sep 04

Morgen is het weer zover, dan ziet het Canal Grande letterlijk zwart van alle gondels die op het water dobberen. Dan wordt namelijk, zoals elke eerste zondag van september, de Regata Storica gehouden.

De Regata is een traditie die tot ver in de geschiedenis teruggaat. Volgens de overlevering werd de eerste Regata gehouden ter ere van de ontvangst die Caterina Cornaro, koningin van Cypus, kreeg toen zij in 1489 arriveerde met de bedoeling haar eiland aan Venetië te schenken. Sindsdien is men dit heuglijke feit elk jaar opnieuw blijven herdenken, waarbij de festiviteiten steeds uitgebreider werden.

Zo is er nu voorafgaand aan de roeiwedstrijd een gondeloptocht waarin oude, bijzonder gedecoreerde gondels de hoofdrol spelen. Ook de roeiers laten zich niet onbetuigd: zij dragen bijpassende, historische kostuums.

Daarna volgen de echte roeiwedstrijden. Het spits wordt afgebeten door de jeugd, die het in de regata dei giovanissimi tegen elkaar opneemt. Dan zijn de vrouwen aan de beurt, met hun regata delle donne. Vervolgens mag er gejuicht worden voor boten uit de omliggende streken, tijdens de regata delle caorline.

Tot slot gaan dan eindelijk de echte gondeliers van start. Tijdens een meestal superspannende regata dei campioni glijden ze in hun razendsnelle gondolini over het water. De boten vertrekken vanaf de Riva degli Schiavoni. Ze varen het Canal Grande op, waar ze moeten keren rondom een paleto, een paaltje dat midden in het Canal Grande is geplaatst. Wie daar aan kop gaat, wint meestal – maar toch blijft de race tot het einde toe spannend!

De traguardo, de finish, ligt tegenover Ca’Foscari, waar een soort drijvende historische tribune in het water is geplaatst. Daar worden de winnende gondeliers gehuldigd. Ze krijgen een mooie som geld, maar eigenlijk draait het ook nu nog steeds om de felbegeerde rode vlag die al jarenlang de inzet van de strijd is.

Ben je morgen in Venetië, ga dan zeker even kijken! Zoals de foto’s al laten zien is het echt een unieke belevenis, die het toch al sfeervolle Venetië nog bijzonderder maakt!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 19

Op de plek waar nu het Colosseum staat, bevond zich vroeger een kunstmatig meer dat hoorde bij Nero’s Domus Aurea (Gouden Huis). Toen Vespasianus in het jaar 70 na Christus de opdracht gaf te beginnen met de bouw van een enorm amfitheater, werd het meer binnen de kortste keren volgestort met beton. Al gauw verrees er een enorme arena op de plek waar eerst nog vissen zwommen.

Toen keizer Vespasianus nog aan de macht was, vonden er in het amfitheater voornamelijk gevechten tussen mensen en dieren, tussen mensen onderling of tussen dieren onderling plaats. Alleen al tijdens het honderd dagen durende openingsfeest werden duizenden wilde dieren in het Colosseum de dood ingejaagd.

Vespasianus’ oudste zoon, Titus, hield van nog meer spektakel. Volgens veel Romeinse bronnen vonden er gedurende zijn regeringsperiode zelfs watergevechten (naumachiae) plaats  in het Colosseum! Het hele amfitheater zou onder water gezet zijn om zeeslagen uit de geschiedenis na te kunnen spelen.

De Romeinse dichter Martialis zou geschreven hebben dat de arena in een mum van tijd kon veranderen ‘van droog land naar woeste zee’. De historicus Suetonius heeft zelfs opgetekend dat keizer Domitianus ‘genoeg schepen had laten aanrukken om twee complete armada’s te vormen’.

We weten echter niet precies of het allemaal wel waar is; er zijn helaas niet echt duidelijke bewijzen aangetroffen over de precieze locatie van dit gebeuren. Was het wel het Colosseum waar beide schrijvers de watergevechten hadden gezien?

Zeker is in elk geval dat het – als het inderdaad mogelijk is geweest het Colosseum onder water te zetten – al snel afgelopen was met de nagespeelde zeeslagen. Toen Titus overleed en zijn jongere broer Domitianus de heerschappij over de stad op zich nam, besloot hij het Colosseum uit te breiden met het zogenaamde hypergeum, het netwerk van kamers, kamertjes, tunnels en gangen onder het Colosseum. Vandaag de dag kun je dit gangenstelsel nog steeds zien, onder de ‘vloer’ van de arena. Toen dit gangenstelsel er eenmaal was, kon er geen water meer in het Colosseum worden gepompt en viel het doek voor de zeeslagen en andere watergevechten.

Toen ik vanochtend langs het Colosseum liep, hoorde ik tot mijn grote verbazing echter vrolijk watergespetter. Ik probeerde naar binnen te gluren, maar de dikke muren gaven niks van hun binnenste prijs. In het dichtstbijzijnde koffiebarretje informeerde ik naar de herkomst van het gespat, en wat bleek?

Rome heeft ’s zomers een uniek openluchtzwembad! Op enkele stappen van het Colosseum kun je een duik nemen in een heerlijk zwembad in de buitenlucht, met natuurlijk uitzicht op het Colosseum (zie de foto voor als dit te mooi om waar te zijn lijkt)!

Ik was mijn hele culturele programma voor de dag direct vergeten en ben snel naar mijn logeerhuis gefietst. Popelend van ongeduld wachtte ik tot mijn gastvrouw terug was van Italiaanse les, waarna we heerlijk hebben genoten van het zwemmen in de buitenlucht en van het geweldige uitzicht. Een heel bijzondere ervaring!

Wil je ook een duik nemen met uitzicht op het Colosseum? Het zwembad maakt deel uit van het complex All’Ombra del Colosseo (‘In de schaduw van het Colosseum’). Elke dag kun je er vanaf 9 uur ’s ochtends genieten van het zwembad, de jacuzzi en de ligbedden op de zonneweide. Uiteraard zijn er douches en kleedhokjes en de Romeinen hebben ook de inwendige mens niet vergeten.

  

’s Avonds wordt het hele complex omgetoverd tot een groot festivalterrein; dan drink je een aperitief aan de rand van het zwembad. De hele zomer zijn er allerlei optredens en tot in de late uurtjes draaien de beste dj’s van de stad. De volgende ochtend lonkt het frisse water weer, zodat je kater geen kans krijgt. Of zullen we dan toch maar dat culturele programma afwerken? Ach, eerst nog even wat baantjes zwemmen – al is het maar voor het onbetaalbare uitzicht!

