jan 18

De paardenrace van Siena is dan misschien de beroemdste, de palio van Buti is de eerste van het jaar! Op de eerste zondag na het feest van Sant’Antonio Abate, waar ik jullie gisteren over vertelde, is de strijd tussen de verschillende contrade, wijken, op zijn hoogtepunt. Dit jaar is dat op 22 januari, dus de voorbereidingen zijn al in volle gang!

Afgelopen zondag was de grote loting en dat ging gepaard met een hoop emoties. Uiteraard met een glimlach van oor tot oor en gejuich van de inwoners van de contrada als de wijk het geluk heeft als eerste uit de bus te komen; boosheid en zelfs tranen bij de bewoners van de wijk die de laatste plek moet innemen.

Zeker in deze laatste dagen wordt het hele dorp in gereedheid gebracht voor dit bijzondere evenement. Al weken wapperen vrolijke vlaggen in de wijken, maar nu hangt er bijna bij elk huishouden een vlag buiten. Het bestuur van de stad wordt voor even overgenomen door de capitani, degenen die aan het hoofd van een contrada staan. Iedereen praat over de race, speculeert over de uitslag en informeert naar het paard. Wordt het goed verzorgd? Zijn zijn hoefijzers netjes in orde?

Hoe dichter de zondag nadert, hoe meer de spanning stijgt. Net als in Siena worden ook hier in Buti de paarden naar de kerk van de contrada begeleid, waar ze worden gezegend en waar met de hele wijk wordt gebeden voor de overwinning. Kaarsjes worden opgestoken, kruisjes geslagen, Weesgegroetjes en schietgebedjes gepreveld. Zelfs als niet-inwoner voel je de spanning met de minuut stijgen deze week. Als ik door de straten van Buti wandel en de zeven verschillende contrade doorkruis, probeer ik me voor te stellen hoe het hier de rest van het jaar zal zijn. Is het stadje dan nog steeds zo strikt onderverdeeld? Komt de wijk dan nog steeds op de eerste plaats?

Ik vraag het aan een van de oude mannetjes die rond de stal van de wijk La Croce hangen. Zichtbaar trots knikt hij. Ja, de contrada is en blijft belangrijk. Ik moet het zo zien: het is je familie. En familie komt het hele jaar door op de eerste plaats, volgens deze bijna 80-jarige Giuseppe.

Hij vraagt of ik meer wil weten over de geschiedenis van de palio hier. Op mijn bevestigende antwoord trekt hij me mee naar zijn huis, twee deuren verderop. Er komt een heel oud fotoalbum op tafel, vol met knipsels en foto’s. Terwijl hij voorzichtig door het album bladert, vertelt hij over de eerste aanwijzingen van een paardenrace op deze plek. Die zou zijn geweest op 13 september 1848, maar er zijn ook aantekeningen gevonden van een eerste Sant’Antonio-feest op 14 januari 1805, waar paarden in optocht door het dorp werden geleid.

Hij wijst op een affiche, waarop te lezen staat:

‘Buti sarà diviso in sei contrade , ognuna delle quali farà capo ad una delle sei Chiese di cui il paese si onora : Chiesa Pievania – Chiesa di San Francesco – Chiesa di San Rocco – Chiesa dell’Ascensione – Chiesa di San Nicolao – Cappella delle Case Popolari’

Hiermee werd op 15 december 1960 het dorp ineens in zes wijken onderverdeeld, met elk een eigen kerk, die vanaf dat moment allesbepalend zouden zijn:

* Pievania, met als wapen een wit kruis op een azuurblauwe ondergrond
* San Francesco, met een zwart/geel wapenschild
* San Nicolao, met een zwart/wit schild
* San Rocco, met een rood/wit wapenschild
* Ascensione, met een groen/zwart schild
* La Croce, met een rood/zwart schild

Die kleuren zie je overal in het dorp terug, en ook in het fotoalbum maken de zwart-witfoto’s langzamerhand plaats voor deze kleuren. Uiteraard overheerst het rood/zwart van La Croce, want alle overwinningen en bijzonderheden worden in het album breed uitgemeten. Ook nu nog, tijdens het voor de zoveelste keer doorbladeren van het beduimelde album, wordt Giuseppe af en toe emotioneel. Met tranen in zijn ogen aait hij de foto van een paard dat succesvol is geweest, en hij zucht diep. Dit gaat inderdaad verder dan deze feestdag, het is pure en oprechte liefde voor en loyaliteit aan een wijk, een familie, een historie.

Ik mag dan ook pas weggaan als ik beloof een kaarsje op te gaan steken voor zijn wijk, en zondag, vanuit Florence, zal bidden voor een goede afloop. Als jullie dat nu ook doen, dan kan Giuseppes palio niet meer stuk!

Getagd met:
jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

Getagd met:
jul 16

Tijdens onze eerste avond in Siena stuitten we, toen we terugwandelden naar ons hotel, dat zoals ik gisteren al vertelde in het hart van de Contrada della Chiocciola ligt, op een grote stoet zingende contradaioli. Nu had Serena me vorig jaar een aantal van deze inni (volksliederen) gegeven om te bestuderen, dus ik neuriede een beetje mee. De contradaioli bekeken me met nieuwsgierige, ietwat verbaasde blik. Bij het refrein aangekomen nodigden ze ons uit een stukje mee te wandelen en te zingen, hetgeen we natuurlijk graag deden.

Na een aantal rondes door de stad voelden we ons bijna echte Chiocciolini. We werden meegetroond naar de kerk en het museum van de contrade, die normaal gesproken alleen tijdens de nacht volgend op de Palio geopend zijn voor buitenstaanders. Vol trots toonde de capitano ons het ene na het andere aandenken, van eerder gewonnen cenci (vaandels) tot oude kostuums, vlaggen en trommels.

