feb 04

L’omino con i baffi, zo luidt de bijnaam van het mannetje dat op elk koffiepotje van Bialetti te vinden is. De tekening van dit mannetje met snor vloeide begin jaren vijftig uit het potlood van Paul Campani, die het mannetje vorm gaf aan de hand van een doodle van Alfonso Bialetti, de grondlegger van het bedrijf, zelf. Tot op de dag van vandaag staat dit mannetje symbool voor Bialetti – en voor de Italiaanse manier van koffiedrinken.

Want hoewel Italianen vaak een kopje koffie in de bar drinken, lusten ze thuis toch ook wel graag een caffè. Wie denkt dat de meeste Italianen thuis koffie zetten met een ultramodern blinkend en sissend espressoapparaat, heeft het mis. Nee, thuis zetten de Italianen koffie met een moka, een koffiepotje dat je simpelweg vult met water en koffie en vervolgens gewoon op het vuur zet.

Het resultaat? De koffie die met een moka wordt gezet, is vergelijkbaar met espresso; het water wordt namelijk ook nu onder druk door de koffie geperst. De druk is echter lager dan in een espressomachine (circa 1,5 bar in plaats van 9 bar), waardoor het cremalaagje op de koffie ontbreekt.

Voor de Italianen is koffiezetten met de moka dus dagelijkse kost. Al bijna tachtig jaar lang bevolken de koffiepotjes Italiaanse aanrechten, keukenkastjes en eettafels. Het ritueel van koffiezetten met een moka is te danken aan Alfonso Bialetti, die in 1933 het allereerste koffiepotje in deze vorm produceerde en de naam Moka Express gaf.

Het idee voor deze koffiemachine ontstond bij toeval. Luigi De Ponti zag hoe een wasmachine warm water onder druk door het wasmiddel heen omhoog perste en bedacht dat dit ook met koffie moest kunnen. Alfonso Bialetti werkte dit idee tot in detail uit, met als resultaat zoals gezegd de allereerste moka. Het koffiepotje was niet alleen revolutionair qua ontwerp en gebruiksgemak, het was ook voor het eerst dat met een aluminium apparaat koffie kon worden gezet.

Bovendien zorgde de Moka Express voor een essentiële verandering in de Italiaanse koffiecultuur. Koffie werd voordat de moka op de markt kwam vooral buitenshuis gedronken. Hoewel de Italianen nog steeds graag een bar binnenwandelen voor een kopje koffie, wordt er sinds de introductie van de moka veel meer koffie thuis genuttigd. Bijna tachtig jaar nadat de eerste moka werd gepresenteerd, is namelijk in 90% (!) van alle Italiaanse huishoudens zo’n koffiepotje te vinden. En hoewel er veel verschillende varianten op de markt zijn, is het mannetje met de snor alomtegenwoordig!

In Florence ontdekte ik, onder de galerij van Piazza della Repubblica, een winkel die geheel gewijd is aan het mannetje met de snor. Koffiepotjes in alle kleuren en maten, koffiekopjes, bewaarblikken voor gemalen koffie en koffiepads, lepeltjes, magneten… Je kunt het zo gek niet bedenken of het mannetje laat er zijn gezicht op zien. Zeker leuk om even een kijkje te nemen als je door de stad wandelt!

Voor iedereen die al in het gelukkige bezit is van een mannetje met de snor of een ander merk moka hierbij een handleiding aan de hand waarvan je de perfecte koffie uit een moka tovert.

*vul het onderste gedeelte van de moka met kraanwater, tot een klein stukje onder het veiligheidsventiel;

*plaats het filter in het onderste gedeelte en schep hier speciaal voor de moka gemalen koffie in (dit staat specifiek op de koffieverpakking), zonder aan te drukken;

*schroef de bovenzijde van de moka vast op de onderzijde met filter en zet de moka op laag vuur;

*zodra het water goed warm is, stroomt de koffie in het bovenste gedeelte van de moka;

*haal de moka pas van het vuur als de koffie begint te pruttelen – en klaar is je koffie!

Of zonder woorden, volgens de strip van het mannetje met de snor:

Voor een goede nazorg is het wel belangrijk te weten dat je een moka nooit in de vaatwasser mag afwassen. Spoel hem goed schoon met warm water en eventueel een klein beetje afwismiddel en droog alle onderdelen goed na. Dan smaakt ook het volgende kopje koffie hemels!

Meer lezen over de moka en andere Italiaanse koffiegewoonten? Kijk dan op het weblog van Martijn Bak van Agriturismo Partingoli, die ik tijdens mijn bezoek in oktober een beetje heb aangestoken met het blogvirus.

feb 02

Ja lieve lezers, het zit erop, de deadline voor mijn boek is gehaald! Gisteren stuurde ik alle 40.000 woorden naar de uitgever, vergezeld van een uitgebreide selectie foto’s. Vandaag gaat een hele dikke envelop vol kaartjes, tickets, bonnetjes en andere in de loop der tijd verzamelde memorabilia op de post. Aan de heren van Studio Denk nu de taak om dit alles ook qua vorm tot een waar meesterwerk te vormen!

Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen; het duurt nog een maand of twee voordat we het eindresultaat kunnen vasthouden en de 40.000 woorden in gedrukte vorm tot ons kunnen nemen. Uiteraard zal ik jullie zo gauw als mogelijk een online voorproefje laten zien, maar ik wil jullie eerst mee terug in de tijd nemen, naar 20 januari j.l. om precies te zijn.

