feb 03

Op 1 februari was het dubbel feest. Ciao tutti bestond die dag precies twee jaar, en terwijl ik digitaal de vlag uithing, ontving ik een aankondiging van de lancering van de blog van mede-Smaakschrijver Willemijn van Dijk: Orpheus kijkt om.

Nu wist ik stiekem al wel dat Willemijn plannen had voor een dagelijks blog. We hadden al eens zitten brainstormen over titels, mogelijke invalshoeken en onderwerpen, maar meer wist ik nog niet. Ik was dan ook blij verrast door de bijzonder originele naam, die gebaseerd is op een van de bijzonderste verhalen uit Ovidius’ Metamorphosen (voor de liefhebber 10:1-63).

Orpheus & Eurydice
In dit verhaal is de hoofdrol weggelegd voor Orpheus, de zoon van de god Apollo. Hij was een groot dichter, die veel prachtige frasen op zijn lier ten gehore bracht. Hiermee wist hij mensen en dieren vaak te betoveren. Volgens Ovidius was zijn muziek zelfs zo schitterend, dat zelfs bomen en rotsen de klank van zijn stem volgden en zich losrukten van hun vaste plek op aarde.

Orpheus trouwde met de mooie bosnimf Eurydice. Voor het paar was echter geen lang en gelukkig leven weggelegd. De pasgetrouwde Eurydice werd namelijk op de huwelijksdag gebeten door een giftige slang, die haar pad kruiste toen ze op de vlucht was voor een ongewenste aanbidder. Eurydice stierf aan de beet en liet haar kersverse echtgenoot diepbedroefd achter.

Orpheus was zo ontdaan door het verlies dat hij naar de onderwereld afdaalde om de heerser van de onderwereld zijn verdriet te tonen, in de hoop dat Eurydice dan terug mocht keren. Met zijn muziek wist hij Pluto zo ver te krijgen dat Eurydice hem terug naar de aarde mocht volgen. Daarbij stelde Pluto echter één voorwaarde: Orpheus mocht niet naar haar kijken tot ze de dodenwereld hadden verlaten.

Helaas, je voelt het natuurlijk al aankomen: op het laatste moment kon Orpheus zich niet bedwingen en keek hij om. Eurydice verdween voor altijd naar het rijk der doden – en Orpheus was ontroostbaar. Waarom had hij zo nodig om moeten kijken, waarom had hij zich laten verleiden door dat moois achter zich?

Orpheus kijkt om
Gelukkig voor ons kan Orpheus nu vrij omkijken naar alle moois dat achter ons ligt – en dat laat Willemijn hem elke dag doen. Op Oprheus kijkt om biedt ze je elke dag een blog over kunst en cultuur in het algemeen en die van de oudheid (en daarop geïnspireerde stromingen) in het bijzonder. Dagelijks kijk- en leesvoer, met tips voor oude en nieuwe boeken, mooie tentoonstellingen of films en bijzondere online ontdekkingen. Net als Orpheus’ liederen bestaan deze blog uit prachtige frasen, die de oudheid tot leven wekken. Willemijns Orpheus neemt heel de Romeinse oudheid mee terug uit de dodenwereld – en dit keer loopt deze missie goed af, waardoor iedereen kan genieten van leuke anekdotes, ontdekkingen en hoe belangrijk die nog in het heden (kunnen) zijn.

Naast de dagelijkse blogs is er bovendien een tentoonstellingsagenda zonder grenzen (met lopende exposities in Nederland en (ver) daarbuiten op het gebied van (kunst)geschiedenis en de klassieken, die je op je wenslijst kunt zetten) en een Klassieker van de Maand, die deze maand is gewijd aan Ovidius’ Metamorphosen.

Word je graag dagelijks even afgeleid door alles op het gebied van geschiedenis, kunst en cultuur? Breng dan elke ochtend niet alleen een bezoekje aan Ciao tutti, maar ook aan Orpheus kijkt om (of schrijf je in voor de nieuwsbrief, dan krijg je vanzelf een e-mail met de blogpost van die dag) – een beter begin van de dag kun je je niet wensen.

Elke dag een cadeautje
Nu ik al twee keer verrast ben met een prachtige Orpheus-mail op de vroege ochtend, begrijp ik pas dat mensen zo’n bericht in hun mailbox als een cadeautje zien. Trouwe lezers schreven me wel eens: Dank dat je me elke dag een cadeautje mailt! Het was echt geen valse bescheidenheid, maar ik dacht dan altijd: nou, cadeautje, ik schrijf gewoon graag. Nu, na een paar fijne cadeautjes van Orpheus, snap ik precies wat deze mensen bedoelden. Het is heerlijk om elke dag opnieuw een cadeau gemaild te krijgen, vol inspiratie, ideeën en interessante weetjes.

Willemijn schrijft in een van haar eerste blogs (Rome-tips uit de 19e eeuw): ‘Als je van geschiedenis (of een ‘retrospectieven gradenboog’ – zoals Couperus het in de door Willemijn geschreven blog noemt, SB) houdt, zoals ik, dan is het bestaan van een stad als Rome een cadeautje, dat je eeuwig kunt uitpakken zonder dat het ooit opraakt.’

Ik hoop dat Orpheus kijkt om voor veel lezers ook zo’n nooit oprakend cadeautje wordt dat je op elk moment van de dag uit kunt pakken. Ik kijk in elk geval al uit naar het volgende stukje morgenochtend. Zo was het niet alleen 1 februari dubbel feest, maar wordt het dat elke dag! Zowel het schrijven van een eigen blog over Italië als het lezen van Orpheus’ bijzondere ervaringen zorgen ervoor dat elke dag voortaan begint met een dubbel cadeautje. Daar gaan Willemijn en ik straks na het werk alvast even een prosecco op drinken, met een extra glas voor Orpheus!

