jan 28

Ondanks de romantiek van alle lokale marktjes en heerlijke kleine winkeltjes om me heen waar ik het liefst snuffel en nieuwe ontdekkingen doe, kan het soms zomaar zijn dat ik mezelf terugvind in zo’n overweldigende ipermercato. Een mammoetsupermarkt waar je werkelijk voor alles terecht kunt. Van fietsbanden tot ingemaakte kersen en van flanellen huispakken tot gebloemd briefpapier.

Ik sta wat verdwaasd voor de vele vierkante meters pastasoorten die hier staan uitgestald als ik wat verderop een bekende stem in het Nederlands hoor. Als ik nieuwsgierig om het schap heen loop, zie ik tot mijn grote verrassing inderdaad een bekende staan: Esther Bos. Vorig jaar was ik bij haar en Simona op bezoek in het Toscaanse Il Canto del Maggio (zie Ciao tutti van 26 januari en 27 januari). Esther biedt met haar Beleef Toscane een aantal culinaire voor- en najaarsarrangementen aan met net een tikje méér. Met het gevoel ‘thuis’ te zijn bij de Italianen, met heerlijk koken, eten en vertoeven in een dromerig minidorpje.

Ze begroet me blij verrast en vertelt me dan honderduit over de heerlijkheden van haar afgelopen Beleefherfst: het aanhoudende zonnige weer, óók in november, het proeven van een Vin Santo met de potentie van een luxe cognac, de smaak ontdekken van een risotto met brandnetel, het ultieme recept voor parelhoen met kastanjes, de door het droge zomerseizoen schamel uitgevallen olijfoogst die echter een ongekend rijke olie opleverde en de hartelijke gastvrijheid van Cinzia, de vrouw des huizes van ‘Moraiolo’. Een levendig boerenhuis van drie generaties waar Esthers gasten nu ook een plekje vinden. ‘Daar moet ik je echt nog eens mee naar toe nemen,’ besluit ze, terwijl ze snel nog een pak risottorijst uit het schap grist. ‘Kijk maar even,’ zegt ze, terwijl ze me haar telefoon geeft. ‘Je gelooft je ogen niet als je dit ziet!’

‘Dat pak rijst is overigens voor een nieuw uit te proberen recept,’ legt ze uit. ‘Voor fritelle di riso, rijstbeignets. Al noem ik ze met mijn dochter Jozefbollen, dat klinkt leuker,’ lacht ze. ‘En dat zijn het in feite ook. Tegenwoordig zie je al met Carnaval, maar traditioneel gezien worden ze op 19 maart gegeten, de dag van S. Giuseppe, St. Jozef en tegelijkertijd ook vaderdag in Italië.

Volgens overlevering was Jozef na zijn vlucht naar Egypte genoodzaakt om beignets te verkopen om zijn gezin te onderhouden. De Romeinen gaven hem daarom al de vrolijke bijnaam il frittellaro, de frituurman. Middenin de vastentijd wordt er nu op zijn heiligendag ‘gesmokkeld’ en heeft iedere regio wel zijn eigen gefrituurde gebak. Van de zoete zeppole uit Napels getopt met banketbakkersroom en kersen tot de hartige crespeddi van Sicilië met ricotta en ansjovis. Maar ik hou van de Toscaanse, met rijst en een zweem citroen,’ besluit ze.

‘Er bestaan honderden verschillende recepten van en evenzoveel verschillende meningen over. Mét rozijnen of zonder. Mét gist of zonder. Het originele recept stamt ergens uit de late middeleeuwen, maar ik doe het vandaag met dit recept van Simona.’ Ze krabbelt voor mij (en voor jullie natuurlijk) het recept op een papiertje. Zo kunnen ook wij genieten van een Italiaanse vastentraditie!

Frittelle di S. Giuseppe
(St. Jozefbollen)

250 gram rijst (liefst met een kleine ronde korrel, zoals risottorijst)
600 ml melk
400 ml water
mespuntje zout
3 eidooiers
3 eiwitten
1 borrelglaasje Vin Santo
100 gram suiker
zakje vanillesuiker
wat citroen- en sinaasappelrasp
3 tot 4 eetlepels bloem
olie om te frituren
extra kristalsuiker om te bestrooien

Kook de rijst in het water met de melk, het snufje zout en de citroen- en sinaasappelrasp. Giet de rijst af indien nodig en laat deze afkoelen (dit kun je ook al een dag van tevoren doen).

Voeg dan de eidooiers, Vin Santo en de suiker aan toe. Gebruik zoveel bloem als nodig is om er een stevig mengsel van te maken; het mag niet ‘weglopen’. Laat het mengsel zo’n half uurtje rusten (het originele recept heeft het zelfs over vele uren!).

Klop voor het bakken de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door de rijst. Verhit het frituurvet en schep dan met een lepel balletjes van het rijstmengsel in het vet. Frituur de balletjes goudbruin en laat ze uitlekken op keukenpapier. Rol ze ten slotte door de suiker.

‘Voor de luxe versie kun je het hart nog vullen met wat banketbakkersroom.’ Esther glundert al als ze eraan denkt. En ze maakte het nog even aanlokkelijker door ter plekke Simona van Il Canto del Maggio te bellen voor een heus Toscaans wijnadvies. Haar favorieten: De Aleatico van het wijnhuis Vitereta, een passitowijn (van ingedroogde druiven) die niet al te zoet is. Of een Montepulciano di Vendemmia Tardiva (van late oogst).

Ondertussen zijn we bij de kassa aangekomen en Esther zet alle veelbelovende ingrediënten voor dit lekkers op de band. Ik krijg spontaan zin om de frittelle – en nog meer carnavalslekkers – zelf bij haar te gaan maken en proeven! Jullie ook? Kijk dan eens op Beleef Toscane onder Maschere & Misteri.

Ik zeg Esther gedag met de belofte haar snel op te zoeken op die prachtige plek en slenter terug naar de afdeling pasta om weer vertwijfeld voor de enorme keuze te staan, maltagliati of fusillli bucati? Ik ben er voorlopig nog niet uit!

nov 04

Wie Italië zegt, denkt aan zomerse vakanties in de heuvels van Toscane. Maar je kunt natuurlijk ook in de winter volop van de Italiaanse sfeer genieten! Tijdens een skivakantie bijvoorbeeld, in de prachtige bergachtige regio’s in het noorden. Geen wintersport-liefhebber? Ga dan eens op een romantische winterse citytrip en geniet van de Italiaanse kerstsfeer.

Van de sneeuw tot aan de kerststal neemt de redactie van De Smaak van Italië je in de nieuwe editie, die vanaf vandaag verkrijgbaar is, mee op ontdekkingstocht door winters Italië, met de beste tips en bestemmingen.

