jun 25

Hij rolt van het ene bunga bunga-schandaal in het andere, heeft 90 procent van de media in handen en is vele malen aangeklaagd wegens corruptie, fraude en meineed. In 2008 werd hij voor de derde keer premier. Mr. B. domineert al twintig jaar het leven in Italië. Wat is zijn geheim?

De internationale bestsellerauteur Beppe Severgnini formuleert in zijn nieuwe, bijzonder onderhoudende boek tien factoren die het succes van Berlusconi verklaren, zoals de haremfactor (de Italianen kunnen alleen maar dromen van Silvio’s relatie met vrouwen), de Zeligfactor (Berlusconi wórdt een Arabier als hij met een Arabier praat) en de menselijke factor (‘Hij lijkt op ons. Hij is een van ons.’)

Dit verhelderende boek over de figuur Berlusconi en het Italië van vandaag gaat eigenlijk over ons allemaal in Europa. De behoefte aan een aansprekende leider lijkt namelijk overal groter te worden. Misstappen van geliefde leiders worden met de mantel der liefde bedekt. En in veel Europese landen lijkt rechts betere politieke technieken in huis te hebben dan links.

Een fragment:

‘Dit boek komt voort uit een ander boek, La testa degli italiani, uitgegeven in Italië in 2005, in 2006 in de Verenigde Staten (onder de titel La Bella Figura) en sindsdien in een dozijn andere landen, waaronder in Nederland als Italianen voor gevorderden. Tijdens mijn rondreis door Europa en over de wereld wist ik na elke boekpresentatie al wat de eerste vraag van het publiek zou zijn, nog voordat hij gesteld werd: ‘Hoe zit het met Berlusconi?’

Soms was het een verontwaardigde vraag, andere keren nieuwsgierig. Buitenlanders, van welke politieke kleur dan ook, konden simpelweg het lange succes van de man niet begrijpen, en begrijpen het nog steeds niet. Ze weten alleen dat hij het Italiaanse politieke toneel beheerst en al zeventien jaar lang het belangrijkste – sommigen zeggen: het enige – gespreksonderwerp is sinds hij in de politiek is beland.

Waarom kunnen buitenlanders het bijna niet begrijpen? Omdat als het hoofd van de Italianen al mysterieus is, de onderbuik zelfs nog ondoorgrondelijker is. Als psychologie lastig is, dan is gastro-enterologie misschien wel volkomen onbegrijpelijk.

Ik werd me hiervan bewust toen ik voor The Economist schreef (1993-2003), voor de Londense Sunday Times (1993-1994), voor het tijdschrift Time (2008) en voor The New York Timesyndicate (2007-2009). Mijn vermoeden werd bevestigd toen ik in 2010 werd uitgenodigd door de Italian Society van de London School of Economics (lse) om over de kwestie te praten. Bij die gelegenheid – donderdag 4 februari 2010, aula D202 – koos ik als titel: Signor B.: An Italian Mirror? en gebruikte ik voor het eerst mijn verklaring aan de hand van factoren die de basis vormden van dit boek.

Dezelfde vraag – hoe is het mogelijk dat jullie Italianen Berlusconi hebben gekozen, gesteund en verdedigd? – wordt mij met indrukwekkende regelmaat gesteld door de vele journalisten en schrijvers die ik in Italië en in het buitenland ontmoet. Ik heb in hen eerder nieuwsgierigheid dan vooringenomenheid gezien. In tegenstelling tot Italiaanse verslaggevers wilden zij oprecht begrijpen hoe het zat.

