mei 20

Nu de grote Caravaggio-expositie in Rome (zie mijn blog van 16 februari) bijna ten einde loopt, zetten de Galleria degli Uffizi en de Galleria Palatina (Palazzo Pitti) in Florence hun deuren wijd open voor Caravaggio en zijn navolgers.

  Bacchus – Caravaggio

Reeds aan het einde van de zestiende eeuw wist de Galleria degli Uffizi in opdracht van groothertog Ferdinando I de’ Medici de hand te leggen op een aantal werken van Caravaggio, waaronder Bacchus en Medusa. De opvolgers van de groothertog breidden de verzameling in het Uffizi steeds verder uit. Vooral Cosimo II was een groot fan van de schilder uit Lombardije en omringde zich graag met Caravaggio’s werk. Ook de schilderijen van de zogenaamde caravaggisti, de schilders die zich lieten inspireren door Caravaggio’s manier van schilderen, vielen bij hem in de smaak. 

De collectie van Caravaggio en zijn navolgers in Florence groeide dan ook gestaag, waardoor de stad nu – na Rome – over de grootste collectie caravaggistische schilderijen beschikt. De collectie van de Galleria degli Uffizi omvat veel werk van Nederlandse en Vlaamse caravaggisten. Zo is de Galleria degli Uffizi al eeuwenlang de trotse bezitter van De aanbidding van het kind van Gerrit van Honthorst.

De caravaggisten uit de lage landen combineerden echt Hollandse onderwerpen met het kleurgebruik en de religieuze elementen uit het werk van Caravaggio. Overigens is het aannemelijk dat zij niet alleen zijn beïnvloed door Caravaggio, maar ook door schilders die al eerder in diens voetsporen waren getreden, zoals Bartolommeo Manfredi en Orazio Gentileschi. Het is een vreemd fenomeen dat de Nederlandse caravaggisten vrij geïsoleerd in Utrecht actief waren; de stroming werd door schilders buiten Utrecht nauwelijks opgepikt. Pas in de tijd van Rembrandt en Frans Hals krijgt de caravaggistische manier van schilderen ook buiten Utrecht veel meer navolging – en waardering.

Aangezien het dit jaar precies 400 jaar geleden is dat Caravaggio stierf, besloten de twee grootste musea in Florence een grote tentoonstelling rondom zijn werk te organiseren. Anders dan in Rome is er nu echter ook veel aandacht voor het werk van zijn volgelingen. De expositie Caravaggio e i caravaggeschi telt meer dan honderd schilderijen, van de meester zelf en van bekende en minder bekende caravaggisten. Een unieke kans om de invloed van Caravaggio op de ontwikkeling van de schilderkunst te bestuderen!

 

22 mei – 17 oktober 2010

Galleria degli Uffizi
Piazzale degli Uffizi, Florence

Galleria Palatina di Palazzo Pitti
Piazza de’ Pitti 1, Florence

www.uffizi.firenze.it

apr 21

Zoals ik in februari al schreef, vluchtte Caravaggio in 1606 vanuit Rome naar Napels, waar hij enige tijd verbleef voordat hij ook deze stad moest ontvluchten. Gelukkig was Caravaggio lang genoeg in Napels om voor de kerk Pio Monte della Misericordia een van zijn meesterwerken te schilderen, De zeven werken van Barmhartigheid. Zijn opdrachtgevers, die deel uitmaakten van de grootste liefdadigheidsinstelling van Napels, stonden erop dat hij de belangrijkste werken van barmhartigheid, zoals ze in het evangelie van Matteüs vermeld stonden, op één altaarstuk zou weergeven:

Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik zat in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen. (Matteüs 25, 35-36).

Hoe Caravaggio tot de compositie op het altaarstuk kwam, zullen we helaas nooit precies weten, maar zeker is dat hij de kunst niet bij een collega-schilder af heeft kunnen kijken. Nog niet eerder had een schilder namelijk met zoveel gevoel voor drama een religieus onderwerp geschilderd, nog nooit eerder stonden gewone mensen uit een doodgewone volkswijk model voor zo’n belangrijk werk dat als altaarstuk moest dienen. Sla deze unieke Caravaggio dan ook zeker niet over tijdens je bezoek aan Napels!

