mei 14

Ciao tutti,

Afgelopen donderdag, tijdens de boekpresentatie van Ciao tutti – ontdekkingsblog door Italië, kleurde Amsterdam even rood-wit-groen. Wat was het een feest en wat heb ik genoten van alles! Iedereen die aanwezig was of van op een afstand heeft bijgedragen aan de feestvreugde, wil ik dan ook hartelijk bedanken. Grazie mille voor alle enthousiaste woorden, lieve kaartjes, vrolijke bloemen, flessen wijn en andere inspirerende cadeaus!

Vandaag op mijn weblog een fotoverslag van dit feestelijke gebeuren; morgen een digitale weergave van mijn speech tijdens de presentatie, met een terugblik op het ontstaan van Ciao tutti.

De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam wordt even Italiaans grondgebied.

Eugenie (links) en Jeannette zorgen voor de culinaire voorbereiding,
terwijl ik het eerste bloemetje in ontvangst neem (van mijn beide broers).


Ondertussen stapelt Monique van De Nieuwe Boekhandel Ciao tutti’s op de toonbank:

Broer Paul is vandaag de eerste koper (een goed begin, met maar liefst vier exemplaren!):

Dat betekent voor mij alvast aan de slag: de eerste exemplaren van vandaag signeren:

Dan volgt het eerste officiële moment: op de foto met (v.l.n.r.) David van Iersel (uitgever De Boekenmakers), Marcel Molenbeek (hoofdredacteur De Smaak van Italië) en Esther Sikkink (art director De Smaak van Italië):

Ondertussen stroomt het vol met mensen, en met cadeaus!

Even demonstreren dat ik door de zenuwen echt niet kan signeren;
pas als mijn speech achter de rug is kan ik weer zonder trillen iets moois schrijven…

Het sterrenteam van Studio Denk, de vormgevers van Ciao tutti,
met van links naar rechts Niek, Roy en Bart:

Daar gaan we dan! Monique van De Nieuwe Boekhandel neemt als eerste de microfoon en heet iedereen welkom.

Dan volgt David van Iersel, met een speech en een schitterend cadeau
(ondertussen gaat mijn hart steeds sneller kloppen…):

En dan mag ik eindelijk zelf de microfoon pakken en vertellen
(morgen zet ik een weergave van de speech, met de geschiedenis van Ciao tutti, online):

Het Italiaans versierde exemplaar is voor Rosita Steenbeek,
wier columns en verhalen nog altijd een heerlijke inspiratiebron zijn:

Na dit officiële moment is het tijd voor prosecco, hapjes en het verwelkomen van gasten,
die uit alle windstreken zijn gekomen:

Let vooral ook op de Ciao tutti-vlaggetjes, die gemaakt zijn door Ton, een van mijn grootste fans:

Dan is het tijd voor het echte werk: in de rij staan voor een gesigneerd exemplaar…

Ik was echter niet de enige die mijn boek mocht signeren; vriendin Anne ging rond met een origineel gastenboek. Zo zaten Hellen en ik in alle drukte geconcentreerd synchroon te signeren…

Een met inmiddels weer vaste hand geschreven boodschap
voor Smaak-collega’s Diana en Willemijn:

En voor Smaak-columnist en Ciao tutti-fan Mark Betrand ed i suoi amici:

Stiekem al even lezen wat ik geschreven heb ;-)

Ook Rosita’s exemplaar wordt van een boodschap voorzien:

Maar Rosita mag zelf ook signeren; haar nieuwe boek is een dag eerder verschenen:

Het wachten duurt wel erg lang… Gelukkig vindt Eviek een heerlijk plekje:

Eindelijk aan de beurt! Voor Juliette, Renée en Eviek signeer ik maar liefst vier exemplaren!

Na het signeren van zo’n honderd boeken wacht ‘the wall of fame’:

Nu is een deel van Ciao tutti dus niet alleen vereeuwigd in boekvorm, maar ook op de muur vol beroemde schrijvers van De Nieuwe Boekhandel, waar het hopelijk tot in lengte van dagen te bewonderen is…

P.S. Wil je een digitaal aandenken aan jouw aanwezigheid tijdens deze memorabele Italiaanse middag in Amsterdam, laat het me dan even weten. Dan stuur ik je een of meer verzoekfoto’s toe – met speciale dank aan Ton van het Hof, die al deze prachtige plaatjes schoot. Grazie tutti!

apr 25

Precies een week geleden mocht ik het allereerste exemplaar van mijn boek vasthouden. De dag ervoor had ik het al wel even op foto mogen bewonderen, maar daardoor duurden de 24 uur die me nog scheidden van het gedrukte boek alleen maar langer… Onderweg naar Eindhoven, waar uitgeverij De Boekenmakers is gevestigd, bedwong ik mijn ongeduld door nog een keer het stukje dat ik 10 maart schreef te lezen, met een fragment uit het boek De Pitch (Harry Kramp):

‘Er is maar één week echt leuk in het jaar als je een boek hebt geschreven. Dat is de week dat het boek net klaar is, dat het gedrukt en al op tafel voor je ligt te blinken, helemaal vers, en dat het zelfs nog ruikt naar de drukinkt en de Heidelberger pers. Een jaar lang ben je bezig geweest voor dit moment. Eerst een halfjaar achterelkaar doorgeschreven, in je dooie eentje terwijl je gewend was, zoals veel van jullie, om slechts in teamverband te werken. Dan herschrijven, redigeren, corrigeren. Voortdurend twijfelen of het wel goed genoeg is. Je las het en herlas het, maar altijd met een derde oog of het niet beter kon. Beter moest. […]

Dan begint die korte maar verrukkelijke week. Dan ga je in het geval van een boek eigenlijk voor het eerst genieten van een jaar werk. Ongestoord. Het ligt zelfs nog niet in de boekhandel. Ook nog niet bij een recensent. Dan is het alleen van jou. De maker. Dan lees je het zelf pas echt voor de eerste keer.’

Een paar uur later was het zover, en lag het boek ‘gedrukt en al op tafel voor me te blinken’. Veel tijd om daarvan te genieten was er echter niet, want er moest gesigneerd worden. Maar liefst 175 keer opende ik het boek en schreef ik een korte boodschap aan iedereen die mijn boek al bestelde. De eerste exemplaren waren uiteraard voor de vormgevers van Studio Denk, daarna volgden familie, vrienden en trouwe Ciao tutti-fans. Leuk om te zien wie er allemaal een of meerdere boeken had besteld!

Tussendoor was er alleen even tijd voor een snelle foto met de uitgever, David van Iersel, en een kopje thee met chocolade om de trillende handjes bij het signeren van de laatste exemplaren te voorkomen. Maar het resultaat mocht er zijn: stapels gesigneerde boeken, en nog een mooi rijtje gesigneerde exemplaren in de boekenkast. Wie nog een gesigneerd exemplaar wil, moet dus niet te lang wachten!

De terugreis was een beetje vreemd. Ik wilde niet uitgebreid mijn nieuwe boek gaan lezen in een drukke trein vol chagrijnige forensen. Die eerste lezing verdiende een feestelijker setting, vond ik. Pas afgelopen zaterdag was het zover. Door de grootste Ciao tutti-fans werd ik verrast met heuse Ciao tutti-taartjes! Ieniemienie-gebakjes met als bovenlaag de cover van mijn boek. Mijn boek!

Met elke hap werd het gevoel waar Kramp over schreef aangewakkerd en verheugde ik me meer en meer op die verrukkelijke sensatie van voor het eerst je eigen boek doorbladeren. Ik likte zorgvuldig de slagroom van mijn vingers en keek de kamer rond, op zoek naar het boek dat net nog op tafel lag. Jullie raden het waarschijnlijk al: het was in handen van de taartjesbakker, die het boek van voor naar achteren doorbladerde, stukjes las en foto’s bekeek.

