dec 20

Voor zover bekend is Artemisia Gentileschi de enige vrouw die een beroemde Annunciatie heeft geschilderd. Artemisia werd geboren in Rome, waar ze van haar vader, Orazio Gentileschi, leerde hoe ze het penseel moest hanteren. Op advies van haar vader ging ze in de leer bij Agostino Tassi, een schilder die voornamelijk landschappen vastlegde.

Tassi leerde Artemisia de kunst van het perspectief, maar maakte misbruik van zijn positie als leraar. Hij misbruikte Artemisia en zou haar vader hebben bestolen. Na een langdurig en ingewikkeld proces werd Tassi weliswaar voor korte tijd achter de tralies gezet, maar voor Artemisia was er al te veel verloren gegaan. Ze keerde Rome de rug toe en trouwde met de Florentijn Pierantonio Stiattesi, met wie ze naar Florence trok.

Hier werd ze in 1616 als eerste vrouw ooit toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno, de meest vooraanstaande kunstacademie. Artemisia schilderde in de stijl van Caravaggio en maakte net als hij veel gebruik van chiaroscuro, een schildertechniek waarbij het contrast tussen licht en donker wordt uitvergroot.

In Florence schilderde ze een aantal van haar beroemdste werken, waaronder Judith onthoofdt Holofernes (nog steeds te zien in de Galleria degli Uffizi) en Maria Magdalena (te bewonderen in het Palazzo Pitti). Toch bracht ook Florence haar geen geluk. Haar huwelijk met Pierantonio Stiattesi liep stuk en ze keerde terug naar Rome, vanwaar ze naar Venetië en Napels reisde. Hier schilderde ze naar alle waarschijnlijkheid haar Annunciatie, die bovenaan dit stukje prijkt, met twee krachtige vrouwenfiguren en een prachtig spel van licht en donker.

Deze Annunciatie is in het bezit van het Museo di Capodimonte in Napels. Volgens een aantekening van Suor Plautilla Nelli zouden er nog twee Annunciaties moeten bestaan, die in het bezit zouden zijn van twee rijke Florentijnse dames. Daarover is echter helemaal niets terug te vinden; voor zover bekend is het bovenstaande doek de enige Annunciatie van Artemisia’s hand.

Wie meer werken van Artemisia Gentileschi wil zien, kan nog tot en met 29 januari 2012 terecht in het Palazzo Reale in Milaan, waar de tentoonstelling Artemisia Gentileschi – Storia di una passione gewijd is aan het werk van Artemisia. De tentoonstelling laat vooral werken zien uit vier verschillende fasen van Artemisia’s leven: haar tijd in Rome, met haar vader als leraar, haar tijd in Florence, haar terugkeer in Rome en de laatste jaren van haar leven in Napels, waar ze in 1653 overleed.

Wie geen gelegenheid heeft de tentoonstelling te bezoeken, kan gratis de unieke app Artemisia Gentileschi (voor iPhone en iPad) downloaden. De app is namelijk niet alleen een audioguide voor de tentoonstelling, maar tevens een ontdekkingsreis door het leven en de werken van Artemisia.

Je zit als het ware aan Artemisia’s bureautje en kan haar spulletjes, kaarten en geschriften aanraken. Zo leer je haar kennen, als vrouw en als schilder. Haar verhaal komt in woord en beeld tot leven, haar passie, doorzettingsvermogen en talent spatten van het scherm af. Dankzij de moderne techniek duik je als het ware in haar werk en kun je inzoomen tot je zelfs de kleinste details kunt zien.

Wie nog dieper in het leven van Artemisia wil duiken, moet de boeiende roman lezen die Susan Vreeland over deze opzienbarende kunstenares schreef, maar daarover morgen meer!

dec 06

Het indrukwekkende Palazzo Pamphilj aan het uiteinde van Piazza Navona, dat ooit toebehoorde aan paus Innocentius X, heeft even zijn deuren geopend. Tot en met 16 december kun je er elke woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag terecht voor een expositie met werk van Vik Muniz.

De werken hangen in de Galleria Cortona, de enorme zaal die bekend staat om zijn prachtige plafondschildering, gemaakt door Pietro da Cortona. Van het plafond kun je normaal gesproken slechts een glimp opvangen, als het buiten donker is en het licht in de zaal aan is. Een veelbelovende glimp weliswaar, maar de deur naar meer bleef tot voor kort hermetisch gesloten voor gewone Romeinen en toeristen.

Toen ik dan ook van deze unieke gelegenheid hoorde nadat ik zaterdagochtend in Rome was aangekomen, besloot ik er direct even naartoe te gaan. In eerste instantie vooral voor het schitterende plafond van Pietro da Cortona – die Braziliaanse kunstenaar deed mijn hart niet zo snel kloppen als het idee Da Cortona’s schildering in volle glorie te zien.

Dat plafond was inderdaad prachtig. Ik zal nog wel eens in de geschiedenis ervan duiken, maar voor wie alvast een indruk wil krijgen zonder de mogelijkheid voor 16 december de Braziliaanse ambassade in Rome binnen te wandelen: via deze link maak je een virtuele tocht door Galleria Cortona.

Waar ik echter toch ook erg van onder de indruk was, waren de werken van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (1961). In de Galleria Cortona zijn zeven werken te zien van deze ‘afvallige kunstenaar’. Het zijn stuk voor stuk meesterwerken van Italiaanse schilders. De zieke Bacchus en Narcissus van Caravaggio, De schepping van Adam van Michelangelo, Atlas (met de wereld op zijn rug) van Barbieri, om er een paar te noemen.

Het zijn deze Italiaanse werken die al vroeg indruk maakten op Muniz. Hij reproduceerde ze, maar niet zoals de Italiaanse meesters op doek. Nee, hij maakte de schilderijen na met behulp van afval. Van oud papier of van een combinatie van halve etalagepoppen, oude schroeven, kapotte kratjes en wat er allemaal maar aan afval te vinden is, maakt Muniz een meesterlijke, originele kopie van een meesterwerk.

Dat klinkt eenvoudiger dan het lijkt, want voor sommige doeken is een enorme oppervlakte nodig. Muniz tekent hiervoor eerst de compositie op de vloer van zijn studio, waarna hij de vlakken opvult met afval of met stroken oud papier. Hij maakt, zoals hij zelf stelt, kunst van iets wat mensen niet meer willen hebben, niet meer willen zien. Zo transformeert hij nutteloze dingen tot onmisbare zaken. Elk stuk afval heeft zijn plek in het geheel, en die hele afvalberg samen vormt een waardevol kunststuk.

Van zijn papieren werken (Pictures of Magazines) zijn er twee te zien in Rome: De zieke Bacchus van Caravaggio en De slagerij van Hannibal Carracci. Veelzeggende plaatjes en foto’s uit tijdschriften, veelal van bekende filmsterren of artiesten, verliezen hun uniciteit en worden een – samen vormen ze een groter geheel, een grotere kunstvorm.

