mei 17

Na alle feestelijkheden rondom de presentatie van mijn boek gaan we vandaag op Ciao tutti weer over tot de orde van de dag. Maar niet voordat ik jullie heb bedankt voor alle leuke reacties op de berichtjes van de afgelopen drie dagen. Ik glunder nog even lekker na!

Hemelvaart – Giotto
(te zien in de Cappella Scrovegni in Padua)

Hemelvaartsdag wordt lang niet overal in Italië even groot gevierd. Veel mensen die ik dit vertel, vinden dat vreemd. Vooral omdat Maria Hemelvaart, op 15 augustus, in elk Italiaans dorp, hoe klein ook, wordt gevierd. Ik wil vandaag niet ingaan op de verschillen tussen de Italiaanse tradities op beide dagen, maar – in weerwil van de betekenis van Hemelvaart – Maria in het zonnetje zetten.

Maar dan wel anders, zoals de titel van vandaag al aangeeft. Lady Manonna is de naam van een portrettenreeks van fotograaf Peete van Spankeren die vanaf morgen in de Onze Lieve Vrouwe Toren in Amersfoort te zien is. Voor wie de woordspeling niet direct door heeft, de titel van de expositie is een samentrekking van Madonna en nonna (grootmoeder).

Voor deze serie portretten heeft Peete van Spankeren zich laten inspireren door de zeventiende-eeuwse Russische iconen. Deze iconen dienden vooral als voorbeeld voor de vorm waarin hij samen met styliste Monneke Peters een beeld neer wilde zetten: de Madonna als brengster van nieuw leven, met daarin besloten het verdriet en de vreugde die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn.

De nadruk ligt op de tegenstelling jong-oud, het beeld van een oudere, wijze vrouw met de onbevangenheid van een jong kind. Om die tegenstelling zo groot mogelijk te maken, hebben beide kunstenaars gekozen voor grootmoeders (en in sommige gevallen zelfs een overgrootmoeder), in plaats van moeders,samen hun kleinkind. De zo goed als naakte kinderen met hun roze, ongeschonden huidje, steken schitterend af tegen de bedekte en doorleefde huid van de (over)grootmoeders.

Lady Manonna is te zien van 18 mei tot en met 13 juli 2012 in de Onze Lieve Vrouwe Toren in Amersfoort. De expositie maakt deel uit van de fotobiënnale Fotostad033. Op de website www.033fotostad.com vind je niet alleen praktische informatie over de expositie, maar eveneens een overzicht van alle andere exposities die in Amersfoort worden georganiseerd. Al is Lady Manonna alleen al echt een bezoek aan Amersfoort waard!

apr 19

Een bezoek aan Rome is voor kinderen een onvergetelijke ervaring. De stad barst van de plekken waar de geschiedenis voor hun ogen tot leven komt, en waar prachtige, tot de verbeelding sprekende verhalen bij zijn te vertellen. Als ouder moet je dan natuurlijk wel zelf goed op de hoogte zijn om je kinderen al die verhalen te kunnen vertellen.

Althans, tot voor kort, want sinds dit voorjaar is er een geweldig leuke Lonely Planet-reisgids voor kinderen te koop, die alles wat ze over Rome willen weten op een speelse, laagdrempelige manier uitlegt. Zo zijn de rollen omgekeerd en kunnen de kinderen hun ouders mee op pad nemen door de Eeuwige Stad. Want let wel: de gids zelf heeft als ondertitel ‘Veboden voor ouders’ – die mogen dus niet even spieken ;-)

In het voorwoord worden de jonge reizigers al direct meegenomen naar het ‘echte’ Rome:

‘Dit is geen reisgids. En hij is zeker niet voor ouders. Dit is het echte insideverhaal over een van ’s werelds beroemdste steden: Rome. In dit boek zul je fascinerende verhalen lezen over oude gladiatoren en moderne voetballers, hectisch verkeer, lekker eten en een gruwelijk verleden.

Kom meer te weten over vechten met wilde dieren, spookachtige stenen, dragracing in Romeinse stijl en geluksfonteinen. Ontdek de pittige scooters, fashionista’s, echt oude bruggen en ijs in alle mogelijke smaken. Dit boek toont je een Rome waarvan je ouders wellicht geen flauw benul hebben.’

Het boek omvat niet alleen verhalen, leuke weetjes en spannende anekdotes over Rome maar brengt de stad aan de hand van foto’s, illustraties en stripverhaaltjes ook beeldend tot leven. Zo worden een aantal grote monumenten uitgelicht aan de hand van hun opdrachtgevers. De auteur schrijft:

‘Denk aan mij! Wie heel belangrijk is, wil dat er voor hem een reusachtig monument wordt opgericht, zodat iedereen zich altijd zal herinneren wie hij was en wat hij gedaan heeft. Rome bulkt van dergelijk eerbetoon, oud en bouwvallig of modern en imposant.’

