feb 18

Nadat ik gisteren de laatste pagina van Een schitterend gebrek had omgeslagen, wandelde ik door de smalle Venetiaanse steegjes terug naar mijn appartement. Ik werd nog een beetje in beslag genomen door het verhaal, maar werd ook steeds nieuwsgieriger naar de sporen die Casanova in Venetië heeft achtergelaten. Waar woonde hij, wat deed hij, wat waren zijn favoriete plekken?

De volgende dag ga ik al vroeg ontbijten in het barretje twee bruggetjes verderop. Ik vraag de barman of hij misschien meer weet van de Venetiaanse voetstappen van Casanova. Hij antwoordt lachend dat hij helaas meer verstand van koffie heeft dan van de liefde, maar dat hij wel iemand weet die me meer kan vertellen over de dingen die in de stad nog aan Casanova doen herinneren.

Hij geeft me het nummer van Ine Legerstee, een van de twee bevoegde Nederlandstalige gidsen in Venetië. Ik besluit haar direct te bellen, aangezien mijn nieuwsgierigheid met het uur groter wordt. Gelukkig is ze thuis en ik vraag haar of ze tijd heeft om me onder het genot van een kopje koffie en een brioche meer te vertellen over haar werk – en over Casanova natuurlijk.

Ine Legerstee: ‘Na de Kunstacademie en enkele jaren Italiaanse Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Nijmegen, maakte ik meer dan een jaar lang een fietstocht door Nederland, België, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Duitsland aan de hand van de Reisheuchenis van dichter P.C. Hooft. In 1980 vestigde ik me in Venetië en raakte ik betrokken bij het Rietveld Paviljoen op het terrein van de Biënnale van Venetië (de tweejaarlijkse tentoonstelling van hedendaagse kunst). Ook deed ik toen regelmatig vertaalwerk, was ik medewerkster van maskermaker Guerrino Lovato in zijn zaak Mondonovo en nam ik deel aan wielerwedstrijden bij de Italiaanse dameselite, evenwel zonder uit te blinken!

Toen ik slaagde voor het gidsenexamen, kreeg ik (eindelijk!) de vergunning om rondleidingen uit te voeren in Venetië, in de lagune en in verschillende villa’s in de regio Veneto. Sindsdien ben ik aangesloten bij de Associazione Guide Turistiche di Venezia, de Venetiaanse Gidsen Associatie.

Met veel plezier begeleid ik bezoekers bij stadswandelingen door steegjes, over bruggen en langs pleinen, bij excursies naar de eilanden van de lagune, om zowel de beroemde als de minder bekende facetten van La Serenissima, zoals de stad ook wel genoemd wordt, te belichten. Puttend uit m’n ervaring met ‘t leven hier, probeer ik antwoord te geven op alle vragen, die zich daarbij voordoen – of ze nu over Casanova, Vivaldi of de vismarkt gaan!’

Na deze korte introductie neemt Ine me direct mee op pad. We doorkruisen de wijk San Marco, rondom het gelijknamige plein, waar we in het Dogenpaleis de Itinerari Segreti, de Geheime Routes, mogen lopen, met een bezoek aan de martelkamer en de cellen waar Casanova gevangen heeft gezeten. We staan natuurlijk uitgebreid stil bij de Brug der Zuchten, waarna we op zoek gaan naar de minder bekende sporen die Casanova achterliet. De stad is er vol van!. Wist je bijvoorbeeld dat Casanova achter het operagebouw La Fenice voor het eerst het levenslicht aanschouwde, en dat hij hier ook zijn eerste liefdesavonturen beleefde?

Meer zal ik niet verklappen, dat mag Ine doen als ze je rondleidt door het doolhof van Venetiaanse steegjes en straatjes. Haar programma biedt voor ieder wat wils: van wandelingen door de bekende en minder bekende wijken van de stad tot rondleidingen door de vele musea die Venetië rijk is, van een bezoek aan de eilanden tot een muzikale wandeling. Kijk voor alle mogelijkheden op Ines website, www.rondleidingenvenetie.eu, maar wees gewaarschuwd: voor je het weet heb je een reisje naar Venetië geboekt om al die wandelingen mee te kunnen maken!

Getagd met:
feb 17

Vorige week schreef ik over het boek De vrouwen van Casanova en hier in Venetië duikt zijn naam regelmatig op, tijdens wandelingen door de stad en tijdens gesprekken met Venetianen en toeristen. Nieuwsgierig geworden naar Casanova duik ik op een koude februarimiddag een gezellig Venetiaans koffiebarretje in, bestel ik een warme chocolademelk en verlies ik me in Een schitterend gebrek van Arthur Japin, misschien wel het mooiste liefdesverhaal dat ik ooit heb gelezen.

