mrt 31

De laatste dag van de Kinderboekenbeurs in Bologna is tevens mijn laatste dag bij uitgeverij Gottmer. Vanaf morgen ga ik aan de slag voor het magazine De Smaak van Italië, maar niet zonder op gepaste wijze afscheid te hebben genomen van kinderboekenland.

Dat gepaste afscheid bestond gisteren uit een kopje koffie dat ik samen met dichter en schrijver Erik van Os dronk in een typisch Bolognees barretje. Terwijl we het schuim van onze cappuccino’s lepelden en bespraken wat er die dag allemaal op de agenda stond, schotelde hij me zo uit zijn hoofd een afscheidsgedichtje voor, met – hoe kan het ook anders – koffie als inspiratiebron.

Gelukkig getrouwd

Zet ik koffie
wil jij thee.

Zet ik thee
wil jij niets.

Het is ook
altijd iets.

Toen ik het voor de barman vertaalde, grijnsde hij breed en stelde voor om nog twee kopjes koffie te zetten. We konden dat uiteraard niet weigeren en zo filosofeerden we nog wat verder over gedichten, koffie en de combinatie daarvan. Erik verzuchtte dat hij er weleens aan dacht om dit soort gedichtjes naar illy te sturen, zodat de kopjes niet alleen kunstzinnig beschilderd, maar ook creatief bedicht kunnen worden.

We namen kleine slokjes koffie en droomden ondertussen nog wat verder, over mogelijke koffiebarretjes in Bologna, of over een boekwinkel met koffie en taart in een middelgrote Italiaanse stad. Erik dichtte zo uit zijn hoofd een versje dat hij eerder bedacht voor het boek Ik weet wat ik worden wil – en dat mijn Italiaanse droom nog eens aanwakkerde:

Alle dagen van de week
bak ik brood en koek en cake

bergen bergen slagroomsoezen
hoge torens van tompoezen

pepernootjes
worstenbroodjes

appel-abrikozenvlaai
grote zakken vol taai-taai

alle dagen van de week
bak ik brood en koek en cake

maar op zondag neem ik vrij
dan bakt iemand taart voor MIJ!

Toch nog maar eens over verder dromen als de Kinderboekenbeurs helemaal voorbij is! Maar eerst koffers inpakken en via Rome terug naar Amsterdam, waar vanaf morgen zoals gezegd een nieuwe baan op me wacht. Op Ciao tutti verblijven we in april voornamelijk in het zuiden van de laars, dus jullie kunnen je alvast verheugen op Siciliaanse, Pugliese en Calabrese berichten!

Getagd met:
mrt 30

Al rondstruinend op de boekenbeurs in Bologna stuitte ik op een geweldig leuke uitgave voor kinderen: een bewerking van de Metamorfosen van de Romeinse dichter Ovidius. Zijn wonderlijke verhalen over gedaanteveranderingen inspireerden door de eeuwen heen tal van kunstenaars.

De Vlaming Michael De Cock herschreef de verhalen van deze beroemde dichter voor jonge lezers, waarbij hij de verhalen verweeft met wetenswaardigheden uit het leven van Ovidius. Om bij te dromen, te huiveren, te rillen, te lachen en te blozen. Bij zijn verhalen maakte Gerda Dendooven schitterende illustraties.

Naso moet na een ruzie met de koning zijn huis en stad verlaten. Hij komt terecht in het allerlaatste dorp van het rijk, waar de wereld eindigt. Daar schrijft hij, elke dag een nieuw verhaal. Over iemand die anders wordt, en anders wordt, en anders wordt.

Hij schrijft over koning Midas die ezelsoren kreeg en over de onvoorzichtige jager Actaon die door Diana in een hert wordt veranderd. Hij vertelt het ontroerende liefdesverhaal van Orpheus en Euridike en laat je kennismaken met twee zussen die vogels worden. Ook vertelt hij het verhaal van Philemon en Baucis:

‘Aan het einde van het dorp woonden twee stokoude mensjes. Een man en een vrouw. Hij heette Philemon. Zij heette Baucis. Soms noemde zij hem Mon, omdat het korter was, en ook omdat ze dat zo lief kon zeggen. En hij noemde haar vaak Bauke, omdat dat zacht klonk, als honing in zijn mond.

Hoe oud Philemon en Baucis precies waren, kon niemand vertellen. Maar samen waren ze zeker meer dan tweehonderd jaar. Dat kon je zien aan de rimpels op het voorhoofd van Philemon. Of aan de huid van Baucis, die aan haar dunne polsen gerimpeld was als perkament en nog dunner dan de bladeren die in de herfst van de bomen tuimelen.

Philemon en Baucis woonden aan het einde van een lange weg. Geen vijftig meter verder begon het bos. Het was een vreemde plek, op de rand van twee werelden. Aan de ene kant, de weg met huizen. Aan de andere kant, het bos, dat zo groot was dat niemand echt leek te weten waar het precies eindigde.

De mensen in het dorp van Philemon en Baucis spraken nooit met elkaar. Ze waren bang voor alles wat vreemd was en draaiden elke avond hun deur driedubbel op slot. Ooit moeten de dorpelingen wel met elkaar gepraat hebben. Maar dat was intussen al zo lang geleden dat niemand zich nog kon herinneren waar dat gesprek dan precies over ging.

Veel bezoek kwam er dan ook niet in het dorp van Philemon en Baucis. Niemand voelde zich er welkom. Tot er op een dag wel heel bijzondere gasten langskwamen.

Het gebeurde op een middag. Het was koud. De wind jankte als een oude hond en joeg de herfst door de straten. Het was die tijd van het jaar dat de dagen korter worden en dat de zon er langer over doet om naar boven te klimmen en vroeger dan in de zomer achter de bomen op de heuvel verdwijnt.

Philemon stond in de voortuin aan het hek te timmeren. Het deurtje van het hek was losgekomen door de wind. Baucis had een schopje in haar hand. Haar rug was krom. Ze leunde met één hand in haar zij, terwijl ze met haar andere hand moeizaam de aarde schoffelde.