De rest van de dag kreeg ik het boek niet meer terug. Die verrukkelijke sensatie van het voor het eerst lezen van mijn eigen boek moest dus wachten. En het wacht nog steeds, want allerlei werk vroeg om voorrang afgelopen dagen. Misschien dat het vanavond lukt, als ik ongestoord thuis ben. Dan is het alleen van mij. De maker. Dan lees ik het zelf pas echt voor de eerste keer.

Al geloof ik dat ik, in tegenstelling tot Kramp, veel meer geniet van alle eerste reacties van lezers. Het is zo leuk om te horen en lezen dat jullie genieten van de verhalen, tips en foto’s. Dát is pas een verrukkelijke sensatie!!!

PS Wie nog geen exemplaar van Ciao tutti heeft besteld, kan dat doen via www.koopeenleukboek.nl Er is nog een aantal gesigneerde exemplaren op voorraad. Je boek persoonlijk door mij laten signeren kan ook, en wel op donderdag 10 mei in De Nieuwe Boekhandel te Amsterdam. Hier heffen we tussen 17 en 19 uur het glas op Ciao tutti. Hieronder vind je de uitnodiging. Wil je meetoosten, laat het dan even weten via blog {at] ciaotutti [punt] nl.

apr 02

Vandaag geen sterk verhaal zoals gisteren, maar een kort verhaal, ter gelegenheid van het vorige week verschenen lentenummer van Kort Verhaal dat helemaal aan Italië is gewijd. Dit Italiaans getinte lentenummer bevat tien Italiaanse en tien Nederlandse verhalen, maar de Nederlandse afdeling wordt nog aangevuld en versterkt met zeer korte verhalen (zkv’s): twaalf van de meester in het genre, A.L. Snijders, en vijftien van ‘tovenaarsleerling’ Joubert Pignon.

Dat alles levert maar liefst 160 pagina’s Italiaans leesplezier op, met verhalen van onder anderen Andrea Bajani, Alberto Moravia, Sandro Veronesi en Dacia Maraini aan Italiaanse zijde en Thomas Verbogt, Philip Snijder, L. H. Wiener en A. H. J. Dautzenberg als Nederlandse stemmen.

De leukste bijdrage is wellicht die van Pier Vittorio Tondelli (vertaald door Jan van der Haar), die een geïdealiseerd en nauwelijks herkenbaar beeld schetst van Amsterdam in 1990. Een fragment:

‘De treinen die aankomen op het Centraal Station van Amsterdam, het grote schouwtoneel waaromheen als een amfitheater het centrum van de stad ligt met zijn vier voornaamste grachten – de Prinsengracht, de Keizersgracht, de Herengracht en het Singel – verbazen nog steeds vanwege hun knallende kleuren geel en blauw. Zo ook lijken de snelle en superstille trams die door de straten van het centrum glijden niet alleen in oranje en geel en felle kleuren geschilderd, maar regelrecht ontworpen met de lettering van de laatste tentoonstelling van het Stedelijk Museum (en als het gaat om Malevitsj zullen het cyrillische letters zijn) of bedrukt als plattegrond met straten, snelwegen, havens; of dan weer gedecoreerd als een heus kunstwerk, de lijnen en vierkanten van een Mondriaan, de bloemenweelde van een nette, allerminst woeste graffiteur.

De kleuren van de Amsterdamse treinen doen niet denken aan de treinstellen van de metro van Manhattan die door fanatieke anonieme kids uit de Bronx zijn versierd met spuitbussen, en nog minder aan de kleuren van de treinen en de bussen van onze steden, maar geven de pas gearriveerde bezoeker de aanblik van kleur en fleur – misschien niet van sierlijkheid,wel van moderniteit – van een stad die beroemd is om haar tolerantie en de beschaving van haar inwoners, de Europese hoofdstad van een jongerentoerisme dat hier decennialang naartoe kwam, de droom najagend van een aards paradijs waarin muziek, rock, softdrugs, seksuele contacten, woningen, werkloosheidsuitkeringen, sociale voorzieningen, voor iedereen voorhanden waren: een stad waar de kracht van fantasie en verbeelding werkelijkheid kon worden, de realiteit van alledag.

Net als Van Goghs vlammende kleuren,magisch aangebracht op de muren, de treinen, de bussen van een stad die zich opmaakt om de grote schilder te herdenken met een kolossale tentoonstelling, verdeeld over het gelijknamige, lichte museum en het Kröller-Müller in het groen van het park van Otterlo, zo’n honderd kilometer hiervandaan.

Wat onmiddellijk opvalt aan Amsterdam is dat het in de loop van de decennia bij voortduring de jongerenstad bij uitstek is gebleven. Beeldschone jongeren dragen je bagage, serveren je een biertje, thee of lunch, adviseren je bij het winkelen, om het even in het Engels, Duits of Frans. Beroepen die in elk ander land doorgaans worden uitgeoefend door rijpere, ervarener heren zijn hier helemaal het domein van de jongeren. Je vraagt je af waar in deze stad de vijftig- en zestigplussers zijn gebleven,misschien op het platteland om tulpen te kweken, te gaan vissen of te tuinieren, te reizen. Je gaat een café binnen en treft drie hartstikke aardige vrouwen in spijkerbroek en T-shirt, die je thee en macrobiotische lekkernijen aanbieden: een moeder, een dochter, een net puberende kleindochter. En het lijken drie zussen. Met lang blond haar, smalle heupen, dezelfde lach.

En als op een avond aan de uiteraard high tech-tafeltjes van een hip restaurant, de Theeboom, de wachttijden tussen de ene en de andere gang door op zijn minst traineren – en je haast terugverlangt naar die ouwe obers van de Toscaanse of Romeinse trattoria’s,met hun wervelende, bruuske bewegingen, met die slepende tred die duidt op een heel leven in de bediening – zie je toevallig een beeldschoon meisje, tenger en fel, binnenkomen, aan de bar gaan zitten, zoenen uitwisselen met de ober en hem vragen of hij meegaat naar een feest; je pikt het mee om de schoonheid van die jongeren te kunnen observeren, hun manier van doen, van elkaar begroeten, uiteengaan, hun ongedwongenheid; ze verdienen het dat de eendenborst beneden in de keuken afkoelt op het bord.

Als je ’s morgens vroeg op pad gaat en door een grote straat loopt achter de musea, dan bevind je je bijna ongemerkt in de stroom van het spitsuur: jongeren bereiken hun werkplek, kinderen worden naar school gebracht, studenten gaan naar de universiteit. De kleurige trams rijden voorbij vol mensen die uit het raampje zitten te kijken of de krant lezen. Spitsuur. En toch is alles stil, als weggeglipt. Want zowel de jongeren als de vrouwen of kinderen, allemaal fietsen ze snel voort op het zadel van hun rijwiel.

Een geordende stroom mensen die snel en geruisloos door de straten van de stad trekt, ongeacht de kou, de regen, de zon of de zomerhitte. De fietsen van Amsterdam. In alle soorten en maten, voorzien van mandjes, tassen, rugzakken. Licht en sierlijk voor de lange tochten naar Zuid. Stevig, paars, roze, lichtblauw, geel, oranje van kleur. Nooit klein. Ook de kinderen rijden op reusachtige exemplaren, niet zittend in het zadel,maar staande op de pedalen. Gewend als ik ben om in steden rond te reizen met mijn oren wijd open om het geluid van een auto of het knetteren van een knalpijp op te vangen, voel ik me helemaal op het verkeerde been gezet. En dit niet alleen vanwege de stilte rond de straten van het centrum, de fietspaden, de voetgangerszones, de stroken voor het openbaar vervoer – een stilte die je langzaam, dag na dag ervaart,waaraan je gewend raakt en die je mede het geestelijk klimaat van de stad meegeeft – dit omdat je, als je de straat oversteekt zonder om te kijken,want je weet toch wel dat je alleen bent, voortdurend het risico loopt om aangereden te worden door een fietser. De stilte van Amsterdam, zijn grachten, de straten met het glooiende perspectief, als een duin, vanwege de bruggen, is iets dat vertrouwen geeft en je langzaam het gevoel bezorgt steeds meer samen te vallen met de dingen en de mensen hier. Want ook de voorwerpen in zo’n omgeving hebben een speciale betekenis. Bijna symbolisch.’

