apr 25

Precies een week geleden mocht ik het allereerste exemplaar van mijn boek vasthouden. De dag ervoor had ik het al wel even op foto mogen bewonderen, maar daardoor duurden de 24 uur die me nog scheidden van het gedrukte boek alleen maar langer… Onderweg naar Eindhoven, waar uitgeverij De Boekenmakers is gevestigd, bedwong ik mijn ongeduld door nog een keer het stukje dat ik 10 maart schreef te lezen, met een fragment uit het boek De Pitch (Harry Kramp):

‘Er is maar één week echt leuk in het jaar als je een boek hebt geschreven. Dat is de week dat het boek net klaar is, dat het gedrukt en al op tafel voor je ligt te blinken, helemaal vers, en dat het zelfs nog ruikt naar de drukinkt en de Heidelberger pers. Een jaar lang ben je bezig geweest voor dit moment. Eerst een halfjaar achterelkaar doorgeschreven, in je dooie eentje terwijl je gewend was, zoals veel van jullie, om slechts in teamverband te werken. Dan herschrijven, redigeren, corrigeren. Voortdurend twijfelen of het wel goed genoeg is. Je las het en herlas het, maar altijd met een derde oog of het niet beter kon. Beter moest. […]

Dan begint die korte maar verrukkelijke week. Dan ga je in het geval van een boek eigenlijk voor het eerst genieten van een jaar werk. Ongestoord. Het ligt zelfs nog niet in de boekhandel. Ook nog niet bij een recensent. Dan is het alleen van jou. De maker. Dan lees je het zelf pas echt voor de eerste keer.’

Een paar uur later was het zover, en lag het boek ‘gedrukt en al op tafel voor me te blinken’. Veel tijd om daarvan te genieten was er echter niet, want er moest gesigneerd worden. Maar liefst 175 keer opende ik het boek en schreef ik een korte boodschap aan iedereen die mijn boek al bestelde. De eerste exemplaren waren uiteraard voor de vormgevers van Studio Denk, daarna volgden familie, vrienden en trouwe Ciao tutti-fans. Leuk om te zien wie er allemaal een of meerdere boeken had besteld!

Tussendoor was er alleen even tijd voor een snelle foto met de uitgever, David van Iersel, en een kopje thee met chocolade om de trillende handjes bij het signeren van de laatste exemplaren te voorkomen. Maar het resultaat mocht er zijn: stapels gesigneerde boeken, en nog een mooi rijtje gesigneerde exemplaren in de boekenkast. Wie nog een gesigneerd exemplaar wil, moet dus niet te lang wachten!

De terugreis was een beetje vreemd. Ik wilde niet uitgebreid mijn nieuwe boek gaan lezen in een drukke trein vol chagrijnige forensen. Die eerste lezing verdiende een feestelijker setting, vond ik. Pas afgelopen zaterdag was het zover. Door de grootste Ciao tutti-fans werd ik verrast met heuse Ciao tutti-taartjes! Ieniemienie-gebakjes met als bovenlaag de cover van mijn boek. Mijn boek!

Met elke hap werd het gevoel waar Kramp over schreef aangewakkerd en verheugde ik me meer en meer op die verrukkelijke sensatie van voor het eerst je eigen boek doorbladeren. Ik likte zorgvuldig de slagroom van mijn vingers en keek de kamer rond, op zoek naar het boek dat net nog op tafel lag. Jullie raden het waarschijnlijk al: het was in handen van de taartjesbakker, die het boek van voor naar achteren doorbladerde, stukjes las en foto’s bekeek.

De rest van de dag kreeg ik het boek niet meer terug. Die verrukkelijke sensatie van het voor het eerst lezen van mijn eigen boek moest dus wachten. En het wacht nog steeds, want allerlei werk vroeg om voorrang afgelopen dagen. Misschien dat het vanavond lukt, als ik ongestoord thuis ben. Dan is het alleen van mij. De maker. Dan lees ik het zelf pas echt voor de eerste keer.

Al geloof ik dat ik, in tegenstelling tot Kramp, veel meer geniet van alle eerste reacties van lezers. Het is zo leuk om te horen en lezen dat jullie genieten van de verhalen, tips en foto’s. Dát is pas een verrukkelijke sensatie!!!

PS Wie nog geen exemplaar van Ciao tutti heeft besteld, kan dat doen via www.koopeenleukboek.nl Er is nog een aantal gesigneerde exemplaren op voorraad. Je boek persoonlijk door mij laten signeren kan ook, en wel op donderdag 10 mei in De Nieuwe Boekhandel te Amsterdam. Hier heffen we tussen 17 en 19 uur het glas op Ciao tutti. Hieronder vind je de uitnodiging. Wil je meetoosten, laat het dan even weten via blog {at] ciaotutti [punt] nl.

apr 24

Lange tijd schreven Frans van Munster en zijn zus Karin wekelijks brieven – met recepten – aan elkaar, die werden gepubliceerd in Vrij Nederland. Niets heerlijkers dan culinaire correspondentie lezen, dus ik was wel teleurgesteld toen werd aangekondigd dat deze rubriek zou stoppen. Gelukkig zetten broer en zus hun correspondentie online voort, op hun eigen website met de toepasselijke titel Fratello & Sorella.

Karin schreef laatst bijvoorbeeld aan Frans: ‘Een Zwitserse kunstenaar, Christoph Hänsli, heeft (in 2008) een mortadella in plakjes gesneden en van ieder plakje de voor en de achterkant minutieus nageschilderd op een apart karton. Te beginnen (en eindigend) bij het kontje van de worst.

