sep 09

Wie Venetië zegt, zegt Donna Leon. Haar serie met de sympathieke Venetiaanse politieman Guido Brunetti in de hoofdrol neemt duizenden lezers mee naar het leven in de oude dogestad. Goed nieuws voor al haar fans, want afgelopen zomer verscheen een gloednieuw deel in de – inmiddels 19 boeken tellende – Brunetti-reeks: Een kwestie van vertrouwen.

Venetië gaat gebukt onder een zinderende hittegolf. Terwijl de stad overspoeld wordt met toeristen, proberen de Venetianen zelf het hoofd koel te houden. Ispettore Vianello heeft echter wel wat anders om zich druk over te maken. Zijn tante onttrekt om onverklaarbare redenen grote sommen geld aan het familiebedrijf. Vianello stelt een officieus onderzoek in en komt op het spoor van een waarzegger die zijn tante adviseert. Ondertussen ontvangt Guido Brunetti informatie over verdachte vertragingen bij het lokale gerechtshof. Maar pas als een suppoost van de rechtbank vermoord wordt, worden de vermoedens van een groter corruptieschandaal binnen de rechtbank bevestigd. Donna Leon laat op meesterlijke wijze de verzengende hitte van de Venetiaanse pleinen en de duistere koelte van de Venetiaanse rechtbank samenkomen in een explosief einde.

Maar voordat het zover is, moet er natuurlijk eerst koffie worden gedronken:
‘In de bar bij de Ponte dei Greci stond Bambola, de Senegalese hulp die Sergio vorig jaar in dienst had genomen, achter de bar. Brunetti en Vianello waren allebei gewend Sergio daar te zien: vierkante, norse Sergio, een man die in de loop der jaren genoeg politiegeheimen had opgevangen – en voor zich had gehouden – om een chanteur decennialang aan het werk te houden. Het personeel van de Questura was zo gewend geraakt aan Sergio dat hij ondertussen bijna een staat van onzichtbaarheid had bereikt.

Dat kon niet gezegd worden van Bambola. De Afrikaan droeg een lange beige djellaba en een witte tulband. Hij was lang en slank, en zijn donkere gezicht glom van gezondheid. Zoals hij daar achter de bar stond had Bambola wel iets weg van een vuurtoren, met zijn tulband die het licht weerkaatste dat naar binnen scheen door de grote ramen die uitkeken op het kanaal. Hij weigerde een voorschoot te dragen, maar er was op zijn djellaba’s nooit een vlekje te zien.

Toen de twee mannen binnenkwamen, viel het Brunetti op hoe licht het in het café was, en hij keek omhoog om te zien of Bambola het licht had aangedaan, wat toch bepaald niet nodig was op een stralende dag als deze. Maar het lag niet aan de ramen. Niet alleen waren die schoner dan hij ze ooit gezien had, ook de posters en stickers voor ijs, frisdranken en verschillende soorten bier waren allemaal weggehaald of afgekrabd, een ingreep die de hoeveelheid licht die naar binnen viel verdubbeld had. De oude tijdschriften en kranten waren uit de vensterbank gehaald, en ook de met vliegenpoep bespikkelde menukaarten die daar jarenlang hadden gelegen, waren nergens te bekennen. In plaats daarvan lag er nu over de hele lengte een witte lap stof, waarop in het midden een donkerblauwe vaas met roze strobloemen stond.

Brunetti zag dat de gehavende plastic uitstalkast, die al zo lang als hij zich kon herinneren plaats had geboden aan pasteitjes en zoete broodjes, vervangen was door een drie verdiepingen hoge vitrine met glazen wanden en legplanken. Tot zijn opluchting constateerde hij dat de pasteitjes hetzelfde waren gebleven: Sergio was misschien niet zo huishoudelijk ingesteld, maar hij had wel verstand van pasteitjes, en hij had verstand van tramezzini…’

Met haar beschrijvingen van het Venetiaanse leven en niet te vergeten de heerlijke Italiaanse gerechten laat Donna Leon iedere lezer meegenieten van la dolce vita. Zelf werd ze met het Italievirus besmet toen ze vanuit de Verenigde Staten in Perugia en Siena ging studeren. Na haar studie werkte ze als reisleidster in Rome, als copywriter in Londen en als lerares aan verschillende Amerikaanse scholen in Europa en Azië. Nu doceert ze Engelse en Amerikaanse literatuur aan een universiteit nabij Venetië, waar ze al bijna dertig jaar woont.

  • Share/Bookmark
sep 07

Ter ere van het verschijnen van Het grote pastakookboek, waar jullie gisteren al een voorproefje van kregen, organiseert uitgeverij Becht samen met Only Pasta Santpoort en De Smaak van Italië een pastaworkshop. Onder leiding van kok Carin Verdikt ga je aan de slag met een aantal recepten uit Het grote pastakookboek.

Alle deelnemers aan de workshop worden ontvangen met een glas prosecco en een selectie antipasti. Daarna is het echt tijd om je schort voor te binden! Er komen twee verschillende pastagerechten uit Het grote pastakookboek op tafel: een lasagne en een gevulde pasta. Je leert echter meer dan alleen pasta maken: bij de lasagne wordt zelfgebakken brood en grissini geserveerd en ook een frisse salade mag niet ontbreken. Uiteraard wordt er na afloop van de workshop ook gezamenlijk gegeten. Tijdens de maaltijd geniet je van een bijpassende wijn en Italiaans tafelwater. Bij het afsluitende kopje espresso ontvang je Het grote pastakookboek zodat je thuis aan de slag kunt met de meer dan 600 pastarecepten die daarin zijn verzameld.

Data:
18 en 25 september, 2, 23 en 30 oktober

Tijd:
van 13.00 tot circa 16.00 uur

Locatie:
Kookstudio OnlyPasta Santpoort, Hoofdstraat 206, 2071 EN Santpoort Noord

Prijs:
€ 49,95 (inclusief Het grote pastakookboek)

Reserveren:
Per workshop is er plek voor max. 12 personen. Wees er dus snel bij!
Reserveren kan alleen bij Only Pasta Santpoort, via onlypastasantpoort@onlypasta.nl of 023-5492506.

Naast deze pastaworkshop organiseert Only Pasta Santpoort nog veel meer kookmiddagen en –avonden. Zo kun je aanstaande vrijdagavond aanschuiven voor een kookles waarbij de keuken van Piëmonte centraal staat en is er zaterdagmiddag een kookclinic met als onderwerp tapenade en pesto. 23 september wordt de kookstudio van Only Pasta omgetoverd tot een Toscaanse cucina. Om je alvast een beetje lekker te maken; je kookt (en eet!) deze avond achtereenvolgens ribollita (bonensoep), insalata di pecorino e pera (salade met pecorino en peer), ossobuco (kalfsschenkel) met gremolata en zuccotto (roomtaartje met chocolade, Vin Santo en amandelen). Meer informatie vind je op www.onlypastasantpoort.nl; reserveren kan via onlypastasantpoort@onlypasta.nl of 023-5492506.

