mei 15

Vandaag duiken we drie jaar terug in de tijd, naar het moment waarop het eerste idee voor Ciao tutti ontstond. Afgelopen donderdag vertelde ik de aanwezigen op mijn boekpresentatie hier al kort over, vandaag de extended version voor alle lezers!

Na 836 Ciao tutti-blogs kon ik vorige week donderdag een deel van mijn lezers eindelijk live begroeten met de woorden Ciao tutti! Eind januari 2010 schreef ik deze welkomstwoorden voor het eerst hier op mijn blog, boven de introductie op de dagelijkse schrijfsels waarmee ik vanaf 1 februari 2010 een stukje Italië naar Nederland en België brengen. In die introductie vertelde ik hoe en waar mijn liefde voor Italië is ontstaan; in Rome tijdens de welbekende Romereis die elke gymnasiast in de bovenbouw maakt (zie hier het uitgebreide verhaal). Ik vertel daar echter niet hoe het idee voor een blog was gaan leven. Na 836 stukjes leek het me wel leuk om ook dat verhaal eens uit de doeken te doen.

Eigenlijk begon Ciao tutti met een kookboek over koffie. In de zomer van 2009 kwam ik na een zomercursus Italiaans in Siena terug in Nederland. Met mooie herinneringen, maar vooral met heimwee. Naar de stad, de zon, de taal, het eten, de koffie… Gelukkig moest ik voor de Gottmer Uitgevers Groep, waar ik toen werkte, een boekje met de titel Caffè Italia onder de aandacht van Nederlandse journalisten brengen.

Ik stuurde een e-mail naar het magazine De Smaak van Italië, om te vragen of er interesse was voor een artikel. De toenmalige adjunct-hoofdredacteur zag daar wel wat in, maar het ontbrak hen aan tijd om ermee aan de slag te gaan, zo mailde ze terug. Ik trok de stoute schoenen aan en stelde voor om dan zelf een artikel te schrijven over het boek, met als extraatje een lijstje van de 25 bijzonderste koffieadressen in Rome.

Daar hadden ze wel oren naar, en zo gezegd zo gedaan. Het artikel verscheen in november 2009, en leverde een heleboel leuke reacties op. Mijn broer Hans (links op onderstaande foto), zelf een fervent koffiedrinker, vond dat ik toch echt meer moest gaan schrijven. Hij was het die het idee van een blog opperde. Daarmee zou ik meer kunnen schrijven en makkelijker een groter publiek bereiken.

Ik liet het idee een paar weken bezinken. Ik een blog? Ik had – dat kunnen jullie je nu waarschijnlijk niet eens meer voorstellen – thuis geen internet, en koffie dronk ik alleen in Italië. Toch bleef het idee in mijn hoofd rondzingen. Stiekem maakte ik een lijstje met namen, dat ik voor de boekpresentatie nog even opzocht. Ciao tutti stond bovenaan, en dat werd het uiteindelijk ook. Ik kon het idee van mijn broer namelijk niet loslaten en besloot het gewoon te proberen. Alhoewel hij voorstelde om één keer per week te bloggen, had ik al snel zo veel ideeën, invalshoeken en wetenswaardigheden verzameld, dat ik besloot elke dag te gaan schrijven.

Ik vertelde het idee van een dagelijks blog aan wat vrienden, die me zonder uitzondering voor gek verklaarden. Ik had al zo weinig tijd, elke dag zou een enorme opgave zijn, en bovendien: kon ik dat qua onderwerpen wel volhouden, elke dag een stukje over Italië? We zijn nu 840 stukjes verder dus die laatste zorg is daarmee wel weggenomen denk ik. Zeker als je bedenkt hoeveel ideeën er in mijn hoofd nog om uitwerking vragen…

Maar goed, er was een titel en er was een intentie tot dagelijks bloggen. Maar daarmee was ik er nog niet. Er moest draadloos internet komen thuis, een logo, een blogomgeving… Langzamerhand groeide Ciao tutti van een vaag idee tot een concrete website. Met dank aan Marc Volman voor het allereerste Ciao tutti-logo en de header, en aan broer Hans die me de eerste kneepjes van Wordpress bijbracht.

het eerste Ciao tutti-logo, made by Marc Volman van Dutchcomics

Ik schreef de eerste stukjes, over koffie – nog altijd een dankbaar onderwerp. Zo mag ik al wel verklappen dat je in het boek leest over wachtende koffie in Napels en dooie koeien die in de middag een bar bevolkten.

Vanaf het eerste begin leverde Ciao tutti meer op dan alleen bezoekers. De kring vaste lezers groeide en groeide, en velen van hen reageerden regelmatig op de stukjes die ik schreef. Ik ging anders op reis naar Italië en kwam met inspiratie voor tientallen stukjes terug. Ik leerde dankzij Ciao tutti collegabloggers kennen en een heleboel inspirerende mensen die ‘iets’ met Italië hebben.

Het leverde zelfs veel nieuwe amici op, die tijdens de boekpresentatie ook bijna allemaal aanwezig waren om mee te vieren. Allereerst Ton en Jeannette, die me na het lezen van een honderdtal stukjes uitnodigden om te komen eten. Want naast de liefde voor Italië delen we vooral de liefde voor lekker eten. Geen verrassing dus dat de Italiaanse hapjes die de gasten tijdens de presentatie voorgeschoteld kregen uit hun keuken kwamen!

Daarnaast Juliette en Renee van het Su Misura team, die ik in Rome ontmoette en die me voor de presentatie helemaal in het nieuw staken (en waarover ik morgen uitgebreid zal vertellen), en Jeanine, imagokapper en eveneens deel van Su Misura, die mijn hoofd voorzag van vrolijke krullen.

En dan de fans die ik nog nooit in het echt ontmoette, maar met wie ik zeer regelmatig via mail, Twitter of Facebook over het heerlijke Italië ‘praat’. Iedereen opnoemen die op een of andere manier heeft bijgedragen aan Ciao tutti kan hier helaas niet. Dat zou een onuitputtelijke lijst worden, maar zowel in Nederland, België en Italië zijn er heel wat vriendschappen gesmeed in de afgelopen tweeënhalf jaar. Grazie mille tutti!