Een klein voorproefje van alle winterse feesten, kerstmarkten, winterse uitjes en warme recepten die in dit nummer de revue passeren:

Carnaval in Venetië – een onovertroffen openluchttoneel
Venetianen zeggen vaak dat ze de stad het liefst zouden ontvluchten tijdens het carnaval. Dat ze zich liever verre houden van de drommen bezoekers die voor het feest naar Venetië komen. Desondanks houden ze allemaal wel van ‘hun’ carnaval. Ze vieren het wel, maar onder elkaar, op minder drukke dagen en op plekken waar toeristen doorgaans niet komen. De Smaak van Italië ging mee naar die plekken, om het carnaval van de Venetianen te ontdekken.

Naast deze prachtige reportage bevat De Smaak van Italië een bijzonder verhaal van Donna Leon, over het Casinò van Venetië.

Feest op tafel
Venetianen weten niet alleen de stad, maar ook de dinertafel om te toveren tot een feestelijk decor. Vier de feestdagen dit jaar op Venetiaanse wijze met heerlijke en prachtige gerechten uit de stad van het water, zoals spaghetti con vongole e calamari en risotto di verdure.

Caffè – Italiaanse koffie uit en thuis
Speciaal voor de koude wintermaanden: allerlei leuks en lekkers rondom Italiaanse koffie. Van recepten tot tips voor de beste koffieadresjes, van accessoires tot de koffie zelf – na het lezen van onze koffiepagina’s kijk je heel anders naar je espresso of cappuccino!

Wintersport in Italië
Wie wil skiën of snowboarden in Italië hoeft niet ver af te dalen in de laars: de beste wintersportgebieden bevinden zich, uiteraard, in de noordelijke regio’s Valle d’Aosta, Piemonte, Lombardije, Veneto en Trentino-Alto Adige (Zuid-Tirol). De pistes zijn enorm uitgestrekt en variëren qua moeilijkheidsgraad van zeer uitdagend tot geschikt voor beginners. De keuze aan bestemmingen is zelfs zo overweldigend dat je misschien door de bomen het bos niet meer ziet. De Smaak maakte een kleine selectie van de mooiste skigebieden!

Kerstmis in Italië
De bijzonderste kerstmarkten vind je in Trento, Bolzano, Turijn, Milaan en Napels. In Napels is het sowieso het hele jaar door een komen en gaan van herders en koningen. In de Via San Gregorio Armeno staan zij 365 dagen per jaar uitgestald, in allerlei soorten en maten. De Smaak van Italie wandelt 24 uur lang door Napels, maar geeft ook tips voor de andere kerstmarktbestemmingen.

Merano – kerst in adellijke sferen
Deze bestemming lichten we extra uit, omdat het er zo bijzonder is in deze tijd van het jaar! De één viert kerst het liefst op z’n Oostenrijks. Met houten kerstkraampjes, glühwein en besneeuwde bergen op de achtergrond. De ander rilt alleen al bij de gedachte daaraan. Liever palmbomen dan dennenbomen, ook in december. Er is maar één plek die beide uitersten verenigt… en dat is Merano.

Rondreizen met Giulia – Sicilië per klassieker
Helemaal in het diepe zuiden van de laars wordt het bijna geen winter. Een van de Smaak-redacteuren reisde daarom af naar Sicilië: ‘Het brullende geluid van een motor klinkt over het piazza van een Siciliaans dorp. Een witte Alfa Romeo uit 1977 komt recht voor het terras tot stilstand. Dat hij dubbel geparkeerd staat, hindert blijkbaar niemand. Met een stralende lach stapt Ben Hofman uit zijn auto. Hij zal ons meenemen op een bijzondere rondreis door Sicilië. In een Italiaanse klassieker.’

De novembereditie van De Smaak van Italië ligt vanaf vandaag in de winkel (of op de deurmat bij de abonnees). In de tijd dat jullie al deze winterse artikelen kunnen lezen en de prachtige foto’s van met name het Carnaval in Venetië bekijken, gaan mijn collega’s en ik alweer volop aan de slag met het eerste nummer van 2012, met onder andere een citytrip Pisa, een reis langs het Lago d’Iseo, het mooiste meer van Lombardije, en – als extraatje – een gids met 101 bijzondere overnachtingsmogelijkheden in la bella Italia. Vervelen is er deze winter dus zeker niet bij…

Ook werken bij De Smaak van Italië ?
DSV Media is per 1 december 2011 op zoek naar een stagiair(e) voor magazine De Smaak van Italië en vakblad Italië in Bedrijf. Ben je tweede- of derdejaars student (hbo of universiteit) en zoek je een stageplek voor minimaal vijf maanden? Heb je een passie voor tijdschriften, reisgidsen, websites en andere vormen van media? Ben je creatief en visueel ingesteld of juist organisatorisch sterk, perfectionistisch en een ster met taal? Heb je Italië door je aderen stromen?

Dan ben jij wellicht onze nieuwe stagiair(e)! Stuur ons een korte motivatie en een uitgebreid CV en wie weet mag  jij dan vanaf 1 december meewerken aan het mooiste magazine over Italië. Je kunt je motivatie en CV per e-mail sturen aan Willemijn van Dijk (w.vandijk@dsvmedia.nl), adjunct-hoofdredacteur van De Smaak van Italië.

aug 26

Zo af en toe is het schrijven van een dagelijkse blog een behoorlijke opgave. Niet vanwege het feit dat er weinig inspiratie is (ik kan gelukkig bogen op een onuitputtelijke bron van informatie: Italië zelf, en de Italianen niet te vergeten), maar omdat het Italiaanse dolce vita soms zijn tol eist.

Zo ook een paar weken geleden: na een onvergetelijke proseccoproeverij wachtte mij een lege blogpagina, een gigantische afwas en – dankzij de limoncello na afloop – een vasthoudende hoofdpijn. Met de gevolgen zal ik jullie echter niet lastig vallen, het hoe en waarom is veel leuker om te lezen!

Aangezien ik even in Nederland was, zocht ik een goede gelegenheid om vrienden te laten meegenieten van de Italiaanse zomer. En hoe kan dat nu beter dan met prosecco? Gelukkig vond ik op de website van De Proseccoslijterij het concept van de proseccoparty: je bestelt een doos met vijf verschillende soorten prosecco van topkwaliteit, met daarbij een uitgebreide beschrijving van de verschillende prosecco’s en tips voor een geslaagde proeverij.

Zodra de doos was bezorgd en iedereen had laten weten van de partij te zijn, konden de voorbereidingen beginnen. Want er moet natuurlijk ook lekker gegeten worden… Dankzij fervent blogleester J. was dat geen probleem en genoten we tussen de bijzondere prosecco’s door ook van bijzonder lekkere hapjes. Lees en proef maar mee!

