apr 18

Hoewel ik deze woorden zomaar zelf opgetekend zou kunnen hebben, vormen ze een beroemde uitspraak van de Amerikaanse fotograaf Leonard Freed, die na zijn eerste bezoek aan Italië zijn hart aan het land verloor. I love Italy – Io amo l’Italia is tevens de titel van een tentoonstelling die nog tot en met 27 mei te zien is in het Museo di Roma in Trastevere. Gisteren liep ik er toevallig binnen, vandaag een klein inkijkje in het leven van Freed en de tentoonstelling.

Leonard Freed kwam ter wereld in New York, in 1929, in een familie van joodse arbeiders die oorspronkelijk afkomstig waren uit het Russische Minsk. In 1952 trok hij voor het eerst naar Europa, waar hij onder andere langere tijd in Amsterdam verbleef. Hier werd zijn passie voor kunt, en dan met name de schilderkunst en de fotografie, aangewakkerd.

Dat vuur laaide nog eens extra op toen Freed voet op Italiaanse bodem zette. Hij maakte zijn eerste professionele foto’s en ontdekte waar zijn hart lag: bij de fotografie, en in Italië. Eenmaal terug in New York, in 1954, verhuisde hij dan ook naar Little Italy. Zo was Italië toch dichtbij…

Freed genoot volop van het Italiaanse leven om hem heen; de warmte van de mensen en de aandacht voor familie en vrienden konden op zijn warme belangstelling rekenen. Dat is dan ook wat we terugzien in zijn foto’s: een liefde voor Italië, die veel dieper gaat dan een liefde voor wat je aan de oppervlakte ziet. Freed hield van de Italianen – en van die liefde laat hij ons via zijn foto’s meegenieten.

De expositie omvat honderd foto’s, die een soort dagboek vormen van Freeds carrière. Freed heeft de beelden geschoten tijdens meer dan 45 reizen naar Italië, in Milaan, Rome, Napels, Siena, op Sicilië – en altijd met de liefde voor Italië en de Italiaan als basis.

Een klein voorproefje:

apr 12

De tentoonstelling Lux in Arcana geeft je een kijkje in een klein stukje van het Vaticaans Archief. Maar wat is dit archief nu precies, en wat is er zo geheimzinnig aan? Het recent verschenen boek De verborgen geschiedenis van de pausen geeft antwoord op die vraag.

‘Het idee van een archief van alle pauselijke documenten dook voor het eerst op bij de oprichting van de Biblioteca Vaticana onder Sixtus IV. Het was echter wachten tot 1593 voor Clemens VIII een eigenstandig depot voor bullen, breven, brieven, encyclieken en oorkonden in het leven riep. Al dit archiefmateriaal werd opgeslagen in grote houten kasten in een salon in de Engelenburcht. Kardinaal Bartolomeo Cesi, het eerste hoofd van dit Archivium Arcis Sancti Angeli, had de titel van prefect; Domenico Rinaldi, die hem na korte tijd opvolgde, staat genoteerd als ‘archivaris’.

Het archief was aanvankelijk zeer fragmentarisch. Wilde men een archief die naam waardig, dan moest men alles bijeenzoeken wat her en der in de pauselijke vertrekken – en daarbuiten – verspreid lag en het netjes catalogeren. Op 25 januari 1606 gaf Paulus V daartoe de aanzet met de breve Apostolicae Sedis: ieder die geschriften van de Heilige Stoel bezat, of hij nu binnen dan wel buiten het Vaticaan verbleef, moest die binnen zes dagen overhandigen aan de beheerders van het archief van de Engelenburcht, op straffe van excommunicatie.

Toen de paus later de Engelenburcht inspecteerde, moest hij vaststellen dat de lokalen van het archief in een erbarmelijke toestand verkeerden: de documenten zaten onder een dikke laag stof en waren aangevreten door de muizen. Dus besliste hij – met de breve Cum nuper van 31 januari 1612 – dat het archief een nieuw onderkomen moest krijgen, en wel in het Apostolisch Paleis […], drie kamers vlak naast de Sixtijnse Salon van de Biblioteca Vaticana. […]

Met de apostolische constitutie Maxima vigilantia van 14 juni 1727 bepaalde Benedictus XIII dat alle materiaal dat verspreid was in kerkelijke archieven op Italiaans grondgebied, naar het centrale archief moest worden overgebracht. In 1783 werd dit uitgebreid met alle pauselijke documenten die zich nog in Avignon bevonden. In 1798 kwam ook de documentatie over de gevangenissen vanuit de Engelenburcht naar hier.

1798-1810 waren crisisjaren: op bevel van Napoleon verhuisde een groot deel van het archief naar Parijs, waar het werd ondergebracht in het Hôtel de Souvise, samen met die van andere staten die Napoleon had veroverd. In de jaren 1815-1817 keerde dit archiefmateriaal beetje bij beetje naar Rome terug, maar niet zonder aanzienlijke verliezen en beschadigingen […].

Het archief moest geheim blijven en dat was terecht, want zoals Leo XIII zei ‘diende het eerst en vooral voor de paus en de curie, dat wil zeggen voor de Heilige Stoel’. Toch besliste diezelfde paus in 1880 de archiefdocumenten tot en met jet jaar 1815 toegankelijk te maken voor wetenschappelijk onderzoek. Daarna werd het limietjaar verscheidene keren opgeschoven. In 1985 werden alle documenten tot 1922 beschikbaar gesteld.