Meestal is het vrij rustig in de kerk van de Pio Monte della Misericordia (Via dei Tribunali 253), zodat je alle tijd hebt om de zeven werken van barmhartigheid een voor een te zoeken. Voor wie voorlopig niet in Napels komt, als je onderstaand plaatje goed bestudeert moet je alle werken van barmhartigheid terug kunnen vinden. Wees wel gewaarschuwd, want als je het ingenieuze werk eenmaal weet te doorgronden wil je vast ook het origineel gaan bekijken!

Geheel rechts zie je een vrouw die een man de borst geeft. Deze twee figuren beelden direct twee werken van barmhartigheid uit: het voeden van de hongerigen en het bezoeken van de gevangenen. Het tafereel dat Caravaggio hier heeft geschilderd zou gebaseerd zijn op de oude Romeinse legende van Cimon en zijn dochter, Pero geheten. Cimon zit in de gevangenis te wachten op zijn terechtstelling. Hij krijgt nauwelijks iets te eten en wordt elke dag een beetje zwakker. Het is maar de vraag of hij zijn terechtstelling nog zal meemaken. Pero heeft net een kindje gekregen en redt haar vader van de hongerdood door hem stiekem de borst te geven.

De naakte man op de voorgrond is een bedelaar die van de heilige Martinus een stuk van zijn mantel krijgt, waarmee Sint Maarten het derde werk van barmhartigheid nakomt: het kleden van de naakten. Daarnaast is de heilige Jakobus van Compostella in gesprek met een herbergier. Caravaggio verbeeldde hiermee het vierde werk van barmhartigheid: het bieden van onderdak aan vreemdelingen. Achter hen zie je een gretig drinkende Simson: het laven van de dorstigen is het vijfde werk van barmhartigheid. Het bezoeken van de zieken, het zesde werk van barmhartigheid, wordt waarschijnlijk uitgebeeld door de jongen naast de bedelaar.

Links van Pero die haar vader de borst geeft, wordt in de figuur van de man met de toorts het zevende en laatste werk van barmhartigheid afgebeeld: het begraven van de doden. Van de dode zie je alleen zijn voeten. De oplettende lezer heeft vast al opgemerkt dat dit zevende werk van barmhartigheid niet door Matteüs werd genoemd. Paus Innocentius III voegde dit zevende werk in het jaar 1207 toe aan de lijst van de werken van barmhartigheid van Matteüs. Het is ontleend aan het Bijbelboek Tobit, waarin de zorg voor de overledenen specifiek wordt benadrukt: Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het. (Tobit 1,17).

Zielen van Napels
Documentairemaker Vincent Monnikendam vond in Caravaggio’s De zeven werken van Barmhartigheid een prachtige aanleiding om het heden en verleden van Napels met elkaar te verbinden. In Zielen van Napels schetst hij een bewogen portret van de bewoners van deze bijzondere stad. Napels blijkt een rariteitenkabinet dat menige toerist zal ontgaan, maar dat iedereen die Napels een warm hart toedraagt zal raken.

Monnikendam weet het troosteloze leven dat een groot deel van de Napolitanen leidt schitterend in beeld te brengen. De wanhoop van een oudere vrouw die zich door de nauwe straatjes van de stad sleept is tastbaar. Een ballonnenverkoper sloft door dezelfde straten en kijkt daarbij met een wezenloze blik in de camera. Je zou hen mee willen nemen naar het indrukwekkende werk van Caravaggio, hen de levenskunst die van dit schilderij afspat willen laten indrinken. Maar bovenal zou je hen willen laten geloven dat de zeven werken van barmhartigheid ook vandaag de dag nog door een groot deel van de mensen wordt nageleefd…

