jun 21

FIUGGI – Gdoeng. De auto schudt heen en weer, evenals mijn twee Nederlandse vrienden, Erlend en Ronald, en ik . Mijn hond, Lorenzo, die naast me in de auto ligt, kijkt verbaasd op. Daar gaat onze rustige zondagmiddag aan het heerlijke meer… een botsing!

Er is een grote blauwe auto tegen de zijkant van mijn auto geknald. Uit de auto stappen twee mannen in uniform. Het zijn twee carabinieri, zeg maar de Italiaanse marechaussee. Dat lijkt heel wat, maar in Italië worden de carabinieri als de domste tak van de politie beschouwd. Zoals wij in Nederland flauwe moppen over Belgen verzinnen, zo zijn in Italië de carabinieri het meest geliefde onderwerp van grappen. Bij het zien van deze carabinieri schiet er dan ook direct zo’n mop door mijn hoofd: ‘Waarom zijn de carabinieri altijd met z’n tweeën?’ ‘Zodat de één kan lezen en de ander kan schrijven’. De aanblik van hun uniformen leidt direct tot de herinnering aan nog een raadsel: ‘Waarom hebben de carabinieri een rode streep op hun broek?’ ‘Zodat ze deze kunnen volgen en op die manier hun pistool kunnen vinden’. Inderdaad net zo flauw als onze Belgenmoppen – maar het geeft wel aan hoe de Italianen over deze beroepsgroep denken.

Ik wring me via de passagierszijde uit de auto. Mijn Nederlandse vrienden en de hond staan al buiten. ‘Ik stond stil!,’ roep ik verbouwereerd uit. ‘Ik was bezig het parkeergeld te betalen’. De carabinieri geven niet toe en houden stoïcijns vol dat het onze schuld is. ‘ Ik ben overigens wel blij dat de politie zo snel is gearriveerd,’ mompel ik. Daar moeten ze wel om lachen en dan geven ze hun schuld ook maar toe.

Ik bekijk de schade, de deur aan de bestuurderskant is helemaal gedeukt en de linker voorkant van de auto eveneens. Het stelt op zich niet veel voor, maar ja, ik zal het toch moeten laten repareren. Op de vraag of zij een schadeformulier bij zich hebben wordt ontkennend gereageerd. Ik zoek en zoek en vind uiteindelijk een formulier in mijn auto. ‘Kun je deze week niet even op het bureau van de carabinieri in Anguillara komen?,’ vraagt een van hen. ‘Dan kunnen we daar alles oplossen.’ ‘Nee, het spijt me, maar ik moet de hele week werken,’ antwoord ik. Ik heb geen idee wat daar dan opgelost zou moeten worden. Laten we het nu maar afhandelen!

Ik begin met het invullen van het formulier, teken de situatie en schrijf op wat er is gebeurd. En daar komen de problemen. De verzekeringspapieren, die in Italië zichtbaar achter de voorruit geplaatst moeten worden, zijn op de auto van de carabinieri verbleekt door de zon en daardoor onleesbaar. Van de carabiniere die achter het stuur zat, is bovendien het rijbewijs verlopen. De moed zakt me in de schoenen, wat een gedoe allemaal. De carabinieri blijven ondertussen hardnekkig volhouden dat het beter is al die papieren te laten zitten en maandag langs te komen op het bureau. Ik ga echter stug door met de weg die ik ben ingeslagen en moet en zal dat formulier ingevuld krijgen. Uiteindelijk suggereren ze dat ik dan maar de gegevens van het rijbewijs van de andere carabiniere op moet schrijven. Dat besluit ik dan maar te doen. Maandag kan ik naar het bureau bellen voor de verzekeringsgegevens.

Eindelijk is het dan tijd om te gaan zwemmen, waarvoor we waren gekomen. Het water van het Lago di Martignano is heerlijk warm, het is juni, en we drinken een paar biertjes om van de schrik te bekomen. De volgende dag bel ik naar het bureau van de carabinieri en ontvang ik, zoals beloofd, alle benodigde gegevens. Ik stuur alles netjes op en dan is het afwachten…

Twee jaar later, na veel heen en weer geschrijf, ontvang ik dan eindelijk het geld van de verzekering. Ik had de hoop al opgegeven. En dan pas dringt het tot me door wat ik fout heb gedaan. Ik had toch naar het bureau van de carabinieri moeten gaan! Daar zouden ze mij gewoon het geld voor de reparatiekosten hebben overhandigd, zonder ingevuld formulier en zonder er nog een woord aan vuil te maken. Nu heb ik twee jaar moeten wachten! Ik kan mezelf wel voor de kop slaan, dat ik dit niet eerder heb bedacht. Nu begrijp ik waarom ze er zo op aandrongen langs het bureau te gaan. De zogenaamde domme carabinieri wilden alleen maar aardig en behulpzaam zijn en ik had het niet eens door!!! Tja, de Nederlandse logica is duidelijk niet die van de Italianen…

© Diane Kuster

mei 29

Vanaf vandaag kun je als lezer van Ciao tutti af en toe meegenieten van de Italiaanse belevenissen van Diane Kuster. Diane woont sinds vijftien jaar in Italië, eerst in het centrum van Rome en sinds zeven jaar in het stadje Fiuggi,een oud kuuroord dat zo’n zeventig kilometer buiten Rome ligt.

