feb 17

Vorige week was ik even terug op mijn geboortegrond. Terwijl ik samen met Smaak-collega Willemijn langs de lekkerste Italiaanse adresjes van Maastricht wandelde, ging mijn hart met elke stap verheugder kloppen en mijn bloed steeds sneller stromen. Want hoewel ik mijn hart heb verloren aan het nog diepere zuiden, werd op de dag van mijn geboorte, morgen 32 jaar geleden, voor mij bepaald dat carnaval voor altijd in mijn bloed zit.

Ik was namelijk de eerste baby die met Carnaval werd geboren (32 jaar geleden viel 18 februari op Rosenmontag, carnavalsmaandag) – en dat is in het zuiden een hele eer. Hoewel ik er zelf uiteraard niets meer van weet, lag ik als hummeltje van een paar uur oud in de armen van de toenmalige prins Carnaval. Vanaf dat moment kan ik de muziek van een zaate herremenie niet meer weerstaan en grijpt de carnavalskoorts me – waar ik op dat moment ook ben – onverwacht bij de kladden.

Zo ook vorige week in Maastricht. De stad maakte zich verwachtingsvol op voor de komende dagen. Overal domineerden de vastelaovend-kleuren rood, geel en groen, hingen maskers en slingers en figuren van papier-maché en werden biervaten naar binnen gerold. Drie dagen en drie nachten gaat de stad uit zijn dak.

Toch wel een beetje spijtig keek ik naar dat vrolijke gebeuren. Ik zou immers, mijn roots ten spijt, dit jaar geen pekske aantrekken, schmink opsmeren en koukleumen tijdens de optocht. Mijn verjaardag vier ik morgen niet te midden van hossende Maastrichtenaren maar in het gezelschap van liefhebbers van het Italiaanse leven. Ook omdat mijn lieve oma vijf jaar geleden op mijn verjaardag overleed, en het toch wel een beetje gek is om op die dag uitbundig door de stad te dansen.

Precies op dat moment van dat ietsiepietsie spijt viel mijn oog echter op een bijzonder boekje dat in een echte Maastrichtse kiekoet (etalage) lag te pronken. De titel, Drie dagen en drie nachten, maakte direct duidelijk dat in dit boekje de geneugten van het Maastrichtse carnaval werden bezongen.

Toen ik de naam van de schrijver zag, moest ik glimlachen. Ad van Iterson, Maastrichtenaar in hart en nieren, maar bovenal de favoriete columnist van mijn oma. Tot een week voor haar dood stuurde ze me regelmatig zijn column uit De Limburger op. Zorgvuldig uitgeknipt, de datum in haar gelijkmatige handschrift erboven gezet, en altijd vergezeld van een kaartje of briefje met haar eigen visie op het geschrevene. En ik kan jullie vertellen, die eigen visie was vaak uitgebreider en soms zelfs gevatter dan de column die de aanleiding gaf…

Uiteraard kocht ik een exemplaar van Drie dagen en drie nachten. De afgelopen dagen genoot ik zo op afstand al een beetje van het op handen zijnde feest. En uiteraard laat ik jullie vandaag alvast meegenieten:

illustratie: Elise van Iterson

‘Cowboy of indiaan. Een bruine vilthoed of een bonte verentooi op je hoofd. Stoppels of oorlogsstrepen op je wangen. ‘Hands up!’ of ‘Ugh ugh’. Als jongen van een jaar of zeven stond je met Vastenavond voor de keuze. Je kon cowboy worden of je kon indiaan worden – de twee kampen van de eerlijke, mannelijke strijd op de prairie en beneden in de Dodenvallei. De vraag was: wie is sterker? Wie slimmer? Wie de overwinnaar? De ene keer wonnen de jongens die cowboy waren, de andere keer de jongens die indiaan waren. Op Aswoensdag, als de pastoor met zijn grove duim een askruisje op ons voorhoofd wreef, kwam pas een einde aan de strijd. Volgend jaar, ’s morgensvroeg op carnavalszondag, werden de wapens weer opgepakt. Tussen cowboys en indianen bestond er eeuwig ruimte voor revanche.

Cowboy of indiaan, dat was de kwestie. Knakkers om mee te schieten of tomahawks om mee te klieven. De reuk van solfer of de reuk van rubber. Liefst allebei, maar je moest kiezen. […]

Cowboypistool en indianenbijl. Ongelijke wapens. Het ene reikte verder dan het andere, maat het andere was sneller dan het ene. Dus toch een eerlijke strijd, net als in de arena van Rome, waar de ene gladiator vocht met dolk en schild, de andere met drietand en net.