Lees de rest van Tondelli’s verhaal en alle andere korte verhalen in

Kort Verhaal – Italië
lentenummer 2012
€ 10,-
verkrijgbaar bij de boekhandel of via bol.com

mrt 26

Nu we toch in de sfeer van de lente verkeren, na het prachtige lied over zwaluwen van Lucio Dalla van gisteren, fladderen we door naar een uniek boek over Amsterdam van de Italiaanse schrijver Marino Magliani: Amsterdam è una farfalla. Magliani, die in Ligurië is geboren maar al meer dan twintig jaar in IJmuiden woont, laveert al fietsend langs een groot aantal mysterieuze plekken in de Nederlandse hoofdstad. Het resultaat is een avontuurlijke, literaire fietstocht door Amsterdam, met zelfs een aantal verrassingen voor iedereen die denkt dat hij de stad goed kent…

Een fragment in het Italiaans:

‘Frequentavo poco Amsterdam, dicevo, ma da una settimana ci venivo ogni giorno perché avevo accettato di scrivere un libro sulla città. Mi era stato commissionato da una casa editrice italiana: raccontare Amsterdam dal punto di vista della bicicletta. Ma il progetto stava prendendo questa piega pericolosa: una specie di guida che assomigliava a un racconto in cui le mie pedalate lungo i binari del tram, e le frenate e le leggere rincorse per arrivare sul dorso d’asino dei ponti che a volte sembrava di guadagnare lo Stelvio, dovevano servire da impalcatura alla descrizione dei posti.

Dosare il tutto, come il cuoco, ad esempio raccontare come le persone in bicicletta, al contrario di quanto succedeva a me, si muovevano armonicamente, simili ai banchi di pesci disturbati dall’orca che si sparpagliano e si ricompongono subito altrove. E poi far notare che in mezzo a quel traffico di pedali e caos di campanelli che avrebbero dovuto segnalare emergenze, alla fine frenavo sempre solo io.

Chiedermi come fosse possibile che la stirpe biciclettata fosse sempre così sicura del fatto che il passante avrebbe attraversato la strada in tempo, e la macchina non si sarebbe fermata e allora bisognava scansarla, mentre io stavo già inchiodando coi piedi sui pedali.

Non usavo una bici coi freni a mano, ma a pedali, omafiets, bicicletta della nonna, così chiamano questo modello. E già mi vedevo costretto a elencare i vari tipi di bici e a dire che in Olanda ci sono biciclette per ogni età, gusto e funzionalità, con uno o due seggiolini per i bambini, col carretto davanti o dietro per i bambini o i cani, con la sella come un’amaca e la postura del ciclista che pedala da sdraiato, bici con le casse di birra sul manubrio, bici taxi.

Per non riempire il libro di sole cose del genere, avrei fatto persino qualche confessione: la paura che ho sempre avuto da bambino, un vero e proprio terrore della bici, salirci mi faceva sudare le mani e mi procurava la stessa angoscia delle arrampicate su un albero. Era come guardare il vuoto da un tetto. Alla brutta piega che stava prendendo il libro ci pensavo mentre andavo all’Istituto Italiano di Cultura per i Paesi Bassi, il bel palazzo dove avevo presentato tanti libri, che si trova al 564 di Keizersgracht, che è uno dei più bei canali.

Ora ti siederai al tavolo della biblioteca dell’Istituto, mi dicevo, e scriverai che gli altri canali importanti accanto al Keizersgracht sono il Singel, e l’Herengracht, e il Prinsegracht, e che le loro acque proseguono parallele e fanno un tragitto a semicerchio. Camus, dirai, ne La caduta li chiama i gironi concentrici dell’inferno. E spiegherai che i canali formano una ragnatela, il ragno tesse i suoi semicerchi snodando per ognuno di essi due strade, collegate l’una all’altra tramite una serie di ponti.

Di qua e di là delle strade stanno gli edifici, che qui chiamano pand. E poi avrei invitato il lettore a seguirmi lungo il Keizersgracht, che dalle parti dell’Istituto è molto elegante, pieno di gallerie d’arte, di ringhiere verniciate e piccole scalinate fatte di quella pietra grigio-nera. Alcune scalinate scendono alle cantine, altre terminano in una botola di legno sprangata con i lucchetti.

La biblioteca dell’Istituto era deserta. Dissi al bibliotecario che sapevo da me dov’erano le riviste. Le scelsi dagli scaffali della sezione scientifica. Una ventina di numeri di «Ons Amsterdam», architettura e storia, società, vecchie cartografie coloniali, documenti sulla deportazione, il fiume Amstel, i canali navigabili, l’economia. Addirittura un numero sulla bicicletta, con una guida di fine Ottocento per i ciclisti di Amsterdam che avevo già letto e saccheggiato assieme all’Olanda del mio conterraneo De Amicis. Me le portai al tavolo.

Dopo un po’ mi accorsi che stavo lì, a fissare la pioggia oltre la vetrata. Non trovavo nulla di stimolante sulle riviste e non sapevo nemmeno cosa cercavo, anche se conoscendomi mi sembrava molto importante avere rinnegato in tempo il progetto di un libro strutturato come una guida letteraria, perché se avessi riempito una cinquantina di pagine di cose del genere, poi non sarei più stato capace di tornare indietro.

La svolta avvenne in quegli istanti. Non posso dire se fu perché da un momento all’altro, dal buio della pioggia, come succede in aprile, i vetri si illuminarono che pensai alla luce di Amsterdam. Come nascono le idee non ce lo ricordiamo quasi mai, certo credo che qualcosa di strano sia successo proprio guardando la vetrata. Mi alzai e posai le riviste, poi uscii, saltai in sella (in realtà non è mai per me un vero e proprio salto) e mi misi alla ricerca di una cosa.’

Grappig om tussen al dat Italiaans straatnamen en woorden als ‘omafiets’ te herkennen! Voor degenen onder mijn lezers die het Italiaans niet machtig zijn: helaas is  Amsterdam è una farfalla nog niet in het Nederlands vertaald. Wie het Italiaans machtig is, kan het boek uiteraard wel al in het Italiaans lezen. Het is te koop bij Libreria Bonardi in Amsterdam en uiteraard in alle boekhandels in Italië. Een mooi souvenir dat voor mij in elk geval niet alleen goed is voor het bijhouden van de Italiaanse taal, maar ook voor mijn kennis van de stad Amsterdam…

mrt 19

De grote vraag bij Italiaanse mannen luidt als volgt: zijn ze onder te verdelen in de drie bovengenoemde categorieën of hebben ze stiekem allemaal alle drie de beschrijvingen in zich? Of nemen ze naar gelang de situatie steeds een andere rol aan? Gedragen ze zich op straat als macho’s, in bed als meesterminnaars en als ze je eenmaal hebben veroverd als moederskindjes?