In 1939 liet Pius XI de vertrekken rechts van de Belvedere-binnenplaats, waar zich reeds de pinacotheek bevond, zo inrichten dat het archief meer ruimte kreeg. Pius XII nam ook de zolderkamers boven de Kaartengalerij in de Vaticaanse Musea voor het archief in beslag. In 1980 werden twintig meter onder de Pijnappel-binnenplaats twee verdiepingen aangelegd waar 54 kilometer documenten in optimale omstandigheden kunnen worden bewaard.

De documenten waren nu goed beveiligd. Men kon ze raadplegen, maar de naam ‘geheim archief’ was nog steeds terecht, want wie ze wilde consulteren, kon dat alleen ‘mits een aanbeveling en als hij kon bewijzen dat het nodig was voor zijn wetenschappelijk onderzoek’[…].Wie er uiteindelijk binnen raakte, dreigde verloren te lopen in het labyrint van ‘raadsels die alleen voor deskundigen enigszins inzichtelijk worden’. Om het materiaal dat men wilde raadplegen te ontsluiten, kon men dus moeilijk zonder de knowhow van de archivaris.’

In De verborgen geschiedenis van de pausen lees je meer over de geheime archieven.

Het pausambt was lange tijd de meest geambieerde positie ter wereld, en een ongekende bron van malversaties. In De verborgen geschiedenis van de pausen zijn de verhalen die zich hebben afgespeeld in de kantlijn van het leven van de pausen, van het begin van onze tijdrekening tot nu, verzameld. De geheimen en de passies, de deugden en de ondeugden van de pausen – van de heilige Petrus tot Benedictus XVI – zoals ze naar voren komen uit legenden, historische documenten, kronieken en volksverhalen. Verhalen uit tijden van de catacomben en de vervolgingen van de eerste christenen, uit tijden van de duistere middeleeuwen, toen tegenpausen door keizers werden gemanipuleerd. Uit tijden toen kruistochten twijfelachtige doelen dienden, over Jodenvervolging en de Heilige Inquisitie, tot de hedendaagse Camorra-activiteiten.

De verborgen geschiedenis van de pausen
Claudio Rendina
vertaald door Wouter Meeus
ISBN 9789086794232
€24,95
Uitgeverij Roularta Books

apr 11

Voor het eerst in de geschiedenis kun je een aantal geheime documenten de Vaticaans Archieven met eigen ogen aanschouwen. Ter ere van het vierhonderdjarig bestaan van het archief is de expositie Lux in Arcana ingericht, die tot 9 september te zien is in de Capitolijnse Musea. De tentoonstelling biedt een kijkje in een honderdtal echte documenten, brieven en stukken die normaal gesproken achter slot en grendel bewaard worden en alleen door de Heilige Stoel en een beperkt aantal wetenschappelijke onderzoekers ingezien kunnen worden.

Nu hebben deze documenten voor het eerst Vaticaanstad achter zich gelaten en beslaan ze drie hele drie verdiepingen van de Capitolijnse Musea. De tentoonstelling omvat zo’n honderd originele documenten van de achtste eeuw tot en met de Tweede Wereldoorlog, die je nu met eigen ogen kunt aanschouwen. Maar dat niet alleen: sommige stukken mogen tijdens de duur van de expositie volledig geraadpleegd worden.

Het eerste waar je na binnenkomst tegenaan loopt, is de handtekening van Galileo Galilei die groot wordt geprojecteerd. Deze paraaf vestigt meteen de aandacht op een van de belangrijkste en spraakmakendste onderdelen van de expositie: de originele stukken van het proces in 1633 waarbij Galilei door de Inquisitie veroordeeld werd omdat volgens hem de aarde om de zon draaide. Een enorm marmeren beeld van paus Urbanus VIII, onder wiens bewind Galilei dit vonnis over zich uit hoorde spreken, waakt over de stukken.

Wie nieuwsgierig is naar alle details van het proces, moet zeker afreizen naar Rome om deze expositie te zien. Wil je niet alleen het originele vonnis van het proces tegen Galileo Galilei zien, maar ook het complete dossier van de zaak raadplegen? Dat kan! Naast de originele documenten kun je vanaf het scherm de hele tekst oproepen en – als je even de tijd hebt – van A tot Z doornemen.

Behalve de geheime documenten zijn er ook andere dingen te zien die bij het beheren en raadplegen van een archief komen kijken. Zo verlekkeren mijn ogen zich aan een systeem waarmee je gewone teksten kunt omzetten naar geheimschriften, simpelweg door bepaalde kaarten met uitgestanste vakjes over de tekst te leggen. Zo’n baan had me wel ets geleken; het ontcijferen van geheime boodschappen is toch wel heel wat spannender dan het schrijven van voor iedereen leesbare teksten zonder dubbele bodem.

Maar er wachtte nog meer geheimzinnigs, zoals een document met maar liefst 81 rode zegels van Britse bestuurders, die de paus in 1530 onder druk zetten om het eerste huwelijk van koning Hendrik VIII nietig te verklaren. De paus gaf hier echter geen gehoor aan, hetgeen het ontstaan van de Anglicaanse Kerk tot gevolg had.


