzo te Florence, een kerk gebouwd door het huis van de Medici, zou worden afgemaakt; dat was er de oorzaak van dat het werk aan de tombe van Julius werd gestaakt, want Leo vroeg Michelangelo om advies en om een ontwerp, en vond dat hij de werkzaamheden moest leiden. Michelangelo verzette zich zoveel hij kon, waarbij hij aanvoerde dat hij zich jegens Santiquattro en Aginense had verplicht aan de tombe te werken. De paus antwoordde dat hij, Michelangelo, hier niet verder aan hoefde te denken, want dat hij er al aan gedacht had, en hij had bewerkstelligd dat zij Michelangelo van zijn verplichting hadden ontslagen; ook beloofde de paus dat Michelangelo in Florence aan de beelden voor de tombe zou kunnen werken, waar hij immers reeds aan begonnen was; dit alles speet de kardinalen zeer, evenals Michelangelo, die huilend vertrok.’

De levens van de grootste kunstenaars
Giorgio Vasari
ISBN 9789025437190
€ 250,-
uitgeverij Contact

Getagd met:
nov 15

Maar weinig mensen weten dat Florence, net als Venetië, een leeuw als symbool heeft. Bijna iedereen kent de Franse lelie, die overal in de stad opduikt en zo al heel lang geleden het heersende symbool is geworden voor Florence. Toch mogen we de leeuw van Florence niet vergeten. Vandaag dus een klein eerbetoon aan de leone.

Gisteren noemde ik hem al even, de Marzocco-leeuw die de wacht houdt voor het Palazzo Vecchio, links van de David. Zijn naam, Marzocco, zou een afgeleide zijn van Martocus, de kleine Mars. Het beeld is vervaardigd door Donatello, die de opdracht kreeg een dergelijke leeuw te maken voor de Santa Maria Novella. Het origineel staat echter al bijna 150 jaar in het Bargello, maar de meeste bezoekers van Florence zien de Marzocco op het Piazza della Signoria.

De leeuw houdt een schild vast met daarop het andere symbool van Florence, de rode lelie op een witte ondergrond. Volgens de Florentijnen droeg de leeuw oorspronkelijk ook een gouden kroon met daarop de woorden: ‘Voor het waardige vaderland draag ik een kroon, zodat de vrijheid gehandhaafd zal worden.’ Het beeldje werd, zeker in de tijd van de oorlogen tussen de verschillende steden, door de Florentijnen op handen gedragen. Tijdens de Slag bij Cascina in 1364, waar de Florentijnen vochten tegen hun aartsrivalen, de inwoners van Pisa, dwongen de Florentijnen de Pisaanse krijgsgevangenen het achterwerk van de Marzocco te zoenen.

Er waren echter al eerder leeuwen in de stad, echte leeuwen welteverstaan. In de dertiende eeuw liepen die eerst te ijsberen in een grote kooi tegenover het Baptisterium, op de plek waar nu de Loggia del Bigallo te vinden is. Later verhuisden de leeuwen naar het Piazza della Signoria. Waar nu de Loggia dei Lanzi staat, rook het in die tijd naar leeuwen.

Cosimo I vond dat echter maar niets, dus toen hij zijn intrek nam in het Palazzo Vecchio (omstreeks 1540), liet hij de leeuwen weghalen. Ze verhuisden naar grote kooien achter het palein. De naam van de straat achter het Palazzo Vecchio, Via dei Leoni, herinnert nog altijd aan deze periode.

Over deze leeuwen doet overigens nog een bijzonder verhaal de ronde. Het kon natuurlijk niet uitblijven dat een leeuw ontsnapte. Een onachtzame bewaker, een hongerige leeuw… Je kunt je de paniek in de stad wel voorstellen. De leeuw maakte rustig een ommetje door de straten rondom het Palazzo Vecchio. In de Via della Ninna zat een eenjarig jongetje, Orlandino genaamd, te spelen. Hij keek op en zag een reusachtige poes. Hij keek het dier gefascineerd aan, zich niet bewust van het gevaar. Zijn moeder zag op afstand de leeuw steeds dichter naar haar zoontje toe wandelen en bestierf het van angst. Maar de leeuw had geen kwaad in de zin. Hij tilde het kindje voorzichtig op en bracht het naar de moeder.

De leeuw werd gevangen en het kind werd onthaald als een kleine held. Het kreeg van de Signoria, een soort gemeenteraad, een enorme som geld, zodat het zou kunnen gaan studeren. Deze kleine Orlandino groeide op en werd de stamvader van het Florentijnse geslacht Leoni, waarvan de afstammelingen nog steeds graag dit bijzondere verhaal vertellen.