Morgen meer cultureel nieuws uit de Eeuwige Stad, voor ik morgenavond weer terug naar Amsterdam vlieg om daar een dagelijkse portie Italiaans te zoeken…

  • Share/Bookmark
aug 18

Nu ik zo onverwacht nog een weekje in Rome ben beland, geniet ik volop van alle festiviteiten die worden georganiseerd ter ere van de Estate Romana, de Romeinse zomer.

Voor alle Romeinen die de zomerhitte trotseren en voor iedereen die de stad gedurende de zomermaanden bezoekt, heeft Estate Romana veel leuks in petto. Van begin juni tot 17 september kun je door de hele stad genieten van film, theater, muziek, dans, literatuur, kinderactiviteiten, kunst en vele andere openluchtevenementen. De meeste evenementen vinden plaats in en rond de bekende toeristische trekpleisters als Villa Borghese, het Forum Romanum en de Thermen van Caracalla. Een unieke gelegenheid om deze Romeinse bezienswaardigheden in een heel ander licht te zien!

Een kleine greep uit het aanbod voor de komende weken:

Ara Pacis in Colori
Tot 8 september kun je elke woensdagavond de Ara Pacis, het vredesaltaar van keizer Augustus, aanschouwen in de kleuren die het ooit moet hebben gehad. Een geavanceerde digitale projectie zorgt ervoor dat je een betoverende stap terug in de tijd kunt doen. Een geweldig initiatief, dat ze eigenlijk op meer plaatsen in Rome zouden moeten kunnen uitvoeren. Stel je eens voor hoe het Forum Romanum er in kleur uit zou zien…

Films aan de Tiber
Het Tibereiland verandert elk jaar in een grote openluchtbioscoop. Tijdens het zomerse filmfestival, dat bekend staat onder de naam Isola del Cinema, worden bekende en minder bekende films vertoond. Daarnaast zijn er wervelende modeshows, spectaculaire optredens en heerlijke (wijn)proeverijen.

Piranesi, Rembrandt delle Rovine
Hoe zag Rome eruit in de tijd van Goethe? Het Casa di Goethe neemt je mee terug in de tijd, naar een Rome dat er niet meer is, ook al zijn er nog steeds veel sporen van terug te vinden. De expositie is gewijd aan het werk van Giovanni Battista Piranesi. Zijn Vedute di Roma laten de antieke en klassieke monumenten van de Eeuwige Stad vaak net even van een andere kant zien dan wij nu gewend zijn.

In zijn werk over Piranesi’s leven noemde Giovanni Ludovico Bianconi Piranesi ook wel ‘Rembrandt delle Rovine’ – de Rembrandt van de puinhopen. Dit was overigens bedoeld als compliment, aangezien Bianconi vond dat Piranesi de dode gebouwen en hopen steen weer een ziel wist te geven. Het Piazza del Popolo, het Colosseum, het Piazza Navona – alle hoogtepunten van Rome bezie je even door andere ogen.

La Dolce Vita – Stars and celebrities in the Italian fifties
Nu het precies veertig jaar geleden is dat de film La Dolce Vita voor het eerst in de bioscoop te zien is, wordt de film en het gevoel dat deze voor veel mensen vertegenwoordigt geëerd met een grootse expositie. De Mercati di Traiano bieden onderdak aan meer dan honderd foto’s uit de periode 1950-1960. De foto’s brengen de tijd van La Dolce Vita weer tot leven – je zou er zo in willen duiken. Droom lekker weg bij het Italië waarin alles mogelijk leek, waar de cinema hoogtijdagen beleefde en waar de komst van Coca Cola een grote belofte leek voor de toekomst…

Villa Celimontana Jazz Festival
Het park van Villa Celimontana is ongetwijfeld het mooiste decor voor jazzmuziek! Het licht van honderden kaarsen en fakkels geven de plek een magische uitstraling. Een wijntje erbij, wat lekkere hapjes van de volop aanwezige eetkraampjes en je wilt nooit meer terug naar huis! Houd je meer van klassieke muziek, dan kun je terecht bij het Theater van Marcello waar bijna elke avond een klassiek stuk wordt opgevoerd.

Cisterna delle Sette Sale
Dat de Romeinen hun tijd ver vooruit waren, wisten we natuurlijk al wel. Hun bouwwerken zaten zo ingenieus in elkaar dat ze de eeuwen zo goed hebben doorstaan dat wij er nog elke dag van kunnen genieten. Ze waren ook meesters in het aanleggen van riolering, waterleidingen en aquaducten.

Deze enorme ‘waterput’ is daar misschien wel het best bewaarde voorbeeld van: een fascinerend systeem van communicerende vaten van enorme omvang (ze konden wel 8 miljoen liter water bevatten) moest het nabijgelegen thermencomplex van Trajanus van vers water voorzien. De Cisterna delle Sette Sale is normaal nooit toegankelijk voor publiek, dus grijp je kans!

Ook in de zomermaanden hoef je je in Rome dus zeker niet te vervelen! Ik zou er bijna een weekje voor bijboeken…

  • Share/Bookmark
aug 15

Vandaag is het feest in Italië! Het is immers Ferragosto, oftewel Maria Hemelvaart. Hoewel we deze feestdag in Nederland niet eens meer vieren, is Ferragosto in Italië een van de belangrijkste katholieke feesten. De dag dat Maria naar de hemel gaat en wordt herenigd met Jezus is voor de Italianen bijna belangrijker dan Hemelvaart. Dat heeft natuurlijk ook wel een beetje te maken met het feit dat Ferragosto midden in de zomer valt, dan is een extra dagje vrij nooit weg!

Met Ferragosto zijn alle Italianen vrij en ligt het openbare leven vrijwel stil. Hoewel, stil: er wordt wel volop feest gevierd. Elk dorp en elke stad organiseert wel een groot buffet en vaak trekken de dorpelingen in processie door de stad, waarbij Maria natuurlijk in het middelpunt van de belangstelling staat. Ze maakt een rondgang door de parochie, gevolgd door een stoet gelovigen. In een grote stad als Rome kun je zo op tig processies stuiten…

Maar bovenal wordt er met familie en vrienden uitgebreid getafeld. Aangezien Ferragosto ook het hoogtepunt van de Italiaanse vakantie is, gaan miljoenen Italianen op pad, al is het maar voor een paar dagen. Een bezoek aan familie en vrienden wordt gecombineerd met een (korte) vakantie, en een weerzien kan niet zonder uitgebreid eten en drinken, zeker niet op zo’n feestelijke dag als vandaag.

