jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 23

Vorig jaar trotseerde ik de augustusdrukte in Siena om de Palio mee te maken, en met name de aanloop naar deze paardenrace. Op uitnodiging van Serena reisde ik naar Siena en bracht ik een week door op en rond het Piazza del Campo, met de opdracht elke avond thuis te komen met het laatste nieuws over de Palio. Als tegenprestatie nam zij me mee naar alle festiviteiten die normaal gesproken niet voor toeristen toegankelijk zijn.

Zo schoof ik samen met haar en haar zoon op de avond voorafgaand aan de Palio aan bij La Cena della Contrada van de wijk Aquila. Elke contrada die aan de Palio deelneemt, organiseert de avond voorafgaand aan de grote race een groot diner in de openlucht. Door de hele stad staan lange tafels, gedekt in de kleuren van de contrada. Moeders en oma’s staan de hele dag in de keuken. Er worden bergen pasta gemaakt, tomaten ontveld, blaadjes basilicum fijngestampt en plakken vlees gesneden.

Onder het genot van vele gangen lekker eten wordt er al een voorproefje genomen op de overwinning. Uiteraard worden er ook bemoedigende toespraken gehouden en wordt om de hap het volkslied ten gehore gebracht. Dat kende ik na de antipasto dan gelukkig ook van buiten, zodat ik – uiteraard ook voorzien van een fazzoletto – helemaal in de schoenen van een Aquilina kon stappen.

Wie ook een keer zo’n bijzonder diner wil meemaken, kan uiteraard een beroep doen op Serena. Op www.amicasiena.it vind je een overzicht van wat ze allemaal voor je kan regelen: je verblijf, een interessante rondleiding door de stad of een van de vele musea, een cursus Italiaans, een speciaal arrangement voor de Palio, een kook- of schildercursus, niets is Serena te gek.

Mocht je volgend jaar ook zo’n bijzonder Palio-diner willen meemaken, oefen dan wel alvast onderstaand lied. Wie weet mag je net als ik bij de Aquilini aanschuiven…

L’inno dell’Aquila

Immensa folla che gremisci piazza,
dubbi puoi aver se corre l’Aquilon.
La sua vittoria è certa perchè ha l’ali
e avanti a tutti sempre resterà.

Anche se il Palio è spesso lottato,
con un cavallo alato che puoi far?
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar…

Aquila vola,
chi di te più in alto ancor potrebbe andar?
Quasi ammaliate,
restan tutte le contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più?

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà!

Giubbetto d’or dai simboli imperiali,
che ardito sfrecci in dura tenzon.
Non puoi temer se anche i più grossi
dettano legge e voglion far i padron.

Poi viene il giorno che il valore vero,
di una contrada fulgere già sa.
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar

Aquila vola
che di te più in alto ancor potrebbe andar.
Quasi ammaliate,
restan tutte le Contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più.

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà

folla menigte / massa
dubbi twijfels
correre rennen / racen
certa zeker
ali vleugels
   
spesso vaak
lottato bevochten
un cavallo alato een gevleugeld paard
giallo geel
vedono zij zien
   
volare vliegen
alto hoog
quasi bijna
ammaliate betoverd
ammirare bewonderen
   
sovran heerser
l’aria de lucht / hemel
più meer
bella mooi
prima eerst
   
l’uccello de vogel
il mondo de wereld
combattere strijden
il rostro de snavel / bek
la polvere het stof / het zand
   
giubbetto hesje / vest
imperiali keizerlijk
dura hard / moeilijk
temere vrezen
far i padron de baas spelen
   
poi dan / vervolgens
il giorno de dag
il valore de waarde / de moed
vero waar / echt
già al / reeds
  • Share/Bookmark
Getagd met:
preload preload preload