Ook voor wie al zonder blikken of blozen een Italiaanse maaltijd op tafel zet, valt er bij Only Pasta genoeg te zien, te doen en te proeven. In de winkel naast de kookstudio vind je een ruim assortiment verse producten waarmee je in een handomdraai een gezonde Italiaanse maaltijd met veel smaak op tafel zet. Denk bijvoorbeeld aan verse zelfgemaakte pasta’s en bijbehorende sauzen, verschillende soorten olijven, tapenades en pesto’s en verschillende soorten hapjes voor de antipasti.

Daarnaast importeert Only Pasta allerlei originele Italiaanse producten zoals kazen, hammen, vleeswaren en salami’s, buffelmozzarella, burrata, ricotta, olijfolie, koekjes, chocolade en andere dolci en verse kruiden die bij het bereiden van een pastamaaltijd onontbeerlijk zijn. Natuurlijk vind je er ook wijnen, brood en truffelproducten. Op naar Santpoort dus, voor een keuken vol Italiaans lekkers en een hoofd vol Italiaanse recepten!

  • Share/Bookmark
sep 06

Gisteren werd op Manuscripta, de feestelijke aftrap van het boekenseizoen, Het grote pastakookboek gepresenteerd, met maar liefst 448 pagina’s vol pasta.

Pasta wordt veelal gezien als het ultieme symbool van de Italiaanse keuken. Elke Italiaanse regio kent zijn eigen pastasauzen, en elke soort saus vraagt bovendien om een specifieke pastavorm: bucatini, linguine, fettuccini, penne, occhi di lupo, farfalle…

In Het grote pastakookboek vind je meer dan 600 pastarecepten – traditionele Italiaanse pastagerechten en recepten voor moderne pasta’s die snel op tafel staan. Dus niet alleen klassiekers als spaghetti carbonara en bucatini all’amatriciana, maar ook verrassende variaties als bucatini al pesto di mandorle e fiori di zucca (bucatini met amandelpesto en courgettebloemen) en spaghetti alla vodka (spaghetti met room, spek en wodka).

Aangezien de meer dan 600 pastarecepten door Diane Kuster en mijzelf zijn vertaald (en geproefd!) mogen we vandaag op Ciao tutti al een voorproefje geven van twee pasta’s uit Het grote pastakookboek:

Bucatini capricciosi
(verrassende bucatini)

Ingrediënten voor 6 personen:
500 g bucatini
50 g spek (pancetta)
50 g mortadella
50 g ham
100 g braadworst
200 g doperwtjes
1 eetlepel tomatenpuree
½ ui
1 teentje knoflook
een bosje peterselie
1 kopje bouillon
15 g boter
2 eetlepels extra vergine olijfolie
peper en zout

Hak de pancetta, de knoflook, de ui en de peterselie fijn en meng alles goed door elkaar. Smelt de boter en de olie in een koekenpan en bak de pancetta met de knoflook, ui en peterselie op laag vuur zachtjes bruin. Voeg vervolgens de doperwtjes en de in kleine stukjes gesneden braadworst toe en bak 5 minuten op hoog vuur mee. Voeg dan de bouillon en de tomatenpuree toe, roer alles goed door elkaar en laat de saus een kwartier koken. Voeg vervolgens de in stukjes gesneden ham en mortadella toe. Breng op smaak met peper en zout en laat alles nog eens 10 minuten goed doorwarmen. Kook de bucatini in de tussentijd volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af en roer de saus er voorzichtig door.

Pasta bandiera
(pasta in de kleuren van de Italiaanse vlag)

Ingrediënten voor 6 personen:
400 g mezze penne
200 g mozzarella
6 ontvelde tomaten
een handje rucola
extra vergine olijfolie
versgemalen zwarte peper
zout

Kook de mezze penne volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af, schenk er een beetje olijfolie overheen en laat afkoelen. Snijd de tomaten en de mozzarella in blokjes. Scheur de rucola in reepjes. Roer de tomaten, de rucola, de mozzarella, nog een beetje extra olijfolie en peper en zout naar smaak door de pasta en serveer direct.

Buon appetito!

Win Het grote pastakookboek!

Het viel nog niet mee om twee recepten uit de meer dan 600 verschillende soorten pasta’s te kiezen; ze zijn allemaal even lekker! Daarom mogen we onder de lezers van Ciao tutti 3 exemplaren van Het grote pastakookboek verloten. Het enige wat je moet doen om kans te maken op een van deze pastabijbels is een e-mail sturen naar winnen@ciaotutti.nl, o.v.v. Het grote pastakookboek. Wie weet kun jij dan een jaar lang elke dag twee soorten pasta’s op tafel zetten!

  • Share/Bookmark
sep 05

Zeventien jaar geleden zijn Renée de Haan en Matthijs Pronker met hun drie kinderen Marijn, Marije en David verhuisd naar Volterra. Daar begonnen ze bijna vanuit het niets een nieuw bestaan op te bouwen. Hun huis verkeerde in bijna ruïneuze staat en er moesten bergen werk worden verzet.

‘Vier uur. We blijven achter het hek staan en kijken, kijken alsof er een toekomst te zien valt. Hoe groot is dit huis eigenlijk? Groot genoeg? Ik ken alleen de keuken en de wankele meubels, de vergane balken. Anna gooit even later haar door de jaren goed gevette armen om mijn middel: “Bella, come sei bella” en ze troont me haar vertrouwde keuken in, waar binnen vijf minuten een open haard knettert.’

Het Nederlandse gezin voelt zich echter al snel thuis in hun nieuwe onderkomen. Ze maken nieuwe vrienden, worden keer op keer gastvrij onthaald door hun nieuwe buren en genieten van al het goede dat het Toscaanse platteland hen te bieden heeft. De kinderen zitten op Italiaanse scholen en maken hun ouders steeds meer deelgenoot van de Italiaanse taal, cultuur en gebruiken. Langzamerhand gaat er steeds meer Italiaans bloed door de Nederlandse aderen stromen…

Renée de Haan wilde de ervaringen in dit eerste jaar graag met vrienden, familie en andere geinteresseerden delen en tekende haar ervaringen regelmatig op. Ze schreef uiteraard over alle frustrerende zaken, zoals de ontelbare spinnen in de huiskamer, de niet werkende elektriciteit, de problemen die op school ontstaan door de gebrekkige communicatie en de keer dat het flink sneeuwde terwijl er nog geen dak op het huis zat. Gelukkig maakte Renée ook aantekeningen op vrolijke momenten, zoals de vele gezellige etentjes bij de buren, de hulp die van alle kanten komt toestromen, de olijvenoogst en de enorme verbondenheid met zowel de Italianen als de Nederlanders die net als het gezin van Renée in en om Volterra zijn gaan wonen.

