mrt 13

Vorige week maandag is er in de Engelenburcht in Rome een expositie geopend die geheel gewijd is aan Amor en Psyche. Dat liefde bij de Italianen hoog in het vaandel staat, bewees de lange rij gisteren. Het was er tot mijn grote verbazing zo druk dat ik op de Engelenbrug moest aansluiten in de rij, die achter mij steeds langer en langer werd.

Amor en Psyche

Ik hoorde ouders alvast aan hun kinderen het prachtige verhaal van Amor en Psyche vertellen. Voor wie deze mythe niet kent, volgt hieronder een uitgebreide samenvatting (ontleend aan: Eric M. Moormann & Wilfried Uitterhoeve, Van Achilles tot Zeus, SUN Nijmegen):

‘Psyche, een koningsdochter, was zo bovenmenselijk mooi dat iedereen haar bewonderde en zelfs de verering van de godin van de liefde, Venus, erdoor werd verwaarloosd. Venus droeg in haar woede haar zoon Amor op het meisje verliefd te doen worden op een afzichtelijk iemand. Amor werd echter zelf verliefd op Psyche en gaf aan die opdracht geen gehoor.

Het gevolg was dat de veel bewonderde Psyche niemand liefhad noch door iemand werd bemind. Haar ouders gingen in hun wanhoop naar Delphi om de orakelgod Apollo raad te vragen. Deze liet hen – op instigatie van Amor – weten dat ze hun dochter moesten kleden als voor een huwelijk en haar naar de oever van de zee moesten brengen vanwaar ze zou worden weggevoerd door een vreselijk monster.

De ouders brachten Psyche naar de aangegeven plaats, vanwaar ze door Zephyros, de Westenwind, werd weggevoerd naar een prachtig paleis om daar in slaap weg te zinken. De volgende ochtend verkende ze, door stemmen geleid, het wonderbaarlijke paleis. Na het vallen van de avond kreeg ze gezelschap van een bedgenoot. Ze kon echter geen blik op hem slaan, en hij waarschuwde haar geen pogingen te ondernemen om hem te kunnen zien.

Psyche had een zeer gelukkige tijd, al voelde ze steeds sterker de behoefte anderen, en met name haar twee getrouwde zusters, deelachtig te maken aan haar geluk. Op haar aandrang stond Amor een bezoek van haar zusters toe. Zij werden door Zephyros naar het paleis gebracht en vervolgens bevangen door een felle jaloezie. Toen ze hoorden dat Psyche nimmer een blik op haar minnaar had kunnen slaan, hielden ze haar voor dat ze het bed mogelijk deelde met een monster.

Psyche kon haar angst en nieuwsgierigheid niet langer beheersen. Ze voorzag zich van een olielamp en van een mes waarmee ze haar echtgenoot, als het een monster zou blijken te zijn, zou kunnen doorsteken. Toen ze op een nacht de olielamp ontstak, ontdekte ze tot haar opluchting dat ze het bed deelde met een prachtige jongeling.

Amor werd echter gewekt door een druppel gloeiende olie en verdween om niet terug te keren. De wanhopige Psyche zocht haar bedgenoot overal, maar niemand wilde haar, object van de voortdurende jaloezie van Venus, daarbij helpen. Uiteindelijk belandde ze bij de liefdesgodin zelf, die haar belastte met vernederende en schier onmogelijke taken.

Op een gegeven moment moest ze bij de koningin van het dodenrijk, Proserpina, een flesje schoonheidszalf ophalen. Ze kreeg het verzegelde flesje mee, maar kon op de terugweg haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, opende het flesje, werd door de geur bedwelmd en geraakte in een slaap waaruit ze niet ontwaakte.

Intussen was de verliefde Amor op zoek naar Psyche. Hij vond haar slapend en wekte haar met een prikje van één van zijn vleugels. Ze werd door Mercurius naar de Olympus gevoerd. Op Amors verzoek bewerkstelligde Jupiter een verzoening met Venus en verleende hij Psyche onsterfelijkheid. Alle goden namen deel aan de feestelijke bruiloft van Amor en Psyche.’

Dit verhaal wordt in de Engelenburcht tot en met 10 juni 2012 op verschillende wijzen geïllustreerd, onder andere in de Sala di Amore e Psiche, dat ooit het privévertrek van paus Paulus III was. Daarnaast zijn er ongeveer honderd werken van grote kunstenaars verzameld – allemaal met het zojuist vertelde liefdesverhaal als uitgangspunt. Zo zien we Amor en Psyche uit de Galleria degli Uffizi in Florence nu in de Romeinse Engelenburcht, net als de gevleugelde Psyche uit de Capitolijnse Musea, tekeningen van Raffaello en onderstaand schilderij van Antonio Canova.

Deze Canova maakte overigens ook een prachtig beeld van Amor en Psyche, dat in het Louvre in Parijs te bewonderen is, en dat – meer nog dan het schilderij – de liefde van Amor en Psyche uitdraagt.

Wie gegrepen is door het verhaal van de twee geliefden, moet overigens als hij in Rome is ook zeker een bezoek brengen aan de Villa Farnesina, waar Rafael in opdracht van de bankiersfamilie Chigi een loggia beschilderde met de hoofdpersonen uit het verhaal van Amor en Psyche. Wedden dat Amor je raakt met zijn pijlen en je op slag verliefd wordt op dit prachtige stukje Rome?

mrt 05

Na de schilderijen van Tintoretto, de etsen van Piranesi en de schetsen van Van Heemskerck, staan we vandaag voor een werk van een iets andere orde: de fresco’s van Michelangelo die het plafond en de wanden van de Sixtijnse Kapel sieren. Aangezien de Sixtijnse Kapel voor veel toeristen een must see is tijdens hun bezoek aan Rome, is het er dus bijna altijd druk. Dat kan er soms toe leiden dat je gemaand wordt door te lopen en vooral niet te lang stil te blijven staan.

Vandaag vraagt echter om een langer bezoek en een gedetailleerdere kijk op de figuren die de fresco’s bevolken. Onlangs kreeg ik namelijk het boek Italiaanse fresco’s in handen, waarin Ernest Kurpershoek de mooiste fresco’s tot leven wekt. Met een aanstekelijke enthousiasme vertelt hij over deze voor Italië zo belangrijke schildertechniek – en over de mensen die met deze techniek werkten, zoals Leonardo Da Vinci, Giotto, Botticelli en Michelangelo. Van deze laatste frescoschilder wordt vooral ingezoomd op de fresco’s in de Sixtijnse Kapel, die ik daarom graag nog eens opnieuw wil bekijken en bestuderen. Uiteraard met de gids van Kurpershoek in de hand.

