dec 23

Bij de pizza margherita van gisteren hoort natuurlijk een lekker Italiaans biertje. Want hoewel Italianen graag een glas wijn drinken, hebben ze bij een pizza toch echt de voorkeur voor una birra. Maar uiteraard niet zomaar een biertje; nee, de Italiaan gaat voor bier met een lintje. Bier met een blauw lintje om precies te zijn; Peroni Nastro Azzurro.

Dit blauwe lintje werd in 1963 door Carlo Peroni, de achterkleinzoon van Francesco Peroni, als handelsmerk van Peroni in de markt gezet. Zijn Nastro Azzurro (‘Blauw Lint’) zou zijn afgeleid van The Blue Riband, een prijs die dertig jaar eerder werd toegekend aan het Italiaanse passagiersschip SS Rex dat het snelst de Atlantische Oceaan wist over te steken. Inmiddels is het blauwe lintje verworden tot een synoniem voor Italiaanse kwaliteit en leefstijl.

Peroni zelf kent al een iets langere geschiedenis dan het blauwe lintje. In 1846 opende de brouwerij de deuren in Vigevano. In 1864 verhuisde Giovanni Peroni de brouwerij naar Rome, dat toen overigens nog niet de rol van Italiaanse hoofdstad had (Rome werd namelijk pas in 1870 hoofdstad van Italië).

Peroni Nastro Azzurro is zoals gezegd in 1963 ontstaan in Rome, precies in de jaren van de ontluikende Italiaanse luxe en stijl, die je terug ziet in de bekende design- en modemerken uit deze periode van la dolce vita. Sindsdien wordt Peroni – volgens origineel recept – in de Italiaanse hoofdstad gebrouwen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van ingrediënten van de hoogste kwaliteit: de edelste voorjaarsgerst in combinatie met een unieke mix van Italiaanse mout, maïs en hop. Peroni ’s brouwmeester is Roberto Cavalli (what’s in a name… het is echt een andere Cavalli dan de bekende modeontwerper). Hij is verantwoordelijk voor de productie van Peroni Nastro Azzurro, en het waarborgen van de kwaliteit en authenticiteit bij het brouwen en bottelen.

Peroni is in Italië – en bij Italianen in het buitenland – alom geliefd. Stijliconen als Giorgio Locatelli drinken graag een Peroni, en ook merken als Fiat en – ja, echt – wijnhuis Antinori, dragen het merk op handen. Peroni wordt beschouwd als een tijdloze Italiaanse klassieker en is onmisbaar voor wie la bella figura naleeft; die typische Italiaanse manier van leven waarin gevoel voor stijl en schoonheid de boventoon voert. Een manier die is doordrongen van trots en historie, die wordt doorgevoerd tot in de kleinste details.

Geheel in lijn met de Italiaanse wortels omarmt Peroni sinds kort ook in Nederland deze Italiaanse stijl. ‘Peroni Nastro Azzurro wil grenzen doorbreken en de traditionele biermarkt als het ware uitdagen. In Italië draait alles om authenticiteit, mode, stijl en kwaliteit en met Peroni Nastro Azzurro, een intens helder, verfrissend premium bier willen wij het Italiaanse, wat iedereen in zich heeft, naar boven halen,’ aldus Michal Rabiej, die als brand development manager verantwoordelijk is voor Peroni in Nederland.

In het kader van de lancering opende Peroni op 27 oktober j.l. Emporio Peroni, om de hoek van de exclusieve PC Hooftstraat in Amsterdam. Het was een non-shop, de enige shop waar niet kan worden gewinkeld en enkel ‘window shopping’ is toegestaan. Helaas is Emporio Peroni inmiddels weer gesloten, maar een Peroni proeven kan natuurlijk nog steeds, bij stijlvolle Italiaanse restaurants, in trendy bars en clubs en bij vooraanstaande traiteurs en delicatessenzaken in Amsterdam. Onder aan dit verhaal vind je een lijstje met de precieze Peroni-adressen.

Wil je het bier met het blauwe lintje in de stad proeven waar het wordt gebrouwen, ga dan naar de Antica Birreria Peroni (Via S. Marcello 19, dicht bij de Trevifontein). Bestel een Peroni Nastro Azzurro en geniet van het bier en de bierhistorie die overal om je heen te zien is. Salute!

www.anticabirreriaperoni.com

Peroni drink je in Nederland bij:

Assaggi
Tweede Egelantiersdwarsstr 6
1015 SC Amsterdam
020-4205589

Bar Italia
Rokin 81-83/Nes 96
1012 KJ Amsterdam
020-6202442

Bella Vista
Johannes Verhulststraat 156
1071 NP Amsterdam
020-6713888

Café de Curtis
2e Anjeliersdwarsstraat 6
1015 NT Amsterdam
020-4200767

Restaurant d’Antica
Reguliersdwarsstraat 80-82
1017 BN Amsterdam
020-6233862

Da Portare Via
Leliegracht 34 
1015 DG Amsterdam

Da Portare Via
Frans Halsstraat 63
1072 BM Amsterdam

Da Portare Via
Copernicusstraat 49
1098 JE Amsterdam

De Pizzabakkers  
Haarlemmerdijk 128  
1013 JJ Amsterdam  
020-4274144

De Pizzabakkers
Overtoom 501
1054 LH Amsterdam
020-6186554

De Pizzabakkers  
Plantage Kerklaan 2  
1018 TA Amsterdam  
020-6250740

De Pizzakamer
2e van der Helststraat 16
1072 PD Amsterdam
020-2211457

Di Donna Sofia
Anjeliersstraat 300
1015 NK Amsterdam
020-6234104

Eden Manor Hotel
Linnaeusstraat 89 
1093 EK Amsterdam
020-7008400

Feduzzi Mercato
Scheldestraat 63
1078 GH Amsterdam
020-6765338

Foodware  
Westerstraat 116  
1015 MN Amsterdam  
020-3308835 

Foodware
Looiersgracht 12
1016 VS Amsterdam
020-6208898

Foodware
Corn. Krusemanstraat 11
1075 NB Amsterdam
020-4707310

Hilton Amsterdam
Apollolaan 138 
1077 BG Amsterdam
020-7106000

Il Cavallino
Maasstraat 67
1078 HE Amsterdam
020-6753814

Le 4 Stagioni
Johannes Verhulststraat 32
1071 NE Amsterdam
020-6620071

MOMO Bar & Restaurant
Hobbemastraat 1
1071 XZ Amsterdam
020-6717474

Pazzi
1e Looiersdwarsstraat 4
1016 VM Amsterdam
020-3202800

Pasta Tricolore
P.C. Hooftstraat 52
1071 CA Amsterdam
020-6648314

Toscanini
Lindengracht 75
1015 KD Amsterdam
020-6232813

Vesper Bar
Vinkenstraat 57
1013 JM Amsterdam
020-8464458

nov 26

Tot en met februari 2012 staat een groot aantal Nederlandse filmhuizen in het teken van de Italiaanse filmcomponist Nino Rota, die onder meer de muziek van The godfather-trilogie van Francis Ford Coppola en van de meeste films van Federico Fellini componeerde.

Wonderkind en Oscarwinnaar Nino Rota (1911-1978) is een van de belangrijkste filmcomponisten van de twintigste eeuw. Hoewel zijn naam minder bekend is bij het grote publiek, kent vrijwel iedereen zijn werk. Hij is degene die de muziek voor de eerste twee delen van The godfather-trilogie bedacht, net als de muziek die onlosmakelijk is verbonden met Fellini’s La strada, La dolce vita en Il Casanova. Ook componeerde Rota voor regisseurs als Luchino Visconti (Il gattopardo) en Franco Zeffirelli (Romeo and Juliet).