Ook Nederlandse documenten uit de Vaticaans Archieven hebben hun weg gevonden naar het Capitool. Er is een brief uit 1525 te zien van Erasmus, waarin hij betreurt dat Luther is geëxcommuniceerd. ‘Ik zou niet willen dat het ene kwaad met het andere wordt bestreden,’ zo schrijft Erasmus. Een ander Nederlands document vertelt het verhaal van Edith Stein, een van oorsprong joodse vrouw die zich bekeerde en tijdens de Tweede Wereld Oorlog onderdook in een klooster in Limburg. In de zomer van 1942 werden ze opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze overleden. In 1998 werd Edith Stein heilig verklaard door paus Johannes Paulus II.

De samenstellers van de expositie hebben overigens alle moeite genomen om de meest indrukwekkende stukken tentoon te kunnen stellen. Zo hebben ze het zwaarste boekwerk ter wereld naar het Capitool gesjouwd, dat een overzicht geeft van alle details van het leven van de familie Borghese. Alle familieleden komen erin voor, net als hun boekhouding en hun bezittingen.



Het boekwerk, met rood leer en een houten ‘kaft’ is maar liefst veertig centimeter breed, vijfenvijftig centimeter hoog en 37 centimeter dik. Alles bij elkaar weegt het meer dan zestig kilo.

Dat de Vaticaanse Archieven zaken van gewicht ontsluiten, moge duidelijk zijn!

apr 10

Wie het werk van Escher bekijkt, kijkt meerdere keren door de ogen van de kunstenaar naar Italië. Al direct na zijn schooltijd in Haarlem trekt Escher richting het diepe Italiaanse zuiden, onder andere naar Ravello en Atrani aan de Amalfikust, waar hij zijn grote liefde Jetta ontmoet. Met haar zal hij op 12 juni 1924 in Viareggio in het huwelijk treden.

Maar Escher wordt niet alleen verliefd op Jetta, ook Italië draagt hij een warm hart toe. Hij reist veel, onder andere naar de regio’s Calabrië, Sicilië en Abruzzo. De plaatsen waar hij verbleef, zette hij trefzeker en tot in de kleinste details op papier, om er later houtsneden van te maken.

All M.C. Escher works © the M.C. Escher Company BV-Baarn-the Netherlands
www.mcescher.com

In de zomer van 1925 wordt Italië zelfs zijn nieuwe thuis, als hij zich met zijn vrouw Jetta in Rome vestigt. Escher raakt gefascineerd door de stad en de veelheid aan monumenten en bijzondere plekken. Veel van deze plekken, die bijna honderd jaar later nog steeds veel reizigers weten te fascineren, tekende hij op in zijn schetsboeken. Ze laten zien dat de kunstenaar in zijn begintijd nog heel realistisch te werk ging.

Reis maar even mee naar Rome door de ogen van Escher, van Vaticaanstad naar het Capitool:

All M.C. Escher works © the M.C. Escher Company BV-Baarn-the Netherlands
www.mcescher.com

Deze route heb ik uiteraard niet zomaar gekozen. Het is dezelfde route die een honderdtal stukken uit het Vaticaans Archief laatst hebben afgelegd. Ter gelegenheid van de tentoonstelling Lux in Arcana is een aantal bijzondere documenten en boekwerken uit het Vaticaanse Archief nu namelijk exclusief te zien in de Musei Capitolini. Morgen meer over deze unieke expositie!

Getagd met:
apr 06

Vandaag, op Goede Vrijdag, wordt onder leiding van de paus de Via Crucis (Kruisweg) gelopen, een plechtige processie die van het Colosseum naar de Palatijn voert. De paus draagt tijdens de tocht een groot houten kruis. Op elke statie, veertien in totaal, houdt de stoet stil voor een gebed. Bij de laatste statie houdt de paus een toespraak waarin hij refereert aan allerlei belangrijke gebeurtenissen in het afgelopen jaar.

De processie is een indrukwekkend gebeuren. Achter de paus sluiten ook veel Romeinen zich bij de processie aan. Ze dragen allemaal een lichtje, en sommigen zelfs een kruis. De Via Crucis meelopen? De processie start om 21.15 uur bij het Colosseum. Zeker een aanrader als je vandaag in Rome bent!

De lijdensweg van Bernini
Voor wie vandaag niet in Rome is, een lijdensweg die het hele jaar door te bezoeken is: de Ponte Sant’Angelo, oftewel de Engelenbrug. Het was mij eerlijk gezegd tot vorige week nooit zo opgevallen, dat de engelen die de brug sieren allemaal een element van Jezus’ lijden dragen. Pas toen een Romein me erop attent maakte (naar aanleiding van het feit dat ik elke engel op de foto probeerde te zetten), zag ik de doornenkroon, het kruis, de lans, de spons gedrenkt in azijn… Kijk maar mee naar een paar van deze engelen:

De lijdensweg op de Engelenbrug is wel iets korter dan de Kruisweg; in plaats van veertien staties wordt de brug gesierd door tien engelen. De meeste mensen denken dat deze engelen zijn gemaakt door Gian Lorenzo Bernini, maar in werkelijkheid zijn ze stuk voor stuk van de hand van zijn leerlingen. Bernini zelf ging in opdracht van paus Clemens IX wel van start met de eerste twee engelen. De paus vond die twee eerste engelen echter zo mooi, dat hij besloot ze zelf te houden. Je kunt deze originele engelen van Bernini gelukkig wel nog bewonderen, en wel langs het priesterkoor van de Romeinse kerk Sant’Andrea delle Fratte.