Dezelfde houding, moet ik zeggen, heb ik teruggezien bij Italiaanse jongeren. In dit geval gaat het niet om ontmoetingen met lezers. Ik heb nooit overwogen om langs de scholen te gaan om te praten over Berlusconi (een aantal ouders zou enthousiast zijn, andere woedend). De jongeren die ik bedoel, zijn mijn zoon, zijn vrienden, veel neefjes en nichtjes, kinderen van vrienden, kennissen, jonge bezoekers van mijn forum Italians op Corriere.it. Telkens als het onderwerp werd aangesneden – in Italië is dat nauwelijks te vermijden – merkte ik dat ik nieuwe en nieuwsgierige mensen voor me had, met oprechte interesse in een man die – of je hem nou mag of niet – alomtegenwoordig was terwijl zij opgroeiden. Er zijn tussen 1994 en nu andere belangrijke politieke figuren geweest, maar als jullie denken dat een achttienjarige zich de politieke zelfmoord van Romano Prodi in 1998 herinnert, dan hebben jullie het mis.

Wat valt er nog meer te zeggen? Ach ja, een gemeenplaats mag wel voor deze keer: de geschiedenis zal over hem oordelen. Want nu kan de zaak niet verjaren: Silvio Berlusconi zal beoordeeld worden.’

Lees Severgnini’s hele verhaal in

Berlusconi en de Italianen
Beppe Severgnini
vertaald door Miriam Bunnik
ISBN 978 90 468 1030 9
€ 19,95
Nieuw Amsterdam Uitgevers

aug 21

In Rome las ik Italianen voor gevorderden, een onmisbaar boek voor elke Nederlander die zichzelf een Italiëkenner of een Italofiel wil noemen. Beppe Severgnini maakt in zijn boek een studie van het meest interessante onderdeel van Italië: de Italiaan zelf.

De tocht op weg naar het innerlijk van de Italianen is zeer de moeite waard, maar niet zonder gevaren, en sommige reizigers aarzelen om eraan te beginnen. Ze worden weerhouden door gemakzucht en de angst om het geromantiseerde beeld van de Italianen dat ze voor zichzelf hebben opgebouwd te vernietigen. Voor de meeste Italianen zelf is het beangstigend om ongemakkelijke waarheden aan het licht te brengen, maar Beppe Severgnini heeft daar absoluut geen moeite mee. In Italianen voor gevorderden maakt hij een systematische vertaling van zijn thuisland, het werkelijke Italiaanse universum van de werkelijke Italianen.

Hij vertelt over de onbegrijpelijke regels van de straat, de anarchie van het kantoor en de omslachtige treinreizen. Over de zintuiglijke geruststelling van een kerk en het belang van het strand, over de eenzaamheid van het voetbalstadion en de overvolle Italiaanse slaapkamer. In tien dagen doet hij dertig plaatsen aan, reist hij van noord naar zuid en weer terug. Praat hij over eten en politiek, over de deugdelijkheid van het platteland en over de dierentuin die de televisie feitelijk is. Hiermee is Italianen voor gevorderden dé gids voor iedereen die iets van de Italianen wil begrijpen. En wie wil dat nou niet?

Toen ik in Rome Severgnini’s beschrijving van een dag in Rome las, moest ik gelijk terugdenken aan mijn ontmoeting met een gladiator, in februari van dit jaar. Deze gladiator was vanwege het gebrek aan toeristen bij het Colosseum maar naar de Trevifontein gewandeld, in de hoop daar wat toeristen te treffen die met hem op de foto zouden willen – tegen betaling uiteraard. Helaas waren zijn acteerprestaties niet bijzonder authentiek, aangezien hij zo ongeveer elke twee seconden een mobieltje van onder zijn kledij tevoorschijn haalde. Zelfs de toeristen die voor de eerste keer in de stad waren en met open mond naar de Trevifontein stonden te staren, trapten niet in zijn aanbod.

Ach ja, de Italianen en hun telefonino… Lees maar wat Severgnini erover schrijft, treffender kan ik het niet zeggen:

‘Sommige voorwerpen zijn zo belangrijk dat ze plekken worden, plekken die een rondleiding verdienen. Ze gewoon gebruiken volstaat niet. Het is zaak om de blik gericht te houden op de geboden vooruitzichten en om die goed in het geheugen te prenten. In Italië is een van die voorwerpen het televisietoestel – we hebben het er in Florence al over gehad. Een ander leerzaam object is de auto, en daar hebben we het straks over. Het meest welig tierende Italiaanse voorwerp is echter de mobiele telefoon.