Getagd met:
apr 03

De meest bijzondere bezienswaardigheid van Napels is natuurlijk de stad zelf. De nauwe straatjes met de gekleurde was die tussen de huizen hangt, de Napolitaanse mamma’s die hun oudere bovenburen al schreeuwend overhalen om een teiltje te laten zakken waar de boodschappen in kunnen, de vele huisaltaartjes, het lawaai en de chaos, de geur van sterke espresso’s en gefrituurde groenten, de voetballende jongetjes…

Het centrum van Napels wordt letterlijk in tweeën gespleten door de Spaccanapoli, een lange nauwe sliert van opeenvolgende straten. Vanaf de top van de Vomero-heuvel zie je duidelijk hoe deze straten het oude centrum in twee helften verdelen. De naam Spaccanapoli is dan ook overduidelijk de enige juiste aanduiding voor deze straat: het betekent ‘gespleten Napels’. De Spaccanapoli maakte al deel uit van het vroegere Romeinse stratenplan, dat nog goed terug te vinden is in de kaarsrechte straten en steegjes in het centrum. De Spaccanapoli volgt nu de Via Pasquale Scura, de Via Capitelli, de Via Benedetto Croce, de Via San Bagio dei Librai, de Vicara Vecchia, de Via Giudecca Vecchia en de Via Tupputi.

Via deze straten loop je regelrecht het Napolitaanse leven in. De kleine winkeltjes stallen hun koopwaar gewoon op straat uit, waardoor je echt tussen de mensen, de motorino’s en de kooplui moet laveren. Groente en fruit in alle soorten en maten, versgevangen vis, duizenden rode pepertjes (daarover later deze maand meer), figuurtjes voor in de kerststal, de beeldjes van Pulcinella, de harlekijn uit de commedia dell’arte, enorme zakken pasta, flesjes limoncello… in deze straat concentreert het echte Napels zich op een paar vierkante meter. Alleen direct na de lunch, als de zon hoog aan de hemel staat en er bijna geen schaduw te vinden is, daalt er een weldadige stilte neer tussen de hoge huizen. Maar niet voor lang, want al gauw sissen de eerste espressoapparaten weer en beginnen de eerste buren elkaar luidruchtig te begroeten. 

Naast een blik op de Napolitaanse cultuur biedt de Spaccanapoli ook veel bezienswaardigheden. Wanneer je vanaf de Vomero afdaalt, kom je allereerst op het Piazza del Gesù Nuovo. De kerk waar het plein zijn naam aan ontleent, is een van de mooiste barokkerken van Napels. Van binnen althans, want aan de buitenkant is de kerk nauwelijks als zodanig te herkennen. De façade van de kerk was oorspronkelijk de gevel van het Palazzo Sanseverino, geheel voorzien van grijze piperno-stenen. In 1584 werd het paleis door de jezuïeten omgebouwd tot een rijk gedecoreerde kerk, met ontelbare fresco’s en veel marmer. Het duurde maar liefst 40 jaar voordat elk stukje muur bedekt werd door een beeld, een fresco of een schildering. Tijdens de aardbeving van 1688 stortte de hele koepel in, waarna een groot aantal pilaren werd neergezet om het dak te ondersteunen. De kerk maakte op mij grote indruk vanwege de dagelijkse devotie die de bezoekers uitstralen. Bijna geen enkele Napolitaan verlaat de kerk zonder gebiecht te hebben. Soms staan er zelfs lange rijen voor een biechtstoel: absolutie vragen is blijkbaar een populaire bezigheid in een stad waar de verleiding op elke straathoek op de loer ligt…

Even verderop ligt de veel rustigere Santa Chiara, een gotische kerk die bij toeristen vooral bekend is vanwege de bijzondere kloostertuin. De 72 achthoekige zuilen en de bankjes die daartussen zijn gebouwd, zijn van boven tot beneden betegeld met majolica. De majolicategels vertellen verhalen uit een ver verleden, met vergane landschappen. Daartussen strengelen druivenranken, bloemen en olijven om de zuilen. Ook de kloostertuin zelf is een oase van groen, met zijn wijnranken, sinaasappel- en citroenbomen.