Alle kartonnen achter elkaar is een soort boek geworden, waarmee je van voor naar achter als het ware door een mortadella heen kunt bladeren. Het lijkt me fantastisch om dit kunstwerk een keer van dichtbij te zien. Er is overigens ook een echt boek van gemaakt, met alle afbeeldingen en met een tekst van de Britse kunstcriticus en schrijver John Berger, en dat kun je gewoon bij Amazon bestellen.’

Wat je dan te zien krijgt? En paar honderd pagina’s mortadella in plakjes:

Daar was ik natuurlijk reuze benieuwd naar, en na enig speurwerk op internet vond ik inderdaad dit bijzondere boekwerk. 166 plakjes mortadella vormen, door Hänsli zowel van de voor- als de achterzijde geschilderd, 332 mortadellapagina’s. Een hele kluif, maar wel bijzonder leuk als cadeau voor een Italiëliefhebber!!

Wie echter houdt van wat meer afwisseling, stemt regelmatig af op de culinaire briefwisseling van fratello en sorella of koopt Lekkerissimo, het boek dat Frans van Munster schreef over zijn leven in Puglia (en waarover ik eerder dit stukje schreef). Buon appetito!

apr 23

Hoofdpersoon in Een kamer in Rome is de dromerige student Daniël die op de dag dat het uitgaat met zijn vriendin een novelle in handen krijgt van de mysterieuze schrijver Alle Waterink. Over de schrijver is niets bekend behalve dan dat hij in Toscane in Italië woont. Wie is die man? En waarom raakt Daniël zo bevangen door deze novelle?

Daniël vertrekt naar Italië om meer te weten te komen over Alle Waterink. Hij belandt in een duizelingwekkende wereld van taal en literatuur, vol mystificaties en culturele verwijzingen, die de lezer naar adem doen happen. Een kamer in Rome is een boek dat meesleept en, zoals ware literatuur kan bewerkstelligen, je de alledaagse werkelijkheid volledig doet vergeten. Een fragment:

‘Ik stond op om af te rekenen. Ik wilde nog afscheid nemen van Andrea. Ik was al langs zijn zaak gekomen en had gezien dat hij ’s zaterdags om negen uur openging en liep naar het pleintje met de lindebomen.

Andrea was in gesprek met een jonge moeder en haar zoontje van hoogstens drie jaar. Hij liet hun een prentenboek zien waarvan de voorstellingen uitgeklapt konden worden. Het zoontje keek met open mond naar de driedimensionale kamers, zalen, trappen en koetsen alsof hij zo het boek zou willen binnengaan.

Ik liep langs de schappen en bleef staan voor de uitstalling van de Biblioteca Adelphi: Márai, Sebald, Somerset Maugham, Gogol, Naipaul, Kundera, Cioran, Nabokov. Klinkende namen. Maakte het uit onder welke naam een verhaal de wereld in werd gestuurd? Borges suggereert in een van zijn verhalen om wereldberoemde teksten aan een ander toe te schrijven dan de oorspronkelijke auteur. De Navolging van Christus aan Céline, bijvoorbeeld. Zo’n werk zou weer heel anders gelezen worden en een nieuwe dimensie krijgen.

Nadat Andrea de moeder en het zoontje had uitgelaten, stapte hij op mij af. Ik zei hem dat hij voor mij van grote waarde was geweest, dat ik zonder hem geen verhaal gehad zou hebben.
‘Daar ben ik voor, om mensen aan verhalen te helpen.’

Misschien zou ik na een tijdje niet meer weten hoe Andrea eruitzag maar zijn glimlach zou ik niet vergeten. Glimlachen verdwijnen als laatste.
‘Ik kom hier terug,’ zei ik, ‘ik hoop als boek. Hier wil ik wel liggen.’
‘De gemiddelde tijd dat een boek in de winkel blijft is één maand.’
Hij sprak zacht maar met de autoriteit van een arts die op de gevaren van roken wijst.
‘Weet je hoeveel boeken er in Italië per jaar uitkomen? In Italië alleen? Zestigduizend. Meer dan honderdzestig boeken per dag.’ De glimlach verdween niet van zijn gezicht.

Zoals eskimo’s, naar men zegt, talloze woorden tot hun beschikking hebben om alle soorten en nuanceringen van sneeuw recht te doen, zo zouden er talloze woorden moeten zijn om de gezichtsuitdrukking van Andrea in al zijn verfijning te beschrijven. Ik moest het doen met het woord ‘glimlach’ waardoor de indruk gewekt kon worden dat hij over alles een uniforme sluier spreidde.

Van de kleine toonbank nam hij van een stapeltje een kaartje met de naam en het adres van de boekwinkel. Hij draaide het kaartje om en vroeg of ik mijn naam wilde opschrijven. Ik moest hem helpen om de naam goed uit te spreken.

Hij herhaalde de naam terwijl hij op het kaartje keek: Daniele. Als er ooit een boek van mij in Italië uitkwam, zei hij, zou hij één exemplaar in de etalage laten liggen, net zo lang tot ik terugkwam. Ik deed mijn rugzak om, gaf hem een hand en zei dat ik beslist terug zou komen.’

Lees het prachtige verhaal van Daniël in

Een kamer in Rome
Sipko Melissen
ISBN 9789028241886
€ 18,50
uitgeverij Van Oorschot

Getagd met:
apr 22

Tijdens een wandeling deep down Rome, beneden langs de oever van de Tiber, viel mijn oog net voor ik onder de Engelenbrug doorwandelde, op een schattige graffitiboodschap:

Eenmaal weer ‘boven’, in een zijsteegje van de Via del Governo Vecchio, zag ik nog zo’n graffitispreuk die de moeite van het vastleggen waard was, niet alleen vanwege de boodschap maar ook en vooral vanwege de mooie kleurschakering:

Dat deed me denken aan een verhaal dat Rosita Steenbeek ooit optekende over Romeinse graffiti, en dat ik bij thuiskomst direct opzocht om het nogmaals te lezen en met jullie te kunnen delen. Hieronder het verhaal, met de titel Schrijf het op de muren:

‘Een goede vriend van mij kwam onlangs voor het eerst naar Rome.
‘En, wat vind je van de stad?’ vroeg ik verwachtingsvol.
‘Erg vies.’
Ik was geschokt.