Ja, en Romein? ‘Ha Julius Caesar, jij ook weer erbij? Je hebt confetti in je schuim, proef je dat niet?’ ‘Zo Nero, wat drink jij daar? Een engelander of een sneeuwwitje?’ Romein was ook iets voor als je groter was. Zilveren haren, witte jurk met gouden biezen, linten om je romeinenbruin geschminkte benen gedraaid.’

Het hele verhaal met de titel En Romein en vele andere carnavalsscènes lees je in

Drie dagen en drie nachten – Carnaval in Maastricht
Ad van Iterson & Elise van Iterson
ISBN 9789490687342
€ 12,50
Azul Press

Drie dagen en drie nachten is een eigenzinnige lofzang op de Maastrichtse vastenavond. Ad van Iterson neemt de lezer mee door de steegjes en over de pleinen van de enige Nederlandse stad waar het carnaval op straat wordt gevierd. In Drie dagen en drie nachten biedt Van Iterson, samen met Elise van Iterson die de illustraties verzorgde, een feestelijk podium aan carnavaleske thema’s als spot, omkering, uitvergroting en de lof van het aardse en lichamelijke.

feb 16

Venetië is niet alleen de perfecte bestemming voor een paar dagen romantiek; het is tevens de meest bijzondere plek op aarde om carnaval te vieren. Als je houdt van traditie, mystiek en spektakel, dan moet je een keer aanwezig zijn geweest bij het Venetiaanse carnaval. Maar dan wel gemaskerd!

Uiteraard kun je zo’n masker voor je je in het feestgedruis aanschaffen in een van de Venetiaanse souvenirwinkels of bij een echte maskermaker. Nog leuker is het echter om zelf een masker te maken. Op de website van Olga Dol kun je blanco maskers bestellen, die je dan thuis helemaal zelf vorm kunt geven. Voor wie niet goed raad weet, organiseert Olga Dol echter ook workshops maskers maken (zowel voor volwassenen als voor kinderen, ook leuk voor een verjaarspartijtje).

De inspiratie voor de maskers die nu worden gedragen tijdens het Venetiaanse carnaval, komt grotendeels uit de theatervorm commedia dell’arte. Dit is een manier van toneelspelen die zeer waarschijnlijk in Italië is ontwikkeld door rondtrekkende toneelgezelschappen. Elke uitvoering binnen de commedia dell’arte had dezelfde vaste karakters, die dus overal herkenbaar moesten zijn.

Vandaar dat de leden van de toneelgezelschappen vaak een speciale outfit en een uniek masker droegen; dan was in één oogopslag duidelijk welk karakter ze speelden. Zo draagt Arlecchino altijd een ruitjespak, terwijl Pulcinella herkend wordt aan zijn witte pak en zwarte masker. Olga Dol beschrijft alle figuren uit de commedia dell’arte op haar website. Zo kun je een gefundeerde keuze voor een masker maken!

Ik wil jullie hier vandaag voorstellen aan een de pestdokter, een van de meest geziene deelnemers aan het Venetiaanse carnaval. Over deze dokter schrijft Olga Dol: ‘Dit masker is van oorsprong meer een gebruiksmasker. Tijdens de pestepidemie die Europa halverwege de zestiende en begin zeventiende eeuw teisterde, waren artsen uiteraard nog niet zo geïnformeerd over bacillen en hygiëne. Velen dachten dat de pest werd overgebracht door kwade geesten.

De pestdokter maakte zijn visites, gekleed in een zwarte zeildoekmantel ingesmeerd met was, een grote zwarte hoed op zijn hoofd en een masker met een grote neus voor het gezicht. Angstaanjagend genoeg om voor zijn gevoel de kwade geesten te verdrijven.

De grote lichtgekromde neus, die veel weg heeft van een vogelbek, heeft aan beide zijkanten een sleuf waardoor de lucht naar binnen werd gezogen. Lucht die in die neus gefilterd werd doordat de neus helemaal gevuld was met diverse, vaak sterk ruikende kruiden, zoals rozemarijn, tijm en kruidnagelen. Meer tegen de stank dan uit interesse voor hygiëne. De gaten van de ogen waren dichtgemaakt met ronde glazen.

In zijn hand had de dokter een stok waarmee hij de deken van de patiënt optilde, om maar geen fysiek contact met zijn patiënt te hoeven maken en daardoor niet besmet te raken.’