De fresco’s op de muren van de kloostergang en een fonteintje maken de tuin helemaal af en bieden het perfecte decor voor de honderden bruidsreportages die hier worden geschoten. Geniet maar even van de weldadige rust, want zodra je je op weg begeeft naar de volgende kerk word je overspoeld door de chaos van de Spaccanapoli.

Het mooiste gedeelte van de Spaccanapoli loopt misschien wel vanaf de Via Benedetto Croce naar de kruising met de Via Duomo. Aan het begin van de Via Benedetto Croce, op nummer 12, bevindt zich het Palazzo Filomarino, een van de vele onderkomens van de Napolitaanse aristocratie en tot in 1952 het onderkomen van Benedetto Croce, de filosoof en historicus naar wie de straat is vernoemd. Ondanks het feit dat deze palazzi nu vaak in een erbarmelijke staat verkeren, straalden ze in de glorietijd van Napels een enorme macht uit.

Op de kruising met het Piazza San Domenico Maggiore staat hoog boven op een zuil een bronzen standbeeld van de heilige Dominicus. De kerk op het plein is eveneens aan San Domenico gewijd. Karel I van Anjou liet de kerk bouwen voor de steeds belangrijker wordende dominicaanse orde (zie ook het stukje van 28 maart). In de middeleeuwen bood het klooster onderdak aan de invloedrijke filosoof en theoloog Thomas van Aquino. In de kerk hing tot een aantal jaren geleden Caravaggio’s Flagellazione di Cristo (De geseling van Christus), die nu een paar kilometer verderop in het museum van Capodimonte te bewonderen is. In de San Domenico hangt uiteraard nog een kopie die in de 17de eeuw door Andrea Vaccaro werd gemaakt.

Niet direct aan de Spaccanapoli, maar te mooi om niet te noemen, is de Cappella Sansevero. De kapel is in 1590 gebouwd als grafkapel voor de leden van de familie Sangro, in opdracht van prins Raimondo di Sangro. Deze Raimondo was tevens een vrijmetselaar en alchemist, hetgeen duidelijk in de kapel is terug te zien. Zo worden aan hem twee macabere experimenten toegeschreven waarvan de resultaten in een zijruimte van de kapel worden tentoongesteld. De prins zou twee proefpersonen een speciale conserverende vloeistof hebben laten drinken, dat het totale vlechtwerk van hun aderen mummificeerde – en waaraan ze dus overleden. Het meest spectaculaire dat in de Cappella Sansevero te zien is, is echter de Cristo Velato (Gesluierde Christus) van de hand van de Napolitaanse beeldhouwer Giuseppe Sanmartino. Met een onwaarschijnlijke verfijning is het dode lichaam van Christus afgebeeld onder een flinterdunne sluier. De gelaatstrekken en de armspieren zijn nog heel goed onder de sluier te zien, waardoor het net lijkt alsof het beeld later is toegedekt. Ongelooflijk dat iemand zo’n levend kunstwerk uit één blok marmer kan creëren…

Eenmaal terug in de Spaccanapoli wacht je de Piazzetta Nilo, maar daarover (en over het vervolg van de straat) dinsdag meer!

Getagd met:
feb 17

Een (schrale) troost voor iedereen die de komende maanden geen tijd heeft om de grote Caravaggio-expostie in de Scuderie del Quirinale (waar ik gisteren over schreef) te gaan bekijken: in het centrum van Rome zijn ook na 13 juni meer dan twintig originele werken van Caravaggio te bewonderen. Met een paar stevige schoenen en voldoende tijd voor een koffiepauze onderweg kun je ze op één dag allemaal bekijken (mits je geen aandacht besteedt aan alle andere grote werken die in de musea en palazzi te zien zijn!).

