aug 08

Vandaag wandelen we door het centrum van Milaan, zodat jullie een beetje een indruk krijgen van wat jullie komende dagen staat te wachten. In de loop van deze en volgende week komt een aantal bezienswaardigheden uitgebreid aan bod en krijgen jullie wat Milanese recepten die de smaak van de stad en de omgeving naar het noorden brengen.

We beginnen op het Piazza del Duomo. Het gebied rond de Duomo was in de vierde eeuw het religieuze hart van Milaan. Tot de veertiende eeuw stonden hier de basilieken Santa Tecla en Santa Maria Maggiore en de doopkapellen San Giovanni alle Fonti en Santo Stefano. Al deze gebouwen moesten worden gesloopt om plaats te maken voor de gigantische kathedraal.

In die tijd was heel Milaan maar iets groter dan wat nu het oude stadshart is: het huidige Piazza della Scala (op een steenworp afstand van de Duomo) lag aan de rand van de stad! Je kunt je wel voorstellen hoe groots de Duomo oogde, en hoe indrukwekkend de aanblik van deze kerk was. Ook nu nog maakt de Duomo een onvergetelijke indruk. Het is bijna onmogelijk om alle details van de voorgevel in je op te nemen.

© foto Giovanni Dall’Orto

Een bezoek aan het dak van de Duomo is eigenlijk een must als je in Milaan bent. Het is een unieke ervaring op het dak van de kerk rond te lopen, waar eveneens veel prachtige beelden te zien zijn. Ook heb je vanaf hier een schitterend uitzicht op de stad en – met helder weer – op de besneeuwde bergtoppen.

Vanaf de Duomo zie je ook goed het stratenplan van Milaan. Pas in de negentiende eeuw werden er vanaf het Piazza del Duomo brede straten aangelegd. Ook de enorme winkelgalerij met glazen koepel staat er nog niet zo heel lang. Rond 1860 werden de vervallen gebouwen rondom de Duomo gesloopt om plaats te maken voor de Galleria Vittorio Emanuele II, die na de Italiaanse eenwording hét symbool van Milaan werd.

De chique winkelgalerij moest het Piazza del Duomo verbinden met het Piazza della Scala en maakte deel uit van een groots stadsvernieuwingsproject. De vloer van de centrale achthoekige ruimte onder de 47 meter hoge koepel is versierd met verschillende mozaïeken (waarover overmorgen meer); de mozaïeken op de bogen stellen de continenten Azië, Amerika, Afrika en Europa voor.

Aan het andere uiteinde van de Galleria ligt het Piazza della Scala, dat zijn naam dankt aan het wereldberoemde operagebouw Teatro alla Scala, dat door Giuseppe Piermarine is gebouwd op de plek waar eerst de Santa Maria della Scala stond, een kerk die was gebouwd voor Regina della Scala, de vrouw van een van de Visconti’s.

Het theater werd op 3 augustus 1778 ingewijd met een opera van Antonio Salieri. La Scala werd in 1943 gebombardeerd, maar drie jaar later weer in volle glorie herbouwd. De traditionele gala-avond waarmee het operaseizoen begint, vindt altijd plaats op 7 december, de feestdag van Sant’Ambrogio, de beschermheilige van Milaan. De zaal telt wel 2015 zitplaatsen – het moet geweldig zijn hier op de planken te staan en al die mensen in vervoering te brengen!

Via de Piazza San Fedele en de Via Agnello lopen we naar de Corso Vittorio Emanuele II, een van de belangrijkste winkelstraten van Milaan. Deze enorm indrukwekkende winkelstraat volgt de route van een oude Romeinse straat, de Corsia dei Servi (slavenlaantje). Deze straat was in 1628 het toneel van broodrellen, die Manzoni beschrijft in zijn beroemde werk I promessi sposi. Nu is het er net zo druk als tijdens die rellen, maar dan met winkelende mensen, druk bellende zakenmensen en winkeliers uit de buurt die even snel een espresso komen drinken.