Vergelijk de originele werken maar eens met de papieren versie van Muniz:

Van de serie Pictures of Junk, waarin de schilderijen dus zijn nagemaakt met behulp van een hoop afval, zien we in de Brazilaanse ambassade Atlas van Giovanni Francesco Barbieri (Il Guercino), Atalanta en Hippomenes van Guido Reni, Prometheus van Titiaan en De schepping van Adam van Michelangelo. Ook hier een vergelijking tussen een aantal originelen en de werken van Muniz:

Wie nog in de gelegenheid is de Galleria Cortona voor 16 december te bezoeken, zou dat zeker moeten doen. De Braziliaanse ambassade is tot die datum open op woensdag, donderdag en vrijdag geopend van 16 tot 19 uur, en op zaterdag van 11 tot 18 uur. De toegang is gratis – de ervaring onbetaalbaar!

aug 08

Vandaag wandelen we door het centrum van Milaan, zodat jullie een beetje een indruk krijgen van wat jullie komende dagen staat te wachten. In de loop van deze en volgende week komt een aantal bezienswaardigheden uitgebreid aan bod en krijgen jullie wat Milanese recepten die de smaak van de stad en de omgeving naar het noorden brengen.

We beginnen op het Piazza del Duomo. Het gebied rond de Duomo was in de vierde eeuw het religieuze hart van Milaan. Tot de veertiende eeuw stonden hier de basilieken Santa Tecla en Santa Maria Maggiore en de doopkapellen San Giovanni alle Fonti en Santo Stefano. Al deze gebouwen moesten worden gesloopt om plaats te maken voor de gigantische kathedraal.

In die tijd was heel Milaan maar iets groter dan wat nu het oude stadshart is: het huidige Piazza della Scala (op een steenworp afstand van de Duomo) lag aan de rand van de stad! Je kunt je wel voorstellen hoe groots de Duomo oogde, en hoe indrukwekkend de aanblik van deze kerk was. Ook nu nog maakt de Duomo een onvergetelijke indruk. Het is bijna onmogelijk om alle details van de voorgevel in je op te nemen.

© foto Giovanni Dall’Orto

Een bezoek aan het dak van de Duomo is eigenlijk een must als je in Milaan bent. Het is een unieke ervaring op het dak van de kerk rond te lopen, waar eveneens veel prachtige beelden te zien zijn. Ook heb je vanaf hier een schitterend uitzicht op de stad en – met helder weer – op de besneeuwde bergtoppen.

Vanaf de Duomo zie je ook goed het stratenplan van Milaan. Pas in de negentiende eeuw werden er vanaf het Piazza del Duomo brede straten aangelegd. Ook de enorme winkelgalerij met glazen koepel staat er nog niet zo heel lang. Rond 1860 werden de vervallen gebouwen rondom de Duomo gesloopt om plaats te maken voor de Galleria Vittorio Emanuele II, die na de Italiaanse eenwording hét symbool van Milaan werd.

De chique winkelgalerij moest het Piazza del Duomo verbinden met het Piazza della Scala en maakte deel uit van een groots stadsvernieuwingsproject. De vloer van de centrale achthoekige ruimte onder de 47 meter hoge koepel is versierd met verschillende mozaïeken (waarover overmorgen meer); de mozaïeken op de bogen stellen de continenten Azië, Amerika, Afrika en Europa voor.

Aan het andere uiteinde van de Galleria ligt het Piazza della Scala, dat zijn naam dankt aan het wereldberoemde operagebouw Teatro alla Scala, dat door Giuseppe Piermarine is gebouwd op de plek waar eerst de Santa Maria della Scala stond, een kerk die was gebouwd voor Regina della Scala, de vrouw van een van de Visconti’s.

Het theater werd op 3 augustus 1778 ingewijd met een opera van Antonio Salieri. La Scala werd in 1943 gebombardeerd, maar drie jaar later weer in volle glorie herbouwd. De traditionele gala-avond waarmee het operaseizoen begint, vindt altijd plaats op 7 december, de feestdag van Sant’Ambrogio, de beschermheilige van Milaan. De zaal telt wel 2015 zitplaatsen – het moet geweldig zijn hier op de planken te staan en al die mensen in vervoering te brengen!

Via de Piazza San Fedele en de Via Agnello lopen we naar de Corso Vittorio Emanuele II, een van de belangrijkste winkelstraten van Milaan. Deze enorm indrukwekkende winkelstraat volgt de route van een oude Romeinse straat, de Corsia dei Servi (slavenlaantje). Deze straat was in 1628 het toneel van broodrellen, die Manzoni beschrijft in zijn beroemde werk I promessi sposi. Nu is het er net zo druk als tijdens die rellen, maar dan met winkelende mensen, druk bellende zakenmensen en winkeliers uit de buurt die even snel een espresso komen drinken.

Aan het einde van deze winkelstraat ligt de San Babila, een Romaanse kerk uit de elfde eeuw. De kerk staat in schril contrast met de andere gevels aan het gelijknamige plein, die allemaal in 1927 zijn gerenoveerd onder leiding van Albertini. De gevels van de kantoren, winkels en luxe-appartementen geven een perfect beeld van de functionele manier waarop het fascistische gemeentebestuur uit die tijd zich bezig hield met planologie.

Hier in de buurt vind je het huis van Alessandro Manzoni, de auteur van het net genoemde I promessi sposi. Manzoni woonde hier van 1814 tot 1873, toen hij na een val van de trappen van de San Fedele aan zijn einde kwam. Het perfect bewaard gebleven interieur bevat onder andere het vertrek waar Manzoni in 1862 Garibaldi ontving en zes jaar later Verdi ontmoette. Het meest indrukwekkend vond ik echter de enorme bibliotheek, met een collectie van meer dan 40.000 boekwerken!

De buurt waarin het huis van Manzoni zich bevindt, wordt ook wel Quadrilatero d’Oro (gouden vierhoek) genoemd. De Via Manzoni, de Via Monte Napoleone, de Corso Venezia en de Via della Spiga vormen een vierkant waarbinnen alle belangrijke modeketens een winkel hebben: Valentino, Gucci, Armani, Cartier, Prada, Chanel, Versace… Hier vergaap je je aan de mooie etalages en aan de mensen die bepakt en bezakt met hun nieuwe aanwinsten naar buiten wandelen.

Een van de bekendste bezienswaardigheden van Milaan ligt aan de andere kant van de stad. In het klooster dat bij de Santa Maria delle Grazie hoort, schilderde Leonardo da Vinci zijn Laatste Avondmaal. De positie van de apostelen, hun gezichten en de gebruikte symbolen hebben in de loop der tijd voeding gegeven aan verschillende complottheorieën, waarvan de bekendste natuurlijk wordt uitgewerkt in De Da Vinci Code van Dan Brown. Volgende week staan we wat uitgebreider stil bij Leonardo’s apostelen.

Aan de nabijgelegen Corso Magenta, met zijn chique winkels en historische gebouwen, vind je op nummer 65, net voorbij de kerk, het gebouw waar Da Vinci verbleef toen hij aan het Laatste Avondmaal werkte. Hier is nu een chique boekhandel, Libreria degli Atellani, gevestigd. Op nummer 61 staat het Palazzo delle Stelline, ooit een weeshuis voor meisjes en nu een congrescentrum. Op de hoek met de Via Carducci, die de oorspronkelijke loop van het Navigli-kanaal volgt, is Bar Magenta gevestigd, een van de oudste barretjes van Milaan. Hier schenken ze al koffie sinds het begin van de negentiende eeuw!

Aan het Piazza Sant’Ambrogio staat de gelijknamige kerk, die voor de Milanezen eigenlijk nog belangrijker is dan de Duomo, aangezien de kerk is gewijd aan de patroonheilige van de stad. Deze kerk vereren we volgende week met een uitgebreid bezoek!