Vorig jaar mocht ik zo’n feestelijke Ferragosto-lunch meemaken bij de buren van Sonia, een Italiaanse vriendin die in de buurt van Poggibonsi woont. In de schuur kreunden lange tafels onder het gewicht van schalen antipasti, manden met brood en flessen wijn en water. Met een temperatuur van dik veertig graden was het best moeilijk om bij de derde schaal pasta die langskwam nog een beetje op te scheppen en de gastvrouw te complimenteren met haar wildzwijnsaus. En dan heb ik het nog niet eens over het hert dat als secondo werd opgediend, met gebakken aardappelen en boontjes.

Tegen de tijd dat de taarten op tafel kwamen, was het gelukkig bijna avond. Met wat sterke koffie erbij en het gezelschap van Ghigo, de hond, lukte het nog net om een stukje op te peuzelen. Tevreden zakte ik een beetje onderuit. Het was toch wel een belevenis, zo’n Ferragosto-lunch. De buurman stootte me met glimoogjes aan en gebaarde naar de volgende gang: een hele rij zelfgestookte likeur. Goed voor de spijsvertering, beweerde hij. Wonder boven wonder had Sonia’s buurman helemaal gelijk. Na een paar van die zelfgestookte drankjes te hebben geproefd, kon ik ’s avonds laat nog wel wat kliekjes wegwerken – onder goedkeurend geknik van Sonia en haar buren. ‘Bijna een Italiaanse,’ aldus de buurman. Dat smaakte naar meer!

Eenmaal terug in Amsterdam was ik dan ook erg blij met de aankondiging van de film Pranzo di Ferragosto die vorig jaar in de filmzalen draaide.

Gelukkig is de film nog steeds verkrijgbaar op dvd, zodat je ook in Nederland mee kunt genieten van deze feestelijke lunch. In Pranzo di Ferragosto wordt vrijgezel Gianni, die in een schemerig appartement in de Romeinse wijk Trastevere voor zijn stokoude moeder zorgt, opgezadeld met drie andere bejaarde dames.

 

De dames laten zich niet bepaald van hun beste kant zien. Ze sluiten zich op in hun logeerkamers, stelen voedsel, ruziën over de televisie, knijpen er tussenuit om zich te bedrinken… Gianni weet zich geen raad meer. Met veel geduld en liters Chablis probeert hij zich door het weekend heen te slaan en de dames alle vier tevreden te stellen.

Pranzo di Ferragosto is een heerlijk zomerse film. Je sluit de karakters ondanks hun vreemde trekjes direct in je hart en je leeft mee met Gianni, die er alles aan doet om de lunch niet in de soep te laten lopen.

Pranzo di Ferragosto is deels autobiografisch. De film werd voor een half miljoen euro opgenomen in het ouderlijk huis van regisseur Gianni di Gregorio, die tegelijk de hoofdrol op zich nam en de dialogen schreef. Precies in dat huis heeft Gianni zelf jarenlang zijn tachtigjarige moeder verzorgd. ‘Ik was in die tijd permanent beneveld,’ aldus Gianni. ‘En dan al ’s ochtends vroeg, hè, niet pas na de nodige likeurtjes na de lunch!’

  • Share/Bookmark
jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

  • Share/Bookmark
jul 08

Deze kreet echoot tijdens de honderd dagen voorafgaand aan de Palio door de wijk Civetta. Alle contradaioli, jong en oud, zingen uit volle borst het volkslied van de contrada, hetgeen de overwinning zou moeten afdwingen. Luister maar mee!

Luister naar Civetta va

Il Castellare è tutto in festa;
quanta letizia c’è nei nostri cuori!
Inneggiamo alla Civetta,
inneggiamo ai suoi colori.
Sventola al vento la Bandiera,
rulla il tamburo, tutti a te corriam;
per te fremiam,
per te cantiam
un inno di passion.

Civetta và,
Civetta và,
tu gloria e vanto sei di tutta la città.
Civetta và,
Civetta và,
sei Priora e fieri ci sentiam.

Ecco alla mossa già i fantini andar,
freme la Piazza e urla piena di passion.
Per te soltanto
noi viviamo l’incanto
di una corsa che il cuore soffrirà…

Civetta và,
Civetta và,
Palio stasera si festeggerà!

Piazza del Campo è tutta in festa:
Siena ritorna come ai tempi d’or!
Suona lento il campanone,
torna Cecco tra di noi.
Tutti in Contrada questa sera.
Il cavallino benedetto è già.
Ora corriam,
ora cantiam,
un inno di passion…

Maar er wordt niet alleen gezongen; alles wordt uit de kast gehaald om ervoor te zorgen dat Castellare, waar het hoofdkwartier van Civetta gevestigd is, de overwinning op zijn naam mag schrijven. Iemand van buiten Siena kan zich vaak nauwelijks iets voorstellen bij al deze commotie, maar voor de Sienezen is de Palio het belangrijkste hoogtepunt van het jaar.

John Appel heeft dat gevoel een aantal jaren geleden perfect tot uiting weten te brengen in zijn documentaire The Last Victory, waarin twee inwoners van Civetta tijdens de dagen voorafgaand aan de Palio worden gevolgd en geïnterviewd. Hoofdpersoon van de film is Egidio, de 92-jarige nestor van Civetta. Een vitale oude man, met als grootste wens dat zijn wijk nog één keer de Palio weet te winnen. Alleen dan kan hij rustig sterven, aldus Egidio.

Egidio neemt John Appel mee naar het hoofdkwartier van zijn contrada, naar het diner op de avond voorafgaand aan de Palio en naar de stal waar het paard wordt verzorgd door de 21-jarige Paolo, die de Palio voor het eerst als stalknecht meemaakt. Hij vertegenwoordigt de jonge generatie wijkgenoten die nog nooit een overwinning heeft gezien. Civetta had namelijk op het moment van filmen (2003) al sinds 1979 geen enkele overwinning meer weten te behalen.

De film vertelt het kleinere persoonlijke verhaal van de verschillende hoofdpersonen terwijl ze zich voorbereiden op de race. Hun levenslot, verdriet, nostalgie en geluksmomenten. Zo kijkt Egidio de Palio niet op het Piazza del Campo of met andere contradaioli in Castellare, maar thuis, met zijn hoofd bijna in de televisie, omdat hij de spanning anders niet meer aan kan. Zo kan hij ook beter zijn teleurstelling verwerken, als blijkt dat Civetta wederom naast de vaandel grijpt.