Het proefteam beet het spits af met een Serre Tréser Brut DOCG, die tijdens de International Wine Challenge in Londen hoge ogen gooide door een podiumplek te veroveren tussen de champagnes. Deze prosecco wordt geproduceerd door Azienda Agricola Serre, in de heuvels van Combai, bij Conegliano. De 20 hectare wijngaard die Serre in dit gebied heeft, zorgt ervoor dat ze een uitgebreide reeks spumante prosecco kunnen produceren.

Wij proefden er één van, met wisselende meningen. De meeste proevers vonden hem nogal zuur – en de bubbel was snel verdwenen. Al vonden sommigen dat niet zo erg: ‘Eigenlijk houd ik helemaal niet van bubbels,’ aldus vriendin H. Een van de sterproevers, die blijkbaar vaker van een prosecco heeft genoten, wist de geur van vers fruit nog net iets gedetailleerder weer te geven en herkende groene appel – die er inderdaad ook volgens de proseccomakers in te ruiken is.

Tijd om de smaakpapillen even ongecompliceerd te laten genieten van een lekker hapje. Het proeven van een prosecco blijkt voor sommigen toch wat moeilijker dan gedacht. ‘Eigenlijk is ‘ie gewoon lekker,’ noteerde iemand – en dat is natuurlijk de eerste vereiste. Het is ook wel een officiële taak, het invullen van die proefformulieren, zeker als je weet dat je oordeel ook nog eens digitaal gelezen zal worden door duizenden anderen…

Dat iedereen het proeven echter serieus nam, bewijzen onderstaande foto’s:

Terwijl de bladerdeeghapjes met tomaat en geitenkaas uit het succesrepertoire van J. rondgaan (het recept vind je onderaan dit verhaal), valt de meeste spanning echter van iedereen af. Het tweede proefbeetje wordt dan ook al snel in de glazen geschonken. Nu proeven we een Malibràn Gorio Extra Dry DOCG.

Malibràn werkt in harmonie met de natuur in de heuvels van Susegana, niet ver van Conegliano. Malibràn is een klein familiebedrijf waar de druiven nog door de vader worden verzorgd en met de hand worden geplukt. Deze toewijding aan de prosecco proef je ook terug – volgens het proefpanel althans. Deze prosecco gooide namelijk hoge ogen – de fles ging dan ook nogmaals rond. Zogenaamd om beter te kunnen proeven, maar aan de uitdrukking van de meeste proevers te zien toch vooral om nog even te genieten van een extra beetje van deze bloemige prosecco.

Want – dat moet gezegd worden – dankzij dit tweede rondje was bijna iedereen in staat het bloemige bouquet met hinten van rijpe appel en perzik te ruiken. Alhoewel de bubbel voor sommigen iets te heftig is, zijn de meeste proevers wel blij met wat meer perlage. Oplettende proever J. (nee, niet die van de hapjes) maakte daarbij wel nog op dat de bubbels al snel niet meer te zien maar gelukkig wel goed te proeven zijn.

Hoewel proefster H. meent dat je dit toch niet te lang moet doen, dat ruiken en proeven, gaan we over naar de derde fles, een Serre Rosa Spumante Extra Dry. Een rosé prosecco dus. Terecht maakt iemand op dat dit gezien de kleur toch eigenlijk geen prosecco kan zijn. Dat klopt; deze spumante is gemaakt van pinot nero en raboso-druiven. Hoewel ‘rosé prosecco’ dus erg populair is op het moment, is dit strikt genomen een verkeerde (en zelfs illegale) benaming.

Daar laten we ons echter niet door van de wijs brengen; voor de afwisseling in het proeven is dit namelijk een geslaagde kandidaat. De opmerkingen over welk fruit te ruiken en proeven valt, vliegen over tafel. Dat het rood fruit is, mag duidelijk zijn, maar ja, dan zijn er nog veel soorten mogelijk.

Een derde proefster J. vindt dat het naar Kriek smaakt, waarop haar partner L. verzucht: ‘Maar het smaakt helemaal niet naar kersen!’ M. mengt zich in de discussie en oppert dat het wellicht cassis is. L. maakt het niet zoveel uit; het is hem sowieso ‘te zoet, veel te zoet’. Ondertussen zijn anderen eruit: deze ruikt niet naar kersen of zwarte bessen, maar naar aardbeien en frambozen. Juist – als beloning dus nog een extra beetje roze prosecco die geen prosecco mag heten!

Proever T., die de hele avond alle flessen ontkurkt en de proefbodempjes inschenkt, vindt deze rosé prosecco maar niks. ‘Geef mij maar wit,’ zegt hij, terwijl hij al naar de volgende fles lonkt – de mooiste van de hele doos, qua uiterlijk dan. Maar eerst komen de polpettine of gehaktballetjes die J. maakte op tafel (het recept vind je wederom onderaan dit verhaal). Die gooien hoge ogen – en voor het eerst vanavond is iedereen het meer dan eens over de smaak van hetgeen genuttigd wordt.

Op naar de volgende fles dus, zoals ik al schreef de mooiste van de hele avond. Om de hals zit namelijk een handgestrikte leren veter, die de fles direct bijzonder maakt. Zeker als cadeau zeer geschikt dus. Vanavond gaat het echter niet om het uiterlijk van de fles maar om de smaak van wat erin zit.

Iedereen herkent de hand van het familiebedrijf Serre Spumanti, waar ook de eerste prosecco vandaan kwam. Deze prosecco, met de naam Serre Valgrès Gran Cuvée, is in tegenstelling tot de eerste die we proefden gemaakt van de beste druiven, die worden geselecteerd uit de ‘Valgrès’ delen van de Combaiheuvels. Valgrès is een benaming voor de delen de wijngaard met de meest gunstige ligging.

Dat proeven de meesten wel; de prosecco gooit hogere ogen dan de voorganger eerder op de avond (en dat wijten we maar niet aan het feit dat dit het vierde glas is dat geproefd dient te worden). Vooral de bubbel, een ‘beschaafde bubbel, lekker vasthoudend’, wordt gewaardeerd. De geur van appel, peer en jasmijn wordt meestal wel geroken, al ontstaat er enige discussie als iemand ananas denkt te ruiken. Het wordt meteen afgestraft door een van de andere proevers – die toch echt peer proeft en niets anders. Dat klopt, al is er volgens de proseccomaker ook nog een hint rozijnen waar te nemen. Al met al een succes, deze fles, zowel uiterlijk als qua inhoud.