Rechts van de Sant’Ambrogio bevindt zich de Università Cattolica del Sacro Cuore, gevestigd in het oude benedictijner klooster. De universiteit werd in 1921 opgericht door pater Agostino Gemelli. De twee kruisgangen, met Ionische en Dorische zuilen, zijn twee van de vier zuilen die Bramante in 1497 had ontworpen. Deze universiteit is een van de meest gerenommeerde onderwijsinstellingen van Italië. Neem zeker even een kijkje in de aula magna met zijn schitterende gewelfde plafonds. Ook al ben je geen student, je mag hier gerust even naar binnen lopen!

Ook de Pinacoteca Ambrosiana is een bezoek meer dan waard. Dit museum werd al in 1618 opgericht, door kardinaal Federico Borromeo, de neef van San Carlo en diens opvolger als aartsbisschop van Milaan. Het museum maakte deel uit van een groot cultureel project, dat ook de Bibliotheca Ambrosiana en de Accademia del Disegno omvatte. Het museum moest vooral een inspiratiebron zijn voor jonge kunstenaars. De collectie omvat onder meer werken van Caravaggio, Botticelli, Rafaël en Titiaan. De Bibliotheca Ambrosiana, die in het museum gevestigd is, heeft een collectie van meer dan 75.000 boeken, waaronder meer dan duizend pagina’s van de Codex Atlanticus van Leonardo da Vinci.

Een ander groot Milanees museum bevindt zich in het Castello Sforzesco, aan het eind van de Via Dante, een van de chiquere straten van de stad. Het Castello werd in 1368 door de Visconti’s gebouwd en later in opdracht van de Sforza’s verfraaid en verbouwd tot een schitterend renaissancepaleis. Onder Francesco Sforza, die vanaf 1450 heer van Milaan was, en zijn zoon Lodovico il Moro bood het Castello plaats aan een van de meest luisterrijke hoven van de renaissance. Leonardo da Vinci en Bramante kwamen er regelmatig en werkten aan menig opdracht voor de Sforza’s.

Tijdens het bewind van de Spanjaarden en de Oostenrijkers raakte het kasteel in verval en kreeg het zijn oorspronkelijke militaire functie weer terug. Het werd uiteindelijk door Luca Beltrami van de sloop gered. Beltrami restaureerde het Castello tussen 1893 en 1904 en verbouwde het tot een belangrijk museumcentra, de Musei Civici, die nog tot op de dag van vandaag in het kasteel gehuisvest zijn.

De middelste toren aan de voorzijde, de Filarete-toren, werd in 1521 verwoest toen het buskruit dat er lag opgeslagen explodeerde. De toren werd in 1905 herbouwd door Beltrami, die hierbij uitging van het originele ontwerp van Filarete. In de kleine toren linksachter, de Torre Castellana, had Lodovico il Moro zijn schatkamer ondergebracht. Die werd ‘bewaakt’ door Argus, die bij de ingang van de Sala del Tesoro staat afgebeeld op een fresco van Bramante.

Achter het Castello ligt het Parco Sempione, een park van ruim 47 hectare groot. Toch beslaat dit park nog maar een deel van de oude hertogelijke tuin van de Visconti’s, die in de vijftiende eeuw werd uitgebreid tot een jachtdomein van zo’n 300 hectare. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in het park tarwe verbouwd, maar na de wederopbouw werd het weer een plaats waar de Milanezen even kunnen ontspannen.

Nog iets verder naar het noorden vind je een van de prachtigste plekken van Milaan, het Cimitero Monumentale, dat dankzij de prachtige beelden en graven wel iets weg heeft van een openluchtmuseum. De Famedio (Famae Aedes), het ‘huis voor beroemdheden’, vormt het hart van het kerkhof. Het is een soort pantheon waar beroemde Milanezen en niet-Milanezen zijn begraven. Je ziet bijvoorbeeld de graftomben van de auteur Alessandro Manzoni, van de architect Luca Beltrami en van de dichter en Nobelprijswinnaar Salvatore Quasimodo. Ook staan er busten van Garibaldi, Verdi en Cavour.

Een bezoek aan het Cimitero Monumentale is bijna een bezoek aan een museum voor de kunst van eind negentiende eeuw tot nu. In het Civico Mausoleo Palanti, een enorm mausoleum met een crypte, die in 1943 dienst deed als schuilkelder, bevinden zich de graftomben van de komiek Walter Chiari en van Hermann Einstein, de vader van de beroemde Albert Einstein.

Wandel rustig langs de graven en laat de kunstige monumenten op je inwerken. In de middelste laan staan twee graftomben die zijn ontworpen door Enrico Butti. De eerste, de tombe van de jonge Isabella Casati, wordt ook wel Jonge vrouw betoverd door een droom genoemd. Hier bevindt zich ook een schrijn van Besenzanica, Werk genaamd. Rechts zie je de monumentale tombe van Toscanini, gebouwd voor de zoon van de dirigent. Indrukwekkend zijn ook de tomben van Carlo Erba, Bocconi, Campari en Falck.

Fare aperitivo, oftewel een aperitief drinken, is een Milanese gewoonte en mag dan ook zeker niet ontbreken tijdens een tocht door Milaan. De leukste plek voor een aperitivo is de wijk Navigli, een wijk rondom de restanten van een belangrijk stelsel van waterwegen dat door een groot deel van de stad liep. Over het Naviglio Grande is bijvoorbeeld het Candoglia-marmer vervoerd dat nodig was voor de bouw van de Duomo.

Ook de artistieke wijk Brera is een prima plek voor een aperitief. Mocht je hier wat eerder op de dag zijn, neem dan de tijd voor alle bijzondere plekken in deze studentenwijk: de kerk Santa Maria del Carmine, de Pinacoteca di Brera (een van de beroemdste musea van Italië), de kleine, originele winkeltjes en de gezellige koffiebarretjes.

Genoeg inspiratie voor een bezoek aan Milaan hoop ik, de komende dagen ga ik wat dieper in op een aantal prachtige plekken. Morgen gaan we terug naar het begin van deze wandeling voor een bezoek aan het mooiste beeld van de stad!

mrt 24

Michelangelo Merisi da Caravaggio heeft in de loop van zijn door geweld en tegenspoed getekende leven de meest dramatische schilderijen van zijn tijd gemaakt, veelal religieuze taferelen waarvoor hij echter gewone mannen en vrouwen als model gebruikte. Op bijzonder verhelderende wijze laat Andrew Graham-Dixon in Caravaggio – Een leven tussen licht en duisternis zien hoe de schilderijen van Caravaggio zich onderscheiden door hun dramatiek, hun directheid en menselijkheid en hoe volledig hij brak met de conventies van zijn tijd.

In deze fascinerende biografie wordt gebruikgemaakt van al het belangrijke bronnenmateriaal dat voorhanden is, waaronder veel recent ontdekte documenten. Caravaggio – Een leven tussen licht en duisternis werpt een heel nieuw licht op de vriendschappen en vijandschappen van de schilder, de factoren die zijn kunst hebben vormgegeven, en de gebeurtenissen die hebben geleid tot zijn vroegtijdige dood. Dit standaardwerk is een meeslepend en levendig portret van een groot schilder, en biedt ook nog eens een prachtig beeld van het Italië rond 1600.

