sep 30

Naast alle reizen en reisjes voor Ciao tutti, het bezoeken van grote tentoonstellingen in Italië en Nederland en het lezen van heel veel Italiëgerelateerde (kook)boeken, houd ik me deze weken ook bezig met de voorbereidingen voor het congres Italiaanse zaken, dat dit jaar helemaal in het teken staat van Made in Italy.

Een van de hoogtepunten van het congres is, voor mij en mijn medeorganisatoren althans, de komst van Oscar Farinetti, directeur van Eataly. Het is voor het eerst dat deze food-goeroe naar Nederland komt en daar zijn we best een beetje trots op.

Voor degenen die hem en/of Eataly niet kennen, een klein voorproefje uit de net verschenen editie van het vakblad Italië in Bedrijf, waarin we een groot interview met Oscar Farinetti hebben gepubliceerd:

‘Gedurende mijn zomervakantie aan de Cote d’Azur heb ik veel tomaten gegeten. Mijn eigen tomaten wel te verstaan. Cuore di bue (koeienhart) heten ze. Grote, smaakvolle tomaten uit mijn eigen groentetuin. Ik maakte er van alles van: salade, die Spaanse soep, hoe heet het ook alweer, oh ja gazpacho, en gewoon een pasta al pomodoro. Verder haalde ik iedere dag verse vis in het haventje niet ver van mijn vakantiehuis. Goedkope vis. Sardines, ansjovis, zeebarbeel… Gestoofd met wat olie, oregano en citroen. Heerlijk!’

Oscar Farinetti kan het zich niet veroorloven niet goed te eten, waar hij ook gaat of staat. Als oprichter en eigenaar van het kwaliteits-foodconcept Eataly en eigenaar van het wijnhuis Fontanafredda staat de inwendige mens in zijn leven voorop. ‘Gelukkig heb ik een baan waardoor ik overal de beste culinaire adviezen krijg. En anders pak ik een Michelin- of Slow Food-gids erbij. Die zitten bijna altijd goed.’

Farinetti opende in 2007 de eerst vestiging van Eataly, een totaal nieuw winkelconcept. Naast de oude Fiat-fabriek in Turijn verrees een gigantische ‘supermarkt’ van kwaliteitsvoedingsproducten. Farinetti koos bewust voor een soort supermarktmodel om duidelijk te maken dat hoge kwaliteit ook voor heel acceptabele prijzen te koop kan zijn. Eataly noemt zichzelf in het officiële manifest ‘een nieuwe manier van distributie van levensmiddelen van de best beschikbare niet-industriële producten. Geïnspireerd door de kernwoorden samen delen, duurzaamheid en verantwoordelijkheid.’

De winkel in Turijn is voor de helft gevuld met producten uit de eigen regio, Piemonte. Farinetti: ‘De andere helft is voor het beste van de rest van Italië. In iedere regio of land gaat het zo. In Genua bestaat het assortiment dus voor de helft uit producten uit Ligurië. En in New York uit Amerikaanse producten. Maar overal ook het beste van Italië. En omdat we zelf Piemontezen zijn, daar natuurlijk nog iets meer van.’

Congres Made in Italy
Tijdens het congres Italiaanse Zaken spreekt Oscar Farinetti over zijn ervaringen bij Eataly en het belang van het keurmerk ‘Made in Italy’. Made in Italy staat voor kwaliteit, design, vakmanschap, maar ook voor Italiaanse levenskunst: voor innovatie, inspiratie en creativiteit. Bovenal staat Made in Italy voor enogastronomie; voor authentieke Italiaanse producten en wijnen uit diverse regio’s.

Made in Italy is het bekendste keurmerk ter wereld – en waarschijnlijk ook het meest gefalsificeerde. Voor de Italiaanse economie betekenen de vervalsingen een jaarlijkse schadepost van 34 miljard euro. Aan al deze facetten van het keurmerk besteedt het congres aandacht. Een reeks interessante sprekers, toonaangevend op hun vakgebied, praten je bij over Made in Italy.

Ambassadeur Franco Giordano zal het congres openen. Oscar Farinetti, grondlegger van Eataly licht vervolgens zijn concept en filosofie toe. Keynote speaker en econoom Antonio Ricciardi, bekend van zijn bijdragen aan de zakenkrant Il Sole 24 Ore, bespreekt Made in Italy als driver voor de Italiaanse economie – en benoemt tal van nieuwe zakelijke kansen in diverse sectoren.

                         

Oscar Farinetti                                                                       Antonio Ricciardi

Een paneldiscussie met advocaten, marketeers, succesvolle jonge en internationale ondernemers bespreekt Made in Italy als keurmerk – met aandacht voor branding & marketing, intellectueel eigendom, succesverhalen en de ‘harde praktijk’ van het zakendoen.

Na de koffiepauze kun je deelnemen aan twee workshops naar keuze. Tijdens de workshop ‘Made in Italy: het bekendste merk ter wereld’ kun je nader kennismaken met Antonio Ricciardi en de diverse panelleden.

De workshop ‘Made in Italy: een wereld aan voortreffelijk eten & drinken’ wordt verzorgd door Oscar Farinetti en Roberto Payer, voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel, en laat je het echte Italië proeven.

De derde workshop onthult alle geheimen van de truffel. Wat is de geschiedenis van dit gouden exportproduct? Welke beroemde gerechten en combinaties met truffel staan internationaal op de kaart?

De vierde en laatste workshop besteedt aandacht aan het keurmerk Ospitalità Italiana. Enkele Italiaanse restaurants in Nederland ontvingen dit jaar voor het eerst dit prestigieuze keurmerk, waarmee ze zich kwalificeren als ‘echte’ Italiaanse restaurants. In de gelijknamige workshop kom je ‘alles’ te weten over dit keurmerk, dat een belangrijke stimulans is voor het upgraden van de Italiaanse restaurants in Nederland als filosofie en als unique selling point in diverse sectoren.

Het congres wordt ook nog eens afgesloten met een uitgebreide Italiaanse netwerklunch, dus na alle inhoudelijke speeches, discussies en workshops kun je echt genieten van veel Made in Italy-producten.

Het jaarlijkse congres ‘Italiaanse Zaken’ is een initiatief van de Italiaanse Kamer van Koophandel voor Nederland en wordt georganiseerd door de Italiaanse Kamer van Koophandel voor Nederland in samenwerking met The Art of Doing Business bv en vakblad Italië in Bedrijf.

Het congres vindt plaats op vrijdag 11 november 2011 in het Hilton hotel te Amsterdam. Inschrijven voor dit congres kan via de website van de Italiaanse Kamer van Koophandel.

sep 19

Vorige week verhuisden heel wat schilderijen van Rubens van de Hermitage in Sint Petersburg naar Amsterdam. In de Hermitage is sinds afgelopen weekend namelijk een grote tentoonstelling over deze en andere Vlaamse schilders te zien.