Een van de voorbeelden die in de reisgids worden genoemd, is de enorme voet die op de binnenplaats van de Capitolijnse Musea te bewonderen is. ‘Deze voet is een stuk van een reusachtig standbeeld van de Romeinse keizer Constantijn, die vijftig jaar lang regeerde en van het christendom de belangrijkste godsdienst in het Romeinse rijk maakte. Het hoofd, de armen en benen werden uitgehouwen uit marmer.’

Erbij een lijstje met een handvol wetenswaardigheden:

*het standbeeld moet zo’n 12 meter hoog zijn geweest
*enkel het hoofd, de handen, een arm, delen van de benen en voeten bleven bewaard
*het hoofd is 2,5 meter hoog en elke voet is ruim twee meter lang
*het standbeeld zat op een troon op het Forum Romanum
*de resten werden gevonden tussen het puin van het Forum in 1486

Wedden dat kinderen enorm trots zijn dat ze dit kunnen vertellen als ze naast die enorme voet staan? En zo zijn er nog veel meer weetjes en anekdotes te vinden in deze aantrekkelijke gids, dus zowel ouders als kinderen zullen niet snel uitgekeken en uitgelezen raken.

Ga je binnenkort met kinderen naar Rome, koop voor hen als voorbereiding dan dit geweldige boek en laat ze je meenemen naar al dat spannends en moois in Rome.

Lonely Planet Rome – Alles wat je altijd al wilde weten
ISBN 9789020992069
€ 14,99
uitgeverij Lannoo

Bestel deze reisgids via deze link bij bol.com

apr 18

Hoewel ik deze woorden zomaar zelf opgetekend zou kunnen hebben, vormen ze een beroemde uitspraak van de Amerikaanse fotograaf Leonard Freed, die na zijn eerste bezoek aan Italië zijn hart aan het land verloor. I love Italy – Io amo l’Italia is tevens de titel van een tentoonstelling die nog tot en met 27 mei te zien is in het Museo di Roma in Trastevere. Gisteren liep ik er toevallig binnen, vandaag een klein inkijkje in het leven van Freed en de tentoonstelling.

Leonard Freed kwam ter wereld in New York, in 1929, in een familie van joodse arbeiders die oorspronkelijk afkomstig waren uit het Russische Minsk. In 1952 trok hij voor het eerst naar Europa, waar hij onder andere langere tijd in Amsterdam verbleef. Hier werd zijn passie voor kunt, en dan met name de schilderkunst en de fotografie, aangewakkerd.

Dat vuur laaide nog eens extra op toen Freed voet op Italiaanse bodem zette. Hij maakte zijn eerste professionele foto’s en ontdekte waar zijn hart lag: bij de fotografie, en in Italië. Eenmaal terug in New York, in 1954, verhuisde hij dan ook naar Little Italy. Zo was Italië toch dichtbij…

Freed genoot volop van het Italiaanse leven om hem heen; de warmte van de mensen en de aandacht voor familie en vrienden konden op zijn warme belangstelling rekenen. Dat is dan ook wat we terugzien in zijn foto’s: een liefde voor Italië, die veel dieper gaat dan een liefde voor wat je aan de oppervlakte ziet. Freed hield van de Italianen – en van die liefde laat hij ons via zijn foto’s meegenieten.

De expositie omvat honderd foto’s, die een soort dagboek vormen van Freeds carrière. Freed heeft de beelden geschoten tijdens meer dan 45 reizen naar Italië, in Milaan, Rome, Napels, Siena, op Sicilië – en altijd met de liefde voor Italië en de Italiaan als basis.

Een klein voorproefje:

apr 11

Voor het eerst in de geschiedenis kun je een aantal geheime documenten de Vaticaans Archieven met eigen ogen aanschouwen. Ter ere van het vierhonderdjarig bestaan van het archief is de expositie Lux in Arcana ingericht, die tot 9 september te zien is in de Capitolijnse Musea. De tentoonstelling biedt een kijkje in een honderdtal echte documenten, brieven en stukken die normaal gesproken achter slot en grendel bewaard worden en alleen door de Heilige Stoel en een beperkt aantal wetenschappelijke onderzoekers ingezien kunnen worden.

Nu hebben deze documenten voor het eerst Vaticaanstad achter zich gelaten en beslaan ze drie hele drie verdiepingen van de Capitolijnse Musea. De tentoonstelling omvat zo’n honderd originele documenten van de achtste eeuw tot en met de Tweede Wereldoorlog, die je nu met eigen ogen kunt aanschouwen. Maar dat niet alleen: sommige stukken mogen tijdens de duur van de expositie volledig geraadpleegd worden.