Voor iedereen die vandaag niet voor het echte werk kan staan, noem ik nog eens de link waarmee je een virtueel bezoek kunt brengen aan de Sixtijnse Kapel: www.vatican.va/various/cappelle/sistina_vr/index.html.  Zo kun je toch over mijn schouder – en die van Ernest Kurpershoek – meekijken naar wat Michelangelo op de wanden wist te toveren.

Italiaanse fresco’s opent met een korte inleiding, waarna Kurpershoek de techniek van het frescoschilderen uit de doeken doet. Hoewel ik al wist dat er veel bij kwam kijken voor een figuur op de kalklaag is geschilderd, is het verhelderend de werkwijze nog eens na te kunnen slaan. Met een aantal van de prachtige fresco’s die ik de afgelopen maanden zag op mijn netvlies, groeit het ontzag voor de frescoschilders. Wat een werk, en wat een doorzettingsvermogen moesten zij zich getroosten voor al die meesterwerken op de muur stonden!

Het is dan ook meer dan terecht dat Kurpershoek het tweede hoofdstuk helemaal aan de frescoschilders wijdt. Het geeft ons een beetje inzicht in het leven dat zij leidden: ‘Frescoschilderen was zwaar werk. Een veelgebruikte zegswijze in het Italiaans voor zwaar in de problemen zitten was stare fresco. Gelukkig stond de ware frescoschilder […] te boek als een amatore della difficoltà, een ‘liefhebber van moeilijkheden’. Hij houdt van ondernemingen die zijn kunnen en temperament op de proef stellen.’

Zo ook Michelangelo. Zijn werk slokte hem helemaal op, zeker toen hij met de fresco’s in de Sixtijnse Kapel worstelde. Kurpershoek: ‘Zelfs een beroemdheid als Michelangelo moest gedurende de jaren dat hij aan het gewelf van de Sixtijnse Kapel werkte, het doen met een niet meer dan een sjofel atelier in een lawaaierig steegje onder de stadsmuur nabij een stinkende gracht in de buurt van de Engelenburcht. Michelangelo’s uitspraak ‘hoe rijk ik ook ben geweest, ik heb altijd als een arm man geleefd’, was ongetwijfeld geen overdrijving.’

Om dit te illustreren, vertelt Kurpershoek een mooie anekdote: ‘Toen een priester tot Michelangelo zei dat het jammer was dat hij niet getrouwd was – waardoor hij de vrucht van zijn arbeid niet aan zijn kinderen kon nalaten – antwoordde Michelangelo dat zijn kunst al een vrouw teveel was en dat zijn werken zijn kinderen waren. Hiermee verwoordde Michelangelo waarschijnlijk de situatie van velen van zijn collega’s: het kunstenaar zijn was een veeleisend beroep dat iemand volledig in beslag nam.’

Dat besef je eens te meer als je midden in de Sixtijnse Kapel staat en zijn fresco’s op je in laat werken. Met alle achtergrondinformatie die het boek Italiaanse fresco’s biedt, gaat de geschiedenis van de figuren die op deze fresco’s te zien zijn, en van de kunstenaar die ze schilderde, nog meer leven.

Wie binnenkort naar Italië reist en naast la dolce vita ook graag een kerk, kapel of museum binnenwandelt, doet er goed aan het boek Italiaanse fresco’s voor vertrek aan te schaffen en thuis of onderweg te lezen. Hoewel het in eerste instantie natuurlijk bedoeld is als een kunsthistorische reisgids, heeft Kurpershoek er eigenlijk eerder een lekker lezend boek van gemaakt. Eenmaal begonnen, leg je het niet zo snel meer weg en reis je mee langs de prachtigste Italiaanse fresco’s, van Florence tot Rome, van Mantua tot Assisi, van Siena tot Venetië.

Italiaanse fresco’s
Ernest Kurpershoek
ISBN 9789077787304
€ 15,00
Olive Press

Bestel Italiaanse fresco’s hier via bol.com

mrt 04

Vorig jaar in oktober was een prent van Maarten van Heemskerck waar ik bij toeval op stuitte de aanleiding op zoek te gaan naar de geschiedenis van het Pantheon. Nu zijn veel meer van zijn prachtige prenten te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Jullie kunnen je vast voorstellen dat mijn hart daar een beetje sneller van gaat kloppen. Niet alleen is er nu voor iedereen die niet in Rome verblijft een klein stukje van de Eeuwige Stad binnen handbereik, we kunnen zo ook zien hoe de stad er vroeger uitzag en welke geheimen er nog verborgen liggen onder eeuwen geschiedenis.

Voor ik naar Rome vertrok, maakte ik dus nog even een tussenstop in Rotterdam. Ik reisde via Haarlem. Niet alleen omdat de NS me daar door omstandigheden toe verplichtte, maar ook om nog een beetje beter in de voetstappen van Van Heemskerck te kunnen treden. Haarlem was namelijk de geboortestad van Van Heemskerck. Hier moet hij voor het eerst over Rome hebben gehoord, hier moet hij over Rome hebben gedroomd, zijn reis hebben gepland…

Precies vierhonderdtachtig jaar geleden was het zover. In 1532 vertrok Maarten van Heemskerck naar Rome. In de Eeuwige Stad liet hij zich inspireren door de overblijfselen uit de klassieke oudheid. Antieke beelden en ruïnes vormden een dankbaar onderwerp voor zijn tekeningen, die hij nog jaren na zijn terugkeer als bron zou blijven gebruiken. Op de achtergrond van zijn beroemdste zelfportret, dat speciaal voor deze tentoonstelling uit het Fitzwilliam Museum in Cambridge is overgebracht naar Rotterdam, schilderde hij het Colosseum, voor velen hét symbool van het oude Rome.

Maarten van Heemskerck | Zelfportret met Colosseum, 1553 | Olieverf op paneel
© Fitzwilliam Museum, Cambridge

Op het olieverfschilderij Zelfportret met Colosseum (1553) beeldde Maarten van Heemskerck zichzelf overigens twee keer af: als 55-jarige, succesvolle en gefortuneerde kunstenaar staat hij voor een schilderij waarop hij een tweede maal te zien is (rechtsonder), ditmaal als jonge kunstenaar die de ruïnes van het Colosseum vastlegt op een schetsblad. Van Heemskerck heeft het Colosseum keer op keer getekend tijdens zijn verblijf in Rome. Hoezeer hij het oude amfitheater bewonderde, bleek nog aan het eind van zijn leven, toen hij het als achtste wereldwonder toevoegde aan een prentreeks over de wereldwonderen van de oudheid.