Het boek en de bijbehorende cd geven zo een eerlijk en authentiek beeld van wat het betekent een totaal nieuw bestaan op te bouwen in Toscane. De romantiek schuilt in de omgeving, in de warmte van de Italiaanse vriendenkring – niet in wat het gezin elke dag meemaakt. Al verandert dit naarmate het Nederlandse gezin zich thuis gaat voelen in de hechte gemeenschap van Volterra:

‘Gigi pakt zijn gitaar in om twee uur ’s nachts. Salvo lacht dat het tijd wordt om naar huis te gaan, Piero vraagt waarom ze dat ene liedje niet gespeeld hebben en de uren kabbelen voort. In een ledigheid die te vol is om op te schrijven. Die mag je meemaken. Tot er ergens iets van zonlicht gloort en het laatste liedje heel teder een afscheid in zich draagt. Nou ja, afscheid. Iedereen kust iedereen en spreekt af: morgen zitten we hier weer. Zelfde tijd, zelfde plaats. Ook al gaat het niet door, in gedachten zijn we bij elkaar en overmorgen delen we weer echt. Of volgende week. Met altijd dat woordje: Ciao!’

  • Share/Bookmark
sep 02

Venetië is het sprookjesachtige koninkrijk van zout en parels, prosecco en zeemeerminnen, bigoli en polenta. Tessa Kiros zwerft door de stad, snuift de sfeer op en laat haar verbeelding voeden door de rijke geschiedenis van de stad en haar duistere steegjes. Volg haar in recepten, sfeerfoto’s, dagboekfragmenten en overpeinzingen door haar geliefde Venetië en geniet van de smaken die in deze stad rondwaren…

‘Eigenlijk kan ik je niet veel over Venetië vertellen… je zult zelf moeten komen en de stad met eigen ogen zien. Tijdens de treinreis hierheen kon ik aan de blikken van mijn medereizigers merken hoezeer ze naar Venetië verlangden. Of je ernaar terugkeert of er voor de eerste keer komt, het verlangen naar Venetië, naar het leven dat zich dag en nacht tussen de kanalen afspeelt, is niet te beschrijven.

De argeloze automobilist kan nauwelijks vermoeden wanneer hij Venetië nadert, dat voorbij dat lelijke knooppunt van snelwegen een dergelijke schitterende parel kan liggen. De stad is als een mysterieuze mooie vrouw die iedereen wil zien en zo dicht mogelijk wil benaderen; een machtige dame wier uiterlijk zich aanpast aan de loop van de seizoenen en die met haar unieke schoonheid diep respect afdwingt. Als een zeemeermin die uit de diepste wateren opduikt, drijft ze op de stroming van de getijden. Voor mij is ze van een afstand bezien het mooist.

Hier zijn de gerechten die ik in Venetië gegeten heb. Ze kwamen van de nabije kust of uit het binnenland, dieper de Veneto in. Ze waren verrassend lekker: dingen die je nooit aantreft op menukaarten van de toeristische eettentjes. Gegrilde lekkernijen, verleidelijke jakobsschelpen met een eenvoudige dressing van olijfolie, citroen en peterselie. Verse tong, allerlei schaal- en schelpdieren, om nog maar te zwijgen van de prachtige cicchetti, de glazen prosecco en andere heerlijke wijnen, de gehaktballetjes of gegrilde sardientjes en een keur aan risotto’s die bij elke doge in de smaak zouden vallen.

Ik zag er prachtige, inktzwarte spaghetti en pasta met een saus van ansjovis en gesmoorde uien. Uit de streek buiten Venetië kwam de faraona, verschillende soorten vlees gemaakt met kweeperenmosterd, lever met ui en de prachtige rode radicchio. En ook zie je hier ingrediënten in hun meest rauwe vorm: levende paling, krabben en slakken, vissen die vers uit het water gehaald worden, in zout water gedompeld worden en vrijwel onmiddellijk – en soms zelfs rauw – op je bord terechtkomen.

Ik heb begrepen dat je alles wat uit de zee komt, het beste kunt koken in acqua di mare, dan zit er altijd precies genoeg zout in het water. Soms heb ik het idee dat ik deel van het water ben. Zelfs als ik in bed lig onder de dekens, kan ik het water ruiken. Nu regent het en na een korte wandeling zit ik binnen om te drogen en ik kijk naar mijn natte schoenen. Ik hoor het water in het kanaal kabbelen, dat een duet vormt met de regen. Het lijkt wel of alles en iedereen hier drijft.

Venetië overweldigt je als een lied dat je diep in je hart raakt of een traan die uit een oog van een verdrietig kind biggelt. Hier beleef je die spaarzame momenten dat je beseft hoe geweldig mooi de wereld is. Je moet echt komen en Venetië met eigen ogen zien.’

Tessa Kiros

Na deze inleiding begrijp je het al: Ciao bella is letterlijk en figuurlijk een kookboek met een gouden randje. Daarom morgen een lekker recept voor iedereen die de smaak van Venetië wil proeven.. Kun je niet wachten? Bestel het boek voor thuis via bol.com (klik hier)!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 31

Augustus was een maand vol ijs, dat is jullie vast niet ontgaan. In september dacht ik daarom maar een gezonder culinair product op Ciao tutti centraal te zetten, en wel olijfolie. Vandaag een goddelijke combinatie van beide producten: olijfolie-ijs.

Ingrediënten:
300 cc goed vanille-ijs
2 eetlepels sterk geurende extra vergine olijfolie
150 gram suiker
200 gram zwarte olijven, zonder pit
1 eetlepel maïzena
1 ei
50 amandelen
gedroogde rozemarijn
zout

Laat het ijs een beetje zacht worden. Meng de olijfolie erdoor en laat het in de vriezer weer hard worden.

Verwarm 100 gram suiker met een glas water. Laat zachtjes op laag vuur smelten. Voeg de helft van de olijven toe en laat 10 tot 15 minuten zachtjes pruttelen.

Giet af en rol de nog natte olijven door de suiker. Hak de olijven grof.

Meng de maïzena met het ei, de rest van de suiker, de fijngehakte amandelen en de gedroogde rozemarijn. Maak er kleine hoopjes van en leg deze op een ingevette bakplaat. Bestrooi met de gehakte olijven.

Bak de koekjes in een matig hete oven in 5 minuten lichtbruin. Laat de koekjes in een holle vorm afkoelen, zodat ze een mooie vorm krijgen.

Serveer een bolletje olijfolie-ijs met of in een olijvenkoekje. Bestrooi het geheel met de gekonfijte olijven.

Dit recept is afkomstig uit Olijfolie, geschreven door kok en olijfolie-importeur Manfred Meeuwig.

In zijn winkel in Amsterdam vind je een keur aan olijfolie; uit Italië natuurlijk, maar ook uit Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije en Frankrijk. Meeuwig verkoopt zijn olijfolie vanuit roestvrijstalen tanks. Daardoor kan hij de echt bijzondere olijfolie kopen, geproduceerd door kleine boeren die geen eigen flessen en distributielijn hebben. Natuurlijk kun je elke olijfolie eerst proeven en je kunt zelf kiezen hoeveel olijfolie je mee naar huis wil nemen. Zo kun je naast je eigen vertrouwde olijfolie ook steeds een nieuwe soort proberen!