Ze rechtte haar rug en wierp een blik op de hemel.
‘Ik denk dat er regen in de lucht hangt, Mon’, zei ze.
‘Dat denk ik ook’, antwoordde Philemon en hij keek op zijn beurt naar de donkere hemel boven zijn hoofd.
“Kom, we gaan naar binnen.’
‘Eerst het hek nog afmaken.’
‘Wat is er met het hek?’
 ‘Het sluit niet goed meer. Ik heb het vorige week al hersteld. Maar het blijft maar openwaaien. Alsof we elk moment bezoek kunnen verwachten.’
‘Bezoek, Mon’, lachte Baucis, ‘dat zou wel heel erg vreemd zijn. Hoe lang is het geleden dat iemand nog ons dorp heeft bezocht?’
‘En toch denk ik dat er bezoek komt.’

Baucis lachte. ‘Jij gekke, oude man!’ Er komt al jaren geen bezoek meer over de vloer. Al onze vrienden zijn gestorven Zo oud zijn we. En we hebben niets… We wonen in een klein, armetierig huisje aan de rand van het dorp. Onze kachel is nauwelijks groot genoeg om op herfstdagen de kamer warm te stoken. Wie zou er bij ons aankloppen?’
‘Je zal wel gelijk hebben’, zei Philemon, en met een hamer sloeg hij op het hek. ‘Zo. Dit waait in geen honderd jaar meer open.’
En toch was het net die middag dat Philemon en Baucis bezoek kregen. En geen gewoon bezoek.’

Wil je weten wie er bij Philemon en Baucis op bezoek kwam? Lees en luister dan verder met

Diep in het woud – verzamelde verhalen van Ovidius
(met luistercd met muziek van Brussels Jazz Orchestra)
Michael de Cock & Gerda Dendooven (ill.)
ISBN 9789059083929
€ 24,95
uitgeverij Davidsfonds

mrt 29

Gisteren is in Bologna de Fiera del libro per ragazzi, de grootste en belangrijkste beurs voor kinder- en jeugdboeken ter wereld, van start gegaan. Vier dagen lang is Bologna het domein van schrijvers, illustratoren, literair agenten, uitgevers, drukkers, boekverkopers en bibliothecarissen die duizenden kinder- en jeugdboeken onder ogen krijgen.

Vorig jaar waren er ruim 4750 kinderboekenprofessionals aanwezig, verdeeld over 1300 verschillende exposanten, afkomstig uit 67 verschillende landen. Om jullie een idee te geven: het beursoppervlak beslaat meer dan 20.000 m2! Kinderboekenschrijver en -illustrator Harmen van Straaten is sinds jaar en dag op de Fiera del libro per ragazzi aanwezig. Harmen bezoekt de beurs al ruim 15 jaar en heeft z’n hart inmiddels verpand aan Italië – en aan het dorpje Airole in het bijzonder.

Airole

Harmen van Straaten: ‘In 2002 bezocht ik Airole voor de eerste keer. Ik had een familielid geholpen met de verkoop van zijn huis en als dank nodigde hij mij uit om een weekeind daar te komen logeren. Liefde op het eerste gezicht was het tussen mij en Airole.

Het dorpje is meer dan vijfhonderd jaar oud en het heeft zijn authenticiteit weten te bewaren. Ondanks de toeristen die het pleintje in het hoogseizoen bevolken en ondanks de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog is het nog steeds een oorspronkelijk Italiaans dorp. Met een school, een vrijwillige brandweer, twee kroegen een postkantoor, een voetbalelftal, twee kerken en een actieve proloco (plaatselijke feestcommissie).

Sinds 2007 mag ik me – na vele vakanties daar te hebben doorgebracht – eigenaar van een dorpswoning noemen. Dankzij deze aankoop breng ik nu zo’n vier tot vijf maanden per jaar door in Airole.

Het Italiaanse seizoen begint voor mij meestal met een bezoek aan de kinderboekenbeurs in Bologna. Al sinds 1995 bezoek ik die beurs met veel plezier. Ik ontmoet er mijn collega-schrijvers/illustratoren en uitgevers van over de hele wereld. Een voorjaar zonder de beurs in Bologna is voor mij geen voorjaar.

Stel je voor… het eten van ristorante Donatello te moeten missen met aan de muren foto’s van operazangers en voetballers, de zon op het Piazza Magiore, de vele lange nachten bij de Pinkbar aan de Via Independenza en het prachtige boekenfeest van de Nederlandse uitgevers in het Palazzo Isolani, waar ik ooit de uitnodiging voor mocht illustreren, met onderstaande prent:

Uiteraard is een feest in Bologna geen feest zonder tafels vol voortreffelijk Italiaans eten. Onvergetelijk was voor mij de avond dat Mai Spijkers op het feest aanwezig was en net iets te uitbundig leunde op de tafel vol met eten en drank waardoor de tafel omkieperde. Of dat ik mij vergist had in de deur van het hotel en per abuis twee sleutels had gestoken in de verkeerde deuren, waardoor de sleutels afbraken. Italië bezorgt een Noord-Europeaan net dat tikkeltje lichtheid zullen we maar zeggen…

Ik heb veel aan Italië te danken. Veel boeken zijn door mijn bezoeken aan Bologna in het buitenland uitgebracht, ik heb vele leuke collega’s van over de hele wereld leren kennen. Vele malen heb ik een bezoek gebracht aan Venetië of Rome, om de sfeer na de beurs nog even vast te houden. Nu kan ik na afloop echter gewoon naar mijn eigen huis in Airole, waar ik al vele boeken heb geschreven en getekend: Sydney, alle boeken van Kees & Ko detectivebureau, een boek over Sinterklaas, Luchtacrobaten… Ze zijn allemaal bedacht en getekend in Airole.