Naast filmmuziek heeft Rota een gevarieerd klassiek oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit kamermuziek, symfonische en religieuze muziek, gezangen en opera’s. Zowel zijn kamermuziekwerken als zijn concerten en symfonieën zijn tonaal, doen soms klassiek en soms romantisch aan en zijn op een bijzondere manier zeer oorspronkelijk en herkenbaar. Rota maakt geen onderscheid tussen filmmuziek en serieuze muziek. Het gevolg van die mentaliteit is dat regelmatig delen van zijn filmmuziek in zijn overige composities verschijnen en vice versa.

Rota’s werk is van onbesproken muzikale kwaliteit; het zijn autonome composities die overeind blijven zonder de filmbeelden erbij te zien. Je zou zelfs kunnen stellen dat zonder zijn bijdrage de films waarvoor hij de muziek schreef minder grote meesterwerken zouden zijn geworden. Nino Rota maakt er geen geheim van dat hij voor zijn composities regelmatig gebruik maakt van muzikale verwijzingen. Bij tijd en wijle citeert hij uit zowel eigen werk als werk van anderen, haalt hij stukken muziek aan, veroorlooft hij zich imitaties, maakt hij gebruik van pastiche en hergebruikt hij zijn eigen composities. Zo liep Rota ooit de Oscar voor Beste Filmmuziek voor The godfather mis, omdat hij hierin een eerdere, door hem zelf gecomponeerde melodie hergebruikt.

The Godfather

Het programma dat nog tot en met februari 2012 langs de filmtheaters rouleert, bestaat uit ongeveer twintig films waarvoor Rota de muziek componeerde. Deelnemende filmtheaters zijn:

Chassé Cinema, Breda
Concordia Cinema, Enschede
De Lieve Vrouw, Amersfoort
Filmhuis Den Haag
Filmhuis De Keizer, Deventer
Filmschuur Haarlem
Filmtheater Hilversum
Filmtheater ‘t Hoogt, Utrecht
Focus Filmtheater, Arnhem
ForumImages, Groningen
Het Ketelhuis, Amsterdam
LantarenVenster, Rotterdam
Lumière, Maastricht
Lux, Nijmegen
Oostereiland, Hoorn
Plaza Futura, Eindhoven
Verkadefabriek, ’s-Hertogenbosch

In Filmhuis Den Haag is bovendien tot half december 2011 een kleine tentoonstelling te zien, met filmaffiches, magazine covers, reclamemateriaal en stills van films waarvoor Rota de muziek componeerde. Het Residentie Orkest verzorgt op de geboortedag van de maestro (3 december precies 100 jaar geleden) een avondvullend concert met filmmuziek van Nino Rota in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag.

Nino Rota

Het EYE Film Instituut Nederland (Filmmuseum) te Amsterdam sluit van 15 tot en met 20 december aan bij het programma, met de vertoning van bijzondere films uit hun archief.

Meer informatie over Nino Rota en het programma dat deze winter in de filmtheaters wordt georganiseerd, vind je hier. Morgen duiken we dieper in de filmmuziek zelf, aan de hand van een nieuwe cd van I Compani. Uiteraard met fragment om te luisteren!

Getagd met:
nov 05

Voor mijn vertrek naar Florence had ik nooit kunnen denken hier een fotograaf te ontmoeten die eerder dit jaar in Amsterdam was om daar de prachtigste interieurs te fotograferen. Gelukkig is de werkelijkheid vaak mooier dan mijn fantasie ooit kan vermoeden, want ik had deze gepassioneerde fotograaf niet graag gemist.

Over de ontmoeting met Massimo Listri kan ik helaas nog niet teveel loslaten (ik mag alleen verklappen dat ik hem sprak voor de reisgids De smaak van Florence, die in april 2012 verschijnt en voor de samenstelling waarvan ik nu door Florence mag wandelen), maar ik wil jullie wel graag alvast kennis laten maken met zijn foto’s van Amsterdamse interieurs, die te zien zijn in het boek Wonen in stijl Amsterdam.

Deze foto’s gunnen je een blik op de stijlvolle en kunstzinnig gedecoreerde huizen die Amsterdam rijk is. Massimo Listri ging samen met auteur Melanie van Ogtrop op pad en selecteerde samen met haar een veertigtal interieurs van enthousiaste bewoners, kunstenaars, verzamelaars en enkele antiekhandels.

‘Amsterdam is een stad in voortdurende beweging, met een sterk cultureel klimaat en een rijke geschiedenis. De historische stad, het labyrint van grachten en de karakteristieke grachtenpanden zijn wereldberoemd. In augustus 2010 werd de Amsterdamse grachtengordel zelfs toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van Unesco!

Achter de gevels van de altijd bruisende, alom geroemde stad Amsterdam gaan vele verrassingen schuil. De rijke historie van de stad en de creativiteit en acute handelsgeest van de multiculturele bewoners, zijn terug te vinden in de verscheidenheid aan interieurs. Zo zijn er huizen die nog ongewijzigd hun verleden etaleren, alsook innovatieve en hedendaagse interieurs die voldoen aan de eisen en behoeften van vandaag, uitgerust met de allerlaatste technische snufjes.

Een klein voorproefje van Massimo Listri’s foto’s:

Hoewel ik blij ben Italiaanse grond onder mijn voeten te voelen, krijg ik bij het zien van Massimo’s foto’s en het horen van zijn enthousiaste verhalen over Amsterdam toch een klein beetje heimwee.

Vreemd eigenlijk, als ik in Amsterdam ben heb ik heimwee naar een echte cappuccino, het heerlijk luide Italiaans, liefst verhaald met veel gebaren, de zon op de prachtig gekleurde gevels, het feit dat er op elke straathoek een enorme hoeveelheid geschiedenis voor het oprapen ligt…

Ben ik in Italië, dan voel ik me over het algemeen thuis en heb ik geen last van dergelijke nostalgische mancanze. Toch steekt ook hier af toe heimwee naar een boterham met hagelslag, de Amsterdamse grachten op zondagochtend of zomaar een eindje fietsen de kop op.

Gelukkig kan ik met Massimo’s boek zo’n momentje van heimwee pareren, want je waant je echt even in Amsterdam. En het leuke is: je kunt nu binnenkijken bij al die huizen waar je normaal gesproken nieuwsgierig naar binnen probeert te kijken, omdat je vermoedt dat er heel wat moois achter schuil gaat. Nu mag je ongegeneerd gluren, details bestuderen, kijken wat er aan de muur hangt en welke boeken er in de kast staan. Bovendien doe je zo heel veel ideeën op voor je eigen interieur – in Amsterdam, in Florence of waar dan ook.

Wonen in stijl in Amsterdam
Melanie van Ogtrop (tekst) & Massimo Listri (fotografie)
ISBN 9789088810251
€ 49,90
uitgever VdH Books

Over de fotograaf en auteur
Massimo Listri is een internationaal geprezen fotograaf die in Florence woont. Recent werd zijn werk daar tentoongesteld in het Palazzo Pitti. Als fotograaf is hij gespecialiseerd in architectuur- en interieuropnames. Hij realiseerde verschillende coffee-table books en werkt samen met grote Italiaanse en buitenlandse tijdschriften, waaronder Architectural Digest, Connaissance des Arts, Beaux Arts magazine, L’Oeil en FMR Magazine.

Melanie van Ogtrop werd in Frankrijk opgevoed en kwam op haar zestiende naar Nederland. Ze is kunsthistorica en werkte bij Sotheby’s Amsterdam en Milaan. Vervolgens ging ze in de leer bij Pinin Brambilla Barcilon, bij wie ze schilderijen restaureerde, en later werkte ze ook in restauratieatelier Van Litsenburg. Daarna was ze werkzaam bij Christie’s en in 2009 opende ze in Amsterdam de non-profit kunstgalerie Circle Gallery.

okt 08

Aanstaande vrijdag, 14 oktober, gaat een intrigerende dubbeltentoonstelling over de Etrusken van start in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Deze unieke tentoonstellingen vertellen het intrigerende verhaal over de Etruskische rijkdom, religie, macht en pracht, met honderden topstukken uit zowel de eigen collecties als uit vele buitenlandse musea. Elke tentoonstelling doet dit vanuit een eigen invalshoek.