 

Wees overigens wel voorzichtig als je de Engelenbrug bezoekt. Op 19 september 1450, een Heilig Jaar, begaven grote groepen pelgrims zich via deze brug naar de Sint Pieter. De brug kon het gewicht van al deze mensen echter niet aan. De zijwanden begaven het en tientallen mensen vielen in de Tiber. Daarbij kwamen 178 pelgrims om het leven. De engelen stonden er toen overigens nog niet, dus wellicht dat hun wakende ogen een dergelijk ongeluk nu sowieso voorkomen…

mrt 07

We duiken vandaag meer dan 2000 jaar terug in de tijd, naar 7 maart 44 voor Christus. Gaius Julius Caesar staat op het toppunt van zijn macht. Maar de jaren van oorlogen en machtspolitiek hebben hem oud gemaakt – het gewicht van zijn alleenheerschappij wordt een steeds zwaardere last op zijn vermoeide schouders.

Hoewel Caesar nog altijd geldt als onoverwinnelijke generaal, kost het hem steeds meer moeite de corruptie, complotten en conflicten die de Romeinse politiek beheersen in te dammen. Zijn macht begint af te nemen, en hij stevent onherroepelijk af op het moment dat de Romeinse geschiedenis voor altijd zal veranderen.

De adelaar is een politieke thriller en een rijkgeschakeerd historisch fresco waarin alle bekende protagonisten uit de Romeinse geschiedenis, zoals Brutus, Marcus Antonius, Cicero en Cleopatra, een rol spelen. Een fragment:

Romae, Nonis Martiis, hora prima
Rome, 7 maart, zes uur ’s morgens

Onder een winterse hemel, loodgrijs en gesloten, liet een grijze dageraad een waas van helderheid doordringen vanuit minder dikke wolken die verspreid over de horizon lagen. Ook de geluiden waren onbestemd, lusteloos en mat, zoals het wolkendek dat het licht tegenhield. De wind kwam met vlagen uit de Vicus Jugarius, als de hijgende adem van een vluchteling.

Vanuit het zuidelijke uiteinde van het Forum verscheen een magistraat op het plein. Hij was alleen, maar herkenbaar aan zijn waardigheidstekenen en hij liep met flinke stappen naar de tempel van Saturnus. Hij hield zijn pas in voor het standbeeld van Lucius Junius Brutus, de held die bijna vijf eeuwen eerder de monarchie omvergeworpen had. Aan de voeten van het norse bronzen beeld, op het voetstuk waarop de lofrede te zien was, had iemand met menie iets geschreven: Brutus, slaap je?

De magistraat schudde zijn hoofd en vervolgde zijn weg, waarbij hij de toga rechttrok, die hem bij iedere windvlaag van zijn magere schouders gleed. Hij beklom snel de trappen van de tempel, ging het nog rokende altaar voorbij en verdween in de schaduw van de zuilengalerij.

Op de bovenste verdieping van het huis van de vestaalse maagden ging een raam open. De maagden die het vuur moesten bewaken, werden wakker om hun plicht te gaan doen. Anderen maakten zich klaar om te rusten na de nachtelijke wake.

De Vestalis Maxima, gehuld in het wit, kwam uit de binnengalerij naar buiten en wendde zich tot het standbeeld van Vesta, dat in het midden van de tempel troonde. De aarde begon te beven, het hoofd van de godin zwaaide naar links en rechts. Een stuk baksteen viel uit de daklijst in de fontein met een doffe plons, die nog versterkt werd door de stilte. Er was in de verte een rumoer te horen terwijl de vestale haar ogen opsloeg naar de wind en de wolken.
Haar blik vulde zich met ontzetting. Waarom beefde de aarde?

Op het Tibereiland liep in het hoofdkwartier van het Negende Legioen, dat door Marcus Aemilius Lepidus buiten de muren gelegerd was, de laatste wacht af. De soldaten en de centurio brachten eer aan de adelaar en gingen in twee rijen terug naar hun logement. De Tiber stroomde onstuimig en likte troebel en gezwollen aan de naakte takken van de elzen die over de oevers heen hingen.

Een kreet, met snerpende uithalen, verscheurde de bleke stilte van de dageraad. Een kreet vanuit het huis van de Pontifex Maximus. De vestaalse maagden hoorden het vanuit hun huis, dat er bijna tegenaan stond, en ze werden bevangen door paniek. Het was eerder gebeurd maar het werd iedere keer erger.’

Lees verder in

De adelaar – De laatste dagen van Caesar
Valerio Massimo Manfredi
vertaald door Jan van Geldrop
ISBN 9789025369323
€ 17,95
Athenaeum – Polak & Van Gennep

Bestel De adelaar via deze link bij bol.com

feb 26

We gebruiken het dagelijks zonder erbij na te denken, het @-teken op onze computer, oftewel het apenstaartje. Dat in Italië trouwens geen apenstaartje heet, maar chiocciola – slakkenhuisje. Sinds we e-mail hebben geïntegreerd in ons dagelijks bestaan, word je tientallen, zo niet honderden keren per dag geconfronteerd met dit teken, zeker op een werkdag. En sinds de introductie van twitter zien we het apenstaartje nog vaker voorbijkomen.

