feb 13

Het was groot nieuws: heel Italië bedekt onder een laag sneeuw. Waar in Nederland alleen het treinverkeer plat kwam te liggen, kwam in Italië het hele openbare leven tot stilstand. Musea gingen dicht, scholen sloten hun deuren en automobilisten lieten hun auto achter in de sneeuw. Diane Kuster vertelt over haar sneeuwervaring van vorige week, waarbij ze op het nippertje aan erger wist te ontsnappen…

foto: ANSA / Alessandro di Meo – via Fiat 500 Club Italia

‘Ik schrik wakker. Het is half zeven. Ik kijk naar buiten en zie tot mijn grote opluchting dat het nog niet sneeuwt. Ik sta op, drink koffie en ga naar buiten om de hond uit te laten. Op de bomen hangen A4-tjes met daarop een band getekend. Gisteren zag ik de polizia municipale (gemeentepolitie) druk bezig deze te bevestigen. Ik begreep eerst niet wat het betekende, maar er is sneeuw op komst en een A4-tje moet duidelijk maken dat je die wegen alleen in mag rijden met sneeuwkettingen. Fiuggi ligt op ongeveer 750 meter hoogte en het is heuvelachtig, dus de politie had het er druk mee. Wel onhandig dat je de A4-tjes vanuit de auto moeilijk kunt zien omdat ze zo hoog hangen.

Het is half acht en ik ben weer binnen in mijn warme huis. De stookkosten kunnen me even niet schelen, het is te koud buiten. En dan begint het; sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden. Helaas, vandaag kan ik niets doen, althans geen ‘giri’. Er is eigenlijk niet echt een goede Nederlandse vertaling voor, maar ‘fare i giri’ betekent letterlijk ‘rondjes maken’. Maar wat houdt dat nu precies in? Bureaucratische rompslomp!

Ik moest het paspoort van de hond ophalen bij het dierenziekenfonds in een dorp twintig kilometer verwijderd van Fiuggi, en helaas zijn ze vandaag alleen geopend van 8 tot 9 ’s morgens. 48 uur voordat ik mijn hondje mee het vliegtuig in neem, moet het beestje gekeurd worden en een bewijs van goede gezondheid krijgen. Dat moet ook in Nederland, alleen kan het bij elke willekeurige dierenarts. Hier moet je naar het dichtstbijzijnde ziekenfonds, want de staat moet ten slotte ook geld verdienen. De brief van de dierenarts is niet voldoende. Pff, een redelijke ramp op dit moment want de sneeuw verhindert me ernaartoe te gaan en er is een grote kans dat ze zelf ook niet aanwezig zijn.

De scholen blijven dicht, er is nauwelijks verkeer. Alleen een enkele durfal gaat de deur uit. De sneeuw blijft liggen want er mag niet gestrooid worden. Althans niet met zout, want dat zou het geneeskrachtige water dat hier vlakbij uit een bron komt kunnen vergiftigen. Waarom eigenlijk geen zand? Ik weet het niet, maar er wordt gesuggereerd dat de gemeente er geen geld voor heeft. Wel zie ik bulldozers die de sneeuw van de weg verwijderen, maar er valt te veel en de weg blijft onbegaanbaar.

De dag erna sneeuwt het gelukkig niet, maar alleen de hoofdweg is bruikbaar. Ik bel het dierenziekenfonds en vraag of ik alsjeblieft eerder langs mag komen dan ze’s middags geopend zijn. En gelukkig, de dienstdoende dierenarts wil zijn lunch eerder afbreken. Ik mag om 2 uur ‘s middags komen. Een uur lang heeft hij nodig om alle benodigde papieren voor de reis naar Nederland uit te printen, stempels te zetten en vast te nieten. Ik neem de bus vanuit Fiuggi naar Rome en haal opgelucht adem, geen sneeuw meer.

Maar het lot is me slecht gezind, de volgende dag begint het ook in Rome te sneeuwen. Hoewel het gaat om enkele centimeters, is de hele stad geblokkeerd. Het is een unieke gebeurtenis die 26 jaar niet meer is voorgekomen en jarenlang heb ik er naar verlangd Rome in de sneeuw te zien. Al die prachtig monumenten bedekt onder een witte laag, sneeuwballen gooien bij het Colosseum, heerlijk! Maar helaas kan ik er niet van genieten. De gehele stad ligt plat ten gevolge van 10 centimeter sneeuw.

foto: IlGiornale.it

De taxicentrale wil geen reservering voor de volgende morgen aannemen want ze weten niet hoe de weersomstandigheden zullen zijn. De burgemeester laat alle scholen en kantoren sluiten en verbiedt iedereen zonder sneeuwkettingen met een auto de weg op te gaan. Na een uur in de wacht gestaan te hebben, lukt het me eindelijk de volgende morgen een taxi te krijgen en ik kom wonder boven wonder op de luchthaven.

Ik ben slechts een van de weinigen; mijn vlucht vertrekt dan ook vijf uur later, maar ik ben al blij met mijn hond in Nederland te zijn aangekomen. Vrienden uit Fiuggi sms’en me. Er is meer dan een meter sneeuw gevallen en ze hebben 30 uur zonder electricteit gezeten. De hulp van het leger is ingeroepen. Wat een geluk dat ik op tijd ontsnapt ben!’