Aangezien Manfred Meeuwig na al die jaren olijfolie importeren een enorme kennis heeft opgedaan, werd het tijd om deze kennis te delen met zijn klanten en andere olijfolieliefhebbers. Vandaar het boek Olijfolie, waarin hij niet alleen de lekkerste recepten met olijfolie prijsgeeft, maar ook vertelt over hoe olijfolie nu precies gemaakt wordt, waar olijfolie vandaan komt en hoe je olijfolie nu het beste kunt proeven. Na het lezen van dit boek heb je niet alleen een enorme trek, maar weet je ook nog eens heel veel meer over het groene goud dat ook buiten Italië zo geliefd is. Dus, zoals Meeuwig zou zeggen, check your oil!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 29

Na al die Italiaanse etentjes deze week werd het wel weer eens tijd om zelf een schort voor te binden. Hoewel het heerlijk is om elke avond bij een Amsterdamse Italiaan aan te schuiven, kan ik ook erg genieten van een avondje in eigen keuken. Zeker nu ik net terug ben uit Rome en daar weer veel inspiratie heb opgedaan voor nieuwe gerechten en combinaties.

Toen ik vorige week mijn koffer vol Romeinse ingrediënten naar boven zeulde, vond ik op de trap een mooi pakje. Het bleek het nieuwe kookboek van Maria Coumans, Cucina Maria geheten.

Nog voordat ik mijn koffer had uitgepakt bladerde ik watertandend door de twintig verschillende menu’s en besloot ik de volgende dag eerst mijn pastamachine af te stoffen en al vroeg boodschappen te gaan doen.

Zo gezegd, zo gedaan. Bij mijn ontbijt bladerde ik door de verschillende menu’s om een boodschappenlijstje samen te stellen. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan – elk menu maakte de heimwee naar Rome een beetje minder en dus was het moeilijk kiezen. Uiteindelijk viel mijn keuze op de citroenravioli, aangezien die me een week eerder op een zonnig Romeins terras erg goed was bevallen. Op naar de (super)markt dus, voor de volgende ingrediënten:

voor de pasta:
100 g pastabloem (farina di semola di grano duro)
100 g gewone bloem
2 eieren van 60 gram
zout
scheutje olijfolie

voor de vulling:
100 g ricotta
sap van 1 citroen
citroenrasp van 1 citroen
25 g geraspte Parmezaanse kaas
100 g roomboter
verse salie
peper en zout

Dit gerecht is als tussengerecht geschikt voor 6 personen. Wil je er een hoofdgerecht van maken, dan is het voldoende voor 4 personen.

Meng de ingrediënten voor de pasta tot je kruimeldeeg hebt. Kneed het kruimeldeeg met de hand tot een bal. Is het deeg nog te droog, voeg dan wat water toe; is het deeg nog te nat, voeg dan wat extra bloem toe. Verdeel het deeg in drieën. Kneed elke deegbal in de breedte van de pastamachine.

Haal elke deegbal door de pastamachine. Begin met stand 1 en ga door tot en met stand 6. Leg de pastavellen voorzichtig op een met bloem bestoven plank.

Meng de ricotta met de helft van het citroensap en de geraspte schil. Voeg de geraspte Parmezaanse kaas toe. Schep op de onderste helft van de pastavellen kleine hoopjes van de vulling, op een afstand van 2 vingers van elkaar. Smeer een klein beetje water aan de randen en tussen de hoopjes.

Klap de bovenste helft van de pastavellen op de onderste. Snijd de ravioli (recht met een mes of mooi gekarteld met een raviolisnijder), druk de lucht eruit en duw dan de randjes dicht. Leg de ravioli naast elkaar op een met bloem bestoven dienblad.

Smelt de roomboter, maar laat hem niet bruin worden. Voeg de salie toe. Bak de blaadjes licht op en voeg dan naar smaak een deel van het resterende citroensap toe.

Breng een ruime hoeveelheid water met een beetje zout aan de kook en kook de ravioli in 4 tot 5 minuten gaar. Haal ze voorzichtig uit het water en laat ze goed uitlekken. Bak ze kort mee in de koekenpan, samen met de citroensaus.

Verdeel de ravioli over de voorverwarmde borden en verdeel over elk bord wat botersaus met salieblaadjes.

De pastaliefhebber kan zijn hart ophalen met Cucina Maria II. De ravioli met ricotta en citroen is bijvoorbeeld afkomstig uit een heel pastamenu, met bij elke gang pasta, van het voorgerecht tot en met het toetje. Daarnaast geeft Maria recepten voor heerlijke vlees- en visgerechten, toetjes, groenteschotels, risotto, fritatta en soepen. Waar ze die inspiratie vandaan haalt?

Maria: ‘De Italiaanse keuken blijft mijn inspiratiebron. De verse ingrediënten en de puurheid van de gerechten zorgen voor de perfecte smaak. Je kunt het bijna niet fout doen. Ook dit keer zitten er weer veel recepten in die ik bij elkaar heb gesprokkeld tijdens de vele bezoeken aan Italië.

Ons huis in de heuvels van Sabina blijft een mooie uitvalsbasis voor onze zoektochten. Buurvrouw Laura blijft een onuitputtelijke bron. Achter in het boek zie je een foto van ons samen in haar orto, de enorme moestuin. Ook onze architect en vriend Alberto en zijn vrouw Patricia hebben weer hun bijdragen geleverd. Deze keer door ons mee te nemen naar met zorg geselecteerde restaurantjes waar ze ons dan bij de kok introduceerden. Die blijkt gelukkig nooit te beroerd om zijn geheimen prijs te geven!’

‘Ook dit keer’ en de II in de titel van het kookboek verwijzen naar Maria’s eerste kookboek, Cucina Maria geheten. Het boek werd een onverwacht succes – er werden maar liefst 8000 exemplaren van verkocht. Ik vroeg Maria wat volgens haar de reden is van dit enorme succes.

‘De menusamenstelling,’ antwoordde ze stellig. ‘Een juiste mix van gerechten die van tevoren te bereiden zijn. Per menu sta je nog maar maximaal een half uur in de keuken wanneer je gasten arriveren. Bovendien staat elk viergangenmenu overzichtelijk op één pagina en – misschien wel het allerbelangrijkste – de recepten kunnen gewoonweg niet mislukken. Daarvoor zijn ze te vaak getest.’

Maria geeft namelijk regelmatig kookworkshops, waar de recepten steeds opnieuw worden uitgebreid en verbeterd. En dat merk je aan alles: aan de recepten zelf, de combinatie, het gebruik van pure ingrediënten en niet in het minst aan de afwasbare pagina’s – dat zou elk kookboek moeten hebben. In combinatie met de mooie, stijlvolle zwart-wit foto’s maakt dit van Cucina Maria II een onmisbaar ingrediënt voor de keukentafel van alle Italiaanse foodies en andere lekkerbekken. Op naar deel III zou ik zeggen!