De auteur, Andrew Graham-Dixon, schreef eerder een groot aantal boeken over kunst, die vele malen zijn bekroond. Voor de BBC presenteerde hij zeven tv-series over kunst. Al meer dan 25 jaar heeft hij een column, eerst in de Independent, thans in The Sunday Telegraph. Ruim tien jaar heeft hij het leven en werk van Caravaggio bestudeerd.

Neil MacGregor, directeur van het British Museum, zei over Andrew Graham-Dixon: ‘Hij interpreteert de schilderijen van Caravaggio vanuit de gewoontes en aannames, gedachten en angsten van diens tijdgenoten, zodat we de schilderijen scherper en intensiever gaan zien en voelen.’ NRC Handelsblad was bij de recensie van het Engelstalige boek eveneens positief: ‘Zowel dit bloedstollende relaas als de beschrijvingen van Caravaggio’s werk waarmee het doorspekt is, getuigen van de aanzienlijke vaardigheden van Graham-Dixon als verteller en onderzoeker.’

Een fragment uit Caravaggio – Een leven tussen licht en duisternis:

‘Caravaggio begon waarschijnlijk halverwege 1593 voor de gebroeders Cesari te werken. Het was een veelbewogen tijd voor zijn nieuwe werkgevers. Eind 1592 was Bernardino Cesari ter dood veroordeeld vanwege contacten met bekende bandieten en had hij de benen genomen naar Napels. Maar in mei van het volgende jaar was hij weer terug in Rome, na een pauselijk pardon dankzij de tussenkomst van kardinaal Paolo Emilio Sfrondato, een van de machtige beschermheren van de werkplaats van de Cesari’s.

Giuseppe had nu alle hulp nodig die hij kon krijgen. Het atelier had het druk: de pauselijke thesaurier Bernardo Olgiati had opdracht gegeven voor de decoratie van een hele kapel in de kerk van Santa Prassede. Daar moesten afbeeldingen van de profeten, sibillen en kerkleraren komen, en daarnaast een Verrijzenis en een monumentale Hemelvaart.

Er was ook een opdracht om het gewelf van de Contarellikapel in de kerk van San Luigi dei Francesi te voorzien van kleine scènes die geschilderd moesten worden binnen een ingewikkelde stucversiering. Zes jaar later zou Caravaggio de opdracht in de wacht weten te slepen voor twee grote doeken, bestemd voor de muren van dezelfde kapel.

Deze werken bezorgden hem meteen de reputatie van de meest oorspronkelijke religieuze kunstenaar van zijn tijd en zouden wat hij eerder in Cesari’s werkplaats had vervaardigd voor altijd in de schaduw stellen. Maar in 1593 was hij nog gewoon een leerling-schilder uit Lombardije die zich nog helemaal moest bewijzen.’

Hoe Caravaggio dat deed, en welke tegenslagen hij daarbij moest overwinnen, lees je in

Caravaggio – Een leven tussen licht en duisternis
Andrew Graham Dixon
vertaald door Pieter van der Veen & Chiel van Soelen
ISBN 9789046809488
€ 39,95
Nieuw Amsterdam Uitgevers

mrt 23

Vorig jaar was het precies 400 jaar geleden dat Caravaggio overleed – reden voor verschillende Romeinse musea om een tentoonstelling te wijden aan deze schilder, zijn leven en zijn werk:

Caravaggio a Roma – Una vita dal vero
In het Archivio di Stato (dat gevestigd is in het prachtige Palazzo della Sapienza, op een steenworp afstand van het Pantheon en Piazza Navona) wordt tot 15 mei 2011 voor de eerste keer in de geschiedenis het ware verhaal van Caravaggio verteld! Aan de hand van de originele documenten, schetsen en getuigenissen ontdek je de enige echte waarheid over het leven van Michelangelo Merisi, beter bekend als Caravaggio.  

We weten allemaal wel dat hij geen lieverdje was, maar wat zich precies in de straten van Rome heeft afgespeeld was lange tijd geheim. Onder leiding van een gids kom je tijdens een suggestief spel van waarheid en geschiedvervalsing achter de enige echte waarheid…

Zo onthult onderstaand document de volgende wetenswaardigheden:

1 Contra Micalangelum de Caravaggio
Het document is opgesteld in het Latijn. In de zeventiende eeuw werd Rome immers bestuurd door de Katholieke Kerk en was het Latijn de taal waarin de officiële documenten werden opgesteld. Caravaggio wordt hier beschuldigd van het illegaal in bezit hebben van een zwaard en een dolk.

2 Die sabbato 28 maii 1605
Caravaggio werd gearresteerd op zaterdag 28 mei 1605. Hij was toen 33 jaar en hoewel hij in die tijd een van de meest gevraagde kunstenaars was, stond hij ook bekend als een heethoofd en een herrieschopper.

3 Capitano Pino
Kapitein Pino, een van de hoogste officieren van de Capitolijnse Politie, was degene de Caravaggio arresteerde. Hij stelde de onder 4 genoemde verklaring op.

4 Verklaring van kapitein Pino
De verklaring van kapitein Pino is opgesteld in het Italiaans, aangezien de klerk een precieze weergave moest geven van Pino’s woorden. Kapitein Pino vertelt dat hij omstreeks het zevende uur (tussen twee en drie uur ’s middags) in de buurt van de Sant’Ambrogio aan de Via del Corso patrouilleerde, toen hij iemand met de naam Michelangelo voorbij zag komen met een zwaard en een dolk. Pino dwong Caravaggio te stoppen en vroeg hem of hij toestemming had deze wapens bij zich te dragen. Toen Caravaggio ontkennend antwoordde, besloot Pino hem te arresteren.

5 Schets van Caravaggio’s zwaard en dolk
Waarom op dit proces-verbaal een schets van het zwaard en de dolk te zien zijn, daar zijn de geleerden het niet over eens. Misschien omdat men twijfelde of Caravaggio wel de eerlijke bezitter van deze wapens was? Of om extra te benadrukken dat hij zonder permissie zwaar bewapend over straat liep?

6 Happy end
Caravaggio werd uiteindelijk vrijgesproken en kreeg zelfs zijn wapens terug. Aangezien Caravaggio onder bescherming stond van kardinaal Francesco del Monte, liep de zaak met een sisser af. De kardinaal gaf Caravaggio mondeling toestemming wapens bij zich te dragen, waardoor de politie geen reden had om de kunstenaar langer vast te houden of te veroordelen.

Meer van deze originele documenten met net zo’n interessante achterliggende verhalen worden nog tot en met 15 mei tentoongesteld in het Archivio di Stato in Rome. Maar ook in het Palazzo Venezia staat de schilder de komende tijd centraal, met twee bijzondere tentoonstellingen:

Caravaggio – La Bottega del Genio
In het Palazzo Venezia staat niet het leven van Caravaggio maar zijn schildertechniek centraal. In twee verschillende exposities kom je erachter hoe de kunstenaar te werk ging, hoe hij zijn doeken prepareerde, indeelde, bewerkte. Tot eind mei is de tentoonstelling Caravaggio – La Bottega del Genio (‘de werkplaats van het genie’) te bezichtigen. Aan de hand van manuscripten van kunsthistorici uit de tijd van en direct na Caravaggio kom je als bezoeker te weten hoe Caravaggio te werk ging.