In vroeger tijden kwamen de meeste reizigers de stad binnen via de Porta del Popolo, iets ten noorden van het Piazza del Popolo. Op dit plein laat ik daarom ook de tocht langs alle Caravaggio’s in Rome van start gaan. In de Santa Maria del Popolo hangen om te beginnen misschien wel de bekendste religieuze werken van Caravaggio: De bekering van Paulus en De kruisiging van Petrus.

Even verderop vind je, in de Galleria Borghese, de grootste dichtheid aan Caravaggio’s: Zieke Bacchus (een vroeg zelfportret), Jongen met een fruitmand, Madonna met de slang, Hiëronymus in zijn studeervertrek, David met het hoofd van Goliath en Johannes de Doper. Van dit laatste schilderij is echter niet helemaal zeker of het wel een echte Caravaggio is.

Verlaat het park rondom de Galleria Borghese via de Porta Pinciana en sla de Via Veneto in. In de tweede straat aan je rechterhand, de Via Lombardia, schilderde Caravaggio, op nummer 46, achter de hermetisch gesloten deuren van het Casino Ludovisi een plafondfresco met in de hoofrollen Jupiter, Neptunus en Pluto. De huidige bewoner van het pand is de ambassadeur van de Verenigde Staten, die helaas geen bezoek ontvangt. Hoe Caravaggio’s fresco er precies uitziet, blijft dus een goed bewaard geheim… Aan de Via Veneto zelf vind je in de Santa Maria della Concezione Caravaggio’s Heilige Franciscus.

Steek het Piazza Barberini over en sla de Via delle Quattro Fontane in. Hier bevindt zich op nummer 13 het Palazzo Barberini, waar een van Caravaggio’s bloederigste werken te bewonderen is: Judith onthoofdt Holofernes.

Caravaggio woonde jarenlang in het Palazzo Madama. Rondom dit palazzo zijn dan ook nog veel Caravaggio’s op hun oorspronkelijke plek te bewonderen. In de San Luigi dei Francesi decoreerde Caravaggio de Contarellikapel met drie enorme schilderijen over het leven van de evangelist Mattheus: Christus neemt de tollenaar als leerling, De inspiratie van Mattheüs en Het martelaarschap van Mattheüs.

Iets verderop, in de relatief onbekende Sant’Agostino, is Caravaggio’s Madonna di Loreto te bewonderen. Om de hoek van de Sant’Agostino ligt de Via della Scrofa. Op deze plek veranderde Caravaggio’s leven voorgoed. Op zondagavond 28 mei 1606 liep Caravaggio hier Ranuccio Tomasoni tegen het lijf, die hem nog tien scudi verschuldigd was na een weddenschap om een tenniswedstrijd. De twee begonnen te bekvechten en al snel trokken ze hun wapens. Tomasoni overleefde het niet en Caravaggio moest Rome ontvluchten.

Vluchten is tevens het thema van een van de Caravaggio’s in het Palazzo Doria Pamphilj. Hier hangen Rust tijdens de vlucht naar Egypte, Maria Magdalena en nog een Johannes de Doper. Waarschijnlijk is dit schilderij van Johannes de Doper ook geen echte Caravaggio, net als het portret in de Galleria Borghese. Het is wel een vrij goede kopie, wellicht van Caravaggio’s eigen hand. Het origineel is terug te vinden in de Musei Capitolini, net als De Waarzegster. Wanneer je de Tiber oversteekt, vind je in het Palazzo Corsini (aan de Via della Lungara) nog een Johannes de Doper. Ook hangt hier Caravaggio’s Narcissus.

In een van de zalen van de Vaticaanse Musea tref je Caravaggio’s De graflegging van Christus aan, het laatste werk op deze Caravaggio-tocht door Rome. Tijd voor een glas wijn!

Zieke Bacchus
(zelfportret van Caravaggio)

 

 

 

 

 

 

 

Let op: niet alle werken van Caravaggio hangen altijd op hun plek. Zijn schilderijen worden regelmatig uitgeleend aan (buitenlandse) musea.