Getagd met:
jan 29

De maand januari zit er weer bijna op, maar voor we de oversteek naar februari maken, hebben jullie nog een column van Diane Kuster tegoed:

‘Het is middernacht. Ik zit in de auto terwijl mijn vrienden Francesco, Antonio en Joyce deze duwen, in de hoop dat’ie eindelijk start. Het lijkt hopeloos; we zijn al een uur bezig en er komt geen geluid uit behalve een paar zuchten.

Wat is er gebeurd? Joyce en ik waren ’s middags al in Rome aangekomen en ik had de auto strak geparkeerd, naast een muur. Ik moest er aan de passagierszijde uitklimmen, met als gevolg dat het alarm dat aan moet geven dat het licht nog aan is, niet is afgegaan. En aangezien het een frisse, maar zonnige dag was, heb ik niet gezien dat de lichten nog aan waren.

Nu ik naar Fiuggi wil rijden met Joyce, blijkt de accu helemaal leeg. Niet alleen mijn vrienden maar ook andere Italianen proberen de auto aan de gang te krijgen. Het is echt hopeloos en uiteindelijk besluiten Joyce en ik in Rome te blijven logeren, bij Francesco, en pas de volgende dag op zoek te gaan naar startkabels, die tegenwoordig werkelijk niemand meer in de auto schijnt te hebben.

We moeten op zoek naar een parkeerplaats. ’s Nachts lijkt het alsof je overal kunt parkeren (omdat de parkeerpolitie niet werkt) en mijn vrienden wijzen op een plek naast de trambaan waar vele auto’s staan. Maar ik vertrouw het niet; mijn auto is in Rome al zo vaak weggesleept dat ik er op aandring de auto te parkeren op een plaats waarvan ik zeker weet dat mijn auto er niet verwijderd wordt.

Met veel tegenzin duwen ze de klein Ford K verder. Eindelijk staat’ie dan. We stappen in de auto van Francesco en gaan naar zijn huis. We komen langs Fosse Ardeatina, waar de oorlogslachtoffers herdacht worden, en rijden verder door nachtelijk Rome.

Na een half uur zijn we bij Francesco thuis, waar ons een nieuwe onaangename verrassing wacht. Het is ijskoud in huis. Verbaasd vraag ik hoe dit nu weer kan. Het blijkt dat de gemeente de verwarming wel heeft geactiveerd, maar om de kosten te drukken laten ze deze zo veel mogelijk uit. Het is ook peperduur.

Onder vele dekens lukt het ons in te slapen en we zijn al vroeg weer wakker. Na de koffie en brioche stappen we opnieuw in de auto, terug naar Porta Maggiore waar mijn auto staat. Eenmaal in de buurt belanden we in de file. We begrijpen er niets van. Het is zaterdagochtend, nu niet bepaald een tijdstip voor druk verkeer. Langzamerhand komen we dichterbij en dan zien we de oorzaak van de drukte. Twee trams zijn in botsing gekomen en één daarvan is omgevallen, boven op de rij auto’s die naast de trambaan geparkeerd stonden.

De jongen van het benzinestation, die ons helpt om de auto met startkabels weer aan de gang te krijgen, weet ons te vertellen dat er geen zwaargewonden zijn en dat het ongeluk is gebeurd omdat de tramchauffeur in slaap is gevallen. Ondertussen krijgt hij binnen enkele minuten de auto weer aan de praat. Ik haal opgelucht adem en ben blij dat ik erop aangedrongen heb de auto daar niet te parkeren. Maar ja, wie zou ook kunnen bedenken dat er een tram op je auto valt…’

Getagd met:
dec 27

Diane Kuster vertelt vandaag over bijzondere onthullingen die ze op een winterse middag, na afloop van de markt bij de Porta Portese, te horen kreeg:

‘Ga je even mee?’ fluistert Elena.
‘Waar wil je dan naar toe?’ vraag ik.
‘Naar Porta Portese,’ antwoordt ze, nog steeds fluisterend.

‘Maar daar ben ik vanmorgen al geweest,’ is mijn verbaasde antwoord.

‘Nu is het anders, de markt is afgelopen en dan liggen er altijd stapels kleren die de marktlui niet meer meenemen. Vaak zitten er nog prachtige stukken tussen. Alleen, Sofia mag het niet horen. Zij schaamt zich anders voor mij,’ zegt ze met zachte stem.

Ik ben wel nieuwsgierig en besluit met haar mee te gaan. We zeggen gedag tegen haar dochter Sofia die hard aan het studeren is voor haar examen Grieks en Latijn. Het is maar een klein eindje lopen vanaf haar huis in Testaccio naar Porta Portese, waar de wekelijkse zondagmarkt in Rome gehouden wordt.
‘Hier is al een goede plek om te zoeken!’ Elena duikt in een stapel kleding die snel weggepakt wordt door twee hippe Japanse dames die op hetzelfde idee gekomen zijn.

Ik kijk verbaasd toe en ineens hoor ik een zwoele, zware stem achter me: ‘Vind jij dit leuk, wil jij het misschien hebben?’ Ik draai me om en kijk in het gezicht van een vrouw. Maar is het wel een vrouw? Ze heeft de stem van een man. Het blijkt een travestiet of transseksueel te zijn, ze spreekt Italiaans met een accent. Ze kijkt me vriendelijk aan en ik antwoord dat ik het toch niet zo mooi vind. Ik vraag waarom zij nu kleding aan het uitzoeken is.