Getagd met:
dec 16

De komende week zien jullie op mijn weblog verschillende Annunciaties voorbij komen. Letterlijk betekent annunciatie verkondiging of aankondiging. Bij de katholieken verwijst dit woord naar de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria. Het feest vindt dan ook niet in december plaats, maar negen maanden eerder, op 25 maart om precies te zijn.

Omdat de schilderingen nu in aanloop naar Kerstmis volop bezocht worden in de Italiaanse steden, en ze qua sfeer zo mooi passen bij deze periode van bezinning en verwachtingsvol aftellen, zet ik de komende dagen de mooiste annunciaties op een rijtje. Allemaal geven ze een voorstelling van de aartsengel Gabriël, die Maria in haar huis te Nazareth een bezoek brengt en haar meldt dat God haar uitverkoren heeft om de moeder van zijn Zoon te worden:

‘De engel ging haar huis binnen en zei tegen haar: ‘Ik groet u, u die de gunst van de Heer geniet, de Heer is met u.’ Bij deze woorden raakte Maria in verwarring en zij vroeg zich af wat die woorden mochten betekenen. ‘Wees niet bang Maria,’ vervolgde de engel, ‘God schenkt u zijn gunst. Luister: u zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en u moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en hij zal Zoon van de Allerhoogste worden genoemd.’ – (Lucas 1:26-38)

We beginnen vandaag met mijn persoonlijke favoriet: de Annunciatie van Fra Angelico, die Maria en de engel vereeuwigde in het klooster van San Marco in Florence. Zodra je bijna boven aan de trap naar de kloostercellen bent, zie je het fresco in al zijn glorie voor je opduiken. Deze eerste aanblik is onvergetelijk – veel bezoekers blijven dan ook halverwege de trap staan om het goed in zich op te kunnen nemen.

Fra Angelico schilderde een loggia met zuilen, waaronder de engel en Maria tegenover elkaar staan. De engel geknield, Maria zittend. Beiden houden hun handen op een bijzondere manier gevouwen tegen zich aan. De monnik heeft deze passage treffend in beeld gebracht. De verwarring en de angst voor wat haar te gebeuren staat zijn van het gezicht van Maria af te lezen; de engel straalt een enorme rust uit.

Op de drempel van de loggia staat geschreven: ‘Virginis intacte cum veneris ante figuram pretereundo cave ne sileatur ave’. Oftewel: Als je komt voor de beeltenis van de maagd, zorg dan dat je nooit vergeet te zeggen ‘ave’, wees gegroet. Ave is namelijk ook het eerste woord dat aartsengel Gabriël tegen Maria zegt.

Het is niet helemaal zeker wanneer Fra Angelico het werk heeft gemaakt. Men vermoedt dat hij de Annunciatie tussen 1450 en 1454 heeft geschilderd, tijdens zijn verblijf in Fiesole, net ten noorden van Florence. Na die tijd vertrok hij namelijk naar Rome, waar hij is begraven in de Santa Maria sopra Minerva.

Naast de grote Annunciatie herbergt het klooster nog een kleine variant van deze voorstelling. Fra Angelico schilderde namelijk in elke kloostercel een kleine afbeelding en voor cel 3 koos hij voor een annunciatie. De engel heeft veel weg van de engel op het grote fresco; Maria heeft hij echter ietwat anders afgebeeld.


Hoewel deze annunciatie veel kleiner is, en daardoor wellicht wat minder indruk maakt dan het fresco boven aan de trap, is hij zeker een bezoek waard – net als de fresco’s in de andere cellen. Het zijn allemaal kleine kunstwerkjes, maar daar zal ik volgend jaar nog wel eens uitgebreid over schrijven.

De volgende annunciatie, die ik morgen zal laten zien, bevindt zich ook in Florence, en is van niemand minder dan Leonardo da Vinci. Om naar uit te kijken!

Getagd met:
dec 08

Na de prachtige kerststal van de Romeinse straatvegers vandaag een Italiaanse kerststal in eigen land. Traditiegetrouw is in het Catharijneconvent in Utrecht tijdens de familietentoonstelling Zin in Kerst! een echte Napolitaanse kerststal te bewonderen. Gisteren gingen de deuren weer open – en de kerststal is misschien nog wel mooier dan vorig jaar!

Toen schreef ik al over deze prachtige kerststal van het Catharijneconvent – en over de geschiedenis die erachter schuil gaat (zie deze link). De handgemaakte achttiende-eeuwse Napolitaanse kerststal werd dit jaar – volgens goed Italiaans gebruik – aangevuld met diverse nieuwe figuren. Op de binnenplaats wordt van 24 tot en met 30 december een levende kerststal ondergebracht.

Een ideaal uitje voor de komende periode dus. De tentoonstelling Zin in Kerst! is te zien van 6 december tot en met 6 januari. Je kunt er zelfs met Kerstmis heen, want het museum is beide kerstdagen geopend. Voor € 5 koop je een speciaal kerstkaartje, waarmee je alleen de kerststallen kunt bezoeken. Kinderen t/m 12 jaar hebben gratis toegang.

Naast de kerststal biedt Utrecht nog meer Italië. In het Centraal Museum is nog tot en met komende zomer de tentoonstelling Utrechters dromen van Rome – Italiaanse invloeden op de Utrechtse oude meesters te zien, met topstukken van internationale allure. Tijdens de expositie zie je hoe de Utrechtse Oude Meesters al vanaf de zestiende eeuw werden geïnspireerd door hun Italiaanse collega’s.

