jan 19

Een van de fijnste Italiaanse gewoonten is la passeggiata, een avondwandeling die niet alleen door oude mensen wordt gemaakt maar waar het hele dorp of de hele stad voor warm loopt. Men loopt door de hoofdstraat, waar mogelijk van plein tot plein, in een kalm tempo, onderwijl keuvelend over, hoe kan het ook anders in Italië, eten. Over wat er tijdens de lunch op tafel stond, en over wat er straks, als iedereen is uitgewandeld, op het menu staat.

Voor de kinderen wordt er een ijsje gekocht, oudere mannetjes maken een korte tussenstop voor een kopje koffie aan de bar, er wordt een sigaret opgestoken en er worden afspraakjes gemaakt. Terwijl ze aan de arm van hun moeders of vriendinnen in laag tempo langs de etalages wandelen, bekijken jonge meisjes in de spiegelende ruiten hun haar, hun kleding of de jongen op wie ze een oogje hebben en die met zijn familie of vrienden juist de tegenovergestelde richting op wandelt.

Duidelijk is dat iedereen zich veel moeite getroost heeft om er op zijn paasbest uit te zien. La passeggiata is dan ook niet zomaar een wandeling; het is een ritueel. Een soort openbare keuring – waarvoor zowel mannen als vrouwen dan ook hun mooiste kleding uit de kast trekken. Zeker in een stad als Florence…

Want hoewel Milaan de naam van modestad met verve en van nature draagt, past deze naam zeker ook meer dan goed bij de hoofdstad van Toscane. Niet alleen omdat je ook hier de mooiste etalages ziet, vol designer jurkjes en vintage schoenen, maar ook omdat Florence de thuishaven is van veel bekende ontwerpers.

Eerder schreef ik al over het prachtige Ferragamo-museum dat in het modedistrict van Florence, rondom de Via de’ Tornabuoni, is gevestigd. Dit bijzondere museum, dat gevestigd is in het dertiende-eeuwse Palazzo Spini-Feroni, geeft door middel van meer dan 10.000 schoenen een beeld van de carrière van de bekende Florentijnse ontwerper en van zijn unieke collectie. Een must voor alle vrouwen (en mannen) die de verleiding voor een nieuw paar schoenen maar moeilijk kunnen weerstaan!

Maar Ferragamo is ook elders in de stad aanwezig. Zo heeft hij zijn naam gegeven aan een aantal superdeluxe hotels aan de oevers van de Arno. Eerst een paar foto’s zodat jullie dezelfde indruk krijgen als ik en echt even over mijn schouder mee kunnen kijken:

Een van de Ferragamo-hotels is Hotel Lungarno, dat niet alleen gasten van over de hele wereld herbergt maar tevens elke dag onderdak biedt aan een collectie van circa zeshonderd originele kunstwerken, waaronder een Picasso. Voor kunst hoef je de deur dus niet uit. Voor een mooie blik op de stad evenmin. Het hotel ligt in de wijk Oltrarno, pal aan de oever van de Arno, en biedt een prachtig uitzicht op de Ponte Vecchio en de koepels, kerken en daken aan de overkant.

Ook Hotel Continentale, eveneens een telg in de Ferragamo-familie, aan de overkant is vanuit Hotel Lungarno goed te zien. Dit hotel is wat strakker en moderner dan zijn weerspiegeling aan de andere zijde van de Arno. Het publiek is hier ook wat jonger en hipper, zeker rond aperitivo-tijd, na la passeggiata. De aanwezigheid van een schitterend dakterras met nog schitterender uitzicht op de stad en de omliggende heuvels helpt hier natuurlijk ook bij, zeker ook omdat deze prachtige plek ook toegankelijk is voor niet-hotelgasten die willen genieten van een drankje op niveau.