Getagd met:
feb 16

Vanaf 20 februari zijn in de Scuderie del Quirinale, de voormalige paardenstallen van het presidentieel paleis in Rome, zo’n dertig werken van Caravaggio te bewonderen. Met deze tentoonstelling wordt herdacht dat Michelangelo Merisi da Caravaggio vierhonderd jaar geleden op het strand van Porto Ercole aan malaria of een griepvirus is bezweken.

Caravaggio; Canestra di frutta (1597)

Een aantal schilderijen werd (bijna) nooit eerder uitgeleend. De Fruitmand uit de Pinacoteca Ambrosiana in Milaan bijvoorbeeld, dat in de kunstgeschiedenis geldt als het eerste belangrijke stilleven, verliet zelfs nooit eerder het museum. Caravaggio schilderde de mand eind zestiende eeuw. Sinds 1607 hangt het schilderij in de Pinacoteca Ambrosiana en nu is het dus vier maanden in Rome te bezichtigen. Ook De Graflegging uit de Vaticaanse Musea en De Madonna met de Rozenkrans uit het Kunsthistorisch Museum in Wenen werden tot nu toe nauwelijks uitgeleend.

Van De Emmaüsgangers zijn twee versies te vergelijken: die van de National Gallery in Londen en die van de Pinacoteca di Brera in Milaan. De Annunciatie uit Nancy werd speciaal voor deze expositie gerestaureerd. Het doek is al twee maanden in Rome, aangezien het wordt onderworpen aan een radiografisch onderzoek dat mogelijk nieuwe zaken aan het licht brengt over de werkwijze van de schilder. Voor deze bijzondere tentoonstelling leenden onder andere het Metropolitan Museum in New York, de Uffizi in Florence en de Hermitage in Sint-Petersburg hun Caravaggio’s uit.

Het leven van Caravaggio
Caravaggio (1571 – 1610) werd als Michelangelo Merisi da Caravaggio geboren in het dorpje Caravaggio, in de buurt van Bergamo. Op elfjarige leeftijd werd hij wees en ging hij in Milaan in de leer bij een kunstschilder. In 1593 vertrok Caravaggio naar Rome, waar hij als schildersleerling voornamelijk fruit en bloemen mocht tekenen. Hier begon zijn carrière als schilder van stilleven. Hij trok echter al snel de aandacht van belangrijke opdrachtgevers en binnen korte tijd maakte Caravaggio furore in Rome. Hij werd gevraagd voor de decoratie van een kapel in de San Luigi dei Francesi én in de Santa Maria del Popolo. Morgen zal ik een compleet overzicht geven van alle Caravaggio’s die – ook na afloop van deze tentoonstelling – in Rome te bewonderen zijn.

Caravaggio’s korte leven was een aaneenschakeling van schandalen. Hij kwam voortdurend in aanvaring met justitie. Uiteindelijk ontvluchtte hij Rome in 1606. Na een verblijf in Napels kwam hij in Malta terecht, waar hij zich aansloot bij de Orde van de Maltezer Ridders. In Valletta wijdde hij zich aan een monumentaal werk over de moord op Johannes de Doper, maar ook hier belandde hij binnen de kortste keren in de gevangenis. Hij wist te ontsnappen en vluchtte naar Sicilië. Hij stierf uiteindelijk op een strandje in de buurt van Rome.

Caravaggio
20 februari – 13 juni 2010

Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16
Roma
www.scuderiequirinale.it

Meer lezen over het leven van Caravaggio?
In Caravaggio – Het genie van Rome verbeeldt Margreet Hofland het turbulente leven van Caravaggio.