In april is het weer zover; dan zit ik na de kinderboekenbeurs weer boven op het dakterras in mijn atelier en dan knijp ik af en toe in mijn arm om te zien of het wel allemaal echt waar is. A presto, Airole!’

Sydney winnen?
Speciaal voor de lezers van Ciao tutti stelt uitgeverij Moon 3 exemplaren van Sydney beschikbaar:

Sydney is vernoemd naar de stad waar zijn vader en moeder elkaar voor het eerst kusten. Sydneys moeder wilde er altijd een keer naar terug, maar dan ineens gaat ze dood. Sydney besluit om zelf te gaan. Zonder een woord te zeggen tegen zijn broers en zijn vader gaat hij op pad. Samen met zijn hond Vivaldi. Maar wanneer de buschauffeur hem weigert mee te nemen omdat hij te jong is om alleen te reizen en omdat hij Vivaldi bij zich heeft, valt zijn hele plan in duigen. Dan ontmoet hij de voortvluchtige Tipper, die ook op weg is naar Sydney.

Wil jij het avontuur van Sydney en Vivaldi lezen? Mail dan voor zondag 10 april 2011 je adresgegevens naar winnen@ciaotutti.nl, onder vermelding van Sydney.

Sydney
Harmen van Straaten
ISBN 9789048805754
€ 12,95
uitgeverij Moon

aug 23

En daar sta ik dan, een beetje gedesoriënteerd in mijn eigen keuken na een weekje in een Romeinse cucina te hebben doorgebracht. Puilde mijn Romeinse koelkast elke dag opnieuw uit van lekkere dingen die ik onderweg was tegengekomen en die ik toch echt wilde uitproberen, in Amsterdam bevatte mijn koelkast slechts een geringe drankvoorraad en een pakje boter. Nog voor de heimwee naar de Romeinse markten tijdens een bezoek aan een Amsterdamse supermarkt kon toeslaan, rinkelde mijn telefoon. Een vriendinnetje uit Amsterdam-West, of ik lasagne kwam eten. Daar hoefde ik natuurlijk geen seconde over na te denken. ‘Wel niet zelfgemaakt, hoor!,’ riep ze nog, maar ik had al bijna opgehangen en zocht naar mijn fietssleuteltjes.

Eenmaal bij haar thuis was het nog verbazend netjes in de keuken: geen pannen vol tomaten- of bechamelsaus, geen snijplank met restjes ui of wortel… O ja, dacht ik, ze riep inderdaad iets over niet zelfgemaakt. Maar een blik in de oven maakte me al niet veel wijzer: de oven was uit, koud, donker. Vragend keek ik om me heen. We zouden toch lasagne eten?

Lachend werd me gesommeerd opnieuw mijn jas aan te trekken. We gingen lasagne halen. ‘Halen? Net als een pizza of Chinees, bedoel je?,’ vroeg ik nog een beetje weifelend. ‘Wacht nou maar af, je zult versteld staan!,’ aldus de vriend van mijn vriendinnetje, die blijkbaar ook in het complot zat want heel ontspannen achter zijn laptop. Op naar de lasagne dus.

Correctie: op naar Lazagne, met een z inderdaad – een afhaalrestaurant waar je alleen lasagne en cannelloni kunt afhalen. Ik stond bij binnenkomst inderdaad versteld, wat een geweldig idee! Voor een lekkere lasagne moet je toch al gauw wat uurtjes in de keuken doorbrengen, en dankzij Lazagne kan iedereen zomaar op een doordeweekse avond, na een dag hard werken, of direct na thuiskomst van een vakantie, zoals ik, genieten van een huisgemaakte lasagne volgens Italiaans recept.

Want de gebruikte receptuur is aan de ene kant heel traditioneel en klassiek, zeker bij de bereiding van de echte lasagne bolognese. Aan de andere kant laat de kok van Lazagne zich ook inspireren door moderne en creatieve bereidingswijzen, of door het seizoen. Zo koos ik voor de lasagne d’estate, een zomerse lasagne met tomaatjes, courgette en ricotta. Natuurlijk namen we ook alle verschillende soorten lasagne mee naar huis, zodat we van alles wat konden proeven. Het was maar goed dat er geen kookwarmte meer in huis hing, want al gauw voerden we een verhitte discussie over welke lasagne nu de lekkerste was.

Dankzij een herhaaldelijke terugkeer naar Lazagne voor nog een klein stukje werden we het uiteindelijk eens: de zomerse lasagne was net een ietsiepietsie lekkerder dan de lasagne met groene asperges. De klassieke lasagne bolognese hadden we al buiten beschouwing gelaten; er kan immers niks op tegen deze echte klassieker en bovendien was het eigenlijk net even te warm voor dit stevige gerecht. We proosten dus nogmaals op de zomerse varianten, maar we beloofden elkaar zo gauw de eerste winterse dag in aantocht was de lasagne bolognese opnieuw te gaan proeven. Maar of we inderdaad tot dan kunnen wachten…

Het concept van Lazagne komt voort uit de restaurantcultuur in het Bologna van de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw, de gouden tijd voor de Bolognese keuken. Met name de ervaring van chefkok Clara Guermandi, die ooit begon in de keuken van het beroemde restaurant Cesarina op het Piazza San Stefano in Bologna, kwam goed van pas bij het opzetten van dit nieuwe concept.

Guermandi richtte met een aantal familieleden in 1970 het restaurant Buca San Petronio op, aan het Piazzetta della Vita in Bologna. Tot een aantal jaar geleden kon je daar de heerlijkste lasagne en cannelloni afhalen. De formule was eigenlijk heel simpel: de lasagne en de cannelloni werden dertig tot veertig minuten voor openingstijd in de oven geplaatst, zodat ze klaar zouden zijn als de eerste gasten arriveerden. Aangezien de gerechten bij de optimale temperatuur wel twee uur lang in de oven konden blijven staan zonder aan kwaliteit in te boeten, kon het bijna niet misgaan. En dat ging het ook niet. Vaak stonden er lange rijen voor de deur en kreeg de lasagne niet eens de kans een uur in de oven te staan (dan is ‘ie namelijk het lekkerst).