Ideaal dus als je tijdens het gemaskerd bal niet direct fysiek contact wil maken maar iedereen rustig wil kunnen bekijken voor je een Arlecchino, Pulcinella of Pantalone aanspreekt… Meer lezen? Bestel dan het boek Venetië en haar maskers van Olga Dol en Frans Kolk. Voor een klein gemaskerd bal ’s avonds op de bank!

jan 28

Ondanks de romantiek van alle lokale marktjes en heerlijke kleine winkeltjes om me heen waar ik het liefst snuffel en nieuwe ontdekkingen doe, kan het soms zomaar zijn dat ik mezelf terugvind in zo’n overweldigende ipermercato. Een mammoetsupermarkt waar je werkelijk voor alles terecht kunt. Van fietsbanden tot ingemaakte kersen en van flanellen huispakken tot gebloemd briefpapier.

Ik sta wat verdwaasd voor de vele vierkante meters pastasoorten die hier staan uitgestald als ik wat verderop een bekende stem in het Nederlands hoor. Als ik nieuwsgierig om het schap heen loop, zie ik tot mijn grote verrassing inderdaad een bekende staan: Esther Bos. Vorig jaar was ik bij haar en Simona op bezoek in het Toscaanse Il Canto del Maggio (zie Ciao tutti van 26 januari en 27 januari). Esther biedt met haar Beleef Toscane een aantal culinaire voor- en najaarsarrangementen aan met net een tikje méér. Met het gevoel ‘thuis’ te zijn bij de Italianen, met heerlijk koken, eten en vertoeven in een dromerig minidorpje.

Ze begroet me blij verrast en vertelt me dan honderduit over de heerlijkheden van haar afgelopen Beleefherfst: het aanhoudende zonnige weer, óók in november, het proeven van een Vin Santo met de potentie van een luxe cognac, de smaak ontdekken van een risotto met brandnetel, het ultieme recept voor parelhoen met kastanjes, de door het droge zomerseizoen schamel uitgevallen olijfoogst die echter een ongekend rijke olie opleverde en de hartelijke gastvrijheid van Cinzia, de vrouw des huizes van ‘Moraiolo’. Een levendig boerenhuis van drie generaties waar Esthers gasten nu ook een plekje vinden. ‘Daar moet ik je echt nog eens mee naar toe nemen,’ besluit ze, terwijl ze snel nog een pak risottorijst uit het schap grist. ‘Kijk maar even,’ zegt ze, terwijl ze me haar telefoon geeft. ‘Je gelooft je ogen niet als je dit ziet!’

‘Dat pak rijst is overigens voor een nieuw uit te proberen recept,’ legt ze uit. ‘Voor fritelle di riso, rijstbeignets. Al noem ik ze met mijn dochter Jozefbollen, dat klinkt leuker,’ lacht ze. ‘En dat zijn het in feite ook. Tegenwoordig zie je al met Carnaval, maar traditioneel gezien worden ze op 19 maart gegeten, de dag van S. Giuseppe, St. Jozef en tegelijkertijd ook vaderdag in Italië.

Volgens overlevering was Jozef na zijn vlucht naar Egypte genoodzaakt om beignets te verkopen om zijn gezin te onderhouden. De Romeinen gaven hem daarom al de vrolijke bijnaam il frittellaro, de frituurman. Middenin de vastentijd wordt er nu op zijn heiligendag ‘gesmokkeld’ en heeft iedere regio wel zijn eigen gefrituurde gebak. Van de zoete zeppole uit Napels getopt met banketbakkersroom en kersen tot de hartige crespeddi van Sicilië met ricotta en ansjovis. Maar ik hou van de Toscaanse, met rijst en een zweem citroen,’ besluit ze.

‘Er bestaan honderden verschillende recepten van en evenzoveel verschillende meningen over. Mét rozijnen of zonder. Mét gist of zonder. Het originele recept stamt ergens uit de late middeleeuwen, maar ik doe het vandaag met dit recept van Simona.’ Ze krabbelt voor mij (en voor jullie natuurlijk) het recept op een papiertje. Zo kunnen ook wij genieten van een Italiaanse vastentraditie!

Frittelle di S. Giuseppe
(St. Jozefbollen)

250 gram rijst (liefst met een kleine ronde korrel, zoals risottorijst)
600 ml melk
400 ml water
mespuntje zout
3 eidooiers
3 eiwitten
1 borrelglaasje Vin Santo
100 gram suiker
zakje vanillesuiker
wat citroen- en sinaasappelrasp
3 tot 4 eetlepels bloem
olie om te frituren
extra kristalsuiker om te bestrooien

Kook de rijst in het water met de melk, het snufje zout en de citroen- en sinaasappelrasp. Giet de rijst af indien nodig en laat deze afkoelen (dit kun je ook al een dag van tevoren doen).

Voeg dan de eidooiers, Vin Santo en de suiker aan toe. Gebruik zoveel bloem als nodig is om er een stevig mengsel van te maken; het mag niet ‘weglopen’. Laat het mengsel zo’n half uurtje rusten (het originele recept heeft het zelfs over vele uren!).