Nu vragen jullie je waarschijnlijk af waarom ik het over apenstaartjes heb op een blog over Italië. Welnu, het @-teken zou al in het zestiende-eeuwse Venetië gebruikt zijn. In documenten van Venetiaanse kooplieden duikt het apenstaartje regelmatig op. Het werd in die tijd natuurlijk nog niet gebruikt met de betekenis zoals wij die nu kennen; @ stond voor amfora (een oude Griekse kruik), waarmee hoeveelheden werden afgemeten.

Het oudste document waarin een @ is aangetroffen, dateert uit 1536. Het bevindt zich niet in Venetië zelf, maar in het Instituut voor de Economische Geschiedenis in Prato (Toscane). Het is ene brief van de Florentijnse koopman Francesco Lapi, die in een document het aantal amforen dat vanuit Rome naar Spanje verscheept moest worden aanduidde met het @-teken.

Toch is niet iedereen het eens over deze Italiaanse basis voor het moderne apenstaartje. Sommige wetenschappers menen dat er al in de vijftiende eeuw gebruik werd gemaakt van het apenstaartje, eveneens als afkorting, maar dan van het woord arroba, een kwart. Het feit dat Spanjaarden en Portugezen het apenstaartje nog steeds arroba noemen zou dat ondersteunen.

Andere onderzoekers hebben echter bewijs gevonden voor het gebruik van het apenstaartje in het twaalfde-eeuwse Toscane. Het zou een samensmelting zijn van de afkorting ac, al cambio – in ruil voor. Echt harde bewijzen, zoals het zestiende-eeuwse Venetiaanse document, zijn echter niet voor handen.

Wel zeker is dat het apenstaartje als aanduiding van ‘tegen de kosten van’ op de eerste typemachines verscheen – en zo ook op het toetsenbord van de computer. De moderne betekenis kreeg het @-teken van Ray Tomlinson, die een verbinding zocht tussen de naam van een computergebruiker en de mailserver waarvan deze persoon gebruik maakte.

Zelf lichtte hij de keuze voor het apenstaartje als volgt toe: ‘I chose to append an at sign and the host name to the user’s (login) name. I am frequently asked why I chose the at sign, but the at sign just makes sense. The purpose of the @-sign (in English) was to indicate a unit price (for example, 10 items @ $1.95). I used the at sign to indicate that the user was ‘at’ some other host rather than being local.’

Een leuke Italiaanse wetenswaardigheid – waar we maar niet bij elke te versturen e-mail bij stil moeten staan. Alhoewel, bij elk verzonden en ontvangen bericht even aan Italië denken is natuurlijk nooit verkeerd…

Getagd met:
feb 21

Een bezoek aan Venetië staat garant voor nieuwe mysteries, nieuwe ontdekkingen, nieuwe avonturen. Je slaat een hoek om en ineens ontdek je een prachtig kerkje, een wonderlijk verhaal, een bijzonder monument. Zelfs op het reusachtige, drukke San Marcoplein stuit ik nog regelmatig op een mysterieus detail of een bijzonder verhaal.

Gelukkig zijn er ook mysteries die al voor ons zijn ontdekt en onthuld. Zo vond ik een voor mij nog onbekend Venetiaans mysterie op de website www.merodeinvenetie.nl, die de voetstappen die de dichter Willem de Mérode in Venetië zette probeert vast te leggen. De website is een initiatief van Helma de Boer, die zo geïnteresseerden op de hoogte houdt van de voortgang van haar boek Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode. Voor het boek koppelt Helma kunstwerken, personen, plekken in Venetië aan gedichten van De Mérode.

Willem de Mérode in Venetië

Een bijzonder leuke invalshoek, die je langs de meest bijzondere plekken in Venetië brengt – of de leukste details van bekende plekken belicht. Een van de mooie voorbeelden op Helma’s website is de zogenaamde Bocca di Leone, oftewel Leeuwenbek. Lees maar mee:

‘De oplettende bezoeker kan in de muur van het Dogepaleis een bijzonder beeldhouwwerk (bas-reliëf*) ontdekken: de zogenaamde Bocca di Leone (of Bocche), een leeuwenbek. Onder de opening staat de tekst: Geheime kennisgeving tegen degenen, die diensten en plichten verheimelijken of in het geheim afspreken om hun ware gewin te verbergen.

De leeuwenbek werd gebruikt om anoniem aangifte te doen van misstanden als belastingontduiking, omkoperij en verduistering van staatsgeld. Men deponeerde daarvoor een papier in de opening. Door de anonieme wijze van aangifte hoefde men niet bang te zijn voor vervelende consequenties. Een soort middeleeuwse kliklijn. Ze werden ook wel Bocche della verità genoemd; monden van de waarheid. De leeuwenbekken ontstonden na de opstand van Baiamonte Tiepolo.

In het verleden waren er meerdere leeuwenmuilen in de stad te vinden aan de muren van openbare gebouwen. Elk district had er wel één. De districthoofden konden de brievenbus aan de achterzijde openen met een sleutel die de magistraat beheerde. Elke bus had een specifiek klachtendoel.