Na het kijken van The Last Victory begrijp je pas echt wat de Palio voor de inwoners van Siena betekent. De film toont de saamhorigheid van een wijk die leeft tussen hoop en teleurstelling, hoe de Palio is ingebed in een kleine maar hechte samenleving. Politiek, religie, traditie en bijgeloof zijn er allemaal mee verweven. Voor de Sienezen is de Palio niet slechts een evenement van één dag, of een toeristische trekpleister, nee, het is veel meer dan dat: het is een manier van leven.

Dat bleek vorig jaar augustus wel, toen Civetta tijdens de Palio van 16 augustus, na jarenlang te hebben verloren, als eerste over de finish kwam. Aangezien ook na het verschijnen van The Last Victory geen succes meer was geboekt, waren de Civettini uitzinnig van vreugde. Ik stond midden op het Piazza del Campo en wist niet wat me overkwam. Van alle kanten renden uitzinnige ‘uiltjes’ naar het paard (de befaamde Istriceddu) en Brio (alias Andrea Mari), de ruiter. De eerste minuten had ik al mijn aandacht nodig om in die golvende massa op de been te blijven.

Toen de rust op het plein weer ietwat was teruggekeerd, trokken de meeste Civettini naar de Duomo, om Maria te bedanken voor deze overwinning. Het paard en de ruiter voorop, en daarachter een stoet lachende, huilende, biddende en zingende contradaioli. Na een ererondje in de kerk trok de hele stoet naar Castellare, waar het feest uiteraard werd voortgezet. De klok van het kerkje van Civetta weerklonk onophoudelijk, de deuren van het museum werden wijd opengezet, de rode wijn vloeide rijkelijk en de meeste mannen en jongens bleven tot diep in de nacht rondjes door de wijk lopen, uiteraard met de gewonnen Palio maar natuurlijk ook met een heel leger aan trommelaars en vaandeldragers.

Uiteraard was ik erg benieuwd of Egidio deze overwinning nog mee had mogen maken. Ik besloot een van de vrouwen die bij de deur van het museum zat naar hem te vragen. Tot mijn grote verrassing nam ze me bij de hand en bracht ze me bij Egidio, inmiddels 98 jaar oud maar dolgelukkig na deze overwinning. Hij straalde van oor tot oor en brabbelde onophoudelijk ‘Abbiamo vinto, abbiamo vinto!’, ‘We hebben gewonnen, we hebben gewonnen!’. Ik feliciteerde hem met de overwinning en we toostten op het feit dat zijn grootste wens in vervulling was gegaan. Hij liet vol trots de fontein van Civetta zien, een vliegende uil van brons die hoog boven de hoofden van de contradaioli over de binnenplaats van Castellare vliegt. Uiteraard moest ook het museum worden bezocht, waarbij Egidio met tranen in zijn ogen vertelde over de overwinning van 1979.

Na al die verhalen was het inmiddels vreselijk laat geworden, maar buiten liepen de trommelaars nog even enthousiast rond. Tot diep in de nacht zou het overwinningslied door de stad schallen. Egidio en ik namen afscheid en ik sprak de wens uit dat we bij de eerstvolgende overwinning wederom samen zouden toosten. Of Civetta mag deelnemen aan de Palio van augustus is afhankelijk van de trekking op 11 juli. Er zijn nog drie plaatsen vrij voor 10 contrade. Giraffa, Leocorno, Istrice, Civetta, Onda, Lupa, Chiocciola, Pantera, Torre en Aquila maken allemaal nog kans op een startplaats. Op 2 juli 2011 doet Civetta zeker mee, maar of Egidio dat nog mag meemaken… Speriamo!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 02

Nadat de mossiere (degene die het touw mag laten zakken ten teken dat de race van start kan gaan) de paarden wel vier keer een rondje over het Piazza del Campo moest laten rijden omdat ze te onrustig waren, was het toen het touw voor de vijfde keer op het zand neerplofte raak: een geldige start. Onda, Giraffa en Drago waren snel weg, maar helaas voor hen: Selva gaat er uiteindelijk met de Palio vandoor. Op naar de Duomo voor de dankzegging aan Maria en dan is het feest in de wijk van het woud!

 

Voor wie wil weten tegen wie Selva het ook alweer moest opnemen, hierbij de startvolgorde van de contrade, gevolgd door de naam van het paard en de ruiter:

LEOCORNO – Giostreddu – Giuseppe Zedde alias Gingillo
ONDA – Giove Deus – Jonatan Bartoletti alias Scompiglio
GIRAFFA – Lampante – Gianluca Fais alias Vittorio
BRUCO – Elimia – Virginio Zedde alias Lo Zedde
SELVA – Fedora Saura – Silvano Mulas alias Voglia
NICCHIO – Istriceddu – Luigi Bruschelli alias Trecciolino
ISTRICE – Elfo di Montalbo – Francesco Caria alias Tremendo
DRAGO – Insomma – Alessio Migheli alias Girolamo
AQUILA – Gammede – Federico Ghiani

Met achter het tweede touw (in rincorsa zoals ze dat in Siena noemen) TORRE – Leo Lui – Antonio Siri alias Amsicora.

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 01

Vanaf vandaag verblijven we een maand in Siena, waar de voorbereidingen voor de Palio, de paardenrace die de hele stad wekenlang in zijn greep houdt, in volle hevigheid zijn losgebarsten. Maar paarden zijn bij lange na niet de enige dieren die je in aanloop naar de Palio in Siena tegen komt. Lees en wandel mee door de verschillende wijken van de stad en ontdek de meest bijzondere beesten!

Siena is verdeeld in 17 verschillende wijken, contrade genaamd. Elke contrada heeft zijn eigen grondgebied, zijn eigen kerk, zijn eigen fontein, zijn eigen hechte gemeenschap… en zijn eigen dier. Dat dier kom je in deze tijd van het jaar op elke straathoek tegen: op vlaggen, halsdoeken, kaartjes, stickers, aanstekers, aanplakbiljetten, actiefoto’s en T-shirts. Van A tot en met Z kent Siena de volgende beesten een belangrijke rol toe:

aquila – adelaar
bruco – rups
chiocciola – slak
civetta – uil
drago – draak
giraffa – giraffe
istrice – stekelvarken
leocorno – eenhoorn
lupa – wolvin
nicchio – schelp
oca – gans
onda – golf (met een vrolijke dolfijn)
pantera – panter
selva – woud (met een flinke neushoorn)
tartuca – schildpad
torre – toren (die wordt gedragen door een olifant)
valdimontone – ram

Op dit kaartje zie je precies welk deel van de stad tot welke contrade behoort:

Istrice – Stekelvarken
In het noordwesten vind je de Contrada Sovrana dell’Istrice, de grootste van de stad. Het motto van deze contradaioli, de inwoners van de wijk, is het stekelvarken op het lijf geschreven: ‘Sol per difeso pungo’ – ‘Ik prik slechts om me te verdedigen’. De keuze voor het stekelvarken is gezien de ligging van de wijk, zo aan de rand van de stad, niet verwonderlijk; op het platteland rondom Siena komen immers nog veel stekelvarkens voor. Aangezien het stekelvarken bekend staat om zijn onverschrokken karakter, dient hij als voorbeeld voor alle contradaioli, van jong tot oud. Onverschrokken dalen ze steeds opnieuw af naar het Piazza del Campo om hun paard naar de overwinning te juichen.