Op hun beurt vormden zij een inspiratiebron voor de zeventiende-eeuwse Hollandse Meesters als Rembrandt, Johannes Vermeer en Frans Hals. Voordat de typische Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw in steden als Amsterdam en Haarlem tot bloei kwam, was Utrecht namelijk hét schilderkunstig centrum van de Noordelijke Nederlanden. Utrechters dromen van Rome toont de ontwikkeling van deze unieke schilderstraditie.

Al vroeg in de zestiende eeuw werden de Utrechtse schilders aangetrokken door Italië. Jan van Scorel, de beroemdste Noord-Nederlandse schilder van zijn tijd, bereikte Rome al in 1522. Nadat hij Raphael als conservator van de Vaticaanse collecties had opgevolgd, raakte hij beïnvloed door de renaissance schilderstijl van de Italianen. Bij zijn terugkeer beïnvloedde Scorel met zijn vernieuwde manier van schilderen vele tijdgenoten, maar ook latere generaties schilders uit Utrecht en daarbuiten.

In het begin van de zeventiende eeuw raakte een groep Utrechtse schilders in Rome beïnvloed door de ‘Meester van het licht’, Caravaggio. Bij terugkomst introduceerden deze zogenaamde Caravaggisten een geheel nieuwe manier van schilderen, waarbij de nadruk ligt op de sterke licht-donkercontrasten, waar Rembrandt later zo bekend om zou worden. De werken van de Utrechtse Caravaggisten, waar het Centraal Museum een omvangrijke verzameling van bezit, zijn uniek binnen de schilderkunst van de Noordelijke Nederlanden.

Ook op Utrechtse schilders die nooit over de Alpen gingen is de Italiaanse schilderkunst van grote invloed geweest. Abraham Bloemaert, ‘de vader van de Utrechtse Schilderschool’, had een enorm atelier, waar een groot deel van de Utrechtse schilders werd opgeleid. De schilders reisden af naar Italië en beïnvloedden de schilderstijl van hun meester met de daar opgedane kennis. Uit Bloemaerts zeer gevarieerde oeuvre zijn de verschillende invloeden die hij heeft ondergaan duidelijk zichtbaar. Zijn faam reikte zo ver dat zelfs de Vlaamse grootmeester Peter Paul Rubens een bezoek bracht aan zijn atelier. Sinds 11 november is er – naast de expositie Utrechters dromen van Rome – ook een grote expositie gewijd aan het werk van Bloemaert, met de toepasselijke naam Het Bloemaert-effect.

Bloemaerts tijdgenoot Joachim Wtewael was de belangrijkste vertegenwoordiger van het maniërisme in de Nederlanden. Zijn pastelkleurige werken met een veelheid aan geïdealiseerde figuren in gekunstelde houdingen vormden een voorbeeld voor latere generaties schilders. In een aparte kamer krijgen de topstukken van de meester de aandacht die ze verdienen. In deze zaal worden tevens enkele meubels uit Wtewaels huis tentoongesteld.

Kijk voor meer informatie en openingstijden op www.catharijneconvent.nl of www.centraalmuseum.nl

dec 06

Het indrukwekkende Palazzo Pamphilj aan het uiteinde van Piazza Navona, dat ooit toebehoorde aan paus Innocentius X, heeft even zijn deuren geopend. Tot en met 16 december kun je er elke woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag terecht voor een expositie met werk van Vik Muniz.

De werken hangen in de Galleria Cortona, de enorme zaal die bekend staat om zijn prachtige plafondschildering, gemaakt door Pietro da Cortona. Van het plafond kun je normaal gesproken slechts een glimp opvangen, als het buiten donker is en het licht in de zaal aan is. Een veelbelovende glimp weliswaar, maar de deur naar meer bleef tot voor kort hermetisch gesloten voor gewone Romeinen en toeristen.

Toen ik dan ook van deze unieke gelegenheid hoorde nadat ik zaterdagochtend in Rome was aangekomen, besloot ik er direct even naartoe te gaan. In eerste instantie vooral voor het schitterende plafond van Pietro da Cortona – die Braziliaanse kunstenaar deed mijn hart niet zo snel kloppen als het idee Da Cortona’s schildering in volle glorie te zien.

Dat plafond was inderdaad prachtig. Ik zal nog wel eens in de geschiedenis ervan duiken, maar voor wie alvast een indruk wil krijgen zonder de mogelijkheid voor 16 december de Braziliaanse ambassade in Rome binnen te wandelen: via deze link maak je een virtuele tocht door Galleria Cortona.

Waar ik echter toch ook erg van onder de indruk was, waren de werken van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (1961). In de Galleria Cortona zijn zeven werken te zien van deze ‘afvallige kunstenaar’. Het zijn stuk voor stuk meesterwerken van Italiaanse schilders. De zieke Bacchus en Narcissus van Caravaggio, De schepping van Adam van Michelangelo, Atlas (met de wereld op zijn rug) van Barbieri, om er een paar te noemen.

Het zijn deze Italiaanse werken die al vroeg indruk maakten op Muniz. Hij reproduceerde ze, maar niet zoals de Italiaanse meesters op doek. Nee, hij maakte de schilderijen na met behulp van afval. Van oud papier of van een combinatie van halve etalagepoppen, oude schroeven, kapotte kratjes en wat er allemaal maar aan afval te vinden is, maakt Muniz een meesterlijke, originele kopie van een meesterwerk.