Nu Lazagne ook in Amsterdam is neergestreken hebben wij Amsterdammers er weer een reden bij om een avond niet te koken. Hoewel, het bezoek aan Lazagne heeft mijn culinaire kriebels in volle hevigheid doen losbarsten. Gelukkig is er ook voor iedereen die niet in Amsterdam woont en/of zelf aan de slag wil met lasagne een heerlijk kookboek vol met lasagnerecepten, van mijn favoriete kookboekenschrijfster Laura Zavan.

In Lasagne vind je allereerst een hoofdstuk met de basisrecepten voor zelfgemaakte lasagnevellen, bechamelsaus, tomatensaus en de befaamde ragù bolognese. Daarna volgt een heel scala aan recepten voor lasagne met vlees, met vis, met kaas en/of met groente. Ook gegratineerde pasta’s uit de oven ontbreken niet, voor als je een keer weinig tijd hebt (en niet in de buurt van Lazagne woont) maar toch een soort lasagne op tafel wil zetten. Zin? Bestel dit lekkere boekje hier via bol.com!

Maar eerst de lasagnevellen. Voor 6 personen heb je het volgende nodig:

220 g bloem
100 g farina de semola di grano duro (fijn tarwegriesmeel van harde tarwe)
3 grote eieren
1 theelepel olijfolie
1 mespuntje zout

HET DEEG

Maak een bergje van de bloem en het zout op het werkblad. Maak een kuiltje en breek daar de eieren in. Meng met een vork door elkaar. Werk de bloem er met kleine hoeveelheden tegelijk met je vingertoppen doorheen.

Schraap de bloem telkens naar het midden met behulp van een spatel. Voeg de olijfolie toe en bewerk het deeg met je vlakke hand. Voeg zo nodig nog wat bloem toe.

Maak een bal van het deeg als het glad en glanzend is en laat bij kamertemperatuur en gewikkeld in plasticfolie 30 minuten tot 2 uur rusten.

HET UITROLLEN VAN HET DEEG

Dit kun je met de hand of met de pastamachine doen. Als je een pastamachine gebruikt, neem je 60 g deeg en druk je het met je vlakke hand tot een platte schijf. Bestuif licht met bloem en doe het in de machine: de rollen moeten zo ver mogelijk van elkaar. Vouw het deeg in drieën voordat je het door de machine haalt. Herhaal dit totdat je een vrij regelmatige, rechthoekige deeglap krijgt.

Vouw het deeg dan dubbel en haal een paar keer door de machine, waarbij je de rollen steeds wat dichter bij elkaar zet, totdat het een vel van 1 mm dik is. Hang de vellen telkens als er een klaar is, los van elkaar – zodat ze niet aan elkaar vastplakken – over een bezemsteel of andere stok, of leg ze plat neer op een theedoek. Snijd de vellen op maat voordat ze helemaal droog zijn. Je kunt ze aan de lucht laten drogen en ze vervolgens ingepakt 1 tot 2 dagen koel bewaren.

Als je het liever met de hand doet, bestuif dan het werkblad met bloem en rol het deeg telkens vanuit het midden met een deegrol uit. Je moet vrij snel werken, anders droogt het deeg uit.

Kook de lasagnevellen 1 tot 3 minuten (afhankelijk van dikte). Om te voorkomen dat ze aan elkaar plakken, doe je ze in een grote pan kokend water met een beetje zout, zodat ze de ruimte hebben. Kook niet meer dan drie of vier vellen tegelijk en roer voorzichtig. Leg ze met een pollepel of een schuimspaan in een schaal koud water om het kookproces te stoppen. Giet snel af en spreid ze uit op een schone theedoek. Leg de vellen niet op elkaar.

CANNELLONI

Voor vandaag leken zomerse cannelloni met courgette, ricotta en rucola me wel een goed idee. Net even anders dan lasagne, maar minstens zo lekker!

verse lasagnevellen (voor 6 personen)
2 middelgrote courgettes
200 g rucola
500 g ricotta
½ à 1 dl melk
120 g Parmezaanse kaas
1 teentje knoflook
3 eetlepels olijfolie
peper en zout

Snijd de lasagnevellen in vierkantjes van 11 bij 11 cm.

Snijd de courgettes in plakjes van ongeveer 1 cm dik en smoor ze in 1 eetlepel olijfolie met het in tweeën gesneden teentje knoflook. Leg de plakjes courgette één laag dik in de pan. Laat ze onder af en toe roeren goudbruin worden. Ze moeten nog wel al dente blijven. Doe er wat zout bij.

Snijd de rucola grof, houd een stuk of twaalf blaadjes achter en laat de rest in 2 minuten slinken in een pan met de resterende olijfolie. Doe er wat zout bij.

Roer de ricotta en de melk door elkaar tot een homogeen mengsel. Voeg de helft van de geraspte Parmezaanse kaas toe, doe er zo nodig wat zout bij en flink wat peper. Houd een hoeveelheid van ongeveer een theekopje apart.

Doe de courgette bij de geslonken rucola en de ricotta. Houd een handje courgetteplakjes achter. Roer alles goed door elkaar. Leg op elk pastavierkantje, 2 cm binnen de randen, een hoeveelheid van 2 eetlepels vulling. Rol de velletjes voorzichtig op.

Bedruppel een ingevette ovenschaal met een dun laagje van de achtergehouden ricotta (leng aan met wat melk als het mengsel te compact is), leg de cannelloni erop, strooi de resterende ricotta eroverheen en verdeel de rauwe rucolablaadjes en de achtergehouden courgette erover. Bestrooi met de rest van de Parmezaanse kaas. Laat de cannelloni in de oven op 180 °C gratineren, tot de bovenkant goudbruin is.