Ook al bestaande vriendschappen kregen een Italiaans tintje, want ja, al dat moois in Italië moest natuurlijk ook in het echt worden gedeeld. Met Hellen reisde ik naar Rome, waar ze meteen maar besloot daar te gaan studeren (waardoor ik weer een goede reden had om terug te keren), met Anne naar Venetië, met Emma eveneens naar Rome, met Diane naar Napels en de Amalfitaanse kust, met Ton en Jeannette naar Siena en de Maremma, met Willemijn nog maar eens naar Rome om inspiratie op te doen voor zowel De Smaak van Italië als onze blogs (Willemijn blogt sinds 1 februari ook dagelijks, op Orpheus kijkt om) en een reisje naar Toscane met Leonore en Stephanie staat nog op de planning…

En dan is er nu dus ook een boek. Voordat ik het eerste officiële exemplaar aan Rosita Steenbeek mocht overhandigen, richtte ik donderdag mijn laatste woorden tot iedereen die hard heeft gewerkt aan de totstandkoming van dit blogboek. Allereerst David van Iersel van De Boekenmakers natuurlijk, die met het idee kwam om de mooiste blogstukjes te bewerken tot een boek. Dan Miriam Welsing, die haar huisje in Florence openstelde zodat ik in alle rust de laatste definitieve versie kon schrijven (waar ik uiteraard ook weer een stukje over schreef), en redacteuren Annemarie en Annelie, die de juiste puntjes op de i zetten.

Daarna was het de taak aan de heren van Studio Denk, Bart, Niek en Roy, om van het geheel van tekst en foto’s iets moois te maken. Dat hebben ze met alle nodige Italiaanse flair gedaan. Alle complimenten voor hoe mooi het boek is geworden zijn dan ook voor hen, dank heren!

Nu het boek er is, brengen Jody en Christel van De Boekenmakers het onder de aandacht van zoveel mogelijk mensen, zowel journalisten als Italiëfans en lezers. Ook jullie bedankt! En ten slotte, Monique, Folco, Bart, Charlotte en Karin van De Nieuwe Boekhandel; bedankt dat we bij jullie mochten komen toosten op het resultaat!

P.S. Gisteren het fotoverslag van de boekpresentatie gemist? Klik dan hier voor een impressie!

mei 14

Ciao tutti,

Afgelopen donderdag, tijdens de boekpresentatie van Ciao tutti – ontdekkingsblog door Italië, kleurde Amsterdam even rood-wit-groen. Wat was het een feest en wat heb ik genoten van alles! Iedereen die aanwezig was of van op een afstand heeft bijgedragen aan de feestvreugde, wil ik dan ook hartelijk bedanken. Grazie mille voor alle enthousiaste woorden, lieve kaartjes, vrolijke bloemen, flessen wijn en andere inspirerende cadeaus!

Vandaag op mijn weblog een fotoverslag van dit feestelijke gebeuren; morgen een digitale weergave van mijn speech tijdens de presentatie, met een terugblik op het ontstaan van Ciao tutti.

De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam wordt even Italiaans grondgebied.

Eugenie (links) en Jeannette zorgen voor de culinaire voorbereiding,
terwijl ik het eerste bloemetje in ontvangst neem (van mijn beide broers).


Ondertussen stapelt Monique van De Nieuwe Boekhandel Ciao tutti’s op de toonbank:

Broer Paul is vandaag de eerste koper (een goed begin, met maar liefst vier exemplaren!):

Dat betekent voor mij alvast aan de slag: de eerste exemplaren van vandaag signeren:

Dan volgt het eerste officiële moment: op de foto met (v.l.n.r.) David van Iersel (uitgever De Boekenmakers), Marcel Molenbeek (hoofdredacteur De Smaak van Italië) en Esther Sikkink (art director De Smaak van Italië):

Ondertussen stroomt het vol met mensen, en met cadeaus!

Even demonstreren dat ik door de zenuwen echt niet kan signeren;
pas als mijn speech achter de rug is kan ik weer zonder trillen iets moois schrijven…

Het sterrenteam van Studio Denk, de vormgevers van Ciao tutti,
met van links naar rechts Niek, Roy en Bart:

Daar gaan we dan! Monique van De Nieuwe Boekhandel neemt als eerste de microfoon en heet iedereen welkom.

Dan volgt David van Iersel, met een speech en een schitterend cadeau
(ondertussen gaat mijn hart steeds sneller kloppen…):

En dan mag ik eindelijk zelf de microfoon pakken en vertellen
(morgen zet ik een weergave van de speech, met de geschiedenis van Ciao tutti, online):

Het Italiaans versierde exemplaar is voor Rosita Steenbeek,
wier columns en verhalen nog altijd een heerlijke inspiratiebron zijn:

Na dit officiële moment is het tijd voor prosecco, hapjes en het verwelkomen van gasten,
die uit alle windstreken zijn gekomen:

Let vooral ook op de Ciao tutti-vlaggetjes, die gemaakt zijn door Ton, een van mijn grootste fans:

Dan is het tijd voor het echte werk: in de rij staan voor een gesigneerd exemplaar…

Ik was echter niet de enige die mijn boek mocht signeren; vriendin Anne ging rond met een origineel gastenboek. Zo zaten Hellen en ik in alle drukte geconcentreerd synchroon te signeren…

Een met inmiddels weer vaste hand geschreven boodschap
voor Smaak-collega’s Diana en Willemijn:

En voor Smaak-columnist en Ciao tutti-fan Mark Betrand ed i suoi amici:

Stiekem al even lezen wat ik geschreven heb ;-)

Ook Rosita’s exemplaar wordt van een boodschap voorzien:

Maar Rosita mag zelf ook signeren; haar nieuwe boek is een dag eerder verschenen:

Het wachten duurt wel erg lang… Gelukkig vindt Eviek een heerlijk plekje:

Eindelijk aan de beurt! Voor Juliette, Renée en Eviek signeer ik maar liefst vier exemplaren!

Na het signeren van zo’n honderd boeken wacht ‘the wall of fame’:

Nu is een deel van Ciao tutti dus niet alleen vereeuwigd in boekvorm, maar ook op de muur vol beroemde schrijvers van De Nieuwe Boekhandel, waar het hopelijk tot in lengte van dagen te bewonderen is…

P.S. Wil je een digitaal aandenken aan jouw aanwezigheid tijdens deze memorabele Italiaanse middag in Amsterdam, laat het me dan even weten. Dan stuur ik je een of meer verzoekfoto’s toe – met speciale dank aan Ton van het Hof, die al deze prachtige plaatjes schoot. Grazie tutti!

mei 12

Tip voor een last minute cadeau voor Moederdag: het hartverscheurende debuut van Pamela Schoenewaldt, De couturière. Uiteraard ook meer dan goed als cadeau voor jezelf, want het verhaal staat garant voor heel wat uurtjes leesplezier.