Het Gallery Hotel Art, het eerste designhotel van de stad, hoort eveneens bij de Ferragamo-familie. Ook hier veel jonge, hippe Florentijnen, met een hoog creativiteitsgehalte en een perfect gevoel voor stijl. Iedereen komt op zijn mooist de bar binnen, ook op een gewone doordeweekse avond. Na een drankje en een hapje schuiven ze aan in het fusion-restaurant dat bij het hotel hoort. Van crisis is hier geen sprake…

Voor wie iets minder luxe wil slapen, maar toch graag zijn hoofd eens op een Ferragamo-kussen te rusten wil leggen, is er aan de overkant het recent geopende Lungarno Suites. Geen hotel in de strikte betekenis van het woord (de gemeente had namelijk verboden om nog meer hotels te bouwen), maar een appartementencomplex. Elk appartement heeft een prachtige keuken, maar er is geen restaurant. Gelukkig kun je als gast altijd aanschuiven bij een van de andere hotelrestaurants.

De kwaliteit van de hotels wordt regelmatig getest door niemand minder dan Leonardo Ferragamo, directe afstammeling van Salvatore, zelf. Niets wordt aan het toeval overgelaten, zeker niet tijdens de grote mode-events in de stad, zoals Pitti Immagine nu in januari. De hotels zijn dan ook heel populair – het is onmogelijk om er tijdens zo’n modegebeuren een kamer te krijgen.

Gelukkig mag ik wel even een kijkje nemen in alle hotels en suites. Ik geniet van elke seconde, van het adembenemende uitzicht boven op Hotel Continentale tot de enorme badkamers (die soms groter zijn dan mijn werkruimte), van de echte Picasso tot de lekkere hapjes tijdens het aperitivo-buffet. Voorlopig is het genoeg om van een verblijf hier te dromen; van alle moois zou ik geloof ik toch niet snel de slaap kunnen vatten… Wie dat toch wil proberen en een nachtje in een van Ferragamo’s fantastische hotels wil slapen, kan een kijkje nemen op de website www.lungarnocollection.com.

Voor de echte liefhebbers van luxe is er overigens nog een ander Ferragamo-pareltje. Verderop langs de Arno, ter hoogte van de Ponte Santa Trinità. In het Palazzo Capponi, waar Hannibal Lecter in het vervolg op de film Silence of the lambs zijn toevlucht zocht, kun je een suite huren die net zoveel moois te bieden heeft als de stad zelf. Aan alles is gedacht: hemelbedden, kroonluchters van Murano-glas, badkamers vol marmer en als klap op de vuurpijl een balzaal met schitterende fresco’s.

Je zou bijna niet meer naar buiten willen om de stad te verkennen, hetgeen toch niet helemaal de bedoeling is van een weekendje Florence. Ik houd het daarom liever bij dromen. Dromen over een nachtje luxe slapen in deze luxueuze hotels, over een butler die je ’s ochtends wekt met een schuimige cappuccino, over dikke badjassen en echte Picasso’s. Om ontnuchterd wakker te worden en jullie door middel van dit stukje heel even mee te laten dromen voor de nieuwe dag begint… Sogni d’oro dus allemaal, voor heel even, en dan snel weer over tot de orde van de dag. Buona giornata!

jan 21

In het Florentijnse modedistrict, in en rondom de Via de’ Tornabuoni, bevindt zich het Museo Salvatore Ferragamo. Dit bijzondere museum, dat gevestigd is in het dertiende-eeuwse Palazzo Spini-Feroni, geeft door middel van meer dan 10.000 schoenen een beeld van de carrière van de bekende Florentijnse ontwerper en van zijn unieke collectie. Een must voor alle vrouwen (en mannen) die de verleiding voor een nieuw paar schoenen maar moeilijk kunnen weerstaan!

Salvatore Ferragamo werd in 1898 geboren in Bonito, een klein plaatsje op zo’n honderd kilometer van Napels. Als elfde van in totaal veertien kinderen was hij al op jonge leeftijd op zichzelf aangewezen. Salvatore wist echter wat hij wilde en vertrok op zijn elfde naar de grote stad, waar hij bij een schoenmaker in de leer ging. Twee jaar later keerde hij terug naar Bonito en opende hij zijn eigen winkel, waar hij op verzoek schoenen maakte of herstelde.

