feb 28

Aangezien ik op Carnavalsmaandag ben geboren en in de loop der tijd regelmatig mijn verjaardag vierde met maskers, kostuums schmink en een enorme schaal nonnevotten (gebak dat lijkt op een beignet, maar dan in de vorm van een strik), heb ik afgelopen dagen mijn hart op kunnen halen aan heerlijk verse fritelle, zoete beignets die onlosmakelijk zijn verbonden met het Venetiaanse carnaval.

Volgens Giorgio Locatelli werden deze fritelle ook vroeger al volop gegeten in aanloop naar en tijdens het carnavalsfeest. Aangezien veel mensen nog geen oven hadden, was dit ook een heel praktische lekkernij: fritelle zijn immers ook gemakkelijk te maken in kraampjes op drukbezochte pleinen of langs de kant van de weg.

Tessa Kiros, die vorige week ook al het recept van de gehaktballetjes prijsgaf, liet me echter kennismaken met de voor mij tot nog toe onbekende focaccia veneziana: ‘Dit heeft weinig te maken met de broodsoort focaccia, het is meer een kruising tussen een brioche en pandoro. Ik kreeg er ooit een in pasticceria Puppa in de wijk Cannareggio en was meteen verkocht. Gelukkig vond ik een recept in het kookboek van mijn schoonzus getiteld A Tola co I Nostri Veci, geschreven door Mariu Salvatore de Zuliani. Godzijdank beheerste een vriendin het Venetiaanse dialect en kon zij de voor mij onbegrijpelijke aanwijzingen vertalen.’

Ingrediënten
(voor 1 grote focaccia)

20 gram verse gist (of 3 theelepels gedroogde gist)
250 ml warme melk
125 gram suiker
100 gram ongezouten boter, gesmolten en afgekoeld
3 eierdooiers
400 gram cakemeel
een snufje zout
fijn geraspte schil van een kleine citroen

Voor de bovenlaag:
80 gram suiker
2 flinke eetlepels grofkorrelige suiker

Los de gist op in de melk en klop die met een garde. Voeg suiker, boter, eierdooiers, cakemeel en zout toe en meng alles met je handen of een garde tot een zachte brij. Dek af met plastic folie, leg hier een theedoek overheen en laat het deeg 12 uur op een tamelijk warme plek staan, tot het goed gerezen is. Verwijder de theedoek en de folie, meng alles weer goed met je handen (ook al is het erg zacht) en kneed de geraspte citroenschil erdoor.

Vet een bakblik van 2,25 liter in. Schep het deeg gelijkmatig in de vorm – het lijkt of er nog een hoop ruimte over is maar het deeg gaat nog flink rijzen. Dek weer af met plastic folie en een theedoek, en laat het deeg een paar uur op een warme plek staan.

Verwarm de oven voor op 180 °C (gasstand 4). Verwijder de theedoek en de folie en bak de focaccia 40 minuten, tot de bovenkant goudgeel is. Doe er de laatste 15 minuten aluminiumfolie over, als de focaccia te bruin mocht worden.

Maak ten slotte de stroperige bovenlaag. Doe de suiker met 3 eetlepels water in een kleine pan. Roer net zolang tot de suiker is opgelost en laat het daarna zonder te roeren 5 tot 8 minuten zachtjes koken, tot de vloeistof een beetje dik is. Laat even afkoelen en smeer het over de afgekoelde focaccia. Bestrooi deze Venetiaanse focaccia met de grofkorrelige suiker.

Getagd met:
aug 24

Dankzij Davide, eigenaar van de Italiaanse delicatessenwinkel Today’s in Amsterdam, staan mijn potten en pannen enkele dagen in de week onaangeroerd in de keukenkastjes. Hij weet me elke keer als ik even langs kom omdat ik iets echt Italiaans nodig heb voor een recept te verleiden met zijn heerlijke zelfgemaakte lasagne, focaccia, melanzane alla parmigiana, ovenschotels, salades, broodjes en taarten. Natuurlijk moet ik eerst een beetje van alles proeven, en als ik dan goedkeurend knik worden er heerlijke doosjes voor me gemaakt, die ik thuis alleen nog maar even in de oven hoef te schuiven of op een bord moet rangschikken.