Lupa – Wolvin
Istrice grenst aan de Contrada della Lupa. Het symbool van deze contrade is ontleend aan Rome: de wolvin die twee jonge kinderen zoogt. Volgens de overlevering zou Siena gesticht zijn door afstammelingen van Remus, maar daarover later deze maand meer. Het eerste wat opvalt als je door de wijk van de wolvin loopt, is dat ze haar tanden ontbloot als er ook maar een stekelvarken in de buurt komt. In de loop der eeuwen zijn er zeer hevige vijandschappen ontstaan in de strijd op het Piazza del Campo. Zeker als beide contrade meedoen aan dezelfde Palio, is de sfeer vaak om te snijden. Ook binnen families kan dit tot uitbarsting komen. Je behoort namelijk tot de contrada waarin je bent geboren. Mocht iemand dus in een andere contrada ter wereld komen dan zijn moeder en/of vader, dan wordt ook gelijk de verdeeldheid geboren.

Drago – draak
Ten zuiden van Lupa vind je de Contrada del Drago, half slang en half vogel. Volgens de Sienezen zou het zelfs om een vrouwelijke draak gaan, die nog meer magie door haar aderen zou hebben stromen dan de mannelijke variant. De beschermvrouwe van de wijk van de draak is de beschermvrouwe van heel Siena, de heilige Caterina. Op het pleintje voor de kerk zie je echter niet alleen de vaandelzwaaiers en trommelaars van de Contrada del Drago oefenen, ook de contradaioli van de aangrenzende wijken laten daar graag hun kunsten zien. Een schitterend schouwspel, want de een doet natuurlijk niet graag onder voor de ander!

Oca – Gans
Een van de contrade die aan Drago grenst, is de Nobile Contrada dell’Oca. Vanaf het moment dat men de winnaars van de Palio heeft geregistreerd, staat de naam Oca het vaakst in de boeken. Het paard met de kleuren groen en oranje ging vaak als eerste over de finish, en daar zijn de contradaioli maar wat trots op. Dankzij Oca kennen we ook een tweede Palio, in augustus. In 1701 voor het eerst georganiseerd door (en op kosten van) de wijk van de gans, en inmiddels gemeengoed. Oca wist ook een van de meest bijzondere races te winnen, de Palio della Luna. Deze bijnaam werd gegeven aan de paardenrace van 1969, hetzelfde jaar waarin de mens voor het eerst voet op de maan zette.

Civetta – Uil
Wanneer je iets verder naar het noorden loopt, beland je in de Contrada Priori di Civetta, die haar hoofdkwartier in Castellare heeft, een middeleeuwse verzameling huizen rondom een binnenplaats. Naast de uil staat Cecco Angiolieri, een belangrijke Sienese dichter, in het middelpunt van de aandacht. Hij was verliefd op zijn wijk, en zijn wijk is verliefd op zijn woorden. Ze weerklinken te pas en te onpas en worden vooral aangewend om de schoonheid van de kleinste contrada van de stad uit te drukken.

Bruco – Rups
Ten noordwesten van Civetta beland je in de Nobile Contrada del Bruco, het kleinste diertje aan de Sienese totem. Deze wijk werd voorheen vooral bevolkt door textielarbeiders, die zijden stoffen in alle kleuren van de regenboog fabriceerden. Bruco moet de grote kerk in de wijk, de San Francesco, delen met de aangrenzende contrada. Zo kom je de kerk binnen als rups, en kniel je na een uitzonderlijke transformatie te hebben ondergaan, voor het altaar neer als giraf.

Giraffa – Giraf
De Imperiale Contrada della Giraffa grenst zoals gezegd aan de Contrada del Bruco. Op het grondgebied van Giraffa bevindt zich de kerk Santa Maria di Provenzano, de Maria aan wie elk jaar de Palio van juli wordt gewijd. De contradaioli van de winnende contrada rennen na hun behaalde zege zo snel mogelijk naar deze kerk, om een danklied voor Maria te laten klinken en het gewonnen vaandel te tonen. De winnende contrada van de Palio van augustus trekt overigens naar de Duomo, om de Maria aldaar te eren. Eeuwenlang was Bruco de grote vijand van Giraffa, maar inmiddels is de harmonie wedergekeerd. Al ben ik benieuwd hoe dat gaat als ze morgen beide op het Piazza del Campo moeten aantreden…

Leocorno – Eenhoorn
In het oosten grenst Giraffa aan de Contrada del Leocorno, die door de contradaioli ook wel liefkozend Leco wordt genoemd. De inwoners beroepen zich op de magische krachten van dit bijzondere dier, die absoluut niet verward mag worden met een gewoon paard. In het museum van Leocorno is een grote, eeuwenoude klok te bewonderen: de Martinella, die dateert uit de tijd van de slag om Montaperti, waarbij de Florentijnen in de pan werden gehakt. Die vechtersmentaliteit zit de contradaioli van Leocorno nog steeds in hun bloed; ze trekken voorafgaand aan de Palio door de hele stad om hun kracht tentoon te spreiden.

Nicchio – Schelp
De Nobile Contrada del Nicchio is een enorme sint-jakobsschelp, een heilig dier volgens de Sienezen. Niet voor niets prijkte deze schelp in de middeleeuwen op de mantels en stokken van de pelgrims die naar Santiago di Compostela trokken. De schelp staat volgens de contradaioli daarom ook voor een spirituele zoektocht, een zoektocht naar God. Naast deze zoektocht heeft Nicchio ook schoonheid hoog in het vaandel staan. Met de witte schelp, het rode koraal en de hemelsblauwe achtergrond is het wapen van Nicchio een van de meest elegante van de stad, en de kostuums van de contradaioli zijn prachtig om te zien. Vorig jaar won Nicchio dan ook terecht de prijs voor de mooiste vertoning!