De zalen in de Hermitage tonen een magistraal overzicht van 75 schilderijen en circa 20 tekeningen, waaronder talrijke meesterwerken van de grote drie van de Antwerpse school: Peter Paul Rubens, Anthonie van Dyck en Jacob Jordaens, aangevuld met werken van diverse eveneens bekende tijdgenoten. Een van de hoogtepunten is de beroemde Kruisafname van Rubens.

Deze uitgelezen collectie komt voor het eerst naar Nederland. Veel van de werken in de tentoonstelling zijn in de achttiende eeuw verworven door Catharina de Grote. Ze behoorden tot excellente verzamelingen als die van Crozat en Brühl, door Catharina in hun geheel opgekocht. Oorspronkelijk hingen veel van de schilderijen in kerken en kloosters in Antwerpen en in andere steden in Europa.

Met 17 schilderijen en veel tekeningen krijgt Peter Paul Rubens (1577–1640) extra veel aandacht in de tentoonstelling. Hij was immers de belangrijkste, begaafdste en meest invloedrijke zeventiende-eeuwse Vlaamse schilder. Bovendien gold hij als een beminnelijk edelman, diplomaat en verzamelaar en was zijn atelier een goed geoliede onderneming. Hij was een fenomeen in zijn tijd, een homo universalis. Zowel zijn religieuze als zijn profane werken illustreren Rubens’ ongeëvenaarde talent.

Een van Rubens’ werken die te zien zijn, is Venus en Adonis. Het onderwerp van Venus die de schone jongeling Adonis tracht te weerhouden van de jachtpartij die hem noodlottig zou worden, was zeer wijdverbreid in de beeldende kunst (Ovidius, Metamorphosen X, 529–559). Rubens heeft het thema meerdere keren gebruikt.

Peter Paul Rubens – Venus en Adonis (ca. 1614)
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Kort na zijn terugkeer uit Italië, waar hij van 1600 tot 1608 had vertoefd, schilderde Rubens een monumentaal doek naar dit onderwerp (Museum Kunst Palast, Düsseldorf, 276 x 183 cm). De Leidse hoogleraar Dominicus Baudius (1561–1613) bezong dit werk geestdriftig in een gedicht dat hij Rubens toestuurde in een brief van 11 april 1611. Het schilderij had inderdaad veel succes, wat indirect wordt bevestigd door een groot aantal navolgingen op kabinetformaat. Dergelijke schilderijen werden in de regel vervaardigd in Rubens’ atelier.

Rubens heeft ook zijn sporen in Italië nagelaten. Wie de komende tijd naar Rome reist, moet zeker een bezoek brengen aan de Chiesa Nuova, officieel de Santa Maria in Vallicella geheten. Deze kerk, vlak bij Piazza Navona, herbergt maar liefst drie kunstwerken van deze Vlaamse meester. Rubens schilderde ze alle drie in 1608, zijn laatste jaar in Italië. Hij was pas dertig, en erg vereerd met deze opdracht.

In een van zijn brieven schrijft hij: ‘De grootste en mooiste opdracht van heel Rome in een van de drukst bezochte kerken in het centrum van de stad, met kunstwerken van de belangrijkste schilders van Italië.’ Rubens schilderde er een drieluik met in het midden een Madonna te midden van engelen, omringd door de heiligen Domitilla, Nereus en Achilleus aan de ene zijde en de heiligen Gregorius, Maurus en Papianius aan de andere zijde. Samen vormen deze doeken een prachtig afscheidscadeau aan de stad Rome en haar inwoners…

In de biografie die Marie-Anne Lescourret over het leven en het werk van Rubens schreef, worden alle details over dit werk uit de doeken gedaan. Een klein inkijkje in Rubens’ Romeinse periode:

‘Het tweede grote religieus werk, de triptiek van de Chiesa Nuova, is indrukwekkend, monumentaal. Rubens behandelt zijn personages hier als een beeldhouwer, in de stijl van Veronese. De engeltjes zijn dikker geworden. De heiligen Gregorius en Domitilla lijken vooral dankzij hun strakke kleding rechtop te blijven staan. Met de glanzende zijde en het reliëf in het borduurwerk worden de stoffen zeer verfijnd en rijk weergegeven. De lichte kastanjebruine haren zijn netjes gladgestreken.

In de kolossale figuren schuilt de dynamiek van het geheel. Dit is puur decoratieve schilderkunst. De panelen boven en aan weerszijden van het hoofdaltaar vertonen erg academische composities ter ere van de heiligen die worden vereerd. De contrasterende kleuren, licht voor de kleding en de alben, donker voor de achtergrond, roepen de strenge stijl op van de Carracci’s, maar zonder de uitstraling van een Caravaggio.

Behalve de indrukwekkende lichaamsbouw van de mannelijke of vrouwelijke personages vertonen die werken niet één gemeenschappelijk kenmerk waardoor men ze met absolute zekerheid aan dezelfde kunstenaar zou kunnen toeschrijven. Rubens maakt nog geen gebruik van zijn eigen kleurenpalet. Hij probeert: verschillende soorten wit, groen à la Veronese of Giulio Romano, oker zoals bij Titiaan, donkere kleuren zoals bij Carracci…

Zijn meesterschap komt vooral tot uiting in de kwaliteit van de tekening, de weergave van de stoffen en veeleer in de beschrijving dan in de interpretatie van de wereld. De lyrische visie waardoor hij zich later zal onderscheiden, is nog niet zichtbaar aanwezig. Hij is nog niet de schilder van de levensdrang.

  

Volgens de legende zou de elegante en koude Guido Reni in die tijd in Rome vol bewondering gestaan hebben voor de manier waarop zijn collega uit het Noorden het lichaamsvlees weergaf: het was zo levend dat hij vermoedde dat de Vlaming bloed in zijn kleuren vermengde om het te schilderen. En Reni kende nog niet eens de rijpe Rubens…

Maar als men inderdaad de zuivere lijnen, de gladde tekening van de ledematen, de met schaduw nauwkeurig afgebakende been- en armspieren, de amper dikkere en donkerdere penseelstreek van Reni bekijkt, dan is het contrast met de bochtige naakten van Rubens erg opvallend.

Sommigen zien in dit overdadige gebruik van de gebogen lijn niets anders dan vetkussentjes. Zijn ze niet veeleer het resultaat van de onderzoekende blik van een schilder die zijn reliëf aan de beeldhouwkunst ontleent en alle middelen van het penseel, het subtiele werk van de kleine penseelstreken en de kleurschakeringen aanwendt om de trilling van de spieren en de circulatie van het bloed onder de huid weer te geven: kortom, om leven te geven aan sculpturele volumes?’

Rubens intentie zullen we nooit achterhalen, maar zijn werken stralen nog altijd die onuitputtelijke levensdrang uit. Zeker de moeite waard om te bekijken, zowel in de Hermitage in Amsterdam als in de Chiesa Nuova in Rome!

sep 05

Met een twaalftal films drukte Elio Petri (1929-1982) zijn stempel op de Italiaanse cinema van de jaren zestig en zeventig. Hij ontving de Oscar voor de beste buitenlandse film en de Gouden Palm in Cannes, en werd op handen gedragen door Bernardo Bertolucci, Martin Scorsese en Robert Altman. Hij maakte opmerkelijk intelligente, stijlvolle en provocerende films met steracteurs Marcello Mastroianni en Gian Maria Volonté, veroorzaakte verhitte debatten en ontlokte woedende reacties aan de Italiaanse autoriteiten.