In de kerk zagen we het altaar waar het paard voorafgaand aan de Palio wordt gezegend. Het was bedekt met de kleurige Chiocciola-vlag en er werd vol ontzag naar gestaard, alsof het heilige krachten zou bevatten die een winst op het Piazza del Campo een handje zouden kunnen helpen. Helaas behoorde Chiocciola niet tot de deelnemers aan de Palio van 2 juli en is deelname in augustus afhankelijk van de trekking die op 11 juli zal plaatsvinden. Er wordt nu dus in de kerk vooral gebeden om een gunstige loting, die Chiocciola 16 augustus op het Piazza del Campo moet brengen.

Aan de contradaioli zal het zeker niet liggen, al geloof ik eerder in de kracht van het lied. Om het ook voor iedereen van buiten de contrada begrijpelijk te maken, vind je hieronder niet alleen de tekst maar ook een korte verklarende woordenlijst. Cantiamo!

L’inno della Chiocciola
Luister naar Chiocciola

Viva, viva! Le nostre bandiere
alla gloria del sole innalziamo.
Sciogli al vento, o baldo alfiere
il vessillo dei nostri color.

Gloria a te, nostra Chiocciola bella:
di te parla, di Siena, la storia:
Sia benigna, a te sempre, la stella
e ti guidi a nuova vittoria!

Cinquantaquattreesimo palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

Suoni ovunque, di canti e di festa,
di San Marco il rione esultante;
dal tuo guscio solleva la testa
e gioisci del nostro gioir.

Rosso, giallo e celeste, i colori
del vessillo, a te dedicato,
son, per sempre, segnati nei cuori
di coloro che il cuore t’hanno dato.

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

A te, Chiocciola, noi solo pensiamo
quando in Piazza del Campo tu sei:
sol per te, sol per te trepidiamo
invocando vittoria per te.

Sulla pista vediamo un cavallo:
primo giungere, al traguardo, veloce.
E’ guarnito di rosso e di giallo:
il tuo nome gridiamo a gran voce!

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

innalzare (ver)heffen
il vento de wind
baldo overmoedig / driest
alfiere vaandrig
il vessillo vaandel / vlag
la storia de geschiedenis / het verhaal
benigna welwillend / gunstig
sempre altijd
la stella de ster
la vittoria de overwinning
abbiamo wij hebben
caro lief, geliefd
teniamo wij houden (vast)
avvicinarsi dichterbij komen
sessanta zestig
ovunque overal
il rione esultante de juichende / jubelende wijk
il guscio het huisje (van de slak)
la testa het hoofd
gioire zich verheugen / blij zijn
celeste hemelsblauw
dedicato opgedragen aan
il cuore het hart
coloro degenen
i colori de kleuren
pensiamo wij denken
quando wanneer
sol per te alleen voor jou
trepidiamo bezorgd zijn / inzitten (over)
invocare aanroepen
un cavallo een paard
giungere bereiken
veloce snel
guarnito versierd
la voce de stem

Getagd met:
jul 13

De eerste aanblik van het Piazza del Campo ontroert me ook dit keer weer. Het begint al op een paar kilometer afstand, als je de slanke Torre del Mangia boven de daken van de huizen ziet uitsteken en steeds dichterbij ziet komen. Naarmate je dichterbij komt, verdwijnt de toren soms achter een groot gebouw, maar niet voor lang. Door de smalle straatjes vang je steeds weer een glimp op van de toren, totdat je door een nauwe doorgang aan de rand van het Piazza del Campo staat en de toren in al zijn glorie kunt aanschouwen.

Het plein vraagt echter om voorrang. Zelden nog heb ik zo’n perfect plein gezien, zo harmonieus. De gebouwen lijken vloeiend in elkaar over te lopen, alsof ze allemaal tegelijk zijn neergezet. Als ik mijn blik langs de gevels laat glijden – in allerlei kleuren, van lichtroze tot terracotta – denk ik eraan hoe het zou zijn om elke ochtend van deze aanblik te kunnen genieten. Een dag die zo inspirerend begint kan alleen maar tot grootse dingen leiden…

Mijn blik dwaalt af naar het plein zelf, de licht aflopende schelpvorm, die precies is aangelegd op de plek waar de drie heuvels waarop Siena is gebouwd samenkomen. De ‘schelp’ wordt door witte strepen in het plaveisel in negen stukken verdeeld, die verwijzen naar de periode dat Siena door een bestuur van negen man werd geregeerd, zo rond 1300.

Deze schelpvorm kwamen we deze maand al eerder tegen; het is tevens het symbool van de Contrada del Nicchio. Niet vreemd dus dat ook in het volkslied van de contrada de vergelijking met het Piazza del Campo naar voren komt:

‘Contrada azzurra come il nostro cielo
dal mare cullata,
conchiglia di corallo coronata,
simile al Campo, ove si corre il Palio.’

Oftewel:

Een contrada met het blauw van onze hemel
van de zacht kabbelende zee,
een schelp, omkranst door koraal, bekroond
net als de Campo, waar de Palio wordt gereden.

Het Piazza del Campo ligt overigens op neutraal gebied; het plein behoort tot geen enkele contrada. Wel eigende Civetta zich het plein vorig jaar even toe, toen de overwinningsmaaltijd die altijd volgt op de Palio niet in hun eigen wijk mocht worden gehouden. Zo had ik het Piazza del Campo nog nooit gezien…

Toch is het plein in de vroege ochtend het mooist. De Torre del Mangia werpt een voorzichtige schaduw op de voorbijgangers, die zich naar hun eerste kopje koffie van de dag spoeden. De duiven wassen zich in het water van de Fonte Gaia, de prachtige fontein die even na 1400 werd ontworpen door Jacopo della Quercia. De fontein ontleent haar naam aan de vrolijke festiviteiten waarmee de bevolking van Siena de komst van het water tot op het Piazza del Campo vierde; gaia betekent namelijk vrolijk.

Ook vandaag de dag hangt er steeds iets van vrolijkheid in de lucht rondom de fontein. Kinderen rennen rondjes, gadegeslagen door hun oma’s die met elkaar de nieuwste roddels uitwisselen. Niets heerlijker dan even te zitten mijmeren te midden van deze dagelijkse ‘drukte’, te midden van de Sienezen, die later op de dag hun huizen opzoeken om de toeristenmassa te ontvluchten.