‘Weet je,’ zegt ze met een omfloerste stem, ‘ik houd er zo van me te verkleden. Soms sta ik ’s morgens op en wil ik een prinses zijn, dan een heks, dan een sjieke tante en ga zo maar door. Ik heb geen geld om zoveel kleding te kopen, daarom zoek ik hier elke zondag zodat ik mijn grillen kan bevredigen.’ Ik glimlach om deze eerlijke, onthullende bekentenis. Elena is klaar met zoeken en we lopen weer verder tussen de resten van de markt.

Dan staat er ineens een non, gekleed in een blauw gewaad met een witte kap, voor onze neus. ‘Bent u ook aan het zoeken of er nog wat interessants bij is?’ vraagt Elena haar vriendelijk. ‘Nee, dat niet, ik loop hier elke zondag op dit tijdstip over de markt en verbaas me erover wat mensen allemaal weggooien. Het is een soort meditatie voor me om na te denken over de absurde ‘weggooicultuur’ in Europa. Ik vind het goed even stil te staan bij zoveel overvloed en de betekenisloze spullen. Dan weet ik weer wat echt belangrijk is in het leven.’ Ze vervolgt met rustige passen haar pad.

Elena en ik zijn er stil van, wat een vreemde ontmoetingen op deze winterse zondagmiddag. We lopen beiden in gedachten verzonken (en zonder kleding!) terug naar haar huis.

Getagd met:
nov 20

Vandaag weer een bijdrage van Diane Kuster, over een van de avonturen die ze afgelopen zomer in la bella Italia beleefde:

‘Heb je zin om te gaan wandelen, het is zulk mooi weer? Laten we ook allebei een boek meenemen, dan kunnen we ergens op een bankje lezen,’ ratelt Leny vol enthousiasme aan de telefoon. Ik kijk naar buiten, het is 10 uur en inderdaad al stralend weer. ‘Ja hoor, is goed. Ik moet alleen de auto om 11 uur ophalen, maar daar kunnen we samen wel naartoe lopen,’ antwoord ik.

Ik hang op en ga snel douchen, pak een boek, lijn de hond aan en loop in de richting van het oude Fiuggi, waar we hebben afgesproken. Leny is er nog niet en ik besluit boven in een parkje op haar te wachten zodat ik haar kan zien aankomen. Dan zie ik ineens een bord met ‘Verboden voor honden’ en besluit bij de ingang te blijven wachten.

Plotseling klinkt er een scherp gefluit in mijn oren. Ik kijk achterom en zie een vrouwelijke politieagente boos op me afkomen. ‘Het is hier verboden voor honden,’ schreeuwt ze me toe. ‘Eh, ja, daarom blijf ik ook hier staan,’ is mijn verbaasde antwoord. ‘Nee, ook hier is het verboden!’ is haar vinnige repliek. ‘Identiteitskaart!’

‘Die heb ik niet bij me, ik ga maar een eindje wandelen,’ is mijn verbouwereerde antwoord. ‘Niks mee te maken, u moet uw identiteitskaart altijd kunnen tonen.’ Ze pakt haar opschrijfboekje. ‘Naam? Adres?’. Ik ben volkomen van de kaart. Er kan geen lachje vanaf, wat een machtsvertoon voor zoiets onzinnigs. Ik beantwoord haar vragen en ze bijt me toe dat ze het onmiddellijk zal laten controleren. Daar blijft het dan gelukkig bij, wat een vreselijk mens. Gelukkig zie ik Leny naderen en ik loop naar haar toe. Ze moet lachen om het onzinnige verhaal, duidelijk een politieagente die niets beters te doen heeft.

Langzamerhand word ik ook weer rustiger. We halen de auto op en rijden in een kwartiertje naar een mooie plek om te gaan wandelen. Na een half uurtje komen we bij het onbewoonde huisje waar twee houten tafels en banken buiten staan. We kletsen wat en genieten van het uitzicht, halen onze boeken tevoorschijn en beginnen te lezen. Ondertussen vermaakt de hond, Kika, zich met het inhaleren van allerlei nieuwe luchtjes.

‘Ik geloof dat ik een splinter in mijn bil heb,’ zegt Leny plots met een verschrikt gezicht. ‘Kun je even kijken?’ Ze trekt haar broek uit en ik zie inderdaad een enorme splinter in haar welgevormde bil. Ik probeer ‘m eruit te trekken maar helaas breekt ie af. De helft, ongeveer 1 cm lang, zit er nog in. Ik probeer de resterende splinter eruit te drukken maar het is hopeloos, hij zit te diep. ‘Wat nu?’

We besluiten naar de eerste hulp te gaan; het is een half uur rijden naar het ziekenhuis in Alatri. De receptioniste van de eerste hulp is verbaasd over het verhaal maar vindt toch dat er actie ondernomen moet worden. Al snel is Leny aan de beurt en na een half uurtje komt ze weer naar buiten. ‘Pff, die splinter is eruit!’ zegt ze opgelucht. De arts had gezegd dat ze er goed aan had gedaan langs te komen.