Vrouwen van aanzien
De tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden stelt de vrouwelijke verhaallijn centraal en neemt je mee naar de wereld van prinsessen, godinnen en de geëmancipeerde plaats van vrouwen in de Etruskische maatschappij. Die was voor die tijd heel bijzonder: niet eerder stond de vrouw zo op gelijke voet met de man. Ook hun traditionele rol als moeder en echtgenote komt aan bod.

In een sfeervol decor van een Toscaanse landschap en kleurrijke fresco’s worden onder meer prachtige gouden sieraden, beelden van godinnen en rijk versierd aardewerk tentoongesteld. Ook is er een spectaculaire 3D-reconstructie van het beroemde Regolini-Galassi graf met originele grafgiften (waarover morgen meer) en een reconstructie van een deel van de imposante Portonaccio-tempel en een Etruskisch graf.

Een van de topstukken is een sieraad van een rijke Etruskische dame, dat vermoedelijk gediend heeft als broche. Op de achterkant is namelijk een aanhechtingspunt voor een speld aangebracht. De broche toont het meesterschap van de Etruskische goudsmeden: op een gouden plaat is in verschillende technieken een ingewikkeld patroon gesmeed, met in het midden een robijn.

De Etruskische goudsmeden gebruikten verschillende technieken voor deze sierschijf. Een daarvan is het werken met filigraan: dunne draadjes goud, die de schijf rondom versieren. De Etrusken blonken ook uit in de granulatietechniek, waarbij ze kleine korreltjes goud in een bepaald patroon op een sieraad aanbrachten. Wanneer het voorwerp wordt verhit, hechten de korreltjes zich op de ondergrond zonder ermee te versmelten.

Ook de armband van de Etruskische dame die was begraven in het beroemde Regolini-Galassi-graf in Cerveteri is een prachtig voorbeeld van het hoogstaande vakmanschap van de Etruskische goudsmeden. De verfijnde decoratie van vrouwenfiguurtjes tussen boompjes, palmetten en lotusbloemen is gemaakt volgens de repoussétechniek (een soort ponsversiering) en de net genoemde granulatietechniek. Overigens is men er niet helemaal zeker van dat het een armband betreft. Aangezien er nog een vrijwel identiek exemplaar in het graf is gevonden, zou het ook een oorring kunnen zijn.

De tentoonstelling laat ook een prachtige spiegel zien, die duidelijk maakt dat de Etruskische wereld door de Grieken werd beïnvloed. Een bekende Griekse mythe is die van het Paris-oordeel. Paris moest uit drie godinnen de mooiste kiezen. Toen hij de godin van de liefde Aphrodite koos, werd hem de mooiste vrouw ter wereld beloofd. Op deze spiegel is te zien hoe de godin Turan (=Aphrodite) Paris voorstelt aan de naakte Helena, de mooiste vrouw ter wereld. Aan de rechterkant staat haar echtgenoot Menelaos.

Waarschijnlijk waren het de handelscontacten met Noord-Afrika die de Etrusken inspireerden tot het zelf maken van bronzen spiegels. In de loop der eeuwen werden ze steeds vaardiger in het maken van deze ronde kunstwerkjes. De spiegel werd in vele culturen van de oudheid gebruikt als karakteristiek voorwerp om vrouwen mee af te beelden. In de keerzijde van spiegels graveerden de Etrusken voorstellingen die meestal waren ontleend aan de Griekse mythologie. Vaak waren dat liefdesscènes en amoureuze avonturen van Griekse en Etruskische goden, maar ook religieuze plechtigheden en godenverzamelingen kwamen voor.

Het sluitstuk van de tentoonstelling in Leiden zijn 25 gouden sieraden, gemaakt in neo-Etruskische stijl. Deze juwelen zijn afkomstig uit Nederlands particulier bezit en vervaardigd door goudsmeden die zich lieten inspireren door Etruskische vormen en technieken. De getoonde neo-Etruskische sieraden zijn gemaakt in de negentiende, twintigste en eenentwintigste eeuw.

Mannen met macht
In het Allard Pierson Museum in Amsterdam komt de Etruskische man aan bod. Hier is de hoofdrol weggelegd voor krijgsheren, priesters en prinsen. Het mannelijk machtsvertoon komt naar voren in thema’s als handel, rijkdom en religie.

Een van de topstukken van deze expositie is een askist met Odysseus. Het deksel van deze albasten askist stelt de overledene voor, aanliggend aan de eeuwige maaltijd. Het reliëf aan de voorkant laat een scène uit de Odyssee zien, waar de Grieken onder leiding van Odysseus op het eiland van de cycloop Polyphemos zijn beland. Daar werden ze opgesloten in zijn grot en ontsnapten met een list. Odysseus verblindde de reus aan zijn enige oog. Opvallend is dat op deze askist Polyphemos is afgebeeld met twee ogen in plaats van één. Ook is de Etruskische godin Vanth afgebeeld om de mannen te helpen ontsnappen.

Ook het tentoongestelde voorouderbeeldje, een van de vijf beeldjes uit het graf van de CinqueSedie (graf van de vijf zetels) mag je niet missen. In de linker bijkamer van het graf zaten de beeldjes op de vijf uit tufsteen uitgehakte zetels. De menselijke figuurtjes stellen waarschijnlijk de voorouders voor, die de overledenen moeten beschermen. Ze dragen ceremoniële kleding en daardoor wordt gedacht dat ze waarschijnlijk zijn afgebeeld op het moment van de begrafenis. De rechterarm is uitgestrekt naar voren, waarschijnlijk zijn ze weergegeven op het moment dat ze offeren. In de vooroudercultus namen de gestorvenen samen met de voorouders deel aan de rituele dodenmaaltijd.

Er is ook een beeldje van een krijger te zien, dat onderdeel was van een reusachtige bronzen drievoet, een standaard voor een groot bronzen bekken. Er waren drie krijgers die dienden als onderdeel van de poten. Een beeldje van een jonge vrouw (korè) ondersteunde het centrale deel van het bekken. Op de rand van het bekken waren dieren waaronder herten gemonteerd. De drievoet was een votiefgeschenk in een van de rijkste bronsdepots van de Etrusken, ontdekt in 1863. Het geschenk hoorde bij een cultusplaats waar giften werden gedeponeerd vanaf het begin van de zevende tot in de vijfde eeuw v.Chr. De beelden zijn waarschijnlijk in Chiusi geproduceerd en worden rond 560-550 v.Chr gedateerd.

     

Het sluitstuk van de tentoonstelling in Amsterdam vormt de foto-installatie van beeldend kunstenaar Krien Clevis, met de naam Levende Dodenstraat. Impressies van vergankelijk Cerveten. Krien Clevis heeft voor de tentoonstelling een aantal in- en uitgangen van Etruskische grafkamers in Cerveteri gefotografeerd. Deze monumentale foto’s geven een impressie van hoe de graven er oorspronkelijk uitzagen.

‘Nergens echter zijn grafuitrusting of kenmerkende grafgiften te zien. Het is de eigen schat, het natuurlijk proces van vergankelijkheid, dat zich langzaam prijsgeeft,’ zo vertelt zij over haar foto’s. De in- en uitgangen van de graftombes geven een tipje van de sluier weer van het hedendaagse Cerveteri, van de huidige staat van de grafhuizen, wat deze representeren en wat deze in het transformatieproces van het verval openbaren.