Ga vooral voor de eerste busladingen toeristen aankomen een kijkje nemen in het Palazzo Pubblico, het stadhuis van Siena dat niet alleen van de buitenkant prachtig is maar tevens de mooiste kunstwerken van de stad herbergt.

In het Museo Civico dat in het Palazzo Pubblico is gevestigd, wandel je van de prachtigste fresco’s over het leven van paus Alexander III naar een zeer minutieus beschilderde kapel met afbeeldingen van klassieke goden, politici, filosofen en de deugden, een monnikenwerk van Taddeo di Bartolo. Ook het houtwerk is tot in detail uitgewerkt, kijk maar eens naar de koorbanken.

In de Zaal van de Wereldkaart verwacht je natuurlijk niets meer of minder dan een wereldkaart, maar die hangt hier nu niet meer. Hoewel in deze zaal eens de kaart van Siena en omgeving (hetgeen door de Sienezen als de wereld werd beschouwd) te bestuderen was, hangen er nu twee meesterwerken van een heel andere orde.

Wanneer je je blik naar links wendt, sta je oog in oog met een van de mooiste Madonna’s die ooit met penseel en verf is gecreëerd. Deze Maestà, in 1315 geschilderd door Simone Martini, is meer dan alleen de mooiste Maria die ik ooit heb gezien. Het bijzondere zit hem niet alleen in haar serene gezichtsuitdrukking, in de prachtige gewaden en fijne gezichtjes van haar gevolg, bestaande uit engelen en heiligen. Het is het verhaal erachter dat het schilderij boven het gros van de Maria’s uittilt. Maria zit namelijk onder een baldakijn, waarmee Martini geprobeerd heeft een soort van perspectief aan het tafereel te geven, hetgeen nog vrij ongewoon was in die tijd.

Aan de muur tegenover deze prachtige Maria hangt Giudoriccio da Fogliano, eveneens van de hand van Simone Martini. Het werk is een aandenken aan de inname van een kasteel door Sienese troepen, onder leiding van deze Giudoriccio da Fogliano. In de naastgelegen zaal, de Sala dei Nove (Zaal van de Negen), hebben de vroegere bestuurders van de stad laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien, maar daarover later deze maand meer.

Nog even terug naar het Piazza del Campo. We kunnen de 102 meter hoge Torre del Mangia, het symbool van de stad, natuurlijk niet overslaan. De naam van de toren is een afkorting van de naam van een van de klokkenluiders, Mangiaguadagni. Hoewel de toren bijna op het laagste punt van de stad staat, steekt hij hoog boven alle andere gebouwen uit. Wanneer het nog niet te heet of te druk is, beklim dan alle treden van deze slanke toren. Het uitzicht is de klim meer dan waard; je kijkt tenslotte niet elke dag uit over het mooiste plein van de wereld…

jul 12

Van Rome het wapen, van Siena de kleuren, aldus de beginregels van het lied van de Contrada della Lupa, de wijk van de wolvin. In aanloop naar de Palio zingen de contradaioli uit volle borst:

‘Di Roma lo stemma
di Siena i colori
c’infiammano i cuori
di schietta virtù.’

Oftewel:

‘Van Rome het wapen,
van Siena de kleuren
die onze harten doen ontvlammen
van pure deugd.’

Het is niet geheel toevallig dat een van de contrade vernoemd is naar de wolvin. Wie goed oplet tijdens een wandeling door de stad, ziet de wolvin overal opduiken, ook buiten de naar haar genoemde contrada.

   

Het verhaal wil namelijk dat Siena gesticht is door de zonen van Remus. Remus kennen we allemaal van het verhaal van de stichting van Rome. Hij zou samen met zijn broer Romulus door een wolvin zijn opgevoed. Later streden beide broers om de heerschappij over de stad Rome, hetgeen Remus met de dood moest bekopen. Zijn broer werd de eerste koning van Rome en gaf zijn naam aan de Eeuwige Stad. Hoewel Remus verslagen was, verdween hij niet uit de Italiaanse geschiedenis. Dankzij zijn zonen…

Zijn zonen, Aschius en Senius, zouden namelijk direct na de overwinning van hun oom Rome zijn ontvlucht. Romulus wilde namelijk de hele familie van Remus uitroeien, zodat niemand hem meer van de troon zou kunnen stoten. Helaas voor hem stonden er voor de zonen van Remus twee paarden klaar, een met een wit zadeldek en een met een zwart zadeldek.

De broers gingen op pad en trokken vanuit Rome in noordelijke richting. Een wolvin vergezelde hen en wees hen de weg naar Siena. Na een lange tocht wees de wolvin deze stad aan als nieuwe verblijfplaats voor de twee broers. Toen de broers waren bijgekomen van hun reis, zouden ze het Castello Senio hebben gebouwd, precies op de plek waar nu Siena ligt.

Daardoor is de zogende wolvin ook het symbool van Siena geworden en kom je haar, net als in Rome, op elke straathoek tegen. Kijk maar eens goed om je heen op het plein voor de Duomo, in de Duomo, op het Piazza del Campo, op de binnenplaats van het Palazzo Pubblico… De kleuren die gebruikt worden in het wapen van Siena zijn zwart en wit, naar de zadeldekken van de paarden die de broers op hun vlucht bereden. Ook deze kleuren kom je overal tegen, op de wapens boven de boogramen van het Palazzo Pubblico, op de vlag van Siena en natuurlijk op de vlag van Lupa.

  

Lupa is overigens de nonna van Siena: de contrada die het langst geen Palio meer heeft gewonnen. Het is te hopen dat Lupa in augustus mag deelnemen en dan ook weer eens weet te winnen, dat zou recht doen aan de mooie spreuk uit het volkslied.