Aan het einde van deze winkelstraat ligt de San Babila, een Romaanse kerk uit de elfde eeuw. De kerk staat in schril contrast met de andere gevels aan het gelijknamige plein, die allemaal in 1927 zijn gerenoveerd onder leiding van Albertini. De gevels van de kantoren, winkels en luxe-appartementen geven een perfect beeld van de functionele manier waarop het fascistische gemeentebestuur uit die tijd zich bezig hield met planologie.

Hier in de buurt vind je het huis van Alessandro Manzoni, de auteur van het net genoemde I promessi sposi. Manzoni woonde hier van 1814 tot 1873, toen hij na een val van de trappen van de San Fedele aan zijn einde kwam. Het perfect bewaard gebleven interieur bevat onder andere het vertrek waar Manzoni in 1862 Garibaldi ontving en zes jaar later Verdi ontmoette. Het meest indrukwekkend vond ik echter de enorme bibliotheek, met een collectie van meer dan 40.000 boekwerken!

De buurt waarin het huis van Manzoni zich bevindt, wordt ook wel Quadrilatero d’Oro (gouden vierhoek) genoemd. De Via Manzoni, de Via Monte Napoleone, de Corso Venezia en de Via della Spiga vormen een vierkant waarbinnen alle belangrijke modeketens een winkel hebben: Valentino, Gucci, Armani, Cartier, Prada, Chanel, Versace… Hier vergaap je je aan de mooie etalages en aan de mensen die bepakt en bezakt met hun nieuwe aanwinsten naar buiten wandelen.

Een van de bekendste bezienswaardigheden van Milaan ligt aan de andere kant van de stad. In het klooster dat bij de Santa Maria delle Grazie hoort, schilderde Leonardo da Vinci zijn Laatste Avondmaal. De positie van de apostelen, hun gezichten en de gebruikte symbolen hebben in de loop der tijd voeding gegeven aan verschillende complottheorieën, waarvan de bekendste natuurlijk wordt uitgewerkt in De Da Vinci Code van Dan Brown. Volgende week staan we wat uitgebreider stil bij Leonardo’s apostelen.

Aan de nabijgelegen Corso Magenta, met zijn chique winkels en historische gebouwen, vind je op nummer 65, net voorbij de kerk, het gebouw waar Da Vinci verbleef toen hij aan het Laatste Avondmaal werkte. Hier is nu een chique boekhandel, Libreria degli Atellani, gevestigd. Op nummer 61 staat het Palazzo delle Stelline, ooit een weeshuis voor meisjes en nu een congrescentrum. Op de hoek met de Via Carducci, die de oorspronkelijke loop van het Navigli-kanaal volgt, is Bar Magenta gevestigd, een van de oudste barretjes van Milaan. Hier schenken ze al koffie sinds het begin van de negentiende eeuw!

Aan het Piazza Sant’Ambrogio staat de gelijknamige kerk, die voor de Milanezen eigenlijk nog belangrijker is dan de Duomo, aangezien de kerk is gewijd aan de patroonheilige van de stad. Deze kerk vereren we volgende week met een uitgebreid bezoek!

Rechts van de Sant’Ambrogio bevindt zich de Università Cattolica del Sacro Cuore, gevestigd in het oude benedictijner klooster. De universiteit werd in 1921 opgericht door pater Agostino Gemelli. De twee kruisgangen, met Ionische en Dorische zuilen, zijn twee van de vier zuilen die Bramante in 1497 had ontworpen. Deze universiteit is een van de meest gerenommeerde onderwijsinstellingen van Italië. Neem zeker even een kijkje in de aula magna met zijn schitterende gewelfde plafonds. Ook al ben je geen student, je mag hier gerust even naar binnen lopen!

Ook de Pinacoteca Ambrosiana is een bezoek meer dan waard. Dit museum werd al in 1618 opgericht, door kardinaal Federico Borromeo, de neef van San Carlo en diens opvolger als aartsbisschop van Milaan. Het museum maakte deel uit van een groot cultureel project, dat ook de Bibliotheca Ambrosiana en de Accademia del Disegno omvatte. Het museum moest vooral een inspiratiebron zijn voor jonge kunstenaars. De collectie omvat onder meer werken van Caravaggio, Botticelli, Rafaël en Titiaan. De Bibliotheca Ambrosiana, die in het museum gevestigd is, heeft een collectie van meer dan 75.000 boeken, waaronder meer dan duizend pagina’s van de Codex Atlanticus van Leonardo da Vinci.