Op een groot feest nabij Venetië wordt de veertienjarige Lucia verliefd op de zeventienjarige Giacomo Casanova. Voor haar, maar ook voor de jongeman die de geschiedenis in zou gaan als ’s werelds grootste minnaar, is dit de eerste grote liefde. Zij beloven elkaar eeuwige trouw, maar kort daarna verdwijnt Lucia zonder een woord of een blik uit Casanova’s leven, een verraad dat zijn kijk op vrouwen voor altijd heeft bepaald.

In zijn memoires vermeldt Casanova terloops dat Lucia een van de weinige vrouwen is die hij ooit onrecht heeft aangedaan. Maar hoe? Wat is er werkelijk gebeurd? Waarom deed Lucia afstand van haar geluk? Een schitterend gebrek is haar verhaal, het verslag van een uitzonderlijk leven.

Het begint wanneer Lucia, vele jaren later, Casanova bij toeval opnieuw tegen het lijf loopt in Amsterdam. Hij heeft er geen weet van dat zij het is omdat ze haar door de pokken mismaakte gezicht onder een sluier verbergt, en hij probeert haar te veroveren op de van hem bekende wijze.

Voor Lucia is de schokkende confrontatie aanleiding tot een reconstructie: haar jeugd in de Veneto, haar kortstondige maar heftige liefde voor Giacomo, de verwoestende ziekte die haar trof, haar vlucht naar Amsterdam en haar werk als hoer. Langzaam wordt duidelijk dat haar verdwijning geen verraad was maar een daad van liefde. Ze wilde zijn carrière niet dwarsbomen. Ten slotte verricht zij de truc die hem verlost van zijn herinnering aan haar en die haarzelf bevrijdt van haar verleden.

‘Ik heb toen niet gehuild. Daar heb ik weleens spijt van. Nadat ik Giacomo voorbij de bocht van de weg tussen de heuvels van Pasiano had zien verdwijnen, heb ik geen traan gelaten. Het zou zo’n zoet verdriet zijn geweest, zo meisjesachtig hevig; zo’n diepgevoeld alleen maar doodwillen, waarin geen plaats is voor iets anders, even absoluut als zich een tel later de euforie over ons toekomstig weerzien alweer zou hebben aangediend. Ik had mijn longen leeg kunnen snikken, woedend op het lot in plaats van op mijzelf. De volgende ochtend zou ik gesterkt zijn opgestaan, misschien zelfs als enigszins tegen het ergste bewapend. Later ja! Later was alleen de gedachte aan zijn handpalm, die mijn geliefde ten afscheid tegen het achterraam van de koets had gelegd, al genoeg om mij te breken, maar toen was de dood al een keer aan mij voorbijgegaan zonder een uitweg te willen bieden.

Meteen na Giacomo’s vertrek begon een drukte waarin er voor mijn rouw gewoon geen ruimte was. Nog diezelfde middag kwam Adriana’s oude mentor de tuinkamer binnen terwijl ik het bed van mijn lief stond af te halen. Mijn plakkerige haar en opgebonden rok sloegen monsieur De Pompignac zichtbaar uit het lood, maar hij herstelde zich en liet weten mij de volgende ochtend om tien uur in de bibliotheek te verwachten. Daarop vroeg hij mij een van mijn voeten op het bed te zetten. Vol ongeloof bestudeerde hij het eelt en vertrok met hangende schouders.’

Wees wel gewaarschuwd: als je eenmaal in Een schitterend gebrek begint, kun je niet meer stoppen. Zoek dus net als ik een Venetiaanse ober die je af en toe van een nieuwe kop warme chocolademelk en een schaaltje met koekjes voorziet, zodat je het verhaal in één ruk uit kunt lezen. Als je dan daarna over de vele bruggetjes van de stad dwaalt, weet je dat Venetië nooit meer hetzelfde zal zijn – het is nog mooier, nog mysterieuzer dan voorheen!