Naast dit beroemde werk tonen diverse prenten en schilderijen hoe de oudheid een rol bleef spelen in het oeuvre van deze kunstenaar. In tal van schetsboeken legde hij zijn studies naar klassieke architectuur, ruïnes en antieke beelden vast. De tentoonstelling omvat een aantal schetsen die Van Heemskerck maakte tijdens zijn verblijf in Rome, uit de collectie van het Rijksmuseum en uit een particuliere collectie.

Maarten van Heemskerk |Ruïnes op de Palatijn in Rome (recto), ca. 1532-37 | Pen in bruin
© Rijksmuseum, Amsterdam

Na zijn terugkeer in Haarlem gebruikte hij deze studies voor schilderijen en prenten met fantasievolle landschappen. De klassieke ruïnes en sculpturen vormen de achtergrond van mythologische, allegorische of Bijbelse voorstellingen, zoals Het oordeel van Paris (circa 1545-1550) of De goden van de Olympus (1556). Ook is de invloed van de antieke sculptuur direct te herkennen in Van Heemskercks composities en in de houdingen van zijn figuren. Zo gebruikte hij een studie die hij in Rome maakte van de Torso van Belvedere voor de Christusfiguur in de prent De doornenkroning (1548). Een gipsafgietsel van deze klassieke sculptuur maakt deel uit van de tentoonstelling.

De tentoonstelling Maarten van Heemskerck – Het oude Rome herleeft is nog tot en met 3 juni 2012 te zien. Kijk voor meer informatie op www.boijmans.nl.

mrt 03

Na de onverwachte ontmoeting met het Venetiaanse ververtje in Rome, ga ik vandaag op pad met Giovanni Battista Piranesi. Niet letterlijk natuurlijk, want deze begenadigde kunstenaar is al meer dan tweehonderd jaar dood. Dankzij het boek Rome: van Piranesi naar nu – van kopergravure naar nu van Leo Smink dient Piranesi echter nog steeds als gids door de Eeuwige Stad.

Piranesi werd begin achttiende eeuw geboren in de buurt van, jawel, Venetië. De stad laat me hier in Rome gewoonweg niet los… Piranesi had het echter al op vrij jonge leeftijd gezien in het noorden en trok naar Rome, waar hij werd overweldigd door de vele – veelal tot ruïnes vervallen – monumenten van de stad.

Hij zag het Forum Romanum, het Pantheon, het Colosseum en alle andere bijzondere plekken in Rome als een decor van de eeuwenlange gebeurtenissen die de loop van onze geschiedenis zo enorm hebben beïnvloed. Dit besefte men al in de renaissance, maar vooral in de achttiende en de negentiende eeuw ging men in Rome (en andere archeologische sites als Pompeï en Herculaneum) daadwerkelijk op onderzoek uit naar restanten van oude kerken, zuilen en gebouwen.

Piranesi was zich zeer bewust van deze groeiende belangstelling. Hij heeft deze monumenten of de ruïnes van oude bouwwerken dan ook – zoals wij tegenwoordig met onze fotocamera’s doen – in kopergravures vastgelegd. Deze etsen werden in zijn tijd zo populair dat er een echte handel ontstond. Op het hoogtepunt van zijn carrière had hij zijn eigen drukkerij en verkocht hij afdrukken van zijn etsen, als ware het ansichtkaarten, aan met name Engelsen die Rome bezochten in het kader van een zogenaamde Grand Tour.

Ik begin mijn tocht met Piranesi op het Piazza della Rotonda, het pleintje voor het Pantheon dat toch wel een van mijn meest geliefde plekken in Rome is. Ik schreef al eerder dat ik hier meestal direct heen wandel als ik in Rome ben teruggekeerd. Op de treden van de fontein, aan de voet van de obelisk, Rome aan me voorbij zien trekken, Romeinen en toeristen langs elkaar heen zien snellen en het Pantheon te zien oprijzen, staat garant voor thuiskomen. Voor aarden in de stad die al eeuwen door dezelfde stenen ademt maar toch steeds weer anders is.

In de tijd van Piranesi zag het er hier nog heel anders uit. Met het boek op schoot bestudeer ik de opvallendste verschillen. Het plein was in Piranesi’s tijd allereerst veel ruimer, veel opener dan nu. Het Pantheon moet er in die tijd nog grootser uitgezien hebben, zonder aan alle kanten ingesloten te zijn door gebouwen. De marktkraampjes (die volgens de aantekeningen van Piranesi samen een vismarkt vormen) hebben plaats gemaakt voor restaurants en terrassen.

Het opmerkelijkst zijn de twee torentjes die het Pantheon sieren. Vorig jaar oktober wijdde ik daar al een stukje aan (voor wie het gemist heeft: via deze link lees je er meer over), naar aanleiding van een schets van Maarten van Heemskerck waar ik toevallig op stuitte. De torentjes zijn ontworpen door Gian Lorenzo Bernini, in opdracht van paus Urbanus VIII. Begin negentiende eeuw zijn ze weggehaald en sindsdien rusten ze in vergetelheid.

Als ik door het boek blader en Piranesi’s etsen bekijk, gaat dat voor meer dingen op. Niet allemaal zo ingrijpend en opvallend als de torentjes van Bernini, maar bijzonder genoeg om daar eens dieper in te duiken. Zo wandel je met Piranesi door twee verschillende Romes: het Rome uit zijn tijd, dat nog veel geheimen prijs te geven heeft, en het Rome van nu, dat die geheimen vaak diep in zich verborgen houdt. Eens kijken of Piranesi helpt die geheimen te onthullen…

Daarvoor moeten we op pad, dus ik sla het boek dicht, werp nog eenmaal een blik op de plek van de verdwenen torentjes en wandel verder, in de voetsporen van Piranesi, de geschiedenis in…

Wie mee wil wandelen, in Rome of vanuit een lekker luie stoel thuis, leest en kijkt mee in

Rome: van Piranesi naar nu – van kopergravure naar foto
Leo Smink
ISBN 9789085709282
€ 19,50 (ex. verzendkosten)
te bestellen via www.oleo-italia.nl

PS Er is ook weer nieuws over mijn eigen boek. Dat is nog niet in hetzelfde stadium als het boek over Piranesi, maar David van Iersel van De Boekenmakers, de heren van Studio Denk en ik hebben gisteren heerlijk zitten puzzelen met de vorm waarin alle verhalen en foto’s gegoten gaan worden. We hebben ons, zoals de foto’s al een beetje laten zien, gebogen over verschillende kleurstellingen, lettertypes, symbooltjes, hoofdstukaanduidingen etcetera etcetera. Ook staan dankzij Annemarie en Annelie van De Boekenmakers nu alle puntjes op de i in de tekst.