Toen stapte ik namelijk in het vliegtuig naar Florence, de stad waar ik ooit een zomer lang Italiaans studeerde en die aanvoelt als een tweede thuis. De stad waar ik hoopte eindelijk een keuze te kunnen maken uit alle stukjes die ik de afgelopen twee jaar schreef, en die stukjes op een goede manier aan elkaar te verbinden.

Al wekenlang spookten mogelijke invalshoeken door mijn hoofd. Vooral ’s nachts, maar ’s ochtends onder de douche was ik de eerste om ze weer te verwerpen. Nu moest het er echter van gaan komen; de periode waarin ik mocht schrijven, schaven en schrappen was immers nog maar tien dagen lang.

Toen de griep zich als ongewenste reisgenoot aandiende, baalde ik dan ook stevig. Ik twijfelde zelfs even of ik wel kon vliegen, maar de roep van Florence was sterker dan koorts, hoestbuien en keelpijn samen. En gelukkig maar, want eenmaal op Florentijnse bodem kregen de verhalen als vanzelf vorm.

Dat kwam deels door de stad zelf – hoe fijn is het toch elke keer weer om over de Florentijnse kasseien te struinen, de stenen van de stad te ruiken, de voetstappen van een Lorenzo il Magnifico nog te horen weerkaatsen… Deels kwam het ook door de zon, die zich elke dag van zijn beste kant liet zien en de stad in de avondschemering, als ik mijn hoofd even buiten de deur stak na een dag lang tikken, in een lieflijk licht zette.

Maar het kwam ook en vooral door mijn schrijfplek in deze geweldige stad, Casa Miracoli (‘Huis der Wonderen’). Een klein huisje, vlak bij de Santa Croce, waar een mooi houten bureau op me wachtte. Hier schoof ik elke ochtend, na een grote kop cappuccino en brioche, mijn stoel aan en typte ik stug door.

Het bureau waar mijn laptop en ik wonderen hebben verricht

Het werk ging als vanzelf, maar als ik het even niet wist was daar Tommaso, de barman van buurbar Baldovino, om me even op te beuren met een kop cioccaffè (cappuccino met chocolade), een sterke espresso en bovenal zijn vrolijke verschijning. Als zelfs dat niet hielp – of als ik even geen behoefte had aan nog meer koffie – was er de stad zelf. Een wandeling door de smalle straten naar het Piazza della Signoria, de Duomo of de Ponte Vecchio ordende mijn gedachten.

Onderweg sneuvelden heel wat van mijn lievelingsstukjes. Stap voor stap liet ik ze los – voor in het blogboek welteverstaan, want op deze site blijven ze uiteraard gewoon te lezen. Maar meer nog dan gesneuveld werd er geïnspireerd, gecreëerd en in het geheugen opgeslagen, zodat ik jullie ook komende weken van mooie stukjes kan laten genieten. Die zullen helaas niet in het blogboek worden opgenomen, maar wie weet keer ik ooit terug naar Florence voor een opvolger, een tweede blogboek.

Het is echter nog te vroeg om daarover na te denken – eerst droom ik van hoe de vormgevers aan de slag gaan met toegangskaartjes, bonnetjes, tickets, foto’s en die 40.000 woorden. Ze moeten het hier zonder koffie en vrolijkheid van Tommaso stellen, dus mochten ze door de bomen het bos niet meer zien, dan neem ik ze een weekje mee naar de wonderlijke wereld die Florence heet!

Getagd met:
feb 01

Toen ik vorige week de burgemeester van Florence interviewde, was ik niet de enige die vragen stelde. Ook Matteo Renzi, zoals de burgemeester heet, was nieuwsgierig naar wat mij in zijn werkkamer in Palazzo Vecchio bracht. Ik vertelde over de gids De smaak van Florence die ik voor De Smaak van Italië aan het samenstellen ben, over het magazine zelf natuurlijk, en over mijn passie voor Italië in alle mogelijke facetten, die onder andere tot uiting komt in een dagelijks blog, Ciao tutti.

Nu is deze burgemeester, zeker voor Italiaanse begrippen, heel jong (net voor ik kwam vierde hij zijn 37ste verjaardag). Bovendien is hij dol op moderne media (hij heeft een Facebook-pagina en een Twitter-account die hij beide goed bijhoudt), dus mijn blog wekte zijn nieuwsgierigheid. Toen ik vorige week vertelde dat ik al bijna twee jaar dagelijks blog, bood hij mij een bijzonder cadeau aan voor het tweejarig bestaan van Ciao tutti: het beklimmen van de toren van Palazzo Vecchio, die normaal gesproken niet voor publiek toegankelijk is.

Het verslag van deze bijzondere klim heb ik bewaard voor vandaag, omdat het vandaag precies twee jaar geleden is dat ik mijn allereerste blog schreef. Inmiddels zijn we 736 blogstukjes verder, die samen een groot deel van Italië beslaan. Elke maand komen er nieuwe lezers bij, die soms zelfs uitgroeien tot heuse fans. Er zijn meer dan 700 reacties geplaatst – van de mailtjes die ik dagelijks ontvang met bedankjes, vragen, tips en ervaringen ben ik al lang geleden de tel kwijt geraakt.

De zoektocht naar de verhalen heeft me op heel bijzondere plekken gebracht, maar heeft me bovenal kennis laten maken met heel bijzondere mensen, in Nederland en Vlaanderen, in Italië, op papier en via e-mail. Alles samen maakt dat ik meer dan tevreden terugkijk op de afgelopen twee jaar Ciao tutti, en dat ik zin heb in weer een jaar bijzondere verhalen, anekdotes, recepten en inspiratie – en ik hoop jullie met mij!