Het eerste waar je na binnenkomst tegenaan loopt, is de handtekening van Galileo Galilei die groot wordt geprojecteerd. Deze paraaf vestigt meteen de aandacht op een van de belangrijkste en spraakmakendste onderdelen van de expositie: de originele stukken van het proces in 1633 waarbij Galilei door de Inquisitie veroordeeld werd omdat volgens hem de aarde om de zon draaide. Een enorm marmeren beeld van paus Urbanus VIII, onder wiens bewind Galilei dit vonnis over zich uit hoorde spreken, waakt over de stukken.

Wie nieuwsgierig is naar alle details van het proces, moet zeker afreizen naar Rome om deze expositie te zien. Wil je niet alleen het originele vonnis van het proces tegen Galileo Galilei zien, maar ook het complete dossier van de zaak raadplegen? Dat kan! Naast de originele documenten kun je vanaf het scherm de hele tekst oproepen en – als je even de tijd hebt – van A tot Z doornemen.

Behalve de geheime documenten zijn er ook andere dingen te zien die bij het beheren en raadplegen van een archief komen kijken. Zo verlekkeren mijn ogen zich aan een systeem waarmee je gewone teksten kunt omzetten naar geheimschriften, simpelweg door bepaalde kaarten met uitgestanste vakjes over de tekst te leggen. Zo’n baan had me wel ets geleken; het ontcijferen van geheime boodschappen is toch wel heel wat spannender dan het schrijven van voor iedereen leesbare teksten zonder dubbele bodem.

Maar er wachtte nog meer geheimzinnigs, zoals een document met maar liefst 81 rode zegels van Britse bestuurders, die de paus in 1530 onder druk zetten om het eerste huwelijk van koning Hendrik VIII nietig te verklaren. De paus gaf hier echter geen gehoor aan, hetgeen het ontstaan van de Anglicaanse Kerk tot gevolg had.


Ook Nederlandse documenten uit de Vaticaans Archieven hebben hun weg gevonden naar het Capitool. Er is een brief uit 1525 te zien van Erasmus, waarin hij betreurt dat Luther is geëxcommuniceerd. ‘Ik zou niet willen dat het ene kwaad met het andere wordt bestreden,’ zo schrijft Erasmus. Een ander Nederlands document vertelt het verhaal van Edith Stein, een van oorsprong joodse vrouw die zich bekeerde en tijdens de Tweede Wereld Oorlog onderdook in een klooster in Limburg. In de zomer van 1942 werden ze opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze overleden. In 1998 werd Edith Stein heilig verklaard door paus Johannes Paulus II.

De samenstellers van de expositie hebben overigens alle moeite genomen om de meest indrukwekkende stukken tentoon te kunnen stellen. Zo hebben ze het zwaarste boekwerk ter wereld naar het Capitool gesjouwd, dat een overzicht geeft van alle details van het leven van de familie Borghese. Alle familieleden komen erin voor, net als hun boekhouding en hun bezittingen.



Het boekwerk, met rood leer en een houten ‘kaft’ is maar liefst veertig centimeter breed, vijfenvijftig centimeter hoog en 37 centimeter dik. Alles bij elkaar weegt het meer dan zestig kilo.

Dat de Vaticaanse Archieven zaken van gewicht ontsluiten, moge duidelijk zijn!

apr 10

Wie het werk van Escher bekijkt, kijkt meerdere keren door de ogen van de kunstenaar naar Italië. Al direct na zijn schooltijd in Haarlem trekt Escher richting het diepe Italiaanse zuiden, onder andere naar Ravello en Atrani aan de Amalfikust, waar hij zijn grote liefde Jetta ontmoet. Met haar zal hij op 12 juni 1924 in Viareggio in het huwelijk treden.

Maar Escher wordt niet alleen verliefd op Jetta, ook Italië draagt hij een warm hart toe. Hij reist veel, onder andere naar de regio’s Calabrië, Sicilië en Abruzzo. De plaatsen waar hij verbleef, zette hij trefzeker en tot in de kleinste details op papier, om er later houtsneden van te maken.

All M.C. Escher works © the M.C. Escher Company BV-Baarn-the Netherlands
www.mcescher.com

In de zomer van 1925 wordt Italië zelfs zijn nieuwe thuis, als hij zich met zijn vrouw Jetta in Rome vestigt. Escher raakt gefascineerd door de stad en de veelheid aan monumenten en bijzondere plekken. Veel van deze plekken, die bijna honderd jaar later nog steeds veel reizigers weten te fascineren, tekende hij op in zijn schetsboeken. Ze laten zien dat de kunstenaar in zijn begintijd nog heel realistisch te werk ging.