Een schitterend gebrek
Arthur Japin
ISBN 9789029573641
€ 12,50
uitgeverij De Arbeiderspers

feb 12

Eigenlijk had het stukje van vandaag dezelfde titel kunnen hebben als het stukje van gisteren. Als er iemand aangemerkt kan worden als de Italiaanse minnaar, dan is dat immers Casanova wel, de Venetiaanse avonturier die zijn magnetische persoonlijkheid gebruikte om meer dan tweehonderd vrouwen te versieren. Hij wist de strikte sociale regels van de achttiende eeuw te ontstijgen om in het gezelschap van koningen te verkeren en mooie vrouwen te charmeren. Voor wie hij werkelijk beminde was hij de ideale minnaar – attent, gul en vindingrijk. Tegenover anderen gedroeg hij zich wreed en egoïstisch.

In De vrouwen van Casanova toont Judith Summers ons de man achter de legende. Ze laat Casanova zien door de ogen van degenen die hem het best kenden – de vrouwen die hij verleidde, onder wie Angela, een preutse maagd en Marina, een non met een libido dat haar religieuze overtuiging verre oversteeg. Ook de ervaringen van Henriette, een aristocrate die op de vlucht was voor haar agressieve echtgenoot, en van Teresa, de vrouwelijke impresario van een exclusieve nachtclub en moeder van Casanova’s dochter, Sofia, die op haar beurt met de charmes van haar vader te maken kreeg, komen aan bod.

Een stukje uit het hoofdstuk Maagden van de Veneto, over Bettina Gozzi:

‘De zestienjarige Bettina Gozzi zat op haar bed in het kleine kamertje naast haar vaders slaapkamer in hun huis in Padua. Ze opende het pakje dat signora Casanova, de moeder van de lievelingsleerling van haar broer, haar uit Venetië had gestuurd. Tot haar grote verbazing bevatte het twaalf paar fijne handschoenen en vijf lappen zwarte zendale, de sindaalzij waarmee modieuze dames hun hoofd en schouders bedekten. Bij deze schitterende geschenken zat een boodschap van de actrice aan de schoenmakersdochter; zou Bettina het haar van Giacomo voortaan beter willen verzorgen, zodat hij de afschuwelijke pruik die zijn grootmoeder voor hem had gekocht niet meer hoefde te dragen?

Bettina vouwde een van de lappen stof open en drapeerde hem over haar hoofd. Ze nam zichzelf aandachtig op in een stukje spiegelglas. Misschien zou ze beledigd zijn geweest als signora Casanova haar verzoek niet met deze weelderige geschenken had omkleed: ze had de haren van de jongen immers verzorgd sinds hij in de zomer van 1734 bij haar familie was ingetrokken.

De signora betaalde Bettina’s ouders, Apollonia en Vincenzo Gozzi, een kost- en kleedgeld van twee zecchinen per maand en hoewel Bettina daar zelf natuurlijk niets van terugzag, was het haar taak Giacomo ’s ochtends te baden en aan te kleden en ’s avonds naar bed te helpen. De jongen had meteen een grote genegenheid voor de zus van zijn leraar opgevat zonder precies te beseffen waarom; dat zou hem na verloop van tijd pas duidelijk worden. Later zei hij hierover: ‘Zij was het die heel langzaam de eerste vonken deed oplichten van de hartstocht die mijn leven zou overheersen.’

Elizabetta Maria Gozzi, zoals Bettina in 1720 was gedoopt, was een aantrekkelijk, opgewekt meisje van zestien, vrolijk, slim en speels, een kind, kortom, dat het verdiende aanbeden te worden. Haar ouders leverden echter constant kritiek op haar. Als de jongens uit Padua bewonderende blikken op haar wierpen, berispten Vincenzo en Apollonia hun dochter omdat ze zich te veel voor het raam vertoonde. En hoewel ze er uiterst trots op waren dat hun zoon Antonio zich had opgewerkt tot priester, leraar en doctor in het civiel- en kerkelijk recht, schepten ze geen enkel genoegen in het feit dat Bettina kon lezen en schrijven.

In verlichte kringen begon het onderwijs steeds meer aandacht te krijgen. Zo had de Academie van de Ricovrati in Padua in juni 1723 nog een publiek debat georganiseerd over de vraag ‘Moeten vrouwen worden toegelaten tot de studie van de wetenschap en de edele kunsten?’ Het gerucht deed zelfs de ronde dat de universiteit van Bologna in 1732 een vrouwelijke professor in de wijsbegeerte en natuurwetenschappen had aangesteld. Desondanks beperkte het onderricht aan vrouwen zich zelfs onder de Italiaanse adel tot een enkele vreemde taal, naailes, zangles en beleefde conversatie. En bij gewone families als de Gozzi’s was een geletterde dochter eerder een reden tot zorg dan een welkome aanwinst. […]

Bettina maakte er het beste van: ze was van nature een tevreden kind en hield veel van haar vrome, geleerde broer. Haar grootste plezier ontleende ze aan boeken. Die kocht ze van de venters die met een mars vol boeken van de drukkerijen in Venetië naar Spanje, Duitsland en Rusland trokken of uit Leipzig naar Rome afzakten. Tijdens de jaarmarkten in Padua was Bettina op de piazza te vinden, waar ze urenlang stond te luisteren naar de verhalen die de marskramers uit hun boeken declameerden. Weer thuis verloor ze zich in vertellingen van nobele bandieten, avonturen op zee en romantiek, boeken die haar streng religieuze broer afkeurde.