 

Caravaggio – La Cappella Contarelli
In de voormalige refter van datzelfde Palazzo Venezia staan de schilderingen centraal die Caravaggio maakte in de Contarelli-kapel in de San Luigi dei Francesi, een paar straten verderop. De tentoonstelling onthult hoe Caravaggio te werk ging. Welke technieken gebruikte hij? Hoe bepaalde hij de verhouding licht en duisternis op zijn schilderijen? Hoe wist hij het licht te vangen? Maakte hij eerst een schets van de hele voorstelling of ging hij gelijk met zijn penseel aan de slag?

Voor wie wel benieuwd is naar het leven en werk van Caravaggio, maar de komende maanden niet in Rome is, heb ik morgen leuk nieuws. Dan vertel ik jullie meer over een prachtig nieuw boek over de kunstenaar, dat in april bij Nieuw Amsterdam Uitgevers verschijnt: Caravaggio – Een leven tussen licht en duisternis.

Heerlijk Rome
De Caravaggio’s in de San Luigi dei Francesi zien en genieten van allerlei culinaire heerlijkheden in de buurt? Op vrijdag 15 april wandel ik met een groepje Nederlanders door Rome en bekijken we onder andere Caravaggio’s schilderingen in de San Luigi de Francesi. Er zijn nog twee plaatsen vrij op deze wandeling. Meer informatie over de wandeling vind je via deze link.  Aanmelden kan via blog@ciaotutti.nl.

dec 09

Sinds vorige week is het Rembrandthuis in Amsterdam het toneel van een wereldprimeur. Terwijl ik door de straatjes van Napels struin, waar Caravaggio ooit zelf heeft gelopen, is in Amsterdam zijn De liggende Johannes de Doper te bewonderen. Althans, volgens sommige kenners. Anderen bestrijden ten zeerste of dit doek door Caravaggio zelf is gemaakt. Wie er gelijk heeft? Geen idee – zo goed ben ik niet thuis in de kunstwereld.

Uiteraard kwam ik wel even terug uit Napels om  een kijkje te nemen in het Rembrandthuis, waar De liggende Johannes de Doper tot en met 13 februari 2011 te zien is. Het schilderij is afkomstig uit een buitenlandse particuliere collectie en wordt, sinds de ontdekking ervan in 1976, door een groeiend aantal experts als een authentieke Caravaggio geaccepteerd. Zij beschouwen dit schilderij bovendien als het allerlaatste werk van deze beroemde Italiaanse meester. Volgens hen heeft Caravaggio het in 1610 voltooid – reden te meer om dit kunstwerk nog in 2010 aan het grote publiek te tonen, precies 400 jaar na het ontstaan ervan.

Maar waarom in Amsterdam, vraag je je wellicht af? Dat is niet helemaal toevallig. Zeker niet nu het schilderij onderdak heeft gevonden op een symbolische plek: het atelier van Rembrandt. Rembrandt wordt vaak beschreven als de ware artistieke erfgenaam van Caravaggio. De krachtige verbeelding van sterke emoties, dramatisch licht en opzienbarend realisme van beide kunstenaars maakt hen tot de twee grote genieën van de barokke schilderkunst.

Dat Rembrandt waarschijnlijk nooit een authentiek werk van Caravaggio heeft gezien, betekent niet dat hij ermee onbekend was. Rembrandt kende namelijk het werk van de zogenaamde ‘Utrechtse Caravaggisten’, een groep Utrechtse kunstenaars die aan het begin van de zeventiende eeuw in Rome verbleven en sterk beïnvloed werden door de stijl van schilderen van Caravaggio. Hun realistische schilderijen en de bijzondere behandeling van het licht (chiaroscuro oftewel clair-obscur) ontleenden ze aan het werk van Caravaggio. Dit zien we eveneens terug bij de meeste schilderijen van Rembrandt.

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus, De laatste Caravaggio, onder redactie van Bert Treffers & Guus van den Hout (uitgeverij Waanders, Zwolle).

Dr. Bert Treffers, kunsthistoricus en emeritus staflid van het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome, gaat in het boek in op wie Caravaggio was. Hij nuanceert de mythevorming rondom deze controversiële kunstenaar. Ook gaat hij in op de iconografische betekenis van dit laatste werk van Caravaggio en werpt hij een nieuw licht op de betekenis ervan.

Dr. Maurizio Marini, vooraanstaand kunsthistoricus en specialist op het gebied van de Italiaanse kunst ten tijde van de barok, publiceert al sinds 1974 over Caravaggio. In zijn artikel gaat hij in op de geschiedenis van het schilderij, van het ontstaan ervan in 1610 tot nu.

Dr. Claudio Strinati was een van de verantwoordelijken voor de grote overzichtstentoonstelling van Caravaggio, die eerder dit jaar in Rome te zien was. Vanwege zijn werk als voormalig soprintendente per i Beni Aristici e Storici di Roma en zijn huidige baan als beleidsadviseur bij het Italiaanse Ministerie van Cultuur werkte hij als eindredacteur mee aan de catalogus.

Dr. Vincenzo Pacelli, professor aan de Universiteit van Napels en auteur van het boek L’ultimo Caravaggio, schrijft over de periode waarin Caravaggio in Napels actief was, tussen 1606 en 1610. In dat laatste jaar zou hij dus De liggende Johannes de Doper hebben geschilderd, als laatste exponent van een veranderende stijlopvatting.

Tenslotte gaan Giantomassi Carlo en Donatella Zari, Italiaanse restauratoren met een grote naam in hun vakgebied, in op fysieke aspecten en vragen rondom de conditie van het schilderij. Zij waren ook verantwoordelijk voor de recente restauratie van twee belangrijke late werken van Caravaggio, de Heilige Ursula in Napels en de Heilige Johannes in de Galleria Borghese in Rome.

Of het nu een echte Caravaggio is of niet – alleen de discussie die rondom dit doek is opgelaaid maakt een bezoek aan het Rembrandthuis al meer dan de moeite waard. En ik heb nog meer leuke Italiaanse uitjes in Nederland voor jullie in petto – daarover later deze week meer!

nov 21

Hoewel het november is, laat de zon zich hier in Rome van haar beste kant zien. Een welkome afwisseling na al die regen en wind van de afgelopen week. Na een strooptocht onder toeziend oog van Giordano Bruno, op het Campo de’ Fiori, ploffen we dan ook als echte toeristen vrolijk op een terrasje om de laatste cappuccino van de dag te drinken. Het mag nog net.

Terwijl de ober onze bestelling opneemt, groet hij een andere terrasganger met een vormelijk ‘Buongiorno, professore!’ Ik kijk even op en zie dat de man die zich deze begroeting mag aanrekenen, twee rijen voor ons zat in het vliegtuig. Ik knik hem vriendelijk toe en hij lijkt ons ook te herkennen. Ik informeer in het Italiaans naar zijn favoriete plek in Rome; zo ontdek je immers meestal de mooiste plekjes die voor de ogen van de meeste toeristen verborgen blijven.