Het wachten is nu op de definitieve opmaak, waarmee Studio Denk komende week aan de slag gaat. Maar ik zit ondertussen niet stil en heb samen met de uitgeverij iets leuks bedacht waarmee we trouwe bloglezers alvast een extraatje bieden. Vanaf komende week kunnen jullie namelijk voorintekenen op mijn boek. Dat betekent dat je het boek als eerste in de bus krijgt, zodra het beschikbaar is. Maar dat is nog niet alles: bij iedereen die voor 15 april bestelt, neemt uitgeverij De Boekenmakers de verzendkosten voor zijn rekening en zorg ik desgewenst voor een persoonlijke boodschap in het boek. Voor elke 25ste besteller hebben we bovendien nog een extra verrassing in petto. Voordat jullie nu al allemaal massaal gaan bestellen: zodra deze actie van start gaat en bestellen mogelijk is, laat ik jullie dat hier nog even weten. Hopelijk met een klein voorproefje van een aantal pagina’s uit het boek. Nog eventjes geduld dus…

mrt 02

Vanochtend werd ik niet meer wakker van het gekabbel van Venetiaans water, maar van het Romeinse verkeer. Na een week of twee zonder toeterende auto’s, Vespa’s en de sirenes van ambulances en la polizia, is het toch altijd weer even wennen continu omringd te zijn door lawaai. Ook de klanken van het Venetiaanse dialect sterven langzaam uit in mijn hoofd, om plaats te maken voor de o zo bekende Romeinse uitdrukkingen.

Toch zit Venetië nog wel een beetje in mijn hoofd. Terwijl ik langzaam door de Romeinse straten en steegjes wandel, probeer ik de heimwee naar de stilte, naar de mystieke sfeer, naar het gekabbel van het water – dat zo heerlijk als achtergrondgeluid kan dienen tijdens het schrijven – van me af te lopen. Ongemerkt ben ik boven op de Quirinale beland, waar ik mijmerend uitkijk over de koepels en de daken van de stad.

Waarom overvalt het gevoel van thuiskomen me nu niet zoals anders? Waarom wandelt mijn hart nog door Venetië terwijl mijn hoofd zich uit alle macht in Rome probeert te orienteren? Waarom mist het warme gevoel dat me normaal gesproken direct na aankomst in Rome overvalt? Ik zucht en besluit een kopje koffie te gaan drinken in het cafeetje van de Scuderie, de voormalige pauselijke paardenstallen.

Ik steek het grote plein over en moet een paar keer met mijn ogen knipperen. Heb ik nu zo lang staan mijmeren dat ik droom? Of droom ik überhaupt, ergens in Venetië, en voel ik me daarom zo ontheemd? Boven de ingang van de Scuderie zie ik namelijk een naam die ik afgelopen weken in Venetië ook regelmatig zag opduiken: Tintoretto.

Ik knijp mezelf hard in mijn arm. Au! Ik droom dus niet… Aan een van de mensen bij de ingang vraag ik hoe de Venetiaanse schilder hier zo verzeild is geraakt. Eind februari blijkt een grote aan hem gewijde expositie van start te zijn gegaan, op de plek waar Caravaggio, Lorenzo Lotto en Filippino Lippi eerder honderdduizenden bezoekers trokken.

Ik besluit mijn koffie nog even uit te stellen en midden in Rome in de wereld van de Venetiaanse Tintoretto te duiken. Deze schilder, die eigenlijk Jacopo Robusti heette, werd door zijn tijdgenoten il tintoretto genoemd, het ververtje. Hij was namelijk al op zeer jonge leeftijd een fervent liefhebber van het penseel. Hij schilderde al vroeg de mooiste taferelen en bestudeerde vele werken van de grote meesters, met als belangrijkste voorbeeld Michelangelo.

Op 15-jarige leeftijd ging Tintoretto in de leer bij de grote Venetiaanse schilder Titiaan, die toen zelf al 56 jaar oud was. Tintoretto’s studie duurde echter niet lang; volgens de overlevering had hij zozeer een eigen stijl dat hij het al na tien dagen voor gezien hield in het atelier van Titiaan.

Tintoretto zette aan het begin van zijn schilderscarrière vooral religieuze voorstellingen op het doek. Later schilderde hij ook prachtige mythologische verhalen en een aantal portretten. Bijzonder is de aanwezigheid van een zeer jong zelfportret, dat normaal gesproken in het Victoria & Albert Museum te zien is. Zeker als je daarna het zelfportret op oudere leeftijd ziet (dat in het bezit is van het Louvre maar nu ook in de Scuderie hangt), komt Tintoretto echt een beetje tot leven.

Na zo’n veertig Tintoretto’s te hebben bewonderd, is mijn honger naar Venetië gestild en mijn heimwee zo goed als verdwenen. Terwijl ik een kopje koffie drink aan de bar, geniet ik van de Romeinse conversaties om me heen. Eenmaal buiten haal ik diep adem en voel ik Rome in al mijn poriën doordringen. Venetië sijpelt uit mijn systeem en met elke pas groeit het gevoel van thuiskomen.

Daar ga ik vandaag dan ook heerlijk van genieten, maar niet voordat ik jullie nog even heb laten weten dat Tintoretto ook in eigen land te zien is. In het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld, dat een aantal prachtige werken van dit Venetiaanse ververtje herbergt. Ook wie niet in Rome of Venetië is, kan zijn werk dus bewonderen – zonder heimwee te hoeven hebben!

feb 29

Precies een week geleden moest ik afscheid nemen van het Venetiaanse carnaval. De maskers zijn afgezet, de confetti weggespoeld, de kater verdronken. De Venetianen hebben hun stad stilletjes teruggewonnen op de feestvierende massa. Na dagen vol drukte klotst het water rustiger, tevredener bijna, tegen de kades.