Klop voor het bakken de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door de rijst. Verhit het frituurvet en schep dan met een lepel balletjes van het rijstmengsel in het vet. Frituur de balletjes goudbruin en laat ze uitlekken op keukenpapier. Rol ze ten slotte door de suiker.

‘Voor de luxe versie kun je het hart nog vullen met wat banketbakkersroom.’ Esther glundert al als ze eraan denkt. En ze maakte het nog even aanlokkelijker door ter plekke Simona van Il Canto del Maggio te bellen voor een heus Toscaans wijnadvies. Haar favorieten: De Aleatico van het wijnhuis Vitereta, een passitowijn (van ingedroogde druiven) die niet al te zoet is. Of een Montepulciano di Vendemmia Tardiva (van late oogst).

Ondertussen zijn we bij de kassa aangekomen en Esther zet alle veelbelovende ingrediënten voor dit lekkers op de band. Ik krijg spontaan zin om de frittelle – en nog meer carnavalslekkers – zelf bij haar te gaan maken en proeven! Jullie ook? Kijk dan eens op Beleef Toscane onder Maschere & Misteri.

Ik zeg Esther gedag met de belofte haar snel op te zoeken op die prachtige plek en slenter terug naar de afdeling pasta om weer vertwijfeld voor de enorme keuze te staan, maltagliati of fusillli bucati? Ik ben er voorlopig nog niet uit!

nov 04

Wie Italië zegt, denkt aan zomerse vakanties in de heuvels van Toscane. Maar je kunt natuurlijk ook in de winter volop van de Italiaanse sfeer genieten! Tijdens een skivakantie bijvoorbeeld, in de prachtige bergachtige regio’s in het noorden. Geen wintersport-liefhebber? Ga dan eens op een romantische winterse citytrip en geniet van de Italiaanse kerstsfeer.

Van de sneeuw tot aan de kerststal neemt de redactie van De Smaak van Italië je in de nieuwe editie, die vanaf vandaag verkrijgbaar is, mee op ontdekkingstocht door winters Italië, met de beste tips en bestemmingen.

Een klein voorproefje van alle winterse feesten, kerstmarkten, winterse uitjes en warme recepten die in dit nummer de revue passeren:

Carnaval in Venetië – een onovertroffen openluchttoneel
Venetianen zeggen vaak dat ze de stad het liefst zouden ontvluchten tijdens het carnaval. Dat ze zich liever verre houden van de drommen bezoekers die voor het feest naar Venetië komen. Desondanks houden ze allemaal wel van ‘hun’ carnaval. Ze vieren het wel, maar onder elkaar, op minder drukke dagen en op plekken waar toeristen doorgaans niet komen. De Smaak van Italië ging mee naar die plekken, om het carnaval van de Venetianen te ontdekken.

Naast deze prachtige reportage bevat De Smaak van Italië een bijzonder verhaal van Donna Leon, over het Casinò van Venetië.

Feest op tafel
Venetianen weten niet alleen de stad, maar ook de dinertafel om te toveren tot een feestelijk decor. Vier de feestdagen dit jaar op Venetiaanse wijze met heerlijke en prachtige gerechten uit de stad van het water, zoals spaghetti con vongole e calamari en risotto di verdure.

Caffè – Italiaanse koffie uit en thuis
Speciaal voor de koude wintermaanden: allerlei leuks en lekkers rondom Italiaanse koffie. Van recepten tot tips voor de beste koffieadresjes, van accessoires tot de koffie zelf – na het lezen van onze koffiepagina’s kijk je heel anders naar je espresso of cappuccino!

Wintersport in Italië
Wie wil skiën of snowboarden in Italië hoeft niet ver af te dalen in de laars: de beste wintersportgebieden bevinden zich, uiteraard, in de noordelijke regio’s Valle d’Aosta, Piemonte, Lombardije, Veneto en Trentino-Alto Adige (Zuid-Tirol). De pistes zijn enorm uitgestrekt en variëren qua moeilijkheidsgraad van zeer uitdagend tot geschikt voor beginners. De keuze aan bestemmingen is zelfs zo overweldigend dat je misschien door de bomen het bos niet meer ziet. De Smaak maakte een kleine selectie van de mooiste skigebieden!

Kerstmis in Italië
De bijzonderste kerstmarkten vind je in Trento, Bolzano, Turijn, Milaan en Napels. In Napels is het sowieso het hele jaar door een komen en gaan van herders en koningen. In de Via San Gregorio Armeno staan zij 365 dagen per jaar uitgestald, in allerlei soorten en maten. De Smaak van Italie wandelt 24 uur lang door Napels, maar geeft ook tips voor de andere kerstmarktbestemmingen.