Toen hij op 53-jarige leeftijd stierf werd zijn non-conformistische stellingname als achterhaald beschouwd, en wachtte Petri de vergetelheid. In het afgelopen decennium nam de interesse in zijn films echter toe. Sommige films hebben een profetische meerwaarde gekregen, anderen zijn tijdloos omdat ze prachtig gemaakt zijn en het politieke domein ontstijgen.

Vanaf morgen zet Melkweg Cinema in Amsterdam Elio Petri in de schijnwerpers. Met tien films van zijn hand en één documentaire wordt er een uitgebreid inzicht gegeven in het oeuvre van Petri. Een overzicht van het programma:

7 / 18 september – 19.00 uur
La proprietà non è più un furto
(1973, 103 min.)
Als bankemployee krijgt Flavio Bucci een dusdanige hekel aan geld en bezit dat hij zijn weerzin op rijke slager Ugo Tognazzi botviert. Aanvankelijk steelt hij kleine goederen van de man, tot zijn oog op diens minnares valt. Ze wordt vertolkt door Daria Nicolodi, die later de muze van Dario Argento zou worden. Deze satirische parabel over het verband tussen bezit en identiteit wordt beschouwd als de afronding van Petri’s thematische trilogie over de positie van het individu in het moderne Italië.

8 / 12 september – 19.00 uur
A ciascuno il suo
(1967, 99 min.)
Wanneer twee leden van de elite in een Siciliaans dorp onder verdachte omstandigheden sterven onderzoekt een lokale intellectueel zaken die men in een door de maffia gecorrumpeerde samenleving beter kan laten rusten. Met de verfilming van Leornardo Sciascia’s roman boekte Petri zijn eerste internationale succes, en begon hij zijn lange en vruchtbare samenwerking met acteur Gian Maria Volonté en cameraman Luigi Kuveiller.

9 / 10 september – 19.00 uur
Indagine su un cittadino al di sopra di ogni sospetto
(1969, 112 min.)
Een crypto-fascistische politie commissaris vermoordt zijn minnares en neemt zelfverzekerd de leiding over het onderzoek naar zijn misdaad, om te bewijzen dat hij overal mee weg kan komen. Gian Maria Volonté en Ennio Morricone stijgen tot grote hoogten in Petri’s controversiële meesterwerk. Tot ontsteltenis van rechtse politici werd de film een enorme hit in Italië, en kreeg Petri vervolgens ook nog de Oscar voor de beste buitenlandse film.

11 september – 19.00 uur / 18 september – 15.00 uur
Elio Petri: appunti su un autore
(2005, 112 min.)
In het afgelopen decennium kreeg Elio Petri’s bijzondere oeuvre een herwaardering in kringen van internationale filmfestivals en filmpublicaties. De postume lof bracht drie Italiaanse filmmakers er toe dit documentaire eerbetoon te produceren. Petri’s weduwe, vrienden en medewerkers, waaronder de zichtbaar ontroerde Ennio Morricone, spreken zich uit over zijn leven en politieke opvattingen, en zijn films en de controverses die ze teweeg brachten.

13 / 15 september – 19.00 uur
L’assassino
(1961, 105 min.)
Het regiedebuut van voormalig journalist en scenarioschrijver Elio Petri is een naar Kafka knipogende thriller. Een jaar na zijn doorbraak in Fellini’s La dolce vita speelt Marcello Mastroianni een Romeinse antiekhandelaar, die verdacht wordt van de moord op zijn minnares en in een kat-en-muisspel met een politie inspecteur verstrikt raakt. Het twijfelachtige morele besef van de hoofdpersonages zou een terugkerend thema in Petri’s werk worden.

16 / 17 september – 19.00 uur
La decima vittima
(1965, 92 min.)

In deze hoogst amusante science fiction satire heeft de wereldregering alle vormen van geweld uitgebannen, en strikt gereguleerde moorden tot kijkcijferkanon op de tv verheven. Een geblondeerde Marcello Mastroianni en de dodelijke Bond-girl Ursula Andress moeten het in kekke kleding tegen elkaar opnemen, terwijl ze ook met de bemoeienis van sponsors en maffe religieuze sektes te kampen hebben.

19 september – 19.00 uur
La classe operaia va in paradiso
(1971, 125 min.)
Gian Maria Volonté speelt een fabrieksarbeider, die door zijn toewijding en productiviteit geliefd is bij zijn bazen en gehaat wordt door collega’s. Zijn wereldbeeld verandert drastisch wanneer hij op de werkvloer gewond raakt en de vakbond een staking uitroept. Petri’s cynische en gewaagde visie op het kapitalisme en de vakbonden werd bekroond met de Gouden Palm in Cannes, maar de suggestie dat beide partijen arbeiders uitbuiten viel niet overal in goede aarde.

20 / 26 september – 19.00 uur
Buone notizie
(1979, 110 min.)

Petri’s ironisch getitelde film schetst een bitter en surrealistisch beeld van een door de media gedomineerde samenleving in verval. Petri produceerde de film samen met acteur Giancarlo Giannini, die zich als mediaspecialist op gewelddadige tv-programma’s richt, zijn vrouw verwaarloost en een identiteitscrisis krijgt, wanneer een ontmoeting met een oude vriend hem voor raadsels plaatst.

22 / 28 september – 19.00 uur
I giorni contati
(1962, 90 min.)
Petri’s tweede speelfilm wordt gedragen door een prachtige hoofdrol van de beroemde toneelacteur Salvo Randone, die in L’assassino de gehaaide inspecteur speelde. Als een Romeinse weduwnaar is hij getuige van de dood van een man van zijn eigen leeftijd, waarop hij beseft dat zijn dagen wellicht ook geteld zijn. Hij stopt met zijn loodgietersbaan en stort zich op de geneugten van het leven, maar kan dat zomaar?

23 / 24 september – 19.00 uur
Todo modo
(1976, 120 min.)
Machtsbeluste zakenlieden en politici trekken zich onder leiding van Christen Democraat Gian Maria Volonté terug voor een spirituele retraite in het futuristische klooster van priester Marcello Mastroianni. Wanneer er doden vallen gaat het van kwaad tot erger. Net als A ciascuno il suo is de film gebaseerd op een roman van Leonardo Sciascia. Petri’s eigen pessimisme en onverbloemd linkse agenda vielen slecht in het Italië dat destijds onder de terreur van de Rode Brigades gebukt ging.