Buon appetito!

Getagd met:
mrt 29

Precies vijftig jaar na de première van La Dolce Vita neemt de tentoonstelling Fellini – Dall’Italia alla luna in het museum voor moderne kunst in Bologna (MAMbo) je mee naar de uitbundige wereld van de Italiaanse regisseur Federico Fellini. Het leven van Fellini wordt samengevat in tekeningen, filmfragmenten, krantenartikelen, oude foto’s en veel spektakel.

De expositie besteedt veel aandacht aan La Dolce Vita, waarmee Fellini in 1960 in Cannes een Gouden Palm won. De bekendste scène, waarin Anita Ekberg in de Trevifontein ronddartelt, wordt vaak opgevoerd als een illustratie van Fellini’s ongebreidelde (erotische) fantasie, maar de expositie laat zien dat Ekberg al twee jaar voordat Fellini haar vroeg voor de rol van Sylvia als fotomodel in de fontein stond om een product aan te prijzen. Het is vrijwel zeker dat Fellini de reclamefoto in een tijdschrift heeft gezien en zo op het idee kwam deze scène ook in zijn nieuwe film te verwerken. Zo’n bijzondere fantasie had Fellini dus niet – wel een fenomenaal geheugen.

Ondanks dat Fellini de erotische scène niet zelf had bedacht maar had ontleend aan een advertentie, was hij enorm geobsedeerd door borsten en billen. Deze obsessie is duidelijk terug te vinden in de honderden tekeningen die hij maakte naar aanleiding van zijn dromen. Hij begon er in 1961 mee, op aanraden van een psychoanalyticus, en hij bleef het dertig jaar lang doen. Dat leverde twee dikke schriften vol dromen op, die het pièce de résistance van de expositie vormen.

Uiteraard is een expositie over Fellini niet compleet zonder zijn films. Daarom zijn er in het museum enkele fragmenten te bekijken en worden zijn klassiekers regelmatig op grote schermen op het Piazza Maggiore vertoond. Geen romantischer avondje uit dan La Dolce Vita in de openlucht!

Fellini – Dall’Italia alla luna
25 maart – 25 juli 2010
MAMbo Bologna
www.mambo-bologna.it

Federico Fellini
Fellini begon zijn carrière als cartoonist van spotprenten. Na de oorlog had hij een tijdje een winkeltje in Rome, waar hij tegen betaling karikaturen van mensen tekende. Via zijn werk als tekenaar kwam Fellini in contact met Roberto Rossellini, die hem in dienst nam als scenarioschrijver. Samen werkten ze onder andere aan Roma, Città Aperta. Fellini kreeg de smaak te pakken en ging ook zelf films regisseren. In 1952 maakte hij zijn regiedebuut met Lo Sceicco Bianco (‘De witte sjeik’). Tijdens de opnamen van deze film ontmoette Fellini Nino Rota, de musicus die gedurende de rest van zijn succesvolle carrière met hem zou blijven samenwerken.

Met I Vitelloni, zijn tweede eigen film, zette Fellini zichzelf internationaal op de kaart. Hoewel hij aanvankelijk sterk beïnvloed werd door het neorealisme, verschoof het accent in La Strada en zijn latere films van de sociale werkelijkheid naar de psychologie, naar de fantasieën en obsessies van de hoofdpersonen. In La Strada, die werd bekroond met een Oscar voor de Beste Buitenlandse Film, speelt zijn vrouw Giulietta Masina de hoofdrol. Die samenwerking beviel blijkbaar heel goed, want zij speelde later ook in Giulietta degli Spiriti. Deze film toonde een surrealistische kijk op het huwelijk, waarbij de gelijknamige hoofdpersoon, Giulietta, het overspel van haar man ontdekt en op eigen benen leert te staan. Daarna verschijnt Giulietta pas in 1985 weer in een film van haar man, als Ginger in Ginger e Fred. Fellini had in de tussentijd een groot aantal meesterwerken weten te creëren, zoals Roma, Amarcord en E la Nave Va. In 1993 kreeg Fellini een Oscar voor zijn hele oeuvre, maar daarvan heeft hij niet lang mogen genieten. Federico Fellini overleed op 31 oktober van dat jaar.

La Dolce Vita
Marcello Rubini (Marcello Mastroianni) is een columnist die la dolce vita (‘het zoete leven’) beschrijft van de high society in Rome. Op zoek naar sappige roddels en schandalen stort hij zich elke nacht in het feestgedruis van de Via Veneto. Als de beroemde actrice Sylvia (Anita Ekberg) in Rome vertoeft, probeert Marcello met haar in contact te komen. Tijdens hun eerste ontmoeting valt hij onmiddellijk voor haar uitdagende uitstraling. Aangetrokken door de levenswijze van de rijken in Rome vraagt Marcello zich af waarom hij niet net zo vrij en uitbundig kan leven als zijn vriend Steiner. Totdat hij ontdekt dat in al die nachten vol drank en seks een diepe tragiek en verdriet sluimert…

Toen La Dolce Vita in 1960 verscheen, veroorzaakte de film een rel, met name door de wijze waarop het decadente leven in Rome werd verbeeld. Het Vaticaan eiste een verbod op het vertonen van de film. La Dolce Vita is uiteindelijk wereldberoemd geworden, net als de in de Trevifontein dansende Anita Ekberg. Sommige jonge meisjes proberen dit nog wel eens na te doen en springen overmoedig in het water van de fontein, maar ze worden altijd streng teruggefloten door de aanwezige politieagenten. Naast Anita Ekberg heeft ook de societyfotograaf voor een langdurige invloed gezorgd. De fotograaf die het leven van de beroemdheden aan de Via Veneto moest vastleggen, werd door Fellini namelijk Paparazzo gedoopt, een naam die uiteindelijk is verworden tot de soortnaam van lastige, opdringerige fotografen.