Valdimontone – Vallei van de ram
De Contrada di Valdimontone ligt in het oosten van de stad, rondom de Santa Maria dei Servi. Hun onderkomen is ontworpen door Giovanni Michelucci, de bekende Italiaanse architect die ook het station van Florence op zijn naam heeft staan. Hier komen de contradaioli bijeen om te praten, een strategie uit te denken, samen te eten, feest te vieren of elkaar te troosten als het paard naast de overwinning heeft gegrepen. Met name de avond voorafgaand aan de Palio is het hier een drukte van belang, dan zitten alle contradaioli aan lange tafels. Ze eten gezamenlijk, bidden voor een goede afloop de dag erna en zingen vrolijke strijdliederen die de ruiter het volste vertrouwen in de overwinning moeten geven. Uiteraard schuift daags erna ook het paard aan, als de overwinning binnen is!

Torre – Toren
De Contrada delle Torre wordt gedragen door een vreselijk sterke kracht, gesymboliseerd door een olifant. Voor 1900 bracht deze olifant niet alleen de toren naar het veilige onderkomen van de wijk, maar wist hij ook vele malen de overwinning binnen te slepen. Sindsdien wist het paard van de Contrada della Torre nog maar een aantal overwinningen te behalen. Legendarisch is de Palio van 16 augustus 2004, toen Torre na 44 jaar weer een vaandel mee naar huis wist te nemen. Een oude inwoner van de wijk schreef aan de paus om te bidden voor de overwinning van Torre. Johannes Paulus II gaf er graag gehoor aan, en zo konden de contradaioli na lange tijd weer feestend door de straten van Siena trekken, waarbij ze vooral Oca en Onda probeerden jaloers te maken.

Onda – Golf
De Contrada Capitana dell’Onda heeft een vrolijke dolfijn als symbool gekozen. Deze contrada draagt de erenaam ‘capitana’ omdat de contradaioli in vroeger tijden belast waren met de bewaking van zowel het Palazzo Pubblico (dat met zijn rug naar Onda wijst) als de Tyrrheense kust. Een doorn in het oog van Torre, die Onda’s grootste vijand is. Op het Piazza del Mercato treffen de groepen elkaar vaak en dat loopt wel eens uit de hand. Zo werden de capitani van beide contrade in 1642 uitgesloten van alle publieke optredens, omdat ze hun contradaioli er niet toe aan konden zetten de vrede te bewaren. Onda bevindt zich nu gelukkig in iets rustiger vaarwater; vooral letizia (vreugde) staat bij de contradaioli hoog in het vaandel. Of dat eerder tot een overwinning leidt zullen we morgen zien…

Tartuca – Schildpad
De Contrada della Tartuca heerst in het oudste en hoogste gedeelte van de stad, Castelvecchio genaamd. De inwoners zijn niet alleen trots op de geschiedenis van hun wijk, maar zeker ook op hun dier, ook al lijkt de schildpad dan misschien niet handig gekozen voor een strijd die met name om snelheid gaat. Toch wist Tartuca vorig jaar juli de overwinning binnen te halen. De grootste tegenstander, Chiocciola, is gelukkig eveneens erg langzaam, waardoor een bitterder strijd losbarst dan tegen de ‘snellere’ dieren, met wisselend resultaat. In 1686 maken beide contrade het zo bont dat ze allebei van deelname worden uitgesloten. Gelukkig zijn de gemoederen nu ietwat bedaard, alhoewel Chiocciola natuurlijk wel op een overwinning aast, nu Tartuca vorig jaar zo’n succesvolle race kende.

Chiocciola – Slak
Helemaal in het uiterste zuiden van de stad ligt de Contrada della Chiocciola. Deze contrada heeft sterke banden met Venetië en de beschermheer van Chiocciola is dan ook niemand minder dan San Marco. Hoewel je bij een slak misschien in eerste instantie niet aan een groot, sterk beest denkt, ligt dat voor de contradaioli duidelijk heel anders. Zoals een van hen probeerde uit te leggen: ‘Diep in ons hart herbergen wij een beeld van een enorme slak, in wiens schaduw alle contradaioli bescherming kunnen vinden.’ Ruim baan voor de slak dus!

Pantera – Panter
De Contrada della Pantera werd volgens overlevering vooral bewoond door kooplieden uit Lucca, die hun stadssymbool aan deze middelgrote contrada gaven. De contrada bevindt zich op het hoogstgelegen punt van de stad, vanwaar hij als het ware over de rest probeert te domineren. Vooral Aquila, de grootste vijand van Pantera, moet het vaak ontgelden. In juli 2006 was de spanning tussen beide contrade te snijden. Tot 10 centimeter van de finish leek het er namelijk op dat Aquila de overwinning mee naar huis zou nemen, maar tijdens de laatste seconden wist Pantera nog net aan kop te geraken. Sindsdien is de sfeer tussen de contradaioli niet verbeterd, maar gelukkig neemt morgen alleen Aquila deel aan de Palio. Wanneer Aquila niet wint, is het in elk geval niet de schuld van Pantera…

Selva – Woud
De neushoorn in het woud staat symbool voor de Contrada della Selva, hetgeen deze wijk tot de meest exotische van heel Siena maakt. De contradaioli staan vooral bekend om hun gastvrijheid en solidariteit. Niet voor niets bevindt het duizend jaar oude ziekenhuis zich juist binnen de grenzen van deze contrada. Deze solidariteit gaat zelfs zo ver dat Selva geen vijandelijke contrade kent. Hoewel de contradaioli in de negentiende eeuw nog geen stadsgenoten uit de wijk Pantera konden luchten of zien, is inmiddels met elke contrada vrede gesloten.

Aquila – Adelaar
De Nobile Contrada dell’Aquila daarentegen kan Pantera zoals gezegd met huid en haar opvreten. De zwarte adelaar is dan ook niet een beest waar je de spot mee kunt drijven. Zelfs Dante was zeer onder de indruk van deze vogel, dus de contradaioli vinden dat ook Pantera maar een toontje lager moet zingen. Zeker na die vreselijk vernederende nederlaag van 2006. Daar moet ik wel even bij vermelden dat deze vijandige houding niet alleen bij de Palio hoort. Bij het naderen van de herfst wordt de strijdbijl begraven tot de volgende Palio zich aandient. In de tussentijd heerst er in Siena een grote solidariteit tussen de inwoners van alle contrade. Dan schiet een contradaiolo van Aquila zijn Pantera-buurman als eerste te hulp!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jun 29

Vandaag is het dubbel feest in Rome: het is namelijk de feestdag van de heiligen Petrus en Paulus, die volgens de overlevering beiden op deze dag (en zelfs binnen het zelfde uur) zouden zijn gestorven. Goethe was in 1787 in Rome ten tijde van de feestelijkheden ter ere van Petrus en Paulus en tekende het volgende dagboekfragment op:

Rome, 30 juni 1787

‘Het grote Petrus- en Paulusfeest is eindelijk ook gekomen; gisteren zagen we de verlichting van de koepel en het op de Engelenburcht aangestoken vuurwerk. De verlichting wekt de indruk van een gigantisch sprookje, men gelooft zijn ogen niet. Aangezien ik sinds kort alleen de dingen zie en niet, zoals vroeger, bij en naast de dingen wat er niet is, moeten het zulke grote spektakels zijn, wil ik er plezier in hebben. Ik heb er op mijn reis een stuk of zes geteld, en dit spektakel is dan natuurlijk een van de voornaamste.