Reis maar even mee naar Rome door de ogen van Escher, van Vaticaanstad naar het Capitool:

All M.C. Escher works © the M.C. Escher Company BV-Baarn-the Netherlands
www.mcescher.com

Deze route heb ik uiteraard niet zomaar gekozen. Het is dezelfde route die een honderdtal stukken uit het Vaticaans Archief laatst hebben afgelegd. Ter gelegenheid van de tentoonstelling Lux in Arcana is een aantal bijzondere documenten en boekwerken uit het Vaticaanse Archief nu namelijk exclusief te zien in de Musei Capitolini. Morgen meer over deze unieke expositie!

Getagd met:
apr 06

Vandaag, op Goede Vrijdag, wordt onder leiding van de paus de Via Crucis (Kruisweg) gelopen, een plechtige processie die van het Colosseum naar de Palatijn voert. De paus draagt tijdens de tocht een groot houten kruis. Op elke statie, veertien in totaal, houdt de stoet stil voor een gebed. Bij de laatste statie houdt de paus een toespraak waarin hij refereert aan allerlei belangrijke gebeurtenissen in het afgelopen jaar.

De processie is een indrukwekkend gebeuren. Achter de paus sluiten ook veel Romeinen zich bij de processie aan. Ze dragen allemaal een lichtje, en sommigen zelfs een kruis. De Via Crucis meelopen? De processie start om 21.15 uur bij het Colosseum. Zeker een aanrader als je vandaag in Rome bent!

De lijdensweg van Bernini
Voor wie vandaag niet in Rome is, een lijdensweg die het hele jaar door te bezoeken is: de Ponte Sant’Angelo, oftewel de Engelenbrug. Het was mij eerlijk gezegd tot vorige week nooit zo opgevallen, dat de engelen die de brug sieren allemaal een element van Jezus’ lijden dragen. Pas toen een Romein me erop attent maakte (naar aanleiding van het feit dat ik elke engel op de foto probeerde te zetten), zag ik de doornenkroon, het kruis, de lans, de spons gedrenkt in azijn… Kijk maar mee naar een paar van deze engelen:

De lijdensweg op de Engelenbrug is wel iets korter dan de Kruisweg; in plaats van veertien staties wordt de brug gesierd door tien engelen. De meeste mensen denken dat deze engelen zijn gemaakt door Gian Lorenzo Bernini, maar in werkelijkheid zijn ze stuk voor stuk van de hand van zijn leerlingen. Bernini zelf ging in opdracht van paus Clemens IX wel van start met de eerste twee engelen. De paus vond die twee eerste engelen echter zo mooi, dat hij besloot ze zelf te houden. Je kunt deze originele engelen van Bernini gelukkig wel nog bewonderen, en wel langs het priesterkoor van de Romeinse kerk Sant’Andrea delle Fratte.

 

Wees overigens wel voorzichtig als je de Engelenbrug bezoekt. Op 19 september 1450, een Heilig Jaar, begaven grote groepen pelgrims zich via deze brug naar de Sint Pieter. De brug kon het gewicht van al deze mensen echter niet aan. De zijwanden begaven het en tientallen mensen vielen in de Tiber. Daarbij kwamen 178 pelgrims om het leven. De engelen stonden er toen overigens nog niet, dus wellicht dat hun wakende ogen een dergelijk ongeluk nu sowieso voorkomen…

apr 02

Vandaag geen sterk verhaal zoals gisteren, maar een kort verhaal, ter gelegenheid van het vorige week verschenen lentenummer van Kort Verhaal dat helemaal aan Italië is gewijd. Dit Italiaans getinte lentenummer bevat tien Italiaanse en tien Nederlandse verhalen, maar de Nederlandse afdeling wordt nog aangevuld en versterkt met zeer korte verhalen (zkv’s): twaalf van de meester in het genre, A.L. Snijders, en vijftien van ‘tovenaarsleerling’ Joubert Pignon.

Dat alles levert maar liefst 160 pagina’s Italiaans leesplezier op, met verhalen van onder anderen Andrea Bajani, Alberto Moravia, Sandro Veronesi en Dacia Maraini aan Italiaanse zijde en Thomas Verbogt, Philip Snijder, L. H. Wiener en A. H. J. Dautzenberg als Nederlandse stemmen.