Dan volgt de laatste fles, die ervoor zorgt dat de avond in harmonie wordt afgesloten. Of zoals proefster S. het zo mooi verwoordt: ‘We worden het eens naarmate de flessen duurder worden.’ Inderdaad hadden mijn gasten een dure smaak, want deze laatste prosecco is een prijzige. Er worden elk jaar namelijk slechts 3000 flessen van gemaakt – en deze wetenschap maakt de prosecco misschien nog lekkerder dan hij al is.

Deze laatste prosecco is, net als nummer 2, afkomstig uit het huis van Malibràn. Maar deze Malibràn Millesimato Dry DOCG is gemaakt van slechts een klein deel van de druiven van het landgoed. Alleen de allerbeste mogen worden gebruikt voor deze droge prosecco. Veel proevers noteerden naast hun bevindingen ook complimenten als ‘Lekker!’, ‘Smaak verdwijnt niet’ ‘Smaakvol’ en ‘Pefect!’ op hun proefformulieren.

Een mooie afsluiting van de proeverij, want iedereen wil wel een tweede beetje om een laatste keer te kunnen proeven en ongecompliceerd te kunnen genieten van de smaak van deze laatste prosecco. Ondertussen vermaakt proefster J. iedereen met een trucje dat je met het ijzer rondom de proseccokurk kunt uithalen – en dat ook zonder eerst prosecco te hebben geproefd voor een bijzondere waarneming zorgt, probeer maar – de foto’s spreken voor zich:

Terwijl we genieten van de laatste hapjes en van prosecco overstappen op limoncello, verzucht proefster M.: ‘Eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n proseccodrinker, ik vind het vaak wat zuur. Maar deze waren allemaal behoorlijk lekker!’ Het was dus inderdaad gelukt om de Italiaanse zomer even naar een Amsterdamse zolderverdieping te halen. Daar hebben we nog vele malen op getoost die avond!

Ook een proseccoproeverij organiseren?
Wil je ook de Italiaanse zomer in huis halen en een avond gezellig prosecco’s drinken met je vrienden? Organiseer dan eens een proseccoparty! Het werkt als volgt: je bestelt de speciale proseccopartybox van De Proseccoslijterij – de proseccospecialist van Nederland. De partybox bevat alles om een complete proeverij te organiseren: vijf exclusieve prosecco’s van topkwaliteit, een pak proefcrackers, uitgebreide beschrijvingen van de verschillende prosecco’s en tips voor een geslaagde proeverij.

Klik hier voor meer informatie over deze proeverij of om een proefdoos te bestellen! Uiteraard kun je via deze link ook gewoon je favoriete fles prosecco bestellen.

Recepten
Tussen de prosecco’s door genoten we onder andere van onderstaande recepten:

Voor acht bladerdeeggebakjes met geitenkaas en tomaat laat je 4 plakjes bladerdeeg ontdooien. Snijd de plakjes doormidden en besmeer ze royaal met de inhoud van een kuipje smeerbare geitenkaas. Besprenkel met een paar druppeltjes vloeibare honing en leg op elk plakje bladerdeeg een plakje ontbijt- of katenspek. Leg op elk bladerdeeggebakje twee ontvelde tomaatjes en bestrooi met een beetje tijm. Bak de hapjes in circa 15 tot 20 minuten gaar in een voorverwarmde oven (210 °C). Zowel warm als koud erg lekker!

Voor een schaal polpettine (gehaktballetjes) meng je 500 gram half om half gehakt, 4 eetlepels broodkruim of 2 beschuiten, 1 grote rijpe tomaat (ontveld), 5 eetlepels versgeraspte Parmezaanse kaas, een heel fijn gesnipperd sjalotje, 2 eetlepels rozijnen en 2 eetlepels geroosterde pijnboompitten door elkaar. Draai er balletjes van ter grootte van een tafeltennisbal en laat deze een half uur rusten in de koelkast. Bak ze in een ruime hoeveelheid boter of olijfolie en serveer ze koud of warm.

jun 23

Italië kent ontelbaar veel tradities, die door jong en oud in ere worden gehouden. Zo kent Florence het calcio storico, oftewel historisch voetbal, dat eigenlijk meer weg heeft van een partijtje rugby. Het brute spel werd voor het eerst gespeeld in 1530, toen de Florentijnen de slag om hun eigen stad hadden verloren. Toen de vijand de stad in trok om het bestuur over te nemen, speelden de Florentijnse mannen een potje voetbal, alsof er niets aan de hand was. Een ultiem statement van minachting voor de overwinnaars!

© Maurizio Rufino / Sullivan’s List

In het boek Sullivan’s List, dat onlangs is verschenen, wordt uitgebreid stilgestaan bij de traditie van het calcio storico:

‘De Italiaanse macho’s van Florence hebben geen vrouwen nodig om hun mannelijkheid te bewijzen. Zij beuken elkaar jaarlijks aan gort tijdens een potje oervoetbal dat meer lijkt op rugby zonder regels. Calcio storico, zoals deze nobele sport heet, wordt gespeeld op een door zand bedekt plein met lage, verende wanden à la ijshockey. Zevenentwintig mannen in chique pakken tegenover zevenentwintig andere mannen in chique pakken – zij het in een ander kleurtje. De teams krijgen vijftig minuten de tijd om de bal zo vaak mogelijk over een rand te krijgen, en daarbij is alles geoorloofd.

Er is wel een scheidsrechter, maar die fluit alleen voor een directe trap in de rug. En hij wappert met zijn plumeau van struisvogelveren in het verhitte gelaat van de speler die door het lint dreigt te gaan. Want een lichte beteugeling van emoties wordt wel van de spelers verwacht.’ Als je onderstaande foto’s ziet, zou je dat echter niet zeggen…

© Alessandro Morandi / Sullivan’s List

© Maurizio Rufino / Sullivan’s List

‘Speelt het geduw en getrek zich bij rugby vooral rond de bal af, bij calcio storico ontstaan de vechtpartijen en worstelingen overal op het veld. Je kan je tegenstander ten slotte maar beter uitgeschakeld hebben voordat de bal überhaupt in de buurt is. En er mag niet gewisseld worden, dus wie iemand bewusteloos worstelt of een dubbele beenbreuk trapt, is goed bezig.

Mannen met een aantoonbaar crimineel verleden worden overigens niet toegelaten tot een van de vier strijdende teams. Niet per se voor de veiligheid in het veld, maar vooral ook uit angst voor schermutselingen tijdens de derde helft.

Voor de toeschouwers is de calcio storico een vermakelijk en chaotisch spektakel. Omdat de teams allemaal een eigen wijk vertegenwoordigen, raken ook de toekijkende Florentijnen nogal verhit. De dames extra, want hoe langer het spel duurt, hoe meer kleding van de lijven gescheurd wordt.’