Vandaag moet ik afscheid nemen van de stad zelf, en dat valt me een stuk zwaarder dan het afscheid van het carnaval. Van maskers, drukke straten, aangeboden drankjes en meegenieten van de effecten van drinkgelagen krijg je gauw genoeg, terwijl de stad zelf nooit verveelt. Ik pak mijn koffer in en bekijk nog een keer alle geschoten foto’s. Maskers, gondels en bruggetjes passeren de revue, in willekeurige volgorde en vaak in verrassend mooie combinaties.

Gek, dat het weer een jaar zal duren voor deze sfeer weer door de stad waant. Gek ook dat je er tijdens het carnaval soms ontzettend genoeg van kan hebben, van die drukte en het geduw, terwijl het bekijken van die prachtige plaatjes toch een beetje nostalgia oproept. Naar de sfeer, de uitbundigheid, het even loslaten van het dagelijks leven…

Voor iedereen die dit gevoel van heimwee naar het Venetiaanse carnaval herkent, is er gelukkig goed nieuws. Van een vriendin die in de buurt van Bussum woont, kreeg ik namelijk de tip dat in Galerie III in Bussum nog tot en met eind maart een bijzonder fraaie expositie over het Venetiaanse carnaval te bewonderen is.

De expositie laat een ander Venetiaans carnaval zien dan je wellicht verwacht. Galerie III is namelijk de uitdaging aangegaan om diverse, ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende kunstdisciplines bij elkaar te brengen en ze zo te exposeren dat de kunstwerken elkaar onmiskenbaar versterken.

De schitterend met de hand vervaardigde Venetiaanse maskers van Olga Dol (over wie ik twee weken geleden al een stukje schreef) vormen de rode draad in deze expositie. De zwierige danseressen van José van ‘t Rood zorgen voor zoveel kleur dat het letterlijk van het doek af spat.

Jettie Hoogenboom daarentegen laat, met haar schilderijen van de Venetiaanse gondels, de serene stilte voelen. De unieke, originele en onverwachtste sieraden van Elize van der Werff vormen een prachtige schakel tussen de maskers, schilderijen en sculpturen. De bronzen beelden en sculpturen van Carla Rump staan voor passie, en zoals zij zelf zegt: ‘Het beeld moet leesbaar zijn als een gedicht’.

Deze vijf bijzonder professionele kunstenaars zorgen ervoor dat Bussum dit jaar even wordt omgetoverd tot een prachtig stukje Venetië. Zo kan ik, voordat ik naar Rome reis, nog heel even de sfeer van het Venetiaanse carnaval opsnuiven. Dat vooruitzicht maakt het afscheid van Venetië een stuk minder moeilijk.

Ik sleep mijn koffer naar beneden, waar de portier hem van me overneemt. ‘Heimwee is al zwaar genoeg,’ mompelt hij, ietwat verlegen. Ik glimlach, en vertel dat ik in Nederland nog gauw een staartje van het Venetiaanse carnaval ga meepikken. Hij is nieuwsgierig, en hoort me uit over de expositie en met name over de kunstenaars. Ik beloof hem een kaartje te sturen vanuit Bussum, en daarmee is hij zo verguld dat hij mijn koffer naar de vaporettohalte sleept.

Daar neemt hij een beetje onhandig afscheid, ietwat beschaamd om zijn gevoelens van heimwee naar een feest dat nog maar net voorbij is en tegelijkertijd toch trots op een eeuwenoude traditie die steeds minder de zijne wordt. Ik druk hem de hand en denk: Venetië is inderdaad mooier als de mensen hun maskers afzetten…

feb 23

Venetië, zeventiende eeuw. Wanneer zijn familie sterft aan de pest, volgt de zestienjarige Francesco Serristori zijn vader op als privésecretaris van Baldassare Lancerini. Voor de buitenwereld is Lancerini een gerespecteerd chirurgijn. Maar Franscesco leert hem kennen als een wispelturige, tirannieke vrouwengek…

Al snel heeft Lancerini hem helemaal in zijn macht en wordt hij gebruikt om zijn vuile klusjes op te knappen. En dan wordt Francesco ook ingeschakeld in het geheime onderzoek van zijn meester naar de werking van het hart en de hersenen. Een nieuwe wereld gaat open en Francesco geraakt helemaal in de ban van de wetenschap en de geheimen van het menselijk lichaam. Hij start zijn eigen onderzoek en wil daarmee wereldberoemd worden. Maar zijn drang naar kennis drijft hem ver…

Volg Francesco Serristori dwars door het Italië en Europa van de zeventiende eeuw. Onderweg ontmoet hij historische figuren als Galileo Galilei, Molière en Pierre Puget. De leerling-snijder is een intrigerende historische roman die lang blijft nazinderen. Luc Vandromme is auteur en beeldend kunstenaar en brengt op een indringende manier het verleden tot leven.

Een fragment:

‘Ik heb mijn plan snel klaar. Als ik Cecilia Boccati kan overhalen om me te leren lezen, ga ik het redden. Zij is de kokkin van het huis en ooit diende ze bij de familie de’ Medici in Firenze. Lezen en schrijven was naast koken een verplicht onderdeel van haar opleiding. Signora de’ Medici wisselde graag recepten uit met haar kennissen. Ze stond erop dat de geschreven briefjes nauwkeurig gevolgd werden.

Hoewel er op haar kookkunst niets aan te merken was, werd Cecilia daar, zoals het de gewoonte was, op haar dertigste ontslagen. In het huis moest zelfs het keukenpersoneel van een frisse schoonheid zijn. Telkens als de naam de’ Medici valt, krijgt ze iets dromerigs en de dienstmeisjes verspreiden het gerucht dat ze daar een verborgen affaire heeft gehad. Ondanks die afwijzing in Firenze is ze een optimistische vrouw. Haar lachsalvo’s weerkaatsen tegen de koperen pannen. Sauzen, gebraden kippen en roomsoezen bereidt ze zingend, terwijl ze met haar brede achterwerk het ritme aangeeft.

Haar domein is een geliefde plek. Wie een momentje vrij heeft, komt zich aan haar levensvreugde warmen. Zelfs Lucrezia, de gezellin van de meester, zie ik een paar keer in de keuken.

‘Goed, omwille van je vader,’ geeft Cecilia uiteindelijk toe.
‘Mijn vader?’
‘Guilelmo Serristori was een geletterde heer. Welgemanierd, rechtschapen, vastberaden en trouw.’
‘Ik zal mijn uiterste best doen,’ beloof ik.
Ik moet mijn tijd goed benutten.