Dat klinkt eenvoudiger dan het lijkt, want voor sommige doeken is een enorme oppervlakte nodig. Muniz tekent hiervoor eerst de compositie op de vloer van zijn studio, waarna hij de vlakken opvult met afval of met stroken oud papier. Hij maakt, zoals hij zelf stelt, kunst van iets wat mensen niet meer willen hebben, niet meer willen zien. Zo transformeert hij nutteloze dingen tot onmisbare zaken. Elk stuk afval heeft zijn plek in het geheel, en die hele afvalberg samen vormt een waardevol kunststuk.

Van zijn papieren werken (Pictures of Magazines) zijn er twee te zien in Rome: De zieke Bacchus van Caravaggio en De slagerij van Hannibal Carracci. Veelzeggende plaatjes en foto’s uit tijdschriften, veelal van bekende filmsterren of artiesten, verliezen hun uniciteit en worden een – samen vormen ze een groter geheel, een grotere kunstvorm.

Vergelijk de originele werken maar eens met de papieren versie van Muniz:

Van de serie Pictures of Junk, waarin de schilderijen dus zijn nagemaakt met behulp van een hoop afval, zien we in de Brazilaanse ambassade Atlas van Giovanni Francesco Barbieri (Il Guercino), Atalanta en Hippomenes van Guido Reni, Prometheus van Titiaan en De schepping van Adam van Michelangelo. Ook hier een vergelijking tussen een aantal originelen en de werken van Muniz:

Wie nog in de gelegenheid is de Galleria Cortona voor 16 december te bezoeken, zou dat zeker moeten doen. De Braziliaanse ambassade is tot die datum open op woensdag, donderdag en vrijdag geopend van 16 tot 19 uur, en op zaterdag van 11 tot 18 uur. De toegang is gratis – de ervaring onbetaalbaar!

nov 28

Begin oktober schreef ik al over de grote dubbeltentoonstelling over de Etrusken in Leiden en Amsterdam. Na mijn bezoek aan beide exposities nam ik het prachtige boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling werd uitgegeven mee. Net als de tentoonstelling een prachtig eerbetoon aan de bijzondere, mysterieuze wereld van dit oude volk.

De Etrusken worden vooral met die waas van mysterie omgeven omdat er zo weinig geschriften bewaard zijn gebleven. Gelukkig kunnen we aan de hand van hun voorwerpen veel over hen te weten komen. Tanja van der Zon duikt in het boek Etrusken onder andere in de wereld van de votiefbeeldjes:

‘In de latere periodes van de Etruskische cultuur stonden de tempels en heiligdommen vol met duizenden terracotta wij- of votiefgeschenken van allerlei aard. Aanvankelijk vooral in Zuid-Etrurië, maar in de laatste eeuwen voor Christus ook in het noorden. De heiligdommen bevonden zich in de Etruskische steden of erbuiten, ook in de open lucht, bijvoorbeeld bij een rivier of een kruising van wegen. Hier zijn ook rituele voorwerpen aangetroffen; offergereedschappen als kannen en kommetjes voor giften, wierookbakken en messen, en vooral ook aardewerk voor de eet- en drinkgelagen na de offerfestiviteiten.

Votiefbeeldjes zijn offergaven aan de goden om hen mild te stemmen en met het verzoek een wens in vervulling te doen gaan. In het Latijn do ut des, ‘ik geef opdat u geeft’. Als dat was gelukt, dan was het gebruikelijk de goden te bedanken, weer met beeldjes. Uit inscripties die vanaf de vierde eeuw sporadisch voorkomen op bronzen beeldjes, blijkt dat vrouwen niet uitsluitend vrouwelijke beeldjes hebben geofferd en mannen niet uitsluitend mannelijke exemplaren. Soms staat ook vermeld voor welke god een beeldje bedoeld was.

Er zijn ook terracotta votiefbeeldjes van dieren. Behalve onderdelen als hoeven, die waarschijnlijk voor het hele dier stonden, werden ook miniatuurbeestjes aan de goden geschonken, bijvoorbeeld paarden, koeien en varkens.’

Een voorbeeld van deze laatste is dit bronzen varkentje, dat werd geofferd aan goden die zorgden voor de landbouw, zoals Demeter en Dionysos. Er is ook een ritueel bekend waarbij jonge biggetjes in een onderaardse ruimte werden gegooid. Hun resten werden later als mest op de akkers gestrooid. De vondst van terracotta biggetjes wijst uit dat er niet altijd levende biggetjes hoeven te worden gebruikt…

Naast votiefbeeldjes maakten de Etrusken ook beeldjes die waakten bij de graven van hun overledenen. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is nu een beeldje te zien uit het Museo Archeologico Nazionale in Florence. Deze vrouwelijke grafwachter is gevonden in de graftombe Tumulo della Pietrera. De vrouw heeft haar handen voor de borst, het typerende rouwgebaar van een ‘klaagvrouw’. De vrouw draagt het haar in strengen die over haar schouders lopen. Verder heeft ze een gedecoreerde riem om haar middel en draagt ze een ketting om de hals.

Het beeld maakte deel uit van een groep beelden van vier mannen en vier vrouwen. Waarschijnlijk stellen ze de voorouders van de overledenen voor. Ze stonden opgesteld in het laatste gedeelte van de toegangsweg (dromos) tot het graf om de doden met veel egards te verwelkomen.