Een ander groot Milanees museum bevindt zich in het Castello Sforzesco, aan het eind van de Via Dante, een van de chiquere straten van de stad. Het Castello werd in 1368 door de Visconti’s gebouwd en later in opdracht van de Sforza’s verfraaid en verbouwd tot een schitterend renaissancepaleis. Onder Francesco Sforza, die vanaf 1450 heer van Milaan was, en zijn zoon Lodovico il Moro bood het Castello plaats aan een van de meest luisterrijke hoven van de renaissance. Leonardo da Vinci en Bramante kwamen er regelmatig en werkten aan menig opdracht voor de Sforza’s.

Tijdens het bewind van de Spanjaarden en de Oostenrijkers raakte het kasteel in verval en kreeg het zijn oorspronkelijke militaire functie weer terug. Het werd uiteindelijk door Luca Beltrami van de sloop gered. Beltrami restaureerde het Castello tussen 1893 en 1904 en verbouwde het tot een belangrijk museumcentra, de Musei Civici, die nog tot op de dag van vandaag in het kasteel gehuisvest zijn.

De middelste toren aan de voorzijde, de Filarete-toren, werd in 1521 verwoest toen het buskruit dat er lag opgeslagen explodeerde. De toren werd in 1905 herbouwd door Beltrami, die hierbij uitging van het originele ontwerp van Filarete. In de kleine toren linksachter, de Torre Castellana, had Lodovico il Moro zijn schatkamer ondergebracht. Die werd ‘bewaakt’ door Argus, die bij de ingang van de Sala del Tesoro staat afgebeeld op een fresco van Bramante.

Achter het Castello ligt het Parco Sempione, een park van ruim 47 hectare groot. Toch beslaat dit park nog maar een deel van de oude hertogelijke tuin van de Visconti’s, die in de vijftiende eeuw werd uitgebreid tot een jachtdomein van zo’n 300 hectare. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in het park tarwe verbouwd, maar na de wederopbouw werd het weer een plaats waar de Milanezen even kunnen ontspannen.

Nog iets verder naar het noorden vind je een van de prachtigste plekken van Milaan, het Cimitero Monumentale, dat dankzij de prachtige beelden en graven wel iets weg heeft van een openluchtmuseum. De Famedio (Famae Aedes), het ‘huis voor beroemdheden’, vormt het hart van het kerkhof. Het is een soort pantheon waar beroemde Milanezen en niet-Milanezen zijn begraven. Je ziet bijvoorbeeld de graftomben van de auteur Alessandro Manzoni, van de architect Luca Beltrami en van de dichter en Nobelprijswinnaar Salvatore Quasimodo. Ook staan er busten van Garibaldi, Verdi en Cavour.

Een bezoek aan het Cimitero Monumentale is bijna een bezoek aan een museum voor de kunst van eind negentiende eeuw tot nu. In het Civico Mausoleo Palanti, een enorm mausoleum met een crypte, die in 1943 dienst deed als schuilkelder, bevinden zich de graftomben van de komiek Walter Chiari en van Hermann Einstein, de vader van de beroemde Albert Einstein.

Wandel rustig langs de graven en laat de kunstige monumenten op je inwerken. In de middelste laan staan twee graftomben die zijn ontworpen door Enrico Butti. De eerste, de tombe van de jonge Isabella Casati, wordt ook wel Jonge vrouw betoverd door een droom genoemd. Hier bevindt zich ook een schrijn van Besenzanica, Werk genaamd. Rechts zie je de monumentale tombe van Toscanini, gebouwd voor de zoon van de dirigent. Indrukwekkend zijn ook de tomben van Carlo Erba, Bocconi, Campari en Falck.

Fare aperitivo, oftewel een aperitief drinken, is een Milanese gewoonte en mag dan ook zeker niet ontbreken tijdens een tocht door Milaan. De leukste plek voor een aperitivo is de wijk Navigli, een wijk rondom de restanten van een belangrijk stelsel van waterwegen dat door een groot deel van de stad liep. Over het Naviglio Grande is bijvoorbeeld het Candoglia-marmer vervoerd dat nodig was voor de bouw van de Duomo.