Getagd met:
mrt 28

Hoewel ik afgelopen week in Bologna was voor de grootste kinderboekenbeurs en ik dus de meeste tijd heb doorgebracht in de beurshallen, was er tussendoor ook af en toe tijd voor een culinair of cultureel uitstapje. Uiteraard drukte de uitgever van de Dominicus-reisgidsen me op het hart de San Domenico, waar de heilige Dominicus is begraven, niet over te slaan. Met de Dominicus Noord-Italië in de hand wandelde ik daarom op een regenachtige middag naar deze kerk.

Op het plein voor de San Domenico staan twee zuilen met beelden van Dominicus en de Madonna van de Rozenkrans, die verwijzen naar de legende dat Maria vanuit de hemel een rozenkrans zou hebben toevertrouwd aan Dominicus. In de kerk vind je in de Kapel van de Rozenkrans de vijfenvijftig geheimen (gebeurtenissen in het leven van Maria en Jezus) van de rozenkrans, waaronder de geboorte en de doop van Jezus. Het hoogtepunt van de San Domenico is het graf van de heilige Dominicus, de Arca di San Domenico (de boog van de heilige Dominicus).

Het ontwerp van deze marmeren tombe is voor het grootste deel van de hand van Nicola Pisano, maar ook andere bekende en minder bekende kunstenaars hebben aan de versiering van de tombe gewerkt. Zo vervaardigde Michelangelo tijdens zijn verblijf in Bologna drie beelden voor de Arca: de heilige Proculus, de heilige Petronius en een engel met kandelaar. De heilige Petronius, beschermheilige van Bologna, staat in contraposto. Michelangelo heeft hem een model van de stad Bologna in handen gegeven. De engel met kandelaar werd de pendant van de twintig jaar oudere engel van Niccolò dell’Arca. In eerste instantie werd aangenomen dat de engel aan de rechterzijde van Michelangelo was. Vanaf de negentiende eeuw is men er echter van overtuigd dat de andere engel, die aan de linkerzijde dus, van de hand van Michelangelo is.

Het leven van Dominicus
Dominicus Guzman werd rond 1170 in het Castiliaanse Calaruega geboren als jongste zoon in een gezin met vier kinderen. Zijn oom, een priester, nam zijn opvoeding ter hand. Hij liet ook de jonge Dominicus een opleiding tot priester volgen. In 1204 vertrok Dominicus op een missie naar Denemarken. Deze reis zou zijn leven danig veranderen. Onderweg in Toulouse kreeg hij namelijk te maken met een ketterse stroming, die van de Katharen. Dominicus was ontzet door de levenswijze van deze mensen en besloot al snel zijn reis naar Denemarken te onderbreken om zijn leven geheel te wijden aan de strijd voor het zuivere geloof. Om dit te bereiken koos hij met name de weg van vasten, prediking en voorbeeldig leven. Eind 1206 stichtte hij te Prouille (het huidige Fanjeaux) een vrouwenklooster, dat het eerste klooster van de latere dominicanessen zou worden.

In 1208 riep de paus, naar aanleiding van de moord op een van zijn gezanten, op tot een kruistocht tegen de Katharen. De Zuid-Franse Katharen werden uitgemoord. Dominicus moest echter niets hebben van al dit geweld. Hij zette zich liever in voor de opbouw van een nieuwe geestelijke orde, die vooral de bewaking van het geloof nastreefde. Deze orde werd al snel de orde der dominicanen genoemd, naar de naam van de initiator.

In 1216 werd de orde officieel erkend door Paus Honorius III. Vanaf dat moment stuurde Dominicus zijn broeders naar de gerenommeerde universiteiten in Parijs en Bologna om theologie te gaan studeren. Zo ontstond al snel een internationale orde die in 1220 voor het eerst bijeenkwam, in Bologna. Dominicus zelf predikte in die jaren vooral in Noord-Italië. Hij deed afstand van de leiding van zijn orde. Uitgeput door het vele reizen stierf hij op 6 augustus 1221 te Bologna, waar hij werd begraven in een vrij simpele tombe in de San Domenico. In 1234 werd hij door paus Gregorius IX heilig verklaard. Het duurde echter nog tot 1268 voordat zijn lichaam werd overgebracht naar het marmeren grafmonument.

In de katholieke iconografie wordt Dominicus meestal afgebeeld met een staf, een boek en een hond. De staf staat voor zijn geestelijk leiderschap; het boek voor het belang dat de dominicanen hechten aan studie. De hond verwijst naar een woordspeling. Het Latijnse woord voor dominicaan is namelijk dominicanus, dat klinkt als Domini canis, oftewel ‘hond van de Heer’. Dat Dominicus het maar niet hoort…

Getagd met:
mrt 27

Ieder jaar worden in Bologna tijdens de Fiera del libro per ragazzi (de grootste kinderboekenbeurs ter wereld) verschillende prijzen uitgereikt voor de beste of mooiste kinder- en jeugdboeken, de zogenaamde Bologna Ragazzi Awards. De boomhut, een prentenboek zonder enige tekst, heeft dit jaar de Bologna Ragazzi Award in de categorie fictie gewonnen.

Illustratrice Marije Tolman maakte De boomhut samen met haar vader, beeldend kunstenaar Ronald Tolman. Hij maakte etsen van een boomhut, waarin zijn dochter een nieuwe wereld illustreerde. Het verhaal begint met een ijsbeer die thuisgebracht wordt door een walvis. Even later komt zijn vriend, een bruine beer, aanvaren. Er komen meer onverwachte bezoekers langs; de uitbundige gasten zijn groot en klein, dik en dun. Als de avond valt zijn de twee vrienden samen overgebleven, onder een volle maan, in afwachting van de volgende dag.

De jury van de Bologna Ragazzi Award oordeelde als volgt:
De boomhut is a wise, clear, even poetic, example of how an established topos of the collective imagination may be revisited with a fresh eye to reveal a continued relevance to modern times. Marije and Ronald Tolman return to the ‘house in the trees’. Their house, however, is rich with subtle cultural references ranging from symbolist painting to the most refined 20th century graphic art.