De leukste bijdrage is wellicht die van Pier Vittorio Tondelli (vertaald door Jan van der Haar), die een geïdealiseerd en nauwelijks herkenbaar beeld schetst van Amsterdam in 1990. Een fragment:

‘De treinen die aankomen op het Centraal Station van Amsterdam, het grote schouwtoneel waaromheen als een amfitheater het centrum van de stad ligt met zijn vier voornaamste grachten – de Prinsengracht, de Keizersgracht, de Herengracht en het Singel – verbazen nog steeds vanwege hun knallende kleuren geel en blauw. Zo ook lijken de snelle en superstille trams die door de straten van het centrum glijden niet alleen in oranje en geel en felle kleuren geschilderd, maar regelrecht ontworpen met de lettering van de laatste tentoonstelling van het Stedelijk Museum (en als het gaat om Malevitsj zullen het cyrillische letters zijn) of bedrukt als plattegrond met straten, snelwegen, havens; of dan weer gedecoreerd als een heus kunstwerk, de lijnen en vierkanten van een Mondriaan, de bloemenweelde van een nette, allerminst woeste graffiteur.

De kleuren van de Amsterdamse treinen doen niet denken aan de treinstellen van de metro van Manhattan die door fanatieke anonieme kids uit de Bronx zijn versierd met spuitbussen, en nog minder aan de kleuren van de treinen en de bussen van onze steden, maar geven de pas gearriveerde bezoeker de aanblik van kleur en fleur – misschien niet van sierlijkheid,wel van moderniteit – van een stad die beroemd is om haar tolerantie en de beschaving van haar inwoners, de Europese hoofdstad van een jongerentoerisme dat hier decennialang naartoe kwam, de droom najagend van een aards paradijs waarin muziek, rock, softdrugs, seksuele contacten, woningen, werkloosheidsuitkeringen, sociale voorzieningen, voor iedereen voorhanden waren: een stad waar de kracht van fantasie en verbeelding werkelijkheid kon worden, de realiteit van alledag.

Net als Van Goghs vlammende kleuren,magisch aangebracht op de muren, de treinen, de bussen van een stad die zich opmaakt om de grote schilder te herdenken met een kolossale tentoonstelling, verdeeld over het gelijknamige, lichte museum en het Kröller-Müller in het groen van het park van Otterlo, zo’n honderd kilometer hiervandaan.

Wat onmiddellijk opvalt aan Amsterdam is dat het in de loop van de decennia bij voortduring de jongerenstad bij uitstek is gebleven. Beeldschone jongeren dragen je bagage, serveren je een biertje, thee of lunch, adviseren je bij het winkelen, om het even in het Engels, Duits of Frans. Beroepen die in elk ander land doorgaans worden uitgeoefend door rijpere, ervarener heren zijn hier helemaal het domein van de jongeren. Je vraagt je af waar in deze stad de vijftig- en zestigplussers zijn gebleven,misschien op het platteland om tulpen te kweken, te gaan vissen of te tuinieren, te reizen. Je gaat een café binnen en treft drie hartstikke aardige vrouwen in spijkerbroek en T-shirt, die je thee en macrobiotische lekkernijen aanbieden: een moeder, een dochter, een net puberende kleindochter. En het lijken drie zussen. Met lang blond haar, smalle heupen, dezelfde lach.

En als op een avond aan de uiteraard high tech-tafeltjes van een hip restaurant, de Theeboom, de wachttijden tussen de ene en de andere gang door op zijn minst traineren – en je haast terugverlangt naar die ouwe obers van de Toscaanse of Romeinse trattoria’s,met hun wervelende, bruuske bewegingen, met die slepende tred die duidt op een heel leven in de bediening – zie je toevallig een beeldschoon meisje, tenger en fel, binnenkomen, aan de bar gaan zitten, zoenen uitwisselen met de ober en hem vragen of hij meegaat naar een feest; je pikt het mee om de schoonheid van die jongeren te kunnen observeren, hun manier van doen, van elkaar begroeten, uiteengaan, hun ongedwongenheid; ze verdienen het dat de eendenborst beneden in de keuken afkoelt op het bord.

Als je ’s morgens vroeg op pad gaat en door een grote straat loopt achter de musea, dan bevind je je bijna ongemerkt in de stroom van het spitsuur: jongeren bereiken hun werkplek, kinderen worden naar school gebracht, studenten gaan naar de universiteit. De kleurige trams rijden voorbij vol mensen die uit het raampje zitten te kijken of de krant lezen. Spitsuur. En toch is alles stil, als weggeglipt. Want zowel de jongeren als de vrouwen of kinderen, allemaal fietsen ze snel voort op het zadel van hun rijwiel.