Ook de artistieke wijk Brera is een prima plek voor een aperitief. Mocht je hier wat eerder op de dag zijn, neem dan de tijd voor alle bijzondere plekken in deze studentenwijk: de kerk Santa Maria del Carmine, de Pinacoteca di Brera (een van de beroemdste musea van Italië), de kleine, originele winkeltjes en de gezellige koffiebarretjes.

Genoeg inspiratie voor een bezoek aan Milaan hoop ik, de komende dagen ga ik wat dieper in op een aantal prachtige plekken. Morgen gaan we terug naar het begin van deze wandeling voor een bezoek aan het mooiste beeld van de stad!

jul 10

Na de amandelkoekjestaart van gisteren vandaag een verhaal over Saronno, het amandelstadje in het noorden van Italië.

Overal in Italië woeden oorlogen als in Saronno plotseling een jonge kunstenaar opduikt. Bernardino Luini is een leerling van Leonardo da Vinci en is door zijn leermeester gestuurd om een fresco te schilderen in de kerk van Saronno. De flamboyante kunstenaar wordt betoverd door de schoonheid van Simonetta di Saronno, een jonge weduwe van adellijke komaf.

Hij vraagt haar te poseren voor het fresco van de madonna. In eerste instantie moet Simonetta niets van hem hebben, maar als ze toch ingaat op zijn verzoek gebeurt het onvermijdelijke: ze worden verliefd. Als het jonge paar verstrikt raakt in een reeks religieuze schandalen en de inwoners van Saronno zich tegen Bernardino keren, moet hij de stad ontvluchten. Bernardino zal er echter alles aan doen om terug te keren naar de vrouw van wie hij zielsveel is gaan houden.

De schrijfster van het boek, Marina Fiorato, vertelt hoe het verhaal over Simonetta di Saronno tot stand kwam: ‘Het idee voor De madonna van Saronno kwam van de legende van de alom geliefde likeur amaretto di Saronno, nu bekend als Disaronno Originale. Het verhaal gaat over een liefdesverhouding tussen een mooie weduwe (een waardin in de legende) en de kunstenaar Bernardino Luini, uit de school van Da Vinci.

Luini schilderde naar alle waarschijnlijkheid in 1525 de weduwe als de Maagd in de Sanctuariumkerk van Saronno, en zij bedacht amaretto voor hem als liefdesgeschenk. Hoewel dit verhaal de essentie van het boek vormt, moet duidelijk gesteld worden dat de amarettodrank die op deze pagina’s wordt genoemd verder geen verband houdt met de huidige Disaronno, noch wat de ingrediënten noch wat de productiemethode betreft. De geheimen van Disaronno Originale blijven vanzelfsprekend in bewaring bij de familie Reina uit Saronno. […]’

Een fragment uit De madonna van Saronno:

‘Simonetta had een fijne smaak, en had de heerlijkste wijnen geproefd vanaf het moment dat ze als baby een speen kreeg die was gedoopt in Venetiaanse marsala. Toen ze een getrouwde vrouw was, had Lorenzo haar kennis verbreed door haar bier en brandewijn, grappa en limoncello te laten proeven. Hun tafel was bijna bezweken onder de beste wijnen van Lombardije en omstreken; de Sassella en Grumello uit het Valtellina, de rode Valcalepio en witte Oltrepo Pavese. San Colombano uit Lodi en Chiaretto van de westoevers van het Gardameer. Ze wist wat de tong streelde en werkte daar nu naartoe.

De hele nacht werkte ze door, terwijl ze de monniken van de Grande Chartreuse aanriep., die hun groene brouwsel distilleerden in de naam van God. Ze was die nacht een zuster van de Arabische nomaden die in de woestijn hun sterke, zoete arak stookten. Steeds weer proefde ze, tot haar hoofd tolde en ten slotte haar zintuigen het begonnen te begeven. Haar ogen konden niet scherp meer zien, en haar gedachten gingen, als huiswaarts kerende druiven, naar Bernardino terug.