Etrusken
Bij de tentoonstelling verschijnt het boek Etrusken. Mannen met macht – Vrouwen van aanzien. De hoofdredactie van dit rijk geïllustreerde boek was in handen van dr. Iefke van Kampen (directeur van het Museo dell’Agro Veientano in Formello, Italië) en dr. Patricia S. Lulof (universitair hoofddocent, Universiteit van Amsterdam).

ISBN 9789040078064
€ 24,95
uitgeverij Wbooks

De tentoonstelling ‘Etrusken’ is te zien van 14 oktober 2011 tot en met 18 maart 2012. Voor een bezoek aan zowel het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden als aan het Alllard Pierson Museum in Amsterdam geldt gedurende de gehele tentoonstellingsperiode een toeslag van €3,- op de reguliere entreeprijs. In het Allard Pierson Museum betaal je deze toeslag alleen als je de tentoonstelling bezoekt, in het Rijksmuseum van Oudheden geldt de toeslag voor het hele museum. Wel betaal je deze toeslag slechts in één museum. Bij een bezoek aan het andere museum vervalt de toeslag wanneer je het entreebewijs van het eerste tentoonstellingsbezoek inlevert. Kijk voor meer informatie op www.etrusken.nl

okt 01

Vandaag gaat de Maand van de Geschiedenis van start. Tijdens de feestelijke openingsavond op 4 oktober presenteert Historisch Nieuwsblad het Maand van de Geschiedenisboek Lessen uit Rome van Fik Meijer, dat tijdens de Maand van de Geschiedenis voor slechts € 4,95 te koop is. In dit boek vraagt Meijer zich af of de oplossingen die de oude Romeinen bedachten voor de vreemdelingenproblematiek ons vandaag de dag nog van pas komen.

Kunnen de ingezetenen van de Europese Unie lering trekken uit de wijze waarop de opname van nieuwkomers in de grote metropool Rome verliep? Zijn de negatieve uitlatingen van elitaire Romeinen over de grote aantallen immigranten vergelijkbaar met de harde woorden van sommige moderne politici? Kan de onverdraagzame opstelling van de Romeinen tegenover het opkomende christendom ons nog lessen leren in onze omgang met de islam? En staan we aan de vooravond van een ongekende instroom van vreemdelingen vergelijkbaar met de volksverhuizingen die het Romeinse rijk ontwrichtten?

Fik Meijer geeft in Lessen uit Rome antwoorden uit het verleden en biedt perspectief op de toekomst. Een fragment:

‘Rome moet op nieuwkomers een verpletterende indruk hebben gemaakt. Als ze vanuit Ostia langs de Tiber lopend van verre de contouren van de stad zagen opdoemen, zullen ze zich wel eens hebben afgevraagd waar ze aan waren begonnen en of ze zich in die bruisende metropool staande zouden kunnen houden. Rome was niet te vergelijken met alle andere destijds bekende grote steden, ook niet met Alexandrië of Antiochië, die in de hellenistische tijd opvallend waren verfraaid en als wonderen van architectuur te boek stonden.

Keizer Augustus had zijn idee om van Rome een waardige hoofdstad van het rijk te maken vormgegeven: zijn omvangrijke bouwprogramma zette de toon voor een totale omvorming van de stad. Buit uit pas veroverde gebieden, de opbrengsten van belastingen in Egypte én zijn privévermogen verschaften hem daarvoor de benodigde financiële middelen. In de ruim veertig jaar van zijn regeringsperiode is er altijd wel ergens in Rome gebouwd. Augustus was aan het einde van zijn leven zo trots op de metamorfose die Rome had ondergaan dat hij er in zijn politieke testament uitgebreid gewag van maakte.

De aan hem toegeschreven uitspraak ‘ik trof een stad van baksteen aan en liet een stad van marmer achter’ zegt veel over de verwezenlijking van zijn droom. Zijn opvolgers wilden eveneens bijdragen aan de grandeur van Rome, vaak ter meerdere eer en glorie van zichzelf, en hebben de stad nog verder verfraaid. Keizer Trajanus (98–117), die de stad verrijkte met een immens forum,markthallen, een basiliek en bibliotheken, verwierf de reputatie Rome opnieuw te hebben gesticht en werd om die reden zelfs met Romulus vergeleken.

Het was voor nieuwkomers niet eenvoudig hun weg in Rome te vinden. Een inburgeringscursus ontbrak, en de Romeinen ontvingen de vreemdelingen bepaald niet met open armen. Een sociale politiek was er evenmin: migranten stonden er alleen voor. Alleen Romeinse proletariërs met burgerrecht die als stemvee van nut konden zijn voor de leden van de elite mochten op een (geringe) materiële ondersteuning rekenen en later op een maandelijkse hoeveelheid graan. De nieuwkomers die niet konden steunen op verwanten, vrienden of landgenoten zullen zich geregeld eenzaam hebben gevoeld.

De wijken waarin de migranten terechtkwamen boden geen vrolijke aanblik. Ze bestonden vooral uit smalle straatjes met grauwe flatgebouwen, waarvan de funderingen geregeld bezweken onder het geweld van het wassende water van de Tiber. In deze primitieve behuizing moesten nieuwkomers zich zien te redden. Het was een risicovol bestaan, omdat in de kleine flatjes van soms niet meer dan vijf bij vier meter altijd brandgevaar dreigde. Er was weliswaar een verordening die de bewoners van bepaalde wijken verbood in huis te koken om hun karige broodmenu met een ‘warme hap’ te veraangenamen, maar slechts weinigen hielden zich daaraan.

Als de vlammen hoog oplaaiden, zaten de bewoners van de hoogste appartementjes als ratten in de val. Maar ook als acute rampspoed uitbleef, was het wonen in die flatjes allesbehalve prettig. Er heersten gebrekkige hygiënische omstandigheden. Ziektekiemen tierden welig. Aansluitingen op het riool waren er niet. Overal slingerde huisvuil rond, omdat Rome geen vuilophaaldienst kende. De mensen werden geacht hun straatjes zelf schoon te houden,maar in de praktijk kwam daar niet veel van terecht.’

Over Fik Meijer
Fik Meijer (1942) werd in 1992 bijzonder hoogleraar in de Zeegeschiedenis en Maritieme Archeologie van de Klassieke Oudheid aan de Universiteit van Amsterdam. In 1999 werd hij daar benoemd tot gewoon hoogleraar Oude Geschiedenis. Sinds 2007 is hij met emeritaat. Meijer is een veelgelezen en veelgeprezen auteur van talloze artikelen en boeken over de oudheid en aanverwante onderwerpen. Fik Meijer is ambassadeur van de Maand van de Geschiedenis en geeft in oktober diverse lezingen. Een overzicht van zijn lezingen tijdens de Maand van de Geschiedenis is te vinden op www.maandvandegeschiedenis.innl.nl/fikmeijer.

Over de Maand van de Geschiedenis
Tijdens de Maand van de Geschiedenis 2011 bieden culturele organisaties in heel Nederland een gevarieerd en toegankelijk programma dat jong en oud aanspreekt. Het thema van dit jaar is ‘Ik en wij’ en gaat over de vele aspecten van de Nederlandse identiteit. Geïnteresseerden kunnen bijvoorbeeld op zoek gaan naar de herkomst van hun achternaam, lezingen bijwonen over typisch Nederlandse reclame of ontdekken hoe gastarbeiders in de periode 1960-1980 inwoners werden van de Gooi- en Vechtstreek. Kinderen kunnen ervaren hoe mensen in andere culturen rouwen en herdenken, een draaiorgeldiploma behalen of een game spelen en een eigen familiewapen verdienen. Een compleet overzicht van alle activiteiten staat op www.maandvandegeschiedenis.innl.nl.