Getagd met:
jul 11

De paarden van de verschillende contrade hebben elk hun eigen stal. Daar worden ze dag en nacht bewaakt door de contradaioli, de inwoners van de contrada. Er mag natuurlijk niks met de paarden gebeuren en er mogen zeker geen vijandige contradaioli in de buurt komen… Stel dat ze het paard proberen te verwonden of van slag proberen te maken…

Elk paard moet daarom ook in deze puzzel naar zijn eigen stal (aangegeven door het huisje met hek) worden gebracht. De stallen raken elkaar natuurlijk niet, ook niet diagonaal – er ligt een veilige afstand tussen de stallen van de verschillende contrade. De paarden mogen elkaar zoals je ziet wel raken, en ze mogen ook een andere stal raken. Maar als ze de stal in zouden kunnen lopen, zie je om hen heen alleen maar witte vakjes.

De cijfers naast en onder het diagram geven aan hoeveel stallen er in de betreffende rij of kolom staan. Lukt het jou elk paard veilig onder te brengen in zijn eigen stal?

Stuur een scan van de oplossing voor 31 juli 2010 naar winnen@ciaotutti.nl, o.v.v. Alle paarden op stal. De winnaar kan straks thuis zelf een Palio organiseren: de stichting ten behoud van de Palio in Siena stelde een zeer toepasselijke prijs ter beschikking: het enige echte Palio-spel, waarmee je de prachtige paardenrace op je eigen terras of in je eigen huiskamer tot leven kunt brengen:

Getagd met:
jul 08

Deze kreet echoot tijdens de honderd dagen voorafgaand aan de Palio door de wijk Civetta. Alle contradaioli, jong en oud, zingen uit volle borst het volkslied van de contrada, hetgeen de overwinning zou moeten afdwingen. Luister maar mee!

Luister naar Civetta va

Il Castellare è tutto in festa;
quanta letizia c’è nei nostri cuori!
Inneggiamo alla Civetta,
inneggiamo ai suoi colori.
Sventola al vento la Bandiera,
rulla il tamburo, tutti a te corriam;
per te fremiam,
per te cantiam
un inno di passion.

Civetta và,
Civetta và,
tu gloria e vanto sei di tutta la città.
Civetta và,
Civetta và,
sei Priora e fieri ci sentiam.

Ecco alla mossa già i fantini andar,
freme la Piazza e urla piena di passion.
Per te soltanto
noi viviamo l’incanto
di una corsa che il cuore soffrirà…

Civetta và,
Civetta và,
Palio stasera si festeggerà!

Piazza del Campo è tutta in festa:
Siena ritorna come ai tempi d’or!
Suona lento il campanone,
torna Cecco tra di noi.
Tutti in Contrada questa sera.
Il cavallino benedetto è già.
Ora corriam,
ora cantiam,
un inno di passion…

Maar er wordt niet alleen gezongen; alles wordt uit de kast gehaald om ervoor te zorgen dat Castellare, waar het hoofdkwartier van Civetta gevestigd is, de overwinning op zijn naam mag schrijven. Iemand van buiten Siena kan zich vaak nauwelijks iets voorstellen bij al deze commotie, maar voor de Sienezen is de Palio het belangrijkste hoogtepunt van het jaar.

John Appel heeft dat gevoel een aantal jaren geleden perfect tot uiting weten te brengen in zijn documentaire The Last Victory, waarin twee inwoners van Civetta tijdens de dagen voorafgaand aan de Palio worden gevolgd en geïnterviewd. Hoofdpersoon van de film is Egidio, de 92-jarige nestor van Civetta. Een vitale oude man, met als grootste wens dat zijn wijk nog één keer de Palio weet te winnen. Alleen dan kan hij rustig sterven, aldus Egidio.

Egidio neemt John Appel mee naar het hoofdkwartier van zijn contrada, naar het diner op de avond voorafgaand aan de Palio en naar de stal waar het paard wordt verzorgd door de 21-jarige Paolo, die de Palio voor het eerst als stalknecht meemaakt. Hij vertegenwoordigt de jonge generatie wijkgenoten die nog nooit een overwinning heeft gezien. Civetta had namelijk op het moment van filmen (2003) al sinds 1979 geen enkele overwinning meer weten te behalen.

De film vertelt het kleinere persoonlijke verhaal van de verschillende hoofdpersonen terwijl ze zich voorbereiden op de race. Hun levenslot, verdriet, nostalgie en geluksmomenten. Zo kijkt Egidio de Palio niet op het Piazza del Campo of met andere contradaioli in Castellare, maar thuis, met zijn hoofd bijna in de televisie, omdat hij de spanning anders niet meer aan kan. Zo kan hij ook beter zijn teleurstelling verwerken, als blijkt dat Civetta wederom naast de vaandel grijpt.

Na het kijken van The Last Victory begrijp je pas echt wat de Palio voor de inwoners van Siena betekent. De film toont de saamhorigheid van een wijk die leeft tussen hoop en teleurstelling, hoe de Palio is ingebed in een kleine maar hechte samenleving. Politiek, religie, traditie en bijgeloof zijn er allemaal mee verweven. Voor de Sienezen is de Palio niet slechts een evenement van één dag, of een toeristische trekpleister, nee, het is veel meer dan dat: het is een manier van leven.

Dat bleek vorig jaar augustus wel, toen Civetta tijdens de Palio van 16 augustus, na jarenlang te hebben verloren, als eerste over de finish kwam. Aangezien ook na het verschijnen van The Last Victory geen succes meer was geboekt, waren de Civettini uitzinnig van vreugde. Ik stond midden op het Piazza del Campo en wist niet wat me overkwam. Van alle kanten renden uitzinnige ‘uiltjes’ naar het paard (de befaamde Istriceddu) en Brio (alias Andrea Mari), de ruiter. De eerste minuten had ik al mijn aandacht nodig om in die golvende massa op de been te blijven.

