apr 19

Een bezoek aan Rome is voor kinderen een onvergetelijke ervaring. De stad barst van de plekken waar de geschiedenis voor hun ogen tot leven komt, en waar prachtige, tot de verbeelding sprekende verhalen bij zijn te vertellen. Als ouder moet je dan natuurlijk wel zelf goed op de hoogte zijn om je kinderen al die verhalen te kunnen vertellen.

Althans, tot voor kort, want sinds dit voorjaar is er een geweldig leuke Lonely Planet-reisgids voor kinderen te koop, die alles wat ze over Rome willen weten op een speelse, laagdrempelige manier uitlegt. Zo zijn de rollen omgekeerd en kunnen de kinderen hun ouders mee op pad nemen door de Eeuwige Stad. Want let wel: de gids zelf heeft als ondertitel ‘Veboden voor ouders’ – die mogen dus niet even spieken ;-)

In het voorwoord worden de jonge reizigers al direct meegenomen naar het ‘echte’ Rome:

‘Dit is geen reisgids. En hij is zeker niet voor ouders. Dit is het echte insideverhaal over een van ’s werelds beroemdste steden: Rome. In dit boek zul je fascinerende verhalen lezen over oude gladiatoren en moderne voetballers, hectisch verkeer, lekker eten en een gruwelijk verleden.

Kom meer te weten over vechten met wilde dieren, spookachtige stenen, dragracing in Romeinse stijl en geluksfonteinen. Ontdek de pittige scooters, fashionista’s, echt oude bruggen en ijs in alle mogelijke smaken. Dit boek toont je een Rome waarvan je ouders wellicht geen flauw benul hebben.’

Het boek omvat niet alleen verhalen, leuke weetjes en spannende anekdotes over Rome maar brengt de stad aan de hand van foto’s, illustraties en stripverhaaltjes ook beeldend tot leven. Zo worden een aantal grote monumenten uitgelicht aan de hand van hun opdrachtgevers. De auteur schrijft:

‘Denk aan mij! Wie heel belangrijk is, wil dat er voor hem een reusachtig monument wordt opgericht, zodat iedereen zich altijd zal herinneren wie hij was en wat hij gedaan heeft. Rome bulkt van dergelijk eerbetoon, oud en bouwvallig of modern en imposant.’

Een van de voorbeelden die in de reisgids worden genoemd, is de enorme voet die op de binnenplaats van de Capitolijnse Musea te bewonderen is. ‘Deze voet is een stuk van een reusachtig standbeeld van de Romeinse keizer Constantijn, die vijftig jaar lang regeerde en van het christendom de belangrijkste godsdienst in het Romeinse rijk maakte. Het hoofd, de armen en benen werden uitgehouwen uit marmer.’

Erbij een lijstje met een handvol wetenswaardigheden:

*het standbeeld moet zo’n 12 meter hoog zijn geweest
*enkel het hoofd, de handen, een arm, delen van de benen en voeten bleven bewaard
*het hoofd is 2,5 meter hoog en elke voet is ruim twee meter lang
*het standbeeld zat op een troon op het Forum Romanum
*de resten werden gevonden tussen het puin van het Forum in 1486

Wedden dat kinderen enorm trots zijn dat ze dit kunnen vertellen als ze naast die enorme voet staan? En zo zijn er nog veel meer weetjes en anekdotes te vinden in deze aantrekkelijke gids, dus zowel ouders als kinderen zullen niet snel uitgekeken en uitgelezen raken.

Ga je binnenkort met kinderen naar Rome, koop voor hen als voorbereiding dan dit geweldige boek en laat ze je meenemen naar al dat spannends en moois in Rome.

Lonely Planet Rome – Alles wat je altijd al wilde weten
ISBN 9789020992069
€ 14,99
uitgeverij Lannoo

Bestel deze reisgids via deze link bij bol.com

apr 04

Ver weg van alle drukke toeristische trekpleisters, ten noorden van de chaotische verkeersdrukte rondom Termini, vind je het sprookjesachtige Quartiere Coppedè. Een bijzonder stukje Rome, dat in niets doet denken aan gladiatoren, roemrijke geschiedenis of pauselijke grootheidswaanzin. Slenter langs de bijzondere huizen rondom het Piazza Mincio, dat het hart van de wijk vormt, en je wordt bevangen door de bijzondere sfeer die hier heerst.

Die sfeer is te danken aan de Florentijnse architect Gino Coppedè, die op deze plek rond 1915 de vrije hand kreeg van de gemeente Rome om hier een aantal unieke huizen neer te zetten. Dat liet Coppedè zich geen twee keer zeggen. Hij leefde zich helemaal uit en werkte tot aan zijn dood in 1926 aan de verfraaiing van de huizen.

Je staat dan ook ademloos te kijken naar alle details: mozaïeken, schilderingen, grappige reliefs, monsterachtige wezens, een zonnewijzer, kleine schoorsteentjes, grappige afdakjes, balkonnetjes, erkers… Kijk maar eens naar dit prachtige hoekhuis:

Maar dat is nog niet alles. Coppedè bouwde ook een grappige fontein, de zogenaamde Fontana delle Rane (Fontein van de Kikkers), die volgens een van de inwoners van de wijk die mijn gefotografeer vrolijk gadeslaat bedoeld was als knipoog op de Fontana delle Tartarughe (Schildpaddenfontein) op het Piazza Mattei in het oude getto in Rome (waarover ik eerder dit stukje schreef).

Onder de poort die de overgang naar de ‘gewone wereld’ markeert, hangt ten slotte een heuse kroonluchter, waar af en toe een auto onder door rijdt. Zodra je onder de kroonluchter door wandelt, richting Piazza Mincio, waan je je even in een andere wereld. Voor wie nog niet overtuigd is, nog een aantal foto’s. Maar het is natuurlijk het mooist als je het met eigen ogen kunt aanschouwen, dus noteer deze wijk op je lijstje voor een (volgend) bezoek aan Rome!

Praktisch
Je vindt het Quartiere Coppedè rondom het Piazza Mincio, vlak bij Villa Torlonia. Vanaf Piazza Venezia neem je bus 60 express naar de Via Nomentana (fermata Viale Regina Margherita, de eerste halte na Porta Pia); vanaf Termini neem je bus 90 express naar de Via Nomentana (eveneens uitstappen bij de eerste halte na de Porta Pia, fermata Viale Regina Margherita) of bus 38 naar Corso Trieste (eerste halte).