De pers over dit boek:
‘… spannend contrast tussen de twee stijlen die in dit boek zo wonderlijk mooi samensmelten … De samenwerking tussen vader en dochter Tolman heeft een schitterend poëtisch kijkboek opgeleverd, je zou het meteen aan de muur willen hangen.’
Bas Maliepaard in Trouw

Speciaal voor de lezers van Ciao Tutti stelt uitgeverij Lemniscaat een exemplaar van De boomhut beschikbaar! Wil je kans maken op dit schitterende prentenboek, stuur dan een mailtje naar winnen@ciaotutti.nl o.v.v. De boomhut. Wie weet kun jij dan straks samen met de ijsbeer en de bruine beer genieten van de boomhut!

Getagd met:
mrt 26

Gisteravond landde ik, na vier heerlijke dagen in Bologna, weer op Schiphol. Die eerste avond in Nederland stak schril af tegen de aperitivi en etentjes in Bologna. Gelukkig kreeg ik een paar weken geleden (toen het ook in Italië zo sneeuwde) van een Italiaanse vriendin het liedje Sera Bolognese (‘Bolognese avond’), dat ik tijdens het uitpakken onafgebroken heb gedraaid om het leed ietwat te verzachten. Voor al degenen die ook niet in Bologna zitten vandaag: doe je ogen dicht en laat je meevoeren naar een koude avond in Bologna…

Luister mee door hier te klikken: 03 Sera bolognese

SERA BOLOGNESE
Nomadi

Non è ancor tardi
e con il freddo che fa
possiamo bere qualcosa se ti va
un po’ di neve si scioglie
sotto i tuoi stivali
la luce sotto il portico
più in la
un po’ di esitazione
che forse invento io
e il tuo braccio si infila sotto il mio.

C’è un tavolino libero
laggiù
mi s’appannano gli occhiali
e non ti vedo più
e poi mentre ci sediamo
entro in una tua risata
il mio whisky
la tua panna e cioccolata
niente a che vedere
con l’amore tutto ciò
forse un po’ di stereotipo
ma in fondo perché no?

Sera,
sera bolognese ruffiana
umido gelo
situazione da fotoromanzo
giù di li
da non crederci a ridursi così.

Eppure
c’è qualcosa da raccontare
un po’ di storia privata
da barattare
la sigaretta
e le tue mani da toccare.

L’amore è chiaro
non lo faremo mai
però abbiamo parlato di bar
e poi
mi hai raccontato dei tuoi
tre padri marinai
coi baffi, con la barba e l’aquilone
ti ho raccontato delle mie matite colorate
con cui disegno arcobaleni di cartone.

Ma la macchina non era laggiù
dove abbiamo parcheggiato
chi si ricorda più?
Dietro un angolo è nascosta
un’altra tua risata
sopra i gatti la luna è appannata
dalla tua alla mia città
mezzanotte è vicina
con la zucca
della fata turchina.

Sera,
sera bolognese ruffiana
umido gelo
situazione da fotoromanzo
giù di li
da non crederci
a ridursi così.

Eppure
c’è qualcosa da raccontare
un po’ di storia privata da barattare
la sigaretta
e le tue mani da toccare.

Voor wie nog een beetje wil weten waarover de Nomadi zingen, heb ik de 20 mooiste woorden uit het liedje vertaald:

tardi laat
un po’ di neve een beetje sneeuw
la luce het licht
esitazione aarzeling
il tuo braccio jouw arm
libero vrij
gli occhiali de bril
una tua risata jouw geschater
perché no? waarom niet?
umido gelo vochtige kou
raccontare vertellen
barattare ruilen, uitwisselen
toccare aanraken
chiaro duidelijk
marinai matrozen, zeelui
l’aquilone de adelaar
mie matite colorate mijn kleurpotloden
arcobaleni regenbogen
la macchina de auto
un angolo een hoek(je)
la luna de maan
mezzanotte middernacht
vicina dichtbij
fata fee
turchina diepblauw

Getagd met:
mrt 25

Nóg zo’n klassieker uit de Bolognese keuken! Hoewel, lasagne zelf was al bij de oude Grieken een populair gerecht. De naam lasagne zou dan ook zijn afgeleid van het Griekse laganon: plat deeg in smalle repen. Tegenwoordig wordt het deeg in stukken van 10 bij 20 cm gesneden. De stukken deeg worden dan afgewisseld met steeds een laag saus in een ovenschaal gestapeld. Over de bovenkant gaat een flinke laag bechamelsaus en verder doet de oven al het werk. In de klassieke lasagne alla bolognese horen gehakt, bechamelsaus en Parmezaanse kaas. Het geheim zit ’m vaak in het zelf maken van de lasagne en de bechamelsaus, dus vandaar dit uitgebreide recept uit De Zilveren Lepel Pasta.

Het basisrecept voor lasagne

Ingrediënten
(voor circa 12 lasagnevellen)

300 g bloem, plus iets extra voor op het aanrecht
3 eieren
zout

Zeef de bloem op het aanrecht en maak een bergje met een kuiltje in het midden. Breek er de eieren in en voeg wat zout toe. Kneed 10 minuten; voeg meer bloem toe als het te zacht is en meer water als het te droog blijft. Maak er een bal van en laat hem onder een schone theedoek 15 minuten rusten. Rol het op een licht met bloem bestoven aanrecht tamelijk dik uit en snijd het in rechthoeken van 10 x 20 cm. Kook ze in royaal water met wat zout beetgaar, haal ze eruit en laat ze op schone theedoeken drogen.

Bechamelsaus

Ingrediënten
(voor bij lasagne voor 4 personen)

50 g boter
50 g bloem
5 dl lauwe melk
zout en peper

Smelt de boter in een pan. Roer er op niet te hoog vuur de bloem door en bak het mengsel al roerend in 2-3 minuten goudbruin. Roer er beetje bij beetje de melk door. Breng de saus al roerend aan de kook, zet het vuur laag en laat al roerend 20 minuten pruttelen. Het moet een gladde, dikke saus worden. Haal de pan van het vuur en doe er zout en peper naar smaak bij.