Op 22 oktober vindt in de Zuiderkerk in Amsterdam de Nacht van de Geschiedenis plaats. Hoogtepunt is de uitreiking van de Libris Geschiedenis Prijs aan de auteur van het beste historische boek van 2011. Cabaretier Raoul Heertje presenteert een afwisselend programma met interviews, historische filmfragmenten, muziek en optredens van onder anderen de Britse romanschrijfster A.S. Byatt, Aaf Brandt Corstius, Jean Pierre Geelen en Hans Goedkoop. Zie voor meer informatie www.nachtvandegeschiedenis.innl.nl.

Tijdens de Maand van de Geschiedenis (die nog tot en met 31 oktober duurt) is het boek Lessen uit Rome van Fik Meijer voor nog geen 5 euro te koop.

Lessen uit Rome
Fik Meijer
ISBN 9789085710547
€ 4,95

sep 30

Naast alle reizen en reisjes voor Ciao tutti, het bezoeken van grote tentoonstellingen in Italië en Nederland en het lezen van heel veel Italiëgerelateerde (kook)boeken, houd ik me deze weken ook bezig met de voorbereidingen voor het congres Italiaanse zaken, dat dit jaar helemaal in het teken staat van Made in Italy.

Een van de hoogtepunten van het congres is, voor mij en mijn medeorganisatoren althans, de komst van Oscar Farinetti, directeur van Eataly. Het is voor het eerst dat deze food-goeroe naar Nederland komt en daar zijn we best een beetje trots op.

Voor degenen die hem en/of Eataly niet kennen, een klein voorproefje uit de net verschenen editie van het vakblad Italië in Bedrijf, waarin we een groot interview met Oscar Farinetti hebben gepubliceerd:

‘Gedurende mijn zomervakantie aan de Cote d’Azur heb ik veel tomaten gegeten. Mijn eigen tomaten wel te verstaan. Cuore di bue (koeienhart) heten ze. Grote, smaakvolle tomaten uit mijn eigen groentetuin. Ik maakte er van alles van: salade, die Spaanse soep, hoe heet het ook alweer, oh ja gazpacho, en gewoon een pasta al pomodoro. Verder haalde ik iedere dag verse vis in het haventje niet ver van mijn vakantiehuis. Goedkope vis. Sardines, ansjovis, zeebarbeel… Gestoofd met wat olie, oregano en citroen. Heerlijk!’

Oscar Farinetti kan het zich niet veroorloven niet goed te eten, waar hij ook gaat of staat. Als oprichter en eigenaar van het kwaliteits-foodconcept Eataly en eigenaar van het wijnhuis Fontanafredda staat de inwendige mens in zijn leven voorop. ‘Gelukkig heb ik een baan waardoor ik overal de beste culinaire adviezen krijg. En anders pak ik een Michelin- of Slow Food-gids erbij. Die zitten bijna altijd goed.’

Farinetti opende in 2007 de eerst vestiging van Eataly, een totaal nieuw winkelconcept. Naast de oude Fiat-fabriek in Turijn verrees een gigantische ‘supermarkt’ van kwaliteitsvoedingsproducten. Farinetti koos bewust voor een soort supermarktmodel om duidelijk te maken dat hoge kwaliteit ook voor heel acceptabele prijzen te koop kan zijn. Eataly noemt zichzelf in het officiële manifest ‘een nieuwe manier van distributie van levensmiddelen van de best beschikbare niet-industriële producten. Geïnspireerd door de kernwoorden samen delen, duurzaamheid en verantwoordelijkheid.’

De winkel in Turijn is voor de helft gevuld met producten uit de eigen regio, Piemonte. Farinetti: ‘De andere helft is voor het beste van de rest van Italië. In iedere regio of land gaat het zo. In Genua bestaat het assortiment dus voor de helft uit producten uit Ligurië. En in New York uit Amerikaanse producten. Maar overal ook het beste van Italië. En omdat we zelf Piemontezen zijn, daar natuurlijk nog iets meer van.’

Congres Made in Italy
Tijdens het congres Italiaanse Zaken spreekt Oscar Farinetti over zijn ervaringen bij Eataly en het belang van het keurmerk ‘Made in Italy’. Made in Italy staat voor kwaliteit, design, vakmanschap, maar ook voor Italiaanse levenskunst: voor innovatie, inspiratie en creativiteit. Bovenal staat Made in Italy voor enogastronomie; voor authentieke Italiaanse producten en wijnen uit diverse regio’s.

Made in Italy is het bekendste keurmerk ter wereld – en waarschijnlijk ook het meest gefalsificeerde. Voor de Italiaanse economie betekenen de vervalsingen een jaarlijkse schadepost van 34 miljard euro. Aan al deze facetten van het keurmerk besteedt het congres aandacht. Een reeks interessante sprekers, toonaangevend op hun vakgebied, praten je bij over Made in Italy.

Ambassadeur Franco Giordano zal het congres openen. Oscar Farinetti, grondlegger van Eataly licht vervolgens zijn concept en filosofie toe. Keynote speaker en econoom Antonio Ricciardi, bekend van zijn bijdragen aan de zakenkrant Il Sole 24 Ore, bespreekt Made in Italy als driver voor de Italiaanse economie – en benoemt tal van nieuwe zakelijke kansen in diverse sectoren.

                         

Oscar Farinetti                                                                       Antonio Ricciardi

Een paneldiscussie met advocaten, marketeers, succesvolle jonge en internationale ondernemers bespreekt Made in Italy als keurmerk – met aandacht voor branding & marketing, intellectueel eigendom, succesverhalen en de ‘harde praktijk’ van het zakendoen.

Na de koffiepauze kun je deelnemen aan twee workshops naar keuze. Tijdens de workshop ‘Made in Italy: het bekendste merk ter wereld’ kun je nader kennismaken met Antonio Ricciardi en de diverse panelleden.

De workshop ‘Made in Italy: een wereld aan voortreffelijk eten & drinken’ wordt verzorgd door Oscar Farinetti en Roberto Payer, voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel, en laat je het echte Italië proeven.

De derde workshop onthult alle geheimen van de truffel. Wat is de geschiedenis van dit gouden exportproduct? Welke beroemde gerechten en combinaties met truffel staan internationaal op de kaart?

De vierde en laatste workshop besteedt aandacht aan het keurmerk Ospitalità Italiana. Enkele Italiaanse restaurants in Nederland ontvingen dit jaar voor het eerst dit prestigieuze keurmerk, waarmee ze zich kwalificeren als ‘echte’ Italiaanse restaurants. In de gelijknamige workshop kom je ‘alles’ te weten over dit keurmerk, dat een belangrijke stimulans is voor het upgraden van de Italiaanse restaurants in Nederland als filosofie en als unique selling point in diverse sectoren.

Het congres wordt ook nog eens afgesloten met een uitgebreide Italiaanse netwerklunch, dus na alle inhoudelijke speeches, discussies en workshops kun je echt genieten van veel Made in Italy-producten.

Het jaarlijkse congres ‘Italiaanse Zaken’ is een initiatief van de Italiaanse Kamer van Koophandel voor Nederland en wordt georganiseerd door de Italiaanse Kamer van Koophandel voor Nederland in samenwerking met The Art of Doing Business bv en vakblad Italië in Bedrijf.

Het congres vindt plaats op vrijdag 11 november 2011 in het Hilton hotel te Amsterdam. Inschrijven voor dit congres kan via de website van de Italiaanse Kamer van Koophandel.

sep 19

Vorige week verhuisden heel wat schilderijen van Rubens van de Hermitage in Sint Petersburg naar Amsterdam. In de Hermitage is sinds afgelopen weekend namelijk een grote tentoonstelling over deze en andere Vlaamse schilders te zien.