PS - Boekupdate
Terwijl ik door deze sprookjesachtige wijk slenterde, zijn de bestanden van mijn boek bij de drukker gearriveerd! Het duurde iets langer dan gepland, maar het boek krijgt nu wel van die mooie ronde hoeken – zodat het nog meer op een (b)logboek lijkt. Vandaag gaan de bestanden op de plaat, wat betekent dat de eerste gedrukte pagina’s straks van de band afrollen. Spannend, zeker ook omdat ik hier in Rome zo ver weg zit. Ik had er natuurlijk graag met mijn neus bovenop gestaan…

Het boek zal op woensdag 18 april bij de uitgever aankomen, hetgeen betekent dat je nog tot die dag zonder verzendkosten een exemplaar kunt bestellen dat ik dan voorzie van een speciale boodschap en mijn handtekening. Die woensdagmiddag zal ik namelijk alle tot dan bestelde boeken signeren. Ik zal alvast even oefenen hier, zodat ik straks uren achter elkaar door kan gaan ;-)  Natuurlijk geldt tot die dag ook nog steeds dat elke 25ste besteller een extra verrassing krijgt.

Bestellen kan zoals gezegd via de website www.koopeenleukboek.nl. Uiteraard zullen we de signeersessie t.z.t. live verslaan via Twitter en Facebook en met foto’s hier online. Daarvoor ga ik nu eerst maar even mijn handtekening verfraaien…

mrt 12

Wie het rustiger aan wil doen, en niet zoals ik gisteren suggereerde, door Rome wil rennen, kan terecht in een van de vele bijzondere tuinen die in de loop der eeuwen in en rond Rome zijn aangelegd. Asgard Reizen bezoekt in mei een aantal van deze historische tuinen, zoals de tuinen van Villa Borghese en het Vaticaan en, in Tivoli, de beroemde tuin van Villa d’Este. Maar ook Sacro Bosco, de tuin met de monsters in Bomarzo, en de door Niki de Saint Phalle ontworpen Tarottuin staan op het programma tijdens deze inspirerende tuinenreis.

Op Ciao tutti leggen we deze reis vandaag alvast in vogelvlucht af. We beginnen in Rome, waar verschillende tuinen op het programma staan. De bekendste is wellicht het fraaie park van Villa Borghese. Hoewel veel mensen er vooral heen gaan om te genieten van de prachtige beelden en schilderijen in de Galleria Borghese, is de tuin zelf ook meer dan een bezoek waard. Je wandelt er namelijk letterlijk door de geschiedenis van Rome.

De eerste tuinen dateren al uit de zeventiende eeuw. Je herkent ze aan de overvloedige barokversieringen, indrukwekkende beelden en fonteinen (van onder anderen Bernini) en een overweldigende hoeveelheid bloemen en planten. Eén ding is zeker: ten tijde van de barok was men bepaald niet terughoudend en moest alles vooral groots en meeslepend zijn. Een eeuw later wordt een deel van het park omgetoverd tot tuinen in de stijl van de Engelse landgoederen. Anders dan de bombastische baroktuinen zijn deze tuinen veel ingetogener, lieflijker – en veel netter binnen de perken ontworpen. Maar eigenlijk is vooral het contrast mooi om te zien.

Dat contrast is er ook tussen de tuinen van Villa Borghese en de tuinen op de Pincio-heuvel, die in de negentiende eeuw werden aangelegd. Op deze plek bevonden zich ooit de tuinen van Lucullus, een Romeins politicus uit de eerste eeuw voor Christus die zich na een militaire carrière op deze heuvel terugtrok. Hoe groot zijn tuinen precies waren, weten we niet, maar waarschijnlijk bestreken ze heel wat meer oppervlakte dan de huidige tuinen. Wie nu een bezoek aan de Pincio-tuinen brengt, moet in elk geval even naar het Piazza Napoleone wandelen, dat als ware het een balkon uitkijkt over Piazza del Popolo en de skyline van Rome.

Veel minder bekend zijn de tuinen van het Vaticaan. De tuinen die zich achter het pauselijk paleis uitstrekken, zijn namelijk slechts onder bepaalde omstandigheden toegankelijk. Asgard heeft ervoor gezorgd dat de poorten zich voor je openen, zodat je kunt genieten van alle bijzondere bloemen en planten (die vaak als cadeau voor de paus hebben gediend). Dit kleine stukje stad telt bovendien bijna honderd verschillende fonteinen, waarvan de bizarre Fontana dell’Aquilone, de Fontein van de Adelaar, misschien wel de bijzonderste is. Het water van de fonteinen is afkomstig uit het meer van Bracciano, zo’n 30 kilometer ten noordwesten van Rome.

Asgard Reizen neemt je echter eerst mee naar het noordoosten van Rome, naar de tuin van Villa d’Este in Tivoli. Het is de fraaiste en meest flamboyante tuin in de zestiende-eeuwse renaissancestijl. De ontwerper, Ligorio, maakte gebruik van een rijke beeldentaal met fonteinen, kunstmatige grotten, watertrappen en hydraulische muziek. Kijk alvast maar even mee:

Na Villa d’Este staat Villa Lante op het programma. Dit landgoed bestaat uit een bebost park en een geometrisch aangelegde tuin waarin het water uit een hoog gelegen grot via bassins, fonteinen en trappen naar de vijver stroomt. Maar de tuinenreis heeft nog veel meer in petto. Wat dacht je bijvoorbeeld van de kleine tuin van Castello Ruspoli, die vooral beroemd is vanwege de geometrisch gesnoeide patronen, die tot de mooiste van heel Italië behoren? Of van Villa Farnese, met een uit tufsteen gehouwen grot, twee trappen met waterspuwende dolfijnen en beelden van Rainaldi?

Op de laatste dag voor vertrek worden er nog twee schitterende tuinen aangedaan, het Sacro Bosco in Bomarzo en de Tarottuinen van Niki de Saint Phalle in het zuiden van Toscane. Het Sacro Bosco (Heilige Bos) is een 400 jaar oud themapark met macabere beelden. Het Park met de Monsters, dat ook de schilder Carel Willink en schrijfster Hella S. Haasse inspireerde, is in de late zestiende eeuw gecreëerd door Vicino Orsini, die zich na een aantal veldtochten terugtrok in het kasteel Bomarzo en zich voor het verwerken van zijn trauma’s uitleefde in de tuin, met het volgende resultaat:

Over de Tarottuinen deed ik al eens uitgebreid verslag. Het is een inspirerend, kleurrijk park met 22 kolossale tarotfiguren. Een mooie afsluiting van een heerlijke voorjaarsreis! Wil je met Asgard Reizen mee op pad langs al dit moois, dan vind je via deze link het precieze dagprogramma en alle informatie over prijzen, data etc. Op naar het kleurige voorjaar in Rome dus!

okt 03

Het prachtige Toscane oefent al decennia lang grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars. Niet alleen vanwege de landelijke rust die er nog heerst, maar vooral ook vanwege de rijke historie van de streek. Karel Appel (1921-2006) vestigde zich er in 1989, op zijn pas verworven landgoed Villa Licia.