‘Ja natuurlijk, de gebouwen zijn prachtig, maar alles is volgeklad.’ Ik liep een tijdje zwijgend en ietwat bedrukt naast hem voort door het centrum van Rome. Heel rustig wees hij me op voorbeelden. ‘Kijk hier is Giovanni langsgekomen. En hier Michele en hier heeft Ernesto een muurtje opgeknapt en daar heeft Luisa een bericht achtergelaten.’ Inderdaad zag ik dat we bijna geen muur of deur konden passeren of die was voorzien van wilde tekeningen en teksten.

‘Kijk, de tijden op dat busbordje zijn niet meer te lezen.’ Even later reed er een bus voorbij die, tot en met de ramen, overdekt was met kleurige kreten en tekeningen. Ik verbaasde me dat ik daar kennelijk een blinde vlek voor had gehad. Kort daarop las ik in de krant dat een hele straat in het gezellige Trastevere in opstand was gekomen tegen de writers, want zo worden ze genoemd en dat wordt dan op zijn Italiaans uitgesproken.

Er stond een foto bij van de in mooie pasteltinten geschilderde huizen die allemaal van de meest woeste illustraties waren voorzien. De burgemeester vond dit ook te dol en heeft alles op gemeentekosten laten overschilderen. Maar de pastelverf was nauwelijks droog of in de nacht kwamen de writers weer aangeslopen met hun spuitbussen en nu knallen hun tekeningen en teksten weer in de meest felle kleuren van de muren.

Het loopt steeds meer uit de hand. Hoe uitdagender hoe beter. Onlangs stond in de Italiaanse kranten dat we op YouTube konden zien hoe een paar writers een auto van de Mondialpol, de veiligheidspolitie, onder handen namen. Ze hebben ook een forum waarop ze meningen en technieken uitwisselen. ‘Ik wil iets gaan doen op de raccordo annulare, de stadsring, maar weet niet in welke stijl.’ ‘Hoe kun je iets op een bus zetten zonder dat de chauffeur het merkt?’

Er is ook een film over dit fenomeen: Scrivilo sui muri. Schrijf het op de muren. Een liefdesverhaal tegen de achtergrond van de writerswereld. De regisseur heeft zich gebaseerd op de verhalen van echte writers. Hij laat zien dat er verschillende groepen bestaan die met elkaar concurreren en die werken in uiteenlopende stijlen. Het zijn jongeren die hun stem willen laten horen, kinderen uit mislukte huwelijken die geen zin hebben om als radertje mee te draaien in de maatschappij waaraan ze een hekel hebben. Ze komen wel sympathiek en romantisch over, met een moeilijk maar avontuurlijk leven. We zien hoe ze de grote verkiezingstrein gaan vol schilderen.

Nu is men bang dat deze film alleen maar reclame is voor de writers. Ook voor kerken en regeringsgebouwen deinzen ze niet terug. Nog even en de Sint-Pieter is van een kleurig nieuw jasje voorzien.

Misschien heeft het toch ook te maken met deze stad, waar op elke fontein, kerk, palazzo, brug, poort wel een naam staat van een Romeinse keizer, consul, paus of kardinaal. Zelfs op het Pantheon staat niet alleen dat Agrippa het heeft laten bouwen, en met kleine letters dat het gerestaureerd werd onder Septimius Severus, maar bovendien de namen van een paar pausen, omdat die ook nog het een en ander hebben laten opknappen. Verder lees je op een ontelbaar aantal huizen dat die en die kunstenaar, geleerde, politicus of geestelijke er geboren werd, stierf of op bezoek was.

Vanochtend liep ik langs de beeltenis van een in een buitenmuur gemetselde Maria. Toen ik bleef staan bij de writershandtekening daaronder, las ik voor het eerst de in marmer gehakte tekst: ‘Deze beeltenis van de Madonna heeft op 9 juli 1796 door meerdere malen haar ogen te bewegen en met een zachte gelaatsuitdrukking, de bevolking van Rome getroost.’

Ik loop verder, draai me nog een keer om. Volgens mij knipoogde ze even.’

Meer van Rosita’s verhalen over Rome lezen? Een bundeling van haar kleurrijke columns, met illustraties van Sieb Posthuma, vind je in Kleuren van Rome.

Kleuren van Rome
Rosita Steenbeek
met illustraties van Sieb Posthuma
ISBN 9789029573771
€ 15,00
uitgeverij De Arbeiderspers

apr 19

Een bezoek aan Rome is voor kinderen een onvergetelijke ervaring. De stad barst van de plekken waar de geschiedenis voor hun ogen tot leven komt, en waar prachtige, tot de verbeelding sprekende verhalen bij zijn te vertellen. Als ouder moet je dan natuurlijk wel zelf goed op de hoogte zijn om je kinderen al die verhalen te kunnen vertellen.

Althans, tot voor kort, want sinds dit voorjaar is er een geweldig leuke Lonely Planet-reisgids voor kinderen te koop, die alles wat ze over Rome willen weten op een speelse, laagdrempelige manier uitlegt. Zo zijn de rollen omgekeerd en kunnen de kinderen hun ouders mee op pad nemen door de Eeuwige Stad. Want let wel: de gids zelf heeft als ondertitel ‘Veboden voor ouders’ – die mogen dus niet even spieken ;-)

In het voorwoord worden de jonge reizigers al direct meegenomen naar het ‘echte’ Rome:

‘Dit is geen reisgids. En hij is zeker niet voor ouders. Dit is het echte insideverhaal over een van ’s werelds beroemdste steden: Rome. In dit boek zul je fascinerende verhalen lezen over oude gladiatoren en moderne voetballers, hectisch verkeer, lekker eten en een gruwelijk verleden.