De zalen in de Hermitage tonen een magistraal overzicht van 75 schilderijen en circa 20 tekeningen, waaronder talrijke meesterwerken van de grote drie van de Antwerpse school: Peter Paul Rubens, Anthonie van Dyck en Jacob Jordaens, aangevuld met werken van diverse eveneens bekende tijdgenoten. Een van de hoogtepunten is de beroemde Kruisafname van Rubens.

Deze uitgelezen collectie komt voor het eerst naar Nederland. Veel van de werken in de tentoonstelling zijn in de achttiende eeuw verworven door Catharina de Grote. Ze behoorden tot excellente verzamelingen als die van Crozat en Brühl, door Catharina in hun geheel opgekocht. Oorspronkelijk hingen veel van de schilderijen in kerken en kloosters in Antwerpen en in andere steden in Europa.

Met 17 schilderijen en veel tekeningen krijgt Peter Paul Rubens (1577–1640) extra veel aandacht in de tentoonstelling. Hij was immers de belangrijkste, begaafdste en meest invloedrijke zeventiende-eeuwse Vlaamse schilder. Bovendien gold hij als een beminnelijk edelman, diplomaat en verzamelaar en was zijn atelier een goed geoliede onderneming. Hij was een fenomeen in zijn tijd, een homo universalis. Zowel zijn religieuze als zijn profane werken illustreren Rubens’ ongeëvenaarde talent.

Een van Rubens’ werken die te zien zijn, is Venus en Adonis. Het onderwerp van Venus die de schone jongeling Adonis tracht te weerhouden van de jachtpartij die hem noodlottig zou worden, was zeer wijdverbreid in de beeldende kunst (Ovidius, Metamorphosen X, 529–559). Rubens heeft het thema meerdere keren gebruikt.

Peter Paul Rubens – Venus en Adonis (ca. 1614)
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Kort na zijn terugkeer uit Italië, waar hij van 1600 tot 1608 had vertoefd, schilderde Rubens een monumentaal doek naar dit onderwerp (Museum Kunst Palast, Düsseldorf, 276 x 183 cm). De Leidse hoogleraar Dominicus Baudius (1561–1613) bezong dit werk geestdriftig in een gedicht dat hij Rubens toestuurde in een brief van 11 april 1611. Het schilderij had inderdaad veel succes, wat indirect wordt bevestigd door een groot aantal navolgingen op kabinetformaat. Dergelijke schilderijen werden in de regel vervaardigd in Rubens’ atelier.

Rubens heeft ook zijn sporen in Italië nagelaten. Wie de komende tijd naar Rome reist, moet zeker een bezoek brengen aan de Chiesa Nuova, officieel de Santa Maria in Vallicella geheten. Deze kerk, vlak bij Piazza Navona, herbergt maar liefst drie kunstwerken van deze Vlaamse meester. Rubens schilderde ze alle drie in 1608, zijn laatste jaar in Italië. Hij was pas dertig, en erg vereerd met deze opdracht.

In een van zijn brieven schrijft hij: ‘De grootste en mooiste opdracht van heel Rome in een van de drukst bezochte kerken in het centrum van de stad, met kunstwerken van de belangrijkste schilders van Italië.’ Rubens schilderde er een drieluik met in het midden een Madonna te midden van engelen, omringd door de heiligen Domitilla, Nereus en Achilleus aan de ene zijde en de heiligen Gregorius, Maurus en Papianius aan de andere zijde. Samen vormen deze doeken een prachtig afscheidscadeau aan de stad Rome en haar inwoners…

In de biografie die Marie-Anne Lescourret over het leven en het werk van Rubens schreef, worden alle details over dit werk uit de doeken gedaan. Een klein inkijkje in Rubens’ Romeinse periode:

‘Het tweede grote religieus werk, de triptiek van de Chiesa Nuova, is indrukwekkend, monumentaal. Rubens behandelt zijn personages hier als een beeldhouwer, in de stijl van Veronese. De engeltjes zijn dikker geworden. De heiligen Gregorius en Domitilla lijken vooral dankzij hun strakke kleding rechtop te blijven staan. Met de glanzende zijde en het reliëf in het borduurwerk worden de stoffen zeer verfijnd en rijk weergegeven. De lichte kastanjebruine haren zijn netjes gladgestreken.

In de kolossale figuren schuilt de dynamiek van het geheel. Dit is puur decoratieve schilderkunst. De panelen boven en aan weerszijden van het hoofdaltaar vertonen erg academische composities ter ere van de heiligen die worden vereerd. De contrasterende kleuren, licht voor de kleding en de alben, donker voor de achtergrond, roepen de strenge stijl op van de Carracci’s, maar zonder de uitstraling van een Caravaggio.

Behalve de indrukwekkende lichaamsbouw van de mannelijke of vrouwelijke personages vertonen die werken niet één gemeenschappelijk kenmerk waardoor men ze met absolute zekerheid aan dezelfde kunstenaar zou kunnen toeschrijven. Rubens maakt nog geen gebruik van zijn eigen kleurenpalet. Hij probeert: verschillende soorten wit, groen à la Veronese of Giulio Romano, oker zoals bij Titiaan, donkere kleuren zoals bij Carracci…

Zijn meesterschap komt vooral tot uiting in de kwaliteit van de tekening, de weergave van de stoffen en veeleer in de beschrijving dan in de interpretatie van de wereld. De lyrische visie waardoor hij zich later zal onderscheiden, is nog niet zichtbaar aanwezig. Hij is nog niet de schilder van de levensdrang.

  

Volgens de legende zou de elegante en koude Guido Reni in die tijd in Rome vol bewondering gestaan hebben voor de manier waarop zijn collega uit het Noorden het lichaamsvlees weergaf: het was zo levend dat hij vermoedde dat de Vlaming bloed in zijn kleuren vermengde om het te schilderen. En Reni kende nog niet eens de rijpe Rubens…

Maar als men inderdaad de zuivere lijnen, de gladde tekening van de ledematen, de met schaduw nauwkeurig afgebakende been- en armspieren, de amper dikkere en donkerdere penseelstreek van Reni bekijkt, dan is het contrast met de bochtige naakten van Rubens erg opvallend.

Sommigen zien in dit overdadige gebruik van de gebogen lijn niets anders dan vetkussentjes. Zijn ze niet veeleer het resultaat van de onderzoekende blik van een schilder die zijn reliëf aan de beeldhouwkunst ontleent en alle middelen van het penseel, het subtiele werk van de kleine penseelstreken en de kleurschakeringen aanwendt om de trilling van de spieren en de circulatie van het bloed onder de huid weer te geven: kortom, om leven te geven aan sculpturele volumes?’

Rubens intentie zullen we nooit achterhalen, maar zijn werken stralen nog altijd die onuitputtelijke levensdrang uit. Zeker de moeite waard om te bekijken, zowel in de Hermitage in Amsterdam als in de Chiesa Nuova in Rome!

sep 05

Met een twaalftal films drukte Elio Petri (1929-1982) zijn stempel op de Italiaanse cinema van de jaren zestig en zeventig. Hij ontving de Oscar voor de beste buitenlandse film en de Gouden Palm in Cannes, en werd op handen gedragen door Bernardo Bertolucci, Martin Scorsese en Robert Altman. Hij maakte opmerkelijk intelligente, stijlvolle en provocerende films met steracteurs Marcello Mastroianni en Gian Maria Volonté, veroorzaakte verhitte debatten en ontlokte woedende reacties aan de Italiaanse autoriteiten.

Toen hij op 53-jarige leeftijd stierf werd zijn non-conformistische stellingname als achterhaald beschouwd, en wachtte Petri de vergetelheid. In het afgelopen decennium nam de interesse in zijn films echter toe. Sommige films hebben een profetische meerwaarde gekregen, anderen zijn tijdloos omdat ze prachtig gemaakt zijn en het politieke domein ontstijgen.