Italiaanse mannen zijn wonderlijke mannen, zo constateert ook journaliste Pauline Valkenet nadat ze in Rome is gaan wonen. Ze raakt geïntrigeerd door vrolijk flirtende charmeurs en door ijdeltuiten die uren voor de spiegel staan. Ze gaat uit met macho’s die bij nader inzien onder hun moeders rok blijken te zitten. Haar getrouwde collega’s verslijten hordes minnaressen en komen daar schijnbaar moeiteloos mee weg.

Gedreven door nieuwsgierigheid wil Pauline Valkenet de mannen van Italië doorgronden. Wat zit er allemaal achter die stijlvolle façade van elegante zonnebrillen en scherp geschoren sikjes? Ze begint een boeiende speurtocht die haar kriskras door het land voert: naar een schoonheidswedstrijd voor mannen, een hoerenbuurt in Rome, een school voor schoonmoeders en een parkeerplaats vol vrijende Napolitanen. Nederlandse vrouwen die in Italië wonen, vertellen over de inheemse heren. Ook modeontwerper Valentino, voetballer Luca Toni, sociologen, seksuologen en tal van andere Italiaanse mannen komen aan het woord.

In het geestige boek Macho’s, moederskindjes, meesterminnaars? – Italiaanse mannen onder de loep duikt Pauline Valkenet achter de clichés. Ze doet uit de doeken of de mannen in Italië echt zo romantisch zijn en ontcijfert hun drang naar uiterlijke schoonheid. Ze legt uit hoe het komt dat er zoveel moederskindjes rondlopen en wat dat met de liefde doet. Tot slot onthult ze of Italiaanse mannen nu werkelijk zulke meesterlijke minnaars zijn.

Een fragment:

’s Ochtends ga ik naar kapper Michele, die een goedlopende zaak vlak bij het Colosseum heeft. Michele is een man van 59 jaar, een kop kleiner dan ik en hij knipt me al jaren. Als ik hooggehakt en in een rokje binnenstap, kijkt hij naar mijn benen en zegt: ‘Pauline, wat heb jij prachtige enkels. Dat valt me nu pas op.’ ’s Middags ga ik aan het werk. Cameraman Roberto begroet me en zegt: ‘Hoe komt het toch dat jij met de jaren alleen maar mooier wordt?’ ’s Avonds ben ik voor de buik, billen en bovenbenen in de sportschool. Achter de balie staat fitnessleraar Gianni, die me begroet met: ‘Ciao, bella! Wat is het toch altijd een vreugde om jouw glimlach te zien!’

Complimenten. Italiaanse mannen zijn er scheutig mee. Naast hun secondelange blikken waarmee ze het vrouwelijk schoon van top tot teen opnemen, zijn daar altijd die complimenten. Of de heren nu jong of oud zijn, beeldschoon of zo lelijk als de nacht, de dame in kwestie nooit eerder hebben gezien of al jaren kennen: een complimentje moet worden gemaakt. Die over de mooie ogen is inmiddels ronduit afgezaagd. Een beetje man bedenkt iets beters: pluimpjes over de glanzende huid, de slanke handen of de mooie nek.

Als een Italiaanse man een compliment wil geven, vindt hij altijd wel iets om een vrouw lof toe te zwaaien. Zo was de agent op het politiekantoor in Rome, waar de blonde en blauwogige Martha aangifte kwam doen van diefstal van haar portemonnee, duidelijk onder de indruk van mijn Amsterdamse vriendin. Op het moment dat zij klaar was met het invullen van het noodzakelijke papierwerk, riep hij enthousiast: ‘Ooooh, mevrouw! Wat heeft u een práchtige handtekening!’

Diezelfde Martha raakte bevriend met een charmante antiekhandelaar van in de vijftig, die haar op een avond uitnodigde voor een drankje op een dakterras met een spectaculair uitzicht over Rome. Toen zij twijfelde, drong hij aan. ‘Toe, ga nou mee, ik wil zo graag even van dat prachtige uitzicht genieten.’ Eenmaal op het dakterras ging hij tegenover haar zitten, met zijn rug naar de stad toe.
‘Wat ga jij nou verkeerd om zitten?’ vroeg zij verbaasd.
‘Ik zit niet verkeerd om,’ antwoordde de antiekhandelaar. ‘Dat prachtige uitzicht waar ik van wil genieten, ben jij.’

Tja, en dan vergeef je deze Italiaanse man alles wat hem ook maar te vergeven valt. Maar of dat voor elke Italiaanse man geldt? Reden genoeg om de Italiaanse mannen dus eens extra onder de loep te nemen. Zeker vandaag, want op 19 maart (de naamdag van de heilige Jozef) wordt in Italië Vaderdag gevierd.

Mannen, wat heb je eraan?
Maar ook in Nederland staan de mannen vandaag in de schijnwerpers. Althans in De Balie in Amsterdam, waar vanavond tijdens het KennisCafé een debat plaatsvindt over mannen – en wat je aan ze hebt. Ik zal hier natuurlijk even mijn oor te luister leggen om te horen of en hoe de machofactor van mannen biologisch bepaald is.

Volgens Aart de Kruif, auteur van Typisch testosteron en een van de sprekers vanavond, wordt de hoeveelheid testosteron namelijk al voor de geboorte bepaald, in de baarmoeder. Of een man uitgroeit tot een echte macho wordt namelijk bepaald door de testosteronconcentratie van zijn moeder. Ik ben benieuwd of die Italiaanse macho’s dat zullen erkennen…

Meer lezen?
Macho’s, moederskindjes, meesterminnaars? – Italiaanse mannen onder de loep van Pauline Valkenet is nog tweedehands te bestellen via bol.com.

Meer lezen over hoe testosteron het gedrag van mannen beïnvloedt? Bestel dan Typisch testosteron – De grote invloed van een hormoon op het gedrag van mannen én vrouwen. Een heel andere benadering van mannen dan die van Pauline Valkenet, maar minstens zo interessant!

Welke invloed heeft het hormoon testosteron op het gedrag van mannen én van vrouwen? Volgens Aart de Kruif is die invloed vele malen groter dan we al vermoedden. Hij deed jarenlang onderzoek naar gedrag bij dieren en ontdekte grote overeenkomsten tussen dierlijk en menselijk gedrag, met name wat betreft de werking van dit ene hormoon. In dit bijzonder interessante boek stelt hij op basis van eigen en ander wetenschappelijk onderzoek dat biologische, natuurlijke factoren, zoals hormonen, een vaak veel sterker effect hebben op gedrag dan sociologische of culturele factoren. De Kruif schuwt daarbij controversiële standpunten niet.

Typisch testosteron
Aart de Kruif
ISBN 9789088030116
€ 18,95
uitgeverij Lias

dec 23

Bij de pizza margherita van gisteren hoort natuurlijk een lekker Italiaans biertje. Want hoewel Italianen graag een glas wijn drinken, hebben ze bij een pizza toch echt de voorkeur voor una birra. Maar uiteraard niet zomaar een biertje; nee, de Italiaan gaat voor bier met een lintje. Bier met een blauw lintje om precies te zijn; Peroni Nastro Azzurro.

Dit blauwe lintje werd in 1963 door Carlo Peroni, de achterkleinzoon van Francesco Peroni, als handelsmerk van Peroni in de markt gezet. Zijn Nastro Azzurro (‘Blauw Lint’) zou zijn afgeleid van The Blue Riband, een prijs die dertig jaar eerder werd toegekend aan het Italiaanse passagiersschip SS Rex dat het snelst de Atlantische Oceaan wist over te steken. Inmiddels is het blauwe lintje verworden tot een synoniem voor Italiaanse kwaliteit en leefstijl.