Kom meer te weten over vechten met wilde dieren, spookachtige stenen, dragracing in Romeinse stijl en geluksfonteinen. Ontdek de pittige scooters, fashionista’s, echt oude bruggen en ijs in alle mogelijke smaken. Dit boek toont je een Rome waarvan je ouders wellicht geen flauw benul hebben.’

Het boek omvat niet alleen verhalen, leuke weetjes en spannende anekdotes over Rome maar brengt de stad aan de hand van foto’s, illustraties en stripverhaaltjes ook beeldend tot leven. Zo worden een aantal grote monumenten uitgelicht aan de hand van hun opdrachtgevers. De auteur schrijft:

‘Denk aan mij! Wie heel belangrijk is, wil dat er voor hem een reusachtig monument wordt opgericht, zodat iedereen zich altijd zal herinneren wie hij was en wat hij gedaan heeft. Rome bulkt van dergelijk eerbetoon, oud en bouwvallig of modern en imposant.’

Een van de voorbeelden die in de reisgids worden genoemd, is de enorme voet die op de binnenplaats van de Capitolijnse Musea te bewonderen is. ‘Deze voet is een stuk van een reusachtig standbeeld van de Romeinse keizer Constantijn, die vijftig jaar lang regeerde en van het christendom de belangrijkste godsdienst in het Romeinse rijk maakte. Het hoofd, de armen en benen werden uitgehouwen uit marmer.’

Erbij een lijstje met een handvol wetenswaardigheden:

*het standbeeld moet zo’n 12 meter hoog zijn geweest
*enkel het hoofd, de handen, een arm, delen van de benen en voeten bleven bewaard
*het hoofd is 2,5 meter hoog en elke voet is ruim twee meter lang
*het standbeeld zat op een troon op het Forum Romanum
*de resten werden gevonden tussen het puin van het Forum in 1486

Wedden dat kinderen enorm trots zijn dat ze dit kunnen vertellen als ze naast die enorme voet staan? En zo zijn er nog veel meer weetjes en anekdotes te vinden in deze aantrekkelijke gids, dus zowel ouders als kinderen zullen niet snel uitgekeken en uitgelezen raken.

Ga je binnenkort met kinderen naar Rome, koop voor hen als voorbereiding dan dit geweldige boek en laat ze je meenemen naar al dat spannends en moois in Rome.

Lonely Planet Rome – Alles wat je altijd al wilde weten
ISBN 9789020992069
€ 14,99
uitgeverij Lannoo

Bestel deze reisgids via deze link bij bol.com

apr 17

Een mooie opening van de Week van de Klassieken, het nieuwe boek van Oek de Jong dat vandaag verschijnt. Brief aan een jonge Atlas bevat zes onbekende, autobiografische teksten uit het begin van Oek de Jongs schrijverschap. De toon en stijl zijn onmiskenbaar die van de twintiger die een hele generatie wist te boeien met zijn romans Opwaaiende zomerjurken (200.000 ex.) en Cirkel in het gras (150.000 ex.), beide inmiddels klassiekers in de Nederlandse letteren.

Maar Brief aan een jonge Atlas laat tot nu toe onbekende kanten van deze schrijver zien: minnaar in een uitzichtloze liefde, reiziger door Marokko, duiker bij Vulcano, een romanticus tegen wil en dank, bezig zich te ontworstelen aan zijn jeugd. Vandaag alvast een voorproefje, een prachtig fragment uit het verhaal Landschap met inktvis:

‘Wanneer je alleen reist, maakt alles een diepere indruk. Je aandacht gaat niet uit naar een reisgenoot. Je kunt de wereld niet buitensluiten in die magische cirkel van twee. Je staat er in je eentje voor. Je bent onophoudelijk blootgesteld aan de vreemde wereld die je betreedt. Je spreekt soms dagenlang met vrijwel niemand. Je wordt op jezelf teruggeworpen. Je raakt in jezelf gekeerd. Je komt jezelf tegen, zoals dat heet, jezelf en je demonen. Maar alles maakt daardoor een diepere indruk.

Elke reis alleen is ook een reis naar binnen. Je ontkomt er niet aan.
Ik reisde in die jaren veel alleen.

Nadat ik, in het vroege voorjaar van 1985, de vierhonderdeenendertig pagina’s drukproef van mijn tweede roman had afgewerkt, kocht ik een ticket voor het eerste het beste vliegtuig naar Sicilie om daar even een frisse neus te halen. Ik was tweeëndertig – en eigenlijk pas tweeëntwintig, volgens een wijze oudere vriendin, die van mening was dat in mijn leven ‘alles tien jaar later gebeurde dan in het leven van anderen’.

Een vreemde, orakelachtige uitspraak die me nu te binnen schiet. Misschien had ze gelijk, want er stonden mij op deze reis zekere vernederingen en inzichten te wachten die niet passen bij een tweeëndertigjarige – en misschien zelfs niet bij een tweeëntwintigjarige.

Ik landde in Catania, een stad befaamd om zijn barokke pracht. Ik bezocht er slechts de vismarkt, een plein vol schreeuwende vissers, hun stemmen weerkaatsend tegen de huizen, en verlustigde me in de vis die er glanzend en glibberig lag uitgestald, in gekliefde zee-egels, hompen zwaardvis, emmers zwart water, in een wilde wereld kortom; ik nam de trein naar Palermo, dwars over het eiland, en in Palermo bleef ik maar een halfuur, omdat bepaalde gezichten daar me niet aanstonden; ik reisde door naar Trapani, een kleine havenstad aan de westkust, waar ik halverwege de avond aankwam – de zwaluwen scheerden nog over de daken – en een kamer vond aan een oude binnenplaats met arcades en gaanderijen die geheel naar mijn zin was, en de volgende ochtend stapte ik op de boot naar Pantelleria, een eiland ten zuiden van Sicilië, waar ik op de kaart al verlangend naar had gekeken, een klein en vulkanisch eiland met Arabische namen. Omdat ik alleen reisde, herinner ik me de aankomst op Pantelleria nog heel goed.