Ik verslik me echter bijna in mijn cappuccino als de professore in vloeiend Nederlands antwoordt. Bert Steensma, zoals de professore blijkt te heten, is in Rome om een reis voor te bereiden die hij voor het vroege voorjaar van 2011 heeft gepland. Al gauw zitten we geanimeerd te praten en vertelt Bert over zijn passie voor Rome:

‘Men vraagt mij wel eens naar welke stad mijn voorkeur uitgaat, naar Rome of Florence. Lange tijd is dat Florence geweest, geleidelijk aan is dat Rome geworden. Niets mis met Florence natuurlijk. Ook daar ben ik graag. Maar waar de Florentijn altijd enige afstand bewaart, zo voel je je in Rome altijd een beetje thuis. ‘Buongiorno professore’ zegt de barista, ook al ben ik een tijdje niet in zijn bar geweest. Hoewel de schilderijen je niet gedag zeggen, doen ze dat gevoelsmatig toch.

Bert Steensma in Florence

Als ik in Rome ben, dan ga ik minstens even langs de Caravaggio’s in de San Luigi dei Francesi. De Nachtwacht van Italië hangt hier niet in een chique, geklimatologiseerd museum, maar gewoon in een kapel, geflankeerd door, laten we zeggen, de Staalmeesters en het Joodse bruidje. Om de vergelijking maar even door te trekken. De drie topwerken met scènes uit het leven van Matteüs bevinden zich nog altijd op de plek waarvoor Caravaggio ze rond 1600 maakte, in de Contarellikapel. Muntje in de lichtautomaat en genieten maar. Net zo kort of lang als je maar wilt. Stel je dat eens voor in Amsterdam!’

We bestellen nog maar een koffie, want de professore weet zo te horen inderdaad waar je in Rome moet zijn. Of we hier al eens waren met Pasen? Nog nooit, maar na zijn verhaal over Eerste Paasdag in Rome weet ik waar ik volgend jaar eieren ga zoeken:

‘Zondag, Eerste Paasdag. Bijtijds op. Op mijn ticket voor de Galleria Borghese staat dat ik daar om half elf wordt verwacht. Tijd genoeg om er naar toe te wandelen. Rome is uitgestorven en het motregent. Heel even heb je de stad voor jezelf. Zulke momenten zijn zeldzaam in Rome. Vanaf de Sant’Agostino wandel ik met paraplu door de Via della Scrofa en de Via di Ripetta, langs de Ara Pacis naar de Piazza del Popolo. In de Santa Maria is zojuist een vroege dienst afgelopen. De koorden worden door de koster weggehaald en snel schiet ik behendig naar die andere kapel met de grote Caravaggio’s. Hier figureren Paulus en Petrus op de doeken. Geweldig.

    

Het is opgehouden met regenen. De klok geeft pas half tien aan en ik heb voor mijn gevoel al een hele ochtend achter de rug. Het leven op de piazza begint langzaam op gang te komen. De trap op naar de Pincio en het park. Het weidse uitzicht valt wat tegen, want te mistig. De koepel van de Sint Pieter is desondanks goed te zien. De paus is vast al aangekleed en misschien repeteert hij zijn paastoespraak nog een keer.

’s Zomers is het park van de Villa Borghese een van de drukste plekken van de stad. Nu is er, met uitzondering van enkele verdwaalde toeristen, verder geen hond te bekennen. De meeste kraampjes zijn dicht, hoewel sommigen toch nog hoopvol klandizie verwachten. Hemelsbreed valt het wel mee, maar over de brede, golvende lanen duurt het nog wel een half uur voordat de witte gevel van de Galleria tussen de bomen door in beeld komt. Geen haast, tijd genoeg. Lekker twee uur rondgebanjerd in het museum van Bernini, Caravaggio, Canova en al die andere prachtige kunstenaars. Camillo Borghese moet een eersteklas verzamelaar zijn geweest.

Op de Via del Corso is het inmiddels een drukte van jewelste. Rome is nu echt ontwaakt. Tijd om langzamerhand naar het hotel te gaan, mijn koffer op te halen en de terugreis te aanvaarden. Maar eerst nog un vero caffè – die nog beter smaakt als de barman je begroet met ‘Ah, buongiorno professore!’

Heerlijk om zo’n Romekenner te ontmoeten, en al helemaal in de Eeuwige Stad zelf. We besluiten dan ook nog even met Bert mee te lopen naar de beroemde Caravaggio’s, waar hij ons weet te verrassen met allerlei bijzondere details over de schilderijen en de schilder zelf. Die zal ik hier verder niet verklappen, want die moet je eigenlijk echt horen als je voor het schilderij staat.

Gelukkig kan dat weer in februari, als Bert Steensma met een groep naar Rome afreist om onder andere de Caravaggio’s in de San Luigi dei Francesi te bezoeken. Kijk voor meer informatie over deze reis en het gedetailleerde programma op www.cassia-kunstreizen.nl, de reisorganisatie van il professore.

Tijdens een laatste koffie aan de bar vertelt Bert het verhaal achter de naam Cassia. ‘Cassia verwijst naar de Via Cassia, een van de militaire ‘snelwegen’ in het oude Rome. Vanuit Rome strekte de route zich uit in noordwestelijke richting, naar Bolsena, Siena, Florence en Lucca om zich ter hoogte van Carrara aan te sluiten bij de kustweg Via Aemilia Scaura. Naar wie de Via Cassia is vernoemd staat niet vast, maar waarschijnlijk verwijst de naam naar een van de leden van de gens Cassia, een geslacht met een indrukwekkende verzameling senatoren, consuls, juristen en militairen in de gelederen. Van de oude Via Cassia is niet veel meer over. Rond Bolsena zijn nog enkele resten te vinden. De moderne Via Cassia volgt slechts gedeeltelijk de oude route, maar de naam wordt nog altijd in ere gehouden.

In Rome begint de Via Cassia ter hoogte van de Ponte Milvio, aan de noordkant van het stadscentrum. De Ponte Milvio is de plek van een historische veldslag; in de buurt van deze brug versloeg Constantijn op 28 oktober 312 zijn rivaal Maxentius. Politiek en militair gezien bevonden beide keizers zich in een complexe periode van de Romeinse geschiedenis en waren zij in een machtstrijd verwikkeld. Maxentius heerste over Italië. In zijn ambitie naar alleenheerschappij rukte Constantijn vanuit de Alpen op in zuidelijke richting en bracht hij Maxentius in Rome de definitieve slag toe.’

Zo duiken we ongemerkt weer in de geschiedenis van Rome, heerlijk! Ik ben nu al een beetje jaloers op de mensen die straks in februari zes dagen in het gezelschap van Bert Steensma door Rome wandelen!

nov 20

Na de culinaire onderbreking van gisteren kunnen we vandaag weer volop genieten van het enorme culturele aanbod in Rome. Ik schreef eerder al over de grote Van Gogh tentoonstelling in Il Vittoriano, maar omdat mijn reisgenoot deze expositie ook graag wilde zien, kocht ik nogmaals een ticket en slenterden we langs de kleurrijke werken van Van Gogh, met als grote gemene deler de moderne stad en het tijdloze platteland.

Aangezien het vreselijk druk was en ik de schilderijen lang niet zo goed kon bekijken als ik zou willen, besloot ik door te lopen naar een koffiebarretje en daar te wachten totdat mijn medereiziger alle doeken tot in detail had bewonderd. Gelukkig bleef ik dankzij een nieuw jeugdboek dat ik vlak voor vertrek op Schiphol had gekocht nog wel in de stemming.