Geïnspireerd door de Toscaanse cultuur, natuur én zijn nieuwe omgeving maakte hij een serie grote sculpturen met overtollige huisraad van zijn eigen landgoed – de zogenoemde ‘brandstapelbeelden’ – en een serie beelden waarvoor hij objecten gebruikte uit de wijnbouw, op verzoek van de Toscaanse wijnbouwer Guilio Baruffaldi. De beelden die speciaal gemaakt werden voor locaties op diens landgoed zijn nu voor het eerst van hun plek getild en naar het Cobra Museum verplaatst.

Karel Appel — Donkey (1991)
bronze, 145 x 260 x 87 cm
Private collection Baruffaldi, Tuscany

In de unieke expositie die daar nog tot en met 15 januari plaatsvindt, worden ongeveer 20 grote beelden, keramiekobjecten en enkele landschapschilderijen van Karel Appel getoond uit de jaren die hij in Toscane doorbracht. In dezelfde expositie worden grote schilderijen, enkele tekeningen, beelden en een video getoond van de gerenommeerde Italiaanse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939). Zijn eigentijdse kunst is onlosmakelijk met de Toscaanse traditie, waarin de relatie tussen mens en natuur centraal staat, verbonden.

Bij de tentoonstelling verschijnt een prachtig boekwerk, waarin dieper wordt ingegaan op de reeks beelden die Karel Appel tussen 1989 en 1999 op zijn landgoed in Toscane creëerde. Geïnspireerd door de natuur en zijn directe omgeving maakte Appel met gevonden huisraad en objecten uit de wijnbouw een reeks spectaculaire sculpturen.

Voor het eerst wordt de ontstaansgeschiedenis en betekenis van deze Toscaanse beelden in boekvorm gepubliceerd. De specifieke relatie tussen de kunstenaar en Toscane wordt in het tweede gedeelte van de publicatie nader belicht aan de hand van het oeuvre van de gerenommeerde Italiaanse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939). Barni woont en werkt op een steenworp afstand van het vroegere landgoed van Karel Appel. In zijn eigentijdse werk, dat onlosmakelijk met de Toscaanse traditie verbonden is, staat de relatie tussen mens en natuur centraal. Ook Barni verwerkt in zijn sculpturen gevonden voorwerpen uit de regio.

Karel Appel — Daisies (1991)
bronze, 156 x 204 x 149 cm
Private collection Baruffaldi, Tuscany

Een stukje uit de inleiding van het boek (geschreven door Katja Weitering), dat je ofwel direct naar Toscane laat afreizen of je op zijn minst bij het Cobramuseum in Amstelveen doet belanden:

‘San Casciano Val di Pesa is zo’n typisch Toscaans dorpje met een oude stadskern dat dateert uit de dertiende eeuw. Het rustige plaatsje ligt ten zuiden van Florence en wordt omringd door het imponerende Toscaanse landschap. Het dorpje ligt op een steenworp afstand van het voormalige atelier van Karel Appel (1921-2006), de Villa Licia in het dorpje Mercatale, waar hij van 1989 tot 1999 vele zomers doorbracht.

Appel bevond zich in Toscane in goed gezelschap. Sinds de jaren zeventig waren vele kunstenaars hem voorgegaan in de keuze voor Toscane als atelier en werkgebied, waaronder Daniel Spoerri, Niki de Saint-Phalle en Fernando Botero. Ruim tien jaar later gevolgd door Jan Dibbets, Georg Baselitz en Robert Morris.

Wat zoeken hedendaagse kunstenaars in Toscane? De rust van de typische natuur, of zijn ze juist actief op zoek naar traditie? En zo ja, hoe verhoudt deze traditie zich tot het eigentijdse karakter van hun werk? Deze vragen zijn leidend geweest bij de door gastconservator Werner van den Belt geïnitieerde publicatie en de gelijknamige tentoonstelling in het Cobra Museum voor Moderne Kunst. Met Studio Toscane levert hij een eerste bijdrage aan onderzoek naar de specifieke ateliersituatie in Toscane.

De in deze regio ontstane beelden van Karel Appel vormden het vertrekpunt voor dit onderzoek. Het atelier in Toscane was van groot belang voor Appel. Hier exploreerde hij in een ontspannen setting de klassieke onderwerpen die hem gedurende zijn hele artistieke ontwikkeling dierbaar waren gebleven: het landschap, de menselijke figuur, naakten en dieren. Gestimuleerd door de aanwezige natuur en het licht ging Appel in Toscane voor het eerst sinds 1939 weer landschappen schilderen.

Karel Appel— Toscaanse horizon # 36 (1995)
oil on canvas, 200 x 260 cm
ING Collection

Bij het maken van zijn beelden liet hij zijn fantasie de vrije loop, geïnspireerd door de vondst van lokale gebruiksvoorwerpen, onder andere op het landgoed van zijn buurman, de wijnbouwer Giulio Baruffaldi. Volgens Werner van den Belt beschouwde Appel in Toscane traditie niet als iets van vroeger maar als een bruikbaar gegeven voor het heden. Het essay van Werner van den Belt gaat dan ook deels over de positie en de waarde van traditie voor de hedendaagse kunst.

Voor Italiaanse kunstenaars is de combinatie van verleden en heden, van natuur en cultuur een vanzelfsprekendheid. Deze verbondenheid loopt als rode lijn door de Italiaanse kunstgeschiedenis. Het oeuvre van de hedendaagse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939) maakt dit op indringende wijze inzichtelijk. Sinds jaar en dag is het atelier van Barni in Toscane gevestigd. In het interview met Werner van den Belt staat Barni uitgebreid stil bij de kenmerkende Toscaanse identiteit van vrijheid, anarchisme en verzet tegen het gezag van de pauselijke staat. Ook het alom aanwezige roemrijke verleden en de omringende natuur komen aan bod. Al deze factoren hebben de artistieke ontwikkeling van Barni mede beïnvloed.

Ondanks het feit dat Karel Appel en Roberto Barni twee volstrekt op zichzelf staande kunstenaars zijn, levert de dialoog fascinerende parallellen op die bijdragen aan een beter begrip van de actualiteitswaarde die Toscane voor kunstenaars heeft. Voor Roberto Barni vertegenwoordigt Karel Appel een explosie van vitaliteit en vrijheid. Deze attitude vindt hij van groot belang omdat de Italiaanse cultuur volgens Barni te formeel en gesloten is en tegengesteld aan waar Appel en zijn werk voor staan.

De explosie van vitaliteit en vrijheid komt op kernachtige wijze tot uitdrukking in de fontein van Karel Appel die op het Sandbergplein voor het Cobra Museum staat. Dit bronzen beeld behoort tot een van de hoogtepunten van de beelden die in Toscane zijn ontstaan. In het beeld verwerkte Appel lokale gebruiksvoorwerpen die onder andere afkomstig waren van het landgoed van Giulio Baruffaldi.