Het was aan het begin van de middag, de zon stond hoog. Nadat de veerboot zijn twee ankers had uitgezet, voer hij langzaam achteruit, zijn ankerkettingen vierend, en naderde de rotsige kust van het eiland. Een haven was er niet, alleen een kleine kade, waarop een paar auto’s en een handvol mensen stonden te wachten. Ik begon de landelijke kust van het eiland al vagelijk te ondergaan, terwijl ik nog op zee was.

Van de kade maakte zicht toen een kleine jol los. Omdat de zee door het helle licht tot op de bodem doorzichtig was, leek de jol te zweven op de golven. Deinend en dansend, geroeid door een jonge kerel die zijn blote voeten schrap zette tegen de spanten, kwam die notendop naderbij. In de schaduw van het schip gekomen richtte de man in de jol zich op. Behendig ving hij het balletje van de lijn dat hem werd toegeworpen. Hij haalde de lijn in en begon de eerste van de twee trossen aan land te brengen.

Ik zag die jol van bovenaf, deinend op de blauwe en doorzichtige golven en ik bewonderde zijn even sterke als functionele als fraaie vorm. Hoe klein en rank ook, het bootje leek geschapen om zich over de golven te bewegen, rijzend en dalend, zonder een spatje water te maken. Een eeuwenoud ontwerp dat nooit door iemand was ontworpen, sterk, beproefd, niet verbeterbaar: de jol. Ik zag een oervorm. Het zien van een oervorm is het zien van iets volmaakts. Het was een ervaring die ik op het eiland onophoudelijk zou hebben.

Aan twee trossen, op de kade bevestigd, trok het schip zichzelf naar de wal. De laadklep in de achtersteven zakte naar beneden. Terwijl hij daalde liep een scheepsofficier in smetteloos wit kostuum ertegenop, als tegen een helling. Vanuit het duister van de scheepsbuik trad hij in het licht om erop toe te zien dat de laadklep op de kade landde. Maar veel meer toch, leek het, om alle ogen op de kade op zich gericht te weten. Tja, ik bevond me nog altijd in Italië, ook al was Afrika nu dichtbij.’

Lees het vervolg van zijn verblijf op Pantelleria en de andere, net zo prachtige, verhalen in

Brief aan een jonge Atlas
Oek de Jong
ISBN 9789045705439
€ 14,95
uitgeverij Augustus

apr 13

Vandaag vieren ze in Italië de Dag van de Espresso. Voor de vierde keer wordt de populairste soort koffie in meer dan 2600 koffiebarretjes in Italië in het zonnetje gezet. Wie vandaag in een van die geselecteerde bars (herkenbaar aan een sticker op de deur) een espresso bestelt, krijgt er een klein boekje bij met de geschiedenis van koffie en tips over hoe je de echte Italiaanse espresso herkent.

 

Helaas kon ik jullie zo vroeg nog niet van de wetenswaardigheden uit dit vademecum voorzien, maar in plaats daarvan een stukje uit het boek Il caffè sospeso van Luciano De Crescenzo. In het begin van mijn blogcarrière schreef ik al eens over hem:

‘In Napels bestaat al sinds jaar en dag de traditie van de caffè sospeso (letterlijk: koffie in de wacht). Als je in Napels een caffè bestelt, kun je twee kopjes koffie afrekenen. Het ene kopje drink je zelf op, het andere kopje, de sospeso, kan dan later op de dag door een arme Napolitaan worden genuttigd.

Hoewel de traditie van de caffè sospeso vandaag de dag lang niet meer door iedere Napolitaan in ere wordt gehouden, is het voor toeristen erg leuk om te zien hoe op de bestelling van een gewone koffie en een caffè sospeso wordt gereageerd. Wedden dat een caffè sospeso bij iedereen in de smaak valt?’

Om de proef op de som te nemen een klein stukje wijsheid voor bij de eerste espresso van vandaag. In de woorden die De Crescenzo zelf optekende, en waarin hij zo mooi zegt: ‘espresso is niet alleen maar een donkere vloeistof, maar ook een manier om vriendschap te sluiten’.

Zijn tekst in het Italiaans (ook voor mensen die een paar woorden Italiaans spreken redelijk goed te volgen):

‘A Napoli, una volta, c’era una bella abitudine: quando una persona stava su di giri e prendeva un caffè al bar, invece di uno ne pagava due. Il secondo lo riservava al cliente che veniva subito dopo. Detto con altre parole, era un caffè offerto all’umanità. Poi, di tanto in tanto, c’era qualcuno che si affacciava alla porta del bar e chiedeva se c’era un ‘sospeso’.

Tutto questo era dovuto al fatto che erano più i clienti poveri che quelli ricchi. Oggi purtroppo non solo non esiste più chi paga un ‘sospeso’ ma nemmeno chi è disposto ad accettarlo. Un giorno ho conosciuto un brav’uomo, bisognoso di fare amicizie, che di ‘sospeso’ ne pagava addirittura cinque.

È per questo che chiedere un allineamento dei prezzi del caffè in Italia, a mio avviso, sarebbe un errore. Il caffè non è uguale a ogni latitudine: in primo luogo èdiero come sapre, poi come quantità (un caffè del Nord, misurato in centilitri, è almeno il doppio di un caffè del Sud) e infine, come funzione.