Merano – kerst in adellijke sferen
Deze bestemming lichten we extra uit, omdat het er zo bijzonder is in deze tijd van het jaar! De één viert kerst het liefst op z’n Oostenrijks. Met houten kerstkraampjes, glühwein en besneeuwde bergen op de achtergrond. De ander rilt alleen al bij de gedachte daaraan. Liever palmbomen dan dennenbomen, ook in december. Er is maar één plek die beide uitersten verenigt… en dat is Merano.

Rondreizen met Giulia – Sicilië per klassieker
Helemaal in het diepe zuiden van de laars wordt het bijna geen winter. Een van de Smaak-redacteuren reisde daarom af naar Sicilië: ‘Het brullende geluid van een motor klinkt over het piazza van een Siciliaans dorp. Een witte Alfa Romeo uit 1977 komt recht voor het terras tot stilstand. Dat hij dubbel geparkeerd staat, hindert blijkbaar niemand. Met een stralende lach stapt Ben Hofman uit zijn auto. Hij zal ons meenemen op een bijzondere rondreis door Sicilië. In een Italiaanse klassieker.’

De novembereditie van De Smaak van Italië ligt vanaf vandaag in de winkel (of op de deurmat bij de abonnees). In de tijd dat jullie al deze winterse artikelen kunnen lezen en de prachtige foto’s van met name het Carnaval in Venetië bekijken, gaan mijn collega’s en ik alweer volop aan de slag met het eerste nummer van 2012, met onder andere een citytrip Pisa, een reis langs het Lago d’Iseo, het mooiste meer van Lombardije, en – als extraatje – een gids met 101 bijzondere overnachtingsmogelijkheden in la bella Italia. Vervelen is er deze winter dus zeker niet bij…

Ook werken bij De Smaak van Italië ?
DSV Media is per 1 december 2011 op zoek naar een stagiair(e) voor magazine De Smaak van Italië en vakblad Italië in Bedrijf. Ben je tweede- of derdejaars student (hbo of universiteit) en zoek je een stageplek voor minimaal vijf maanden? Heb je een passie voor tijdschriften, reisgidsen, websites en andere vormen van media? Ben je creatief en visueel ingesteld of juist organisatorisch sterk, perfectionistisch en een ster met taal? Heb je Italië door je aderen stromen?

Dan ben jij wellicht onze nieuwe stagiair(e)! Stuur ons een korte motivatie en een uitgebreid CV en wie weet mag  jij dan vanaf 1 december meewerken aan het mooiste magazine over Italië. Je kunt je motivatie en CV per e-mail sturen aan Willemijn van Dijk (w.vandijk@dsvmedia.nl), adjunct-hoofdredacteur van De Smaak van Italië.

feb 28

Aangezien ik op Carnavalsmaandag ben geboren en in de loop der tijd regelmatig mijn verjaardag vierde met maskers, kostuums schmink en een enorme schaal nonnevotten (gebak dat lijkt op een beignet, maar dan in de vorm van een strik), heb ik afgelopen dagen mijn hart op kunnen halen aan heerlijk verse fritelle, zoete beignets die onlosmakelijk zijn verbonden met het Venetiaanse carnaval.

Volgens Giorgio Locatelli werden deze fritelle ook vroeger al volop gegeten in aanloop naar en tijdens het carnavalsfeest. Aangezien veel mensen nog geen oven hadden, was dit ook een heel praktische lekkernij: fritelle zijn immers ook gemakkelijk te maken in kraampjes op drukbezochte pleinen of langs de kant van de weg.

Tessa Kiros, die vorige week ook al het recept van de gehaktballetjes prijsgaf, liet me echter kennismaken met de voor mij tot nog toe onbekende focaccia veneziana: ‘Dit heeft weinig te maken met de broodsoort focaccia, het is meer een kruising tussen een brioche en pandoro. Ik kreeg er ooit een in pasticceria Puppa in de wijk Cannareggio en was meteen verkocht. Gelukkig vond ik een recept in het kookboek van mijn schoonzus getiteld A Tola co I Nostri Veci, geschreven door Mariu Salvatore de Zuliani. Godzijdank beheerste een vriendin het Venetiaanse dialect en kon zij de voor mij onbegrijpelijke aanwijzingen vertalen.’

Ingrediënten
(voor 1 grote focaccia)

20 gram verse gist (of 3 theelepels gedroogde gist)
250 ml warme melk
125 gram suiker
100 gram ongezouten boter, gesmolten en afgekoeld
3 eierdooiers
400 gram cakemeel
een snufje zout
fijn geraspte schil van een kleine citroen

Voor de bovenlaag:
80 gram suiker
2 flinke eetlepels grofkorrelige suiker

Los de gist op in de melk en klop die met een garde. Voeg suiker, boter, eierdooiers, cakemeel en zout toe en meng alles met je handen of een garde tot een zachte brij. Dek af met plastic folie, leg hier een theedoek overheen en laat het deeg 12 uur op een tamelijk warme plek staan, tot het goed gerezen is. Verwijder de theedoek en de folie, meng alles weer goed met je handen (ook al is het erg zacht) en kneed de geraspte citroenschil erdoor.