Karel Appel— Fountain (2001)
bronze, designed after the original made in 1992, 500 x 400 x 470 cm
Collection Gemeente Amstelveen, with special thanks to KPMG

Tot op de dag van vandaag staan er nog acht, aan deze fontein verwante beelden op het landgoed van Baruffaldi. Door zijn genereuze gebaar om deze aan het museum uit te lenen, zijn wij in staat om ons werk en de bijbehorende houten sculptuur (Fountain, 1992) uit de collectie in de context van soortgelijke beelden van Karel Appel te plaatsen.

In zijn verkenning van Toscane als studio voor moderne en hedendaagse kunstenaars neemt Werner van den Belt, zoals gezegd, de Toscaanse beelden van Karel Appel als vertrekpunt. Zowel uit de bespreking van het werk van Appel als uit het daaropvolgende interview met Roberto Barni komt naar voren dat beide kunstenaars in Toscane werk hebben gemaakt dat zich ontrekt aan het vluchtige, tijdelijke moment en dat ons dichter bij het algemene menselijk verhaal brengt.’

Nieuwsgierig geworden? De tentoonstelling Studio Toscane is zoals gezegd nog tot en met 15 januari 2012 te zien in het Cobramuseum te Amstelveen.

Daarna zullen de bronzen beelden van Karel Appel te zien zijn in de tentoonstelling Hof van Appel in de in maart 2012 te openen beeldentuin ‘Cobra buiten’ bij Kasteel Keukenhof. De Avro besteedt in drie afleveringen van het tv programma Kunstuur aandacht aan Studio Toscane en aan de tentoonstelling Hof van Appel. De eerste uitzending vindt plaats op 19 november aanstaande.

Het boek dat bij de tentoonstelling hoort is o.a. in de museumwinkel te koop, maar ook online te bestellen.

Studio Toscane: Karel Appel en Roberto Barni
Els Ottenhof & Werner van den Belt
ISBN 9789461300300
€ 19,90
uitgeverij Ludion

sep 22

Een van de mooiste straatjes van Rome, dat is een omschrijving die zeker van toepassing is op de Via Margutta. Ondanks de nabijheid van de toeristische trekpleisters op en om het Piazza di Spagna en het Piazza del Popolo, is de rust in de Via Margutta bewaard gebleven. Het straatje wordt bevolkt door kunstenaars, artiesten, een verdwaalde toerist en – bovenal – de sfeer van weleer.

Van meet af aan is Via Margutta een thuis geweest voor ambachtslieden en kleine kunstenaars. Vanaf 1600 kreeg deze Romeinse straat ook steeds meer een internationaal karakter, dankzij de buitenlandse kunstenaars die zich er vestigden en de straat omtoverden tot een bohemienachtige omgeving waar iedereen zich onmiddellijk op zijn gemak voelt.

De artistiekelingen zijn gelukkig gebleven en hebben zich niet laten wegjagen door allerlei moderne ontwikkelingen in het centrum van de Eeuwige Stad. Als je de Via Margutta betreedt, waan je je even terug in de tijd. Reis, kijk en lees maar mee!

We beginnen bij een van de meest bijzondere werkplaatsen van de straat (op nummer 53), namelijk die van Enrico Fiorentini, oftewel ‘Er Marmoraro’. Deze beroemde ‘bordjesmaker’ – een oude kunstenaar die de kunst van het verzinnen van grappige teksten van zijn vader en grootvader heeft geleerd – zet nog steeds alles wat je maar wil op een mooi bordje voor aan de muur. Voor wie geen inspiratie heeft om zelf iets te verzinnen, heeft hij altijd een passende tekst klaar.

Deze ‘bordjesmaker’ weet bovendien alles over de geschiedenis van de Via Margutta – en vooral van alle bordjes die in de straat te vinden zijn. Zo wijst hij ons op de allerlaatste druivenrank van de Via Margutta, die nog steeds dapper stand houdt en midden tussen de stenen van een van de gebouwen van de kunstacademie tiert. Uiteraard ontbreekt een bordje met de aanduiding dat dit echt de laatste wijnrank van de straat is niet!

Hij zou zijn bijnaam niet waard zijn als hij ons niet zou wijzen op alle andere bordjes in de straat. Een van de oudste dateert volgens hem uit de achttiende eeuw. De tekst die erop te lezen valt, laat niets aan de verbeelding over:

Ook over de fontein weet hij bijzondere verhalen te vertellen. Dat is niet zo gek als je weet dat de naam van deze fontein Fontana degli Artisti (Fontein van de Kunstenaars) is. Er zijn dan ook veel elementen te zien die verwijzen naar de wereld van de kunst, zoals penselen, ezels, doeken, maskers en beeldhouwinstrumenten. De fontein staat hier sinds 1927 en is een geliefde ontmoetingsplek voor de kunstenaars en galeriehouders van de Via Margutta.

Op het huidige nummer 110, het oudste gebouw van de straat, hebben Federico Fellini en Giulietta Masina gewoond. Het gebouw is te herkennen aan de karikatuur van de twee filmsterren, die naast de voordeur hangt. Enrico toont ons het bordje met zoveel trots, dat ik hem vraag wie het bordje heeft gemaakt. Hij glimlacht breed en wijst op zijn borst. ‘Ik natuurlijk!’ roept hij uit. ‘Naar een ontwerp van Nino Za, dat wel, maar ja, ik moest het in het marmer overbrengen…’

De tekst die hij erbij heeft gezet brengt het unieke karakter van de straat meer dan treffend tot uiting:

Quante strade rare e belle
so l’orgoglio dé sto monno
che t’incanti ner vedelle.
Io però sai che risponno?

Via Margutta ormai è lampante
che le batte tutte quante
perché è unica e speciale
e ner monno nun c’è uguale!

Toch zijn dit niet de enige filmsterren die in de Via Margutta een thuis vonden. In de film Roman Holiday geeft Gregory Peck de taxichauffeur de opdracht naar Via Margutta 51 te rijden. Zijn filmonderkomen is aan de prachtige cortile, binnenhof, achter de huidige werkplaats van Enrico. Wij zouden zo met een van beiden willen ruilen…

Gelukkig biedt de straat genoeg restaurantjes waar je ook ’s avonds van de heerlijke sfeer kunt genieten. Mijn persoonlijke favoriet is Osteria Margutta, alleen al vanwege de bijzondere inrichting (ga zeker even binnen een kijkje nemen!). Hier vier je elke minuut van de dag la dolce vita in ottima forma !!

apr 03

Voor De Smaak van Italië reisde ik vorig jaar naar Palermo om de stad in een (lange) dag te ontdekken, te beleven en te proeven. Geen gemakkelijke opgave, want een dag in Palermo is nog sneller voorbij dan elders.