Quando al di sopra della Linea Gotica si è giù di corda ci si aiuta con un grappino, a Napoli, invece, con un caffè, e per raggiungere il livello desiderato, credetemi, ce ne voglione almeno tre, e di quelli buoni. Ma tre caffè al giorno costano quello che costano. Forse ce le dovrebbe passare la mutua.

Il caffè di Napoli è diverso da quello di Milano. È minimo come quantità e massimo come sapore. Provare per credere. E soprattutto non è solo un liquido scuro ma, come accennato, un mezzo per fare amicizia. Supponiamo che un giorno incontriate un amico a Napoli, in Piazza dei Martiri. Il minimo che vi dovete aspettare è che vi dica: ‘Prendiamo un caffè’. Il che dalle mie parti equivale a dire ‘buon giorno’.

Ora, però, paragoniamo il caffè di Napoli al caffè di Milano, se non, addirittura, a quello di Monaco di Baviera. Mentre quello tedesco scende, quello di Napoli sale e va a sistemarsi nelle vicinanze del cervello. Non a caso è poco più di un sorso.

Questi capitoli che seguono sono come piccoli sorso di caffè napoletano: brevi, gustosi, ma capaci di salire nelle vicinanze del cervello e fargli un po’ di sano solletico.’

De hoofdstukken die volgen hebben inderdaad precies hetzelfde effect als een klein slokje koffie uit Napels: ze zijn kort, maar zeer smaakvol en ze stijgen direct op naar je hersenen om die even op een gezonde manier bezig te houden. Een aanrader om elke dag een stukje te lezen bij de eerste espresso!

Il caffè sospeso
saggezza quotidiana in piccoli sorsi
Luciano De Crescenzo
ISBN 9788804577744

apr 12

De tentoonstelling Lux in Arcana geeft je een kijkje in een klein stukje van het Vaticaans Archief. Maar wat is dit archief nu precies, en wat is er zo geheimzinnig aan? Het recent verschenen boek De verborgen geschiedenis van de pausen geeft antwoord op die vraag.

‘Het idee van een archief van alle pauselijke documenten dook voor het eerst op bij de oprichting van de Biblioteca Vaticana onder Sixtus IV. Het was echter wachten tot 1593 voor Clemens VIII een eigenstandig depot voor bullen, breven, brieven, encyclieken en oorkonden in het leven riep. Al dit archiefmateriaal werd opgeslagen in grote houten kasten in een salon in de Engelenburcht. Kardinaal Bartolomeo Cesi, het eerste hoofd van dit Archivium Arcis Sancti Angeli, had de titel van prefect; Domenico Rinaldi, die hem na korte tijd opvolgde, staat genoteerd als ‘archivaris’.

Het archief was aanvankelijk zeer fragmentarisch. Wilde men een archief die naam waardig, dan moest men alles bijeenzoeken wat her en der in de pauselijke vertrekken – en daarbuiten – verspreid lag en het netjes catalogeren. Op 25 januari 1606 gaf Paulus V daartoe de aanzet met de breve Apostolicae Sedis: ieder die geschriften van de Heilige Stoel bezat, of hij nu binnen dan wel buiten het Vaticaan verbleef, moest die binnen zes dagen overhandigen aan de beheerders van het archief van de Engelenburcht, op straffe van excommunicatie.

Toen de paus later de Engelenburcht inspecteerde, moest hij vaststellen dat de lokalen van het archief in een erbarmelijke toestand verkeerden: de documenten zaten onder een dikke laag stof en waren aangevreten door de muizen. Dus besliste hij – met de breve Cum nuper van 31 januari 1612 – dat het archief een nieuw onderkomen moest krijgen, en wel in het Apostolisch Paleis […], drie kamers vlak naast de Sixtijnse Salon van de Biblioteca Vaticana. […]

Met de apostolische constitutie Maxima vigilantia van 14 juni 1727 bepaalde Benedictus XIII dat alle materiaal dat verspreid was in kerkelijke archieven op Italiaans grondgebied, naar het centrale archief moest worden overgebracht. In 1783 werd dit uitgebreid met alle pauselijke documenten die zich nog in Avignon bevonden. In 1798 kwam ook de documentatie over de gevangenissen vanuit de Engelenburcht naar hier.

1798-1810 waren crisisjaren: op bevel van Napoleon verhuisde een groot deel van het archief naar Parijs, waar het werd ondergebracht in het Hôtel de Souvise, samen met die van andere staten die Napoleon had veroverd. In de jaren 1815-1817 keerde dit archiefmateriaal beetje bij beetje naar Rome terug, maar niet zonder aanzienlijke verliezen en beschadigingen […].

Het archief moest geheim blijven en dat was terecht, want zoals Leo XIII zei ‘diende het eerst en vooral voor de paus en de curie, dat wil zeggen voor de Heilige Stoel’. Toch besliste diezelfde paus in 1880 de archiefdocumenten tot en met jet jaar 1815 toegankelijk te maken voor wetenschappelijk onderzoek. Daarna werd het limietjaar verscheidene keren opgeschoven. In 1985 werden alle documenten tot 1922 beschikbaar gesteld.

In 1939 liet Pius XI de vertrekken rechts van de Belvedere-binnenplaats, waar zich reeds de pinacotheek bevond, zo inrichten dat het archief meer ruimte kreeg. Pius XII nam ook de zolderkamers boven de Kaartengalerij in de Vaticaanse Musea voor het archief in beslag. In 1980 werden twintig meter onder de Pijnappel-binnenplaats twee verdiepingen aangelegd waar 54 kilometer documenten in optimale omstandigheden kunnen worden bewaard.