Vet een bakblik van 2,25 liter in. Schep het deeg gelijkmatig in de vorm – het lijkt of er nog een hoop ruimte over is maar het deeg gaat nog flink rijzen. Dek weer af met plastic folie en een theedoek, en laat het deeg een paar uur op een warme plek staan.

Verwarm de oven voor op 180 °C (gasstand 4). Verwijder de theedoek en de folie en bak de focaccia 40 minuten, tot de bovenkant goudgeel is. Doe er de laatste 15 minuten aluminiumfolie over, als de focaccia te bruin mocht worden.

Maak ten slotte de stroperige bovenlaag. Doe de suiker met 3 eetlepels water in een kleine pan. Roer net zolang tot de suiker is opgelost en laat het daarna zonder te roeren 5 tot 8 minuten zachtjes koken, tot de vloeistof een beetje dik is. Laat even afkoelen en smeer het over de afgekoelde focaccia. Bestrooi deze Venetiaanse focaccia met de grofkorrelige suiker.

Getagd met:
feb 27

Op de eerste zondag van het Venetiaanse carnaval, vandaag dus, vindt precies om 12.00 uur ’s middags de traditionele Volo dell’Angelo (Vlucht van de Engel) plaats. Een sprookjesachtige, doch halsbrekende toer die de harten van de toeschouwers sneller doet kloppen…

Heel vroeger klopten die harten nog heel wat sneller, want oorspronkelijk liep een koorddanser hoog boven het Piazza San Marco naar het balkon van het Palazzo Ducale. Na ruim 250 jaar knikkende knieën bij het verwachtingsvolle publiek ging het echter een keer mis. Na dit tragische ongeluk werd de koorddanser vervangen door een houten duif, die tijdens zijn vlucht over het Piazza San Marco confetti over de bezoekers uitstrooide.

De inwoners van Venetië wilden in 2001 toch weer hun engel terug, en zo geschiedde. Voor de tiende keer kan men vandaag genieten van de vernieuwde engelenvlucht. De engel wandelt echter niet meer op een over het plein gespannen touw, maar vliegt vanaf de 92 meter hoge campanile naar beneden. Een waar spektakel, zeker ook omdat de engel vaak een bekende Italiaanse schone is die mee komt feesten tijdens het carnaval.

Voor wie er straks niet bij kan zijn, alvast een paar foto’s van vorig jaar, aangezien plaatjes in dit geval veel meer kunnen zeggen dan duizend woorden:

 

feb 26

Vandaag is het dan zover: het wereldberoemde Carnaval van Venetië gaat weer van start! Tot en met 8 maart genieten inwoners, toeristen en bezoekers van mooi uitgedoste mensen, gekostumeerde bals, feestelijke muziek en bijzonder carnavalslekkers. Het startschot voor alle carnavaleske activiteiten wordt straks op het Piazzetta San Marco gegeven, met een massaal ‘Salute!’ op de klanken van de Italiaanse opera Brindiam.

Ik ben erg benieuwd naar de kostuums die er dan te zien zullen zijn. Aangezien ik op Carnavalsmaandag ben geboren en er dus heel wat carnavalsbloed door mijn aderen stroomt, kan ik me de opwinding van ‘de grote optocht’ nog levendig herinneren. Weken bezig zijn met wat je aan wilt trekken, met het passen van de kostuums, het last minute verstellen van de laatste boorden, lintjes en pompons… Qua thema zit het dit jaar wel goed: met ‘De negentiende eeuw – van Senso tot Sissi, de stad van de vrouwen’ kunnen de kostuums niets anders zijn dan een prachtige ode aan alle vrouwen van Venetië, van vroeger en nu, van jong tot oud!

Hoewel het lijkt alsof het Venetiaanse carnaval altijd al gevierd werd, is dit toch niet helemaal waar. Wat wel buiten kijf staat, is dat het carnaval in Venetië een eeuwenoude traditie is. Er wordt zelfs gezegd dat er al in 1094 jaarlijks een soort carnavalsfeest werd gevierd. Volgens de barista van het barretje waar ik ’s ochtends mijn koffie drink werd het carnaval tijdens de Venetiaanse Republiek een officieel feest, dat ook toen al meerdere dagen duurde. Gedurende een korte periode per jaar mochten de inwoners van La Serenissima de rust en de stilte doorbreken om zich helemaal uit te kunnen leven, waarna ze vervolgens de rest van het jaar weer netjes in het gareel moesten lopen.