De klandizie viel echter tegen en Salvatore zag zich genoodzaakt weer te vertrekken. Ditmaal besloot hij zijn geluk echter in Amerika te zoeken, waar twee van zijn broers eerder al heen waren gereisd. Een van hen werkte in een grote schoenenfabriek in Boston, waar ook voor Salvatore nog wel een plekje was. Hoewel Salvatore gefascineerd was door de grote machines waarmee aan de lopende band schoenen konden worden gemaakt, vond hij het vreselijk te zien hoe dit ten koste ging van de kwaliteit van het schoeisel. Hij hield het dan ook niet lang vol in de fabriek en trok al snel verder naar zijn andere broer, die zich in Santa Barbara (Californië) had gevestigd.

Salvatore begon een eigen schoenenwinkel – precies op het moment dat de filmindustrie aan zijn bloeiperiode begon. Toen hij gevraagd werd om schoenen te ontwerpen voor de filmacteurs en –actrices, aarzelde Salvatore geen moment. Hij ontwierp met groot succes het ene na de andere ‘filmschoenenpaar’ en verdiende al snel de bijnaam ‘schoenmaker van de sterren’. Toen de filmindustrie zich naar Hollywood verplaatste, verhuisde Salvatore mee. In 1923 opende hij de ‘Hollywood Boot Shop’ en groeide zijn naam en faam verder en verder.

Toch bleef Salvatore ontevreden over de gemakzucht van de Amerikanen en de minimale kwaliteitseisen die aan materialen en handwerk werden gesteld. In 1927 keerde hij daarom terug naar Italië, waar hij hoopte schoenen te kunnen maken die geheel zouden voldoen aan zijn hoge eisen. Hij vestigde zich in Florence, opende hier een eigen werkplaats en hoewel hij nog steeds veel opdrachten kreeg van Amerikaanse filmsterren en –regisseurs, kreeg hij ook in eigen land steeds meer voet aan de grond.

Het uitbreken van de crisis in 1929 zorgde voor veel minder opdrachten uit Amerika, maar Salvatore was daar stiekem wel blij om. Zo kon hij zich met een gerust hart wijden aan de opdrachtgevers in eigen land. De zaken gingen hem voor de wind; in 1936 had hij niet alleen twee werkplaatsen die op volle kracht draaiden, maar ook een winkel, in het Palazzo Spini-Feroni in de Via de’ Tornabuoni (waar nu dus ook het museum gevestigd is).

Ook op persoonlijk vlak heeft Salvatore niets te klagen. In 1940 trouwt hij met zijn jeugdliefde, Wanda Miletta, de dochter van zijn vroegere huisarts in Bonito. Ze krijgen zes kinderen, drie jongens (Ferruccio, Leonardo en Massimo) en drie meisjes (Fiamma, Giovanna en Fulvia). Het gezin weet de Tweede Wereldoorlog redelijk te doorstaan. Tijdens de wederopbouw worden de schoenen van Ferragamo wereldwijd een van de symbolen van het nieuwe Italië, dat weer tot leven komt en dat op het gebied van mode, design en creativiteit een rol van betekenis wil spelen.

Salvatore Ferragamo presteert in de jaren vijftig op de toppen van zijn kunnen: alles kan, en alles lukt. Hij maakt de prachtigste creaties voor filmsterren als Audrey Hepburn, Greta Garbo, Anna Magnani, Marilyn Monroe en Sofia Loren. Vlak voor hij in 1960 overlijdt, laat hij zijn familie weten tevreden te zijn. Hij heeft zijn grote jongensdroom weten te realiseren; het is nu aan hen deze droom verder uit te dragen en in te vullen.