Het grootste deel van de dag moet Cecilia groenten snijden, bouillons trekken en taartenbeslag roeren. Aan de keukentafel vind ik een plaatsje tussen de gepureerde tomaten, de bundels selder, de appels, peren en abrikozen.

Haar techniek is onorthodox en tegelijkertijd verbazingwekkend. Ze zegt dat de hoofdkokkin in Firenze het haar op dezelfde manier heeft aangeleerd.
‘Welke vorm heeft een tomaat?’
‘Rond.’
‘Goed. Nu ken je de letter O.’

Voor mijn neus zwaait ze met een sliert deeg en laat die op het tafelblad neervallen.
‘Hé, net een slang.’
‘Inderdaad, de S.’
‘Hoeveel tanden heeft deze vork?’
‘Drie.’
‘Zoveel benen heeft de letter M,’ zegt ze terwijl ze het ding vast neemt en er eiwit mee stijf klopt.

Zo gaat het door. Ze gebruikt de potten, het bestek, de fruitsoorten en de kruiden om me in te wijden in de geheimen van het schrift.’

Waar dat toe leidt, lees je in

De leerling-snijder
Luc Vandromme
ISBN 9789063066246
€ 24,95
uitgeverij Davidsfonds

feb 21

Een bezoek aan Venetië staat garant voor nieuwe mysteries, nieuwe ontdekkingen, nieuwe avonturen. Je slaat een hoek om en ineens ontdek je een prachtig kerkje, een wonderlijk verhaal, een bijzonder monument. Zelfs op het reusachtige, drukke San Marcoplein stuit ik nog regelmatig op een mysterieus detail of een bijzonder verhaal.

Gelukkig zijn er ook mysteries die al voor ons zijn ontdekt en onthuld. Zo vond ik een voor mij nog onbekend Venetiaans mysterie op de website www.merodeinvenetie.nl, die de voetstappen die de dichter Willem de Mérode in Venetië zette probeert vast te leggen. De website is een initiatief van Helma de Boer, die zo geïnteresseerden op de hoogte houdt van de voortgang van haar boek Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode. Voor het boek koppelt Helma kunstwerken, personen, plekken in Venetië aan gedichten van De Mérode.

Willem de Mérode in Venetië

Een bijzonder leuke invalshoek, die je langs de meest bijzondere plekken in Venetië brengt – of de leukste details van bekende plekken belicht. Een van de mooie voorbeelden op Helma’s website is de zogenaamde Bocca di Leone, oftewel Leeuwenbek. Lees maar mee:

‘De oplettende bezoeker kan in de muur van het Dogepaleis een bijzonder beeldhouwwerk (bas-reliëf*) ontdekken: de zogenaamde Bocca di Leone (of Bocche), een leeuwenbek. Onder de opening staat de tekst: Geheime kennisgeving tegen degenen, die diensten en plichten verheimelijken of in het geheim afspreken om hun ware gewin te verbergen.

De leeuwenbek werd gebruikt om anoniem aangifte te doen van misstanden als belastingontduiking, omkoperij en verduistering van staatsgeld. Men deponeerde daarvoor een papier in de opening. Door de anonieme wijze van aangifte hoefde men niet bang te zijn voor vervelende consequenties. Een soort middeleeuwse kliklijn. Ze werden ook wel Bocche della verità genoemd; monden van de waarheid. De leeuwenbekken ontstonden na de opstand van Baiamonte Tiepolo.

In het verleden waren er meerdere leeuwenmuilen in de stad te vinden aan de muren van openbare gebouwen. Elk district had er wel één. De districthoofden konden de brievenbus aan de achterzijde openen met een sleutel die de magistraat beheerde. Elke bus had een specifiek klachtendoel.

Na een schoonmaakactie van Napoleon zijn er helaas maar weinig leeuwenbekken meer over. De bekendste tref je aan in de muur van het Dogepaleis en aan de Santa Maria della Visitazione aan de Zattere in Sestiere Dorsoduro. De muil aan deze kerk was speciaal bedoeld voor klachten over de volksgezondheid. Je moet je voorstellen dat hier veel klachten in werden geduwd tijdens de golven van de Zwarte Dood, de pest. De mensen die ziek waren, verdwenen naar Lazaretto Vecchio; daar kwamen maar weinigen levend van terug.

Napoleon vernietigde veel elementen in Venetië die symbool stonden voor de oude autoriteiten. De meeste San Marco-leeuwen werden vernietigd, en zo ook de leeuwenmuilen die herinnerden aan het voorgaande Venetiaanse bewind.

Weliswaar waren deze leeuwenbekken een direct kanaal met de autoriteiten, het betekende niet dat je automatisch werd opgepakt als er een aangifte werd gedaan. Het was een goed uitgedacht systeem waarbij de informatie niet alleen werd bekeken en gewogen, ook onderzoek en bewijsmateriaal was nodig voordat men tot actie overging. Daarnaast werden de anonieme aanklachten pas in behandeling genomen als er ten minste twee getuigen in de aanklacht stonden vermeld. Vanaf 1387 werden de klachten op last van de Raad van Tien verbrand als er geen handtekening van de aanklager en geen betrouwbare getuigen waren opgenomen.’

Op de website van Helma kun je een overzicht van de nog overgebleven leeuwenbekken zien. Maar voordat ik jullie daarnaar verwijs, wil ik eerst nog even van Helma weten wat het verband is tussen deze leeuwenbekken en een gedicht van De Mérode. Dat is ten slotte het doel van Helma’s project.

Helma: ‘Het gedicht dat ik bij dit onderwerp heb gekozen, gaat over een roddeltante. Ze is geen leeuw, maar een slang. Ze gebruikt eveneens haar mond, niet om brieven van klikspanen te ontvangen, maar om scherp roddelwerk de wereld in te strooien. Je kunt uit het gedicht proeven hoezeer ze hiervan geniet. Ik stel met zo voor dat ze precies weet wie er in de stad ten prooi is gevallen aan de pest, en een ommetje maakt om dit rond te vertellen. Wie weet gooit ze nog een aanklacht in een leeuwenmuil.’

DE SLANG

Ze is opgetogen door de buurt gegaan
En heeft het laatst sensatienieuws besproken
Met naaisters en die in de winkels staan.
Het kwaad gesierd en ‘t goede afgebroken.