Wil je Cucina Maria I of II bestellen, surf dan naar www.cucinamaria.nl/bestel.html

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 28

Vóór 1861 was Italië een hopeloos samenraapsel van kleine stadstaatjes en gebieden die bezet waren door Frankrijk, Spanje of Oostenrijk. De Italiaanse auteur Ippolito Nievo (1831-1861) was een van de felste voorvechters van de Italiaanse eenheidsstaat. In zijn korte, bewogen leven schreef hij vele werken, waarvan Belijdenissen van een Italiaan het bekendste is. Hij stierf in de strijd voor eenheid: onderweg van Sicilië naar Napels leed zijn stoomboot schipbreuk voor de kust van Sorrento.

Belijdenissen van een Italiaan opent met de woorden van Carlino Altovito: ‘Ik werd geboren als Venetiaan, maar zal [...] sterven als Italiaan.’ Carlino groeit op in het kasteel van Fratta, in de provincie van Venetië. Gegrepen door nationalistische gevoelens trekt hij al jong naar de Italiaanse centra van de macht: Venetië, Genua, Rome, Milaan en Napels. Ook de liefde kruist zijn pad, maar die gaat niet over rozen: Pisana, met haar temperamentvolle karakter, trekt hem voortdurend aan, maar stoot hem ook af.

In de vorm van een ironisch, autobiografisch relaas schetst Nievo de roerige jaren voor de Italiaanse eenwording, het Risorgimento. Hij stelt ons voor aan een stoet onvergetelijke personages: de graaf van Fratta, die nauwelijks kan lopen door een verroest zwaard dat hij altijd om zijn middel draagt; zijn kanselier, een schriel, mager mannetje dat loenst en dat als een angstig haasje achter de graaf aanhupt, en monseigneur Orlando, die door zijn vader voorbestemd werd krijgsheer te worden, maar bidden boven vechten verkoos.

Voor de lezers van Ciao tutti alvast een stukje uit het eerste hoofdstuk van Belijdenissen van een Italiaan:

‘Ik ben geboren als Venetiaan op 18 oktober van het jaar 1775, op de dag van de evangelist Sint-Lucas, en ik zal door Gods genade sterven als Italiaan, wanneer de Voorzienigheid, die op ondoorgrondelijke wijze de wereld regeert, dat wenselijk acht.

Ziedaar de moraal van mijn leven. En omdat niet ik deze moraal gemaakt heb maar de tijd dat gedaan heeft, kwam het dus bij mij op dat een naïeve beschrijving van wat de geschiedenis in het leven van een mens teweeg kan brengen, misschien nuttig zou kunnen zijn voor degenen die in andere tijden de vruchten van de gebeurtenissen uit het verleden mogen plukken.

Nu, in het jaar 1858 van de christelijke jaartelling, ben ik een oude man van over de tachtig, en toch nog jong van hart, misschien wel meer dan ik ooit in mijn harde jeugd en moeizame mannelijkheid geweest ben. Ik heb veel meegemaakt en veel geleden. Toch heb ik ook nooit gebrek gehad aan momenten van troost, die meestal niet herkend worden in tijden van tegenspoed, welke altijd de overhand lijken te hebben over de menselijke mateloosheid en zwakheid. Maar wanneer ze dan later, in hun ware gedaante van onoverwinnelijke talismannen tegen ieder kwaad, in de herinnering terugkeren, brengen ze hoop, rust en vrede in de ziel. Ik bedoel hiermee die gevoelens en denkbeelden die zich niet door omstandigheden van buiten laten leiden maar ze juist glorierijk beheersen en er een slagveld voor volop strijd van maken.

Mijn inborst, mijn geest, mijn opvoeding, mijn daden en mijn latere ontwikkeling: zij vormen zoals bij ieder mens een mengsel van goed en kwaad. En als het geen schaamteloos vertoon van bescheidenheid zou zijn, zou ik ook nog als punt van verdienste kunnen aanvoeren dat het kwaad een groter aandeel heeft gehad dan het goed. Maar dat zou allemaal de moeite van het beschrijven niet waard zijn, als ik niet geleefd zou hebben op het breukvlak van de twee eeuwen uit de geschiedenis van Italië die men zich nog lang zal heugen. Toen namelijk ontsproten voor het eerst de kiemen van het politieke denken dat vanaf de veertiende tot de achttiende eeuw doorbrak met de werken van Dante, Machiavelli, Filicaia, Vico en vele anderen die ik wegens mijn gebrek aan ontwikkeling en belezenheid nu niet weet te noemen

Ik ben dus door het feit, een ander zou misschien wel zeggen het ongeluk, dat ik in deze tijd geleefd heb op het idee gekomen alles wat ik gezien, gehoord, gedaan en meegemaakt heb, op te schrijven, vanaf mijn vroegste jeugd tot de beginnende ouderdom, toen de ongemakken van de leeftijd, de toegeeflijkheid tegenover jongeren, de gematigde denkbeelden van een oudere en, laat ik dat ook maar zeggen, de vele en vele tegenslagen van de laatste jaren mij dwongen terug te keren naar de landelijke omgeving waar ik ooit getuige was van het laatste en lachwekkende bedrijf in het grote drama van de feodaliteit.

Mijn eenvoudige verhaal is niet belangrijker voor de geschiedenis dan een voetnoot van de onbekende hand van een tijdgenoot bij de tekst van een zeer oud document. Ik vind dat het persoonlijk handelen van iemand die niet zo bekrompen is dat hij zichzelf ingraaft tegen de narigheden van de gemeenschap, noch zo stoïcijns dat hij zich daar openlijk tegen verzet, noch zo wijs of trots dat hij ze uit minachting links laat liggen, op een of andere manier een weergave moet zijn van het gemeenschappelijke en nationale handelen dat het persoonlijk handelen in zich opneemt, net zoals een vallende druppel de richting van de regen aangeeft.

De beschrijving van mijn lotgevallen zal dus min of meer een beeld zijn voor de ontelbare individuele levensverhalen die, vanaf het verval van de oude politieke orde tot het in elkaar flansen van de huidige, samen het grote Italiaanse verhaal vormen. Ik zou me kunnen vergissen, maar misschien zijn er wel wat jongelui die hierdoor op de gedachte komen zich te matigen in de overmoed van hun gevaarlijke illusies en misschien zullen een paar van hen het langzaam maar zeker begonnen werk met bezieling voortzetten en zullen vervolgens velen vastberaden doorgaan na al hun aarzelingen, waardoor ze eerst honderd dwaalwegen beproefd hebben alvorens die ene weg naar de ware toewijding aan het openbare welzijn te vinden.