De documenten waren nu goed beveiligd. Men kon ze raadplegen, maar de naam ‘geheim archief’ was nog steeds terecht, want wie ze wilde consulteren, kon dat alleen ‘mits een aanbeveling en als hij kon bewijzen dat het nodig was voor zijn wetenschappelijk onderzoek’[…].Wie er uiteindelijk binnen raakte, dreigde verloren te lopen in het labyrint van ‘raadsels die alleen voor deskundigen enigszins inzichtelijk worden’. Om het materiaal dat men wilde raadplegen te ontsluiten, kon men dus moeilijk zonder de knowhow van de archivaris.’

In De verborgen geschiedenis van de pausen lees je meer over de geheime archieven.

Het pausambt was lange tijd de meest geambieerde positie ter wereld, en een ongekende bron van malversaties. In De verborgen geschiedenis van de pausen zijn de verhalen die zich hebben afgespeeld in de kantlijn van het leven van de pausen, van het begin van onze tijdrekening tot nu, verzameld. De geheimen en de passies, de deugden en de ondeugden van de pausen – van de heilige Petrus tot Benedictus XVI – zoals ze naar voren komen uit legenden, historische documenten, kronieken en volksverhalen. Verhalen uit tijden van de catacomben en de vervolgingen van de eerste christenen, uit tijden van de duistere middeleeuwen, toen tegenpausen door keizers werden gemanipuleerd. Uit tijden toen kruistochten twijfelachtige doelen dienden, over Jodenvervolging en de Heilige Inquisitie, tot de hedendaagse Camorra-activiteiten.

De verborgen geschiedenis van de pausen
Claudio Rendina
vertaald door Wouter Meeus
ISBN 9789086794232
€24,95
Uitgeverij Roularta Books

apr 09

Nauwkeurig schrijf ik de benodigdheden voor het recept dat Loes Janssen Miraglia ons eergisteren gaf op een boodschappenlijstje, dat wekelijks verdacht veel overeenkomsten vertoont met mijn to do-lijstje. Dat laatste is weliswaar meestal wat langer, maar verder zien ze er ongeveer hetzelfde uit. Alle bij elkaar horende elementen netjes onder elkaar, vervelende dingen (lees bij boodschappen: de dingen die je echt niet moet vergeten) eerst, de extraatjes sluiten de rij. Italiaanse vrienden snappen niets van mijn systeem, maar voor mij is het de enige manier om niets te vergeten.

Dat lijstjes maken is een erfenis van mijn eerste baan. Net afgestudeerd schoof ik aan op de redactie van Denksport, waar ik verantwoordelijk was voor een deel van de favoriete tijdsbesteding van veel Nederlanders en Vlamingen. In ruim drie jaar tijd maakte ik samen met collega’s duizenden kruiswoordpuzzels, cryptogrammen en doorlopers. Onze hersens draaiden overuren, maar op een goede manier. Er zal best een kern van waarheid zitten in de positieve effecten van brain training – ik had toen bijvoorbeeld beduidend minder koffie nodig om de hele dag door cryptische omschrijvingen te bedenken – of die van anderen op te lossen.

Maar toen kwam de puzzel waar iedereen verslaafd aan raakte: sudoku. We maakten duizenden sudoku’s, van heel makkelijk tot bijna niet op te lossen. We bedachten allerlei varianten, met kleur, met symbolen, met diagonalen, met grotere afmetingen… In die tijd dacht ik bijna alleen nog maar in cijfers. Meer dan acht uur alleen maar van 1 tot en met 9 tellen bleek een goede training om ergens in Culemborg het kampioenschap sudoku op mijn naam te schrijven, maar was een last in het dagelijks leven.

Wat er op mijn to do-lijst stond, wist ik niet meer. Wel nog dat het 8 heel belangrijke dingen waren… Welke groente er ook weer door de pasta moest volgens het recept? Geen idee, maar ik wist wel dat het om 3 keer 100 gram ging. Voordat mijn dagelijks leven zou gaan leveren tussen de nul en de tien, bedacht onze hoofdredacteur een oplossing die het vernauwen van ons brein tegen moest gaan. Na de sudokuhype zouden immers weer cryptogrammen wachten, waartegen onze hersens opgewassen moesten zijn.

De oplossing lag in mind mapping. Een mind map is een schematisch weergegeven, breinvriendelijke weergave van informatie. In plaats van saaie lijstjes maak je een soort plattegrond van alle informatie die je wilt onthouden of van alle dingen die je nog moet doen. De techniek van mind mapping is ontwikkeld door Tony Buzan, een Britse psycholoog die veel onderzoek heeft gedaan naar de werking van de hersenen.

Volgens Buzan worden bij mind mapping beide hersenhelften betrokken, omdat je niet alleen woorden opschrijft maar juist ook gebruik maakt van beelden, symbolen en kleuren. Door het maken van een mind map zie je bovendien ook alle verbanden en de onderliggende structuur, hetgeen de zaken al snel minder complex maakt.

Onlangs stuitte ik op een kookboek dat helemaal gebaseerd is op deze techniek. Alle recepten in dit prachtig uitgevoerde kookschrift bestaan voor het grootste deel uit tekeningen. Het resultaat staat altijd in het midden, daaromheen zijn de ingrediënten en bereidingswijzen gerangschikt. In volgorde van belangrijkheid, want bij mind mapping staat de belangrijkste informatie dicht bij het midden. Details worden verder naar buiten opgetekend.

Naast elk recept is een pagina gereserveerd voor eigen aantekeningen, tips en aanvullingen. Tussen de recepten door vind je de leukste ansichtkaarten om vrienden uit te nodigen voor een etentje. Het samenstellen van een bijzonder menu moet met de originele recepten (allemaal vegetarisch) niet zo’n probleem zijn. Wat dacht je bijvoorbeeld van sinaasappelwortelsoep, broccolitaartjes met brie en citroentiramisù toe?