De twintigjarige Irma Vitale is niet rijk en ook niet mooi genoeg om te trouwen en wanneer haar moeder sterft en haar vader zijn verlies wegdrinkt in de kroeg, wordt de situatie thuis al snel onhoudbaar, en ziet ze geen andere mogelijkheid dan haar geboortedorp Opi, in de Italiaanse Abruzzen, te ontvluchten. Na een zware en lange boottocht over de Atlantische Oceaan komt Irma in Amerika aan. Daar tracht ze, weer op zichzelf aangewezen, de gevaren voor een ongetrouwde vrouw in een voor haar vreemd land trotserend, een nieuw leven te beginnen met het naaien van jurken voor welgestelde dames.

Een fragment:

‘In het begin had ik, net als de andere meisjes, mijn loon in een sok in mijn nachtkastje bewaard. Maar Lula bracht dat van haar naar een bank, waar het veilig was en groeide – ‘rente’ heette dat – en ze kon het allemaal ophalen als ze dat wilde. Toen we een keer kragen voor de mejuffer moesten bezorgen, waren we langs die bank gelopen. Keurig geklede negers liepen in en uit, samen met kooplui, dames en zelfs dienstmeisjes.

Op de volgende bezorgdag hielp Lula me een rekening te openen. Wat had ik zia graag het kleine grijze boekje laten zien met mijn naam in sierlijke letters op de voorkant en binnenin allemaal kolommen voor stortingen en rente. Toen een loensende Hongaarse kragenmaakster er op een dag vandoor ging en de helft van de sokken op onze slaapzolder meenam, was mijn geld veilig.

Op dinsdag- en donderdagavond wandelde ik nu naar Woodland en ik sloot me aan bij een tiental vrouwen in een warme kleine kamer in de kerk, waar een Amerikaanse non ons Engelse les in de vorm van vraag en antwoord gaf. ‘Wat is dit?’ vroeg ze dan wijzend.
‘Dat is een window,’ antwoordden we.
‘Wat zijn dit?’
‘Dat zijn shoes.’

Ik leerde zeggen: ‘I am Irma Vitale. I am Italian. I am single. I make collars.’
De non liet ons deze zinnen opschrijven, dus de eerste volledige zinnen die ik opschreef waren in het Engels, terwijl het enige wat ik ooit in het Italiaans had opgeschreven mijn naam was.

Met deze nieuwe woorden kon ik Lula al snel haperend vertellen over Gustavo, terwijl we aardappels schilden in de tuin achter het huis. Ze spuwde in de modder. ‘Zeelui. Je weet toch wat die doen, meisje, elke keer dat ze aan land zijn?’
‘We hebben alleen gepraat.’ Ik liet Lula zijn gekerfde walvisbot zien. ‘Dat heb ik van hem gekregen.’
‘Hoe vaak heb je met hem gepraat?’
‘Twee keer.’
‘Hij zei dat hij zou schrijven?’
‘Ja, poste restante.’
‘Ben je klaar met die aardappels?’

Had ik me door Gustavo net zo voor de gek laten houden als door Carlo? Het werd volop zomer en er kwam geen brief. Het zweet druppelde van onze vingers en maakte vlekken op de kragen. Het roodharig meisje en haar kleine broertje speelden lusteloos in de flarden schaduw. Op zondagmiddag nam ik nu de tram naar Lake Erie, dat als glas onder een romige blauwe hemel lag. De glinstering van wilgen en de felgekleurde kluiten wilde bloemen verdreven de eentonigheid van mijn dagen een beetje: het saaie vurenhout van onze werktafels, het wit van de kragen, het bruine brood en de bonensoep. Elke maand schreef ik naar zia, maar ik durfde geen geld te sturen zolang ze niet terugschreef, want als mijn brieven haar niet bereikten, hoe zou geld dan veilig aan kunnen komen?

Eindelijk arriveerde er een envelop van Gustavo met twee dunne velletjes papier. Op het ene stond een tekening van de Servia omringd door springende dolfijnen. Een man en een vrouw stonden op het dek. Op het andere velletje was een drukke haven onder een donkere hemel geschetst, waaronder LIVERPOOL geschreven was. Op de achterkant stond: ‘Beste Irma, ik denk aan jou en jouw berg. Mijn been geneest. Morgen gaan we naar Afrika. Ze zeggen dat dat prachtig is. God behoede je. Gustavo Parodi.’ De letters van het briefje waren op dezelfde zorgvuldige manier geschreven als die van zijn naam, dus hij had het zelf geschreven – of voor beide een schrijver gebruikt.

‘De tekeningen zijn mooi,’ gaf Lula toe.
Omdat ik me schaamde voor mijn nog immer onbeholpen manier van schrijven, verdroeg ik de opgetrokken borstelige wenkbrauwen van de schrijver toen ik vertelde dat ik een zeeman wilde schrijven. Ik bedankte Gustavo voor de tekeningen en vertelde dat ik werk en vrienden had gevonden, Engels leerde en hoopte hem weer te zien. Ik vertelde niet dat ik in een atelier woonde. Ik ondertekende de brief, vouwde hem rond een lapje met geborduurde olijfbomen en gaf de schrijver Gustavo’s brief om het lange Engelse adres van de scheepvaartmaatschappij over te schrijven.

‘Dus die zeeman heeft u nu al geschreven?’ vroeg de schrijver.
‘Natuurlijk.’
‘Hmm.’
‘Ga nu niet elke dag uitkijken naar een brief,’ waarschuwde Lula. ‘Hij is in Afrika als de jouwe in Engeland aankomt.’
‘Nee, dat doe ik niet.’ Maar ook al was mijn band met Gustavo zo dun als spinrag, zonder Carlo of wat voor bericht dan ook uit Opi, was Gustavo mijn enige link met Italië.’

Het indrukwekkende verhaal van Irma laat je niet los tot je de laatste bladzijde hebt omgeslagen, en zelfs dan blijft ze in je hoofd en je hart zitten…

De couturière
Pamela Schoenewaldt
vertaald door Carolien Metaal
ISBN 9789045200057
€ 12,95
uitgeverij Karakter

Nog meer boeken
Een ander boek cadeau doen morgen? Kijk dan eens bij de boekentips die eerder al op Ciao tutti verschenen. Of kom vandaag naar het Italië Evenement bij Kasteel De Haar in Haarzuilens. Daar signeer ik vandaag tussen 13.00 en 14.00 uur bij de stand van Il Sogno mijn net verschenen boek. Kijk voor meer informatie op de website van het Italië Evenement.

mei 09

‘Het Toscane van Sarah-Kate Lynch’s boeken is vol liefde beschreven en bevolkt met levendige personages. Een perfecte mix van reizen en romantiek,’ aldus Publischers Weekly, waarmee ze niets teveel zeggen over deze heerlijke nieuwe roman.