Na een schoonmaakactie van Napoleon zijn er helaas maar weinig leeuwenbekken meer over. De bekendste tref je aan in de muur van het Dogepaleis en aan de Santa Maria della Visitazione aan de Zattere in Sestiere Dorsoduro. De muil aan deze kerk was speciaal bedoeld voor klachten over de volksgezondheid. Je moet je voorstellen dat hier veel klachten in werden geduwd tijdens de golven van de Zwarte Dood, de pest. De mensen die ziek waren, verdwenen naar Lazaretto Vecchio; daar kwamen maar weinigen levend van terug.

Napoleon vernietigde veel elementen in Venetië die symbool stonden voor de oude autoriteiten. De meeste San Marco-leeuwen werden vernietigd, en zo ook de leeuwenmuilen die herinnerden aan het voorgaande Venetiaanse bewind.

Weliswaar waren deze leeuwenbekken een direct kanaal met de autoriteiten, het betekende niet dat je automatisch werd opgepakt als er een aangifte werd gedaan. Het was een goed uitgedacht systeem waarbij de informatie niet alleen werd bekeken en gewogen, ook onderzoek en bewijsmateriaal was nodig voordat men tot actie overging. Daarnaast werden de anonieme aanklachten pas in behandeling genomen als er ten minste twee getuigen in de aanklacht stonden vermeld. Vanaf 1387 werden de klachten op last van de Raad van Tien verbrand als er geen handtekening van de aanklager en geen betrouwbare getuigen waren opgenomen.’

Op de website van Helma kun je een overzicht van de nog overgebleven leeuwenbekken zien. Maar voordat ik jullie daarnaar verwijs, wil ik eerst nog even van Helma weten wat het verband is tussen deze leeuwenbekken en een gedicht van De Mérode. Dat is ten slotte het doel van Helma’s project.

Helma: ‘Het gedicht dat ik bij dit onderwerp heb gekozen, gaat over een roddeltante. Ze is geen leeuw, maar een slang. Ze gebruikt eveneens haar mond, niet om brieven van klikspanen te ontvangen, maar om scherp roddelwerk de wereld in te strooien. Je kunt uit het gedicht proeven hoezeer ze hiervan geniet. Ik stel met zo voor dat ze precies weet wie er in de stad ten prooi is gevallen aan de pest, en een ommetje maakt om dit rond te vertellen. Wie weet gooit ze nog een aanklacht in een leeuwenmuil.’

DE SLANG

Ze is opgetogen door de buurt gegaan
En heeft het laatst sensatienieuws besproken
Met naaisters en die in de winkels staan.
Het kwaad gesierd en ‘t goede afgebroken.

De rijke zieke heeft zij zeer gevleid:
‘Wat is er veel van Gods genade noodig,
Om ‘t leed te dragen, dat u rustig lijdt.’
Voor armen acht zij Gods hulp overbodig.

Zij knabbelt koekjes en nipt van haar thee,
En zuigt de zoete prikkelende pralines
Der laster – maar de looze Ongeziene
Proeft heimlijk van haar lekkernijen mee.

‘Mijn man zegt ook …’ luidt haar orakeltaal.
Ze zwaait de hel-, en kiert den hemel open.
Van wie den smallen weg ten hemel loopen,
Weet zij ‘toevallig’ een pikant verhaal.

Kletsende vroomheid kan zoo zalig bang
Over ‘t bederf van andre zielen rillen. -
Voelt ge op uw borst geen kille kronkels trillen?
En hoort ge ‘t heete sissen niet der slang?

Uit: Verzamelde Gedichten, nalezing VIII. Geschreven de maand mei, 1932

Eén ding is zeker: dankzij Helma’s verhalen beleef je Venetië veel intenser. Zelf zegt ze op haar website: ‘Venetië is prachtig, feeëriek, mysterieus. Het is een ontploft museum voor kunst, cultuur, literatuur, architectuur. Venetië is warm, bruisend maar soms ook sereen. De stad staat voor food for thought, muziek, genieën, lekker eten en drinken, water en zon. De stad schittert, letterlijk en figuurlijk.’

Met Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode wordt de stad zeker weten nog een stuk schitterender. Als de verhalen op de website een voorbode zijn voor het boek, dan kijk ik nu al reikhalzend uit naar de verschijning ervan – en naar het eerstvolgende bezoek aan Venetië met het boek in de hand. Zodra Helma al De Mérodes Venetiaanse schatten tot leven heeft gewekt, treed ik in zijn voetsporen – en jullie hopelijk met mij.

Maar nu eerst zoals beloofd de link naar de nog aanwezige leeuwenbekken in Venetië, naar de homepage van Helma’s website over Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode en naar de homepage van de website die ze over de dichter zelf bijhoudt. Veel leesplezier alvast en a domani!

* bas-reliëf: een beeldhouwwerk dat half uitsteekt boven het draagvlak zonder losstaande beelden.

feb 11

Het boek dat me als kind het meest fascineerde (en waarvan ik meerdere exemplaren helemaal stuk las) komt dankzij een actie van Pharos Reizen en de Samenwerkende Kinderboekhandels helemaal tot leven! Heel, heel even zou ik terug willen naar die kindertijd, het boek nog eens herlezen met diezelfde fascinatie als de allereerste keer, diep onder de dekens, en dan plaatsnemen op de achterbank om de reis van Dolf, de hoofdpersoon, een stukje mee te beleven…

Het boek met het omslag zoals ik dat lang geleden las

Het idee van Pharos Reizen en de kinderboekwinkels ontstond naar aanleiding van het thema van de Kinderboekenweek van dit jaar, ‘Hallo Wereld’. Samen stippelden ze een aantal rondreizen uit voor ouders en kinderen met als leidraad de reizen van helden uit kinderboeken, onder wie Dolf uit Kruistocht in spijkerbroek.