Even later gaat haar telefoon. Het is haar Italiaanse vriend, die lachend zegt dat de dokter vond dat ze mooie billen had. Na het bezoek van Leny bleek de arts in de kantine van het ziekenhuis hoog opgegeven te hebben over de bijzonder mooie patiënte die hij net behandeld had en aangezien een van die artsen weer bevriend is met de vriend van Leny, had deze hem opgebeld met de woorden: ‘Dat moet jouw vriendin geweest zijn!’

Leny schaamt zich dood. ‘Er bestaat toch zoiets als beroepsgeheim,’ zegt ze beteuterd. Kennelijk is het zo bijzonder dat er een keer een hoogblonde Nederlandse jongedame op bezoek komt dat de arts zijn plicht tot geheimhouding even vergeet….

Getagd met:
jul 05

Gisteren kwam ik aan in Siena, waar ik een paar dagen doorbreng voor ik verder trek naar de Maremma. Ik viel gelijk met mijn neus in de boter: ik mocht een dagje meelopen met Diane, die voor SRC Cultuurvakanties met een groep reizigers door Siena wandelde en onder andere een bezoek bracht aan de grote San Domenico, op een steenworp afstand van de taalschool waar ik af en toe mijn Italiaans bijspijker. Diane, die jullie nog wel kennen van haar eerdere bijdragen aan Ciao tutti, neemt mij – en daarmee jullie – mee terug in de tijd, naar de meest bijzondere vrouw die in Siena heeft geleefd: de heilige Catharina van Siena.

Diane houdt de zware deur van de San Domenico voor ons open. De grote Dominicaner preekschuur is versierd met de vlaggen van de verschillende contrade, de wijken die twee keer per jaar tijdens de palio om de eer strijden. Ze vertelt welke vlag bij welke contrada hoort – en welke contrades elkaars bloed wel kunnen drinken, ondanks het feit dat ze hier zo broederlijk naast elkaar hangen.

Diane wandelt door de kerk en vertelt honderduit over de geschiedenis van alles wat er te zien is. Ze laat ons halt houden bij een kapel aan de rechterkant van de kerk. Enigszins verborgen tussen de mooie fresco’s is daar het hoofd van Catharina te zien. Het ziet er afschrikwekkend uit – als kind zou je er nachtmerries van krijgen.

In Rome had Diane me ook al eens verteld over deze vrouw uit Siena, in de Santa Maria sopra Minerva, vlak bij het Pantheon. Daar ligt haar lichaam onder het hoofdaltaar, verborgen in een mooi omhulsel waar je in elk geval die enge beenderen niet ziet. Catharine schijnt volgens Diane namelijk erg mager te zijn geweest. Ze werd al misselijk als ze meer dan een hostie at, zo wil de overlevering althans.

Diane vertelt dat haar lichaam in Rome niet alleen het hoofd mist, maar ook de rechtervoet. Die blijkt in Venetië te zijn, in de SS Giovanni e Paolo. Die verspreiding van de lichaamsdelen… Ik word er misselijk van, die arme Catharina zou hier toch ook niet blij mee geweest zijn.

Ze blijkt een bijzondere vrouw geweest te zijn, zo vertelt Diane. ‘Catharine werd geboren als vijfentwintigste (!) kind van een gezin in Siena. Al op zesjarige leeftijd kreeg ze visioenen en sloot ze zich op in de werkplaats van haar vader. Ze wilde niet trouwen, maar haar vader vond dat ze gewoon moest doen wat er van haar verwacht werd. Met zoveel kinderen – en dus veel dochters om te huwen – had hij wel wat anders aan zijn hoofd.

Gelukkig kreeg Catharina de pokken, waardoor ze veel minder aantrekkelijk werd en haar ouders uiteindelijk toegaven aan haar wens toe te treden tot de derde orde der Dominicanen. Ze bleef thuis wonen en zette zich in voor de minderbedeelden. Ze bezocht vele zieken, zelfs met gevaar voor eigen leven.

Catharina kon niet lezen en schrijven, maar dat weerhield haar er niet van vele brieven te dicteren die naar de paus in Avignon werden gestuurd. Ze liet de paus schrijven dat het maar eens afgelopen moest zijn met zijn luxe leventje aan het hof. Ze riep hem op zich snel opnieuw aan zijn taak in Rome te wijden.

Wonderbaarlijk genoeg schijnen de brieven van Catharina invloed te hebben gehad op de paus. Hij keerde inderdaad terug naar Rome en liet Catharina zelfs naar Rome roepen om zijn raadsvrouwe te worden. Dit duurde echter maar kort, want na nog geen jaar sterft Catharina, op – hoe kan het ook anders – 33-jarige leeftijd.’

Mijn hoofd duizelt van dit verhaal over de heilige Catharina en het idee dat zij hier lang geleden ook heeft rondgewandeld. Diane neemt ons na de lunch mee naar het kerkje waar Catharine al op jonge leeftijd heen ging om te bidden. Maar eerst even iets eten. Diane giechelt als ik vraag waar we heen gaan.