25 / 27 september – 19.00 uur
Un tranquillo posto di campagna
(1968, 106 min.)
Petri’s interesse in de Amerikaanse pop art van kunstenaar Jim Dine kreeg een weerslag in zijn vreemdste film. Franco Nero en Vanessa Redgrave vertolken een kunstenaar en diens minnares annex manager, die de stad verlaten om op het platteland inspiratie te zoeken, maar er onder invloed van de spookverschijning van een vermoord meisje tot waanzin en verraad gedreven worden. Componist Ennio Morricone voegt zich bij Petri’s vaste team, en Dine leerde Nero schilderen.

Kijk op www.melkweg.nl voor meer informatie over tickets en reserveren.

Getagd met:
aug 23

Hoewel ik gisteren nog een vrolijk stukje schreef over de charme van het verdwalen in Venetië, waren we het ’s middags, toen we echt niet meer wisten waar we waren en heel graag even naar het hotel wilden, wel zat. Hoewel je inderdaad de mooiste doorkijkjes ziet, de leukste mensen ontmoet en de meest bijzondere bruggetjes passeert, is het wel fijn als je op een bepaald moment iets herkenbaars tegenkomt. Maar helaas…

Moe gewandeld en een beetje verhit bestelden we bij een buurtbarretje een lemon soda. Daarna zouden we dapper de terugtocht aanvaarden, en hopelijk snel een herkenningspunt vinden, zo hadden reisgenoot A. en ik met elkaar afgesproken. Aan de bar vroegen we de barman terloops om ons de goede richting op te wijzen. Maar in plaats van naar de juiste richting buiten, wees hij ons op een dame die aan een tafeltje achterin de krant zat te lezen. Volgens hem wist zij de weg in Venetië en kon ze de weg nog goed uitleggen ook, aangezien ze niet van hier was.

Niet van hier bleek in dit geval een heel groot toeval, want Jonneke Krans, zoals de dame heette, kwam oorspronkelijk ook uit Amsterdam. Ze had het Venetië van het noorden echter een jaar lang ingeruild voor het echte Venetië en genoot daar met volle teugen van. Hoewel het voor haar in het begin ook erg zoeken was, zo gaf ze gelukkig toe.

Jonneke vertelt: ‘Wie Venetië niet kent raakt er makkelijk de weg kwijt, er zijn zoveel smalle stegen en straten dat het soms knap lastig is om de juiste terug te vinden. Een toerist meende vandaag dat hij precies onthouden had waar zijn hotel was, zelfverzekerd zei hij: ‘Het was bij een brug.’Dat helpt in Venetië ongeveer even goed als in Amsterdam…

Gelukkig zijn er een paar basisregels. Venetië is niet per straat genummerd, maar per wijk. Een huisnummer kan daardoor heel hoog zijn, er zijn wijken met 5000, 6000 of 7000 huizen. Wie de naam onthoudt van de wijk, sestiere – Santa Croce, San Polo, Dorsoduro, San Marco, Castello of Cannaregio – en het huisnummer kan op straat al zien of hij in de buurt is. Zo’n 2000 nummers te hoog of te laag? Nog een eindje doorlopen.
Er een dikke 300 nummers vandaan? Dan ben je er al bijna.

Wil je een plek terugvinden, dan heb je meer aan de naam van de sestiere en het huisnummer dan aan de naam van de straat. De straatnamen zijn weliswaar veel ouder dan de nummering, maar ze kunnen verwarrend zijn. Elke wijk heeft bijvoorbeeld haar eigen Calle della Madonna, Straat van de Madonna en je kunt ook in alle zes naar de Calle dei Preti, Straat van de Priester, maar er zijn veel meer namen met het woord priester erin – bijvoorbeeld de Eerste en Tweede Straat van de Priester (Calle Primo e Secondo dei Preti) en de Straat van de Priesters van de Doge (Calle dei Preti detta del Doge). Maar er is geen sestiere met zes gelijke huisnummers, wie die onthoudt komt wel waar hij wezen wil.’

Jonneke besluit een stukje met ons mee te lopen om de weg te wijzen. Gelukkig! We rekenen onze drankjes af en lopen de eerste brug over, een nauwe calle in. Jonneke weet echt alles over Venetië, en ze vertelt dan ook honderduit. ‘Ach, de namen van de straten waar ik doorheen loop! In december woonde ik een tijdje bij de steeg van de vriendenliefde (Calle Amor dei Amici), daarna kon ik ‘s morgens kiezen tussen de steeg van de nieuwe wereld (Calle Mondo Nuovo) en de steeg van het paradijs (Calle dei Paradiso), en nu woon ik op de binnenplaats van de waarzegster (Corte del Strologo).


Venetië telt meer stegen dan straten, zoveel ruimte is er niet op de eilanden dat er plaats is voor brede straten. De meeste verbrede straten dateren uit de tijd van Napoleon, en in splinternieuwe boeken heb ik nog boze opmerkingen gelezen over het verlies aan middeleeuwse huizen dat die verbreding heeft gekost.

De makkelijkste manier om de breedte van een calle, een straat, te meten, vind ik een opgestoken paraplu. Er zijn heel wat calles van één paraplu breed, in andere kunnen twee paraplu’s elkaar passeren mits ze alle twee schuin gehouden worden, maar de meeste calles zijn – schat ik – zo’n drie paraplu’s breed. Er zijn wel calles waar vier of vijf paraplu’s naast elkaar kunnen lopen, maar die zijn in de minderheid.’

Gelukkig hebben we nu geen paraplu nodig, en met Jonneke erbij ook geen plattegrond meer. Nog even en we voelen ons helemaal Venetianen! Wil je zelf ook dat echte Venetiëgevoel krijgen en de stad met een kennersblik bekijken, lees dan Jonnekes weblog Een jaar in Venetië. Daarin laat ze het echte Venetië zien, van het boodschappen doen met zoveel bruggetjes tot het hoge water in de winter, van de katrolwaslijnen tot de verboden plattegronden en flesjes water. Lezen en genieten kan via www.eenjaarinvenetie.nl, actuele informatie over de stad krijg je via Twitter (@jonkrans).

jul 29

Naast alle reizen en reisjes naar en door Italië en de verslagen daarvan die ik voor Ciao tutti of voor De Smaak van Italië schrijf, breng ik heel wat uurtjes achter mijn bureau door om samen met alle andere Smaak-makers allerlei leuks te bedenken en te organiseren. Zo werkten we afgelopen maanden aan de reisgids De smaak van Rome, met de beste adressen en de mooiste plekken in de Eeuwige Stad:

In deze gids staan de belangrijkste bezienswaardigheden van Rome beschreven, met tips voor de lekkerste culinaire tussenstops. De gezelligste wijnbarretjes bij het Campo de’ Fiori, de uitbundigste ijssalons in de kleine straatjes rondom het Pantheon, de beste restaurantjes rondom het Piazza Navona en alle andere gouden adresjes in de Eeuwige Stad, je vindt het allemaal in De smaak van Rome. Een klein voorproefje in beeld:

Bovendien geeft een aantal inwoners van de stad, onder wie schrijfster Rosita Steenbeek en regisseur Gianni di Gregorio, prijs waar zij het liefste naar toe gaan voor hun dagelijkse cappuccino, een lekkere pasta of een goed glas wijn. Met deze en alle andere tips in de prachtig vormgegeven gids vermijd je de gebaande toeristische paden en valkuilen en geniet je van de echte smaak van Rome!