Zo dacht ik er tenminste over in al die negen jaren waarin ik, stukje bij beetje, naargelang de herinnering en de inspiratie het mij ingaven, bezig was met het opschrijven van deze aantekeningen. Ik ben er met een vast vertrouwen mee begonnen op de avond van een grote nederlaag en ik ben er in deze jaren van herboren ijver mee doorgegaan als was het een lange boetedoening. Ook ben ik door dit schouwspel van de zwakheden en de kwaadaardigheden uit het verleden overtuigd geraakt van de grotere kracht en de meer gerechtvaardigde verwachtingen van het heden.

Voordat ik ze nu ga overschrijven, wilde ik eerst in deze korte inleiding beter de gedachte omschrijven en rechtvaardigen die mij, reeds oud en ongeletterd, misschien vergeefs tot de moeilijke kunst van het schrijven heeft aangezet. Maar de helderheid van de gedachten, de eenvoud van de gevoelens en de waarheid van mijn verhaal zullen het gebrek aan welsprekendheid wel goedmaken en, meer nog, aanvullen: in plaats van roem zal de welwillendheid van mijn goede lezers mij bijstaan.

Op de drempel van het graf, nu al alleen op de wereld, door zowel vrienden als vijanden verlaten, vrij van tijdelijke zorgen en vooruitzichten, door mijn leeftijd vrij van de hartstochten die mij maar al te dikwijls bij mijn oordeel lieten dwalen, en verlost van de vluchtige illusies van mijn bescheiden ambities, heb ik een enkele vrucht van mijn leven geplukt, de vrede in mijn ziel. Daarin leef ik tevreden, daarop vertrouw ik, daarop wijs ik mijn jongere broeders omdat het de meest benijdenswaardige schat is en het enige schild om zich mee te verdedigen tegen de kuiperijen van valse vrienden, het bedrog van laaghartigen en de aanmatigingen van machtigen.

Er is nog iets wat ik beslist kwijt moet en wat uit de mond van een tachtigjarige toch misschien met enig gezag mag klinken, en dat is dat ik het leven als iets goeds ervaren heb, waar nederigheid ons toestaat onszelf te beschouwen als piepkleine radertjes in de wereldgeschiedenis en oprechtheid van gemoed ons voorhoudt dat het welzijn van vele anderen veel belangrijker is dan alleen het onze. Mijn aardse bestaan, als mens, is nu dan toch bijna ten einde. Tevreden over het goede dat ik heb gedaan en in de overtuiging dat ik het door mij begane kwaad voor zover mogelijk heb goedgemaakt, hoop en vertrouw ik er alleen nog maar op dat mijn leven zal uitmonden en opgaan in de grote zee van het zijn.

Ik geniet nu van een vrede die lijkt op die geheimzinnige baai aan het eind waarvan de onvervaarde zeeman een doorgang vindt naar de oneindig kalme oceaan van de eeuwigheid. Maar voordat mijn gedachten onderduiken in de tijd waarin alle tijden hetzelfde zijn, storten ze zich nog één keer in de toekomst van de mensen aan wie zij het in alle vertrouwen overlaten om hun eigen schulden uit te boeten, hun eigen verwachtingen te verwezenlijken en hun eigen beloftes waar te maken.’

© Ippolito Nievo (vertaling: Jan van Geldrop)

Bestel “Belijdenissen van een Italiaan” hier via bol.com

  • Share/Bookmark
aug 25

‘Als we nu iets over het leven van vroeger willen weten, lezen we een geschiedenisboek. Maar hoe deden ze dat tweeduizend jaar geleden? Nou, precies zo. Tenminste, in Rome. In het Romeinse Rijk had je ook al geschiedschrijvers die beschreven wat er in een land allemaal gebeurde. […]

Een paar Romeinse schrijvers hebben namelijk over onze streek geschreven. Toch moet je niet zomaar alles wat er in hun boeken staat klakkeloos geloven, want ze zijn lang niet altijd zelf bij de gebeurtenissen geweest waarover ze geschreven hebben. Hoe meer informatiebronnen je hebt, hoe meer je over een gebeurtenis te weten komt. Helaas zijn er maar weinig teksten over ons land van tweeduizend jaar geleden gevonden. Meestal hebben we zelfs maar één informatiebron over een bepaalde gebeurtenis. Je weet dan nooit wat je precies moet geloven.

Maar vaak kan een klein stukje tekst al veel bruikbare informatie opleveren. Door logisch na te denken, kun je met een paar puzzelstukjes al snel de hele puzzel zien. […] Stel dat je over een volk maar één regel kunt vinden, bijvoorbeeld: ‘De Waldaaien zijn tegenwoordig veel heldhaftiger dan vroeger’, dan heb je eigenlijk al verschillende puzzelstukjes. Zo weet je dankzij het woordje ‘tegenwoordig’ dat het volk in de tijd van de schrijver leeft. Het volk moet ook in oorlog zijn, anders had de schrijver niet kunnen weten dat ze heldhaftiger dan vroeger waren. En Waldaai betekent strijder met het zwaard. Je weet dan meteen dat ze met zwaarden vochten. Als je er dan ook nog eens informatiebronnen bij haalt die wat over het volk vertellen, wordt de puzzel steeds completer.

Over de hoofdpersoon van dit hoofdstuk is maar één zinnetje gevonden. Het staat in een boek van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus: ‘Ze zeggen dat hij enkele gevangenen naar zijn zoon liet brengen, zodat die zijn pijlen en speren op ze kon afvuren.’ Die zin gaat over het jaar 69 na Christus. Die gevangenen zijn de Romeinen. En die hij is Julius Civilis, een beroemde leider van de Bataven; een belangrijke stam in die tijd. De zoon van Julius Civilis is dus een Bataaf die naar hartenlust speren en pijlen mag afvuren op de Romeinen.

Julius de charmante
In het enige zinnetje dat we over de jonge Bataaf hebben gevonden, staat geen naam. We weten daarom niet hoe hij heet. Maar gelukkig is in dit geval de naam van zijn vader bekend: Julius Civilis. Daardoor weten we dat zijn achternaam Julius is. Zijn áchternaam? Ja. Wij kennen de naam Julius alleen als voornaam, maar de Romeinen gebruiken het ook als achternaam. Civilis is een bijnaam. Het betekent charmant. Julius Civilis heet dus eigenlijk Julius de charmante.

Julius Civilis heeft ook nog een voornaam, maar die is onbekend. Wel kennen we de naam van de Romeinse keizerfamilie die heerst als hij geboren wordt: Claudius. Omdat veel mensen hun zoon naar de keizer vernoemen, is het goed mogelijk dat hij ook Claudius is genoemd. Claudius Julius dus. Nu nog een bijnaam, maar die is niet zo moeilijk te bedenken. Hij is immers een boogschutter. In het Latijn, de taal van de Romeinen, is dat sagitarius. Laten we hem dus Claudius Julius Sagitarius noemen.