© Alessandro Morandi / Sullivan’s List

© Tommaso Baldovino / Sullivan’s List

De finale van het calcio storico is op 24 juni, de feestdag waarop de patroonheilige van de stad, Johannes de Doper extra vereerd wordt. De halve finales zijn op de twee zondagen voorafgaand aan 24 juni. Kaarten zijn verkrijgbaar in Florence zelf, bij de VVV-kantoren en een aantal hotels. Helaas is er nog geen online bestelsysteem.

Sullivan’s List
Sullivan’s List is geïnspireerd op het leven van de Amerikaanse ‘park ranger’ Roy C. Sullivan (1912 – 1983) die in totaal zeven keer getroffen werd door de bliksem. Iedere keer overleefde hij het en iedere keer nam hij zich voor een lijst te maken met alles wat hij nog wilde zien en meemaken. Deze lijst heeft hij echter nooit gemaakt. Bijna twintig jaar na zijn dood verschijnt Sullivan’s List – voor een ieder die de bliksem niet wil afwachten, maar nú de wereld wil ontdekken.

Sullivan’s List had twintig jaar geleden, toen er nog geen internet was, niet gemaakt kunnen worden. Meer dan 350 avonturiers van alle continenten hebben hun foto’s, inside tips en ervaringen via reisblogs en websites als Flickr gedeeld met Sullivan’s List. Dit heeft geresulteerd in een boek waarin elk evenement twee volle pagina’s krijgt, met de meest waanzinnige foto’s en de beste inside info.

Tegelijk met het boek verschijnt een iPad-app. Ook is er een website www.SullivansList.com, waar iedereen zijn eigen Sullivan’s List kan samenstellen, achtergrondinformatie kan lezen, tips kan geven en vragen kan stellen.

Sullivan’s List – de 100 meest bizarre tradities ter wereld
ISBN 9780956805904
€ 14,95
uitgeverij Lightning Publishing Ltd

apr 24

In februari schreef ik al over de bundel Vroeg of laat komt het goed, met een verzameling reisverhalen van Otto Holzhaus die in mei gaat verschijnen. Hoewel we nog een paar weken geduld moeten hebben voor de bundel daadwerkelijk te koop is, wilden Otto Holzhaus en ik jullie – met het urbi et orbi van de paus in het verschiet – het verhaal van vandaag niet langer onthouden. Het is hilarisch in al zijn eenvoud, en zeker de ontknoping zal op deze Eerste Paasdag menige schaterlach veroorzaken. Meer verklap ik niet, lees zelf maar!

‘De internationale trein naar Italië glijdt bij de Zwitserse grens de nacht in. We zijn op weg naar Florence, waar we de paasdagen willen doorbrengen. In Milaan missen we de aansluiting. We stappen op de eerste de beste trein die ook naar Florence gaat. Dat mag niet zomaar. Bij de kaartjescontrole komt het ons duur te staan.

De oude binnenstad van Florence stroomt in de stralende lentezon vol met toeristen. Bij de Santa Maria del Fiore loopt een groep Japanners achter een vlaggetje aan. Op de Ponte Vecchio, de beroemde brug met de goudwinkeltjes, staan landgenoten met ‘middeleeuwse’ mutsen op. Ze scanderen ‘Hallekiederstjie’, hun Italiaanse versie van ‘Hallekidee’.

We besluiten vandaag de cultuur de cultuur te laten. De fresco’s van Masaccio en Giotto komen morgen aan de beurt. Mede dankzij een gratis wijnproeverij waarin we verzeild zijn geraakt, verkeren we in een opperbeste stemming. We beginnen trek te krijgen en kijken uit naar een restaurantje waar je lekker en vooral ook goedkoop kunt eten, want we willen die boete van de trein terugverdienen.

In een achterafstraatje ontdekken we een intieme trattoria. Het eethuisje wordt gerund door een struise signora, een blondine zoals je wel meer ziet in Toscane. Ze begroet ons in het Engels en vraagt waar we vandaan komen. Gerarda antwoordt in haar beste Italiaans dat ze daarnaar mag raden. De uitbaatster maakt er een spelletje van.

Ze neemt de bestelling op in het Frans, schenkt de wijn in met een Spaanse toelichting en wenst ons ‘Guten Appetit’ als ze het voorgerecht op tafel zet. Ik hef het glas en wens haar ‘Buona Pasqua!’. ‘Di espressione italiana,’ voeg ik er nadrukkelijk aan toe. Dat heeft ze meer gehoord.

‘Che cosa si dice di espressione Greca?’ lacht ze – hoe zeg je dat in het Grieks? Ze zou zelf Grieks kunnen zijn. Ze heeft wel wat weg van de jonge Melina Mercouri. ‘Cristós anésti!’ antwoord ik zonder aarzelen. Ik weet precies wat ik zeggen moet. Ik heb goed naar de vorige paus geluisterd. Ik ken zijn paaswensen op mijn duimpje. Jaar in jaar uit zat ik gefascineerd voor de tv als hij vanaf het Sint-Pietersplein zijn Urbi et Orbi uitsprak – de zegen voor de stad Rome en de wereld – met als vaste prik: ‘Di espressione Olandese, gezeggende Paasfee, bedank voor die bloeme.’

In de loop der jaren nestelde zich de ene na de andere buitenlandse paaswens in mijn geheugen. Onze gastvrouw kan mijn nagespeelde Vaticaanse balkonscène wel waarderen. Ze daagt me uit.

‘Di espressione Portoghese?’
‘Muito boas Festas!’ repliceer ik.
‘Di espressione Polacca?’
‘Wesolégo Alleluja!’

Ik krijg een open doekje van de gasten van het eethuis. Iedereen wil een duit in het zakje doen. ‘Di espressione Russa?’ ‘Kristós vosskrièsse!’ Arabisch? Ik weet het. Hongaars? Geen punt. Vietnamees? Kleine moeite.

Nu gelooft zelfs Gerarda het niet meer. De wensen van de Heilige Vader voor China en Japan heb ik als uitsmijter bewaard. ‘Fu Hua Ju Que!’ roep ik met wijd uitgespreide armen, gevolgd door: ‘Cristo no ayomigaeri, omedetoh gozaimasu!’ Het applaus davert over de tafels.

Maar met de bewondering van onze gastvrouw is het gedaan als ik even later met mijn vinger de rekening naloop. ‘Amai, ge zijt Ollanders, nondedju!’ zegt ze uit de grond van haar hart.’