Maar zelfs als je maar een dag de tijd hebt, kun je genieten van al het moois dat Palermo (Palermu in het Siciliaans) te bieden heeft. In deze stad vol tegenstellingen gaan een rijke geschiedenis en barokke schoonheid hand in hand met vervallen panden en eindeloos veel verkeer. Wie Palermo echter de kans geeft, wordt overweldigd door het echte Italiaanse leven, dat uiteraard begint met een echt Italiaans ontbijt!

Cappuccino met cannoli
In Palermo kun je niet anders dan de dag beginnen met een cappuccino en een cannolo – en die vind je nergens zo lekker als bij Pasticceria Cappello. Eigenaar Salvatore en zijn zoon Giovanni sleepten verschillende prijzen in de wacht voor hun Siciliaanse lekkers.

De erfenis van de Normandiërs
De Romeinen, de Arabieren, de Normandiërs… Ze hebben allemaal hun sporen op Sicilië – en dus ook in Palermo – achtergelaten. Dat is misschien wel het best te zien in het Palazzo dei Normanni, dat door de Arabieren is gebouwd op de resten van een Romeins fort. Het paleis diende als zetel voor zowel de Normandische koning Ruggero II als voor het Siciliaanse Parlement. Vooral de Koninklijke vertrekken zijn een bezoekje meer dan waard! Als je een stukje heuvelopwaarts loopt, kom je op de Maqueda-binnenplaats, waar een trap naar de Cappella Palatina, een van de weinige overblijfselen uit de Normandische periode, leidt. De schitterende mozaïeken en het houten plafond met tempera-schilderingen benemen je de adem!

Aan de overkant van de Corso Vittorio Emanuele, de hoofdstraat van Palermo die helemaal tot aan de zee loopt, ligt de kathedraal, gewijd aan Maria Assunta (de ten hemel opgenomen Maria). De kathedraal brengt de verschillende bouwstijlen tot leven; met name de rechterzijde illustreert als een levend geschiedenisboek de historie van de stad en haar verschillende inwoners. Er zijn zelfs nog delen van de moskee die de Arabieren hier hebben gebouwd intact.

Voor wie de sfeer van de stad wil opsnuiven, is de markt op het Piazza Ballarò een aanrader. In de levendige wijk eromheen, de Albergheria, zijn volop authentieke winkeltjes en ambachtslieden te vinden. Albergheria Viaggi organiseert rondleidingen door deze buurt, waarbij buurtkinderen je samen met een gids laten kennismaken met allerlei bijzondere mensen en je de mooiste plekjes van de wijk laten zien.

Voor de lunch kun je terecht bij Trattoria Ai Normanni, aan het Piazza della Vittoria. Na de spaghetti al Normanni, met garnalen, aubergines, verse groenten en pinda’s, is de prachtig onderhouden tuin van Villa Bonanno de ideale plek voor een siësta.

De Arabische wijk
Het kruispunt van de Corso Vittorio Emanuele en de Via Maqueda, Quattro Canti, is het chicste plein van Palermo. De vier palazzi die op de hoeken van het plein zijn gebouwd – en waarnaar het plein is vernoemd – zijn rijk versierd met fonteinen en beelden van beschermheiligen, seizoenen en koningen. Even verderop bevindt zich nog een mooi plein, het Piazza Pretoria, met een enorme fontein die oorspronkelijk bedoeld was voor de tuinen van een Toscaanse villa. Vanwege de vele naakte beelden werd de fontein ook wel ‘Fontein van de Schaamte’ genoemd.

Via de in Arabisch-Normandische stijl opgetrokken San Cataldo en de Santa Maria dell’Ammiraglio, oftewel La Martorana, wandel je naar La Kalsa, de oude Arabische wijk van Palermo. In de smalle straatjes rondom het Piazza Marina, een van de grootste pleinen van de stad, waan je je in het Midden-Oosten. In het Palazzo Abatellis huist de Galleria Regionale di Sicilia, met als topstukken de Annunciatie van Antonello di Messina, de Malvagna-triptiek van Jan Gossaert (alias Mabuse) en het fresco De overwinning van de Dood van een onbekende kunstenaar.

Ten noorden van La Kalsa ligt de wijk Castellamare, met het Museo Archeologico Regionale. Vooral de restanten van de tempels van Selinunte en de Sala dei Mosaici, met fresco’s en mozaïeken uit Marsala, Palermo en Salunto, zijn de moeite waard. In de buurt van het museum vind je twee schitterende oratori: het Oratorio del Rosario di San Domenico, met een altaarstuk van Anthonie van Dyck, en het Oratorio del Rosario di Santa Cita, met zijn beelden, guirlandes en stucwerk een ware ode aan de barok.

Langs de zee
La Cala is de oude haven van Palermo. Nu liggen op de plek waar ooit oude vissersbootjes aanmeerden enorme jachten. Vooral het uitzicht op Monte Pellegrino maakt een wandeling langs de haven de moeite waard. Wie liever door het groen wandelt, kan zijn hart ophalen in het Terrazza del Mare, het park langs de zee, of de Villa Giulia. Toe aan iets lekkers? Haal dan een gelato bij Ilardo of probeer op het Piazza della Kalsa de lokale specialiteit: babbaluci (babyslakjes).

Duizenden lichtjes
Op het Piazza Caracciolo waan je je bijna in een souk. De Mercato della Vucciria zet al je zintuigen op scherp. Vooral tegen zonsondergang maakt de markt een onuitwisbare indruk. Er branden dan duizenden lichtjes en de geur van vers bereid eten doet je watertanden. Vleesspiezen, gebakken inktvis en gekookte milt – een plaatselijke specialiteit – je eet het bijna nergens zo lekker en vers als hier.

Toch liever naar een restaurant? Bij Sant’Andrea, een stijlvol etablissement op een steenworp afstand, wordt elke dag met verse ingrediënten van de markt een bijzonder menu samengesteld. Wil je liever iets simpelers? Antica Focacceria San Francesco maakt al sinds 1834 de lekkerste pizza’s van heel Sicilië. Voor verse vis kun je terecht bij Trattoria Stella of het chiquere La Cambusa, een waardige afsluiting van een energieke dag in Palermu !

Getagd met:
nov 16

Als remedie tegen mijn heimwee naar Rome kreeg ik afgelopen weekend van een vriend een boek over Rome dat ik, hoewel het al heel wat jaren geleden is verschenen, nog niet kende: Cirkel in het gras van Oek de Jong.

Het verhaal gaat over een Nederlandse journaliste, Hanna Piccard, die naar Rome gaat als correspondente voor een Nederlandse krant. Ze wordt verliefd op een Italiaan, de dichter en kunsthistoricus Andrea Simonetti, die met zijn dochter een teruggetrokken leven leidt. Voor het eerst ontmoet ze een man aan wie ze zich met hart en ziel over kan geven. Zijn overgave laat echter op zich wachten: zij moet hém veroveren.