Dolf is aan het begin van het boek nog een gewone 16-jarige jongen uit Amstelveen. Hij geeft zich op als proefkonijn om door een materie-transmitter teruggeflitst te worden naar de middeleeuwen, waar hij één middag mag rondkijken. Om vijf uur diezelfde middag moet Dolf weer op de afgesproken plek staan om teruggeflitst te worden naar de twintigste eeuw. Maar door een foute berekening komt hij in het jaar 1212 terecht in een Kinderkruistocht en niet op het riddertoernooi dat hij zo graag wilde bijwonen. En het lukt Dolf niet om op tijd op de afgesproken plek te staan. Moet hij nu voor altijd in 1212 blijven?

Voor wie het boek niet kent, een fragment:

‘Dolf Wega stond aan de zijkant van een holle weg. Aan weerszijden zag hij hoge bermen, begroeid met bomen, struiken, gras en bloemen. Links van hem helde de weg naar een bocht. Rechts van hem steeg de weg, en daar was eveneens een bocht, zodat hij van zijn omgeving nog maar weinig kon zien. Hij keek naar zijn voeten en ontdekte dat hij op een platte steen stond. Dat kwam even mooi uit! Opeens durfde hij weer te denken, al waagde hij het nauwelijks zich te verroeren. Want hij kon bijna niet geloven dat het wáár was.

Toch wel. Hij was in elk geval verplaatst. Of hij zich nu ook in een ander tijdperk bevond, moest hij nog gaan ontdekken. Even wierp hij een blik op zijn horloge. Dat wees twee minuten over één. Liep het goed? Ja… Hij keek weer naar zijn voeten, die naast elkaar op de steen stonden. Hoe hadden ze het zo prachtig kunnen uitmikken!

Van alle mogelijkheden die er waren, was de beste eruit gekomen: een goed herkenningspunt, gemakkelijk te markeren. Hij herinnerde zich de vetkrijtjes, haalde ze uit zijn jaszak en bukte zich. Zorgvuldig trok hij eerst met het gele, daarna met het zwarte krijtje een nauwe kring om zijn voeten. Toen borg hij voldaan de krijtjes op en stapte van de steen. Nu goed opletten waar ik loop, dacht hij helder. Ik moet die steen op tijd kunnen terugvinden. Die grote berk daar tegenover mij is ook een mooi herkenningsteken.

Het was erg warm en hij pufte in zijn gevoerde windjack. Toch waagde hij het niet de jas uit te trekken, hoewel hij er een dikke grijze trui onder droeg. Verder had hij een spijkerbroek aan, sokken en stevige winterschoenen. Te gek gewoon, want hier was het hoogzomer. De zon brandde op zijn hoofd. De ongeplaveide weg, vol stenen en stof, blakerde in het felle licht.

Ik schijn in een soort heuvelland te zijn, dacht hij. Even kijken waarheen die weg voert. Hij liep een eindje de helling af, terwijl het stof onder zijn voeten opstoof. De bocht om, en opeens keek hij uit over een dal met in de verte een stad.

‘Dat moet Montgivray zijn,’ juichte hij.‘Het klopt! Het klopt helemaal!’ Want al ging de stad bijna schuil in de hittenevels, hij kon zelfs op die afstand zien dat het geen moderne stad was. Vaag onderkende hij torens en wallen. Diep beneden hem reed over de weg een soort huifkar in de richting van de poort. Op de akkers in het dal zag hij mensen bezig.

‘Ik ben in de middeleeuwen, ik sta midden in het Frankrijk van de dertiende eeuw,’ vertelde hij zichzelf, maar het was bijna niet te geloven. Juist wilde hij aan de verdere afdaling beginnen toen hij iets hoorde. Achter hem, ver weg. Hoefgetrappel, geschreeuw, lawaai. Angstig keek hij om, maar hij zag niets. De bocht onttrok het hoger gelegen stuk weg aan zijn gezichtsveld.

Nog meer geschreeuw en wapengekletter – het klonk niet geruststellend. Hadden een eindje hogerop twee vijandig gezinde ridders te paard elkaar op weg naar het grote toernooi ontmoet en waren ze slaags geraakt?’

In de voetsporen van Dolf
Kinderen en hun ouders kunnen zich nu, net als Dolf, naar het middeleeuwse Duitsland en Italië flitsen. De rondreis begint in de kathedraalstad Spiers, aan de Rijn. Vervolgens reis je, net als de kinderkruistocht, via het Zwarte Woud, ‘langs kloven en ravijnen en over glooiende bloemenweides’, naar Andriano bij Bolzano in de Dolomieten. Hier kun je zes dagen genieten van het leven in de bergen en spannende avonturen beleven in de Hochseilgarten en wildwater tuben (op een grote opblaasband) over een rivier. De reis sluit je, net als de helden in het boek, af aan zee, net boven Genua.