Wie de tentoonstelling in Leiden en Amsterdam heeft gezien en nog meer wil weten over dit mysterieuze volk, doet er goed aan eens naar het Archeologisch Museum in Florence af te reizen. De Etruskische afdeling hier is, mede dankzij de buitengewone belangstelling voor de Etrusken van de Medici, de belangrijkste van heel Italië. Hier is onder andere de beroemde chimera te zien, een monster dat is samengesteld uit verschillende dieren. Maar eerst heerlijk thuis genieten van het boek Etrusken – daarmee reis je vanuit je luie stoel door de hele geschiedenis van de Etrusken.

Etrusken
ISBN 9789040078064
€ 24,95
uitgeverij Wbooks

nov 22

Wie door Florence wandelt, kan niet om Dante heen. Veel plekken herinneren aan zijn leven in de stad, zijn ontmoeting met Beatrice en zijn inspiratie voor La Divina Commedia. Vandaag wandelen we door de stad zoals Dante die nog gekend moet hebben….

We beginnen in het hart van de stad, bij het Baptisterium. Hier werd Dante in het voorjaar van 1266 gedoopt. Dante droeg het Baptisterium een warm hart toe, zoals hij laat blijken in zijn beroemde werk La Divina Commedia. Dantes bewondering voor de mooie doopkerk is meer dan terecht; vooral het mozaïekplafond is indrukwekkend.

Aan de overkant van het plein, in de enorme Duomo, hangt het misschien wel bekendste portret van Dante, waarop Domenico di Michelino Dante heeft afgebeeld terwijl hij de stad Florence verlicht met zijn werk. Op het Piazza di Duomo, tussen het Piazza delle Pallottole en de Via dello Studio, vind je de Steen van Dante, een plakkaat op de grond met daarop de tekst ‘Sasso di Dante’. Op deze plek zou Dante de vorderingen van de bouw van de Duomo hebben gadegeslagen.

We vervolgen onze route door de Via dello Studio en wandelen naar de Santa Margherita dei Cerchi, die nu vaak simpelweg de Chiesa di Dante, oftewel de kerk van Dante, wordt genoemd. Hier ontmoette Dante zijn grote liefde Beatrice, op wie hij zijn leven lang verliefd zou blijven. Iets verderop in de straat staat La Casa di Dante, waarin nu een klein museum is gevestigd dat gewijd is aan Dantes leven en werk. Aan een van de muren die aan het plein voor Dantes huis grenzen, hangt een plaquette die laat zien hoe de skyline van Florence er in Dantes tijd uitzag.

Als we linksaf slaan lopen we door de Via Dante Alighieri. We gaan dan direct weer links de Via del Proconsolo in. Bijna aan het einde van deze straat ligt het Museo Nazionale del Bargello. Daar waar je nu kunt genieten van een uitgebreide collectie beeldhouwwerk (van onder andere Michelangelo, Donatello en Giambologna), hoorde Dante dat hij uit Florence werd verbannen. In de kapel op de eerste verdieping hangt een fresco van Giotto, waarop Dante in het paradijs te zien is. Het Bargello herbergt zo twee herinneringen aan Dante die niet verder uit elkaar konden liggen.

Schuin aan de overkant ligt Badia Fiorentina, waar Dante regelmatig naar de mis ging. Volgens de overlevering zou Bocaccio hier ook regelmatig lezingen hebben gegeven over La Divina Commedia. Steek vervolgens Piazza San Firenze over en wandel via Borgo de’ Greci naar Piazza di Santa Croce, waar een enorm wit beeld van Dante de wacht houdt voor Santa Croce. In deze kerk vind je de grafmonumenten van onder anderen Michelangelo, Macchiavelli en Galilei. Hoewel Dante hier niet begraven is (hij werd verbannen naar Ravenna, waar hij ook stierf), vind je naast Michelangelo’s graf wel een aan hem gewijd gedenkteken.

In de vele straatjes rondom het plein is er volop gelegenheid om een aperitivo te drinken. Wie liever een ijsje eet, kan terecht bij Gelateria Vivoli, volgens velen de beste ijssalon van de stad. Wandel met een ijsje in de hand nog even naar Piazza della Signoria, waar Dante evenmin een onbekende was. Hij woonde bijvoorbeeld regelmatig vergaderingen bij in het huidige Palazzo Vecchio. Op Piazzale degli Uffizi kun je met Dante op de foto.

Dan is het tijd om de dag in de stijl van La Divina Commedia af te sluiten. En waar kan dat beter dan aan het einde van de wereld, oftewel bij Finisterrae. In dit kleurrijke, mediterrane restaurantje aan Piazza di Santa Croce eet je de heerlijkste gerechten uit de landen rond de Middellandse Zee. Op de kaart staan meer dan genoeg Italiaanse specialiteiten, maar ook Spaanse, Griekse, Franse, Libanese, Marokkaanse en Turkse gerechten ontbreken niet. Met het prachtige uitzicht vanaf de patio op de Santa Croce, kun je heerlijk bijkomen en (na)genieten van Dantes goddelijke stad.

nov 19

Deze prachtige, originele titel verwijst naar een bijzonder boek over Michelangelo, waarin hij afreist naar Constantinopel. De kunstenaar is namelijk nogal misnoegd over de manier waarop zijn opdrachtgever paus Julius II hem behandelt. Geprikkeld door eerzucht aanvaardt hij in 1506 een uitnodiging van de sultan van het Ottomaanse Rijk om in Constantinopel (het huidige Istanbul) een brug over de Gouden Hoorn te ontwerpen. Een eerdere poging van Leonardo da Vinci beviel de sultan namelijk niet.