Maar goed, terug naar het cadeau. Dat was natuurlijk een schot in de roos. Niet alleen omdat juist dit soort verrassingen maken dat ik dol ben op Italië, maar ook omdat mijn favoriete beeld van Florence precies op deze toren is geschoten. Het is een oude foto, gemaakt door de Fratelli Alinari, van een man die de wenteltrap helemaal bovenin Palazzo Vecchio beklimt, met op de achtergrond de koepel van de Duomo.

Ik was dan ook dolblij met dit genereuze aanbod. Aangezien het interview aan het einde van de middag plaatsvond, moest ik de ochtend erop terugkomen, zodat ik de toren met mooi weer en goed zicht kon beklimmen. Jullie begrijpen dat ik die nacht bijna geen oog dicht deed. Het vooruitzicht op deze klim zorgde ervoor dat ik bijna mijn bed uit stuiterde.

De dag van de klim was het geluk met mij, want hoewel het de dag ervoor licht bewolkt was, scheen de zon nu volop. Aan alle kanten was er dan ook volop uitzicht. Hoe hoger de medewerkers van Palazzo Vecchio en ik kwamen, hoe meer je van de stad en de omgeving kon zien. De koepel van de Duomo natuurlijk, de torentjes van het Bargello en de Badia Fiorentina, de koepel van de San Lorenzo, de Santa Croce, de kerkjes aan de overzijde van de Arno…

Uiteraard heb ik veel van deze uitzichten vastgelegd met mijn camera, zodat jullie kunnen meegenieten van deze bijzondere klim. Zo wordt het cadeau van de burgemeester ook een beetje een cadeau aan de lezers van Ciao tutti !

jan 30

Het leukste van reizen is dat je altijd en overal nieuwe mensen ontmoet. Vrolijke mensen, inspirerende mensen, diepzinnige mensen, maar in elk geval mensen met wie er een klik is en die je blik op iets anders vestigen dan je gewoon bent. Het leuke van bloggen is dat je regelmatig, al dan niet virtueel, andere bloggers ontmoet en discussieert over wat je nu precies wil doen, wil bereiken, wil delen.

Het allerleukste is natuurlijk een ontmoeting met een blogger die net als ikzelf een passie heeft voor Italië en eten. Dan loopt een ontmoeting van een uur al snel uit op een hele avond eten, drinken en praten. Veelal over eten en drinken, maar ook over wat er nou zo leuk is aan schrijven over iets wat veel mensen leuk en lekker vinden. Of over nieuwe restaurantjes, recepten, ingrediënten…

Zo geschiedde ook in Florence. Tijdens mijn vorige verblijf hier had ik al een groot aantal leuke, inspirerende mensen mogen ontmoeten. Die wilde ik nu dus graag weer even allemaal zien en spreken en er het liefst ook nog mee eten. In een simpele osteria, gewoon thuis aan de keukentafel of bij een trippa-kraampje; deze ontmoetingen laten je de diversiteit van een stad zien, op elke denkbare manier, dus ook culinair.

Terwijl ik terug wandelde van een uitgebreide lunch, zag ik op de stoep van ‘ino, in de buurt van het Piazza della Signoria, drie koks poseren voor een blonde dame. Mijn nieuwsgierigheid dwong me even halt te houden en te vragen wat ze daar zo buiten deden. De koks wezen naar de fotografe en vertelden dat ze moesten poseren voor haar blog. Daar wilde ik meer van weten, dus we verhuisden naar binnen, waar we onder het genot van lekkere hapjes en een goed glas wijn uitgebreid kennis maakten.

De fotografe bleek Vlaamse te zijn, maar al een hele tijd in Florence te wonen en te werken. Ze fotografeert graag eten, maar ook alles wat daarmee verband houdt. In Italië heeft Sofie, zoals deze medeblogger heet, dus aan het goede adres. Want waar kun je nu beter schrijven over eten? Waar kun je zo’n mooie foto’s maken van ingrediënten, opgemaakte borden, enthousiaste producenten en bedreven koks?

Sofie is dol op lekker eten en bovendien erg nieuwsgierig naar wat er allemaal achter dat eten zit. Is extra vergine olijfolie inderdaad lekkerder dan gewone olie? Waarom kun je nooit genoeg ijs eten? Welke mensen zitten achter de lekkerste kaas, de beste wijn, het mooi opgemaakte bord?

Om antwoord te vinden op al deze vragen gaat Sofie regelmatig op pad. En daarvan doet ze, gelukkig voor ons, uitgebreid verslag op haar blog, The Curious Eater. Als nieuwsgierige eter verzamelt ze hier de beste adressen, uiteraard vergezeld van de mooiste foto’s, allemaal van eigen hand.

Ik was natuurlijk erg benieuwd naar wat ze over ‘ino zou schrijven, ook omdat dit bijzondere culinaire adresje een plek krijgt in de reisgids De smaak van Florence, die in april verschijnt en waarvoor ik nu de laatste adressen check, hier in Florence. Zou ze er net zo enthousiast over zijn als ik? Je leest het via deze link ophaar blog, maar ik zal jullie alvast verklappen dat ze minstens net zo laaiend enthousiast is als ik.