Otto Holzhaus en zijn vrouw Gerarda hebben zich jarenlang met grenzeloze nieuwsgierigheid in ongewisse avonturen gestort, in Kameroen en Laos, in Venezuela en Vietnam en overal daartussen. Hun niet zelden bizarre belevenissen stonden geregeld op de Achterpagina van NRC Handelsblad – het nationale erepodium voor kortestukjesschrijvers. Nu zijn deze stukjes (samen met een aantal nieuwe reisverhalen) voor het eerst verzameld, met als resultaat een boek dat je op het puntje van je stoel laat zitten – zowel van spanning als van spontaan opkomende reislust. Deze reisavonturen kun je vanaf 15 mei lezen in

Vroeg of laat komt het goed
Otto Holzhaus
ISBN 9789064105111
€ 10,00
uitgeverij Hollandia

feb 28

Aangezien ik op Carnavalsmaandag ben geboren en in de loop der tijd regelmatig mijn verjaardag vierde met maskers, kostuums schmink en een enorme schaal nonnevotten (gebak dat lijkt op een beignet, maar dan in de vorm van een strik), heb ik afgelopen dagen mijn hart op kunnen halen aan heerlijk verse fritelle, zoete beignets die onlosmakelijk zijn verbonden met het Venetiaanse carnaval.

Volgens Giorgio Locatelli werden deze fritelle ook vroeger al volop gegeten in aanloop naar en tijdens het carnavalsfeest. Aangezien veel mensen nog geen oven hadden, was dit ook een heel praktische lekkernij: fritelle zijn immers ook gemakkelijk te maken in kraampjes op drukbezochte pleinen of langs de kant van de weg.

Tessa Kiros, die vorige week ook al het recept van de gehaktballetjes prijsgaf, liet me echter kennismaken met de voor mij tot nog toe onbekende focaccia veneziana: ‘Dit heeft weinig te maken met de broodsoort focaccia, het is meer een kruising tussen een brioche en pandoro. Ik kreeg er ooit een in pasticceria Puppa in de wijk Cannareggio en was meteen verkocht. Gelukkig vond ik een recept in het kookboek van mijn schoonzus getiteld A Tola co I Nostri Veci, geschreven door Mariu Salvatore de Zuliani. Godzijdank beheerste een vriendin het Venetiaanse dialect en kon zij de voor mij onbegrijpelijke aanwijzingen vertalen.’

Ingrediënten
(voor 1 grote focaccia)

20 gram verse gist (of 3 theelepels gedroogde gist)
250 ml warme melk
125 gram suiker
100 gram ongezouten boter, gesmolten en afgekoeld
3 eierdooiers
400 gram cakemeel
een snufje zout
fijn geraspte schil van een kleine citroen

Voor de bovenlaag:
80 gram suiker
2 flinke eetlepels grofkorrelige suiker

Los de gist op in de melk en klop die met een garde. Voeg suiker, boter, eierdooiers, cakemeel en zout toe en meng alles met je handen of een garde tot een zachte brij. Dek af met plastic folie, leg hier een theedoek overheen en laat het deeg 12 uur op een tamelijk warme plek staan, tot het goed gerezen is. Verwijder de theedoek en de folie, meng alles weer goed met je handen (ook al is het erg zacht) en kneed de geraspte citroenschil erdoor.

Vet een bakblik van 2,25 liter in. Schep het deeg gelijkmatig in de vorm – het lijkt of er nog een hoop ruimte over is maar het deeg gaat nog flink rijzen. Dek weer af met plastic folie en een theedoek, en laat het deeg een paar uur op een warme plek staan.

Verwarm de oven voor op 180 °C (gasstand 4). Verwijder de theedoek en de folie en bak de focaccia 40 minuten, tot de bovenkant goudgeel is. Doe er de laatste 15 minuten aluminiumfolie over, als de focaccia te bruin mocht worden.

Maak ten slotte de stroperige bovenlaag. Doe de suiker met 3 eetlepels water in een kleine pan. Roer net zolang tot de suiker is opgelost en laat het daarna zonder te roeren 5 tot 8 minuten zachtjes koken, tot de vloeistof een beetje dik is. Laat even afkoelen en smeer het over de afgekoelde focaccia. Bestrooi deze Venetiaanse focaccia met de grofkorrelige suiker.

Getagd met:
feb 27

Op de eerste zondag van het Venetiaanse carnaval, vandaag dus, vindt precies om 12.00 uur ’s middags de traditionele Volo dell’Angelo (Vlucht van de Engel) plaats. Een sprookjesachtige, doch halsbrekende toer die de harten van de toeschouwers sneller doet kloppen…

Heel vroeger klopten die harten nog heel wat sneller, want oorspronkelijk liep een koorddanser hoog boven het Piazza San Marco naar het balkon van het Palazzo Ducale. Na ruim 250 jaar knikkende knieën bij het verwachtingsvolle publiek ging het echter een keer mis. Na dit tragische ongeluk werd de koorddanser vervangen door een houten duif, die tijdens zijn vlucht over het Piazza San Marco confetti over de bezoekers uitstrooide.

De inwoners van Venetië wilden in 2001 toch weer hun engel terug, en zo geschiedde. Voor de tiende keer kan men vandaag genieten van de vernieuwde engelenvlucht. De engel wandelt echter niet meer op een over het plein gespannen touw, maar vliegt vanaf de 92 meter hoge campanile naar beneden. Een waar spektakel, zeker ook omdat de engel vaak een bekende Italiaanse schone is die mee komt feesten tijdens het carnaval.

Voor wie er straks niet bij kan zijn, alvast een paar foto’s van vorig jaar, aangezien plaatjes in dit geval veel meer kunnen zeggen dan duizend woorden:

 

feb 26

Vandaag is het dan zover: het wereldberoemde Carnaval van Venetië gaat weer van start! Tot en met 8 maart genieten inwoners, toeristen en bezoekers van mooi uitgedoste mensen, gekostumeerde bals, feestelijke muziek en bijzonder carnavalslekkers. Het startschot voor alle carnavaleske activiteiten wordt straks op het Piazzetta San Marco gegeven, met een massaal ‘Salute!’ op de klanken van de Italiaanse opera Brindiam.

Ik ben erg benieuwd naar de kostuums die er dan te zien zullen zijn. Aangezien ik op Carnavalsmaandag ben geboren en er dus heel wat carnavalsbloed door mijn aderen stroomt, kan ik me de opwinding van ‘de grote optocht’ nog levendig herinneren. Weken bezig zijn met wat je aan wilt trekken, met het passen van de kostuums, het last minute verstellen van de laatste boorden, lintjes en pompons… Qua thema zit het dit jaar wel goed: met ‘De negentiende eeuw – van Senso tot Sissi, de stad van de vrouwen’ kunnen de kostuums niets anders zijn dan een prachtige ode aan alle vrouwen van Venetië, van vroeger en nu, van jong tot oud!