Toen de rust op het plein weer ietwat was teruggekeerd, trokken de meeste Civettini naar de Duomo, om Maria te bedanken voor deze overwinning. Het paard en de ruiter voorop, en daarachter een stoet lachende, huilende, biddende en zingende contradaioli. Na een ererondje in de kerk trok de hele stoet naar Castellare, waar het feest uiteraard werd voortgezet. De klok van het kerkje van Civetta weerklonk onophoudelijk, de deuren van het museum werden wijd opengezet, de rode wijn vloeide rijkelijk en de meeste mannen en jongens bleven tot diep in de nacht rondjes door de wijk lopen, uiteraard met de gewonnen Palio maar natuurlijk ook met een heel leger aan trommelaars en vaandeldragers.

Uiteraard was ik erg benieuwd of Egidio deze overwinning nog mee had mogen maken. Ik besloot een van de vrouwen die bij de deur van het museum zat naar hem te vragen. Tot mijn grote verrassing nam ze me bij de hand en bracht ze me bij Egidio, inmiddels 98 jaar oud maar dolgelukkig na deze overwinning. Hij straalde van oor tot oor en brabbelde onophoudelijk ‘Abbiamo vinto, abbiamo vinto!’, ‘We hebben gewonnen, we hebben gewonnen!’. Ik feliciteerde hem met de overwinning en we toostten op het feit dat zijn grootste wens in vervulling was gegaan. Hij liet vol trots de fontein van Civetta zien, een vliegende uil van brons die hoog boven de hoofden van de contradaioli over de binnenplaats van Castellare vliegt. Uiteraard moest ook het museum worden bezocht, waarbij Egidio met tranen in zijn ogen vertelde over de overwinning van 1979.

Na al die verhalen was het inmiddels vreselijk laat geworden, maar buiten liepen de trommelaars nog even enthousiast rond. Tot diep in de nacht zou het overwinningslied door de stad schallen. Egidio en ik namen afscheid en ik sprak de wens uit dat we bij de eerstvolgende overwinning wederom samen zouden toosten. Of Civetta mag deelnemen aan de Palio van augustus is afhankelijk van de trekking op 11 juli. Er zijn nog drie plaatsen vrij voor 10 contrade. Giraffa, Leocorno, Istrice, Civetta, Onda, Lupa, Chiocciola, Pantera, Torre en Aquila maken allemaal nog kans op een startplaats. Op 2 juli 2011 doet Civetta zeker mee, maar of Egidio dat nog mag meemaken… Speriamo!

Getagd met:
jul 02

Siena maakt zich op voor de Palio. Al wekenlang gonst het in de kleine Toscaanse stad van de bedrijvigheid in de contrade. Vanavond weten we welke contrada de Palio di Provenzano op zijn naam mag schrijven. Deze contrada mag zich de trotse eigenaar noemen van de palio of cencio (‘vaandel’), die dit jaar is ontworpen door Ali Hassoun, een Libanese kunstenaar die al jarenlang in Italië woont. De afbeelding op de palio verwijst naar de Slag bij Montaperti, waarbij de Sienezen de Florentijnen wisten te verslaan en die precies 750 jaar geleden plaatsvond.

Zoals ik gisteren al schreef, telt Siena zeventien wijken. Slechts tien daarvan mogen deelnemen aan de Palio. Deze tien contrade heeft Hassoun aan de onderzijde van de palio afgebeeld. Wie goed kijkt, ziet dat vanavond de contrade Aquila, Bruco, Drago, Giraffa, Istrice, Leocorno, Nicchio, Onda, Selva en Torre op het Piazza del Campo aantreden. Een unieke Palio, want in al die eeuwen dat de paardenrace wordt gereden heeft deze combinatie zich nog niet eerder voorgedaan.

De Sienese Palio is al sinds de dertiende eeuw een jaarlijks terugkerende gebeurtenis. Naar verluidt organiseerde de Contrada dell’Aquila op 15 augustus 1581 de eerste Palio, waaraan nog alle stadswijken mochten deelnemen. De race werd in eerste instantie door de hele stad gereden; pas in 1597 werd het parcours beperkt tot rondjes om het Piazza del Campo.

In 1719 werd de Palio gewonnen door Pantera, met een paard dat toebehoorde aan een waard, een zekere Paci. Direct nadat zijn paard als eerste over de finish was gerend, holde Paci het uitzinnig van vreugde tegemoet, gevolgd door een hele horde net zo uitzinnige contradaioli. De andere paarden liepen echter nog in volle vaart over het plein, en je raadt de afschuwelijke afloop misschien al: Paci werd door een paard tegen de grond gesmeten en overleed ter plekke. De overwinning werd een zwarte pagina in de geschiedenis van Siena, en Pantera stelde al snel na het gebeurde voor om voortaan slechts tien contrade deel te laten nemen aan de Palio, om het aantal paarden dat tegelijk over de Piazza del Campo galoppeert te beperken.

Zo geschiedde, en sindsdien biedt de Palio per keer plaats aan tien deelnemers. Zeven contrade zijn verzekerd van deelname, omdat zij werden uitgesloten van de vorige editie. De drie overige worden door middel van loting geplaatst. Hierbij geldt wel dat de plaatsing per Palio bekeken wordt: wanneer een contrada vandaag niet mag deelnemen aan de Palio, dan krijgt hij vanzelfsprekend een startplaats voor de volgende Palio di Provenzano, in juli 2011 dus. De Palio d’Assunta, die in augustus wordt gereden, heeft zijn eigen startcyclus. Het kan dus best zo zijn dat een contrada zowel in juli als in augustus niet mag deelnemen – of juist twee keer mag aantreden.

Ook nog wel leuk om te melden is dat de Palio in eerste instantie weliswaar een paardenrace was, maar dat het evenement in de zestiende eeuw eigenlijk niet meer was dan een stierengevecht. Toen het stierenvechten in 1590 bij wet verboden werd, werd wel het race-element in ere hersteld, maar het duurde nog tot 1650 voordat de Palio weer een echte paardenrace was, zoals oorspronkelijk ook de bedoeling was. Tot die tijd reed men op ezels en ossen, hetgeen natuurlijk lang niet zo spectaculair was.