Na aankomst bij het restaurant weet ik waarom: de naam van het etablissement is Grotta di Santa Catarina. Er zullen hier toch geen resten van Catharina geserveerd worden? Mijn maag maakt echter duidelijk dat het echt tijd is om te eten, en ik probeer Catharina even uit mijn hoofd te zetten. Met de heerlijke Toscaanse gerechten die geserveerd worden lukt dat aardig – ook in Siena weten ze wat genieten is!

mei 17

Zo stil als in de rozentuin waar ik gisteren over schreef, is het in Rome lang niet overal. Dat wist je natuurlijk al wel. Of je er nu bent geweest of niet, het beeld dat mensen van Rome hebben, bestaat vaak ook uit toeterende auto’s, voorbijscheurende motorino’s en niet te vergeten luidruchtig pratende Italianen.

Dat laatste kan zelfs de meest rustige plek veranderen in een heksenketel. Zo bracht ik een bezoekje aan de rozentuin in gezelschap van twee in Italië wonende vriendinnen, Diane en Elena. Ik dacht hen een mooi, onbekend stukje Rome te laten zien – niet wetende dat de dames een dringende kwestie te bespreken hadden. De rust in de rozentuin was een uitstekende gelegenheid om uitgebreid bij te praten. Een samenvatting voor jullie, om iets van het schitterende contrast tussen rust en rumoer, stilte en sores weer te geven:

Elena ratelt al vanaf de eerste begroetingskus in zo’n rap Italiaans dat ik moeite heb haar te verstaan. Ze woont in een klein maar prachtig appartement in Testaccio, aan de oever van de Tiber. ’s Morgens word je er wakker van de voorbijrijdende koetsen met galopperende paarden die zich naar het Colosseum en het plein voor de Spaanse Trappen begeven om ritjes aan de toeristen aan te bieden. Ik vraag haar rustig te herhalen wat ze allemaal aan Diane vertelde, in een voor mij verstaanbaar Italiaans.

‘Ik ben bezig een aanklacht in te dienen tegen de tangoschool die zich hier onder mijn huis heeft gevestigd,’ zegt ze met hoogrode wangen. ‘Steeds vaker worden er feesten gehouden en mijn hele huis trilt van de zware basdreunen. Vroeger kon je 113 bellen en dan kwam de politie meteen kijken, maar tegenwoordig hebben die het te druk met het begeleiden van alle jongedames van Berlusconi. Ze hebben hier geen tijd meer voor!’ Elena zucht verontwaardigd en begint aan een nieuwe waterval van verwijten aan het adres van de poliziotti.

Diane geeft een korte samenvatting van de gebeurtenissen die de afgelopen weken hebben plaatsgevonden. ‘Elena heeft een petitie opgesteld, en nu moet ze zoveel mogelijk handtekeningen van de bewoners in haar blok zien te verzamelen om haar aanklacht kracht bij te zetten.’
‘Waarom doe je dit eigenlijk nu pas, je woont hier toch al een tijdje?’ vraag ik haar.

‘Aanvankelijk was mijn bovenbuurvrouw een groter probleem. Het is een 90-jarige excentrieke Romeinse dame die ze niet allemaal meer op een rijtje heeft. Ze gooide constant voedsel uit haar raam dat bij mij voor de deur terechtkwam. Ik kon geen bezwaarschrift tegen haar indienen want dan zou ik in een slecht daglicht komen te staan bij de andere bewoners. Zoiets doe je niet bij een oudere dame, dus heb ik haar een handje geholpen en ben zelf stiekem ook voedsel uit het raam gaan gooien. Het werd zo erg dat de tangoschool hier beneden een aanklacht tegen haar heeft ingediend omdat de gasten zouden kunnen uitglijden over de eieren, tomaten en bananenschillen.Nu is de tijd rijp voor het protest tegen de tangoschool, die zich impopulair heeft gemaakt met hun actie tegen de bejaarde dame,’ legt ze me uit.

‘Bovendien heb ik niet alleen veel last van het lawaai, maar er worden ook regelmatig flessen op de stoep voor de tangoschool achtergelaten. Maar ja, als de politie dan komt hebben ze net alles opgeruimd. Daarom gooi ik ook wel eens een paar flessen naar buiten, zodat het allemaal een beetje erger lijkt. Ik koop goedkope bierflessen in de supermarkt en ben een expert geworden in het goed richten – het lijkt echt net alsof de bezoekers van de tangoschool de flessen daar achter hebben gelaten. Ik mik ze precies voor de ingang,’ verklaart Elena.

Ik vind het wel een bizar verhaal, Italiaanser kan niet. Dit maakt dat ik zo van Italië en van de Italianen houd. Elena briest ondertussen nog verder, of eigenlijk herhaalt ze haar standpunt een keer of wat, met stijgende verontwaardiging. ‘Nou, er zit behoorlijk wat denkwerk achter,’  constateer ik nuchter.

‘Jazeker, en dat niet alleen. Ik heb me ook nog ziek moeten melden op mijn werk omdat ik er anders geen tijd voor heb om deze zaken te regelen. Uiteindelijk heb ik het toch best slim aangepakt, vind je niet? Zonder voedselresten voor mijn deur en zonder dreunende bassen onder mijn woonkamervloer kan ik hier binnenkort opnieuw rustig leven. Tot die tijd kom ik maar hierheen voor mijn rust,’ verzucht ze. ‘Kijk, je kunt mijn appartement vanuit hier net zien, mooi hè?’ Vol ongeloof kijk ik haar aan. Ik zal ze nooit begrijpen, die Italianen.