Voor wie nu direct naar de winkel wil om deze gids te bestellen: nog even geduld! Vanaf begin september is De smaak van Rome te koop (uiteraard krijgen jullie tegen die tijd nog een mooi voorproefje). Om het verschijnen van deze gids te vieren, bedachten we een groots evenement in Amsterdam: il Pranzo – de grootste Italiaanse lunch.

Op donderdag 8 september brengen we de smaak van Rome naar Amsterdam en kleurt de stad groen, wit en rood. Samen met ruim driehonderd Italiëliefhebbers genieten we aan lange tafels van een uitgebreide Italiaanse lunch – inclusief een wijnproeverij – op een bijzondere locatie: de Noorderkerk in hartje Amsterdam.

Tijdens de lunch vindt zoals gezegd de officiële presentatie plaats van de nieuwe reisgids De smaak van Rome. Uiteraard krijgt iedere aanwezige een exemplaar van De smaak van Rome mee naar huis. Uiteraard is er ook muziek en hebben we diverse Italiaanse verrassingen in petto.

De complete redactie van magazine De Smaak van Italië – inclusief columnisten – luncht mee en vertelt je alles wat je over het magazine of over Italië wil weten. Het nieuwe nummer van De Smaak van Italië, waarin Rome eveneens in de schijnwerpers zal staan, is dan net verschenen, dus je kunt mij en al mijn collega’s het hemd van het lijf vragen over de Eeuwige Stad en de aantrekkingskracht van la bella Italia.

Meeproeven van de smaak van Italië?
Wil je deze bijzondere pranzo niet missen, bestel dan nu je toegangsticket(s). De tickets kosten € 25,= per stuk* en kunnen besteld worden via deze link. Na aanmelding en betaling krijg je per e-mail een pdf toegestuurd met een persoonlijke code, zodat je verzekerd bent van een plek tijdens Il Pranzo én van een exemplaar van De smaak van Rome.

Wie weet tot 8 september!

*plus € 1,25 servicekosten per ticket

jul 03

Na de Italiaanse ijs-test van gisteren vandaag een heerlijk recept om thuis zelf echt Italiaans ijs te maken. En niet zomaar Italiaans ijs, nee, Campari-bloedsinaasappelijs. Een ideaal ijsje voor de zomer!

In Italië is bloedsinaasappelsorbet naast citroensorbet een veelvoorkomende smaak. Goede bloedsinaasappels zijn helaas slechts verkrijgbaar van januari tot april. IJsmeester Kees Raat, van wie het recept van vandaag afkomstig is, mixt het sap van de bloedsinaasappel graag met Campari, een bitter Italiaans aperitief gemaakt volgens een geheim recept dat in 1862 werd ontwikkeld door Gaspare Campari. De volle smaak van dit ijs zorgt voor een verrassende prikkeling van de smaakpupillen.

Ingrediënten:

25 gram citroensap
250 gram bloedsinaasappelsap
10 gram rodewijnazijn
40 gram Campari
400 gram suikerwater

Voor dit recept heb je een ijsmachine nodig.

Schenk de Campari in een kleine pan en laat deze op een laag vuur inkoken tot de alcohol verdampt is. De alcohol is er helemaal uit als er geen alcoholdamp meer in de pan is. Je kunt dit testen door de drank aan te steken met aansteker. Een veiliger methode is het geheel te wegen: als de vloeibare massa precies 30 gram weegt, is de alcohol verdampt.

Doe de Campari en alle overige ingrediënten in een hoge maatbeker en meng het geheel goed door met de staafmixer. Doe het ijsmengsel in de ijsmachine. Als je het ijs van tevoren klaarmaakt, bewaar het dan in de koelkast en roer het mengsel nog even door voordat het de ijsmachine ingaat.

Over IJstijd
De ijssalon van Kees Raat, in de Amsterdamse Warmoesstraat, is dé plek waar je echt ijs kunt eten, ijs zoals vroeger, vers bereid en met pure smaken. In zijn nieuwe boek IJstijd leert Kees Raat je hoe je zelf ijs kunt maken en wat de geheimen zijn om de pure smaak te krijgen – zonder kunstmatige grondstoffen. Oftewel: ijs zoals ijs vroeger smaakte en nog altijd zou horen te smaken.

Het boek begint met een beknopte geschiedenis van de ijssalon. Vervolgens neemt Kees het over om de verbanden te leggen met het heden en het een en ander uit te leggen over ijs maken. Wat zijn bijvoorbeeld de technieken om ijs te maken? Welke ingrediënten gebruik je? Hoe moet je eigenlijk proeven? En wat is de echte smaaksensatie?

Naast het beantwoorden van deze vragen licht Kees ook nog een aantal geheimen, technieken en fijne kneepjes toe. Hoe moet bijvoorbeeld de structuur van het ijs zijn? Hoe kan het dat Kees maar 6 procent suiker gebruikt, terwijl het meeste Nederlandse ijs 22 procent suiker bevat? En wat maakt ijs nu echt goed ijs?

Tot slot komen zelfs gastronomische invallen, zoals het gebruik van een bepaalde etherische olie, aan bod en natuurlijk ‘the secret to succes’ van Kees zelf.

IJstijd
Kees Raat
ISBN 9789048809882
€ 22,50
uitgeverij Carrera

Over Kees Raat
Kees Raat is chocolatier en ijsmaker. In zijn winkel in de Amsterdamse Warmoesstraat verkoopt hij elke dag vers Italiaans ijs. Met een vintage ijsmachine uit Bologna draait hij het lekkerste ijs. Naast traditionele bollen serveert Kees ook bijzondere smaken als zuppa inglese met rode likeur en dulce de leche met gezouten boter. Als je zelf ijs maken te veel werk vindt, dan kun je in elk geval bij Kees je hart ophalen!

Getagd met:
mei 10

Vandaag blijven we even bij het thema van de liefde, al verplaatsen we het object van Rome naar de virtuele wereld met het toneelstuk Wikilove, van de Italiaanse toneelgroep Quelli di Astaroth. Wikilove confronteert het publiek met de betekenis van informatie, liefde en seks, zowel in de echte wereld als in de virtuele.

Dankzij internet worden we overspoeld door een tsunami van nieuws en actualiteiten. Internet is zo doodgewoon geworden dat we vergeten zijn dat informatie niet alleen makkelijker verkrijgbaar is, maar ook veel moeilijker omzeilbaar. Het schijnt dat een mens anno 2011 in een week tijd meer informatie te verwerken krijgt dan iemand die in de achttiende eeuw werd geboren in een heel mensenleven.