Eenmaal in Constantinopel dompelt Michelangelo zich in gezelschap van de Turkse dichter Mesihi onder in deze smeltkroes van culturen. Hij beleeft een amoureus avontuur met een Andalusische zangeres, waarna een uitbarsting van creativiteit hem een subliem ontwerp voor de brug oplevert. Dan nemen de gebeurtenissen zowel persoonlijk als professioneel een dramatische wending. Uiteindelijk keert Michelangelo woedend, berooid en eenzaam terug naar Rome.

Een fragment:

‘De volgende dag wacht hij op een boodschap van de paus. Hij trilt van woede bij de gedachte dat de opperherder zich niet eens heeft verwaardigd hem te ontvangen, de dag voor zijn vertrek. Architect Bramante is een stomme idioot, en schilder Rafaël een verwaande kwast. Twee dwergen die de grenzeloze eigendunk van zijne purperen hoogheid strelen. […]

De dagen gaan voorbij. Michelangelo begint zich af te vragen of hij geen vergissing heeft begaan. Hij aarzelt om Zijne Heiligheid een brief te schrijven. De plooien gladstrijken en terug naar Rome? Dat nooit. In Florence is hij door zijn standbeeld David uitgegroeid tot stadsheld. Hij zou de opdrachten kunnen aannemen die niet zullen uitblijven na het nieuws van zijn terugkeer., maar dan roept hij Julius’ toorn over zich af, want hij staat nog onder contract. Bij de gedachte aan een nieuwe knieval voor de herdervader ontsteekt hij in een fikse driftbui.

Hij slaat twee vazen en een majolicabord stuk.
Tot bedaren gekomen gaat hij weer tekenen, vooral anatomische studies.
Drie dagen later – na de vespers, preciseert Ascanio Condivi (Michelangelo’s biograaf, SB) krijgt hij twee franciscaner monniken op bezoek, die doornat zijn van de gietende regen. De Arno is de laatste dagen sterk gezwollen en zit gevaarlijk dicht bij het hoogwaterpeil. De dienstbode helpt de monniken zich af te drogen; Michelangelo slaat de twee mannen gade – hun pijen waarvan de zoom onder de modder zit, hun blote enkels, hun schriele kuiten.

‘Meester, wij brengen een boodschap van het hoogste belang.’
‘Hoe wisten jullie waar ik was?’
Michelangelo bedenkt gniffelend dat Julius II wel erg sjofele gezanten heeft.
‘Op aanwijzing van uw broer, meester.’
‘Alstublieft, maestro, een brief voor u. Het gaat om een bijzonder verzoekschrift van een zeer hooggeplaatst persoon.’

De brief draagt geen wassen stempel, maar is met vreemde lettertekens verzegeld. Als Michelangelo ziet dat het geen schrijven van de paus is kan hij zijn teleurstelling niet onderdrukken. Hij legt de missive op tafel.
‘Waar gaat het over?’
‘Een uitnodiging van de sultan van Constantinopel, meester.’

Het laat zich raden hoe verbaasd de kunstenaar is, wat een grote ogen hij opzet. De sultan van Constantinopel. De Grote Turk. Hij draait de brief om en om tussen zijn vingers. Waspapier is een van de zachtste stoffen die er zijn.’

Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten
Mathias Enard
ISBN 9789029578394
€ 18,50
uitgeverij De Arbeiderspers

PS: Vandaag ook ander spannend boekennieuws, want er is een ontwerp voor het omslag van mijn boek! Op http://ciaotutti.nl/nieuws-over-ciao-tutti-het-boek/ zie je de eerste preview van hoe het grote Ciao tutti-boek er straks uit komt te zien! Neem snel een kijkje en laat me weten wat je ervan vindt, ben erg benieuwd naar jullie mening!

nov 17

Michelangelo heeft in Florence veel sporen nagelaten. Iedereen die de stad bezoekt, staat minstens een keer op de foto met zijn David (of een kopie daarvan), en ook de grafkapellen die hij voor de Medici maakte, worden vaak bezocht. Wat dat betreft komt zijn voormalige woonhuis, dat nu is ingericht als museum, er maar bekaaid vanaf. Tijd om dit prachtige museum in ere te herstellen!

Casa Buonarroti is gevestigd aan de Via Ghibbellina 70, op de plek waar Michelangelo volgens de geschriften op 3 maart 1508 vier huizen kocht voor iets meer dan duizend florijnen. Een paar jaar later kocht Michelangelo nog een van de naastliggende panden. Toen pas trok hij hier ook echt in. Voor zover we nu weten heeft hij van 1516 tot 1525 op deze plek gewoond en gewerkt.

Daarna bleef het huis wel in de familie Buonarroti. Michelangelo de Jongere, een achterneef van de beroemde kunstenaar, ging er wonen en legde de basis voor de collectie van het museum. Hij verzamelde allerlei brieven, tekeningen, notities en modellen van zijn beroemde familielid in het huis. Latere familieleden voegden hier meer en meer vondsten aan toe, waardoor de collectie steeds omvangrijker werd. Cosimo Buonarroti, die in 1858 stierf, liet de huizen, inclusief de gehele collectie, na aan de stad Florence. De stad maakte er een museum van, dat in 1859 al zijn deuren opende!

Dat het museum nog steeds bestaat, is overigens mede te danken aan Nederlanders. Niet dat zij nu rijen dik voor het museum staan, zoals voor de David in de Galleria dell’Accademia. Nee, de Nederlanders hebben er in 1966, toen de Arno zo enorm buiten zijn oevers was getreden, voor gezorgd dat het museum weer in ere kon worden hersteld. Een dankbetuiging boven de kassa herinnert ons hier nog steeds aan.