Naast deze liefdesgeschiedenis bevat Cirkel in het gras de verhalen van het meisje Leda, de beeldhouwer en Vietnam-veteraan Joe Kurhajec en de ouder wordende cynicus Zucarelli, vele beelden van Rome en het Italiaanse landschap en flarden uit de Italiaanse geschiedenis.

Een fragment waardoor ik afgelopen weekend eerlijk gezegd alleen maar meer heimwee kreeg:

‘Het eerste geschikte appartement dat haar werd aangeboden lag vlak bij de Sant’Ivo della Sapienza en dat trof haar als een merkwaardig toeval. Door het keukenraam kon ze de koepel van de Sant’Ivo zien, de eerste Romeinse kerk die ze, veertien jaar geleden, had bezocht. Ze was destijds aangetrokken door de stenen spiraal op de lantaarn van de koepel. De spiraal deed haar denken aan een ziggurat en aan astronomen onder de sterrenhemel van het oude Babylon en ook wel aan de slagroomkrul op een gebakje. Ze zocht niet verder, huurde dit appartement en zo kon ze voortaan elke ochtend een blik werpen op haar eerste herkenningspunt in Rome.

Tevens lag het appartement in de nabijheid van de Piazza della Rotonda en daar had ze haar eerste indruk van Rome opgedaan. Op een zondagmiddag was ze er uit een stadbus gestapt, zeulend met een overvolle koffer, en het leek of ze op een dorpsplein was aangekomen, want de terrassen waren er toen nog niet. Ze zag een uitgestorven plein, geblakerd door de zon. De kleuren van de huizen waren oud en stoffig, het pleisterwerk was verbrokkeld, de fontein reutelde en tussen de zuilen voor het Pantheon stond een slaperig paard.

De suggestie van landelijke rust werd nog sterker toen de overige passagiers verdwenen waren en de buschauffeur de motor afzette. Er ging een siddering door het buslichaam en hetzelfde gold voor het hare. Ja, had ze toen gedacht, ja. Enkele minuten later was ze gestruikeld en gevallen: haar koffer was te vol en te zwaar, toen al. Ze was achttien jaar.

Nadat ze zich in Rome had geïnstalleerd kwam deze eerste en door pijn getekende ervaring weer in haar tot leven. Op een terras aan de Piazza della Rotonda betastte ze onwillekeurig haar knieschijven en herinnerde ze zich het uitgestorven plein, de oude kleuren, het reutelen van de fontein, het slaperige paard, de siddering in haar lichaam, het naïeve, ja, het struikelen en vallen.

Ze schudde haar hoofd en hield zichzelf voor dat het onzinnig was een bijzondere betekenis aan deze kennismaking met Rome te hechten. Het was maar een eerste indruk, een clichématige eerste indruk. In vele andere Italiaanse steden had haar hetzelfde kunnen overkomen. Bovenzien, zo wist ze maar al te goed, maakt liefde bijgelovig.’

Je kunt je vast wel voorstellen dat ik na het lezen van dit boek ook weer over het Piazza della Rotonda wilde lopen, de fontein wilde horen, de krul van de Sant’Ivo wilde zien. Gelukkig stap ik morgen weer op het vliegtuig naar Rome, voor een weekje herinneringen ophalen!

jul 16

Tijdens onze eerste avond in Siena stuitten we, toen we terugwandelden naar ons hotel, dat zoals ik gisteren al vertelde in het hart van de Contrada della Chiocciola ligt, op een grote stoet zingende contradaioli. Nu had Serena me vorig jaar een aantal van deze inni (volksliederen) gegeven om te bestuderen, dus ik neuriede een beetje mee. De contradaioli bekeken me met nieuwsgierige, ietwat verbaasde blik. Bij het refrein aangekomen nodigden ze ons uit een stukje mee te wandelen en te zingen, hetgeen we natuurlijk graag deden.

Na een aantal rondes door de stad voelden we ons bijna echte Chiocciolini. We werden meegetroond naar de kerk en het museum van de contrade, die normaal gesproken alleen tijdens de nacht volgend op de Palio geopend zijn voor buitenstaanders. Vol trots toonde de capitano ons het ene na het andere aandenken, van eerder gewonnen cenci (vaandels) tot oude kostuums, vlaggen en trommels.

In de kerk zagen we het altaar waar het paard voorafgaand aan de Palio wordt gezegend. Het was bedekt met de kleurige Chiocciola-vlag en er werd vol ontzag naar gestaard, alsof het heilige krachten zou bevatten die een winst op het Piazza del Campo een handje zouden kunnen helpen. Helaas behoorde Chiocciola niet tot de deelnemers aan de Palio van 2 juli en is deelname in augustus afhankelijk van de trekking die op 11 juli zal plaatsvinden. Er wordt nu dus in de kerk vooral gebeden om een gunstige loting, die Chiocciola 16 augustus op het Piazza del Campo moet brengen.

Aan de contradaioli zal het zeker niet liggen, al geloof ik eerder in de kracht van het lied. Om het ook voor iedereen van buiten de contrada begrijpelijk te maken, vind je hieronder niet alleen de tekst maar ook een korte verklarende woordenlijst. Cantiamo!

L’inno della Chiocciola
Luister naar Chiocciola

Viva, viva! Le nostre bandiere
alla gloria del sole innalziamo.
Sciogli al vento, o baldo alfiere
il vessillo dei nostri color.

Gloria a te, nostra Chiocciola bella:
di te parla, di Siena, la storia:
Sia benigna, a te sempre, la stella
e ti guidi a nuova vittoria!

Cinquantaquattreesimo palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

Suoni ovunque, di canti e di festa,
di San Marco il rione esultante;
dal tuo guscio solleva la testa
e gioisci del nostro gioir.

Rosso, giallo e celeste, i colori
del vessillo, a te dedicato,
son, per sempre, segnati nei cuori
di coloro che il cuore t’hanno dato.

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

A te, Chiocciola, noi solo pensiamo
quando in Piazza del Campo tu sei:
sol per te, sol per te trepidiamo
invocando vittoria per te.

Sulla pista vediamo un cavallo:
primo giungere, al traguardo, veloce.
E’ guarnito di rosso e di giallo:
il tuo nome gridiamo a gran voce!