Het web staat enerzijds synoniem voor grote vrijheid. Alles is te vinden, te zien, te delen. Maar hoe vrij is internet eigenlijk? En weten we wel precies wat we erin zoeken en wat we eigenlijk willen? In de virtuele wereld verdwalen gebeurt zo vaak dat we het eigenlijk niet door hebben. Commercie staat altijd klaar achter het scherm van onze computers. Online winkels die alles verkopen, zelfs wat we in de analogische wereld niet zouden vinden.

Wikilove bestaat uit verschillende momenten. Centraal staat De ideale echtgenoot van Dario Fo (Nobelprijswinnaar voor de literatuur) en Franca Rame, twee beroemdheden van het Italiaanse theater. De droom van de perfecte man voor een vrouw die tussen een petit bourgeois leventje en emancipatie balanceert, wordt hier werkelijkheid – met behulp van een online huwelijksbureau.

Een ander moment van de voorstelling is het interview met Mister Giuliano Assangio, geboren en opgegroeid in New York’s Little Italy. De inspiratie voor het personage komt, dat mag duidelijk zijn, van media-activist Julian Assange die via Wikileaks een andere kijk op journalistiek heeft geworpen. Maar Wikilove is geen Wikileaks. Het gaat hier om de diepe eenzaamheid van de mens. Mister Assangio weet dat. Tijdens zijn interview legt hij uit dat contacten eigenlijk het beste online product zijn.

Wikilove bestaat verder uit verschillende theatrale situaties. De toon van de voorstelling is satirisch met veel humor en gags. Tijdens de voorstelling is er ook altijd Italiaanse livemuziek te horen, niet alleen als ondersteuning maar ook en vooral als trait-d’union. Verder zijn er speciale video’s en andere media-uitingen ontworpen. Het resultaat is een gevarieerde, maar toch organische voorstelling.

Wikilove is een productie van Quelli di Astaroth. Dit collectief staat al jaren voor Italiaanse cultuur in Nederland. Meer informatie over Quelli di Astaroth en hun activiteiten vind je op www.ondaitaliana.org

mei 01

Vandaag, op de Dag van de Arbeid, wil ik even stilstaan bij al die Italianen dankzij wie we vandaag de dag overal in Nederland Italiaans kunnen eten of een echte, volgens traditioneel recept bereide gelato kunnen kopen. Deze Italiaanse immigranten worden extra in de schijnwerpers gezet met het project 1001 Italianen, een initiatief van Daniela Tasca.

Daniela is geboren op Sicilië en kwam in 1989 als Erasmus-student naar Nederland, waar ze onder andere meewerkte aan het Van Dale woordenboek Nederlands-Italiaans. Na werkervaring te hebben verworven als redacteur van de publieke omroep, rondde ze een opleiding tot programmamaakster af bij Studio Bromet. In 2007-2009 verscheen haar succesvolle project De Spaghettiflat, Little Italy in de polder. Het project, dat ze heeft gerealiseerd in samenwerking met Tonino Boniotti/Arcobaleno Media Producties, bestaat uit drie delen: de documentaire, het boek en de webspecial op www.vijfeeuwenmigratie.nl – een succesvolle voorloper van 1001 Italianen.

Daniela Tasca: ‘Deze 1001 Italianen staan symbool voor alle Italianen die vanaf de jaren veertig naar Nederland kwamen. Ze leefden hier en trouwden hier. Ze braken hun plechtig voornemen om terug te keren naar de familie in het vaderland.

Immigratie is een drastisch en een dramatisch middel. Zeker voor de betrokkenen en hun families. Het gastland heeft meestal weinig boodschap aan dat drama. Beste Nederlanders, weten we bij benadering hoeveel Italianen destijds de verhuizing naar ons land aandurfden? Hoeveel hier bleven? Beseffen we dat deze groep Italianen de eerste groep georganiseerde arbeidsmigranten in Nederland was?

De mijlpaal in deze zaak was de wervingsovereenkomst die de regeringen van Nederland en Italië met elkaar aangingen op 6 augustus 1960, tweeënhalf jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome. Nederland zat te springen om arbeidskrachten, veel jonge Italianen zaten in een uitzichtloze situatie zonder werk. De overeenkomst was niet de eerste van deze aard tussen de beide landen, wel de eerste in EEG-verband. Deze ‘gastarbeiders’ kwamen als pioniers naar Nederland. Ze zijn de wegbereiders van de grote mediterrane migratie, stonden aan de wieg van onze multiculturele samenleving. Ook vandaag vestigen zich nog steeds Italianen in Nederland.

Het meerjarenproject 1001 Italianen stelt zich ten doel de 50-jarige Italiaanse aanwezigheid in Nederland in kaart te brengen en breed toegankelijk te maken. Wie zijn de Italianen van Nederland? Hoe verging het de pioniers en hun nazaten? Wat is hun bijdrage aan de Nederlandse geschiedenis, wat bindt hen vandaag de dag aan Nederland?’

Speciaal voor het project 1001 Italianen is er op de website van het Verhalenarchief plek ingeruimd voor verhalen van Italiaanse migranten. Sandra di Bortolo, waar ik 10 november 2010 al over schreef, vertelt het verhaal van haar vader, die als 13-jarige te voet uit Italië vertrekt om zich uiteindelijk als terrazzowerker in Zwolle te vestigen. Ontroerend is ook het verhaal van Martha en Gino:

‘Als de twintigjarige Amsterdamse Martha op een zondagmiddag in 1958 gaat vrijdansen bij Cosey Corner op de Middenweg, valt haar een groepje luidruchtige Italianen op. Een van hen vraagt haar ten dans. Het is de dan 33-jarige Gino, haar toekomstige echtgenoot.

Martha vindt het Italiaanse groepje wel interessant: ze zijn wat lawaaiig en roepen in het Italiaans van alles naar elkaar. Martha verstaat ze natuurlijk niet. Na het dansen met Gino weet ze niet goed wat ze met de situatie aan moet en besluit naar huis te gaan. Met een omweg via het toilet hoopt ze ongezien weg te komen. Maar bij de garderobe staat Gino ineens bij haar.

Hij brengt haar met de tram naar de De Lairessestraat, waar zij kinderverzorgster is. Bij het afscheid geeft Gino Martha een hand – juist dat bescheiden gebaar maakt indruk. Een week later zien ze elkaar weer, bij Cosey Corner. Vanaf dan is het aan.

Gino komt uit de streek Emilia-Romagna. In 1957 komt hij naar Nederland, nadat hij een aantal jaar in Marseille heeft gewerkt. Hij gaat bij Fiat in Amsterdam aan de slag als autospuiter / kleurmenger. Gino is trots op zijn vak. Hij noemt zichzelf nadrukkelijk géén gastarbeider. Hij is immers op eigen initiatief naar Nederland gekomen. Dat is anders dan de Italianen die later ‘onder contract’ naar Nederland zouden komen.