Vanaf morgen zet Melkweg Cinema in Amsterdam Elio Petri in de schijnwerpers. Met tien films van zijn hand en één documentaire wordt er een uitgebreid inzicht gegeven in het oeuvre van Petri. Een overzicht van het programma:

7 / 18 september – 19.00 uur
La proprietà non è più un furto
(1973, 103 min.)
Als bankemployee krijgt Flavio Bucci een dusdanige hekel aan geld en bezit dat hij zijn weerzin op rijke slager Ugo Tognazzi botviert. Aanvankelijk steelt hij kleine goederen van de man, tot zijn oog op diens minnares valt. Ze wordt vertolkt door Daria Nicolodi, die later de muze van Dario Argento zou worden. Deze satirische parabel over het verband tussen bezit en identiteit wordt beschouwd als de afronding van Petri’s thematische trilogie over de positie van het individu in het moderne Italië.

8 / 12 september – 19.00 uur
A ciascuno il suo
(1967, 99 min.)
Wanneer twee leden van de elite in een Siciliaans dorp onder verdachte omstandigheden sterven onderzoekt een lokale intellectueel zaken die men in een door de maffia gecorrumpeerde samenleving beter kan laten rusten. Met de verfilming van Leornardo Sciascia’s roman boekte Petri zijn eerste internationale succes, en begon hij zijn lange en vruchtbare samenwerking met acteur Gian Maria Volonté en cameraman Luigi Kuveiller.

9 / 10 september – 19.00 uur
Indagine su un cittadino al di sopra di ogni sospetto
(1969, 112 min.)
Een crypto-fascistische politie commissaris vermoordt zijn minnares en neemt zelfverzekerd de leiding over het onderzoek naar zijn misdaad, om te bewijzen dat hij overal mee weg kan komen. Gian Maria Volonté en Ennio Morricone stijgen tot grote hoogten in Petri’s controversiële meesterwerk. Tot ontsteltenis van rechtse politici werd de film een enorme hit in Italië, en kreeg Petri vervolgens ook nog de Oscar voor de beste buitenlandse film.

11 september – 19.00 uur / 18 september – 15.00 uur
Elio Petri: appunti su un autore
(2005, 112 min.)
In het afgelopen decennium kreeg Elio Petri’s bijzondere oeuvre een herwaardering in kringen van internationale filmfestivals en filmpublicaties. De postume lof bracht drie Italiaanse filmmakers er toe dit documentaire eerbetoon te produceren. Petri’s weduwe, vrienden en medewerkers, waaronder de zichtbaar ontroerde Ennio Morricone, spreken zich uit over zijn leven en politieke opvattingen, en zijn films en de controverses die ze teweeg brachten.

13 / 15 september – 19.00 uur
L’assassino
(1961, 105 min.)
Het regiedebuut van voormalig journalist en scenarioschrijver Elio Petri is een naar Kafka knipogende thriller. Een jaar na zijn doorbraak in Fellini’s La dolce vita speelt Marcello Mastroianni een Romeinse antiekhandelaar, die verdacht wordt van de moord op zijn minnares en in een kat-en-muisspel met een politie inspecteur verstrikt raakt. Het twijfelachtige morele besef van de hoofdpersonages zou een terugkerend thema in Petri’s werk worden.

16 / 17 september – 19.00 uur
La decima vittima
(1965, 92 min.)

In deze hoogst amusante science fiction satire heeft de wereldregering alle vormen van geweld uitgebannen, en strikt gereguleerde moorden tot kijkcijferkanon op de tv verheven. Een geblondeerde Marcello Mastroianni en de dodelijke Bond-girl Ursula Andress moeten het in kekke kleding tegen elkaar opnemen, terwijl ze ook met de bemoeienis van sponsors en maffe religieuze sektes te kampen hebben.

19 september – 19.00 uur
La classe operaia va in paradiso
(1971, 125 min.)
Gian Maria Volonté speelt een fabrieksarbeider, die door zijn toewijding en productiviteit geliefd is bij zijn bazen en gehaat wordt door collega’s. Zijn wereldbeeld verandert drastisch wanneer hij op de werkvloer gewond raakt en de vakbond een staking uitroept. Petri’s cynische en gewaagde visie op het kapitalisme en de vakbonden werd bekroond met de Gouden Palm in Cannes, maar de suggestie dat beide partijen arbeiders uitbuiten viel niet overal in goede aarde.

20 / 26 september – 19.00 uur
Buone notizie
(1979, 110 min.)

Petri’s ironisch getitelde film schetst een bitter en surrealistisch beeld van een door de media gedomineerde samenleving in verval. Petri produceerde de film samen met acteur Giancarlo Giannini, die zich als mediaspecialist op gewelddadige tv-programma’s richt, zijn vrouw verwaarloost en een identiteitscrisis krijgt, wanneer een ontmoeting met een oude vriend hem voor raadsels plaatst.

22 / 28 september – 19.00 uur
I giorni contati
(1962, 90 min.)
Petri’s tweede speelfilm wordt gedragen door een prachtige hoofdrol van de beroemde toneelacteur Salvo Randone, die in L’assassino de gehaaide inspecteur speelde. Als een Romeinse weduwnaar is hij getuige van de dood van een man van zijn eigen leeftijd, waarop hij beseft dat zijn dagen wellicht ook geteld zijn. Hij stopt met zijn loodgietersbaan en stort zich op de geneugten van het leven, maar kan dat zomaar?

23 / 24 september – 19.00 uur
Todo modo
(1976, 120 min.)
Machtsbeluste zakenlieden en politici trekken zich onder leiding van Christen Democraat Gian Maria Volonté terug voor een spirituele retraite in het futuristische klooster van priester Marcello Mastroianni. Wanneer er doden vallen gaat het van kwaad tot erger. Net als A ciascuno il suo is de film gebaseerd op een roman van Leonardo Sciascia. Petri’s eigen pessimisme en onverbloemd linkse agenda vielen slecht in het Italië dat destijds onder de terreur van de Rode Brigades gebukt ging.

25 / 27 september – 19.00 uur
Un tranquillo posto di campagna
(1968, 106 min.)
Petri’s interesse in de Amerikaanse pop art van kunstenaar Jim Dine kreeg een weerslag in zijn vreemdste film. Franco Nero en Vanessa Redgrave vertolken een kunstenaar en diens minnares annex manager, die de stad verlaten om op het platteland inspiratie te zoeken, maar er onder invloed van de spookverschijning van een vermoord meisje tot waanzin en verraad gedreven worden. Componist Ennio Morricone voegt zich bij Petri’s vaste team, en Dine leerde Nero schilderen.

Kijk op www.melkweg.nl voor meer informatie over tickets en reserveren.

Getagd met:
aug 23

Hoewel ik gisteren nog een vrolijk stukje schreef over de charme van het verdwalen in Venetië, waren we het ’s middags, toen we echt niet meer wisten waar we waren en heel graag even naar het hotel wilden, wel zat. Hoewel je inderdaad de mooiste doorkijkjes ziet, de leukste mensen ontmoet en de meest bijzondere bruggetjes passeert, is het wel fijn als je op een bepaald moment iets herkenbaars tegenkomt. Maar helaas…

Moe gewandeld en een beetje verhit bestelden we bij een buurtbarretje een lemon soda. Daarna zouden we dapper de terugtocht aanvaarden, en hopelijk snel een herkenningspunt vinden, zo hadden reisgenoot A. en ik met elkaar afgesproken. Aan de bar vroegen we de barman terloops om ons de goede richting op te wijzen. Maar in plaats van naar de juiste richting buiten, wees hij ons op een dame die aan een tafeltje achterin de krant zat te lezen. Volgens hem wist zij de weg in Venetië en kon ze de weg nog goed uitleggen ook, aangezien ze niet van hier was.