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

innalzare (ver)heffen
il vento de wind
baldo overmoedig / driest
alfiere vaandrig
il vessillo vaandel / vlag
la storia de geschiedenis / het verhaal
benigna welwillend / gunstig
sempre altijd
la stella de ster
la vittoria de overwinning
abbiamo wij hebben
caro lief, geliefd
teniamo wij houden (vast)
avvicinarsi dichterbij komen
sessanta zestig
ovunque overal
il rione esultante de juichende / jubelende wijk
il guscio het huisje (van de slak)
la testa het hoofd
gioire zich verheugen / blij zijn
celeste hemelsblauw
dedicato opgedragen aan
il cuore het hart
coloro degenen
i colori de kleuren
pensiamo wij denken
quando wanneer
sol per te alleen voor jou
trepidiamo bezorgd zijn / inzitten (over)
invocare aanroepen
un cavallo een paard
giungere bereiken
veloce snel
guarnito versierd
la voce de stem

Getagd met:
jul 13

De eerste aanblik van het Piazza del Campo ontroert me ook dit keer weer. Het begint al op een paar kilometer afstand, als je de slanke Torre del Mangia boven de daken van de huizen ziet uitsteken en steeds dichterbij ziet komen. Naarmate je dichterbij komt, verdwijnt de toren soms achter een groot gebouw, maar niet voor lang. Door de smalle straatjes vang je steeds weer een glimp op van de toren, totdat je door een nauwe doorgang aan de rand van het Piazza del Campo staat en de toren in al zijn glorie kunt aanschouwen.

Het plein vraagt echter om voorrang. Zelden nog heb ik zo’n perfect plein gezien, zo harmonieus. De gebouwen lijken vloeiend in elkaar over te lopen, alsof ze allemaal tegelijk zijn neergezet. Als ik mijn blik langs de gevels laat glijden – in allerlei kleuren, van lichtroze tot terracotta – denk ik eraan hoe het zou zijn om elke ochtend van deze aanblik te kunnen genieten. Een dag die zo inspirerend begint kan alleen maar tot grootse dingen leiden…

Mijn blik dwaalt af naar het plein zelf, de licht aflopende schelpvorm, die precies is aangelegd op de plek waar de drie heuvels waarop Siena is gebouwd samenkomen. De ‘schelp’ wordt door witte strepen in het plaveisel in negen stukken verdeeld, die verwijzen naar de periode dat Siena door een bestuur van negen man werd geregeerd, zo rond 1300.

Deze schelpvorm kwamen we deze maand al eerder tegen; het is tevens het symbool van de Contrada del Nicchio. Niet vreemd dus dat ook in het volkslied van de contrada de vergelijking met het Piazza del Campo naar voren komt:

‘Contrada azzurra come il nostro cielo
dal mare cullata,
conchiglia di corallo coronata,
simile al Campo, ove si corre il Palio.’

Oftewel:

Een contrada met het blauw van onze hemel
van de zacht kabbelende zee,
een schelp, omkranst door koraal, bekroond
net als de Campo, waar de Palio wordt gereden.

Het Piazza del Campo ligt overigens op neutraal gebied; het plein behoort tot geen enkele contrada. Wel eigende Civetta zich het plein vorig jaar even toe, toen de overwinningsmaaltijd die altijd volgt op de Palio niet in hun eigen wijk mocht worden gehouden. Zo had ik het Piazza del Campo nog nooit gezien…

Toch is het plein in de vroege ochtend het mooist. De Torre del Mangia werpt een voorzichtige schaduw op de voorbijgangers, die zich naar hun eerste kopje koffie van de dag spoeden. De duiven wassen zich in het water van de Fonte Gaia, de prachtige fontein die even na 1400 werd ontworpen door Jacopo della Quercia. De fontein ontleent haar naam aan de vrolijke festiviteiten waarmee de bevolking van Siena de komst van het water tot op het Piazza del Campo vierde; gaia betekent namelijk vrolijk.

Ook vandaag de dag hangt er steeds iets van vrolijkheid in de lucht rondom de fontein. Kinderen rennen rondjes, gadegeslagen door hun oma’s die met elkaar de nieuwste roddels uitwisselen. Niets heerlijker dan even te zitten mijmeren te midden van deze dagelijkse ‘drukte’, te midden van de Sienezen, die later op de dag hun huizen opzoeken om de toeristenmassa te ontvluchten.

Ga vooral voor de eerste busladingen toeristen aankomen een kijkje nemen in het Palazzo Pubblico, het stadhuis van Siena dat niet alleen van de buitenkant prachtig is maar tevens de mooiste kunstwerken van de stad herbergt.

In het Museo Civico dat in het Palazzo Pubblico is gevestigd, wandel je van de prachtigste fresco’s over het leven van paus Alexander III naar een zeer minutieus beschilderde kapel met afbeeldingen van klassieke goden, politici, filosofen en de deugden, een monnikenwerk van Taddeo di Bartolo. Ook het houtwerk is tot in detail uitgewerkt, kijk maar eens naar de koorbanken.

In de Zaal van de Wereldkaart verwacht je natuurlijk niets meer of minder dan een wereldkaart, maar die hangt hier nu niet meer. Hoewel in deze zaal eens de kaart van Siena en omgeving (hetgeen door de Sienezen als de wereld werd beschouwd) te bestuderen was, hangen er nu twee meesterwerken van een heel andere orde.

Wanneer je je blik naar links wendt, sta je oog in oog met een van de mooiste Madonna’s die ooit met penseel en verf is gecreëerd. Deze Maestà, in 1315 geschilderd door Simone Martini, is meer dan alleen de mooiste Maria die ik ooit heb gezien. Het bijzondere zit hem niet alleen in haar serene gezichtsuitdrukking, in de prachtige gewaden en fijne gezichtjes van haar gevolg, bestaande uit engelen en heiligen. Het is het verhaal erachter dat het schilderij boven het gros van de Maria’s uittilt. Maria zit namelijk onder een baldakijn, waarmee Martini geprobeerd heeft een soort van perspectief aan het tafereel te geven, hetgeen nog vrij ongewoon was in die tijd.

Aan de muur tegenover deze prachtige Maria hangt Giudoriccio da Fogliano, eveneens van de hand van Simone Martini. Het werk is een aandenken aan de inname van een kasteel door Sienese troepen, onder leiding van deze Giudoriccio da Fogliano. In de naastgelegen zaal, de Sala dei Nove (Zaal van de Negen), hebben de vroegere bestuurders van de stad laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien, maar daarover later deze maand meer.

Nog even terug naar het Piazza del Campo. We kunnen de 102 meter hoge Torre del Mangia, het symbool van de stad, natuurlijk niet overslaan. De naam van de toren is een afkorting van de naam van een van de klokkenluiders, Mangiaguadagni. Hoewel de toren bijna op het laagste punt van de stad staat, steekt hij hoog boven alle andere gebouwen uit. Wanneer het nog niet te heet of te druk is, beklim dan alle treden van deze slanke toren. Het uitzicht is de klim meer dan waard; je kijkt tenslotte niet elke dag uit over het mooiste plein van de wereld…

jul 08

Deze kreet echoot tijdens de honderd dagen voorafgaand aan de Palio door de wijk Civetta. Alle contradaioli, jong en oud, zingen uit volle borst het volkslied van de contrada, hetgeen de overwinning zou moeten afdwingen. Luister maar mee!