Gino Briganti in de Fiat Fabriek, Amsterdam.
Collectie: Martha Briganti-Witte
©
www.hetverhalenarchief.nl

Vanaf het eerste moment is Gino ervan overtuigd dat hij en Martha zullen trouwen. Na vijf maanden gaat hij voor het eerst mee naar haar ouders. Bij de eerste ontmoeting zegt Gino:’Dag pappie. Dag mammie’. Martha vindt het een beetje genant, maar haar ouders vinden het prachtig. Martha’s moeder heeft een grote pan ‘macroni’ gemaakt met stukjes Smac, uien en tomaten. Martha’s vader blijkt een aardig woordje Frans te spreken. Gino is meteen welkom.

Gino en Martha settelen zich in Amsterdam. Even leek het erop dat ze zich in Italië zouden vestigen. Drie maanden zijn ze er geweest, in 1961. Gino begint daar met zijn broer een verfspuiterij, maar hij blijkt het Italiaanse leven te zijn ontgroeid. Ze keren terug naar Amsterdam. Hun eerste huisje staat in de Commelinstraat, daarna verhuizen ze achtereenvolgens naar Nieuwendam-Noord en de wijk Banne in Amsterdam-Noord. Samen krijgen ze twee zoons.

Een belangrijke ontmoetingsplaats voor Italianen in Amsterdam is in die tijd de Milano Bar in de Leidsestraat. Daar kunnen ze het Italiaanse gebruik weer oppakken om na het middageten rustig een espresso te drinken en elkaar te ontmoeten. Op zaterdag en zondag gaat Gino daar ook vaak een paar uurtjes heen. Niet iedereen begrijpt deze gewoonte. De ouders van Martha vinden het bijvoorbeeld maar een beetje vreemd.

Gino Briganti met vrienden voor de Milano Bar, Leidsestraat Amsterdam.
Collectie: Martha Briganti-Witte
©
www.hetverhalenarchief.nl

Heel wat Nederlands-Italiaanse relaties zijn stukgelopen door de Milano Bar. Niet alle vrouwen kunnen er tegen dat hun mannen ook iets voor zichzelf ‘hadden’. Vrouwen komen vrijwel niet in de Milano Bar, het is er echt een mannenwereld. Op luide toon worden er vrouwen, auto’s en eten besproken. Martha vindt het geen probleem dat haar man er regelmatig heen gaat.

Gino’s bezoekjes aan de Milano Bar worden in de loop der jaren wat minder. Zijn zoons voetballen op zaterdag en hij is daarbij actief betrokken. Bovendien komen er na 1960 steeds meer en meer Italianen naar de Milano Bar: gastarbeiders die na het wervingsverdrag van 1960 naar Nederland komen. De sfeer is er niet meer zoals eerst.

In 1978 overlijdt Gino op 53-jarige leeftijd. Van hun nieuwe woning in Banne kan hij slechts een jaar genieten…’

Kijk voor meer verhalen op www.hetverhalenarchief.nl/italiaanse-gastarbeiders. Meer informatie over het project 1001 Italianen vind je op www.1001italianen.nl

apr 16

‘Velden, wijngaarden en prachtige uitzichten. Hier zie je de aarde zoals ze bedoeld is,’ aldus regisseur Francis Ford Coppola. En nee, hij heeft het dan niet over Toscane of Piemonte, maar over Basilicata, misschien wel de meest onderbelichte regio van Italië. Onterecht, want de streek in de welving van de Italiaanse laars biedt veel moois, zowel voor natuur- als cultuurliefhebbers. Daarom vandaag op Ciao tutti een eerste verkenning van Basilicata in vogelvlucht.

Of beter gezegd, in engelenvlucht. Sinds kort is Basilicata namelijk een spectaculaire attractie rijker: il Volo dell’Angelo. Vanuit het dorpje Pietrapertosa ‘vlieg’ je, hangend aan een stalen kabel, 400 meter boven de grond over het ongerepte berggebied naar het aan de overkant gelegen bergdorpje Castelmezzano. Een unieke mogelijkheid om het landschap van Basilicata in je op te nemen. Je hebt er wel stalen zenuwen voor nodig; niet alleen vanwege de hoogte, maar ook vanwege de snelheid waarmee je ‘vliegt’, die wel kan oplopen tot 120 kilometer per uur. Vanwege mijn hoogtevrees (ik vind het beklimmen van de scheve toren van Pisa al een hel), heb ik met beide benen op de grond de dappere vliegers staan te bewonderen, maar voor wie geen last heeft van knikkende knieën krijgt met deze Volo dell’Angelo echt een unieke kans om Basilicata te ervaren.

Zelf heb ik mijn hart verpand aan de Strada Panoramica dei Sassi, die naar de rotsstad van Matera, Sassi, leidt. Vroeger leefden de mensen hier in huizen die ze eerst in de rotsen hadden uitgehakt. Het verhaal gaat dat deze rotsen vanaf de achtste eeuw dienst deden als schuilplaatsen voor kloosterlingen die gevlucht waren uit het Byzantijnse Rijk. Langzamerhand hakten zij meer en meer ‘woningen’ in de grotten uit en ontstonden er zelfs kloosters in de rotsen.

Hoewel Carlo Levi, een bekende Italiaanse schrijver, de omstandigheden waarin de grotbewoners leefden neerbuigend vergeleek met Dantes voorstelling van de hel, was deze oplossing lang zo gek nog niet. De grotwoningen waren in elk geval ook ’s zomers erg koel, geen overbodige luxe in het zuiden van Italië. Inmiddels staan de rotswoningen op de Werelderfgoedlijst.

Albino Pierro, een van Basilicata’s bekendste dichters, maakte onder andere een gedicht over twee verliefden – in het dialect. Het gedicht zou niet alleen op een vrouw van vlees en bloed kunnen slaan, die hij niet wil missen, maar ook op zijn prachtige geboortegrond Basilicata:

I’ nnamurète
Sì more apprime di ti
o quanne séme ‘untène
liggìlle tutt’i sere stu libbrètte
e come fusse ié ca ti vasèje
pò’ stringiatìlle mpètte.

Ci su’ cchi ssèmpe aunìte e nda na ‘uce
i ‘nnammurète vére ca passàrene
citte citte nd’u munne
e ca nchiuvàrene
com’a Criste a la cruce.

In het Italiaans:

Se muoio prima di te
o quando siamo lontani
leggilo tutte le sere questo libretto
e come fossi io che ti baciavo
poi stringitelo al petto.

Ci stanno insieme per sempre e in una luce
gli innamorati veri che passarono
zitti zitti nel mondo
e che inchiodarono
come Cristo alla croce.

Christus neemt trouwens een belangrijke plaats in in Basilicata. Niet alleen omdat de mensen er gemiddeld genomen veel geloviger zijn dan in het noorden van Italië, maar ook omdat hij letterlijk over de regio en zijn bewoners waakt. Hoog op de Monte Biagio (bij Maratea) staat namelijk een enorm beeld van Christus de Verlosser, net zoals in Rio de Janeiro. Mel Gibson, die Basilicata ooit bezocht en erg onder de indruk was van het beeld en van de ongereptheid van de regio, besloot om hier zijn film over de lijdensweg van Christus, The Passion of the Christ, op te nemen. De Via Muro in Matera diende als decor voor het laatste stuk van de kruisweg.