Peroni zelf kent al een iets langere geschiedenis dan het blauwe lintje. In 1846 opende de brouwerij de deuren in Vigevano. In 1864 verhuisde Giovanni Peroni de brouwerij naar Rome, dat toen overigens nog niet de rol van Italiaanse hoofdstad had (Rome werd namelijk pas in 1870 hoofdstad van Italië).

Peroni Nastro Azzurro is zoals gezegd in 1963 ontstaan in Rome, precies in de jaren van de ontluikende Italiaanse luxe en stijl, die je terug ziet in de bekende design- en modemerken uit deze periode van la dolce vita. Sindsdien wordt Peroni – volgens origineel recept – in de Italiaanse hoofdstad gebrouwen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van ingrediënten van de hoogste kwaliteit: de edelste voorjaarsgerst in combinatie met een unieke mix van Italiaanse mout, maïs en hop. Peroni ’s brouwmeester is Roberto Cavalli (what’s in a name… het is echt een andere Cavalli dan de bekende modeontwerper). Hij is verantwoordelijk voor de productie van Peroni Nastro Azzurro, en het waarborgen van de kwaliteit en authenticiteit bij het brouwen en bottelen.

Peroni is in Italië – en bij Italianen in het buitenland – alom geliefd. Stijliconen als Giorgio Locatelli drinken graag een Peroni, en ook merken als Fiat en – ja, echt – wijnhuis Antinori, dragen het merk op handen. Peroni wordt beschouwd als een tijdloze Italiaanse klassieker en is onmisbaar voor wie la bella figura naleeft; die typische Italiaanse manier van leven waarin gevoel voor stijl en schoonheid de boventoon voert. Een manier die is doordrongen van trots en historie, die wordt doorgevoerd tot in de kleinste details.

Geheel in lijn met de Italiaanse wortels omarmt Peroni sinds kort ook in Nederland deze Italiaanse stijl. ‘Peroni Nastro Azzurro wil grenzen doorbreken en de traditionele biermarkt als het ware uitdagen. In Italië draait alles om authenticiteit, mode, stijl en kwaliteit en met Peroni Nastro Azzurro, een intens helder, verfrissend premium bier willen wij het Italiaanse, wat iedereen in zich heeft, naar boven halen,’ aldus Michal Rabiej, die als brand development manager verantwoordelijk is voor Peroni in Nederland.

In het kader van de lancering opende Peroni op 27 oktober j.l. Emporio Peroni, om de hoek van de exclusieve PC Hooftstraat in Amsterdam. Het was een non-shop, de enige shop waar niet kan worden gewinkeld en enkel ‘window shopping’ is toegestaan. Helaas is Emporio Peroni inmiddels weer gesloten, maar een Peroni proeven kan natuurlijk nog steeds, bij stijlvolle Italiaanse restaurants, in trendy bars en clubs en bij vooraanstaande traiteurs en delicatessenzaken in Amsterdam. Onder aan dit verhaal vind je een lijstje met de precieze Peroni-adressen.

Wil je het bier met het blauwe lintje in de stad proeven waar het wordt gebrouwen, ga dan naar de Antica Birreria Peroni (Via S. Marcello 19, dicht bij de Trevifontein). Bestel een Peroni Nastro Azzurro en geniet van het bier en de bierhistorie die overal om je heen te zien is. Salute!

www.anticabirreriaperoni.com

Peroni drink je in Nederland bij:

Assaggi
Tweede Egelantiersdwarsstr 6
1015 SC Amsterdam
020-4205589

Bar Italia
Rokin 81-83/Nes 96
1012 KJ Amsterdam
020-6202442

Bella Vista
Johannes Verhulststraat 156
1071 NP Amsterdam
020-6713888

Café de Curtis
2e Anjeliersdwarsstraat 6
1015 NT Amsterdam
020-4200767

Restaurant d’Antica
Reguliersdwarsstraat 80-82
1017 BN Amsterdam
020-6233862

Da Portare Via
Leliegracht 34 
1015 DG Amsterdam

Da Portare Via
Frans Halsstraat 63
1072 BM Amsterdam

Da Portare Via
Copernicusstraat 49
1098 JE Amsterdam

De Pizzabakkers  
Haarlemmerdijk 128  
1013 JJ Amsterdam  
020-4274144

De Pizzabakkers
Overtoom 501
1054 LH Amsterdam
020-6186554

De Pizzabakkers  
Plantage Kerklaan 2  
1018 TA Amsterdam  
020-6250740

De Pizzakamer
2e van der Helststraat 16
1072 PD Amsterdam
020-2211457

Di Donna Sofia
Anjeliersstraat 300
1015 NK Amsterdam
020-6234104

Eden Manor Hotel
Linnaeusstraat 89 
1093 EK Amsterdam
020-7008400

Feduzzi Mercato
Scheldestraat 63
1078 GH Amsterdam
020-6765338

Foodware  
Westerstraat 116  
1015 MN Amsterdam  
020-3308835 

Foodware
Looiersgracht 12
1016 VS Amsterdam
020-6208898

Foodware
Corn. Krusemanstraat 11
1075 NB Amsterdam
020-4707310

Hilton Amsterdam
Apollolaan 138 
1077 BG Amsterdam
020-7106000

Il Cavallino
Maasstraat 67
1078 HE Amsterdam
020-6753814

Le 4 Stagioni
Johannes Verhulststraat 32
1071 NE Amsterdam
020-6620071

MOMO Bar & Restaurant
Hobbemastraat 1
1071 XZ Amsterdam
020-6717474

Pazzi
1e Looiersdwarsstraat 4
1016 VM Amsterdam
020-3202800

Pasta Tricolore
P.C. Hooftstraat 52
1071 CA Amsterdam
020-6648314

Toscanini
Lindengracht 75
1015 KD Amsterdam
020-6232813

Vesper Bar
Vinkenstraat 57
1013 JM Amsterdam
020-8464458

nov 26

Tot en met februari 2012 staat een groot aantal Nederlandse filmhuizen in het teken van de Italiaanse filmcomponist Nino Rota, die onder meer de muziek van The godfather-trilogie van Francis Ford Coppola en van de meeste films van Federico Fellini componeerde.

Wonderkind en Oscarwinnaar Nino Rota (1911-1978) is een van de belangrijkste filmcomponisten van de twintigste eeuw. Hoewel zijn naam minder bekend is bij het grote publiek, kent vrijwel iedereen zijn werk. Hij is degene die de muziek voor de eerste twee delen van The godfather-trilogie bedacht, net als de muziek die onlosmakelijk is verbonden met Fellini’s La strada, La dolce vita en Il Casanova. Ook componeerde Rota voor regisseurs als Luchino Visconti (Il gattopardo) en Franco Zeffirelli (Romeo and Juliet).

Naast filmmuziek heeft Rota een gevarieerd klassiek oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit kamermuziek, symfonische en religieuze muziek, gezangen en opera’s. Zowel zijn kamermuziekwerken als zijn concerten en symfonieën zijn tonaal, doen soms klassiek en soms romantisch aan en zijn op een bijzondere manier zeer oorspronkelijk en herkenbaar. Rota maakt geen onderscheid tussen filmmuziek en serieuze muziek. Het gevolg van die mentaliteit is dat regelmatig delen van zijn filmmuziek in zijn overige composities verschijnen en vice versa.

Rota’s werk is van onbesproken muzikale kwaliteit; het zijn autonome composities die overeind blijven zonder de filmbeelden erbij te zien. Je zou zelfs kunnen stellen dat zonder zijn bijdrage de films waarvoor hij de muziek schreef minder grote meesterwerken zouden zijn geworden. Nino Rota maakt er geen geheim van dat hij voor zijn composities regelmatig gebruik maakt van muzikale verwijzingen. Bij tijd en wijle citeert hij uit zowel eigen werk als werk van anderen, haalt hij stukken muziek aan, veroorlooft hij zich imitaties, maakt hij gebruik van pastiche en hergebruikt hij zijn eigen composities. Zo liep Rota ooit de Oscar voor Beste Filmmuziek voor The godfather mis, omdat hij hierin een eerdere, door hem zelf gecomponeerde melodie hergebruikt.