Dus als jullie de volgende keer in Florence zijn en rond lunchtijd een fijn adresje zoeken voor een heerlijk broodje, ontwijk dan de drukke tentjes rondom het Piazza della Signoria en duik de Via dei Georgofili in, net naast de Galleria degli Uffizi. Hier maken de koks van ‘ino elke dag tussen 11 en 17 uur een goddelijk broodje voor je klaar. Zeker als jullie hen de groeten doen van Saskia en Sofie, of ze straks de gids De smaak van Florence laten zien!

Kijk voor nog meer heerlijke tips van Sofie op haar blog lezen, www.thecuriouseater.com. Een indruk van haar fotografie krijg je via haar website http://sofiedelauw.com/. Veel lees-, kijk- en eetplezier!

Getagd met:
jan 26

Zeven jaar geleden bracht een grondige zoektocht het atelier van Da Vinci aan het licht. Het bleek zich midden in Florence te bevinden, direct naast het klooster van de Santissima Annunziata. Ook hier ging veel giswerk aan vooraf en ging niet alles van een leien dakje…

Het idee om onderzoek te doen kwam van kunsthistoricus Alessandro del Meglio, die aan het hoofd stond van het cartografisch archief van het instituut dat naast het voormalige klooster van de Santissima Annunziata was gevestigd. Hij wilde in kaart brengen in hoeverre de ruimtes van zijn kantoor vroeger gebruikt werden en welke functie ze hadden.

Hij wist al wel dat de ruimtes voor 1864 toebehoorden aan het naastgelegen klooster van de Santissima Annunziata, maar de rest was nog in raadselen gehuld. Wederom gaf Vasari de hint die nodig was om verder onderzoek te doen. Hij had vrij specifiek vermeld dat Leonardo Da Vinci in 1500 zijn intrek had genomen in het genoemde klooster, onder andere om een doek met de heilige Anna en Jezus te schilderen (dat nu in de National Gallery in Londen te bewonderen is).

Leonardo bleef in elk geval in het klooster wonen tot dit werk voltooid was. Vasari tekende op dat Da Vinci het schilderij, toen het helemaal naar zijn zin was, aan de Florentijnen toonde. Twee dagen lang mochten de inwoners van de stad ‘de pracht van Leonardo zien, die iedereen verbaasde’.

De nieuwsgierigheid van Del Meglio was gewekt en hij dook in andere documenten om te achterhalen waar Da Vinci dan precies had gewoond en gewerkt. Hij wist de hand te leggen op een bron waarin wordt beweerd dat Leonardo had verbleven in ‘vijf aan elkaar gekoppelde ruimtes die via een trap met de eerst verdieping zijn verbonden’. Deze trap bleek in 1864, toen Florence de hoofdstad van Italië werd, te zijn afgesloten, omdat het klooster een gedeelte van zijn behuizing moest afstaan aan de staat.

Del Meglio wilde echter meer bewijs in handen hebben voor hij daadwerkelijk op onderzoek uit zou gaan in de ruimtes van het voormalige klooster. Hij bestudeerde de brieven en aantekeningen die Leonardo optekende. Toen hij hierin geen directe aanwijzingen vond, verlegde hij zijn onderzoek naar documenten van Leonardo’s tijdgenoten.

In een brief van Pietro da Novellara zag hij de aantekeningen van Vasari bevestigd. Deze Pietro noteerde dat Da Vinci tijdens zijn verblijf in het klooster van de Santissima Annunziata de vlucht van vogels bestudeerde. In een van de gangen naar de trap zijn vage fresco’s aangetroffen met afbeeldingen van vogels in duikvlucht. In de Codex Atlanticus, een van de omvangrijke aanteken- en schetsboeken van Leonardo, tekeningen die vrijwel exact overeenkomen met deze fresco’s.

Ook een ander fresco duidt op Leonardo’s aanwezigheid in deze ruimtes. Hoewel er nog slechts een silhouet van een engel te zien is, valt deze schets vrij eenduidig aan Da Vinci toe te wijzen. De engel heeft namelijk precies dezelfde vorm als de engel die Leonardo schilderde voor zijn Annunciatie, die ik jullie in december al liet zien en die in het echt te bewonderen is in de Galleria degli Uffizi.

Leonardo schijnt zijn atelier in het klooster van de Santissima Annunziata echter niet alleen gebruikt te hebben om te schilderen. Volgens Vasari zag Leonardo er streng op toe dat niemand zijn vertrekken binnenwandelde. Het gerucht was dat hij precies in deze ruimtes lijken ontleedde om nog beter en preciezer personen te kunnen portretteren en mensen in een natuurlijke houding te schilderen.

In het gebouw waar het atelier van Da Vinci zich bevond, is nu het Militair Geografisch Instituut (IGM) gevestigd. Het is de bedoeling dat de vertrekken waar ooit de geest van Da Vinci heeft gehuisd, worden opengesteld voor publiek. Wanneer dat gaat gebeuren, is echter nog de vraag. Uiteraard houd ik jullie hierover op de hoogte, maar tot die tijd kunnen we alleen maar gissen naar wat de gevel van de Santissima Annunziata in dat geheime atelier verbergt…

jan 25

In december vorig jaar berichtte de Volkskrant dat ‘historici van over de hele wereld een petitie hebben getekend waarmee ze willen voorkomen dat er verder wordt gezocht naar wat omschreven wordt als het beste werk van Leonardo Da Vinci ooit. Om erachter te komen of dat werk bestaat – en in welke staat het verkeert – moet namelijk geboord worden in een eveneens beroemd fresco dat in 1563 over de vermeende Da Vinci heen werd geschilderd.’