In het museum vind je onder andere twee heel vroege werken van Michelangelo, waaronder de Madonna della Scala. Michelangelo maakte dit werk toen hij slechts vijftien jaar was. Als ik terugdenk aan de reliëfjes die ik toen tijdens de lessen handenarbeid maakte, blijkt wel dat er met mij geen groot kunstenaar verloren is gegaan. Indrukwekkend om te zien wat Michelangelo op deze leeftijd al voor elkaar kreeg…

Twee jaar later tekende hij overigens voor nog een meesterwerk, De Slag der Centauren. Hier wordt al heel goed duidelijk hoe meesterlijk Michelangelo de beitel hanteert. Volgens een van zijn leerlingen heeft Michelangelo later in zijn carrière, toen hij dit werk weer onder ogen kreeg, verzucht: ‘Ik betreur het dat ik ooit wat anders ben gaan doen dan beeldhouwen; hierin ben ik toch het beste, hierin had ik het meest kunnen bereiken.’ Ook andere bronnen lijken te ondersteunen dat dit werk Michelangelo zeer dierbaar was. Zo schilderde hij op Het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel de Christus die recht spreekt in dezelfde houding als de middelste figuur op dit reliëf.

Voor kinderen is een bezoek aan dit museum ook leuk. Niet alleen inspireert het hen vast te zien wat de jonge kunstenaar allemaal maakte, ook is er een model te zien van de houten wagen die de David van het Piazza della Signoria naar de Galleria dell’Accademia moest vervoeren. Ook de schetsen vallen bij iets oudere kinderen vaak in de smaak, zeker die van de verdedigingswerken die Michelangelo voor de stad voor ogen had.

Onder de naam Nel nome di Michelangelo (In de naam van Michelangelo) kun je overigens een combikaartje kopen voor zowel de basiliek en het klooster van de nabijgelegen Santa Croce (waar Michelangelo begraven ligt) als Casa Buonarroti. Een unieke gelegenheid om een kijkje te nemen in het echte leven van de kunstenaar en, net als de Schilderkunst, de Beeldhouwkunst en de Architectuur op zijn graf, te treuren om de dood van dit genie. Gelukkig hebben we zijn prachtige erfenis nog…

nov 16

Met het boek De levens van de grootste schilders van Giorgio Vasari is de kunst-geschiedenis begonnen. Vasari schreef het op het hoogtepunt van de Italiaanse renaissance en hij beschouwde die kunst als het toppunt van het menselijk kunnen. Daarbij had hij veel vertrouwen in zijn pen: de oorspronkelijke editie was niet geïllustreerd – latere edities wel, maar nog nooit zo overdonderend mooi als nu.

Er is namelijk onlangs een prachtige luxe-editie verschenen van De levens van de grootste kunstenaars van Giorgio Vasari (1511-1574). De levens bestaat uit boeiende biografieën van kunstenaars vanaf het einde van de dertiende eeuw tot en met Vasari’s eigen tijd. Met oorspronkelijke (vertaalde) teksten van Vasari, hedendaagse toelichtingen en natuurlijk prachtige afbeeldingen van de besproken kunst is dit een editie dat niet mag ontbreken in de kast van liefhebbers van de schilderskunst uit de Italiaanse Gouden Eeuw.

Een fragment over het leven van Michelangelo:

‘O, het is een gelukkig tijdperk waarin wij leven, o gij fortuinlijke kunstenaars, die zich met recht kunstenaars moogt noemen: in uw tijd immers hebt ge uw verduisterde ogen bij deze zo heldere lichtbron tot helderheid kunnen brengen, en alles wat moeilijk was hebt ge dankzij deze zo bijzondere, wonderbaarlijke kunstenaar tot iets gemakkelijks zien worden!

U zult zeker bekendheid en eer ontlenen aan zijn roemvolle inspanningen, want de blinddoek voor de ogen van uw verduisterde geest heeft hij u afgedaan, en hij heeft u het ware doen onderscheiden van het valse, dat een zware schaduw wierp op uw verstand. Weest u de hemel daarvoor dan dankbaar en spant u zich in om Michelangelo na te volgen in alles.

Toen de kapel werd opengesteld, kwam iedereen er dadelijk op af, van overal, en het werk bleek zo goed te zijn dat alle toeschouwers sprakeloos van verbazing stonden; de paus, die hierdoor een belangrijker man was geworden en die zin kreeg in nog grotere ondernemingen, beloonde Michelangelo dus rijkelijk, zowel in geld als in kostbare geschenken. […]

Na de voltooiing van de kapel, maar voor het overlijden van de paus, gaf Zijne Heiligheid aan kardinaal Santiquattro en aan kardinaal Aginense, zijn neef, bevel dat het grafmonument na zijn dood zou worden uitgevoerd naar een bescheidener ontwerp dan aanvankelijk was afgesproken. Dus begon Michelangelo opnieuw aan dit monument, en hij deed het graag, want hij hoopte dit werk nu voor eens en altijd te kunnen voltooien zonder dat hem daarbij van alles en nog wat in de weg werd gelegd, maar de rest van zijn leven gaf het hem ongenoegen, ergernis en zorgen, meer dan wat ook dat hij ooit maakte, en gedurende lange tijd bezorgde het hem in zekere zin een reputatie van ondankbaarheid jegens deze paus die zoveel van hem hield en hem zozeer begunstigde.