De fraaie contouren van de colonnade, kerk en vooral koepel, eerst in een vurige omtrek te zien en daarna, wanneer het uur voorbij is, in een gloeiende massa, zijn uniek en schitterend. Als men bedenkt dat het reusachtige bouwwerk op dit moment alleen tot steiger dient, zal men wel begrijpen dat zoiets nergens anders op aarde kan bestaan.

De hemel was klaar en helder, de maan scheen en dempte het vuur van de lampen tot een aangenaam schijnsel, maar op het laatst, toen alles door die tweede verlichting in gloed werd gezet, doofde het maanlicht. Het vuurwerk is mooi vanwege de plaats waar het gebeurt, maar haalt het niet bij de verlichting. Vanavond krijgen we beide nog eens te zien.

Ook dat is voorbij. Een mooie heldere hemel en volle maan, waardoor de verlichting minder fel was en het helemaal op een sprookje geleek. De fraaie contouren van kerk en koepel als het ware in een vlammende opstand, een grandioos en bekoorlijk gezicht.’

Voor wie vandaag niet in Rome is, verklap ik graag een andere mogelijkheid om de Sint-Pieter in al zijn glorie te aanschouwen zonder onder de voet te worden gelopen door hordes toeristen. Je moet er wel even de Aventijn, een van de zeven heuvelen van Rome, voor beklimmen, maar dan krijg je als beloning de meest bijzondere kijk op de Sint-Pieter!

Boven op de heuvel ligt het Piazza dei Cavalieri di Malta, het Plein van de Cavalerie van Malta. Het plein is in 1765 in opdracht van de Venetiaanse kardinaal Rezzonico aangelegd door Giovanni Battista Piranesi. Aan beide kanten van het plein zie je obelisken, zuilen, trofeeën en cipressen. Aan de noordkant van het plein ligt de priorij van de orde van de Maltezer Ridders, tevens de thuisbasis van de grootmeester van de orde. De orde van de Maltezer Ridders werd gesticht door kooplieden uit Amalfi, een kustplaats ten zuiden van Napels, om zieken in het Heilig Land te verzorgen. De Orde groeide later uit tot een waar leger, dat vocht tegen de Turken om het katholiek geloof veilig te stellen en de opmars van de islam tegen te gaan. De ridders noemden zich in eerste instantie Johannieters of Rhodos-ridders, totdat Karel V hun na de val van Rhodos het eiland Malta schonk. Vanaf dat moment stond de orde bekend als de Orde van Maltezer Ridders, ook buiten het eiland.

Het prioraat zetelt nu niet meer in dit gebouw maar aan de Via Condotti (bij de Spaanse Trappen). Hoewel de grootmeester nog steeds de belangen van de sociaal werkzame ‘ridders’ vanuit Rome behartigt, kunnen de ridders zelf afkomstig zijn uit elk land ter wereld. Toch kan niet iedereen zomaar worden toegelaten: je moet twee eeuwen van adellijke komaf kunnen bewijzen voordat je lid van de orde kan worden.

De oude priorij behoort officieel nog wel toe aan de orde en daarmee niet aan de stad Rome; net als het plein ervoor en de kerk Santa Maria dell’Aventino. Dit stukje Rome is dus feitelijk geen Rome, maar extraterritoriaal gebied, vandaar ook de militairen die altijd op het plein op wacht staan. De priorij mag zonder speciale toestemming niet worden betreden en de poort is dan ook altijd gesloten, maar dat maakt het uitzicht op de Sint-Pieter juist zo bijzonder! Je kijkt namelijk door het sleutelgat van de poort.

Ga even door de knieën, knijp een oog dicht en je ziet de koepel van de Sint-Pieter zoals je hem nog nooit eerder zag, scherp afgetekend tegen de Romeinse hemel, met een symmetrische rij groene bomen ervoor die je oog als het ware naar de koepel toe leiden. Bellissimo!

  • Share/Bookmark
jun 23

Morgen is het weer zover, dan treden de Azzurri voor de derde keer aan in Zuid-Afrika. Voor alle Italiaanse voetbalfans hier in Nederland besteedt Ciao tutti vandaag aandacht aan het Italiaanse volkslied. Zo kun je uit volle borst meezingen met de Italiaanse voetballers en supporters en hopelijk een goede afloop afdwingen!

Il Canto degli Italiani, oftewel ‘het lied van de Italianen’, is de officiële naam van het Italiaanse volkslied. De Italianen zelf noemen hun volkslied ook wel Inno di Mameli, omdat het werd geschreven door Goffredo Mameli.

Het volkslied heeft in Italië niet zo’n lange geschiedenis als in Nederland. Toen Mameli het lied in 1847 schreef, heerste er in Italië een periode van grote onrust. Er woedden ontelbaar veel volksopstanden om de eenwording van Italië te realiseren – en net zoveel relletjes om de eenheid van de regio’s te behouden. Die strijd vind je dan ook terug in de sfeer van het volkslied: veel strofes verwijzen naar de strijd van de inwoners van het land dat we nu als Italië kennen om van Italië een onafhankelijk land te maken. Gezamenlijk binden ze de strijd aan tegen de jarenlange buitenlandse bezetting. Het volkslied is een uiting van deze strijd – en er zijn dan ook maar weinig Italianen die het met droge ogen kunnen zingen.

Fratelli d’Italia,
l’Italia s’è desta,
dell’elmo di Scipio

s’è cinta la testa.

Dov’è la Vittoria?
Le porga la chioma,
ché schiava di Roma
Iddio la creò.

Stringiamci a coorte,
siam pronti alla morte,
l’Italia chiamò!

Noi siamo da secoli
calpesti, derisi,
perché non siam popolo,
perché siam divisi.