The Godfather

Het programma dat nog tot en met februari 2012 langs de filmtheaters rouleert, bestaat uit ongeveer twintig films waarvoor Rota de muziek componeerde. Deelnemende filmtheaters zijn:

Chassé Cinema, Breda
Concordia Cinema, Enschede
De Lieve Vrouw, Amersfoort
Filmhuis Den Haag
Filmhuis De Keizer, Deventer
Filmschuur Haarlem
Filmtheater Hilversum
Filmtheater ‘t Hoogt, Utrecht
Focus Filmtheater, Arnhem
ForumImages, Groningen
Het Ketelhuis, Amsterdam
LantarenVenster, Rotterdam
Lumière, Maastricht
Lux, Nijmegen
Oostereiland, Hoorn
Plaza Futura, Eindhoven
Verkadefabriek, ’s-Hertogenbosch

In Filmhuis Den Haag is bovendien tot half december 2011 een kleine tentoonstelling te zien, met filmaffiches, magazine covers, reclamemateriaal en stills van films waarvoor Rota de muziek componeerde. Het Residentie Orkest verzorgt op de geboortedag van de maestro (3 december precies 100 jaar geleden) een avondvullend concert met filmmuziek van Nino Rota in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag.

Nino Rota

Het EYE Film Instituut Nederland (Filmmuseum) te Amsterdam sluit van 15 tot en met 20 december aan bij het programma, met de vertoning van bijzondere films uit hun archief.

Meer informatie over Nino Rota en het programma dat deze winter in de filmtheaters wordt georganiseerd, vind je hier. Morgen duiken we dieper in de filmmuziek zelf, aan de hand van een nieuwe cd van I Compani. Uiteraard met fragment om te luisteren!

Getagd met:
nov 05

Voor mijn vertrek naar Florence had ik nooit kunnen denken hier een fotograaf te ontmoeten die eerder dit jaar in Amsterdam was om daar de prachtigste interieurs te fotograferen. Gelukkig is de werkelijkheid vaak mooier dan mijn fantasie ooit kan vermoeden, want ik had deze gepassioneerde fotograaf niet graag gemist.

Over de ontmoeting met Massimo Listri kan ik helaas nog niet teveel loslaten (ik mag alleen verklappen dat ik hem sprak voor de reisgids De smaak van Florence, die in april 2012 verschijnt en voor de samenstelling waarvan ik nu door Florence mag wandelen), maar ik wil jullie wel graag alvast kennis laten maken met zijn foto’s van Amsterdamse interieurs, die te zien zijn in het boek Wonen in stijl Amsterdam.

Deze foto’s gunnen je een blik op de stijlvolle en kunstzinnig gedecoreerde huizen die Amsterdam rijk is. Massimo Listri ging samen met auteur Melanie van Ogtrop op pad en selecteerde samen met haar een veertigtal interieurs van enthousiaste bewoners, kunstenaars, verzamelaars en enkele antiekhandels.

‘Amsterdam is een stad in voortdurende beweging, met een sterk cultureel klimaat en een rijke geschiedenis. De historische stad, het labyrint van grachten en de karakteristieke grachtenpanden zijn wereldberoemd. In augustus 2010 werd de Amsterdamse grachtengordel zelfs toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van Unesco!

Achter de gevels van de altijd bruisende, alom geroemde stad Amsterdam gaan vele verrassingen schuil. De rijke historie van de stad en de creativiteit en acute handelsgeest van de multiculturele bewoners, zijn terug te vinden in de verscheidenheid aan interieurs. Zo zijn er huizen die nog ongewijzigd hun verleden etaleren, alsook innovatieve en hedendaagse interieurs die voldoen aan de eisen en behoeften van vandaag, uitgerust met de allerlaatste technische snufjes.

Een klein voorproefje van Massimo Listri’s foto’s:

Hoewel ik blij ben Italiaanse grond onder mijn voeten te voelen, krijg ik bij het zien van Massimo’s foto’s en het horen van zijn enthousiaste verhalen over Amsterdam toch een klein beetje heimwee.

Vreemd eigenlijk, als ik in Amsterdam ben heb ik heimwee naar een echte cappuccino, het heerlijk luide Italiaans, liefst verhaald met veel gebaren, de zon op de prachtig gekleurde gevels, het feit dat er op elke straathoek een enorme hoeveelheid geschiedenis voor het oprapen ligt…

Ben ik in Italië, dan voel ik me over het algemeen thuis en heb ik geen last van dergelijke nostalgische mancanze. Toch steekt ook hier af toe heimwee naar een boterham met hagelslag, de Amsterdamse grachten op zondagochtend of zomaar een eindje fietsen de kop op.

Gelukkig kan ik met Massimo’s boek zo’n momentje van heimwee pareren, want je waant je echt even in Amsterdam. En het leuke is: je kunt nu binnenkijken bij al die huizen waar je normaal gesproken nieuwsgierig naar binnen probeert te kijken, omdat je vermoedt dat er heel wat moois achter schuil gaat. Nu mag je ongegeneerd gluren, details bestuderen, kijken wat er aan de muur hangt en welke boeken er in de kast staan. Bovendien doe je zo heel veel ideeën op voor je eigen interieur – in Amsterdam, in Florence of waar dan ook.

Wonen in stijl in Amsterdam
Melanie van Ogtrop (tekst) & Massimo Listri (fotografie)
ISBN 9789088810251
€ 49,90
uitgever VdH Books

Over de fotograaf en auteur
Massimo Listri is een internationaal geprezen fotograaf die in Florence woont. Recent werd zijn werk daar tentoongesteld in het Palazzo Pitti. Als fotograaf is hij gespecialiseerd in architectuur- en interieuropnames. Hij realiseerde verschillende coffee-table books en werkt samen met grote Italiaanse en buitenlandse tijdschriften, waaronder Architectural Digest, Connaissance des Arts, Beaux Arts magazine, L’Oeil en FMR Magazine.

Melanie van Ogtrop werd in Frankrijk opgevoed en kwam op haar zestiende naar Nederland. Ze is kunsthistorica en werkte bij Sotheby’s Amsterdam en Milaan. Vervolgens ging ze in de leer bij Pinin Brambilla Barcilon, bij wie ze schilderijen restaureerde, en later werkte ze ook in restauratieatelier Van Litsenburg. Daarna was ze werkzaam bij Christie’s en in 2009 opende ze in Amsterdam de non-profit kunstgalerie Circle Gallery.

okt 08

Aanstaande vrijdag, 14 oktober, gaat een intrigerende dubbeltentoonstelling over de Etrusken van start in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Deze unieke tentoonstellingen vertellen het intrigerende verhaal over de Etruskische rijkdom, religie, macht en pracht, met honderden topstukken uit zowel de eigen collecties als uit vele buitenlandse musea. Elke tentoonstelling doet dit vanuit een eigen invalshoek.

Vrouwen van aanzien
De tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden stelt de vrouwelijke verhaallijn centraal en neemt je mee naar de wereld van prinsessen, godinnen en de geëmancipeerde plaats van vrouwen in de Etruskische maatschappij. Die was voor die tijd heel bijzonder: niet eerder stond de vrouw zo op gelijke voet met de man. Ook hun traditionele rol als moeder en echtgenote komt aan bod.