Lily en haar man Daniel lijken gelukkig: ze houden van elkaar, ze hebben een goede baan en een mooi huis. Maar dan vindt Lily een foto van Daniels andere gezin – vrouw, dochter en zoon – dat hij er blijkbaar op na houdt in Italië. Impulsief als nooit tevoren boekt Lily een reis naar Italië, om zelf te zien hoe het zit.

In het Toscaanse dorpje Montevedova is een klein bakkerijtje, eigendom van de negentigjarige zussen Violetta en Luciana. Violetta is de leider van Het Geheime Genootschap van Sokkenstoppende Weduwen, een verzameling van twaalf oude vrouwtjes die échte liefde gekend hebben, en die het tot hun missie hebben gemaakt om mensen met een gebroken hart een nieuwe liefde te bezorgen.

Als Lily het dorp Montevedova in komt rijden, zien de Sokkenstoppende Weduwen hun kans schoon om het hart van dorpslieveling Alessandro te lijmen – en terwijl Lily op zoek is naar het gezin van de foto, wordt een uitgebreid plan in werking gezet…

Een fragment:

Violetta strompelde naar de kelder om de andere weduwen gezelschap te houden. Ze leken niet echt blij.
‘Jullie hebben ongelijk!’ schreeuwde de ene groep tegen de andere.
‘Nee, júllie hebben ongelijk!’ schreeuwde de andere groep terug.
‘Jullie hebben allemáál ongelijk!’ riep een splintergroepering.

Violetta dacht dat de ruzie over Lily en Alessandro ging. Ze beet op haar lip en schuifelde naar haar zus die net een glas vin santo achteroversloeg.
‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Violetta fluisterend.
‘Fiorella had een torta della nonna meegenomen,’ legde Luciana uit en ze wees naar de tafel waar nog maar een paar kruimeltjes op een gekreukt papieren bord lagen.

‘Wát heeft ze gedaan?’
‘Ze had een torta della nonna meegenomen en die smaakte verrukkelijk, maar daardoor is er een soort discussie ontstaan,’ zei Luciana.
‘Voor het deeg moet je hele eieren gebruiken,’ riep iemand kwaad.
‘Nee, alleen de dooiers!’
‘Alleen geraspte sinaasappelschil.’
‘Nee, vanille!’
‘Nee, een eetlepel olijfolie!’
‘Of een torta della nonna goed is, is niet afhankelijk van het deeg, maar van de vulling!’
‘Ricotta,’ riepen een paar weduwen.
No ricotta,’ riep iemand anders.

Violetta liep naar het centrum van deze verhitte strijd en legde de vrouwen met één blik het zwijgen op. Ze keek naar Fiorella die rustig op een stoel zat terwijl de kruimels in haar decolleté vielen.
‘We eten géén torta della nonna tijdens vergaderingen van Het Geheime Genootschap van Sokkenstoppende Weduwen,’ zei Violetta op kille toon. ‘Dan eten we cantucci.’
‘O, is dat zo?’ snauwde Fiorella. ‘Wie zegt dat?’
‘Dat zeg ik,’ antwoordde Violetta.

Weduwe Mazzetti zwaaide met het reglement, ook al baalde ze er ontzettend van dat zij niet ook een paar plakken van die heerlijk uitziende torta had gehad.
‘Dat zeggen de regels,’ bevestigde Violetta.
Fiorella was niet gewend aan vrouwelijk gezelschap, of aan welk gezelschap dan ook, en begon de indruk te krijgen dat ze er niet heel goed in was. ‘Het is maar dolci. Ik dacht dat een paar van ons wel een opkikkertje konden gebruiken.’

‘Ach, laat het toch! Zijn we echt van plan die bekakte Amerikaanse ijsprinses te helpen?’ vroeg weduwe Ercolani. Ze had last van indigestie, zodat ze helemaal geen torta had gehad, hoewel ze misschien inderdaad wel een opkikkertje had kunnen gebruiken. ‘Volgens mij vragen we om problemen als we er een buitenlandse bij betrekken,’ voegde ze eraan toe. ‘En wie zegt me dat ze Alessandro hier niet weghaalt nadat wij ons aandeel hebben geleverd?’

Weduwe Benedicti had hier helemaal niet aan gedacht en wendde zich in paniek tot Violetta om geruststelling.
Officieel was het genootschap een democratie, zodat besluiten bij meerderheid genomen moesten worden, maar in werkelijkheid was Violetta de leidster en zou dat altijd blijven ook. Ze was zoiets als de dalai lama, maar dan in het zwart gekleed.

De waarheid was dat Violetta altijd het gevoel had gehad dat zij een zesde zintuig bezat als het om de liefde ging, en in dit opzicht kreeg ze steun van Luciana, die vijfeneenhalf zintuig bezat.
Meestal wist ze precies wat er wel of niet gedaan moest worden, maar vandaag rinkelden er geen belletjes, flitsten er geen tekenen en was haar geest zo troebel als minestrone. Was Alessandro echt hun calzino rotto? En was Lily echt de vrouw die zijn gebroken hart moest genezen?’

Of Het Geheime Genootschap van Sokkenstoppende Weduwen erin slaagt Lily te koppelen aan Alessandro lees je in

Dolci d’Amore
Sarah-Kate Lynch
vertaald door Jolanda te Lindert
ISBN 9789032512729
€ 16,95
uitgeverij De Kern

Bestel dit heerlijk boek via deze link bij bol.com!

mei 06

Wij zijn niet de enigen die in Toscane zijn gaan rondstruinen op zoek naar het lekkerste van deze Italiaanse regio. Het team van De Zilveren Lepel deed dit ook en bracht onlangs een nieuw kookboek in de reeks uit: De Zilveren Lepel Toscane.

Toscane is de geboortegrond van de Italiaanse keuken zoals wij die kennen. De streek is over de hele wereld beroemd om zijn eenvoudige en heerlijke eten. De Zilveren Lepel Toscane bevat zowel authentieke regionale recepten als lokale tradities, klassieke wijnen en speciaalzaakjes.