Nog steeds laaien de emoties hoog op als er over de vermeende Da Vinci wordt gesproken. Sommige onderzoekers willen het verloren werk dolgraag vinden en restaureren. Anderen vinden de beschadigingen die door de zoektocht worden toegebracht onaanvaardbaar. Wie er gelijk krijgt? Dat is afwachten. In de tussentijd een situatieschets.

Da Vinci kreeg in 1503 opdracht om een belangrijke slag uit de geschiedenis van Florence op de muur van het Palazzo Vecchio te vereeuwigen. Twee jaar later zette hij de eerste streken op de muur, maar al gauw bleek dat zijn nieuwe schildertechniek te wensen over liet. De verf droop van de muur en het was onmogelijk voor Da Vinci om het fresco zoals hij dat voor ogen had te voltooien. Althans, dat is het verhaal dat Vasari heeft opgetekend. Wetenschappers hebben deze conclusie altijd in twijfel getrokken en gaan ervan uit dat Da Vinci zijn werk weldegelijk heeft voltooid.

Het ontwerp van wat Da Vinci op de muur zou hebben willen schilderen, kennen we overigens niet precies. Er is wel nog een schets van Peter Paul Rubens van een deel van het werk, maar daarop kunnen de geleerden helaas weinig baseren. Ook de schetsen van krijgshoofden die Da Vinci waarschijnlijk voor dit werk maakte, onthullen niet meer dan Rubens’ schets.

Toen Da Vinci zijn fresco De slag om Anghiari al vijf jaar had verwaarloosd en het er steeds meer op leek dat hij het niet af zou maken, besloot Vasari om iets anders over Da Vinci’s werk heen te schilderen. Niet de strijd om Florence, maar de familie De’ Medici moest de hoofdrol spelen. Sinds 1563 tooit zijn werk een van de muren van het Palazzo Vecchio, op de plek waar dus ooit ruimte voor Leonardo Da Vinci was gereserveerd.

Maar wat is er met het werk van Leonardo gebeurd? Heeft Vasari het verwijderd? Is het overgeschilderd? Wetenschappers denken dat Vasari Da Vinci’s werk niet heeft durven weghalen, maar anders te werk is gegaan. Hij zou blanco muren voor de oude fresco’s hebben gezet, waarop hij heeft geschilderd. Het werk van Da Vinci zou in dat geval dan nog steeds in het Palazzo Vecchio te vinden zijn…

Radarbeelden hebben dit vermoeden bevestigd. Tussen de muur waarop Vasari zijn fresco heeft aangebracht en de wand die daar weer achter staat, zit namelijk wel wat ruimte. Reden genoeg voor de Amerikaanse kunsthistoricus Maurizio Seracini om op zoek te willen gaan naar de verloren Da Vinci. Deze Seracini wist de burgemeester van Florence ervan te overtuigen en kreeg toestemming om op zoek te gaan naar de verloren Da Vinci.

Omdat dat echter niet zonder slag of stoot kan, en het fresco van Vasari behoorlijk beschadigd raakt door het onderzoek, zijn andere historici het hier niet mee eens en tekenden ze de hier boven genoemde petitie. Als het onderzoek echter doorgaat, wordt met behulp van een speciale camera een soort verborgen pigment onthuld, waardoor men kan vaststellen of er een Da Vinci achter Vasari’s werk schuilt. Voor het zover is, moeten de onderzoekers echter eerst de petitie naast zich neerleggen. Ook moet er geld ingezameld worden om het onderzoek te kunnen financieren. Dat zal in de huidige tijd niet meevallen…

Toch zijn de meeste mensen nieuwsgierig. Ze wachten met smart op het onderzoek. Want wat als er inderdaad een Da Vinci achter de schildering van Vasari zit? Vasari stookt de boel ook nog wel een beetje op, zelfs na zijn dood. Hij heeft zijn eigen schildering namelijk gebruikt om een hint achter te laten, die zou verwijzen naar het werk van Da Vinci. In een van de vlaggen lezen we cerca, trova. Oftewel: wie zoekt, die vindt…

Getagd met:
jan 24

Florence kent naast de kale façade van de San Lorenzo, die ik jullie gisteren liet zien, nóg een kerk met een kale voorgevel. Daarvoor moeten we wel naar de wijk Oltrarno, aan de overkant van de Arno.

Daar vind je het gezellige Piazza di Santo Spirito, een plein dat wordt gedomineerd door de gele voorgevel van de Santo Spirito. Hoewel de kale voorgevel wellicht anders doet vermoeden, is deze kerk een van de mooiste van Florence. Michelangelo kwam er graag en Bernini zou zelfs ooit hebben gezegd dat hij deze kerk het mooiste godshuis ter wereld vond.

De kerk is gebouwd naar een ontwerp van Brunelleschi, net als de Duomo en de San Lorenzo. In eerste instantie wilde Brunelleschi de kerk met het gezicht naar de Arno aanleggen. De bewoners van de huizen op het stuk tussen het huidige plein en de rivier lagen echter lange tijd dwars, waardoor de plannen uiteindelijk werden gewijzigd.

In 1444 ging de bouw echt van start, maar twee jaar later overleed Brunelleschi plotseling en stokten de werkzaamheden, zoals ook bij de San Lorenzo het geval was. Hoewel de bouw in 1452 weer werd opgepakt, stokte de bouw al snel opnieuw, toen de kerk in maart 1471 werd verwoest door een grote brand.