In haar verwarde toestand dacht ze dat het brouwsel dat ze maakte, voor hem was. Ze stopte alles wat in haar hart leefde in het drankje. Ze ging naar buiten en plukte ’s nachts in het geurige donker abrikozen van de leibomen, terwijl hun vruchtvlees nog warm was van de zon en hun velletje zo zacht als dat van een jong muisje. Abrikozen voor de zoetheid, de overstelpende zoetheid die ze had gevoeld toen hij haar die ene heftige keer had gekust.

Daarna voegde ze er uit een Chinese pot nog kruidnagelen aan toe, zo zwart als zijn haar, en eenmaal fijngestampt zo bitter als de herinnering aan zijn vertrek, de laatste keer toen hij zich van haar afwendde en wegreed in de richting van de heuvels. De spiralende schil van de groenste appel die onder het schillen over haar handen gleed als de slang van Eva, deed haar denken aan de gelukkige zondeval die haar in zijn armen had gedreven.

Maar de gele schil van een goudkleurige citroen beet in de sneetjes in haar knokkels, als afstraffing voor de vingers die het warme haar op zijn hoofd hadden vastgegrepen toen ze zijn gezicht naar zich toe had getrokken. Pas toen, toen liet ze zich helpen door de herinnering aan hem, toen ze bitter en zoet combineerde, de essentie van hun ontmoeting, wist ze dat het goed was.

Ze nam een grote slok van de drank die nu klaar was, terwijl ze snel met haar ganzenveer de precieze hoeveelheden en ingrediënten opschreef die ze had gebruikt. Ze zat te knikkebollen boven haar inktzwarte vingers, en toen haar voorhoofd de zachte bladzijden van het grootboek raakte, dacht ze dat ze een glas met hem deelde, lachend, ergens waar de zon hun huid tijdens het drinken verwarmde zoals ze wist dat nooit zou gebeuren.’

Bernardino Luini wordt inmiddels bewonderd als de beroemdste renaissancekunstenaar  van Lombardije. Hij wordt zelfs wel vergeleken met zijn leermeester, Leonardo da Vinci. In feite werd Bernardino’s aanwezigheid in het klooster van Sint Mauritius in Milaan zo geheim gehouden en was het werk daar met zoveel talent gemaakt, dat de fresco’s jarenlang aan Leonardo zelf zijn toegeschreven.

Fiorato: ‘Er is weinig bekend over Luini’s levensgeschiedenis, en ik heb me dan ook grote vrijheden veroorloofd met zijn levensverhaal, in het bijzonder wat betreft het ouderschap van zijn twee oudste zoons, Evangelista en Giovan Pietro. Zijn werk spreekt echter voor zich. Breng in elk geval een bezoek aan de mooie kerk Santa Maria dei Miracoli in Saronno, nu het Santuario Beata Vergine dei Miracoli geheten.

Als je Bernardo’s ware genie wilt zien, stap dan over de drempel van het Monastero San Maurizio (het vroegere Monastero Maggiore) in Milaan, waarvan de decoratie Luini’s belangrijkste kunstwerk is.’

Het verhaal dat Fiorato rondom Bernardino Luini en de madonna van Saronno bedacht, lees je in

De madonno van Saronno
Marina Fiorato
ISBN 9789047201090
€ 19,95
uitgeverij Artemis

jun 05

Zoals ik gisteren beloofde, neemt Esther van Veen, auteur van de nieuwe Dominicus stedengids Florence, ons vandaag mee terug in de tijd, naar het jaar 1478…

‘Het was paaszondag, 26 april 1478. Heel Florence, inclusief de De’ Medici, kwam in vol ornaat samen in de dom om de heiligste dag van het jaar te vieren. Tijdens de mis begonnen opeens de klokken in Giotto’s Campanile te luiden.

Tegelijkertijd waren zo’n tienduizend gelovigen er getuige van hoe tijdens het zegenen van de hostie (het door de samenzweerders afgesproken teken) de nietsvermoedende Giuliano de’ Medici vanuit het niets maar liefst negentien keer met een mes werd gestoken, door Bernardo Baroncelli en Francesco de’ Pazzi.