Over het hoofd van Elena heen knipoog ik naar Diane, die wat dat betreft al wel meer gewend is dan ik. Elena wrijft ondertussen over haar arm. ‘Spierpijn van het gooien,’ mompelt ze. Waarna ik zo hard moet lachen dat we maar snel de rozentuin verlaten voor een glas wijn, om te toosten op de hopelijk snel terugkerende stilte…

Getagd met:
mrt 08

Vandaag, op Internationale Vrouwendag, een gastcolumn uit Italië. Diane Kuster, reisleidster voor SRC Cultuurreizen en al bijna twintig jaar woonachtig in Italië, schrijft over de rol van de vrouw in Italië – en over de recente ommekeer in de mentaliteit van de Italiaanse vrouwen. Met hun massale protest van 13 februari laten ze voor het eerst duidelijk van zich horen. Met de leus Se non ora quando? (Als het niet nu gebeurt, wanneer dan wel?) laten ze de hele wereld weten dat ze het zat zijn om als object behandeld te worden. Forza!

‘Kijkend naar een Italiaans tv-programma vraag ik mezelf hardop af: ‘Wat doet die vrouw daar?’ Het is een spelletjesprogramma en de presentator staat achter een rechthoekige glazen box waarin een schaars geklede vrouw kronkelt. ‘Ze speelt de rol van donna oggetto,’ (lett: ‘objectvrouw’) weet een vriendin die me net op dat moment belt.

Een donna oggetto? Sinds wanneer is dat een term die gebruikt wordt om een ‘beroep’ aan te duiden? Hoe ik het anders moet noemen weet ik even niet. Het is natuurlijk niet echt een beroep, maar het geeft wel exact weer wat hier aan de hand is. Schaars geklede dames zijn erg populair op de Italiaanse tv en de reclames en spelletjesprogramma’s zitten er vol mee.

Toen ik op een dag uit mijn raam keek in mijn huis op het Piazza Mignanelli, vlak bij de Spaanse Trappen, zag ik tot mijn grote ontzetting een enorm billboard op de zuil van Maria Immacolata (de onbevlekte ontvangenis van Maria) met een reclame voor pikant damesondergoed. Mijn huisgenote informeerde bij het Vaticaan of zij hiervan wisten. Dat bleek niet het geval; dit had de gemeente Rome op zijn geweten. Uiteindelijk werd het damesondergoed, na veel heen en weer gebel, van de zuil verwijderd en kwam er een andere reclame voor in de plaats, van het automerk Maserati. Of dat nu zoveel beter is, weet ik niet, maar het Vaticaan kon zich er in ieder geval  in vinden.

Ik begreep nu waarom er vaak spottend een andere betekenis aan de letter SCV (Stato della Città del Vaticano) wordt gegeven, namelijk Se Cristo lo Vedesse… Als Christus eens zou zien… op welke dure auto’s de nummerplaten van het Vaticaan prijken bijvoorbeeld. Maar goed, het billboardprobleem was ‘netjes’ opgelost.

Terug naar de donna oggetto. Vorige maand, op zondag 13 februari, zijn de vrouwen in Rome en in de rest van Italië massaal de straat opgegaan. Ze hebben er genoeg van in advertenties en op televisie als een stuk vlees te worden gezien en behandeld. Berlusconi is de druppel op de gloeiende plaat geweest; zijn talrijke relaties met minderjarige modellen die vervolgens een goede baan aangeboden kregen hebben veel vrouwen woedend gemaakt.

Vele jaren hebben ze Berlusconi het voordeel van de twijfel gegeven. Bij een gerenommeerd, niet door Berlusconi gecontroleerd televisieprogramma werd ooit een brief voorgelezen van zijn vrouw Veronica, die genoeg had van het gedrag van haar man en een scheiding had aangevraagd. In die brief roept ze het Italiaanse volk op zich over haar man te ontfermen: ‘Hij is ziek, hij heeft hulp nodig. Hij voelt zich een draak en wil elke dag een nieuwe maagd verslinden.’

Hadden de Italianen Veronica toen maar geloofd, dan was hen veel ellende bespaard gebleven. Nu is het afwachten. Wordt hij veroordeeld? Zijn lot ligt in handen van maar liefst vier vrouwelijke rechters, die al worden aangeduid als Berlusconi’s wraakgodinnen. Laten we hopen dat het geen tweede Andreotti wordt die uiteindelijk zelfs voor het hoogste gerecht is vrijgesproken terwijl zijn banden met de maffia overduidelijk waren. Maar ja, de wonderen zijn de wereld nog niet uit en in dit land zijn we er nog elke dag getuige van.

Met verwondering kijk ik nog even naar de dame in de glazen box. Je moet toch wel erg lenig zijn om daar zo te kronkelen. Aan het einde van het programma stapt ze eruit en presenteert zich in volle glorie aan het publiek, dat haar een hartverwarmend applaus geeft.’

© Diane Kuster

jul 31

Fare una bella figura is, zoals je gisteren al kon lezen op Ciao tutti, een term die door Italianen vaak in de mond wordt genomen. Het heeft te maken met zowel je gedrag als allerlei kledingregels die nageleefd moeten worden.