De oudste vermelding van het gebruik van maskers in Venetië is teruggevonden in een document dat gedateerd is op 2 mei 1268. Eind achttiende eeuw werd het dragen van maskers echter van hogerhand – men zegt door toedoen van Napoleon – stopgezet. Men moest voortaan herkenbaar over straat. Ook het carnavalsfeest werd aan banden gelegd, hetgeen eigenlijk wel een logisch gevolg was van het maskerverbod. De maskers en kostuums maakten de mensen immers onherkenbaar, waardoor het onderscheid tussen arm en rijk of tussen rivaliserende families werd opgeheven. Zo kon iedereen zich helemaal uitleven en genieten van alle feestelijkheden die in de stad plaatsvonden.

Pas in 1959 herleefde de traditie weer en haalden de Venetianen de maskers van hun voorouders uit de kast. Nu is het carnaval niet meer weg te denken uit de Venetiaanse steegjes; sterker nog: het is tegenwoordig een van de grootste evenementen van de stad. Het Venetiaanse carnaval kent wel heel andere tradities dan het carnaval zoals wij dat kennen. Op de traditionele bals die vooral in het eerste carnavalsweekend worden georganiseerd kun je bijvoorbeeld echt niet in boerenkiel of lieveheersbeestjesoutfit komen opdagen, de dresscode is dan altijd, maar zeker met het thema van dit jaar, historische kledij. En een masker is uiteraard verplicht!

Een van de mooiste tradities, althans voor mij, is de optocht van de Maria’s, die elk jaar aan het begin van de eerste zaterdagmiddag van het carnaval vanaf San Pietro in Castello vertrekt. Aan het hoofd van de stoet schrijdt een gevleugelde leeuw voort, als symbool van Venetië. De leeuw wordt gevolgd door twaalf Maria’s, verbeeld door twaalf mooie Venetiaanse meisjes die herinneren aan de twaalf jonge vrouwen die de Doge tijdens de Venetiaanse Republiek elk jaar ontving om ze te overladen met huwelijksgeschenken. De Maria’s gaan aan kop van een enorm lange stoet, die bestaat uit meer dan vijfhonderd figuranten – die vaak van heinde en verre komen om mee te mogen lopen. Rond 16.00 uur bereikt de stoet het Piazza San Marco, waarna het carnaval echt kan losbarsten.

Een andere traditie die me kippenvel bezorgt, is de Volo dell’Angelo, maar daarover morgen meer. A domani – stasera festeggiamo!

Getagd met:
jan 27

Gisteren vertelde ik al over de hartelijke familie Quirini, die met liefde en passie Il Canto del Maggio bestiert. Esther nodigt je met haar initiatief Beleef Toscane uit om hun gastvrijheid aan den lijve te komen ondervinden en neemt je met een aantal bijzondere programma’s mee naar het originele Toscane. Een greep uit haar aanbod voor de komende maanden:

Valentijnsdag
In februari bedekt ze je met de mantel der liefde. Want er is geen mooiere  bestemming voor Valentijnsdag dan het land waar alles een ode aan l’amore, de liefde, lijkt te zijn. De Italiaanse taal en de romantische muziek zijn tot ver buiten de Italiaanse grenzen een begrip. Maar Esther laat je ook de liefde voor kleine Italiaanse dingen beleven. Zo ziet kok Mauro elk ongekunsteld en eerlijk gerecht dat hij maakt als een gedichtje. En wat is er heerlijker dan een ontbijtje op bed, waarbij het geheim vooral schuilt in een perfecte, zelfgecomponeerde, cappuccino? Begint je hart al sneller te kloppen? Proef dan rond Valentijnsdag van de taal en vivi l’amore in het Beleef Toscane arrangement Amore e Cioccolato (dat heus niet alleen voor tortelduifjes is!).

        

Carnaval
Iets later in februari wijdt Esther je in in de magie van het carnevale barocco. Terwijl de grote massa richting de immense praalwagens van Viareggio trekt of een glimp van het dagenlange festijn in Venetië probeert op te vangen, gaat zij de andere kant op: ‘Langs de oude Romeinse weg SettePonti staat een middeleeuws kasteel, het kasteel van de Zonen van Graaf Bocco. Bijna duizend jaar geleden sprak men al bewonderend over de uitbundige feesten die daar gegeven werden, vlak voor het ingaan van de vastentijd.’