Bataven in de Betuwe
Het is natuurlijk heel bijzonder dat zo’n jonge jongen een groep Romeinse soldaten als schietschijf mag gebruiken. Het is nog vreemder als je bedenkt dat hij een Bataaf is. De Bataven zijn juist een stam die het al tientallen jaren goed met de Romeinen kan vinden. Ze leven zelfs gezamenlijk in de Betuwe, een gebied dat naar de Bataven is genoemd. De namen Betuwe en Bataven lijken niet voor niets zo op elkaar. De Bataven zijn er niet de baas, maar de Romeinen. Toch is dat de eerste jaren geen enkel probleem voor de Bataven.

De Romeinen geven hun allerlei voorrechten. Zo hoeven ze geen belasting te betalen, net als de Romeinen zelf. Andere stammen moeten dat wel. Claudius hoeft al helemaal niet bang te zijn dat hij als slaaf naar Rome moet, zoals dat bij andere volken gebeurt.

De wereld van Claudius
[…] Claudius leeft in een wereld waar veel mensen kunnen lezen en schrijven, waar je niet hard hoeft te werken voor je dagelijkse brood. Maar het is ook een wereld vol drukte. Er is een markt waar je alles kunt kopen en er zijn tempels, badhuizen en theaters. Er loopt zelfs een waterleiding en er zijn wc’s voor de stadsbewoners. Claudius groeit dan ook niet op in een gehuchtje van vijf dorpen, maar in een stad. De oudste stad van ons land.

Die stad heet Oppidum Batavorum, ‘de stad van de Bataven’, en bevindt zich op de plaats waar nu Nijmegen ligt. Er wonen vooral soldaten. Omdat zij voedsel, kleding en wapens nodig hebben, vind je er ook boeren die hun vee verkopen, kleermakers, schoenmakers, handelaars, herbergen, smeden en andere werklieden. De huizen zijn van hout. […] Claudius is de zoon van een belangrijke leider en daarom woont hij heel luxueus. […] De vloer is helemaal prachtig. Daar liggen versierde tegels op. Zelfs voor koude voeten hebben de Romeinen iets bedacht: vloerverwarming. Het huis heeft ook verschillende kamers, maar dat betekent niet dat Claudius een kamer voor zichzelf alleen heeft. Kinderen slapen in dezelfde ruimte als de bedienden.

Claudius heeft een comfortabel leventje. Hij hoeft niet zo hard te werken en krijgt zelfs onderwijs. Dat is in die tijd wel bijzonder, want lang niet alle kinderen krijgen les. De meeste kinderen, ook Romeinse, moeten gewoon werken. Maar Claudius is nu eenmaal het zoontje van een belangrijke leider. Het is de bedoeling dat hij over een paar jaar naar Rome gaat voor een goede militaire opleiding. […]

Omdat Claudius in een belangrijke plaats woont, is er een voortdurende aanvoer van lekker eten uit andere landen. Olijfolie bijvoorbeeld, maar ook wijn, vijgen en dadels. Bovendien hebben de Romeinen dieren en vruchten meegenomen die het ook in ons land prima doen. Konijnen, kippen, pruimen, peren, walnoten: we hebben ze allemaal aan de Romeinen te danken. Net als sla en andijvie.’

© tekst: Jan Paul Schutten | illustraties: Paul Teng

In Kinderen van Nederland vertelt Jan Paul Schutten het verhaal van een aantal Nederlandse kinderen uit verschillende eeuwen, van de prehistorie tot en met de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van het leven van kinderen die echt bestaan hebben en de spannende avonturen die zij beleefden, brengt hij kinderen van nu in contact met kinderen van toen. Een betere manier om geschiedenis te laten beklijven is er niet!

  • Share/Bookmark
aug 23

En daar sta ik dan, een beetje gedesoriënteerd in mijn eigen keuken na een weekje in een Romeinse cucina te hebben doorgebracht. Puilde mijn Romeinse koelkast elke dag opnieuw uit van lekkere dingen die ik onderweg was tegengekomen en die ik toch echt wilde uitproberen, in Amsterdam bevatte mijn koelkast slechts een geringe drankvoorraad en een pakje boter. Nog voor de heimwee naar de Romeinse markten tijdens een bezoek aan een Amsterdamse supermarkt kon toeslaan, rinkelde mijn telefoon. Een vriendinnetje uit Amsterdam-West, of ik lasagne kwam eten. Daar hoefde ik natuurlijk geen seconde over na te denken. ‘Wel niet zelfgemaakt, hoor!,’ riep ze nog, maar ik had al bijna opgehangen en zocht naar mijn fietssleuteltjes.

Eenmaal bij haar thuis was het nog verbazend netjes in de keuken: geen pannen vol tomaten- of bechamelsaus, geen snijplank met restjes ui of wortel… O ja, dacht ik, ze riep inderdaad iets over niet zelfgemaakt. Maar een blik in de oven maakte me al niet veel wijzer: de oven was uit, koud, donker. Vragend keek ik om me heen. We zouden toch lasagne eten?

Lachend werd me gesommeerd opnieuw mijn jas aan te trekken. We gingen lasagne halen. ‘Halen? Net als een pizza of Chinees, bedoel je?,’ vroeg ik nog een beetje weifelend. ‘Wacht nou maar af, je zult versteld staan!,’ aldus de vriend van mijn vriendinnetje, die blijkbaar ook in het complot zat want heel ontspannen achter zijn laptop. Op naar de lasagne dus.

Correctie: op naar Lazagne, met een z inderdaad – een afhaalrestaurant waar je alleen lasagne en cannelloni kunt afhalen. Ik stond bij binnenkomst inderdaad versteld, wat een geweldig idee! Voor een lekkere lasagne moet je toch al gauw wat uurtjes in de keuken doorbrengen, en dankzij Lazagne kan iedereen zomaar op een doordeweekse avond, na een dag hard werken, of direct na thuiskomst van een vakantie, zoals ik, genieten van een huisgemaakte lasagne volgens Italiaans recept.

Want de gebruikte receptuur is aan de ene kant heel traditioneel en klassiek, zeker bij de bereiding van de echte lasagne bolognese. Aan de andere kant laat de kok van Lazagne zich ook inspireren door moderne en creatieve bereidingswijzen, of door het seizoen. Zo koos ik voor de lasagne d’estate, een zomerse lasagne met tomaatjes, courgette en ricotta. Natuurlijk namen we ook alle verschillende soorten lasagne mee naar huis, zodat we van alles wat konden proeven. Het was maar goed dat er geen kookwarmte meer in huis hing, want al gauw voerden we een verhitte discussie over welke lasagne nu de lekkerste was.

Dankzij een herhaaldelijke terugkeer naar Lazagne voor nog een klein stukje werden we het uiteindelijk eens: de zomerse lasagne was net een ietsiepietsie lekkerder dan de lasagne met groene asperges. De klassieke lasagne bolognese hadden we al buiten beschouwing gelaten; er kan immers niks op tegen deze echte klassieker en bovendien was het eigenlijk net even te warm voor dit stevige gerecht. We proosten dus nogmaals op de zomerse varianten, maar we beloofden elkaar zo gauw de eerste winterse dag in aantocht was de lasagne bolognese opnieuw te gaan proeven. Maar of we inderdaad tot dan kunnen wachten…

Het concept van Lazagne komt voort uit de restaurantcultuur in het Bologna van de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw, de gouden tijd voor de Bolognese keuken. Met name de ervaring van chefkok Clara Guermandi, die ooit begon in de keuken van het beroemde restaurant Cesarina op het Piazza San Stefano in Bologna, kwam goed van pas bij het opzetten van dit nieuwe concept.