Voor dit laatste lekkers mogen we van de makers, Yvonne van den Brandhof en Barry Van Gool, alvast het recept verklappen. Als je op onderstaande foto klikt, zie je het nog iets vergroot.

Alle andere recepten vind je in

Kook!
Yvonne van den Brandhof & Barry Van Gool
ISBN 9080851922
€ 24,50
uitgeverij BrainWare

Kook! kun je bestellen via http://www.brainware.nl/

apr 03

April is de maand van de nieuwe boeken! Naast alle boeken waaraan ik heb mee mogen werken (en waarvan nog uitgebreid verslag volgt), verschijnt deze maand namelijk ook het debuut van Sandra Di Bortolo: Spaghetti met hutspot. De titel geeft precies aan hoe Sandra is opgegroeid: met een Nederlandse moeder en een Italiaanse vader was het schipperen tussen spaghetti en hutspot – en tussen alles waar beide gerechten symbool voor staan.

In haar debuutroman geeft Sandra je een kijkje achter de gesloten deuren van een Italiaanse immigrantenfamilie, waarin met name de hiërarchische verhoudingen een belangrijke rol spelen. Familie-intimiteiten die volgens Italiaanse tradities verborgen blijven voor de buitenwereld worden door Sandra op een onomwonden manier bespreekbaar gemaakt. Spaghetti met hutspot is autobiografisch proza dus; Sandra verwerkt haar eigen levenservaringen in een fictief verhaal.

Nadat eerst haar vader en nu ook haar moeder overlijdt, wordt het leven van Silvana Scaglione flink overhoop gegooid. Als jongste dochter in een Italiaans gezin betekent het overlijden van haar moeder uiteraard, dat haar oudste broer Franco degene is, die voortaan de familie zal leiden. In eerste instantie is dat een vanzelfsprekendheid die niemand in twijfel trekt. Maar naarmate de tijd verstrijkt, merkt Silvana dat zij steeds meer moeite krijgt om haar oudste broer blindelings te volgen.

Wanneer zij voorzichtig probeert zich te distantiëren van dit vanzelfsprekende leiderschap stuit dat direct op verzet binnen de familie.  In eerste instantie probeert Franco haar nog onder vier ogen duidelijk te maken dat hij haar recalcitrantie gedrag niet op prijs stelt. Maar wanneer Silvana steeds meer in het openbaar de familietradities aan haar laars lijkt te lappen, door Franco openlijk aan te spreken op zaken die in haar ogen anders zouden moeten, neemt de spanning binnen de familie toe. Een rechtstreekse confrontatie tussen Franco en Silvana zal uiteindelijk bepalend zijn voor de verstandhoudingen binnen de hele familie.

Tegelijkertijd volgen we het leven van haar vader, Marcello Scaglione, vanaf zijn vroege jeugd. Hierin wordt duidelijk dat de hiërarchische verhoudingen al op voorhand vastliggen. Als oudste zoon wordt Marcello al op jonge leeftijd duidelijk gemaakt dat de verantwoordelijkheid bij hem zal komen te liggen. Zijn jongere broer Lorenzo blijkt zich echter te ontwikkelen tot een zelfstandige, charismatische man die niet onderdanig wil zijn aan zijn oudere broer. Een breuk tussen de beide broers is uiteindelijk onvermijdelijk. Marcello voelt zich diep ongelukkig omdat hij in zijn ogen ernstig heeft gefaald als familie-oudste. Pas na ruim twintig jaar wordt deze ruzie op initiatief van hun beide vrouwen bijgelegd.

Vandaag op Ciao tutti een voorproefje, bestaande uit de brief waarmee het boek begint:

‘18 februari 2010

Vandaag is het donderdag. De achttiende. Het is precies een jaar geleden dat haar moeder overleed. Silvana loopt een beetje weemoedig door het huis. Omdat ze deze week late dienst heeft, lag ze gisterenavond pas laat in bed, en is daarom wat later dan gewoonlijk opgestaan. In haar badjas, op haar pantoffels, loopt ze zonder nadenken naar de koffiemachine. Koffie, het eerste waar ze ’s morgens behoefte aan heeft. Daarna, zoals altijd, het journaal kijken en dan pas douchen en aankleden.

Het is een rare dag. Op deze dag, achttien februari, is haar moeder gestorven. En de periode die daarop volgde, was misschien nog wel ingrijpender dan het overlijden zelf. Het afgelopen jaar stond immers in het teken van verlies, in de ruimste zin van het woord. Ze krijgt een brok in haar keel wanneer ze terugdenkt aan haar gesprek met Franco, drie dagen geleden. De afstand die ze toen voelde, de onoverbrugbare kloof die tussen haar en haar oudste broer Franco is ontstaan, was ineens bijna tastbaar. Eigenlijk voerde hij als familieoudste het woord namens de hele familie.

Wanneer ze een slok van haar koffie neemt hoort ze de brievenbus klepperen. Met haar kopje in de hand loopt ze naar de gang. Behalve een blauwe envelop van de belastingdienst ziet ze een witte. Ze schrikt. Ze leest haar naam in, zo lijkt het wel, het handschrift van Franco. Met bonzend hart loopt ze terug naar de bank en opent nerveus de envelop.

“Silvana,” zo opent de brief. En daarna niets. Helemaal niets. Geen woord. Een lege brief met alleen maar zijn naam daaronder.“F.A.G. Scaglione”. De tranen die al dicht aan de oppervlakte lagen, glijden geruisloos over haar gezicht. Hij heeft haar blijkbaar niets meer te zeggen.’

Lees het vervolg van Sandra’s verhaal in

Spaghetti met hutspot
Sandra Di Bortolo
ISBN 9789081697088
€ 17,50
uitgeverij Mooi Media

preload preload preload