In Julia’s verdwijning maakt Julia namelijk een tijdreis langs een aantal grote schilders. Tijdens een voorstelling van de illusionist Hoffman, waar Julia’s opa haar mee naar toeneemt, gaat er iets mis. Normaal gesproken laat de illusionist twee tijgers verdwijnen en weer terugkeren, maar nu keert slechts één van de tijgers terug. Tot haar ontzetting ziet Julia dat haar opa plotseling is verdwenen.

Julia ontvangt een sms’je dat haar opa gevangen wordt gehouden. Wil ze hem ooit nog terugzien, dan moet ze een tijdreis maken. Ze krijgt de opdracht om voor zo weinig mogelijk geld een aantal schilderijen van Vincent van Gogh te bemachtigen en mee te nemen naar onze tijd. Zo belandt Julia in het Arles van 1888. Ze zoekt vier schilderijen uit, maar verstopt de kunstwerken. Dat is het begin van een avontuurlijke reis, waarbij ze onder anderen Robinson Crusoe, Frida Kahlo, Caravaggio en Albert Einstein ontmoet. Wanneer Hoffman erachter komt dat Julia de schilderijen heeft verstopt, zet hij de achtervolging in. Kan Julia met de schilderijen ontkomen? En zal ze haar opa ooit nog terugzien?

De eerste glansrol is weggelegd voor Vincent van Gogh:

‘Van Gogh leek nerveus te zijn. Hij krabde zich in zijn baard en liep maar te ijsberen door de kamer. Ook keek hij voortdurend door het raam naar buiten. Julia ging op haar knieën zitten om de stapels doeken te bekijken. Het was alsof ze een wereld van licht binnenstapte. De schilderijen gloeiden en schitterden. Gele, rode, groene en blauwe tinten straalden haar tegemoet. Het waren zonnige landschappen en straten, figuren en gezichten, alles geschilderd met krachtige, losse penseelstreken. De meest gebruikte kleur was geel, Van Gogh leek er dol op te zijn.

‘Nou,’ vroeg Van Gogh, ‘welke wil je hebben?’
‘Het is moeilijk om te kiezen,’ zei Julia voorzichtig. ‘Ik vind het mooi dat u zo veel geel gebruikt in uw schilderijen.’
‘Geel, ja!’ zei Van Gogh, en ineens klonk zijn stem vrolijker. ‘In Parijs was alles zo donker en grauw, maar toen ik hier in het zuiden kwam, ontdekte ik het licht en de zon. Plotseling werd het veel leuker om dingen te schilderen.’

Hoe het verder afloopt met Julia en Van Gogh blijft ook voor mij nog even een verrassing, want mijn reisgenoot haalde me terug naar de Romeinse koffiebar om plannen te maken voor de rest van de dag. Ik ben in elk geval erg benieuwd naar welke schilderijen van Van Gogh Julia uiteindelijk zal kiezen, en natuurlijk ook naar haar ontmoeting met Caravaggio, niet de schilder met de beste manieren.

Wie Julia’s verdwijning wil lezen, raad ik overigens aan om eerst de eerdere belevenissen van Julia en een aantal beroemde schilders te lezen in Julia’s reis, dat vorig jaar verscheen en onlangs door boekhandel selexyz werd uitgeroepen tot Jeugdboek van het Jaar 2010.

In Julia’s reis maak je voor het eerst kennis met Julia, een meisje van twaalf dat met haar ouders in Stockholm woont. Ze is gek op kunst en kan waanzinnig goed tekenen. Op een dag zit Julia in het park te schetsen, als een vogel haar pen weggrist. Van schrik laat ze haar kladblok liggen. Wanneer ze de volgende dag terugkomt, heeft iemand er een boodschap in geschreven: 18 september, 15.00 uur.

De onbekende boodschapper blijkt een jongen te zijn die haar op het hart drukt ‘goed voor haar handen te zorgen, omdat ze heel bijzonder zijn’. Julia weet niet goed wat ze hiervan moet denken. De volgende dag bezoekt ze met haar opa het Nationaal Museum in Stockholm. Wanneer Julia per ongeluk Het keukenmeisje van Rembrandt aanraakt, verdwijnt ze in een zwart gat. Ze wordt wakker in de wereld van Rembrandt, het jaar is 1658. Het enige wat Julia bij zich heeft, zijn haar schetsboek en haar tekenpotlood.

Dit is het begin van een avontuurlijke en wonderlijke reis door de wereld van de kunst. Julia ontmoet beroemde kunstenaars als Velázquez, Leonardo da Vinci, Edgard Degas, William Turner en Salvador Dalí. Van elke kunstenaar leert Julia nieuwe kneepjes van het vak. Maar hoe komt ze weer terug in 21e eeuw? Het geheim ligt in Julia’s handen…

jun 13

Vandaag is de laatste dag dat de grote Caravaggio-tentoonstelling in de Scuderie del Quirinale, de voormalige paardenstallen van het presidentieel paleis in Rome, te bezoeken is. Vorige week stonden er nog drommen mensen in de rij – ik was eerlijk gezegd opgelucht dat ik de dertig werken van de meester van het chiaroscuro eerder dit jaar in alle rust had kunnen bekijken. Voor iedereen die de tentoonstelling heeft moeten missen – of die na het zien van al die prachtige werken juist nog wat meer over Caravaggio zou willen weten – is er nu een veel makkelijker bereikbaar alternatief beschikbaar: Zwarte zon. 

Tijdens een verblijf op Sicilië ontmoet de Italiaanse schrijver Andrea Camilleri een mysterieuze, onbekende man. Deze man laat hem een unieke verzameling notities zien, die zijn geschreven door Caravaggio. De beroemde en beruchte schilder, die leefde van 1571 tot 1610, blijkt tijdens zijn verblijf op Sicilië en Malta (1606-1609) een soort dagboek te hebben bijgehouden. In Zwarte zon, een historische roman waarin deze teruggevonden zeventiende-eeuwse aantekeningen zijn verwerkt, staan de kwellingen en catastrofes van Caravaggio tijdens de laatste jaren van zijn leven centraal; hij is in die periode voortdurend op de vlucht.

Camilleri baseert zich in deze reconstructie op een aantal dramatische feiten en vult de lacunes – waar historici en kunsthistorici al eeuwen over speculeren – eigenhandig op. Als geen ander verstaat Camilleri de kunst in de huid van Caravaggio te kruipen en diens historische context te verbeelden. De kracht van deze roman wordt onder meer bepaald door het feit dat de twaalf schilderijen in het boek niet dienen ter illustratie van het verhaal, maar dat het verhaal illustreert hoe de schilderijen tot stand zijn gekomen. Mede dankzij de in kleur gedrukte schilderijen een boek om keer op keer ter hand te nemen.

Camilleri zelf verwoordt het als volgt: ‘De nu volgende pagina’s bevatten wat ik heb kunnen overnemen van de originele velletjes. Dat moest in haast gebeuren, omdat me maar weinig tijd werd gegund. Ik wil vooraf niet alleen eerlijk melden dat ik mogelijk wat fouten heb gemaakt bij het overschrijven, maar ook dat ik hier en daar de stekelige en hoekige manier van schrijven van Caravaggio, in een niet al te beschaafd Italiaans, heb aangepast. Ik ben me ervan bewust dat deze correcties ten koste gaan van de oorspronkelijke notities, maar ik ben er evenzeer van overtuigd dat de tekst er een stuk begrijpelijker door is geworden.