Guermandi richtte met een aantal familieleden in 1970 het restaurant Buca San Petronio op, aan het Piazzetta della Vita in Bologna. Tot een aantal jaar geleden kon je daar de heerlijkste lasagne en cannelloni afhalen. De formule was eigenlijk heel simpel: de lasagne en de cannelloni werden dertig tot veertig minuten voor openingstijd in de oven geplaatst, zodat ze klaar zouden zijn als de eerste gasten arriveerden. Aangezien de gerechten bij de optimale temperatuur wel twee uur lang in de oven konden blijven staan zonder aan kwaliteit in te boeten, kon het bijna niet misgaan. En dat ging het ook niet. Vaak stonden er lange rijen voor de deur en kreeg de lasagne niet eens de kans een uur in de oven te staan (dan is ‘ie namelijk het lekkerst).

Nu Lazagne ook in Amsterdam is neergestreken hebben wij Amsterdammers er weer een reden bij om een avond niet te koken. Hoewel, het bezoek aan Lazagne heeft mijn culinaire kriebels in volle hevigheid doen losbarsten. Gelukkig is er ook voor iedereen die niet in Amsterdam woont en/of zelf aan de slag wil met lasagne een heerlijk kookboek vol met lasagnerecepten, van mijn favoriete kookboekenschrijfster Laura Zavan.

In Lasagne vind je allereerst een hoofdstuk met de basisrecepten voor zelfgemaakte lasagnevellen, bechamelsaus, tomatensaus en de befaamde ragù bolognese. Daarna volgt een heel scala aan recepten voor lasagne met vlees, met vis, met kaas en/of met groente. Ook gegratineerde pasta’s uit de oven ontbreken niet, voor als je een keer weinig tijd hebt (en niet in de buurt van Lazagne woont) maar toch een soort lasagne op tafel wil zetten. Zin? Bestel dit lekkere boekje hier via bol.com!

Maar eerst de lasagnevellen. Voor 6 personen heb je het volgende nodig:

220 g bloem
100 g farina de semola di grano duro (fijn tarwegriesmeel van harde tarwe)
3 grote eieren
1 theelepel olijfolie
1 mespuntje zout

HET DEEG

Maak een bergje van de bloem en het zout op het werkblad. Maak een kuiltje en breek daar de eieren in. Meng met een vork door elkaar. Werk de bloem er met kleine hoeveelheden tegelijk met je vingertoppen doorheen.

Schraap de bloem telkens naar het midden met behulp van een spatel. Voeg de olijfolie toe en bewerk het deeg met je vlakke hand. Voeg zo nodig nog wat bloem toe.

Maak een bal van het deeg als het glad en glanzend is en laat bij kamertemperatuur en gewikkeld in plasticfolie 30 minuten tot 2 uur rusten.

HET UITROLLEN VAN HET DEEG

Dit kun je met de hand of met de pastamachine doen. Als je een pastamachine gebruikt, neem je 60 g deeg en druk je het met je vlakke hand tot een platte schijf. Bestuif licht met bloem en doe het in de machine: de rollen moeten zo ver mogelijk van elkaar. Vouw het deeg in drieën voordat je het door de machine haalt. Herhaal dit totdat je een vrij regelmatige, rechthoekige deeglap krijgt.

Vouw het deeg dan dubbel en haal een paar keer door de machine, waarbij je de rollen steeds wat dichter bij elkaar zet, totdat het een vel van 1 mm dik is. Hang de vellen telkens als er een klaar is, los van elkaar – zodat ze niet aan elkaar vastplakken – over een bezemsteel of andere stok, of leg ze plat neer op een theedoek. Snijd de vellen op maat voordat ze helemaal droog zijn. Je kunt ze aan de lucht laten drogen en ze vervolgens ingepakt 1 tot 2 dagen koel bewaren.

Als je het liever met de hand doet, bestuif dan het werkblad met bloem en rol het deeg telkens vanuit het midden met een deegrol uit. Je moet vrij snel werken, anders droogt het deeg uit.

Kook de lasagnevellen 1 tot 3 minuten (afhankelijk van dikte). Om te voorkomen dat ze aan elkaar plakken, doe je ze in een grote pan kokend water met een beetje zout, zodat ze de ruimte hebben. Kook niet meer dan drie of vier vellen tegelijk en roer voorzichtig. Leg ze met een pollepel of een schuimspaan in een schaal koud water om het kookproces te stoppen. Giet snel af en spreid ze uit op een schone theedoek. Leg de vellen niet op elkaar.

CANNELLONI

Voor vandaag leken zomerse cannelloni met courgette, ricotta en rucola me wel een goed idee. Net even anders dan lasagne, maar minstens zo lekker!

verse lasagnevellen (voor 6 personen)
2 middelgrote courgettes
200 g rucola
500 g ricotta
½ à 1 dl melk
120 g Parmezaanse kaas
1 teentje knoflook
3 eetlepels olijfolie
peper en zout

Snijd de lasagnevellen in vierkantjes van 11 bij 11 cm.

Snijd de courgettes in plakjes van ongeveer 1 cm dik en smoor ze in 1 eetlepel olijfolie met het in tweeën gesneden teentje knoflook. Leg de plakjes courgette één laag dik in de pan. Laat ze onder af en toe roeren goudbruin worden. Ze moeten nog wel al dente blijven. Doe er wat zout bij.

Snijd de rucola grof, houd een stuk of twaalf blaadjes achter en laat de rest in 2 minuten slinken in een pan met de resterende olijfolie. Doe er wat zout bij.

Roer de ricotta en de melk door elkaar tot een homogeen mengsel. Voeg de helft van de geraspte Parmezaanse kaas toe, doe er zo nodig wat zout bij en flink wat peper. Houd een hoeveelheid van ongeveer een theekopje apart.

Doe de courgette bij de geslonken rucola en de ricotta. Houd een handje courgetteplakjes achter. Roer alles goed door elkaar. Leg op elk pastavierkantje, 2 cm binnen de randen, een hoeveelheid van 2 eetlepels vulling. Rol de velletjes voorzichtig op.

Bedruppel een ingevette ovenschaal met een dun laagje van de achtergehouden ricotta (leng aan met wat melk als het mengsel te compact is), leg de cannelloni erop, strooi de resterende ricotta eroverheen en verdeel de rauwe rucolablaadjes en de achtergehouden courgette erover. Bestrooi met de rest van de Parmezaanse kaas. Laat de cannelloni in de oven op 180 °C gratineren, tot de bovenkant goudbruin is.

Buon appetito!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
preload preload preload