In mijn eerste huis vlak bij de Spaanse Trappen in Rome zat ik vaak met verwondering te kijken naar alle verschillend geklede mensen die onder mijn raam voorbijliepen. Het was allemaal zo anders dan in Nederland, vele mannen strak in het pak en vele dames in een zwart mantelpakje, en dat op een gewone doordeweekse dag.

Vriendinnen uit Nederland kwamen langs om etalages te kijken. Ze pasten de ideeën die ze hier in Italië opdeden weer toe in Nederland, terwijl anderen zich lieten inspireren door de vele verschillende kledingstukken. Ze kochten koffers vol designerstoffen en maakten de dure kleding thuis na.

Tijdens de reizen die ik tot nu toe in Italië heb begeleid, was er weinig tijd om aandacht te besteden aan dit bijzondere fenomeen. Kleding moest het meestal afleggen tegen kerken en kunst. Maar Italië is ook het land van de mode en van het design! Vele grote ontwerpers zijn Italianen: denk aan Versace, Dolce e Gabbana, Armani… En zelfs de paus heeft een paar Prada-schoenen naast zijn bed staan!

Toen SRC-Cultuurvakanties mij vroeg om mijn droomreis op Italiaanse bodem op papier te zetten, wist ik dan ook gelijk wat me te doen stond: een reis organiseren rondom de hoogtepunten van de Italiaanse mode. Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf!

Tijdens de reis die ik heb mogen samenstellen maak je kennis met de grote Italiaanse namen in de modewereld, maar ook met de minder bekende ontwerpers. We verkennen de modewijken in Milaan, Florence en Rome. Maar we gaan natuurlijk niet alleen maar etalages kijken! Modeontwerpers hebben in de grote steden warenhuizen, cafés en restaurants ingericht.

Salvatore Ferragamo heeft zijn eigen schoenenmuseum in Florence, waar modellen van bekende filmsterren te bewonderen zijn. In Florence vind je ook Palazzo Pitti, waar we de geschiedenis in duiken met een bezoek aan de kostuumafdeling. In de stoffenfabriek die we zullen bezoeken, zie je hoe de stoffen voor deze kostuums tot stand komen en wat er allemaal bij komt kijken voor je zo’n pak kunt aantrekken.

We eindigen de reis in Rome, waar we niet alleen op onderzoek uitgaan naar de plaatsen waar de paus zijn kleding en schoenen koopt en waar Valentino zijn creaties ontwerpt, maar waar we ook gaan rondstruinen op de grootste vlooienmarkt van Rome, Porta Portese. Durf jij ’s avonds al je aanwinsten te showen aan je medereizigers?

Mocht je al staan te popelen om mee op reis te gaan naar de grootste modesteden in Italië: we vertrekken op 8 november 2010 en 10 januari 2011. Tijd genoeg dus om alvast flink te sparen, zodat je straks je garderobe flink uit kunt breiden. In januari zijn we trouwens precies in Italië ten tijde van i saldi, de grote uitverkoop!

Kijk voor het precieze dagprogramma, de kosten en meer informatie op www.src-cultuurvakanties.nl. Hopelijk tot in Milano!

Diane Kuster

jul 11

Aaaahhh! Ik schrik wakker van een enorme steek in mijn rug; het lijkt alsof er een mes in wordt gestoken. Wat is dit? Mijn vriend, Dominic, ligt naast me en verkeert nog in dromenland. Ik sta op en loop naar de keuken om een glas water te drinken en een paracetamol te zoeken, in de hoop dat daarmee de pijn zal verdwijnen. Ik ga op een stoel aan tafel zitten en drink het glas water met de fijngestampte pijnstiller.

‘Diane, Diane!’ hoor ik in de verte roepen. Langzaam lukt het me van de nachtmerrie los te komen en te ontwaken. Ik lig op de grond, Dominic staat over me heen gebogen en roept dringend mijn naam. Lorenzo, de hond, zie ik erachter zitten. ‘Eh, ik ben denk ik flauwgevallen, ik had zo’n pijn,’ is mijn trage reactie. Dominic helpt me terug in bed en vertelt wat er is gebeurd. Hij werd wakker van het indringende geluid van een huilende wolf. Het bleek voortgebracht te worden door Lorenzo die naast mijn bewusteloze lichaam zat. Ik ben er helemaal door vertederd. Wat lief om op deze manier alarm te slaan! Dominic en ik kletsen nog wat. De pijn is verdwenen en ik besluit de volgende dag maar even naar een arts te gaan.

Bij de Eerstehulppost op Fiumicino ben ik direct aan de beurt. Ik vertel de dienstdoende arts wat er is gebeurd en hij checkt mijn rug. ‘Hebt u nu nog pijn?,’ vraagt hij. ‘Nee, ik voel niets meer,’ is mijn antwoord. Hij kan geen diagnose stellen. ‘Het beste is dat op het moment dat u pijn voelt, direct weer naar een arts gaat. Op die manier kunnen we erachter komen wat het is,’ aldus zijn voor mij onbevredigende conclusie.