Een aantal hoogtepunten van deze reis:
*reis in het spoor van een van de beroemdste Nederlandse jeugdhelden
*bezoek het kasteel waar Richard Leeuwenhart gevangen werd gehouden door keizer Barbarossa
*grensoverschrijdend wandelen in Unesco-biosfeer Pfälzerwald/Vogezen
*een sneeuwballengevecht hartje zomer, hoog in de Dolomieten
*een dagje naar ministaatje Monaco
*eerst de bossen, dan de bergen en tot slot: een heerlijke duik in zee!

Praktische informatie
Deze rondreis kan gemaakt worden in de periode van 19 april tot en met 3 oktober 2012. De laatste aankomst mogelijkheid in het eerste hotel is 20 september 2012. Je kunt deze rondreis uitsluitend op donderdag beginnen. Kijk voor meer informatie op de website van Pharos Reizen.

Maar eerst (voor)lezen!
Uiteraard moet je voor vertrek wel eerst het boek (voor)lezen! Ook ik ga weer eens een nieuw exemplaar aanschaffen, want na het lezen van dit fragment ben ik wederom verkocht!

Kruistocht in spijkerbroek
Thea Beckman
ISBN 978904770116
€ 14,50
uitgeverij Lemniscaat

jan 05

Eva slaapt vertelt het verhaal van een provincie zonder vaderland en van een meisje zonder vader, een heel persoonlijk verhaal over een intens verlangen naar iets dat je nooit hebt gehad of dat verloren is gegaan.

Eva groeit op zonder vader. Als achtjarige maakt ze mee hoe haar moeder, die de sterren van de hemel kookt in een vakantiehotel, verliefd wordt. De Duitstalige Gerda, een beeldschone Zuid-Tiroolse met een buitenechtelijk kind, valt uitgerekend op een politieagent van de Italiaanse bezettingsmacht, een carabiniere uit Reggio Calabria in het diepe zuiden. Vito is anders dan de vorige minnaars van haar moeder.

Hij sluit de kleine Eva in zijn hart en een paar jaar lang vormt het drietal een echt gezinnetje. In het begin van de jaren zestig, wanneer de Zuid-Tirolers en de Italianen elkaar letterlijk naar het leven staan, en Rome met harde hand regeert, heeft dat pijnlijke gevolgen voor het drietal.

Jaren later reist de veertigjarige Eva dwars door Italië naar Vito in Reggio Calabria. Hij ligt op sterven en wil Eva nog één keer zien en haar vragen waarom ze zijn brieven nooit heeft beantwoord.

Francesca Melandri verhaalt in Eva slaapt op indrukwekkende en beklemmende wijze hoe mensen en volken van elkaar kunnen vervreemden, en hoeveel kracht, geduld en inlevingsvermogen het kost om zich met een pijnlijk verleden te verzoenen. Een fragment:

‘Het was een klein pakje, gewikkeld in bruin papier met een dun touw eromheen gebonden. Adres en afzender in een regelmatig handschrift geschreven. Gerda herkende het meteen.
‘I nimms net,’ zei ze tegen Udo de postbode. Ik neem het niet aan.
‘Maar het is voor Eva…’
‘En ik ben haar moeder. Ik weet dat ze het niet wil hebben.’

Udo wilde haar vragen of ze het zeker wist. Maar zij sloeg haar heldere ogen naar hem op en staarde hem aan. Hij zweeg, haalde een pen uit zijn borstzak en een formulier uit zijn leren tas. Hij overhandigde het zonder haar aan te kijken.
‘Hier tekenen graag.’
Gerda tekende. Toen vroeg ze onverwacht vriendelijk: ‘Wat gebeurt er nu met dit pakje?’
‘Ik breng het terug naar het postkantoor en zeg dat je het niet wilde…’
‘Eva wilde het niet.’
‘… en zij sturen het dan terug.’

Udo stopte het pakje weer in de tas, vouwde het formulier dubbel en schoof dat tussen andere papieren. Hij controleerde of de pen goed dichtzat, stak hem terug in zijn borstzak en maakte aanstalten te vertrekken, maar bedacht toen nog iets.
‘Waar is Eva eigenlijk?’ vroeg hij.
‘Eva slaapt.’

Het bruine pakje reisde in omgekeerde richting dezelfde weg die het had afgelegd om bij haar aan te komen: tweeduizend zevenhonderdvierennegentig kilometer in totaal, heen en terug.’

Karlijn de Winter schreef een prachtige recensie over deze roman: ‘Kinderen die op een cruciaal moment in de geschiedenis worden geboren en zo getuige zijn van een heel tijdperk zijn er volop in de literatuur. Beroemd in Italië is bijvoorbeeld Useppe, het pientere jongetje uit De geschiedenis (La storia, 1974) van Elsa Morante. Eva uit het romandebuut van Francesca Melandri (Rome, 1964) is ook zo’n baby. Alleen is zij van jongs af aan een bijzonder goede slaper. Daarmee lijkt ze wel symbool te staan voor al diegenen, ook Italianen, die decennialang hun ogen dicht hebben gehouden voor problemen die er speelden in Eva’s geboortestreek Zuid-Tirol. Maar wie Eva slaapt leest, wordt vanzelf wakker geschud.’

Een goed moment dus om dit boek te lezen, na de roerige ontwikkelingen eind vorig jaar, die het land nu hopelijk wakker hebben weten te schudden – en weten te houden.

Eva slaapt
Francesca Melandri
vertaald door A. Habers
ISBN 9789059363175
€ 19,90
uitgeverij Cossee

preload preload preload