Het boek bestrijkt het gebied van de bergen van Massa-Carrara in het noorden tot de bosrijke omgeving van Grosseto in het zuiden. Van ravioli uit Siena, konijn uit Aretina tot boerencake met walnoot uit Livorno of Pistoiaanse kastanjetaart – een culinaire reis door de populairste regio van Italië, waarvan het water je in de mond loopt.

In Florence kiest De Zilveren Lepel onder andere voor zuccotto. Volgens de legende is zuccotto de eerste semifreddo uit de geschiedenis en werd het oorspronkelijk gemaakt in de helm van een soldaat. In het Toscaanse dialect betekent zucca ‘hoofd’. Het oorspronkelijke recept is met ricotta, gekonfijte vruchtjes, amandelen en pure chocolade.

Voorbereiding: 30 minuten + 6 uur voor het invriezen

Ingrediënten
(voor 6 personen)

1 pan di Spagna of madeira-cakegebak van 250-300 gram
1,2 dl amaretto
5 dl slagroom
80 gram fijne tafelsuiker
50 gram ongezoet cacaopoeder
4 amarettikoekjes

Bekleed een diepvriesbestendige, halfbolle vorm met plastic keukenfolie. Snijd de cake horizontaal in twee ronde plakken van gelijke dikte. Snijd een van de plakken in 8 punten en bekleed daar de geprepareerde vorm mee. Verdun de likeur met een beetje water en besprenkel er de plakjes cake mee.

Klop de slagroom in een kom, voeg beetje bij beetje de suiker toe en blijf kloppen tot er stijve punten op blijven staan. Schep een derde deel van de geklopte room in een andere kom en spatel er de helft van het cacaopoeder door. Verkruimel de amarettikoekjes, spatel ze door de rest van de room en schep het mengsel in de vorm. Verdeel de amarettiroom gelijkmatig, maak een kuiltje in het midden, schep er de cacaoroom in en strijk alles glad. Leg de andere ronde plak cake erbovenop, dek de kom af en zet hem minstens 6 uur in de vriezer.

Stort de zuccotto op een serveerschaal, trek het plasticfolie eraf, stuif er met een zeefje het resterende cacaopoeder over en zet hem direct op tafel.

Meer recepten uit Florence en de rest van Toscane vind je in

De Zilveren Lepel Toscane
ISBN 9789077330258
€ 35,00
uitgeverij Van Dishoeck

mei 04

Vandaag mag ik jullie dan (eindelijk) een voorproefje geven uit de nieuwe reisgids De smaak van Florence, waaraan ik afgelopen maanden heb ‘gewerkt’. Want laten we eerlijk zijn, al dat proeven mag je eigenlijk geen werk noemen, net zomin als schrijven over een van de mooiste plekken op aarde. Eerst maar eens een impressie van een aantal pagina’s uit de gids:

Aangezien jullie die kleine lettertjes waarschijnlijk niet kunnen ontcijferen, mijn persoonlijke top 5 in deze wijk, rondom de Duomo, het Piazza della Signoria en het Palazzo Vecchio:

*Rivoire, hoek Piazza della Signoria / Via Vacchereccia
Een van de oudste koffiezaken van de stad, met niet alleen goede koffie, overheerlijke chocolademelk en aanlokkelijke taartjes en chocolaatjes, maar ook nog eens een prachtig uitzicht op het Piazza della Signoria.

*Carapina, Via Lambertesca 18r
Verstopt in een straatje achter Piazza della Signoria wordt misschien wel het lekkerste ijs van Florence gemaakt. Het vanille-ijs wordt bereid volgens authentiek recept van Artusi, maar ook smaken als quattro formaggi en ricotta met peer zijn het proberen waard.

*I Due Fratellini, Via dei Cimatori 38r
De twee broertjes zijn echt een begrip! In hun kleine winkel, niet meer dan een gat in de muur, beleggen ze de lekkerste broodjes. Doe net als de Florentijnen en eet staand, op de stoep.

*Gustavino, Via della Condotta 37r
Modern restaurant annex wijnbar waarin Toscane op handen gedragen wordt. Authentieke gerechten met een eigenwijze, eigentijdse touch.

*Coquinarius, Via delle Oche 15r
Bij deze enoteca kun je terecht voor een enorme keuze aan wijnen en simpele, originele gerechten. Je geniet tot in de late uurtjes van de ongedwongen sfeer.

De smaak van Florence
Wie al mijn favoriete culinaire adressen in Florence wil leren kennen, kan met De smaak van Florence op pad. Voor slechts 15 euro ontdek je de gezelligste wijnbarretjes rondom de Santa Croce, de kleurrijke ijssalons in de buurt van de Duomo, de lekkerste lokale trattoria’s rondom de Mercato Centrale in de wijk San Lorenzo en eindeloos veel andere gouden adresjes van Florence en Fiesole.

Bovendien geven enkele inwoners van de stad prijs waar zij het liefst naartoe gaan voor hun dagelijkse cappuccino, een lekkere pasta of een goed glas wijn. Vermijd met dit boek in de hand de gebaande toeristische paden en valkuilen, en geniet van de echte smaak van Florence!

De smaak van Florence
Saskia Balmaekers
ISBN 9789025751418
€ 15,00
uitgeverij Dominicus | Uitgeeftak
bestel De smaak van Florence via deze link bij bol.com

De smaak van Florence ook als app
De smaak van Florence is er ook als app, met alle gouden adressen die in de gids zijn opgenomen. Dankzij het unieke offline navigatiesysteem weet je precies hoe je moet lopen naar al die adressen en hoeveel meter je verwijderd bent van een kop koffie, een ijsje of dat heerlijke bord pasta.

Als je de app gedownload hebt, heb je alle adressen en bijbehorende informatie altijd bij de hand. Je betaalt dus géén extra kosten voor gebruik van internet in het buitenland, tenzij je buiten de app naar de website van het restaurant surft of Google Maps wilt bekijken. De smaak van Florence-app is nu al te downloaden in de Appstore en zeer binnenkort ook als Android-app verkrijgbaar.

Ci vediamo a Firenze !

mei 01

Herman Gorter bezong de maand mei in 1889 als volgt:

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
in een oud stadje, langs de watergracht –
in huis was ‘t donker, maar de stille straat
vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
nog licht, er viel een gouden blanke schijn
over de gevels van mijn raamkozijn.