Michelangelo dus, eenmaal weer teruggekeerd tot het grafmonument, werkte daar aanhoudend aan en vond ook nog tijd voor het maken van ontwerpen voor de wanden van de kapel, maar de nijdige fortuin wenste niet dat dit aandenken, dat een zo volmaakt begin had gekend, tot een goed einde zou worden gebracht: in die tijd namelijk overleed paus Julius; hierop liet men deze onderneming voor wat ze was, want er werd een nieuwe paus gekozen, Leo x, en deze, niet minder schitterend van geest dan Julius, en niet minder ondernemend, wenste in zijn vaderstad, Florence, – hij was namelijk de eerste pontifex die vandaar kwam – als aandenken aan zichzelf en aan een goddelijke kunstenaar, eveneens uit die stad afkomstig, wonderbaarlijke werken na te laten zoals alleen een groot vorst, die hij inderdaad was, dat vermocht.

Dus gaf hij bevel dat de gevel van de San Lorenzo te Florence, een kerk gebouwd door het huis van de Medici, zou worden afgemaakt; dat was er de oorzaak van dat het werk aan de tombe van Julius werd gestaakt, want Leo vroeg Michelangelo om advies en om een ontwerp, en vond dat hij de werkzaamheden moest leiden. Michelangelo verzette zich zoveel hij kon, waarbij hij aanvoerde dat hij zich jegens Santiquattro en Aginense had verplicht aan de tombe te werken. De paus antwoordde dat hij, Michelangelo, hier niet verder aan hoefde te denken, want dat hij er al aan gedacht had, en hij had bewerkstelligd dat zij Michelangelo van zijn verplichting hadden ontslagen; ook beloofde de paus dat Michelangelo in Florence aan de beelden voor de tombe zou kunnen werken, waar hij immers reeds aan begonnen was; dit alles speet de kardinalen zeer, evenals Michelangelo, die huilend vertrok.’

De levens van de grootste kunstenaars
Giorgio Vasari
ISBN 9789025437190
€ 250,-
uitgeverij Contact

Getagd met:
nov 12

Leonardo da Vinci begon zijn schildercarrière als leerling van Andrea del Verrocchio. Rond 1472 zou hij zijn meester hebben geassisteerd bij het schilderen van een groot doek voor het monnikenklooster van San Salvi, dat zich net buiten Florence bevond. Voor zover we nu weten staan op dit doek de eerste penseelstreken die Da Vinci ooit op een echt schilderij zette – niet meer om te oefenen maar voor het grote werk.

Volgens Bramly’s biografie van Da Vinci heeft Verrocchio het meest verheven gedeelte van het werk voor zichzelf gereserveerd. Hij schilderde Jezus die in het water van de Jordaan staat. Hij schilderde eveneens Johannes de Doper, die Jezus doopt met water uit een koperen kom. Hij schilderde ook de Heilige Geest, in de vorm van een duif die uit de hemel neerdaalt. Hij schilderde ten slotte ook de rechterengel. De andere engel liet Verrocchio aan Leonardo over, evenals de achtergrond.

Leonardo kweet zich meer dan perfect van zijn taak. Toen Verrocchio zijn engel zag, met het kleed van Christus over de arm gedrapeerd, is hij volgens Vasari ‘verbijsterd en vernederd, door de ontdekking dat Leonardo ondanks zijn jonge leeftijd al meer van schilderen weet dan hijzelf.’ Verrocchio schijnt zelfs gezworen te hebben nooit meer een kwast aan te raken.

Bramly beweert echter dat Vasari met deze uitspraak Verrocchio tekort doet. Dit zou volgens Bramly niet alleen niet stroken met Verrocchio’s karakter, maar ook neemt Verrocchio daarna nog een aantal opdrachten voor schilderijen aan. Verrocchio weet nu echter wel dat hij zich op Leonardo kan verlaten. Da Vinci krijgt langzamerhand meer en meer verantwoordelijkheden en neemt steeds meer van het schilderwerk van Verrocchio’s atelier voor zijn rekening. De meester zelf wijdt zich ondertussen aan zijn twee grote passies: beeldhouwen en edelsmeden.

Da Vinci’s engel geniet ondertussen grote bekendheid. Het werk De doop van Christus wordt al in 1510 in de Memoriale van Albertini, een soort reisgids van Florence, vermeldt. Het is dan ook voor het eerst dat de Florentijnen zo’n staaltje meesterwerk zagen. Da Vinci’s engel heeft een ongekende glans. De haren, de ogen en de glimlach lichten het gezicht van de engel op, en de engel als geheel wordt als het ware uit het schilderij gelicht. In The Renaissance schrijft Walter Pater zelfs: ‘Deze engel is als een zonnestraal in een oud en vormelijk schilderij zonder expressie.’

Da Vinci’s engel valt echter niet alleen op door zijn uiterlijk. Ook de technieken die Da Vinci gebruikte waren nieuw – en anders dan die van zijn meester. Röntgenonderzoek heeft aangetoond dat Leonardo tijdens het schilderen de originele schets van Verrocchio her en der heeft gewijzigd. Bovendien schilderde Leonardo zijn engel met olieverf, terwijl de rest van het doek geschilderd is met eitempera. Zo kon hij heel dunne lagen verf aanbrengen, waardoor de engel veel echter en tegelijk kwetsbaarder oogt dan de andere figuren.

Met deze engel verzekerde Da Vinci zich van een groots begin van zijn carrière als schilder. Later maakte hij nog een prachtengel (waarover in december meer), die net als zijn eerste engel te zien is in het Uffizi in Florence. Dankzij Googles ArtProject kun je daar nu ook op afstand in ronddwalen. Klik maar eens hier, dan zie je de mooiste werken van dit prachtmuseum voorbijkomen en kun je er ongestoord naar kijken.

preload preload preload