Raccolgaci un’unica
bandiera, una speme:
di fonderci insieme
già l’ora sonò.

Uniamoci, amiamoci,
l’unione e l’amore
rivelano ai popoli
le vie del Signore;
giuriamo far libero
il suolo natio:
uniti, per Dio,
chi vincer ci può?

Dall’Alpe a Sicilia
dovunque è Legnano,
ogn’uom di Ferruccio
ha il core, ha la mano,
i bimbi d’Italia
si chiaman Balilla,
il suon d’ogni squilla
i Vespri sonò.

Son giunchi che piegano
le spade vendute:
già l’aquila d’Austria
le penne ha perdute.

Il sangue d’Italia,
il sangue polacco,
bevé, col cosacco,
ma il cor le bruciò.

Voor degenen die niet zo thuis zijn in het Italiaans en/of de Italiaanse geschiedenis volgt hieronder – met dank aan www.italie.nl – de Nederlandse vertaling met uitleg:

Broeders van Italië,
Italië is opgestaan.
Met de helm van Scipio
het hoofd getooid.

Het lied spreekt Italianen aan als broeders van een en hetzelfde land, dat is herrezen en klaar is om de vijand aan te vallen. In het originele manuscript van het volkslied stond echter niet fratelli d’Italia, broeders van Italië, maar evviva l’Italia, leve Italië. Waarom deze eerste zin in de loop der tijd is gewijzigd, is niet bekend. De helm van Scipio verwijst naar Publio Cornelio Scipio, de roemrijke Romeinse generaal die in Afrika Hannibal wist te verslaan. Zijn helm vertegenwoordigt een symbool van hoop voor Italië, dat klaarstaat om de strijd aan te binden tegen de buitenlandse overheersers.

Waar is de overwinning?
Laat haar voor Italië buigen,
want als slavin van Rome
is zij door God geschapen.

Het nieuwe Italië zal zegevieren, nadat het land door Gods wil slaaf is geweest van het Oude Rome. Er bestaan twee interpretaties van het vers ‘le porga la chioma’ (laat haar voor Italië buigen). De eerste interpretatie heeft te maken met het oude gebruik het haar van de slavinnen af te knippen, zodat men ze makkelijker kon onderscheiden van de andere, ‘vrije’ vrouwen. De tweede interpretatie verwijst naar hoe de Overwinning klassiek wordt afgebeeld: met wapperende haren. In deze interpretatie betekent het vers dat de Overwinning ‘zich aanbiedt aan Italië’.

Sluit de rijen tot een cohort,
wij zijn tot de dood bereid,
Italië roept!

Gedurende eeuwen werden wij
verschopt en vernederd,
omdat wij geen volk waren,
omdat wij verdeeld waren.

Eeuwenlang werden de Italianen vernederd door buitenlandse overheersers. In 1847, toen het volkslied werd geschreven, bestond het huidige Italië nog uit zeven verschillende staatjes. Door deze verdeling konden de Italianen zich tot dan toe niet één volk noemen.

Laat ons samenkomen
onder één vaandel en één hoop.
Het uur van onze eenheid
heeft reeds geslagen.

Laat ons samen komen en elkaar liefhebben.
Eenheid en liefde
openbaren aan het volk
het pad van de Heer.
Wij zweren te bevrijden,
de grond van onze natie:
verenigd door God,
wie kan ons overwinnen?

Het samenkomen verwijst naar de wil van Italië om één te worden, met hoop op een gedeelde toekomst. Hier worden de kernpunten van het politieke eenheidsmodel van Giuseppe Mazzini aangehaald, dat een sterke religieuze ondertoon kende.

Van de Alpen tot Sicilië
Legnano is overal,
alle mannen van Ferruccio
hebben een hart en een hand,
de kinderen van Italië
noemen zich Balilla,
in ieder klokgelui
weerklinken de vespers.

In deze strofe wordt verwezen naar episodes in de geschiedenis van Italië, waarin de Italianen bewezen hebben dat ze in staat waren de buitenlandse overheersers als eenheid te verslaan. De Lega Lombarda bracht in de Slag bij Legnano (1176) een zware nederlaag toe aan Federico Barbarossa. Deze overwinning diende een aantal eeuwen later als voorbeeld voor de eenwording van Italië. Mameli verwijst hier naar kapitein Francesco Ferruccio, die tijdens de belegering van Florence door de Spaanse troepen van Karel V gevangen werd genomen.

Balilla was de bijnaam van de Italiaanse Giovanni Battista Perasso, die in 1746 door het gooien van een steen de aanzet gaf tot de opstand tegen de Oostenrijkse bezetting van Genua. Het luiden van de klokken verwijst naar het klokgelui op de avond van 30 maart 1282, dat het begin was van de volksopstand in Palermo. De inwoners van Palermo trokken ten strijde tegen de Franse overheersers, hetgeen ook wel bekend staat onder de naam ‘Siciliaanse vespers’.

Zij zijn als riet dat buigt,
het zwaard van de huurlingen.
De Oostenrijkse adelaar
heeft reeds zijn veren verloren.

Met de spade vendute worden de troepen bestaande uit huursoldaten bedoeld. Deze huurlingen waren zo makkelijk te verslaan, dat men ze vaak vergeleek met makkelijk te buigen riet. De adelaar, het symbool voor Oostenrijk, wordt hier neergezet als een geplukte vogel, die geen veren om mee te pronken meer overheeft. Deze strofe werd tot ver in 1848 gecensureerd.

Het bloed van Italië
en dat van de Polen
heeft hij gedronken met de Kozakken
maar zijn hart brak.

Mameli verwijst hier naar de alliantie tussen Oostenrijk en Rusland, waarna Polen werd aangevallen en het oude regime in Italië opnieuw werd ingevoerd, na een kortstondige republikeinse periode. Het bloed van de Polen en Italianen bleek vervolgens een dodelijke dosis vergif te zijn voor de Oostenrijkse adelaar.

Nu je weet waar het over gaat, rollen de Italiaanse woorden hopelijk wat makkelijker uit je mond, zodat je morgen als een volleerd tiffoso (supporter) uit volle borst kunt meezingen. Wil je de wedstrijd helemaal in stijl beleven, kijk dan op www.italiepunt.nl voor de leukste Italiaanse gadgets in tricolore: vlaggetjes, espressokopjes, klokken, kalenders, voetbalshirts, tassen… Zo moet het morgen wel een succesvolle avond worden! Festeggiamo e cantiamo !

  • Share/Bookmark
Getagd met:
preload preload preload