Niet van hier bleek in dit geval een heel groot toeval, want Jonneke Krans, zoals de dame heette, kwam oorspronkelijk ook uit Amsterdam. Ze had het Venetië van het noorden echter een jaar lang ingeruild voor het echte Venetië en genoot daar met volle teugen van. Hoewel het voor haar in het begin ook erg zoeken was, zo gaf ze gelukkig toe.

Jonneke vertelt: ‘Wie Venetië niet kent raakt er makkelijk de weg kwijt, er zijn zoveel smalle stegen en straten dat het soms knap lastig is om de juiste terug te vinden. Een toerist meende vandaag dat hij precies onthouden had waar zijn hotel was, zelfverzekerd zei hij: ‘Het was bij een brug.’Dat helpt in Venetië ongeveer even goed als in Amsterdam…

Gelukkig zijn er een paar basisregels. Venetië is niet per straat genummerd, maar per wijk. Een huisnummer kan daardoor heel hoog zijn, er zijn wijken met 5000, 6000 of 7000 huizen. Wie de naam onthoudt van de wijk, sestiere – Santa Croce, San Polo, Dorsoduro, San Marco, Castello of Cannaregio – en het huisnummer kan op straat al zien of hij in de buurt is. Zo’n 2000 nummers te hoog of te laag? Nog een eindje doorlopen.
Er een dikke 300 nummers vandaan? Dan ben je er al bijna.

Wil je een plek terugvinden, dan heb je meer aan de naam van de sestiere en het huisnummer dan aan de naam van de straat. De straatnamen zijn weliswaar veel ouder dan de nummering, maar ze kunnen verwarrend zijn. Elke wijk heeft bijvoorbeeld haar eigen Calle della Madonna, Straat van de Madonna en je kunt ook in alle zes naar de Calle dei Preti, Straat van de Priester, maar er zijn veel meer namen met het woord priester erin – bijvoorbeeld de Eerste en Tweede Straat van de Priester (Calle Primo e Secondo dei Preti) en de Straat van de Priesters van de Doge (Calle dei Preti detta del Doge). Maar er is geen sestiere met zes gelijke huisnummers, wie die onthoudt komt wel waar hij wezen wil.’

Jonneke besluit een stukje met ons mee te lopen om de weg te wijzen. Gelukkig! We rekenen onze drankjes af en lopen de eerste brug over, een nauwe calle in. Jonneke weet echt alles over Venetië, en ze vertelt dan ook honderduit. ‘Ach, de namen van de straten waar ik doorheen loop! In december woonde ik een tijdje bij de steeg van de vriendenliefde (Calle Amor dei Amici), daarna kon ik ‘s morgens kiezen tussen de steeg van de nieuwe wereld (Calle Mondo Nuovo) en de steeg van het paradijs (Calle dei Paradiso), en nu woon ik op de binnenplaats van de waarzegster (Corte del Strologo).


Venetië telt meer stegen dan straten, zoveel ruimte is er niet op de eilanden dat er plaats is voor brede straten. De meeste verbrede straten dateren uit de tijd van Napoleon, en in splinternieuwe boeken heb ik nog boze opmerkingen gelezen over het verlies aan middeleeuwse huizen dat die verbreding heeft gekost.

De makkelijkste manier om de breedte van een calle, een straat, te meten, vind ik een opgestoken paraplu. Er zijn heel wat calles van één paraplu breed, in andere kunnen twee paraplu’s elkaar passeren mits ze alle twee schuin gehouden worden, maar de meeste calles zijn – schat ik – zo’n drie paraplu’s breed. Er zijn wel calles waar vier of vijf paraplu’s naast elkaar kunnen lopen, maar die zijn in de minderheid.’

Gelukkig hebben we nu geen paraplu nodig, en met Jonneke erbij ook geen plattegrond meer. Nog even en we voelen ons helemaal Venetianen! Wil je zelf ook dat echte Venetiëgevoel krijgen en de stad met een kennersblik bekijken, lees dan Jonnekes weblog Een jaar in Venetië. Daarin laat ze het echte Venetië zien, van het boodschappen doen met zoveel bruggetjes tot het hoge water in de winter, van de katrolwaslijnen tot de verboden plattegronden en flesjes water. Lezen en genieten kan via www.eenjaarinvenetie.nl, actuele informatie over de stad krijg je via Twitter (@jonkrans).

jul 29

Naast alle reizen en reisjes naar en door Italië en de verslagen daarvan die ik voor Ciao tutti of voor De Smaak van Italië schrijf, breng ik heel wat uurtjes achter mijn bureau door om samen met alle andere Smaak-makers allerlei leuks te bedenken en te organiseren. Zo werkten we afgelopen maanden aan de reisgids De smaak van Rome, met de beste adressen en de mooiste plekken in de Eeuwige Stad:

In deze gids staan de belangrijkste bezienswaardigheden van Rome beschreven, met tips voor de lekkerste culinaire tussenstops. De gezelligste wijnbarretjes bij het Campo de’ Fiori, de uitbundigste ijssalons in de kleine straatjes rondom het Pantheon, de beste restaurantjes rondom het Piazza Navona en alle andere gouden adresjes in de Eeuwige Stad, je vindt het allemaal in De smaak van Rome. Een klein voorproefje in beeld:

Bovendien geeft een aantal inwoners van de stad, onder wie schrijfster Rosita Steenbeek en regisseur Gianni di Gregorio, prijs waar zij het liefste naar toe gaan voor hun dagelijkse cappuccino, een lekkere pasta of een goed glas wijn. Met deze en alle andere tips in de prachtig vormgegeven gids vermijd je de gebaande toeristische paden en valkuilen en geniet je van de echte smaak van Rome!

Voor wie nu direct naar de winkel wil om deze gids te bestellen: nog even geduld! Vanaf begin september is De smaak van Rome te koop (uiteraard krijgen jullie tegen die tijd nog een mooi voorproefje). Om het verschijnen van deze gids te vieren, bedachten we een groots evenement in Amsterdam: il Pranzo – de grootste Italiaanse lunch.

Op donderdag 8 september brengen we de smaak van Rome naar Amsterdam en kleurt de stad groen, wit en rood. Samen met ruim driehonderd Italiëliefhebbers genieten we aan lange tafels van een uitgebreide Italiaanse lunch – inclusief een wijnproeverij – op een bijzondere locatie: de Noorderkerk in hartje Amsterdam.

Tijdens de lunch vindt zoals gezegd de officiële presentatie plaats van de nieuwe reisgids De smaak van Rome. Uiteraard krijgt iedere aanwezige een exemplaar van De smaak van Rome mee naar huis. Uiteraard is er ook muziek en hebben we diverse Italiaanse verrassingen in petto.

De complete redactie van magazine De Smaak van Italië – inclusief columnisten – luncht mee en vertelt je alles wat je over het magazine of over Italië wil weten. Het nieuwe nummer van De Smaak van Italië, waarin Rome eveneens in de schijnwerpers zal staan, is dan net verschenen, dus je kunt mij en al mijn collega’s het hemd van het lijf vragen over de Eeuwige Stad en de aantrekkingskracht van la bella Italia.

Meeproeven van de smaak van Italië?
Wil je deze bijzondere pranzo niet missen, bestel dan nu je toegangsticket(s). De tickets kosten € 25,= per stuk* en kunnen besteld worden via deze link. Na aanmelding en betaling krijg je per e-mail een pdf toegestuurd met een persoonlijke code, zodat je verzekerd bent van een plek tijdens Il Pranzo én van een exemplaar van De smaak van Rome.

Wie weet tot 8 september!

*plus € 1,25 servicekosten per ticket

preload preload preload