Gedurende de dag komt de pijn weer terug: vlammende steken in mijn rug. ’s Avonds ga ik opnieuw naar de Eerstehulppost, maar nu in Fiuggi. De dienstdoende arts, een vrouw, vraagt me mijn rug te ontbloten. Ze kijkt en roept uit: ‘Il fuoco di Sant’Antonio!’ Ik begrijp niet waar ze het over heeft; waarom moet de heilige Antonius erbij gehaald worden? Ik ben toch niets kwijt… Maar dan legt ze het me uit. Ze heeft kleine, rode vlekjes op mijn rug gevonden en dat wijst op het vuur van de heilige Antonius. Ze is blij met haar diagnose. Ik begrijp er nog steeds niets van, maar ik ben blij dat ze kennelijk weet wat het is en mij medicijnen voorschrijft waarmee ik van de rugpijn verlost zal worden.

Na enig opzoekwerk ontdek ik dat het vuur van de heilige Antonius gordelroos blijkt te zijn! De heilige Antonius abt, een Egyptische heremiet, heeft er zijn naam aan gegeven. Een ziekte als gordelroos werd in eerste instantie namelijk als het werk van de duivel gezien. Antonius, die in heel Italië bekend staat als overwinnaar van de duivel, is dan wel een voor de hand liggende heilige om tegen zo’n ziekte aan te roepen.

Wat een angsten moet men in vroeger tijden hebben uitgestaan! Bij eenvoudig te verhelpen rugpijn dacht men direct te zijn bezeten door de duivel… Bij mij was het gelukkig niet Cerberus, de hellehond, die me kwam halen, maar een lieve Lorenzo die alarm sloeg.

© Diane Kuster

Getagd met:
jun 30

‘Pronto.’
‘Ciao Elena, ik ben het, Diane. Hoe is het met je?’
‘Niet zo goed’, is het korte, depressieve antwoord.
‘Is er iets gebeurd?,’ vraag ik.
‘Heel veel,’ antwoordt ze me, op dezelfde trieste toon.
‘Wil je het vertellen?’
‘Nou ja, ik kan het proberen. Ik lig al dagenlang depressief in bed,’ is haar zielige antwoord. En dan komt het verhaal van Elena eruit. ‘Ik ben in Rome naar een magiër geweest. Ik had het telefoonnummer gekregen van een vriendin, die beweerde dat hij heel erg goed was. Ik wilde weten hoe mijn relatie met Saal verder zou verlopen.’
Ik zucht. ‘Maar dat weet je zelf toch ook wel!’
Al jarenlang heeft Elena een knipperlichtrelatie met Saal, haar Senegalese vriend. Jaren geleden heeft ze een prachtig kindje van hem gekregen, maar de relatie is altijd gecompliceerd gebleven. Zij verdenkt hem er constant van dat hij vreemdgaat en dit bleek ook verschillende keren te kloppen. Maar elke keer vergeeft ze hem weer in de hoop dat hij zal veranderen. Na een hevige ruzie heeft ze zich tot de magiër gewend.

In Italië is het in alle lagen van de bevolking heel gewoon om een keer je hand te laten lezen, tarotkaarten te laten leggen of je te wenden tot een toekomstvoorspeller. De meeste vragen gaan in volgorde van belangrijkheid over liefde, gezondheid, werk en geld. Vooral in het zuiden zie je veel aanplakbiljetten van deze voorspellers, met name in het gebied rondom de Etna op Sicilië. Madame Sahara, Mago Giusi en nog vele anderen bieden hun diensten op deze kennelijk zeer magische grond aan.

Maar verder met het verhaal van Elena. Wat was er nu precies gebeurd? De magiër had in een glazen bol gekeken en gezien dat Saal geen goede man voor haar was. Dit had haar gevloerd. Ik probeer haar te troosten. ‘Lieverd, dit wist je toch eigenlijk al, je hebt toch ook alweer andere relaties gehad.’
‘Ja, maar Saal is de belangrijkste, van hem houd ik en hem wil ik,’ is haar stellige antwoord. Ik tracht haar een beetje op andere gedachten te brengen, maar er is niets mee te beginnen. Ze blijft volharden in haar zelfmedelijden. Ik hang uiteindelijk op. Na dit gesprek voel ik me zelf ook niet lekker; er komt niets uit mijn handen.

Na een paar dagen besluit ik Elena opnieuw te bellen. Met een verrassend vrolijk ‘Pronto!’ neemt ze de telefoon op. ‘Jee, jij klinkt een stuk beter!,’ zeg ik.
‘Ja, dat klopt, ik voel me prima!,’ is haar blije antwoord.
Het verbaast me dat in zo’n korte tijd haar hele stemming is omgeslagen. ‘Is er iets bijzonders gebeurd?,’ vraag ik.
‘Nou, nee, niet echt, maar ik heb je toch verteld van die magiër?,’ zegt ze.
‘Eh ja, diegene die jouw relatie met Saal niet zag zitten,’ antwoord ik voorzichtig.
‘Nou, ik heb er nog eens over nagedacht. Ik besloot terug te gaan naar dezelfde magiër, met de vraag of hij niet eens opnieuw wilde kijken,’ vertelt Elena. ‘En dat heeft hij gedaan’.
‘Eh ja,’ is mijn verbaasde reactie. ‘En wat heeft’ie gezegd?’
‘Hij heeft het allemaal wat professioneler aangepakt, de kaarten gelegd en opnieuw in zijn bol gekeken. Wat bleek: hij had zich vergist!!!!,’ zegt ze met een zelfvertrouwen waar je u tegen zegt. Ik ben met stomheid geslagen. Een magisch volk, die Italianen…

© Diane Kuster

Getagd met:
preload preload preload