Hoewel het lijkt alsof het Venetiaanse carnaval altijd al gevierd werd, is dit toch niet helemaal waar. Wat wel buiten kijf staat, is dat het carnaval in Venetië een eeuwenoude traditie is. Er wordt zelfs gezegd dat er al in 1094 jaarlijks een soort carnavalsfeest werd gevierd. Volgens de barista van het barretje waar ik ’s ochtends mijn koffie drink werd het carnaval tijdens de Venetiaanse Republiek een officieel feest, dat ook toen al meerdere dagen duurde. Gedurende een korte periode per jaar mochten de inwoners van La Serenissima de rust en de stilte doorbreken om zich helemaal uit te kunnen leven, waarna ze vervolgens de rest van het jaar weer netjes in het gareel moesten lopen.

De oudste vermelding van het gebruik van maskers in Venetië is teruggevonden in een document dat gedateerd is op 2 mei 1268. Eind achttiende eeuw werd het dragen van maskers echter van hogerhand – men zegt door toedoen van Napoleon – stopgezet. Men moest voortaan herkenbaar over straat. Ook het carnavalsfeest werd aan banden gelegd, hetgeen eigenlijk wel een logisch gevolg was van het maskerverbod. De maskers en kostuums maakten de mensen immers onherkenbaar, waardoor het onderscheid tussen arm en rijk of tussen rivaliserende families werd opgeheven. Zo kon iedereen zich helemaal uitleven en genieten van alle feestelijkheden die in de stad plaatsvonden.

Pas in 1959 herleefde de traditie weer en haalden de Venetianen de maskers van hun voorouders uit de kast. Nu is het carnaval niet meer weg te denken uit de Venetiaanse steegjes; sterker nog: het is tegenwoordig een van de grootste evenementen van de stad. Het Venetiaanse carnaval kent wel heel andere tradities dan het carnaval zoals wij dat kennen. Op de traditionele bals die vooral in het eerste carnavalsweekend worden georganiseerd kun je bijvoorbeeld echt niet in boerenkiel of lieveheersbeestjesoutfit komen opdagen, de dresscode is dan altijd, maar zeker met het thema van dit jaar, historische kledij. En een masker is uiteraard verplicht!

Een van de mooiste tradities, althans voor mij, is de optocht van de Maria’s, die elk jaar aan het begin van de eerste zaterdagmiddag van het carnaval vanaf San Pietro in Castello vertrekt. Aan het hoofd van de stoet schrijdt een gevleugelde leeuw voort, als symbool van Venetië. De leeuw wordt gevolgd door twaalf Maria’s, verbeeld door twaalf mooie Venetiaanse meisjes die herinneren aan de twaalf jonge vrouwen die de Doge tijdens de Venetiaanse Republiek elk jaar ontving om ze te overladen met huwelijksgeschenken. De Maria’s gaan aan kop van een enorm lange stoet, die bestaat uit meer dan vijfhonderd figuranten – die vaak van heinde en verre komen om mee te mogen lopen. Rond 16.00 uur bereikt de stoet het Piazza San Marco, waarna het carnaval echt kan losbarsten.

Een andere traditie die me kippenvel bezorgt, is de Volo dell’Angelo, maar daarover morgen meer. A domani – stasera festeggiamo!

Getagd met:
feb 03

Vandaag eten de Italianen hun laatste stukje panettone, dat ze – als het goed is – met Kerstmis expres apart hebben gezet. Het is namelijk al jaar en dag traditie dat op 3 februari, de feestdag van San Biagio, de heilige Blasius, die moet beschermen tegen keelpijn, de laatste restjes panettone worden weggespoeld met een flinke slok wijn. Samen met de zogenaamde Blasius-zegen die de Italiaanse pastoors vandaag uitdelen, en wellicht met het in aantocht zijnde voorjaar, zijn de Italianen dan van al hun verkoudheden en keelklachten af.

Of deze heilige expres zo vlak voor Valentijnsdag vereerd wordt, zodat er tegen die tijd volop gezoend kan worden zonder bang te hoeven zijn voor virussen, durf ik niet te beweren, maar kwaad kan het zeker niet. Met deze feestdag in aantocht is er hier in Nederland een andere remedie tegen winterkwalen en –depressies: de nieuwe Italiaanse film Baciami ancora (‘Kus me nog een keer’).

De cast die eerder figureerde in L’Ultimo Baccio (‘De laatste kus’) wordt na tien jaar weer herenigd. Nu ze allemaal rond de veertig zijn, is de tijd van de onrealistische dromen en wilde nachten voorbij. Carlo en zijn vrienden Paolo, Adriano, Alberto en Marco bevinden zich ieder op verschillende keerpunten in het leven. De passie in hun liefdeslevens is voorbij, de voldoening in hun werk verdwenen en ze worstelen allemaal met dezelfde vraag: is dit het nu?

Ondanks deze twijfels blijft de vriendengroep hecht en steunen ze elkaar waar mogelijk. Tot het noodlot toeslaat… Is hun vriendschap sterker dan hun schuldgevoel en verdriet?

De titelsong, van Jovanotti, is bijna een film op zich. En alvast een mooi gedicht voor Valentijn!

‘Un bellissimo spreco di tempo
un’impresa impossibile
l’invenzione di un sogno
una vita in un giorno
una tenda al di là della duna.

Un pianeta in un sasso,
l’infinito in un passo
un riflesso di un sole
sull’onda di un fiume.
Son tornate le lucciole a Roma
nei parchi del centro
l’estate profuma.

Una mamma, un amante,
una figlia, un impegno,
una volta una nuvola scura.
Un magnete sul frigo,
un quaderno di appunti
una casa, un aereo che vola.

Baciami ancora…
Baciami ancora…

Tutto il resto è un rumore lontano
una stella che esplode
ai confini del cielo.

Baciami ancora…
Baciami ancora…

Voglio stare con te
inseguire con te
tutte le onde del nostro destino.

Una bimba che danza,
un cielo, una stanza
una strada, un lavoro, una scuola
un pensiero che sfugge
una luce che sfiora
una fiamma
che incendia l’aurora.

Un errore perfetto,
un diamante, un difetto
uno strappo che non si ricuce.

Un respiro profondo
per non impazzire
una semplice storia d’amore.

Un pirata, un soldato,
un dio da tradire
e l’occasione
che non hai mai incontrato.

La tua vera natura,
la giustizia del mondo
che punisce chi ha le ali
e non vola.

Baciami ancora…
Baciami ancora…

Tutto il resto è un rumore lontano
una stella che esplode
ai confini del cielo.

Baciami ancora…
Baciami ancora…

Voglio stare con te
invecchiare con te
stare soli io e te sulla luna.

Coincidenze, destino,
un gigante, un bambino
che gioca con l’arco e le frecce
che colpisce e poi scappa
un tesoro, una mappa,
l’amore che detta ogni legge
per provare a vedere
che c’è laggiù in fondo
dove sembra impossibile
stare da soli
a guardarsi negli occhi
a riempire gli specchi
con i nostri riflessi migliori.