Luister naar Civetta va

Il Castellare è tutto in festa;
quanta letizia c’è nei nostri cuori!
Inneggiamo alla Civetta,
inneggiamo ai suoi colori.
Sventola al vento la Bandiera,
rulla il tamburo, tutti a te corriam;
per te fremiam,
per te cantiam
un inno di passion.

Civetta và,
Civetta và,
tu gloria e vanto sei di tutta la città.
Civetta và,
Civetta và,
sei Priora e fieri ci sentiam.

Ecco alla mossa già i fantini andar,
freme la Piazza e urla piena di passion.
Per te soltanto
noi viviamo l’incanto
di una corsa che il cuore soffrirà…

Civetta và,
Civetta và,
Palio stasera si festeggerà!

Piazza del Campo è tutta in festa:
Siena ritorna come ai tempi d’or!
Suona lento il campanone,
torna Cecco tra di noi.
Tutti in Contrada questa sera.
Il cavallino benedetto è già.
Ora corriam,
ora cantiam,
un inno di passion…

Maar er wordt niet alleen gezongen; alles wordt uit de kast gehaald om ervoor te zorgen dat Castellare, waar het hoofdkwartier van Civetta gevestigd is, de overwinning op zijn naam mag schrijven. Iemand van buiten Siena kan zich vaak nauwelijks iets voorstellen bij al deze commotie, maar voor de Sienezen is de Palio het belangrijkste hoogtepunt van het jaar.

John Appel heeft dat gevoel een aantal jaren geleden perfect tot uiting weten te brengen in zijn documentaire The Last Victory, waarin twee inwoners van Civetta tijdens de dagen voorafgaand aan de Palio worden gevolgd en geïnterviewd. Hoofdpersoon van de film is Egidio, de 92-jarige nestor van Civetta. Een vitale oude man, met als grootste wens dat zijn wijk nog één keer de Palio weet te winnen. Alleen dan kan hij rustig sterven, aldus Egidio.

Egidio neemt John Appel mee naar het hoofdkwartier van zijn contrada, naar het diner op de avond voorafgaand aan de Palio en naar de stal waar het paard wordt verzorgd door de 21-jarige Paolo, die de Palio voor het eerst als stalknecht meemaakt. Hij vertegenwoordigt de jonge generatie wijkgenoten die nog nooit een overwinning heeft gezien. Civetta had namelijk op het moment van filmen (2003) al sinds 1979 geen enkele overwinning meer weten te behalen.

De film vertelt het kleinere persoonlijke verhaal van de verschillende hoofdpersonen terwijl ze zich voorbereiden op de race. Hun levenslot, verdriet, nostalgie en geluksmomenten. Zo kijkt Egidio de Palio niet op het Piazza del Campo of met andere contradaioli in Castellare, maar thuis, met zijn hoofd bijna in de televisie, omdat hij de spanning anders niet meer aan kan. Zo kan hij ook beter zijn teleurstelling verwerken, als blijkt dat Civetta wederom naast de vaandel grijpt.

Na het kijken van The Last Victory begrijp je pas echt wat de Palio voor de inwoners van Siena betekent. De film toont de saamhorigheid van een wijk die leeft tussen hoop en teleurstelling, hoe de Palio is ingebed in een kleine maar hechte samenleving. Politiek, religie, traditie en bijgeloof zijn er allemaal mee verweven. Voor de Sienezen is de Palio niet slechts een evenement van één dag, of een toeristische trekpleister, nee, het is veel meer dan dat: het is een manier van leven.

Dat bleek vorig jaar augustus wel, toen Civetta tijdens de Palio van 16 augustus, na jarenlang te hebben verloren, als eerste over de finish kwam. Aangezien ook na het verschijnen van The Last Victory geen succes meer was geboekt, waren de Civettini uitzinnig van vreugde. Ik stond midden op het Piazza del Campo en wist niet wat me overkwam. Van alle kanten renden uitzinnige ‘uiltjes’ naar het paard (de befaamde Istriceddu) en Brio (alias Andrea Mari), de ruiter. De eerste minuten had ik al mijn aandacht nodig om in die golvende massa op de been te blijven.

Toen de rust op het plein weer ietwat was teruggekeerd, trokken de meeste Civettini naar de Duomo, om Maria te bedanken voor deze overwinning. Het paard en de ruiter voorop, en daarachter een stoet lachende, huilende, biddende en zingende contradaioli. Na een ererondje in de kerk trok de hele stoet naar Castellare, waar het feest uiteraard werd voortgezet. De klok van het kerkje van Civetta weerklonk onophoudelijk, de deuren van het museum werden wijd opengezet, de rode wijn vloeide rijkelijk en de meeste mannen en jongens bleven tot diep in de nacht rondjes door de wijk lopen, uiteraard met de gewonnen Palio maar natuurlijk ook met een heel leger aan trommelaars en vaandeldragers.

Uiteraard was ik erg benieuwd of Egidio deze overwinning nog mee had mogen maken. Ik besloot een van de vrouwen die bij de deur van het museum zat naar hem te vragen. Tot mijn grote verrassing nam ze me bij de hand en bracht ze me bij Egidio, inmiddels 98 jaar oud maar dolgelukkig na deze overwinning. Hij straalde van oor tot oor en brabbelde onophoudelijk ‘Abbiamo vinto, abbiamo vinto!’, ‘We hebben gewonnen, we hebben gewonnen!’. Ik feliciteerde hem met de overwinning en we toostten op het feit dat zijn grootste wens in vervulling was gegaan. Hij liet vol trots de fontein van Civetta zien, een vliegende uil van brons die hoog boven de hoofden van de contradaioli over de binnenplaats van Castellare vliegt. Uiteraard moest ook het museum worden bezocht, waarbij Egidio met tranen in zijn ogen vertelde over de overwinning van 1979.

Na al die verhalen was het inmiddels vreselijk laat geworden, maar buiten liepen de trommelaars nog even enthousiast rond. Tot diep in de nacht zou het overwinningslied door de stad schallen. Egidio en ik namen afscheid en ik sprak de wens uit dat we bij de eerstvolgende overwinning wederom samen zouden toosten. Of Civetta mag deelnemen aan de Palio van augustus is afhankelijk van de trekking op 11 juli. Er zijn nog drie plaatsen vrij voor 10 contrade. Giraffa, Leocorno, Istrice, Civetta, Onda, Lupa, Chiocciola, Pantera, Torre en Aquila maken allemaal nog kans op een startplaats. Op 2 juli 2011 doet Civetta zeker mee, maar of Egidio dat nog mag meemaken… Speriamo!

Getagd met:
preload preload preload