Mocht Bettina Giacomo’s ochtendtoilet ooit haastig hebben afgewerkt voor ze Zanetta’s geschenken ontving, nu spande ze zich dubbel in om hem goed te verzorgen. Iedere ochtend liep ze de trap op naar de grote kamer die hij met haar broer deelde, ging op het bed zitten waarin leraar en leerling naast elkaar sliepen en begon zorgvuldig het haar van de jongen te kammen voor hij opstond. Vervolgens waste ze zijn gezicht en bovenlichaam en kietelde en kuste hem, zoals een zus met haar jongere broertje zou doen. Giacomo’s korte krullen waren al snel lang en dik; de dwaze pruik verdween voorgoed in de kast.’

Summers baseerde haar unieke beeld van de legendarische rokkenjager op dagboeken, brieven en memoires uit Casanova’s tijd en geeft een stem aan de vrouwen aan wie Casanova zijn reputatie ontleende. De vrouwen van Casanova is een levensecht portret van de befaamde versierder en de vrouwen die veel te lang in zijn schaduw hebben gestaan.

Lees het complete verhaal van Bettina en alle andere vrouwen van Casanova in

De vrouwen van Casanova
Judith Summers
vertaald door Hanneke Bos
ISBN 9789029079709
€ 10,00
uitgeverij Meulenhoff

sep 01

Zoals ik maandag al heb aangekondigd verblijven we komende maand in Venetië, de stad die de dichter Joseph Brodsky zo wondermooi beschrijft in zijn gedicht Venetiaanse Strofen I

‘Zo doven kroonluchters;
zo gaan koepels als kwallen
krimpen wanneer de nacht gevallen is.
Zo vernauwen straten zich,
kronkelend als alen,
en zijn pleinen platte vis.
Zo komt Nereus,
uit opgeklopte dameskapsels
kammen plukkend voor zijn dochters,
naderbij,
maar onthoudt zich van de gele, gratis parels
van de straatlantarenrij.’

Dezelfde ervaring verwoordde Brodsky in zijn Kade der Ongeneeslijken:

‘De trage voortgang van de boot door het duister was als de passage van een samenhangende gedachte door het onderbewustzijn. Tot kniehoogte in het pikzwarte water stonden aan weerskanten de enorme, bewerkte rompen van donkere palazzi vol onpeilbare schatten – goud waarschijnlijk, te oordelen naar het zachtgele elektrische verschijnsel dat nu en dan tussen kieren in de luiken vandaan kwam.

De algehele indruk was mythologisch, cyclopisch om precies te zijn; ik was de oneindigheid binnengegaan die ik had aanschouwd op de trappen van het stazione en gleed nu langs de bewoners, langs een schare sluimerend in het zwarte water rustende cyclopen, die nu en dan een ooglid optrokken en weer neerlieten.’

Komende weken verkennen we de stad van het zwarte water, die Brodsky zo sprookjesachtig omschrijft. We wandelen van wijk naar wijk, genieten van Venetiaanse kunst en muziek, treden in de voetsporen van Casanova, roeien mee met de jaarlijkse Regatta Storica, maken een uitstapje naar de eilanden Murano, Burano en Torcello en genieten van alle culinaire specialiteiten die de stad te bieden heeft. Op naar Venetië!

jun 01

Vorige week maandag vroeg ik jullie naar hét verbindende element van de Italianen. Velen van jullie wisten me direct het juiste antwoord te mailen: de Italiaanse keuken!