In een sfeervol decor van een Toscaanse landschap en kleurrijke fresco’s worden onder meer prachtige gouden sieraden, beelden van godinnen en rijk versierd aardewerk tentoongesteld. Ook is er een spectaculaire 3D-reconstructie van het beroemde Regolini-Galassi graf met originele grafgiften (waarover morgen meer) en een reconstructie van een deel van de imposante Portonaccio-tempel en een Etruskisch graf.

Een van de topstukken is een sieraad van een rijke Etruskische dame, dat vermoedelijk gediend heeft als broche. Op de achterkant is namelijk een aanhechtingspunt voor een speld aangebracht. De broche toont het meesterschap van de Etruskische goudsmeden: op een gouden plaat is in verschillende technieken een ingewikkeld patroon gesmeed, met in het midden een robijn.

De Etruskische goudsmeden gebruikten verschillende technieken voor deze sierschijf. Een daarvan is het werken met filigraan: dunne draadjes goud, die de schijf rondom versieren. De Etrusken blonken ook uit in de granulatietechniek, waarbij ze kleine korreltjes goud in een bepaald patroon op een sieraad aanbrachten. Wanneer het voorwerp wordt verhit, hechten de korreltjes zich op de ondergrond zonder ermee te versmelten.

Ook de armband van de Etruskische dame die was begraven in het beroemde Regolini-Galassi-graf in Cerveteri is een prachtig voorbeeld van het hoogstaande vakmanschap van de Etruskische goudsmeden. De verfijnde decoratie van vrouwenfiguurtjes tussen boompjes, palmetten en lotusbloemen is gemaakt volgens de repoussétechniek (een soort ponsversiering) en de net genoemde granulatietechniek. Overigens is men er niet helemaal zeker van dat het een armband betreft. Aangezien er nog een vrijwel identiek exemplaar in het graf is gevonden, zou het ook een oorring kunnen zijn.

De tentoonstelling laat ook een prachtige spiegel zien, die duidelijk maakt dat de Etruskische wereld door de Grieken werd beïnvloed. Een bekende Griekse mythe is die van het Paris-oordeel. Paris moest uit drie godinnen de mooiste kiezen. Toen hij de godin van de liefde Aphrodite koos, werd hem de mooiste vrouw ter wereld beloofd. Op deze spiegel is te zien hoe de godin Turan (=Aphrodite) Paris voorstelt aan de naakte Helena, de mooiste vrouw ter wereld. Aan de rechterkant staat haar echtgenoot Menelaos.

Waarschijnlijk waren het de handelscontacten met Noord-Afrika die de Etrusken inspireerden tot het zelf maken van bronzen spiegels. In de loop der eeuwen werden ze steeds vaardiger in het maken van deze ronde kunstwerkjes. De spiegel werd in vele culturen van de oudheid gebruikt als karakteristiek voorwerp om vrouwen mee af te beelden. In de keerzijde van spiegels graveerden de Etrusken voorstellingen die meestal waren ontleend aan de Griekse mythologie. Vaak waren dat liefdesscènes en amoureuze avonturen van Griekse en Etruskische goden, maar ook religieuze plechtigheden en godenverzamelingen kwamen voor.

Het sluitstuk van de tentoonstelling in Leiden zijn 25 gouden sieraden, gemaakt in neo-Etruskische stijl. Deze juwelen zijn afkomstig uit Nederlands particulier bezit en vervaardigd door goudsmeden die zich lieten inspireren door Etruskische vormen en technieken. De getoonde neo-Etruskische sieraden zijn gemaakt in de negentiende, twintigste en eenentwintigste eeuw.

Mannen met macht
In het Allard Pierson Museum in Amsterdam komt de Etruskische man aan bod. Hier is de hoofdrol weggelegd voor krijgsheren, priesters en prinsen. Het mannelijk machtsvertoon komt naar voren in thema’s als handel, rijkdom en religie.

Een van de topstukken van deze expositie is een askist met Odysseus. Het deksel van deze albasten askist stelt de overledene voor, aanliggend aan de eeuwige maaltijd. Het reliëf aan de voorkant laat een scène uit de Odyssee zien, waar de Grieken onder leiding van Odysseus op het eiland van de cycloop Polyphemos zijn beland. Daar werden ze opgesloten in zijn grot en ontsnapten met een list. Odysseus verblindde de reus aan zijn enige oog. Opvallend is dat op deze askist Polyphemos is afgebeeld met twee ogen in plaats van één. Ook is de Etruskische godin Vanth afgebeeld om de mannen te helpen ontsnappen.

Ook het tentoongestelde voorouderbeeldje, een van de vijf beeldjes uit het graf van de CinqueSedie (graf van de vijf zetels) mag je niet missen. In de linker bijkamer van het graf zaten de beeldjes op de vijf uit tufsteen uitgehakte zetels. De menselijke figuurtjes stellen waarschijnlijk de voorouders voor, die de overledenen moeten beschermen. Ze dragen ceremoniële kleding en daardoor wordt gedacht dat ze waarschijnlijk zijn afgebeeld op het moment van de begrafenis. De rechterarm is uitgestrekt naar voren, waarschijnlijk zijn ze weergegeven op het moment dat ze offeren. In de vooroudercultus namen de gestorvenen samen met de voorouders deel aan de rituele dodenmaaltijd.

Er is ook een beeldje van een krijger te zien, dat onderdeel was van een reusachtige bronzen drievoet, een standaard voor een groot bronzen bekken. Er waren drie krijgers die dienden als onderdeel van de poten. Een beeldje van een jonge vrouw (korè) ondersteunde het centrale deel van het bekken. Op de rand van het bekken waren dieren waaronder herten gemonteerd. De drievoet was een votiefgeschenk in een van de rijkste bronsdepots van de Etrusken, ontdekt in 1863. Het geschenk hoorde bij een cultusplaats waar giften werden gedeponeerd vanaf het begin van de zevende tot in de vijfde eeuw v.Chr. De beelden zijn waarschijnlijk in Chiusi geproduceerd en worden rond 560-550 v.Chr gedateerd.

     

Het sluitstuk van de tentoonstelling in Amsterdam vormt de foto-installatie van beeldend kunstenaar Krien Clevis, met de naam Levende Dodenstraat. Impressies van vergankelijk Cerveten. Krien Clevis heeft voor de tentoonstelling een aantal in- en uitgangen van Etruskische grafkamers in Cerveteri gefotografeerd. Deze monumentale foto’s geven een impressie van hoe de graven er oorspronkelijk uitzagen.

‘Nergens echter zijn grafuitrusting of kenmerkende grafgiften te zien. Het is de eigen schat, het natuurlijk proces van vergankelijkheid, dat zich langzaam prijsgeeft,’ zo vertelt zij over haar foto’s. De in- en uitgangen van de graftombes geven een tipje van de sluier weer van het hedendaagse Cerveteri, van de huidige staat van de grafhuizen, wat deze representeren en wat deze in het transformatieproces van het verval openbaren.

Etrusken
Bij de tentoonstelling verschijnt het boek Etrusken. Mannen met macht – Vrouwen van aanzien. De hoofdredactie van dit rijk geïllustreerde boek was in handen van dr. Iefke van Kampen (directeur van het Museo dell’Agro Veientano in Formello, Italië) en dr. Patricia S. Lulof (universitair hoofddocent, Universiteit van Amsterdam).