Een van de meest fascinerende elementen van de Palio is namelijk de enorme snelheid waarmee de paarden over het Piazza del Campo racen. De race bestaat uit slechts drie ronden over het Piazza del Campo, waardoor de strijd vaak in enkele minuten wordt beslecht. Het record staat momenteel op 1 minuut en 13 seconden.

De voorbereidingen duren veel en veel langer. Zo’n honderd dagen voorafgaand aan de Palio kiezen de contradaioli hun leider (capitano). Vervolgens moeten de bewoners van de contrada diep in de buidel tasten, aangezien de contrada de ruiter, door de Sienezen fantino genoemd, zal moeten betalen. De fantino komt overigens niet uit de wijk zelf. Het is iemand van buitenaf en wordt door de wijk beschouwd als een professional die verder niets van doen heeft met de eventuele feestvreugde. Uiteraard schuift hij aan bij de vele etentjes, maar daar blijft het dan ook bij. Een beginnende fantino verdient zo’n € 60.000 per Palio, terwijl een ervaren fantino (die reeds enkele overwinningen op zijn naam heeft staan) wel € 200.000 of meer kan verdienen. Een mooie bijverdienste voor deze veelal boerenjongens, die overigens opvallend vaak afkomstig zijn van Sardinië. De paarden worden in tegenstelling tot de ruiters niet ingehuurd. Ze worden door middel van een loting toegewezen aan de verschillende contrade. Geluk is dus een grote factor als het om winnen gaat!

Op het moment van loten is de spanning dan ook om te snijden. Heel Siena is naar het Piazza del Campo getrokken om te horen welk paard aan welke wijk wordt toegewezen. Het is natuurlijk niet alleen zaak om zelf een goed paard in de stal te krijgen; het is ook belangrijk dat de andere contrade de wat mindere dieren mee naar huis mogen nemen. Maar dat is niet de enige geluksfactor die bij de Palio komt kijken. Ook de startvolgorde wordt bepaald door een loting. Wanneer deze volgorde bekend is, beginnen de onderhandelingen tussen de fantini. Dit kan ruim drie kwartier tot een uur duren, waardoor de menigte op het Piazza del Campo steeds ongeduldiger wordt. De onderhandelingen worden nog een aantal keer onderbroken door enkele valse starts, maar uiteindelijk vertrekken de paarden dan echt voor de officiële race.

Wanneer de start eenmaal geldig is, is eigenlijk alles toegestaan. Elkaar de bocht afsnijden, elkaar slaan met zweepjes… het hoort er allemaal bij. Door de enorme snelheid en de scherpe bochten vallen er bijna altijd zowel paarden als fantini. Nog nooit is een fantino overleden, wat helaas niet gezegd kan worden van paarden. Overigens hoeft de fantino niet op de rug van het paard te zitten als het over de finish snelt; de winst gaat naar het eerste paard dat over de finishlijn stapt, met of zonder ruiter.

Zodra het eerste paard zijn rondjes gelopen heeft, snelt de hele contrada richting het paard om het te knuffelen. De palio wordt geconfisqueerd en al zingend zetten de contradaioli koers naar de kerk, in dit geval naar de Madonna di Provenzano. Vervolgens trekt de hele massa naar de eigen contrada, waar het feest pas echt losbarst. Meer dan een maand lang wordt er elke avond uitgebreid gegeten, gezongen en in optocht door de stad getrokken. Ik ben benieuwd wie straks de palio van Hassoun mee naar huis mag nemen…

Getagd met:
jul 01

Vanaf vandaag verblijven we een maand in Siena, waar de voorbereidingen voor de Palio, de paardenrace die de hele stad wekenlang in zijn greep houdt, in volle hevigheid zijn losgebarsten. Maar paarden zijn bij lange na niet de enige dieren die je in aanloop naar de Palio in Siena tegen komt. Lees en wandel mee door de verschillende wijken van de stad en ontdek de meest bijzondere beesten!

Siena is verdeeld in 17 verschillende wijken, contrade genaamd. Elke contrada heeft zijn eigen grondgebied, zijn eigen kerk, zijn eigen fontein, zijn eigen hechte gemeenschap… en zijn eigen dier. Dat dier kom je in deze tijd van het jaar op elke straathoek tegen: op vlaggen, halsdoeken, kaartjes, stickers, aanstekers, aanplakbiljetten, actiefoto’s en T-shirts. Van A tot en met Z kent Siena de volgende beesten een belangrijke rol toe:

aquila – adelaar
bruco – rups
chiocciola – slak
civetta – uil
drago – draak
giraffa – giraffe
istrice – stekelvarken
leocorno – eenhoorn
lupa – wolvin
nicchio – schelp
oca – gans
onda – golf (met een vrolijke dolfijn)
pantera – panter
selva – woud (met een flinke neushoorn)
tartuca – schildpad
torre – toren (die wordt gedragen door een olifant)
valdimontone – ram

Op dit kaartje zie je precies welk deel van de stad tot welke contrade behoort:

Istrice – Stekelvarken
In het noordwesten vind je de Contrada Sovrana dell’Istrice, de grootste van de stad. Het motto van deze contradaioli, de inwoners van de wijk, is het stekelvarken op het lijf geschreven: ‘Sol per difeso pungo’ – ‘Ik prik slechts om me te verdedigen’. De keuze voor het stekelvarken is gezien de ligging van de wijk, zo aan de rand van de stad, niet verwonderlijk; op het platteland rondom Siena komen immers nog veel stekelvarkens voor. Aangezien het stekelvarken bekend staat om zijn onverschrokken karakter, dient hij als voorbeeld voor alle contradaioli, van jong tot oud. Onverschrokken dalen ze steeds opnieuw af naar het Piazza del Campo om hun paard naar de overwinning te juichen.