De voormalige refter in het klooster links van de kerk, waar nu het museum Fondazione Salvatore Romano is gevestigd, is het enige deel van het originele ontwerp dat overeind is gebleven. Hier vind je prachtige fresco’s van Andrea Orcagna, met als onderwerp het laatste avondmaal en de kruisiging van Jezus, en werken van onder anderen Donatello en Ammannati. Het museum is vernoemd naar een Napolitaanse kunstliefhebber die zijn verzameling aan beelden aan het klooster schonk.

De kerk zelf herbergt een crucifix dat Michelangelo voor de abt van het klooster zou hebben gemaakt om hem te bedanken voor zijn verblijf aldaar. Volgens de overlevering zou Michelangelo van deze abt bovendien de mogelijkheid hebben gekregen de lijken van het bijbehorende hospitaal te bestuderen. Ook is er een prachtige Madonna met kind te zien van Filippino Lippi, die op de achtergrond de iets verderop gelegen Porta San Frediano heeft geschilderd.

Brunelleschi maakte ook een ontwerp voor de façade van de Santo Spirito, maar dit is nooit uitgevoerd. Na al die eeuwen is de voorgevel dus nog steeds heel kaal, net als die van de San Lorenzo. Hoewel deze simpele, gele voorgevel eigenlijk wel heel mooi staat, zeker in het zachte zonlicht, wordt er door de Florentijnen nog wel eens verlangend uitgekeken naar een nieuw ontwerp. In Caffè Ricchi, een koffiebarretje aan het Piazza di Santo Spirito, vind je een keur aan ontwerpen voor de gevel van de kerk, variërend van het logo van Gucci tot een fauteuil met een kat en een bord spaghetti. Kijk maar mee:

jan 23

Florence kent prachtige kerken. De bekendste is natuurlijk de Duomo, de dom met de enorme koepel, die iedere bezoeker (tevergeefs) in zijn geheel op de foto probeert te krijgen. De façade van de dom is uitgevoerd in marmer in de kleuren wit (uit Carrara), roze (uit de Maremma) en groen (uit Prato). Er zijn zoveel schitterende details te zien dat je bijna niet weet waar je moet kijken.

Net als bij de koepel had het nogal wat voeten in de aarde voordat deze voorgevel stond. Het eerste ontwerp voor de gevel werd gemaakt door Arnolfo di Cambio, maar toen het ontwerp voor ongeveer een derde was uitgevoerd kwamen de werkzaamheden stil te liggen. Het duurde erg lang voor men verder bouwde aan de gevel; pas na zo’n 600 jaar werd de buitenzijde van de Duomo voltooid.

Veel van de originele versieringen die ooit de voorgevel tooiden, zijn nu te bewonderen in het bij de Duomo horende museum. Leuk om nog te vertellen is dat het ooit de bedoeling was dat de beroemde David van Michelangelo een van de pijlers van de Duomo zou sieren. Vanwege de enorme omvang van het beeld werd dit plan echter al snel van tafel geveegd. Een aantal commissieleden stelde de trappen van de Duomo voor, maar ook dit idee bleek niet haalbaar te zijn – vandaar de huidige plek op het Piazza della Signoria.

Terug naar de kerken in Florence. Want niet alle grote godshuizen in Florence hebben zo’n mooie voorgevel als de Duomo. Sterker nog, een aantal kerken heeft nog steeds een onvoltooide façade. Een van de bekendste voorbeelden van zo’n kerk met een kale voorgevel is de San Lorenzo. Ondanks de vele voorstellen die door bekende en onbekende architecten en kunstenaars gedaan zijn om de gevel te verfraaien, kijken de Florentijnen nog steeds aan tegen een kale, bakstenen gevel.

De eerste oorzaak voor deze kale gevel is het feit dat de architect van de kerk, Brunelleschi (ja, dat is dezelfde als degene die de koepel van de dom ontwierp), sterft zonder een ontwerp te hebben gemaakt voor de voorgevel van de kerk. Daardoor hebben zijn opvolgers geen duidelijk beeld voor ogen. Wat zou de grote Brunelleschi hebben gewild? Hoe zou de voorgevel er in zijn ogen uit hebben gezien?

In de zestiende eeuw neemt Leo X, lid van de De’ Medici-familie, het heft in handen. Hij wil de voorgevel voltooid hebben en schrijft een ontwerpwedstrijd uit. Onder anderen Raphael en Michelangelo dienen een voorstel in. Michelangelo’s ontwerp wordt bekroond met de overwinning en de grote kunstenaar krijgt tevens de opdracht zijn façade te bouwen.

Michelangelo gaat akkoord en vertrekt naar Carrara om toezicht te houden op het winnen van de blokken marmer die hij voor de gevel wil gebruiken. Leo X wil echter dat hij marmer uit Pietrasanta gebruikt, hetgeen tot zo’n grote onenigheid leidt, dat de paus het contract met Michelangelo verbreekt. Met als gevolg dat de San Lorenzo het nog wat langer zonder voorgevel moet doen…

Vlak voor de dood van de laatste telg van de De’ Medici’s, Anna Luisa, in 1743, worden er nogmaals verschillende ontwerpen ingediend door Florentijnse kunstenaars. Hoewel een van hen de opdracht krijgt en Anna Luisa geld had gereserveerd voor de voltooiing van de voorgevel, loopt het project wederom spaak.