Een geordende stroom mensen die snel en geruisloos door de straten van de stad trekt, ongeacht de kou, de regen, de zon of de zomerhitte. De fietsen van Amsterdam. In alle soorten en maten, voorzien van mandjes, tassen, rugzakken. Licht en sierlijk voor de lange tochten naar Zuid. Stevig, paars, roze, lichtblauw, geel, oranje van kleur. Nooit klein. Ook de kinderen rijden op reusachtige exemplaren, niet zittend in het zadel,maar staande op de pedalen. Gewend als ik ben om in steden rond te reizen met mijn oren wijd open om het geluid van een auto of het knetteren van een knalpijp op te vangen, voel ik me helemaal op het verkeerde been gezet. En dit niet alleen vanwege de stilte rond de straten van het centrum, de fietspaden, de voetgangerszones, de stroken voor het openbaar vervoer – een stilte die je langzaam, dag na dag ervaart,waaraan je gewend raakt en die je mede het geestelijk klimaat van de stad meegeeft – dit omdat je, als je de straat oversteekt zonder om te kijken,want je weet toch wel dat je alleen bent, voortdurend het risico loopt om aangereden te worden door een fietser. De stilte van Amsterdam, zijn grachten, de straten met het glooiende perspectief, als een duin, vanwege de bruggen, is iets dat vertrouwen geeft en je langzaam het gevoel bezorgt steeds meer samen te vallen met de dingen en de mensen hier. Want ook de voorwerpen in zo’n omgeving hebben een speciale betekenis. Bijna symbolisch.’

Lees de rest van Tondelli’s verhaal en alle andere korte verhalen in

Kort Verhaal – Italië
lentenummer 2012
€ 10,-
verkrijgbaar bij de boekhandel of via bol.com

mrt 28

Wie na het bezoeken van de Spaanse schilders (zie mijn stukje van gisteren) zelf ook graag het penseel ter hand neemt en zich wil laten inspireren door al dat moois in Rome, kan in oktober mee op reis met beeldend kunstenaar Stephan Peters en Rome-insider Mariët Bloemendal van Activa Bolsena. Samen voeren ze je door de historische straten van Rome, zodat je de mooiste plekjes kunt vereeuwigen in je schetsboek.

Aan de hand van een aantal thema’s zul je de stad observeren met de ogen van een kunstenaar. Uiteraard kun je wat je ziet en meemaakt in je eigen schildersdagboek optekenen. Het werk van de kleine groep deelnemers zal aan het eind van iedere dag besproken worden, zodat je de volgende dag de stad nog beter aan het papier kunt toevertrouwen.

Na de aankomst op zaterdag kun je in een sfeervol appartement even bijkomen van de reis, waarna er een gezamenlijk welkomstdiner wordt gehouden in een gezellige trattoria. De tweede dag Rome staat in het teken van ‘ruimte’. De schildersafari gaat van start met een bezoek aan een van de zeven heuvels van Rome. Vanaf deze hoog gelegen plek ligt Rome in al haar facetten aan je voeten.

Op de derde dag staat het schildersdagboek in het teken van steen, met een bezoek aan het Colosseum, het Forum Romanum en andere plekken uit het antieke Rome. Dan is het de beurt aan de mens, die bestudeerd gaat worden in de Vaticaanse Musea. Natuurlijk aan de hand van de schilderingen van Michelangelo, maar ook aan de hand van de bezoekers van het Sint Pietersplein.

Ook de natuur in Rome verdient het op papier te worden gezet. En waar kan dat nu beter dan in Villa Borghese? Dit 80 hectare grote stadspark biedt naast landschappelijk aangelegde tuinen diverse musea, paviljoenen en sculpturen. De dag erna is worden de mensen op straat vastgelegd in het Romeins dagboek. Er wordt geflaneerd over de straten, pleintjes en steegjes, op zoek naar mooie doorkijkjes en straatbeelden.

De laatste schilderdag staat in het teken van stroom. De rivier de Tiber, met haar prachtige oude bruggen en sfeervolle kaden, wordt aan het reisdagboek toegevoegd. Tijdens het gezamenlijke afscheidsdiner wordt een gezamenlijk geschreven reisverhalenbundel uitgereikt, om samen met het schildersdagboek straks thuis heerlijk terug te kunnen kijken… Wie weet, hangen jouw werken over een paar jaar dan ook wel in de Eeuwige Stad…

Mee op schildersafari?
Er is voor deze unieke week plaats voor maximaal acht deelnemers, dus beslis snel want vol is vol! De reis vindt plaats van 7 t/m 14 oktober 2012. In juni is er een kennismakingsavond in het atelier van Stephan. Kijk voor meer informatie over deze reis op de website van Activa Bolsena.

mrt 24

Op de laatste dag van de Boekenweek laat ik Alessandro Baricco aan het woord, die in zijn boek De barbaren, waarvan onlangs een herziene uitgave is verschenen, vertelt over de commercialisering van de boekenwereld.