Zo zette ik tijdens picknicks met vrienden gedurende de hete juliweken herhaaldelijk koude melanzane alla parmigiana van Davide op het kleed neer. ‘Juist lekker als je het niet meer opwarmt,’ verzekerde hij me. En inderdaad, een instant-succes, zeker in combinatie met een fles koele witte wijn of limonata, de beetje zurige sinaasappellimonade van San Pellegrino die Davide ook verkoopt.

Al snel kreeg ik een vast plekje in Davides winkel, op het bankje bij de toonbank. We praatten over Italië, Rome, recepten, ingrediënten en Amsterdam. Af en toe speelde ik voor tolk, als Davide echt niet begreep wat een klant wilde. Maar de meeste tijd at ik. Davide bracht me een stuk versgebakken focaccia met sappige kerstomaatjes. Terwijl ik genoot van deze zoute lekkernij hield hij een gloedvol betoog over de echte focaccia, die ‘heel anders is dan de Nederlandse bakkers je willen doen geloven’. Ik was nog niet uitgegeten of hij toverde een tiramisu bianco tevoorschijn, een witte tiramisu, zonder cacao.

Toen Davide de afgelopen weken in Italië was om vakantie te vieren, heb ik hem – en zijn kookkunsten – dan ook erg gemist. Gelukkig is hij nu weer terug in Amsterdam. Gelijk de eerste avond heb ik groot ingeslagen: pakken Faella-pasta, risottorijst, tomatenpuree, limonata, chocolade, kaas, tiramisu… Een hele voorraad Italiaanse producten bevolkt nu mijn keukenkastjes, maar ik heb eerlijk gezegd nog niet achter het fornuis gestaan. Nu Davide terug is en ik mijn plaats op het bankje weer ingenomen heb, krijg ik weer de lekkerste Italiaanse gerechten voorgeschoteld om te proeven. En tja, dat smaakt elke avond weer naar meer!

Wil je Davides gerechten ook proeven? Je vindt Today’s op de hoek van de Saenredamstraat en de Frans Halsstraat in Amsterdam. Tot ziens bij Today’s!

Getagd met:
jul 05

Vlak voor de Toscaanse kust ligt het onbekende eiland Giglio, dat in het nieuwe nummer van De Smaak van Italië een ereplaatsje heeft gekregen. Terecht, want de felle kleuren en intense geuren van Giglio vragen om een ontdekkingstocht. Wandelen is de beste manier om het eiland te proeven, te ruiken en te bewonderen. Je komt langs de mooiste inhammen en baaien die in de zomer als diamanten glinsteren in de zon.

© Matteo Carassale

Over het eiland loopt een netwerk van wandelpaden. De meeste paden beginnen in Castello en lopen richting de haven en de mooie stranden van Cannelle, Caldane of Campese. Smaakredacteur Eleonora Turbiani maakte dit voorjaar twee wandelingen van ongeveer vijftien kilometer. Omgeven door de geur van de maquis, de glinstering van het water en de weelderige natuur, zijn dit echte aanraders.

Maar er liggen meer eilandjuweeltjes langs de Italiaanse kust. Voor De Smaak van Italië reden genoeg om van het bekende Sardinië over te steken naar het onbekende San Pietro.

© Matteo Carassale

In de hoofdstad, Carloforte, vind je een snufje Genua, een vleugje Arabië en een zweempje Sardinië. Neem de cascà, de plaatselijke variant van de Noord-Afrikaanse couscous op basis van groenten. De pastaspecialiteiten in dit gebied hebben echter een Ligurisch tintje; je eet er de heerlijkste trofie, cassulli of zampe di gatto (kattenpootjes), met een unieke pesto.

Uit Ligurië komt bovendien de focaccia die de plaatselijke bakkers iedere ochtend vroeg bakken. De geur hangt dan urenlang in de straten en steegjes. Tenslotte vind je in Carloforte nog Sardijnse zoetigheden zoals padule, tilicas of mostaccioli: koekjes met honing, amandelen en rozijnen. Of de heerlijke culurgiones, die qua vorm erg op ravioli lijken, gevuld met munt van het eiland.

Kijk voor meer informatie en voor de leukste en lekkerste adresjes op beide eilanden in het zomernummer van De Smaak van Italië, dat vanaf vandaag in de winkel ligt. Met van mijn hand een artikel over Ferrara, waar ze overigens – net als in Siena – elk jaar een Palio houden!

Getagd met:
preload preload preload