Verder voel ik me verplicht te vertellen dat die velletjes naar mijn mening niet echt een dagboek moesten vormen, ik geloof namelijk niet dat Caravaggio er de man naar was om zijn dagen tot in detail vast te leggen. Het ging eerder om losse en ongeordende notities, krabbels die hij, samengeraapt in een soort notitieboekje, wellicht als een memorandum aan iemand had willen overhandigen bij zijn terugkeer, als vrij man, in Rome, de stad waarnaar hij zozeer verlangde.’

Zwarte zon bevat verbijsterend leuke feitjes en weetjes over het leven van Caravaggio en over een aantal details van zijn schilderijen. Zo is zijn schrijvende Sint Hiëronymus geschilderd naar het voorbeeld van grootmeester Alof de Wignacourt. Caravaggio tekende hierover op: ‘Toen grootmeester Alof de Wignacourt de schrijvende Sint Hiëronymus zag aan wie hij zo welwillend zijn gezicht had geleend, bleef hij tamelijk lang stil en in gedachten verzonken. Zo lang dat ik me net ongerust begon te maken toen hij mij aankeek en vroeg waarom alles om hem heen en ook op de achtergrond ofwel volledig onwaarneembaar in dichte duisternis was gehuld ofwel maar een beetje te zien was vanwege een teveel aan schaduw. Ik antwoordde hem dat hij het enige was geweest dat in mijn gezichtsveld had geschitterd en dat ik buiten hem niets anders had kunnen waarnemen dan het zwart van de nacht.’

Zo onthult Camilleri ook het geheim van het niet helemaal juist doorgevoerde perspectief op het doek De Emmaüsgangers en vertelt hij over de bijzondere handtekening van Caravaggio op het schilderij De onthoofding van Johannes de Doper. Ik zal hier nog niet verklappen wat Camilleri precies heeft ontdekt in Caravaggio’s aantekeningen, anders vergal ik voor jullie het lees- en kijkplezier dat Zwarte zon gegarandeerd oplevert.

Zwarte zon
Andrea Camilleri
(vertaald door Maaike Dicke)
ISBN 978 90 5429 296 8
€ 20,00
uitgeverij Conserve – www.conserve.nl

Getagd met:
mei 21

Vanwege de twee grote Caravaggio-tentoonstellingen die, zoals ik gisteren al schreef, in Rome (tot 13 juni) en Florence (tot 17 oktober) te zien zijn, maken we vandaag aan de hand van David Hewson een uitstapje naar Rome. David Hewson brak in Nederland door met Vaticaanse moorden, het eerste deel in een reeks misdaadthrillers met rechercheur Nic Costa in de hoofdrol.

In Hewson’s nieuwste thriller, De Romeinse lusthof, staat het leven en werk van Caravaggio centraal. In een verborgen studio in een afgelegen Romeinse wijk, waar het Vaticaan de prostitutie vroeger oogluikend toeliet, worden een man en een vrouw dood aangetroffen voor een van de mooiste schilderijen die rechercheur Nic Costa in zijn leven ooit heeft gezien: Evathia in Ekstasis, een tot dan toe onbekend erotisch schilderij van Caravaggio. Uit het onderzoek van de patholoog-anatoom blijkt dat de vrouw vlak voor haar dood seks heeft gehad. Haar dij is bewerkt met een mes en het patroon lijkt op de kenmerkende inkerving die Caravaggio altijd op zijn schilderijen zette.

Aanwijzingen leiden Nic Costa naar een groep aristocratische en invloedrijke Romeinen, die zich de ‘Ekstatici’ noemen. Het is echter vrijwel onmogelijk hun gangen na te gaan, omdat ze van hogerhand worden beschermd tegen onderzoek naar hun duistere praktijken. Costa krijgt hulp in de gedaante van zuster Agata, een expert op het gebied van 17de-eeuwse schilderkunst. Maar juist zij wordt de spil, de getuige én het doelwit in een zaak die hen beiden terugvoert naar het verleden van Caravaggio en de redenen waarom de grote schilder destijds Rome moest ontvluchten.

Hewson: ‘Dit boek is fictie, maar ik heb het verhaal geconstrueerd rond een aantal vaststaande feiten. Daarom leek het me van belang een paar richtlijnen te geven over waar de scheidslijn precies ligt. Er bestaat geen schilderij dat Evathia in Ekstasis heet. Niet van Caravaggio, noch van een andere kunstenaar uit diezelfde periode. Er bestonden echter wel degelijk doeken met een soortgelijke thematiek, waaronder Venus met sater en cupido’s van Annibale Carracci dat tegenwoordig in het bezit is van het Uffizi.

Erotische schilderijen, sommige van bekende schilders, andere pure en expliciete pornografie, waren in de hele zestiende en zeventiende eeuw in Rome populair in de meer welgestelde lagen van de bevolking en onder invloedrijke mannen in de kerk. De meer gewaagde werken werden in privévertrekken bewaard, door een gordijn aan het oog onttrokken en alleen aan naaste en discrete vrienden tentoongesteld. Deze hang naar heimelijke interesses die naar onzedelijkheid neigden, was wijdverbreid. […]

Caravaggio leefde in een turbulente en hypocriete periode, en werd afwisselend gefêteerd als de nieuwe messias van de aanstormende generatie Romeinse kunstenaars en uitgescholden als een verdorven zondaar die prostituees model liet zitten voor heiligen. Zijn productie in de tijd dat hij in Rome woonde – van 1592 tot 1606, toen hij vluchtte nadat hij ter dood veroordeeld was – was overvloedig maar is deels onbekend. Net als veel van zijn collega’s en rivalen wisselde hij de vrome werken die hij in opdracht van de Kerk schilderde af met kleinere, vaak gewaagde doeken waarvoor betaald was door privéverzamelaars die iets zochten voor in hun galerijen en privévertrekken.

Caravaggio’s huidige reputatie wordt voor een groot deel bepaald door zijn religieuze schilderijen, waarvan sommige, zoals Het martelaarschap van Matteüs (San Luigi dei Francesi, Rome), De onthoofding van Johannes de Doper (het oratorium van de kathedraal van Sint-Johannes, Valletta, Malta) en De kruisiging van Petrus (Santa Maria del Popolo, Rome) nog steeds aan de muren hangen waar ze ooit voor waren geschilderd. Maar de kunstenaar nam ook privéopdrachten aan. Er bestaat geen twijfel over dat hij meerdere genres beoefende als de beloning en het onderwerp hem bevielen. […]

  Zelfportret van Caravaggio

Aan Caravaggio’s carrière in Rome kwam een einde door een straatgevecht, waarbij hij in 1606 Ranuccio Tomassoni vermoordde, vlak bij het Piazza di San Lorenzo in Lucina. De bijzonderheden daarvan blijven een raadsel. Verslagen van tijdgenoten zijn bevooroordeeld en wemelen van de lacunes, al is ook de populaire, moderne theorie dat de knokpartij het gevolg was van een meningsverschil over een partijtje tennis waarschijnlijk een mythe. Tomassoni was inderdaad de Caporione van zijn district en onderhield nauwe, soms ook intieme, relaties met een aantal van de vrouwen die Caravaggio kende, onder wie de beruchte Fillide Melandroni.’

Het onstuimige leven van Caravaggio is echter nog niets vergeleken bij de zaak die Costa tot een goed einde moet zien te brengen. Stalen zenuwen vereist!

Getagd met:
preload preload preload