ISBN 9789040078064
€ 24,95
uitgeverij Wbooks

De tentoonstelling ‘Etrusken’ is te zien van 14 oktober 2011 tot en met 18 maart 2012. Voor een bezoek aan zowel het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden als aan het Alllard Pierson Museum in Amsterdam geldt gedurende de gehele tentoonstellingsperiode een toeslag van €3,- op de reguliere entreeprijs. In het Allard Pierson Museum betaal je deze toeslag alleen als je de tentoonstelling bezoekt, in het Rijksmuseum van Oudheden geldt de toeslag voor het hele museum. Wel betaal je deze toeslag slechts in één museum. Bij een bezoek aan het andere museum vervalt de toeslag wanneer je het entreebewijs van het eerste tentoonstellingsbezoek inlevert. Kijk voor meer informatie op www.etrusken.nl

okt 01

Vandaag gaat de Maand van de Geschiedenis van start. Tijdens de feestelijke openingsavond op 4 oktober presenteert Historisch Nieuwsblad het Maand van de Geschiedenisboek Lessen uit Rome van Fik Meijer, dat tijdens de Maand van de Geschiedenis voor slechts € 4,95 te koop is. In dit boek vraagt Meijer zich af of de oplossingen die de oude Romeinen bedachten voor de vreemdelingenproblematiek ons vandaag de dag nog van pas komen.

Kunnen de ingezetenen van de Europese Unie lering trekken uit de wijze waarop de opname van nieuwkomers in de grote metropool Rome verliep? Zijn de negatieve uitlatingen van elitaire Romeinen over de grote aantallen immigranten vergelijkbaar met de harde woorden van sommige moderne politici? Kan de onverdraagzame opstelling van de Romeinen tegenover het opkomende christendom ons nog lessen leren in onze omgang met de islam? En staan we aan de vooravond van een ongekende instroom van vreemdelingen vergelijkbaar met de volksverhuizingen die het Romeinse rijk ontwrichtten?

Fik Meijer geeft in Lessen uit Rome antwoorden uit het verleden en biedt perspectief op de toekomst. Een fragment:

‘Rome moet op nieuwkomers een verpletterende indruk hebben gemaakt. Als ze vanuit Ostia langs de Tiber lopend van verre de contouren van de stad zagen opdoemen, zullen ze zich wel eens hebben afgevraagd waar ze aan waren begonnen en of ze zich in die bruisende metropool staande zouden kunnen houden. Rome was niet te vergelijken met alle andere destijds bekende grote steden, ook niet met Alexandrië of Antiochië, die in de hellenistische tijd opvallend waren verfraaid en als wonderen van architectuur te boek stonden.

Keizer Augustus had zijn idee om van Rome een waardige hoofdstad van het rijk te maken vormgegeven: zijn omvangrijke bouwprogramma zette de toon voor een totale omvorming van de stad. Buit uit pas veroverde gebieden, de opbrengsten van belastingen in Egypte én zijn privévermogen verschaften hem daarvoor de benodigde financiële middelen. In de ruim veertig jaar van zijn regeringsperiode is er altijd wel ergens in Rome gebouwd. Augustus was aan het einde van zijn leven zo trots op de metamorfose die Rome had ondergaan dat hij er in zijn politieke testament uitgebreid gewag van maakte.

De aan hem toegeschreven uitspraak ‘ik trof een stad van baksteen aan en liet een stad van marmer achter’ zegt veel over de verwezenlijking van zijn droom. Zijn opvolgers wilden eveneens bijdragen aan de grandeur van Rome, vaak ter meerdere eer en glorie van zichzelf, en hebben de stad nog verder verfraaid. Keizer Trajanus (98–117), die de stad verrijkte met een immens forum,markthallen, een basiliek en bibliotheken, verwierf de reputatie Rome opnieuw te hebben gesticht en werd om die reden zelfs met Romulus vergeleken.

Het was voor nieuwkomers niet eenvoudig hun weg in Rome te vinden. Een inburgeringscursus ontbrak, en de Romeinen ontvingen de vreemdelingen bepaald niet met open armen. Een sociale politiek was er evenmin: migranten stonden er alleen voor. Alleen Romeinse proletariërs met burgerrecht die als stemvee van nut konden zijn voor de leden van de elite mochten op een (geringe) materiële ondersteuning rekenen en later op een maandelijkse hoeveelheid graan. De nieuwkomers die niet konden steunen op verwanten, vrienden of landgenoten zullen zich geregeld eenzaam hebben gevoeld.

De wijken waarin de migranten terechtkwamen boden geen vrolijke aanblik. Ze bestonden vooral uit smalle straatjes met grauwe flatgebouwen, waarvan de funderingen geregeld bezweken onder het geweld van het wassende water van de Tiber. In deze primitieve behuizing moesten nieuwkomers zich zien te redden. Het was een risicovol bestaan, omdat in de kleine flatjes van soms niet meer dan vijf bij vier meter altijd brandgevaar dreigde. Er was weliswaar een verordening die de bewoners van bepaalde wijken verbood in huis te koken om hun karige broodmenu met een ‘warme hap’ te veraangenamen, maar slechts weinigen hielden zich daaraan.

Als de vlammen hoog oplaaiden, zaten de bewoners van de hoogste appartementjes als ratten in de val. Maar ook als acute rampspoed uitbleef, was het wonen in die flatjes allesbehalve prettig. Er heersten gebrekkige hygiënische omstandigheden. Ziektekiemen tierden welig. Aansluitingen op het riool waren er niet. Overal slingerde huisvuil rond, omdat Rome geen vuilophaaldienst kende. De mensen werden geacht hun straatjes zelf schoon te houden,maar in de praktijk kwam daar niet veel van terecht.’

Over Fik Meijer
Fik Meijer (1942) werd in 1992 bijzonder hoogleraar in de Zeegeschiedenis en Maritieme Archeologie van de Klassieke Oudheid aan de Universiteit van Amsterdam. In 1999 werd hij daar benoemd tot gewoon hoogleraar Oude Geschiedenis. Sinds 2007 is hij met emeritaat. Meijer is een veelgelezen en veelgeprezen auteur van talloze artikelen en boeken over de oudheid en aanverwante onderwerpen. Fik Meijer is ambassadeur van de Maand van de Geschiedenis en geeft in oktober diverse lezingen. Een overzicht van zijn lezingen tijdens de Maand van de Geschiedenis is te vinden op www.maandvandegeschiedenis.innl.nl/fikmeijer.

Over de Maand van de Geschiedenis
Tijdens de Maand van de Geschiedenis 2011 bieden culturele organisaties in heel Nederland een gevarieerd en toegankelijk programma dat jong en oud aanspreekt. Het thema van dit jaar is ‘Ik en wij’ en gaat over de vele aspecten van de Nederlandse identiteit. Geïnteresseerden kunnen bijvoorbeeld op zoek gaan naar de herkomst van hun achternaam, lezingen bijwonen over typisch Nederlandse reclame of ontdekken hoe gastarbeiders in de periode 1960-1980 inwoners werden van de Gooi- en Vechtstreek. Kinderen kunnen ervaren hoe mensen in andere culturen rouwen en herdenken, een draaiorgeldiploma behalen of een game spelen en een eigen familiewapen verdienen. Een compleet overzicht van alle activiteiten staat op www.maandvandegeschiedenis.innl.nl.

Op 22 oktober vindt in de Zuiderkerk in Amsterdam de Nacht van de Geschiedenis plaats. Hoogtepunt is de uitreiking van de Libris Geschiedenis Prijs aan de auteur van het beste historische boek van 2011. Cabaretier Raoul Heertje presenteert een afwisselend programma met interviews, historische filmfragmenten, muziek en optredens van onder anderen de Britse romanschrijfster A.S. Byatt, Aaf Brandt Corstius, Jean Pierre Geelen en Hans Goedkoop. Zie voor meer informatie www.nachtvandegeschiedenis.innl.nl.

Tijdens de Maand van de Geschiedenis (die nog tot en met 31 oktober duurt) is het boek Lessen uit Rome van Fik Meijer voor nog geen 5 euro te koop.

Lessen uit Rome
Fik Meijer
ISBN 9789085710547
€ 4,95

preload preload preload