De rijke zieke heeft zij zeer gevleid:
‘Wat is er veel van Gods genade noodig,
Om ‘t leed te dragen, dat u rustig lijdt.’
Voor armen acht zij Gods hulp overbodig.

Zij knabbelt koekjes en nipt van haar thee,
En zuigt de zoete prikkelende pralines
Der laster – maar de looze Ongeziene
Proeft heimlijk van haar lekkernijen mee.

‘Mijn man zegt ook …’ luidt haar orakeltaal.
Ze zwaait de hel-, en kiert den hemel open.
Van wie den smallen weg ten hemel loopen,
Weet zij ‘toevallig’ een pikant verhaal.

Kletsende vroomheid kan zoo zalig bang
Over ‘t bederf van andre zielen rillen. -
Voelt ge op uw borst geen kille kronkels trillen?
En hoort ge ‘t heete sissen niet der slang?

Uit: Verzamelde Gedichten, nalezing VIII. Geschreven de maand mei, 1932

Eén ding is zeker: dankzij Helma’s verhalen beleef je Venetië veel intenser. Zelf zegt ze op haar website: ‘Venetië is prachtig, feeëriek, mysterieus. Het is een ontploft museum voor kunst, cultuur, literatuur, architectuur. Venetië is warm, bruisend maar soms ook sereen. De stad staat voor food for thought, muziek, genieën, lekker eten en drinken, water en zon. De stad schittert, letterlijk en figuurlijk.’

Met Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode wordt de stad zeker weten nog een stuk schitterender. Als de verhalen op de website een voorbode zijn voor het boek, dan kijk ik nu al reikhalzend uit naar de verschijning ervan – en naar het eerstvolgende bezoek aan Venetië met het boek in de hand. Zodra Helma al De Mérodes Venetiaanse schatten tot leven heeft gewekt, treed ik in zijn voetsporen – en jullie hopelijk met mij.

Maar nu eerst zoals beloofd de link naar de nog aanwezige leeuwenbekken in Venetië, naar de homepage van Helma’s website over Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode en naar de homepage van de website die ze over de dichter zelf bijhoudt. Veel leesplezier alvast en a domani!

* bas-reliëf: een beeldhouwwerk dat half uitsteekt boven het draagvlak zonder losstaande beelden.

feb 06

Volgende week is het zover, dan vallen er weer anonieme kaartjes door de brievenbus, worden er etentjes bij kaarslicht georganiseerd en gedichten opgedragen aan de grote liefde. Om alvast in de stemming te komen vandaag op Ciao tutti een aankondiging van een prachtige ode aan de liefde: Saint Amour.

Saint Amour in Nederland
Van 8 tot en met 15 februari trekt de zevende editie van Saint Amour langs een aantal Nederlandse theaters. Dit keer neemt Saint Amour je mee naar de bakermat van de liefde: la bella Italia. Er zijn meesters en leerlingen in de kunst van het verleiden, en het meesterschap begon zonder twijfel daar, in het land van Berlusconi en la Cicciolina, maar ook van Catullus en Casanova.

Saint Amour kleurt in 2012 azuurblauw en eert de liefde met de voorhoede van de Italiaanse literatuur. Na afloop van de succesvolle Saint Amour Italia-tournee in Vlaanderen (februari 2011) bevestigden Irene Lamponi, Francesco Pacifico, Ilja Leonard Pfeijffer en Sandro Veronesi graag hun medewerking aan deze Nederlandse tournee. Ook Thom Hoffman, Herman Koch en Arjen Lubach zegden hun deelname toe.

Sandro Veronesi, die met Kalme chaos de prestigieuze Premio Strega won, leest uit zijn nieuwe roman XY een verhaal over de verwoestende invloed van achterdocht op het liefdesleven. Francesco Pacifico schreef met Geschiedenis van mijn puurheid een boek over de fanatieke katholiek Piero Rosini, die zijn ‘puurheid’ op het spel zet voor de wulpse heupbewegingen van zijn schoonzus Ada.

Tijdens Saint Amour krijgen Pacifico en Veronesi het gezelschap van hun Nederlandse collega’s Herman Koch, Arjen Lubach en Ilja Leonard Pfeijffer. Italofielen Koch en Lubach brengen een tekst waarin de twee thema’s van deze voorstelling, liefde en Italië, een prominente rol spelen. Pfeijffer, die op de fiets naar Italië reed en in Genua bleef hangen, schreef speciaal voor Irene Lamponi de theatermonoloog La pace denunciata. De Italiaanse actrice laat het Nederlandse publiek voor het eerst kennismaken met Pfeijffers Italiaanse werk en brengt ook een tekst van de Italiaanse dichter Gabriele D’Annunzio ten gehore. Acteur Thom Hoffman declameert klassieke Latijnse teksten, onder andere van de reeds genoemde Catullus, de allereerste liefdesdichter. In het Latijn, welteverstaan.

Saint Amour in Vlaanderen
Bij onze zuiderburen kennen ze deze ode aan de liefde al wat langer. Op 10 februari gaat daar de negentiende editie van Saint Amour van start, die in het teken van De Onbereikbare staat. Dat de ideale liefde vaak onbereikbaar blijft, wist de Romeinse dichter Ovidius tweeduizend jaar geleden al toen hij Eurydice in de onderwereld liet verdwijnen. Of Dante, die zijn leven lang verliefd was op Beatrice en haar de hoofdrol gaf in zijn Divina commedia. Sindsdien adoreren en vervloeken tal van schrijvers de onbereikbare geliefde, die te jong is of te oud, te ver, te nabij, te mooi, te dood, te getrouwd.

De Onbereikbare wordt tot en met 19 februari bezongen door een voortreffelijk gezelschap jonge en gevestigde schrijvers: Peter Buwalda, Wim Helsen, David Mitchell, Connie Palmen, P.F. Thomése, David Vann en Floortje Zwigtman.

De Onbereikbare leidt in Peter Buwalda’s vuistdikke en veelgeprezen debuutroman Bonita Avenue naar pornografie en schizofrenie. P.F. Thomése (J.Kessels: The Novel) kiest uit zijn verschillende stijlen de hilarische. David Mitchell heeft het in zijn merkwaardige meest recente roman De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet (2010) over een jonge domineeszoon, die verliefd wordt op een Japanse vroedvrouw voor die bij een brand verminkt raakt. David Vann beschrijft in Caribou Island perfect de menselijke eenzaamheid en het onvermogen om geluk te verwerven.