Giuliano de’ Medici

Francesco stak in blinde woede zo wild op Giuliano in, dat hij zichzelf in z’n dijbeen stak. Op hetzelfde moment pakte de hand van priester Maffei de schouder van Lorenzo de’Medici, Giuliano’s broer. Toen Lorenzo zich omdraaide, werd hij met een mes in zijn hals gestoken. Hij raakte gewond onder zijn rechteroor.

Na een zwaardgevecht zag Lorenzo kans met behulp van zijn vrienden, onder wie de dichter en humanist Angelo Poliziano, de kunstenaar Verrocchio en de architect Michelozzo, via het altaar de noordelijke sacristie in te vluchten. De bronzen deuren werden gesloten en gebarricadeerd om de gewonde en luid om zijn broer roepende Lorenzo te beschermen en te kalmeren.

Zijn geliefde broer Giuliano lag inmiddels levenloos op de vloer van de kathedraal, in een steeds groter wordende plas bloed. Eigenlijk was Giuliano niet eens van plan geweest naar de mis te gaan. Hij lag ziek op bed, tot hij door de samenzweerders, die logen dat Lorenzo hen gestuurd had, thuis werd bezocht om hem op te halen.

In de volgepakte kerk was inmiddels een enorme chaos uitgebroken. Mensen probeerden schreeuwend en in blinde paniek zo snel mogelijk naar buiten te geraken. De samenzweerders werden door Lorenzo’s woedende gevolg de kerk uitgejaagd, en vluchtten naar het Pazzi-paleis.

Toen de kathedraal leeg was, werd Lorenzo door zijn aanhangers naar zijn paleis gebracht, waar gewapende medestanders hem ter bescherming opwachtten. Aartsbisschop Salviati, een van de samenzweerders, probeerde ondertussen een staatsgreep te plegen in het stadhuis.

Nadat zijn aanval op de gonfaloniere mislukte en hij gevangen werd genomen, werd de klok in de toren van het Palazzo della Signoria geluid om de Florentijnen te alarmeren. Ze werden opgeroepen om zich bewapend te verzamelen op het plein voor het stadhuis. Toen de buiten de stad gereedstaande hulptroepen van de samenzweerders het klokgelui hoorden, wisten ze dat de aanval mislukt was, en maakten ze rechtsomkeert.

Florence was in alle staten na deze hondsbrutale moordpartij in hun heilige dom op de populaire De’ Medici-broers en de daaropvolgende mislukte coup. Hoewel Lorenzo de inwoners van de stad nog tot kalmte probeerde te manen, werd Florence overspoeld door een golf van geweld. Drie dagen lang vloeide het bloed rijkelijk door de straten.

De leden van de Pazzi- en Salviati-families en hun medestanders werden opgepakt, gemarteld en vermoord. Sommige samenzweerders werden van de toren van het stadhuis geduwd om door een menigte gelyncht en met spades in stukken gehakt te worden. Anderen werden gevierendeeld of opgehangen.

De rottende lijken van zo’n zestig tot tachtig samenzweerders (en hun onfortuinlijke, vaak onschuldige familieleden) hingen wekenlang te bungelen aan de gevels van het Palazzo Vecchio en het Bargello en op het Piazza della Signoria, als waarschuwing voor overige vijanden van de familie De’ Medici.

De meest macabere aanblik bood aartsbisschop Salviati, die al stuiptrekkend zijn tanden had vastgebeten in het naakte lichaam van Francesco de’ Pazzi. Botticelli schilderde de gehangene levensgroot op een grote toegangsdeur van het Palazzo della Signoria.

De huurmoordenaar Baroncelli, die naar Constantinopel gevlucht was, werd dankzij Lorenzo’s goede verhouding met de Turkse Sultan Mohammed II aan Florence uitgeleverd. Hij werd als laatste opgehangen, ongeveer een jaar na de anderen. Leonardo da Vinci maakte nog een tekening van zijn dode lichaam, bungelend aan een strop uit een raam van het Bargello.

De overgebleven families van de samenzweerders werden verbannen, hun bezittingen werden geconfisqueerd en alle herinneringen aan hen werden uit het straatbeeld verwijderd. Geen steen in Florence die nog aan een Pazzi of Salviati herinnert…

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards!

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com.

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/

Grazie mille enne… zeg het voort!

Saskia

Getagd met:
preload preload preload