Dat hebben zijn zonen en dochters naar eer en geweten gedaan: Salvatore had vast nooit kunnen dromen dat zijn ontwerpen vandaag de dag te bezichtigen zijn in een heus museum en dat elke stad van naam een Ferragamo-winkel heeft, waar je niet aan voorbij kunt lopen zonder te dromen van zo’n prachtpaar schoenen…

jan 19

Het indrukwekkende Palazzo Strozzi, dat ik vorige week bezocht naar aanleiding van de tentoonstelling over Bronzino, grenst deels aan de Via de’ Tornabuoni, een van de meest luxe winkelstraten van Florence. In zijn Firenze – Anekdotische reisgids voor Florence beschrijf Luc Verhuyck de Via de’ Tornabuoni in al haar glorie:

‘In de Via de’ Tornabuoni, die zich uitstrekt van de Ponte Santa Trinita tot de Piazza Antinori, zijn zeer exclusieve modehuizen en juweliers gevestigd en ook voor wie niet van plan is om er aankopen te doen, is het een boeiende straat om etalages en vitrines te bekijken. Tussen de Arno en het Palazzo Strozzi zijn er onder andere winkels van Giorgio Armani, Cartier, Trussardi, Louis Vuitton, Gucci, Prada, Dior, Bulgari, Ferragamo, Versace, Tiffany, Yves Saint Laurent, Max Mara en Hermès.

Sommige zijn gevestigd in fraaie oude paleizen. Zo is vlak bij de Arno op nummer 1 Versace gevestigd op de eerste verdieping van het dertiende-eeuwse Palazzo Gianfigliazzi en daar recht tegenover op nummer 2 Salvatore Ferragamo in het eveneens dertiende-eeuwse Palazzo Spini (daarover overmorgen meer, SB). In de hal van Ferragamo hangt een fraai marmeren reliëf en in de boetiek van Max Mara zijn zestiende-eeuwse fresco’s te zien.

In de Via de’ Tornabuoni moet de destijds beroemde Britse schrijfster Ouida (1839-1908), pseudoniem van Marie Louise de la Ramée, en bekend, vooral in Japan, door haar A Dog of Flanders (1872), ooit bedreigd zijn geweest door een rivale. Een zekere markies Della Stufa zag wel wat in de ongehuwde Ouida, maar was al geruime tijd de minnaar van een getrouwde dame, Janet Ross, zelf de schrijfster van onder andere Old Florence and Modern Tuscany. De eerste zag in de markies een potentiële huwelijkskandidaat, de tweede vreesde het verlies van haar minnaar en beide vrouwen konden elkaars bloed wel drinken.

Mevrouw Ross zou beschoten zijn toen ze voor het raam van haar slaapkamer stond en toen de dames elkaar per koets in de Via de’ Tornabuoni passeerden, zou Janet Ross geprobeerd hebben om Ouida met de koetsierszweep te slaan. Ouida, wier pseudoniem terugging op een verbastering van haar tweede voornaam, schreef over hun rivaliteit de roman Friendship, waarin Janets alter ego haar minnaar door chantage aan zich weet te binden. Op haar beurt legde Janet de roman, nadat ze hem uit zijn band had gerukt, in haar gastentoilet als wc-papier.

Tegenover het Palazzo Strozzi is, op de hoek van de Via della Vigna Nuova, een gedenkplaat te zien die in herinnering brengt dat de Engelse schrijfster George Eliot, pseudoniem voor Anna Maria Evans, daar in 1860 verbleven heeft, in het vroegere hotel Londres et Suisse. Ze schreef een roman over het leven en de tijd van Savonarola, Romola (1863), waarvoor ze heel wat onderzoekswerk diende te doen. In het San Marco-klooster, waar Savonarola prior was geweest, werden vrouwen toen echter nog niet toegelaten, zodat ze het veldwerk daar aan haar man G.H. Lewes moest overlaten.

De componisten Donizetti, Rossini, Verdi en de Russische auteur Dostojevski hebben hier eveneens verbleven, maar worden niet met naam genoemd, de plaquette heeft het enkel over ‘belangrijke musici’. Het ‘Pension Suisse’, zoals het hotel werd genoemd, was bij buitenlanders vooral geliefd omdat het netjes, rustig en relatief goedkoop was.’