  Diane Kuster bij het Colosseum in Rome

Diane Kuster is kunsthistorica en werkzaam in de culturele reiswereld. Voor SRC Cultuurvakanties begeleidt en organiseert ze bijzondere culturele reizen naar verschillende bestemmingen in de wereld, waaronder Syrië, Kenia, Indonesië en natuurlijk haar standplaats: Italië. Voor Ciao tutti schrijft ze geregeld over al het gewone en bijzondere dat het leven in Italië de moeite waard maakt. Want dat het soms moeite kost is na het verhaal over de calabroni (zie het tweede blogstukje van vandaag) wel duidelijk! Veel leesplezier, en zowel Diane als ik zijn benieuwd naar jullie mening, dus laat gerust iets van je horen!

Reizende Italiaanse literatuur
De titel van vandaag, Written in Italy, verwijst daarnaast naar een heleboel andere schrijfsels uit Italië. Uitgeverij Serena Libri organiseert dit weekend namelijk een reizende tentoonstelling van vertaalde Italiaanse literatuur, met als titel Written in Italy. Na Italië, Argentinië, Macedonië en Litouwen is deze tentoonstelling nu in Amsterdam te bewonderen, in het tuinhuis van Serena Libri. De tentoonstelling omvat ruim 600 boeken van 320 auteurs, vertalingen in veertig talen en maar liefst negen verschillende alfabetten! Er zijn boeken te zien van onder meer Leonardo Sciascia, Pier Paolo Pasolini, Alberto Moravia, Cesare Pavese en Italo Calvino.

  Cesare Pavese

De tentoonstelling wordt vanmiddag om 17.00 uur ingewijd met een glas wijn. Namens Serena Libri zijn de lezers van Ciao tutti van harte uitgenodigd. Aanmelden kan via e-mail (serena@xs4all.nl) of telefonisch (020 66 42 426).

Uiteraard kun je ook na de opening de boeken komen bekijken. De tentoonstelling is ook te bezichtigen op zondag 30 mei, maandag 31 mei en dinsdag 1 juni van 10 tot 13 uur en van 16 tot 19 uur, en op woensdag 2 juni van 10 tot 15 uur. Het tuinhuis van Serena Libri is gelegen aan het Schapenburgerpad 16 te Amsterdam, een privéweg die begint in de Hobbemastraat, tussen de Vossiusstraat en de P.C. Hooftstraat. Kijk voor meer informatie op www.serenalibri.nl

Serena Libri
Serena Libri is een kleine uitgeverij van Italiaanse literatuur in vertaling. Annaserena Ferruzzi, een Italiaanse die al meer dan dertig jaar in Nederland woont, heeft de uitgeverij in 1997 opgericht. Het doel van Serena Libri is de Nederlandse lezer kennis te laten maken met de Italiaanse literatuur van de jaren vijftig tot nu. Je vindt bij Serena Libri romans en verhalen van de grote auteurs, maar ook van jonge veelbelovende debutanten. In september 2003 heeft Annaserena Ferruzzi Het tuinhuis geopend, een ontmoetingspunt voor liefhebbers van de Italiaanse literatuur. Midden in het groen van een prachtige tuin in hartje Amsterdam kun je deelnemen aan boekbesprekingen, presentaties bijwonen en auteurs ontmoeten.

mei 29

FIUGGI – IJskoud is het in huis, en het is pas begin november. De gasfles die ik heb gehaald is duidelijk niet voldoende om m’n kleine huisje te verwarmen. M’n bed wordt verwarmd door een elektrische deken van de HEMA, maar die woonkamer blijft een vrieskist. En dat terwijl er een open haard in zit, maar ja die werkt niet. Elke keer als ik ‘m aansteek, staat de hele kamer vol rook en doof ik het vuur maar weer. Zelfs Afrikaanse vrienden lukt het niet om zonder een enorme rookontwikkeling de haard aan te krijgen.

Een schoorsteenveger! Ik rijd naar een bevriend hotel en krijg daar een telefoonnummer. Verbaas me erover dat het overeenkomt met dat van de loodgieter, maar het blijkt te kloppen. En jawel, hij komt de volgende dag, klimt het dak op en bestudeert de schoorsteen. Na vijf minuten klimt hij er weer af. ‘Deze schoorsteen kan ik niet schoonmaken.’ ‘Je bent toch schoorsteenveger!,’ is mijn verontwaardigde antwoord. ‘Ja, maar er zit een nest van calabroni in de schoorsteen en daar waag ik me niet aan,’ is zijn reactie. ‘En wat zijn dat dan?,’ vraag ik verbaasd. ‘Een grote soort wespen, en als je gestoken wordt kan je doodgaan,’ is zijn nuchtere antwoord.