Dan blies een jongen als een orgelpijp,
de klanken schudden in de lucht zoo rijp
als jonge kersen, wen een lentewind
in ‘t boschje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald’ over de bruggen, op den wal
van ‘t water, langzaam gaande, overal
als ‘n jonge vogel fluitend, onbewust
van eigen blijheid om de avondrust.

En menig moe man, die zijn avondmaal
nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
glimlachend, en een hand die ‘t venster sloot,
talmde een pooze wijl de jongen floot.’

Larissa Bertonasco, illustratrice van het prachtige kookboek La cucina verde (waarover ik eerder dit stukje schreef), maakte een vrolijke Italiaanse versie van dit meigevoel:

Met deze vrolijke geluiden luiden we ook op Ciao tutti een nieuwe maand in. Een maand die we deels doorbrengen in Florence, deels in Nederland (rondom mijn boekpresentatie op 10 mei) en deels in het zuiden van la bella Italia. De meimaand staat daarnaast in het teken van lezen. In Italië is mei namelijk uitgeroepen tot Il Maggio dei Libri

Net als de natuur in deze maand tot volle bloei komt, ontwaakt in de mens de passie voor lezen, aldus de gedachte van Il Maggio dei Libri. Deze passie voor lezen leidt tot persoonlijke groei van de lezer, waarvoor de groei van nieuw leven symbool staat. Daarom zullen we op Ciao tutti nog meer dan anders Italiaanse boeken in het zonnetje zetten. Op een mooie meimaand vol boeken dus!

Getagd met:
apr 29

Er is niets leukers dan door Rome struinen, als je het mij vraagt. Zeker als je alle hoogtepunten van de stad al gezien hebt, is het heerlijk om achterafstraatjes te ontdekken, om doelloos door Romeinse straten te slenteren en her en der een blik naar binnen te werpen. Zo ontdek je de mooiste binnentuinen, de leukste barretjes, de meest verrassende mensen…

Wie echter nog niet zo thuis is in de Eeuwige Stad, kan er een beetje tegenop zien om door de stad te lopen. Absoluut niet nodig, want het centrum is best overzichtelijk en de meeste bezienswaardigheden liggen op loopafstand van elkaar. Zeker als je het Pantheon als middelpunt van je wandelingen neemt, kun je bijna overal op je gemak heen lopen.

Enige handreikingen hierbij zijn soms wel handig, zeker als je je moeilijk kunt oriënteren of zo overweldigd bent door alle monumenten dat je niet meer let op waar je loopt. Gelukkig verschijnt er nu een nieuwe gids met leuke wandelingen door Rome, de National Geographic Wandelgids Rome. Deze wandelgids bevat vijftien gedetailleerde wandelroutes waarmee je door de stad loopt alsof je er geboren en getogen bent. Wie wil dat nu niet?

Vandaag op Ciao tutti daarom een voorproefje uit de gids, van een bijzondere bezienswaardigheid die ik tijdens mijn wandelingen nog niet was tegengekomen, en die ik vandaag dus zelf ook voor het eerst ga bezoeken: de Santi Giovanni e Paolo. Spannend!

LPLT / Wikimedia Commons

‘Deze 12de-eeuwse kerk is gewijd aan twee Romeinse officieren, Giovanni (Johannes) en Paolo (Paulus), die zich onder keizer Constantijn tot het christendom bekeerden. Ze werden onthoofd omdat ze weigerden te vechten voor de heidense keizer Julianus ‘de Afvallige’.

Het interieur van de kerk werd tussen de 17de en 20ste eeuw ingrijpend gewijzigd. Er kwamen tientallen grafkapellen en grafmonumenten bij voor de adellijken en geestelijken. In de rechterbeuk staat een grote koepelkapel uit het midden van de 19de eeuw waarin de stoffelijke resten liggen van Paulus van het Kruis, de stichter van de Kloosterorde van het Heilig Kruis. De kristallen kroonluchters in het schip werden geschonken door het Waldorf Astoria Hotel in New York en zijn de jongste aanwinst.

Onder de Santi Giovanni e Paolo liggen de resten van twee Romeinse gebouwen, een appartementengebouw met verscheidene verdiepingen en een villa met twee verdiepingen, die met mozaïeken, fresco’s en fonteinen waren versierd. Deze twee gebouwen, de Case Romane al Celio (Clivo di Scauro, www.caseromane.it, (0039) 06 7045 4544, €€, gesloten: di. en wo.), werden in de 4de eeuw samengevoegd tot een familiewoning.

Lalupa / Wikimedia Commons

Volgens de overlevering woonden Johannes en Paulus hier en werden ze na hun martelaarschap begraven in het huis. De plek trok daarom pelgrims en rond 395 werd hier de eerste kerk gebouwd. De kamers uit de oudheid lagen begraven en waren vergeten tot ze eind 19de eeuw werden herontdekt.’

Piazza dei Santi Giovanni e Paolo 13 • (0039) 06 700 5745 • Metro: Circo Massimo, Colosseo, lijn B • Bus: 60, 75, 81, 175, 673

National Geographic Wandelgids Rome
Al wandelend proef je de echte sfeer van een stad! Deze  gids opent daarom met vijftien wandeltochten die je helpen je  dag, weekend of week in Rome zo leuk mogelijk te besteden. Ideaal voor stedentrippers met een voorkeur voor goede restaurants en theaters, en voor jonge stellen die geïnteresseerd zijn in hippe winkels en uitgaansgelegenheden. Maar ook voor gezinnen met kinderen die op zoek zijn naar kindvriendelijke activiteiten voor overdag. Per wijk staan de belangrijkste locaties en activiteiten duidelijk op de kaart weergegeven en in de daaropvolgende pagina’s tot in detail beschreven.

*Bliksembezoeken zijn gestroomlijnde wandelroutes voor wie de hele stad in een dag, in een weekend, zomaar voor de gezelligheid of met kinderen wil zien;
*Buurtwandelingen, van het Pantheon tot Vaticaanstad en het Colosseum tot de Via Veneto: alle op de kaart aangegeven bezienswaardigheden worden beschreven;
*Nader bekeken geeft extra informatie over musea en andere bezienswaardigheden, zoals het Forum Romanum, het Pantheon en het Ghetto;
*Typisch Rome besteedt aandacht aan onderwerpen die kenmerkend zijn voor de stad, zoals La Dolce Vita, fonteinen en aquaducten en Romeinse gerechten;
*Het beste van Rome geeft informatie per thema, zoals het ondergrondse Rome, de mozaïeken en Romeinse nachten;
*Slim op pad, Lekker eten, Aan te bevelen en Wist u dat… zijn tekstblokjes die helpen het beste uit een bezoek aan Rome te halen;
*Praktische informatie helpt  bij het organiseren en voorbereiden van de reis;
*Detailkaarten, kleurenfoto’s en adviezen van ervaren reisschrijvers maken de ontdekkingstocht compleet.