Lupa – Wolvin
Istrice grenst aan de Contrada della Lupa. Het symbool van deze contrade is ontleend aan Rome: de wolvin die twee jonge kinderen zoogt. Volgens de overlevering zou Siena gesticht zijn door afstammelingen van Remus, maar daarover later deze maand meer. Het eerste wat opvalt als je door de wijk van de wolvin loopt, is dat ze haar tanden ontbloot als er ook maar een stekelvarken in de buurt komt. In de loop der eeuwen zijn er zeer hevige vijandschappen ontstaan in de strijd op het Piazza del Campo. Zeker als beide contrade meedoen aan dezelfde Palio, is de sfeer vaak om te snijden. Ook binnen families kan dit tot uitbarsting komen. Je behoort namelijk tot de contrada waarin je bent geboren. Mocht iemand dus in een andere contrada ter wereld komen dan zijn moeder en/of vader, dan wordt ook gelijk de verdeeldheid geboren.

Drago – draak
Ten zuiden van Lupa vind je de Contrada del Drago, half slang en half vogel. Volgens de Sienezen zou het zelfs om een vrouwelijke draak gaan, die nog meer magie door haar aderen zou hebben stromen dan de mannelijke variant. De beschermvrouwe van de wijk van de draak is de beschermvrouwe van heel Siena, de heilige Caterina. Op het pleintje voor de kerk zie je echter niet alleen de vaandelzwaaiers en trommelaars van de Contrada del Drago oefenen, ook de contradaioli van de aangrenzende wijken laten daar graag hun kunsten zien. Een schitterend schouwspel, want de een doet natuurlijk niet graag onder voor de ander!

Oca – Gans
Een van de contrade die aan Drago grenst, is de Nobile Contrada dell’Oca. Vanaf het moment dat men de winnaars van de Palio heeft geregistreerd, staat de naam Oca het vaakst in de boeken. Het paard met de kleuren groen en oranje ging vaak als eerste over de finish, en daar zijn de contradaioli maar wat trots op. Dankzij Oca kennen we ook een tweede Palio, in augustus. In 1701 voor het eerst georganiseerd door (en op kosten van) de wijk van de gans, en inmiddels gemeengoed. Oca wist ook een van de meest bijzondere races te winnen, de Palio della Luna. Deze bijnaam werd gegeven aan de paardenrace van 1969, hetzelfde jaar waarin de mens voor het eerst voet op de maan zette.

Civetta – Uil
Wanneer je iets verder naar het noorden loopt, beland je in de Contrada Priori di Civetta, die haar hoofdkwartier in Castellare heeft, een middeleeuwse verzameling huizen rondom een binnenplaats. Naast de uil staat Cecco Angiolieri, een belangrijke Sienese dichter, in het middelpunt van de aandacht. Hij was verliefd op zijn wijk, en zijn wijk is verliefd op zijn woorden. Ze weerklinken te pas en te onpas en worden vooral aangewend om de schoonheid van de kleinste contrada van de stad uit te drukken.

Bruco – Rups
Ten noordwesten van Civetta beland je in de Nobile Contrada del Bruco, het kleinste diertje aan de Sienese totem. Deze wijk werd voorheen vooral bevolkt door textielarbeiders, die zijden stoffen in alle kleuren van de regenboog fabriceerden. Bruco moet de grote kerk in de wijk, de San Francesco, delen met de aangrenzende contrada. Zo kom je de kerk binnen als rups, en kniel je na een uitzonderlijke transformatie te hebben ondergaan, voor het altaar neer als giraf.

Giraffa – Giraf
De Imperiale Contrada della Giraffa grenst zoals gezegd aan de Contrada del Bruco. Op het grondgebied van Giraffa bevindt zich de kerk Santa Maria di Provenzano, de Maria aan wie elk jaar de Palio van juli wordt gewijd. De contradaioli van de winnende contrada rennen na hun behaalde zege zo snel mogelijk naar deze kerk, om een danklied voor Maria te laten klinken en het gewonnen vaandel te tonen. De winnende contrada van de Palio van augustus trekt overigens naar de Duomo, om de Maria aldaar te eren. Eeuwenlang was Bruco de grote vijand van Giraffa, maar inmiddels is de harmonie wedergekeerd. Al ben ik benieuwd hoe dat gaat als ze morgen beide op het Piazza del Campo moeten aantreden…

Leocorno – Eenhoorn
In het oosten grenst Giraffa aan de Contrada del Leocorno, die door de contradaioli ook wel liefkozend Leco wordt genoemd. De inwoners beroepen zich op de magische krachten van dit bijzondere dier, die absoluut niet verward mag worden met een gewoon paard. In het museum van Leocorno is een grote, eeuwenoude klok te bewonderen: de Martinella, die dateert uit de tijd van de slag om Montaperti, waarbij de Florentijnen in de pan werden gehakt. Die vechtersmentaliteit zit de contradaioli van Leocorno nog steeds in hun bloed; ze trekken voorafgaand aan de Palio door de hele stad om hun kracht tentoon te spreiden.

Nicchio – Schelp
De Nobile Contrada del Nicchio is een enorme sint-jakobsschelp, een heilig dier volgens de Sienezen. Niet voor niets prijkte deze schelp in de middeleeuwen op de mantels en stokken van de pelgrims die naar Santiago di Compostela trokken. De schelp staat volgens de contradaioli daarom ook voor een spirituele zoektocht, een zoektocht naar God. Naast deze zoektocht heeft Nicchio ook schoonheid hoog in het vaandel staan. Met de witte schelp, het rode koraal en de hemelsblauwe achtergrond is het wapen van Nicchio een van de meest elegante van de stad, en de kostuums van de contradaioli zijn prachtig om te zien. Vorig jaar won Nicchio dan ook terecht de prijs voor de mooiste vertoning!

Valdimontone – Vallei van de ram
De Contrada di Valdimontone ligt in het oosten van de stad, rondom de Santa Maria dei Servi. Hun onderkomen is ontworpen door Giovanni Michelucci, de bekende Italiaanse architect die ook het station van Florence op zijn naam heeft staan. Hier komen de contradaioli bijeen om te praten, een strategie uit te denken, samen te eten, feest te vieren of elkaar te troosten als het paard naast de overwinning heeft gegrepen. Met name de avond voorafgaand aan de Palio is het hier een drukte van belang, dan zitten alle contradaioli aan lange tafels. Ze eten gezamenlijk, bidden voor een goede afloop de dag erna en zingen vrolijke strijdliederen die de ruiter het volste vertrouwen in de overwinning moeten geven. Uiteraard schuift daags erna ook het paard aan, als de overwinning binnen is!