Lasagne alla bolognese

Ingrediënten
(voor 4 personen)

10 lasagnevellen
1 hoeveelheid bechamelsaus
3 eetlepels olijfolie
1 wortel, kleingesneden
1 ui, fijngehakt
300 g rundergehakt
1 dl droge witte wijn
250 g passata
25 g boter, plus extra om in te vetten
65 g Parmezaanse kaas, geraspt
zout en peper

Verhit de olijfolie in een pan, voeg de wortel en de ui toe en bak ze 5 minuten op niet te hoog vuur; roer af en toe. Voeg het gehakt toe en bak het bruin. Giet er de wijn bij en laat hem verdampen. Doe er zout naar smaak bij, voeg de passata toe, laat alles 30 minuten pruttelen en voeg peper toe. Verhit de oven tot 200 °C (gasovenstand 6). Beboter een ovenschaal. Leg een laagje lasagnebladen in de ovenschaal, schep er wat vleessaus op, verdeel er een laagje bechamel over, bestrooi die met wat Parmezaanse kaas en verdeel er wat boter over. Ga op deze manier door tot alle ingrediënten op zijn en eindig met bechamel. Zet het gerecht 30 minuten in de oven.

Buon appetito!

De Zilveren Lepel Pasta bevat maar liefst 360 authentieke en moderne Italiaanse recepten voor pastagerechten: droge pasta, verse pasta, lange pasta, korte pasta, en gevulde pasta in allerlei vormen en varianten. De recepten worden helder beschreven en zijn gemakkelijk te volgen. Naast recepten bevat De Zilveren Lepel Pasta tips om de juiste pastavorm bij je saus te kiezen, goed pastadeeg te maken en de pasta te bereiden zoals de Italianen dat doen. Al moet je af en toe de olijfolie schrappen; zoals ik begin deze maand schreef heeft het geen enkele zin om olijfolie bij het kookwater van de pasta te schenken!

Getagd met:
mrt 23

Het klinkt bijna te gek om waar te zijn, een ijsuniversiteit. IJs maken doe je met gevoel, je kijkt de kunst af bij je (groot)vader of je ontdekt bij toeval een overheerlijke smaakcombinatie. Toch telt de Gelato University in Bologna bijna 12.000 studenten die de kunst van het ijs maken onder de knie willen krijgen. In het hightech laboratorium zitten studenten van over de hele wereld de hele dag met hun neus in het ijs. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze smaken als chocolade en vanille in evenwicht kunnen brengen, maar ook hoe uitzonderlijke smaken ijs bereid kunnen worden. Bij het horen van vreemde smaken als rode wijn, olijfolie, Parmezaanse kaas of basilicum gaat hun hart sneller kloppen. ‘In China hebben ze zelfs al geëxperimenteerd met ijs dat smaakt naar vis,’ aldus Patrick Hopkins, de Amerikaanse manager van de Gelato University. ‘IJs is een platform voor smaken, je kunt het aanpassen aan de cultuur waarin je leeft. Peer met Parmezaan en limoen met basilicum zijn enkele van de meer ongebruikelijke smaken waar onze studenten mee aankwamen.’

De Gelato University is een nevenactiviteit van Carpigiani, een Italiaans bedrijf dat wereldwijd ongeveer 70% van de ijsmachines produceert. De universiteit is opgericht in 2003 en heeft sindsdien al veel artistieke ijsmakers voortgebracht. Een van de bekendste professoren aan de Gelato University is Sergio Dondoli, de ijskunstenaar die in zijn piepkleine gelateria in San Gimignano het lekkerste ijs van de wereld bereidt. De keuze is overweldigend, maar dé specialiteit van deze wereldberoemde ijsmaker is Crema di Santa Fina. ‘Toen ik dat ijs een paar jaar geleden voor het eerst goed genoeg vond om te verkopen, kwam toevallig onze pastoor binnen. Hij wilde mijn nieuwe smaak wel proeven. Gelukkig vond hij het heerlijk. Hij wilde het ijs direct zegenen, aangezien het de naamdag van onze stadsheilige, Santa Fina, was [12 maart, SB]. Zo ontstond onder de inwoners van San Gimignano het geloof dat alle zonden van de vrouwen die Santa Fina-ijs eten, vergeven worden.’ Op 12 maart is het daarom nóg drukker dan anders!

Sergio Dondoli werd talloze keren uitgeroepen tot kampioen ijsmaker, tot hij besloot om aan geen enkele wedstrijd meer deel te nemen omdat hij toch altijd won. Hij was de eerste die met succes witte wijn in zijn ijs verwerkte. Zijn kleine ijssalon aan de Piazza della Cisterna staat altijd bomvol en is een geliefd adresje voor zowel locals als wereldberoemde sterren. Er hangt bijvoorbeeld een briefje van Tony Blair aan de muur, een gesigneerde foto van Robin Williams en een heleboel lyrische bedankjes in het Italiaans. Maar dat is nog niet alles: Sergio Dondoli is de meest gerenommeerde professor aan de Gelato University. Zelfs Aziatische hoogwaardigheidsbekleders nodigen hem continu uit om demonstraties te komen geven of om zijn wereldberoemde ijs te maken als afsluiting van belangrijke diners. Maar Sergio staat het liefst in zijn eigen gelateria in San Gimignano. Als hij er niet is, smaakt het ijs er niet hetzelfde. Het belangrijkste bestanddeel van zijn recept is namelijk zijn grote liefde voor het vak, aldus hijzelf. En dat proef je!

Gelateria di Piazza
Piazza della Cisterna 4
San Gimignano
www.gelateriadipiazza.com

Getagd met:
preload preload preload