Baciami ancora…
Baciami ancora…

Voglio stare con te
inseguire con te
tutte le onde del nostro destino.

Baciami ancora…’

Voor degenen die geen of nauwelijks Italiaans spreken uiteraard ook de vertaling:

‘Een prachtige verspilling van tijd
een onmogelijke onderneming
de uitvinding van een droom
een leven in een dag
een tent achter de duinen.

Een planeet in een steen,
de oneindigheid in een stap
de weerkaatsing van de zon
op de golf van een rivier.
De vuurvliegjes zijn weer terug in Rome,
in de parken van het centrum
geurt de zomer.

Een mamma, een minnares,
een dochter, een verplichting,
af en toe een donkere wolk.
Een magneet op de koelkast,
een schrift met aantekeningen
een huis, een vliegtuig dat vliegt.

Kus me nog een keer…
Kus me nog een keer…

Al het andere is als een geluid ver weg
een ster die explodeert
aan het einde van de hemel.

Kus me nog een keer…
Kus me nog een keer…

Ik wil bij jou zijn
en samen met jou al de golven
van ons lot najagen.

Een klein meisje dat danst,
een hemel, een kamer
een straat, een baan, een school
een gedachte die je ontglipt
licht dat je terloops aanraakt
een vlam die
de ochtendschemering aansteekt.

Een perfecte fout,
een diamant, een gebrek
een scheur die niet meer te naaien is.

Een diepe zucht
om totale waanzin te voorkomen
een eenvoudig liefdesverhaal.

Een piraat, een soldaat,
een god om te verraden
en de gelegenheid
die je nooit hebt gehad.

Jouw ware karakter,
de gerechtigheid in de wereld
die straft wie vleugels heeft
maar niet vliegt.

Kus me nog een keer…
Kus me nog een keer…

Al het andere is als een geluid ver weg
een ster die explodeert
aan het einde van de hemel.

Kus me nog een keer…
Kus me nog een keer …

Ik wil bij jou zijn
samen met jou oud worden
alleen met jou samen zijn op de maan.

Toevalligheden, het lot,
een reus, een jongetje
dat speelt met pijl en boog
dat raak schiet en dan weg rent
een schat, een landkaart,
de liefde die altijd zijn wil oplegt
in een poging te zien
wat diep daaronder zit
daar waar het onmogelijk lijkt
om alleen te zijn
om elkaar in de ogen te kijken
om spiegels te vullen
met onze beste weerspiegelingen.

Kus me nog een keer…
Kus me nog een keer…

Ik wil bij jou zijn
en samen met jou al de golven
van ons lot najagen.

Kus me nog een keer…’

jan 27

Gisteren vertelde ik al over de hartelijke familie Quirini, die met liefde en passie Il Canto del Maggio bestiert. Esther nodigt je met haar initiatief Beleef Toscane uit om hun gastvrijheid aan den lijve te komen ondervinden en neemt je met een aantal bijzondere programma’s mee naar het originele Toscane. Een greep uit haar aanbod voor de komende maanden:

Valentijnsdag
In februari bedekt ze je met de mantel der liefde. Want er is geen mooiere  bestemming voor Valentijnsdag dan het land waar alles een ode aan l’amore, de liefde, lijkt te zijn. De Italiaanse taal en de romantische muziek zijn tot ver buiten de Italiaanse grenzen een begrip. Maar Esther laat je ook de liefde voor kleine Italiaanse dingen beleven. Zo ziet kok Mauro elk ongekunsteld en eerlijk gerecht dat hij maakt als een gedichtje. En wat is er heerlijker dan een ontbijtje op bed, waarbij het geheim vooral schuilt in een perfecte, zelfgecomponeerde, cappuccino? Begint je hart al sneller te kloppen? Proef dan rond Valentijnsdag van de taal en vivi l’amore in het Beleef Toscane arrangement Amore e Cioccolato (dat heus niet alleen voor tortelduifjes is!).

        

Carnaval
Iets later in februari wijdt Esther je in in de magie van het carnevale barocco. Terwijl de grote massa richting de immense praalwagens van Viareggio trekt of een glimp van het dagenlange festijn in Venetië probeert op te vangen, gaat zij de andere kant op: ‘Langs de oude Romeinse weg SettePonti staat een middeleeuws kasteel, het kasteel van de Zonen van Graaf Bocco. Bijna duizend jaar geleden sprak men al bewonderend over de uitbundige feesten die daar gegeven werden, vlak voor het ingaan van de vastentijd.’

Zo werd de traditie van het carnaval geboren en eeuwen later is de magie nog altijd voelbaar! Wandel met Esther door de poorten van de stad van graaf Bocco, waar in de eeuwenoude straatjes mysterieuze gedaantes ronddwalen. Met schitterende namen als De Kristallen van Atlantis en De Parel van Siam is dit unieke carnavalsfeest een lust voor het oog en het oor!

        

Maar ook voor de tong en de geest. Want de heerlijke rust van het voorjaar zorgt dat je optimaal geniet van je verblijf in ‘Il Canto’. Je kookt, snoept en ontdekt allerlei lekkers. Een feest voor alle zintuigen dus! Krijg je ook al zin je te laten betoveren en het goede Italiaanse leven te vieren rondom carnaval? Kijk voor het programma op Maschere e Misteri.

Lente
En dan gaat de lente echt van start. Het Toscaanse land wordt weer wakker. In de eerste zonnestralen slaat ‘Il Canto’ haar deuren open en nodigt iedereen uit voor een lofzang op de lente. Knappend vers brood uit de houtoven, een voorzichtige teen in het zwembad… Verrassende jams maken van het eerste fruit, flaneren over de markt – in Italië niets anders dan het theater van het leven. Live Italiaanse les krijgen tussen de kraampjes en achter het fornuis, met zwier leren afdingen, cuocere, friggere, saltare e scolare! Na deze reis hebben Italiaanse recepten geen geheimen meer voor je… Wil je je laten verleiden tot een Toscaanse belevenis in mei, bekijk dan het programma  Frutta e Flirt.

   

En mocht je bij tussen deze arrangementen toch niet vinden wat je zoekt (wat ik me nauwelijks kan voorstellen – ik wil het liefst nu alweer terug!), dan kun je Esther ook om een arrangement op maat vragen. Wil je een volledige culinaire taalcursus, een week likkebaardende patisserie, een meidenweekend om in Florence te shoppen of een mannenweek met grappa en sterke verhalen? Neem contact op met Esther en je komt er samen vast wel uit. Ik tel alvast af tot Valentijnsdag, en heb nu al trek in liefde en chocola!

preload preload preload