Zo werd de traditie van het carnaval geboren en eeuwen later is de magie nog altijd voelbaar! Wandel met Esther door de poorten van de stad van graaf Bocco, waar in de eeuwenoude straatjes mysterieuze gedaantes ronddwalen. Met schitterende namen als De Kristallen van Atlantis en De Parel van Siam is dit unieke carnavalsfeest een lust voor het oog en het oor!

        

Maar ook voor de tong en de geest. Want de heerlijke rust van het voorjaar zorgt dat je optimaal geniet van je verblijf in ‘Il Canto’. Je kookt, snoept en ontdekt allerlei lekkers. Een feest voor alle zintuigen dus! Krijg je ook al zin je te laten betoveren en het goede Italiaanse leven te vieren rondom carnaval? Kijk voor het programma op Maschere e Misteri.

Lente
En dan gaat de lente echt van start. Het Toscaanse land wordt weer wakker. In de eerste zonnestralen slaat ‘Il Canto’ haar deuren open en nodigt iedereen uit voor een lofzang op de lente. Knappend vers brood uit de houtoven, een voorzichtige teen in het zwembad… Verrassende jams maken van het eerste fruit, flaneren over de markt – in Italië niets anders dan het theater van het leven. Live Italiaanse les krijgen tussen de kraampjes en achter het fornuis, met zwier leren afdingen, cuocere, friggere, saltare e scolare! Na deze reis hebben Italiaanse recepten geen geheimen meer voor je… Wil je je laten verleiden tot een Toscaanse belevenis in mei, bekijk dan het programma  Frutta e Flirt.

   

En mocht je bij tussen deze arrangementen toch niet vinden wat je zoekt (wat ik me nauwelijks kan voorstellen – ik wil het liefst nu alweer terug!), dan kun je Esther ook om een arrangement op maat vragen. Wil je een volledige culinaire taalcursus, een week likkebaardende patisserie, een meidenweekend om in Florence te shoppen of een mannenweek met grappa en sterke verhalen? Neem contact op met Esther en je komt er samen vast wel uit. Ik tel alvast af tot Valentijnsdag, en heb nu al trek in liefde en chocola!

feb 08

Hoewel ik dertig jaar geleden op Carnavalsmaandag werd geboren en daarmee tot carnavalsbaby van het jaar werd gedoopt, sta ik volgende week niet te hossen en te springen op muziek die slechts drie dagen per jaar is aan te horen – ook voor verstokte carnavalsvierders. Op het moment dat het Mooswief op de Markt in Maastricht de lucht in wordt gehesen, verblijf ik ergens tussen Amsterdam en Rome met een weekje Rome in het vooruitzicht. Precies wanneer de carnavalsoptocht van start gaat, zal ik dit jaar mijn eerste schreden op Italiaanse bodem zetten. En geloof me, voor het eerst in dertig jaar zal ik mijn pekske en mombakkes graag aan de kapstok laten hangen!

In Rome is er namelijk een prima alternatief voor handen: het Romeinse carnaval! Was de carnavalstraditie tot voor kort eigenlijk een zaak van steden als Venetië en Viareggio, dit jaar blaast Rome de carnavalstraditie opnieuw leven in. Het Romeinse carnaval moet weer net zo’n groot feest worden als het in de 17de eeuw was.

Tot 16 februari staan de straten en pleinen van het centrum van Rome geheel in het teken van feestvierende mensen, mooie kostuums, prachtige maskers, vrolijke muzikanten, acteurs en balletdansers. Het wordt een waar spektakel! Het startsein voor deze feestelijkheden werd afgelopen zaterdag gegeven, met een prachtige carnavalsoptocht die vanaf het Piazza del Popolo door de Via del Corso trok. En er staan de komende dagen nog meer parades op het programma!

Het Piazza del Popolo is omgetoverd tot het zogenaamde Villaggio della Cultura e della Tradizione (dorp van cultuur en traditie). Er vinden allerlei optredens en toneelvoorstellingen plaats. Ook op het Piazza Navona en het Piazza di Spagna worden voorstellingen georganiseerd; hier kun je met name terecht voor de commedia dell’arte en romances met een gelukkig einde.

In het Museo di Roma vindt de tentoonstelling Carnevale Romano plaats. Aan de hand van een verzameling 19de-eeuwse schilderingen en gravures wordt de geschiedenis van het Romeinse carnaval uit de doeken gedaan. Een van de hoogtepunten van de tentoonstelling is de kleding. Zo kun je een door Roberto Capucci ontworpen jurk bewonderen en zijn er prachtige, nog niet eerder gepubliceerde schetsen voor carnavalkostuums te zien. Ook de Galleria Sordi staat in het teken van mode met een bijzondere collectie musicalkostuums. Ik ben benieuwd hoe mijn pekske daarbij afsteekt!

preload preload preload