Weer een eeuw later volgde wederom een ontwerpwedstrijd, waarvoor 74 verschillende voorgevels werden ingezonden. Helaas zat er volgens de juryleden geen enkel ontwerp bij dat paste bij de klassieke ideeën zoals onder anderen Michelangelo die had opgetekend. Ook in 1905 wordt nog een poging gedaan om via een ontwerpwedstrijd een gevel te realiseren, maar ook dan blijft een definitief resultaat uit. Maar mocht iemand zich geroepen voelen nog een ontwerp te maken…

Getagd met:
jan 20

Ferragamo is niet het enige modemuseum in Florence. Sinds eind vorig jaar kun je in de stad ook de geschiedenis van Gucci bewonderen. Het in oktober geopende museum in het enorme Palazzo della Mercanzia, aan Piazza della Signoria, toont de 90-jarige geschiedenis van het merk in alle mogelijke facetten.

Het museum beslaat maar liefst 1.700 vierkante meter en telt drie verschillende verdiepingen. Op de begane grond vind je het Gucci-café, een boekwinkel en een Icon Store waar je tassen, accessores en sieraden kunt kopen die speciaal voor het museum zijn ontworpen. Deze onderdelen zijn vrij toegankelijk. Voor het museum zelf moet je een kaartje kopen, maar dat is alleen al vanwege de behuizing de moeite waard.

Een tocht door het museum begint, net als de geschiedenis van Gucci, met de befaamde koffers en andere reisaccessoires. Op de eerste verdieping kun je je vergapen aan tassen en avondkleding, veelal gedragen en geshowd door beroemdheden. Op deze etage vind je ook Flora World, met het bekende Gucci Flora design dat in de jaren zestig door Vittorio Accornero is ontworpen en in 2005 helemaal is gerestyled door niemand minder dan Frida Giannini. De tweede verdieping van het museum is gewijd aan het bekende Gucci-monogram GG. Hier vind je eveneens de lifestyle- en sportruimte met onder meer een Gucci-picknickmand, -schaakspel, -kaarten en –sportitems.

Nog modieuzer is het museum dat Valentino recent opende. Niet alleen vanwege de collectie, maar ook en vooral omdat het een virtueel museum is. Een museum op internet dus, dat je gewoon thuis kunt bezoeken wanneer je maar wil. Het Valentino Garavani Virtual Museum, zoals de volledige naam van het online modemuseum luidt, is via deze link helemaal gratis en voor niets te downloaden.

Als je dat eenmaal hebt gedaan, maak je een virtuele wandeling langs circa 300 creaties, die je van alle kanten kunt bekijken en die allemaal van uitleg zijn voorzien. Hoe werd de jurk gemaakt, waar werd de creatie voor het eerst geshowd en wie was de gelukkige drager? Een van de topstukken is de jurk waarin Jackie Kennedy in 1968 met Aristoteles Onassis in het huwelijk trad. Je kunt de stof voor je gevoel bijna aanraken, en stapt in je verbeelding zo in haar schoenen…

Daarnaast omvat het museum ruim vijfduizend schetsen die Valentino gedurende zijn vijftig jarige carrière tekende, bijna honderd modeshows en een uitgebreide verzameling Valentino-foto’s en –campagnes.

Het is maar goed dat de modegoeroe hiervoor geen ruimte hoeft te huren in een van de dure palazzi in Florence, Rome of Milaan. Als het museum echt zou zijn gebouwd, zou het namelijk ruim 10.000 vierkante meter beslaan…

Al is het wel jammer dat je nu niet, zoals in het Gucci-museum, na een wandeling langs de collectie kunt neerstrijken in het museumcafé, om heerlijk te mijmeren over de verrassende creaties en na te genieten de inspirerende energie die zo’n museumbezoek altijd oplevert. Die stop ik nu, een beetje vervreemd na zo’n virtueel museumbezoek, dan maar in een virtueel blogstukje. En als jullie dan allemaal het museum bezoeken, kunnen we toch nog samen napraten! Ci vediamo da Valentino!

Getagd met:
jan 19

Een van de fijnste Italiaanse gewoonten is la passeggiata, een avondwandeling die niet alleen door oude mensen wordt gemaakt maar waar het hele dorp of de hele stad voor warm loopt. Men loopt door de hoofdstraat, waar mogelijk van plein tot plein, in een kalm tempo, onderwijl keuvelend over, hoe kan het ook anders in Italië, eten. Over wat er tijdens de lunch op tafel stond, en over wat er straks, als iedereen is uitgewandeld, op het menu staat.

Voor de kinderen wordt er een ijsje gekocht, oudere mannetjes maken een korte tussenstop voor een kopje koffie aan de bar, er wordt een sigaret opgestoken en er worden afspraakjes gemaakt. Terwijl ze aan de arm van hun moeders of vriendinnen in laag tempo langs de etalages wandelen, bekijken jonge meisjes in de spiegelende ruiten hun haar, hun kleding of de jongen op wie ze een oogje hebben en die met zijn familie of vrienden juist de tegenovergestelde richting op wandelt.

Duidelijk is dat iedereen zich veel moeite getroost heeft om er op zijn paasbest uit te zien. La passeggiata is dan ook niet zomaar een wandeling; het is een ritueel. Een soort openbare keuring – waarvoor zowel mannen als vrouwen dan ook hun mooiste kleding uit de kast trekken. Zeker in een stad als Florence…

Want hoewel Milaan de naam van modestad met verve en van nature draagt, past deze naam zeker ook meer dan goed bij de hoofdstad van Toscane. Niet alleen omdat je ook hier de mooiste etalages ziet, vol designer jurkjes en vintage schoenen, maar ook omdat Florence de thuishaven is van veel bekende ontwerpers.