‘Het idee dat de wereld der boeken op dit moment wordt belegerd door de barbaren is tegenwoordig zo wijdverbreid dat het bijna een cliché is geworden. Over de standaardversie van dit idee zou ik zeggen dat het op twee pijlers steunt: 1) de mensen lezen niet meer; 2) degenen die boeken produceren denken alleen nog maar aan winst, en die maken ze ook.

Als je het zo zegt, klinkt het paradoxaal: als de eerste stelling waar was, zou de tweede uiteraard onmogelijk zijn. Dat moeten we dus zien uit te zoeken. Binnen het kader van dit boek is dat nuttig, omdat het ons dwingt de algemene uitdrukking ‘vercommercialisering’ nader te bekijken. […]

Laten we uitgaan van een vaststaand gegeven: het is inderdaad zo dat de westerse uitgeversindustrie al tientallen jaren lang een constante en significante omzetstijging bewerkstelligt. Ik ben niet zo dol op cijfers, maar gewoon voor de duidelijkheid: in de VS is het aantal boeken dat wordt geproduceerd alleen al in de laatste tien jaar met zestig procent gestegen. In Italië is de omzet van de uitgeversindustrie de laatste twintig jaar verviervoudigd (we moeten er wel rekening mee houden dat de omzet behoorlijk is gestegen door de overstap naar de euro, maar het blijft een indrukwekkend gegeven). Dat waren de cijfers, en samenvattend: er wordt verkocht dat het een lieve lust is.

Dergelijke resultaten worden niet zomaar bereikt. Ze zijn het gevolg van een genetische mutatie. […] Neem nu het Italië van de jaren vijftig. Het waren de jaren waarin de belangrijkste literaire prijs, de Premio Strega, werd toegekend aan mensen als Pavese, Calvino, Gadda, Tomaso di Lampedusa, Moravia en Pasolini. […] Maar wat voor Italië was dat? […]

Het is niet gemakkelijk daarop een antwoord te geven, maar ik probeer het. Het was een Italië waarin tweederde van de bevolking alleen maar dialect sprak. Dertien procent was analfabeet. Van degenen die wel konden lezen en schrijven had bijna twintig procent geen diploma. Het was een Italië dat net een verloren oorlog achter de rug had, en het was een land waar maar weinig vrije tijd was, en waar de opkomende kleine burgerij nog niet genoeg spaargeld had om hun pleziertjes en hun culturele ontwikkeling te bekostigen.

Het was een land waar in zeven jaar tijd dertigduizend exemplaren van de trilogie Onze voorouders (I nostri antenati) van Calvino werden verkocht. Dat zeg ik om de grenslijnen van het veld aan te geven: los van wat ze hadden willen doen, konden degenen die boeken verkochten dat destijds slechts doen aan een relatief kleine afzetmarkt.

Tegenwoordig weten we dat dit tamelijk beperkte ecosysteem sublieme vaklieden, geniale auteurs en verheven rituelen heeft opgeleverd. Maar is er iets waardoor het geoorloofd is te denken dat dit alles ontstaan is dankzij een terughoudendheid om die wereld te vercommercialiseren, omdat de voorkeur werd gegeven aan de kwaliteit van de personen en hun handelingen?’

Uit de vraagstelling maakt Baricco al duidelijk dat hij vindt van niet. In De barbaren geeft hij hier uiteraard nog een uitgebreide verklaring voor. Naast de vraag of de boekenwereld geleidelijk ten onder gaat, legt hij ook andere culturele fenomenen bloot. Zo schakelt hij moeiteloos over van de tanende interesse voor de wijncultuur naar de vercommercialisering van de ooit heilige voetbalsport. Is er in demoderne tijd nog wel plaats voor bezieling?

Wel degelijk, stelt Baricco, we moeten alleen beseffen dat er niet zoiets is als beschaving aan de ene en barbarisme aan de andere kant. De huidige cultuur bevindt zich in een staat van mutatie; er is geen sprake van een botsing,maar van een overgang van een oude naar een nieuwe cultuur.

In dit scherpzinnige, gedurfde boek houdt Baricco aan de hand van een rijk arsenaal aan voorbeelden een bevlogen en hoopvol pleidooi voor de toekomst van onze cultuur. Een must om te lezen, zo aan het einde van deze Boekenweek!

De barbaren
Alessandro Baricco
vertaald door Manon Smits
ISBN 9789023471929
€ 15,00
uitgeverij De Bezige Bij

mrt 14

Schreef ik gisteren nog over de grootsheid van de liefde, vanaf vandaag houd ik het tien dagen lang bij vriendschap – in het kader van de Boekenweek. Het thema dit jaar is namelijk ‘Vriendschap en andere ongemakken’. Die toevoeging van ongemakken vind ik zelf nogal vreemd, maar volgens de CPNB haalt vriendschap het beste en slechtste in mensen naar boven.