Het mobieltje, de telefonino – zowel in het Nederlands als het Italiaans heeft het verkleinwoord iets bedrieglijks, maar in Italië betekent zo’n verkleinwoord volstrekt het tegengestelde (momentje, glaasje, kusje) – is de uitvinding die de laatste jaren ons leven nog het meeste heeft veranderd. Meer nog dan Berlusconi, de euro en Big Brother. De koppeling tussen de gsm en de Italiaanse burger is niet langer een zaak van statistieken; het ding maakt nu deel uit van de folklore. Als een Fransman of Duitser zijn ogen dichtdoet en aan Italië denkt, ziet hij niet het Colosseum, maar een vent die hard staat te praten, met een hand op zijn oor. Precies, zo iemand als daar staat. Moet je nu horen hoe hij iedereen vertelt over zijn liefdesleven, in afwachting van het moment waarop hij de kassier zijn financiële wederwaardigheden kan toevertrouwen.

Die andere gast is weer een fotomaniak: als hij zijn gsm heeft gebruikt voor overbodige praatjes, gaat hij over tot het maken van overbodige plaatjes. En die meneer daar heeft op zijn vijftigste de wonderen van het sms’en ontdekt. Hij tikt alles keurig in, compleet met hoofdletters, accenten, apostrofs en spaties. Is het je opgevallen hoe hij zijn bericht intikt, met het puntje van zijn tong uit zijn mond? De andere klanten gaan hem uit de weg en een enkeling heeft voorgedrongen, maar hij heeft niets in de gaten. Hij probeert erachter te komen hoe je het uitroepteken krijgt (!), maar het lukt hem niet.

De spectaculaire doorbraak van de mobiele telefoon in Italië heeft niet alleen te maken met het grote gebruiksgemak, maar ook omdat het wezen van de gsm in grote lijnen samenvalt met de volksaard. Het fenomeen nam een aanvang als vorm van exhibitionisme (‘Ik heb er eentje, jij ook?’), verschoof toen richting conformisme (‘Heb jij er eentje? Ik ook!’) en vervolgens kwam het nutsbeginsel om de hoek kijken (‘We hebben er allemaal eentje; een mens kan gewoon niet zonder!’). Het huidige succes heeft alles te maken met de tentakelachtige relaties binnen Italiaanse families. Ook de Finnen – die percentueel gezien meer gsm’s hebben dan wij – zouden die mobieltjes dolgraag de hele tijd gebruiken, maar ze weten niet wie ze moeten bellen. Papa belt mama, mama belt zoon, zoon belt vriend, vriend belt collega, collega belt kennis, kennis belt zijn verloofde, verloofde belt haar zus, zus belt ouders, ouders bellen ooms en tantes, ooms en tantes bellen neven en nichten, neven en nichten bellen naar huis, en thuis krijgt mama een belletje van papa, die bij de bank in de rij staat. De cirkel is rond en we kunnen weer opnieuw beginnen.’

Tja, ineens begrijp ik die gladiator een stuk beter. Je blijft natuurlijk een Italiaan, ook al trek je zo’n oud Romeins pakje aan…

Wil je ook alles lezen over de telefoon, de televisie, de auto en alle andere dingen waar Italianen niet zonder kunnen, duik dan een avond lang in Italianen voor gevorderden. Het beste alternatief voor een avond in Italië – al wil je daar na het lezen van het boek misschien niet meer zo graag naar toe. Bij mij werkte het alleen maar averechts: ik wilde die gekke Italianen aan een dieper onderzoek onderwerpen en eigenlijk niet meer huiswaarts keren. Maar ach, misschien zijn Italianen wel juist zo leuk door mijn Nederlandse ogen, doordat ze zo heerlijk anders zijn dan wij… en minstens zo onbegrijpelijk!

preload preload preload