mei 21

Naast de oude Egyptische obelisken staan er in Rome ook een aantal obelisken van eigen makelij. Sommige dateren nog uit de tijd van de Romeinse keizers, andere zijn van recenter datum.

De eerste Romeinse obelisk die we vandaag bezoeken staat precies in het midden van de Fontana dei Quattro Fiumi op Piazza Navona. Oorspronkelijk stond deze obelisk in de Tempel van Isis, en later kreeg hij ook nog een plekje in het Circus van Maxentius langs de Via Appia. Bovenop deze obelisk, die ook wel bekend staat als de Obelisco Agonale, zit een duif die een olijftak vasthoudt en die symbool staat voor de familie Pamphilj.

Hoewel de obelisk zelf slechts 16 meter hoog is, maakt hij dankzij de duif en de brede basis (waardoor hij in zijn geheel meer dan 30 meter meet) veel indruk. De duif is volgens Dan Brown een heidens symbool voor een engel. In zijn boek Het Bernini Mysterie denkt men dat de duif naar de Engelenburcht wijst, maar dat kan ik vanaf de grond toch echt niet zien…

De volgende obelisk op onze wandeling door Rome staat boven aan de Spaanse Trappen, voor de kerk Trinità dei Monti. Deze Obelisco Sallustiano dankt zijn naam aan de Hortus Sallustianus, waar hij eerst stond. Het is een exacte kopie van een Egyptisch origineel, dat tijdens de Romeinse keizertijd tot in de kleinste details is nagemaakt. De hiëroglyfen zijn vergelijkbaar met de hiëroglyfen die op de obelisk op het Piazza del Popolo staan – met hier en daar een foutje. Degene die de tekens heeft gekopieerd, heeft namelijk hier en daar een symbool ondersteboven in de obelisk gekerfd.

De obelisk werd in 1789 door de architect Giovanni Antinori op zijn huidige plek geplaatst, in opdracht van paus Pius VI. Eerder al, in 1734, had paus Clemente XII tevergeefs geprobeerd om de obelisk voor de Sint Jan van Lateranen te laten plaatsen. De obelisk is met veertien meter  niet zo hoog, maar samen met de basis en de Franse lelie en het kruis op de top meet hij al gauw meer dan dertig meter. Het voetstuk is dan ook buitenproportioneel groot. Het voetstuk dat je nu onder de obelisk ziet, is overigens een kopie. Het origineel staat op het Capitool, in de tuin links van het Palazzo Senatorio. Het stuk steen werd in de jaren twintig van de vorige eeuw opgedragen aan de gevallen fascisten en staat sindsdien bekend als Ara dei Caduti Fascisti, Altaar van de Gevallen Fascisten.

   

De volgende obelisk, de Obelisco Quirinale, staat, zoals de naam al aangeeft, boven op de Quirinaal-heuvel. Terwijl de obelisk vroeger voor het Mausoleum van Augustus stond, staat hij nu midden op de Fontana del Monte Cavallo (ook wel Fontana dei Dioscuri genoemd), tussen beelden die de Dioscuren Castor en Pollux verbeelden. Hoewel op de basis van de fontein staat geschreven dat de beelden gemaakt zijn door Fidia en Prassitele, zijn het in werkelijkheid Romeinse kopieën van Griekse originelen.

De obelisk werd hierheen verplaatst in opdracht van paus Pius VI, die de fontein wilde verfraaien. Architect Giovanni Antinori durfde het aan de obelisk daadwerkelijk van het Mausoleum van Augustus naar het Quirinaal te verplaatsen. Dit was moeilijker gezegd dan gedaan, aangezien niet alleen de obelisk zelf maar ook de beelden verplaatst moesten worden. De eerste poging mislukte dan ook, maar gelukkig slaagde Altinori de tweede keer wel en werd de bijna vijftien meter hoge obelisk op zijn huidige plaats gezet.

De Obelisco Quirinale stond echter niet alleen voor het Mausoleum van Augustus. Ook de obelisk die nu op het Piazza dell’Esquilino staat, aan de achterzijde van de Santa Maria Maggiore, stond eerst voor Augustus’ mausoleum. Deze obelisk werd in 1587 in opdracht van Sixtus V gerestaureerd (de obelisk was in verschillende stukken teruggevonden) en door architect Domenico Fontana op zijn huidige plek gezet.

Ook de Pincio-heuvel heeft zijn eigen obelisk, de Obelisco Aureliano. Dit is vermoedelijk een Romeinse kopie die in de tweede eeuw na Christus werd gemaakt in opdracht van keizer Hadrianus, ter nagedachtenis aan zijn favoriete slaaf Antinoos, die in de Nijl verdronken was.

Eerder stond de obelisk bij de ingang van het Palazzo Barberini, waar hij door paus Urbanus VIII was neergezet. Het ding stond echter vreselijk in de weg en daarom besloten de Barberini’s de obelisk cadeau te doen aan Clemens XIV. De arme Clemens wist ook niet wat hij ermee aan moest. Hij liet de obelisk op een binnenplaats van het Vaticaan zetten. Paus Pius VII liet de obelisk in 1822 in de tuin op de Pincio-heuvel zetten.