Getagd met:
feb 10

Midden in het drukke centrum van Rome, tussen het Piazza della Rotonda (het pleintje waaraan het Pantheon ligt) en Piazza Venezia (met het enorme witte monument voor Victor Emanuel II), houdt zich een ongekend mooie kunstverzameling verborgen: het Palazzo Doria Pamphilj. Het palazzo is vernoemd naar twee families: de familie Pamphilj en de familie Doria. Het werd oorspronkelijk gebouwd voor de vooraanstaande Pamphilj-familie, waarvan paus Innocentius X misschien wel de bekendste telg is. In de achttiende eeuw beschikte de familie Pamphilj echter niet over een directe erfgenaam. In 1763 besloot paus Clemens XIII daarom dat de familie Doria alle eigendommen van de Pamphilj-familie zou erven, op voorwaarde dat de Doria’s zich in Rome zouden vestigen. Zo gezegd, zo gedaan. De Doria’s namen het paleis van de Pamphilj over en gaven het de naam Palazzo Doria Pamphilj. De Doria’s waren enorme kunstliefhebbers en verzamelden generaties lang honderden kunstwerken van formaat. Het palazzo is overigens ook nu nog in handen van de familie Doria Pamphilj; sommige vertrekken worden zelfs nog door leden van de familie bewoond.

Het palazzo huisvest tegenwoordig echter ook een museum. Er bevinden zich meer dan 400 vooraanstaande kunststukken (van de 15de tot de 18de eeuw), waaronder werken van de grote Italiaanse meesters Tintoretto, Titiaan, Raffael, Correggio, Caravaggio en Bernini. Werkelijk elke muur in elke zaal hangt van onder tot boven vol met schilderijen. Er schijnt zelfs een computer aan te pas te zijn gekomen om ervoor te zorgen dat alle schilderijen opgehangen konden worden! In een klein kamertje hangt een heel bijzonder portret van paus Innocentius X, geschilderd door Velázquez. Het is een erg realistische afbeelding; je ziet in één oogopslag dat de paus nogal een vinnig karakter had. Vergelijk zijn geschilderde gezicht maar eens met het gezicht van zijn beeld dat in hetzelfde kamertje staat en dat gemaakt is door Bernini. Het allermooiste gedeelte van het palazzo is misschien wel de spiegelgalerij. Lang niet zo groots als de Spiegelzaal in het Paleis van Versailles, maar zeker zo mooi. Door de hoge ramen dansen de zonnestralen op de in de zaal aanwezige beelden, waardoor de sfeer van vroeger bijna tastbaar wordt.

Aangezien dit museum nog geen grote bekendheid heeft verworven onder de toeristenpopulaties die Rome overspoelen, kun je hier heerlijk in je eentje ronddwalen. Je kunt de kleinste details van de schilderijen bekijken en je voelt je bijna een gast in plaats van een betalende bezoeker. Wanneer je je nog meer thuis wilt voelen, raad ik je aan een audioguide te nemen. Prins Jonathan Doria Pamphilj heeft in hoogsteigen persoon de geschiedenis van zijn familie ingesproken. Hij troont je mee over de rode bakstenen vloeren die vroeger met de hand geboend moesten worden, hij leidt je langs de omvangrijke collectie schilderijen en verleidt je met anekdotes uit lang vervlogen tijden. Wanneer je met prins Jonathan Doria Pamphilj door de balzaal, de troonzaal, de indrukwekkende kapel of over een van de vijf prachtige binnenplaatsen schrijdt, waan je je even zijn verloofde, die hij voor het eerst door zijn huis leidt en die steeds kreetjes van verrukking slaat om al het moois dat ze om zich heen ziet.

Gelukkig beschikt het Palazzo Doria Pamphilj over een erg leuke koffiebar, Caffè Doria, waar je na al die opgedane indrukken even kunt ontnuchteren voor je weer de hectische Via del Corso instapt. Naast espresso, cappuccino, latte macchiato en 48 (!) verschillende soorten thee kun je je hier te goed doen aan een ijskoude cappuccino om de laatste hersenspinsels over de warme stem van prins Jonathan uit je hoofd te laten verdwijnen…

Palazzo Doria Pamphilj
Via del Corso 305
Roma
www.dopart.it

Voor wie geen tijd heeft om weg te dromen bij prinsen en portretten: Caffè Doria heeft ook een ingang aan de Via della Gatta.

Getagd met:
preload preload preload