ISBN 9789048812943
€ 12,50

Ook op pad met de National Geographic Wandelgids Rome? Je bestelt ‘m via deze link bij bol.com! Het enige wat je dan nog moet doen, is vliegtickets boeken, een koffer pakken en genieten!!

apr 28

‘Het leven op Sardinië is misschien het beste dat een mens zich kan wensen: vierentwintigduizend kilometer bossen, platteland, en kusten die zich onderdompelen in een wonderbaarlijke zee stemmen overeen met datgene wat ik aan een goede God zou adviseren om ons cadeau te doen als Paradijs,’ aldus Fabrizio De André.

Loes Janssen Miraglia, die de lezers van Ciao tutti regelmatig van een heerlijk recept voorziet, kan dit alleen maar beamen. Met haar nieuwe boek, Culinair Sardinië – een eerlijke en eenvoudige eilandkeuken, brengt ze het eiland bij je thuis.

Loes: ‘Sardinië is wellicht een van de best bewaarde geheimen van Europa: een schitterend, ongerept eiland met een geschiedenis en culinaire gebruiken die teruggaan tot in de prehistorie. Een zuiver eiland van grote schoonheid dat slechts mondjesmaat is aangetast door het hectische, moderne leven en waar je ruimte, rust en stilte vindt en in direct contact staat met de overweldigende natuur. Sardinië heeft een lange, culinaire traditie die sterk verschilt van de andere Italiaanse regiokeukens en waarin eenvoud en eerlijkheid sleutelwoorden zijn. In Culinair Sardinië heb ik deze eetgewoonten en gebruiken vastgelegd.’

Vandaag op Ciao tutti een voorproefje uit Loes’ nieuwe kookboek, met het recept voor malloreddus allo zafferano, typische Sardijnse pasta met saffraan.

‘De malloreddus mogen als het neusje van de Sardijnse zalm worden beschouwd, al is het alleen maar omdat het onnoemelijk veel tijd en aandacht kost om ze te maken. Malloreddus zijn een soort koffieboonschelpvormige pasta die tot op de dag van vandaag op ambachtelijke wijze gemaakt wordt van harde durumtarwe, lauwwarm water en eventueel saffraan en op verschillende wijzen wordt geserveerd, bijvoorbeeld met vlees- of visragout of verse pecorino of een saus op basis van ricotta.

De kunst van het maken van deze pasta zit hem niet zozeer in de bereiding van het deeg, maar vooral in het krijgen van de gewenste vorm. Als het deeg gebruiksklaar is, wordt de pasta handmatig bewerkt met behulp van een gecanneleerde snijplank en een rieten mand. Malloreddus worden, zowel vers als gedroogd, op heel Sardinië gegeten en elk gebied heeft zijn lokale specialiteit.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

Voor de malloreddus
300 gr semola di grano duro (harde durumtarwe)
lauwwarm water
bloem

Voor de saus
1 zakje saffraan
150 gram groene, pikante olijven (kunnen ook vervangen worden door groene olijven en een halve chilipeper)
handjevol bieslook
200 gram geraspte pecorino
2 eetlepels olijfolie
zout en witte peper

Maak een bergje van de harde durumtarwe met een kuiltje in het midden. Voeg lauwwarm water toe en kneed net zolang totdat een soepel en glad deeg ontstaat (minstens 10 minuten). Maak een lange slang van het deeg (met een diameter van ongeveer 1 centimeter) en laat deze afgedekt ongeveer 15 minuten rusten.

Snijd de slang vervolgens in gelijke stukjes van ongeveer een duimbreedte. Haal ze door de bloem en rol ze vervolgens al drukkend met de duim over een canestro (ciuliri in het Sardijns). Dit is een dik houten plankje met groeven en een handvat zodat ze de vorm van koffieboonschelpjes aannemen. Vroeger werd voor dit doel een gevlochten mand gebruikt. Laat de malloreddus vervolgens minstens 2 uur drogen.

Kook de malloreddus al dente in een royale hoeveelheid water met een snufje zout. Giet de malloreddus af, maar bewaar een paar lepels kookvocht. Laat de malloreddus afkoelen onder stromend koud water.

Los de saffraan op in een paar eetlepels kookvocht en giet dit over de malloreddus. Schep net zolang om totdat de malloreddus allemaal een gele kleur hebben gekregen.

Ontpit de olijven en snijd ze klein. Snijd ook de chilipeper en de bieslook fijn. Rasp de pecorino grof. Schenk de olijfolie over de malloreddus. Voeg de olijven en de ricotta toe.

Bestrooi de malloreddus met een beetje zout en peper en verdeel de porties over borden. Garneer met de bieslook en serveer het gerecht meteen.’

Buon appetito, ook namens Loes!

Culinair Sardinië
Wie nog meer wil genieten van de Sardijnse keuken vindt in Culinair Sardinië – een eerlijke en eenvoudige eilandkeuken volop inspiratie!

Culinair Sardinië – een eerlijke en eenvoudige eilandkeuken
Loes Janssen Miraglia
ISBN 9789045200545
€ 24,95
uitgeverij Karakter

apr 27

Gisteravond kon ik niet meer stoppen met lezen. Waarin ik was verdiept? In de mooiste Italiaanse roman van 2012, als we uitgeverij De Bezig Bij mogen geloven. ‘Een magistrale debuutroman die ver voor de Italiaanse verschijningsdatum internationaal al erkend wordt als meesterwerk. Alle internationale redacteurens die het boek in handen kregen waren het er unaniem over eens: dit is een grandioos debuut, een roman die je de adem beneemt vanaf de eerste zinnen tot het onvergetelijke einde.’

Ik kan die internationale redacteuren niet anders dan gelijk geven. Dankzij dit boek tik ik dit stukje diep in de nachtelijke uurtjes, want nu het eenmaal uit is, wil ik het boek nog niet loslaten. En uiteraard wil ik het ook zo snel mogelijk met jullie delen. Zo’n bijzondere leeservaring gun ik iedereen. Koop dit boek, lees het en laat je meesleuren naar de hitte in de straten van Palermo.