De aantrekkingskracht van de obelisken ging na de Romeinse keizertijd nog niet verloren. Zo liet Mussolini een obelisk bouwen in de wijk EUR. Deze Monolite Dux, die in de volksmond de Obelisk van Mussolini wordt genoemd, staat op het Foro Italico en wordt omringd door fascistische symbolen.

Hoewel deze obelisk maar iets meer dan zeventien meter hoog is, reikt hij met de basis en het bovengedeelte meer dan 35 meter de lucht in. De Romeinen dachten in eerste instantie dat de top van de obelisk van echt goud was. Toen de oorlog voorbij was, probeerden verschillende Romeinen dan ook naar de top te klimmen, waar ze er tot hun grote verdriet achterkwamen dat het blinkende stukje in werkelijkheid bestond uit een paar glittersteentjes. Het is niet alles goud wat er blinkt…

In het park Villa Torlonia, waar Mussolini een tijdje heeft gewoond, staan twee moderne obelisken. Deze obelisken zijn echter niet neergezet door Mussolini. In 1842 wilde Alessandro Torlonia in zijn tuin twee obelisken oprichten, één ter herinnering aan zijn vader Giovanni Torlonia en één ter ere van zijn moeder. De obelisken van Rome waren allemaal al opgegraven en in opdracht van verschillende pausen gerestaureerd en verplaatst. Daarom besloot Torlonia nieuwe obelisken te laten maken.

In de bergen van Baveno (in de buurt van het Lago Maggiore) liet hij twee grote roze granieten blokken uitkappen. Deze blokken werden in Milaan tot obelisk bewerkt. Daarna werden ze, in precies 47 dagen, per schip (dat grappig genoeg de Fortunato, de gelukkige, heette) via Venetië, de Adriatische Zee, de Straat van Messina, de Aniene en de Tiber tot op drie kilometer afstand van het park gebracht.

Eenmaal in Rome had men nog ruim een week nodig om de obelisken naar de Villa Torlonia te vervoeren. De obelisken hadden overigens nog geen versiering toen ze in Rome aankwamen; de hiëroglyfen werden net voor de plaatsing op 4 juni en 26 juli op de obelisken aangebracht. Rondom de officiële onthulling van de obelisken werd er volop feest gevierd. Zelfs de paus (Gregorius XVI) en koning Ludwig I van Beieren waren aanwezig.

De jongste obelisk staat eveneens in de wijk EUR. Hij werd in opdracht van Mussolini in 1937 ontworpen voor de Wereldtentoonstelling van 1942, maar kreeg uiteindelijk pas in 1959 – vlak voor de Olympische Spelen van 1960 – een plekje op het toenmalige Piazza Imperiale. De obelisk is een eerbetoon aan Guglielmo Marconi, Italiaans uitvinder, naar wie inmiddels ook het plein is genoemd waarop de obelisk staat. De obelisk is 45 meter hoog en bestaat uit een cementen constructie die wordt bedekt door meer dan negentig panelen van Carrara-marmer, die belangrijke momenten uit het leven van Marconi verbeelden.

Inmiddels duiken er af en toe nog nieuwe obelisken of wannabe-obelisken op, zoals langs de Via della Conciliazione (waar ze de functie van lantaarns hebben gekregen) of in het park Villa Borghese. Maar of er nog een grote obelisk opgericht zal worden op een van de Romeinse pleinen? Wie weet! Morgen in elk geval de laatste bekendste obelisk, die van het Sint-Pietersplein.

aug 05

In mei was ik al zo verbaasd toen het met Pinksteren rozenblaadjes regende in het Pantheon (zie Ciao tutti van 23 mei), maar toen ik in Terug in Rome van Rosita Steenbeek las dat het in Rome altijd sneeuwt op 5 augustus, viel ik van verbazing bijna van mijn stoel. Sneeuw in augustus? Als de Romeinen de stad grotendeels verlaten hebben vanwege de drukkende hitte en je alleen nog toeristen over de trottoirs ziet slenteren, naarstig op zoek naar een barretje dat nog open is voor een flesje water of een ijskoffie? Als zelfs de Romeinse zwerfkatten pas ver na het vallen van de avond uit hun koele schuilplaats tevoorschijn komen om hun kostje bij elkaar te scharrelen?

Toch is inderdaad niets minder waar: elk jaar op 5 augustus sneeuwt het even in het snikhete Rome. Hoe dat kan? Rosita Steenbeek legt het uit:

‘Door een lege en al behoorlijk warme stad loop ik naar de Santa Maria Maggiore.
Een sneeuwbuitje zou een lekkere opfrisser zijn. Het is 5 augustus en vandaag wordt herdacht hoe Maria op 5 augustus van het jaar 356 door een sneeuwbui duidelijk maakte dat op die plek, boven op de Esquilijn, een kerk voor haar moest worden gebouwd. Paus Liberius gaf meteen gehoor aan haar verzoek. De eerste kerk is verdwenen. Na het concilie van Efeze in 431, waarbij Maria werd uitgeroepen tot Maria Theotokos, godbaarster, moeder van God, liet Sixtus III de huidige kerk bouwen.