Calabroni zijn inderdaad een soort rood en geelgekleurde wespen die groter zijn dan de normale wesp. In het Nederlands heten ze hoornaars en in de volksmond worden ze horzels genoemd, maar dat is weer wat anders. Ook worden ze killer wasps genoemd, omdat een paar beten iemands dood zouden kunnen veroorzaken – dit echter alleen indien iemand allergisch is voor deze insectenbeten. De naam moordenaarswespen zal eerder te maken hebben met de wijze waarop deze insecten zelf jagen, ze verorberen de ene na de andere libel op moordzuchtige wijze.

‘En nu moet ik blijven leven in dit huis met die gevaarlijke beesten in de schoorsteen,’ zeg ik verbouwereerd tegen de schoorsteenveger. ‘Nee, je moet de brandweer bellen en die moet het oplossen.’ En met deze woorden neemt hij afscheid. In plaats van te bellen besluit ik langs te gaan, ik ben bang dat ik aan de telefoon te snel zal worden afgewimpeld. Buiten Fiuggi, in een groot pand, zetelt de brandweer. Het gebouw was me nooit opgevallen omdat het enigszins van de hoofdweg ligt verwijderd. Nu loop ik er voor het eerst naar binnen en al snel zit ik in een stoel tegenover  de brandweermeester.

‘Wat kan ik voor u doen?,’ vraagt hij vriendelijk. ‘Ik schijn een nest met calabroni in de schoorsteen te hebben en de schoorsteenveger heeft me naar u doorverwezen,’ antwoord ik. ‘Dat is een spoedgeval, ik stuur vanmiddag een auto naar uw huis,’ zegt hij tot mijn grote verbazing. ‘Wat is uw adres?’ Ik geef mijn adres en ga terug naar huis, in afwachting van de komst van de brandweer. Hoewel ik had verwacht dat het nog wel een tijdje zou duren, stopt binnen een uur een grote brandweerauto in de straat met twaalf brandweerlieden in uniform.

Terwijl ik stijf sta van de hormonen met zoveel mannelijk schoon in huis, komen de buren verschrikt naar buiten in de veronderstelling dat er brand is. Ik stel ze gerust en vertel hen dat het slechts om een wespennest gaat, waar ze helaas nog meer van schrikken want die kunnen overvliegen naar een van hun huizen. Wat een ellende. Waarom moesten ze dan ook met die grote brandweerwagen komen?

Een paar brandweerlieden klimt het dak op en de anderen wachten in de huiskamer. Daarna komen ze bij elkaar om het probleem te bespreken want wat blijkt: ze hebben iets boven in de schoorsteen gespoten en bij de aanwezigheid van een nest calabroni zouden deze er acuut uit moeten vliegen… en dat gebeurde niet. ‘Helaas, wij kunnen u verder niet helpen,’ zegt een van de brandweerlieden teleurgesteld. ‘Maar nu kan ik de open haard nog steeds niet aansteken,’ is mijn eveneens trieste antwoord.

‘Nee, er zitten waarschijnlijk resten van oude nesten en die kunnen we alleen verwijderen als we de brandspuit erop zetten, maar dan komt uw gehele woonkamer vol te staan met water vermengd met troep,’ antwoordt hij zakelijk. Maar na een blik gewisseld te hebben met de andere lieden: ‘We kunnen natuurlijk wel even helpen.’ Ik zucht diep, wat te doen? De kou van de afgelopen dagen laat mijn gedachten duizelen, maar zijn laatste zin geeft me moed. ‘Doe maar, ik ruim het wel op,’ besluit ik. Ze helpen me met het naar buiten slepen van de meubels en de tapijten.

Zodra de brandslang bovenin de schoorsteen hangt, weerklinkt het montere ‘Avanti!’. Beneden in de woonkamer staan zes brandweerlieden in de aanslag met dweilen en trekkers. Zwart water vult de kamer, maar met zoveel hulp is het binnen de kortste keren weer redelijk schoon. Na afloop bedank ik ze hartelijk, wat heerlijk dat er niet onverwacht een brand in de buurt is uitgebroken en hun hulp ergens anders nodig was.

Na een paar dagen, als de schoorsteenpijp goed droog is, waag ik het erop het eerste vuur te ontsteken. En eindelijk, de kachel doet het. Samen met de gaskachel lukt het de kamer redelijk te verwarmen. ’s Nachts droom ik van ellenlange Nederlandse radiatoren en goed verwarmde bejaardentehuizen…

Getagd met:
preload preload preload