Terug naar de Marzocco, die nog steeds fier de wacht houdt aan de voet van het Palazzo Vecchio. Wie vanaf hier omhoog kijkt, ziet boven de ingang twee gouden leeuwen, en op de toren van het palazzo nog een leeuw, die tegen de windvaan opklimt. Al deze leeuwen waken over het centrum van de stad, en zullen de inwoners blijven beschermen en verdedigen, zoals ze al eeuwenlang doen…

nov 14

Florence kent veel beroemde beelden, waarvan de meeste op het Piazza della Signoria te vinden zijn: de David van Michelangelo natuurlijk, Judith en Holofernes van Donatello, de Marzocco-leeuw, Neptunus van Ammannati… Een van de interessantste beelden is echter van een onbekende vrouw, die van de Florentijnen de naam Berta heeft gekregen.

Haar hoofd steekt uit de klokkentoren van de Santa Maria Maggiore, een vrij onopvallende kerk tussen station Santa Maria Novella en Piazza del Duomo. Haar hoofd zou al lange tijd uit de campanile steken, hetgeen voor de inwoners van de stad aanleiding was deze alomtegenwoordige vrouw een naam te geven.

Volgens een van de verhalen die over het vrouwenhoofd de ronde doen, dankt zij haar naam aan Berta, een groentevrouw die in de twaalfde eeuw een kraam had aan de voet van de klokkentoren van de Santa Maria Maggiore. Hier verkocht ze de oogst van haar groentetuin die ze bij haar huis buiten de stad had aangelegd. Berta keerde pas naar huis terug als ze al haar groente had verkocht, en spaarde zoveel mogelijk van haar dagelijkse opbrengsten.

Aangezien Berta niet getrouwd was en ook geen kinderen had, was dit bedrag gedurende haar leven uitgegroeid tot een aardige som geld. Berta besloot al haar spaargeld te schenken aan de kerk van Santa Maria Maggiore, mits de monniken met een deel van het geld een klok zouden laten maken, die elke dag geluid moest worden voor het Ave Maria, als de zon onder ging.

Berta koos niet voor niets dit moment uit. Zo zouden alle marktlui die van buiten de stad kwamen weten dat de stadspoorten op het punt stonden te sluiten voor de nacht. Iedereen kon zo op tijd zijn boeltje pakken en de stad verlaten om huiswaarts te keren. Het was Berta meer dan eens gebeurd dat ze de tijd vergat, waardoor ze voor een gesloten poort stond. Het gevolg: een prijzige overnachting binnen de stadsmuren en geen nieuwe groentevoorraad voor de volgende dag. Met een klok die op tijd zou luiden, zou dit probleem verholpen zijn, zo had ze bedacht.

Als dank voor dit genereuze gebaar en het achterliggende idee zouden de tuinders en boeren die buiten de stadspoorten woonden, dit beeld voor Berta hebben opgericht, direct bij het andere onderwerp waar ze dankbaar gebruik van maakten, de klokkentoren.

Er doet echter ook nog een ander verhaal over dit vrouwenhoofd de ronde. In dat verhaal is het hoofd overigens niet eens van een vrouw, maar van een priester. Deze priester raakte betrokken bij de terechtstelling van een zekere Cecco d’Ascoli, een professor uit Bologna die aan het begin van de veertiende eeuw van hekserij werd beschuldigd. Hij moest eindigen op de brandstapel, zo luidde het vonnis.

Op weg naar zijn einde, kwam de stoet met de veroordeelde langs de kerk Santa Maria Maggiore, waar de priester uit het raam van de klokkentoren hing om het geheel gade te slaan. Vanaf zijn hoge positie zag hij dat de veroordeelde professor aan zijn bewakers iets te drinken vroeg. Daar kon natuurlijk geen sprake van zijn, en de priester riep de bewakers dan ook toe geen gehoor te geven aan dit verzoek. Volgens de priester zou het vuur van de brandstapel onmiddellijk uitgaan als Cecco een beetje water zou drinken. Cecco, die niets meer te verliezen had, was woedend en zou hebben geroepen: ‘Je zult je kop nooit meer uit dat raam kunnen halen!’

Dat bleek geen loze bedreiging, want al bijna 800 jaar zit het hoofd van de priester gevangen in de klokkentoren. Al vind ik persoonlijk het verhaal van Berta geloofwaardiger – en lijkt het hoofd ook echt meer op dat van een vrouw. Maar oordeel zelf, en loop er als je in Florence bent even voorbij. Die arme Berta zal wat aanloop wel waarderen!

preload preload preload