Vlak naast het hotel, bij het palazzo met huisnummer 77r, wordt het waterpeil van de Arno op 4 november 1966, toen de Arno ver buiten zijn oevers trad, aangegeven. Net voorbij de Via Strozzi vind je het voormalige Palazzo Corsi Salviati, dat nu ook wel Palazzo Tornabuoni wordt genoemd en waar ik morgen uitgebreid op terugkom vanwege de onbekende geheimen die dit palazzo herbergt.

jul 31

Fare una bella figura is, zoals je gisteren al kon lezen op Ciao tutti, een term die door Italianen vaak in de mond wordt genomen. Het heeft te maken met zowel je gedrag als allerlei kledingregels die nageleefd moeten worden.

In mijn eerste huis vlak bij de Spaanse Trappen in Rome zat ik vaak met verwondering te kijken naar alle verschillend geklede mensen die onder mijn raam voorbijliepen. Het was allemaal zo anders dan in Nederland, vele mannen strak in het pak en vele dames in een zwart mantelpakje, en dat op een gewone doordeweekse dag.

Vriendinnen uit Nederland kwamen langs om etalages te kijken. Ze pasten de ideeën die ze hier in Italië opdeden weer toe in Nederland, terwijl anderen zich lieten inspireren door de vele verschillende kledingstukken. Ze kochten koffers vol designerstoffen en maakten de dure kleding thuis na.

Tijdens de reizen die ik tot nu toe in Italië heb begeleid, was er weinig tijd om aandacht te besteden aan dit bijzondere fenomeen. Kleding moest het meestal afleggen tegen kerken en kunst. Maar Italië is ook het land van de mode en van het design! Vele grote ontwerpers zijn Italianen: denk aan Versace, Dolce e Gabbana, Armani… En zelfs de paus heeft een paar Prada-schoenen naast zijn bed staan!

Toen SRC-Cultuurvakanties mij vroeg om mijn droomreis op Italiaanse bodem op papier te zetten, wist ik dan ook gelijk wat me te doen stond: een reis organiseren rondom de hoogtepunten van de Italiaanse mode. Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf!

Tijdens de reis die ik heb mogen samenstellen maak je kennis met de grote Italiaanse namen in de modewereld, maar ook met de minder bekende ontwerpers. We verkennen de modewijken in Milaan, Florence en Rome. Maar we gaan natuurlijk niet alleen maar etalages kijken! Modeontwerpers hebben in de grote steden warenhuizen, cafés en restaurants ingericht.

Salvatore Ferragamo heeft zijn eigen schoenenmuseum in Florence, waar modellen van bekende filmsterren te bewonderen zijn. In Florence vind je ook Palazzo Pitti, waar we de geschiedenis in duiken met een bezoek aan de kostuumafdeling. In de stoffenfabriek die we zullen bezoeken, zie je hoe de stoffen voor deze kostuums tot stand komen en wat er allemaal bij komt kijken voor je zo’n pak kunt aantrekken.

We eindigen de reis in Rome, waar we niet alleen op onderzoek uitgaan naar de plaatsen waar de paus zijn kleding en schoenen koopt en waar Valentino zijn creaties ontwerpt, maar waar we ook gaan rondstruinen op de grootste vlooienmarkt van Rome, Porta Portese. Durf jij ’s avonds al je aanwinsten te showen aan je medereizigers?

Mocht je al staan te popelen om mee op reis te gaan naar de grootste modesteden in Italië: we vertrekken op 8 november 2010 en 10 januari 2011. Tijd genoeg dus om alvast flink te sparen, zodat je straks je garderobe flink uit kunt breiden. In januari zijn we trouwens precies in Italië ten tijde van i saldi, de grote uitverkoop!

Kijk voor het precieze dagprogramma, de kosten en meer informatie op www.src-cultuurvakanties.nl. Hopelijk tot in Milano!

Diane Kuster

preload preload preload