Zo ook op aarde gaat over Davidù, een jongetje van negen dat ziet hoe zijn buurjongen Gerruso door een groep jongens wordt mishandeld. Als ze daarna ook Gerruso’s nichtje Nina aanvallen, grijpt Davidù in. Zijn oom Umbertino is getuige van Davidu’s kracht en begrijpt dat zijn neefje voorbestemd is net als hijzelf een groot bokser te worden.

Davidù groeit op in de vieze straten van Palermo, zonder vader maar met een opa en oma. Zij brengen hem de waarden bij die hij nodig zal hebben om te kunnen overleven in het arme Palermo waar de maffia heerst, het recht van de sterkste geldt en het leven draait om eergevoel.
In een virtuoze stijl die varieert van rauw tot gevoelig, van humoristisch tot passioneel, vertelt Davide Enia het genadeloze verhaal van de straatjongen Davidù tegen de achtergrond van de veelbewogen Siciliaanse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog tot nu. Een voorproefje:

‘Ze staan met z’n tweeën in de ring.
De een weegt zevenenvijftig kilo, is één meter vijfenzestig lang, zesentwintig jaar oud.
De ander heeft een onbekend gewicht, hoe lang hij is doet er niet toe, hij zal nog wel groeien.
Hij heeft zijn handen niet ingezwachteld, hij draagt handschoenen, huppelt door de ring.
Hij is negen jaar.

Achter in de zaal staat een rokende man aan de telefoon te praten.
‘Zina, wees gerust, hij is bij mij, alles is goed, over hooguit een half uur zijn we thuis, ciao.’
Hij hangt op, pakt de krant van tafel, bestudeert de uitslagen van de paardenraces om te kunnen inzetten op een memorabel trio dat wellicht voor een ommekeer in zijn leven zal zorgen, in elk geval voor een paar maanden.

Aan de rand van de ring, leunend tegen de touwen, staat een man met een baret te schreeuwen: ‘Ik tel tot drie!’
De boksers stoppen met oefenen tegen de zak en opdrukken.
‘Een, twee, drie.’
Het jongetje bewaart meteen een geruststellende afstand tussen zichzelf en de tegenstander. Hij vertoont een interessant benenspel: hij springt en landt voortdurend op de tenen van beide voeten tegelijk.

Achter in de zaal slaat de rokende man met de rug van zijn hand op de krant.
‘Wat een trio: Asansol, Regolo, Mastino III, daar ga ik als de bliksem op wedden.’
Hij scheurt de pagina eruit, stopt hem in zijn zak en loopt naar de ring.
De zesentwintigjarige bokser heet Carlo. Hij is geconcentreerd: dekking hoog, knieën gebogen, ogen recht in die van de tegenstander.

Het jongetje maakt een schijnbeweging naar rechts en dan een onverwachte sprong naar links. Hij is zich niet bewust van zijn bewegingen, hij voert ze uit en meer niet. Carlo behoudt zijn verdedigende positie. Hij is gesloten als een kerkdeur in de nacht. Zodra hij de grond weer raakt laat het jongetje zijn linkerhandschoen omhooggaan. Carlo weert de stoot af met zijn rechterelleboog. De man met de baret aan de rand van de ring wil iets roepen, maar de opdracht blijft in zijn keel steken: onverwacht heeft het jongetje zijn stoot herhaald.

Met zijn linkerhand schampt hij Carlo’s gezicht.
Hij heeft het geprobeerd.
Hij heeft gefaald.
De rokende man beveelt zonder emotie: ‘Sla hem neer.’
De kerkdeur gaat open.

Carlo geeft een directe, midden op de wang van het jongetje, waardoor hij tegen de mat gaat.
Na een paar tellen staat het jongetje op, maar hij raakt meteen uit evenwicht.
Hij zet zijn tanden op elkaar om niet opnieuw te vallen.

De man met de baret vraagt hem: ‘Kun je touwtjespringen?’
‘Ik ben duizelig.’
‘Dat was de vraag niet,’ preciseert de andere man kalm, voordat hij zijn rook uitblaast.
Hij kijkt als een voetballer vlak voor hij schiet.
‘Ik kan niet touwtjespringen.’
‘Zorg dat je het leert.’

Het jongetje trekt zijn bokshandschoenen uit, stapt uit de ring, pakt een springtouw en probeert het. Het gaat steeds mis.
‘Nou,’ zegt de rokende man tegen die met de baret.
‘Je hebt het zelf gezien, hij verdubbelde zijn stoot.’
‘En het voetenwerk is er ook.’
‘Ja.’
‘Het moment is gekomen.’
‘Je ziet dat hij echt een zoon van zijn vader is.’
‘Tot morgen, Franco.’

De man met de sigaret pakt het touw uit de handen van het jongetje, nadat hij elke poging om te springen heeft zien mislukken.
‘Dit zul je ook nog wel leren, met de tijd. Nu gaan we naar huis. En denk erom, je mag je moeder alles vertellen wat er gebeurd is, behalve dat ik je heb meegenomen naar de boksschool. Zweer het me.’

Het jongetje zweert het.
‘Maar je opa, die ga je wel alles vertellen.’
‘Mag dat?’
‘Dat moet.’

Ze lopen naar buiten net op het moment dat de man genaamd Franco de baret van zijn hoofd pakt en tegen de bokser genaamd Carlo schreeuwt dat hij een schijnbeweging met links moet maken en die moet kruisen met een rechtse uppercut, nog eens, nog een keer, godverdegodver, nog eens.

Buiten, in een lucht die roerloos is van de hitte, klinken politiesirenes. Groepjes mensen staan stil in de schaduw en wijzen in de verte. Iemand vertelt iets van horen zeggen, de een formuleert vragen, een ander waagt zich aan een antwoord, allemaal slaan ze een kruisteken wanneer hij het woord ‘maffia’ uitspreekt.

De rokende man loopt met de handen in de zakken.
Hij trekt zich van niets en niemand wat aan.
Hij kijkt niet op of om.
Hij heet Umbertino.
Hij is mijn oom.
Het jongetje van negen jaar ben ik.’

Dit fragment is afkomstig uit

Zo ook op aarde
Davide Enia
vertaald door Manon Smits
ISBN 9789023468691
€ 18,90
uitgeverij De Bezige Bij

PS: Op donderdag 3 mei interview ik Davide Enia. Mocht je deze veelbelovende Italiaanse auteur graag een vraag voorleggen, laat het me dan even weten. Dan zorg ik ervoor dat hij jouw vraag beantwoordt!

preload preload preload