Basilicata viel eerder ook al in de smaak bij de Italiaanse regisseur Gabriele Salvatore. Toen deze op weg van Napels naar Bari de met graan bedekte heuvels zag, besloot hij dat dit de ideale plek was voor de film Io non ho paura, naar het boek van Niccolò Ammaniti. Ondanks deze twee filmsuccessen bleef Basilicata lange tijd onderbelicht. Langzamerhand komt daar verandering in en trekt de regio meer toeristen. Laten we hopen dat dat niet ten koste gaat van de authenticiteit en ongereptheid van dit prachtige stukje Italië…

Basilicata in Amsterdam
Voor iedereen die nieuwsgierig is naar Basilicata, vanavond organiseert de Italiaanse toneelgroep Quelli di Astaroth een literaire avond gewijd aan deze regio, met als thema: Basilicata belicht door haar schrijvers, denkers, dichters – Een literaire reis door stenen, afgronden, rozemarijnstruiken en sinaasappelbomen in bloei.

Aanleiding van de avond is de publicatie van vijf nieuwe vertalingen van Albino Pierro’s liefdesgedichten in het tijdschrift Incontri. De literaire bijdragen zetten deze kleine regio in het zuiden van Italië, waar verleden en heden nog steeds magisch verstrengeld met elkaar zijn, in het zonnetje. Deze regio kent veel verborgen literaire schatten, die meer dan de moeite waard zijn om aan het licht te worden gebracht.

De avond is deels in het Nederlands, deels in het Italiaans. Naast aandacht voor poëzie en proza zal er ook muziek uit Basilicata te horen zijn; een unieke gelegenheid om Basilicata te (her)ontdekken.

BASILICATA BELICHT – door QUELLI DI ASTAROTH
zaterdag 16 april – 20.30 uur
Sint Jansstraat 37, Amsterdam
www.ondaitaliana.org

reserveren: info@ondaitaliana.org / 06-25382491

apr 13

Vandaag wordt voor de vierde keer het startschot gegeven voor de Week van de Klassieken, een week waarin de klassieke schrijvers centraal staan. Het thema van dit jaar is Geld. Ter gelegenheid daarvan presenteren uitgeverij Athenaeum en uitgeverij Ambo een aantal nieuwe titels en nieuwe edities van klassiekers. Verschillende culturele organisaties en instellingen hebben speciale tentoonstellingen, lezingen en andere evenementen op het programma staan.

Klassiekers
Tijdens de Week presenteert uitgeverij Athenaeum enkele bijzondere klassiekers, zoals Van Troje tot Tiberius van Velleius Paterculus, in een prachtige vertaling van Vincent Hunink. Velleius Paterculus vertelt in dit boek het levendige verhaal over de burgeroorlogen en over de keizers Caesar, Augustus en Tiberius. Dankzij zijn vertelkunst wordt de gestage, onomkeerbare verandering van republiek naar keizertijd al die tijd later bijna tastbaar, en is het net of je de ommekeer zelf meemaakt.

Daarnaast verschijnt het Verzameld werk van de stoïsche filosoof Epictetus en het Orakelboek, dat alle vragen – ook die over geld – zal beantwoorden. Ook brengt uitgeverij Athenaeum Vrouwen van Rome, over seks, macht en politiek in het Romeinse Rijk.

Uitgeverij Ambo brengt speciaal voor de Week van de Klassieken Athene, Het oude Egypte en een goedkope editie van Nero & Seneca. Anton van Hooff schetst hoe de levens van de keizer en de filosoof eerst nauw met elkaar verbonden waren, maar gaandeweg verder van elkaar verwijderd raakten. Het roept de vergelijking op met latere terreurregimes waarin intellectuelen voor de gewetensvraag kwamen te staan hoever ze moesten meegaan met hun tirannieke heerser en is nu misschien wel actueler dan ooit. Voor wie nieuwsgierig is: via deze link kun je alvast een fragment lezen.

Parels van Rome
Ambassadeur van de Week van de Klassieken is dit jaar Rosita Steenbeek. Zij schrijft het geschenkboekje met de titel Parels van Rome. Je ontvangt dit boekje bij aankoop van een van de bovengenoemde actietitels. Met het boekje krijg je overigens niet alleen een prachtig reisverhaal zoals we dat van Rosita Steenbeek gewend zijn, het dient tijdens de Week van de Klassieken ook nog eens als toegangskaartje voor het Allard Pierson Museum in Amsterdam, het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, Het Valkhof in Nijmegen, Tresaor in Leeuwarden en het Geldmuseum in Utrecht. Morgen krijgen jullie een voorproefje van Rosita’s reis naar de eilanden!

Lezingen, exposities en andere evenementen
Vanavond wordt de Week van de Klassieken feestelijk geopend met de Nacht van het Orakel in het Comedy Theater in de Nes. Tijdens deze avond doen verschillende experts voorspellingen over de toekomst van onder andere Athene, de liefde en vinex-wijken…

In het Allard Pierson Museum is vanaf vandaag de afdeling met Griekse en Romeinse munten weer open. Ook worden er in het museum verschillende lezingen rondom het thema geld gegeven.

Op vrijdagavond 15 april zijn er bijvoorbeeld twee lezingen i.s.m. Labrys Reizen. Drs. Hein L. van Dolen, classicus en byzantinoloog, opent met de lezing ‘Handel en wandel. De markt van het antieke Athene’. Aansluitend zal drs. Andrea Vreede, archeologe en NOS-correspondente in Rome, de lezing ‘Brood en spelen onder Silvio Berlusconi, Caesar van modern Italië’ houden.

Op Witte Donderdag speelt het Allard Pierson Museum in op het verraad van Judas, die tijdens het Laatste Avondmaal Jezus met een kus verraadde – voor 30 zilverlingen. Tijdens de lezing wordt ingegaan op de vraag met welke munten Jezus nu verraden werd en wat Judas er toentertijd voor had kunnen kopen.

Op diezelfde avond vindt in het Rijksmuseum van Oudheden de eerste ‘Ken-Uw-Klassieken Pubquiz’ voor classici plaats. Onder het genot van een drankje vragen docenten, studenten en andere geïnteresseerde classici het uiterste van hun kennis over de Klassieke Oudheid, in de strijd om een fraai prijzenpakket en de onvergankelijke eer.

Op verschillende dagen en locaties vertelt Rosita Steenbeek over de invloed die de Klassieken al vroeg op haar hadden, en over de inspiratie die de klassieke literatuur en de antieke wereld haar nog steeds bieden. Ze zal ook ingaan op het thema van de Week van de Klassieken: geld en luxe in de Oudheid.

Kijk voor meer informatie over bovengenoemde lezingen en evenementen, en voor een volledig overzicht van alle activiteiten tijdens de Week van de Klassieken, op www.weekvandeklassieken.nl Met de quiz op deze site kun je bovendien een reis naar Rome winnen!

preload preload preload