Ik loop door de stille Via Panisperna, eerst omhoog, dan naar beneden en daarna weer omhoog, en ervaar dat Rome echt op heuvels is gebouwd. […]
Daar rijst de Santa Maria Maggiore op. Het onderste gedeelte van de zuil die ooit voor de ingang stond van het mausoleum van Augustus is verdwenen achter stellages die zijn opgesteld voor het spektakel dat hier vanavond plaatsvindt en dat wordt uitgezonden op de televisie. Vanavond schijnt het nóg eens te gaan sneeuwen.

Ik ga naar binnen, er zitten al behoorlijk wat mensen. […]

De mozaïeken schitteren extra luisterrijk in het licht van de schijnwerpers. Het marmer glanst en aan het plafond flonkert het goud dat Columbus meenam uit Amerika. Tussen de gouden rozetten is ook af en toe een stier te zien op de wapens van de twee Borgia-pausen.

In een zijkapel die is afgesloten door een hek houdt kardinaal Law een soort voor-plechtigheid. Ik gluur naar binnen, maar een mannetje in beige pak jaagt me met een vervaarlijke kop weg en ook andere belangstellenden worden als honden verjaagd. Waarschijnlijk een gek uit de buurt. Ik loop door en vind een plek aan de zijkant vlak bij het altaar, naast een groepje dames met een rozenkrans in de hand. Ze zijn vriendelijk en vertellen dat ze hier elke dag komen bidden. Dit is de mooiste plek, zeggen ze, want hier kun je Maria goed zien, anders zit het altaar ervoor. Het schitterende mozaïek van Maria die door Christus wordt gekroond. […]

Op het altaarpodium, dat is versierd met rode en witte bloemen, wordt druk geregisseerd door een ceremoniemeester in een fuchsiakleurig gewaad. Hij maakt weidse bewegingen met zijn armen om de choreografie goed in te prenten bij een reeks jonge priesters in zwarte toog die aandachtig luisteren. […]

Ik kijk omhoog naar het gouden cassettenplafond en vraag me af waar de sneeuw uit moet komen. Nadat ik een tijd speurend heb gekeken, zie ik dat een van de rechthoeken een beetje openstaat, als een luikje.

Law vertelt het verhaal van de geschiedenis van de kerk. Dat de rijke Romein Giovanni droomde dat Maria een sneeuwbui liet neerdalen op de Esquilijn om aan te geven dat daar de kerk moest komen. Hij snelde naar paus Liberius, die vertelde dat hij dezelfde droom had gehad. Toen ze samen naar de Esquilijn gingen zagen ze dat die inderdaad was overdekt met sneeuw. Daarop trok paus Liberius de omtrek van de kerk in de sneeuw en met de financiering van Giovanni werd de kerk gebouwd, zoals vele rijke lieden tijdens het opkomende christendom hun geld staken in het bouwen van gebedshuizen.

Trompetgeschal.
Honderd mannenstemmen zingen de lof van de hemelkoningin.
En dan dwarrelen de witte blaadjes neer, uit het gouden plafond, het gaat maar door, ze dwarrelen de grote opening in, op het kribje en het beeld van Pius IX. Mensen kijken omhoog, de handpalmen omhoog geheven. […]

Ook de marmeren vloer raakt bezaaid met witte blaadjes. ‘Dahliablaadjes,’ zegt de vrouw naast me. ‘Vroeger waren het rozenblaadjes. Hebben de nonnen van de steeltjes gehaald.’ Een paar vrouwen schieten naar voren, pakken wat blaadjes van de vloer, houden ze koesterend vast, mompelen iets. ‘Tu sei benedetta fra le donne.’ […]

Mensen verdringen zich bij de omheining rond het lager gelegen gedeelte met het kribje, grijpen naar blaadjes, verzamelen ze haastig, drukken ze tegen zich aan, stoppen ze in hun tas, in hun zakken. Het beeld van de paus is geheel overdekt. Witte blaadjes op zijn witmarmeren hoofd, zijn marmeren schouders, handen. Ook de vloer is overdekt. Mannen in zwart pak verzamelen ze in manden en delen ze uit. Mensen storten zich erop, met zoveel heftigheid en emotie alsof hun leven ervan afhangt en menigeen zal dat waarschijnlijk ook denken…’

Het volledige verhaal over de sneeuwvlokken in de Santa Maria Maggiore is te lezen in Terug in Rome. In dit boek (dat tot eind augustus slechts een tientje kost!) vervolgt Rosita Steenbeek de avontuurlijke omzwervingen door deze zo gelaagde stad, die ze begon in Thuis in Rome. Belevenissen in het heden worden afgewisseld met gebeurtenissen in het antieke Rome. Ze eet ondergronds in een pizzeria, gebouwd tussen de muren van de Thermen van Agrippa, ze ontmoet kleurrijke personages , zoals Tiberschuimster Valentina, ze bezoekt de villa met de bunker van Mussolini en de sacristie van de paus. Wederom wordt duidelijk dat het gewone leven in Rome nooit gewoon is!

preload preload preload