Torre – Toren
De Contrada delle Torre wordt gedragen door een vreselijk sterke kracht, gesymboliseerd door een olifant. Voor 1900 bracht deze olifant niet alleen de toren naar het veilige onderkomen van de wijk, maar wist hij ook vele malen de overwinning binnen te slepen. Sindsdien wist het paard van de Contrada della Torre nog maar een aantal overwinningen te behalen. Legendarisch is de Palio van 16 augustus 2004, toen Torre na 44 jaar weer een vaandel mee naar huis wist te nemen. Een oude inwoner van de wijk schreef aan de paus om te bidden voor de overwinning van Torre. Johannes Paulus II gaf er graag gehoor aan, en zo konden de contradaioli na lange tijd weer feestend door de straten van Siena trekken, waarbij ze vooral Oca en Onda probeerden jaloers te maken.

Onda – Golf
De Contrada Capitana dell’Onda heeft een vrolijke dolfijn als symbool gekozen. Deze contrada draagt de erenaam ‘capitana’ omdat de contradaioli in vroeger tijden belast waren met de bewaking van zowel het Palazzo Pubblico (dat met zijn rug naar Onda wijst) als de Tyrrheense kust. Een doorn in het oog van Torre, die Onda’s grootste vijand is. Op het Piazza del Mercato treffen de groepen elkaar vaak en dat loopt wel eens uit de hand. Zo werden de capitani van beide contrade in 1642 uitgesloten van alle publieke optredens, omdat ze hun contradaioli er niet toe aan konden zetten de vrede te bewaren. Onda bevindt zich nu gelukkig in iets rustiger vaarwater; vooral letizia (vreugde) staat bij de contradaioli hoog in het vaandel. Of dat eerder tot een overwinning leidt zullen we morgen zien…

Tartuca – Schildpad
De Contrada della Tartuca heerst in het oudste en hoogste gedeelte van de stad, Castelvecchio genaamd. De inwoners zijn niet alleen trots op de geschiedenis van hun wijk, maar zeker ook op hun dier, ook al lijkt de schildpad dan misschien niet handig gekozen voor een strijd die met name om snelheid gaat. Toch wist Tartuca vorig jaar juli de overwinning binnen te halen. De grootste tegenstander, Chiocciola, is gelukkig eveneens erg langzaam, waardoor een bitterder strijd losbarst dan tegen de ‘snellere’ dieren, met wisselend resultaat. In 1686 maken beide contrade het zo bont dat ze allebei van deelname worden uitgesloten. Gelukkig zijn de gemoederen nu ietwat bedaard, alhoewel Chiocciola natuurlijk wel op een overwinning aast, nu Tartuca vorig jaar zo’n succesvolle race kende.

Chiocciola – Slak
Helemaal in het uiterste zuiden van de stad ligt de Contrada della Chiocciola. Deze contrada heeft sterke banden met Venetië en de beschermheer van Chiocciola is dan ook niemand minder dan San Marco. Hoewel je bij een slak misschien in eerste instantie niet aan een groot, sterk beest denkt, ligt dat voor de contradaioli duidelijk heel anders. Zoals een van hen probeerde uit te leggen: ‘Diep in ons hart herbergen wij een beeld van een enorme slak, in wiens schaduw alle contradaioli bescherming kunnen vinden.’ Ruim baan voor de slak dus!

Pantera – Panter
De Contrada della Pantera werd volgens overlevering vooral bewoond door kooplieden uit Lucca, die hun stadssymbool aan deze middelgrote contrada gaven. De contrada bevindt zich op het hoogstgelegen punt van de stad, vanwaar hij als het ware over de rest probeert te domineren. Vooral Aquila, de grootste vijand van Pantera, moet het vaak ontgelden. In juli 2006 was de spanning tussen beide contrade te snijden. Tot 10 centimeter van de finish leek het er namelijk op dat Aquila de overwinning mee naar huis zou nemen, maar tijdens de laatste seconden wist Pantera nog net aan kop te geraken. Sindsdien is de sfeer tussen de contradaioli niet verbeterd, maar gelukkig neemt morgen alleen Aquila deel aan de Palio. Wanneer Aquila niet wint, is het in elk geval niet de schuld van Pantera…

Selva – Woud
De neushoorn in het woud staat symbool voor de Contrada della Selva, hetgeen deze wijk tot de meest exotische van heel Siena maakt. De contradaioli staan vooral bekend om hun gastvrijheid en solidariteit. Niet voor niets bevindt het duizend jaar oude ziekenhuis zich juist binnen de grenzen van deze contrada. Deze solidariteit gaat zelfs zo ver dat Selva geen vijandelijke contrade kent. Hoewel de contradaioli in de negentiende eeuw nog geen stadsgenoten uit de wijk Pantera konden luchten of zien, is inmiddels met elke contrada vrede gesloten.

Aquila – Adelaar
De Nobile Contrada dell’Aquila daarentegen kan Pantera zoals gezegd met huid en haar opvreten. De zwarte adelaar is dan ook niet een beest waar je de spot mee kunt drijven. Zelfs Dante was zeer onder de indruk van deze vogel, dus de contradaioli vinden dat ook Pantera maar een toontje lager moet zingen. Zeker na die vreselijk vernederende nederlaag van 2006. Daar moet ik wel even bij vermelden dat deze vijandige houding niet alleen bij de Palio hoort. Bij het naderen van de herfst wordt de strijdbijl begraven tot de volgende Palio zich aandient. In de tussentijd heerst er in Siena een grote solidariteit tussen de inwoners van alle contrade. Dan schiet een contradaiolo van Aquila zijn Pantera-buurman als eerste te hulp!

Getagd met:
preload preload preload