Eerder schreef ik al over het prachtige Ferragamo-museum dat in het modedistrict van Florence, rondom de Via de’ Tornabuoni, is gevestigd. Dit bijzondere museum, dat gevestigd is in het dertiende-eeuwse Palazzo Spini-Feroni, geeft door middel van meer dan 10.000 schoenen een beeld van de carrière van de bekende Florentijnse ontwerper en van zijn unieke collectie. Een must voor alle vrouwen (en mannen) die de verleiding voor een nieuw paar schoenen maar moeilijk kunnen weerstaan!

Maar Ferragamo is ook elders in de stad aanwezig. Zo heeft hij zijn naam gegeven aan een aantal superdeluxe hotels aan de oevers van de Arno. Eerst een paar foto’s zodat jullie dezelfde indruk krijgen als ik en echt even over mijn schouder mee kunnen kijken:

Een van de Ferragamo-hotels is Hotel Lungarno, dat niet alleen gasten van over de hele wereld herbergt maar tevens elke dag onderdak biedt aan een collectie van circa zeshonderd originele kunstwerken, waaronder een Picasso. Voor kunst hoef je de deur dus niet uit. Voor een mooie blik op de stad evenmin. Het hotel ligt in de wijk Oltrarno, pal aan de oever van de Arno, en biedt een prachtig uitzicht op de Ponte Vecchio en de koepels, kerken en daken aan de overkant.

Ook Hotel Continentale, eveneens een telg in de Ferragamo-familie, aan de overkant is vanuit Hotel Lungarno goed te zien. Dit hotel is wat strakker en moderner dan zijn weerspiegeling aan de andere zijde van de Arno. Het publiek is hier ook wat jonger en hipper, zeker rond aperitivo-tijd, na la passeggiata. De aanwezigheid van een schitterend dakterras met nog schitterender uitzicht op de stad en de omliggende heuvels helpt hier natuurlijk ook bij, zeker ook omdat deze prachtige plek ook toegankelijk is voor niet-hotelgasten die willen genieten van een drankje op niveau.

Het Gallery Hotel Art, het eerste designhotel van de stad, hoort eveneens bij de Ferragamo-familie. Ook hier veel jonge, hippe Florentijnen, met een hoog creativiteitsgehalte en een perfect gevoel voor stijl. Iedereen komt op zijn mooist de bar binnen, ook op een gewone doordeweekse avond. Na een drankje en een hapje schuiven ze aan in het fusion-restaurant dat bij het hotel hoort. Van crisis is hier geen sprake…

Voor wie iets minder luxe wil slapen, maar toch graag zijn hoofd eens op een Ferragamo-kussen te rusten wil leggen, is er aan de overkant het recent geopende Lungarno Suites. Geen hotel in de strikte betekenis van het woord (de gemeente had namelijk verboden om nog meer hotels te bouwen), maar een appartementencomplex. Elk appartement heeft een prachtige keuken, maar er is geen restaurant. Gelukkig kun je als gast altijd aanschuiven bij een van de andere hotelrestaurants.

De kwaliteit van de hotels wordt regelmatig getest door niemand minder dan Leonardo Ferragamo, directe afstammeling van Salvatore, zelf. Niets wordt aan het toeval overgelaten, zeker niet tijdens de grote mode-events in de stad, zoals Pitti Immagine nu in januari. De hotels zijn dan ook heel populair – het is onmogelijk om er tijdens zo’n modegebeuren een kamer te krijgen.

Gelukkig mag ik wel even een kijkje nemen in alle hotels en suites. Ik geniet van elke seconde, van het adembenemende uitzicht boven op Hotel Continentale tot de enorme badkamers (die soms groter zijn dan mijn werkruimte), van de echte Picasso tot de lekkere hapjes tijdens het aperitivo-buffet. Voorlopig is het genoeg om van een verblijf hier te dromen; van alle moois zou ik geloof ik toch niet snel de slaap kunnen vatten… Wie dat toch wil proberen en een nachtje in een van Ferragamo’s fantastische hotels wil slapen, kan een kijkje nemen op de website www.lungarnocollection.com.

Voor de echte liefhebbers van luxe is er overigens nog een ander Ferragamo-pareltje. Verderop langs de Arno, ter hoogte van de Ponte Santa Trinità. In het Palazzo Capponi, waar Hannibal Lecter in het vervolg op de film Silence of the lambs zijn toevlucht zocht, kun je een suite huren die net zoveel moois te bieden heeft als de stad zelf. Aan alles is gedacht: hemelbedden, kroonluchters van Murano-glas, badkamers vol marmer en als klap op de vuurpijl een balzaal met schitterende fresco’s.

Je zou bijna niet meer naar buiten willen om de stad te verkennen, hetgeen toch niet helemaal de bedoeling is van een weekendje Florence. Ik houd het daarom liever bij dromen. Dromen over een nachtje luxe slapen in deze luxueuze hotels, over een butler die je ’s ochtends wekt met een schuimige cappuccino, over dikke badjassen en echte Picasso’s. Om ontnuchterd wakker te worden en jullie door middel van dit stukje heel even mee te laten dromen voor de nieuwe dag begint… Sogni d’oro dus allemaal, voor heel even, en dan snel weer over tot de orde van de dag. Buona giornata!

preload preload preload