John Dickie breekt in Delizia! een lans voor de aanzienlijke invloed van Artusi op de Italiaanse taal: ‘Maar vooral wat betreft de taal levert Artusi echt strijd ten gunste van de Italiaanse keuken. In een van de eerste recepten verklaart hij dat hij tegen chic klinkende Franse benamingen is en omwille van de Italiaanse waardigheid ‘onze  mooie, zangerige moedertaal’ gebruikt. De grote uitdaging voor hem was dat deze ‘mooie, zangerige moedertaal’ nog niet was uitgevonden. Aan tafel was het land nog steeds verdeeld tussen Frans – dat bij grote banketten, in chique toeristenrestaurants en in kookboeken werd gebruikt – en de vele regionale dialecten die de overweldigende meerderheid van de Italianen thuis aan tafel spraken.

De samensteller van het belangrijkste woordenboek van de Italiaanse taal, dat tijdens Artusi’s leven werd geschreven, achtte het onmogelijk om een boek over de Italiaanse keuken te schrijven omdat de woorden nog niet echt bestonden. De nalatenschap van andere koks uit de renaissance was niet genoeg. Het ontbrak Italië aan een gezamenlijk vocabulaire waarmee Venetianen en Napolitanen samen over potten- en pannenkwesties konden praten.’

Deze samensteller had echter buiten Pellegrino Artusi gerekend. Met zijn kookboek wist hij langzaam maar zeker door te dringen in alle lagen van de bevolking. Door overheerlijke gerechten wist hij hun hart te veroveren en het te openen voor een uniforme taal en een gedeelde cultuur. Of zoals Dickie het zo mooi formuleert: ‘De burger Pellegrino Artusi leverde een minder nationalistische bijdrage aan de vorming van de Italianen (minder ten opzichte van de patriottische ideeën van Massimo D’Azeglio, SB), maar een die duurzamer was dan de meeste andere.’ Dat bewijs wordt nog dagelijks geleverd: zet twee Italianen uit verschillende delen van het land bij elkaar en ze vinden elkaar in het eten – of in het praten over eten!

Eten verbroedert – daar kunnen we het wel over eens zijn. Toch kan eten ook aanleiding zijn voor grote misverstanden. Ben van der Velden, jarenlang als journalist werkzaam bij NRC Handelsblad, ging op zoek naar de unieke kenmerken van de verschillende Europese keukens en naar bijzondere culinaire ervaringen binnen en buiten Nederland. Hij bundelde zijn ervaringen in Casanova’s Plumpudding – Culinaire ervaringen voorbij de grens.

Zoals je misschien ooit hebt gelezen vond Giacomo Casanova het genot van eten en drinken net zo belangrijk als het genot van erotiek. Ben van der Velden: ‘Gezamenlijk genieten van een maaltijd zag hij als een aanloop naar minder onschuldig genot. De lichamelijke sensaties die het eten van oesters, truffels, steur, jonge duiven, rundvlees, kazen of macaroni opriep, lagen voor hem op één lijn met het erotische plezier dat daarop volgde.’

Soms bemoeide Casanova zich niet alleen met wat er op het menu moest komen te staan, maar ook met de bereiding van het eten. ‘Hij wist zich te verplaatsen in de gevoelens van een Engelse vrouw die in Italië verrast wordt met een vertrouwd Brits gerecht. Casanova legde een Italiaanse kok eens uit hoe hij plumpudding moest maken, het Britse nagerecht met rozijnen, noten, gekonfijte sinaasappel, appel, nootmuskaat, boter, eieren, meel, bakpoeder en vanillesaus. Met die plumpudding wilde hij een Engelse vrouw verleiden. Als een vrouw geniet van een vertrouwd gerecht dat ik voor haar heb laten klaarmaken, ervaart zij al iets van het zinnelijke plezier dat ik haar kan geven, zo was zijn redenering.’

Toch gaat Casanova’s Plumpudding niet alleen over heerlijk eten. Ook de duivelse kant van culinair genot komt aan bod, evenals verhalen over hoe je de plank op culinair gebied flink mis kunt slaan – waarbij ik vooral moest gniffelen om de volstrekt misplaatste lunchsuggestie van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Of Ben van der Velden nu schrijft over het steeds Europeser worden van de nationale keukens, over kersttradities of over de echte afkomst van de schnitzel (cotoletta in het Italiaans), je watertandt gedurende het hele verhaal met hem mee. Met hem zit je de ene keer met zeurende diplomaten aan tafel, terwijl je een volgende keer bijna de knie van zijn charmante tafelgenote kunt voelen. Lees smakelijk!

P.S. De winnaar van de prijsvraag krijgt  deze bijzondere culinaire ervaringen thuisgestuurd. Iedereen in elk geval bedankt voor het meedoen – de Italiaanse keuken verbroedert zo te lezen ook hier in Nederland!

Getagd met:
preload preload preload