Gelukkig hield Seneca er een heel positieve opvatting over vriendschap op na. Hij schrijft er aan het einde van zijn leven een uitgebreide brief over aan zijn vriend Lucilius. Deze brief geeft zo’n prachtige kijk op de vriendschap, dat er geen beter literair fragment is om de Boekenweek mee te openen.

Seneca, geportretteerd door Peter Paul Rubens

‘Ik begrijp, Lucilius, dat ik niet alleen mezelf verbeter maar zelfs van persoon verander. Maar dit beloof ik niet meer of verwacht het zelfs maar, dat er in mij niets meer over is wat nog veranderd moet worden. Waarom zou ik niet veel hebben wat nog op orde gebracht moet worden, wat afgezwakt moet worden, wat versterkt moet worden ? Ook dit is juist een bewijs van een karakterverbetering, dat je je eigen tekorten die je tot dan toe niet kende, in het oog krijgt. Sommige zieken valt een gelukwens ten deel wanneer ze zelf zijn gaan merken dat zij ziek zijn.

Hoe graag zou ik dan ook met jou over die zo plotselinge verandering van mij met jou van gedachten wisselen. Dan zou ik een vaster vertrouwen in onze vriendschap beginnen te koesteren: van zo’n echte vriendschap, die noch vrees, noch bezorgdheid om eigen voordeel verziekt, van zo een waarmee mensen sterven, waarvoor zij sterven.

Velen kan ik je noemen die het niet zozeer zonder vriend moesten stellen, maar zonder vriendschap in de ware zin: dit kan niet gebeuren wanneer een gelijke vastbeslotenheid om het goede te zoeken zielen tot genegenheid brengt. Waarom dat niet kan ? Nou, zij weten toch dat zij alles gemeenschappelijk hebben, en wel vooral tegenspoed.

Je kunt je niet voorstellen hoeveel vooruitgang ik elke dag voor mij zie aanbrengen. ‘Stuur,’ hoor ik je al zeggen, ‘ons ook eens van die middelen die je als zo werkzaam ervaren hebt.’ Ik voor mij verlang waarlijk niets liever dan alles in jou over te gieten, en hierin ligt een gedeelte van mijn vreugde over deze toename van mijn inzicht, namelijk om het over te dragen. Geen enkele wijsheid zal mij behagen, ook al is die buitengewoon heilzaam, als ik die alleen voor mijzelf moet koesteren. Als wijsheid mij gegeven werd met dit voorbehoud dat ik die voor mijzelf houd en niet bekend maak, dan zou ik die verwerpen: van geen enkel goed is het bezit prettig zonder het te delen.

Ik zal je dus de bedoelde boeken sturen, en, opdat je niet veel moeite hoeft te doen om overal te zoeken naar wat heilzaam is, ik zal er kanttekeningen in zetten zodat je rechtstreeks komt bij wat ik toejuich en bewonder. Toch zal het gesproken woord en het gesprek je meer dan het geschreven betoog dienstig zijn; maar het is nodig dat je tot de levende werkelijkheid komt, vooreerst omdat mensen meer geloof hechten aan hun ogen dan aan hun oren, voorts omdat de weg via voorschriften een lange is, maar kort en effectief die via voorbeelden.

Cleanthes zou Zeno niet uitgedragen hebben als hij hem alleen beluisterd zou hebben: maar hij heeft zijn leven meegemaakt, zijn geheime gedachten doorzien, er bij hem op gelet of hij wel volgens zijn eigen stelregel leefde. Plato en Aristoteles en heel die groep wijzen die zich in uiteenlopende richtingen zou ontwikkelen heeft meer lering getrokken uit de leefwijze van Socrates dan uit zijn woorden. Metrodorus, Hermarchus en Polyaenus: niet het onderricht van Epicurus heeft grote mannen van hen gemaakt maar het leven dat zij met hem deelden. En ik nodig je niet alleen hiertoe uit, om vorderingen te maken, maar om ook ten dienste te staan; we zullen elkaar immers de grootste dienst bewijzen.

Intussen zal ik je, omdat ik je nog mijn dagelijkse frankeerkosten verschuldigd ben, vertellen wat mij bij Hecato vandaag plezier gedaan heeft. ‘Je vraagt me’, zegt hij, ‘waarin ik vorderingen gemaakt heb ? ik ben begonnen voor mezelf een vriend te zijn’. Hij heeft een belangrijke vooruitgang geboekt: hij zal nooit meer alleen zijn. Weet echter dat deze vriend er voor allen is. Het ga je goed.’

© vertaling Ben Bijnsdorp – http://benbijnsdorp.info/seneca.html

Getagd met:
preload preload preload