In de trilogie Een groene bloem van Floortje Zwigtman gaat de zestienjarige Adrian Mayfield in het Londense homomilieu op zoek naar zijn Grote Liefde. Grande dame van de Nederlandse literatuur Connie Palmen confronteert het publiek met de ultieme onbereikbaarheid en cabaretier-acteur Wim Helsen brengt een nieuwe tekst op z’n wimhelsens. Naast treurdichten, lofzangen en andere literair gehunker zal er naar goede gewoonte ook film en muziek zijn.

Kijk voor meer informatie over beide festivals op www.behouddebegeerte.nl.

feb 03

Op 1 februari was het dubbel feest. Ciao tutti bestond die dag precies twee jaar, en terwijl ik digitaal de vlag uithing, ontving ik een aankondiging van de lancering van de blog van mede-Smaakschrijver Willemijn van Dijk: Orpheus kijkt om.

Nu wist ik stiekem al wel dat Willemijn plannen had voor een dagelijks blog. We hadden al eens zitten brainstormen over titels, mogelijke invalshoeken en onderwerpen, maar meer wist ik nog niet. Ik was dan ook blij verrast door de bijzonder originele naam, die gebaseerd is op een van de bijzonderste verhalen uit Ovidius’ Metamorphosen (voor de liefhebber 10:1-63).

Orpheus & Eurydice
In dit verhaal is de hoofdrol weggelegd voor Orpheus, de zoon van de god Apollo. Hij was een groot dichter, die veel prachtige frasen op zijn lier ten gehore bracht. Hiermee wist hij mensen en dieren vaak te betoveren. Volgens Ovidius was zijn muziek zelfs zo schitterend, dat zelfs bomen en rotsen de klank van zijn stem volgden en zich losrukten van hun vaste plek op aarde.

Orpheus trouwde met de mooie bosnimf Eurydice. Voor het paar was echter geen lang en gelukkig leven weggelegd. De pasgetrouwde Eurydice werd namelijk op de huwelijksdag gebeten door een giftige slang, die haar pad kruiste toen ze op de vlucht was voor een ongewenste aanbidder. Eurydice stierf aan de beet en liet haar kersverse echtgenoot diepbedroefd achter.

Orpheus was zo ontdaan door het verlies dat hij naar de onderwereld afdaalde om de heerser van de onderwereld zijn verdriet te tonen, in de hoop dat Eurydice dan terug mocht keren. Met zijn muziek wist hij Pluto zo ver te krijgen dat Eurydice hem terug naar de aarde mocht volgen. Daarbij stelde Pluto echter één voorwaarde: Orpheus mocht niet naar haar kijken tot ze de dodenwereld hadden verlaten.

Helaas, je voelt het natuurlijk al aankomen: op het laatste moment kon Orpheus zich niet bedwingen en keek hij om. Eurydice verdween voor altijd naar het rijk der doden – en Orpheus was ontroostbaar. Waarom had hij zo nodig om moeten kijken, waarom had hij zich laten verleiden door dat moois achter zich?

Orpheus kijkt om
Gelukkig voor ons kan Orpheus nu vrij omkijken naar alle moois dat achter ons ligt – en dat laat Willemijn hem elke dag doen. Op Oprheus kijkt om biedt ze je elke dag een blog over kunst en cultuur in het algemeen en die van de oudheid (en daarop geïnspireerde stromingen) in het bijzonder. Dagelijks kijk- en leesvoer, met tips voor oude en nieuwe boeken, mooie tentoonstellingen of films en bijzondere online ontdekkingen. Net als Orpheus’ liederen bestaan deze blog uit prachtige frasen, die de oudheid tot leven wekken. Willemijns Orpheus neemt heel de Romeinse oudheid mee terug uit de dodenwereld – en dit keer loopt deze missie goed af, waardoor iedereen kan genieten van leuke anekdotes, ontdekkingen en hoe belangrijk die nog in het heden (kunnen) zijn.

Naast de dagelijkse blogs is er bovendien een tentoonstellingsagenda zonder grenzen (met lopende exposities in Nederland en (ver) daarbuiten op het gebied van (kunst)geschiedenis en de klassieken, die je op je wenslijst kunt zetten) en een Klassieker van de Maand, die deze maand is gewijd aan Ovidius’ Metamorphosen.

Word je graag dagelijks even afgeleid door alles op het gebied van geschiedenis, kunst en cultuur? Breng dan elke ochtend niet alleen een bezoekje aan Ciao tutti, maar ook aan Orpheus kijkt om (of schrijf je in voor de nieuwsbrief, dan krijg je vanzelf een e-mail met de blogpost van die dag) – een beter begin van de dag kun je je niet wensen.

Elke dag een cadeautje
Nu ik al twee keer verrast ben met een prachtige Orpheus-mail op de vroege ochtend, begrijp ik pas dat mensen zo’n bericht in hun mailbox als een cadeautje zien. Trouwe lezers schreven me wel eens: Dank dat je me elke dag een cadeautje mailt! Het was echt geen valse bescheidenheid, maar ik dacht dan altijd: nou, cadeautje, ik schrijf gewoon graag. Nu, na een paar fijne cadeautjes van Orpheus, snap ik precies wat deze mensen bedoelden. Het is heerlijk om elke dag opnieuw een cadeau gemaild te krijgen, vol inspiratie, ideeën en interessante weetjes.

Willemijn schrijft in een van haar eerste blogs (Rome-tips uit de 19e eeuw): ‘Als je van geschiedenis (of een ‘retrospectieven gradenboog’ – zoals Couperus het in de door Willemijn geschreven blog noemt, SB) houdt, zoals ik, dan is het bestaan van een stad als Rome een cadeautje, dat je eeuwig kunt uitpakken zonder dat het ooit opraakt.’

Ik hoop dat Orpheus kijkt om voor veel lezers ook zo’n nooit oprakend cadeautje wordt dat je op elk moment van de dag uit kunt pakken. Ik kijk in elk geval al uit naar het volgende stukje morgenochtend. Zo was het niet alleen 1 februari dubbel feest, maar wordt het dat elke dag! Zowel het schrijven van een eigen blog over Italië als het lezen van Orpheus’ bijzondere ervaringen zorgen ervoor dat elke dag voortaan begint met een dubbel cadeautje. Daar gaan Willemijn en ik straks na het werk alvast even een prosecco op drinken, met een extra glas voor Orpheus!

Getagd met:
preload preload preload